Bijlage 1 Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) Bijlagen bij de toelichting Hoofdrapport MER
Tekst van het document
Voor de grondwaterkwaliteit is er een lichte kans op verbetering als bij de realisatie verontreinigingen moeten worden opgeruimd. Het aspect grondwater/drinkwater (kwaliteit) wordt dan ook voor de voorkeursvariant “licht positief effect (0/+)” beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie omdat in de referentiesituatie geen aanleiding is om eventuele bodemverontreiniging te gaan saneren. De afwatering zal blijvend plaatsvinden op het oppervlaktewater, waardoor afstemming met Rijkswaterstaat nodig is. Dit is ook voor de voorkeursvariant niet onderscheidend en als “geen effect/neutraal (0)” te beoordelen ten opzichte van de referentiesituatie en de situatie 2015. Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie Voor archeologisch waarde en cultuurhistorische elementen is de voorkeursvariant van beoogde ontwikkeling beoordeeld met de classificatie “negatief effect (-)”. Dit is een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie en gelijkblijvend ten opzichte van de situatie 2015. Voor alsnog is er echter geen sprake van een wezenlijke verandering. Het is niet ondenkbaar dat de toekomstige bebouwing boven de boomgrens uit zal komen. Zowel langs de wegen als aan de westzijde van het plangebied Waal Energie. De groenstrook aan de westzijde van plangebied Waal Energie is al aanwezig en blijft behouden, waardoor het zicht op de bedrijven voor een belangrijk deel wegneemt.
Kijkend naar de referentiesituatie zal de toevoeging van de beoogde energiecentrale en andere nieuwbouw een beperkte verslechtering betekenen, omdat het wat afbreuk doet aan het duurzame karakter. Daarom wordt de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling op landschappelijk kenmerken/skyline ten opzichte van de referentiesituatie beoordeeld als “negatief effect (-)”. Ten opzichte van de situatie 2015 is de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling wel een verbetering omdat in 2015 de imposante kolen en biomassa gestookte energiecentrale met een hoogte van 85 meter en een schoorsteen van 150 meter prominent in het plangebied aanwezig waren. Ten behoeve van recreatief medegebruik is het mogelijk dat het terrein (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk wordt. De uitgangspunten van de gebiedsvisie ten aanzien van dit milieuaspect voor de een groene uitstraling en nieuwe routes en verblijfsplekken zijn vertaald naar een stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteitsplan dat na vaststellen als formeel toetsingskader voor de beoogde ontwikkeling zal worden gehanteerd.
De voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling wordt voor het criteria recreatief medegebruik in beoordeeld met de classificatie “zeer positief effect (++)” en is daarmee een verbetering ten opzichte van zowel de referentiesituatie en de situatie 2015 waarin het plangebied Waal Energie afgesloten is en blijft voor publiek. Gezondheid Uit de beschouwing kan worden geconcludeerd dat de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling ten opzichte van de referentiesituatie op het criterium lichthinder dezelfde classificatie krijgt en daarmee dus niet beter of slechter scoort dan de referentiesituatie. Het criterium geluid krijgt in de voorkeursvariant van beoogde ontwikkeling en lagere score dan de referentiesituatie. Deze minimale verslechtering is toe te schrijven aan het feit dat in de referentiesituatie alleen de containerterminal en de windturbines als geluidsbronnen kunnen worden gezien. In de beoogde ontwikkeling worden daar nieuwe activiteiten aan toegevoegd. De verplichte reservering voor grootschalige energieopwekking in de
03-04-2023
pagina 19 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW is in de beoogde ontwikkeling als maatgevende bron te beschouwen. Voor het criterium aandeel groen en leefbaarheid is de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling als verbetering ten opzichte van de referentiesituatie te zien. Dit is toe te schrijven aan het openstellen van het plangebied Waal Energie, de nieuwe ruimtelijke inpassing van het plangebied Waal Energie in de omgeving met onder andere het aanbrengen van nieuwe groen voorzieningen en het opnemen van beeldkwaliteitseisen. In de referentiesituatie zou het terrein welstand en beeldkwaliteitsvrij blijven en voor een belangrijk deel verhard. Ten opzichte van de situatie 2015, waarbij in het plangebied Waal Energie het terrein dat ziet op Centrale Gelderland met de kolen en biomassa gestookte energiecentrale een prominente rol speelt heeft de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling op de criteria lichthinder en veiligheidsbeleving dezelfde classificatie gekregen en is daarmee dus niet beter of slechter dan de situatie 2015. Voor de criteria geluid, aandeel groen en leefbaarheid is de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling als verbetering ten opzichte van de situatie 2015 te beschouwen.
Dit is toe te schrijven aan het openstellen van het plangebied Waal Energie, de nieuwe ruimtelijke inpassing van het plangebied Waal Energie in de omgeving met onder andere het aanbrengen van nieuwe groen voorzieningen en het opnemen van beeldkwaliteitseisen. In de situatie 2015 is het plangebied Waal Energie welstands- en beeldkwaliteitsvrij en is de kolen en biomassa gestookte energiecentrale bepalend geweest voor de effect beoordeling in de situatie 2015. Duurzaamheid en circulariteit Door het verkleinen van het oppervlakte voor de verplichte reservering voor grootschalige energie opwekking in het plangebied Waal Energie ontstaan er mogelijkheden om in het plangebied Waal Energie ook andere ontwikkeling mogelijk te maken die een bijdrage kunnen leveren aan duurzaamheid en circulariteit. Denk hierbij aan de activiteiten aquathermie, elektrificatie scheepvaart, elektrificatie/waterstof voor wegtransport, het plaatsen van batterijen voor energieopslag. De beoogde energiecentrale zal tijdens de transitie periode nodig zijn voor leveren van regelbaar vermogen. Door toepassing van de meest efficiënte CO2 lage technologie, op dit moment een zogenaamde H klasse STEG met 63% netto rendement, op het momenten dat groene en CO2 vrije gassen zoals waterstof nog niet voldoende beschikbaar zijn en is aantoonbaar het beste alternatief voor grootschalige energieopwekking.
De beoogde energiecentrale zal worden aangesloten op het Nederlandse hoofdtransportnetwerk waterstof. De beoogde energiecentrale zal daarom ook vanaf start bouw geschikt zijn voor het verbranden van alle gassen (of mengsels daarvan) die via dit waterstof transportnetwerk worden aangeboden. Voor de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling is het milieucriterium bijdrage energietransitie beoordeeld met de classificatie “zeer positief effect (++)”. Dit is een zeer positieve verbetering ten opzichte van de referentiesituatie waarin de bijdrage beperkt is tot enkel de opwek van zon en wind energie op een deel van het plangebied Waal Energie en een zeer groot verschil met de situatie 2015 waarin nog een kolen en biomassa gestookte energiecentrale operationeel was. Het milieucriterium bijdrage aan circulaire stad is voor de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling beoordeeld met een classificatie “zeer positief effect (++)”. Het positieve effect is vooral te herleiden naar het hergebruiken van bestaande infrastructuur (koelwaterleidingen, -kelders, transformatoren en leidingen naar naast gelegen hoogspanningsstation) van de geamoveerde kolen en biomassa gestookte energiecentrale welke is gesloopt ten behoeve van de beoogde ontwikkeling en die in de referentiesituatie niet worden gebruikt.
