CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verkenning de Rechtvaardige Stad.

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juli 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D13 d.d. 19 mei 2026 over Startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie13.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkenning de Rechtvaardige Stad

Colofon Auteurs Gemeente Nijmegen i.s.m. Spinsels Status Definitief Datum Mei 2026

Verkenning de Rechtvaardige Stad Mei 2026

Website nijmegen.nl

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

3

Inhoud

1.

Inleiding

06

3.

Keuzerichtingen

18

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Doel Omgevingsvisie gemeente Nijmegen Leeswijzer

06 06 07 07

3.1 3.2

Op weg naar een handelingskader Dilemma’s en kanttekeningen

18 18

4. Vervolg

22

2.

Analyse

10

5. Bijlagen

26

Bijlage 1: Verslag data-verkenning Bijlage 2: Eindrapportage gesprekken in de stad

26 38

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4

4

De drie perspectieven: theoretische basis Distributie: wie krijgt wat? Procedure: hoe en met wie wordt beslist? Erkenning: wie worden gehoord en serieus genomen? Deelconclusie: Drie perspectieven van rechtvaardigheid

10 10 10 11 11

2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3

Data verkenning: distributie Wat de data laat zien Wat de data niét laat zien Deelconclusie: Hoe kunnen we distributie meenemen in rechtvaardig handelen?

11 11 12 12

2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3

In gesprek met de stad Aanpak Wat de gesprekken laten zien Deelconclusie: wat betekent rechtvaardigheid voor inwoners?

12 12 12 14

2.4 2.4.1 2.4.2

In gesprek over rechtvaardig handelen Wat de praktijk laat zien Deelconclusie: wat vraagt rechtvaardig handelen van de organisatie?

14 14 15

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

5

1. Inleiding De gemeente Nijmegen heeft de ambitie om een rechtvaardige stad te zijn, waarin alle inwoners gelijke kansen hebben en zich gehoord en erkend voelen. Deze ambitie is steeds urgenter geworden. Verschillen tussen wijken en groepen inwoners worden zichtbaarder, onder andere op het gebied van gezondheid, leefkwaliteit en toegang tot voorzieningen. Tegelijkertijd staat Nijmegen voor grote ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw, de energietransitie en klimaatadaptatie. Deze ontwikkelingen hebben directe invloed op de leefomgeving van inwoners en kunnen bestaande ongelijkheden verkleinen, maar ook vergroten. Juist daarom is het belangrijk om ruimtelijke rechtvaardigheid expliciet mee te nemen in beleid en besluitvorming. Dit vraagt om aandacht voor de vraag wie profiteert van ruimtelijke keuzes, wie nadeel ondervindt en wie betrokken wordt bij de besluitvorming. Zonder die aandacht bestaat het risico dat ongelijkheden onbedoeld worden versterkt. Daarnaast is bekend dat kwetsbare groepen vaker de nadelige gevolgen van ruimtelijke keuzes ervaren, ook als dit niet bewust zo bedoeld is. Ruimtelijke rechtvaardigheid biedt een manier om deze vraagstukken in samenhang te benaderen.

Het gaat daarbij niet alleen om een eerlijke verdeling van ruimte en voorzieningen, maar ook om transparante en inclusieve processen en het erkennen van verschillende perspectieven en behoeften in de stad. Dit verslag beschrijft de verkenning naar ruimtelijke rechtvaardigheid en vormt een eerste stap in het concretiseren van dit principe voor beleid en praktijk.

1.1

Aanleiding

De bouwsteen Rechtvaardige Stad is onderdeel van de startnotitie voor de actualisering van de omgevingsvisie (wijziging 2026). Dit traject komt voort uit een bestuurlijke behoefte: de gemeenteraad en het college constateren dat er ruimtelijke verschillen bestaan tussen wijken in Nijmegen en achten deze ongewenst. Naar aanleiding hiervan is het leidende principe ‘De Rechtvaardige Stad’ toegevoegd aan de omgevingsvisie, mede op basis van de motie ‘Vizier op een ruimtelijk rechtvaardig Nijmegen’. Hoewel dit principe richting geeft, ontbreekt nog een concrete uitwerking. Het is nog onvoldoende duidelijk wat ruimtelijke rechtvaardigheid in de Nijmeegse context

6

betekent en hoe dit principe doorwerkt in ruimtelijke keuzes en ontwikkelingen. De eerste invulling van dit vraagstuk richtte zich met name op verdelingsvraagstukken: de eerlijke verdeling van ruimte, voorzieningen, kansen en lasten. In de verdere uitwerking bleek echter dat deze benadering te beperkt is. Ruimtelijke rechtvaardigheid gaat niet alleen over verdeling, maar ook over de manier waarop besluiten tot stand komen en de mate waarin verschillende groepen worden gehoord en erkend. Daarom is ervoor gekozen om geen strikte definitie vast te leggen, maar te werken aan een handelingskader. Dit handelingskader helpt om de impact van ruimtelijke keuzes op verschillende doelgroepen inzichtelijk te maken en zorgt ervoor dat rechtvaardigheid in de praktijk toepasbaar is. Om tot een toepasbaar handelingskader te komen, voeren we een verkenning uit. Deze bestaat uit een theoretische verkenning, een data-verkenning, een externe stakeholderverkenning (gesprekken in de stad) en een interne stakeholderverkenning (gesprekken in de ambtelijke organisatie).

1.2

• •

• •

1.3

Omgevingsvisie gemeente Nijmegen

De Omgevingsvisie gemeente Nijmegen De Nabije Stad 2050 is op 10 september 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is de ‘De Rechtvaardige Stad’ als één van de zeven leidende principes opgenomen: “In Nijmegen vinden we ruimtelijke rechtvaardigheid cruciaal voor een inclusieve en eerlijke stad. We willen dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan kansengelijkheid en sociale verbinding en dat iedereen zich thuis voelt in de stad. Hierbij hebben we aandacht voor verschillen tussen stadsdelen en investeren we waar nodig ongelijk voor gelijke leefkwaliteit. Zo bouwen we samen aan een stad waar iedereen, ongeacht achtergrond of woonplek, eerlijke kansen krijgt om zich te ontwikkelen en volwaardig mee te doen.”

Doel

Met deze verkenning werkt het college aan een verdere uitwerking van het leidende principe ‘De Rechtvaardige Stad’. Hiervoor is het belangrijk dat rechtvaardigheid meegewogen kan worden in ruimtelijke keuzes en ontwikkelingen. Daarom werken we toe naar een praktisch en toepasbaar handelingskader voor ruimtelijke rechtvaardigheid. Dit handelingskader: •

als een opdracht voor de gemeentelijke organisatie om keuzes zorgvuldig, transparant en inclusief tot stand te laten komen. En hierbij dus ook rekening te houden met inwoners die minder makkelijk hun stem laten horen.

ondersteunt bestuurlijke afwegingen bij ruimtelijke ontwikkelingen en maakt inzichtelijk wie profiteert en wie nadeel ondervindt; maakt keuzes transparant en uitlegbaar naar de stad; verbreedt het perspectief van enkel verdeling naar ook proceskwaliteit en erkenning van verschillende groepen; draagt bij aan meer consistentie in besluitvorming; sluit aan bij de bestaande Nijmeegse werkwijzen en participatieprocessen.

1.4

Leeswijzer

Dit document is een procesbeschrijving: het is geen eindproduct, maar een tussenstand die uw raad informeert over de aanpak, de richting en de opbrengsten tot nu toe. Centraal staat de vraag: hoe ontwikkelen we, vanuit theorie, participatie en data, een toepasbaar handelingskader voor ruimtelijke rechtvaardigheid voor Nijmegen? Hoofdstuk 2 beschrijft de manier waarop we naar het traject kijken. Het laat zien wat we via theorie, data en participatie hebben geleerd over ruimtelijke rechtvaardigheid. In hoofdstuk 3 presenteren we de mogelijkheden voor het handelingskader. Ook beschrijven we de dilemma’s en kanttekeningen bij het thema.

Ruimtelijke rechtvaardigheid vraagt daarmee niet alleen iets van de inhoud van beleid, maar ook van de manier waarop de gemeente werkt. Het is zowel een ambitie voor de stad

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

7

02.

