Bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord – 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
b.
c. d. e.
7.3
en dat bestaande bijgebouw te bebouwen met aan- en uitbouwen mits: aangesloten wordt bij de bouwhoogte van het bijgebouw tot maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; het bestaande bijgebouw na gereedkoming van het bouwplan voldoet en blijft voldoen aan de definitie van bijgebouw, met uitzondering van de eis van vrijstaandheid; 4. ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, met een maximum diepte van 1,5 meter gemeten vanaf de gevel van het hoofdgebouw; ter plaatse van de aanduiding 'overkapping' is een overkapping toegestaan met op de verdieping een kantoorfunctie. De goot- en bouwhoogte van de overkapping mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' is aangegeven; bestaande bijgebouwen zijn toegestaan en mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen; de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen. Zwembaden, jacuzzi's en gebouwde vijvers, alsmede de daarvoor benodigde bouwwerken zijn niet toegestaan.
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a.
b.
het totale oppervlak van ongebouwde parkeervoorzieningen mag niet meer dan 30% van de tot “Tuin” bestemde gronden bedragen, met dien verstande dat bestaand gebruik ten behoeve van parkeren van meer dan 30% is toegestaan; dakterrassen, met uitzondering van bestaande dakterrassen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
51
Artikel 8 8.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c. d. e.
f.
wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, verkeerswegen (waaronder busbanen, fiets- en voetpaden), openbaar vervoer (waaronder hoogwaardig openbaar vervoer), kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen (waaronder garageboxen en parkeergarages) en fietsenstallingen; bijbehorende voorzieningen zoals groen-, sport- en speelvoorzieningen, terrassen en taluds; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; erfafscheidingen en geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen; ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels, balkons en overstekende (dak)goten, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 17.2 (Bouw)werken ten algemenen nutte.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: g. h. i.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van fietsenstallingen; gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 17.2 (Bouw)werken ten algemenen nutte ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
8.2.2
Specifieke bouwregels
De in artikel 8.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a.
b.
c. d. e.
8.3
de oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen ten behoeve van fietsenstallingen mag per fietsenstalling niet meer bedragen dan 20 m2. De bouwhoogte van fietsenstallingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; aangrenzend aan het hoofdgebouw van de naastliggende bestemming mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; de bouwhoogte van palen, (licht)masten en ballenvangers mag niet meer dan 10 meter bedragen, met dien verstande dat reclamemasten niet zijn toegestaan; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 voor de bouw van een kiosk met dien verstande dat:
52
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
a. b. c.
de bebouwde oppervlakte van een kiosk maximaal 25 m² mag bedragen; de maximum bouwhoogte 5 meter en de maximum goothoogte 3 meter mag bedragen; de activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
53
Artikel 9 9.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c.
d.
de waterhuishouding en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterbeheersing, waterafvoer en –berging, watergangen, aanleg- en vissteigers, waterlopen en waterpartijen alsmede voor taluds, oevers en onderhoudsstroken kunstwerken, bruggen en andere waterstaatkundige werken en; verkeer te water; ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels, balkons en overstekende (dak)goten, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; bijbehorende voorzieningen zoals groen, sport- en speelvoorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
9.2.2
Specifieke bouwregels
De in artikel 9.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a.
b.
c. d. e.
54
de oppervlakte van een aanleg- en vissteiger ten behoeve van een aangrenzende woning mag niet meer dan 3 m2 bedragen. De bouwhoogte mag maximaal 1 meter boven de waterlijn bedragen; aangrenzend aan het hoofdgebouw van de naastliggende bestemming mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; de bouwhoogte van palen, (licht)masten en ballenvangers mag niet meer dan 10 meter bedragen, met dien verstande dat reclamemasten niet zijn toegestaan; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
Artikel 10 10.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
wonen; ter plaatse van de aanduiding 'ambachtelijke wijn- en cidermakerij' voor een ambachtelijke wijn- en cidermakerij; ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' voor een kantoor, waarbij de kantoorfunctie wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning waartoe het bijgebouw behoort; ter plaatse van de aanduiding 'kas' voor een kas uitsluitend voor hobbymatig gebruik; aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 18.1 Aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten; bijbehorende voorzieningen zoals erf, verhardingen, parkeer- en groenvoorzieningen; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen.