Op het milieucriterium veiligheid voor overstromingen is de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling gelijk aan de referentiesituatie en de situatie 2015 en beoordeeld met de classificatie “geen effect/neutraal (0)”. Deze beoordeling is ingegeven op het feit dat de kans op overstroming van het plangebied Waal Energie heel klein is terwijl het buitendijks is gelegen, waardoor er weinig aanvullende beschermingsmaatregelen zijn te nemen, voor zover deze daadwerkelijk nodig zouden zijn. Bij de realisatie van nieuwe gebouwen wordt wel aangeraden toekomstbestendig te bouwen en rekening te houden met mogelijke toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van het klimaat.
03-04-2023
pagina 20 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Bouw- en aanlegfase De bouw- en aanlegfase van de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie heeft enkel effect op het aspect verkeer omdat het bouwverkeer via de Latenstein- Hollandiaweg het plangebied zal bereiken. Hoewel de verkeersintensiteiten daar geen aanleiding toe geven, kan het tijdens de bouw- en aanlegfase wel nuttig zijn om fietsers niet via de Latensteinweg te laten rijden vanwege mogelijke conflicten met bouwverkeer. Omdat dit goed regelbaar is worden hiervan geen effecten voorzien. De effecten van de bouw- en aanlegfase op het milieuaspect geluid zal net als de exploitatiefase moeten passen binnen de geluidsruimte die voor het plangebied is gereserveerd in het geluidgezoneerd industrieterrein “TPN-West”. De effecten van de bouw- en aanlegfase op de stikstof depositie als onderdeel van het aspect natuur is eveneens te verwaarlozen. Omdat de emissies tijdens de bouw- en aanlegfase vele malen minder zijn dan in de exploitatiefase. En omdat voor de exploitatiefase een Wnb vergunning wordt afgegeven kan ook hiervoor de conclusie getrokken worden dat er vanuit de bouw- en aanlegfase geen negatief effect op de omgeving is te verwachten. Advies voor borging bestemmingsplan Voor de borging van de lage impact van de voorkeursvariant wordt geadviseerd de onderstaande adviezen en overwegingen over te nemen in de uitwerking van het bestemmingsplan.
Voor het milieuaspect geluid Overwogen kan worden om een geluidreserve op te bouwen bij de uitgifte van kavels en de opgebouwde reserve slechts toe te kennen aan bedrijven die passen binnen de ambities van het plangebied en waarbij er dan vanuit wordt gegaan dat alle bedrijven die zich vestigen voldoen aan de doelstellingen en ambities van het terrein. Voor milieuaspect externe veiligheid Om een veiligheidscontour op de grens van het plangebied Waal Energie te leggen. Als gevolg daarvan dienen alle geplande (beperkt) kwetsbare objecten en risicovolle activiteiten een functionele binding met elkaar hebben. Overal binnen het plangebied Waal Energie is dan ruimte voor de ontwikkeling van risicovolle activiteiten, mits de PR10-6 per jaar van deze activiteiten niet buiten de veiligheidscontour ligt. Een veiligheidscontour is in feite een soort maximale PR10-6 voor alle daar binnen liggende Bevi-inrichtingen. Onder de Omgevingswet bestaat een vergelijkbaar instrument het zogenoemde veiligheidsrisicogebied. Geadviseerd wordt dan ook in het bestemmingsplan de functionele binding te borgen door op te nemen dat een beheersorganisatie dient te worden opgezet die toeziet op de samenhang en binding tussen de beoogde ontwikkelingen in het plangebied Waal Energie.
Voor milieuaspect geur Voor het milieuaspect geur wordt geadviseerd om in het bestemmingsplan op te nemen dat de geurbelastende activiteiten biovergisting en biomassa verbranding binnen plangebied Waal Energie worden uitgesloten. Tevens het advies om voor geur een normering in bestemmingsplan op te nemen op basis van milieuzonering nieuwe stijl en voor cumulatie van geuremissies te toetsten aan lokaal of provinciaal geurbeleid. Voor het aspect landschap, cultuurhistorie en archeologie en het aspect gezondheid Geadviseerd wordt om het bijgevoegde “stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteitsplan” vast te stellen waardoor een formeel document ontstaat waaraan de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie ten aanzien van ruimtelijke inrichting en beeldkwaliteit dient te voldoen. Voor het aspect duurzaamheid, circulariteit en klimaat Geadviseerd wordt om regels in het bestemmingplan op te nemen die expliciet maken dat het doel van de activiteiten in het plangebied Waal Energie is om een bijdrage te leveren aan de energietransitie en circulariteit. Dit kan door in het bestemmingsplan op te nemen dat een beheersorganisatie dient te worden opgezet die primair zorgt voor een beoordeling in hoeverre bedrijven bijdragen aan duurzaamheid, circulariteit en klimaat.
03-04-2023
pagina 21 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Leemten in kennis Bij de beschrijving van leemten in kennis en informatie wordt onderscheid gemaakt in de voorgenomen activiteit en in diverse relevante milieuaspecten. Relevante leemten in kennis zijn: • Het verkeersonderzoek is gebaseerd op verkeersmodellen waarin altijd een zekere mate van onzekerheid zit. Ondanks dat sprake is van beperkt negatieve effecten, kan monitoring van de verkeersontwikkeling mogelijk zinvol zijn om eventuele ontwikkelingen in de gaten te houden. • Voor een aantal thema’s, waaronder luchtkwaliteit en geluid, is gebruik gemaakt van modellering. Modelberekeningen kennen een zekere mate van onnauwkeurigheid. Zeker in het geval modellen een waarde weergeven die rond een grenswaarde ligt, is een interpretatie van de gegevens van belang. Deze interpretatie is op basis van expert judgement. • In de beoordeling van ecologie is uitgegaan van onderzoek uit 2014-2015 en de ontheffing uit 2016. Uitgangspunt is dat getroffen maatregelen uit het verleden (nog steeds) effectief zijn. Er is echter een kans dat dit niet het geval is. In de vervolgfase (ten behoeve van vergunningprocedures) is mogelijk nader onderzoek nodig om leemten in kennis hierover weg te nemen. • Voor het aspect externe veiligheid is een aantal aannames gedaan die voor toekomstige ontwikkelingen relevant kunnen zijn.
03-04-2023
pagina 22 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
1
Inleiding
1.1 Aanleiding ENGIE Energie Nederland N.V. (hierna te noemen: ENGIE) is eigenaar van het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van de containerterminal en het terrein van Centrale Gelderland. Het plangebied Waal Energie is al sinds 1936 in gebruik voor grootschalige elektriciteitsproductie. In 2013 is het Nederlandse energieakkoord voor duurzame groei opgesteld. In dat kader heeft ENGIE eind 2015 besloten om de laatste nog aanwezige kolen en biomassa gestookte energiecentrale te sluiten. Met het uit bedrijf nemen en de sloop van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale wil ENGIE het plangebied Waal Energie vrijmaken om een bijdrage te leveren aan de grote maatschappelijke opgave: de energietransitie. Daarmee komt het terrein in 2023 vrij voor nieuwe ontwikkelingen. In deze opgave wil ENGIE voortbouwen op de bestaansgeschiedenis van plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland, door het toekomstbestendig en flexibel te bestemmen. Daarmee worden in het plangebied Waal Energie ontwikkelingen mogelijk gemaakt om het energielandschap te vernieuwen. Dat doet ze door de juiste condities en voorwaarden te scheppen voor ‘groene, duurzame en circulaire’ activiteiten en bedrijvigheid.
