Bijlage 1 Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) Bijlagen bij de toelichting Hoofdrapport MER
Tekst van het document
MER Waal Energie Deel 1 - Hoofdrapport
2.0
03-04-2023
Definitief
Pim Verstappen (ENGIE) Mark Groen (Sweco) Niels Barten (Royal HaskoningDHV)
Thijs de Bruin (Royal HaskoningDHV)
Rev.
Datum
Status
Auteur
Goedgekeurd door
Referentienr.
BG6310-MI-RP-220308-2016
Locatie Centrale Gelderland Hollandiaweg 11 6541 BL Nijmegen
pagina 1 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6 7
1.1 1.2 1.3 1.4 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.5 2.6 2.7 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.4 4.1 4.2 4.3 4.4 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 7.1 7.2 7.3
03-04-2023
Inleiding ...................................................................................................................................................... 23 Aanleiding ................................................................................................................................................... 23 Een MER bij beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie ............................................................. 23 Opbouw van het MER ................................................................................................................................. 24 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 25 Uitgangspunten .......................................................................................................................................... 26 Plan- en studiegebied ................................................................................................................................. 26 Eigendomssituatie plangebied Waal Energie ............................................................................................. 27 Gebiedsvisie Waal Energie ..........................................................................................................................
28 Bijdrage aan de energietransitie ................................................................................................................. 29 Bijdrage aan watergebonden bedrijvigheid................................................................................................ 30 Bijdrage aan werkgelegenheid ................................................................................................................... 31 Regionaal Programma Werklocaties........................................................................................................... 31 Milieuzonering nieuwe stijl ......................................................................................................................... 32 Wettelijke- en beleidskaders ...................................................................................................................... 33 Procedure ................................................................................................................................................... 35 Te beschouwen situaties en varianten in het MER..................................................................................... 37 Referentiesituatie .......................................................................................................................................
38 Situatie 2015 ............................................................................................................................................... 39 Beoogde ontwikkeling ................................................................................................................................ 39 Beoogde ontwikkeling - Varianten.............................................................................................................. 42 Beoogde ontwikkeling - Laagimpactvariant................................................................................................ 44 Beoogde ontwikkeling - Voorkeursvariant ................................................................................................. 45 Bouw- en aanlegfase................................................................................................................................... 46 Samenvatting te beschouwen situaties en varianten ................................................................................. 46 Beoordelingskader ...................................................................................................................................... 48 Aanpak onderzoeken in het MER ...............................................................................................................
48 Onderzoeken in het MER ............................................................................................................................ 48 Type beoordelingscriteria ........................................................................................................................... 49 Methodiek beoordeling effecten ................................................................................................................ 50 Integrale effectvergelijking ......................................................................................................................... 51 Inleiding ...................................................................................................................................................... 51 Beoordeling effecten beoogde ontwikkeling .............................................................................................. 51 Beoordeling effecten beoogde ontwikkeling -Varianten ............................................................................ 52 Beoordeling effecten beoogde ontwikkeling - Laagimpactvariant ............................................................. 54 Beoordeling effecten beoogde ontwikkeling - Voorkeursvariant ...............................................................
55 Advies voor borging bestemmingsplan....................................................................................................... 62 Leemten in kennis, evaluatie en monitoring .............................................................................................. 63 Leemten in kennis ....................................................................................................................................... 63 Evaluatie ..................................................................................................................................................... 63 Monitoring .................................................................................................................................................. 64
pagina 2 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Bijlagen 2.1 2.2 3.1 7.6 11.2a 11.2b
03-04-2023
Beantwoording zienswijzen NRD (12 pagina’s) Beantwoording voorlopig toetsingsadvies (10 pagina’s) Overgangsfase 2030 (7 pagina’s) Passende beoordeling (9 pagina’s) Stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteit (70 pagina’s) Advies Ruimtelijk Kwaliteitsteam Waalfront & West (1 pagina)
pagina 3 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Samenvatting Inleiding ENGIE Energie Nederland N.V. (hierna te noemen: ENGIE) is eigenaar van het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van de containerterminal en het terrein van Centrale Gelderland. Het plangebied Waal Energie is al sinds 1936 in gebruik voor grootschalige elektriciteitsproductie. In 2013 is het Nederlandse energieakkoord voor duurzame groei opgesteld. In dat kader heeft ENGIE eind 2015 besloten om de laatste nog aanwezige kolen en biomassa gestookte energiecentrale te sluiten. Met het uit bedrijf nemen en de sloop van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale wil ENGIE het plangebied Waal Energie vrijmaken om een bijdrage te leveren aan de grote maatschappelijke opgave: de energietransitie. Daarmee komt het terrein in 2023 vrij voor nieuwe ontwikkelingen. In deze opgave wil ENGIE voortbouwen op de bestaansgeschiedenis van plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland, door het toekomstbestendig en flexibel te bestemmen. Daarmee worden in het plangebied Waal Energie ontwikkelingen mogelijk gemaakt om het energielandschap te vernieuwen. Dat doet ze door de juiste condities en voorwaarden te scheppen voor ‘groene, duurzame en circulaire’ activiteiten en bedrijvigheid.
Omdat het planvoornemen niet past binnen het vigerende bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens 2014, is er de noodzaak om voor het projectgebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen waarin de toekomstige ontwikkelingen op het terrein geregeld worden. In 2018 hebben ENGIE en de gemeente Nijmegen afspraken gemaakt over de planologische procedure die de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie mogelijk moet maken. Er is besloten om een milieueffectrapport op te stellen, gelijktijdig met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie. In het plangebied Waal Energie is ruimte voorzien voor een energiehart met campus en stadsdistributie, de uitbreiding van de containerterminal en watergebonden of waterverbonden bedrijvigheid en industrie. Het plangebied Waal Energie is aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige opwekking van elektriciteit (ten minste 500 MW of meer), opgenomen in artikel 2.8.2 lid d Barro 1. Het vigerende bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens heeft hier reeds in voorzien en het nieuwe bestemmingsplan zal hier ook in moeten blijven voorzien 2.
Door ENGIE en de partnerpartijen is het energiehart van het plangebied Waal Energie aangewezen om invulling te geven aan de aanwijzing voor de reservering voor grootschalige energieopwekking van tenminste 500 MW zoals die in het Barro is opgenomen. Er zijn nog maar weinig plaatsen in Nederland waar in de toekomst nog de juiste infrastructuur aanwezig is voor grootschalige opwek van elektriciteit. Het plangebied Waal Energie kan daarom (op termijn) een substantiële bijdrage aan de (duurzame) energie opgave voor de regio blijven leveren. De energietransitie valt moeilijk te voorspellen qua verloop, maar één ding is duidelijk; leveringszekerheid en betaalbaarheid van elektriciteit zullen altijd prioriteit houden. En dit staat op gespannen voet met een snel toenemend aandeel van intermitterende duurzame bronnen als wind en zon in het net, alsook een snel toenemende elektrificatie van onze maatschappij. Om invulling te geven aan de door het Barro opgelegde verplichting om een ruimtelijke reservering voor grootschalige elektriciteit opwekking (ten minste 500 MW of meer) in het bestemmingsplan op te nemen, is hiervoor in het energiehart van het plangebied Waal Energie ruimte gereserveerd.
Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken 2 Brief betreffende Hoofdlijnen programma Energiehoofdstructuur, kenmerk DGKE/22526383, van 23 december 2022, aan de Tweede Kamer, van de Minister voor Klimaat en Energie R.A.A. Jetten mede namens Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening H.M. de Jonge. 1
03-04-2023
pagina 4 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Het plangebied Het plangebied Waal Energie is gelegen in de oksel van de Waal en het Maas-Waalkanaal, onderdeel van het ‘Havenen industrieterrein “TPN-West”’ van de gemeente Nijmegen. Het plangebied Waal Energie maakt onderdeel uit van het Industrie- en havengebied, gelegen op het TPN-West industriegebied. Dit is het grootste industrieterrein van Nijmegen, waarvan Waal Energie de noordelijke kop vormt. Het plangebied Waal Energie biedt onder andere plaats aan bedrijven uit de hogere milieucategorieën. Het plangebied Waal Energie ziet op de containerterminal en het terrein van Centrale Gelderland. Ook de haven in eigendom van ENGIE is onderdeel van het plangebied Waal Energie. Op dit moment (2021-2023) wordt de kolen en biomassa gestookte energiecentrale en de bijbehorende gebouwen en installaties geamoveerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling om daarmee een bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappelijke opgave aangaande de energietransitie. Binnen het plangebied Waal Energie zijn ook de twee windturbines, een zonnepark en een containerterminal aanwezig. Het plangebied Waal Energie is gelegen rondom de private insteekhaven. De windturbines, het zonnepark en containerterminal blijven binnen de beoogde ontwikkeling mogelijk en blijven daarmee onderdeel van het plangebied Waal Energie.
Het zonnepark, de windturbines en containerterminal opereren onder haar huidige vergunningen en de activiteiten worden niet gewijzigd. Hiermee wordt in het MER rekening gehouden. Ondergronds ligt een structuur van constructies, kabels en leidingen. Momenteel wordt onderzocht welke delen hiervan moeten worden gesloopt en welke delen moeten worden gehandhaafd voor toekomstig hergebruik. Na de sloop zullen de insteekhaven, bijbehorende kades en enkele hoofdwegen van Waal Energie blijven bestaan en onderdeel blijven van het plangebied Waal Energie. Voor wat dat betreft ligt een deel van de invulling van het terrein dus al vast. Het gebied gaat in de toekomst ruimte bieden voor vestiging van zowel regionale als bovenregionale bedrijvigheid met een accent op opwekking van (duurzame) energie en haven gerelateerde en logistieke bedrijvigheid.
Figuur 1: Plangebied Waal Energie
Het plangebied Waal Energie is niet geschikt voor realisatie van woonfuncties of recreatieve functies als hoofdfuncties. Het is een buitendijks gebied, waar woningbouw niet is toegestaan en daarnaast verhouden deze functies zich niet met de grootschalige opwekking, het opwekken van energie middels zon- en windenergie, industrie en logistieke en watergebonden of -verbonden bedrijvigheid.
03-04-2023
pagina 5 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte De herziening van de beoogde ontwikkeling van Waal Energie vindt plaats door het opstellen van een nieuw bestemmingsplan: een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gaat uit van uitnodiging- en toelatingsplanologie. Dit betekent dat door middel van globale afbakening van kaders en bestemmingen, door een gemeente kan worden vastgelegd waar een initiatief aan moet voldoen voor wat betreft de eisen voor onder andere geluid of geur, zodat de veiligheid en gezondheid, of milieu en duurzaamheid worden gewaarborgd. Voor het bepalen van de beschikbare milieugebruiksruimte wordt voorzien in een benadering waarbij van buiten naar binnen wordt gekeken: de (bestaande) milieugebruiksruimte wordt vastgelegd en de beoogde ontwikkelingen moeten daar binnen passen. Er worden plafonds bepaald voor onder andere luchtverontreiniging en geluidsoverlast. Dit wordt gereguleerd middels milieuzonering nieuwe stijl. Milieuzonering nieuwe stijl is een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en is bedoeld om de toelating van bedrijven in een gebied te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. Contouren ten aanzien van geluid- en geurhinder zijn hierin bepalend.
Deze regels en normen worden gesteld ten behoeve van een optimaal en doelmatig grondgebruik en in het belang van een goede ruimtelijke ordening en een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij om regels in het bestemmingsplan die vanuit dit belang naast de bestaande milieuregelgeving gelden. Procedure Met de verschillende betrokken overheden is afgesproken dat voor het uitwerken en vaststellen van de benodigde stukken een gecoördineerde procedure wordt doorlopen voor MER, Bestemmingsplan en vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit betekent dat er eerst een MER wordt opgesteld, met daarin een voorkeursvariant voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie. Op basis daarvan wordt door de gemeente een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opgesteld. Gelijktijdig met dit traject wordt een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voorbereid en ingediend bij de provincie Gelderland. Het MER, het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp beschikking Wet natuurbescherming worden vervolgens gecoördineerd ter inzage gelegd door de gemeente Nijmegen. Daarna vindt de definitieve besluitvorming plaats, naar verwachting in 2023. Situaties en Varianten In het MER worden verschillende varianten voor de beoogde ontwikkeling vergeleken met de referentiesituatie.
De referentiesituatie is gelijk aan de huidige situatie (anno 2021) waarbij rekening wordt gehouden met de autonome ontwikkelingen met invloed op het plangebied Waal Energie en waarbij er dus geen nieuwe ontwikkelingen worden gerealiseerd. Voor het afgesloten plangebied Waal Energie zijn dan te noemen het bestaande zonnepark, de twee windturbines en de containerterminal. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestaande kolen en biomassa gestookte energiecentrale te worden gesloopt om ruimte vrij te maken voor de beoogde ontwikkeling. Om vertraging voor de beoogde ontwikkeling tot een minimum te beperken is vooruitlopend op de afronding van de planologische procedure de sloop van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale in 2015 gestart. De sloop is op dat moment de grootste industriële sloop van Europa. Deze situatie kan worden gezien als bijzondere situatie en het is van toegevoegde waarde om ter informatie ook de effecten van de beoogde ontwikkeling te beschouwen ten opzichte van de situatie in 2015: Het moment waarop de kolen en biomassa gestookte energiecentrale nog in bedrijf is. Deze toevoeging ten opzichte van de varianten in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau komt voort uit reacties die daarop zijn ingediend.
Het terugkijken naar 2015 en daarvoor, biedt de mogelijkheid en aanvullende informatie, om te laten zien hoe de beoogde ontwikkeling eruitziet ten opzichte van de gebiedsindeling waarbij jarenlang een energiecentrale heeft gedraaid. Op deze manier wordt het voornemen in een aanvullend perspectief geplaatst.
