CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen - Woenderskamp -2 (Griftdijk Noord 21) (73/2024)22.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1,2 m-mv. Vanaf 1,2 m-mv tot 3,5 m-mv bestaat de bodemopbouw uit zwak siltig matig fijn tot zeer grof zand. De representatief hoogste grondwaterstand (RHG) wordt ingeschat op circa NAP +8,5 m. Het plangebied ligt niet in een gebied met kwel, in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone of intrekgebied. Deze grondwatergerelateerde risico’s worden niet verwacht.

4.10.4 Beleid Het algemene waterbeleid dat op het plangebied van toepassing is, staat beschreven in het Waterbeleid in de 21e eeuw (WB21) van de Rijksoverheid, het Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van provincie Gelderland, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van waterschap Rivierenland en de WIW 2009 (Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong) van gemeente Nijmegen. Op Europees, nationaal en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastgelegd in de Nota Ruimte (2006): Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren) Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren)

De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor waterkwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone en vervuilende bronnen gescheiden. De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2015, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Met ingang van 17 november 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Rivierenland van kracht. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het waterschap in de planperiode wil bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt waterschap Rivierenland over een verordening: Keur Waterschap Rivierenland 2014.

Hierin staan de geboden en verboden voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Van alle verboden werken en/of werkzaamheden die niet voldoen aan de criteria van de algemene regels, kan vergunning worden aangevraagd. Voor het versneld afvoeren van hemelwater richting een oppervlaktewaterlichaam door een toename aan verhard oppervlak geldt vanuit de Keur Waterschap Rivierenland een verbod en dient gecompenseerd te worden. Ten behoeve van de realisatie van Woenderskamp is de

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

33

Singel van een C-watergang opgewaardeerd naar A-watergang en is de singel verbreedt. Hierdoor is voor de ontwikkelingen binnen het plangebied al aan de eisen van het waterschap voldaan. Bij de ontwikkeling van het plangebied moet echter wel voldaan worden aan de eisen van het WIW 2009. Conform beleid van het WIW 2009 dient de toename van verhard oppervlak gecompenseerd te worden door het realiseren van waterberging. De toename van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden middels 100 m³ berging per ha verhard oppervlak.

4.10.5 Hemelwater en riolering Hemelwater Op basis van de norm van 100 m3/ha (10 mm) berging als compensatie, is de bergingsopgave van het plangebied als volgt: 0,19 ha * 100 m3 /ha = 19 m3 Voor de invulling van de bergingsopgave zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: geen voorzieningen op particuliere grond. geen ondergrondse berging i.v.m. beheer; zoveel mogelijk oppervlakkig afvoeren van hemelwater.

We adviseren het uitvoeren van een wadi ter plaatse van de groenvoorziening als bergende maatregelen binnen het plangebied. In het openbare groenvak kan een wadi worden toegepast met een diepte van 0,4 m. Middels een drain onder de wadi wordt het grondwaterpeil gereguleerd. Als de waterdiepte in de wadi dieper wordt dan 0,3 m stroomt het water via het HWA-stelsel naar het maaiveld aan de westgrens van het plangebied. Vanaf hier stroomt het water oppervlakkig af naar de wadi in de naastliggende wijk Woenderskamp. De berging in de wadi bedraagt 16 m3 bij een waterdiepte van 0,3 m. Dit betekent dat een bergingstekort van 3 m3 binnen het plangebied aanwezig is. Het bergingstekort wordt gecompenseerd door het bergingsoverschot in Woenderskamp. Nagegaan wordt op welke wijze regenwater als grijswater ingezet kan worden voor o.a. spoelen van toilletten en het gieten van tuinen. Vuilwater Het vuilwater zal worden aangesloten op het bestaande DWA-stelsel van de gemeente in de Lavinia Fontanahof. De drie woningen langs de Griftdijk Noord zullen worden aangesloten op het gemengde stelsel in de Griftdijk Noord.

4.10.6 Grondwater Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voortkomend uit dit plan zullen geen bodemlagen aantasten als gevolg waarvan het grondwatersysteem verandert. De GHG is binnen het gebied circa NAP 8,5 m. Met de toekomstige maaiveldhoogte van NAP 10,4 m à NAP 10,6 m is de ontwateringsdiepte circa 2,0 m. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de minimale ontwatering voor voorgenomen inrichting.

34

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

4.10.7 Oppervlaktewater Het plan ligt niet binnen de kern- of beschermingzone van een waterkering. Het is daarom niet te verwachten dat het plan van invloed zal zijn op de veiligheid van een waterkering. De gemeente streeft ernaar om het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen. Het plan veroorzaakt geen nadelige gevolgen voor of door het oppervlaktewatersysteem in de omgeving.

