Bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Tekst van het document
Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Fuchsiastraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Vuilwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
29
Figuur: overzicht riolering Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltratie hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een nietontvankelijke bouwaanvraag.
Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: - het type infiltratievoorziening/filtervoorziening; - dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en); - de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied; - de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is). Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Bouwen boven gemeentelijke riolering is niet toegestaan en kan betekenen dat riolering verlegd of dat de inrichting gewijzigd moet worden. Bij hoofdtransportleidingen dient rekening gehouden te worden met niet te bebouwen stroken aan weerszijden van de leiding van 6 m.
Deze eis is vastgelegd in artikel 2.5.19 van de Nijmeegse bouwverordening.
4.10
Flora en Fauna
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.
30
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden.
Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan.
Effecten op beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en Natuur Netwerk Nederland) en houtopstanden zijn uitgesloten (beoordeling stikstofdepositie is geen onderdeel van notitie quick scan beschermde soorten uitgevoerd op de percelen achter Molenweg 9-23A aan de Fuchsiastaat Notitie met kenmerk 20-0631/20.06812/JanDaa).
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
31
Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
Op 24 juli 2020 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op de percelen achter Molenweg 9-23A aan de Fuchsiastaat (Notitie met kenmerk 200631/20.06812/JanDaa). De conclusie is samengevat in tabel 1. In het plangebied komen waarschijnlijk diverse soorten grondgebonden zoogdieren voor. Voor de betreffende soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen als werkzaamheden plaatsvinden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Geadviseerd wordt om in het kader van de Zorgplicht maatregelen te nemen om negatieve effecten op deze soorten te beperken. Het plangebied heeft geen essentiële foerageerfunctie voor de steenmarter omdat er in de omgeving voldoende alternatieve foerageerlocaties zijn. Voor (kleine) marterachtigen en andere beschermde soorten die in de gemeente voorkomen waarvoor geen vrijstelling geldt, is er in het plangebied geen geschikt leefgebied of is het plangebied ongeschikt als leefgebied door de geïsoleerde ligging en gebruiksfunctie. Het plangebied heeft een functie als foerageergebied voor huismus. Om te voorkomen dat er essentieel foerageergebied verloren gaat moeten foerageermogelijkheden tijdens de uitvoering en na afronding van het project behouden blijven.
Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen essentiële betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.
32
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Maatregelen Het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017) geeft verschillende mogelijkheden om foerageerbiotoop te maken en te behouden (zie 3.3 Verbeteren habitat in bestaand of nieuw leefgebied). Samengevat gaat het om voldoende dekking in de vorm van dichte struiken van waaruit de mussen kunnen foerageren in kruidenrijke begroeiingen op zaden en insecten. Beheer van deze kruidenvakken is extensief. Door parkeerterreinen en trottoirs uit te voeren met klinkers of half verharding kunnen ook deze onderdelen een functie hebben als foerageergebied. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden foerageeropties voor huismussen behouden. Dat betekent dat pioniersbegroeiing op het bouwterrein zo lang mogelijk in stand wordt gehouden. Het grasland op de voormalige locatie van het wijkcentrum wordt buiten het broedseizoen van de huismus verwijderd. Aldi verwerkt nestkasten voor huismussen in de nieuwbouw gericht op de speeltuin. Daarnaast vindt er compensatie van groen plaats in de speeltuin die tevens huismus vriendelijk kan worden aangelegd. Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO).
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
33
Gelders Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN).
De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.
Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing. Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
34
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Het plangebied voldoet aan de vastgestelde norm. Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling:
inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. Het gebied valt onder Nijmegen West. Onder Nijmegen West vallen alle woonwijken in het westelijke deel van de stad tussen het centrum, de spoorlijn Nijmegen-'s-Hertogenbosch en het Maas Waalkanaal. Het is ontwikkeld in verschillende periodes en daarom gevarieerd van opzet, zowel wat betreft bebouwing als wat betreft het groen.