03-04-2023
pagina 6 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Per milieuaspect wordt bij de beschrijving van de effecten de indeling gehanteerd in de genoemde situaties. Referentiesituatie De referentiesituatie is gelijk aan de autonome ontwikkeling waarbij de activiteiten die aanwezig zijn in 2021 zijn vertaald naar een toekomstige situatie waarbij de activiteiten conform de huidige wetgeving operationeel zijn, maar zonder de realisatie van de beoogde ontwikkeling. Situatie 2021 Voor de situatie van het voor publiek afgesloten plangebied Waal Energie in 2021 wordt uitgegaan van de aanwezigheid van een zonnepark, een containerterminal en de twee windturbines. De kolen en biomassa gestookte energiecentrale is uit bedrijf genomen en wordt geamoveerd. Autonome ontwikkeling De doorvertaling van de uitgangspunten voor de autonome ontwikkeling op basis van de situatie in 2021 is dat binnen het voor het publiek afgesloten plangebied Waal Energie de kolen en biomassa gestookte energiecentrale volledig is geamoveerd en de aanwezigheid van een zonnepark, een containerterminal en twee windturbines. Tevens blijft de bestaande reservering voor grootschalige energieopwekking die ziet op het gehele plangebied Waal Energie behouden en zijn andere ontwikkelingen in het plangebied Waal Energie uitgesloten.
In de referentiesituatie zijn de onderstaande operationele activiteiten en kenmerken te benoemen: • verkeersbewegingen van en naar het plangebied Waal Energie, bestaande uit verkeer van en naar het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland en de scheepsbewegingen van en naar de containerterminal; • de containerterminal is met de overslagkranen en de gestapelde containers over het algemeen ook zeer goed zichtbaar en beeld bepalend; • de operationele inzet van verreikers op het terrein van de containerterminal; • de twee windturbines zijn als operationele activiteit te beschouwen en met een hoogte van 170 meter beeldbepalend; • het bestaande zonnepark (circa 8.000 panelen) van ongeveer 3 ha groot aan de oostzijde van het plangebied Waal Energie; Daarnaast is de door de Gasunie “afgedopte” hogedruk gastransportleiding aan de rand van het plangebied als niet operationele activiteit te benoemen. Situatie 2015 Voor de situatie van het voor publiek afgesloten plangebied Waal Energie in 2015 wordt uitgegaan van de aanwezigheid van een kolen en biomassa gestookte energiecentrale, een zonnepark en een containerterminal. En de planologische reservering voor grootschalige energieopwekking die ziet op het gehele plangebied Waal Energie.
In de situatie 2015 zijn de onderstaande operationele activiteiten en kenmerken te benoemen: • verkeersbewegingen van en naar het plangebied Waal Energie, bestaande uit verkeer van en naar het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland en de scheepsbewegingen van en naar de haven van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale en de containerterminal; • de containerterminal is met de overslagkranen en de gestapelde containers over het algemeen ook zeer goed zichtbaar en beeld bepalend; • de operationele inzet van verreikers op het terrein van de containerterminal; • de kolen en biomassa gestookte energiecentrale met een hoogte van 85 meter, een schoorsteen van 150 meter hoogte en de daaraan gekoppelde gebouwen zijn prominent in het plangebied Waal Energie aanwezig; • de ondersteunende activiteiten die horen bij de exploitatie van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale zoals, koelwaterlozing, de hogedruk gastransportleiding, de propaantank en het gasdruk- en meetstation; • het bestaande zonnepark (circa 8.000 panelen) van ongeveer 3 ha groot aan de oostzijde van het plangebied Waal Energie.
03-04-2023
pagina 7 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkeling betreft een gebiedsontwikkeling voor het gehele terrein van Waal Energie, bestaande uit het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland. Binnen het plangebied Waal Energie wordt voortgebouwd op de geschiedenis van het terrein door het een nieuwe flexibele bestemming te geven die het mogelijk maakt om het energielandschap te vernieuwen. Het plangebied Waal Energie ligt strategisch met ideale aansluitingen op water- en energie infrastructuur, aan de kop van een groot binnenstedelijk industriegebied en te midden van een dichtbevolkte regio. Dit biedt goede kansen voor ‘harde’ installatie gebonden functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag en energiedistributie, maar ook ‘zachte’ mens gebonden functies als ontwikkeling en levering van energiediensten, energieonderzoek & –innovatie en educatie. Voorwaarde voor de beoogde ontwikkeling is dat binnen het plangebied Waal Energie op grond van het Barro de strategische reservering voor grootschalige energieopwekking van minimaal 500 MW beschikbaar moet blijven 3. Door het verkleinen van het oppervlakte voor de reservering voor grootschalige energieopwekking, biedt het plangebied Waal Energie ruimte voor de beoogde ontwikkeling. Het plangebied Waal Energie is decennialang afgesloten geweest voor de omwonenden.
De beoogde ontwikkeling biedt de mogelijkheid om het plangebied Waal Energie deels openbaar toegankelijk te maken met een groene, parkachtige uitstraling waar ook iedereen van kan genieten, zodat het gebied geen barrière meer vormt tussen Nijmegen-West en Weurt, maar juist een verbindende schakel wordt (ENGIE gebiedsvisie, 2019). In de beoogde ontwikkeling is het verbranden van kolen en/of verbranden en/of bijmengen van biomassa voor energie opwekking niet toegestaan. Eveneens is de activiteit vergisting binnen plangebied Waal Energie niet toegestaan. De verplichting om binnen het plangebied Waal Energie een reservering voor grootschalig energie opwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW in stand te moeten houden, heeft een grote invloed op de mogelijkheden voor de indeling van het planbied Waal Energie In de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande operationele activiteiten en kenmerken te benoemen: • verkeersbewegingen van en naar het plangebied Waal Energie, bestaande uit verkeer van en naar het terrein van de containerterminal en Centrale Gelderland en de scheepsbewegingen van en naar de havens in het plangebied van Waal Energie; • de containerterminal is met de overslagkranen en de gestapelde containers over het algemeen ook zeer goed zichtbaar en beeld bepalend; • de operationele inzet van verreikers op het terrein van de containerterminal; • het
bestaande zonnepark (circa 8.000 panelen) van ongeveer 3 ha groot aan de oostzijde van het plangebied Waal Energie. De panelen worden (op termijn en indien mogelijk) verplaatst naar daken en gevels van nieuwe gebouwen in het plangebied Waal Energie; • de twee windturbines zijn met een hoogte van 170 meter eveneens beeldbepalend; • diverse activiteiten die verband houden met/of gerelateerd zijn aan (opwekking van) duurzame energie, watergebonden bedrijvigheid en duurzame logistiek; waaronder reeds te benoemen zijn: • een waterstof tankstation; • een snel laadpunt voor elektrisch wegvervoer; • batterij elektrische laadpunt voor scheepvaart; • grootschalige energieopslag in de vorm van een batterij; • verzorgen van emissieloos vervoer van en naar de binnenstad van Nijmegen; • aquathermie voor het opwekken van warmte uit de Waal; • de reservering voor grootschalige energieopwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500MW en de daaraan gekoppelde gebouwen activiteiten zoals een gasdrukregel- en meetstation; een 3
Brief betreffende Hoofdlijnen programma Energiehoofdstructuur, kenmerk DGKE/22526383, van 23 december 2022, aan de Tweede Kamer, van de Minister voor Klimaat en Energie R.A.A. Jetten mede namens Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening H.M. de Jonge.