4.11 Natuur Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde planten- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Verder geldt er op grond van deze wet een algemene zorgplicht voor zowel beschermde als niet-beschermde soorten. Daarnaast zorgt de Wet ruimtelijke ordening voor de bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden, met bijbehorende Ecologische Verbindingszones (EVZ) die planologisch zijn begrensd. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar verbinden om (genetische) uitwisseling van soorten mogelijk te maken. Naast de Wet natuurbescherming en de Wet ruimtelijke ordening kan ook de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing zijn ingeval van bomenkap. Op bomenkap kan ook nog een aanlegvergunningplicht werken en werkzaamheden op grond van het bestemmingsplan van toepassing zijn. Voordat ruimte aan ontwikkelingen kan worden geboden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen.

4.11.1 Quickscan Flora en Fauna Er is nader onderzoek naar deze aspecten uitgevoerd door middel van een Quickscan Flora en Fauna (Exlan, Quickscan soortenbescherming Griftdijk Noord 21/21A Lent, 17 augustus 2023, proj.nr. EP.19.1028) die ook als bijlage 7 bij de toelichting is opgenomen. Hieronder zijn de conclusies van de quickscan overgenomen. Conclusies quickscan flora en fauna Het planvoornemen en de daarbij behorende werkzaamheden, zal wellicht een effect hebben op staat van instandhouding van beschermde soorten (huismussen). Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen (nesten) van huismussen aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Hiervoor is is een ontheffingsaanvraag op basis van de Wet natuurbescherming ingediend. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden, dient een stappenplan te worden overlegd waarbij de nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden ontzien. Dit stappenplan is bijgevoegd als bijlage van Bijlage 8. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

35

verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Overigens zijn in het pand geen vleermuizen aangetroffen die er verblijven. Dit blijkt uit het onderzoek dat hiernaar is gedaan. Het eerste onderzoek is uitgevoerd op 15 mei 2023 tussen 22.00 en 24.00 uur (bewolkt, 12 graden) Waargenomen zijn: 1 overvliegende dwerg vleermuis, na buurt onderzoek 1 dwergvleermuis foeragerend schuin aan de overzijde van de weg. Op circa 80 meter van de woning. Daarnaast was het opvallend dat de te slopen boerderij vol in het licht staat wat ongunstig is voor vleermuizen. Het tweede onderzoek is uitgevoerd op 11 juni 2023 tussen 22.00 en 24.00 uur (onbewolkt windstil en 22 graden). Waargenomen zijn: 1 dwergvleermuis trekkend langs begroeiing van de tuin naast de Griftdijk 21. Buurt onderzoek heeft geen vleermuizen opgeleverd. Conclusie: in het pand aan de Griftdijk Noord 21 verblijven geen vleermuizen en daarnaast wordt het hele gebied amper door vleermuizen gebruikt. Enerzijds omdat achter de woning allemaal nieuwe woningen staan en aan de voorzijde het inmiddels ontwikkeld wordt tot woningbouw, waardoor er allerlei werkzaamheden plaats vinden.

Voor aanvang van de werkzaamheden, dient een stappenplan te worden overlegd waarbij de nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden ontzien. Dit stappenplan is bijgevoegd als bijlage van dit rapport. Voor marterachtigen, vleermuizen en de huismus wordt een ontheffing in de kader van de soortenbescherming aangevraagd. Waarbij in acht moet worden genomen dat er in de gehele omgeving binnen enkele jaren een grote nieuwbouw wijk is gerealiseerd wat een enorm negatief effect heeft op de handhaving van kritische soorten. Inmiddels heeft de provincie een besluit genomen over de aanvraag ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze is opgenomen als Bijlage 9 bij deze toelichting. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter aanleg en realisatie van de gewenste haag en zandplaats voor mussen. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Op basis van de Omgevingsverordening Gelderland is hier een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op van toepassing. De algemene zorgplicht blijft daarbij onverminderd van toepassing.

4.12 Stikstof Beleid Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) – dat juli 2015 van kracht werd – berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig

36

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Na de PAS uitspraak van mei 2019 werd er gewerkt aan een nieuw wettelijk kader om de stikstofproblematiek aan te pakken. Uitvloeisel daarvan was de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel. Met deze wet werd voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet werd op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 1 juli 2021 trad de wet in werking. Onderdeel van deze wet was een partiële vrijstelling voor bouwactiviteiten van de natuurvergunningplicht als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb, opgenomen in artikel 2.9a Wnb. Hierin waren de tijdelijke bouwactiviteiten generiek vrijgesteld van beoordeling en was voor plannen en projecten enkel een beoordeling van de permanente gebruikseffecten aan de orde. Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator op 16 september 2019 kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op relevant Natura 2000-gebied.