10.2
Bouwregels
10.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
10.2.2
Specifieke bouwregels
De in artikel 10.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. b.
c.
d.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de aanduiding 'bouwvlak'; per bouwvlak mag maximaal 1 hoofdgebouw worden opgericht, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een ander maximaal aantal hoofdgebouwen is aangegeven; ten aanzien van gebouwen en overkappingen binnen de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen: 1. het bouwperceel binnen de aanduiding 'bouwvlak' tot maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage mag worden bebouwd; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven mag het bouwperceel binnen de aanduiding 'bouwvlak' geheel worden bebouwd; 2. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen binnen de aanduiding 'bouwvlak' niet meer mogen bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' is aangegeven; 3. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet hoger zijn dan de goothoogte van de hoofdbebouwing ter plaatse van de aan- of uitbouw; 4. de goothoogte van bijgebouwen mag ten hoogste 3 meter en de bouwhoogte mag ten hoogste 5 meter bedragen; 5. de goothoogte van overkappingen mag ten hoogste 3 meter en de bouwhoogte mag ten hoogste 4 meter bedragen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' gelden, naast het bepaalde in
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
55
e.
f.
56
10.2.2 lid c. sub 3 tot en met 5 en 10.2.2 sub f, g en h, de volgende bepalingen: 1. bij 1 hoofdgebouw: het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 55; de goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 4,5 meter respectievelijk 10 meter; de voorgevel dient te worden opgericht in dan wel tot maximaal 2 meter achter de aan de zijde van de Vossenpelssestraat gelegen bouwgrens; de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 meter; de diepte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 22 meter; 2. bij 2 vrijstaande hoofdgebouwen: het bebouwingspercentage bedraagt per bouwperceel maximaal 75; de goot- en bouwhoogte bedraagt voor het hoofdgebouw direct gelegen aan de Vossenpelssestraat maximaal 4,5 meter respectievelijk 9 meter. Voor het andere hoofdgebouw bedraagt de goot- en bouwhoogte maximaal 4,5 meter respectievelijk 10 meter; de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 meter; de afstand van een gevel van een vrijstaand hoofdgebouw tot de bestemmingsgrens aan de westzijde mag niet minder bedragen dan 3 meter en niet meer dan 4 meter; de diepte van een vrijstaand hoofdgebouw bedraagt maximaal 12 meter; de afstand tussen de 2 hoofdgebouwen bedraagt minimaal 17 meter; ter plaatse van de aanduiding 'kas' gelden de volgende bepalingen: 1.
de bouwhoogte van een kas mag ten hoogste 5 meter bedragen; 2. de oppervlakte van de kas telt niet mee in het bebouwingspercentage dat in 10.2.2 lid f. sub 8. is bepaald. Bij het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'kas' moet wel worden voldaan aan het bebouwingspercentage dat in 10.2.2 lid f. sub 8. is bepaald; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen op het bouwperceel zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden opgericht; buiten de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen: 1. aangrenzend aan de hoofdbebouwing mogen aan- en uitbouwen worden gebouwd tot maximaal 3 meter achter de achtergevellijn of tot maximaal 4 meter vanaf de zijgevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw, met dien verstande dat de lengte van de loodrechte lijn vanaf het midden van de achtergevel van de aan- of uitbouw tot de kruising met de achterste perceelsgrens minimaal 5 meter is. Bestaande aan- en uitbouwen dieper dan 3 meter achter de achtergevellijn of 4 meter vanaf de zijgevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw zijn toegestaan en mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; 2. er op de perceelsgrens wordt gebouwd of anders een afstand van tenminste 1 meter tot de perceelsgrens wordt aangehouden; 3.
indien de aan- en uitbouw tot gevolg heeft dat tegen een bestaand bijgebouw wordt aangebouwd, is dit toegestaan, mits het bestaande bijgebouw na gereedkoming van het bouwplan voldoet en blijft voldoen aan de definitie van bijgebouw met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Ten aanzien van het aangebouwde bijgebouw blijven de bouwregels voor bijgebouwen van toepassing; 4. de hoogte van aan- en uitbouwen moet aansluiten bij de bouwhoogte van de hoofdbebouwing. Daarbij geldt dat de goothoogte ten hoogste de hoogte van begane grondlaag van de hoofdbebouwing ter plaatse van de geplande aan- of uitbouw mag bedragen en de bouwhoogte mag ten hoogste de hoogte van de direct daarboven gelegen bouwlaag bedragen; 5. de goothoogte van bijgebouwen mag ten hoogste 3 meter bedragen. Voor de bouwhoogte gelden, voor zover hoger dan 3 meter, de volgende bepalingen: - het bijgebouw moet worden voorzien van een schuin dak;
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
g.
h.