Het plangebied Waal Energie biedt qua ligging en bereikbaarheid goede kansen om in te zetten op een breed scala aan functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag- en distributie. Daarnaast biedt het kans voor research en development-functies binnen de ontwikkeling en levering van energiediensten en onderzoek en innovatie. Voor de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie dat zie top het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland hebben ENGIE en de gemeente Nijmegen gedeelde ambities. Deze zijn beschreven in de gebiedsvisie Waal Energie. De gebiedsvisie vormt de aanleiding voor voorliggend Milieueffectrapport (MER).
1.2 Een MER bij beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie Omdat het planvoornemen niet past binnen het vigerende bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens 2014, is er de noodzaak om voor het projectgebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen waarin de toekomstige ontwikkelingen op het terrein geregeld worden. In 2018 hebben ENGIE en de gemeente Nijmegen afspraken gemaakt over de planologische procedure die de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie mogelijk moet maken. Er is besloten om een milieueffectrapport op te stellen, gelijktijdig met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie. In het plangebied Waal Energie is ruimte voorzien voor een energiehart met campus en stadsdistributie, de uitbreiding van de containerterminal en watergebonden of waterverbonden bedrijvigheid en industrie. Het plangebied Waal Energie is aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige opwekking van elektriciteit (ten minste 500 MW of meer), opgenomen in artikel 2.8.2 lid d Barro 5. Het vigerende bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens heeft hier reeds in voorzien en het nieuwe bestemmingsplan zal hier ook in moeten blijven voorzien 6.
Door ENGIE en de partnerpartijen is het energiehart van het plangebied Waal Energie aangewezen om invulling te geven aan de aanwijzing voor de reservering voor grootschalige energieopwekking van tenminste 500 MW zoals die in het Barro is opgenomen. Er zijn nog maar weinig plaatsen in Nederland waar in de toekomst nog de juiste infrastructuur aanwezig is voor grootschalige opwek van elektriciteit. Het plangebied Waal Energie kan daarom (op termijn) een substantiële bijdrage aan de (duurzame) energie opgave voor de regio blijven leveren. De energietransitie valt moeilijk te voorspellen qua verloop, maar één ding is duidelijk; leveringszekerheid en betaalbaarheid van elektriciteit zullen altijd Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken 6 Brief betreffende Hoofdlijnen programma Energiehoofdstructuur, kenmerk DGKE/22526383, van 23 december 2022, aan de Tweede Kamer, van de Minister voor Klimaat en Energie R.A.A. Jetten mede namens Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening H.M. de Jonge. 5
03-04-2023
pagina 23 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
prioriteit houden. En dit staat op gespannen voet met een snel toenemend aandeel van intermitterende duurzame bronnen als wind en zon in het net, alsook een snel toenemende elektrificatie van onze maatschappij. Om invulling te geven aan de door het Barro opgelegde verplichting om een ruimtelijke reservering voor grootschalige elektriciteit opwekking (ten minste 500 MW of meer) in het bestemmingsplan op te nemen, is hiervoor in het energiehart van het plangebied Waal Energie ruimte gereserveerd. Aan de hand van de Gebiedsvisie Waal Energie voor het plangebied Waal Energie, is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD, 2019) opgesteld in voorbereiding op de m.e.r.-procedure. Het MER is noodzakelijk omdat het bestemmingsplan een kader schept voor de toekomstige ontwikkeling van een installatie voor de grootschalige opwekking van elektriciteit. In de NRD is per maatgevend thema voor het milieueffectrapport (MER 7) een beschrijving gegeven van de mogelijke ontwikkeling varianten voor het plangebied Waal Energie en is aangegeven welke (milieu)aspecten daarbij relevant zijn. Gedurende de procedure en overgangsfase van NRD naar MER ontstond er op nationaal niveau, maatschappelijk en politiek, een discussie over de stikstofaanpak in het Nederlands ruimtelijke ontwikkelingsprogramma.
Er is sindsdien onderzoek gedaan naar de manier waarop stikstofdepositie als een van de deelonderzoeken in de ontwikkeling van Waal Energie kan worden ingepast. In hoofdstuk 3 van dit MER wordt nader ingegaan op de rol die het onderzoek naar stikstofdepositie heeft gespeeld bij de totstandkoming van de inrichting van het plangebied Waal Energie.
1.3 Opbouw van het MER Het MER omvat alle milieuonderzoeken die in het kader van de m.e.r. zijn uitgevoerd, alsmede een beschrijving van het voornemen en het wettelijk kader. Het MER bestaat uit de volgende onderdelen: Samenvatting De samenvatting van het MER beschrijft de alternatieven en een vergelijking van de belangrijkste milieueffecten van de varianten. De samenvatting is zelfstandig leesbaar en biedt een duidelijk en beknopt overzicht voor belangstellenden. Milieueffectrapport Deel 1: Hoofdrapport Het eerste deel van het MER is het hoofdrapport (voorliggend rapport). Dit geeft een overzicht van het project, de kenmerken van het plan- en studiegebied en een samenvatting van de beschreven effecten. Niet alleen de werkwijze, maar ook de belangrijkste uitgangspunten en resultaten van de effectbeschrijving zijn in dit document beschreven. Milieueffectrapport Deel 2: Onderzoeksrapport In het tweede deel van het MER worden beleid, wet- en regelgeving en de onderzoeken naar de verschillende milieueffecten in detail beschreven en beoordeeld. Het onderzoeksrapport bevat een uitgebreide beschrijving van alle onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de m.e.r.. Bijlagen Bij het MER is een aantal bijlagen gevoegd. Het gaat hier om aanvullende informatie ten behoeve van de milieuonderzoeken.
Dit betreft in elk geval een bureau onderzoek Archeologische verwachtingswaarden, een geluidsonderzoek en stikstofdepositieberekeningen en een onderbouwing van laagimpactvariant NOx en CO2.
7
m.e.r. = de milieueffectrapportage: de procedure MER = het milieueffectrapport: het product wat ontstaat tijdens de procedure
03-04-2023
pagina 24 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de beoogde ontwikkeling, evenals de locatiekeuze en het plangebied Waal Energie. Ook wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de referentiesituatie en de situatie. In hoofdstuk 3 worden de varianten toegelicht die in dit MER worden onderzocht. Er wordt beschreven hoe tot de basisvariant is gekomen en de wijze waarop tot een voorkeursvariant wordt gekomen. In hoofdstuk 4 wordt het beoordelingskader bij de onderzochte varianten beschreven. Daarna wordt in hoofdstuk 5 een toelichting gegeven bij de belangrijkste effecten uit de milieuonderzoeken die in MER Deel 2 bij dit hoofdrapport zijn opgenomen. De voorkeursvariant wordt onderbouwd naar aanleiding van de resultaten van de milieuonderzoeken die ten behoeve van dit MER zijn uitgevoerd. Hoofdstuk 6 bestaat uit een conclusie en een doorkijk bij dit MER.