Op 2 november 2022 is door de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak betreffende het ondergrondse CO2-opslagproject Porthos waarin de vrijstelling van deze bouwactiviteiten ter beoordeling voor lag. Het college heeft geoordeeld dat de stikstof die in de bouwfase vrijkomt niet buiten beschouwing mag worden gelaten. Concreet betekent dit dat de bouwvrijstelling geschrapt is en de juridische situatie teruggedraaid is naar het wettelijk kader vóór 1 juli 2021. Dit houdt in dat voor alle plannen en projecten zowel de tijdelijke bouwfase alsook de permanente gebruiksfase beoordeeld dient te worden. Natura 2000 gebieden In de nabijheid van het plangebied ligt het volgende Natura 2000-gebied: Rijntakken - 550 meter

Onderzoek Zowel voor de aanleg- als de gebruiksfase zijn stikstofberekeningen uitgevoerd door Pouderoyen Tonnaer (Notitie beoordeling stikstof, 12 oktober 2023, projectnummer P186175.004). Deze notitie is als bijlage 8 bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit de berekening blijkt dat er per saldo geen stikstofeffect optreedt voor het Natura 2000 gebied Rijntakken. Significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied zijn daarmee per saldo op voorhand uit te sluiten. Er is geen ontheffing noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming.

4.13 Cultuurhistorie en archeologie 4.13.1 Cultuurhistorie

Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

37

(Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. Deze wetgeving wordt overgenomen in de Omgevingswet. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Gemeentelijk beleid Erfgoedverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten, beeldbepalende panden en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de Erfgoedverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.

Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Erfgoedverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15 mei 2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling; kennis & inspiratie; en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken.

De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De beleidskaart is onderdeel van de gemeentelijke Omgevingsvisie (2020). Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische Waardenkaart (RAAP 2021).

38

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Met de Notitie Cultuurhistorische Waardenkaart Nijmegen is door de raad vastgesteld (datum raadsbesluit 8-3-2023) dat de kaart zal worden gebruikt voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen en dat de aanwezige cultuurhistorische waarden worden meegenomen in de belangenafweging bij ruimtelijke ontwikkelingen en er planregels ter bescherming van het aanwezige erfgoed kunnen worden opgesteld. Voor de deelgebieden die bij het opstellen van de cultuurhistorische waardenkaart niet zijn onderzocht geldt een onderzoeksplicht. In deze gebieden zal het aanwezige erfgoed nog geïnventariseerd en gewaardeerd moeten worden.

Fragment Waardenkaart 1

Gebied Om de cultuurhistorische waarden van het plangebied vast te stellen, is gekeken naar de beschikbare informatie van de gemeente Nijmegen (Historische atlas gemeente Nijmegen) en naar www.topotijdreis.nl. Hieronder zijn diverse afbeeldingen opgenomen van de locatie.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

39

Afbeelding: plangebied in het jaar 1850, 1900, 1950 en 2000 (bron: topotijdreis.nl) Op de kaarten van 1850 en 1900 is de locatie bebouwd en zijn de percelen beplant met bomen. Op de navolgende kaarten zijn er niet veel veranderingen waar te nemen, behalve dat de bebouwing ter plaatse toeneemt in volume. Op basis van het aanwezige kaartmateriaal zijn er geen cultuurhistorische monumenten in het geding. Wel staat de boerderij op de gemeentelijke inventarisatie Cultuurhistorische waardenkaart als historische nederzettingslocatie van voor 1832 aangemerkt, met een contour historisch erf rond de woning, en deels als verdwenen voormalige locatie. Het gebied Rsh1 op voorgaande kaartuitsnede duidt op een 'ontginning op de hogere delen van de stroomrug, blok- tot strookvormig'. Deze is nog herkenbaar in de verkavelingsrichting, die aanleiding vormt om de nieuwe woningen niet haaks op de Griftdijk Noord te situeren, maar parallel aan de opstrekkende kavelrichting. De Griftdijk Noord is als structuurelement van voor 1832 aangegeven, waarbij de voormalige trekvaart nog deels herkenbaar is en de weg aan de overzijde van de trekvaart verdwenen is. Monumenten Op basis van de Historische atlas gemeente Nijmegen zijn er in of nabij het plangebied geen monumenten of beschermde gebieden gesitueerd. In het plangebied is een aanduiding aanwezig voor een boerderij (groene stip).