De wijken Biezen/Waterkwartier en Wolfskuil zijn compact van opzet met weinig openbaar groen terwijl het stadsdeel richting Hees, Heseveld en Neerbosch-Oost langzaam groener wordt. De woonwijken in Oud-West worden omgeven door een rijk scala aan geplande en ongeplande groenvoorzieningen: relicten van oude landgoederen, kloostertuinen, sportvoorzieningen, fraaie lanen, begraafplaatsen, volkstuinen, parken, groenstroken en particuliere groenelementen. Het groen is sterk gefragmenteerd geraakt door claims vanuit woningbouw, bedrijvigheid en infrastructuur. De recreatieve en ecologische mogelijkheden van de groenelementen zijn tot nu toe onvoldoende benut. Oud West Oud West wordt gevormd door de wijken de Wolfskuil en de Biezen met fraaie huizen langs de radiale uitgangswegen. De daartussen liggende woongebieden zijn opgevuld met arbeiderswoningen. Beide wijken zijn opgezet volgens de tuindorpgedachte. Dit betekent wel een ruime opzet maar niet heel veel groen; de wijken moeten het hebben van laanbeplanting en privé-tuinen. Het Florapark is een belangrijke toevoeging geweest aan de Wolfskuil. Park West is van belang als uitloopgebied en buffer in de richting van het industrieterrein en de havens. Park West vormt geen aaneengesloten park in Nijmegen West, maar is veeleer een kralensnoer of verzameling van deelparken en groenzones.
Het totale gebied strekt zich globaal uit tussen het kanaal bij Neerbosch tot aan de Waal en het nieuwe plan “Koers West”.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
35
De Wolfskuil is gebouwd in de eerste helft van de 20e eeuw. De openbare ruimte kenmerkt zich door een aantal grote, statige lanen, waarbinnen kleinere woonstraten en pleinen zijn opgesloten. Die lanen volgen de structuur van de oude veldwegen in dit oorspronkelijk agrarisch gebied. Aan de andere zijde van de Graafseweg is nog een deel, de Rozenbuurt, dat bij Nijmegen West behoort. Liggend tussen de Graafseweg en de spoorlijn is dit een vrij geïsoleerde buurt. Het Florapark ligt tegen de Graafseweg, op een scherpe overgang van de stuwwal naar het meer vlakke deel van de stad. De grote hoogteverschillen zijn hier zeer karakteristiek en zouden beter benut kunnen worden. Afgezien van het Florapark, met als bijzonder accent de molen, zijn er weinig groenvoorzieningen. Uitzondering is de fraaie laanbeplanting aan de Nieuwe Nonnendaalseweg. Over het algemeen doet de wijk behoorlijk 'stenig' aan. Vooral ten noordwesten van de Nieuwe Nonnendaalseweg bestaat het groen vrijwel alleen uit straatbomen. Het Park Leeuwenstein is een wat vergeten bijzondere plek met een grote diversiteit aan bijzondere bomen. Het ligt aan de Voorstadslaan en wat verscholen achter de woningen aan de Marialaan. Het is de tuin van de voormalige Middelbare Tuinbouwschool die hier tot de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft gestaan. De plek herinnert nog aan de Buitenplaats Leeuwenstein uit de 19de eeuw.
De stedenbouwkundige hoofdstructuur van de Biezen kenmerkt zich door een hiërarchisch geordend stratenpatroon. Dit bestaat uit een lange en rechte hoofdontsluiting, elkaar haaks kruisende wijkontsluitingen en overwegend korte woonstraten daar tussen. De radiale hoofdontsluitingswegen Weurtseweg, Voorstadslaan en Marialaan bakenen de wijk af. De Weurtseweg vormt de scheiding van het woongebied met het bedrijventerrein. De wijk heeft een stenig karakter, waar groen een beperkte rol speelt: slechts 5% van het oppervlak is 'groen'. De bebouwing in de wijk staat vaak dicht aan de straat en heeft veelal een gesloten gevelfront en geen voortuinen. Bovendien ontbreken bomen in sommige straten, waardoor het stenige karakter wordt versterkt. Aan de westkant van de wijk is er wel een groenstrook, maar door de sportvelden en overstortvijver is deze voor veel bewoners niet vrij toegankelijk. Al deze aspecten leiden ertoe dat bewoners het groen missen in de wijk. De pleinen en parkjes op belangrijke kruispunten van wegen vormen belangrijke oriëntatiepunten in de wijk. Het Krayenhoffpark is hier een mooi voorbeeld van. Aansluitend hierop vormen de laanbeplantingen van de doorgaande wegen (Weurtseweg, Marialaan, Kanaalstraat, Voorstadslaan) een continu beeld in de wijk.