- de dakvoet ligt niet hoger dan 3 meter; - de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°; - de hoogte van de daknok is niet meer dan 5 m en wordt verder begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; 6. in afwijking van het bepaalde in f. onder 5 dient de maximale goot- en bouwhoogte van bijgebouwen te voldoen aan de (goot-)hoogte aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte'; 7. de bouwhoogte van overkappingen mag ten hoogste 3 meter bedragen; 8. het bebouwde oppervlakte van het erf mag niet meer bedragen dan: a. in geval van een erf kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat erf; b. in geval van een erf groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het erf dat groter is dan 100 m2; c. in geval van een erf groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het erf dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; 9. in afwijking van het bepaalde in f. onder 8 mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwde oppervlakte' de maximale bebouwde oppervlakte van het erf niet meer bedragen dan door middel van deze aanduiding wordt aangegeven; 10.
openlucht zwembaden, jacuzzi's en gebouwde vijvers, alsmede de daarvoor benodigde bouwwerken zijn toegestaan. De totaal bebouwde oppervlakte mag in dat geval ten hoogste 75% van de oppervlakte van het erf bedragen, met een maximum van 75 m2. De bouwhoogte van deze bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 1,5 meter; erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden opgericht, met dien verstande dat: 1. aangrenzend aan de woning mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; 2. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen en de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen; bij realisering van een nieuwe geluidsgevoelige functie waarvoor op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarde is vastgesteld, moet worden voldaan aan het hogere waarden besluit en de daaraan verbonden voorwaarden.
10.3
Specifieke gebruiksregels
10.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a. b.
bewoning van (al dan niet aangebouwde) bijgebouwen, anders dan huisvesting in verband met mantelzorg; dakterrassen, met uitzondering van bestaande dakterrassen.
10.3.2
Ambachtelijke wijn- en cidermakerij
Ten aanzien van de in 10.1 sub b. genoemde functie 'ambachtelijke wijn- en cidermakerij' gelden de volgende bepalingen: a. b.
uitsluitend kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid is toegestaan; laad- en losactiviteiten vinden alleen gedurende de dag plaats;
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
57
c.
de activiteiten inclusief opslag vinden alleen inpandig plaats.
10.3.3
Voorwaardelijke verplichting
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' is bebouwing van de gronden binnen het bouwvlak slechts toegestaan als de functie detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' binnen de bestemming 'Woongebied' in zijn geheel is opgeheven.
58
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
Artikel 11 11.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wonen; verblijfsgebieden; (ontsluitings-)wegen; structurele groenverbindingen; beschermd wonen; lichte horeca zoals genoemd in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; voorzieningen ten behoeve van het wonen, zoals zorgvoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening; ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' voor detailhandel in bloemen en planten en aanverwante artikelen uitsluitend op de begane grond; bijbehorende voorzieningen zoals erven, tuinen, voet- en fietspaden, verhardingen, parkeer-, groen-, sport- en speelvoorzieningen; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen.
11.2
Bouwregels
11.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
11.2.2
Specifieke bouwregels
De in artikel 11.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: A. algemene bouwregels a. b. c.
d.
het maximaal aantal nieuw te bouwen woningen bedraagt 650; het aantal niet grondgebonden woningen mag niet meer bedragen dan 80; de maximale te bebouwen oppervlakte per bouwperceel bedraagt: 1. voor vrijstaande en halfvrijstaande woningen 25%; 2. voor vrijstaande en halfvrijstaande woningen ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' 35%; 3. voor aaneengebouwde woningen en overige woningtypologieën 65%; bij realisering van een nieuwe geluidsgevoelige functie waarvoor op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarde is vastgesteld, moet worden voldaan aan het hogere waarden besluit en de daaraan verbonden voorwaarden;
