Bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Tekst van het document
Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg) bestemmingsplan
2
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 10
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijvingtoekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken
11 11 11 12
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevantregionaalbeleid Relevant gemeentelijk beleid Conclusie
15 15 16 17 18 21
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17
Sectorale aspecten Vormvrije M.E.R.-beoordeling Economie Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Natuur- onderdeel Natura 2000 (stikstof) Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Ruimtelijke veiligheid Kabels en leidingen Niet Gesprongen Explosieven (NGE) Duurzaamheid en Klimaat
23 23 23 24 25 25 27 27 27 28 30 39 41 43 44 45 45 46
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels
51 51 51
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
53
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
55 55 55
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Aanmeldnotitie M.E.R. Bijlage 2 Ruimtelijk Economisch Onderzoek Aldi Molenweg Bijlage 3 Geactualiseerd Ruimtelijk Economisch Onderzoek Nijmegen Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 MemoStikstofberekening Aldi Molenweg Bijlage 6 Aangepaste memo Stikstof
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
57 58 59 Molenweg 60 61 62 63
3
Bijlage 7 AERIUS-berekening Stikstof Bijlage 8 Beleidsvisie Externe veiligheid Bijlage 9 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10 Verkennendbodem-en asbestonderzoek Bijlage 11 Quickscan beschermde soorten Bijlage 12 Groencompensatie Aldi Molenweg Bijlage 13 Situatietekening1 Bijlage 14 Situatietekening2 Bijlage 15 Selectiebesluit Archeologie Bijlage 16 Bureauonderzoeken verkennend booronderzoek Bijlage 17 Notitie Verkeerszaken Aldi Molenweg Bijlage 18 Aangepaste Notitie Verkeerszaken Aldi Molenweg Bijlage 19 Rapportage Parkeerdrukmeting Bijlage 20 Advies Veiligheidsregio Bijlage 21 Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Bijlage 22 Protocoltoevalsvondst van een explosief
Regels
64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
81
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
83 83 100
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Centrum Groen Verkeer
105 105 108 109
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
111 111 112 113 116 117 118
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel
121 121 123
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van bedrijvigheid (toelichting) Bijlage 2 Staat van bedrijvigheid
125 126 133
4
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Toelichting
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
5
6
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Op het moment speelt schaalvergroting voor supermarkten een grote rol om in te kunnen spelen op consumentenwensen. In de huidige situatie zijn de supermarkten Albert Heijn en Aldi naast elkaar aan de Molenweg gevestigd. De supermarktketen Aldi wil zich verplaatsen en zich gaan vestigen achter op het terrein naast de huidige winkel Albert Heijn. De te verplaatsen supermarkt van de Aldi zal in omvang met ruim 500 m2 wvo toenemen. Er is echter geen sprake van een vergroting van het assortiment omdat uitbreiding en verplaatsing van de winkel gericht is op het verruimen van de winkel zodat producten meer tot zijn recht komen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in Oud West aan de Fuchsiastraat ter hoogte van de Molenweg. Het plangebied ligt globaal genomen tussen de Molenweg, de Nieuwe Nonnendaalseweg, de Mirtestraat en de Bosbesstraat. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie I nummers 2210, 2728 (deels), 2500, 2532, 2502, 2533 en 1050. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 10540 m². Op onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015. Dit bestemmingsplan is door de raad op 30 maart 2016 vastgesteld; het plan is op 12 oktober 2016 onherroepelijk geworden.
8
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
De beoogde ontwikkeling past qua bestemming en maatvoering niet in het vigerend bestemmingsplan. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
Uitsnede: bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 met in rood de grenzen van onderhavig plan.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
9
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.
Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
10
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1
Beschrijving huidige situatie
Het gebied staat ook wel bekend als het buurtwinkelcentrum Molenweg-Noord. De twee bestaande supermarkten (Aldi en Albert Heijn), zijn op dit moment de belangrijke trekkers voor dit winkelcentrum en bedienen de omliggende wijken. Voor de twee supermarkten is een parkeerterrein aanwezig bedoeld voor bezoekers van het gebied. In de bestaande situatie (zie onderstaande afbeelding), zijn de Aldi en Albert Heijn gevestigd aan de Molenweg. Achter de twee supermarkten is de expeditie te vinden, een buurtspeeltuin en voorheen het gebouw van de gemeente Nijmegen waar wijkcentrum de Driesprong gehuisvest zat. Dit wijkcentrum is inmiddels afgebroken en maakt ruimte voor een nieuwe parkeerplaats met verblijfsgebied. Naast en boven de supermarkten aan de Fuchsiastraat zijn appartementen aanwezig. Zowel aan de zuidoostzijde als de zuidwestzijde, grenst het plangebied met de huidige supermarkten aan bebouwing met voornamelijk aaneen gebouwde woningen. Aan de zuidwestzijde wordt het terrein begrensd door de achtertuinen van deze woningen. Er zijn ook nog andere functies te vinden zoals een Rabobank en meerdere kleinere winkels en dienstverleningszaken. In de huidige situatie wordt het terrein aan de noordwestzijde ontsloten op de Molenweg. De ontsluiting aan deze zijde is breed en open waardoor er voldoende zicht is op de Molenweg en anderzijds bij het inrijden eveneens op het terrein.
Er zijn in de huidige situatie met regelmaat problemen bij het in- en uitrijden van de Molenweg. Het terrein is in de huidige situatie tevens bereikbaar via de Bremstraat.
.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
De reeds aanwezige Albert Heijn zal binnen het bestaande pand groeien doordat het vloeroppervlak van de huidige Aldi in gebruik wordt genomen. De Aldi komt in een groter formaat op de nieuwe locatie terug.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
11
De supermarkt en de kleinere dagwinkels en dienstverleningszaken zijn georiënteerd op de Molenweg en in het verlengde van de brede entree van de Molenweg. Ze zijn gesitueerd in langgerekte bebouwing met drie bouwlagen. De te realiseren nieuwe supermarkt wordt zichtbaar vanaf de Molenweg maar bevindt zich achter het pand van de Albert Heijn. Doordat een sterke concentratie van meerdere supermarkten op de betreffende locatie behouden wordt, blijft het een winkelgebied met veel bezoekersstromen. Het parkeren ten behoeve van de nieuwe supermarkt wordt geconcentreerd aan de noordoostzijde van de bebouwing en maakt onderdeel uit van een kwalitatief hoogwaardig ingericht terrein. Bij de inrichting van dit terrein wordt zorgvuldig gekeken naar de aansluiting op omliggende bebouwing en de omliggende openbare ruimte. Daarnaast wordt ter compensatie van het verdwijnen van een deel van de speeltuin (huidig basketbalveld) gezocht naar een toevoeging elders. Deze toevoeging is buiten de huidige ontwikkeling gelaten. De supermarkt vervult een wijkfunctie en heeft een nog steeds groeiende toevloeiing van klanten. Een goede bereikbaarheid met de auto en tevens fiets is essentieel. Dit betekent dat voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen voor auto's en voldoende fietsparkeren.
2.3
Stedenbouwkundige karakteristieken
Ruimtelijk De nieuwe Aldi draagt bij aan de beleving van de consument. Hierdoor blijft het aanbod gelijk voor de consument en kan het nog steeds kiezen uit twee supermarkten op korte afstand van hun woning. Het nieuwe pand van de Aldi vestigt zich naast de bestaande Albert Heijn. De nieuwe supermarkt is ruimtelijk in te passen op het achterterrein. De omvang van de nieuwe supermarkt is in totaal 1016 m2 wvo en 1463 m2 bvo (bruto vloeroppervlak). De winkel zal hierdoor met ruim 500 m2 wvo toe gaan nemen. Met de beoogde ontwikkeling wordt de uitstraling van beide winkels verbeterd en biedt dit nieuwe perspectieven om het bestaande terrein opnieuw in te richten. De ontwikkeling van de Aldi maakt onderdeel uit van de landelijke transformatie van alle Aldi winkels waarbij kleine en verouderde locaties door (architectonisch) moderne en grotere winkels worden vervangen. Door de nieuwe locatie van de Aldi op het terrein komt het huidig speelveld te vervallen en moet worden gecompenseerd. Na dit besproken te hebben met direct aanwonenden en de beheerder van de speeltuin is gebleken dat zij die compensatie graag buiten dit plangebied gerealiseerd zien. Diverse locaties zijn onderzocht en er is tot een voorstel gekomen om het speelveldje te compenseren door uitbreiding van het skateparkje in het Distelpark op de locatie van het volleybalveld.
