CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Vaststellen bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Besluitronde (raadsvergadering) 28 september 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen-West 13 (CPO toekomstmuziek, Kerkstraat) (64/2022)26.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat) Plan

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat) IDN: NL.IMRO.0268.BP11013-VG01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant regionaal beleid Relevant gemeentelijk beleid Conclusie

13 13 13 15 15 17

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17

Sectorale aspecten Vormvrije M.E.R.-beoordeling Wonen Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Ruimtelijke Veiligheid NGE (Niet Gesprongen Explosieven) Kabels en leidingen Klimaat

19 19 19 21 22 22 24 24 24 27 30 36 42 45 46 47 48 49

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming

53 53 53 54

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal

57 57

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg

59 59 59

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

5

Regels

61

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

63 63 82

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Wonen Waarde - Archeologie 3

87 87 89

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

93 93 94 95 96 97 98

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

101 101 103

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Advies Brandweer

Bijlage 2

verkennend bodemonderzoek 1999

Bijlage 3

bodemonderzoek 2006

Bijlage 4

verkennend asbestonderzoek 2006

Bijlage 5

aanvullend bodemonderzoek 2008

Bijlage 6

verkennend en aanvullend bodemonderzoek 2019

Bijlage 7

Evaluatiebodemonderzoek 2020

Bijlage 8

Selectiebesluit Archeologie

Bijlage 9

Aeriusberekening 2021

Bijlage 10

Aeriusberekening 2022

Bijlage 11

Quickscan Flora en Fauna

Bijlage 12

Akoestisch onderzoek

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer, CPO vereniging Toekomstmuziek, heeft het initiatief genomen om een meergeneratie woongebouw te realiseren voor 10 huishoudens op het braakliggend perceel aan de Daniëlsweg in Hees, tussen het terrein van het huidige zwembad West en de Kerkstraat. Doelstelling van de ontwikkeling is om levensloopbestendige woonruimte te realiseren voor een sociale, solidaire groep met gelijkgestemden. Een groep waarin elk individu een plek heeft én waarin je er voor elkaar kunt zijn. Samen leven in een woongemeenschap. Leven in een woongemeenschap heeft onder andere de volgende voordelen: meer sociale cohesie, meer veiligheid, grotere geborgenheid en minder eenzaamheid; het voorhanden zijn van hulp van medebewoners (voor het doen van boodschappen, eten koken, etc), er wordt derhalve minder aanspraak gemaakt op professionele/formele hulpverlening; 50% van de deelnemers bestaat uit 60 plussers die allen een grote gezinswoning achterlaten.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het betreft het perceel gelegen aan de Daniëlsweg in Hees, tussen het terrein van het huidige zwembad West en de Kerkstraat 5. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie H, nummer 5459. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 3064 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

7

Figuur 1: met rood omlijnd het plangebied.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen West. Dit bestemmingsplan is door de raad op 6 maart 2013 vastgesteld; het plan is op 23 oktober 2013 onherroepelijk geworden. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerend bestemmingsplan, omdat ter plaatse van de gewenste ontwikkeling geen bouwvlak voor wonen is opgenomen. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit hoofdstuk gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestelde ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals onder andere externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische plan opzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

9

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

De planlocatie betreft een braakliggend perceel aan de Danielsweg in Hees, tussen het terrein van het huidige zwembad West en de Kerkstraat. De Danielsweg is op deze plaats afgesloten voor auto's en vormt i.c.m. een groenzone een doorsteek voor langzaam verkeer langs het terrein van het Sint Jozefklooster. De noord- en oostzijde van het perceel grenzen aan achtertuinen van woonpercelen aan de Kerkstraat en de Korte Bredestraat. De ligging van de planlocatie is besloten en groen. De houtsingels en bomen op de randen van het perceel gaan over in het groen in de omgeving en geven het plangebied het karakter van een 'groene kamer'. Het perceel is bereikbaar via een inrit over het terrein van Villa De Beuken (Kerkstraat 5). De Villa is een gemeentelijk monument en in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw. Aan de voor- en achterzijde wordt door de gebruikers van het bedrijfsverzamelgebouw geparkeerd.

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Het perceel is aangekocht door CPO Toekomstmuziek, die op deze plek een woongebouw met 10 appartementen en gezamenlijke ruimte gaan realiseren in een collectieve tuin. Er wordt op eigen terrein in de parkeerbehoefte voorzien. Hees kenmerkt zich historisch gezien door een lintstructuur van boerderijen, villa's en buitenplaatsen aan de belangrijkste wegen. Als onderdeel van de planvorming is cultuurhistorisch onderzoek verricht, dat laat zien dat ter plaatse van de huidige Danielsweg een oude dwarsstraat ('Dam') lag met woonpercelen. Het gemaakte bouwplan refereert naar de situatie zoals aanwezig tot de jaren '70 van de vorige eeuw, toen er op deze plek een groot woonblok stond van twee bouwlagen met een kap. Het bouwplan is om de volgende redenen stedenbouwkundig wenselijk: Het bouwplan voorziet in de woonbehoefte van een CPO-groep en voegt een bijzonder nieuw woonmilieu toe aan Nijmegen West en Hees; Stedenbouwkundig wordt er op logische wijze aangesloten op de bestaande structuur en bebouwing.

De voorzijde van het bouwplan oriënteert zich op de openbare ruimte en de collectieve tuin sluit aan op achtertuinen aan de Korte Bredestraat; De positie van de nieuwbouw houdt rekening met het aanzicht van Villa De Beuken vanaf de Kerkstraat en de bestaande zichtlijn over het perceel van de villa via de inrit; Het woonprogramma is zeer compact vormgegeven zodat de korrel van het gebouw past in de omgeving; De massa en verschijningsvorm van de nieuwbouw (twee bouwlagen met een kap) sluiten goed aan op de bebouwde omgeving en de eigenschappen van de planlocatie; Het bouwplan legt een relatie met de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis van het dorp Hees en oriënteert zich op de Danielsweg, net als de vroegere bebouwing op deze plek; De oriëntatie op de groenzone aan de Danielsweg i.c.m. de geplande toegang tot de planlocatie voor langzaam verkeer en het aansluiten op de bestaande padenstructuur komt de sociale veiligheid in de groenstrook ten goede; CPO Toekomstmuziek wil de gemeenschappelijke tuin goed aan laten sluiten bij de groene singels. Hierover is overleg geweest met de werkgroep Groen van Dorpsvereniging Hees en

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

11

het IVN. Een tuinarchitect werkt de plannen uit in samenhang met de groene omgeving van Hees.

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Relevant rijksbeleid

Besluit ruimtelijke ordening Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren).

De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Behoefte Het plan is een toevoeging voor het woonmilieu aan de Kerkstraat. Het toevoegen van bijzondere woonvormen heeft een meerwaarde voor de wijk. De kwaliteit van het gebied neemt hierdoor toe. Ook levert deze ontwikkeling een bijdrage aan de realisatie aan het gemeentelijk woonbeleid. Benutting van beschikbare gronden Er is hier sprake van herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Het plan voorziet hiermee in een goede benutting van het bestaande stedelijke gebied.

3.2

Relevant provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland? De provincie kiest er in

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

13

deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2. Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3.

Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is sturen op doelen en kwaliteit, niet op de exacte middelen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad.

Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Omgevingsverordening Gelderland De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.

3.3

Relevant regionaal beleid

Sinds 1 juli 2015 bestaat de Stadsregio Arnhem-Nijmegen niet meer als officiële bestuurslaag. Hierdoor is er geen instantie meer direct verantwoordelijk voor het regionale beleid op het gebied van mobiliteit, ruimte, wonen en werken. Voor de beleidsvelden wonen, detailhandel en bedrijventerreinen geldt dat provincie Gelderland in haar omgevingsvisie en omgevingsverordening nog wel verwijst naar de regionale afspraken. Voor deze beleidsvelden worden nog steeds regionale afspraken vastgelegd in gezamenlijk overleg met regiogemeenten en provincie.

3.4

Relevant gemeentelijk beleid

Structuurvisie Nijmegen 2013, kansen voor ontwikkeling tot 2030 De Structuurvisie 2013 geeft het ruimtelijk beleid weer tot 2020. Het accent zal de komende jaren in de wijken meer op consolidatie en kleinschalige vernieuwing komen te liggen. De focus ligt op behoud, verduurzaming, eigentijdse aanpassingen, herbestemming en transformatie van bestaande woningen en gebouwen naast de ontwikkeling van het Waalfront, Nijmegen CS en de Waalsprong. Duurzaamheid krijgt een prominente rol in deze visie en kent een brede invulling. In de Structuurvisie is gekozen voor duurzame stedelijke ontwikkeling als leidend principe en de volgende speerpunten: Typisch Nijmegen: de ambitie is om de bestaande en voor Nijmegen unieke kwaliteiten zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te versterken. De typerende kwaliteiten zijn: de unieke ligging in het landschap, de ruimtelijke dragers van de stad, de historische gelaagdheid, de dynamiek: Nijmegen is een stad in beweging en de duurzaamheid krijgt een prominente rol in deze visie met een brede invulling; Economische structuurversterking: de ruimtelijke kwaliteit van een stad is afhankelijk van de economische aantrekkingskracht. We willen ruimte bieden voor de ontwikkeling van de economische dynamiek van een wijk.

We willen de creativiteit van ondernemers de ruimte geven; Karakteristieke wijken: onze ambitie is om wijken te hebben waarin mensen graag wonen met een variatie in het aanbod van woningen (zowel in woningtype als in prijsklasse).

Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen: samen vooruit In het coalitieakkoord zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. De aandacht voor de woningbouwopgave in de Waalsprong en het Waalfront is onverminderd. We veranderen de beleidslijn door het 'nee, tenzij' beleid, waarbij we voornamelijk voorrang gaven aan ontwikkelingen in de Waalsprong en Waalfront, te veranderen in 'ja, mits' beleid. Daarbij zetten we op een stedelijk niveau in op een mix van woonmilieus en per wijk een wisselende mix van woningtypen. Daarbij is nadrukkelijk ook groei mogelijk voor de

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

15

bestaande stad waarbij we zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft, waarbij we op geschikte locaties inzetten op extra sociale en middeldure huurwoningen. Daarbij hebben we ook blijvende aandacht voor de kwaliteit en binnenklimaat van woningen en de betaalbaarheid van de energierekening. De beleidswijziging van ja, mits vraagt om een uitwerking die gericht zal zijn op het bouwen naar behoefte en een ongedeelde stad. De extra opgave van sociale en middeldure huurwoningen verdelen we over de stad en Waalsprong. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen.

De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.

Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen

Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad: De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes: 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Figuur 2: Opgaven en richtgevende keuzes

3.5

Conclusie

De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

17

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vormvrije M.E.R.-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage oftewel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.

Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.

4.2

Wonen

Met de “Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2020-2030" hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 10.500 woningen tot 2030. Om dit te kunnen halen is een plancapaciteit van 130% nodig. Daarbij gaat het dus om totaal ongeveer 13.500 woningen. Dit is gebaseerd op het woningmarktonderzoek van Companen dat eind 2019 is opgeleverd. Daaruit blijkt een enorme kwantitatieve opgave. Kwalitatief is de opgave met name gericht op de betaalbare categorieën (sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop). Regionaal woningmarktonderzoek 2019 De woningmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk. De woningbehoefte is dermate groot dat een tempoversnelling in productie nodig is: van 3.100 woningen per jaar (realisatie 2015-2018) naar 3.400 tot 3.900 woningen per jaar. Dit is inclusief het inlopen van een groot deel van het actuele woningtekort. Het tekort is verhoudingsgewijs het grootst in de regio Nijmegen. Het zwaartepunt voor de korte termijn ligt op het zorgen voor voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is vooral het gevolg van het groeiende aantal kleine huishoudens. Dit vertaalt zich in een behoefte aan gemaksvriendelijke kleine woningen, zoals appartementen.

In de sociale huursector is er in de hele regio een transformatieopgave van traditionele rijwoningen naar kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens. In de koopsector spreidt de behoefte zich over verschillende categorieën en prijsklassen. Demografische ontwikkeling Nijmegen De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle prognoses het

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

19

eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario's, van 185.000 tot 195.000 inwoners in 2030. De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventig plus. Woonbehoefteonderzoek 2019 Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort dat ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Vergroten van het aantal levensloopgeschikte woningen.

Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 In samenhang met de Nijmeegse Omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage- en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de ov-knooppunten. In Nijmegen bieden we ruimte voor bijzondere woonvormen. Het gaat dan om woonvormen die flexibel, tijdelijk of collectief van aard zijn. Een paar procent van de woningzoekenden zoekt woonruimte waarbij men voorzieningen in de woning deelt met andere mensen uit een woongroep.

In de koopsector bijvoorbeeld via collectief particulier opdrachtgeverschap. Of in de huur via een woonvereniging. Coalitieakkoord 2018-2022 In het coalitieakkoord Nijmegen “Samen Vooruit 2018-2022” zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven: bouwen aan een aantrekkelijke stad. We maken groei mogelijk en zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. We bouwen in deze periode 2000 (400 extra) sociale- en 1200 (500 extra) middeldure huurwoningen. Planningskader wonen met zorg voor ouderen 2017 Met het planningskader wonen met zorg voor ouderen hebben we de behoefte voor sociale huur als het gaat om toekomstige huisvesting van ouderen en mensen met een beperking in

20

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

kaart gebracht. Uitgangspunt van het planningskader is maximaal inzetten op het bouwen van levensloopgeschikte woonruimten. Woonprogramma CPO Toekomstmuziek Het woonprogramma bestaat uit een appartementengebouw van 10 appartementen. Het appartementencomplex met gemeenschappelijke ruimte wordt gerealiseerd als een CPO-project (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). Minimaal 50% van de aanstaande bewoners zal bestaan uit ouderen. Een deel van de toekomstige bewoners valt onder de categorie 'middeninkomen'. De toekomstige bewoners streven naar sociale cohesie en ondersteuning van elkaar. Duurzame gebruiksgoederen worden collectief benut. Conclusie woonprogramma CPO Toekomstmuziek Op basis van de Uitvoeringsagenda Wonen bieden we ruimte voor bijzondere woonvormen. Hierbij gaat het om woonvormen die flexibel, tijdelijk of collectief van aard zijn. Het woningbouwprogramma bestaat uit een appartementengebouw dat wordt gerealiseerd als een CPO-project. Dit type woningbouwproject past binnen de Uitvoeringsagenda Wonen.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieu¬aspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009). Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.

In de directe nabijheid van het plangebied ligt het Sportfondsbad Nijmegen West. Dit open zwembad met ligweide valt volgens de VNG-publicatie in categorie 4.1 met een richtafstand van 200 meter tot aan woongebieden. Het plangebied ligt ruim binnen die afstand. Om deze reden is nader geluidonderzoek uitgevoerd (bijlage Tritium Advies, 9 februari 2022). Ook het kinderdagverblijf op de Kerkstraat 5 is meegenomen in het akoestisch onderzoek. Het plangebied is beoordeeld als gemengd gebied omdat het aan de zuidzijde grenst aan de maatschappelijke bestemming, aan de westzijde aan de gemengde bestemming met het kinderdagverblijf en aan de zuid-oost zijde aan het zwembad. Een geluidbelasting van 50dB(A) van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Ar,RT) en een piekbelasting van 70 dB(A) (LAmax) is daarmee acceptabel in dit gebied volgens stap 2 van de VNG publicatie. Uit de resultaten van het geluidonderzoek blijkt dat de gevelbelasting door het kinderdagverblijf op de noord-oostzijde van de nieuw te realiseren appartementen onder deze waarden blijft. Aan de zuid-oostzijde van de appartementen waar de appartementen grenzen aan het zwembad is sprake van twee punten op de gevel waar het gemiddelde geluidniveau (Ar,TR) wordt overschreden. Om dit te verantwoorden is ook naar cumulatie van geluid gekeken in het plangebied.

Hieruit blijkt dat de gecumuleerde maximale etmaalwaarde 54 dB(A) bedraagt. Hiermee is een acceptabel geluidniveau volgens stap 3 van de VNG brochure. Ook de indirecte hinder van het af- en aanrijden van verkeer is beoordeeld in het rapport. Ook hieruit blijkt dat kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

21

Conclusie Vanuit de milieuzonering is er geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.4

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een weg. Wegen waarvoor een maximum toegestane snelheid geldt van 30 km/uur en die binnen een als woonerf aangeduid gebied liggen zijn niet gezoneerd en daardoor niet onderzoeksplichtig. De geprojecteerde appartementen liggen niet binnen de onderzoekszone van een weg. De wegen in de nabijheid van de woningen zijn wegen met een maximum toegestane snelheid van 30 km/u en dus niet gezoneerd. Verder zijn de wegen in de nabijheid van de woningen wegen met een lage verkeersintensiteit omdat er zo goed als alleen bestemmingsverkeer overheen rijdt. De wegen leveren daardoor geen relevante geluidsbelasting op op de gevels van de woningen. De Wet geluidhinder (Wgh) is ook van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een industrieterrein. De geprojecteerde appartementen raken de contourzone, maar liggen er feitelijk geheel buiten. Op het meest noordelijke puntje van de geprojecteerde geluidgevoelige bestemming zal de belasting 50,3 dB9A zijn (beoordeeld op 5 meter boven maaiveld). De geplande ontwikkeling kan worden gerealiseerd zonder dat er met betrekking tot het aspect geluid procedures nodig zijn. Verder worden er geen bijzondere eisen gesteld aan de geluidwering van de gevels van de woningen en ook niet aan de indeling.

Uiteraard moeten de appartementen voldoen aan de minimale eisen van het Bouwbesluit.

4.5

Luchtkwaliteit

Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot de luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. norm

22

ingangsdatum

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Jaargemiddelde grenswaarde NO2

40 ìg/m3

1 januari 2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10

40 ìg/m3

1 juni 2011

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3

1 juni 2011

Figuur 3: Tabel: luchtkwaliteit

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen.

Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. De ontwikkeling betreft de realisatie van 10 appartementen aan de Danielsweg in Nijmegen. Voor dergelijk plan is geen sprake van een verslechtering van meer dan 3%. Het plan is daarmee NIBM.

Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het "Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. De woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Overigens wordt ter plaatse van het

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

23

plangebied voldaan aan alle grenswaarden en wordt ook voldaan aan de grenswaarde van het WHO voor PM2,5. In 2019 werd nog net niet voldaan aan de advieswaarde van 10 µg/m³ van het WHO (ter plaatse bedraagt het jaargemiddelde PM2,5 12 µg/m³) Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.

4.6

Geur

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is een beoordelingskader opgenomen voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee) Doorwerking plangebied Omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen agrarische bedrijven aanwezig zijn, vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied. In de omgeving liggen geen bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken en een invloedsgebied over het plangebied hebben liggen. Alleen het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal, het Maas-Waalkanaal en het spoor van Nijmegen naar Den Bosch zou in een zeer onwaarschijnlijk geval een effect kunnen hebben op de planlocatie. Dit zeer kleine risico is verantwoord in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen uit 2014 op pagina 33. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.8

Bodem

Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel 3.1.6 Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn

24

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

4.8.1 1.

Bodemonderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 5 te Nijmegen', Enviro plan, kenmerk: P91828, d.d.7 juli 1999;

Het onderzoek heeft plaatsgevonden aan de achterzijde van de villa. Uit dit onderzoek blijkt dat dat de bovengrond licht verontreinigd is met koper, kwik, lood, zink en PAK. Bodemkwaliteit Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: De bovengrond is licht verontreinigd met koper, kwik, lood, zink en PAK; De ondergrond is licht verontreinigd met koper en kwik; Het grondwater is licht verontreinigd met chroom.

2.

Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 06-2024-R01JV, d.d.16 mei 2006;

5

te

Nijmegen',

Inenterra,

kenmerk:

Bij dit onderzoek zijn diverse deellocaties onderzocht. Hieronder zijn de resultaten van het onderzoek kort samengevat. Deellocatie 1, asfalt- en puinverharding Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de aanwezige asfaltverharding niet teerhoudend is. De puinlaag onder het asfalt is niet asbesthoudend. Verder blijkt dat de puinlaag licht verontreinigd is met lood, nikkel, zink, minerale olie en PAK. De zintuiglijk onverdachte bodemlaag onder het puin rondom de villa (0,4 – 1,0 m-mv) is licht verontreinigd met zink en matig verontreinigd met lood. De zintuiglijk onverdachte bodemlaag onder het puin op het zuid/oostelijke deel van de onderzoekslocatie is licht verontreinigd met zware metalen, minerale olie en PAK.

Deellocatie 2, ondergrondse brandstoftanks Aan weerszijden van de ondergrondse tank is de zintuiglijk verdachte ondergrond vanaf 2,6 – 4,0 m-mv (zeer) sterk verontreinigd met minerale olie en plaatselijk ook sterk verontreinigd met xylenen. Betreffende de brandstoftank, deze ligt op het terrein van de beuken en valt daarmee buiten het plangebied. De onderliggende, zintuiglijk onverdachte bodemlaag vanaf 4,0 m-mv rondom de tank is niet verontreinigd met minerale olie, evenals de zintuiglijk onverdachte bodemlaag van 2,3 – 3,0 m-mv aan beide uiteinden van de tank. Aan de bovenzijde van de tank is de zintuiglijk verdachte grond sterk verontreinigd met minerale olie van 0,5 – 0,7 m-mv. De aanwezige verontreiniging is in horizontale richting niet volledig afgeperkt, in verticale richting is de verontreiniging voldoende afgeperkt. Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met benzeen, xylenen en naftaleen en matig verontreinigd met minerale olie. Op basis van het onderzoek wordt het totale volume sterk met minerale olie en vluchtige aromaten verontreinigde grond, rekening houdend met een verontreinigde bodemlaag van tenminste 0,8 meter, vooralsnog geraamd op ca. 48 m3. Het totale volume matig met minerale olie verontreinigd grondwater kan op basis van het onderzoek niet worden vastgesteld.

Deellocatie 3, grondhopen (5 stuks)

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

25

Verspreidt over het terrein liggen 5 grondhopen, welke bestaan uit matig humeus zand en een hoogte van gemiddeld 0,8 m+mv hebben. De grond is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en/of minerale olie.

Deellocatie 4, parkeerkelder, opp. 675 m2 Hierbij zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond aangetoond.

Deellocatie 5, overig terrein, opp. 4.325 m2 De puinhoudende bovengrond op het overig terrein en onder de grondhopen (0 – 1,5 m-mv) is asbesthoudend; in het onderzochte mengmonster zijn losse vezelbundels chrysotiel aangetoond. De puinhoudende bovengrond is tevens licht verontreinigd met lood en zink. De zintuiglijk onverdachte bovengrond rondom de villa is licht verontreinigd met lood, zink, minerale olie en PAK. De zintuiglijk onverdachte ondergrond rondom de villa (0,5 – 2,0 m-mv) is licht verontreinigd met lood en PAK, terwijl de zintuiglijk onverdachte ondergrond ten zuid(oosten) van de villa (0,5 – 1,9 m-mv) niet verontreinigd is met de onderzochte parameters. Het grondwater op het overig terrein is eveneens niet verontreinigd met de onderzochte parameters. In verband met de aanwezigheid van asbest in de bovengrond wordt een asbestonderzoek conform NEN 5707 geadviseerd.

3.

Verkennend asbestonderzoek Kerkstraat 5 te Nijmegen', Grondslag, kenmerk: 11187, d.d. 26 augustus 2006';

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat bij dit onderzoek geen asbest is aangetoond. Het onderzoek heeft plaats gevonden over de gehele locatie van de villa en de omliggende tuinen. 4.

'Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Kerkstraat 5 te Nijmegen', Diseo, kenmerk: D2019-412V1, d.d. 16 juli 2019';

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt in het overgrote deel van de grond(meng)monsters lichte verhogingen aan zware metalen, PCB, minerale olie en PAK zijn aangetoond. In een grondmengmonster is een sterk verhoogd gehalte aan lood vastgesteld. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. De monsters van het sterk verhoogde grondmengmonster zijn separaat geanalyseerd op Lood. In grondmonster 12-2 van 0,2 tot 0,5 m-mv. is een sterk verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de overige monsters zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. Aangezien de verontreiniging beperkt van omvang is (circa 20 m3) en minder dan 25 m3 sterk verontreinigde grond aanwezig is, werd een plan van aanpak bij het bevoegd gezag ingediend ter goedkeuring.

Samenvatting verontreinigingssituatie Door Diseo B.V. is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd met het kenmerk: D2019-412, d.d. 16 juli 2019. Het plan van aanpak is opgesteld voor het saneren van de loodverontreiniging zoals beschreven in dit onderzoek. Dit plan van aanpak is niet van

26

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

toepassing op de minerale olie verontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt dat er één spot verontreinigd is met lood. De verontreiniging bij boring 12 is met name aanwezig in het traject van 0,2 tot 1,2 m-mv. De oppervlakte van de sterk en matige verontreiniging is circa 390 m2. Totaal is circa 20 m3 grond sterk verontreinigde met lood en circa 370 m3 matig verontreinigd met lood aanwezig. Opgemerkt dient te worden dat de verontreiniging alleen tot de perceelsgrenzen van de locatie in kaart is gebracht. Het is aannemelijk dat de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Op grond hiervan is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Saneringsdoelstelling Met betrekking tot de sanering zijn 2 rapporten van toepassing: 1. 2.

Aanvullend nader bodemonderzoek Kerkstraat 5 te Nijmegen, Inventerra, Rapportnummer 07-2114-R01MVD. Evaluatie bodemsanering,Diseo, kenmerk D2020-092V1,Versie: 1.0, Datum: 11 juni 2020.

