Bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Tekst van het document
Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg) bestemmingsplan
2
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijvingtoekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevantregionaalbeleid Relevant gemeentelijk beleid Conclusie
15 15 15 17 17 18
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18
Sectorale aspecten Vormvrije M.E.R.-beoordeling Wonen Economische Zaken Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Natuur- onderdeel Natura 2000 (stikstof) Ruimtelijke veiligheid Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren NGE (Niet Gesprongen Explosieven) Kabels en leidingen Duurzaamheid en Klimaat
19 19 19 22 22 22 22 24 24 26 31 32 38 44 46 51 51 52 52
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels
55 55 55
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
57
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
59 59 59
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
3
Bijlagen bij toelichting 61 Bijlage 1 Zienswijzennota Sint Agnetenweg 62 Bijlage 2 Notitie Scheepvaartlawaai 63 Bijlage 3 Verslag geluidonderzoek Bp Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg) 64 Bijlage 4 Stikstofrapport 65 Bijlage 5 Advies Veiligheidsregio 66 Bijlage 6 Handreikingbluswater en bereikbaarheid 67 Bijlage 7 Berekening met wonen met zorg 68 Bijlage 8 Beleidsvisie Externe veiligheid 69 Bijlage 9 Bijlage1 70 Bijlage 10 Verkennendbodem-en asbestonderzoek 71 Bijlage 11 Verkennend bodemonderzoek 72 Bijlage 12 Quick Scan Beschermde soorten 73 Bijlage 13 Aanvullend onderzoek vleermuizen en alpenwatersalamander 74 Bijlage 14 BEA 75 Bijlage 15 BEA (2) 76 Bijlage 16 Archeologischonderzoek Dorpsstraat (1) 77 Bijlage 17 Archeologischonderzoek Dorpsstraat (2) 78 Bijlage 18 Archeologischonderzoek Dorpsstraat (3) 79
Regels
81
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
83 83 98
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Gemengd Waarde - Archeologie 2
103 103 105
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
109 109 110 111 113 114
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel
117 117 119
4
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Toelichting
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
5
6
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Met het plan wordt beoogd om op het perceel St. Agnetenweg 25 (achterterrein St. Agnetenweg 27-29) nadat sloop van de bestaande bebouwing heeft plaatsgevonden, maximaal 45 appartementen beschermd en beschut wonen te realiseren.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt achter de St. Agnetenweg in de westelijke rand van de wijk Lindenholt tegen de groenzone langs het Maas-Waalkanaal. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie K nummers 4252 en 4254. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 4845m². Op onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt. Dit bestemmingsplan is door de raad op 6 juni 2012 vastgesteld; het plan is op 12 december 2012 onherroepelijk geworden. De beoogde ontwikkeling past qua bestemming en maatvoering niet in het vigerend bestemmingsplan. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
8
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Uitsnede: bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt met in rood de grenzen van onderhavig plan.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
9
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
10
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1
Beschrijving huidige situatie
Voor de aanleg van het Maas-Waalkanaal in de jaren twintig van de vorige eeuw was de huidige St. Agnetenweg onderdeel van de Dorpsstraat in het dorp Neerbosch. De bebouwing bestond uit zogenaamde lintbebouwing; een lint van op de straat gerichte, overwegend vrijstaande bebouwing met daarachter agrarisch gebied. Met de aanleg van het MaasWaalkanaal en de bouw van de wijk Lindenholt (in de jaren ’80-’90) is dit deel van de straat afgesneden van het dorp Neerbosch en opgenomen in de stedenbouwkundige structuur van de nieuwbouwwijk. Achter de lintbebouwing bleef een brede zone onbebouwd. Deze gebieden zijn in de afgelopen decennia geleidelijk ingevuld. Het plangebied betreft zo’n achtergebied waar thans een bouwbedrijf gevestigd is. Het terrein heeft een driehoekige vorm en wordt aan twee zijden begrensd door de achtertuinen van de woningen aan de St. Agnetenweg en het Johannushof. Aan de andere zijde wordt de grens gevormd door een houtwal langs een watergang en de groene zone langs het kanaal. Het gebied wordt alleen ontsloten vanaf de St. Agnetenweg. Hierdoor heeft het een solitair karakter. Langs de St. Agnetenweg is de kenmerkende ruimtelijke karakteristiek van het bebouwingslint nog altijd herkenbaar (een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg, met open ruimte tussen de bebouwing en een historisch gegroeide menging van functies).