Kaders Delen van het Waterkwartier en de Wolfskuil zijn aangewezen als beschermd stadsbeeld waarbij naast de architectuur ook de stedenbouwkundige opzet beschermd is. De wegprofielen met de voortuinen en de bomenrijen zijn daarbij ook beschermd. In het Waterkwartier gaat het om het bouwblok tussen de Weurtseweg, Waterstraat, het Maasplein, de IJsselstraat en de Waalstraat. In de Wolfskuil betreft het de woningen aan de Pastoor Zegerstraat, de Merelstraat, Koninginnelaan en de Leeuwerikstraat. Kansen De kwaliteit en gebruikswaarde van het aanwezige groen behoeft verbetering. Kansen die zich voordoen bij herstructurering op perceelniveau dienen aangegrepen te worden om meer gebruiksgroen met speelplekken aan deze wijken toe te voegen (een mogelijkheid is bijvoorbeeld de zone langs de Eerste Oude Heselaan). Brede straatprofielen kunnen benut worden om de boomstructuur te versterken (bijvoorbeeld Distelstraat, Wolfkuilseweg, Molenweg en Oude Nonnendaalseweg). Op verschillende plekken in de wijk sluit het openbaar groen aan op de achtertuinen van bewoners. Deze plekken worden vaak gebruikt voor het storten van (tuin)afval. In de Kievitstraat is al begonnen met het opknappen van dit groen, samen met bewoners. Deze actie blijkt een succes te zijn en zou op meerdere plekken in de wijk uitgevoerd moeten worden.
Ontwikkelingen in dit stadsdeel dienen te worden aangegrepen om het aanwezige groen te koesteren, het bestaande groen te verbeteren (vooral de gebruikswaarde) en in de wijken met weinig groen te zoeken naar mogelijkheden om groen toe te voegen. Als dit in samenwerking met de bewoners gebeurt kan het tevens bijdragen aan de sociale cohesie. Een voorbeeld hiervan kan zijn om samen met de bewoners de veelal stenige, sombere voortuinen te “vergroenen” of geveltuinen aan te leggen, vooral in die delen van de wijk waar weinig openbaar groen aanwezig is. Park West kan een bijdrage leveren als uitloopgebied voor het Waterkwartier. Bij de verdere uitwerking van Park West zal
36
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
veel aandacht besteedt worden aan de toegankelijkheid vanuit de wijk. Herstructurering van sportvelden biedt mogelijkheden om de park gedachte verder vorm te geven. Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud en ontwikkeling. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. Hoofdboomstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur.
De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Binnen het bestemmingsplan is geen hoofdbomenstructuur aanwezig. Bomen binnen het plangebied Binnen het plangebied zijn diverse bomen aanwezig. Door de ontwikkeling van de Aldi is het noodzakelijk om 9 bomen te kappen. Ter compensatie van de kap heeft Aldi een compensatieplan opgesteld. Zo worden er 9 nieuwe bomen op het parkeerterrein toegevoegd. Daarnaast wordt een nader op te stellen compensatieplan voor de speeltuin opgesteld om ook daar bomen en groen terug te brengen (Groencompensatie Aldi Molenweg Nijmegen, Rho adviseurs, 1 februari 2021, Kenmerk 44000468_20201951JB). Bomenplan Nijmegen (2021) In de Omgevingsvisie 2020-2040 Nijmegen Stad in Beweging heeft de gemeente uitgesproken een economisch veerkrachtige, sociale en gezonde, aantrekkelijke en duurzame stad te willen zijn. Eén van de opgaven uit de Omgevingsvisie is een groene en gezonde stad. Aangezien bomen hier in sterke mate aan bijdragen, is als nadere uitwerking van de Omgevingsvisie het Bomenplan Nijmegen opgesteld.
