CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 (08/2022)33.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

81

ambities Voor betreffend perceel staat voor ogen een inrichting met woonprogramma (maximaal 30 woningen) in het groen dat qua maat en schaal is afgestemd op de directe woonomgeving. Tevens willen we de huidige bebouwing niet definitief wegbestemmen. De huidige bebouwing wordt dan ook zodanig bestemd dat deze eventueel kan blijven staan. De herontwikkeling en het nieuwe bouwvlak voorziet in een groen en ontspannen karakter dat aansluit bij de parkzone. In plaats van een nieuwe barrière te gaan creëren binnen het plan dient onderzocht te worden hoe de continuïteit van de parkzone aan de noordzijde kan worden versterkt zodat de parkzone juist een meerwaarde vormt voor de herontwikkeling en de bestaande woonbuurt. Ontsluitingen en/of individuele in- en uitritten zijn gericht op de 81e en niet op de 70e en 80e straat. De 70e straat voorziet namelijk in een hoofdgroenstructuur met groene bermen voorzien van bomenlaan en de 80e straat in een beeldbepalende bomenrij. Op en rondom het betreffende perceel staan veel beeldbepalende bomen. De hoofdbomenstructuur aan de 70e straat moeten behouden worden. De bomen aan de 80e straat en de boom ten westen van het Kiongebouw ook. Voor overige bomen geldt dat het de voorkeur heeft deze in te passen, maar mogelijk opgeofferd moeten worden om de herontwikkeling mogelijk te maken.

Indien daarvoor wordt gekozen dienen de gekapte bomen gecompenseerd te worden in het straatprofiel van de 81e straat en/of op eigen terrein. Het perceel ligt aan alle zijden in het zicht van de openbare ruimte. Het is dan ook wenselijk een plan te maken dat een alzijdig karakter heeft. Achterkantsituaties met hoge erfafscheidingen en diverse bergingen richting de openbare ruimte zijn onacceptabel. Aangezien er veel bomen op de randen van het perceel aanwezig zijn, het versterken van de relatie met parkzone wenselijk is en de afmetingen van het perceel niet optimaal zijn lijkt een passende verkaveling met uitsluitend grondgebonden woningen in de praktijk lastig realiseerbaar. Een verkaveling met gestapelde bouw is dan ook een alternatieve denkrichting. Een positief bijeffect van gestapelde bouw is dat er compacter gebouwd kan worden en er meer onbebouwde ruimte over blijft. Voor de bouwhoogtes en woontypologieën geldt dat kan worden vastgehouden aan grondgebonden woningen in maximaal twee bouwlagen met een kap maar er tevens ruimte gecreëerd wordt voor gestapelde bouw in drie lagen.

82

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Op maximaal 50% van de drielaags bebouwing mag een vierde bouwlaag in de vorm van een dakopbouw ten behoeve van de ondergelegen woningen worden gerealiseerd. Op de derde laag mag tevens een daktuin worden gerealiseerd. Parkeren dient in principe op eigen terrein te worden opgelost omdat het niet wenselijk is extra druk op de omgeving te leggen. 6.4.1.2

Wonen

Het woonbeleid zet extra in op doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Op basis van de omgevingsvisie zetten we op wijkniveau in op een mix van verschillende type woningen. We zien in Dukenburg ruimte voor bijzondere woonvormen. Volgens de Stads- en Wijkmonitor (2020) behoort de Weezenhof gezien de vastgoedwaarde en economische positie van bewoners tot de Nijmeegse wijken in het hoogste woningmarktsegment. De gemiddelde WOZ-waarde bedraagt €205.000 (Nijmegen als geheel: €196.000). De wijk bestaat voor het grootste deel uit grondgebonden koopwoningen. De Weezenhof kenmerkt zich door een stabiele demografische ontwikkeling met relatief veel 65-plussers. Veel inwoners, zo'n 81%, zijn gehecht aan de wijk (Nijmegen als geheel: 68%).

woningbouwprogramma: We zetten in op de realisatie van bijzondere woonvormen met eventueel een ontmoetingsruimte. Bijvoorbeeld een collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO)-project. We hebben op basis van de uitvoeringsagenda wonen de opgave om circa 30 CPO woningen per jaar te realiseren. Gelet op de vergrijzing van de Weezenhof (en Dukenburg als geheel) en het feit dat inwoners gehecht zijn aan de buurt, is het interessant om hierbij in te zetten op woonvormen voor ouderen.

ladder voor duurzame verstedelijking: Met de provincie zijn afspraken gemaakt over het toevoegen van woningen de komende jaren. Het plan past hierbinnen. Het toevoegen van circa 30 woningen via een CPO project past ook binnen de Uitvoeringsagenda Wonen. Hierin is opgenomen dat we voor Dukenburg inzetten op bijzondere woonvormen.