Het gebied aan de zuidwestzijde is rond de eeuwwisseling ingevuld met tweekappers rondom een binnenhof (het Johannushof). Karakteristiek is de losse korrel van de randen met doorzichten naar de kronen van de bomen in het achtergebied en de groenzone langs het kanaal. Een deel van het plangebied wordt gevormd door de achtertuin van St. Agnetenweg 33/35.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
De besloten ligging van het plangebied past bij de beoogde beschermde woonvorm. Het creëren van een veilige en rustige omgeving zijn enkele belangrijke pijlers van het woonconcept. Maar deze solitaire ligging betekent ook dat (vanwege de vele achterkantrelaties) de woonkwaliteit grotendeels ontleend zal moeten worden aan de inrichting van het terrein zelf. Een kwalitatief hoogwaardige landschappelijke inpassing met aandacht voor plaatsing van nieuwe boomgroepen en bomenrijen dient te zorgen voor privacy en een hoge belevingswaarde. De ambitie hierbij is om de sfeer te creëren van een groen binnenhof met een enkel gebouw, gelegen aan het kanaal. De ligging tegen de groenzone langs het kanaal biedt een mooie kans om de kwaliteiten van het gebied optimaal te benutten en de groenzone naar binnen te halen. Op deze wijze kan een inbreiding plaatsvinden die voldoet aan de opgestelde ruimtelijke uitgangspunten. Daarnaast houdt deze rekening met de omgeving en zorgt deze er tevens voor dat het uitzicht van omringende woningen zoveel als mogelijk meegenomen wordt in het ontwerp.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
11
Gebouw Door het concept van een hoftuin met een solitair karakter en omzoomd door een glooiende oostrand en diverse flora en fauna kan het gebouw zich zowel qua volume als architectuur presenteren als een eigenzinnig element in die tuin. Het gewenste bouwvolume is cruciaal voor de financiële haalbaarheid van het plan. In eerste instantie is gezocht naar een clustering van het gebouw, welke centraal in het plangebied is gelegen. Echter is na overleg met omwonenden gezocht naar een andere invulling van het terrein waardoor het gebouw uiteindelijk in de richting van het kanaal gesitueerd is. Dit betekent dat het gebouw zich als het ware spreid over een dusdanige breedte van het terrein dat dit wel ten koste gaat van de openheid van het gebied. Daarentegen ontstaat door de ligging aan het kanaal een open ruimte tussen het nieuwe bouwblok en de bestaande bebouwing in de randen. Deze open ruimte kan groen ingevuld worden en creëert tevens een afstand. Door een juiste inpassing van groen wordt de privacy van zowel het zorgcomplex als de omringende bebouwing gewaarborgd. Terrein Het terrein is gelegen achter bestaande bebouwing (de bebouwing in de rand). Door de ligging heeft het terrein in principe een besloten karakter.
Enerzijds is dit besloten karakter gunstig vanwege de aangeboden zorg op de locatie, anderzijds zorgt dit ervoor dat het gebied zich afzondert van het omringende gebied. Dit laatste kan worden voorkomen door het terrein te verbinden met de omgeving maar toch in verband met de veiligheid te kunnen afsluiten. Slechts vanuit de hoofdingang krijgt het terrein een open karakter. Echter zijn er op en rondom het terrein aanknopingspunten die de belevingswaarde en verbinding met de omgeving kunnen versterken. Denk hierbij aan de moestuinen aan de overzijde van het kanaal en de groenzone in noord zuidelijke richting. De reeds aanwezige bomen in het gebied die kunnen worden behouden, bieden de kans om per direct een hoogwaardige tuin te realiseren. Zoals gezegd is het merendeel van het terrein omsloten door achtertuinen met een diversiteit aan erfafscheidingen. Om het beeld te bereiken van een hoftuin is het noodzakelijk dat er een meer kwalitatieve en samenhangende erfscheiding gemaakt wordt. Het voorstel is om het terrein rondom te beplanten met hagen waarbij aan de zijde van het gebouw een laag hekwerk wordt gezet. Echter bestaat ook de mogelijkheid om halverwege het terrein (tussen het nieuwe zorgcomplex en de achtertuinen van de bebouwing in de rand) hoogstambomen te planten met een brede kroonvorm.
Dit zorgt voor een verbeterde privacy en door de afstand ontstaat geen schaduwhinder. De randen van het terrein kunnen ingepast worden met een halfopen beplanting en bijvoorbeeld fruitbomen. Het is van belang dat voor het terrein een inpassingsplan wordt gemaakt waarbij de kwaliteit van de buitenruimte voorop gesteld wordt en een zekere kwaliteit teruggebracht wordt door een goede ruimtelijke indeling. Door gebruik te maken van een gevarieerde buitenruimte kunnen er diverse paden worden aangelegd met een grote variatie van flora en fauna. Dit biedt de bewoners van het zorgcomplex de mogelijkheid om met hun bezoek gevarieerde ‘’ommetjes’’ te maken in de tuin. Daarnaast kan door het functioneel inpassen van nieuwe bomen ook worden voldaan aan de herplantplicht.