De doelstellingen van het bomenplan zijn: • gezonde bomen zo lang mogelijk behouden; • bomenkap zoveel mogelijk vermijden; • aanplant van bomen zoveel mogelijk stimuleren; • dat de belangrijkste bomen in de stad een groene beschermde verbindende structuur vormen. We geven in het plan invulling aan onze ambities, de opgaven en ruimtelijke keuzes op het vlak van bomen. Er wordt richting gegeven aan een integrale ontwikkeling van de verschillende belangen en waarden die bomen voor de stad Nijmegen vertegenwoordigen, waaronder het behoud van bomen en het versterken van de boomstructuur. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
37
uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor algemene en zeldzame soorten. Hier stemmen we het beheer af op de natuurwaarden en wordt het gebruik van die gebieden voor recreatie meer gereguleerd en gestuurd wordt. Tevens waken we bij deze hotspots voor versnippering, aantasting en doorsnijding. De ecologische waardevolle wijkspots vervullen een rol op wijkniveau en maken het mogelijk om natuur dichtbij huis te beleven.
Groen en gezondheid Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist al op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Met Nijmegen: Groen, gezond en in beweging (vastgesteld door het College op 14 maart 2017 en ook opgenomen in de gezondheidsagenda) werkt de gemeente aan gezonde inwoners in een gezonde omgeving. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd.
Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte
38
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht. Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen mee wordt ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten.
Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen en diverse planten nemen fijnstof op uit de lucht. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat. Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. We streven naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling.
4.11
Cultuurhistorie
Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
39
Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 155-2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken.
De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.
Het bestemmingsplangebied valt geheel binnen gebiedstype 2 van de cultuurhistorische beleidskaart. In gebiedstype 2 gaat het om de samenhang tussen structuren en historische bebouwing en zijn de huidige stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt bij ruimtelijke plannen. In bestemmingsplannen wordt maatwerk toegepast ten behoeve van de bescherming van cultuurhistorische waarden, indien sprake is: a. cultuurhistorisch waardevolle structuren; b. cultuurhistorisch waardevolle ensembles en zones. Bij cultuurhistorisch waardevolle structuren gaat het om lijnvormige elementen, zoals bijvoorbeeld wegen, dijken, wallen, lanen en waterlopen. Bij cultuurhistorisch waardevolle
40
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
ensembles gaat het om plekken in het stadsweefsel, die van belang zijn vanwege de ruimtelijke samenhang tussen objecten en structuren met bijzondere historisch-geografische en historisch-(steden)bouwkundige waarden. Het betreft complexen, terreinen en gebieden met een herkenbaar karakter dat relatie houdt met de ontwikkelingsgeschiedenis en historische gelaagdheid van de buurt, wijk of stad. Cultuurhistorische waarden in het plangebied In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Evenmin worden met dit plan ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de aan het plangebied grenzende molenbiotoop van de Witte Molen zouden kunnen aantasten. Er is daarom geen aanleiding tot het maken van verdere opmerkingen.
4.12
Archeologie
Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.
Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.
De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
41
Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken.
Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied aan de Molenweg – Fuchsiastraat kende vooraf liefst drie verschillende waarden voor archeologie: de dubbelbestemming waarde archeologie 2, de wetgevingszone waarde 1 en waarde 0. Waarde 2 staat hierbij voor een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten in de ondergrond, waarde 1 staat voor een onbekende, lage en middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Waarde 0 wordt toegekend aan gebieden waar, meestal op basis van uitgevoerd archeologisch onderzoek, geen archeologische resten (meer) aanwezig zijn. Onderzoeken en aangepaste waarden archeologie in het plangebied In het gebied is in 2004 een beperkte waarneming gedaan, waarbij een paalkuil is gezien met daarin Romeins bouwmateriaal (tufsteen en dakpannen). Enkele andere vondsten dateerden in de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Dit onderzoek is nooit verder uitgewerkt of gepubliceerd. Voor de bestemmingsplanwijziging was de beschikbare informatie te gering, vandaar dat er in 2020 nader onderzoek is uitgevoerd. Om na te gaan hoe de situatie binnen het plangebied concreet was, en om daarmee te kunnen bepalen of dit van invloed is op de haalbaarheid van het plan, is een gecombineerd bureauonderzoek met een toetsend booronderzoek.
