Bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Tekst van het document
Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104) bestemmingsplan
2
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant regionaal beleid Relevant gemeentelijk beleid Conclusie
15 15 15 17 17 20
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17
Sectorale aspecten Vormvrije M.E.R.-beoordeling Economische Zaken Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Natuur - onderdeel Natura 2000 (stikstof) Externe veiligheid Ruimtelijke veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Niet Gesprongen Explosieven (NGE) Kabels en leidingen Duurzaamheid en Klimaat
21 21 21 22 23 23 24 25 25 26 26 29 38 43 46 47 48 48
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels
51 51 51
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
53
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
55 55 55
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Zienswijzennota Bijlage 2 Stikstofrapport
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
57 58 59
3
Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 62 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Beleidsvisie Externe veiligheid Advies Veiligheidsregio Handreiking Bluswatervoorziening&Bereikbaarheid
60 61
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch Toetsing nieuwbouw in Kinderdorp Neerbosch Archeologisch rapport
63 64 65 66
Regels
67
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
69 69 82
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Natuur en Landschap
87 87 91 92 94
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
97 97 98 99 100 102 103
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
105 105 107
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten (toelichting) Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 3 Aanvullende beoordeling Wet natuurbescherming plangebied HogelandsewegNijmegen
4
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
109 110 115 116
Toelichting
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
5
6
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In 2015 is de snelfietsroute Nijmegen-Beuningen aangelegd. De snelfietsroute loopt deels over het terrein van het Kinderdorp Neerbosch en vormt de kortste verbinding naar de stad. De huidige fietsontsluiting aan de zuidoostzijde van het Kinderdorp heeft met de realisatie van de snelfietsroute geen belangrijke functie meer en kan komen te vervallen. De gemeente Nijmegen is voornemens de vrijkomende gronden te verkopen aan de (toekomstig) naastgelegen autobedrijven, waardoor deze een groter en beter in te delen perceel krijgen. Hiervoor wordt de bestemming Groen gewijzigd naar Bedrijventerrein (categorie 1-3).
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ten westen van de Hogelandseweg nabij de entree van bedrijventerrein Westkanaaldijk. Het betreft een strook grond tussen en achter twee bedrijfspercelen aan de Hogelandseweg 100 en 104. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie K, nummer 4350 (deels). Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 3400 m². Op onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016. Dit bestemmingsplan is door de raad op 16 november 2016 vastgesteld; het plan is op 21 juni 2017 onherroepelijk geworden. De beoogde ontwikkeling past qua bestemming niet in het vigerend bestemmingsplan. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
8
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Uitsnede: bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 met in rood de grenzen van onderhavig plan.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
9
De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
10
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Op dit moment is het gebied ingericht ten behoeve van een fietspad met daarnaast een kruidenrijke berm met bomen en struweel. Het gebied tussen de bomenlaan bevat een kruidenrijke vegetatie en struweel. Ten noorden van het fietspad ligt een aantal voormalige directie- en personeelswoningen van het Kinderdorp Neerbosch. Tussen het plangebied en de tuin van deze woning ligt een watergang met daarlangs bomen/groenstructuur. De bomen zorgen voor enige afscherming tussen de woningen en het bedrijventerrein. Aan zuidwestzijde van het thans nog braakliggende bedrijfsperceel lag vroeger de toegangslaan vanuit de Dorpstraat in Neerbosch naar het Kinderdorp. Hoewel doorsneden door de Hogelandseweg zijn de fragmenten van de bomenlaan nog herkenbaar op het bedrijventerrein en het Kinderdorp en daarmee cultuurhistorisch waardevol.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
11
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Plangebied (indicatief)
In de toekomstige situatie wordt het fietspad opgeheven en de gronden verkocht ten behoeve van de autobedrijven. Om het beeld van de historische toegangslaan zo veel mogelijk te behouden/versterken is het van belang dat de laanfragmenten aan weerszijden van de Hogelandseweg een zelfde profiel krijgen. Leidend is het profiel zoals dat op het terrein van Synthon gerealiseerd wordt (Masterplan Campus Synthon). Concreet betekent dit dat langs de bomenlaan een strook van minimaal 5 meter een groene invulling blijft houden en niet als bedrijfsterrein ingericht zal worden. Aan achterzijde van het nog te ontwikkelen bedrijfsperceel wordt ruimte gereserveerd om de groene afscherming tussen het Kinderdorp (woningen) en het bedrijventerrein Westkanaaldijk te behouden. Deze strook behoudt de bestemming Groen en is noodzakelijk vanuit de Wet natuurbescherming.
