Bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Tekst van het document
Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Op 11 juni 2020 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op de Krekelstraat in Nijmegen (notitie met kenmerk 20-0518). Uit de quick scan blijkt dat bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening gehouden dient te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen essentiële betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden en houtopstanden zijn uitgesloten (een beoordeling stikstofdepositie is geen onderdeel van deze notitie). Kansen voor flora en fauna aan de Krekelstraat staan hieronder vermeld in de tabel.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
31
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling.
Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.
32
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing. Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
33
Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Er wordt bij de plan voldaan aan de norm.
Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken.
In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. Het gebied valt in de Wijk Nijmegen Zuid Karakteristiek van het groen Nijmegen Zuid ligt grofweg tussen Hatert, de buurt St. Anna, de bossen van Jonkerbosch en de Elshof en wordt gevormd door de wijken Hatertse Hei, Grootstal en Jonkerbos. De eerste twee wijken zijn ontstaan langs voormalige veldwegen, de Hatertseweg en de St. Annastraat. De lintbebouwing langs deze wegen is langzaam gegroeid, waarna later de gebieden tussen de wegen zijn bebouwd met veelal vroeg naoorlogse buurten. Hierdoor is een gemengd stuk stad ontstaan met een grote verscheidenheid aan woningtypen. Naast de oude radialen, de Hatertseweg en St. Annastraat wordt het karakter van dit deel van de stad mede bepaald door de andere oude veldwegen: de St. Jacobslaan, de Oude Molenweg, de Heiweg, de Nieuwe Mollenhutseweg en de Van Peltlaan. Het beeld van Hatertse Hei wordt overwegend bepaald door rijtjeswoningen in blokverkaveling, de etagewoningen uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw en de zogenaamde `sterflat` centraal in de wijk. De ontstane hovenstructuur met het ruime semi-openbare groen vormt samen met de aanwezige tuinen het groene beeld van de wijk.
34
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Grootstal wordt over het algemeen ervaren als een redelijk groene wijk met een levendig karakter. De wijk wordt gekenmerkt door een stempelstructuur met een sterke samenhang. Daarnaast ligt er binnen Grootstal een kenmerkende groene slinger met losse bebouwing. Dit is een typische “bijzondere doeleindenstrook” zoals we die ook in Hatert aantreffen. Daarmee is in het gedeelte van Grootstal uit de jaren zestig het onderscheid tussen de hoofdstructuur (centrale groenzones) en de stempelunits herkenbaar. Nieuw Grootstal is een typische wijk uit de jaren negentig. De beukenhaag en een aantal bomen en solitaire struiken aan de randen van de wijk verwijzen nog naar de oude functie. Twee groene zones delen de wijk op in vier kwadranten met elk een eigen sfeer. De groenzone die vanaf de Nieuwe Mollenhutseweg midden door de wijk loopt is de formele en traditionele groenstrook. Strakke lijnen, gladgeschoren gazons en enkele speelvoorzieningen bepalen de sfeer. De andere groenstrook, parallel lopend aan de Grootstalselaan en vervolgens met een bocht richting Marie Curiestraat lopend is geheel anders van karakter. Deze strook wordt ook wel de zogenaamde `ecologische zone` genoemd, de natuurlijke uitstraling en de functie als waterberging zijn hiervoor de aanleiding. Nieuw Grootstal is gebouwd in de jaren negentig en zou model moeten staan voor de woningbouw in de Waalsprong.
Zuinig omgaan met natuurlijke bronnen zoals licht, zon en water, gebruik van duurzame en natuurlijke materialen waren de uitgangspunten bij de bouw van de wijk. Deze wijk is de eerste waar het hemelwater niet aangesloten werd op het riool, maar via infiltratie weer in de bodem werd gebracht. Alle hemelwater vanaf de daken en de wegen gaat via ondergrondse leidingen naar de `ecologische zone` en zakt naar het grondwater. Het natuurlijke karakter van de zone onderstreept deze functie. De buurt Jonkerbos wijkt weer geheel af van de twee andere wijken. Deze buurt is in het begin van de jaren negentig gereed gekomen. Bij de bouw zijn zoveel mogelijk bomen van het voormalige bos behouden; wonen in het bos is het uitgangspunt geweest. De ruime opzet in het groen en de relaties met de omgeving waarborgen de kwaliteit. Kansen De komende jaren zijn er voldoende kansen om aan te haken bij de diverse herontwikkelingsplannen van de openbare ruimte. De samenhang in de groene slinger in Grootstal kan worden verbeterd, deze is niet overal voldoende herkenbaar. Bij de herinrichting van bestaande ruimten (bij de hofjes) en ontwikkeling van nieuwe openbare ruimte (rondom nieuwbouwplannen) moet bewust variatie in het groen worden nagestreefd. Wel dient voorkomen te worden dat de oorspronkelijke opzet van deze wijken verloren gaat.
De laanbeplanting dient er juist op gericht te zijn om de strakke stedenbouwkundige opzet te versterken. Bomenplan Nijmegen (2021) In de omgevingsvisie 2020-2040 Nijmegen Stad in Beweging heeft de gemeente uitgesproken een economisch veerkrachtige, sociale en gezonde, aantrekkelijke en duurzame stad te willen zijn. Eén van de opgaven uit de omgevingsvisie is een groene en gezonde stad. Aangezien bomen hier in sterke mate bijdragen, is als nadere uitwerking van de omgevingsvisie het Bomenplan Nijmegen opgesteld. De doelstellingen van het bomenplan zijn: - gezonde bomen zo lang mogelijk behouden; - bomenkap zoveel mogelijk vermijden; - aanplant van bomen zoveel mogelijk stimuleren; - dat de belangrijkste bomen in de stad een groene beschermde verbindende structuur vormen. We geven in het plan invulling aan onze ambities, de opgaven en ruimtelijke keuzes op het vlak van bomen. Er wordt richting gegeven aan een integrale ontwikkeling van de verschillende belangen
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
35
en waarden die bomen voor de stad Nijmegen vertegenwoordigen, waaronder het behoud van bomen en het versterken van de boomstructuur. Hoofdboomstructuur In het Bomenplan Nijmegen is de hoofdboomstructuur uit 2009 geactualiseerd. De hoofdboomstructuur bestaat uit verschillende vlakken en lijnen, welke verschillende waarden vertegenwoordigen. We onderscheiden drie categorieën: 1. Stadsgezichten en statige lanen; 2. Ecologische verbinding; 3. Cultuurhistorie. Een bomenlaan of – structuur kan op hetzelfde moment meerdere van deze waarden dienen. We zetten in op het behouden en versterken van de hoofdboomstructuur. Daarnaast is het fijnmazige netwerk van bomen in de wijken en buurten van groot belang. In de wijken is meer ruimte voor flexibiliteit bij zowel aanplant als beheer, meedenken en ook participeren. Binnen het plangebied zijn diverse bomen aanwezig. Het is van belang deze bomen duurzaam te behouden. Het plan voorziet hierin. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is.
Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor algemene en zeldzame soorten. Hier stemmen we het beheer af op de natuurwaarden en wordt het gebruik van die gebieden voor recreatie meer gereguleerd en gestuurd wordt. Tevens waken we bij deze hotspots voor versnippering, aantasting en doorsnijding. De ecologische waardevolle wijkspots vervullen een rol op wijkniveau en maken het mogelijk om natuur dichtbij huis te beleven.
36
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Groen en gezondheid Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist al op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Met Nijmegen: Groen, gezond en in beweging (vastgesteld door het College op 14 maart 2017 en ook opgenomen in de gezondheidsagenda) werkt de gemeente aan gezonde inwoners in een gezonde omgeving. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd.
Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
37
daarbij onder de aandacht gebracht. Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen mee wordt ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen en diverse planten nemen fijnstof op uit de lucht. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat. Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. We streven naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling.
38
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
4.13 Cultuurhistorie Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15 mei 2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken.
Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
39
Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart met in blauw de indicatie van het bestemmingsplangebied
Cultuurhistorische waarden in het plangebied Het betreffende bestemmingsplangebied aan de Krekelstraat valt binnen gebiedstype 2 van de cultuurhistorische beleidskaart. Gebiedstype 2 In deze gebieden gaat het om de samenhang tussen structuren en historische bebouwing en zijn de huidige stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt bij ruimtelijke plannen. De belangrijkste objecten zijn reeds beschermd als gemeentelijk of rijksmonument of staan op de aandachtslijst. De monumenten geven aanknopingspunten om de geschiedenis zichtbaar te houden. Er zal daarom in deze gebieden geen afzonderlijke aandacht zijn voor individuele bebouwing. Voor het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen wordt een cultuurhistorische analyse van het gebied gemaakt. Voor uitbreidingsmogelijkheden wordt bekeken wat de invloed op de cultuurhistorische waarden is, zodat de uitbreidingsmogelijkheden zoveel mogelijk hierop afgestemd kunnen worden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt vooral de impact van deze ontwikkelingen op de directe omgeving van de beschermde monumenten meegenomen. Met andere woorden: een ontwikkeling in de directe omgeving van een monument moet passen bij het monument. De cultuurhistorische analyse van het bestaande bestemmingsplan biedt voldoende aanknopingspunten voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische waardenkaart (opgesteld door RAAP 2021). De waardenkaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen. Voor het bestemmingsplangebied en de directe omgeving ziet de kaart er als volgt uit:
40
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart: rode stippellijn = verdwenen historische weg voor 1832, paarse stippellijn = verdwenen weg voor 1940, lichtgroene boom = cultuurhistorisch waardevolle boom, in blauw de aanduiding van het plangebied.
Cultuurhistorische analyse Het bestemmingsplangebied, dat is gelegen tussen de Krekelstraat en de Heidebloemstraat, ligt in de wijk Hatertse Hei. Deze naoorlogse wijk, gebouwd tussen 1950 en 1960, bestaat uit een mengeling van rijtjes eengezinswoningen in blokverkaveling en blokjes portieketagewoningen in een open verkaveling; alle uitgevoerd in een traditionalistische architectuur met bakstenen gevels en (flauw) hellende daken. Oorspronkelijk stond op deze locatie een school uit dezelfde periode als de omliggende wijk. Na sloop van de school ligt het plangebied nu braak. In het plangebied bevinden zich geen beschermde monumenten of objecten die op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed zijn geplaatst. In en grenzend aan het plangebied bevinden zich evenmin cultuurhistorisch waardevolle structuren. Bestemmingsplanwijziging De bebouwing die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, is niet van invloed op eventuele cultuurhistorische waarden. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn er daarom geen bezwaren tegen de voorgestelde bestemmingsplanwijziging.
4.14 Archeologie Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
41
Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.
De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties.
Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied aan de Krekelstraat ligt momenteel in een gebied met de waarde 1. Waarde 1 wordt toegekend aan een gebied als er sprake is van een onbekende, lage of middelhoge verwachting. Deze waarde geldt voor een groot deel van het grondgebied van de gemeente Nijmegen. In veel gevallen is de waarde terug te voeren op het ontbreken van nadere kennis omtrent de situatie ter plekke. Voor deze waarde geldt dat er in het kader van omgevingsvergunningen een ondergrens geldt voor het doen van archeologisch onderzoek. Deze grens is gerelateerd aan het oppervlakte van het plangebied, namelijk groter dan 2.500 m2, en een ingreep die dieper gaat dan 30 cm. Daarnaast zijn er de algemene vrijstellingen uit het Bor, Bijlage II. Uitgevoerde onderzoeken en aangepaste waarden archeologie in het plangebied Een bestemmingsplan moet (ook financieel) haalbaar zijn. De aan- of afwezigheid van archeologische waarden in de ondergrond kan van invloed zijn op de haalbaarheid, bijvoorbeeld omdat beschermende maatregelen noodzakelijk zijn of dat delen van het gebied opgegraven dienen te worden.
42
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Om de haalbaarheid van het nieuwe bestemmingsplan vast te stellen is voorafgaand aan de actualisatie archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het gaat hierbij om een bureauonderzoek, een booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek. Van de genoemde onderzoeken zijn de volgende rapporten verschenen:
P. van de Geer & M.Y. van Kooten, Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek aan de Krekelstraat perceel 6025 te Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 309, Nijmegen 2020. M.Y. van Kooten, Archeologische proefsleuven aan de Krekelstraat – perceel 6025, gemeente Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 327, Nijmegen 2021
Op basis van het bureauonderzoek en booronderzoek kon onvoldoende informatie worden verzameld om de archeologische waarde van het terrein vast te stellen. Om die reden is vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Vooraf konden binnen het plangebied sporen en structuren uit alle perioden worden verwacht. Uit het onderzoek is echter is gebleken dat in het volledige plangebied geen intact bodemprofiel meer aanwezig was. Alhoewel vier (sub)recente paalsporen en een kuil zijn aangetroffen zijn nergens vondsten gedaan. Er zijn geen behoudenswaardige vindplaatsen in het plangebied aangetroffen. Op basis hiervan kan de bestemmingsplanwaarde worden aangepast. Bestemmingsplanregels Voor het hele bestemmingsplangebied gaat de waarde 0 gelden: er is vanwege archeologie geen omgevingsvergunning nodig. De wettelijke meldingsplicht voor de zogenaamde toevalsvondsten blijft echter gelden. Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst.
Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
43
4.15 Bereikbaarheid en Mobiliteit Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer: Het plangebied ligt kadastraal gezien aan de Krekelstraat en Heidebloemstraat, het gemotoriseerd verkeer wordt via deze straten naar de Hatertseweg ontsloten. De Krekelstraat en Heidebloemstraat functioneren als een erftoegangsweg binnen een 30km/u zone. De Hatertseweg is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. Langzaam verkeer: Het plangebied wordt voor de voetganger en fietser vanuit de Krekelstraat en Heidebloemstraat in alle richtingen ontsloten. De Hatertseweg is voorzien van infrastructuur voor fietsers en voetgangers. Openbaar vervoer: Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen aan de Hatertseweg, deze bevinden zich op ca. 200 meter loopafstand. Expeditie Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030” en “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke” het plangebied 'Krekelstraat tussen 12-14' valt in gebied "Rest bebouwde kom".
Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg' Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan een erftoegangsweg, binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Verkeergeneratie De verkeersgeneratie wordt berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. Dit is een uitwerking van de door raad vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030”. Nijmegen is aangeduid als sterk stedelijk. Conform de gebiedsindeling valt de ontwikkeling van het plangebied 'Krekelstraat tussen 12-14' in gebied "Rest bebouwde kom". Het plangebied bevat maar een beperkte uitbreiding van een aantal woningen, dat een geringe verkeerstoename ten gevolge heeft. Deze verkeerstoename kan prima op de aanwezige verkeersinfrastructuur worden verwerkt.
4.16 Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Ontplofbare Oorlogsresten vormen voor de planontwikkeling geen belemmering.
44
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
4.17 Kabels en leidingen Kabels en Leidingen vormen voor de planontwikkeling geen belemmering.
4.18 Duurzaamheid en Klimaatadaptie Nijmegen als duurzame stad is een van de 4 hoofdopgaven van de Omgevingsvisie. We hebben de ambitie om voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. We gaan uit van duurzaam grondgebruik, waarbij ontwikkelingen waarde aan de stad toevoegen en een bijdrage leveren aan het oplossen van onze grote opgaven. Circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en energieneutraal zijn hierbij centrale (samenhangende) thema's, die ook elders in de stad vorm krijgen. De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Circulaire stad De regio Arnhem-Nijmegen wil zich profileren als circulaire regio. Dit uit zich onder meer in de met het Rijk afgesloten woondeal waarin nadrukkelijk deze groene ontwikkeling aan de groeiopgave van de regio gekoppeld is. In de nieuwe woningbouwplannen spannen wij ons in om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving.
We streven daarom naar circulaire woningbouw, het liefst met gebruik van hernieuwbare organische bouwmaterialen (bijvoorbeeld hout, vlas, schapenwol etc.). We gebruiken de GPR methodiek als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen. Op deze locatie geven we invulling aan onze ambities door duurzaamheid als belangrijk uitgangspunt te nemen. Het streven is een gemiddelde GPR-score van 9 en een minimum van 8 op alle thema's. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van biobased en prefab materialen, zoals prefab stropanelen, houten geveldelen en leemstuc. Het gebouw heeft een zo laag mogelijke impact op het klimaat en milieu en een duurzame uitstraling. Het ontwerp is flexibel en gemakkelijk aan te passen aan toekomstige woonbehoeften. De gezamenlijke ruimtes maken het mogelijk om spullen, zoals gereedschap, auto's en wasmachines, te delen. Klimaat adaptief Nijmegen ligt in een kwetsbaar landschap dat gevoelig is voor hitte, droogte en wateroverlast. Klimaatverandering heeft bijvoorbeeld effect op piekbuien. Plekken in de stad met dichte bebouwing zijn gevoelig voor hittestress. Samen met partners in de regio, zoals gemeenten, provincie en waterschapen en vele andere organisaties, werken we daarom aan een regionale adaptatie strategie om een klimaatbestendige regio te zijn.
In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. De regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
45
Water, droogte en hitte Bij de ontwikkeling op deze locatie is ruimschoots aandacht voor toekomstbestendig en klimaatadaptief bouwen. De natuurlijke bouwmaterialen, gevelgroen en groene daken die bij de ontwikkeling worden toegepast zorgen voor een aangenaam binnenklimaat. Groene pergola's zorgen voor zoninval in de winter en schaduw in de zomer. In de buitenruimte dragen de groene inrichting en het behoud van de bestaande bomen bij aan koeling in de zomer. Groene daken van 10-15 cm dik en zo min mogelijk verharding zorgen ervoor dat water op eigen terrein kan worden opgevangen en geïnfiltreerd. Het regenwater van de daken wordt opgeslagen voor huishoudelijk gebruik en hergebruik in drogere periodes. Overtollig regenwater wordt afgevoerd naar de wadi op eigen terrein. Natuurinclusief bouwen In de Omgevingsvisie kiezen we voor natuurinclusief bouwen. Dit is niet alleen goed voor de flora en fauna, maar ook voor klimaatadaptatie en de belevingswaarde van toekomstige bewoners. Op deze locatie wordt gekozen voor inheems groen dat zoveel mogelijk dieren en insecten aantrekt. De gebouwen krijgen inbouwvoorzieningen voor vogels en vleermuizen en worden zoveel mogelijk voorzien van groene daken en begroeiing langs gevels en veranda's. Er komen soorten specifieke maatregelen voor knaagdieren en egels.
De inrichting van de buitenruimte draagt bij aan een groene verbindingszone tussen het Goffertpark en Heumensoord. Energieneutraal Nijmegen heeft de ambitie om uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Er wordt energiezuinig en aardgasvrij gebouwd en de benodigde energie wordt opgewekt met zonnepanelen. Om de energiebehoefte zoveel mogelijk te beperken wordt bij het ontwerp rekening gehouden met de oriëntatie t.o.v. de zon, een zeer goede isolerende waarde van de schil (RC 8,3) en passende installaties. De woningen worden verwarmd met een bodemwarmtesysteem met een collectieve bron. Warmteterugwinsystemen, wandverwarming en -verkoeling en een duo-zone systeem voor ventilatie zorgen voor energie-efficiëntie en een aangenaam binnenklimaat. De woningen voldoen ruimschoots aan de huidige normen voor BENG en aardgasvrij bouwen. De gekozen systemen bieden bovendien ruimte voor verdere optimalisatie in de toekomst.
46
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.
5.2
Systematiek van de planregels
Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14) bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
47
48
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Het perceel aan de Krekelstraat - gelegen tussen de nummers 12 en 14 - maakt deel uit van de grondexploitatie Onderwijshuisvesting, deelplan Krekelstraat, welke op 29 maart 2017 door de gemeenteraad van Nijmegen is vastgesteld. Het plangebied is gelegen in de wijk Nijmegen-Zuid. De herontwikkeling bestaat uit bouwrijp maken terrein en nieuwbouw van maximaal 8 woningen. De grondexploitatie Krekelstraat - waarin óók de reeds gerealiseerde herontwikkeling Krekelstraat 14 is opgenomen - bevat aankoop en verkoop van grond en gebouwen, sloop- en grondwerk (bouwrijp maken) en gemeentelijke plankosten. De totale investering van de grondexploitatie Krekelstraat bedraagt circa € 1 mln. Dekking vindt plaats door verkoop van grond voor woningen en de grondexploitatie Onderwijshuisvesting. Derhalve kan gesteld worden dat de bestemmingswijziging financieel-economisch uitvoerbaar is. Via beschikbare budgetten en grondverkoop is het kostenverhaal verzekerd en hoeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vastgesteld te worden.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
49
50
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1
Inspraak
Voor dit bestemmingsplan is op 15 juni 2022 een vooraankondiging gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende zes weken van donderdag 30 juni 2022 tot en met woensdag 10 augustus 2022 ter visie. De tervisielegging is gepubliceerd op woensdag 29 juni 2022. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingekomen.
7.2
Overleg
Er spelen geen rijks-, provinciale dan wel waterschapbelangen. Er heeft geen vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening plaatsgevonden.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
51
52
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
53
Bijlage 1 Aanmeldnotitie Vormvrije MER-beoordeling Krekelstraat
54
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Bijlage 2 Advies Veiligheidsregio
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
55
Bijlage 3 Handreiking Bluswatervoorziening & Bereikbaarheid
56
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Bijlage 4 Verkennend bodem- en asbestonderzoek
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
57
Bijlage 5 Quickscan Flora en Fauna
58
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Bijlage 6 Bureauoz en verkennend booroz
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
59
Bijlage 7 Archeologische proefsleuven
60
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Regels
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
61
62
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14) met identificatienummer NL.IMRO.0268.BPa1004-VG01 van de gemeente Nijmegen.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanbouw
een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat op de grond staat, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een aparte ruimte vormt die al dan niet vanuit het hoofdgebouw bereikbaar is.
1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6
aangebouwd bijgebouw
een bijgebouw dat direct grenst aan een aan- of uitbouw en niet tevens aan het hoofdgebouw. Voor een aangebouwd bijgebouw geldt de definitie van een bijgebouw, met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Wanneer een aangebouwd bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.
1.7
aan huis verbonden beroepsactiviteiten
een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Prostitutie is uitgesloten.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
63
1.8
aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het verlenen van diensten en/of; het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen) en/of; het voeren van de administratie van bedrijfsactiviteiten die (behoudens genoemde administratieve werkzaamheden) niet ter plaatse worden uitgeoefend; het verstrekken van logies en ontbijt (bed and breakfast);
waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in of bij de woning met behoud van de woonfunctie ter plaatse kan worden uitgeoefend. Een seksbedrijf is uitgesloten.
1.9
achtergevel
de bestaande achtergevel van het hoofdgebouw.
1.10
achtergevellijn
de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan.
1.11
archeologisch deskundige
de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.
1.12
archeologische waarden
Onder archeologische waarden kunnen worden verstaan:
archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.
1.13
archeologische verwachtingswaarde
de kans op archeologische vondsten of informatie.
1.14
archeologisch onderzoek
onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een certificaat conform de Erfgoedwet.
1.15
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.16
bed en breakfast
een overnachtingsmogelijkheid gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed- en breakfast heeft maximaal 4 kamers en 8 slaapplaatsen.
64
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
1.17
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.
1.18
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk moet worden geacht.
1.19
bedrijvigheid
het uitoefenen van een bedrijf, met aanverwante activiteiten als laden, lossen en parkeren.
1.20
beperkt kwetsbaar object
Onder beperkt kwetsbaar object wordt verstaan:
verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen/woonschepen/woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; kantoorgebouwen, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt. hotels en restaurants, voorzover zijn niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; winkels, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt. sporthallen, zwembaden en kampeerterreinen; sport- en kampeerterreinen en terreinen voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; objecten die met bovenstaande gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of electriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen dat ongeval.
1.21 a.
b.
bestaand
bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
65
1.22
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.23
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.24
BEVI-bedrijf
bedrijf vallend onder de werkingssfeer van artikel 2, lid 1 onder a tot en met f van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen.
1.25
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.26
bijgebouw
een, vrijstaand, in functioneel en bouwkundig opzicht aan het hoofdgebouw ondergeschikt gebouw op hetzelfde bouwperceel, dat op de grond staat. Als functioneel ondergeschikt gebouw wordt verstaan een gebouw dat bedoeld en ingericht is ten behoeve van (huishoudelijke) berging, hobby- en/of stallingsruimte. Als een vrijstaand bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.
1.27
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.28
bouwhistorisch onderzoek
in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis en bouwhistorische kwaliteit van een monument in de vorm van een bouwhistorische inventarisatie, -verkenning, -opname of -ontleding, uitgevoerd overeenkomstig de “Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek”.
1.29
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.30
bouwkundige afscheiding
gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn.
66
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
1.31
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. Daar waar gesproken wordt over de 'eerste bouwlaag' wordt bedoeld de bouwlaag op (dan wel bij benadering op) de begane grond. De 'tweede bouwlaag' is de bouwlaag direct boven de 'eerste bouwlaag'.
1.32
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.33
bouwperceelsgrens
een grens van een bouwperceel.
1.34
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.35
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.36
centraal wonen
voor wonen bestemd gebouw, waarbij in het gebouw één of meer ontmoetingsruimte(n) aanwezig zijn.
1.37
cultuurhistorische waarden
waarden die zijn gekoppeld aan de beschavingsgeschiedenis, ondergebracht als historisch (steden)bouwkundig erfgoed, historisch landschappelijk erfgoed of archeologisch erfgoed.
1.38
dakkapel
een dakkapel is een uitbouw in een schuin dakvlak, waardoor stahoogte ter plaatse verkregen wordt, voorzien van een verticaal raamkozijn, een dakvlak en zijwanden. Een dakkapel wordt geplaatst in een schuin dakvlak. Dat wil zeggen dat er rondom de dakkapel sprake moet zijn van een dak (met uitzondering van dakkapellen vanuit de nok). Wanneer een voorgevel gedeeltelijk wordt doorgebouwd boven de goot dan is er geen sprake van een dakkapel maar van een dakopbouw. Ook wanneer het bouwwerk boven de bestaande nok uitkomt is er sprake van een dakopbouw.
1.39
daknok
hoogste punt van een schuin dak.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
67
1.40
dakopbouw
een uitbreiding op een bestaand dak. Bij platte daken: het gedeelte van een gebouw boven het oorspronkelijke platte dakvlak, uitgevoerd als kap of extra bouwlaag. Bij schuine kappen: een toevoeging aan een schuin dakvlak, niet zijnde een dakkapel, bedoeld om de woonruimte te vergroten, waarbij er tevens sprake kan zijn van een nokverhoging.
1.41
dakterras
verblijfsruimte op een plat dak ingericht als terras en/of tuin.
1.42
dakvoet
laagste punt van een schuin dak.
1.43
erf
de gronden met eenzelfde bestemming gelegen binnen het bouwperceel maar buiten het bouwvlak.
1.44
escortbedrijf
de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee.
1.45
evenement
evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (APV).
1.46
garagebox
overdekte berg- en bewaarplaats, stalling voor auto's en (motor)fietsen.
1.47
gebieden met een hoge archeologische verwachting
deze gebieden onderscheiden zich vanwege een hoge tot zeer hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten.
1.48
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.49
gebouwd terras
aan- of uitbouw in de openbare ruimte ten behoeve van een aangrenzend horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt.
68
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
1.50
geluidsgevoelige functies
geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder, te weten: geluidsgevoelige gebouwen a. b. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen: onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven.
geluidsgevoelige terreinen I. II.
een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Huisvestingswet (woonwagen); ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.
1.51
(geur)gevoelig object
gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt zoals bedoeld in Wet geurhinder en veehouderij.
1.52
gevelbreedte
de breedte van de gevel waar tegenaan wordt gebouwd.
1.53
historisch stedenbouwkundig erfgoed
fysieke verschijningsvorm en geschiedenis van de gebouwde omgeving.
1.54
historisch landschappelijk erfgoed
fysieke verschijningsvorm en geschiedenis van landschap en geografie.
1.55
hoekovergang
een aan- of uitbouw die buiten de gevelbreedten van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd en die een verbinding vormt tussen een aan- of uitbouw aan de voorgevel en een aan- en of uitbouw aan de zijgevel van het hoofdgebouw.
1.56
hoofdbebouwing
hoofdgebouw(en) inclusief aan- en/of uitbouwen.
bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)
69
1.57
hoofdgebouw
gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meerdere gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is.
1.58
horecabedrijf
een bedrijf of instelling waar als hoofddoel bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde detailhandel en/of ondersteunende horeca of bed en breakfast.
1.59
hospes/hospita
De 100% economisch en juridisch eigenaar die zélf daadwerkelijk in de zelfstandige woonruimte woont en minimaal 50% van deze woonruimte gebruikt voor zijn eigen huishouden en maximaal 2 onzelfstandige woonruimten verhuurt aan maximaal twee personen.
1.60
huishouden
een alleenstaande of twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woonruimte hebben en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.
1.61
huisvesting in verband met mantelzorg
huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.
1.62
kamergewijze bewoning
een (deel van een) gebouw waarin zich 3 of meer onzelfstandige woonruimten bevinden en/of dat wordt bewoond door drie of meer personen die geen gezamenlijke huishouding voeren.
1.63
kantoor
een ruimte welke door de aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve en/of ontwerptechnische arbeid, al dan niet met een ondergeschikte baliefunctie.
1.64
laden en lossen
onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
1.65
landschappelijke waarden