03-04-2023
pagina 25 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
2
Uitgangspunten
2.1 Plan- en studiegebied Het plangebied Waal Energie is gelegen in de oksel van de Waal en het Maas-Waalkanaal, onderdeel van het ‘Havenen industrieterrein “TPN-West” van de gemeente Nijmegen. Het plangebied Waal Energie maakt onderdeel uit van het Industrie- en havengebied, gelegen op het TPN-West industriegebied. Dit is het grootste industrieterrein van Nijmegen, waarvan Waal Energie de noordelijke kop vormt. Het plangebied Waal Energie biedt onder andere plaats aan bedrijven uit de hogere milieucategorieën. Het plangebied Waal Energie ziet op de containerterminal en het terrein van Centrale Gelderland. Ook de haven in eigendom van ENGIE is onderdeel van het plangebied Waal Energie. Ten oosten van het plangebied Waal Energie ligt het Nyma-terrein, dit is een evenementenlocatie met industrieel karakter. Daarnaast is het een broedplaats voor cultuur en creatieve industrie. Door de “nieuwe” brug De Oversteek wordt de overgang tussen industrie en het woongebied Waalfront gescheiden. Ten zuidoosten van het plangebied ligt het plandeel Mercuriuspark van Industrieterrein “TPN-West”. Op dit gedeelte bevinden zich nog enkele nietontwikkelde kavels. Aan de westkant van het plangebied Waal Energie, aan de overkant van het Maas-Waalkanaal, liggen de dorpen Weurt en Beuningen en uiterwaarden (Natura 2000-gebied).
Aan de noordkant grenst het plangebied Waal Energie aan de Waal met aan de overkant de uiterwaarden (eveneens Natura 2000-gebied) en woningbouwgebied De Waalsprong. Het plangebied Waal Energie zelf bestaat uit meerdere grotere en kleinere gebouwen, met installaties ten behoeve van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale. Op dit moment (2021-2023) wordt de kolen en biomassa gestookte energiecentrale en de bijbehorende gebouwen en installaties geamoveerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling om daarmee een bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappelijke opgave aangaande de energietransitie. Binnen het plangebied Waal Energie zijn ook de twee windturbines, een zonnepark en een containerterminal aanwezig. Het plangebied Waal Energie is gelegen rondom de private insteekhaven. De indeling van het terrein is in de afgelopen decennia een aantal maal uitgebreid of gewijzigd, inspelend op veranderende inzichten en ontwikkelingen op het vlak van elektriciteitsopwekking. De windturbines, het zonnepark en containerterminal blijven binnen de beoogde ontwikkeling mogelijk en blijven daarmee onderdeel van het plangebied Waal Energie. Het zonnepark, de windturbines en containerterminal opereren onder haar huidige vergunningen en de activiteiten worden niet gewijzigd. Hiermee wordt in het MER rekening gehouden. Ondergronds ligt een structuur van constructies, kabels en leidingen.
Momenteel wordt onderzocht welke delen hiervan moeten worden gesloopt en welke delen moeten worden gehandhaafd voor toekomstig hergebruik. Na de sloop zullen de insteekhaven, bijbehorende kades en enkele hoofdwegen van Waal Energie blijven bestaan en onderdeel blijven van het plangebied Waal Energie. Voor wat dat betreft ligt een deel van de invulling van het terrein dus al vast. Het gebied gaat in de toekomst ruimte bieden voor vestiging van zowel regionale als bovenregionale bedrijvigheid met een accent op opwekking van (duurzame) energie en haven gerelateerde en logistieke bedrijvigheid.
03-04-2023
pagina 26 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Figuur 2.1: plangebied Waal Energie
Het plangebied Waal Energie is en blijft aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking Nijmegen, opgenomen in artikel 2.8.2 lid d Barro 8, 9. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een dergelijke vestigingsplaats dient grootschalige elektriciteitsopwekking ter plaatse toe te staan, en dient daartoe voldoende fysieke ruimte beschikbaar te stellen en dient te voorkomen dat het bestemmingsplan hoogtebeperkingen bevat voor installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Het vigerende bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens heeft reeds hierin voorzien en het nieuwe bestemmingsplan dient hier wederom in te voorzien. Het plangebied Waal Energie is niet geschikt voor realisatie van woonfuncties of recreatieve functies als hoofdfuncties. Het is een buitendijks gebied, waar woningbouw niet is toegestaan en daarnaast verhouden deze functies zich niet met de grootschalige opwekking, het opwekken van energie middels zon- en windenergie, industrie en logistieke en watergebonden of -verbonden bedrijvigheid. Nadere info over het plangebied Waal Energie aangaande de windturbines, de sloop van de centrale en de gebiedsvisie zijn te vinden op www.centralegelderland.nl.
2.2 Eigendomssituatie plangebied Waal Energie Op onderstaande figuur is te zien hoe de huidige eigendomssituatie op en de aangrenzende percelen van het plangebied Waal Energie is. Het grootste vlak (rood) is het terrein van ENGIE Energie Nederland N.V. Binnen dit terrein is ook de containerterminal gelokaliseerd en ook de haven valt binnen deze grens. Daarnaast zijn er nog zes andere eigendommen gevestigd, die buiten het plangebied Waal Energie vallen. Het plangebied Waal Energie grenst aan de noord- en westkant aan terrein dat eigendom is van Rijkswaterstaat. In het zuiden en langs de oostkant van het plangebied Waal Energie ligt de primaire waterkering van Waterschap Rivierenland.
Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken 9 Brief betreffende Hoofdlijnen programma Energiehoofdstructuur, kenmerk DGKE/22526383, van 23 december 2022, aan de Tweede Kamer, van de Minister voor Klimaat en Energie R.A.A. Jetten mede namens Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening H.M. de Jonge. 8
03-04-2023
pagina 27 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Figuur 2.2: Eigendomssituatie plangebied Waal Energie en omgeving
Duurzame energiebronnen Binnen het plangebied Waal Energie bevinden zich zonnepanelen en windturbines. Het bestaande zonnepark is ongeveer 3 ha groot en ligt aan de oostkant van het terrein. Het zonnepark bestaat uit circa 8.000 zonnepanelen. De panelen worden - op termijn en indien mogelijk - verplaatst naar daken en gevels van nieuwe gebouwen op het terrein. Alle nieuwe gebouwen in het plangebied Waal Energie krijgen zonnepanelen. De twee turbines zijn in 2021 geplaatst op het noordelijke deel van het plangebied Waal Energie nabij de containerterminal. De verwachting is dat de windturbines ongeveer 5.000 huishoudens van groene stroom kunnen voorzien.
2.3 Gebiedsvisie Waal Energie ENGIE, gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland hebben in het verlengde van het plan ‘De Groene Delta’ uit 2014 een gebiedsvisie opgesteld voor het plangebied Waal Energie onder de naam Gebiedsvisie Waal Energie. Het plangebied Waal Energie ligt aan de westkant van Nijmegen en dicht bij het dorp Weurt in de gemeente Beuningen. Omdat ontwikkelingen in het plangebied Waal Energie invloed kunnen hebben op de leefomgeving, is bij het opstellen van de visie daarom ook de gemeente Beuningen betrokken. Vanuit de context van het plangebied Waal Energie zijn voor de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie de volgende ambities geformuleerd: • Het plangebied Waal Energie draagt bij aan de energietransitie, zowel in concrete opwekking als ook door innovatie, educatie en voorbeeldfuncties in het plangebied Waal Energie. • Het gebied blijft onderdeel van het geluidgezoneerde industrieterrein “TPN-West”. Hier is industriële bedrijvigheid mogelijk tot maximaal cat. 5.2 met inachtneming van de bestaande kaders zoals de huidige geluidszone en het externe veiligheidsbeleid. • Gelet op de unieke ligging van het plangebied Waal Energie aan het water en de aanwezigheid van de containerterminal is de watergebonden bedrijvigheid een passende functie voor het plangebied Waal Energie.
