CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen - Woenderskamp -2 (Griftdijk Noord 21) (73/2024)22.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21) Toelichting

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21) 13 juni 2024 IDN: NL.IMRO.0268.BP27002-VG01 Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken

11 11 12 12

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid

15 15 17 18

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17

Sectorale aspecten Stedenbouwkundige / landschappelijke aspecten M.e.r.-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Wonen Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Natuur Stikstof Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Explosieven Kabels en leidingen Klimaat

21 21 23 24 25 25 26 28 29 30 31 35 36 37 44 47 47 47

Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3 5.4

Juridische planbeschrijving Inleiding Verbeelding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming

49 49 49 49 50

Hoofdstuk6 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Financiële haalbaarheid

53 53 53

Hoofdstuk7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg

55 55 55

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

5

7.3

6

Zienswijzen

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

55

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met het plan wordt beoogd om het gebied aan de Griftdijk Noord 21 en 21a in Lent (Nijmegen) te ontwikkelen. In de huidige situatie zijn er op de locatie een voormalig agrarisch perceel met bijhorende vrijstaande boerderij gesitueerd met daarin 2 woningen en stalruimte voor koeien en paarden. Rond de boerderij ligt een als zodanig gebruikte paardenweide. Het plangebied is onderdeel van het gebied Woenderskamp wat momenteel ontwikkeld wordt tot een woongebied. Het doel is de beoogde herontwikkeling aan te laten sluiten op de ontwikkeling Woenderskamp en de lintbebouwing van de Griftdijk, om tot één samenhangend woongebied te komen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Griftdijk Noord in Lent. Het plangebied wordt aan de oost-, west- en zuidzijde begrensd door diverse percelen die behoren tot de tuin van grondgebonden woningen en door de straat Lavinia Fontanahof. Aan de noordzijde wordt de grens gevormd door de Griftdijk Noord. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie F, perceel 213. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 3.335 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

7

Afbeelding: ligging en begrenzing plangebied (plangebied weergegeven met rood)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp. Dit bestemmingsplan is door de raad op 14 juni 2017 vastgesteld en daarna onherroepelijk geworden. De locatie valt binnen de enkelbestemming "Wonen" en heeft een bouwvlak. Ook ligt de locatie binnen de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3". Voor de locatie geldt de volgende maatvoering: maximum bouwhoogte: 9 meter maximum goothoogte: 3 meter Dit sluit aan bij de huidige lagere woonboerderij. De gronden aan de voorzijde van de woning (grenzend aan de Griftdijk Noord) vallen binnen de enkelbestemming "Tuin". Een kleine strook van deze gronden is ook gelegen binnen de gebiedsaanduiding "wetgevingszone - waarde archeologie 1".

Afbeelding: uitsnede vigerend bestemmingsplan planlocatie Het plan voorziet in het realiseren van 10 grondgebonden woningen op de locatie, de aanleg van een weg, parkeerplaatsen en groen en de sloop van de bestaande woonboerderij. In het vigerende bestemmingsplan is bepaald dat hoofdgebouwen alleen mogen worden opgericht binnen een bouwvlak. Ook is bepaald dat er per bouwvlak maximaal 1 woning is toegestaan. Het realiseren van 10 grondgebonden woningen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, want er is maar 1 bouwvlak op de locatie. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.

Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk (7) van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

9

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied is momenteel in gebruik als een voormalig agrarisch perceel met bijhorende vrijstaande boerderij. De boerderij is momenteel in gebruik als woning. Op het perceel staat één vrijstaande boerderijwoning met een kleine stalruimte. Rond de boerderij ligt een als zodanig gebruikte paardenweide. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door een mix van aaneengesloten bebouwing, tweekappers en vrijstaande bebouwing. Langs de Grftdijk staat lintbebouwing met een divers karakter. Daarachter ligt een recente, projectmatig gebouwde woonwijk. Deze woningen zijn gesitueerd rondom een grote centrale groenzone waar speelelementen en wateropvang zijn gesitueerd. Waar het plangebied aansluit op Woenderskamp staan rijwoningen die gericht zijn op de centrale groene ruimte. Het plangebied is gedeeltelijk direct aansluitend aan de groene ruimte gelegen.