12
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Profiel historische bomenlaan
Profiel achterzijde
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
13
14
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Relevant rijksbeleid
Besluit ruimtelijke ordening Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren).
De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Behoefte Binnen het vigerende bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 is nieuwvestiging (middels een bouwvlak) reeds mogelijk. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend. De duurzaamheidsladder is niet van toepassing. Er is geen sprake van leegstand. De behoefte hoeft dan ook niet nader te worden onderbouwd. Benutting van beschikbare gronden Het plan voorziet binnen de in dit plan opgenomen randvoorwaarden in een goede benutting van het bestaande stedelijke gebied.
3.2
Relevant provinciaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland? De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
15
1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2. Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijkeconomisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3. Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven.
De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is sturen op doelen en kwaliteit, niet op de exacte middelen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang.
Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
16
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Omgevingsverordening Gelderland De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
3.3
Relevant regionaal beleid
Sinds 1 juli 2015 bestaat de Stadsregio Arnhem-Nijmegen niet meer als officiële bestuurslaag. Hierdoor is er geen instantie meer direct verantwoordelijk voor het regionale beleid op het gebied van mobiliteit, ruimte, wonen en werken. Voor de beleidsvelden wonen, detailhandel en bedrijventerreinen geldt dat provincie Gelderland in haar omgevingsvisie en omgevingsverordening nog wel verwijst naar de regionale afspraken. Voor deze beleidsvelden worden nog steeds regionale afspraken vastgelegd in gezamenlijk overleg met regiogemeenten en provincie.
3.4
Relevant gemeentelijk beleid
Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen: samen vooruit In het coalitieakkoord zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. De aandacht voor de woningbouwopgave in de Waalsprong en het Waalfront is onverminderd. We veranderen de beleidslijn door het 'nee, tenzij' beleid, waarbij we voornamelijk voorrang gaven aan ontwikkelingen in de Waalsprong en Waalfront, te veranderen in 'ja, mits' beleid. Daarbij zetten we op een stedelijk niveau in op een mix van woonmilieus en per wijk een wisselende mix van woningtypen. Daarbij is nadrukkelijk ook groei mogelijk voor de bestaande stad waarbij we zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft, waarbij we op geschikte locaties inzetten op extra sociale en middeldure huurwoningen. Daarbij hebben we ook blijvende aandacht voor de kwaliteit en binnenklimaat van woningen en de betaalbaarheid van de energierekening. De beleidswijziging van ja, mits vraagt om een uitwerking die gericht zal zijn op het bouwen naar behoefte en een ongedeelde stad. De extra opgave van sociale en middeldure huurwoningen verdelen we over de stad en Waalsprong. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040.
De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
17
De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad 2. Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen 3. Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente 4. Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1.
Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.
2.
Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.
18
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
3.
Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.
4.
Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.
8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemening. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging.
In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid. 2. Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren. 3. Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
19
4. Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad. 5. Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. 6. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal.
Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat. 7. Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen. 8. We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en OostKanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.
3.5
Conclusie
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.
20
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De M.E.R.beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het plan kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.
4.2
Economische Zaken
De laatst braakliggende kavel bedrijventerrein op bedrijventerrein Westkanaaldijk, grenzend aan Kinderdorp Neerbosch, is aangekocht door Volvo Henk Scholten voor de vestiging van zijn bedrijf (autoshowroom met reparatie-afdeling). Volvo verplaatst haar vestiging van de Weg door het Jonkerbos naar Westkanaaldijk. De locatie die aan de Weg door het Jonkerbos wordt achtergelaten wordt zoals het er nu naar uitziet ingezet voor woningbouw. Om de bedrijfskavel aan de Hogelandseweg goed te kunnen inrichten heeft het bedrijf kleine stroken openbaar gebied (grenzend aan het bedrijfsperceel) van de gemeente gekocht. De naastgelegen Mercedesgarage Wensink wil aan de zijkant ook een stukje uitbreiden om haar ruimteprobleem op te lossen. Ook Mercedes heeft een smal strookje openbaar gebied, grenzen aan haar bedrijfsperceel gekocht. Het betreft een strook grond tussen en achter twee bedrijfspercelen aan de Hogelandseweg 100 en 104. Het bestaande fietspad wordt opgeheven. Om beide ontwikkelingen mogelijk te maken wordt de bestemming Groen gewijzigd naar Bedrijventerrein (categorie 1-3). In totaal gaat het om een toevoeging van 0,3 ha bedrijventerrein die door beide bedrijven m.n. voor parkeren en groen wordt ingezet.