03-04-2023
pagina 8 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
gasleiding aangesloten op het Nederlandse transportnet waterstof, lozing van koelwater zal ook beeldbepalend zijn. Vanuit de regels van het Barro mag voor de reservering voor grootschalige energieopwekking geen hoogte beperking in het bestemmingsplan worden opgenomen. Beoogde ontwikkeling - Varianten Op basis van bovenstaande bevindingen is besloten om in de beoogde ontwikkeling voor de reservering voor grootschalige energieopwekking dan ook twee locatievarianten uit te werken. Een variant zonder energiecentrale is op grond van de Barro aanwijzing niet mogelijk. Locatievarianten Locatievariant A: Locatievariant B:
betreft de reservering voor grootschalige energie opwekking op de footprint van de voormalige kolen en biomassa gestookte energiecentrale. betreft de reservering voor grootschalige energie opwekking aan de Waalzijde.
Figuur 2: situatie voor locatievariant A en locatievariant B
Naast de locatievariant zijn als dat voor een milieuaspect toegevoegde waarde heeft ook nog de onderstaande varianten beschouwd om daarmee tot een voorkeursvariant te komen. Gebiedsverdelingsvariant Voor het beoordelen van het milieuaspect geluid is naast de reservering van geluidsruimte voor een energiecentrale voor het overige deel van het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van Centrale Gelderland een drietal gebiedsverdelingen voor geluidruimte onderzocht. Brandstofvariant In Nederland zijn een aantal brandstoffen beschikbaar die kunnen worden ingezet voor grootschalige energieopwekking en worden nader toegelicht. Type installatie variant De beoogde energiecentrale heeft naar verwachting de meeste impact op de omgeving en om de laagimpactvariant te kunnen bepalen is voor het type energiecentrale een tweetal types uitgewerkt. Waarbij type variant 1 een
03-04-2023
pagina 9 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
energiecentrale is zonder een zogenaamde DeNOx installatie en type variant 2 een energiecentrale met een DeNOx installatie is. Beoogde ontwikkeling - Laagimpactvariant Bij de uitgangspunten voor de beoogde ontwikkeling er al rekening is gehouden met de best beschikbare technieken en een lagere milieucategorie (1-3) voor de bedrijven die in het plangebied zijn toegestaan (5). Dit maakt dat voor verkeer en luchtemissies minder milieuruimte beschikbaar is. De verplichte reservering voor grootschalige energie opwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW is bepalend voor het benutten van de beschikbare milieuruimte. Voor de beoogde energiecentrale is uitgegaan van de best beschikbare technieken om te kunnen voldoen aan de onderkant van de wettelijke emissie eisen. Voor het toevoeren van brandstof aan de energiecentrale zal worden aangesloten op het Nederlandse hoofdtransportnetwerk Waterstof en alle gassen en/of mengsels van die gassen kunnen verstoken. Daarmee is voor de beoogde energiecentrale ook geen lagere impact te behalen. Ten aanzien van stikstofemissies kan worden vermeld dat het verbranden van waterstof leidt tot hogere emissies dan verbranden van aardgas. Met het uitgangspunt voor de beoogde energiecentrale op basis van aardgas kan dit voor de stikstofemissies dan ook worden gezien als laagimpactvariant.
Voor de inrichting van het plangebied Waal Energie zal het Stedenbouwkundig raamwerk (zie bijlage 11.2a,b) en beeldkwaliteit de basis vormen en is daarmee dus ook als laagimpact te beschouwen. Alleen door in de beoogde ontwikkeling uitsluiten van geur, geluid belastende en/of risicovolle activiteiten is het mogelijk om een nog lagere impact op de omgeving te verkrijgen. Echter kan dan niet meer worden voldaan aan de uitgangspunten voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Beoogde ontwikkeling - Voorkeursvariant Door de resultaten van de varianten onderling te vergelijken, kunnen keuzes worden onderbouwd ten aanzien van de milieugebruiksruimte in de beoogde ontwikkeling. Bij die keuzes kan desgewenst aanvullend de situatie 2015 (van hoe het plangebied Waal Energie ooit was) worden betrokken. Dit biedt naast het inzicht in de effecten ten opzichte van de referentiesituatie de mogelijkheid om te laten zien hoe de beoogde ontwikkelingssituatie eruitziet ten opzichte van het plangebied Waal Energie waarbij jarenlang een kolen en biomassa gestookte energiecentrale werd geëxploiteerd. Bij de voorkeursvariant is de locatie van de reservering voor grootschalige energie opwekking gelijk aan locatievariant A, waarbij de reservering voor grootschalige energie opwekking is voorzien op de footprint van de voormalige kolen en biomassa gestookte energiecentrale.
Uit onderzoek naar de inzet van de benodigde brandstoffen blijkt dat alleen gasvormige brandstof beschikbaar is. De beoogde energiecentrale zal via een rechtstreekse aansluiting op het Nederlandse transportnet waterstof functioneren. Het gas in dit netwerk zal van 100% aardgas nu in de toekomst worden bijgemengd met biogas, syngas en/of waterstof. Met het uiteindelijke doel om volledig CO2 vrij te worden. De beoogde energiecentrale zal vanaf de bouw direct geschikt zijn om alle gassen of mengsels daarvan uit het transportnet waterstof te kunnen verstoken. De energiecentrale zal op moment van bouwen worden gebaseerd op de best beschikbare techniek om daarmee als de meest efficiënte energiecentrale te kunnen worden aangeduid. Om te kunnen voldoen aan de eisen uit de Wet natuurbescherming dient voor de energiecentrale in de beoogde ontwikkeling rekening te worden gehouden met een energiecentrale voorzien van een DeNOx installatie om de totale emissie van stikstofdeeltjes zoveel mogelijk te beperken. Voor het milieuaspect geluid bestaat de voorkeursvariant uit de locatievariant waarbij de geluidsruimte die voor de overige beoogde ontwikkelingen beschikbaar is gedifferentieerd wordt verdeeld over het plangebied Waal Energie.
Op basis van de effectenstudie is de voorkeursvariant geformuleerd, welke in dit MER nader wordt onderbouwd en opgenomen in het te wijzigen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.