In het eerste rapport is de verontreiniging nog eens in kaart gebracht. In het tweede rapport is de doelstelling van de sanering , het verwijderen van de sterke lood verontreinig in de grond, geëvalueerd. De verontreiniging wordt als “oud geval” gezien. De terugsaneerwaarde voor de bodem was minimaal 530 mg/kg.ds (gecorrigeerde interventiewaarde) voor lood. De opdrachtgever wilde alleen de sterke verontreiniging en de matige verontreiniging niet ontgraven. De Gemeente Nijmegen heeft ingestemd met de resultaten van de sanering. De sterk verontreinigde grond is in 2020 ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. De sanering is onder milieukundige begeleiding uitgevoerd. De onderliggende bodem is met controlemonsters uitgekeurd op lood. De aanvulgrond voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen.

Conclusie Op de locatie is geen ernstige bodemverontreiniging meer aanwezig. De beperkte verontreiniging met lood is gesaneerd. De doelstelling van de bodemsanering was om de locatie geschikt te maken voor de beoogde functie en de bouwactiviteit.

4.9

Water

De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

Algemeen Het plan behelst de aanvraag voor de nieuwbouw van een appartementencomplex op de kadastrale percelen Neerbosch H 5458 en Neerbosch H 5459. Er is een toename van ongeveer 750 m2 verhard oppervlak.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

27

Het plangebied ligt in de wijk Hees en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het hoofdbemalingsgebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wel wijzigingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het Waterschap Rivierenland is beschreven in het "waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten". Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.

zich

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.

Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/ hemelwater

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Kerkstraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.

Figuur 4: Ligging gemengd riool

Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Er is sprake van een toename in verhard oppervlakte. Hiervoor dient in principe compenserende waterberging gemaakt te worden.

Aangezien het plan ligt in het droge gedeelte van Nijmegen hoeft geen compenserende waterberging gemaakt te worden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

29

Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren. Hemelwater uiteraard alleen bovengronds, na overloop uit een infiltratievoorziening die conform de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' is. Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen.

In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Let bij gescheiden stelsels op dat foutieve aansluitingen voorkomen worden omdat deze de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden.

4.10 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde houtopstanden. Daarom is door Ecolybrium een ‘Quickscanonderzoek Ecologische Waarden’ opgesteld (20 juli 2021). Hiervoor heeft op 13 juli een veldbezoek plaatsgevonden. De onderzoekslocatie bestaat uit een braakgemaakt terrein, welke is ingezaaid met een gemengde bloemenmix. Het merendeel van deze bloeiende kruiden betreft uitheemse soorten. Er groeien wel enkele inheemse soorten zoals kruisdistel en akkerdistel. Voorheen bestond het terrein uit een meer natuurlijke begroeiing, waarbij diverse bomen en struiken groeiden. Het terrein is voor de aankoop vrijgemaakt van deze begroeiing, voor onder meer archeologisch en een explosieven onderzoek. Beschermde gebieden (Natura2000) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit.

Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ – ten noorden van het plangebied - bedraagt circa 2,2 kilometer.

30

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen West - 13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)

Figuur 5: Uitsnede programma Aerius Calculator met daarop het plangebied weergegeven ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’

Ten behoeve van het plan zullen bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) per 01 juli 2021 heeft de wetgever een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk gemaakt van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarbij inbegrepen zijn de voertuigbewegingen die onlosmakelijk verbonden zijn aan deze activiteiten. De wetgever verwacht wel van initiatiefnemer een inspanningsverplichting om bij bouw- en sloopwerkzaamheden gebruik te maken van zo schoon mogelijk materiaal. In het licht van deze vrijstelling voor de bouw- en sloopwerkzaamheden is een berekening van stikstofemissie en bijbehorende stikstofdepositie voor de aanlegfase niet vereist. Het is immers aannemelijk dat door het tijdelijk karakter van de emissies door bouwactiviteiten de stikstofemissie op landelijk niveau gelijk blijft en slechts een klein aandeel vormt van de totale stikstofdepositie, te weten circa 1,3 procent van de stikstofdeken. Ten behoeve van het plan is op 29-09-2021 door Van Empel Milieu advies een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd vanwege de beoogde gebruiksfase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=1381790d-e225-4ee2-92d4-8afa72185bfb