Het toevoegen van nieuw bedrijventerrein van 0,3 ha voldoet aan de voorwaarden die binnen het Regionaal Programma Werklocaties gesteld worden aan kleine uitbreidingen van bestaand bedrijventerrein. In het RPW wordt specifiek ruimte gegeven aan de uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen met minder dan 0,5 ha onder een paar voorwaarden. Doel hiervan is om kleine aanpassingen die ruimtelijk gezien wenselijk zijn, mogelijk te maken. Het gaat om kleine uitbreidingen van de bestemming bedrijventerrein (kleiner dan 0,5 ha) die aan de volgende voorwaarden moeten voldoen:
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
21
- Het moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; - Het moet een lokaal probleem oplossen; - Het moet gaan om stukjes bedrijventerrein die direct in gebruik worden genomen en die niet als aanbod op de markt komen. Voor deze uitbreidingen volstaat een meldingsplicht en is geen regionale afstemming/instemming nodig. Met de voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan van Groen naar Bedrijventerrein (categorie 1-3) wordt een lokaal ruimteprobleem opgelost en de uitbreiding wordt direct in gebruik genomen door beide bedrijven. Zowel Volvo als Mercedes vertegenwoordigen een premium automerk en worden met de uitbreiding meer toekomstbestendige bedrijven. Daarnaast zorgt deze ontwikkeling ervoor dat het aangezicht en de kwaliteit van het entreegebied van bedrijventerrein Westkanaaldijk een positieve impuls krijgt.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en visuele aspecten van belang en mogelijk andere hinderaspecten. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.. Dit plan voorziet in het wijzigen van de bestemming Groen in een bestemming Bedrijventerrein (categorie 1-3). Het voornemen is om een autogarage te realiseren op een bestaande bedrijfsbestemming waardoor een stuk van het omliggend groen ook een bedrijfsbestemming dient te krijgen. Dit bedrijfskavel inclusief het groen is en blijft onderdeel van de geluidzone van Westkanaaldijk. Het bedrijf dat zich hier gaat vestigen zal zich dus aan deze geluidzone dienen te houden. Ook de bestaande woningen op de gemengde woon werklocatie Kinderdorp Neerbosch worden hierdoor beschermd.
De geluidbelasting op de gevel van deze woningen kunnen als gevolg van de geluidcontourgrens nooit meer bedragen dan 50 dB(A). Dit geldt voor de belasting van alle bedrijven van Westkanaaldijk samen. Voor de overige aspecten zoals geur (10 meter) en stof (30 meter) is de afstand van het plangebied tot aan de eerste woning op Kinderdorp Neerbosch voldoende groot (25 meter). Kinderdorp is immers gezien de aard en de ligging te kenmerken als een gemengd gebied. Conclusie Er is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
22
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
4.4
Geluid
Het plan voorziet in de uitbreiding van een garagebedrijf. Geluidsgevoelige bestemmingen zoals wonen zijn niet voorzien. Een eventuele beoordeling aan de hand van de Wet geluidhinder (Wgh) is daarom niet aan de orde. Vanuit de Wgh behoeven er verder geen procedures te worden gevolgd. De bestemming ligt binnen de geluidzone van het geluidgezoneerde industrieterrein NijmegenWest/Weurt. In de zone is een dergelijke ontwikkeling toegestaan indien de milieucategorie beperkt blijft. De vastgestelde milieucategorie voor deze bestemming is Cat 3.2.
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; - de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; - De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; - er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
23
Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het gaat hier in wezen om de uitbreiding van een autogarage en de realisatie van parkeerplaatsen. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat het aantal voertuigen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Ook zijn de jaargemiddelde concentraties in het gebied dermate laag dat de grenswaarden voor NO2 en PM10 als gevolg van het totale plan niet overschreden worden. Het plan is daarom NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan.
De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een parkeerplek bij een garage is geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijn stof (max. 20 ìg/m3 fijn stof) echter niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijn stof). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.