B. bouwregels met betrekking tot (hoofd)gebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a.
hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
59
aanduiding 'bouwvlak', waarbij in geval van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' met een getal is aangegeven; b. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte en maximum bouwhoogte' is aangegeven; c. alle hoofdgebouwen worden met een kap gebouwd; d. de totale lengte van aaneengebouwde hoofdgebouwen bedraagt maximaal 35 m; e. de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 4 meter; f. de afstand van een halfvrijstaand hoofdgebouw of een bouwblok met meerdere woningen tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan één zijde niet minder bedragen dan 4 meter; g. het oppervlak van de gevel is kleiner of gelijk aan het oppervlak van de verticale projectie van het dakvlak boven de desbetreffende gevel: h. bijgebouwen en overkappingen mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden opgericht; i. de goothoogte van bijgebouwen mag ten hoogste 3 meter en de bouwhoogte mag ten hoogste 5 meter bedragen; j. de goothoogte van overkappingen mag ten hoogste 3 meter en de bouwhoogte mag ten hoogste 4 meter bedragen; k.
als een bijgebouw en/of een overkapping met een kap wordt afgedekt, wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°; l. ten behoeve van een gemeenschappelijke parkeervoorziening is een parkeergebouw toegestaan met een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 6 meter; m. bijgebouwen worden minimaal 3 meter achter de voorgevellijn gebouwd; n. aangrenzend aan de hoofdbebouwing mogen aan- en uitbouwen worden gebouwd tot maximaal 3 meter achter de achtergevellijn of tot maximaal 4 meter vanaf de zijgevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw, met dien verstande dat de lengte van de loodrechte lijn vanaf het midden van de achtergevel van de aan- of uitbouw tot de kruising met de achterste perceelsgrens minimaal 5 meter is; o. indien de aan- en uitbouw tot gevolg heeft dat tegen een bestaand bijgebouw wordt aangebouwd, is dit toegestaan, mits het bestaande bijgebouw na gereedkoming van het bouwplan voldoet en blijft voldoen aan de definitie van bijgebouw met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Ten aanzien van het aangebouwde bijgebouw blijven de bouwregels voor bijgebouwen van toepassing; p. de hoogte van aan- en uitbouwen moet aansluiten bij de goothoogte van de hoofdbebouwing.
Daarbij geldt dat de goothoogte ten hoogste 0,3 meter hoger mag zijn dan de hoogte van de etagevloer direct boven de begane grond van de hoofdbebouwing ter plaatse van de geplande aan- of uitbouw. De bouwhoogte mag ten hoogste de hoogte bezitten van de direct boven eerste etagevloer gelegen bouwlaag; q. aangrenzend aan de hoofdbebouwing en voor de voorgevellijn mogen aan- en uitbouwen worden gebouwd tot een diepte van maximaal 1,5 meter gemeten vanaf de gevel van het hoofdgebouw. De goothoogte mag ten hoogste de hoogte van de beganegrondlaag van het hoofdgebouw bedragen en de bouwhoogte mag ten hoogste de hoogte van de direct daarboven gelegen bouwlaag bedragen. De breedte mag niet meer bedragen dan 60% van de betreffende gevelbreedte (voorgevel) van het hoofdgebouw. De aan- of uitbouw moet geheel binnen de betreffende gevelbreedte (voor- of zijgevel) van het hoofdgebouw worden opgericht. Als uitzondering hierop geldt dat een hoekovergang is toegestaan. De afstand van de aan- of uitbouw tot de voorste perceelgrens bedraagt minimaal 2,5 meter; r. de bebouwde oppervlakte van het erf mag niet meer bedragen dan: 1. in geval van een erf kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat erf; 2. in geval van een erf groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het erf dat groter is dan 100 m2; 3.
in geval van een erf groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van
60
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
het erf dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; met dien verstande dat ten allen tijde het bebouwingspercentage in 11.2.2.A. onder c. in acht moet worden genomen. s.
t.
openlucht zwembaden, jacuzzi's en gebouwde vijvers, alsmede de daarvoor benodigde bouwwerken zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 17.4 Ondergronds bouwen. De bouwhoogte van deze bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 1,5 meter; erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden opgericht, met dien verstande dat: 1. aangrenzend aan de woning mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; 2. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag voor de voorgevel niet meer dan 1 meter bedragen en achter de voorgevel niet meer dan 2 meter. De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen.