Het volleybalveld zal daarbij worden verplaatst naar het Planetenpark. Het kunstgrasvoetbalveld in het Westerpark zal omheind worden met houten palen en de nu aanwezige tafeltennistafel wordt verplaatst naar het Westerpark. De kleine doeltjes op de Bredestraat worden vervangen door grote doelen. Deze voorstellen worden vooraf getoetst bij direct aanwonenden in de betreffende straten voordat ze daadwerkelijk zullen worden gepresenteerd op de informatieavond van de Molenweg. Door middel van informele digitale vragenuurtjes worden de diverse opties met de buurt verkend. Bij het inrichten van het gebied wordt rekening gehouden met het scheiden van de diverse verkeersstromen. De toegang naar de noordelijk gelegen parkeerplaats voor autoverkeer is losgekoppeld van het voetgangersgebied. Het is echter niet mogelijk om de laad- en losdocks te verplaatsen. Dit betekent dat ook in de toekomstige situatie er enkele vrachtauto's per dag via deze doorgang zullen moeten rijden voor de bevoorrading. De vrachtauto's moeten het voetgangersgebied doorkruisen omdat er geen andere mogelijkheid is om het gebied te bereiken. In tegenstelling tot de bestaande situatie waarbij de vrachtwagens achteruit naar de laad- en losdocks moeten rijden, kunnen ze in de nieuwe situatie vooruit erin rijden, wat een stuk veiliger is.
Om te voorkomen dat er gevaarlijke situaties ontstaan, is het noodzakelijk om bij de ruimtelijke inpassing hier al rekening mee te houden. Het gebruik van diverse kleuren materialisering en diverse straatverbanden is hiervoor een mogelijkheid. Op deze wijze kan het voetgangersgebied met de verblijfsruimte worden gescheiden van de rijbaan. Daarnaast wordt deze langzaam verkeersas begeleid met een groene haag.
12
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
De winkelkarren worden geplaatst aan de linkerzijde van de hoofdentree van de Aldi zodat consumenten slechts een korte looproute hoeven af te leggen met de winkelkar tussen de winkel en de parkeerplaats. Daarnaast wordt ook de fietsenstalling gesitueerd op het 'pleintje' voor de hoofdentree in de buurt van de winkelkarren. Ontsluitingsstructuur Het parkeren en de nieuwbouw wordt door middel van een groen ingerichte zone afgeschermd van het besloten speelterrein en de woonbuurt. De groen ingerichte zone wordt voorzien van een doorsteek ten behoeve van langzaam verkeer waardoor de speeltuin vanuit deze richting ook makkelijk bereikbaar wordt. Het pad wordt toegankelijk gemaakt voor fiets- en wandelverkeer. De invaliden parkeerplekken en ouder- en kind parkeerplekken worden zo dicht mogelijk bij de ingang geplaatst. Het parkeren voor de Aldi en de compensatie van het parkeren in de huidige openbare ruimte wordt samen met het parkeren voor de bewoners en winkeliers opgelost op het noordelijk gelegen parkeerterrein. Er zijn 31 parkeerplaatsen bestemd voor de bewoners van het appartementencomplex. Deze separate parkeerplaatsen zijn niet openbaar toegankelijk en uitsluitend via een poort bereikbaar. Het parkeerterrein wordt deels afgesloten.
De randzone tussen het afgesloten deel van de parkeerplaats en het openbaar toegankelijke deel wordt groen ingepast zodat het hekwerk uit het zicht wordt ontnomen en de randen worden vergroend. De verplaatsing van de Aldi biedt ook mogelijkheden voor een kwaliteitsverbetering voor de omgeving en zal de parkeerdruk enigszins doen verminderen door aanvullende parkeerplaatsen. In totaal komen er 68 vrij toegankelijke parkeerplaatsen en daarbij is er rekening gehouden met extra parkeerplekken voor ouder- en kind en parkeerplekken voor minder validen. De supermarkten krijgen ieder afzonderlijke laad- en losdocks. Deze worden wel gekoppeld en zijn centraal in het gebied gelegen tussen beide supermarkten. Vanuit de Molenweg kunnen de vrachtauto's richting de noordelijk gelegen parkeerplaats rijden en vervolgens terugsteken naar de laad- en losdocks. Om de centraal gelegen logistieke ruimte in te passen moet een passende groene afscherming worden geplaatst zodat er een ruimtelijke en visuele aansluiting is op de openbare ruimte en de nieuwe geveluitstraling van de Aldi. In het smalle deel tussen de Albert Heijn en de geldautomaat komt een parkeerhaven ten behoeve van de geldautomaat. De ruimte voor de geldautomaat dient toegankelijk te blijven voor de geldauto.