12
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Entree Aan de noordzijde ter plaatse van de ontsluiting ligt een entreegebied waarin men het hof binnenkomt. Door hier de parkeervoorziening en rondrijd-mogelijkheid voor hulpdiensten te situeren kan de hoeveelheid verharding minimaal blijven. In verband met mogelijke calamiteiten dient er een tweede entree te worden gemaakt voor voetgangers. Dit is noodzakelijk in het geval zich een calamiteit voordoet bij de noordelijk gelegen entree en tevens omdat het gebouw voor een klein gedeelte (ter hoogte van het meest noordelijke appartement) gerealiseerd wordt binnen een afstand van 80 meter van de hoge druk gasleiding. Het voorstel is om deze voetgangersentree te realiseren middels een voetgangersbruggetje over de watergang waardoor direct een verbinding wordt gemaakt met de daar gelegen moestuinen. Het voordeel hiervan is dat de oostelijk gelegen moestuinen kunnen worden gezien als een verlengstuk van het terrein en het gebouw hierdoor minder geforceerd ingepast lijkt te zijn. Door het oostelijk gelegen gebied te betrekken komt het gebouw als het ware weer centraal te liggen in plaats van aan de rand van het huidige plangebied. Visueel komt dit overeen met de opzet van het eerste ontwerp. Het betrekken van het oostelijk gebied, is dan ook een goed compromis tussen de wensen van bewoners en de oorspronkelijke stedenbouwkundige ontwerpprincipes.
Doordat het gebouw centraal in de omgeving komt te liggen oogt deze luchtiger en minder massaal. Beeldkwaliteitsplan Voor de gemeente Nijmegen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het plangebied is gelegen in het gebied aangeduid als ‘jaren 70-80 wijk’. De St. Agnetenweg, waar het plangebied op ontsloten wordt, heeft een historisch open karakter en aan de overzijde van het kanaal ligt een gebied aangeduid als tuinstad. Echter hecht de gemeente Nijmegen veel waarde aan het terugbrengen van verbindingen tussen het kanaal en aangrenzende woongebieden. In de hedendaagse situatie komt het veelal voor dat achterkanten van woningen en bijbehorende achtertuinen gericht zijn op het kanaal. Om dit te veranderen en meer interactie te creëren tussen het kanaal en de woonwijken hebben alle gebieden die een relatie hebben met de waterkant en het kanaal een hoger niveau. Het kanaal zelf is aangeduid als ‘Beeldbepalende stedelijke waterweg’ en het plangebied is hieraan gelegen. Deze ligging biedt een unieke kans om de kanaalzone bij het plan te betrekken en op deze manier te zorgen voor een meerwaarde voor het gebied. Specifiek voor het plangebied is gekeken naar de gewenste beeldkwaliteit. In het oorspronkelijke ontwerp kwam het gebouw als eén geclusterd blok centraal in het plangebied te liggen.
Er is nu echter gekozen voor een optie waarbij het gebouw langgerekt langs het kanaal komt te liggen en 5 meter wordt verplaatst in noordoostelijke richting. Hierdoor is er meer afstand naar de achtertuinen van de bewoners maar door de verplaatsing schuift het gebouw verder de risicozone van de hoge druk gasleiding in. Door het gebouw 5 meter op te schuiven ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp, wordt de doelstelling van bewoners om meer afstand te creëren tegemoet gekomen, waarbij er een erfafscheiding komt van 1.80 tot circa 2,00 meter hoog. Nadeel van dit voorstel is dat het gebouw in de externe risicocontour schuift van de gasleiding. Dit is in eerste instantie voor de kwetsbare doelgroep niet wenselijk. Hiervoor is een verantwoording van bouwen in de externe veiligheidszone van de gasleiding opgesteld (zie paragraaf 4.9 Externe veiligheid van deze toelichting). In de huidige situatie is een eeuwenoude notenboom aanwezig. De boom zal worden verplaatst. Hier zal wel extra aandacht moeten zijn om de groeiomstandigheden optimaal te houden om de vitaliteit van de boom te kunnen blijven waarborgen. Voorbereidende werkzaamheden voor de verplaatsing zijn reeds getroffen. In de huidige situatie zijn bomen aanwezig op het terrein. In de nieuwe situatie zullen deze gaan verdwijnen.
In het plangebied wordt een bouwbedrijf (aannemersbedrijf met werkplaats) vervangen door een woon-zorgcomplex. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien zal hierdoor een verbetering van de situatie voor de omgeving optreden.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
13
14
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Relevant rijksbeleid
Besluit ruimtelijke ordening Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren).
De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Behoefte Het plan is een toevoeging voor het woonmilieu van Lindenholt. Het toevoegen van appartementen voor beschermd en beschut wonen heeft een meerwaarde voor de wijk. De kwaliteit van het gebied neemt hierdoor toe. Ook levert deze ontwikkeling een bijdrage aan de realisatie van meer van dit soort woningen waar vraag naar is. Benutting van beschikbare gronden Er is hier sprake van herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Het plan voorziet hiermee in een goede benutting van het bestaande stedelijke gebied.
3.2
Relevant provinciaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland? De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
15
Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2. Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3. Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners.
Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is sturen op doelen en kwaliteit, niet op de exacte middelen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
Omgevingsverordening Gelderland De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
16
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
3.3
Relevant regionaal beleid
Sinds 1 juli 2015 bestaat de Stadsregio Arnhem-Nijmegen niet meer als officiële bestuurslaag. Hierdoor is er geen instantie meer direct verantwoordelijk voor het regionale beleid op het gebied van mobiliteit, ruimte, wonen en werken. Voor de beleidsvelden wonen, detailhandel en bedrijventerreinen geldt dat provincie Gelderland in haar omgevingsvisie en omgevingsverordening nog wel verwijst naar de regionale afspraken. Voor deze beleidsvelden worden nog steeds regionale afspraken vastgelegd in gezamenlijk overleg met regiogemeenten en provincie.
3.4
Relevant gemeentelijk beleid
Structuurvisie Nijmegen 2013, kansen voor ontwikkeling tot 2030 De Structuurvisie 2013 geeft het ruimtelijk beleid weer tot 2020. Het accent zal de komende jaren in de wijken meer op consolidatie en kleinschalige vernieuwing komen te liggen. De focus ligt op behoud, verduurzaming, eigentijdse aanpassingen, herbestemming en transformatie van bestaande woningen en gebouwen naast de ontwikkeling van het Waalfront, Nijmegen CS en de Waalsprong. Duurzaamheid krijgt een prominente rol in deze visie en kent een brede invulling. In de Structuurvisie is gekozen voor duurzame stedelijke ontwikkeling als leidend principe en de volgende speerpunten: - Typisch Nijmegen: de ambitie is om de bestaande en voor Nijmegen unieke kwaliteiten zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te versterken. De typerende kwaliteiten zijn: de unieke ligging in het landschap, de ruimtelijke dragers van de stad, de historische gelaagdheid, de dynamiek: Nijmegen is een stad in beweging en de duurzaamheid krijgt een prominente rol in deze visie met een brede invulling; - Economische structuurversterking: de ruimtelijke kwaliteit van een stad is afhankelijk van de economische aantrekkingskracht. We willen ruimte bieden voor de ontwikkeling van de economische dynamiek van een wijk.
We willen de creativiteit van ondernemers de ruimte geven; - Karakteristieke wijken: onze ambitie is om wijken te hebben waarin mensen graag wonen met een variatie in het aanbod van woningen (zowel in woningtype als in prijsklasse). Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen: samen vooruit In het coalitieakkoord zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. De aandacht voor de woningbouwopgave in de Waalsprong en het Waalfront is onverminderd. We veranderen de beleidslijn door het 'nee, tenzij' beleid, waarbij we voornamelijk voorrang gaven aan ontwikkelingen in de Waalsprong en Waalfront, te veranderen in 'ja, mits' beleid. Daarbij zetten we op een stedelijk niveau in op een mix van woonmilieus en per wijk een wisselende mix van woningtypen. Daarbij is nadrukkelijk ook groei mogelijk voor de bestaande stad waarbij we zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft, waarbij we op geschikte locaties inzetten op extra sociale en middeldure huurwoningen. Daarbij hebben we ook blijvende aandacht voor de kwaliteit en binnenklimaat van woningen en de betaalbaarheid van de energierekening. De beleidswijziging van ja, mits vraagt om een uitwerking die gericht zal zijn op het bouwen naar behoefte en een ongedeelde stad.
De extra opgave van sociale en middeldure huurwoningen verdelen we over de stad en Waalsprong. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
17
De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad 2. Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen 3. Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente 4. Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad: De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal.
Opgaven en ruimtelijke keuzes: 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
3.5
Conclusie
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.
18
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.
4.2
Wonen
Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027 Met de “Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027” hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 12.050 woningen tot 2027 (op basis van de meest recente Primosprognose). Om de versnelling vorm te geven mag 70% van het totale aantal woningen in de eerste jaren worden toegevoegd. Centraal staat goed wonen en leven voor alle huidige en toekomstige inwoners van de regio gemeenten. De woningvoorraad en woonomgeving moet kunnen voldoen aan de (veranderende) woonbehoeften van de inwoners met voldoende aanwezige of bereikbare voorzieningen in de buurt. Afgesproken is aandacht te schenken aan de relatie tussen wonen en mobiliteit, versterking van openbaar groen, energieneutraliteit, alternatieve energieopwekking en voldoende levensloopbestendige woningen. Met de subregionale woonagenda is daarnaast afgesproken dat bij de onderbouwing (kwalitatief en kwantitatief) van nieuwe woningbouwplannen in ieder geval in een onderbouwing aangeven wordt hoe het plan zich verhoudt tot/bijdraagt aan:
De in de woonagenda benoemde kwalitatieve uitgangspunten De eigen gemeentelijke woonvisie De meest recente provinciale Primos-prognose De meest recente gezamenlijke regionale woningmarktanalyse In het geval van CPO/zelfbouw projecten: aantonen directe vraag wanneer mogelijk