2. Analyse Ruimtelijke rechtvaardigheid betekent in Nijmegen dat bij ruimtelijke keuzes bewust en actief wordt onderzocht wat de effecten zijn voor verschillende groepen inwoners. Het gaat daarbij om de vragen wie profiteert van een keuze en wie er nadeel van ondervindt, wie betrokken wordt bij de besluitvorming en of dit op een eerlijke en transparante manier gebeurt, en of mensen zich daadwerkelijk gezien en gehoord voelen. Rechtvaardigheid is daarmee geen vaststaand eindbeeld, maar vooral een manier van werken en kijken.

ongelijkheid op drie verbonden perspectieven: distributie, procedure en erkenning. Wij hebben voor dit kader gekozen omdat het aansluit bij wat Nijmegen al doet: inzetten op participatie, ongelijk investeren voor gelijke kansen, en het voeren van een gesprek over wat rechtvaardig is zonder daarbij één antwoord op te leggen. Het is geen politiek statement, maar een werkbare taal voor ambtenaren, bestuurders en de stad.

2.1.1 Omdat rechtvaardigheid afhankelijk is van personen, wijken en situaties, is het niet mogelijk om één eenduidige definitie te hanteren. In plaats daarvan werkt Nijmegen met drie samenhangende perspectieven, die als een ‘bril’ kunnen worden gebruikt bij ruimtelijke keuzes:

• • •

Distributie: wie heeft of krijgt wat, en wie niet? Procedure: hoe en met wie wordt besloten? Erkenning: wie wordt gehoord en serieus genomen?

Deze perspectieven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en maken zichtbaar dat rechtvaardigheid meer is dan alleen een eerlijke verdeling. Het gaat ook om de kwaliteit van processen en de mate waarin verschillende groepen daadwerkelijk worden erkend. Rechtvaardigheid is bovendien een waardegeladen begrip waarover verschillende opvattingen bestaan. Juist daarom kiest Nijmegen er bewust voor om geen vaste definitie vast te leggen. De drie perspectieven bieden in plaats daarvan een gedeelde taal en houvast om het gesprek over rechtvaardigheid te voeren en dit thema concreet te maken in beleid en praktijk.

2.1 basis

De drie perspectieven: theoretische

Na een literatuurverkenning langs vier denkers - Axel Honneth, Nancy Fraser, David Harvey en Susan Fainstein blijkt dat rechtvaardigheid in de gemeentelijke praktijk het best te vatten is in de terminologie van Fraser. Voor haar draait rechtvaardigheid om het wegnemen van structurele

10

Distributie: wie krijgt wat?

De distributieperspectief draait om de eerlijke verdeling van middelen, kansen en lasten. Onrecht ontstaat als groepen structureel worden benadeeld of buitengesloten. Voor een gemeente gaat het daarbij om de ruimtelijke verdeling van voorzieningen, woningen, bereikbaarheid, leefkwaliteit en de lasten van bedrijvigheid of infrastructuur. Distributie is het meest meetbare perspectief: data kan laten zien waar ongelijkheid zichtbaar is. Maar de data vertellen nooit het volledige verhaal. Een eerlijke verdeling kan alleen bereikt worden als ook de procedure en erkenning kloppen.

2.1.2

Procedure: hoe en met wie wordt beslist?

Aan de ene kant gaat het om transparantie in het besluitvormingsproces zelf: hoe komen besluiten tot stand, welke afwegingen worden gemaakt, wie is waarvoor verantwoordelijk en hoe worden die keuzes verantwoord? Een rechtvaardige procedure vereist dat het besluitvormingsproces begrijpelijk en navolgbaar is, ook voor mensen die er niet direct bij betrokken zijn. Aan de andere kant gaat het om gelijke toegang tot dat besluitvormingsproces: wie doet mee, wie wordt gehoord en wie bepaalt mee? Onrecht ontstaat als bepaalde groepen geen stem hebben in processen die hen direct raken. Voor een gemeente gaat dit over hoe participatieprocessen zijn ingericht, wie er worden bereikt, en of de uitkomsten ook daadwerkelijk doorwerken in besluiten. Het gaat niet alleen om het volgen van regels, maar ook om mensen de kans geven om op gelijke voet mee te praten. Beide kanten van procedure zijn relevant: een transparant maar gesloten proces is niet rechtvaardig, maar een open proces zonder heldere verantwoording evenmin.

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

2.1.3 Erkenning: wie worden gehoord en serieus genomen? Het van erkenning draait om respect en waardering voor verschillende identiteiten, culturen en levenswijzen. Onrecht ontstaat door stigmatisering, discriminatie en sociale uitsluiting, ook als deze onbedoeld zijn. Voor een gemeente betekent dit dat beleid rekening houdt met de diversiteit van ervaringen en perspectieven in de stad. Dit is het minst meetbare perspectief, maar niet de minst belangrijke. Ze bepaalt of mensen zich gezien voelen in het beleid dat over hun leefomgeving gaat. Participatieprocessen in Nijmegen zijn in de basis op orde, maar dat beantwoordt niet de vraag of mensen zich ook serieus genomen voelen. Het gaat hier niet om het gelijk geven van inwoners, maar het serieus nemen van hun gedachten, standpunten en gevoelens.

2.1.4 Deelconclusie: Drie perspectieven van rechtvaardigheid De drie perspectieven staan niet los van elkaar, maar zijn nauw met elkaar verweven en versterken elkaar. Een eerlijke verdeling van ruimte, middelen en kansen is alleen duurzaam als ook het proces dat tot die verdeling leidt rechtvaardig is ingericht. Dat betekent dat besluitvorming transparant, navolgbaar en toegankelijk moet zijn voor de mensen die erdoor geraakt worden. Tegelijkertijd verliezen zowel de uitkomst als het proces aan betekenis wanneer mensen zich niet gezien, gehoord of serieus genomen voelen. Onrechtvaardigheid in één perspectief werkt daarom door in de andere. Wie uitsluitend stuurt op een eerlijke verdeling, kan voorbijgaan aan de vraag of betrokkenen daadwerkelijk invloed hebben gehad op de keuzes. Andersom kan een zorgvuldig ingericht participatieproces alsnog ongelijk uitpakken als niet wordt gekeken wie er aan tafel zit, en vooral wie ontbreekt, waardoor bestaande machtsverhoudingen onbedoeld worden bevestigd. En wanneer mensen wel worden gehoord, maar hun inbreng geen zichtbare rol speelt in de uiteindelijke afweging, blijft erkenning steken in symboliek. Rechtvaardig handelen vraagt daarom om een

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

samenhangende benadering, waarin distributie, procedure en erkenning steeds in onderlinge relatie worden beschouwd en versterkt.

2.2

Data verkenning: distributie

Om te begrijpen waar ruimtelijke ongelijkheid in Nijmegen zich manifesteert, is een data-analyse uitgevoerd op indicatoren voor baten en lasten, kansen en toegang tot voorzieningen. De analyse is één van drie bronnen van kennis, naast de gesprekken met de stad en inzichten uit de praktijk van het werken aan ruimtelijke opgaven. Ze laat zien wat er meetbaar is; ze zegt niet alles over wat er speelt.

2.2.1

Wat de data laat zien

Uit de dataverkenning (zie bijlage 1) blijkt dat Nijmegen als geheel een goed leef- en woonklimaat heeft. Tegelijkertijd laat de data zien dat er duidelijke en structurele ruimtelijke verschillen. Een aantal wijken, met name in de stadsdelen Dukenburg, Lindenholt en Nijmegen-West, kent een opeenstapeling van achterstanden op meerdere terreinen: een lagere brede welvaart, leefbaarheidsrisico’s, beperktere mobiliteitskansen en hogere hinderlast. De analyse laat ook zien dat ongelijkheid niet ééndimensionaal is. Centraal gelegen wijken zoals het Stadscentrum kampen met warmteoverlast en geluidsoverlast, maar hebben tegelijkertijd een hoog voorzieningenniveau. Rijkere wijken als Kwakkenberg kennen op sommige onderdelen ook tekorten. Ruimtelijke rechtvaardigheid vraagt daarom om een gelaagde blik: niet alleen “welke wijken scoren laag?”, maar ook “welke combinaties van voor- en nadelen doen zich voor, en voor wie?” De verdeling van baten, lasten, kansen en voorzieningen is één onderdeel van rechtvaardigheid. Maar hangt nauw samen met hoe de procedure wordt uitgevoerd en of er erkenning is. Cijfers kunnen achterstanden zichtbaar maken, maar ze verklaren niet waarom die achterstanden er zijn, en ze zeggen niets over of betrokken bewoners zich gehoord voelen. Dat vraagt om een benadering vanuit de andere twee perspectieven.