De huidige problemen bij het in- en uitrijden van de Molenweg hebben enerzijds te maken met de drukte, maar komen met name door de gemengde verkeersstromen, de smalle doorgang tussen de pinautomaat en de Albert Heijn en daarnaast de geregelde uitrit met verkeerslichten voor voetgangers. Om deze problemen op te lossen wordt onderzocht of de verkeerslichten verwijderd kunnen worden of kunnen worden verplaatst. Daarnaast wordt een extra uitgang gerealiseerd bij de Bremstraat zodat autoverkeer in drukke perioden op twee manieren het terrein kan verlaten. Daarnaast zorgt deze extra uitrit ervoor dat in het geval van calamiteiten een extra nooduitgang aanwezig is en brandweer en ambulancediensten het gebied kunnen bereiken en verlaten. Bebouwingstypologie De toekomstige supermarkt van de Aldi en de ontwikkeling van de openbare ruimte geeft een ruimtelijk kwaliteitsimpuls van dit achterliggende terrein aan de Molenweg. Om het gebouw ruimtelijk goed in te passen in de omgeving krijgt het een open en transparant uiterlijk dat conform de nieuwe architectonische uitstraling van de Aldi gerealiseerd gaat worden. Daarbij is de bouwhoogte van belang en de vormgeving van de gevels. Een aandachtspunt hierbij is dat ook de achtergevel van de Aldi een passende uitstraling gaat krijgen richting het speelterrein.
Dit kan ook worden gerealiseerd door een erfafscheiding te plaatsen met een (bloeiende) klimplant. Door het toevoegen van deze kwaliteitsimpuls wordt het achterterrein makkelijk bereikbaar, functioneler, sociaal veiliger en toegankelijker.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
13
Bij het plaatsen van een reclamezuil dient rekening te worden gehouden met de locatie zodat dit geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de omgeving en de veiligheid. De reclamezuil moet worden geplaatst op een locatie waar deze het zicht op de Molenweg vanaf de in- en uitrit niet belemmert en dient ingepast te worden in de omgeving. Daarnaast dient de reclamezuil niet te kolossaal over te komen. Inpassing groen Het uitgangspunt bij ontwikkelingen in de binnenstad is het realiseren van een aantrekkelijke en groene buitenruimte. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuren en openbaar toegankelijke ruimten waar functies aan worden gekoppeld. Het tegengaan van hittestress is een van de uitgangspunten tezamen met het verbeteren van de luchtkwaliteit. We richten ons op sterke wijken met voor iedereen passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Ook werken we aan een aantrekkelijke omgeving in de nabijheid van iedere woning. Dit houdt in dat elke wijk een kwalitatief goede openbare ruimte dient te hebben met groen, water, natuur, ecologie en groene verbindingen, die uitnodigt tot ontmoeting, spelen, bewegen en recreatie. Bij de locatie Molenweg-Noord komen spelen, ontmoeten, groen en detailhandel functies samen. Het verbinden en vergroenen van het gebied zorgt voor een plek met meerwaarde.