Primos-prognose en regionale woningmarktanalyse Met het uitkomen van de regionale woningmarktanalyse 2017 en de provinciale doorrekening van de Primos huishoudensprognoses 2016 zijn er nieuwe inzichten ontstaan over de ontwikkeling van de bevolking en de woningmarkt in de subregio. De nieuwste Primosprognoses leveren de volgende conclusies op: De totale bevolking in de regio groeit. Dit komt vooral door Nijmegen. De bevolking kent een afnemende groei na 2020 waarbij het omslagpunt in de regio rond 2035 ligt. Veel gemeenten hebben of krijgen op langere termijn te maken met een krimpende bevolking. Het aantal huishoudens groeit met ca 8% tot 2025.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
19
Er is vooral groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Op de korte termijn is er groei in alle leeftijdsgroepen, behalve in de groep 45-64 jarigen. De groep alleenstaande 75+ die de woningmarkt verlaat en een woning achterlaat, wordt groter en laat ook steeds vaker een koopwoning achter. Op 28 februari 2014 is de laatste woningmarktverkenning “De Nijmeegse Woningmarkt 2013-2020” vastgesteld. Sinds 2014 is de woningmarkt flink veranderd. Woningmarktonderzoek waarin de recente vraag wordt bepaald, wordt dit voorjaar uitgevoerd en dit najaar vastgesteld. Op basis van cijfers uit de markt blijkt een groot tekort aan woningen in Nijmegen. Dit zijn zowel appartementen als grondgebonden woningen. Door het passend toewijzen door corporaties zijn starters op de zelfstandige woningmarkt steeds meer aangewezen op de middeldure huurwoningen. Zij verdienen teveel voor een sociale huurwoningen maar kunnen of willen (nog) geen woning kopen. Uit onderzoek blijkt dat deze groep specifiek in Nijmegen groot is (veel net afgestudeerden). Zij kiezen veelal voor een appartement in een stedelijke woonomgeving Demografische ontwikkeling Nijmegen De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle prognoses het eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario's, van 185.000 tot 195.000 inwoners in 2030.
De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventigplusser. Woonbehoefteonderzoek 2019 Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Vergroten van het aantal levensloopgeschikte woningen. Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld.
basis
van
het
Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het MaasWaalkanaal, campus Heyendaal en rondom de OV-knooppunten. Coalitieakkoord 2018-2022 In het coalitieakkoord Nijmegen “Samen Vooruit 2018-2022” zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven: bouwen aan een aantrekkelijke stad. We maken groei mogelijk en zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. We bouwen in deze periode 2000 (400 extra) sociale en 1200 (500 extra) middeldure huurwoningen.
20
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Planningskader wonen met zorg voor ouderen 2017 Met het planningskader wonen met zorg voor ouderen hebben we de behoefte voor toekomstige huisvesting van ouderen en mensen met een beperking in de sociale huur in kaart gebracht. Uitgangspunt van het planningskader is maximaal inzetten op het bouwen van levensloopgeschikte woonruimten. Woondeal Regio Arnhem-Nijmegen In maart 2020 heeft de gemeente Nijmegen samen met het Rijk, de provincie Gelderland en de regio Arnhem-Nijmegen een woondeal ondertekend. Doel van deze woondeal is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken. Met de woondeal gaan we een meerjarige samenwerking aan met het Rijk, provincie en regiogemeenten om vanuit de NOVI-propositie en de op stellen regionale verstedelijkingsstrategie samen invulling te geven aan de opgaven op de woningmarkt. Voor Nijmegen is de woondeal van belang om op korte en lange termijn invulling te geven aan de ontwikkeling van de stad. We willen tot 2030 minimaal 10.000 woningen bouwen, op korte termijn woningbouwversnelling realiseren en ook na 2030 zorgen voor een continue bouwstroom met een goede mix van woningen. Daarbij zetten we ons ook in voor voldoende betaalbare woningen voor kleine huishoudens.
Met de ondertekening van de woondeal erkennen partijen het strategisch belang van de complexe gebiedsontwikkelingen in het Stationsgebied/Binnenstad en in de Kanaalzone. In deze gebieden komen woonopgaven samen met duurzaamheids-, werk-, leefbaarheids- en mobiliteitsopgaven. Door de gemaakte afspraken ontstaat het gewenste perspectief voor de verdere ontwikkeling van deze gebieden. Het Rijk heeft landelijk € 2 miljard beschikbaar gesteld om een impuls te geven aan de woningbouw. € 1 miljard wordt ingezet voor een korting op de verhuurdersheffing, ingeval van nieuwbouw door woningcorporaties. Het Rijk zet daarnaast € 1 miljard in om een bijdrage te leveren aan het versnellen van de woningbouw, de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen, inclusief de bijdragen aan de fysieke bereikbaarheid die daarvoor nodig is en het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving. In het kader van de woondeal voor de regio Arnhem-Nijmegen besluit de provincie in het kader van het Actieplan Wonen binnenkort over een additionele financiële bijdrage bovenop het bedrag dat beschikbaar wordt gesteld door het Rijk. Woonprogramma St. Agnetenweg Het woonprogramma aan de St. Agnetenweg bestaat uit 45 beschermd wonen eenheden. Het gaat hierbij om een woon- en verblijfsvorm met 24-uurs zorg en toezicht permanent aanwezig in het gebouw.