03-04-2023
pagina 10 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Een exacte invulling van het plangebied Waal Energie is nog niet bekend vanwege de gewenste flexibiliteit, maar de ambities uit de gebiedsvisie zijn wel van toepassing voor de overige invulling. Dit betekent dat er in ieder geval bedrijven op het gebied van energietransitie, circulariteit, duurzaamheid en havengebondenheid terecht moeten kunnen komen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de volgende type bedrijven: waterstoftankstation, transport/logistiek, recycling van papier en metaal, omzetting van afvalstoffen, overslag nieuwe energiedragers. Allemaal bedrijven die passen bij de ambities van het gebied. Bouw- en aanlegfase Voor voorkeursvariant wordt ook de bouw- en aanlegfase beschouwd en indien dat voor een te onderzoeken milieuaspect van toepassing is nader beschouwd. Beoordelingskader In onderstaande tabel zijn alle milieuaspecten en beoordelingscriteria die in dit MER zijn gehanteerd weergegeven. Per criterium worden de effecten vertaald naar een kwalitatieve score. Tabel 1: duiding type criteria voor milieuaspecten
Milieuaspect-criteria Verkeer Verkeersafwikkeling Effect op verkeersveiligheid en bereikbaarheid Bouwverkeer Geluid Geluidsbelasting op omgeving (cumulatief) Luchtkwaliteit Concentraties NO2 Concentraties PM10 Natuur Natura 2000 Beschermde soorten Natuurnetwerk Nederland (NNN) Externe veiligheid Plaatsgebonden risico Groepsrisico Geur Geurhinder in de omgeving Bodem en water Bodemopbouw Bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Grondwater/drinkwater (kwaliteit) Afwatering (oppervlaktewaterkwaliteit) Landschap, cultuurhistorie en archeologie Archeologische waarden en cultuurhistorische elementen Kenmerkende landschappelijke elementen/skyline Recreatief medegebruik Gezondheid Luchtkwaliteit Geluid Lichthinder Veiligheidsbeleving Aandeel groen Leefbaarheid Duurzaamheid, circulariteit en klimaat Bijdrage aan energietransitie Bijdrage aan circulaire stad Veiligheid voor overstromingen
03-04-2023
pagina 11 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
De effecten van de verschillende varianten worden zo veel mogelijk beschreven als veranderingen ten opzichte van de referentiesituatie en de situatie 2015. Om de milieueffecten op een overzichtelijke manier in beeld te kunnen brengen en vergelijkbaar te maken voor de te onderzoeken situaties en varianten, worden deze per criterium vertaald naar een kwalitatieve score. Hierbij wordt de onderstaande beoordelingsschaal aangehouden. Voor elk milieuaspect wordt deze beoordeling uitgewerkt tot een beoordelingskader. Tabel 2: duiding beoordeling effecten voor milieuaspecten Beoordeling Classificatie ++ Zeer positief effect + Positief effect 0/+ Licht positief effect 0 Geen effect/neutraal 0/Licht negatief effect Negatief effect -Zeer negatief effect
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beoordeling van de onderzochte beoordelingscriteria als gevolg van de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie. Tabel 3: beoordeling effecten voor milieuaspecten Milieuaspect-Criteria Verkeer Verkeersafwikkeling Effect op verkeersveiligheid en bereikbaarheid Bouwverkeer Geluid Geluidsbelasting op omgeving (cumulatief) Luchtkwaliteit Concentraties NO2 Concentraties PM10 Natuur Natura 2000 Beschermde soorten Natuurnetwerk Nederland (NNN) Externe veiligheid Plaatsgebonden risico Groepsrisico Geur Geurhinder in de omgeving Bodem en water Bodemopbouw Bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Grondwater/drinkwater (kwaliteit) Afwatering (oppervlaktewaterkwaliteit) Landschap, cultuurhistorie en archeologie Archeologische waarden en cultuurhistorische elementen Kenmerkende landschappelijke elementen/skyline Recreatief medegebruik Gezondheid Luchtkwaliteit Geluid
03-04-2023
Beoogde ontwikkeling Laagimpact Locatie variant variant A
Situatie 2015
Referentie situatie
0 0 n.v.t.
0 0 n.v.t.
0 0/+ 0
0 0/+ 0
0 0/+ 0
0 0/+ 0
0
0
0
0
0
--
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
-0 --
0 0 0
-0 --
-0 --
---
---
0
0 0
-
-
-
-
0
0
0
0
0
0
0/0/0 0/0
0 0 0 0 0
0/0/+ 0/0/+ 0
0/0/+ 0/0/+ 0
0/0/+ 0/0/+ 0
0/0/+ 0/0/+ 0
-
0
-
-
-
-
-0
0 0
++
++
++
++
0/--
0 0
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
Voorkeurs variant
Locatie variant B
pagina 12 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Milieuaspect-Criteria Lichthinder Veiligheidsbeleving Aandeel groen Leefbaarheid Duurzaamheid, circulariteit en klimaat Bijdrage aan energietransitie Bijdrage aan circulaire stad Veiligheid voor overstromingen
Situatie 2015
Referentie situatie
0 -0
0 0 0 0
Voorkeurs variant 0 + +
--0
0 0 0
++ ++ 0
Beoogde ontwikkeling Laagimpact Locatie variant variant A 0 0 + + + + ++ ++ 0
++ ++ 0
Locatie variant B 0 + + ++ ++ 0
Samenvatting beoordeling beoogde ontwikkeling - Varianten Locatievariant: Om invulling te geven aan de verplichte reservering voor grootschalige energieopwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW zijn binnen het plangebied twee locatievarianten uitgewerkt. Een variant zonder energiecentrale is op grond van het Barro niet mogelijk. De twee locatievarianten zijn enkel op de onderzochte milieuaspecten geluid, luchtkwaliteit, natuur en externe veiligheid onderscheidend. Deze verschillen leiden echter ten opzichte van de referentiesituatie alleen voor het milieuaspect geluid tot een onderscheidende kwalitatieve beoordeling. Gebiedsverdelingsvariant Voor het beoordelen van het milieuaspect geluid is naast de reservering van geluidsruimte voor een energiecentrale voor het overige deel van het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van Centrale Gelderland een drietal gebiedsverdelingen voor geluidruimte onderzocht verdelingsvariant 1: een gelijkmatige verdeling van de geluidsbelasting voor het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van Centrale Gelderland en dat geen onderdeel is van het terreindeel voor de reservering voor grootschalige energieopwekking.
verdelingsvariant 2: een gedifferentieerde verdeling van de geluidsbelasting voor het plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van Centrale Gelderland en dat geen onderdeel is van het terreindeel voor de reservering voor grootschalige energieopwekking. verdelingsvariant 3: een maximale opvulling van de geluidsruimte voor plangebied Waal Energie dat ziet op het terrein van Centrale Gelderland en dat geen onderdeel is van het terreindeel voor de reservering voor grootschalige energieopwekking. Uit de onderzoeken blijkt dat bij de maximale opvulling van de geluidsruimte op basis van de vigerende vergunning voor de gecumuleerde geluidsbelasting een “negatief effect (-)” ten opzichte van de referentiesituatie. De gelijkmatige en gedifferentieerde verdeling van de geluidsbelasting hebben geen wezenlijk effect op de gecumuleerde geluidsbelasting ten opzichte van de referentiesituatie en hebben de classificatie “geen effect/neutraal (0)” gekregen. Brandstofvariant: Ten behoeve van de beoogde energiecentrale is onderzocht welke type brandstoffen hiervoor ingezet zouden kunnen worden. Van de in Nederland mogelijk beschikbare brandstoffen kernenergie, stookolie, kolen, biomassa is gebleken dat die niet kunnen worden ingezet omdat deze brandstoffen niet voldoende voorradig zijn, of op grond van wetgeving niet meer als brandstof kunnen worden ingezet.