6.4.1.3

Groen

gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden. Het plangebied te Nijmegen ligt niet in of binnen de invloedsfeer van NNN (GNN of GO) of een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming is op deze locatie niet aan de orde.

soortenbescherming

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

83

Op 15 april 2021 heeft Bureau Waardenburg een quickscan beschermde soorten uitgevoerd op het terrein van de Prins Clausschool in de Weezenhof. Uit de quickscan blijkt dat het plangebied voor iepenpage, steenmarter, vleermuizen en gierzwaluw mogelijk een functie als vaste rust -en verblijfplaats heeft (Bijlage 7: Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen, bureau Waardenburg, 15 april 2021). Om hierover uitsluitsel te geven is aanvullend veldonderzoek nodig. Op basis van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek kan worden vastgesteld: Welke functies het plangebied heeft en of deze essentieel zijn voor genoemde soorten; Of er maatregelen nodig zijn om negatieve effecten op genoemde soorten te voorkomen of te verminderen; Of er een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is voor het project of dat gebruikt kan worden gemaakt van de Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten.

De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende zoogdieren (muizen en egel) treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het plangebied is geschikt leefgebied voor verschillende algemene soorten vogels. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op deze soorten en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb - te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.

aanbevelingen Om de natuurwaarden van het plangebied te behouden of te verbeteren worden een aantal aanbevelingen gedaan. Met name de randen van het plangebied spelen een belangrijke rol in de continuering van de groene parkzone door de wijk Weezenhof. Daarnaast zijn er ook kansen voor natuurinclusief bouwen. Deze zijn ook terug te vinden op de kansenkaart (Bijlage 8: Kansen voor flora en fauna dependance Prins Clausschool Nijmegen, bureau Waardenburg). Zorg tijdens de bouw dat zo veel mogelijk groenelementen behouden blijven. Met name de bomen in het plangebied zijn van belang om te behouden. Voorkom zoveel mogelijk verstoring van de groenelementen in en rondom het plangebied. Werk alleen tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien het nodig is verlichting te gebruiken, zorg dat deze alleen uitstraalt naar het werkgebied en materiaaldepots en niet naar de omgeving. Richt het terrein groen in door bijvoorbeeld zandbaden voor huismus, grasbetontegels of zandvoegen voor graafbijen en andere bestuivers en een stapelmuur met bloeiende kruiden. Plant mantel-zoom structuren langs de randen van het plangebied aan met kruiden en faunarijke graslandjes en beheer deze ecologisch. In de nieuwbouw wordt geadviseerd nest- en verblijfplaatsen voor gierzwaluw, huismus en vleermuizen te implementeren.

Het aanvullende onderzoek wordt momenteel uitgevoerd. Bij de uitwerking van deze locatie zal rekening worden gehouden met bovengenoemde aanbevelingen.

houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Nijmegen. De regels ten aanzien van

84

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn daarom niet van toepassing.

6.4.1.4

Water

oppervlakte water In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel ligt het plangebied in een wijk waarin regenwaterriolering afstromend hemelwater naar oppervlaktewater afvoert. In de wijk Weezenhof ligt het oppervlaktewater rondom de wijk. De gemeente heeft het oppervlaktewater overgedragen aan het Waterschap Rivierenland. Het regenwater wordt via het gescheiden stelsel van Dukenburg geloosd op het oppervlaktewater. Aan de lozing van water stelt het waterschap eisen. Als kwantitatief gezien sprake is van een toename van verhard oppervlak moet extra berging worden gerealiseerd. In de bestaande situatie is 3.622 m2 verhard oppervlak aanwezig in een plangebied met een oppervlak van 4.318 m2. In de nieuwe situatie komt minder verhard oppervlak terug. Omdat geen sprake is van een toename van verhard oppervlak hoeft geen aanvullende waterberging gemaakt te worden. Ook hoeft geen watervergunning aangevraagd te worden en hoeft geen waterhuishoudkundig plan bij het waterschap ingediend te worden. Deze ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het rioolstelsel of (indirect) het oppervlaktewatersysteem.

grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.

zich

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw (zoals ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur) of door een waterbestendig ontwerp van woningen en andere gebouwen (zoals kruipruimteloos bouwen). Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is.

riolering/hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan verschillende zijden van het plangebied. De riolering is uitgevoerd als gescheiden stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'. Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

85

de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Conform eerder genoemde nota is maatwerk mogelijk. Voor dit plan dient maatwerk gerealiseerd te worden, namelijk 60 mm hemelwater op eigen terrein verwerken. Alleen na overloop vanuit een voorziening die voldoet en alleen bovengronds mag hemelwater naar de openbare ruimte stromen. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt of anderszins op eigen terrein verwerkt wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn.

6.4.1.5

Mobiliteit

bereikbaarheid Het plangebied ligt aan één van de invalswegen van de wijk Weezenhof en wordt verder begrensd door de 80e en 81e straat. Parkeerplaatsen zijn gelegen aan de zuidzijde (80e straat) en aan de westzijde (81e straat). Het plangebied en alle omringende straten liggen binnen een 30 km zone. Alle omringende straten zijn erftoegangswegen. Deze zijn voorzien van trottoirs of voetpaden door het groen. Er zijn geen afzonderlijke fietsvoorzieningen.

openbaar vervoer De openbaar vervoer voorzieningen die het meest in de nabijheid liggen zijn de bushaltes aan de Van Boetbergweg (ca. 350 m) en in het hart van Weezenhof (ca. 250 m).

parkeren en verkeersgeneratie Het benodigde aantal parkeerplaatsen en de verwachte verkeersgeneratie worden berekend aan de hand van de "Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets" . Dit is een uitwerking van de nota "Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030". Voor de berekeningen is bepalend dat de gemeente Nijmegen stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk" heeft. Het plangebied ligt in de zone "rest bebouwde kom." Voor zover het toekomstige programma meer parkeerruimte vergt dan het bestaande programma, dienen deze extra parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Het verdient aanbeveling om een parkeeronderzoek rondom het plangebied uit te voeren, als onderdeel van de verdere planontwikkeling.

6.4.1.6

Archeologie en cultuurhistorie

archeologie

86

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Het uitgevoerde bureauonderzoek heeft aangetoond dat er vanwege de landschappelijke ligging en het ontbreken van relevante waarden op basis van historisch onderzoek voor het plangebied een lage verwachting geldt op het aantreffen van archeologische waarden. Deze deellocatie wordt daarom met dit bestemmingsplan vrijgegeven. Dat betekent dat binnen de contour van de deellocatie geen vervolgonderzoek nodig is. De wettelijke meldingsplicht toevalsvondsten blijft van kracht (Bijlage 9: bureauonderzoek Weezenhof 8102 & 8106, gemeente Nijmegen, bureau Archeologie en Bodemkwaliteit, 25 juni 2021).

Voor deze locatie hoeft geen regeling ter bescherming van de archeologische waarden in het bestemmingsplan te worden opgenomen.

cultuurhistorie In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

6.4.1.7

Milieu

milieuzonering In de omgeving van de bestaande maatschappelijke bestemming zijn alleen woonbestemmingen aanwezig. Met het omzetten van deze bestemming naar een woonbestemming is er geen hinder over en weer te verwachten

bodem Voor deze locatie heeft een vooronderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit vooronderzoek blijkt dat de bodem niet verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging (Bijlage 10: Vooronderzoek Weezenhof 8102-8106 te Nijmegen, Tauw, 15 april 2021). Echter hebben er in het verleden geen bodemonderzoeken plaatsgevonden. Er zijn volgende aandachtspunten: Op de onderzoekslocatie bevond zich een sloot welk mogelijk gedempt is met bodemvreemd materiaal Het schoolgebouw is ontstaan in een periode van de verwerking van asbesthoudend materiaal

Geadviseerd wordt om na de sloop van de gebouwen een gecombineerd bodem- en asbestonderzoek uit te laten voeren.

geluid De locatie Weezenhof 8102-8106 ligt langs het deel van de Weezenhof 70e straat waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Deze weg heeft daarom geen geluidzone en het geluid veroorzaakt door het verkeer op deze weg hoeft dus niet te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

87

luchtkwaliteit Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5.Voor dit plan geldt dat de wijziging ten opzichte van de bestaande situatie geen toename van meer dan 3% zal veroorzaken. Het plan is daarom NIBM. Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.

externe veiligheid Voor de dependance Prins Clausschool geldt dat op grond van externe veiligheid er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling. Alle aanwezige risico's zijn op grote afstand en kunnen op een standaard wijze conform het beleid van de gemeente worden verantwoord.

6.4.2

Maisonnettes Lankforst

6.4.2.1

Ligging en ambities

ligging Het plan behelst de herinrichting van een perceel in de wijk Lankforst waar nu maisonnettes staan. Vier van vijf maisonnettes worden gerenoveerd, een vijfde maisonnette wordt mogelijk gesloopt en herbouwd. Op de begane grond worden mogelijk garages tot werkruimtes verbouwd.

88

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

ambities Woningcorporatie Woonwaarts heeft gevraagd of we verkennend kunnen spreken over deze 5 maisonnettes van Lankforst. De gebouwen worden verduurzaamd en krijgen onderhoud. Er is veel sociale problematiek. Daarom overweegt Woonwaarts om een blok te slopen en nieuw te bouwen. De voetprint gaat dan van langwerpig naar meer vierkant. Het eventuele nieuwe gebouw krijgt dan maximaal 7 bouwlagen. Mogelijk wordt in de plint van een of twee maisonnettes enkele bedrijfsruimten gemaakt. Verkennend wordt ook onderzocht of het openbaar gebied kan worden verbeterd en anders kan worden ingericht. Het complex heeft nu 5*24 maisonnettes (120 woningen). Als de optie sloop/nieuwbouw wordt gerealiseerd worden er 7 woningen toegevoegd. In het bestemmingsplan worden maximaal 130 woningen mogelijk gemaakt. Door het plangebied loopt een primaire hoofdbomenstructuur en een boomstructuur op wijkniveau. Beide structuren dienen behouden te blijven en waar mogelijk versterkt te worden.

6.4.2.2

Wonen

In de Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 wordt voor Dukenburg ingezet op transformatie naar een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad. De nadruk ligt op toevoeging van nieuwbouw in het middensegment en op kwalitatieve toevoeging in de sociale huur, onder andere gericht op doorstroming. Uitgangspunt bij renovatie of herstructurering van sociale huurwoningen van woningcorporaties is dat voldaan wordt aan de afspraken tussen woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeente over de omvang van de sociale woningvoorraad en het doel om te voorzien in toekomstbestendige en gevarieerde wijken die voorzien in de woningbehoefte.

ladder voor duurzame verstedelijking: Het betreft hier sloop- en nieuwbouw. De netto toename betreft circa 10 woningen. Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Er is dus geen ladderonderbouwing nodig.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

89

6.4.2.3

Werken

Bij de herontwikkeling van de Maisonnettes Lankforst wordt gekeken naar de mogelijkheden van een levendige plint bij de bestaande maisonnettes. De gemeente wil het terugbrengen van de economie in de stad en wijken stimuleren door de vestiging van kleinschalige en ambachtelijke ondernemingen. Voor de gewenste levendige plint kan men denken aan: enige ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid en commerciële dienstverlening die past binnen een woonomgeving. Het kan hierbij gaan om enerzijds kleinschalige bedrijven die nu reeds in Dukenburg aanwezig zijn, maar ook om het aantrekken van nieuwe kleinschalige bedrijvigheid. In woonwijken zijn kleinschalige kantoren tot 500 m2 toegestaan.

Buiten de bestaande winkelgebieden wordt zeer terughouden omgegaan met het toevoegen van nieuwe detailhandel. Om voldoende draagvlak te houden in de buurt- en wijkwinkelcentra in Dukenburg wordt hier geen detailhandel toegestaan.

6.4.2.4

Groen

Voor deze locatie heeft een quickscan Wet natuurbescherming plaatsgevonden (Bijlage 11: Quickscan flora en fauna, Lankforst e.o. te Nijmegen, ECOquickscan, 29 januari 2020).

gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden. Het plangebied te Nijmegen ligt niet in of binnen de invloedsfeer van NNN (GNN of GO) of een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming is op deze locatie niet aan de orde.

soortenbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 moet worden getoetst of ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkelingen kunnen biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. De meeste van de mogelijk in het plangebied voorkomende soorten zoals bruine kikker, gewone pad, egel en, algemeen voorkomende, (spits)muizen zijn beschermd, maar vallen onder een algemene vrijstelling van de provincie Gelderland. Voor deze soorten geldt dat aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen op basis van een vrijstelling mogelijk is, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. De meeste van de mogelijk in het plangebied voorkomende soorten zoals bruine kikker, gewone pad, egel en (spits)muizen zijn beschermd, maar vallen onder een algemene vrijstelling van de provincie Gelderland. Voor deze soorten geldt dat aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen op basis van een vrijstelling mogelijk is, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Een aantal van de mogelijk voorkomende soorten zijn meer strikt beschermde soorten, soorten

90

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

waarvoor bij aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen een ontheffingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 geldt. Op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezige habitats, en de biotoopeisen van individuele diersoorten zijn soorten uit de soortgroep vleermuizen niet uit te sluiten binnen het plangebied. Voor overige diersoorten, waaronder de marterachtigen, zijn geen negatieve effecten te verwachten.

nader onderzoek vleermuizen Daarom heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar vleermuizen, met name naar gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (Bijlage 12: nader onderzoek flora en fauna, Lankforst e.o. te Nijmegen, Ecoquickscan, 27 november 2020). Tijdens het nader onderzoek zijn in het plangebied de volgende verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis waargenomen: Drie zomer- en paarverblijfplaatsen; Eén paar- en (vermoedelijke) zomerverblijfplaats; Eén zomerverblijfplaats; Twee paarverblijfplaatsen.

De paarverblijfplaatsen zijn ook geschikt voor overwintering van één of enkele vleermuizen. Al deze verblijfplaatsen zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming. In het kader van de Wet natuurbescherming dient voor de gewone dwergvleermuis een ontheffing ex. artikel 3.5 aangevraagd te worden bij de Gedeputeerde Staten van de provincie. In het kader van de ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming zal een activiteitenplan opgesteld moeten worden. In het activiteitenplan zal onder andere ingegaan moeten worden op mitigerende maatregelen en een onderbouwing van het wettelijk belang van de aanvraag. Mitigerende maatregelen hebben betrekking op de werkzaamheden (werkwijze), tijdelijke effecten en definitieve maatregelen om het plangebied opnieuw geschikt te maken voor soorten. De ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is bij de provincie aangevraagd.

aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet natuurbescherming zijn er ook een aantal vrijblijvende aanbevelingen te doen ten aanzien van de inrichting van het plangebied, zoals: Voor vleermuizen kunnen open stootvoegen aangebracht worden in muren, of vleermuiskasten worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte; Er kunnen neststenen worden aangebracht ten behoeve van de huismus en gierzwaluw op >2,5 meter hoogte in de muur. Deze beschermde soorten verliezen steeds meer nestmogelijkheden. De huidige bebouwing is voor deze soort niet of nauwelijks geschikt; Het planten van bomen en struwelen voor vogels en vleermuizen verdient aanbeveling. Het beste zijn, ecologisch gezien, inheemse (autochtone) bes- en bloemdragende struiken en planten.

houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Nijmegen. De regels ten aanzien van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn daarom niet van toepassing.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

91

6.4.2.5

Water

oppervlakte water In of in de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt de A-watergang met nummer A-111003 die onderdeel is van het oppervlaktewatersysteem van Dukenburg. Ook ten noordwesten van het plangebied ligt oppervlaktewater. De regenwaterriolering in de wijk voert het afstromende hemelwater rechtstreeks naar oppervlaktewater af. Het streefpeil in het oppervlaktewater bedraagt zowel in de zomer als in de winter NAP + 6,20 m. De gemeente heeft het oppervlaktewater overgedragen aan het Waterschap Rivierenland. Het regenwater wordt via het gescheiden stelsel van Dukenburg geloosd op het oppervlaktewater. Aan de lozing van water stelt het waterschap eisen. Als kwantitatief gezien sprake is van een toename van verhard oppervlak moet extra berging worden gerealiseerd. In de bestaande situatie is 7.879 m2 verhard oppervlak aanwezig in een plangebied met een oppervlak van 15.062 m2. In de nieuwe situatie komt zeker niet meer verhard oppervlak terug. Omdat geen sprake is van een toename van verhard oppervlak hoeft geen aanvullende waterberging gemaakt te worden. Ook hoeft geen watervergunning aangevraagd te worden en hoeft geen waterhuishoudkundig plan bij het waterschap ingediend te worden. Deze ontwikkeling heef geen negatieve effecten heeft op het rioolstelsel of (indirect) het oppervlaktewatersysteem.

grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.

zich

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw (zoals ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur) of door een waterbestendig ontwerp van woningen en andere gebouwen (zoals kruipruimteloos bouwen). Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is.

riolering/hemelwater Van de verplichting hemelwater op eigen terrein te verwerken, kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat alleen voor de te renoveren flats het geval, maar is dat niet het geval als een flat gesloopt en herbouwd wordt. Indien een flat gesloopt en herbouwd wordt dient het afstromende hemelwater wel op eigen terrein verwerkt te worden. De toepassing van een groen dak is een voorbeeld.

92

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Uit modelberekeningen die zijn uitgevoerd in het kader van een klimaatstudie is gebleken dat het plangebied niet gevoelig is voor de gevolgen van extreme neerslag. Afstromend hemelwater hoeft niet zo veel mogelijk vastgehouden te worden. Wel heeft de gemeente de wens het watersysteem in het gebied om te vormen tot een duurzaam gescheiden systeem. Indien de openbare ruimte opnieuw ingericht wordt, dient het afstromende hemelwater via een duurzaam gescheiden stelsel ingezameld en afgevoerd te worden. Dit betekent dat hemelwater bovengronds naar wadi's afstroomt waar het in de bodem infiltreert. Drainageleidingen voeren het afstromende hemelwater vervolgens vertraagd naar oppervlaktewater af. Bij hevige neerslag mag hemelwater vanuit de wadi's naar oppervlaktewater overstorten. Als de openbare ruimte niet opnieuw ingericht wordt en alleen flats gerenoveerd worden, dient de afwatering van de gebouwen een toekomstige aanpassing van het waterhuishoudkundig systeem in de openbare ruimte niet onmogelijk te maken. Met andere woorden: de gebouwriolering moet eenvoudig aangepast kunnen worden om bovengrondse afstroming van hemelwater naar wadi's mogelijk te maken. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen.

Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt of anderszins op eigen terrein verwerkt wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Voor de werkzaamheden is een watervergunning nodig. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend. Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren.

Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan.

6.4.2.6

Mobiliteit

bereikbaarheid Het plangebied ligt in het noordelijk deel van de wijk Lankforst en wordt omsloten door de hoofdontsluiting van de wijk Lankforst aan de noord- en de oostzijde, en het Duckenburgpad aan de westzijde. Gemotoriseerd verkeer komt vanaf de hoofdontsluiting van de wijk via de oostzijde het plangebied in. Daarna vertakt de ontsluiting zich in verschillende richtingen en eindigt vervolgens op verschillende parkeerterreintjes. Het Duckenburgpad is een voetpad over een historische lijn door Lankforst, dat centraal door de wijk loopt.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

93

De categorisering van de hoofdontsluiting door Lankforst staat ter discussie. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan is het (nog) een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/u. In 2022 wordt een nieuw wegencategoriseringsplan voor Nijmegen uitgewerkt. Mogelijk wordt deze weg in het nieuwe categoriseringsplan ingedeeld bij de erftoegangswegen. De straten binnen het plangebied zijn erftoegangswegen waar een maximum snelheid van 30 km/u geldt.

langzaam verkeer De hoofdontsluiting door Lankforst is voorzien van fietsstroken. Binnen het plangebied zijn geen afzonderlijke fietsvoorzieningen.

openbaar vervoer De hoofdontsluiting door Lankforst is een busroute. In de onmiddellijke nabijheid van het plangebied liggen bushaltes nabij de 16e straat (ca. 150m) en wat verder weg nabij de 14e straat (ca. 225 m).

parkeren en verkeersgeneratie Het benodigde aantal parkeerplaatsen en de verwachte verkeersgeneratie worden berekend aan de hand van de "Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets" . Dit is een uitwerking van de nota "Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030". Voor de berekeningen is bepalend dat de gemeente Nijmegen stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk" heeft. Het plangebied ligt in de zone "rest bebouwde kom." Voor zover het toekomstige programma meer parkeerruimte vergt dan het bestaande programma, dienen deze extra parkeerplaatsen binnen het plangebied te worden gerealiseerd. Het verdient aanbeveling om een parkeeronderzoek in (en eventueel om) het plangebied uit te voeren, als onderdeel van de verdere plan ontwikkeling.

6.4.2.7

Archeologie en cultuurhistorie

archeologie Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Binnen de deellocatie is mogelijk een archeologische vindplaats aanwezig. Vermoed wordt dat het hier om restanten van landgoed Dukenburg uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd gaat. Het betreft zowel mogelijke resten van funderingen als sporen die te maken hebben met de daar omheen liggende tuinaanleg. Eventuele archeologische resten worden direct onder de recente bouwvoor verwacht, op een diepte van ca. 20 cm. (Bijlage 13: bureauonderzoek Maisonnettes Lankforst, 14e en 43e t/m 46e straat, gemeente Nijmegen, 21 juli 2021). Daarnaast geldt er voor de deellocatie een middelhoge verwachting op vondsten en sporen uit de late prehistorie. Geadviseerd wordt om bij toekomstige ontwikkelingen de bodemopbouw en eventuele verstoringen in kaart te brengen door middel van een archeologisch booronderzoek. Dit betekent dat wanneer er in de toekomst binnen het plangebied bodemingrepen plaats

94

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

zullen vinden er altijd vanwege het aspect archeologie een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd. De gemeente beoordeelt vervolgens of door de voorgenomen ingreep archeologische waarden worden bedreigd en bepaalt welke eisen ter bescherming van archeologie aan de ontwikkeling verbonden moeten worden. In het bestemmingsplan is voor deze locatie de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2 opgenomen.

cultuurhistorie In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. De cultuurhistorische waardevolle structuur Duckenburgsepad bevindt zich net buiten het plangebied. Erfgoed uit de periode na 1965 (post '65) is nog niet geïnventariseerd en gewaardeerd. De maisonnettes in Lankforst dateren uit deze periode. Het advies is om bij herontwikkeling uit te gaan van de stedenbouwkundige opzet van de wijk en de kenmerkende stempelstructuur van de maisonnettes, omgeven door groen. De ontwikkeling biedt kansen om het woongebiedje aan te laten sluiten op de historische structuur Oude Duckenburgseweg en om ruimte te maken om deze laan weer te herstellen. Het pad kan zodoende nog aantrekkelijker worden om te wandelen en te sporten.

6.4.2.8

Milieu

milieuzonering In de omgeving van de bestaande woonbestemming zijn alleen woonbestemmingen aanwezig. Met het behouden van de woonbestemming met mogelijk wat bedrijvigheid in de plint is er geen hinder over en weer te verwachten naar de omgeving. Wel dient er vanuit de plint voldoende bouwkundige afscheiding te zijn om eventuele hinder van kleinschalige bedrijvigheid naar de bovenliggende woonbestemming te voorkomen.

bodem

vooronderzoek Voor de 5 maisonnettes heeft vooronderzoek naar de bodem plaatsgevonden. Uit het vooronderzoek blijkt dat aan de westzijde van de onderzoekslocatie twee voormalige boomgaarden aanwezig waren. De boomgaarden waren op de locatie aanwezig tot 1968. In 1968 is de huidige bebouwing op de locatie gerealiseerd. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet onderzocht. Op het naastgelegen perceel is in 1989 een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd, waarbij in de grond maximaal lichte overschrijdingen zijn gemeten. In het grondwater werd zink boven de B-waarde gemeten (Bijlage 14: Vooronderzoek Lankforst 1402-1472 en 4302-4672 te Nijmegen, Tauw, 22 april 2021). De weg die op de locatie aanwezig is, is in 1968-1969 aangelegd, het is onbekend of er funderingsmateriaal onder de weg aanwezig is. Gezien de aanlegperiode van de weg wordt funderingsmateriaal, indien aanwezig, als asbestverdacht beschouwd. Er kan niet uitgesloten worden dat de bodem verontreinigd is geraakt als gevolg van de

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

95

voormalige activiteiten. Aanbevolen wordt om op de locatie een verkennend bodem- en asbestonderzoek uit te voeren.

verkennend bodemonderzoek Er heeft verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden rondom maisonnette Lankforst 4402-4472 (Bijlage 15: Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Lankforst 4402 t/m 4472 te Nijmegen, BOOT organiserend ingenieursburo B.V., 16 juni 2020). Uit het uitgevoerd bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Op de onderzoekslocatie is de bodem onderzocht op chemische parameters, inclusief asbest en PFAS. In de bovengrond zijn zwakke bijmengingen aan bodemvreemd materiaal waargenomen. De licht verhoogde concentraties lood of zink in de bovengrond geven vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen; De aangetoonde concentraties PFAS in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor het toekomstig gebruik (nieuwbouwlocatie) en geven geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen. Ten aanzien van grondverzet op en van de onderzoekslocatie dient rekening te worden gehouden dat de vrijkomende grond op basis van PFOS en PFOA. Dit wordt indicatief ingedeeld in toepassingsklasse Landbouw/natuur en voor wat betreft de bovengrond ter plaatse van de groenstrook/grasveld als wonen/Industrie; Op en in de bodem is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.

De aangetoonde concentraties in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor het huidig of toekomstig gebruik, te weten wonen met tuin. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.

geluid De maisonnettes met de adressen Lankforst 4302-4372, 4402-4472, 4502-4572 en 4602-4672 liggen binnen de geluidzone van Lankforst, Nieuwe Dukenburgseweg en de Van Apelterenweg. De maisonnettes Lankforst 4602-4672 worden afgeschermd door de omliggende gebouwen en de geluidsbelasting is lager dan 48 dB. Er worden dus geen bijzondere geluideisen gesteld aan mogelijke nieuwbouw. Bij renovatie van de overige flats is het advies om bij de aanpak van de gevels en de beglazing rekening te houden met de geluidsbelasting door het verkeer op de Lankforst. Deze zorgt voor geluidsniveaus tussen de 57 en 59 dB (zonder aftrek art 110 Wgh).

luchtkwaliteit Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5.Voor dit plan geldt dat de wijziging ten opzichte van de bestaande situatie geen toename van meer dan 3% zal veroorzaken. Het plan is daarom NIBM. Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking

96

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.

externe veiligheid Voor de Maisonnettes Lankforst geldt dat op grond van externe veiligheid er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling. Alle aanwezige risico's zijn op grote afstand en kunnen op een standaard wijze conform het beleid van de gemeente worden verantwoord.

6.4.3

Streekweg 21 (voormalige schoollocatie)

6.4.3.1

Ligging en ambities

ligging Het plangebied ligt in de zone tussen de Streekweg en snelweg A73, tegen de Staddijk aan. Het terrein aan de Streekweg maakt ruimtelijk onderdeel uit van park Staddijk. Park Staddijk is een groen, natuurrijk, circa 50 jaar oud stadspark aangelegd als sport en uitloopgebied van Dukenburg. Sinds het vertrek van de school aan de Streekweg 21 is de gemeente eigenaar geworden van het perceel. De gemeente is daarom op zoek naar een nieuwe invulling.

ambities Het woonproject aan de Streekweg behelst de realisatie van diverse innovatieve zelfbouwinitiatieven met een maatschappelijke meerwaarde. Deze maatschappelijke meerwaarde heeft betrekking op: samen wonen, voor elkaar zorgen, wederzijdse betrokkenheid en duurzaamheid. Het plan wordt gerealiseerd in een landschappelijke groene

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

97

structuur. Het plan heeft een extrovert en uitnodigend karakter. Vanuit de omliggende wijken is het gebied toegankelijk via openbare wandelpaden. De woningen zijn met voorkanten naar deze paden gericht. Deze paden sluiten aan op de paden door het park. Hiermee wordt het project onderdeel van de Park Staddijk. De hoofdontsluiting van het plangebied vindt plaats via een toegangsweg vanaf de Streekweg. Dit is een bescheiden ingerichte doodlopende insteek, waar het parkeren wordt opgelost en het gebied verder autovrij blijft. Het plan zal organisch tot ontwikkeling komen. Dat wil zeggen: allereerst zal een tijdelijk wooninitiatief starten om de plek 'op de kaart te zetten' en de locatie te activeren. Daarna wordt een groen raamwerk aangelegd. Een groenstructuur met openbare wandelpaden, waardoor 'groene kamers' ontstaan. Vervolgens zullen één voor één de 'groene kamers' worden ingevuld met een woonproject. De gemeente stelt randvoorwaarden en ambities op voor de te realiseren woonprojecten. Denk hierbij bij aan bouwvolumes (bouwvlakken, hoogtes) maar ook ambities met betrekking tot natuurinclusief bouwen, groen, duurzaamheid en ten aanzien van het gezamenlijk wonen/delen en dergelijke. Er wordt in totaal uitgegaan van maximaal 100 woningen en 50 ateliers.

6.4.3.2

Wonen

Op basis van de Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 bieden we in Nijmegen ruimte voor bijzondere woonvormen. Het gaat dan om woonvormen die flexibel, tijdelijk of collectief van aard zijn. We zien in Dukenburg ruimte voor bijzondere flexibele woonvormen. Het gaat dan om bijvoorbeeld: tiny houses, duurzaam wonen, collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO), samenwonen/gemeenschappelijk wonen, voor elkaar zorgen/delen en zelfbouwen. In 2020 werd een motie in de raad aangenomen waarbij de gemeente een aantal locaties in de stad specifiek ter beschikking stelt voor deze woonvormen. Deze locatie is er één van. Deze flexibele invulling past binnen het streven uit de Uitvoeringsagenda Wonen om ruimte te bieden aan bijzondere flexibele woonvormen in Dukenburg.

ladder voor duurzame verstedelijking: De bouw van maximaal 100 woningen past binnen de afspraken met de provincie. Het bijzondere karakter van de woningen sluit goed aan bij de Uitvoeringsagenda Wonen. In deze Uitvoeringsagenda is opgenomen dat we ruimte bieden aan bijzondere woonvormen in Dukenburg.

6.4.3.3

Groen

quickscan Wet natuurbescherming Voor het plangebied is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Bijlage 16: Quickscan Wet natuurbescherming Streekweg 21, Nijmegen, bureau Waardenburg, 22 maart 2021). Daaruit blijkt dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor das, vleermuizen en ransuil als vaste rust- en verblijfplaats. Om hierover uitsluitsel te geven is aanvullend veldonderzoek nodig. De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende amfibieën en zoogdieren (gewone pad, muizen en egel) treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het plangebied is geschikt leefgebied voor verschillende algemene soorten vogels. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve

98

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

effecten op deze soorten - en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb - te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Aanbevelingen om de natuurwaardenwaarden te verbeteren zijn terug te vinden op de kansenkaart (Bijlage 17: Kansen voor flora en fauna Streekweg 21 Nijmegen, bureau Waardenburg ). Uit de uitgevoerde quickscan blijkt dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor verschillende beschermde diersoorten. Ook is het plangebied geschikt leefgebied voor algemeen voorkomende soorten en algemene soorten vogels. Er is vervolgonderzoek nodig om te bepalen: Welke functies het plangebied heeft en of deze essentieel zijn voor genoemde soorten; Of er maatregelen nodig zijn om negatieve effecten op genoemde soorten te voorkomen of te verminderen; Of er een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is voor het project.

Het vervolgonderzoek wordt volgens de voorgeschreven protocollen uitgevoerd. Op basis van de resultaten wordt indien noodzakelijk een mitigatieplan opgesteld. De grootte van het mitigatiegebied wordt bepaald aan de hand van de resultaten van het vervolgonderzoek. Daarin wordt waar mogelijk en indien noodzakelijk het plangebied uitgebreid met projecten in de omgeving die van invloed kunnen zijn op het leefgebied. Dit om beter inzicht te hebben op het effect en om cumulatie van effecten te voorkomen. Het mitigatieplan bevat de volgende onderdelen Afbakening van het plangebied; Afbakening van de soorten; Beschrijving van het plangebied; Beschrijving van de voorgenomen ingreep; Gebruik van plangebied door de soorten; Meerwaarde en ambitie; Effect van voorgenomen ingreep op de soorten; Staat van instandhouding van de soorten; Minimale compensatie en ambitie per soort; Maatregelen ter verbetering van habitat per soort; Voorzorgsmaatregelen ten gunste van de soorten; Planning, borging en verantwoordelijkheden; Beheer en instandhouding maatregelen; Monitoring en evaluatie.

De onderzoeken en de mitigatiemaatregelen worden conform de actuele richtlijnen en kennisdocumenten BIJ12 uitgevoerd. Door met het mitigatieplan aan te tonen dat de gunstige staat van instandhouding van soorten niet in het geding komt, is het aannemelijk dat eventueel benodigde ontheffingen Wet natuurbescherming soorten door bevoegd gezag worden verleend.

6.4.3.4

Water

oppervlakte water

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

99

In de omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een A-watergang met nummer A-111013. Deze maakt onderdeel uit van het oppervlaktewatersysteem van Dukenburg. De gemeente heeft het oppervlaktewater overgedragen aan het Waterschap Rivierenland. Regenwater wordt via het gescheiden stelsel van Dukenburg geloosd op het oppervlaktewater. Aan de lozing van water stelt het waterschap eisen. Als kwantitatief sprake is van een toename van verhard oppervlak moet extra berging worden gerealiseerd. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 26.200 m2. In de huidige situatie gaat het om ongeveer 17.100 m2 uit verhard oppervlak, en circa 9.100 m2 onverhard oppervlak. Daarmee is het verhardingspercentage ongeveer 65%. In de nieuwe situatie komt minder verhard oppervlak terug. Omdat er geen toename is van verhard oppervlak, hoeft geen aanvullende waterberging te worden gemaakt. Ook is het niet nodig om een waterhuishoudkundig plan in te dienen bij het waterschap en een watervergunning aan te vragen. Deze ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het rioolstelsel of (indirect) het oppervlaktewatersysteem.

grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.

zich

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw (zoals ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur) of door een waterbestendig ontwerp van woningen en andere gebouwen (zoals kruipruimteloos bouwen). Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is.

riool/hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Streekweg. De riolering is uitgevoerd als gescheiden stelsel. Afvalwater moet op de openbare riolering worden aangesloten en hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'. Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Conform eerder genoemde nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' is maatwerk mogelijk. Voor dit plan dient 60 mm hemelwater op eigen terrein te worden verwerkt. Een overloop naar de openbare ruimte is alleen toegestaan als overstortend hemelwater bovengronds afstroomt, en de bergings- en infiltratievoorziening voldoet aan de eisen. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam

100

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8226f733-9bd2-4265-8d43-fa57a6c49699