Hieruit bleek dat er binnen het plangebied op grote schaal verstoringen aanwezig zijn, waar geen archeologie meer kan zitten. Een beter inzicht in de landschappelijke ligging maakt duidelijk dat de kans op archeologie sowieso al gering was. Dat samen maakt dat de onderzoekers adviseerden om hier verder geen onderzoek te doen. De kans op archeologie is dermate klein dat dit voor de gemeente reden is om het hele plangebied af te waarderen naar waarde 0. Het uitgevoerde onderzoek is gerapporteerd als:
M. van Kooten & P. van de Geer, Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek aan de Molenweg-Fuchsiastraat te Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 318, 2020.
De gemeente Nijmegen onderschrijft zoals aangegeven de resultaten van het onderzoek. Deze gegevens leiden tot een aanpassing van de bestemmingsplanwaarden. Bestemmingsplanregels Voor het hele bestemmingsplangebied gaat de waarde 0 gelden: er is vanwege archeologie geen omgevingsvergunning nodig. De wettelijke meldingsplicht voor de zogenaamde toevalsvondsten blijft echter gelden.
42
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.
4.13
Verkeer en parkeren
Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer: Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Molenweg en de Bremstraat/Clematisstraat. Het gemotoriseerd verkeer wordt hoofdzakelijk via de Fuchsiastraat en de Molenweg ontsloten. Het parkeerterrein krijgt ook een uitrit op de Bremstraat welke alleen te gebruiken is als uitgang. De Molenweg functioneert als gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur) en de Bremstraat als een erftoegangsweg van 30 km/uur. Langzaam verkeer: Het plangebied is met de fiets en als voetganger ontsloten aan de noordwest zijde via de Fuchsiastraat en de Molenweg en aan de noordoost zijde via een nieuw aan te leggen verbinding naar de Bremstraat/Clematisstraat. Deze twee laatste wegen zijn erftoegangswegen (30 km/uur) binnen de bebouwde kom. Openbaar vervoer: Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aangewezen op de haltevoorzieningen van de Molenweg. Deze bevinden zich respectievelijk op ca. 100 meter loopafstand. Expeditie: Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”(1). Dit is een uitwerking van de door raad vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030”(2).
De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke” en het plangebied Aldi Molenweg valt in gebied "1e schil”. Het aantal toe te voegen parkeerplaatsen is opgenomen in de notitie “Verkeerszaken Aldi Molenweg” welke als bijlage is toegevoegd. Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoord in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
43
Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. De Fuchsiastraat is een erftoegangsweg waar een snelheidsregime geldt van 30 km/uur. Verkeerstoename: De verkeersgeneratie wordt berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. Dit is een uitwerking van de door raad vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030”. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke” en het plangebied Aldi Molenweg valt in gebied "1e schil”. Op de Molenweg rijden er in 2030 (volgens verkeersmodel 2030H) ongeveer 8500 mvt/etmaal. In de bijlage is de notitie “Verkeerszaken Aldi Molenweg” toegevoegd. In deze notitie is berekend hoeveel de verkeerstoename bedraagt. Hieruit blijkt dat de Molenweg en de kruising met de Fuchsialaan de te verwachte verkeerstoename goed kan verwerken.