• De ambitie is om het plangebied Waal Energie meer te openen zodat er een connectie ontstaat met Weurt, Nijmegen en de directe omgeving. • Het plangebied Waal Energie ontwikkelt zich als vitaal werkgebied. Daarmee kan invulling worden gegeven aan de regionale ambitie om de 4e economische regio van Nederland te worden. • Het plangebied Waal Energie wordt in nauwe en continue afstemming met de omgeving ontwikkeld.
03-04-2023
pagina 28 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Figuur 2.3: visiekaart Gebiedsvisie Waal Energie
Het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van de containerterminal en de Centrale Gelderland is al decennialang afgesloten voor de omwonenden. De beoogde ontwikkeling biedt de mogelijkheid om het terrein deels openbaar toegankelijk te maken met een groene, parkachtige uitstraling. De beschreven ambities laten zich vertalen in: • Procesvoorwaarden, namelijk continue afstemming; • Randvoorwaarden, namelijk blijvend onderdeel van geluidgezoneerd bedrijventerrein en ontwikkeling als vitaal werkgebied; • Ambitie voor bedrijvigheid: bijdrage in energietransitie en watergebonden bedrijvigheid. Vooral de manier waarop ambities voor bedrijvigheid worden ingevuld, bepaalt de milieu-impact van het gebied op de omgeving. Deze ambities komen in dit MER aan de orde en worden onderstaand een stap verder uitgewerkt.
2.3.1 Bijdrage aan de energietransitie Als bijdrage aan de energietransitie geldt dat binnen het plangebied Waal Energie onder meer plaats is voor: • opwek en opslag van duurzame energie, middels bijvoorbeeld batterijen en waterstof; • vergroening van het transport over weg en water; • het verduurzamen van de binnenstedelijke logistiek, zoals thans gebeurt met de Emmerik; • het leveren van warmte uit aquathermie en misschien later ook geothermie (nu nog niet mogelijk gemaakt). De reservering voor grootschalige energie opwekking voor een energiecentrale met een minimaal vermogen van 500 MW dient binnen het plangebied Waal Energie behouden te blijven. Doel daarbij is om hiervoor de juiste randvoorwaarde te scheppen waarmee ook met deze energiecentrale een bijdrage kan worden geleverd aan de energietransitie. Door de voor deze regio unieke aanwezige infrastructuur biedt het plangebied Waal Energie de mogelijkheid om een significante rol te spelen binnen de energietransitie van de regio (circa 10% van de verwachte regionale energievraag in 2045). Zie ook figuur 2.4.
03-04-2023
pagina 29 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Figuur 2.4: kwalitatieve ontwikkeling energievormen en technologieën (bron Gebiedsvisie Waal Energie, 2019)
Voor de realisatie van grote opwekcapaciteit, zoals ook opgenomen in het Barro (ten minste 500 MW), ligt het voor de hand om aan te nemen dat deze op gas zal zijn gebaseerd. Op dit moment is aardgas nog erg belangrijk in Nederland. We gebruiken tussen de 35 en 40 miljard kubieke meter gas per jaar, niet alleen voor verwarming en warm water, maar ook in de industrie en elektriciteitscentrales. Energie in de vorm van gassen blijft een belangrijke rol spelen. Het streven is om uiteindelijk zonder aardgas te kunnen, maar de alternatieven voor een grootschalige toepassing zoals waterstof zijn er nog niet. De verwachting is dat in 2050 ongeveer de helft van onze energievraag met stroom te beantwoorden is. Voor de andere helft blijven gassen, zoals aardgas, groen gas en waterstof nodig. Daarbij gaat het er om dat we niet per se van het gebruik van gas af komen, maar dat we de uitstoot van CO2 bij de verbranding van het gas voorkomen. Op dit moment weten we dus nog niet hoe we de energievoorziening op een volledig duurzame manier in kunnen vullen. De snelheid van het verduurzamen van het Nederlandse energiesysteem hangt sterk af van de stappen die het Rijk hierin neemt. In een brief aan de Tweede Kamer 10 van 10 juni 2022, heeft de Minister voor Klimaat Energie R.A.A. Jetten, de contouren van het de Nationaal plan energiesysteem nader uiteengezet.
2.3.2 Bijdrage aan watergebonden bedrijvigheid In de monitoring van het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) Arnhem-Nijmegen in 2018 is geconcludeerd dat er in de regio geen uitgeefbaar aanbod beschikbaar is op watergebonden bedrijventerreinen. Ecorys heeft in eerder onderzoek voor de periode 2014 tot 2020 een uitbreidingsvraag van watergebonden en –verbonden bedrijvigheid geraamd van circa 11 hectare. Door toenemende logistieke bewegingen en productie in de (maak)industrie is het niet ondenkbaar dat de ruimtevraag hoger uitvalt. Ook de transitie naar een circulaire economie zorgt, zeker in de transitiefase, voor een hogere ruimtevraag. De ruimtebehoefte blijkt ook in de praktijk manifest. Deze ruimtevraag kan op dit moment echter niet of beperkt worden gehuisvest in de regio. In een onderzoek naar watergebonden bedrijventerreinen in de provincie Gelderland heeft Ecorys (Behoefteonderzoek watergebonden en waterverbonden bedrijventerreinen Gelderland, 2016) de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de binnenvaart verkend. Op basis daarvan zijn de vestigingseisen van watergebonden en waterverbonden bedrijvigheid geïdentificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen watergebonden en waterverbonden bedrijven: • Watergebonden bedrijven zijn bedrijven die direct aan het vaarwater liggen met vaak een eigen kade of gebruikmaken van een direct naastliggende openbare kade.
Vaak bulkbedrijven, zoals betonbedrijven en zand- en grindbedrijven. • Waterverbonden bedrijven zijn bedrijven die gebruikmaken van een kade maar goed op enige afstand van het water gelegen kunnen zijn, zoals transportbedrijven die gebruik maken van containerterminals.
10 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-261ff8e866899ea8f91905061cad63f68a5705b0/pdf
03-04-2023
pagina 30 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
In 2019 heeft een update van deze studie plaatsgevonden, waarbij onderstaande vestigingseisen zijn geformuleerd: • Voldoende diepgang vaarweg en kade: Het behandelen van een binnenvaartschip met CEMT- klasse V (met een laadvermogen van 2.750 ton) vraagt om een diepgang van circa 3 meter; • Kavelgrootte/kadelengte: Voor productie- en logistieke bedrijven minimaal zo’n 2 hectare, in toenemende mate ook groter dan 4 hectare met mogelijkheden voor uitbreiding. Voor toeleverende en/of dienstverlenende bedrijven en startups worden ook kleinere kavels gevraagd; • (Fysieke) nabijheid toeleveranciers/klanten in verband met toename circulariteit; • Planologische randvoorwaarden: voldoende milieu/geluidsruimte; • Multimodaliteit; • Imago. Het plangebied Waal Energie voldoet aan al deze eisen, waarbij de kades in de Noord Kanaalhaven, zoals die er waren ten behoeve van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale kunnen worden hergebruikt en eventueel in de toekomst ook kades langs de Waal nog kunnen worden gerealiseerd in het verlengde van de kade van containerterminal. Vanuit het energiehart van het gebied is er tevens voorzien in een bijdrage in de verduurzaming van de scheepvaart door een nieuw modulair energieconcept (MEC) op de locatie te ontwikkelen gebaseerd op batterijen en voor langere termijn op waterstofopslag in de vorm van containers.
2.3.3 Bijdrage aan werkgelegenheid Landelijk is de arbeidsintensiteit op regulier, gemengde bedrijventerreinen rond de 30 tot 60 personen per hectare (ruimtebehoefte onderzoek bedrijventerreinen, STEC-groep, januari 2021). Dit aantal banen per hectare is vanzelfsprekend lastiger te behalen op logistieke en industrielocaties (monofunctioneel), omdat deze functies zich moeilijk lenen voor het stapelen en hier ook voldoende buitenruimte nodig is voor de bedrijfsvoering. Er wordt een indicatie gegeven van enkele soorten bedrijventerreinen: • Voor enkel logistieke terreinen wordt een bandbreedte van 25 tot 40 banen per hectare gehanteerd en zien we in het algemeen dat het gemiddeld aantal banen per hectare afneemt wanneer de kavelomvang van een bedrijf toeneemt. Kleine logistiek is in het algemeen arbeidsintensiever dan XXL-logistiek. • Op meer industriële en watergebonden locaties (inclusief locaties met een hogere milieucategorie) is de arbeidsintensiteit doorgaans lager. Zo’n 20 tot 40 banen per uitgegeven hectare is haalbaar. • Voor bedrijventerreinen/werklocaties met meer hoogwaardiger/kantoorachtig vastgoed en op Perifere Detailhandel Vestigings-locaties is de arbeidsintensiteit hoger. Dit hangt sterk samen met het aandeel banen in de diensten (ICT, zakelijke en overige dienstverlening en consumentendiensten).
Landelijk zien we op deze locaties een arbeidsintensiteit tussen de 50 en 100 banen per hectare (en in specifieke situaties nog hoger). Omdat het hier om deels watergebonden, deels industrie en logistiek en deels een hoogwaardiger locatie gaat, lijkt het een redelijke aanname om uit te gaan van circa 30 banen per ha. De circa 30 ha uitgeefbaar terrein in het plangebied Waal Energie levert daarmee circa 900 banen.
2.4 Regionaal Programma Werklocaties De beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie is opgenomen in het Regionaal Programma Werklocaties. Het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) van de provincie Gelderland gaat in op hoe de gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen de vraag en het aanbod naar werklocaties in balans brengen. In aansluiting op het RPW hebben nieuwe functies een onderlinge samenhang zodat het plangebied Waal Energie zich ontwikkelt als Groene Hub, waar ondernemers samenwerken op het gebied van energie, water, afval, grondstoffen en logistiek. Centrale thema’s zijn cascaderen en het opwekken van duurzame energie. Synergie tussen bedrijven is daarbij het uitgangspunt: de output van het ene bedrijf is de input voor een ander. De volgende hoofdfuncties zijn daarin een kans voor het plangebied Waal Energie: • Energie;
03-04-2023
pagina 31 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
• (stads)logistiek; Groene hub; • Creative, circulaire en duurzame industrie, kennis en ontwikkeling; • Haven- en watergebonden activiteiten. In de aanloop naar de Gebiedsvisie Waal Energie heeft de gemeente Nijmegen in samenspraak met de provincie en ENGIE zes uitgangspunten of ambities geformuleerd die met de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van Centrale Gelderland worden beoogd. Deze zes ambities zijn reeds benoemd in paragraaf 2.3. Binnen deze kaders is voor het plangebied Waal Energie een plan gemaakt voor een toekomstige gebiedsindeling met varianten, deze worden in hoofdstuk 3 verder uitgewerkt.
2.5 Milieuzonering nieuwe stijl Het voornemen is om het afbakenen van kaders en randvoorwaarden van effecten te beheersen op basis van ‘milieuzonering nieuwe stijl’. Milieuzonering nieuwe stijl is een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en is bedoeld om de toelating van bedrijven in een gebied te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. Contouren ten aanzien van geluid- en geurhinder zijn hierin bepalend. Deze regels en normen worden gesteld ten behoeve van een optimaal en doelmatig grondgebruik en in het belang van een goede ruimtelijke ordening en een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij om regels in het bestemmingsplan die vanuit dit belang naast de bestaande milieuregelgeving gelden. De tot op heden veel gebruikte VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) gaat uit van een indeling van bedrijven in milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied. In een Staat van bedrijfsactiviteiten zijn bedrijven aan de hand van de SBI-code ingedeeld in een milieucategorie. De milieucategorie en de daarbij behorende richtafstand geven een eerste indicatie van de benodigde afstand tot wonen, maar ook niet meer dan dat.
In de praktijk is al vaak gebleken dat de werkelijk benodigde milieuruimte van een bedrijf flink kan afwijken van de richtafstand: deze kan zowel groter zijn als kleiner. Dit is één van de redenen dat de VNG besloten heeft de huidige VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering niet meer te actualiseren. Naar de mening van de VNG is deze uitgave niet geschikt voor toepassing onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. In mei 2019 heeft de VNG de uitgave Milieuzonering nieuwe stijl gepubliceerd. Milieuzonering nieuwe stijl anticipeert op de integratie van milieu en ruimte in de Omgevingswet en gaat uit van de beschikbare milieuruimte voor een bedrijf, zonder verwijzing naar een Staat van bedrijfsactiviteiten met richtafstanden op basis van de SBI-code. De methodiek is veel flexibeler en biedt meer mogelijkheden voor maatwerk, omdat: • Er geen discussie meer is of een bepaald bedrijf wel of niet valt binnen een bepaalde categorie in de Staat van Bedrijfsactiviteiten • Een bedrijf niet ‘vast’ zit aan een standaard milieucategorie met bijbehorende richtafstand, maar zelf dient aan te tonen welke milieugebruiksruimte voor het bedrijf nodig is. Bijkomend voordeel van de nieuwe systematiek is dat de woonomgeving beter en gecontroleerd beschermd wordt door concrete normen die gericht zijn op de activiteiten van de bedrijven in de omgeving in plaats van enkel de milieucategorie.
Gebruiksruimte De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf op grond van het omgevingsplan mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. Milieuzonering nieuwe stijl stelt de gebruiksruimte per bedrijf of milieubelastende activiteit vast. Dus ieder bedrijf krijgt zijn eigen gebruiksruimte toegekend die gebaseerd is op hun huidige bedrijfsactiviteiten inclusief eventuele groeiruimte, gekoppeld aan de kenmerken / de behoefte aan
03-04-2023
pagina 32 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
milieugebruiksruimte van het bedrijf. De uitwerking hiervan wordt geregeld in het bestemmingsplan. Dit MER sorteert hierop voor door de milieugebruiksruimte voor relevante aspecten inzichtelijk te maken.
2.6 Wettelijke- en beleidskaders Op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn er diverse relevante (beleids)kaders voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie. In onderstaande tabel zijn daarvan de hoofdlijnen aangegeven en niet uitputtend de vigerende randvoorwaarden toegelicht. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Barro geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te stellen over onder andere de inhoud van bestemmingsplannen. Dat zijn regels waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen in het vervolg rekening moeten houden. Het gaat dan niet alleen om procedurele regels, maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Hoofdlijnen Programma Energiehoofdstructuur (PEH) Door de minister van Klimaat en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zijn de hoofdlijnen voor het Programma Energie Hoofdstructuur op 23 december 2022 aan de tweede kamer verstuurd 11.
Het PEH herijkt de ruimtelijke reserveringen die nu in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro; zal met de invoering van de Omgevingswet worden vervangen door het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)) staan, waaronder vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitsopwekking en buisleidingenstroken. Het Barro bevat de regels die bij het vaststellen van een bestemmingsplan in acht moeten worden genomen, zoals de verplichting om in het bestemmingsplan buisleidingen of grootschalige elektriciteitsopwekking toe te laten en in de fysieke ruimte daartoe te voorzien. In de brief van de minister is in artikel 4.4 opgenomen dat bestaande locaties voor grootschalige energieopwekking behouden dienen te blijven omdat ze goed zijn aangesloten op het hoogspanningsnet en vaak ook op het buisleidingennetwerk. De snelheid van het verduurzamen van het Nederlandse energiesysteem hangt sterk af van de stappen die het Rijk hierin neemt. In een brief aan de Tweede Kamer 12 van 10 juni 2022, heeft de Minister voor Klimaat Energie R.A.A. Jetten, de contouren van het de Nationaal plan energiesysteem nader uiteengezet.
Op grond van bovenstaande kan dan ook worden aangenomen dat binnen het plangebied Waal Energie de reservering voor grootschalige energieopwekking aanwezig blijft en dat bij de ontwikkeling van de beoogde energiecentrale niet zelfstandig gekozen kan worden of en wanneer welke brandstof gebruikt gaat worden. Nationale Omgevingsvisie (NOVi) In de NOVi, vastgesteld op 11 september 2020, staan de plannen van de rijksoverheid op het gebied van ruimte en mobiliteit. Met de NOVi geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Met beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie wordt bijgedragen aan de ambities van de NOVi.
Brief betreffende Hoofdlijnen programma Energiehoofdstructuur, kenmerk DGKE/22526383, van 23 december 2022, aan de Tweede Kamer, van de Minister voor Klimaat en Energie R.A.A. Jetten mede namens Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening H.M. de Jonge. 12 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-261ff8e866899ea8f91905061cad63f68a5705b0/pdf 11
03-04-2023
pagina 33 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) is sinds 1 maart 1993 van kracht en is de belangrijkste milieuwet. De Wm is de juridische gereedschapskist om het milieu te beschermen. De Wet milieubeheer geeft algemene regels voor verschillende onderwerpen, van stoffen en afvalstoffen tot handhaving, openbaarheid van milieugegevens en beroepsmogelijkheden. Voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer (Wm- inrichting) zoals Centrale Gelderland, is provincie Gelderland bevoegd gezag voor handhaving en verlening van de omgevingsvergunning en voor het Activiteitenbesluit. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is op dit moment voorzien op 1 januari 2023. De Omgevingswet bundelt 26 wetten op gebied van de fysieke leefomgeving met elkaar op het vlak van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Hierbij gaat het om de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving met het oog op duurzame ontwikkeling. De wet moet zorgen voor ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van kwaliteit. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelt. De wet is sinds 1 januari 2017 van kracht. De Wnb bevat alle regels rondom de bescherming van natuurgebieden. Wanneer activiteiten nadelige gevolgen hebben voor beschermde natuurgebieden, is een toestemming nodig.
Natura 2000 Beleid (Vogel- en Habitatrichtlijn) Het doel van het Natura 2000 beleid is het in standhouden van belangrijke habitattypes en bedreigde diersoorten. Waar nodig dienen positieve maatregelen getroffen te worden om deze habitats en soorten te behouden en de bescherming te verbeteren. In de nabijheid van het plangebied Waal Energie is het Natura 2000-gebied Rijntakken gelegen. In het MER wordt beoordeeld wat de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de instandhoudingsdoelstellingen van dit natuurgebied zijn. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin aangegeven wordt welke soorten en welke typen natuurgebieden (als leefgebieden voor soorten, habitats) beschermd moeten worden door de lidstaten. Besluit gevoelige bestemmingen In het besluit gevoelige bestemmingen worden eisen benoemd ten behoeve van de vestiging van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van industrie en provinciale en rijkswegen. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn een gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Omgevingsverordening Provincie Gelderland – Gaan voor Gaaf Op 15 december 2021 stelden Provinciale Staten (PS) van Gelderland een nieuwe omgevingsverordening vast. In de verordening staan alle regels voor de buitenruimte en fysieke leefomgeving.
In deze verordening staan regels over hoe de provincie met de buitenruimte, onze leefomgeving, omgaat. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Regionaal Programma Werklocaties 2021 -2024 Het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) regio Arnhem-Nijmegen vormt het kader voor het regionaal bedrijventerreinenbeleid. Uitgangspunt van het RPW is de regionale visie Arnhem-Nijmegen, ofwel de Groene metropoolregio, waarin wordt gestreefd naar een gebalanceerde economische ontwikkeling, met daarin ruimte voor landschap, duurzaamheid en een ontspannen leefkwaliteit. Het plangebied Waal Energie is in het RPW aangewezen als bijzondere werklocatie. Dit heeft onder andere als gevolg dat uitgifte op dit terrein een connectie moet hebben met de specifieke thematische profilering; in dit geval een groen hub. Omgevingsvisie Nijmegen 2020 – 2040 Stad in Beweging In de Omgevingsvisie staan uitgangspunten voor het gebruik van de ruimte in Nijmegen. Het geeft daarmee de komende jaren richting aan de ontwikkeling van de stad. De Omgevingsvisie stelt dat Nijmegen een compacte en
03-04-2023
pagina 34 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
leefbare stad moet blijven, zodat mensen zich gemakkelijk lopend, fietsend of met het OV kunnen verplaatsen. Het groene omliggende landschap blijft intact en ondanks de verwachte groei wil Nijmegen een aangename stad blijven. Door slimme combinaties van woningen, werkplekken en andere functies blijft de stad aantrekkelijk om in te wonen, werken en te verblijven. Dit draagt ook bij aan het ondernemersklimaat met financieel gezonde en hoogwaardige bedrijven. Nijmegen biedt ook in de toekomst volop ruimte aan voetgangers en fietsers en bewegen wordt gestimuleerd. In combinatie met een sterk openbaarvervoernetwerk blijft de stad leefbaar en bereikbaar.
2.7 Procedure Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD): inhoud en reacties Medio 2019 heeft de NRD ter inzage gelegen. Daarop zijn vier reacties binnengekomen. De hoofdlijnen van de ingekomen reacties zijn opgenomen als bijlage 2.1 bij dit rapport. Daarbij is tevens aangegeven hoe met de reacties is omgegaan. Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte De herziening van de beoogde ontwikkeling van Waal Energie vindt plaats door het opstellen van een nieuw bestemmingsplan: een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Als voorloper op de Omgevingswet- en in het kader van de Crisis- en herstelwet (Chw 2008), is aan gemeenten door het Rijk toestemming gegeven om te ontwikkelen aan de hand van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Binnen de kaders van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, mag op bepaalde onderdelen worden afgeweken van een aantal wetten en besluiten. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gaat uit van uitnodiging- en toelatingsplanologie. Dit betekent dat door middel van globale afbakening van kaders en bestemmingen, door een gemeente kan worden vastgelegd waar een initiatief aan moet voldoen voor wat betreft de eisen voor onder andere geluid of geur, zodat de veiligheid en gezondheid, of milieu en duurzaamheid worden gewaarborgd.
