CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Besluitronde (raadsvergadering) 22 september 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Westkanaaldijk 2016 -3 (Hogelandseweg 104) (82/2021) (STEMSTUK)23.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aan de zijde van de watergang kan deze vrij uitgroeien. De haag zorgt dat de groenstrook en watergang donker blijven en voor beschutting voor fauna. • De aanwezige struiken en bomen tussen de nieuwe haag en de watergang blijven behouden. Hier vindt alleen periodiek groot onderhoud plaats (1 x per 3 jaar dunnen en eventueel bijsnoeien haag). Afscherming groensingel • Aan de oostzijde van de groensingel met linden wordt een gemengde haag ingeplant die 2 m hoog wordt (soortensamenstelling zie Afscherming groenstrook). De haag komt op voldoende afstand van de linden zodat struiken voldoende licht ontvangen en de wortels van de bomen bij het planten niet beschadigen. Aan de zijde van het plangebied kan deze haag jaarlijks gesnoeid worden. Aan de zijde van het pad (in de bomenlaan) kan deze vrij uitgroeien. De haag zorgt dat de groensingel donker blijft en voor beschutting voor fauna. • Op plekken waar voldoende ruimte is tussen de nieuwe haag en de bomen worden solitaire sleedoornstruiken geplant. Tussen de solitaire struiken wordt een takkenril gemaakt. Deze beplanting en ril zorgt voor dekking op grondniveau voor fauna. Aansluiting • Zorg dat de groensingel en groenstrook naadloos aansluiten op elkaar en groen en oevers in de omgeving. Als er openingen zijn van meer dan 2 meter dan deze inplanten met extra struiken.

• Op de locatie van de fietsontsluiting moeten dieren de fietsstrook passeren. De strook wordt maximaal 2,5 m. De begroeiing sluit naadloos aan op de kanten van de fietsstrook. Plaats geen verlichting die de omgeving van de passage verlicht. • Zorg dat de nieuwe hagen langs de groensingel en de groenstrook gedurende realisatiefase en na realisatie donker blijven tussen zonsondergang en opgang (geen lichtuitstraling van kunstlichten vanuit het plangebied op het groen). • In de lindelaan ontbreekt aan de noordoostzijde een linde. Plant een nieuwe linde om de laanstructuur te herstellen en de boomkronen aansluitend te maken. Bescherming • Stal in de groensingel en groenstrook geen auto's, materieel en bouwmaterialen. Niet gedurende realisatiefase en niet in gebruiksfase. • Bij graaf- en plantwerkzaamheden mogen wortels van de bomen in de groensingel (laanbomen) niet zodanig beschadigd raken dat de levensverwachting afneemt.

32

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Figuur Globale weergave van maatregelen. (Achtergrondkaart: Esri Nederland, Foto's: I. Röell & M. Visser, Bureau Waardenburg). Overige maatregelen in kader van zorgplicht Als tijdens de werkzaamheden algemene grondgebonden zoogdieren of amfibieën of verblijfplaatsen van deze dieren worden aangetroffen worden maatregelen genomen om te zorgen dat deze dieren niet worden gedood. Verplaats dieren naar een beschutte locatie buiten het bereik van de werkzaamheden. Verwijder voorafgaande aan start werk dekking en geef dieren de gelegenheid om het plangebied te verlaten. De uitvoering van de mitigerende maatregelen is opgenomen als voorwaardelijke verplichting in de planregels bij de bestemming Bedrijventerrein. Kansen voor natuur Natuurinclusief bouwen • Plaats kasten in de nieuwbouw als verblijf- en nestplaats voor verschillende soorten vleermuizen en vogels. Vogels en insecten • Gebruik bij parkeerplaatsen halfverharding waar kruiden tussen kunnen groeien als voedselbron en waar insecten eiafzetplaatsen kunnen gebruiken. • Schraal afwerken van halfverharding waardoor hier kruiden gaan groeien waarvan de zaden en insecten die op deze kruiden leven voedsel zijn voor vogels. Watergang De watergang aan de noordzijde van het fietspad heeft een dikke laag blad en organisch materiaal op de bodem. Er ligt kroos op het water. Het water is nog wel helder.

Door het periodiek verwijderen van blad van de bodem (bijvoorbeeld gefaseerd 1 x per 3 jaar) kan de waterkwaliteit verbeteren. Dat is gunstig voor amfibieën en waterinsecten zoals libellen.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

33

Groensingel De maatregel aan de oostzijde van de groensingel (haag, takkenril, solitaire struiken) kan ook aan de westzijde van de singel worden toegepast. Dat maakt de verbinding voor fauna nog robuuster en daarbij zijn eventuele toekomstige ontwikkelingen aan de westzijde van de singel al afgeschermd.