C. specifieke bouwregels ter plaatse van de aanduiding 'overig - zone 1' ('Randen') a. b.
als hoofdgebouw mogen uitsluitend vrijstaande, halfvrijstaande en aaneengebouwde woningen worden gebouwd; de afstand van de voorgevel van het hoofdgebouw van vrijstaande en halfvrijstaande woningen tot de grens van de bouwkavel met het openbaar gebied bedraagt minimaal 2,5 m;
D. specifieke bouwregels ter plaatse van de aanduiding 'overig - zone 2' ('Nieuwe buurtschappen') a.
als hoofdgebouw mogen vrijstaande, halfvrijstaande en aaneengebouwde woningen, alsmede afwijkende overige woningtypologieën worden gebouwd;
E. specifieke bouwregels op gronden zonder de aanduiding 'overig - zone 1' ('Randen') en 'overig - zone 2' 'Nieuwe buurtschappen') a. b.
als hoofdgebouw mogen vrijstaande, halfvrijstaande en aaneengebouwde woningen, alsmede afwijkende overige woningtypologieën worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied bebouwingsaccent' mag de gooten bouwhoogte van niet-grondgebonden woningen maximaal 10 meter respectievelijk 15 meter bedragen;
F. specifieke bouwregels lichte horeca a.
Het totaal aantal horecavoorzieningen bedraagt maximaal 2, waarbij de bruto bedrijfsvloeroppervlakte per horecavoorziening niet meer mag bedragen dan 200 m2.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
61
11.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering, afmetingen en constructie van gebouwen en de inrichting van een perceel, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit, zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan.
11.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
b. c.
d.
e.
f.
g.
lid 11.2.2.A onder b. voor het toestaan een groter aantal niet-grondgebonden woningen tot maximaal 100, mits het maximaal aantal woningen van 650 woningen niet wordt overschreden en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het stedenbouwkundige beeld zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan; lid 11.2.2.A onder c. voor hoger bebouwingspercentage, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het stedenbouwkundige beeld zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan; lid 11.2.2.B ten behoeve van het oprichten van een gemeenschappelijke berging, met dien verstande dat: 1. de maximale goothoogte 3 meter bedraagt; 2. de maximale bouwhoogte 6 meter bedraagt; 3. in afwijking van het bepaalde in artikel 1.29 bijgebouw geen hoofdgebouw aanwezig hoeft te zijn; 4. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het stedenbouwkundige beeld zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan; lid 11.2.2.B onder b. voor een hogere goothoogte, met dien verstande dat: 1. de maximale goothoogte 6 meter bedraagt; 2. niet hoeft te worden voldaan aan het bepaalde in 11.2.2.B onder g. 3. de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan. lid 11.2.2.B onder b. voor een hogere bouwhoogte, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 12,5 m; 2.
de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld zoals vastgelegd in het beeldkwaliteitplan. lid 11.2.2.B onder d. voor een grotere totale lengte van aaneengebouwde hoofdgebouwen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het stedenbouwkundige beeld zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan; lid 11.2.2.B onder e. en f. voor een kleinere afstand tot de zijdelingse perceelgrens, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het stedenbouwkundige beeld zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan.
11.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a. b. c.
62
bewoning van (al dan niet aangebouwde) bijgebouwen, anders dan huisvesting in verband met mantelzorg; dakterrassen, met uitzondering van bestaande dakterrassen; op eigen terrein parkeren voor de gebouwde voorgevel van het hoofdgebouw.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
11.6
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.5 sub b. ten behoeve van het toestaan van dakterrassen onder de voorwaarden dat: a. b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het stedenbouwkundige beeld zoals neergelegd in het beeldkwaliteitplan; geen onevenredige inbreuk plaatsvindt op de belangen van de omringende percelen en/of woningen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
63
Artikel 12 12.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een rioolwatertransportleiding.
12.2
Bouwregels
12.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 17.2 (Bouw)werken ten algemenen nutte; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
12.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
12.3
Afwijken van de bouwregels
12.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 12.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
12.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
12.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
64
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 12.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen, het planten of kappen van bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond; het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van rioleringen, leidingen of kabels anders dan ten behoeve van de bestemming; het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen).
12.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 12.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
12.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
12.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
65
Artikel 13 13.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden (gebieden met een hoge archeologische verwachting).