Een gemeente controleert en waarborgt de kaders van het bestemmingsplan waarbinnen initiatieven en ontwikkelingen vanuit de markt tot stand komen. De beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie op basis van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is een aangewezen manier om het milieubelang en de maatschappelijke belangen die met de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie gepaard gaan, op een flexibele wijze vast te leggen. Voor het bepalen van de beschikbare milieugebruiksruimte wordt voorzien in een benadering waarbij van buiten naar binnen wordt gekeken: de (bestaande) milieugebruiksruimte wordt vastgelegd en de beoogde ontwikkelingen moeten daar binnen passen. Er worden plafonds bepaald voor onder andere luchtverontreiniging en geluidsoverlast. Dit wordt gereguleerd middels milieuzonering nieuwe stijl (zie paragraaf 2.5). Gecoördineerde procedure In artikel 3.30 Wro is de mogelijkheid opgenomen om de voorbereiding en bekendmaking ter ondersteuning van ruimtelijk beleid van de gemeente gecoördineerd te behandelen. De coördinatieregeling maakt het mogelijk dat diverse procedures gelijktijdig worden doorlopen.
Zo kan de procedure voor het verlenen van een Wet natuurbeschermingsvergunning (Wnb) dat ziet op het terrein van Centrale Gelderland dat in zijn geheel onderdeel is van het plangebied Waal Energie worden meegenomen in de procedure voor een daartoe benodigde bestemmingsplanwijziging en het vaststellen van het MER. Dit MER Waal Energie is daarvan een onderdeel. De verantwoordelijke bevoegde gezagen zijn: • Gemeente Nijmegen: voor vaststellen MER en Bestemmingsplan • Provincie Gelderland: vergunning in kader van Wet natuurbescherming (Wnb). Met de verschillende betrokken overheden is afgesproken dat voor het uitwerken en vaststellen van de benodigde stukken een gecoördineerde procedure wordt doorlopen voor MER, Bestemmingsplan en vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit betekent dat er eerst een MER wordt opgesteld, met daarin een voorkeursvariant voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie. Op basis daarvan wordt door de gemeente een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opgesteld. Gelijktijdig met dit traject wordt een
03-04-2023
pagina 35 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voorbereid en ingediend bij de provincie Gelderland. Het MER, het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp beschikking Wet natuurbescherming worden vervolgens gecoördineerd ter inzage gelegd door de gemeente Nijmegen. Daarna vindt de definitieve besluitvorming plaats, naar verwachting in 2023. M.e.r.-procedure De m.e.r.-procedure is een hulpmiddel bij de besluitvorming over plannen, grote projecten of ingrepen. Het doel van de m.e.r. is om in de besluitvorming het milieubelang - tussen alle andere belangen - een volwaardige rol te laten spelen. Het milieueffectrapport (MER) is een belangrijk onderdeel van deze procedure. In het MER worden de effecten van de voorgenomen activiteit op het milieu getoetst, zodat eventuele nadelige gevolgen en/of knelpunten worden herkend en oplossingen worden gevonden. Ontwerpbestemmingsplan Na afronding van het MER wordt een ontwerp bestemmingsplan opgesteld door de gemeente. Op basis hiervan wordt een besluit voorbereid. Het ontwerpbesluit wordt bekend gemaakt en ter inzage gelegd samen met het MER en de aanvraag Wnb. Diverse instanties en andere belanghebbenden worden geïnformeerd en geraadpleegd over de inhoud en resultaten van het MER, het bestemmingsplan en de vergunningsaanvraag. In deze periode wordt ook de Commissie voor de m.e.r. om advies gevraagd door het bevoegd gezag.
Voorlopig advies van de Commissie voor de m.e.r. Het MER dat samen met het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen is door de Commissie voor de m.e.r. getoetst met een voorlopig toets advies. Het voorliggend MER is het resultaat van het verwerken van het toets advies. In bijlage 2.2 is het toetsingsadvies en de reactie daarop toegevoegd. Vervolgstappen Het aangepaste MER wordt voor een advies voorgelegd aan de commissie voor de m.e.r. Door de gemeente wordt het aangepaste MER samen met de binnengekomen zienswijzen op het bestemmingsplan gebruikt om het bestemmingsplan daar waar nodig aan te passen of aan te vullen. Besluitvorming Het MER zal samen met het advies van de commissie m.e.r. en het herroepelijke bestemmingsplan door het college van B&W van de gemeente Nijmegen aan de gemeenteraad ter goedkeuring worden voorgelegd. Het herroepelijke bestemmingsplan wordt bekend gemaakt en samen het MER en de herroepelijke Wnb vergunning voor beroep ter inzag gelegd.
03-04-2023
pagina 36 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
3
Te beschouwen situaties en varianten in het MER
In het vorige hoofdstuk zijn de kaders geschetst van de beoogde ontwikkeling. De Gebiedsvisie Waal Energie en de hierin opgenomen ambities zijn het vertrekpunt. Met behulp van dit MER wordt een bestemmingsplan verbrede reikwijdte opgesteld, met milieuzonering nieuwe stijl als belangrijk principe voor de flexibiliteit van het plan. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau is de gewenste flexibiliteit van het plangebied Waal Energie gebruikt om varianten te formuleren. Er is destijds uitgegaan van een basisvariant waarin de maximale milieugebruiksruimte werd gedefinieerd en een laagimpactvariant waarbij, passend bij de ambities vanuit de gebiedsvisie, bepaalde milieuaspecten minder ruimte zou worden gegeven. In de afgelopen jaren is er echter veel gebeurd wat van invloed is op de manier waarop we naar varianten voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie kijken. Als belangrijkste gebeurtenis is de stikstof crisis te benoemen en de impact die dat heeft op de beoogde ontwikkeling van het plangebied. De basisvariant met maximale milieugebruiksruimte en de laagimpactvariant uit de NRD zijn komen te vervallen omdat de beoogde ontwikkeling als uitgangspunt al direct rekening houdt met een lage impact op de omgeving.
Op basis van de gebiedsvisie en de stikstofberekeningen zijn twee locatievarianten vastgesteld om invulling te kunnen geven aan de verplichte reservering voor grootschalige energieopwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW. Daarmee is bij de verdere uitwerking dit direct als laagimpact te beschouwen. Per milieuaspect is vervolgens beschouwd of nog extra technisch of planologisch maatregelen mogelijk zijn om de impact nog verder te verlagen. Op basis van de onderzochte locatievarianten en eventuele extra maatregelen is de voorkeursvariant bepaald en beschouwd. In het MER worden verschillende varianten voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie is gelijk aan de huidige situatie (anno 2021) waarbij rekening wordt gehouden met de autonome ontwikkelingen met invloed op het plangebied Waal Energie en waarbij er dus geen nieuwe ontwikkelingen worden gerealiseerd. Voor het afgesloten plangebied Waal Energie zijn dan te noemen het bestaande zonnepark, de twee windturbines en de containerterminal. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestaande kolen en biomassa gestookte energie centrale te worden gesloopt om ruimte vrij te maken voor de beoogde ontwikkeling.