40

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Afbeelding: uitsnede Historische atlas gemeente Nijmegen van omgeving plangebied met ligging plangebied (rode cirkel) De bestaande woonboerderij is bouwkundig in matige en deels slechte staat. Aanpassing van het gebouw om dit weer geschikt te maken als duurzame en toekomstbestendige woning is redelijkerwijs niet mogelijk, zeker niet in combinatie met de instandhouding van de beperkte historische karakteristieken van het pand. Doordat het pand een agrarische context mist en als zodanig ook niet een verschijningsvorm heeft die het agrarische verleden van deze omgeving weerspiegelt, is er uit dat oogpunt geen aanleiding het gebouw te bewaren. Geconcludeerd is dan ook dat de geringe historische waarde van het pand geen aanleiding om het in stand te houden en te renoveren. Wel is het zo dat het agrarisch verleden kenmerkend is voor de Griftdijk Noord en omgeving. Vandaar ook dat de gemeente beeldkwaliteitseisen hanteert voor nieuwbouw aan de Griftdijk Noord. Belangrijke aspecten daarbij zijn dat karakteristieken uit het agrarische verleden terugkomen in nieuwbouw, dat panden een individueel karakter mogen hebben, straatgericht worden gebouwd en dat ook groene tuinen en erven mede beeldbepalend zijn aan de Griftdijk Noord.

Het stedenbouwkundige plan houdt met deze randvoorwaarden en kwaliteiten rekening, door aan de Griftdijk Noord alleen vrijstaande woningen te bouwen, met diepe tuinen en relatief diepe voortuinen en woningen die de oorspronkelijke perceelsrichting schuin op de Griftdijk Noord georiënteerd, volgen.

4.13.2 Archeologie Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

41

van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg. Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten.

Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Provinciaal beleid Het plangebied ligt niet binnen de contouren van de Limeszone, zoals gedefinieerd in het Barro (art. 2.13) en vertaald in de provinciale Erfgoedverordening 2.58-60. Gemeentelijk beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.

De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties.

Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie-sparend bouwen te bekijken. Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet

42

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

Uitvoerbaarheid Gezien de relatief lage indicatieve archeologische waarde die het gebied heeft, het feit dat de gronden in het verleden reeds geroerd zijn en gezien de beperkte omvang van het gebied, is het voldoende aangetoond dat archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan. De gemeente Nijmegen heeft daarnaast een selectiebesluit genomen voor het aspect Archeologie (zie Bijlage 11), waarbij een kaart is opgesteld. De kaart kent deelgebieden waar een bekende archeologische verwachting geldt (rood), waar nog vooronderzoek moet plaatsvinden (geel) en locaties waar voor archeologie geen eisen meer gelden (groen). De planlocatie is gelegen binnen het groene gebied, wat betekent dat er ter plaatse geen eisen gelden ten aanzien van archeologie. Hieronder is een uitsnede van de kaart opgenomen met daarop de planlocatie (rode cirkel).

Afbeelding: AMZ-kaart met ligging plangebied (rode cirkel)

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

43

4.14 Verkeer en parkeren Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het Ambitiedocument Mobiliteit 2019-2030. In dit document wordt het Nijmeegse mobiliteitsbeleid geformuleerd aan de hand van een viertal grote opgaven voor de stad: een aantrekkelijke stad, een duurzame stad, een economisch veerkrachtige stad en een sociale en gezonde stad. De herontwikkeling van het plangebied sluit met name aan bij een tweetal uitwerkingen van “een aantrekkelijke stad": Intensiveren rond knooppunten. Vanuit mobiliteit vindt nieuwbouw of herontwikkeling bij voorkeur plaats rondom mobiliteitsknooppunten zoals treinstations of in de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer of snelle fietsroutes. Op deze manier kunnen de extra verplaatsingen op een duurzame manier worden opgevangen binnen de bestaande infrastructuur. Inzetten op actieve en duurzame mobiliteit. Om te kunnen faciliteren in de groei van de stad, wordt ingezet op de meest duurzame en meest ruimte-efficiënte vervoersmiddelen: lopen, fiets en openbaar vervoer.

Ontsluitingsstructuur De Griftdijk Noord vormt samen met de Italiëstraat de hoofdontsluiting van de Woenderskamp in Lent. Via deze weg zijn de stad Nijmegen en het treinstation Nijmegen-Lent goed bereikbaar. Aan de zuidzijde van de Woenderskamp is de Generaal James Gavinsingel gelegen. Deze vormt de zuidelijke verbinding van de wijk met de stad. De noordelijke woningen die gelegen zijn aan de Griftdijk Noord, worden direct ontsloten door deze weg. De woningen in het plangebied die niet zijn gelegen aan de Griftdijk Noord worden ontsloten door een nieuwe weg die aansluit op de Lavinia Fontanahof. De verkeerseffecten van onderhavig plan bovenop het bestaande verkeersaanbod is door de gemeente als volgt bepaald:

44

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Uit de berekening komt dat er ca. 510mvt/ etmaal zullen gaan rijden met de woningen in de huidige plus de toekomstige situatie. In de ASVV van 2012 stond een aantal van 100 m.v.t./h aangegeven (in ASVV 2021 niet meer vernoemd). Indien men uitgaat dat dit de "spits periode" is mag men dit omrekenen van 100m.v.t./h met factor 10 voor de etmaalintensiteit (1000mvt/ etmaal). Met ca. 510mvt/ etmaal blijft men hier dus ruim onder. Verder kan men deze verkeersintensiteit verdelen over de 3 aansluiten van het wegennetwerk.

Fietsverkeer Voor het fietsverkeer geldt dat dezelfde ontsluitingsstructuur wordt gehanteerd als voor het autoverkeer.

Openbaar vervoer De planlocatie is nabij het treinstation Nijmegen-Lent gelegen en aan de Griftdijk Noord zijn diverse bushaltes gesitueerd.

Parkeren De gemeente Nijmegen heeft de regels en normen ten aanzien van parkeren vastgelegd in de Beleidsregels Parkeren 2022. Voor de functies in het plangebied gelden de volgende parkeernormen:

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

45

Afbeelding: parkeernormen voor het plangebied o.b.v Beleidsregels Parkeren 2022 gemeente Nijmegen In het plangebied worden drie vrijstaande woningen gerealiseerd. Bij deze woningen worden er twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in bovenstaande tabel. Voor de 2-onder-een-kap woningen geldt dat er op eigen terrein twee parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in bovenstaande tabel. Bij de drie-onder-één-kap woningen is er onvoldoende ruimte op eigen terrein om de parkeerplaatsen te realiseren. Voor deze woningen wordt aan de overzijde van de weg een parkeergelegenheid gerealiseerd met een capaciteit van vijf auto's. Dit voldoet aan de parkeernormen zoals opgenomen in bovenstaande tabel. Vanwege de aansluiting op de Lavinia Fontanahof worden twee bestaande parkeerplaatsen verwijderd, welke in het plangebied weer worden gecompenseerd.

Afbeelding: parkeerbalans

46

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

4.15 Explosieven Bijgaand document Bijlage 12 Explosievenonderzoek betreft het Proces-Verbaal van Oplevering (hierna: PVvO) van uitgevoerd detectieonderzoek Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: OO) ter plaatse van het project ‘Griftdijk Noord 21’ in de gemeente Nijmegen. Het detectieonderzoek bestaat uit non-realtime oppervlaktedetectie. Het PVvO heeft betrekking op dit uitgevoerde detectieonderzoek. Op 20-01-23 is het projectgebied (deels) gedetecteerd. Hierbij werden, wanneer mogelijk, significante objecten geïnterpreteerd op basis van de meetdata. Er zijn geen significante objecten naar voren gekomen omdat het gebied te verstoord of niet te detecteren was. Het onderzoeksgebied is middels non-realtime oppervlaktedetectie deels onderzocht op de aanwezigheid van OO overeenkomstig met de uitkomsten van het vooronderzoek OO (zie paragraaf 2.1 uit Bijlage 12 Explosievenonderzoek). Er zijn geen significante objecten, overeenkomend met het zoekdoel, gedetecteerd en geïnterpreteerd. In overleg met de gemeente is besloten om het vervolgonderzoek naar explosieven te doen in de uitvoeringsfase van het bestemmingsplan. Het nu beschikbare onderzoek biedt voldoende inzage in de planologische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op dit aspect.

4.16 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen (pers-)leidingen gesitueerd die moeten worden beschermd middels een dubbelbestemming. Wel zijn er de noodzakelijke nutsleidingen aanwezig (zoals stroom, gas, water en telecommunicatie). Deze zijn toegestaan binnen de enkelbestemmingen die nu op de percelen rusten. Deze regeling is overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

4.17 Klimaat De gemeente Nijmegen heeft veel aandacht voor het klimaat en energieverbruik. Al in 2013 heeft de regio een routekaart opgesteld om energieneutraal te zijn in 2050. In 2018 is deze routekaart geactualiseerd. Er wordt in de regio samengewerkt aan duurzaam en circulair inkopen en aanbesteden, bewustwording van inwoners (onder meer met het energieloket) en het verduurzamen van bedrijventerreinen. De regionale hoofddoelstelling is om in 2030 de CO2-uitstoot met 55% te verminderen en in 2050 terug te brengen met 95%. Onder andere in de Omgevingsvisie 2020-2040 van de gemeente Nijmegen zijn (beleids-)uitspraken gedaan met betrekking op het klimaat en energieverbruik. Hieronder worden deze kort toegelicht en is omschreven hoe het project aan de Spoorstraat in Lent hierbij aansluit. De gemeente Nijmegen wil het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets stimuleren. Voorliggend project is nabij het station Nijmegen-Lent en de snelfietsverbinding "Het Groentje" gelegen. Door de ligging nabij beide voorzieningen, is het voor bewoners van de nieuwe woningen aantrekkelijk met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. De gemeente Nijmegen zet in op energiebesparing en duurzame opwekking. Hierbij wordt maximaal ingezet op oplossingen binnen het stedelijk gebied. Voorliggend plan biedt de mogelijkheid om de daken te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen.

Ook krijgen de gebouwen geen aansluiting op het gasnet en is isolatie een belangrijk aandachtspunt. Door

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

47

goed te isoleren kan het energiegebruik worden terug gedrongen.

48

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gronden ontwikkeld en bebouwd mogen worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan.

5.2

Verbeelding

Op de verbeelding zijn aangegeven: de grens van het plangebied; de enkelbestemming 'Groen'; de enkelbestemming 'Tuin'; de enkelbestemming 'Verkeer'; de enkelbestemming 'Wonen'; bouwvlakken, aanduidingen voor aantallen woningen en maximale bouwhoogten.

Op de verbeelding is de begrenzing van het plangebied vastgelegd, evenals de van toepassing zijnde bestemming(en) hierbinnen. De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000. Naast dat er bij het tekenen van de verbeelding de uitgangspunten uit de SVBP2012 zijn gehanteerd, is er ook aangesloten op de systematiek die de gemeente Nijmegen hanteert voor de bestemmingen, zoals opgenomen in het plangebied.

5.3

Systematiek van de planregels

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

De Inleidende regels (hoofdstuk 1) bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de "Wijze van meten" (artikel 2) worden de te gebruiken

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

49

meetmethodes vastgelegd. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Indien er sprake zou kunnen zijn van conflicterende belangen, is er, middels functieaanduidingen een nadere detaillering van de doeleinden opgenomen waarin wordt vermeld welke doeleinden prevaleren. Vervolgens wordt in de bebouwingsregeling aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid is een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht.

5.4

Beschrijving per bestemming

In dit bestemmingsplan zijn vier verschillende enkelbestemmingen opgenomen. Hieronder worden deze kort toegelicht.

5.4.1

Groen

Binnen de bestemming "Groen" is het volgende toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. bijbehorende voorzieningen zoals: speelvoorzieningen; c. wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; d. (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 8.2.

Binnen deze bestemming zijn alleen gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 8.2 en bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde toegestaan. Het gebruiken van de gronden bestemd als "Groen" voor het parkeren van auto's valt onder strijdig gebruik en is niet toegestaan.

5.4.2

Tuin

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en groenvoorzieningen; b. gebouwen behorend bij het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw(en); c. ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels, balkons en overstekende (dak)goten, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; d. in- en uitritten, parkeervoorzieningen en overige verhardingen behorend bij het op hetzelfde bouwperceel gelegen bebouwing; e. wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen.

Binnen deze bestemming mogen alleen aan- en uitbouwen, erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gerealiseerd.

50

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

5.4.3

Verkeer

Binnen de bestemming "Verkeer" is het volgende toegestaan: a. wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, verkeerswegen (waaronder fiets- en voetpaden), kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen; b. bijbehorende voorzieningen zoals: groenvoorzieningen; c. wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; d. (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 8.2.

Binnen deze bestemming zijn alleen gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 8.2 en bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde toegestaan.

5.4.4

Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wonen; aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 9.1; bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, parkeer- en groenvoorzieningen; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen.