4.6
Natuur - onderdeel Natura 2000 (stikstof)
Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositie voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in bijlage). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
24
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. Dit bestemmingsplan maakt een uitbreiding mogelijk van een bestaand bedrijventerrein. Over dit plangebied liggen geen plaatsgebonden risicocontouren. Er worden dus geen grenswaarden overschreden. Over het plangebied ligt wel het invloedgebied van het Maas Waalkanaal. Het plangebied ligt echter op meer dan 400 meter van het kanaal waardoor alleen een zeer onwaarschijnlijk toxisch scenario zich hier kan afspelen. In de beleidsvisie externe veiligheid van 2014 is op pagina 35 een verantwoording van dit risico opgenomen. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.8
Ruimtelijke veiligheid
Inrichting openbare ruimte: ontvluchting en zelfredzaamheid Hoe de openbare ruimte is ingericht, is van invloed op de mate waarin hulpdiensten de incidentlocatie kunnen bereiken en betrokkenen bij een incident in staat zijn een locatie te ontvluchten. In dit kader zijn de mogelijkheden voor ontvluchting en zelfredzaamheid binnen het plangebied getoetst. Hierbij gaat het er bijvoorbeeld om dat vluchtroutes in het gebouw goed kunnen aansluiten op de omgeving. Aan de hand van het voorgelegde plan kunnen wat betreft de inrichting van de openbare ruimte geen beperkingen worden geconstateerd. Bij verdere uitwerking van het pand kunnen in het kader van de Omgevingsvergunning vanuit het Bouwbesluit nadere voorwaarden gesteld worden. Situering van gebouwen In verband met brandveiligheid kan het Bouwbesluit voorwaarden stellen aan de afstand tussen gebouwen onderling en de positionering ten opzichte van elkaar. Op basis van het huidige plan zien wij op voorhand geen bijzondere beperkingen met betrekking tot de situering. Eventuele nadere eisen kunnen in het kader van de omgevingsvergunning gesteld worden. Bereikbaarheid Wat bereikbaarheid betreft is het belangrijk dat het pand/de panden in het plangebied langs twee onafhankelijke routes door brandweervoertuigen zijn te bereiken.
Daarbij is/zijn de dimensionering van de wegen en de bereikbaarheid van de (hoofd)toegang van de gebouwen/het gebouw van belang. In beginsel dient de toegang van panden waar mensen kunnen verblijven tot op 10 meter benaderbaar zijn voor hulpverleningsvoertuigen; een opstelplaats moet op max. 40 meter gerealiseerd worden. Op basis van dit plan zien we geen belemmeringen; mits er aandacht is bij verdere uitwerking voor bereikbaarheid van het plangebied. Bluswatervoorziening Het Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan de beschikbaarheid van bluswater. Afstand van de bluswatervoorziening(en) tot de brandweertoegang van gebouwen dient maximaal 40 meter te bedragen. De capaciteit van de voorzieningen moet minimaal 60 m3/u bedragen.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
25
Op basis van dit plan zien we geen belemmeringen; wel is het belangrijk dat bij verdere uitwerking, in samenhang met bovengenoemde opmerkingen over bereikbaarheid, aandacht hiervoor is in de verder uitwerking. Daarbij kan bijvoorbeeld de ligging van de toegang van het pand relevant zijn; eventueel zijn er overigens mogelijkheden om brandkranen bij te plaatsen. Externe veiligheid Het plangebied ligt binnen het invloedgebied van vervoer van gevaarlijke stoffen over het MaasWaalkanaal en de A73. Om die reden moet in beginsel het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes verantwoord worden. De afstand tot die risicobronnen is echter dusdanig groot dat conform de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen hiervoor gebruik gemaakt kan worden van een standaardtekst (lichte verantwoording). Voor nadere info: zie beleidsvisie externe veiligheid gemeente Nijmegen. Overstroming Het plangebied ligt in overstroombaar gebied. Het garagebedrijf en de omgeving kunnen bij een overstroming tussen 1 m en 1,5 m onder water komen te staan. Voor een dermate kleinschalige uitbreiding is het niet zinvol om hier specifieke ruimtelijke maatregelen voor te nemen. Hoogspanningslijnen Het plangebied ligt deels in het magneetveld van hoogspanningslijnen.
De richtlijn vanuit de GGD is om hier geen gevoelige bestemmingen (waar kinderen langdurig kunnen verblijven te realiseren). De uitbreiding van het garagebedrijf betreft echter niet een dergelijke bestemming. De conclusie is dat er buiten een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van het plan voor bluswater en bereikbaarheid, geen belemmeringen zijn. De voorwaarden t.a.v. bereikbaarheid en bluswatervoorziening zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012 en de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van BrandweerNederland.