Dit kan onder meer worden bereikt door natuurinclusief te bouwen. Denk hierbij aan een groene schutting met panelen voor kunst, diverse nestkasten aan de gevel en begroeiing afgestemd op de huismus. De plantvakken en borders aan de voorzijde van de hoofdentree kunnen worden ingeplant met kleurrijke beplanting ten behoeve van een verbetering van de biodiversiteit. Daarnaast wordt (indien dit mogelijk is) een sedumdak gecombineerd met zonnepanelen geplaatst zodat naast de natuurinclusiviteit er ook een prettig uitzicht is voor de bewoners van de omringende appartementen. Op de locatie wordt zoveel mogelijk groen behouden en versterkt middels de aanplant van diverse boomsoorten en planten. Er worden zitelementen geplaatst rondom plantvakken met hierin veel bloei waarbij ruimte ontstaat voor een langzaamverkeersas in het gebied die tevens als verblijfsruimte fungeert. De verkeersas voor langzaam verkeer verbindt de Bremstraat met de Molenweg. Het aanplanten van hagen draagt bij aan een vergroening van het gebied, zorgt ervoor dat plekken fysiek kunnen worden gescheiden zoals de rijbaan en het voetgangersgebied. Behoudens hetgeen dit bestemmingsplan mogelijk maakt aan supermarktvestigingen voor de Albert Heijn en de Aldi zijn er geen nieuwe supermarkten in het winkelcentrum MolenwegNoord toegestaan.
14
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Relevant rijksbeleid
Besluit ruimtelijke ordening Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren).
De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Ladderonderbouwing De provincie Gelderland streeft naar een duurzame economische structuur. Voldoende voorzieningenaanbod is hierbij een van de uitgangspunten. Om tot een duurzaam en aantrekkelijk voorzieningenaanbod te komen streeft de provincie naar transformatie en vernieuwing van bestaande winkelgebieden. Om een zorgvuldige ruimtelijke afweging te kunnen maken voor nieuwe detailhandelsontwikkelingen is de ladder voor duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Met de Stadsregio Arnhem Nijmegen zijn nadere afspraken gemaakt ten aanzien van detailhandelsontwikkelingen in het Regionaal Programma Detailhandel (2013). De hoofddoelstelling van het RPD is: het in onderlinge samenwerking het creëren en in stand houden van een evenwichtige en duurzame regionale detailhandelsstructuur met een zo compleet mogelijk voorzieningenpakket voor de consument en perspectief voor ondernemers / marktpartijen, zodat zij kunnen en willen investeren in vernieuwing.
Nieuwe detailhandelsontwikkelingen worden bij voorkeur gekoppeld aan andere ruimtelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt hierbij is kwaliteit boven kwantiteit. De vernieuwing binnen de detailhandel moet bij voorkeur gefaciliteerd worden binnen de bestaande detailhandelsstructuur. Het wijkwinkelcentrum Molenweg-Noord in Nijmegen betreft een lokaal verzorgend centrum met voornamelijk een functie voor het direct omliggende woongebied. De nadruk ligt dan ook op boodschappen doen. Het bureau RHO heeft in 2017 een ruimtelijk economisch onderzoek gedaan naar de uitbreiding van de Aldi in wijkwinkelcentrum Molenweg Noord.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
15
Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een kwalitatieve behoefte om de complete dagelijkse voorzieningen structuur in Nijmegen-West te behouden en te versterken. Het harddiscountsegment maakt hier een wezenlijk onderdeel van uit en is een belangrijke trekker voor wijkwinkelcentrum Molenweg-Noord. Verder blijkt uit distributieplanologisch onderzoek (tabel 3.2 – distributie planologische marktanalyse) dat er meer dan voldoende ontwikkelruimte is voor de beoogde ontwikkeling van Aldi. Naar de toekomst toe, rekening houdend met de bevolkingsontwikkeling, neemt de ontwikkelruimte nog verder toe, waardoor ook andere dagelijkse aanbieders zoals de AH kunnen uitbreiden naar een moderne winkelmaat. De beoogde ontwikkeling van Aldi in het winkelgebied Molenweg-Noord past dan ook bij de kwantitatieve - en kwalitatieve behoefte van de consument aan een compleet en modern dagelijks winkelaanbod. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling van Aldi aanvaardbaar is in relatie tot een goed woon-, leef- en ondernemersklimaat. Met de ontwikkeling worden bestaande stedelijke gronden getransformeerd op een beleidsmatig gewenste locatie. De ontwikkeling voldoet hiermee aan de voorkeursvolgorde van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Relevant provinciaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland? De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten.
Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2. Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3. Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is sturen op doelen en kwaliteit, niet op de exacte middelen.
16
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Omgevingsverordening Gelderland De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is.