11

2.2.2

Wat de data niét laat zien

Data over distributie heeft grenzen. Ze meet uitkomsten, niet processen. Ze laat zien dát er achterstanden zijn, maar niet hoe die zijn ontstaan of welk beleid eraan heeft bijgedragen. Ze zegt niets over of bewoners in die wijken zichzelf herkennen in de manier waarop de gemeente over hen spreekt. En ze geeft geen antwoord op de vraag of de mensen die het meest geraakt worden door ongelijkheid, ook de meeste invloed hebben op de besluiten die daaraan ten grondslag liggen. Dat zijn vragen van procedure en erkenning en die zijn niet met cijfers te beantwoorden.

2.2.3 Deelconclusie: Hoe kunnen we distributie meenemen in rechtvaardig handelen? De data-analyse laat zien dat ruimtelijke ongelijkheid in Nijmegen concreet en meetbaar is, maar ook gelaagd en contextafhankelijk. Dit betekent dat informatie over distributie een belangrijke basis vormt voor rechtvaardig handelen: het maakt zichtbaar waar verschillen zich voordoen, welke wijken te maken hebben met een stapeling van nadelen en waar specifieke aandacht nodig is. Tegelijkertijd vraagt deze informatie om een zorgvuldige interpretatie. Ongelijkheid is niet eendimensionaal en doet zich vaak voor in verschillende combinaties van baten en lasten, die per wijk en per doelgroep kunnen verschillen. Daarmee kan distributieve informatie niet los worden gezien van de context waarin deze ontstaat. Data laat zien dát er verschillen zijn, maar niet waarom die bestaan, hoe ze worden ervaren of in hoeverre bewoners invloed hebben op de keuzes die hieraan bijdragen. Het meenemen van distributie in rechtvaardig handelen betekent daarom dat cijfers worden gebruikt als startpunt voor het gesprek, niet als eindpunt van de analyse. De analyse biedt een inkijkje in de status quo en is daarmee een vertrekpunt voor gesprek en keuzes. De indicatoren die zijn gebruikt sluiten aan op bestaande monitors, zoals de stads- en wijkmonitor.

We willen onderzoeken of deze indicatoren bruikbaar zijn om de ruimtelijke verschillen tussen wijken bij te houden en te volgen over de tijd. Dit willen we doen als onderdeel van de bredere omgevingsmonitor die voor de omgevingsvisie Nijmegen wordt ontwikkeld. Concreet vraagt dit om een werkwijze waarin data actief wordt gekoppeld aan inzichten uit de praktijk en ervaringen van bewoners. Distributieve informatie helpt om ongelijkheden te signaleren en te agenderen, maar moet altijd worden aangevuld met aandacht voor procedure en erkenning. Alleen in samenhang met deze perspectieven kan informatie over verdeling bijdragen aan daadwerkelijk rechtvaardige keuzes.

12

2.3

In gesprek met de stad

Voor de externe stakeholderverkenning zijn we de wijk in gegaan. We zijn in gesprek gegaan met inwoners van Hatert, Hengstdal en Nijmegen- Noord. Deze wijken zijn gekozen omdat het drie erg verschillende wijken zijn, met verschillenden typen opgaven. Hiermee willen we een zo breed mogelijk beeld ophalen over wat rechtvaardigheid in verschillende wijken van de stad voor inwoners betekent. Aanvullend zijn er interviews gehouden met professionals die werken in de wijk.

2.3.1

Aanpak

In de drie wijken is een grote weegschaal ingezet als gespreksstarter. Hierop lagen blokken met thema’s die gaan over de drie perspectieven van rechtvaardigheid. Inwoners kunnen de thema’s die zij belangrijk vinden op de weegschaal leggen. In het gesprek is met inwoners gesproken over wat ze belangrijk vinden in (de inrichting van) hun wijk. Hier werd op doorgevraagd aan de hand van een aantal subthema’s, waaronder de tevredenheid over voorzieningen, hoe inwoners veiligheid ervaren, of ze zich betrokken voelen bij hun wijk en hoe zij de relatie met de gemeente ervaren. De resultaten zijn gebundeld in een verslag (zie bijlage 2). In iedere wijk zijn ongeveer 25 inwoners gesproken in de vorm van een straatinterview. We kozen voor plekken waar inwoners al zijn: zoals het winkelcentrum in de wijk. We hebben inwoners benaderd, maar er kwamen ook inwoners uit zichzelf naar ons toe.

2.3.2

Wat de gesprekken laten zien

2.3.2.1 Hatert Voor inwoners die we hebben gesproken in Hatert betekent ruimtelijke rechtvaardigheid vooral dat de basis op orde is en dat zij zich veilig, gezien en serieus genomen voelen in hun eigen leefomgeving. Veiligheid is daarbij het meest dominante thema: veel inwoners ervaren of zien onveiligheid in de openbare ruimte, bijvoorbeeld door overlast van jongeren op fatbikes, hangjongeren en vandalisme. Dit zorgt ervoor dat sommige mensen zich ’s avonds niet meer vrij voelen om de straat op te gaan. Tegelijkertijd wordt onveiligheid ook genoemd door inwoners die zich persoonlijk wél veilig voelen: “Ik voel me hier veilig, maar het is hier niet veilig.” - inwoonster Hatert, 80 jaar. Daarnaast gaat rechtvaardigheid voor de respondenten over de aanwezigheid van voorzieningen in de wijk. Het

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

verdwijnen van winkels en diensten, zoals de Bruna, de groenteboer en de slager, wordt ervaren als een achteruitgang van de leefbaarheid. Het verdwijnen van de voorzieningen is voor veel respondenten het signaal dat de wijk erop achteruit is gegaan afgelopen jaren. Een belangrijk onderdeel van rechtvaardigheid in Hatert is de relatie met de gemeente. Veel inwoners ervaren dat zij niet worden gehoord of gezien en dat de gemeente ver weg staat van hun dagelijkse leefwereld. Dit leidt tot gevoelens van wantrouwen en onmacht. Zoals een inwoner het verwoordt: “De gemeente?! Mag ik even lachen? Ze zeggen te luisteren, maar doen het toch niet.” - Juul, 70 jaar. Tegelijkertijd blijkt dat inwoners wel bereid zijn om mee te denken, maar vaak niet weten hoe zij kunnen participeren in besluiten die hun wijk raken. Lage participatie komt daarmee niet voort uit onwil, maar uit onbekendheid met de mogelijkheden. Tot slot is er een gemengd beeld over de sociale samenhang in de wijk. Hatert wordt door de respondenten enerzijds ervaren als een levendige en sociale wijk met betrokken bewoners en culturele diversiteit. Anderzijds ervaren sommige inwoners juist afstand, uitsluiting of spanningen binnen die diversiteit. Vooral mensen uit minderheidsgroepen, zoals LHBTQ-personen of inwoners met een beperking, geven aan zich niet altijd volledig geaccepteerd te voelen.

Rechtvaardigheid in Hatert gaat daarmee niet alleen over veiligheid en voorzieningen, maar ook over vertrouwen, erkenning en de mate waarin inwoners daadwerkelijk invloed ervaren op wat er in hun wijk gebeurt. Een groot deel van de respondenten geeft aan meer behoefte te hebben aan gezien en gehoord worden en dat zij moeilijk mee kunnen komen in de systeemwereld.