13.2
Bouwregels
13.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 2 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
13.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd, tenzij aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. er op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; 3. het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; 4. geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; 5. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van het bouwperceel maximaal 100 m2 bedraagt; 6. het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
13.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
66
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
13.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 13.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor-en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-,of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
13.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 13.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b. c.
op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van werken en werkzaamheden als bedoeld onder 13.4.1 onder d niet
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
67
d.
groter is dan 100 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.
13.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 13.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
13.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
13.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
68
de bestemming Waarde - Archeologie 2 als bedoeld in lid 13.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de bestemming Waarde - Archeologie 3 op te nemen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
Artikel 14 14.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische waarden van de gronden.
14.2
Bouwregels
Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd, tenzij het gaat om: a.
b. c.
een bouwwerk op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, mits dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; een bouwwerk op gronden die onderdeel zijn van een openbaar toegankelijk gebied; het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
14.3
Afwijken van de bouwregels
14.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
14.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de cultuurhistorische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
14.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.3.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Commissie Beeldkwaliteit omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning cultuurhistorische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de cultuurhistorische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
69
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 14.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c.
het ophogen of verlagen van de bodem met meer dan 1 meter; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; het kappen van bomen.
14.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 14.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; niet naar een openbaar toegankelijk gebied zijn gekeerd.
14.4.3 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Commissie Beeldkwaliteit omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning cultuurhistorische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de cultuurhistorische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
14.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
14.5.1
Sloopverbod
Het is verboden op of in de in lid 14.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag bestaande bouwwerken te slopen, tenzij: a.
het slopen van een bestaand bouwwerk op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan niet omgevingsvergunningplichtig was en waarvan de sloop reeds in uitvoering was ten tijde van de inwerkingtreding van het plan.
14.5.2
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het slopen van een bouwwerk
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Commissie Beeldkwaliteit omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning cultuurhistorische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de cultuurhistorische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
70
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
Artikel 15 15.1
Waterstaat - Waterlopen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging, kunstwerken, bruggen en andere waterstaatskundige werken.
15.2
Bouwregels
15.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
15.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht-)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
15.3
Afwijken van de bouwregels
15.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
15.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien het belang van de watergang hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.
15.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder omtrent de vraag of door voorgenomen bouwactiviteiten het belang van de watergang niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
15.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan:
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
71
a. b.
het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden; het opstellen, opslaan, lozen c.q. storten, al dan niet ten verkoop, van onbruikbare dan wel aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, materialen, stoffen, producten, voer- of vaartuigen of machines.
Deze gebruiksvormen zijn niet strijdig, indien en voor zover deze onlosmakelijk verbonden zijn met werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 15.5.1 is verleend.
15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 15.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d.
het aanleggen of aanbrengen van beschoeiingen en puinstortingen; het graven of dempen van waterpartijen en het afdammen van waterpartijen; boringen te verrichten, seismisch of ander bodemonderzoek te doen; het wijzigen van het waterpeil.
15.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 15.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
15.5.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 15.5.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover het belang van de watergang hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.
15.5.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder(s) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden het belang van de watergang niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
72
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
Hoofdstuk 3 Artikel 16
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
73
Artikel 17 17.1
Algemene bouwregels
Beeldende kunst
Het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, ten behoeve van beeldende kunst en gedenktekens zijn binnen alle bestemmingen toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 10 meter, met dien verstande dat de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.
17.2
(Bouw)werken ten algemenen nutte
Het oprichten van bouwwerken ten algemenen nutte, zoals: transformatorhuisjes, schakelhuisjes, bemalingsinrichtingen, gasdrukregel- en meetstations, kabels en leidingen, straatmeubilair, infiltratievoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van koude- en warmteopslag, wachthuisjes voor verkeers- en parkeerdiensten en schuilgelegenheden, is binnen alle bestemmingen toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.
de inhoud van elk gebouw niet meer mag bedragen dan 50 m³; de oppervlakte van elke overkapping niet meer mag bedragen dan 20 m²; de goothoogte van gebouwen niet meer dan 3 meter mag bedragen en de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 5 meter mag bedragen; de bouwhoogte van overkappingen niet meer dan 3 meter mag bedragen; voor de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, de bouwregels van de geldende bestemming van toepassing zijn; de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.