De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
3.3
Relevant regionaal beleid
Sinds 1 juli 2015 bestaat de Stadsregio Arnhem-Nijmegen niet meer als officiële bestuurslaag. Hierdoor is er geen instantie meer direct verantwoordelijk voor het regionale beleid op het gebied van mobiliteit, ruimte, wonen en werken. Voor de beleidsvelden wonen, detailhandel en bedrijventerreinen geldt dat provincie Gelderland in haar omgevingsvisie en omgevingsverordening nog wel verwijst naar de regionale afspraken. Voor deze beleidsvelden worden nog steeds regionale afspraken vastgelegd in gezamenlijk overleg met regiogemeenten en provincie.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
17
3.4
Relevant gemeentelijk beleid
Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen: samen vooruit In het coalitieakkoord zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. De aandacht voor de woningbouwopgave in de Waalsprong en het Waalfront is onverminderd. We veranderen de beleidslijn door het 'nee, tenzij' beleid, waarbij we voornamelijk voorrang gaven aan ontwikkelingen in de Waalsprong en Waalfront, te veranderen in 'ja, mits' beleid. Daarbij zetten we op een stedelijk niveau in op een mix van woonmilieus en per wijk een wisselende mix van woningtypen. Daarbij is nadrukkelijk ook groei mogelijk voor de bestaande stad waarbij we zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft, waarbij we op geschikte locaties inzetten op extra sociale en middeldure huurwoningen. Daarbij hebben we ook blijvende aandacht voor de kwaliteit en binnenklimaat van woningen en de betaalbaarheid van de energierekening. De beleidswijziging van ja, mits vraagt om een uitwerking die gericht zal zijn op het bouwen naar behoefte en een ongedeelde stad. De extra opgave van sociale en middeldure huurwoningen verdelen we over de stad en Waalsprong. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040.
De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad 2. Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen 3. Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente 4. Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad.
Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
18
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (20182022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren.
Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen. 4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. 8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
19
1. Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemenging. 2. Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren. 3. Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a.
een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau. 4. Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad. 5. Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslagen energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. 6. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal.
Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat. 7. Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen.
20
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
8. We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.
3.5
Conclusie
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
21
22
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De realisatie van een winkelcentrum is opgenomen in de eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het gaat hier echter om nieuwvestiging van een supermarkt. Dit wordt niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Voor een nadere onderbouwing van de drie toetsingscriteria wordt op deze plaats verwezen naar de bijlage 'Vormvrije m.e.r.-beoordeling Aldi Molenweg' bij de toelichting.
4.2
Economie
Beleidskader Nijmegen kent een fijnmazig net aan winkelcentra in de stad, bestaande uit de binnenstad, wijkcentra en buurtwinkelcentra. Beleid is om dit bestaande netwerk te behouden en daar waar nodig te versterken. Ieder winkelcentrum heeft een eigen functie. Zo is de Nijmeegse Binnenstad gericht op recreatief winkelen. De bezoeker gaat naar de binnenstad voor het breed palet winkels. Hij gaat voor het vergelijkend winkelen. Ook gaat hij steeds meer naar de binnenstad omdat daar iets te beleven valt. Voor de dagelijkse boodschap kunnen de bewoners van Nijmegen terecht bij buurtcentra in de directe nabijheid. De structuur van de buurt- en wijkwinkels in Nijmegen is opgehangen aan een netwerk van supermarkten verspreid over de stad. Het beleid is steeds geweest logische verzorgingspunten te realiseren onder het motto compact, compleet en comfortabel. In Nijmegen West is het wijkwinkelcentrum Molenweg Noord ruim 20 jaar geleden uitgebreid en vernieuwd. Met de Albert Heijn en Aldi trekt het winkelgebied veel klanten. In feite iets teveel voor de aanwezige parkeer- en stallingsfaciliteiten. Bij dit wijkwinkelcentrum treffen we ook het meeste overige winkelaanbod voor de dagelijkse boodschap aan. De Kruidvat, Zeeman, apotheek en viszaak benadrukken de functie van dit winkelgebied als wijkwinkelcentrum voor het marktgebied West.