Provinciaal beleid Omgevingsvisie en –verordening Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. In de verordening is het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd. Doorwerking plangebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (GNN; in Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones). Op grond van de aard van de ingreep en afstand tussen GNN en plangebied zijn effecten op het GNN uitgesloten. Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hoge eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit.

We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven. Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen". De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. Op onderstaande kaart staan de belangrijkste groene elementen (lijnen en vlakken) in onze stad weergegeven. Aan deze elementen is een waarde toegekend; - Betekenis op stadsniveau; dit zijn groenelementen die een belangrijke bijdrage leveren aan het imago of de identiteit van onze stad. - Betekenis op wijkniveau; dit zijn de elementen die belangrijk zijn voor de identiteit en de woonkwaliteit in de wijken. Daarnaast zijn op de kaart zogenaamde ambities aangegeven. Dit zijn lijnen en locaties waar een aanvulling of versterking is gewenst. Dit kan betekenen dat nieuwe bomenlanen worden aangelegd of doorgetrokken, of dat nieuwe groengebieden tot ontwikkeling worden gebracht. Hier hebben we dus de ambitie om de bestaande structuur uit te breiden, te verbeteren of versterken. Er zijn vijf redenen waarom groenelementen en –structuren belangrijk kunnen zijn op wijk- of op stadsniveau. Ze vertegenwoordigen een:

34

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

  

landschappelijke waarde: het groenelement/de groenstructuur heeft een toegevoegde waarde in het landschappelijke beeld; ecologische waarde: het groenelement/de groenstructuur heeft een specifieke waarde voor planten en dieren, zoals vogels en vleermuizen; structurerende waarde; het groenelement/de groenstructuur ondersteunt de oriëntatie en maakt het herkennen van routes in de stad mogelijk, of is waardevol voor het stads- en dorpsgezicht; cultuurhistorische waarde: het groenelement/de groenstructuur heeft een oorsprong in het verleden, heeft van oudsher een belangrijke bijdrage geleverd aan wijk of stad of is aangelegd in een bijzondere periode; beeldbepalende waarde: het groenelement/de groenstructuur valt in omvang, vorm, kleur of andere uiterlijke eigenschap ten opzichte van de omgeving in positieve zin op.

Doorwerking plangebied De in het plangebied aanwezige en aangrenzende groenelementen (bomen en houtsingel) vertegenwoordigen alle vijf de hiervoor benoemde redenen waarom zij van belang voor de groenstructuur. De bomen en de houtsingel dienen duurzaam behouden te worden en krijgen daarom de bestemming Groen en de groeiplaats wordt beschermd middels de dubbelbestemming Waarde- Natuur en landschap, waarmee voorwaarden worden gesteld aan het gebruik en aan de uitvoering van werkzaamheden in dit gebied.

Op bovenstaande kaart is te zien dat het plangebied behoort tot een locatie waar een aanvulling of versterking van het groen is gewenst. Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. In het Handboek en de daarbij behorende kaarten is de Hogelandseweg aangemerkt als primaire hoofdbomenstructuur. Deze bomenstructuur wordt met de voorgenomen ontwikkeling niet aangetast wanneer de locatie van de inrit wordt afgestemd op de boomstructuur.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

35

Op de grens van het gebied staan monumentale bomen. Deze blijven behouden. De groeiplaats van de bomen en de houtsingel waar toe deze behoren wordt in het bestemmingsplan beschermd middels de dubbelbestemming Waarde- Natuur en landschap en de daarbij behorende planregels. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Nijmegen heeft de ambitie om bij nieuwe ontwikkelingen kansen voor natuur te benutten. Door het nemen van inrichtings- en beheermaatregelen kan de ontwikkeling bijdragen aan de biodiversiteit. De biodiversiteit heeft bate bij zo min mogelijk verharding en inrichting van het maaiveld (met name de randen) als bloemrijk grasland met plukjes struweel. De beplanting dient te bestaan uit een menging van inheemse soorten. Deze maatregelen komen ten goede aan onder andere insecten, kleine zoogdieren en vogels. Het bewust creëren van schuil en nestgelegenheden aan gebouwen is een kans die eenvoudig benut kan worden. Door natuurinclusieve maatregelen zoals dak – en gevelgroen wordt de biodiversiteit bevorderd.