Afbeelding: detail luchtfoto van de planlocatie

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

11

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Het plan bestaat uit het realiseren van 10 grondgebonden woningen op de planlocatie. Deze sluiten enerzijds aan op de omgeving van de Griftdijk en anderzijds op de achterliggende nieuwe woonwijk. Er wordt een kleine collectieve buitenruimte met een parkeerkoffer gerealiseerd. De typologische verdeling is voor verschillende doelgroepen en sluit aan op de typologie van de omgeving. In de volgende paragraaf wordt het plan verder toegelicht.

2.3

Stedenbouwkundige karakteristieken

Het plan sluit enerzijds op de Griftdijk en anderzijds op Woenderskamp aan. Er wordt een tiental woningen voorzien waarbij voor een mix van typologieën is gekozen die aansluit op de (directe)omgeving. Aan de noordzijde biedt het ontwerp aansluiting met de Griftdijk. Hier komt een drietal vrijstaande woningen die in eenzelfde stramien staan als de vrijstaande moderne houten woning aan de zuidzijde van de planlocatie. Er wordt een ruime afstand tussen de woningen en het fietspad aangehouden zodat de opritten overzichtelijk kunnen worden vormgegeven. Woningen staan daardoor iets verder van de weg af dan de bestaande woonboerderij, wat ruimtelijk de voorkeur heeft en waarbij nog wel de lintstructuur in tact wordt gehouden. Bij de woningen is op de opritten ruimte om 2 auto's te parkeren. De woningen langs de Griftdijk bestaan uit één laag en een zadelkap over twee lagen of twee lagen en een zadelkap over één laag. De kap wordt haaks op de weg uitgevoerd zodat verwantschap met de overige bebouwing langs de Griftdijk ontstaat.

Afbeelding: stedenbouwkundig plan voor de locatie De zuidelijke invulling van het plan gaat meer uit van een compact woonensemble waarbinnen twee- en drie-onder-een-kap woningen komen te staan. Het compacte ensemble krijgt

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

aansluiting en deels een oriëntatie op de buurt Woenderskamp. In de westelijke hoek wordt de bebouwingsstructuur uit de aangrenzende wijk doorgezet, waarmee de hoek wordt afgerond. Hier worden 2 woningen voorzien die worden gericht naar de centrale groene ruimte in de wijk. Een woonstraat als inprikker vanaf de Lavinia Fontanahof vormt een gezamenlijke openbare ruimte met parkeren en een kleinschalige landschappelijke inpassing. Aan de inprikker komt een rij met drie starterswoningen en twee-onder-een-kapwoningen te staan. De bebouwing binnen het zuidelijke woonensemble heeft nadrukkelijk aansluiting en verwantschap met de bestaande bebouwing binnen Woenderskamp door eenzelfde massa, kapvorm, hoogte en beelduitstraling toe te passen. Hierdoor wordt het onderdeel van het bestaande wijkdeel. Typologische verdeling 3x vrijstaande woning in de lintbebouwing aan de Griftdijk (eventueel alternatief in de vorm van tweekapper en 1 vrijstaande woning); 4 twee-onder-een-kapwoningen aan- en nabij de centrale groene ruimte; 3 starterswoningen aan de woonstraat / insteek.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

13

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Hoofdstuk 3 3.1

Relevant rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

Beleidskader

De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2024 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het is op korte termijn vaak sneller en goedkoper om in het buitengebied woningen of bedrijfsbebouwing te ontwikkelen. Echter op enig moment zijn investeringen in infrastructuur nodig, waardoor de kosten voor verstedelijken binnen of buiten bestaand stedelijk gebied weer anders worden. Daarbij, verstedelijkingsambities in het buitengebied raken ambities met betrekking tot bijvoorbeeld landschap en natuur, terwijl verdichten van bestaand stedelijk gebied kan raken aan ambities met betrekking tot gezondheid en hinder. In 2050 wonen meer mensen dan nu in de steden en stedelijke regio’s, die steeds belangrijker zijn geworden voor onze economie. Ook in meer landelijke regio’s woont en werkt nog steeds een substantieel deel van de bevolking. De kracht van Nederland ligt in zijn polycentrische netwerkstructuur van stedelijke en landelijke regio’s van verschillende schaal en dynamiek die door de kwaliteit van het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem functioneren. Het kloppend hart van land en economie is het Stedelijk Netwerk Nederland. Kern daarvan is het brede midden van Nederland, grofweg Randstad (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam-Den Haag), Amersfoort, Zwolle, Arnhem-Nijmegen, Brabantse stedenrij). Daar woont en werkt het merendeel van de bevolking.