Wel zijn de huidige supermarkten wat aan de kleine kant voor dit functioneringsniveau. Ook is de integratie van de speciaalzaken aan de overzijde niet optimaal vanwege de doorsnijding met de Molenweg. Het draagvlak voor dit wijkwinkelcentrum heeft zich de laatste 10 jaar gunstig ontwikkeld. Ook de komende tien jaar komen er meer mensen in de omgeving wonen (Waalfront West). Het wijkwinkelcentrum Molenweg Noord kent hierdoor een gunstige huidige en ook toekomstige draagvlakontwikkeling (Waalfront West). Inzet is om het wijkwinkelcentrum verder te versterken door uitbreidingsmogelijkheden te bieden aan zittende supermarkten.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
23
De nieuwbouw van de Aldi bij het wijkwinkelcentrum Molenweg Noord past bij de beleidsmatige behoefte van de gemeente Nijmegen aan behoud en versterking van de bestaande winkelstructuur. Binnen Nijmegen-West is Molenweg-Noord aangemerkt als wijkwinkelcentrum, bestaande uit twee supermarkten en aanvullende speciaalzaken. Het behoud van twee supermarkten is van groot belang om de verzorgingsfunctie van een wijkwinkelcentrum te kunnen behouden. De achter te laten winkelunit van Aldi wordt toegevoegd aan de winkel van Albert Heijn, zodat ook deze supermarkt kan beschikken over een moderne winkelmaat. De consumenten in Nijmegen-West behoefte hebben aan een zo compleet mogelijke voorzieningenstructuur op aanvaardbare afstand. Het geldende detailhandel structuurbeleid is in 2005 vastgesteld. In 2017 werd gewerkt aan een herziening van dit detailhandel structuurbeleid. Naast actualisatie van het huidig functioneren en de structuur werd hierbij ook o.a. gekeken naar landelijke trends en ontwikkelingen. Op wijkniveau speelt de detailhandel structuur een belangrijke rol voor bewoners omdat het gebruik van de buurt- en wijkwinkels is verweven met de dagelijkse leefomgeving van mensen. De ontmoetingsfunctie van winkels vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de omgeving. In verband met de realisatie van de omgevingsvisie is dit concept nooit officieel vastgesteld.
De beleidslijnen hiervan worden/zijn opgenomen in de/het omgevingsvisie/plan.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en visuele aspecten van belang en mogelijk andere hinderaspecten. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc..
24
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
Het plangebied maakt een supermarkt mogelijk (SBI code 471, categorie 1). Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter voor zowel gevaar als geluid. Hinder van geluid kan optreden door met name laden en lossen, parkeren en de inrichting zelf zoals de ventilatie en koeling. De afstand van de inrichtingsgrens tot aan de gevel van het dichtstbijzijnde gevoelige object (woning) is meer dan 10 meter. De inrichting zelf is dus op grond van de richtwaarden uit de VNG brochure toelaatbaar. Het laden en lossen van goederen, het parkeren van bezoekers en het gebruik van winkelwagens leidt vaak tot overlast in de omgeving. Om te bepalen of er sprake is van goede ruimtelijke ordening is een geluidonderzoek (Geluid Plus, 11 november 2020) uitgevoerd. Slechts op een punt wordt het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode overschreden met 1 dB(A). Voor de overige beoordelingspunten en ook in de avond en nacht zijn er geen overschrijdingen. In de dagperiode is er een overschrijding van de piekgeluid door vrachtwagenbewegingen en in de avond door dichtslaande autoportieren. De maximale geluidniveaus worden dan overschreden op de appartementen aan de Fuchsiastraat (dag en avond) en de Molenweg (dag). De geluidniveaus als gevolg van de verkeersaantrekkende werking is maximaal 53 dB(A) op de gevel en liggen onder grenswaarde. Met een gevelwering van 20 dB(A) is dit acceptabel.
Om te kunnen voldoen aan het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau zullen er maatwerkvoorschriften worden opgenomen voor het in werking hebben van de supermarkt. Hierdoor kan de geluidbelasting omlaag en kan voldaan worden aan de eis van een goed woon- en leefklimaat. Voor wat betreft de overschrijding van de piekniveaus als gevolg van het af- en aanrijden van de vrachtwagen en dichtslaan van autoportieren kan gesteld worden dat met een gevelwering van 20dB(A) voldaan kan worden aan het binnenniveau van 55 dB(A) voor piekgeluid in de dagperiode. Voor wat betreft parkeren kan worden opgemerkt dat een groot deel van het parkeerterrein al bestaand is en dat de uitbreiding richting de Bremstraat naar verwachting geen hinder zal opleveren omdat tussen de parkeervoorziening en de woningen aldaar een hoogwaardige groenstrook wordt gerealiseerd. De overschrijding van de piekgeluidniveaus is dan ook geen verslechtering van de bestaande situatie. Aanvullende maatwerk regels zijn echter noodzakelijk zodat de supermarkt ook aan de regels van het Activiteitenbesluit kan voldoen. Uit het onderhavig onderzoek blijkt dat er een acceptabel woon- en leefklimaat is ter plaatse van omliggende woningen en appartementen. De gemodelleerde overschrijdingen van de geluidnormen zijn beperkt. Overschrijding van de norm zal worden tegengegaan door maatwerkvoorschriften op te leggen.