(1) Vaststelling door het College van Burgemeester en Wethouders medio december 2020 (2) Vaststelling door de Raad van de gemeente Nijmegen eind oktober/november 2020
4.14
Ruimtelijke veiligheid
Inrichting openbare ruimte: ontvluchting en zelfredzaamheid Hoe de openbare ruimte is ingericht, is van invloed op de mate waarin hulpdiensten de incidentlocatie kunnen bereiken en betrokkenen bij een incident in staat zijn een locatie te ontvluchten. In dit kader zijn de mogelijkheden voor ontvluchting en zelfredzaamheid binnen het plangebied getoetst. Hoe vluchtroutes vanuit het nieuw te plaatsen bouwwerk lopen is in dit stadium niet te toetsen, de aansluiting van het bouwvlak op de openbare ruimte, laat een goede ontvluchting in beginsel wel toe. Aan de hand van het voorgelegde plan kunnen wat betreft de inrichting van de openbare ruimte geen beperkingen worden geconstateerd. Bij verdere uitwerking van het plan kunnen in het kader van de Omgevingsvergunning vanuit het Bouwbesluit nadere voorwaarden gesteld worden. Situering van gebouwen In verband met brandveiligheid kan het Bouwbesluit voorwaarden stellen aan de afstand tussen gebouwen onderling en de positionering ten opzichte van elkaar. Op basis van het huidige plan zien wij op voorhand geen bijzondere beperkingen met betrekking tot de situering. Eventuele nadere eisen kunnen in het kader van de omgevingsvergunning gesteld worden. Bereikbaarheid Wat bereikbaarheid betreft is het belangrijk dat een pand langs twee onafhankelijke routes door brandweervoertuigen is te bereiken.
Dit is van belang aangezien men, indien bijvoorbeeld door een verkeersopstopping een route onbruikbaar is, er altijd een alternatief is. Behoudens de laatste meters is dit mogelijk. Hoewel gezien de functie van het pand het voor de hand ligt dat het gebouw voor vrachtverkeer bereikbaar is, vragen wij toch aandacht voor bereikbaarheid door hulpdiensten van dit binnenterrein. Daarbij is/zijn de dimensionering van de wegen en de bereikbaarheid van de (hoofd)toegang van het gebouw van belang.
44
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
In beginsel dient op basis van het Bouwbesluit de toegang van de winkel tot op 10 meter benaderbaar zijn voor hulpverleningsvoertuigen; een opstelplaats moet op max. 40 meter gerealiseerd worden. Op basis van het voorgelegde plan lijkt dit mogelijk; bij verdere detailuitwerking dient hier aandacht voor te zijn. Op basis van dit plan zien we geen belemmeringen; mits er aandacht is bij verdere uitwerking voor bereikbaarheid (zie bovenstaande tekst). Bluswatervoorziening Het Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan de beschikbaarheid van bluswater. Afstand van de bluswatervoorziening(en) tot de brandweertoegang van gebouwen mag maximaal 40 meter bedragen. De capaciteit van de voorzieningen moet minimaal 60 m3/u bedragen. Hiervoor zal een aanvullende voorziening aangelegd moeten worden. Het is belangrijk dat, in samenhang met bovengenoemde opmerkingen over bereikbaarheid, er aandacht is voor de bluswatervoorziening bij de verdere uitwerking. Overstromingsrisico Het gebied kan bij overstroming 2 meter onder water komen te staan. Bij (her)plaatsing van belangrijke infrastructuur is het raadzaam (indien van toepassing) om hier rekening mee te houden. Gezien de functie van het pand is het overstromingsrisico niet direct problematisch.
De voorwaarden ten aanzien van bereikbaarheid en bluswatervoorziening zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012 en de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland.
4.15
Kabels en leidingen
Kabels en rioolleidingen vormen voor de planontwikkeling geen belemmering.
4.16
Niet Gesprongen Explosieven (NGE)
Het plangebied is verdacht op geschutsmunitie. Voor de verticale afbakening hanteren we een diepte van 2,5 meter beneden maaiveld. Zie printscreen hieronder.
De horizontale afbakening is gebaseerd op:
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
45
VGG_002
Geschutmunitie •
Tot en met 17 cm (Duits)
Op basis van de concept-PRA, uitgevoerd door T&A Survey, waarbij een analyse is gemaakt van historische data uit WOII en bodemverstorende activiteiten ná de oorlog, is het volgende advies opgesteld:
Locatie winkelcentrum (winkels):Inschatting is dat door de bouwactiviteiten de bodem tot ongeveer -2 m MV verstoord is (n.t.b.). Nog onderzoeken op CE vanaf onderkant verstoringen tot max -2,5 m MV*, Locatie voormalig wijkcentrum: Onderzoeken op CE vanaf onderkant verstoring door de sloop tot max -2,5 m MV*, Locatie parkeerterreinen, verhard sportveld, straten en wegen: Onderzoeken op CE vanaf onderkant verstoring door deze bouw- en aanlegactiviteiten tot max -2,5 m MV*. Locatie groenstroken: Deze zijn na de oorlog in zeer beperkte mate verstoord dus hier dient onderzoek op CE plaats te vinden vanaf maaiveld tot max -2,5 m MV*. Protocol toevalsvondsten hanteren voor: Die gedeelten van het plangebied waar werkzaamheden gaan plaatsvinden die buiten de hier boven aangegeven dieptes vallen. Zie bijlage voor werkwijze. *= exacte onderzoeksdiepten zijn nog nader vast te stellen, dit moet duidelijk zijn zodra het project de realisatiefase ingaat.
4.17
46
Duurzaamheid en Klimaat
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Duurzaamheidsagenda en ambities De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat (2008) en de Duurzaamheidsagenda (2011). Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de Duurzaamheidsagenda en de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik van Nijmegen en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Deze software staat via de gemeente Nijmegen ter beschikking aan ontwikkelaars in dit gebied. De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren en te toetsen op bouwbesluitaspecten zoals energieprestatie en materiaalprestatie.
Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. Vanaf 1 januari 2021 is bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Aldi plaatst op het dak zonnepanelen. Aardgasvrij Per 1 juli 2018 krijgen nieuwe gebouwen geen kleinverbruikersaansluiting meer. Met het oog op de toekomst is van belang onderzoek te doen naar alternatieven voor het verwarmen en koelen van het pand. Eén van de mogelijkheden is het toepassen van een warmte koude opslagsysteem (open of gesloten) in combinatie met een warmtepomp. Aldi heeft geen aardgasaansluiting nodig. Op basis van een warmteterugwinning installatie zal zij haar filiaal verwarmen.
Een bijkomend voordeel van dit soort systemen is, dat een gebouw hiermee niet alleen in de winter kan worden verwarmd, maar in de zomer ook kan worden gekoeld. Het systeem kan goed worden gecombineerd met het gebruik van restwarmte van de koel- en vriesinstallaties van de ALDI- supermarkt. Belangrijk bij het ontwerp van het gebouw is dat een lage temperatuur warmteafgifte systeem aanwezig is. Circulair en biobased bouwen Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruikte materialen te gebruiken en door het gebouw zodanig te ontwerpen dat hergebruik van materialen mogelijk is.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
47
Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849 cfb1dac8e8da5a94e3 Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.
In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Het beperkt willen houden van gezondheidsrisico is een ambitie die ook van toepassing is op de risico's van “nieuwe stoffen” in afvalwater, zoals bijvoorbeeld medicijnresten. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking. Natuurinclusief bouwen Nijmegen zet natuurinclusief bouwen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: - Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag, zorgt voor minder hittestress en droogte.
- Inpassen van bestaande bomen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. En ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. - Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. - Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen / waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. - Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. -
48
Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
-
Windhinderonderzoek bij gestapelde bouw
Duurzame mobiliteit Het autobezit in Nederland neemt nog altijd toe. Dit leidt tot opstopping van de wegen en uitstoot van broeikasgassen en luchtvervuilende stoffen. Om alternatief vervoer aantrekkelijk te maken, kan in de ontwikkeling rekening worden gehouden met:
Goede voorzieningen voor fietser en voetganger Toegankelijkheid van openbaar vervoer Voorzieningen voor (elektrische) deelmobiliteit, zoals (bak)fiets, scooter en auto
Daarnaast komen er naar verwachting steeds meer elektrische auto's in het straatbeeld. We adviseren om hierop in te spelen door te zorgen voor voldoende capaciteit van het elektriciteitsnet en laadvoorzieningen. Voor meer details zie paragraaf verkeer en parkeren.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
49
50
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.
5.2
Systematiek van de planregels
Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan Nijmegen Oud West - 2015 - 5 (Molenweg) bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.