4.9
Bodem
Er worden geen maatschappelijke of financiële problemen door bodemverontreiniging verwacht. De grond is licht verontreinigd met zware metalen en PAK. In het grondwater worden lichte verontreinigingen aan diverse zware metalen aangetoond. Er is een zeer geringe hoeveelheid asbest aangetroffen, de concentratie bevindt zich beneden de 1 mg/kg.ds. Dat blijkt uit het volgende bodemonderzoek: Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek Hogelandseweg ong te Nijmegen, kenmerk B2376, d.d. 8 januari 2020 door Bodeminzicht.
4.10 Water De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Algemeen Het plan behelst de realisatie van een nieuw stuk bedrijventerrein ten noorden van de Hogelandseweg.
26
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Het plangebied ligt in de wijk Kinderdorp-Neerbosch en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied Westkanaaldijk. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden geen wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het Waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 20162021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Dit is weergegeven in figuur 1. De watergang bevindt zich aan de andere kant van het te ontwikkelen bedrijventerrein.
Figuur : c-watergang in de omgeving van plangebied Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: - een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; - maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; - een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
27
Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
Riolering/ hemelwater Binnen deze bestemmingsplan wijziging is geen rioolaansluiting voorzien. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'. Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN (2000)' gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn.
Voorbeeld Voor berging van het hemelwater van 11267 m2 nieuw verhard oppervlak is er 4798 m2 groenbestemming voor de aanleg van wadi's of zaksloten. Het totaal aantal m 3 te bergen hemelwater bedraagt 112,67 m3 (gemeentelijke norm). Bij toepassing van halfverhardingen en groendaken is er een reductie in de minimale bergingscapaciteit. Hiermee is er voldoende ruimte beschikbaar om hemelwater binnen het plangebied te bergen. Conclusie is dat het plan geen negatieve effecten heeft op het rioleringsstelsel of (indirect) oppervlaktewatersysteem. Uiteindelijk zijn een waterhuishoudkundig plan en uitvoeringsontwerp noodzakelijk bij indienen van de omgevingsvergunning en kan er tevens nader ingezoomd worden op grondwatereffecten.
28
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Bestemmingsplan en omgevingsvergunningsaanvraag, activiteit bouwen moeten een goedgekeurd rioleringsplan / waterhuishoudkundig plan bevatten. De nota 'Afkoppelen en infiltratie hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: - het type infiltratievoorziening/filtervoorziening - dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) - de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied - de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is) Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig.
4.11 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde houtopstanden. Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Nijmegen. De regels ten aanzien van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn voor het project niet van toepassing. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. Doorwerking plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op ruim 2 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken.
De ingreep zorgt niet voor effecten die relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden direct negatief kunnen beïnvloeden. De effecten op stikstofgevoelige habitattypen komen elders in de toelichting van dit bestemmingsplan aan de orde. Er zijn buiten eventuele stikstofeffecten geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
29
Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
Doorwerking plangebied Op 20 juni 2019 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd. Het plangebied is één van de vier onderzochte locaties uit de 'Notitie quick scan beschermde soorten Kinderdorp Neerbosch'. Het plangebied is een onderdeel van locatie 3.
De vier verschillende locaties in het plangebied uit de quickscan Het plangebied heeft mogelijk een functie voor kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen en buizerd. Voor deze soorten is nader onderzoek noodzakelijk om een effectbeoordeling te kunnen maken. Indien de ingreep effecten veroorzaakt op deze soorten, kan naar het oordeel van het bevoegd gezag een ontheffing van de Wnb noodzakelijk zijn. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of er geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen. Het is noodzakelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen om verstoring van broedende vogels en overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Aanvullende beoordeling Wet natuurbescherming In aanvulling op de quickscan van 20 juni 2019 is dieper ingegaan op de mogelijke functies die het plangebied heeft voor beschermde soorten en onder welke randvoorwaarden de toekomstige ontwikkeling kan plaatsvinden zonder overtreding van de Wnb (Aanvullende beoordeling Wet Natuurbescherming plangebied Hogelandseweg Nijmegen, Bureau Waardenburg, 16 maart 2021 (Zie Bijlagen bij de regels)).