Het geluidniveau in omliggende woningen is voldoende geborgd. Conclusie Er is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Geluid
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen of nieuwe gezoneerde geluidbronnen mogelijk. Het plan hoeft dus niet te worden getoetst aan de Wet geluidhinder.
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
25
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
Tabel: luchtkwaliteit
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; - de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; - De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; - er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.
Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het onderhavige plan bestaat uit het voornemen om een supermarkt uit te breiden met 1000 m2 wvo. De netto verkeersaantrekkende werking van deze wijziging veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer (vergelijkbaar met verkeersaantrekkende werking van 1500 woningen). Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen en hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen
26
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een supermarkt is geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties stikstofdioxide en fijn stof (max. 25 ìg/m 3 stikstofdioxide) echter niet hoger dan de grenswaarden (tot 25 ìg/m 3 stikstofdioxide). Er zijn geen bezwaren voor realisatie van het plan.
4.6
Natuur - onderdeel Natura 2000 (stikstof)
Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand zijn uit te sluiten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in bijlage). De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. In de omgeving van het plangebied ligt alleen het spoor van Nijmegen naar Den Bosch op ongeveer 650 meter afstand. Dit spoor kan enige invloed op het plangebied hebben. Het plangebied ligt in de zone vanaf het spoor waarin alleen een zeer onwaarschijnlijk toxisch scenario kan optreden. Voor een volledige verantwoording van dit risico wordt verwezen naar de standaardverantwoording op pagina 33 van de beleidsvisie externe veiligheid van Nijmegen uit 2014. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.8
Bodem
Bodemkwaliteit op de planlocatie: De bodemkwaliteit op de planlocatie is beoordeeld op basis van de volgende rapporten: - Verkennend bodemonderzoek Fuchsiastraat , Witteveen en Bos, Nm60.232-25, d.d. 4 april 2002;
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
27
- Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Fuchsiastraat 10, Tauw adviesbureau, kenmerk 1260613, 8 november 2017; De resultaten van het laatst genoemde onderzoek komen overeen met de resultaten van het onderzoek uit 2017. Belangrijkste conclusies:
Op zowel het noordelijk als zuidelijk terreindeel komen licht tot matig verhoogde gehalten aan metalen en PAK voor in de boven- en ondergrond. Op het noordelijk terreindeel is onder de tegels en het cunetzand, een geroerde bodemlaag aanwezig. Deze is visueel verontreinigd met betonpuin, baksteen en kooldeeltjes. In deze bodemlaag zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan PAK en zware metalen gemeten. De in het eerste onderzoek gemeten sterk verhoogde gehalten aan PAK zijn tijdens het huidige onderzoek niet gemeten. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen. Het gehalte aan asbest blijft beneden de rapportagegrens; geen verontreiniging.
Advies en opmerkingen: Er zijn geen bezwaren wat bodem betreft om de locatie te herontwikkelen. Bij het realiseren van de gewijzigde bestemming verwachten we zodoende geen maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging.
4.9
Water
De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Algemeen De realisatie van een nieuw pand, waarin de Aldi aan de Molenweg gehuisvest zal worden. Het bestaande pand waarin de Aldi gevestigd is zal worden verbouwd, zodat de naastgelegen Albert Heijn over een groter winkeloppervlak kan beschikken. Het plangebied ligt in de wijk Wolfskuil en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het hoofdbemalingsgebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden geen wijzigingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen.
Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door:
28
bestemmingsplan Nijmegen Oud West 2015 - 5 (Molenweg)
- een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; - maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; - een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen.