CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 (08/2022)33.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Cultuurhistorisch waardevol natuurlijk landschap Geologenstrook: door de grootschalige ingrepen ten behoeve van de realisatie van het nieuwe stadsdeel Dukenburg is het bestaande natuurlijke landschap bijna geheel verdwenen. Een uitzondering hierop vormt het parkje Geologenstrook, waar een strook van de geologische ondergrond is gespaard. Doordat het fossiele landschap van vlechtende rivierbeddingen is blootgelegd kan hier een indruk worden verkregen van dit landschap uit het verre verleden. Het parkje heeft daardoor een grote inhoudelijke en beleefde kwaliteit en is van cultuurhistorische waarde.

Cultuurhistorisch waardevolle ensembles De afzonderlijke cultuurhistorisch waardevolle structuren vormen op een aantal plekken gezamenlijk een waardevol ensemble. Deze ensembles zijn vanwege de cultuurhistorische waarden niet alleen van belang om te behouden, maar bieden ook kansen om de geschiedenis van Dukenburg beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Landgoed Dukenburg: Bij de werkverschaffing en de daarop volgende aanleg van de wijk Dukenburg ging een groot deel van de buitenplaatsstructuur van Dukenburg verloren. Toch zijn enkele waardevolle onderdelen bewaard gebleven. Dat betreft in de eerste plaats de buitenplaatskern rond de oranjerie, met de parkachtige inrichting, en daarnaast enkele naburige hakhoutbossen op rabatten die de kap tijdens de werkverschaffing hebben doorstaan. Een aantal lanen met fraaie laanbeplanting loopt vanuit de buitenplaatskern in noordelijke en zuidelijke richting, en dooradert de huidige woonwijk ter plaatse van de oude buitenplaatskern. Het Grand Canal, dat vroeger een zichtlijn vanaf het oude huis in westelijke richting gaf, is in vergraven vorm ook nog aanwezig. Daardoor valt het ensemble in meerdere ruimtelijke onderdelen uiteen. Alhoewel de cultuurhistorische waarde van de buitenplaats door de bebouwing sterk is aangetast, is er een heel nadrukkelijke waarde aanwezig in de optelsom van de verschillende relicten.

Deze geven dit deel van Dukenburg een duidelijke identiteit. Teersdijk: Helemaal in het westen is de dijk als structuur in een landelijke context bewaard gebleven, met enkele boerderijen aan de ene zijde en een bosperceel aan de andere zijde. De landelijke sfeer en groene ruimte, de historische bebouwing van de erven en het dijklichaam van de Teersdijk maken dat het hier om een waardevol gebiedje gaat. Samen met de groene ruimte rond het tolhuis en de groene ruimte rondom de Teersdijk binnen de wijken vormt de gehele Teersdijk binnen Dukenburg een waardevol cultuurhistorisch ensemble.

58

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Stadsdeel Dukenburg Er is nog niet veel onderzoek gedaan naar de cultuurhistorische waarden van het stadsdeel Dukenburg. De waardering van "Post '65" architectuur en stedenbouw staat nog in de kinderschoenen. Toch zijn op basis van een aantal onderzoeken op dit moment de volgende conclusies te trekken: Dukenburg heeft een stedenbouwkundige opzet, waarbij sprake is van een combinatie van de CIAM-principes van de moderne stad en de naoorlogse wijkgedachte. De kenmerkende kwaliteiten van het stadsdeel betreffen de groene opzet in combinatie met kleinschalige buurten, die onderdeel zijn van grotere wijken. Er is hierdoor sprake van een menselijke maat. De stedenbouwkundige opzet van Dukenburg was daarom vooruitstrevend voor zijn tijd. Scholen, kerken en wijkcentra vormen het middelpunt van de wijken. Er is een hiërarchische opbouw van de wegenstructuur in de oudste wijken Aldenhof, Malvert, Meijhorst en Lankforst: hoofdontsluitingswegen, wijkontsluitingswegen en interne wegen. Deze wijken kennen de voor deze periode kenmerkende stempelstructuur. De latere wijken Wezenhof, Tolhuis en Zwanenveld, kennen een kenmerkende bloemkoolstructuur.

4.9

Beeldkwaliteit

Met de Kadernota Beeldkwaliteit geeft de gemeente aan de kwaliteit en samenhang van het stadsbeeld te willen behouden en versterken. Alle benodigde vakdisciplines zullen daarbij samenwerken en gebiedsgericht worden ingezet. Het begrip beeldkwaliteit is verbonden met het beeld wat we van onze omgeving hebben. Als een omgeving of gebouw een slechte indruk achterlaat kunnen we spreken van een lage beeldkwaliteit. Er is sprake van een hoge beeldkwaliteit wanneer een straat, plein of gebouw een positieve indruk oproept. Structuur, identiteit en belevingswaarde zijn bepalend voor de uiteindelijke beeldkwaliteit. In de Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit zijn de ambities voor wat betreft de beeldkwaliteit van de stad vertaald in criteria voor bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen. De Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit is in 2014 vastgesteld en is op dit moment het toetsingskader voor de Commissie beeldkwaliteit. In de afgelopen jaren is er een meer focus op Dukenburg gekomen die zijn weerslag heeft gehad op de voorbereidingen voor het bestemmingsplan Dukenburg. Dat heeft geleid tot de Ontwikkelagenda Dukenburg, die onderdeel uit maakt van dit bestemmingsplan. In de Ontwikkelagenda worden nieuwe ambities verwoord die onderdeel zijn gaan uitmaken van lopende projecten in Dukenburg.

Sommige zijn (bijna) gerealiseerd, sommige projecten maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan en anderen doorlopen een eigen bestemmingplanprocedure. Het is mogelijk dat de ambities en daarmee toetsingscriteria voor specifieke projectlocaties niet meer naadloos aansluiten op de Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit. Wanneer dit het geval is zal bij het opstellen van de plannen gekeken moeten worden hoe de gewenste ambities en toetsingscriteria binnen de plannen gerealiseerd kunnen worden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

59

4.10 Kabels, leidingen en explosieven Door Dukenburg lopen verschillende kabels en leidingen. Op onderstaand kaartje zijn de belangrijkste kabels en leidingen aangegeven. Voor deze kabels en leidingen is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen, waardoor deze beschermd zijn. Binnen de beschermingszone van deze leidingen mag niet worden gebouwd en zijn werken en werkzaamheden alleen toegestaan wanneer hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Voorafgaand wordt advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. Het gaat om de volgende kabels en leidingen: hogedruk aardgastransportleiding langs de A73/Streekweg bovengrondse hoogspanningsverbinding langs Staddijk/Streekweg ondergrondse hoogspanningsleiding door Zwanenveld rioolpersleiding langs het Maas-Waalkanaal

kaart: kabels en leidingen in Dukenburg

Het plangebied is slechts beperkt verdacht op Ontplofbare Oorlogsresten. Rondom de bruggen over het kanaal ter hoogte van de Graafseweg/Wijchenseweg en de Hatertseweg is een zone

60

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

verdacht op geschutsmunitie. In Lankforst zijn 2 locaties verdacht op dumpmunitie en in de Weezenhof is 1 locatie verdacht op dumpmunitie. De verticale afbakening voor geschutsmunitie is -2,5 m MV. De verticale afbakening voor de dumpmunitie is -2m MV.

kaart: verdachte dumpmunitie)

gebieden

Ontplofbare

Oorlogsresten

(groen:

geschutsmunitie,

oranje:

Dit leidt tot het volgende advies voor OOO: Binnen de verdachte gebieden dient onderzoek naar OO plaats te vinden zodra werkzaamheden plaatsvinden in na de oorlog ongeroerde grond; Voor werkzaamheden buiten de verdachte gebieden wordt geadviseerd het protocol toevalsvondsten te gebruiken gezien de hoeveelheid vondsten van explosieven na de oorlog. Dit protocol dient vóór aanvang van de werkzaamheden besproken te worden met de uitvoerende partijen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

61

62

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu

Bedrijven

In de verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones en elektromagnetische velden. De bestaande bedrijvigheid in het plangebied bestaat vooral uit detailhandel, maatschappelijke functies en enkele nutsfuncties. De grotere bedrijvigheid zit vooral aan de randen van het gebied. Aan de zuidzijde is dat de Nijmeegse betonindustrie De Hamer met een categorie 5 aanduiding. Deze industriefunctie heeft ook een eigen geluidzonering. Deze zone is aangegeven op de bestemmingsplankaart en overlapt geen geluidgevoelige gebouwen. Aan de noordzijde grenst het gebied aan minder zware bedrijvigheid zoals winkelcentrum Dukenburg en schaatsbaan Triavium. Met dit bestemmingsplan worden alleen in 4 deelgebieden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

Het overige deel van het bestemmingsplan is conserverend van aard. De bestaande rechten van de bedrijven blijven dus behouden en ook het woon- en leefklimaat blijft gelijk. In paragraaf 6.4 wordt ingegaan op de 4 ontwikkellocaties.

5.2

Bodem

Rijksbeleid Het bodembeleid is met name geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb) en een aantal Amvb's, regelingen en circulaires die daar onder hangen. Daarnaast zijn er ook in andere wetten regels over bodemverontreiniging opgenomen. Zo moet vanuit de Woningwet worden voorkomen dat er als gevolg van bodemverontreiniging gezondheidsrisico's optreden voor gebruikers van een gebouw. De (model)bouwverordening bevat daarom bepalingen om bouwen op verontreinigde bodem te reguleren en bepalingen voor uit te voeren bodemonderzoek. De Wet bodembescherming zal worden opgenomen in de Omgevingswet. De Wet milieubeheer en het activiteitenbesluit moeten er voor zorgen dat voorkomen wordt dat bodemverontreiniging ontstaat als gevolg van (bedrijfs-)activiteiten. Tot slot wordt in het Besluit bodemkwaliteit geregeld dat als gevolg van grondverzet de bodemkwaliteit op een locatie (of in een gebied) niet mag verslechteren. Als er sprake is van bodemverontreiniging zijn er criteria die bepalen of een sanering nodig is en hoe die er uit moet zien. Ten eerste is van belang of de verontreiniging is ontstaan voor of na1 januari 1987. Voor verontreinigingen ontstaan na deze datum geldt dat de verontreiniging geheel verwijderd moet worden. Voor verontreinigingen die voor 1 januari 1987 zijn ontstaan is van belang wat de concentratie en omvang (volume) van de verontreiniging(en) is en of het om

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

63

mobiele of niet mobiele verontreinigingen gaat. Dit bepaalt hoe een bodemsanering er uit moet zien.

Gemeentelijk beleid Gemeente Nijmegen heeft waar mogelijk dit beleid verder ingevuld en vastgelegd in de 'Beleidsnota Bodem 2012', 'Nota Bodembeheer 2012' en in de Bodemverordening (2011). Een geüpdatete Nota Bodembeheer is nu in procedure en zal nog in 2021 worden vastgesteld. Voor wat betreft het saneringsbeleid sluit het Nijmeegse beleid in hoofdlijnen aan op het landelijk beleid. Om de grenzen van verontreinigingen te bepalen gaan we echter niet uit van de landelijk norm (achtergrondwaarde) maar gebruiken we eigen normen (lokale maximale waarde/LMW). Deze norm is gebaseerd op het feit dat de Nijmeegse bodem door soms eeuwenlang (menselijk) gebruik meer of minder verontreinigd is geraakt. Binnen Nijmegen zijn verschillende deelgebieden aangewezen met voor ieder deelgebied eigen lokale maximale waarden. Binnen het plangebied Dukenburg gelden de lokale maximale waarden (LMW) van het deelgebied '1965 - heden'. In onze bodembeheernota hebben we geregeld dat hergebruik van licht verontreinigde grond binnen Nijmegen mogelijk is. Randvoorwaarde is daarbij dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren.

5.3

Geluid

Dit bestemmingsplan maakt een aantal nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Als deze geluidgevoelige bestemmingen binnen een gezoneerde geluidbron liggen dan moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd en moeten de resultaten worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. Voor bestaande geluidgevoelige bestemmingen is geen onderzoek nodig. Op de volgende locaties worden nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt: 1.

2. 3. 4.

5.