Enkel gasvormige brandstoffen in de vorm van aardgas, biogas, syngas en/of waterstofgas komen als brandstof in aanmerking. Omdat biogas en syngas dezelfde kwaliteitseigenschappen hebben als aardgas zijn deze gassen niet onderscheidend en leiden dan ook niet tot andere inzichten. Ten aanzien van Waterstof kan worden gemeld dat deze brandstof nog niet op een schaal aanwezig om als brandstof te worden ingezet bij grootschalige energieopwekking. Bij de inzet van waterstof als brandstof zullen de stikstof emissies naar verwachting toenemen ten opzichte van een energiecentrale gestookt op aardgas. De stikstof emissies voor de energiecentrale in de beoogde ontwikkeling zullen op grond van de Wnb vergunning op NOx emissie vracht worden
03-04-2023
pagina 13 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
begrensd en het doorvoeren van een variant met waterstof zal dan ook niet leiden tot andere inzichten in luchtkwaliteit. De levering van gas zal plaats vinden via rechtstreekse aansluiting op het Nederlandse hoofdtransport gasnetwerk (transportnet waterstof). Het gas in dit netwerk zal van 100% aardgas nu, worden bijgemengd met biogas, syngas en/of waterstof. Met het uiteindelijke doel om volledig CO2 vrij te worden. Het transportnet waterstof dat hier wordt bedoelde is opgenomen in de routekaart waterstof uit het nationaal waterstof programma van de rijksoverheid 4. Typevariant De beoogde energiecentrale heeft naar verwachting de meeste impact op de omgeving. Om de laagimpactvariant te kunnen bepalen is voor het type energiecentrale een tweetal types uitgewerkt. Typevariant 1: een energiecentrale zonder DeNOx installatie: De uitwerking van deze energiecentrale is gebaseerd op de Maximacentrale in Lelystad welke kan worden gezien als de efficiëntste energiecentrale van Nederland. In deze energiecentrale is geen DeNOx installatie aanwezig waardoor enkel NOx emissies vrijkomen. Typevariant 2: een energiecentrale met DeNOx installatie: De uitwerking van deze energiecentrale is gebaseerd op de laatste generatie van energiecentrales, waarbij ook de nog niet gebruikelijke stap van een DeNOx installatie onderdeel is van de rookgasreiniging.
Het gevolg van de werking van de DeNOx installatie is dat het aandeel NOx emissies lager wordt omdat die worden afgevangen en omgezet. Bij deze type variant is er wel meer sprake van NH3-emissie, echter de totale N-vracht neemt af (zie ook onderstaande tabel). Tabel 1.4: overzicht stikstof emissies beoogde energiecentrale met en zonder DeNOx installatie Beoogde energiecentrale Stikstof emissie component Zonder DeNOx installatie Met DeNOx installatie [ton/jaar] [ton/jaar] NOx 300 200 NH3 0 23 Aandeel N 91 81
Samenvatting beoordeling beoogde ontwikkeling - Laagimpactvariant Bij de uitgangspunten voor de beoogde ontwikkeling is er al rekening gehouden met de best beschikbare technieken en een lagere milieucategorie (1-3) voor de bedrijven die in het plangebied zijn toegestaan (5). Dit maakt dat voor verkeer en luchtemissies minder milieuruimte beschikbaar is. De verplichte reservering voor grootschalige energie opwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW is bepalend voor het benutten van de beschikbare milieuruimte. Voor de beoogde energiecentrale is uitgegaan van de best beschikbare technieken om te kunnen voldoen aan de onderkant van de wettelijke emissie eisen. Voor het toevoeren van brandstof aan de energiecentrale zal worden aangesloten op het Nederlandse hoofdtransportnetwerk Waterstof en alle gassen en/of mengsels van die gassen kunnen verstoken. Daarmee is voor de beoogde energiecentrale ook geen lagere impact te behalen. Ten aanzien van stikstofemissies kan worden vermeld dat het verbranden van waterstof leidt tot hogere emissies dan verbranden van aardgas. Met het uitgangspunt voor de beoogde energiecentrale op basis van aardgas kan dit voor de stikstofemissies dan ook worden gezien als laagimpactvariant.
Voor de inrichting van het plangebied Waal Energie zal het Stedenbouwkundig raamwerk (zie bijlage 11.2a,b) en beeldkwaliteit de basis vormen en is daarmee dus ook als laagimpact te beschouwen. Alleen door in de beoogde ontwikkeling uitsluiten van geur, geluid belastende en of risicovolle activiteiten is het mogelijk om een nog lagere impact op de omgeving te verkrijgen. Echter kan dan niet meer worden voldaan aan de uitgangspunten voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied.
4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/11/30/routekaart-waterstof
03-04-2023
pagina 14 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Samenvatting beoordeling beoogde ontwikkeling - Voorkeursvariant Door het verkleinen van de verplichte reservering van voor grootschalige energieopwekking in de vorm van een energiecentrale van minimaal 500 MW die in de voorkeursvariant is voorzien bij locatievariant A (op de footprint van de geamoveerde kolen en biomassa gestookte energiecentrale), wordt binnen het plangebied Waal Energie ruimte gemaakt om ook andere ontwikkeling mogelijk te maken die een bijdrage kunnen leveren aan duurzaamheid en circulariteit. Denk hierbij aan de activiteiten aquathermie, elektrificatie scheepvaart, elektrificatie/waterstof voor wegtransport, het plaatsen van batterijen voor energieopslag. Bij de voorkeursvariant is voor het milieuaspect geluid gekozen voor een gedifferentieerde geluidruimte. Omdat er binnen het plangebied Waal Energie een centrale warmtevoorziening is voorzien waarop alle bedrijven worden aangesloten, kan voor de luchtemissies van het terrein worden uitgegaan van een lichtere categorie bedrijven dan daadwerkelijk te realiseren. Daarnaast wordt ook de stikstofemissie als gevolg van de beoogde ontwikkeling begrensd (zie ook hieronder). Voor de verplichte reservering voor grootschalige energieopwekking is de beoogde energiecentrale gebaseerd op de best beschikbare technieken en die daarmee kan voldoen aan de ondergrens van de in de wetgeving opgenomen emissies eisen.
Het betreft dan ook een energiecentrale die wordt aangesloten op het waterstofnetwerk en bij de bouw direct geschikt is om alle gassen die via dit waterstofnetwerk wordt aangeleverd te kunnen verstoken. De beoogde energiecentrale zal tevens worden uitgerust met een zogenaamde DeNOx installatie om daarmee de stikstof emissies tot een technisch minimum te beperken. Waarbij de vracht aan stikstof emissies vanuit de Wnb vergunning wordt begrensd. Met de voorkeursvariant kan ook invulling worden gegeven aan het spelregels die zijn opgenomen in het stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteitsplan. Hierdoor wordt het terrein opengesteld voor publiek en omwonenden en wordt plangebied ruimtelijk goed ingepast in de omgeving. Onderstaand per milieuaspect de samenvatting van de beoordelingsresultaten voor de voorkeursvariant. Verkeer Ten aanzien van verkeer is de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie vergeleken met de referentiesituatie. In de referentiesituatie is binnen het voor publiek afgesloten plangebied Waal Energie de kolen- en biomassa gestookte energiecentrale uit bedrijf genomen; het zonnepark, de windturbines en de containerterminal zijn operationeel. De Nymaweg heeft in zekere mate een doorgaande functie gekregen en het Waalfront is verder ontwikkeld.
