Bijlage 10. Quickscan soortenbescherming voor de Hoge Bongerd
Tekst van het document
De soortenbeschermingsregimes In het Bal wordt onderscheid gemaakt in de volgende drie beschermingsregimes: § 11.2.2: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn (Vogelrichtlijnsoorten). Dit betreft alle van nature in Nederland voorkomende vogels conform art. 1 Vogelrichtlijn
1
Hunink, S. 2023. Voorstel invulling specifieke zorgplicht FF-activiteiten Ow. Linkedln bericht 30 oktober 2023.
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING VOOR DE HOGE BONGERD, NIJMEGEN
TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
34
§ 11.2.3: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn (Habitatrichtlijnsoorten). Dit betreft soorten, genoemd in Bijlage IV, onder a, bij de Habitatrichtlijn, Bijlage II bij het verdrag van Bern of Bijlage I bij het verdrag van Bonn. § 11.2.4: omgevingsvergunning andere soorten (andere soorten). Dit betreft soorten genoemd in Bijlage IX behorende bij art. 11.54 Bal. Onder iedere paragraaf (11.2.2, 11.2.3 en 11.2.4) zijn de vergunningplichtige gevallen en de vergunningvrije gevallen aangegeven. In de Omgevingswet wordt niet meer gesproken over verbodsbepalingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling kan worden verleend zoals onder de Wet natuurbescherming, maar over schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningplichtig geval. Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij: vogels op grond van artikel 11.37, eerste lid Bal, dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bonn en Bern op grond van artikel 11.46, eerste lid, Bal, en dieren van Bijlage IX, onder A van het Bal op grond van artikel 11.54, eerste lid, Bal.
De inhoud van de schadelijke handelingen komt overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes uit de voormalige Wet natuurbescherming, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen en betreffen de volgende schadelijke gevallen: het opzettelijk doden en vangen van soorten; het beschadigen of vernielen van voortplantings- en rustplaatsen van dieren, niet zijnde vogels; het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, eieren of wegnemen van nesten van vogels; het opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren; het (ver)storen van dieren volgens de beschermingsregimes soorten Vogelrichtlijn en soorten Habitatrichtlijn. NB geldt voor vogels niet als er geen sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de vogelsoort; het plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten. Uitzonderingen vergunningplicht en vergunningvrije gevallen Voor instandhoudings- en passende maatregelen in het kader van het bereiken van Natura 2000-doelstellingen geldt een uitzondering van de vergunningplicht voor schadelijke handelingen. In het Bal zijn verder een aantal vergunningvrije gevallen aangewezen per beschermingsregime waarvoor geen vergunningplicht geldt.
Hoewel er enkele verschillen zijn, betreft het onder meer de volgende gevallen: In een programma aangewezen flora- en fauna-activiteiten (bijv, een Natura 2000beheerplan). In een omgevingsverordening aangewezen flora- en fauna-activiteiten (bijv, de door de provincie aangewezen soorten en handelingen). Bij ministeriële regeling aangewezen flora- en fauna-activiteiten (In art. 4.31 van de Omgevingsregeling zijn de flora- en fauna-activiteiten die genoemd zijn in art. 11.54 Bal aangewezen als vergunningvrij voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkelingen of inrichting van gebieden (incl. gebruik) voor de soorten in Bijlage Vllc Or).
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING VOOR DE HOGE BONGERD, NIJMEGEN
TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
35
Flora- en fauna-activiteiten die aantoonbaar worden uitgevoerd conform een per ministeriële regeling aangewezen gedragscode. Beoordelingsregels vergunning Een vergunning wordt alleen verleend als is voldaan aan de beoordelingsregels in § 8.6.2 Bkl. De beoordelingsregels verschillen per soortenbeschermingsregime (uitgewerkt in art. 8.74j t/m art. 8.741 Bkl), maar komen kort gezegd neer op de beoordeling: of er geen andere bevredigende oplossing is, of de activiteit nodig is vanwege een genoemd wettelijk belang, en of de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort. Hiernavolgend is een Stroomschema passieve soortenbescherming Omgevingswet opgenomen.
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING VOOR DE HOGE BONGERD, NIJMEGEN
TOETSING IN HET KADER VAN DE ' < .! ;
. .ïf : K
36
Stroomschema passieve soortenbescherming Omgevingswet Bron: Natuurinclusief
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING VOOR DE HOGE BONGERD, NIJMEGEN
TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
37