Voor beschermd wonen is een indicatie nodig voor een ZZP 5-8. Het gaat om personen met vrij zware dementie en/of somatische problematiek. Op basis van het Planningskader Wonen met Zorg voor Ouderen uit 2017 zetten we in op voldoende geschikte woningen en voorzieningen zodat mensen die dat willen hun woon- en leefcarrière in de eigen wijk (sociale omgeving) voort kunnen zetten. Voor beschermd en beschut wonen geeft het planningskader de richtlijnen voor locaties en aantallen. In het planningskader is de St. Agnetenweg benoemd als mogelijke locatie voor beschermd wonen.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
21
4.3
Economische Zaken
Vanuit Economische Zaken zijn er geen bezwaren om de bedrijfsbestemming (bouwbedrijf) van de locatie St. Agnetenweg 25-33 te wijzigen in een maatschappelijke bestemming ten behoeve van zorgwoningen. Het gaat hier om een bouwbedrijf dat niet meer past in een wijk met voornamelijk woningen. Het perceel ligt daarnaast achteraf en niet meer aan de doorgaande weg. Bovendien zijn er op dit moment geen reële mogelijkheden voor een andere economische functie.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.. In het plangebied wordt een aannemersbedrijf met werkplaats vervangen door een woonzorgcomplex. Voor wat betreft de potentiele directe hinder naar de omliggende woningen zal deze naar verwachting alleen maar afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. Er zijn geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.5
Geluid
In dit bestemmingsplan worden nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De locatie ligt binnen de geluidzone van de St. Agnetenweg en er is geluidberekening gemaakt om vast te stellen hoe hoog de geluidsbelasting is. Uit onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ruim onder de voorkeurswaarde van de Wet geluidhinder ligt want de St. Agnetenweg heeft een lage verkeersintensiteit en het geluid wordt afgeschermd door de bestaande bebouwing langs deze weg. Er is geen vervolgonderzoek of procedure nodig. De geluidwering van de nieuwbouw moet voldoen aan de minimale eis van het Bouwbesluit.
4.6
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
22
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
Tabel: luchtkwaliteit
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; - de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; - de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; - er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.
Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat het aantal voertuigen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Ook zijn de jaargemiddelde concentraties in het gebied dermate laag dat de grenswaarden voor NO2 en PM10 als gevolg van het totale plan niet overschreden worden. Het plan is daarom NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO 2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
23
Zorgwoningen zijn een gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijn stof (max. 20 ìg/m 3 fijn stof) echter niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijn stof) en het plangebied ligt niet aan drukke weg (van meer dan 10.000 mvt/etmaal). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.
4.7
Natuur - onderdeel Natura 2000 (stikstof)
Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand zijn uit te sluiten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in Bijlagen bij toelichting). De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
4.8
Ruimtelijke veiligheid
In het kader van Ruimtelijke Veiligheid is gekeken naar de volgende aspecten: - Gezondheid - Externe veiligheid - Hoogwater - Evenementen - Bereikbaarheid, opkomsttijden en bluswater - Verkeer - Natuurbrand - Sociale Veiligheid Hieronder zal per aspect een korte beschouwing gegeven worden van de situatie. Vervolgens wordt e.e.a. onder 'adviezen' nog even kort samengevat. Constateringen Er wordt het volgende geconstateerd: Gezondheid: Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van drukke wegen, maar ligt wel in de nabijheid van het Maas-Waalkanaal. Ook scheepvaartverkeer heeft invloed op de luchtkwaliteit. De GGD adviseert voor gevoelige bestemmingen een afstand van minimaal 50 meter tot het kanaal aan te houden. Het plangebied ligt buiten die 50 meter. Externe veiligheid: Het plangebied ligt in het invloedgebied van de hoge drukaardgasleiding 576-02 en vervoer van gevaarlijke stoffen over het Maas-Waalkanaal en het spoor Nijmegen-Den Bosch. Conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen en het Besluit externe veiligheid transportroutes dient daarom het groepsrisico voor dit plangebied verantwoord te worden.
24
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
Voor het spoor en het kanaal geldt dat de afstand van het voorziene pand tot de vervoersassen dusdanig groot is dat verantwoording middels de in de Nijmeegse beleidsvisie externe veiligheid opgenomen standaardtekst mogelijk is. Voor de aardgasleiding ligt dit anders. De gevel van het pand ligt deels binnen de 100%-letaliteitszone. Vanuit de lokale beleidsvisie wordt voor 'zeer kwetsbare objecten' (panden met verminderd zelfredzame personen) binnen die zone een 'nee, tenzij'-principe aangehouden. De zelfredzaamheid van de doelgroep van dit pand wordt als beperkt tot niet zelfredzaam ingeschat. Men zal moeten aangeven waarom juist op deze locatie deze functie gerealiseerd wordt en welke alternatieven er overwogen zijn en men dient aan te geven wat de (on)mogelijkheden zijn in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid (zie bijlage 1). Overigens moet men daarbij beseffen dat de kans op een dergelijk ongeval zeer klein is. Zie voor deze verantwoording paragraaf 4.9. Bij het in bijlage 1 genoemde scenario is het voor de hulpdiensten niet mogelijk om het scenario door een gerichte inzet te voorkomen en ook niet mogelijk om, gedurende de duur van de fakkelbrand, in het plangebied op te treden; de hulpverlening zal met name gericht zijn op het bestrijden van de effecten (grootschalige brand) nadat de fakkel gedoofd is.