Ook in de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling is de verkeersafwikkeling goed en zijn er geen verkeersveiligheidsknelpunten voorzien en heeft de beoordeling “geen effect/neutraal (0)” gekregen. Vanwege het extra verkeer dat de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling genereert verslechtert de verkeersafwikkeling op Hollandiaweg en Latensteinweg ten opzichte van de referentiesituatie enigszins: Echter doordat een vrij liggende fietsroute wordt gerealiseerd, overeenkomstig het stedenbouwkundig raamwerk is hier sprake van een uit oogpunt van verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid goede situatie. Het kruispunt NymawegLatensteinweg wordt in de nabije toekomst een rotonde: deze heeft ruim voldoende capaciteit om het toegenomen verkeer af te kunnen wikkelen. Met het scheiden van fietsers van het gemotoriseerd verkeer verbetert de verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie. Echter, de toename van verkeer in combinatie met fietsers, maakt dat verkeersveiligheidsrisico’s bij met name de kruispunten enigermate toenemen. De voorkeursvariant wordt op dat aspect daarom “licht positief (0/+)” beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Het bouwverkeer moet over de route Latensteinweg - Hollandiaweg worden geleid.
Hoewel de intensiteiten daartoe geen aanleiding geven, kan het tijdens de aanlegfase wel nuttig zijn om fietsers niet via de Latensteinweg te laten rijden vanwege mogelijke conflicten met bouwverkeer. Omdat dit goed regelbaar is, worden hiervan geen effecten voorzien.
03-04-2023
pagina 15 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Geluid Geluid betreft een complexe situatie. Dit komt mede omdat het plangebied Waal Energie onderdeel is van de vastgestelde de geluidzone van industrieterrein “TPN-West”. Het is daarom niet mogelijk om alleen voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie de geluidzone bij te stellen. In de gebiedsvisie Waal Energie (2019) is duidelijk uitgesproken dat het geluid vanuit de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie niet meer mag bedragen dan de bijdrage aan de geluidszone ten tijde van de werkende kolen en biomassa gestookte energiecentrale. Voor de voorkeursvariant (locatievariant A met gelijkmatige verdeling) is de cumulatieve geluidsbelasting ten opzichte van de situatie 2015 als “geen effect/neutraal (0)” te beschouwen. Omdat in deze situatie het uitgangspunt is dat de kolen en biomassa gestookte energiecentrale nog in bedrijf is. Vergeleken met de referentiesituatie is de cumulatieve geluidsbelasting van de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling als “geen effect/neutraal (0)” te classificeren. De cumulatieve geluidsbelasting neemt bij de woningen beperkt toe als gevolg van de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie, maar die toename is zo beperkt dat deze naar verwachting niet of nauwelijks hoorbaar is.
De voorkeursvariant maakt het mogelijk om in het centrum van het plangebied Waal Energie activiteiten met een hogere geluidemissie te exploiteren. Luchtkwaliteit Uit de verspreidingsberekeningen in een worstcase benadering komt naar voren dat de maximale jaargemiddelde bronbijdrage ten gevolge van de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling binnen plangebied Waal Energie voor de NO2, en PM10 immissies ruimschoots kan worden voldaan aan de wettelijke norm en er geen negatieve invloed op de lokale volksgezondheid is te verwachten. Bij de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling is de NOx emissie ruim 85% lager ten opzichte van de situatie in 2015. Er is sprake van een toename van de NO2 en PM10 immissie, die onder de Niet In Betekenende Mate (NIBM) projectbijdrage ligt, in de nabijgelegen woonwijken. De maximale bijdrage aan de rand van de woonwijk ligt rond de 0,5 µg/m3 voor NO2 en significant lager voor PM10. Dit classificeert als een minimale beïnvloeding (“geen effect/ neutraal (0)”) van de luchtkwaliteit voor alle beschouwde varianten voor de beoogde ontwikkeling. Ten opzichte van de situatie 2015, de periode waarin de kolen en biomassa gestookte energiecentrale nog in gebruik was, is een verbetering van de luchtkwaliteit te verwachten.
De kolen en biomassa gestookte energiecentrale stootte significant meer NOx en PM10 uit dan bij de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling, inclusief de beoogde energiecentrale. Door de hoge schoorsteen van de kolen en biomassa gestookte energiecentrale kan worden aangenomen dat zich de NOx en PM10, zich over een groot gebeid verspreide en dus beperkte invloed had op de nabije omgeving. (uitgezonderd de stofemissies die samenhingen met overslag, opslag en transport van kolen en/of biomassa). Onderstaande tabel zijn de emissies van de referentiesituatie, de situatie 2015 en de voorkeursvarianten van de beoogde ontwikkeling weergegeven. Tabel 5: emissie vrachten beoogde ontwikkeling voorkeursvariant Milieuaspect - Criteria Luchtkwaliteit NOx vracht PM10 vracht
03-04-2023
Situatie 2015
Referentiesituatie
[kg/jaar]
[kg/jaar]
Beoogde ontwikkeling Voorkeursvariant [kg/jaar]
1.670.000 79.000
8.000 600
217.000 676
pagina 16 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport Nadere beschouwing op luchtkwaliteit
Bron: gemeente Nijmegen ‘Verdiepende bijeenkomst luchtkwaliteit, 8 december 2022 (situatie 2019) De beoogde ontwikkelingen in plangebied Waal Energie dragen bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit in de gemeente Nijmegen. De zero emissie oplossingen voor mobiliteit over weg en water, nu de grootste bronnen voor luchtvervuiling in Nijmegen, kunnen een bijdrage leveren aan de vermindering van uitstoot aan fijnstof, roet en benzeen. De energiecentrale zal stroom leveren aan de laadstations in geval zon en wind er niet of onvoldoende zijn. Ook kan warmte aan het warmtenet worden geleverd. Bij het verbranden van gas in de energiecentrale komen geen stof/roet emissies vrij. Ondanks de toename aan stikstofemissie van de beoogde energiecentrale (ook in geval van waterstof) draagt het totale plan positief bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit in een groot gebied ten opzichte van de situatie in 2019
Natuur Bij de voorkeursvariant in de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie kunnen significant negatieve effecten voor zowel de broedvogels als niet-broedvogels van het Natura 2000- gebied Rijntakken op voorhand niet worden uitgesloten en is het uitvoeren van een passende beoordeling voor de voorkeursvariant noodzakelijk, vanwege mogelijke effecten van geluid en stikstofdepositie. Bij de voorkeursvariant is er sprake van een beperkte toename van de stikstofdepositie op enkele leefgebieden binnen Natura 2000 en enkele natuurbeheertypen van NNN ten opzichte van de referentiesituatie. Dit leidt voor deze criteria tot de beoordeling “zeer negatief effect (--)”. Daarbij moet worden opgemerkt dat ten opzichte van de vergunde situatie (situatie 2015) er bij de voorkeursvariant een aanzienlijke afname van de stikstofdepositie is op een groot aantal Natura 2000-gebieden. De toename bij de voorkeursvariant heeft betrekking op leefgebieden op relatief korte afstand van het plangebied Waal Energie. Met het nemen van mitigerende maatregelen zijn negatieve effecten op beschermde soorten voor de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling als “geen effect/neutraal (0)” te classificeren ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de voorkeursvariant is een Passende Beoordeling uitgevoerd en opgenomen als bijlage 7.6 bij dit rapport.