17.3
Jongerenontmoetingsplaatsen
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de bestemmingen Groen, Verkeer of Maatschappelijk ten behoeve van jongerenontmoetingsplaatsen onder de voorwaarden dat: a. b. c. d. e.
het gaat om een visueel goed zichtbare locatie; de locatie voldoende (verkeers)veilig is; de locatie bij voorkeur gelegen is nabij een speelvoorziening; de afstand tot omliggende woonbebouwing dusdanig is dat er geen hinder voor omwonenden is te verwachten; de oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen ten behoeve van een jongerenontmoetingsplaats per locatie niet meer dan 20 m2 bedraagt. De goothoogte mag maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter bedragen.
17.4
Ondergronds bouwen
Bouwen onder peil ten behoeve van de bestemming is toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c.
d.
74
bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van op de begane grond toegestane functies; bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen; bouwen onder peil binnen de bestemmingen Wonen en Woongebied is tevens buiten de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan, voor zover bovengronds aan- en uitbouwen zijn toegestaan dan wel tot zover als de bestaande bovengrondse aan- of uitbouw reikt; bouwen onder peil binnen de bestemming Tuin is toegestaan, mits grenzend aan het
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
e. f. g.
hoofdgebouw met een maximum diepte van 1,5 meter dan wel tot zover als de bestaande bovengrondse aan- of uitbouw reikt; bouwen onder peil ten behoeve van bouwwerken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 17.2 is toegestaan; bestaande ondergrondse gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan; de regels van de dubbelbestemming en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
75
Artikel 18
Algemene gebruiksregels
18.1
Aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten
18.1.1
Bouwregels
Ten behoeve van het onder lid 2 toegestane gebruik, mag in afwijking van de betreffende bestemming voor dit gebruik worden gebouwd, met dien verstande dat de daarvoor geldende bouwregels onverminderd van kracht blijven.
18.1.2
Specifieke gebruiksregels
In gebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden als woning (inclusief bijbehorende aan- en uitbouwen) is de uitoefening van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten toegestaan. Tevens is de uitoefening van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten toegestaan in (vrijstaande of aangebouwde) bijgebouwen bij woningen. Voor aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c. d.
e.
maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende aan- en uitbouwen mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteit. Het totale vloeroppervlak van de woning, aan- en uitbouwen en bijgebouwen tezamen dat wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, mag per woning niet meer dan 50 m2 bedragen; degene die de activiteiten in de woning uitvoert, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteiten dienen qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen horeca of detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en in relatie met een aan huis verbonden beroepsen/of bedrijfsactiviteit; het gebruik mag niet leiden tot beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.
18.2
Buitenschoolse opvang en kinderdagverblijven
18.2.1
Bouwregels
Ten behoeve van het onder artikel 18.2.2 toegestane gebruik, mag in afwijking van de betreffende bestemming voor dit gebruik worden gebouwd, met dien verstande dat de daarvoor geldende bouwregels onverminderd van kracht blijven.
18.2.2
Specifieke gebruiksregels
In hoofdgebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden voor kantoor, recreatie en/of sport is het gebruik als buitenschoolse opvang en/of kinderdagverblijf onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. b. c.
76
de activiteiten dienen qua aard, omvang en uitstraling te passen in de omgeving; de activiteiten moeten voldoen aan de door de GGD en de brandweer gestelde eisen; er dient voldaan te worden aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder dan wel op grond van akoestisch onderzoek of anderszins aangetoond te worden dat de betreffende
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
d. e.
functie ruimtelijk aanvaardbaar is; de activiteiten zijn niet toegestaan binnen een veiligheidszone voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, tenzij hier een omgevingsvergunning voor is verleend; de activiteiten vinden naast of in combinatie met het volgens de betreffende bestemming toegestane gebruik plaats en mogen daarvoor geen belemmering vormen.
18.3
Evenementen
Evenementen zijn binnen alle bestemmingen toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor een vergunningvrij evenement op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.