Maar ook uitlopers buiten het brede midden (Groningen, Twente, Maastricht, Leeuwarden en Middelburg) behoren tot het Stedelijk Netwerk Nederland. Vergeleken met veel buitenlandse metropolen zijn onze grootste steden relatief klein. Daarom zijn de verbindingen, wegen en spoorwegen, tussen en binnen deze regio’s voor ons land zo belangrijk. Die maken dat Stedelijk Netwerk Nederland richting 2050 steeds meer als één geheel kan functioneren. De verdere verstedelijking is gepaard gegaan met de verduurzaming van Nederland en een goede kwaliteit van leven. Ook in de toekomst koesteren we de kleinschaligheid en diversiteit die onze steden en dorpen kenmerken. Stedelijke groei is voor een belangrijk deel binnen de bestaande bebouwde gebieden gefaciliteerd, maar ook op zorgvuldig gekozen en ingerichte locaties daarbuiten. Er is gebouwd daar waar de vraag is en naar de behoefte van

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

15

verschillende doelgroepen, waaronder starters. Er zijn veel daar waar de vraag is en naar de behoefte van verschillende doelgroepen, waaronder starters. Er zijn veel woningen voor de groeiende groep ouderen gerealiseerd en ook de inrichting van steden en dorpen en de organisatie van openbaar vervoer, zorg en detailhandel is daarop aangepast. We bieden iedereen de mogelijkheid om naar wens en betaalbaar te wonen, waarbij we de kwaliteit, leefbaarheid en identiteit van onze steden verder versterken. Met nieuwe stedenbouwkundige concepten hebben we veelvormige woonmilieus en nieuwe vormen van mobiliteit gecreëerd die voor alle leeftijdsgroepen prettig zijn om in te leven. Nieuwe ontwikkelingen hebben op goed bereikbare locaties plaatsgevonden. Gevolg planvoornemen Voorliggend plan heeft betrekking op een inbreiding in bestaand stedelijk gebied. Er wordt bijgedragen aan een sterke en gezonde stad door het realiseren van éénsgezinswoningen. Het plan sluit aan bij de kenmerken van het gebied. Het plan sluit aan bij de ontwikkelingen in de omliggende gebieden, zoals de Woensderskamp.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Gevolg planvoornemen Op basis van het Barro en de bijbehorende kaarten zijn er geen nationale belangen in het geding. Alle op de kaarten aangegeven gebieden met een nationaal belang liggen op minimaal 500 meter van de planlocatie.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte') . Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan . Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan.

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

De in het plan voorziene ontwikkeling behoeft niet te worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. De omvang is beperkt tot het per saldo toevoegen van 9 woningen (sloop van 1 woning en bouw van 10 woningen). In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens rechtsspraak dat er 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Algemeen Er wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking door nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk te laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied. Ook op regionaal en lokaal niveau is dit de ambitie. Het initiatief wordt gerealiseerd op een binnenstedelijke locatie, waarbij sprake is van het hergebruiken van een voormalige agrarische bedrijfslocatie, passend binnen de gemeentelijke kaders.

3.1.4

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit Rijksbeleid omdat: 1. Er sprake is van inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied; 2. Het initiatief past binnen de regionale kwalitatieve uitgangspunten voor nieuwe woningbouwplannen.

3.2

Relevant provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Gelderland

Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland in werking getreden. Dit is een structuurplan van de provincie Gelderland. De provincie zet een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. 1. Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. 2. Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Bij de Omgevingsvisie horen vijf kaarten. Alleen op de themakaart "Ruimtelijk Beleid" zijn er markeringen opgenomen in het plangebied. Het betreft "Grote zonneparken mogelijk" en "Windenergie mogelijk (wettelijk en provinciaal belang)". Beide ontwikkelingen zijn niet voorzien in het plangebied. Op basis van het voorgaande is het bestemmingsplan in overeenstemming met het provinciale beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

17

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (december 2015). De verordening is daarna nog diverse keren geactualiseerd, voor het laatst op 21 december 2022. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsverordening relevant: Hoofdstuk 2: Ruimte. In hoofdstuk 2 van de omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor onder andere nieuwe woonlocaties en recreatiewoningen.

Ten aanzien van voorliggend plan zijn de regels voor woonlocaties relevant, met name artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda). De inhoud van dit artikel is: 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: 3. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; 4. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; 5. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

3.2.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat er wordt aangesloten bij de regionale woonagenda. Dit is verder toegelicht in de paragraaf 3.3 relevant gemeentelijk beleid.

3.3

Relevant gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'

In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisies voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022 en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel.

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad 2. Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen 3. Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente 4. Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen

Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Ook wordt er gewerkt aan de opgave van een compacte, dynamische stad: Om de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk te houden, ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave moet benut worden om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemenging. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar één- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen.

Ook wordt er gewerkt aan toekomstbestendige wijken om tot een inclusieve en vitale stad te komen, daarvoor wordt er gestreefd naar onder meer een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven worden ondersteund om verbeteringen te realiseren. De gemeente wil als stad bijdragen aan de gezondheid van de inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor wordt onder andere een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau ontwikkeld.

3.3.1.1 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat er sprake is van verdichting binnen het bestaand stedelijk gebied. Ook vinden de ontwikkelingen plaats nabij een stedelijk knooppunt. Realisatie van verschillende typen woningen voor diverse doelgroepen, in een gemengde vorm, sluit aan bij het beleid om tot een inclusieve en vitale stad te komen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

19

3.3.2

Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025

In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zet de gemeente in op alle doelgroepen. Daarbij zetten zij zich extra in voor de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Ook wordt er gericht ingezet op ouderen en mensen met een hulpvraag. Er wordt ruimte gemaakt om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. Minimaal 10.000 woningen worden toegevoegd tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie wordt de focus naar de bestaande stad verlegd. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de OV-knooppunten.

3.3.2.1 Conclusie Voorliggend project heeft betrekking op het realiseren van woningen voor diverse doelgroepen, in de vorm van grondgebonden woningen, gericht op middeninkomens. Derhalve wordt er aangesloten bij het beleid zoals opgenomen in de Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025.

3.3.3

Woondeal Regio Arnhem-Nijmegen

In maart 2020 heeft de gemeente Nijmegen samen met het Rijk, de provincie Gelderland en de regio Arnhem-Nijmegen een woondeal ondertekend. Doel van deze woondeal is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken. Met de woondeal gaan we een meerjarige samenwerking aan met het Rijk, provincie en regiogemeenten om vanuit de NOVI-propositie en de op stellen regionale verstedelijkingsstrategie samen invulling te geven aan de opgaven op de woningmarkt. Voor Nijmegen is de woondeal van belang om op korte en lange termijn invulling te geven aan de ontwikkeling van de stad. We willen tot 2030 minimaal 10.000 woningen bouwen, op korte termijn woningbouwversnelling realiseren en ook na 2030 zorgen voor een continue bouwstroom met een goede mix van woningen. Daarbij zetten we ons ook in voor voldoende betaalbare woningen voor kleine huishoudens. Met de ondertekening van de woondeal erkennen partijen het strategisch belang van de complexe gebiedsontwikkelingen in het Stationsgebied/Binnenstad en in de Kanaalzone. In deze gebieden komen woonopgaven samen met duurzaamheids-, werk-, leefbaarheids en mobiliteitsopgaven. Door de gemaakte afspraken ontstaat het gewenste perspectief voor de verdere ontwikkeling van deze gebieden.

3.3.3.1 Conclusie Het project heeft betrekking op het realiseren van grondgebonden woningen. Dit sluit aan op het beleidsdoel om een mix van voldoende betaalbare woningen te realiseren.

3.3.4

Conclusie

Het plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid. Er wordt aangesloten bij alle relevante beleidsdoelen, zoals blijkt uit voorgaande paragrafen.

20

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

4.1

Stedenbouwkundige / landschappelijke aspecten

4.1.1

Stedenbouwkundige opzet van het plan

Voor het plan is door Pouderoyen Tonnaer een stedenbouwkundig plan opgesteld. Dit plan is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hieronder is een (beknopte) beschrijving van dit plan opgenomen. Het plan Griftdijk Noord 21 sluit enerzijds op de Griftdijk en anderzijds op Woenderskamp aan. Er wordt een tiental woningen voorzien waarbij voor een mix van typologieën is gekozen die aansluit op de (directe)omgeving. Aan de noordzijde biedt het ontwerp aansluiting met de Griftdijk. Hier komt een drietal vrijstaande woningen die in eenzelfde stramien staan als de vrijstaande woning aan de zuidzijde. Er wordt in vergelijking met de bestande te slopen woonboerderij een grotere afstand tussen de woningen en het fietspad aangehouden zodat de opritten overzichtelijk kunnen worden vormgegeven. Woningen staan daardoor iets verder van de weg af, wat ruimtelijk de voorkeur heeft en waarbij nog wel de lintstructuur in tact wordt gehouden. Bij de woningen is op de opritten ruimte om 2 auto's te parkeren. De woningen langs de Griftdijk bestaan uit één laag en een zadelkap over twee lagen of twee lagen en een zadelkap over één laag. De kap wordt haaks op de weg uitgevoerd zodat verwantschap met de overige bebouwing langs de Griftdijk ontstaat.

Afbeelding: stedenbouwkundig plan met oppervlakten De zuidelijke invulling van het plan gaat meer uit van een compact woonensemble waarbinnen twee- en drie-onder-een-kap woningen komen te staan. Het compacte ensemble krijgt

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

21

aansluiting en deels een oriëntatie op de recentelijk gerealiseerde wijk Woenderskamp. In de westelijke hoek wordt de bebouwingsstructuur uit de aangrenzende wijk doorgezet, waarmee de hoek wordt afgerond. Hier worden 2 woningen voorzien die worden gericht naar de centrale groene ruimte in de wijk. Een woonstraat als inprikker vanaf de Lavinia Fontanahof vormt een gezamenlijke openbare ruimte met parkeren en een kleinschalige landschappelijke inpassing. Aan de inprikker komt een rij met drie starterswoningen en twee-onder-een-kapwoningen te staan. De bebouwing binnen het zuidelijke woonensemble heeft nadrukkelijk aansluiting en verwantschap met de bestaande bebouwing binnen Woenderskamp door eenzelfde massa, kapvorm, hoogte en beelduitstraling toe te passen. Hierdoor wordt het onderdeel van het bestaande wijkdeel. Typologische verdeling 1. 3x vrijstaande woning in de lintbebouwing aan de Griftdijk (eventueel alternatief in de vorm van tweekapper en 1 vrijstaande woning); 2. 4 twee-onder-een-kapwoningen aan- en nabij de centrale groene ruimte; 3. 3 starterswoningen aan de woonstraat / insteek.

4.1.2

Openbaar gebied

Binnen het plangebied is de openbare ruimte beperkt. Vanwege de kleinschaligheid van het plangebied en de grote groenstructuur welke ten westen van het plangebied is gelegen, is de hoeveelheid groeninrichting binnen het plan beperkt. Er is een kleinschalig landschapselement gesitueerd achter de parkeerkoffer om het parkeren goed in te passen en het straatbeeld een groenere uitstraling te geven. De zijdes die op de omliggende kavels aansluiten worden afgeschermd met een robuuste haag. Door kavelzijdes die grenzen aan de openbare ruimte te voorzien van een haag en de voorzijdes te voorzien van een, met groen ingerichte, voortuin, wordt het groene woonkarakter verdergaand versterkt, wat ook veelvoorkomend is binnen Woenderskamp.

4.1.3

Parkeren

Binnen het plan is parkeren op eigen terrein en parkeren in de openbare ruimte gesitueerd. Het parkeren voor de vrijstaande woningen langs de Griftdijk wordt volledig op eigen terrein gesitueerd. In het zuidelijke woondeel zijn 11 parkeerplaatsen nodig. Tevens worden twee parkeerplaatsen verplaatst om de opritten van de westelijke twee-onder-een-kapwoningen te kunnen ontsluiten. In totaal is er in het zuidelijke ensemble een 13-tal parkeerplaatsen nodig. Deze zijn deels in de openbare ruimte en deels op eigen terrein opgelost.

22

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Afbeelding: parkeerbalans zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan

4.2

M.e.r.-beoordeling

Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1. projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2. de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Het project voor het realiseren van grondgebonden woningen is een activiteit welke is genoemd in het Besluit m.e.r. (onderdeel D 11.2). De drempelwaarde van 100 hectare of meer en/of aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen wordt niet overschreden, daarom kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld in de vorm van een aanmeldnotitie (zie bijlage 3).

Op basis van de aanmeldnotitie zal het bevoegd gezag, i.c. het college van burgemeester

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

23

en wethouders, een beslissing nemen inzake de mer-plicht. Dit besluit wordt genomen, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan. In de collegevergadering van 12 december 2023 is als volgt geconcludeerd en besloten: In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER (milieueffect-rapportage) niet aan de orde is.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies en gevoelige functies op een verantwoorde afstand van elkaar gesitueerd worden. Dit dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Bij de planontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven, om de kwaliteit van het leefmilieu te garanderen en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde handreiking Bedrijven en milieuzonering. Hierin wordt per bedrijf aangegeven wat de milieu-invloed op de omgeving is en welke indicatieve afstand hierbij minimaal in acht moet worden genomen. Van deze indicatieve afstand kan worden afgeweken indien op basis van een onderzoek de daadwerkelijke afstand kan worden bepaald. Daarnaast geldt voor inrichtingen waar dieren worden gehuisvest geurspecifieke regelgeving, waarin milieu-afstanden zijn bepaald. Plangebied en omgeving Nabij het plangebied is de volgende functie gesitueerd waarvoor, op basis van de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG, richtafstand geldt: Functie Grootste afstand Middelbare school Citadel 30 (geluid) College (locatie Dijkstraat) Tabel: milieuzonering functies omgeving plangebied

Afstand tot plangebied 105 meter

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, wordt aan alle richtafstanden voldaan. De hoofdvestiging van het Citadel College, de brandweerkazerne en de gemengde bestemmingen zuidelijk van de planlocatie liggen op dusdanig grotere afstand dat ook hier geen nadere toetsing op nodig is. Omdat inmiddels voor de overzijde van de Griftdijk ook een gebiedstransformatie in gang is gezet, is het niet langer nodig om de richtafstanden in beeld te brengen voor de voormalige bedrijven die daar tot voor kort gelegen waren. Deze worden allen wegbestemd naar wonen. Omgekeerde werking In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt waarvoor een richtafstand geldt. De woningen zullen passend zijn in een reguliere woonwijk en geen negatieve invloed hebben op de omgeving. Het opheffen van de woonboerderij met stalruimte, waar ook 2 paarden gehouden werden, is passend in de woonwijk. Conclusie

24

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor realisatie van het plan.

4.4

Wonen

Uit het provinciale, regionale en gemeentelijk beleid komt het volgende naar voren over wonen: Tot 2030 is er in Nijmegen de opgave om zo'n 10.000 woningen te bouwen. Daarna is er een aanvullende opgave van 5.000 woningen tot 2040. Naast de kwantitatieve opgave is er ook een kwalitatieve opgave, waarbij aandacht wordt gevraagd voor onder andere de kleinere huishoudens. Er is vooral behoefte aan betaalbare (sociale) en middeldure huur en koop. Ook is er behoefte aan flexibele woonvormen. Het initiatief past binnen de regionale kwalitatieve uitgangspunten voor nieuwe woningbouwplannen: Inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte (sociale woningbouw goedkoop, middeldure huur, levensloopbestendig, woningen voor kleine huishoudens): het initiatief draagt bij aan de doeltypen middeldure huur en koop. Inbreiding gaat voor uitbreiding: het initiatief vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied.

4.5

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. Onderzoek geluid Namens initiatiefnemer is door Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de toekomstige situatie aan de Griftdijk Noord 21 te Lent, gemeente Nijmegen (zie Bijlage 4 Akoestisch onderzoek). Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder kunnen de volgende conclusies worden getrokken.

Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) of het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke, civieltechnische, verkeerskundige en financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen,

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

25

industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval is dit formeel niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de Griftdijk Noord, bedraagt 62 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘tamelijk slecht’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel en/of dak. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Tevens beschikt het bouwplan over een geluidluwe zijde/buitenruimte en wordt een slaapkamer gerealiseerd aan een geluidluwe zijde. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel.

Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Zie Bijlage 5 Hogere grenswaarde waarin het besluit Hogere grenswaarde is opgenomen.

4.6

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervallen. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Toetsing Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor

26

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 v oor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van 10 grondgebonden woningen. De ritgeneratie als gevolg daarvan veroorzaakt geen verkeersaantrekkende werking die een verslechtering van meer dan 3% veroorzaakt.

Uit de berekening van de NIBM-tool blijkt dat de ritgeneratie geen nadelige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit ter plaatse. Het plan is daarmee NIBM. Bovendien kan worden opgemerkt dat er door de sloop van de bestaande woning feitelijk ook enkele verkeersbewegingen per etmaal zullen vervallen. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

27

Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een woning is dus geen gevoelige bestemming. Ter plaatse van het plan worden de bestaande grenswaarden niet overschreden. De nieuwe richtwaarden van de WHO die eind december zijn aangekondigd worden nog wel overschreden. De gemeente Nijmegen heeft zich daarom gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een soort vervolg op het eerdere NSL waarin het Rijk, de provincies en gemeenten inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens.

In het Schone Lucht Akkoord wordt de bijdrage van de luchtvaart aan emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht. Aanpak en maatregelen worden uitgewerkt in de Luchtvaartnota en de daaropvolgende luchthavenbesluiten. De volgende doelen en ambities zijn afgesproken in het SLA: Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht. Partijen erkennen dat éénieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord en voor het bereiken van het doel.

Conclusie Op basis van de voorgaande tekst wordt geconcludeerd dat het aspect Luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.

4.7

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. Conclusie In of nabij het plangebied zijn geen bedrijven gesitueerd die geurhinder veroorzaken. De functies die worden mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan, veroorzaken zelf geen geurhinder. Ook wordt de begrazing van het plangebied met 2 paarden die ter plaatse in een

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

stalruimte werden gehouden, beëindigd.

4.8

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens word het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleidingrisico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het bestemmingsplangebied. Transportrisico's Het Spoor Nijmegen-Arnhem De routering vervoer gevaarlijke stoffen gemeente Nijmegen (N325, Prins Mauritssingel) De Betuweroute

Er liggen geen bedrijven in de buurt die vallen onder het Bevi en een invloedsgebied hebben over het plangebied.

Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR) Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld. Er ligt geen PR contour over het plangebied. De verantwoording van het groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden.

Transportrisico's Het vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied kan tot risico's in het plangebied leiden. Nabij het plangebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd over het spoor van Nijmegen naar Arnhem en terug, de Betuwelijn en de N325/Prins Mauritssingel. Het spoor van Nijmegen naar Arnhem Nabij het plangebied ligt de spoorlijn van Nijmegen naar Arnhem. Hierover worden gevaarlijke stoffen vervoerd van de categorieën A,B2 C3, D3 en D4; respectievelijk 700, 200, 1050,50 en 50 wagons per jaar volgens de prognose van het 'basisnet vervoer gevaarlijke stoffen'. Op basis van deze prognose is een risicoplafond vastgesteld. Alleen in de jaren 2016 en 2021 is er een overschrijding geweest van het vervoer van wagons met propaanachtige stoffen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

29

In het Bevt is een aandachtgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord dient te worden (200 meter vanaf het spoor). Buiten deze zone dient in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Gezien de afstand van het plangebied tot het spoor (>350 meter) is deze niet gelegen binnen het aandachtsgebied. Betuwelijn De Betuwelijn ligt op ongeveer 3 km van het plangebied. De ongevalsscenario's die het plangebied kunnen bereiken dragen niet bij aan een toename van het groepsrisico. In de beleidsvisie van de gemeente Nijmegen (Beleidsvisie, februari 2014) is hiervoor een standaardverantwoording opgesteld op pagina 33. Routering vervoer gevaarlijke stoffen over N325 Over de N325 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Over de Oversteek overigens niet. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het daarmee gepaard gaande externe veiligheidsrisico over de weg is relatief laag (zie Beleidsvisie, februari 2014). De weg wordt gebruikt ter bevoorrading van langs de weg gelegen risicovolle inrichtingen. Vervoerde stoffen zijn voornamelijk brandbare vloeistoffen (LF1/2) met een invloedsgebied van 30 meter en een beperkte hoeveelheid brandbaar gas (GF3) met een invloedsgebied van ongeveer 300 meter.

Op basis van een telling van Rijkswaterstaat van 2007 kan worden ingeschat dat het vervoer van (zeer) brandbare vloeistoffen 1.000 wagens in totaal is en van zeer brandbare gassen 130. De beoogde ontwikkeling ligt echter ruim buiten het invloedsgebied van een plasbrand (30 meter). Het groepsrisico van deze weg ligt dan ook ruim beneden de oriëntatiewaarde. De kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen op de weg in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Gezien het beperkt risico van de weg zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen voor de risico's van de weg niet realistisch. Cumulatie en domino-effecten: De kans op domino-effecten is verwaarloosbaar. Hiervan zou alleen sprake kunnen zijn indien bijvoorbeeld een spoorwagon met gevaarlijke stoffen ontspoort en op een vrachtauto met gevaarlijke stoffen botst. De kans daarop is nihil mede vanwege het feit dat de Oversteek niet gebruikt wordt als routering vervoer gevaarlijke stoffen. Ook de cumulatie van risico's in het plangebied leidt niet tot andere inzichten. Conclusie: Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.9

Bodem

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Ondanks dat de planlocatie reeds voor wonen is bestemd, is nagegaan of de bodemkwaliteit ook voldoet voor de woonfunctie.

4.9.1

Bodemonderzoek

Ten behoeve van het plan is door NIPA Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie (Verkennend bodemonderzoek Griftdijk Noord 21-21a te Lent, 8 mei 2019, rapportnummer 17388). Het rapport is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Griftdijk Noord 21-21a te Lent, kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie F, nummer 213, blijkt dat de bodem licht verontreinigd is met zware metalen en plaatselijk met PAK en/of

30

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

PCB. De aangetoonde gehaltes hangen samen met de aanwezige bijmengingen in de bodem. Naar aanleiding van de aangetroffen bijmengingen is een verkennend en nader asbestonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het asbestonderzoek blijkt dat de bodem niet geheel vrij is van asbest, maar dat op basis van het aangetoonde gehalte van 4 mg/kg d.s. geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van verder onderzoek naar asbest. Het grondwater blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is niet zinvol. Tegen de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie zijn geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Bij de herontwikkeling van het plangebied zal het gehele perceel met maximaal een meter worden opgehoogd, zoals in de planregels verankerd. De kwaliteit van de ophooglaag dient aan te sluiten bij de bodemfunctie van het terrein en dient derhalve minimaal te voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen.

4.10 Water Voor de waterparagraaf is door BOOT een rapport waterhuishouding & riolering opgesteld (18 oktober 2022, documentnummer P22-0613-003). Hieronder is de waterparagraaf overgenomen uit dit rapport. Het rapport is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd.

4.10.1 Algemeen Op grond van de afspraak uit de startovereenkomst WB21 dienen decentrale overheden in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf op te nemen. In die paragraaf dient te worden uiteengezet wat voor gevolgen het plan in kwestie heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Deze waterparagraaf bevat zowel het wateradvies als enkele randvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen.

4.10.2 Beschrijving plangebied Het plan betreft de ontwikkeling van 10 woningen op een het voormalige perceel van de Griftdijk Noord 21 te Lent. Het plangebied heeft een oppervlakte van 3.335 m2.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

31

Afbeelding: verdeling functies nieuwbouw In de huidige situatie is het verhard oppervlak 605 m2. In de nieuwe situatie is het verhard oppervlak 2.527 m². Dit is een toename van het verhard oppervlak van 1.922 m².

Tabel: overzicht toekomstig afstromende oppervlakken

4.10.3 Bestaande geohydrologische gesteldheid Om de bestaande (geo-)hydrologische gesteldheid in beeld te krijgen, is door BOOT organiserend ingenieursburo een hydrologisch onderzoek uitgevoerd (rapportage “P22-0613-002”, d.d. 27 oktober 2022. De conclusies van dit onderzoek zijn als volgt: Het maaiveldverloop binnen het plangebied ligt grotendeels op een niveau van NAP +9,5 m en NAP +10,0 m. Het plangebied is lager gelegen dan het omliggende maaiveld. Het voornemen is om het maaiveld op te hogen tot NAP +10,4 m à NAP +10,5 m. De lokale bodemopbouw bestaat uit een deklaag van matig tot sterk zandig klei tot circa

32

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Woenderskamp - 2 (Griftdijk Noord 21)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8ee1eb4c-3eed-46b0-9160-5345b54156a5