2.3.2.2 Hengstdal Voor de inwoners die we hebben gesproken in Hengstdal betekent ruimtelijke rechtvaardigheid vooral dat zij kunnen wonen in een prettige, groene en sociale leefomgeving, waarin onderling contact en betrokkenheid vanzelfsprekend zijn. Het groen rondom de wijk wordt breed gewaardeerd en draagt sterk bij aan de ervaren leefkwaliteit. Ook de sociale samenhang wordt als een belangrijke kwaliteit gezien: inwoners ervaren de wijk als open, tolerant en verbonden. Zoals een bewoner het verwoordt: “Mensen groeten elkaar, deuren staan soms open. Er is een cultuur van tolerantie en verbondenheid.” - Dreah, 50 jaar

Figuur 2: Bijlage startnotitie Het gebied | Verkenning in 4 verschillende De Rechtvaardige zones Stad

De respondenten voelen zich over het algemeen verantwoordelijk voor hun wijk en nemen actief initiatief. Ze organiseren activiteiten, denken mee en zien de gemeente vooral als samenwerkingspartner, niet als een partij die alles moet oplossen. Tegelijkertijd geven zij aan dat de gemeente na gesprekken niet altijd voldoende doorpakt, waardoor verwachtingen niet altijd worden waargemaakt. Hoewel de algemene tevredenheid hoog is, zijn er ook aandachtspunten. Verkeersveiligheid wordt het meest genoemd: auto’s rijden te hard en veilige oversteekplaatsen ontbreken op sommige plekken. Dit raakt direct aan de ervaren kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Opvallend is dat sommige inwoners, met name mensen die vanuit andere wijken naar Nijmegen-Oost zijn verhuisd, zich bewust zijn van hun relatief gunstige positie. Zij signaleren dat hun wijk mogelijk meer aandacht krijgt dan andere delen van de stad en plaatsen daar vraagtekens bij. Voor deze inwoners betekent rechtvaardigheid niet alleen kwaliteit in de eigen wijk, maar ook een eerlijke verdeling van aandacht en middelen over de stad als geheel. Rechtvaardigheid in Hengstdal gaat daarmee niet zozeer over het oplossen van grote achterstanden, maar over het behouden van kwaliteit, het serieus nemen van signalen uit de wijk, een goede samenwerking met de gemeente en het bewust omgaan met verschillen tussen wijken binnen Nijmegen.

2.3.2.3 Nijmegen-Noord Voor de inwoners die we hebben gesproken in NijmegenNoord betekent ruimtelijke rechtvaardigheid vooral dat de wijk prettig, veilig en geschikt is voor het dagelijks leven van jonge gezinnen, maar ook dat er meer balans en diversiteit komt in wie er woont en voor wie de wijk is ingericht. De wijk wordt gewaardeerd om de kindvriendelijke opzet, de speelplekken en de nabijheid van voorzieningen. Tegelijkertijd ervaren veel inwoners de wijk als eenzijdig samengesteld: vooral jonge, hoogopgeleide gezinnen met voldoende financiële middelen. Hierdoor ontstaat het gevoel dat de wijk losstaat van de bredere samenleving. Zoals een bewoner aangeeft: “De wijk is een bubbel. Je krijgt daardoor minder mee wat er in de rest van de samenleving gebeurt.” - Manou, 43 jaar Er komen ook concrete aandachtspunten in de leefomgeving naar voren in de gesprekken. Verkeersveiligheid en parkeren worden het vaakst genoemd. Auto’s rijden te hard, veilige oversteekplaatsen ontbreken en het tekort aan parkeerplekken zorgt voor dagelijkse frustratie. Dit heeft ook sociale gevolgen: sommige inwoners geven aan minder vaak bezoek uit te nodigen, wat hun

13

sociale contacten beperkt. Ook benoemen respondenten het tekort aan groen en de versteende pleintjes. Hoewel de wijk sterk is ingericht op jonge kinderen, wordt ook benoemd dat andere leeftijdsgroepen minder aandacht krijgen. Met name tieners ervaren een gebrek aan voorzieningen en activiteiten die aansluiten bij hun behoeften. Zoals een jonge inwoner het verwoordt: “Er wordt veel georganiseerd voor jonge kinderen, maar onze leeftijdsgroep wordt vergeten.” - Jamilla, 14 jaar De respondenten staan over het algemeen open voor betrokkenheid bij hun wijk en denken graag mee. Maar geven aan dat tijdgebrek, met name door werk en gezinsleven, een belangrijke drempel vormt om actief te participeren. Rechtvaardigheid in Nijmegen-Noord gaat daarmee niet alleen over het creëren van een goed functionerende wijk met passende voorzieningen voor verschillende doelgroepen. Het gaat ook over aandacht voor diversiteit in bewoners en leefstijlen en voor het oplossen van knelpunten die de dagelijkse leefbaarheid beïnvloeden, zoals verkeer en parkeren. Tegelijkertijd vraagt het om manieren van betrokkenheid die aansluiten bij het drukke leven van inwoners, zodat ook zij daadwerkelijk kunnen meedenken over de toekomst van hun wijk.

2.3.3 Deelconclusie: wat betekent rechtvaardigheid voor inwoners? De gesprekken met inwoners uit Hatert, Hengstdal en Nijmegen-Noord laten zien dat rechtvaardigheid voor bewoners concreet en alledaags is, en per wijk verschillend wordt ervaren. Tegelijkertijd komen duidelijke overeenkomsten naar voren wanneer we kijken vanuit de drie perspectieven van distributie, procedure en erkenning. Vanuit het perspectief van distributie gaat rechtvaardigheid voor inwoners in de eerste plaats over de kwaliteit van de leefomgeving en de aanwezigheid van basisvoorzieningen. In Hatert ligt de nadruk op het herstellen van achterstanden, zoals veiligheid en het verdwijnen van voorzieningen. In Nijmegen-Noord en Hengstdal gaat het minder om tekorten, maar juist om balans: verkeersveiligheid, parkeerdruk en de eenzijdige samenstelling van de wijk. In Hengstdal wordt daarnaast ook het bredere stedelijke perspectief benoemd, waarbij inwoners zich bewust zijn van verschillen tussen wijken en de wens uitspreken dat aandacht en middelen eerlijk over de stad worden verdeeld. Vanuit procedure draait rechtvaardigheid om de manier waarop inwoners worden betrokken bij keuzes. In Hatert ervaren inwoners afstand tot de gemeente en een gebrek

14

aan invloed, wat leidt tot wantrouwen. In Nijmegen-Noord is er wel bereidheid om mee te denken, maar vormt tijdgebrek een belangrijke drempel voor participatie. In Hengstdal zien inwoners de gemeente als samenwerkingspartner, maar verwachten zij wel dat signalen serieus worden opgepakt en dat er daadwerkelijk opvolging plaatsvindt. Dit laat zien dat rechtvaardigheid niet alleen vraagt om participatiemogelijkheden, maar ook om passende vormen van betrokkenheid en zichtbare doorwerking van inbreng. Het perspectief van erkenning gaat over de mate waarin inwoners zich gezien en gehoord voelen in hun leefwereld. In Hatert is dit een centraal punt van zorg: inwoners voelen zich onvoldoende erkend door de gemeente en ervaren weinig aansluiting bij hun dagelijkse realiteit. In Nijmegen-Noord speelt erkenning vooral rondom diversiteit en inclusie: sommige groepen, zoals tieners, voelen zich minder bediend. In Hengstdal is er over het algemeen een sterk gevoel van sociale erkenning binnen de wijk zelf, maar bestaat ook bewustzijn over ongelijkheid tussen wijken. In samenhang laten deze inzichten zien dat rechtvaardigheid voor inwoners niet alleen gaat over ‘wat’ er wordt verdeeld, maar ook over ‘hoe’ keuzes tot stand komen en ‘wie’ daarin wordt gezien. De accenten verschillen per wijk, maar in alle gevallen geldt dat een tekort op één van de perspectieven doorwerkt in de andere.

Rechtvaardig handelen vraagt daarom om een benadering waarin distributie, procedure en erkenning in samenhang worden meegenomen en afgestemd op de specifieke context van wijken en bewoners.

2.4

In gesprek over rechtvaardig handelen

Rechtvaardig handelen begint ook van binnenuit. In de voorbereiding op deze bouwsteen zijn door middel van o.a. focusgroepen perspectieven opgehaald bij mensen binnen de ambtelijke organisatie die dagelijks werken aan ruimtelijke opgaven in Nijmegen. Dit leverde inzichten op die relevant zijn voor het handelingskader en wat het vraagt van de gemeente.

2.4.1

Wat de praktijk laat zien

Een eerste inzicht is dat werken aan de rechtvaardige stad in de huidige praktijk sterk afhankelijk is van personen en situaties. Er bestaan uiteenlopende, vaak subjectieve opvattingen over wat rechtvaardig is. Hoewel er kaders en structuren zijn die bijdragen aan zorgvuldige processen, zoals participatietrajecten, hangt de uitkomst in belangrijke mate af van hoe deze processen worden ingericht en uitgevoerd. De manier waarop professionals luisteren, afwegen en verschillende doelgroepen weten te bereiken,

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

maakt hierin een groot verschil. Een handelingskader kan helpen om deze afhankelijkheid te verkleinen, door rechtvaardigheid structureel onderdeel te maken van het gesprek en niet over te laten aan individuele invulling. Een tweede inzicht is dat de drie perspectieven - distributie, procedure en erkenning - in de praktijk herkenbaar zijn, maar niet vanzelfsprekend eenvoudig toe te passen. Het werken met deze perspectieven vraagt om een andere manier van kijken en denken. Het roept nieuwe vragen op, brengt verschillende belangen en perspectieven in beeld en maakt de complexiteit van opgaven expliciet. Dat gesprek is waardevol, ook al leidt het niet direct tot eenvoudige oplossingen of eenduidige keuzes. Juist daarom is het belangrijk om het handelingskader praktisch en hanteerbaar te houden. Werken met de drie perspectieven vraagt oefening en ontwikkeling in de praktijk. Een derde inzicht is dat erkenning het meest lastig te doorgronden perspectiefcti is. Hoewel participatieprocessen vaak goed zijn ingericht, is het moeilijk vast te stellen of mensen zich ook daadwerkelijk gezien en gehoord voelen. Dit is sterk afhankelijk van beleving en vraagt om tijd, aandacht en goede gespreksvaardigheden. Het zal niet altijd lukken om iedereen dit gevoel te geven, maar het blijft een belangrijk streven.

Het serieus luisteren naar mensen en hen het gevoel geven dat hun inbreng ertoe doet, is op zichzelf al een vorm van rechtvaardig handelen. Bovendien draagt dit bij aan het vertrouwen in en de legitimiteit van besluitvorming. Tot slot vraagt rechtvaardig handelen om andere, vaak aanvullende, vaardigheden van de organisatie en haar professionals. Het gaat daarbij in de eerste plaats om reflectief vermogen: het kritisch kunnen kijken naar eigen aannames, keuzes en rollen, en het besef dat beleid en besluiten verschillende groepen op uiteenlopende manieren raken. Daarnaast zijn sterke luister- en gespreksvaardigheden nodig, waarbij niet alleen informatie wordt opgehaald, maar ook actief ruimte wordt gemaakt voor minder gehoorde stemmen. Dit vraagt ook om omgevingssensitiviteit: het vermogen om belangen, perspectieven en machtsverhoudingen te herkennen en bewust te betrekken in het proces, inclusief de vraag wie niet vanzelfsprekend aan tafel zit. Daarnaast vraagt rechtvaardig werken om zorgvuldige afwegingsvaardigheden en transparantie. Het is belangrijk om naast technische en ruimtelijke criteria ook sociale effecten en rechtvaardigheidsvragen expliciet mee te nemen in besluitvorming. Dit betekent dat keuzes niet alleen worden gemaakt, maar ook navolgbaar worden onderbouwd en uitgelegd, inclusief de dilemma’s die daarbij spelen. Deze manier van werken vraagt om continue

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

ontwikkeling en ondersteuning binnen de organisatie en maakt rechtvaardigheid tot een integraal onderdeel van ambtelijk vakmanschap.

2.4.2 Deelconclusie: wat vraagt rechtvaardig handelen van de organisatie? Rechtvaardig handelen vraagt van de organisatie dat zij ruimtelijke keuzes niet alleen inhoudelijk goed onderbouwt, maar deze ook bewust, transparant en in samenhang benadert vanuit de perspectieven van distributie, procedure en erkenning. Dit betekent dat rechtvaardigheid geen losse afweging achteraf is, maar een structureel onderdeel wordt van beleid, projecten en besluitvorming. Het vraagt om het expliciet maken van effecten: wie profiteert, wie nadeel ondervindt, wie betrokken is en wie mogelijk buiten beeld blijft. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is het ontwikkelen van een gedeeld kader en een gemeenschappelijke taal. Rechtvaardigheid is nu vaak impliciet en persoonsafhankelijk; een handelingskader met herkenbare vragen en perspectieven helpt om dit te doorbreken. Het zorgt ervoor dat rechtvaardigheid op een consistente manier wordt meegenomen in verschillende projecten en beleidsprocessen, en maakt het mogelijk om het gesprek hierover binnen de organisatie én met de stad beter te voeren. Daarnaast vraagt rechtvaardig handelen om ruimte voor reflectie in de dagelijkse praktijk. Dit betekent dat er momenten en werkvormen nodig zijn waarin expliciet de vraag wordt gesteld: handelen we hier rechtvaardig? Ook als dit leidt tot ongemakkelijke inzichten of spanningen tussen belangen.

De uitwerking van de bouwsteen Rechtvaardige Stad binnen de omgevingsvisie kan hieraan bijdragen door het formuleren van duidelijke uitgangspunten, het handelingskader te verankeren en rechtvaardigheid een duidelijke plek te geven in ruimtelijk beleid en de omgevingsmonitor. Tegelijkertijd ligt een deel van de opgave buiten de directe scope van de omgevingsvisie. Met name de verdere ontwikkeling van vaardigheden, zoals het werken met meerdere perspectieven, het omgaan met machtsverschillen en het kritisch bevragen van de eigen rol, is een organisatievraagstuk dat vraagt om bredere aandacht en investering. De omgevingsvisie en deze bouwsteen richten zich primair op het bieden van richting en houvast (kader en reflectie); het daadwerkelijk eigen maken van rechtvaardig handelen in houding en gedrag vraagt om een doorlopende inzet binnen de organisatie.

15

03.

3. Keuzerichtingen Het uitwerken van het leidend principe “de rechtvaardige stad” is gestart vanuit een zorg over ongelijke (ruimtelijke) verdeling in Nijmegen. Maar wie naar rechtvaardigheid kijkt, ziet al snel dat ongelijkheid niet alleen een verdelingsvraagstuk is. Wijken met achterstanden zijn vaak ook wijken waar mensen minder invloed hebben op de besluiten over hun leefomgeving. Het zijn wijken waar mensen zich minder gezien voelen door de gemeente. Distributie, procedure en erkenning zijn daarmee geen losse thema’s. Rechtvaardig handelen vraagt om een benadering alle drie de perspectieven, in verbondenheid.

3.1

Op weg naar een handelingskader

Het handelingskader voor ruimtelijke rechtvaardigheid wordt de komende periode verder ontwikkeld, met als doel de drie perspectieven - distributie, procedure en erkenning - beter toepasbaar te maken in de dagelijkse praktijk van ruimtelijk beleid en projecten. Daarbij is het uitgangspunt dat het geen afvinklijst wordt, maar een gespreksagenda: een hulpmiddel dat helpt om de juiste vragen te stellen en om afwegingen expliciet en transparant te maken. In de uitwerking ligt een eerste keuzerichting in de vorm van het kader. Een mogelijke opzet is een werkwijze in drie stappen. De eerste stap richt zich op het beschrijven van de context: wie worden geraakt door een besluit, om welke groepen of wijken gaat het en wat is de aanleiding? De tweede stap is het voeren van het gesprek aan de hand van de drie perspectieven: wie krijgt wat en wie niet, wie doet mee en op welke manier, en in hoeverre voelen betrokkenen zich gezien en serieus genomen? De derde stap betreft het expliciteren en verantwoorden van keuzes: welke afwegingen zijn gemaakt, welke belangen zijn meegewogen en wat betekent dit voor de drie perspectieven? Tegelijkertijd moet nog worden bepaald hoe dwingend of flexibel deze stappen worden vormgegeven en op welk moment in processen ze worden toegepast. Een tweede keuzerichting gaat over de mate van integratie met bestaande instrumenten en werkwijzen.

Het handelingskader kan als een los instrument worden ontwikkeld, maar ook worden ingebed in bestaande

18

processen, zoals projectstart-ups, participatietrajecten of beleids- en projectafwegingen (zoals een ambitieweb). Daarbij is de vraag hoe het kader aansluit bij wat er al is, zonder extra bureaucratie te creëren, en hoe het daadwerkelijk gebruikt gaat worden in de praktijk.

garanderen van een minimale basiskwaliteit voor iedereen? Gerichte investeringen kunnen een bestuurlijke keuze zijn maar vragen ook om transparante onderbouwing richting de stad. Het te ontwikkelen handelingskader kan hiervoor een taal bieden, het besluit zelf blijft bestuurlijk.

Het handelingskader wordt ontwikkeld als een lerend en meebewegend instrument. In de praktijk zal het worden toegepast, getest en aangescherpt op basis van ervaringen in projecten en beleid. Op die manier groeit het stap voor stap uit tot een hulpmiddel dat niet alleen richting geeft, maar ook daadwerkelijk ondersteunt in het dagelijks handelen. In de verdere uitwerking worden keuzes gemaakt over de vorm, toepassing en borging, zodat het kader goed aansluit bij de praktijk en op een natuurlijke manier onderdeel wordt van bestaande werkprocessen.

Meetbaarheid. Distributie is relatief goed te meten. Procedure en erkenning zijn dat veel minder. Of mensen zich daadwerkelijk gehoord en serieus genomen voelen is moeilijk in cijfers uit te drukken. Werken aan de rechtvaardige stad vraagt daarom niet alleen om kwantitatieve monitoring, maar ook om gesprekken, kwalitatieve inzichten en professionele reflecties, en om de bereidheid om te erkennen dat niet alles kwantificeerbaar is.

3.2

Dilemma’s en kanttekeningen

Bij het werken aan ruimtelijke rechtvaardigheid komt een aantal dilemma’s en kanttekeningen naar voren.

Complexiteit en behapbaarheid. Het werken met de drie perspectieven maakt de complexiteit van opgaven zichtbaar. Dat is waardevol, maar vraagt ook om een handelingskader dat praktisch blijft. Het gevaar van een te uitgebreide benadering is dat het instrument niet gebruikt wordt. Eenvoud is daarom een randvoorwaarde.

Rechtvaardigheid en algemeen belang. Ruimtelijke keuzes worden vaak gemaakt vanuit stedelijke doelen, terwijl de effecten ongelijk kunnen neerslaan bij wijken en haar inwoners. Sommige groepen profiteren meer van ontwikkelingen, terwijl anderen juist meer lasten ervaren. Dit roept de vraag op hoe het algemeen belang zich verhoudt tot de belangen van specifieke wijken of doelgroepen. Rechtvaardigheid vraagt daarom niet alleen om zorgvuldige keuzes, maar ook om transparantie over afwegingen en betere terugkoppeling richting inwoners. Een handelingskader helpt hierbij. Ongelijk investeren. Wie naar de data kijkt, kan tot de conclusie komen dat gelijke uitkomsten soms ongelijke investeringen vragen. Een rechtvaardige stad betekent niet dat elke wijk hetzelfde krijgt. Sommige wijken kennen structurele achterstanden op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en voorzieningen en vragen daarom om extra aandacht of investeringen. Dit roept de vraag op wat een eerlijke verdeling betekent: richten we ons op het verkleinen van verschillen tussen wijken of op het

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

19

04.

4. Vervolg Deze uitwerking van de bouwsteen is een tussenstand. Na vaststelling van de startnotitie worden de volgende stappen gezet: •

•

•

•

22

de tekst in de omgevingsvisie over ruimtelijke rechtvaardigheid wordt aangevuld met de drie perspectieven van rechtvaardigheid; het handelingskader wordt uitgewerkt en getoetst in de praktijk, bijvoorbeeld in relatie tot de intensiveringsstudie en de milieueffectrapportage (MER) de omgevingsvisie wordt in de volgende actualisatieronde langs het leidend principe en het handelingskader gelegd, en er wordt onderzocht hoe de ontwikkeling van ruimtelijke ongelijkheden kan worden gevolgd en inzichtelijk gemaakt met behulp van indicatoren in de op te stellen omgevingsmonitor.

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

23

Bijlagen

Bijlage 1: Verslag data-verkenning Achtergronden en opzet In september 2025 stelde de raad de Omgevingsvisie De Nabije Stad vast met “de rechtvaardige stad” als leidend principe. Als bijdrage aan uitwerking hiervan is naast een literatuur- en stakeholderanalyse ook een data-analyse rond ruimtelijke rechtvaardigheid gewenst. Definitie en werkwijze De interne notitie ‘Uitwerking bouwsteen De Rechtvaardige Stad’ (SO, MO - februari 2026) is kaderstellend voor definitie en scope. Opdrachtgever voor een data-analyse is Isa Corbeek (Procesopgave ‘Uitwerking leidende principe ruimtelijke rechtvaardigheid in omgevingsvisie’).

•

•

intake, theoretisch kader, selectie indicatoren. Daarna verzorgde O&S dataverzameling, analyse en conclusies. We maken gebruik van meetbare, betrouwbare en relevante indicatoren om verschillen in onze stad inzichtelijk te maken, door gegevens over gebieden met elkaar te vergelijken. In overleg met opdrachtgever en begeleidingscommissie schetsen we een beeld van verdeling van lusten en lasten, kansen en toegang tot voorzieningen aan de hand van de invalshoeken leefbaarheid, woningmarkt, brede welvaart, mobiliteit en voorzieningen.

Hoe maken we ruimtelijke rechtvaardigheid meetbaar?

Indicatoren en informatie Onderdeel

Indicator

Informatie

Baten en lasten

Woningmarktontwikkeling

Relatieve waardestijging woningen (index doorsnee WOZ)

Leefbaarheidsrisico’s

Leefbaarometer: modelanalyse multicriteria, landelijk model

Aanwezigheid hinderfactoren bedrijvigheid, mobiliteit

Aanwezigheid hinderfactoren bedrijvigheid, mobiliteit Nabijheid bedrijventerrein, infrastructuur % gehinderden burgerpeiling

Klimaateffecten

Warmteoverlast in de woning: analyse burgerpeiling

Brede welvaart: welzijn-materiële welvaart-gezondheid-veiligheid-natuur & milieu-werk en opleiding-vrije tijd (sport, cultuur)-contact samenleving)

Analyse brede welvaart SWM

Toegang woningmarkt

m2 prijs koopwoningen Slaagkansen sociale huurwoning

Mobiliteitsongelijkheid

Externe data-analyse Mobycon

Nabijheid basisvoorzieningen: gezondheid en welzijn, detailhandel, horeca, kinderopvang, onderwijs, werkgelegenheid, groen, verkeer en vervoer, vrije tijd en cultuur

Nabijheidsstatistiek voorzieningen CBS

Burgertevredenheid buurtvoorzieningen

Analyse burgerpeiling

Kansen

Definitie Centraal staan drie theoretische begrippen, voor de uitwerking van ‘de rechtvaardige stad’ vinden we het eerste begrip het belangrijkst; daar richt de data analyse zich op. 1. Distributie: Wie heeft of krijgt wat? Dit is het perspectief op ruimtelijke verdeling van middelen, kansen en lasten tussen groepen inwoners in de wijken. 2. Procedure: Hoe en met wie wordt beslist? Hoe geven we intern (ruimtelijke) processen vorm en hoe transparant zijn deze. 3. Erkenning: Wie worden er gehoord? Dit gaat over erkennen en bevestigen van verschillende behoeftes en wereldbeelden. Worden verschillende groepen mensen serieus genomen, ook in beleid en uitvoering?

Voorzieningen

Distributieve rechtvaardigheid richt zich op de eerlijke verdeling van lusten, lasten, voorzieningen en kansen binnen een gemeenschap. Voor gemeenten betekent dit bijvoorbeeld aandacht voor gelijke toegang tot woningen, zorg, ruimte en participatie in het openbare leven. Werkwijze en onderzoeksdesign • Om tot een relevante data-analyse van distributieve rechtvaardigheid te komen doorliepen we de volgende stappen samen opdrachtgever/begeleidingscommissie:

26

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

27

Brede welvaart In onze gemeentelijke stadsmonitor staat info over gebiedsverschillen rond de brede welvaartsaspecten gezondheid, welzijn, materiele welvaart, werk en opleiding, vrije tijd (sport, cultuur), contact samenleving, veiligheid, natuur en milieu. Op basis van de Burgerpeiling kunnen we inzicht geven in verschillen tussen wijken als het gaat om brede welvaart, want over alle negen onderscheiden brede welvaart thema’s zijn er in de Burgerpeiling vragen gesteld: • Welzijn (vraag over hoe gelukkig men zich voelt). • Materiële welvaart (vragen over inschatting eigen inkomen en financiële situatie van het huishouden). • Gezondheid (vraag over de ervaren gezondheid). • Werk en opleiding (vraag over of men voor minstens 11 uur per week betaald werk heeft). • Vrije tijd (vragen over sport- en cultuurdeelname). • Wonen (vraag om rapportcijfer voor woonbuurt te geven). • Contact met de samenleving (vragen over sociale cohesie, vrijwilligerswerk en de aanwezigheid in de buurt van plekken om elkaar te kunnen ontmoeten). • Veiligheid (vragen over onveiligheidsbeleving). • Natuur en milieu (vragen over stankoverlast, geluidsoverlast en groenvoorzieningen). Berekend is hoeveel respondenten op minstens vier van die negen thema’s relatief ongunstig scoren. Voor Nijmegen in totaliteit gaat het om 16%. Voor de afzonderlijke wijken varieert het van 0 tot 37%.