30
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
Effecten van de ingreep Marterachtigen • Het is niet uit te sluiten dat de groensingel en de groenstrook essentiële verbindingsroutes zijn voor marterachtigen en andere soorten grondgebonden fauna en dat de ingreep in het plangebied deze functie nadelig beïnvloedt. De ingreep kan zorgen dat de dekking afneemt en dat de route verstoord wordt door bijvoorbeeld kunstlicht. Maatregelen of nader onderzoek zijn nodig om effecten uit te sluiten. • Het plangebied heeft in de huidige situatie geen essentiële verblijfplaats- en foerageerfunctie voor marterachtigen. Effecten van de ingreep op deze functies zijn uitgesloten. Eekhoorn • De groensingel heeft een functie als leefgebied. Het is niet uit te sluiten dat de groensingel een essentiële verbinding is voor eekhoorns en dat de ingreep in het plangebied deze functie nadelig beïnvloedt als gevolg van de kap van enkele overhangende bomen en de toename van verlichting nabij de groensingel. Maatregelen of nader onderzoek zijn nodig om effecten uit te sluiten. Vleermuizen • Het is niet uit te sluiten dat de ingreep een essentiële vliegroute voor vleermuizen negatief beïnvloedt als gevolg van aantasting van de groensingel en de groenstrook en de toename van verlichting nabij deze groene elementen. Maatregelen of nader onderzoek zijn nodig om effecten uit te sluiten.
• Het plangebied heeft geen essentiële foerageer- en verblijfsfunctie voor vleermuizen. Effecten op deze functies zijn uitgesloten. Vogels • Het is niet uit te sluiten dat de voorgenomen ingreep in het plangebied er voor zorgt dat broedgevallen van algemene vogelsoorten in de struweel of bomen worden verstoord of vernietigd worden. Maatregelen zijn nodig om effecten uit te sluiten. • Het plangebied heeft geen essentiële functie als nestplaats of leefgebied voor vogels met jaarrond beschermd nest. Effecten van de ingreep op deze soorten zijn uitgesloten. Andere beschermde soorten • Het plangebied is geschikt leefgebied voor algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën, waarvoor een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen in de provincie Gelderland. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht. • Voor andere beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt heeft het plangebied geen betekenis en zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Beoordeling Wet natuurbescherming Het is niet uit te sluiten dat de groensingel ten westen van het plangebied en de groenstrook in het plangebied betekenis hebben als migratieroute voor verschillende beschermde soorten dieren en dat deze route essentieel is voor de betreffende beschermde soorten. Aanbevolen wordt om te zorgen dat de mogelijk essentiële functie van de groensingel voor fauna behouden blijft.
Hiervoor dienen verschillende maatregelen toegepast te worden. Indien behoud van de functie van de groensingel en groenstrook niet mogelijk is zal nader onderzoek voor deze soorten moeten worden uitgevoerd om overtredingen van verbodsbepalingen uit te kunnen sluiten. Er is geen overtreding van de Wet natuurbescherming wanneer wordt voorkomen dat de mogelijke migratieroute voor dieren wordt aangetast en als verstoring van broedende vogels wordt voorkomen.
bestemmingsplan Nijmegen Westkanaaldijk 2016 - 3 (Hogelandseweg 104)
31
Mitigatieplan: Voorwaarden om aantasting migratieroute en overtreding Wnb te voorkomen De groensingel ten zuidwesten van het plangebied en de groenstrook tussen het fietspad en de watergang zijn mogelijk een verbindingsroute voor diverse soorten grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. De groensingel is daarnaast onderdeel van het leefgebied van de eekhoorn. Om deze functies te behouden dienen maatregelen uitgevoerd te worden voorafgaande aan de ontwikkeling van het plangebied. Planning • Zorg dat er binnen 5 m van de groensingel en groenstrook geen verstorende werkzaamheden plaatsvinden in het voortplantingsseizoen van de eekhoorn (december tot februari en van mei tot juni). • De groensingel en groenstrook zijn geschikt broedgebied voor diverse soorten vogels. Ook in het plangebied kan door vegetatieontwikkeling broedbiotoop ontstaan. Om verstoring van broedende vogels te voorkomen wordt binnen 5 m van geschikt broedbiotoop van maart tot en met september geen verstorende werkzaamheden uitgevoerd. Afscherming groenstrook • Tussen de resterende groenstrook met watergang en het plangebied wordt een gemengde haag (haag bestaande uit een mix van soorten waaronder meidoorn, sleedoorn, hondsroos, Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, wilde lijsterbes en wilde liguster) ingeplant die 2 m hoog wordt. Aan de zijde van het perceel van Volvo kan deze haag jaarlijks gesnoeid worden.