36

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

De gemeente heeft de ecologische structuren, ecologische hotspots en ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking.

Doorwerking plangebied Bij de uitwerking van de plannen wordt beoordeeld in hoeverre natuurinclusieve maatregelen geïmplementeerd kunnen worden. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Hiermee dient bij de uitwerking van de plannen zoveel mogelijk rekening gehouden te houden. Groen en klimaat Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving.

Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Hiermee dient bij de uitwerking van het inrichtingsplan zoveel mogelijk rekening gehouden te worden door zo min mogelijk verharding en zo veel mogelijk (dakgevel)groen aan te leggen.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

37

4.12 Cultuurhistorie Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.

Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15 mei 2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken.

Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

38

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart met in groen de indicatie van het bestemmingsplangebied Plangebied Het betreffende bestemmingsplangebied valt binnen gebiedstype 3 en 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Gebiedstype 3 Bij gebiedstype 3 is sprake van een rijke cultuurhistorische gelaagdheid. Het gaat om zowel de grotere schaal, zoals het stedenbouwkundige plan en historische structuren, als om specifieke objecten en om de samenhang tussen de structuren, bebouwing en / of cultuurlandschap. Bij de bebouwing gaat het niet zozeer om de architectuur en het beeld, maar om het silhouet, zoals de situering, de nok- en goothoogte en de nokrichting. Zowel de zichtbare als de niet-zichtbare geschiedenis van het gebied zal uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen. In bestemmingsplannen wordt maatwerk toegepast ten behoeve van de bescherming van cultuurhistorische waarden, indien sprake is van: a. b. c. d.

cultuurhistorisch waardevolle structuren; cultuurhistorisch waardevolle ensembles; cultuurhistorisch waardevolle zones; cultuurhistorisch waardevolle gebieden.

a. Bij cultuurhistorisch waardevolle structuren gaat het om lijnvormige elementen, zoals bijvoorbeeld wegen, dijken, wallen, lanen en waterlopen. b. Bij cultuurhistorisch waardevolle ensembles gaat het om plekken in het stadsweefsel, die van belang zijn vanwege de historische en/of ruimtelijke samenhang tussen objecten en structuren met bijzondere historisch-geografische en historisch-(steden)bouwkundige waarden. Het betreft complexen en terreinen met een herkenbaar karakter dat relatie houdt met de ontwikkelingsgeschiedenis en die een belangrijk onderdeel vormen van de historische gelaagdheid van de buurt, wijk of stad. c. Bij cultuurhistorisch waardevolle zones gaat het om bebouwingslinten die zich in de periode 1850-1940 geleidelijk hebben ontwikkeld langs historische uitvalswegen, landwegen en enkele nieuw aangelegde straten. Kenmerkend voor het stedenbouwkundig patroon van de bebouwinglinten zijn de kleinschaligheid van de bebouwing, de afwisseling in schaal en maat, en de positie van de gebouwen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de openbare ruimte. Nog bestaande historische bebouwingslinten maken de historische ontwikkeling van Nijmegen voelbaar.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

39

d. Vanuit het perspectief van de ontwikkelingsgeschiedenis van Nijmegen kunnen gebieden onderscheiden worden, die vanwege de duidelijk aanwezige gebiedskarakteristiek, de gave stedenbouwkundige en/of landschappelijke structuren en hoge dichtheid aan waardevolle (beschermde) gebouwen een hoge cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen. In deze cultuurhistorisch waardevolle gebieden bestaat een samenhang tussen één of meerdere van de volgende aspecten: -

historische geografie: (relicten van) het cultuurlandschap; historische stedenbouw: gegroeide of planmatig tot stand gekomen stadsweefsel (ruimtelijke samenhang tussen wegenpatroon, verkavelingsstructuur, bebouwing); historische bouwkunst: beschermde monumenten, karakteristieke gebouwen en/of andere waardevolle objecten; historisch groen: tuinen, parken, landgoederen en of andere waardevolle groenstructuren.

