CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Besluitronde (raadsvergadering) 2 november 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 -4 (Krekelstraat tussen 12-14) (69/2022)23.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14) bestemmingsplan

2

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving Stedenbouwkundige context plangebied Beschrijving toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant regionaal beleid Relevant gemeentelijk beleid Conclusie

13 13 13 15 15 18

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18

Sectorale aspecten Vormvrije M.E.R.-beoordeling Wonen Economische Zaken Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Natuur - onderdeel Natura 2000 (stikstof) Externe veiligheid Ruimtelijke veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Bereikbaarheid en Mobiliteit Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Kabels en leidingen Duurzaamheid en Klimaatadaptie

19 19 19 20 20 21 24 26 26 26 27 27 30 39 41 44 44 45 45

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels

47 47 47

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

49

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg

51 51 51

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

3

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Aanmeldnotitie Vormvrije MER-beoordeling Krekelstraat Bijlage 2 Advies Veiligheidsregio Bijlage 3 Handreiking Bluswatervoorziening & Bereikbaarheid Bijlage 4 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 5 Quickscan Flora en Fauna Bijlage 6 Bureauoz en verkennend booroz Bijlage 7 Archeologische proefsleuven

53 54 55 56 57 58 59 60

Regels

61

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

63 63 78

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Tuin Wonen Leiding - Riool

83 83 85 88

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

91 91 92 93 94 95

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

97 97 99

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Beleidsregels Parkeren

4

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

101 102

Toelichting

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

5

6

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met het plan wordt beoogd om op de locatie van een voormalig schoolgebouw aan de Krekelstraat - gelegen tussen de nummers 12 en 14 - woningbouw (maximaal 8 wooneenheden) te ontwikkelen met een gevarieerd en duurzaam programma. De woningen worden als CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) ontwikkeld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De planlocatie ligt in de wijk Hatertse Hei van stadsdeel Nijmegen-Zuid en grenst aan zowel de Krekelstraat als de Heidebloemstraat. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie L, perceelnummer 6025 en is totaal 2.365 m2 groot. Op onderstaande afbeeldingen is de ligging van het plangebied in de stad en in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

7

.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017. Dit bestemmingsplan is door de raad op 4 juli 2018 vastgesteld; het plan is op 10 juli 2019 onherroepelijk geworden. De beoogde ontwikkeling past qua bestemming en maatvoering niet in het vigerend bestemmingsplan. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

8

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Uitsnede: bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 met in blauw de grenzen van onderhavig plan.

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

9

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

10

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Stedenbouwkundige context plangebied

De wijk Hatertse Hei is eind jaren '50 van de vorige eeuw ontstaan. Tot de Tweede Wereldoorlog was er hoofdzakelijk lintbebouwing aan de grote wegen door en rondom de Hatertse Hei. Na de oorlog, tussen 1950 en 1957, werden de tussengelegen ruimtes gevuld met hofjes en etagewoningen. De planlocatie maakt onderdeel uit van een groenzone die in verbinding staat met het Goffertpark. Bebouwing binnen deze strook heeft een afwijkende korrelgrootte, ligt in een duidelijke richting, er bevinden zich verschillende maatschappelijke voorzieningen en is veelal omzoomd door groen. Buiten deze strook bevinden zich vooral bouwblokken met rijwoningen en appartementen. Het perceel tussen de Krekelstraat en Heidebloemstraat is momenteel braakliggend terrein. De locatie was onderdeel van een voormalig schoolgebouw waarvan het oostelijke gedeelte is ontwikkeld tot een zorgcentrum voor dementerenden. Het belendende perceel aan de westzijde betreft een jongerencentrum en een gymzaal. Het terrein heeft een hoogteverschil van zo'n 1,5 meter en er bevinden zich nog 5 te behouden bomen.

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

11

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

In de nieuwe situatie worden 8 woningen toegevoegd (7 grondgebonden woningen en 1 appartement) welke aansluit op het groene en parkachtige karakter van de locatie. Het plan is gebaseerd op het 'Longhouse'-principe. Een origineel concept dat recht doet aan deze bijzondere plek. Het functioneert als een autonoom compact volume en laat voldoende afstand naar de belendende panden. De ontwikkeling is te beschouwen als een groot groen erf met woongebouw. Centraal in het 'Longhouse' bevindt zich een gemeenschappelijke, collectieve, ruimte. Bij het ontwerp van de woningen is veel aandacht besteed aan duurzaamheid door o.a. strobouw, houten gevelbekleding, een daktuin, begroeide pergola's en natuurinclusieve maatregelen. De parkeerplaatsen worden volgens de norm (12 parkeerplaatsen) middels haaks parkeren aan de Krekelstraat gesitueerd (dit is ongeveer 50% van de kavelbreedte) zodat er geen extra verharding voor hoeft te worden aangelegd. Deze krijgen een groen karakter waarvan er 4 opgaan in de fruitboomgaard. De fietsenberging vindt plaats aan de Heidebloemstraat in een dubbele fietsenberging gesitueerd tegen de achterkant van het naastgelegen bijgebouw zodat deze ruimtelijke impact beperkt blijft. Het 'Longhouse' krijgt twee tot drie bouwlagen. De basis zal bestaan uit twee bouwlagen.

De kern, daar waar de knik en de gemeenschappelijke ruimte zijn gesitueerd, wordt benadrukt door een derde bouwlaag. Verder is een derde bouwlaag ook mogelijk middels een setback in beperkte mate. Het daklandschap is voor bewoners ook toegankelijk en doet mee in het groene karakter.

Impressie plan

12

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Relevant rijksbeleid

Besluit ruimtelijke ordening Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren).

De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro van toepassing is. Aangezien onderhavig bestemmingsplan slechts ziet op het realiseren van 8 wooneenheden (7 grondgebonden woningen en 1 appartement). De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op onderhavig ontwikkeling. Bovendien vindt de ontwikkeling plaats in bestaand stedelijk gebied. Benutting van beschikbare gronden Er is hier sprake van herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Het plan voorziet hiermee in een goede benutting van het bestaande stedelijke gebied.

3.2

Relevant provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland? De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

13

1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2. Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijkeconomisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3. Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven.

De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is sturen op doelen en kwaliteit, niet op de exacte middelen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang.

Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.

14

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Omgevingsverordening Gelderland De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.

3.3

Relevant regionaal beleid

Sinds 1 juli 2015 bestaat de Stadsregio Arnhem-Nijmegen niet meer als officiële bestuurslaag. Hierdoor is er geen instantie meer direct verantwoordelijk voor het regionale beleid op het gebied van mobiliteit, ruimte, wonen en werken. Voor de beleidsvelden wonen, detailhandel en bedrijventerreinen geldt dat provincie Gelderland in haar omgevingsvisie en omgevingsverordening nog wel verwijst naar de regionale afspraken. Voor deze beleidsvelden worden nog steeds regionale afspraken vastgelegd in gezamenlijk overleg met regiogemeenten en provincie.

3.4

Relevant gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad 2. Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen 3. Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente 4.

Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden.

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

15

Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.

4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren.

Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.

16

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. 8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemening. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen.

Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid. 2. Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren. 3. Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a.

gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau. 4. Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer.

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

17

Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad. 5. Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. 6. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat. 7.

Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen. 8. We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en OostKanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.

3.5

Conclusie

De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.

18

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vormvrije M.E.R.-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.

Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Voor een nadere onderbouwing van de drie toetsingscriteria wordt op deze plaats verwezen naar de bijlage 'Aanmeldnotitie Vormvrije MER-beoordeling Krekelstraat' bij de toelichting.

4.2

Wonen

Woonbehoefteonderzoek 2019 Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld.

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

19

Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de ov-knooppunten. In Nijmegen bieden we ruimte voor bijzondere woonvormen. Het gaat dan om woonvormen die flexibel, tijdelijk of collectief van aard zijn. Een paar procent van de woningzoekenden zoekt woonruimte waarbij men voorzieningen in de woning deelt met andere mensen uit een woongroep. In de koopsector bijvoorbeeld via collectief particulier opdrachtgeverschap. Of in de huur via een woonvereniging.

We zetten in lijn met de behoefte de komende jaren in op realisatie van zo'n 30 woningen per jaar. Planningskader wonen met zorg voor ouderen 2017 Met het planningskader wonen met zorg voor ouderen hebben we de behoefte voor sociale huur als het gaat om toekomstige huisvesting van ouderen en mensen met een beperking in kaart gebracht. Uitgangspunt van het planningskader is maximaal inzetten op het bouwen van levensloopgeschikte woonruimten. Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma bestaat uit 8 woningen waarvan 1 appartement. Het gaat hierbij om een project op basis van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Conclusie Het gaat hier om een project op basis van CPO. Dit past binnen het woonbeleid van de gemeente Nijmegen. Binnen het woonbeleid bieden we namelijk ruimte voor bijzondere woonvormen. Het gaat dan om woonvormen die flexibel, tijdelijk of collectief van aard zijn.

4.3

Economische Zaken

Vanuit economisch oogpunt zijn er geen bezwaren tegen deze planontwikkeling.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering (2009)". Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc..

20

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

In dit bestemmingsplan worden woningen mogelijk gemaakt waar voorheen een maatschappelijke bestemming mogelijk was. De bestaande maatschappelijke bestemmingen ten westen, oosten en noorden van de nieuwe ontwikkeling blijven bestaan. In de directe omgeving van het plan wordt dit ingevuld door de gymzaal op Heidebloemstraat nummer 201 (milieucategorie 2). Het Gofferthuis (een woonhuis/dagverblijf voor ouderen met geheugenproblemen, categorie 1) op de Libellenstraat 14 aan de oostzijde en aan de noordzijde KION BSO Bink, Heidebloemstraat 28a (milieucategorie 2). De Krekelstraat 10-12 werd ingevuld door buurthuis De Mix (cat. 2). Momenteel is dit gebouw echter tijdelijk in gebruik als atelier in afwachting op een nieuwe bestemming. Gezien het feit dat de nieuwe woonfunctie aan drie zijden is omsloten door maatschappelijke bestemmingen is sprake van een gemengd gebied en kan de richtafstand met een stap omlaag. Dat wil zeggen dat voor categorie 2 instellingen een richtafstand van 10 meter geldt en voor categorie 1 inrichtingen een afstand van 0 meter. Het nieuwe plan voldoet aan deze richtafstanden en is dus inpasbaar. Installaties op het gebouw Airco-installaties en warmtepompen worden getoetst aan artikel 3.8 en 3.9 van het bouwbesluit. Deze norm kijkt niet naar het cumulatieve niveau van meerdere afzonderlijke woningen.

Het is daarom aan te bevelen om bij het ontwerp van de gebouwen te kijken of de totale geluidsbelasting niet leidt tot een in de nacht hoorbaar geluid (<15 dB(A)) in Het Gofferthuis. Conclusie Op grond van de milieuzonering is er geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.5

Geluid

Geluid en bestemmingen Daar waar gewerkt, geleefd en gerecreëerd wordt ontstaat geluid. Te veel geluid is nadelig voor de leefkwaliteit. Bij geluid hebben we te maken met bronnen en "mogelijke gehinderden". De plekken waar we volgens de wet die "mogelijke gehinderden" kunnen vinden, worden aangeduid met de term "geluidsgevoelige objecten". Geluidsgevoelige objecten zijn bijvoorbeeld woningen, zorgfuncties en onderwijs. De uitputtende lijst vindt u in het besluit Geluidhinder art. 1 en in het activiteitenbesluit art 1. Bijna elke nieuwe ontwikkeling leidt ertoe dat er gevoelige objecten in de buurt van bronnen komen. Dit kan doordat: - Nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd in de buurt van bestaande bronnen - Nieuwe bronnen in een gebied komen met bestaande of geprojecteerde geluidsgevoelige objecten - Een combinatie van beide Wettelijk kader Voor dit gebied vinden wij wettelijke houvast in de Wet Geluidhinder (Wgh) en het Activiteitenbesluit. De Wgh geeft richtlijnen over hoe om te gaan met het geluid van wegen met een richtsnelheid van 50 km/u en hoger, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen. Het activiteitenbesluit biedt normen voor inrichtingen. Inrichtingen zijn beroepsmatige activiteiten of activiteiten met een gelijkwaardige omvang.

Het activiteitenbesluit biedt daarmee houvast voor de beoordeling van het geluid van afzonderlijke bedrijven, maar ook van scholen, utiliteitsbouw, etc.. U vindt hierbij houvast in de richtafstanden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Geluid bij afzonderlijke inrichtingen komt aan bod bij de milieuzonering.

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

21

Wgh De Wgh werkt met zones. Dit zijn gebieden waar mogelijke hinder van een bron wordt verwacht. In die gebieden moet onderzocht worden of de geluidsbelasting op nieuwe woningen voldoet aan de richtlijnen voor een goed leefklimaat. De richtlijn voor een goed leefklimaat heet de standaardgrenswaarde voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai of industrielawaai. Een belasting per bron hoger dan die waarde maar lager dan de hoogst toelaatbare waarde is onder voorwaarden toegestaan. Dit gebied ligt binnen de geluidszones van de Hatertseweg en de St Jacobslaan. Het gebied ligt niet binnen de zone van een spoorweg of een gezoneerd industrieterrein. Zones (Wgh) Een zone is het akoestische aandachtsgebied rond een (spoor)weg of industrieterrein. Tabel 1: De zonebreedte voor wegverkeer conform de WGH art 74: Aantal rijstroken

Breedte geluidzone in meters

1 of 2 3 of 4 5 of meer

Binnenstedelijk gebied 200 350 350

Buitenstedelijk gebied 250 400 600

De zone strekt zich uit vanaf de as van de weg tot de vermelde breedte aan weerszijden van de weg. De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone. Een auto(snel)weg is altijd buitenstedelijk ongeacht of een locatie in de zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. De grens van de geluidszone voor industrieterreinen wordt in het bestemmingsplan vastgelegd. Het industrieterrein zelf vormt geen onderdeel van de zone. Voor spoorwegen aangegeven op geluidsplafondkaart deze kaart wordt in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bg) de omvang van deze zone geregeld. Deze is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (GPP). Nijmegen kent geen spoorwegen die niet op de geluidsplafondkaart staan. Tabel 2: Breedte geluidzone spoor Hoogte GPP Breedte van de geluidzone in meters Kleiner dan 56 dB 100 56 tot 61 dB 200 61 tot 66 dB 300 66 tot 71 dB 600 71 tot 74 dB 900 74 dB of meer 1200 De grens van de geluidszone voor industrieterreinen wordt in het bestemmingsplan vastgelegd. Het industrieterrein zelf vormt geen onderdeel van de zone.

22

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Hogere Waardebesluit (procedure) Als binnen de zones van de Wgh op een plek de standaardgrenswaarde wordt overschreden, is de realisatie van geluidsgevoelige gebouwen alsnog mogelijk als de geluidsbelasting door maatregelen kan worden verlaagd tot de voorkeursgrenswaarde. Is dat om bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard; niet mogelijk dan kan mits de totale geluidsbelasting door alle bronnen niet onaanvaardbaar hoog is onder voorwaarden voor woningen een Hogere Waardebesluit worden afgegeven. De voorwaarden zijn: - De woning vervangt bestaande bebouwing; - De woning schermt bestaande of nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen doelmatig af (in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend; - De woning vult een open plaats op tussen de bestaande bebouwing; - De woning is een bedrijfswoning; - De woning ligt in binnen een straal van 500 m vanaf een ov-knooppunt; Als er aan deze voorwaarden wordt voldaan, mogen er ondanks een geluidbelasting hoger dan de standaardgrenswaarde woningen worden gerealiseerd. Het gebouw dient dan wel aan aanvullende eisen te voldoen. Voldoet een ontwerp niet aan de eisen van de Wgh en eventueel het Hogere Waardebesluit, dan is er alsnog de mogelijkheid om af te wijken, mits goed onderbouwd afgeweken.

Aandachtspunten Krekelstraat 12-14 Wgh en het Hogere Waardebesluit De relevante Wgh bronnen zijn: - De Hatersteweg, 50 km/u, twee rijstroken dus een zonebreedte van 200 meter aan weerszijde. Dit gebied ligt binnen die zone - De St Jacobslaan, 50 km/u, twee rijstroken dus een zonebreedte van 200 meter aan weerszijde. Dit gebied ligt binnen die zone Geluidsbelasting door de Hatertseweg conform de Wgh

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

23

Geluidsbelasting door de St. Jacobslaan conform de Wgh

Op het gehele perceel is woningbouw tot zelfs vier lagen mogelijk, zonder dat de standaardgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Er is dus voor dit plan geen Hogere Waardeprocedure vereist.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.

24

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Tabel: luchtkwaliteit Jaargemiddelde grenswaarde NO2

norm 40 ìg/m3

ingangsdatum 1 januari 2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10

40 ìg/m3

1 juni 2011

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3

1 juni 2011

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; - de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; - de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; - er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen.

Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van 8 woningen die in plaats van een schoolgebouw gerealiseerd gaan worden. De verkeersaantrekkende werking van het nieuwe plan veroorzaakt ten opzichte van de bestaande situatie geen toename. Hierdoor zal geen verslechtering van meer dan 3% ontstaan. Het plan is daarmee NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt.

Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

25

bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Ter plaatse van het plan worden de grenswaarden niet overschreden. De nieuwe richtwaarden van de WHO die eind december zijn aangekondigd worden nog wel overschreden. De gemeente heeft zich daarom gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord. Luchtkwaliteit is daarom geen beperking voor het plan.

4.7

Natuur - onderdeel Natura 2000 (stikstof)

Gelet op de omvang van de ontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied Rijntakken zal de stikstofdepositietoename niet groter zijn dan 0,00 mol N/ha/jaar. Significant negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Stikstof is geen knelpunt.

4.8

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedgebied. In de omgeving liggen geen bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken en een invloedgebied over het plangebied hebben liggen. Ook is er geen vervoer van gevaarlijke stoffen welke tot incidenten kan leiden in het plangebied. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.9

Ruimtelijke veiligheid

Het wettelijk kader voor bereikbaarheid en bluswatervoorziening is het Bouwbesluit 2012 (artikel 6.30 / 6.37 en 6.38). Echter voor een goede ruimtelijke ontwikkeling heeft brandweer Nederland de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019” opgesteld. Het onderstaande advies is opgesteld met de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019” van Brandweer Nederland als onderlegger. Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten Alle woningen in het plangebied hebben een verdiepingsvloer die lager is dan 20 meter boven het maaiveld. Voor grondgebonden woningen is de verwachting dat 20 meter slanglengte binnenshuis voldoende zal zijn om tot op de bovenste verdieping te kunnen komen. Daarom mag er een maximale afstand zijn van 40 meter tussen de opstelplaats voor een brandweervoertuig en een ingang van een woning. Alle woningen zijn binnen 40 meter tussen opstelplaats en de ingang van een woning te bereiken, gemeten vanuit respectievelijk de Heidebloemstraat en de Krekelstraat.

26

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Bluswatervoorziening Voor woningen (tot 20 meter hoogte en gebouwd na 2003) geeft de handreiking een maatgevende bluswaterbehoefte aan van 500 liter per minuut. Bluswater is gewenst om binnen 6 minuten beschikbaar te zijn en gedurende 1 uur beschikbaar te blijven. (zie cascademodel op pagina 23 van de Handreiking). Op basis van deze tijd mag een brandkraan op 100 meter afstand liggen ten opzichte van een opstelplaats voor een brandweervoertuig (zie bijlage 2 van de Handreiking op pagina 68). Vanuit beide zijden van het plangebied wordt voldaan aan deze eis. Adressering In deze situatie is er een appartement, in ongeveer het midden van het pand, met een hoogte van 10 meter en alle overige woningen hebben een hoogte van maximaal 7 meter. Bij zowel een adressering aan de Krekelstraat of aan de Heidebloemstraat zullen al deze woningen en het appartement voldoen aan de eis van max. 60 meter inzetdiepte, waardoor de Veiligheidsregio geen voorkeur heeft aangaande de adressering van de woningen in het plangebied.

Conclusie Op basis van de aangeleverde documenten voor het bestemmingsplan Advies bestemmingsplan Krekelstraat tussen 12-14 Nijmegen te Krekelstraat 12-14, Nijmegen hebben wij het volgende geconstateerd: - Er zijn geen bereikbaarheidsproblemen voor hulpverleningsdiensten; - Er zijn voldoende bluswatervoorzieningen op geringe afstand in de wijk aanwezig; - De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft geen voorkeur aangaande de adressering van de woningen in het plangebied; - De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft geen overige opmerkingen voor dit initiatief in deze fase.

4.10 Bodem Uit recent uitgevoerd bodemonderzoek (Verkennend bodem- en asbestonderzoek Krekelstraat te Nijmegen, kenmerk R001-1285484LFK-V01-mfv-NL, d.d. 15 maart 2022 door Tauw) blijkt dat in de bodem maximaal lichte verontreinigingen aanwezig zijn. Op de locatie is geen asbest gemeten. Er zijn geen ondergrondse tanks, voormalige bodembedreigende industriële activiteiten en/of sterke bodemverontreinigingen bekend. Conclusie Op basis van het voornoemde verwachten we bij het realiseren van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging.

4.11 Water De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Algemeen Het plan behelst het bouwen van zeven grondgebonden woningen en één appartement op kadastraal perceel Hatert L 6025. Het perceel heeft een oppervlakte van 2365 m² en ligt aan de Krekelstraat en de Heidebloemstraat. In de huidige situatie is het terrein onverhard, in de toekomstige situatie zal er in totaal 727 m2 verhard oppervlak zijn, waarvan 493 m2 bebouwing en 234 m2 terreinverharding (indicatief).

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

27

Het plangebied ligt in de wijk Hatertse Hei en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 20222027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen.

Dit kan bereikt worden door: - maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; - een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/.

De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Krekelstraat of Heidebloemstraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Geadviseerd wordt om een rioolontwerp voor te leggen aan de afdeling rioolbeheer van de gemeente Nijmegen. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.

28

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag.

Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: - het type infiltratievoorziening/filtervoorziening - dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) - de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied - de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is) Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd.

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

29

Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren. Hemelwater uiteraard alleen bovengronds, na overloop uit een infiltratievoorziening die conform de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' is uitgevoerd. Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Let op bij gescheiden stelsels dat foutieve aansluitingen voorkomen worden omdat deze de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden. Conclusie: Binnen het plangebied is voldoende ruimte om aan het gemeentelijke beleid te voldoen. Hemelwater kan op eigen terrein in de bodem worden geïnfiltreerd. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd te zijn. Dit plan dient door de gemeente getoetst en goedgekeurd te worden.

4.12 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (WNB) vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. De WNB is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld.

Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan.

30

bestemmingsplan Nijmegen Zuid 2017 - 4 (Krekelstraat tussen 12-14)

Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=b5817600-7a33-4219-9e37-4ac8ef2511c1