Verder is bepaald dat woningen alleen binnen het bouwvlak mogen worden opgericht, met in acht neming van de maximale aantallen woningen, types en maximale bouw- en goothoogte. De bewoning van (al dan niet aangebouwde) bijgebouwen, anders dan huisvesting in verband met mantelzorg geldt als strijdig gebruik. Binnenhet bouwvlak gelegen aan de Griftdijkzijde zijn 3 woningen toegestaan in de vorm vrijstaand, of als een vrijstaande woning en twee aaneen gebouwde woningen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

51

52

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1

Kostenverhaal

De procedurekosten voor het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure verhaalt de gemeente middels een anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer van dit plan. De initiatiefnemer draagt de plan- en onderzoekskosten.

6.2

Financiële haalbaarheid

Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is; b. het bepalen van een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen, en zo nodig koppelingen hiertussen niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels over respectievelijk: 1. werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied 2. regels omtrent het uitvoeren van de onder a bedoelde werken en werkzaamheden, 3. een uitwerking van de regels omtrent de uitvoerbaarheid voor de woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is.

Na gereed komen van het bestemmingsplan zal de gemeente nader afspraken maken over de gebiedsexploitatie en bijdragen in de aanleg van voorzieningen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

53

54

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Inspraak

In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van dit vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan toegestuurd naar de volgende overlegpartners: Waterschap Rivierenland Veiligheidsregio Gelderland Zuid

7.2

Overleg

Voorafgaand aan de start van de bestemmingsplanprocedure is een participatiemiddag- en avond voor alle omwonenden gehouden op de projectlocatie. Het verslag daarvan is als Bijlage 13 gevoegd bij deze toelichting.

7.3

Zienswijzen

Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 15 zienswijzen ingediend, deze hebben geleidt tot aanpassingen in toelichting, planregels en verbeelding. ook zijn 2 ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Verwezen wordt naar de beantwoording in Bijlage 14.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

55

bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21) Regels

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21) 13 juni 2024 IDN: NL.IMRO.0268.BP27002-VG01 Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Regels

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

7 7 16

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Wonen

21 21 22 23 24

Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

27 27 28 29 30 31

Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

33 33 35

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Beleidsregels Parkeren

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

5

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord identificatienummer NL.IMRO.0268.BP27002-VG01 van de gemeente Nijmegen.

1.2

21)

met

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanbouw

een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat op de grond staat, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een aparte ruimte vormt die al dan niet vanuit het hoofdgebouw bereikbaar is.

1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

aangebouwd bijgebouw

een bijgebouw dat direct grenst aan een aan- of uitbouw en niet tevens aan het hoofdgebouw. Voor een aangebouwd bijgebouw geldt de definitie van een bijgebouw, met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Wanneer een aangebouwd bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.

1.7

aan huis verbonden beroepsactiviteiten

een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Prostitutie is uitgesloten.

1.8

aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het verlenen van diensten en/of;

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

7

het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen) en/of; het voeren van de administratie van bedrijfsactiviteiten die (behoudens genoemde administratieve werkzaamheden) niet ter plaatse worden uitgeoefend; het verstrekken van logies en ontbijt (bed and breakfast);

waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in of bij de woning met behoud van de woonfunctie ter plaatse kan worden uitgeoefend. Een seksbedrijf is uitgesloten.

1.9

achtergevel

de bestaande achtergevel van het hoofdgebouw.

1.10

achtergevellijn

de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan.

1.11

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.12

bestaand

a. bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; b. bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.15

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

1.16

bijgebouw

een, vrijstaand, in functioneel en bouwkundig opzicht aan het hoofdgebouw ondergeschikt gebouw op hetzelfde bouwperceel, dat op de grond staat. Onder een functioneel ondergeschikt gebouw wordt verstaan een gebouw dat bedoeld en ingericht is ten behoeve van (huishoudelijke) berging, hobby- en/of stallingsruimte. Als een vrijstaand bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

1.17

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.18

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.19

bouwkundige afscheiding

gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn.

1.20

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. Daar waar gesproken wordt over de 'eerste bouwlaag' wordt bedoeld de bouwlaag op (dan wel bij benadering op) de begane grond. De 'tweede bouwlaag' is de bouwlaag direct boven de 'eerste bouwlaag'.

1.21

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel.