Bij gebiedstype 1 gaat het om gebieden waarin cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig zijn. De belangrijkste objecten en gebouwen zijn reeds aangewezen als monument of staan op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed. Bij ruimtelijke plannen wordt daarom alleen gestreefd naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren. Voor dit gebiedstype wordt in het bestemmingsplan een regeling met betrekking tot bescherming van cultuurhistorische waarden opgenomen, indien sprake is van cultuurhistorisch waardevolle structuren. Cultuurhistorische analyse Het plangebied ligt in aan de rand van Nijmegen, aan de Hogelandseweg, op de grens van een bedrijventerrein en een halfopen agrarisch landschap met daarin het voormalig Kinderdorp Neerbosch. Middeleeuwse ontginningen Het gebied ten noorden van Neerbosch werd vroeger Honicholt en Lindenholt genoemd. In het jaar 1300 gaf Graaf Reinout I van Gelre toestemming om het gebied te ontginnen. Het landinrichtingsproject valt door organisatievorm en uiterlijke kenmerken te typeren als 'cope', een ontginningstype dat vanaf de late tiende eeuw was ontwikkeld. De graaf van Gelre gaf de woeste gronden uit aan een groep kolonisten die de ontginning planmatig uitvoerde. Het gebied, dat in zogenaamde tiendblokken was opgedeeld, werd systematisch ontgonnen in langgerekte kavels die afwaterden op sloten.

Het plangebied ligt in het tiendblok Honichoult.

Nijmeegse Tiendblokken (naar F. Gorissen, Stede-atlas van Nijmegen, 1956, kaart 15). Het plangebied ligt bij de rode ster.

40

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Kinderdorp Neerbosch In 1866 kreeg de evangelist en bijbelverkoper Johannes van 't Lindenhout een schenking van grond van de boerderij 'Het Spijkerhof' in Neerbosch voor de bouw van een weeshuis. De instelling groeide in de tweede helft van de 19de eeuw uit tot een omvangrijk complex, het Wezendorp Neerbosch. waarbij. Het dorp had eigen werkplaatsen, een kapel, scholen, een boerderij, een drukkerij en uitgeverij en een ziekenhuis. Bijna alle gebouwen waren, onder leiding van de leermeesters, door de weeskinderen zelf gebouwd. De weesinrichting groeide onder de naam Van 't Lindenhoutstichting en ving in 1893 bijna duizend kinderen op, waardoor het grootste Kinderdorp van Nederland was. De weesinrichting was bereikbaar via een rechte toegangslaan die liep van het witte kerkje in Neerbosch tot de Bethelkerk in Kinderdorp. Door de aanleg van het kanaal, de Neerbosscheweg en de Hogelandseweg werd deze laan onderbroken. De stedenbouwkundige inrichting van het complex werd in belangrijke mate bepaald door het bestaande strooksgewijze laat middeleeuwse ontginningspatroon, de toegangslaan vormde de centrale as in het ontwerp. Net zoals de bestaande kavelstructuur was de oriëntatie van de bebouwing op het terrein in hoofdzaak noordwest-zuidwest gericht.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw vonden ruimtelijke ingrepen plaats, waarbij de oorspronkelijke stedenbouwkundige inrichting van het Kinderdorp Neerbosch grotendeels werd vervangen door een ruime, parkachtige opzet met paviljoens. Kinderdorp Neerbosch vormde vanaf het begin een op zichzelf staande enclave in het omliggende open landschap met een duidelijke begrenzing. Het terrein onderscheidde zich door zijn ruimtelijke inrichting, bebouwingsstructuur en opgaande beplanting van zijn omgeving. Tegenwoordig is het complex nog steeds herkenbaar als een historisch-ruimtelijk ensemble. Aan de noordwestelijke en zuidwestelijke zijde grenst het Kinderdorp Neerbosch aan een gebied met een landschappelijk karakter. Door dit contrast met de open omgeving is nu nog beleefbaar dat het Kinderdorp Neerbosch oorspronkelijk een enclave was, die midden in een landbouwgebied lag. Het middeleeuwse verkavelingspatroon in dit aangrenzende weidegebied is relatief gaaf bewaard gebleven. De wegen die leiden naar het terrein van het Kinderdorp Neerbosch worden geaccentueerd door begeleidende bomenrijen. Aan de zuidoostelijke zijde bevindt zich tussen het complex en de Hogelandseweg een smalle strook onbebouwde gronden. Aan deze zijde liggen twee structuren met een zeer hoge cultuurhistorische waarde: een gedeelte van de toegangslaan en een kleine begraafplaats.