Hoogwater: De dijk van het Maas-Waalkanaal is formeel een regionale waterkering. Hoewel een eerste beoordeling (bron: www.overstroomik.nl), aangeeft dat het gebied kan overstromen, blijkt uit een nadere beschouwing van het rapport 'Normering regionale waterkeringen' (prov. Gelderland 2006), dat het falen van de dijk er ter hoogte van het plangebied geen schade te verwachten is. Evenementen: In het plangebied zijn geen evenemententerreinen voorzien. Bereikbaarheid, opkomsttijden en bluswater: Het plangebied is vanuit de brandweerpost Nijmegen West binnen 8 minuten bereikbaar. Bij ontsluiting van een gebied is het belangrijk dat bouwwerken waar mensen verblijven bereikbaar zijn voor hulpverleningsdiensten langs twee niet samenvallende routes. De rand van het plangebied kan weliswaar langs 2 onafhankelijke routes bereikt worden, maar het gebouw op het terrein wordt langs een doodlopende weg op eigen terrein ontsloten. Dit is niet optimaal. In een eerder stadium is al aangegeven dat om die reden in ieder geval een keervoorziening op het terrein aangelegd moet worden voor hulpverleningsvoertuigen; de toegangsweg dient conform de eisen uit het Bouwbesluit uitgevoerd te worden. In beginsel moet conform Bouwbesluit 2012 de (brandweer)ingang van een pand tot op 10 meter benaderbaar zijn door brandweervoertuigen.
Voor een dergelijk pand is conform Bouwbesluit een bluswatervoorziening binnen 40 meter van de toegang van het pand noodzakelijk. Voor een dergelijke functie is een voorziening met een capaciteit van minimaal 60 m3/u noodzakelijk. Indien dit niet geleverd kan worden door een brandkraan, dan is een geboorde put een voor de hand liggend alternatief. Verkeer: In het plangebied worden geen functies met een verkeersaanzuigende werking voorzien. Natuurbrand: plangebied wordt niet bedreigd door natuurbranden.
Het
Sociale Veiligheid: Het Politiekeurmerk Veilig Wonen omvat diverse aspecten die relevant zijn voor het inrichten van een sociaal veilige woonomgeving voor dit plangebied. Deze functie richt zich op een woonfunctie voor een hele specifieke doelgroep, die niet specifiek door dit keurmerk bediend wordt. Indien gewenst kan de politie om advies gevraagd worden. Adviezen Uit voorgaande constateringen kunnen de volgende adviezen worden gedestilleerd.
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
25
Bereikbaarheid en bluswatervoorziening: - Aangegeven is dat het gebouw slechts langs één toegangsweg ontsloten kan worden. Dat is niet optimaal, aangezien men bij calamiteiten geen alternatief meer heeft om het pand te bereiken. Dit maakt het des te belangrijker dat er een keervoorziening voor brandweervoorzieningen wordt aangelegd. De ontsluitingsweg dient qua dimensionering (minimaal) conform de eisen uit het Bouwbesluit te worden uitgevoerd. - Voor een dergelijke functie dient conform Bouwbesluit een bluswatervoorziening van minimaal 60 m3/u op maximaal 40 meter van de brandweertoegang van het pand gerealiseerd te worden. (Zie artikel 6.30 en 6.37 Bouwbesluit en de Handreiking Bluswater en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland.) Externe veiligheid: - Gezien de ligging van het pand binnen de 100%-letaliteitszone van de aardgastransportleiding 576-02 dient men zich (conform de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen) de vraag te stellen om welke reden dit pand met deze populatie op deze locatie gerealiseerd wordt. Indien men rekening houdend met het geschetste fakkelbrandscenario een veilig pand wil realiseren, dan zouden zeer zware bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden.
4.9
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens wordt het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het bestemmingsplan gebied. Transportrisico's - Het Spoor Nijmegen-Wijchen - Het Maas- Waalkanaal - De hogedruk aardgastransportleiding N-576-02 Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR) Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld.
Over het plangebied liggen geen PR 10 6 contouren. De verantwoording van het groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. Naast de al genoemde besluiten (Bevi, Bevb en Bevt) toetst de gemeente daarbij aan haar eigen beleid (Beleidsvisie EV, 2014). Het woon- zorgcentrum betreft een zeer kwetsbaar object waarbij de bewoners niet zelfstandig kunnen vluchten. De risico's van het spoorvervoer van gevaarlijke op het plangebied zijn beperkt aangezien het bouwvlak buiten de veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen is gelegen. Dat wil dus zeggen dat de afstand van het spoor tot aan het bouwvlak (580 meter) meer dan 200 meter is. Volgens het Bevt kan daarmee volstaan worden met een beperkte verantwoording. De dichtheid langs het spoor op de hoogte van het plangebied is relatief laag.