18.4
Ondersteunende horeca
In gebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden voor detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, recreatie en/of sport, en niet voor horeca, is ondersteunende horeca onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. b. c. d. e. f.
g.
h.
i. j.
de horeca-activiteit is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; de toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via die van de hoofdactiviteit, er is dus geen aparte ingang; er is in het pand vrij toegankelijke sanitaire ruimte; voor de horeca-activiteit mag geen aparte reclame worden gemaakt; van het totale vloeroppervlak van een food-detailhandelsbedrijf mag maximaal 20 m2 en niet meer dan 25% van het totale verkoopvloeroppervlak aan ondersteunende horeca worden besteed, mits binnen een afstand van 50 meter aan weerszijden van het pand zich geen andere zaak bevindt met ondersteunende of reguliere horeca; van het totale vloeroppervlak van een non-food detailhandelsbedrijf mag maximaal 50 m2 en niet meer dan 25% van het totale verkoopvloeroppervlak aan ondersteunende horeca worden besteed, mits binnen een afstand van 50 meter aan weerszijden van het pand zich geen andere zaak bevindt met ondersteunende of reguliere horeca; van het totale vloeroppervlak van een voorziening gericht op een kantoor, maatschappelijke voorziening, een recreatieve- en sportvoorziening (met uitzondering van een sporthal en sportveld) mag maximaal 10% aan ondersteunende horeca worden besteed; van het totale vloeroppervlak van een sporthal mag maximaal 12% aan ondersteunende horeca worden besteed;
voor 1 sportveld mag maximaal 150 m2 aan ondersteunende horeca worden besteed en bij meerdere velden mag voor ieder extra sportveld maximaal 75 m2 worden opgeteld, met dien verstande dat de maximum oppervlakte niet meer mag bedragen dan 375 m2.
De gehanteerde oppervlaktematen betreffen de totale oppervlakte ten dienste van de ondersteunende horecafunctie, niet inbegrepen de daarbij behorende ruimten als opslag, keuken- en toiletruimten.
18.5
Productiegebonden en ondergeschikte detailhandel
Productiegebonden detailhandel en ondergeschikte detailhandel bij bedrijven is onder de volgende voorwaarden toegestaan: a.
de detailhandel staat in directe relatie met de aanwezige bedrijfsvoering. Zo geldt voor productiebedrijven, dat er alleen producten mogen worden verkocht die door het bedrijf
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
77
b. c. d.
e.
zelf zijn geproduceerd; ondergeschikte detailhandel voor groothandelsbedrijven is niet mogelijk voor de zogenaamde foodcategorieën; de detailhandel vindt plaats in een afgeschermde ruimte, de overige bedrijfsruimte is niet toegankelijk voor consumenten; de detailhandelsfunctie is gemaximeerd ten aanzien van de hoofdfunctie en bedraagt maximaal 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met dien verstande dat de maximum omvang ervan nooit meer dan 100 m² verkoopvloeroppervlakte bedraagt; voor de detailhandel gelden de openingstijden die ook voor de reguliere detailhandel van toepassing zijn.
18.6
Seksbedrijf
18.6.1
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van: a. b.
een seksbedrijf voorzover binnen de geldende bestemming geen aanduiding 'seksinrichting' is opgenomen; raam- en straatprostitutie.
18.7
Verkoopstandplaatsen
Verkoopstandplaatsen zijn binnen de bestemmingen Groen, Verkeer, Water en Woongebied toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor vergunningvrije standplaatsen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.
78
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Vossenpels Noord - 2 (Herstelbesluit lichtmasten)
Artikel 19
Algemene aanduidingsregels
19.1
milieuzone - licht en geluid
19.1.1
Verbod
Binnen de aanduiding 'milieuzone - licht en geluid' is het bouwen van nieuwe woningen niet toegestaan. Dit geldt ook voor de bouwvlakken binnen deze aanduiding.
19.1.2
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.1.1 ten behoeve van het bouwen van woningen, mits is aangetoond dat, door middel van een akoestisch en/of lichtonderzoek, ter plaatse van de nieuwe woning een goed woon- en leefklimaat aanwezig is.
19.2
overige zone - ontsluiting
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontsluiting' is een ontsluiting ten behoeve van doorgaand en langzaam verkeer toegestaan met een waterhuishoudkundige voorziening, zoals een overbrugging.
19.3
veiligheidszone - barim 1
Binnen de aanduiding 'veiligheidszone - barim 1' zijn geen nieuwe beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten toegestaan.
19.4
veiligheidszone - barim 2
Binnen de aanduiding 'veiligheidszone - barim 2' zijn geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan.
19.5
wetgevingzone - wijzigingsgebied
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming Agrarisch te wijzigen in een bestemming Woongebied, Wonen, Tuin, Verkeer en/of Groen, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. b. c. d.