1794. De historische laan gemarkeerd met een rode 1925 topografische kaart, het plangebied is pijl, het zwarte kruisje is de kerk van Neerbosch blauw omlijnd, de pijl markeert de toegangslaan

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

41

1950 luchtfoto richting westen, op de voorgrond de Bestaande situatie ingezoomd, toegangslaan plangebied op de voorgrond

het

Cultuurhistorische waarden in het plangebied In het plangebied bevinden zich geen beschermde monumenten of objecten die op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed zijn geplaatst. In en direct grenzend aan het bestemmingsplangebied bevinden zich de volgende cultuurhistorische waarden: Toegangslaan naar het Kinderdorp Neerbosch (KN) - Beleefde kwaliteit: de laan is een zeer goed zichtbaar, lijnvormig landschapselement. De laan maakt het mogelijk om de oorspronkelijke opzet van het KN te beleven. Het gaat niet alleen om de laan op zich maar ook om de nu nog zichtbare aansluiting op de kruising van lanen aan de rand van de bebouwing van het KN. - Fysieke kwaliteit: Een groot deel van het tracé van de laan is gaaf bewaard. De laan is gelegen op een licht verhoogd dijkje en wordt geflankeerd door sloten. Ter plaatse van het betreffende perceel wordt de laan geflankeerd door monumentale bomen. Aan de overzijde van de Hogelandseweg is het vervolg van de laan met nieuwe beplanting versterkt. - Inhoudelijke kwaliteit: de laan is een overblijfsel van de historische wegenstructuur in het gebied en maakt de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied zichtbaar. De laan vormt de oorspronkelijke toegangsweg naar het KN en is een onderdeel van de oorspronkelijke laanstructuur van KN. De laan heeft een zeer hoge informatiewaarde.

De laanstructuur van het KN is zeer gaaf bewaard gebleven en heeft samenhang met de historische bebouwing. Daarmee heeft de laan een zeer hoge ensemblewaarde. Het KN is uniek voor Nijmegen en zelfs voor Nederland. Daarmee is er sprake van een zeer hoge zeldzaamheidswaarde. Open agrarisch landschap rondom het Kinderdorp Neerbosch - Beleefde kwaliteit: door het landschappelijk contrast tussen de open agrarische percelen rond het KN en de beplanting op het terrein is aan deze zijde nog goed zichtbaar dat het KN in het verleden een enclave was. De openheid van het omliggende landschap draagt sterk bij aan de beleefbaarheid en de herkenbaarheid van het KN als historisch-ruimtelijk ensemble. - Fysieke kwaliteit: aan de zuidoostzijde van het KN is sprake van een open agrarisch landschap waaraan nog nauwelijks bebouwing is toegevoegd. De fysieke kwaliteit van het open landschap is daarmee hoog. - Inhoudelijke kwaliteit: het open agrarisch landschap rond het KN heeft een hoge ouderdom. De verkaveling herinnert aan de middeleeuwse cope-ontginningen. Het open landschap plus het

42

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

verkavelingspatroon heeft daarmee een hoge informatiewaarde. Bestemmingsplanwijziging Met de bestemmingsplanwijziging wordt het mogelijk gemaakt om bebouwing toe te voegen tegen de zuidoostzijde van het Kinderdorp Neerbosch. Met het toevoegen van bebouwing in het nu nog open landschap worden de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de historisch- ruimtelijke structuur van het Kinderdorp aangetast. Een smalle strook grenzend aan de historische toegangslaan krijgt de bestemming Groen. Zo wordt aangesloten op het profiel van de laan zoals dat aan de overzijde van de Hogelandseweg bestaat.

4.13 Archeologie Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.

Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.

De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

43

Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied lag voor deze bestemmingsplanwijziging in een gebied met de waarde archeologie 3.

Een waarde 3 is toegekend aan gebieden waar we in Nijmegen een zeer hoge verwachting aan toekennen. Deze hoge verwachtingswaarde, in dit geval voor bewoningsresten vanaf de late bronstijd tot de romeinse tijd, was gebaseerd op de mogelijke ligging van het plangebied op een oost-west georiënteerde 'zandrug' in de ondergrond en op grond van eerdere vindplaatsen in en uit de omgeving van het plangebied. Uitgevoerd onderzoek In februari 2020 is in het gebied een bureauonderzoek met aansluitend toetsend booronderzoek uitgevoerd. 

R. Rap en C.R.C. Schamp, Nijmegen, Hogelandseweg nabij nr. 100 (Gemeente Nijmegen, Gld.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase - Steekproefrapport 2020-01/15

Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de bodemopbouw in het plangebied anders is dan tot dan toe werd aangenomen. Onder de geroerde/verstoorde toplaag zijn hellingafspoelingsafzettingen (fluvioglaciale afzetting van de permafrost uit het Weichselien) aangetroffen op laat pleistocene, fluviatiele terrasafzettingen (Formatie van Kreftenheye, waarschijnlijk onderdeel van Kreftenheye4 terrasafzettingen). Een dergelijke ondergrond geeft aan dat de bodem zeer nat is geweest en slecht geschikt was voor bewoning. Een afdekkende Laag van Wijchen, waarin en waarop archeologische sporen verwacht kunnen worden, is tijdens het onderzoek niet waargenomen. Eveneens is de zandrug, die mogelijk gelegen was in het plangebied en waarop archeologische resten werden verwacht, niet aangetroffen. Ook zijn tijdens het veldonderzoek geen aanwijzingen gevonden voor archeologische cultuurlagen, dekzandafzettingen met intacte bodemhorizonten en zijn geen archeologische indicatoren gevonden. De conclusie is dan ook dat, vanwege het aangetoonde, natte landschap in de ondergrond, de kans op archeologische waarden in het plangebied kleiner mag worden geacht dan tot nu toe werd aangenomen. Om deze reden wordt met dit bestemmingsplan de archeologische verwachtingswaarde voor het plangebied aangepast.

Bestemmingsplanregels De bestaande Waarde Archeologie - 3 kan afgewaardeerd worden naar Wetgevingszone Waarde Archeologie - 1.

44

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Benodigd onderzoek Indien een plan op basis van het bestemmingsplan vergunningplichtig is, kunnen voorwaarden ten aanzien van archeologie aan de vergunning worden verbonden. Uitgangspunt hierbij is de verplichting van de initiatiefnemer om het bevoegd gezag te voorzien van gegevens die aantonen hoe het met de archeologische waarden in het plangebied is gesteld, zodat een besluit genomen kan worden hoe hiermee om te gaan bij de planrealisatie. De exacte eisen zullen daarom pas geformuleerd kunnen worden als de concrete, bodemverstorende ingrepen bekend zijn en kan worden beoordeeld welke impact de voorgenomen ingrepen op die waarden hebben. Ten laatste bij de vergunningaanvraag zullen die als concrete plannen bekend moeten zijn. Belangrijk zijn de uitgangspunten van het gemeentelijk archeologiebeleid: streven naar behoud in situ en enkel daar waar nodig en noodzakelijk onderzoek ter behoud ex situ. Daar waar geopteerd wordt voor behoud in situ zijn parameters als behoud van huidige waterhuidhouding, grondsamenstelling en gronddruk van belang. In samenspraak met het bevoegd gezag wordt, zodra het planvoornemen uitgewerkt is en de beleidsuitgangspunten indachtig, bepaald worden welke ingrepen wel of niet raadzaam zijn, en indien uitgevoerd, welke gevolgen daar vanwege de archeologie voor de initiatiefnemer aan verbonden zullen worden.

Deze maatregelen, en de archeologische onderzoeken die vooraf kunnen gaan aan een dergelijk besluit, worden bij voorkeur als maatwerk toegepast. Ze worden dus zoveel mogelijk per geval bekeken. Er zijn verschillende opties voor het te verrichten archeologisch onderzoek, die hieronder kort worden weergegeven.

Uitgebreid archeologisch onderzoekschema, naar de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Het ruitje in het midden van de bovenstaande afbeelding staat voor het rapport dat moet aantonen

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

45

hoe het met de archeologie binnen het plangebied is gesteld. De daarboven staande onderzoekstappen kunnen elkaar opvolgen, maar er kan ook gekozen worden om maar één bepaald soort onderzoek uit te voeren. In het algemeen geldt dat hoe lager men in de boom komt, hoe hoger de kosten worden, maar ook dat de data die gegenereerd worden steeds beter worden. Op basis van het advies kan de gemeente maatregelen opleggen. Deze variëren van het vrijgeven van het terrein tot het nemen van langdurige fysieke beschermingsmaatregelen. Een andere vorm kan het behoud van de archeologische waarden zijn door middel van een opgraving. Dit wordt ook wel behoud ex situ genoemd. Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10).

Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

4.14 Verkeer en parkeren Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer: Het plangebied ligt kadastraal gezien aan de Hogelandseweg, het gemotoriseerd verkeer wordt via deze weg ontsloten. De Hogelandseweg functioneert een gebiedsontsluitingsweg. Langzaam verkeer: Het plangebied sluit voor de voetganger en fietser niet aan op een infrastructuur voor langzaam verkeer. Deze is wel in de nabijheid en er dient een aansluiting op de bestaande voetgangers- en fiets-infrastructuur gemaakt te worden. Openbaar vervoer: Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen aan de Hogelandseweg, deze bevinden zich op ca. 250 meter loopafstand. Expeditie Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030” en “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad “sterk stedelijke” het plangebied 'Nijmegen Westkanaaldijk 2016-3 (Hogelandseweg 104)' valt in gebied "rest bebouwde kom".

46

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg' Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan een gebiedsontsluitingsweg, binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 50 km/h.

4.15 Niet Gesprongen Explosieven (NGE) Het plangebied is niet verdacht op CE:

Net links daarvan was echter een groot terrein met in de randen daarvan talrijke stellingen:

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

47

Het advies is daarom om met het protocol toevalsvondsten te werken. Dit dient voorafgaande daaraan met het daar werkende personeel besproken te worden. Bij twee of meer toevalsvondsten wordt geadviseerd alsnog een reguliere opsporing conform de WSCS-OCE uit te voeren.

4.16 Kabels en leidingen Kabels en rioolleidingen vormen voor de planontwikkeling geen belemmering.

4.17 Duurzaamheid en Klimaat Duurzaamheidsagenda en ambities De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat (2008) en de Duurzaamheidsagenda (2011). Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1 dac8e8da5a94e3

48

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven. In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Het beperkt willen houden van gezondheidsrisico is een ambitie die ook van toepassing is op de risico's van “nieuwe stoffen” in afvalwater, zoals bijvoorbeeld medicijnresten. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking.

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen zet Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: 

  

Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag, zorgt voor minder hittestress en droogte. Inpassen van bestaande bomen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. En ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen / waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen Windhinderonderzoek bij gestapelde bouw

Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Deze software staat via de gemeente Nijmegen ter beschikking aan ontwikkelaars in dit gebied. De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren en te toetsen op bouwbesluitaspecten zoals energieprestatie en materiaalprestatie.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

49

Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 wordt bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er steeds meer opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen. Aardgasvrij Per 1 juli 2018 moet nieuwbouw voor kleinverbruikers aardgasvrij zijn. Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet of verwarmen met een warmtepomp. Er is in het gebied een warmtenet aanwezig. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem.

Een bijkomend voordeel hiervan is dat het gebouw hiermee in de zomer kan worden gekoeld. Bij toepassing van WKO moet afstemming plaatsvinden met eventueel ander gebruik van de ondergrond. Circulair en biobased bouwen De bouw heeft een aanzienlijke impact op het milieu, onder andere door de uitstoot van CO2 en het gebruik van grondstoffen. Door duurzaam te bouwen kan deze impact worden verlaagd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan circulair slopen en aan het gebruik van hergebruikte materialen. Daarnaast kan het gebouw zodanig ontworpen worden dat hergebruik van materialen in de toekomst mogelijk is. Ook het gebruik van een materialenpaspoort kan hierbij helpen. Biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, zijn een goed alternatief voor conventionele bouwmaterialen. Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid. Ook in de buitenruimte kan gebruik worden gemaakt van circulaire en biobased materialen, bijvoorbeeld voor stoeptegels, erfafscheidingen, etc..

50

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.

5.2

Systematiek van de planregels

Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104) bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

51

52

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid De voorgestelde bestemmingsplanwijziging van bestemming Groen naar bestemming Bedrijventerrein (categorie 1-3) maakt het mogelijk om het perceel toe te voegen aan het bedrijfsperceel ten behoeve van de uitbreiding van een autobedrijf op Hogelandseweg 104. Het betreffende perceel is gemeentelijk eigendom. Dekking van de gemeentelijke (plan)kosten vindt plaats via de verkoop van het perceel. Derhalve kan gesteld worden dat de bestemmingswijziging financieel-economisch uitvoerbaar is.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

53

54

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Inspraak

Voor dit bestemmingsplan is op 7 april 2021 een vooraankondiging gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken van donderdag 22 april 2021 tot en met woensdag 2 juni 2021 ter visie gelegen. De tervisielegging is gepubliceerd op woensdag 21 april 2021. Gedurende deze periode is er 1 zienswijze ingekomen. Op deze plaats wordt verwezen naar de zienswijzennota, waarin de ingekomen zienswijze is weergegeven en van een gemeentelijke reactie is voorzien.

7.2

Overleg

Er spelen geen rijks-, provinciale dan wel waterschapbelangen. Het Waterschap is akkoord met het plan. Er heeft geen vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening plaatsgevonden.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

55

56

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

57

Bijlage 1 Zienswijzennota

58

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Bijlage 2 Stikstofrapport

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

59

Bijlage 3 Beleidsvisie Externe veiligheid

60

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Bijlage 4 Advies Veiligheidsregio

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

61

Bijlage 5 Handreiking Bluswatervoorziening&Bereikbaarheid

62

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Bijlage 6 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

63

Bijlage 7 Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch

64

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Bijlage 8 Toetsing nieuwbouw in Kinderdorp Neerbosch

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

65

Bijlage 9 Archeologisch rapport

66

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Regels

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

67

68

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104) met identificatienummer NL.IMRO.0268.BPa10503-VG01 van de gemeente Nijmegen.

1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanbouw

een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat op de grond staat, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een aparte ruimte vormt die al dan niet vanuit het hoofdgebouw bereikbaar is.

1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

aangebouwd bijgebouw

een bijgebouw dat direct grenst aan een aan- of uitbouw en niet tevens aan het hoofdgebouw. Voor een aangebouwd bijgebouw geldt de definitie van een bijgebouw, met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Wanneer een aangebouwd bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.

1.7

achtergevel

de bestaande achtergevel van het hoofdgebouw.

1.8

achtergevellijn

de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

69

1.9

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of houden van dieren.

1.10

archeologisch deskundige

de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.

1.11

archeologische waarden

Onder archeologische waarden kunnen worden verstaan:  

archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.

1.12

archeologische verwachtingswaarde

de kans op archeologische vondsten of informatie.

1.13

archeologisch onderzoek

onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een certificaat conform de Erfgoedwet.

1.14

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.15

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

1.16

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk moet worden geacht.

1.17

bedrijvigheid

het uitoefenen van een bedrijf, met aanverwante activiteiten als laden en lossen en parkeren.

70

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

1.18

beperkt kwetsbaar object

Onder beperkt kwetsbaar object wordt verstaan: 

      

verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen/woonschepen/woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; kantoorgebouwen, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt. hotels en restaurants, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; winkels, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt. sporthallen, zwembaden en kampeerterreinen; sport- en kampeerterreinen en terreinen voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; objecten die met bovenstaande gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of electriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen dat ongeval.

1.19 a.

b.

bestaand

bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.20

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.21

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.22

BEVI-bedrijf

bedrijf vallend onder de werkingssfeer van artikel 2, lid 1 a tot en met f van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen.

1.23

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

71

1.24

bijgebouw

een, vrijstaand, in functioneel en bouwkundig opzicht aan het hoofdgebouw ondergeschikt gebouw op hetzelfde bouwperceel, dat op de grond staat. Onder een functioneel ondergeschikt gebouw wordt verstaan een gebouw dat bedoeld en ingericht is ten behoeve van (huishoudelijke) berging, hobby- en/of stallingsruimte. Als een vrijstaand bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.

1.25

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.26

bouwhistorisch onderzoek

in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis en bouwhistorische kwaliteit van een monument in de vorm van een bouwhistorische inventarisatie, -verkenning, -opname of -ontleding, uitgevoerd overeenkomstig de “Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek”.

1.27

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.28

bouwkundige afscheiding

gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn.

1.29

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. Daar waar gesproken wordt over de 'eerste bouwlaag' wordt bedoeld de bouwlaag op (dan wel bij benadering op) de begane grond. De 'tweede bouwlaag' is de bouwlaag direct boven de 'eerste bouwlaag'.

1.30

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.31

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

72

bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)

1.32

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.33

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.34

cultuurhistorische waarden

waarden die zijn gekoppeld aan de beschavingsgeschiedenis, ondergebracht als historisch (steden)bouwkundig erfgoed, historisch landschappelijk erfgoed of archeologisch erfgoed.

1.35

dakkapel

een dakkapel is een uitbouw in een schuin dakvlak, waardoor stahoogte ter plaatse verkregen wordt, voorzien van een verticaal raamkozijn, een dakvlak en zijwanden. Een dakkapel wordt geplaatst in een schuin dakvlak. Dat wil zeggen dat er rondom de dakkapel sprake moet zijn van een dak (met uitzondering van dakkapellen vanuit de nok). Wanneer een voorgevel gedeeltelijk wordt doorgebouwd boven de goot dan is er geen sprake van een dakkapel maar van een dakopbouw. Ook wanneer het bouwwerk boven de bestaande nok uitkomt is er sprake van een dakopbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=2b075786-3ec5-47a2-aba1-3e7c39570f16