26
bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt - 3 (Sint Agnetenweg)
De afstand van het bouwvlak tot aan de oeverlijn van het Maas-Waalkanaal is net iets meer dan 90 meter. Hiermee valt het bouwvlak buiten zone 2 zoals aangegeven op pagina 37 van de beleidsvisie externe veiligheid. Buiten deze zone is de invloed van een explosie scenario op het kanaal minimaal. De realisering van het plan kan dus op grond van de risico's vanuit het spoor en het kanaal licht worden verantwoord volgens de beleidsvisie van de gemeente. Voor zowel het spoor als het Maas-Waalkanaal geldt dat alleen een toxisch scenario invloed kan hebben op het plangebied. Op pagina 33 is hiervoor een standaard verantwoording opgesteld. De aardgasleiding N-576-02 heeft een druk van 40 bar en een diameter van 16 inch. De 100% lethaal contour is daarmee 80 meter en het invloedgebied is 170 meter. Omdat het plangebied een zeer kwetsbaar object toelaat dient dit zwaar te worden verantwoord. Daarbij zal worden ingegaan op het groepsrisico, zal een toelichting worden gegeven over het waarom er op deze plaats in deze risicocontour wordt gebouwd en de voor- en nadelen van veiliger alternatieven worden inzichtelijk gemaakt. Ook zullen maatregelen aan de bron (de buisleiding) worden afgewogen, bij de overdracht of maatregelen bij de ontvanger (het zorgcomplex).
Hoogte van het groepsrisico Om een beeld te krijgen van het bestaande groepsrisico en de toename als gevolg van het plan is een berekening gemaakt met het voorgeschreven programma Carola (zie bijlagen bij toelichting). Alleen de leiding 576-02 deel 1 heeft enige invloed op het plangebied. In de huidige situatie is het maximale groepsrisico ter hoogte van het plangebied ongeveer 36 slachtoffers per 10 miljoen jaar. Het groepsrisico ligt daarmee onder de 10% van de oriëntatiewaarde. Dit blijft zo met de toevoeging van het plan. Het plan heeft dus geen enkel effect op de berekende hoogte van het groepsrisico. Het plangebied ligt ook voor het grootste deel buiten de 100% lethaal contour. Het rekenprogramma neemt de aanwezigen buiten deze contour bijna niet meer mee als slachtoffers omdat de veronderstelling is dat buiten de 100% lethaal contour mensen binnen in de gebouwen veilig zijn. Omdat een klein deel van het bouwvlak binnen de 100% lethaal contour ligt en de doelgroep van het gebouw verminderd zelfredzaam is schrijft de beleidsvisie ons voor om het plan zwaar te verantwoorden. Dat wil zeggen dat alle mogelijke maatregelen om het risico ter plaatse te reduceren dienen te worden afgewogen. Noodzaak Nijmegen heeft een opgave om de gevolgen van de vergrijzing en extramuralisering op te vangen.
Het coalitieakkoord benoemt de inhaalslag op het terrein van wonen met zorg dan ook als speerpunt. Het Planningskader wonen met zorg vormt het uitgangspunt voor het bepalen van de behoefte aan de verschillende woonvormen voor ouderen en mensen met een functiebeperking. Het grootste deel van de ouderen en mensen met een functiebeperking zal, ook als er gezondheidsproblemen ontstaan, in de eigen wijk willen blijven wonen. De locatie ligt in de wijk 'De Kamp' in het stadsdeel Lindenholt. In de Stads- en Wijkmonitor 2016 wordt 'De Kamp' beschreven als een wijk waar het woon- en leefklimaat een stabiel en gemiddeld beeld laat zien. Het aantal 65 plussers neemt in 'De Kamp' sneller toe dan in de rest van Nijmegen. Hetzelfde beeld zien we voor Lindenholt. Hierdoor is in het Planningskader wonen met zorg opgenomen dat het stadsdeel Lindenholt een prioriteitsgebied is voor beschermd wonen ouderen en wonen met zorg voor ouderen. In het planningskader 2014-2020 was dit bepaald op 49 woningen, in het planningskader 20172025 op 47. Alternatieven Er zijn binnen de wijk “De Kamp” op dit moment geen beschikbare alternatieven voor de bouw van zorgwoningen. Dit initiatief is dan ook een goede kans om deze dringend benodigde zorgwoningen te kunnen realiseren.
Bij de woningen worden drie gemeenschappelijke huiskamers gerealiseerd zodat beschermd wonen kan worden georganiseerd door de Waalboog een zorginstelling die in het complex zorg zal gaan verlenen. Waalboog heeft dringend behoefte aan locaties, niet alleen in de Kamp-wijken maar ook op gemeentelijk niveau om deze zorg te kunnen blijven verlenen.