De Passende Beoordeling is noodzakelijk omdat significant negatieve effecten als gevolg van geluid (ten opzichte van de referentiesituatie) zonder uitvoering van deze Passende Beoordeling niet zijn uit te sluiten. In de Passende Beoordeling is ook de toename van stikstofdepositie op enkele habitattypen van het Natura 2000-gebied Rijntakken beoordeeld. Op basis van de Passende Beoordeling kunnen significant negatieve effecten voor Natura 2000-soorten en -gebieden alsnog worden uitgesloten. Ten opzichte van de referentiesituatie blijft er echter sprake van een toename van de stikstofdepositie op hiervoor gevoelige habitats en soorten. Ten opzichte van de situatie 2015 met een operationele kolen en biomassa gestookte energiecentrale is er sprake van een aanzienlijke verbetering voor Natura 2000-soorten en -gebieden, vanwege de aanzienlijke afname van stikstofemissies (ruim 85%). Vanuit de Passende Beoordeling kan derhalve worden gesteld dat de voorkeursvariant vergunbaar is in het kader van Wnb.
03-04-2023
pagina 17 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
Externe Veiligheid De risicobronnen gelegen buiten het plangebied Waal Energie hebben geen invloed op de risico’s binnen het plangebied Waal Energie en zijn ook in alle beschouwde situaties/varianten gelijk. De risicobronnen buiten het plangebied Waal Energie van de beoogde ontwikkeling worden eveneens niet geraakt door de beoogde ontwikkeling in plangebied Waal Energie. Met de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling worden ook risicovolle activiteiten binnen plangebied Waal Energie mogelijk gemaakt, waardoor het plaatsgebonden en groepsrisico in de beoogde ontwikkeling tot een negatief effect kunnen leiden indien deze wordt vergeleken met de referentiesituatie. Wordt vergeleken met de situatie 2015 dan is alleen een negatief effect te verwachten voor het groepsrisico. Bij de voorkeursvariant wordt gekozen om de veiligheidscontour om het plangebied Waal Energie te leggen waardoor de omgeving op gelijkwaardige manier wordt beschermd. Het voordeel daarbij is dat voor de beoogde ontwikkeling eventuele risicovolle activiteiten kunnen worden gerealiseerd zolang de PR 10-6 contour die op de grens van het plangebied Waal Energie ligt niet wordt overschreden. De risicovolle activiteiten zullen dan wel een functionele binding met elkaar moeten hebben.
Om deze functionele binding te realiseren wordt in het bestemmingsplan opgenomen dat er een beheersorganisatie wordt opgezet die zorg draagt voor een goede indeling van de beoogde ontwikkelingen in het plangebied Waal Energie. De voorgestelde veiligheidscontour houdt rekening met een zekere marge waar het gaat om de situering van bedrijven in het plangebied Waal Energie en houdt rekening met een ruime marge ten aanzien van aanééngesloten woonbebouwing. In die zin is de voorgestelde veiligheidscontour die op de grens van het plangebied Waal Energie komt te liggen geen maximalisering van de milieugebruiksruimte, maar een optimalisering. In principe is de veiligheidscontour nog verder in het plangebied Waal Energie terug te leggen, maar dit vergroot niet persé de veiligheid. In tegenstelling kan dit betekenen dat bedrijven met risicovolle installaties juist dichter op elkaar dienen te worden geplaatst binnen het plangebied Waal Energie, wat in theorie de veiligheid binnen het plangebied Waal Energie dan mogelijk verkleind. Omdat de voorgestelde ligging van de veiligheidscontour alleen afwijkt van het plangebied Waal Energie ter plaatse van water, waar geen risicovolle functies mogelijk zijn, is er geen reden om de veiligheidscontour verder in te perken.
Geur Bij de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling van plangebied Waal Energie staat het plangebied open voor verschillende soorten bedrijven, echter door de te stellen planregels zijn alleen bedrijven direct toegelaten die kunnen volstaan met een zeer beperkte geurruimte, waardoor geurhinder in de woon- en leefomgeving wordt voorkomen, zowel per bedrijf als vanwege alle bedrijven tezamen. Het plangebied Waal Energie biedt de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning (bestemmingsplanactiviteit) ook bedrijven toe te laten die meer geurruimte nodig hebben dan standaard beschikbaar is. In beschouwde voorkeurssituatie blijkt dat de activiteiten op een afstand van tenminste 100 meter van de woon- en leefomgeving is gelegen en daarmee ruimschoots voldoet aan de afstandsgrenzen zoals die zijn opgenomen in milieuzonering nieuwe stijl. De beschouwde situaties zijn alle geclassificeerd met een kwalificatie “geen effect/neutraal (0)”, omdat geen van de beoogde activiteiten buiten het plangebied Waal Energie als geurrellevant zijn aan te duiden. Ten opzichte van zowel de referentiesituatie als de situatie 2015 heeft de beoogde ontwikkeling op het milieuaspect geur eveneens een gelijk effect naar de omgeving.
Bodem en Water Het verkennend onderzoek naar de bodemopbouw, bodemverontreiniging en Niet gesprongen explosieven in het plangebied Waal Energie toont aan dat er voor de voorkeursvariant van de beoogde ontwikkeling van het plangebied Waal Energie, nader onderzoek nodig is bij de vestiging van bedrijven, afhankelijk van de noodzakelijke
03-04-2023
pagina 18 van 64
MER Waal Energie Deel 1 Hoofdrapport
bouwactiviteiten (diepte van de te roeren grond). Voor de voorkeursvariant zal sprake zijn van realisatie van bedrijven op (mogelijk) verontreinigde grond, als gevolg van activiteiten in het verleden. De voorkeursvariant krijgt mogelijk met bodemverontreiniging te maken. Bij beide varianten is toch sprake van mogelijk verontreinigde grond, en dit dient te worden gesaneerd bij realisatie van bedrijven daarom is de verwachting dat er ten aanzien van bodemverontreiniging sprake is van een lichte verbetering van de situatie ter plekke. De voorkeursvariant wordt ten aanzien het aspect bodemopbouw en niet gesprongen explosieven beoordeeld als “licht negatief effect (0/-)“ ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het aspect bodemverontreiniging wordt de voorkeursvariant beoordeeld als “licht positief effect (0/+)” ten opzichte van referentiesituatie omdat in de referentiesituatie geen aanleiding is om eventuele bodemverontreiniging te gaan saneren. Voor de herinrichting zijn er in principe geen beperking in het kader van de Waterwet inzake de buitendijkse ligging van het plangebied, waterwinning en afvalwater. Voor de realisatie van benodigd ondergrondse infrastructuur gelden mogelijk wel beperkingen in het kader van de beschermingscontouren van de regionale waterkering. Daarvoor is afstemming met het Waterschap noodzakelijk.