Wijken waar brede welvaart lager scoort In 15 wijken scoort een bovengemiddeld percentage van de bewoners (tussen de 21 en 37%) op minstens vier brede welvaart thema’s relatief ongunstig, Hieronder is voor die 15 wijken opgesomd voor welke thema’s ze naar verhouding ongunstig scoren. Dukenburg • Zwanenveld : materiële welvaart, werk en opleiding, cultuurdeelname, oordeel over de woonbuurt, sociale kwaliteit van de buurt, oordeel over de aanwezigheid van plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten, veiligheidsgevoel, stank- en geluidsoverlast. • Meijhorst : welzijn (hoe gelukkig men zich voelt), materiële welvaart, werk en opleiding, sport- en cultuurdeelname, oordeel over de woonbuurt, sociale kwaliteit van de buurt. • Malvert : welzijn (hoe gelukkig men zich voelt), gezondheid (hoe gezond men zich voelt), werk

•

•

•

en opleiding, cultuurdeelname, oordeel over de woonbuurt, sociale kwaliteit van de buurt, veiligheidsgevoel. Tolhuis : werk en opleiding, sport- en cultuurdeelname, oordeel over de woonbuurt, sociale kwaliteit van de buurt. Lankforst : sport- en cultuurdeelname, oordeel over de aanwezigheid van plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten. Aldenhof : materiële welvaart, gezondheid (hoe gezond men zich voelt), werk en opleiding, sport- en cultuurdeelname, sociale kwaliteit van de buurt, oordeel over de aanwezigheid van plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten.

Nijmegen-Oost • Groenewoud : gezondheid (hoe gezond men zich voelt), werk, oordeel over de aanwezigheid van plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten. Een volledige analyse van brede welvaart in Nijmegen en de achterliggende factoren is te vinden als onderdeel van de Stads- en Wijkmonitor.

Nijmegen-Nieuw-West • Neerbosch-Oost : materiële welvaart, werk en opleiding, cultuurdeelname, oordeel over de woonbuurt, sociale kwaliteit van de buurt, oordeel over de aanwezigheid van plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten. • Heseveld : scoort op een aantal punten wat minder gunstig, maar de verschillen met het gemiddelde beeld zijn niet groot. Nijmegen-Zuid • Grootstal : gezondheidsgevoel, oordeel over de woonbuurt, sociale kwaliteit van de buurt. • Hatert : materiële welvaart, werk en opleiding, sporten cultuurdeelname, oordeel over de woonbuurt, veiligheidsgevoel. Nijmegen-Centrum • Stadscentrum : sociale kwaliteit van de buurt, veiligheidsgevoel, geluidsoverlast (op een aantal andere thema’s scoort dezer wijk relatief gunstig: gezondheid, werk en opleiding en sport- en cultuurdeelname; daarbij is er sprake van samenhang met de relatief jonge gemiddelde leeftijd van de bewoners). • Benedenstad : scoort op een aantal punten iets minder gunstig, maar de verschillen met het gemiddelde beeld zijn niet groot. Lindenholt • ’t Acker : opleiding, sport- en cultuurdeelname, oordeel over de woonbuurt, sociale kwaliteit van de buurt, oordeel over groenvoorzieningen. Nijmegen-Midden • Nije Veld : materiële welvaart, sportdeelname, oordeel over de woonbuurt, oordeel over groenvoorzieningen.

Figuur: Percentage bewoners van 16 jaar en ouder dan op minstens vier van de negen brede welvaartsthema’s naar verhouding ongunstig scoort. Bron: SWM 2025.

28

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

29

Leefbaarheid

Basis- en buurtvoorzieningen

Leefbaarheid gaat er om of een gebied aantrekkelijk en geschikt is om te wonen of werken. Bepalend zijn vooral de fysieke omgeving (denk aan bebouwing of groen), de sociale interactie tussen mensen en de veiligheidssituatie (waaronder overlast en vervuiling).

Basisvoorzieningen nabij Naar verhouding is het voorzieningenniveau in grotere steden vaak sterk; deze zijn in principe nabij. Ook in Nijmegen behoort de nabijheid van basisvoorzieningen tot een belangrijke kwaliteit van het woon- en leefklimaat. • Kijken we naar de nabijheid van basisvoorzieningen op het gebied van gezondheid en welzijn, detailhandel, horeca, kinderopvang, onderwijs, werkgelegenheid, groen, verkeer en vervoer, vrije tijd en cultuur (op basis van CBS-nabijheidsstatistieken) dan zijn deze in Nijmeegse wijken op vrijwel altijd op loop- of fietsafstand. • Gemiddeld genomen zijn er geen duidelijke verschillen in de nabijheid van basisvoorzieningen tussen wijken te zien. • Wijken waar het voorzieningenniveau op basis van nabijheid duidelijk bovengemiddeld is zijn Benedenstad, Stadscentrum, Bottendaal, Galgenveld, Hunnerberg (m.u.v. afstand tot treinstation) en Hatertse Hei (m.u.v. afstand tot warenhuis). • Wijken waar de afstanden tot basisvoorzieningen verhoudingsgewijs wat groter zijn: • Kwakkenberg: afstand tot huisartsenpraktijk, apotheek, grote supermarkt, dagelijkse boodschappen, cafetaria, basisschool, treinstation, bibliotheek. • Neerbosch Oost: afstand tot huisartsenpraktijk, warenhuis, café, VO-school, oprit hoofdweg, podiumkunst, bioscoop.

• Goffert: afstand tot huisartsenpraktijk, apotheek, grote supermarkt, dagelijkse boodschappen, warenhuis, café, basisschool, afstand oprit

Nijmegen kent een overwegend aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Er zijn gebiedsverschillen, maar ook in de relatief zwakkere Nijmeegse wijken is het woon- en leefklimaat op een behoorlijk niveau (bron: Stads- en Wijkmonitor 2026). De leefbaarometer is een landelijk instrument dat op een laag gebiedsniveau leefbaarheidsrisico’s laat zien, vanuit allerlei dimensies. In de meest actuele leefbaarometer is te zien dat dat er in negentien van de zevenendertig Nijmeegse woonwijken ruim vijftig grotere en kleinere gebieden met leefbaarheidsrisico’s voorkomen. Op basis van gecombineerde indicatoren zijn deze deelgebieden geel of oranje gemarkeerd.

Deelgebieden met achterstanden leefbaarheid Neerbosch-Oost en Hatert zijn wijken waar volgens dit instrument de leefbaarheid (ruim) onvoldoende kan zijn in bepaalde deelgebieden. Binnen Lindenholt en Dukenburg speelt dit in de wijken ‘t Acker, De Kamp, Tolhuis, Zwanenveld, Meijhorst en Lankforst. Leefbaarometer, uitsnede Nijmegen (geel en oranje markeren gebieden met leefbaarheidsrisico’s), situatie 2024.

• •

Figuur: impressie van analyse van nabijheidsstatistieken CBS.

Bron: leefbaarometer.nl

30

•

hoofdweg, treinstation, zwembad, podiumkunst, bioscoop. Aldenhof: afstand tot VO-school, treinstation, podiumkunst, bioscoop. ’t Broek: afstand tot huisartsenpraktijk, apotheek, café, podiumkunst, bioscoop. Ressen: afstand tot apotheek, grote supermarkt, dagelijkse boodschappen, warenhuis, cafetaria, basisschool, zwembad.

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

31

Burgertevredenheid buurtvoorzieningen verschilt In de tweejaarlijkse burgerpeiling meten we de tevredenheid over buurtvoorzieningen onder Nijmegenaren van 15+ jr.: • parkeergelegenheid; • openbaar vervoer (in de buurt); • winkels voor dagelijkse boodschappen; • voorzieningen voor sporten en bewegen; • voorzieningen voor ontmoeten; • groenvoorzieningen; • speelvoorzieningen voor kinderen.