1.23

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.24

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.25

dakkapel

een dakkapel is een uitbouw in een schuin dakvlak, waardoor stahoogte ter plaatse verkregen wordt, voorzien van een verticaal raamkozijn, een dakvlak en zijwanden. Een dakkapel wordt geplaatst in een schuin dakvlak. Dat wil zeggen dat er rondom de dakkapel sprake moet zijn van een dak (met uitzondering van dakkapellen vanuit de nok). Wanneer een voorgevel gedeeltelijk wordt doorgebouwd boven de goot dan is er geen sprake van een dakkapel maar van een dakopbouw. Ook wanneer het bouwwerk boven de bestaande nok uitkomt is er sprake van een dakopbouw.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

9

1.26

daknok

hoogste punt van een schuin dak.

1.27

dakopbouw

een uitbreiding op een bestaand dak. Bij platte daken: het gedeelte van een gebouw boven het oorspronkelijke platte dakvlak, uitgevoerd als kap of extra bouwlaag. Bij schuine kappen: een toevoeging aan een schuin dakvlak, niet zijnde een dakkapel, bedoeld om de woonruimte te vergroten, waarbij er tevens sprake kan zijn van een nokverhoging.

1.28

dakterras

verblijfsruimte op een plat dak ingericht als terras en/of tuin.

1.29

dakvoet

laagste punt van een schuin dak.

1.30

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen. Onder detailhandel wordt niet verstaan grootschalige- en perifere detailhandel. Een supermarkt is uitsluitend toegestaan wanneer dit in de bestemming is aangegeven.

1.31

erf

de gronden met eenzelfde bestemming gelegen binnen het bouwperceel maar buiten het bouwvlak.

1.32

escortbedrijf

de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee.

1.33

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.34

gevelbreedte

de breedte van de gevel waar tegenaan wordt gebouwd.

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

1.35

hoekovergang

een aan- of uitbouw die buiten de gevelbreedten van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd en die een verbinding vormt tussen een aan- of uitbouw aan de voorgevel en een aan- en/of uitbouw aan de zijgevel van het hoofdgebouw.

1.36

hoofdbebouwing

hoofdgebouw(en) inclusief aan- en/of uitbouwen.

1.37

hoofdgebouw

gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meerdere gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is.

1.38

hoogwaardig openbaar vervoer

een vorm van openbaar vervoer die gepositioneerd kan worden tussen de traditionele bus en trein, waarbij de nadruk ligt op het snel en betrouwbaar en comfortabel vervoeren van passagiers over vrijliggende HOV-infrastructuur.

1.39

hospes/hospita

De 100% economisch en juridisch eigenaar die zélf daadwerkelijk in de zelfstandige woonruimte woont en minimaal 50% van deze woonruimte gebruikt voor zijn eigen huishouden en maximaal 2 onzelfstandige woonruimten verhuurt aan maximaal twee personen.

1.40

huishouden

een alleenstaande of twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woonruimte hebben en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.

1.41

huisvesting in verband met mantelzorg

huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.

1.42

kamergewijze bewoning

een (deel van een) gebouw waarin zich 3 of meer onzelfstandige woonruimten bevinden en/of dat wordt bewoond door drie of meer personen die geen gezamenlijke huishouding voeren.

1.43

laden en lossen

onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

11

1.44

mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

1.45

nutsvoorziening

voorziening ten behoeve van productie, distributie, winning, opslag of zuivering van gas, water of elektriciteit.

1.46

omgevingsvergunning

vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.47

ondergronds bouwwerk

a. een (gedeelte van een) gebouw dat gelegen is onder het niveau van de begane grondvloer van dat gebouw, waarbij de hoogte van die begane grondvloer nergens hoger ligt dan 0,25 meter boven het aansluitende maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; b. een zelfstandig voor mensen toegankelijk bouwwerk waarvan de bovenkant nergens hoger is dan het maaiveld van het bouwperceel ter plaatse van dat bouwwerk.

1.48

oorspronkelijk hoofdgebouw

het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.

1.49

onzelfstandige woonruimte

woonruimte (kamer) in een (deel van een) gebouw, die door de aard van de inrichting en het gebruik het privédomein van de bewoner is, die (mede) is aangewezen op het gebruik van gezamenlijke voorzieningen elders in dat (deel van het) gebouw.

1.50

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.51

overkapping

een op de grond staand bouwwerk, bestaande uit ten minste een dak, niet zijnde een gebouw.

1.52

parkeren

een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen.

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

1.53

perceelsgrens

de grens van een bouwperceel.

1.54

permanente bewoning

bewoning van een ruimte als hoofdverblijf door dezelfde persoon.

1.55

prostituee

degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling.

1.56

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling.

1.57

prostitutiebedrijf

de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie.

1.58

raamprostitutiebedrijf

de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8ee1eb4c-3eed-46b0-9160-5345b54156a5