Groenvoorzieningen (--): Benedenstad, Biezen, wolfskuil, Zwanenveld. Speelvoorzieningen voor kinderen Speelvoorzieningen voor kinderen (++): Hazenkamp, Wolfskuil, Aldenhof, Weezenhof, Oosterhout en Ressen. Speelvoorzieningen voor kinderen (--): Benedenstad, Stadscentrum, Zwanenveld en Malvert.

Uit analyse van de burgerpeiling-uitkomsten 2025 komen de volgende opvallende scores per wijk naar voren: Parkeergelegenheid Parkeergelegenheid (++): Hazenkamp, Hatertse Hei, Grootstal, Heseveld, Neerbosch-Oost. Parkeergelegenheid (--): Stadscentrum, Bottendaal, Altrade, Hengstdal, Zwanenveld, ’t Acker. Openbaar vervoer (in de buurt) Openbaar vervoer in de buurt (++): Groenewoud, Hatertse Hei, Heijendaal. Openbaar vervoer in de buurt (--): Kwakkenberg, Brakkenstein, De Kamp. Winkels voor dagelijkse boodschappen Winkels voor dagelijkse boodschappen (++): Galgenveld, Nije Veld, Hazenkamp, St. Anna, Hatertse Hei, Hees, NeerboschOost, Meijhorst, ’t Broek. Winkels voor dagelijkse boodschappen (--): Kwakkenberg, Groenewoud, Goffert, Weezenhof. Voorzieningen voor sporten en bewegen Voorzieningen voor sporten en bewegen (++): Kwakkenberg, Groenewoud, St. Anna, Heijendaal, Brakkenstein, Oosterhout. Voorzieningen voor sporten en bewegen (--): Hunnerberg, Wolfskuil, Malvert, Weezenhof. Voorzieningen voor ontmoeten Voorzieningen voor ontmoeten (++): Bottendaal, Hazenkamp, Goffert, Brakkenstein. Voorzieningen voor ontmoeten (--): Tolhuis, Zwanenveld, Aldenhof, Weezenhof, Oosterhout, Ressen.

Woningmarktbaten en - lasten Vanuit de invalshoek van de hedonische prijsmethode kijken we hier naar baten en lasten voor huiseigenaren. Naast eigenschappen van de woning zelf zijn het immers ook (publieke investeringen in) de woonomgeving, de buurt, het imago van de wijk, het voorzieningenniveau die bijdragen aan de marktwaarde. Zien we woningmarktkansen en -bedreigingen in een bepaalde ruimtelijke verdeling in Nijmegen? Zijn er deelgebieden in onze stad die profiteren of juist achterblijven op de woningmarkt, en waar de WOZ-waardestijging van woningen duidelijk boven of onder gemiddeld is? We zien de prijsontwikkeling van koopwoningen als een thermometer voor baten en lasten. • Wijken waar in de periode 2017-2025 een duidelijk boven gemiddelde stijging van de doorsnee woningwaarde zichtbaar is zijn (in willekeurige volgorde) Biezen, Wolfskuil, Heseveld, Hatertse Hei, Meijhorst en Ressen. Dit is een aanwijzing dat, naast de aantrekkelijkheid van de woningen, in deze gebieden vooral ook de omgevingskenmerken door de markt heel positief bekeken worden. Het is vanuit deze data analyse niet bekend welke factoren concreet een rol spelen in de genoemde gebieden. • Uit landelijk onderzoek weten we dat omgevingskenmerken als ligging en bereikbaarheid, voorzieningen, kwaliteit van de leefomgeving, veiligheid en toekomstige ontwikkelingen het meest bijdragen aan de woningwaarde.

• Wijken waar we voor de genoemde periode een achterblijvende ontwikkeling zien (beneden gemiddelde stijging van de doorsnee WOZ-waarde) zijn Stadscentrum, Galgenveld, Hunnerberg en Groenewoud. Dit hangt uiteraard samen met woningkenmerken (waaronder de aanwezigheid van onzelfstandige woonruimten van SSH& of verkamerde panden). Maar we kunnen, met enige voorzichtigheid, veronderstellen dat ook omgevingskenmerken hier minder bijdragen of zelfs afbreuk doen aan de totale woningprijs.

Toegang tot de koopmarkt Als maat voor verschillen in toegankelijkheid van de Nijmeegse koopwoningmarkt kijken we naar de gemiddelde m2-prijs per wijk, op basis van de WOZ-waarde 2025. Dit is enerzijds een sterke vereenvoudiging van een complexe werkelijkheid van marktwerking, betaalcapaciteit en kansen van doelgroepen als starters en doorstromers. Anderzijds is het een eenvoudige en krachtige manier om per gebied

Groenvoorzieningen Groenvoorzieningen (++): Hengstdal, Kwakkenberg, Hazenkamp, Goffert, St. Anna, Heijendaal, Brakkenstein, Heseveld, Weezenhof.

32

Woningmarkt

Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026

Bijlage startnotitie | Verkenning De Rechtvaardige Stad

de financiële bereikbaarheid van woningen te tonen, en de meer of minder exclusieve delen van onze woningmarkt objectief in beeld te krijgen. Wijken met een voor Nijmegen hoge woningprijs per m2, die potentieel moeilijk toegankelijk zijn voor veel kopersgroepen liggen vooral in Nijmegen-Oost, -Midden en -Oud-West: • Hunnerberg; • Biezen; • Bottendaal; • Altrade; • Kwakkenberg; • Nije Veld; • Galgenveld; • Heijendaal; • St. Anna. De wijk Stadscentrum kent ook een hoge woningwaarde per m2, maar dit houdt ook verband met de samenstelling van de woningvoorraad: veel kleinere appartementen en bovenwoningen, veel particuliere en zakelijke verhuur. Ook Benedenstad zit hoog door een statistisch effect: bestaat veelal uit kleinere sociale huurappartementen. Wijken met een voor Nijmegen lage woningprijs per m2 zijn, die potentieel meer toegankelijk zijn voor veel kopersgroepen liggen vooral in Dukenburg en Lindenholt, en ook in Nijmegen-Noord: • Neerbosch-Oost • Oosterhout • Tolhuis • Zwanenveld • Meijhorst • De Kamp • ‘t Broek • ‘t Acker • Malvert • Lankforst • Weezenhof • Aldenhof

Toegang tot de huurmarkt Als maat voor de toegankelijkheid van de Nijmeegse woningmarkt kijken we naar de slaagkansen voor een huurwoning. Landelijk onderzoek naar woonruimteverdeling laat zien dat wachttijden niet alleen per regio en gemeente maar ook per wijk sterk uiteenlopen (Rigo 2016, i.o.v. Ministerie van BZK, DGBW, Directie Woningmarkt). Binnen steden verschillen wachttijden aantoonbaar per wijk. • Specifiek voor Nijmegen: in inmiddels gedateerd onderzoek (2005) naar segregatie

33

•

en woonruimteverdeling is beschreven dat woningzoekenden die uiteindelijk in “witte” (relatief kansrijke) wijken terechtkomen gemiddeld een veel langere meettijd nodig hadden dan in concentratiewijken; dit impliceert langere wachttijden voor sommige wijken binnen de stad. Op basis van gegevens van Enserve/Entree is op stadsniveau een analyse mogelijk. We beschikken niet over uitsplitsingen naar wijk of stadsdeel.

Uit de Stads- en Wijkmonitor 2026: De slaagkans is een maat voor toegang tot woningen op de sociale huurmarkt. Een lage slaagkans betekent dat er veel woningzoekenden zijn ten opzichte van het aantal beschikbare huurwoningen. De huurmarkt blijft volgens de gegevens van Enserve/Entree onverminderd krap in de gemeente Nijmegen, maar er is wel enige kentering zichtbaar: • In Nijmegen verhuren woningcorporaties per jaar zo’n 1.700-2.200 vrijkomende woningen aan nieuwe bewoners. • Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan • Wie reageert op een woning had in 2025 een kans van 3,1% op succes. Dat is ongeveer 1 toewijzing op 32 (actief) woningzoekenden op de wachtlijst. Voor starters liggen de slaagkansen het laagst (2,8% in 2025), doorstromers hebben met 3,8% wat meer succes bij hun reacties op huurwoningen. • De totale slaagkans loopt de laatste 10 jaar duidelijk terug. In 2014 bedroeg de gemiddelde slaagkans op sociale huurwoningen nog 12%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=93fb5614-985e-4254-b489-b93ac6c3c796