64

Lankforst (1402-1472, 4302-4372, 4402-4472, 4502-4572, 4602-4672); Op deze locatie staan nu 5 appartementengebouwen en op termijn zal dit gebied worden geherstructureerd. Het is nog niet bekend welke gebouwen blijven staan en waar er eventueel nieuw wordt gebouwd. Deze locatie ligt binnen de geluidzone van de Lankforst en de Nieuwe Dukenburgseweg. Streekweg 21; Dit gebied ligt binnen de geluidzone van de A73 en de Streekweg/Meijhorst 33e straat. Weezenhof 8102 (Dependance Prins Clausschool); De weg die langs deze locatie loopt is een 30 km weg en heeft dus geen geluidzone. Binnen het plangebied ligt ook een woningbouwlocatie tussen de Oude Dukenburgseweg, de Nieuwe Dukenburgseweg en het Maas-Waalkanaal. De woningbouw is al planologisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan maar het daarbij behorende hogere waardenbesluit is sterk verouderd. Daarom nemen we voor deze locatie een nieuw hogere waarden besluit. Op het Woonwagencentrum aan de Teersdijk worden extra standplaatsen mogelijk gemaakt. Deze locatie ligt binnen de geluidzones van de A73, de Streekweg en de Van Rosenburgweg.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Uit akoestisch onderzoek blijkt dat bij alle locaties behalve de Weezenhof 8102 de voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai van 48 dB worden overschreden. Op de locatie Lankforst is de geluidsbelasting vanwege het verkeer op de Lankforst maximaal 57 dB. Op de locatie Streekweg 21 is de maximale geluidsbelasting 52 dB vanwege het verkeer op de A73. De hoogst berekende geluidsbelasting op de locatie Oude Dukenburgseweg door het verkeer op de Nieuwe Dukenburgseweg bedraagt 55 dB. Bij één nieuwe woonwagenstandplaats bedraagt de maximale geluidsbelasting 52 dB vanwege de A73. Voor de locaties Lankforst, Streekweg 21, Oude Dukenburgseweg en de Teersdijk zijn de maximale geluidsbelastingen vastgelegd in een hogere waardenbesluit. Voor de woningen waarvoor geluidsbelastingen boven de 48 dB wegverkeerslawaai worden vastgesteld kunnen aanvullende eisen gelden. Deze worden vastgelegd in het hogere waarden besluit (Bijlage 4: Besluit hogere waarde Wet geluidhinder met akoestisch onderzoek, gemeente Nijmegen, 4 januari 2022).

5.4

Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteitseisen Op 15 november 2007 is de Wet Milieubeheer uitgebreid met hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteiteisen. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's (Besluit niet in betekenende mate bijdragen luchtkwaliteitseisen; Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteitseisen) en Ministeriele regelingen (Regeling niet in betekenende mate bijdragen luchtkwaliteitseisen; Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007; Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007). Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.

het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit, en; het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Getalsmatig kan de normering voor NO2 en PM10 als volgt weergegeven worden: Jaargemiddelde grenswaarde NO2

norm 40 ug/m3

ingangsdatum 1-1-2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10 Daggemiddelde grenswaarde PM10

40 ug/m3 max. 35 dagen/jaar >50 ug/m3

1-6-2011 1-6-2011

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

65

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. De beoogde ontwikkeling betreft bestemmingsplan Dukenburg, waarbij vijf deelontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt, genaamd Streekweg 21, dependance Prins Clausschool, maisonnettes Lankforst, Teersdijk (Hippe Kip) en woonwagencentrum Teersdijk. Voor het overige is het een conserverend bestemmingsplan. De plannen liggen op verschillende locaties in Dukenburg en zijn als losse plannen te beschouwen wat betreft luchtkwaliteit.

De plannen bestaan hoofdzakelijk uit woningen en appartementen en kleinschalige voorzieningen. Het plan de 'Hippe Kip' voorziet in de verhuizing van autoshowrooms naar de planlocatie van de 'Hippe Kip'. Hiervoor is een verkeersaantrekkende werking berekend van 2.184 mvt/etmaal. Met de NIBM-tool kan dan berekend worden of mogelijk sprake is van een "In betekenende Mate"-project. Onderstaand is de uitsnede van de berekening met de zogenaamde NIBM-tool weergegeven voor het deelproject Hippe Kip (Bijlage 5: Verkeersgeneratie deelprojecten Dukenburg, gemeente Nijmegen, 7 juni 2021).

66

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

tabel: uitsnede berekening met NIBM-tool voor het deelproject Hippe Kip

Uit de berekening blijkt dat het deelproject mogelijk "In Betekenende Mate" kan zijn. In de volgende paragraaf zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven. Daaruit blijkt dat met een toename van de bovenstaande concentraties de grenswaarden voor NO2 en PM10 ter plaatse niet overschreden zullen worden. Voor alle andere deelplannen geldt dat de wijziging ten opzichte van de bestaande situatie geen toename van meer dan 3% zal veroorzaken. Het totale plan is daarom Niet in Betekenende Mate.

Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn alleen gevoelige bestemmingen als het zorgwoningen betreft. Daarnaast is in de onderstaande figuren een overzicht gegeven van de concentraties NO2 en PM2,5 in Dukenburg. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties ver onder de wettelijke grenswaarden liggen. Voor fijn stof geldt zelfs dat bijna wordt voldaan aan de advieswaarde voor PM2,5 van het WHO (zie tweede figuur). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

67

Figuur: jaargemiddelde concentraties NO2 2019

68

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Figuur: jaargemiddelde concentraties PM2,5

Schone Lucht Akkoord Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen zich gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een soort vervolg op het eerdere Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) waarin het Rijk, de provincies en gemeenten inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. In het Schone Lucht Akkoord wordt de bijdrage van de luchtvaart aan emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht. Aanpak en maatregelen worden uitgewerkt in de Luchtvaartnota en de daaropvolgende luchthavenbesluiten. De volgende doelen en ambities zijn afgesproken in het SLA: 1.

2.

3.

4.

5.5

Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof in 2030. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht. Partijen erkennen dat éénieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord en voor het bereiken van het doel.

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied. Het bestemmingsplan maakt vier te ontwikkelen locaties mogelijk. In paragraaf 6.4 wordt op deze locaties ingegaan. Binnen de overige delen worden geen bestemmingen gewijzigd of toegevoegd. In onderstaande figuur staan de belangrijkste risicocontouren binnen het plangebied aangegeven. Dat zijn aan de noordzijde het spoor van Nijmegen naar Den Bosch en de hogedruk aardgastransportleidingen N-576-70 langs de A73 en de Van Boetbergweg. Daarnaast veroorzaken de A73 en het Maas-Waalkanaal nog risico's binnen het plangebied. Verder is in 2019 een 1600 liter propaantank geplaatst aan de Wezenhof 5514. Hiervoor geldt op grond van het Activiteitenbesluit een veiligheidsafstand van 10 meter ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten en 25 meter ten opzichte van zeer kwetsbare objecten zoals kinderdagverblijven.

Deze tank is echter slechts tijdelijk geplaatst en vervalt bij nieuwe ontwikkelingen ter plaatse. De veiligheidscontour wordt dan ook niet opgenomen op de verbeelding. Verder ligt er nog een gasverdeelstation aan de zuidoostzijde van het Steve Biko Plein. Deze ligt met de veiligheidscontouren volledig in een groenbestemming. De PR 10-6 contour wordt nergens overschreden. Aangezien er buiten de te ontwikkelen locaties sprake is van conservering van de bestaande situatie is ook daar geen sprake van een toe of afname van het groepsrisiconiveau.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

69

Kaart: Invloedsgebieden van de externe veiligheidsrisico's in het plangebied

5.6

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

Uitgangspunten Omgevingsvisie Nijmegen loopt voorop op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. In 2018 waren we zelfs 'European Green Capital'. Met het thema Duurzame Stad bouwen we door op de waardevolle kennis en relaties met bedrijven, instellingen en inwoners die toen zijn opgebouwd. Duurzaamheid zit in het DNA van Nijmegen, ook bij onze ondernemers. Onze ambitie is dat Nijmegen in 2050 een volledig circulaire stad is, waarin geen grondstoffen verloren gaan. We willen daarin een voorbeeld voor Nederland zijn. Met circulaire verstedelijking bedoelen we naast circulariteit op zichzelf ook klimaatadaptatie en energietransitie. Met een samenhangende aanpak willen we de stad van de toekomst creëren. Zo willen we alleen op slimme plekken bouwen, waarbij we ov- en fietsgebruik sterk kunnen stimuleren. In de planvorming willen we circulair en modulair bestemmen. Ook streven we naar circulaire landschapsontwikkeling en kringlooplandbouw. We werken dit op de volgende manier uit: Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatbestendige stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren. Bij het ontwikkelen van de stad zien we daarom klimaatadaptatie als randvoorwaarde. Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten.

Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw, moestuinen en lokale voedsel initiatieven in de wijken zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Daarnaast maakt groen de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving, het draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn en zorgt voor vermindering van hittestress.

70

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken.

Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. De afgelopen zomers zijn er verschillende hitterecords gebroken en komt hevige regenval steeds frequenter voor. Dat levert risico's op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Anticiperend op het veranderende klimaat heeft de rijksoverheid het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie in het leven geroepen. Hierdoor hebben gemeenten, waterschappen en provincie de verplichting de opgave voor ruimtelijke adaptatie in beeld te krijgen en te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn voor een klimaatbestendige en water robuuste inrichting. De regio is aan de slag gegaan om middels stresstesten en risicodialogen een klimaat-adaptatiestrategie op te stellen. De regio is gevoelig tot zeer gevoelig voor hitte, droogte en wateroverlast. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas. De regio's Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal hebben met de Provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland en met regionale stakeholders de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld. In de RAS zijn zes actiethema's benoemd om de uitdagingen aan te pakken. De ambitie is om het liefst in 2035 en uiterlijk 2050 een klimaatbestendige regio te zijn.

De gemeente Nijmegen is gestart met het vertalen van de RAS naar een Lokaal Klimaatplan met lokale ambities en opgaven. In 2021 moet duidelijk zijn welke maatregelen we moeten nemen om de negatieve effecten van de klimaatverandering beter op te kunnen vangen in de stad. Daarnaast ontwikkelen we nieuwe normen op het gebied van klimaatadaptatie en stellen we prioriteitsgebieden vast als uitwerking van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie staat specifiek: We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren. Bij het ontwikkelen van de stad is klimaatadaptatie dus een randvoorwaarde. Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatbestendige stad, goed voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. In het GRP 2017-2023 ligt het accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Nijmegen heeft de basisrichtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte ondergebracht in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Door klimaatverandering komen er extra risico's in de toekomst: meer piekbuien en langere perioden van hitte en droogte.

De stad is extra gevoelig voor hitte. Door steen, beton en hoge gebouwen wordt warmte langer vastgehouden. Ook zijn er plekken in de stad waar regenwater zich ophoopt, waardoor wateroverlast kan ontstaan. En de afgelopen drie jaar hebben we ervaren wat droogte doet met onze groenvoorzieningen in de stad. Hieronder per effect wat in dit plangebied specifiek van toepassing is.

Wateroverlast Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt, zorgt voor minder wateroverlast omdat het dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

71

ruimte als op particulier grondgebied. In dit plangebied ligt een gescheiden rioolstelsel en is geen sprake van regenwateroverlast. In de toekomst willen we dit rioolstelsel ombouwen naar een duurzaam gescheiden rioolstelsel. Bij nieuwe ontwikkellocaties willen we daar al op inzetten en zal het overtollige hemelwater via een wadi opgevangen worden, en daarna afgevoerd worden naar de vijvers.

Droogte Zoals hierboven aangegeven zal wateroverlast door hemelwater in dit gebied tot een minimum beperkt zijn. Droogte wordt daarentegen een steeds groter probleem in Nijmegen, maar vooral in de oude stad waar het grondwater diep zit en de bodem zeer doorlatend is. In Dukenburg is de bodem voornamelijk kleiig en is het groen en de bomen minder vatbaar voor droogte. Toch willen we het water dat valt zolang mogelijk vasthouden en ten goede laten komen aan de groenvoorzieningen in dit plangebied.

Hittestress In dit plangebied is hittestress een aandachtspunt in bepaalde wijken met een te groot aandeel verharding. Dit speelt met name rondom het Winkelcentrum Dukenburg in Zwanenveld. Maar ook de andere winkelcentra zijn gevoelig voor hittestress en de wijkdelen die dichtbebouwd zijn. Op de nieuwbouwlocaties zijn plannen voor hoogbouw met platte daken. Groene daken, gevelgroen en groene binnenterreinen verminderen de hittestress. Ook schaduw door bijvoorbeeld bomen kan voor koelte zorgen. Door bestaande bomen in te passen zal de hittestress ook niet toenemen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. Bijgaand voordeel is dat de biodiversiteit van de bestaande bomen behouden wordt.

Kaart: gevoelstemperatuurverschil 2018

72

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Hittestress speelt ook in de openbare ruimte op de loop- en fietsroutes. Daar wil je het liefst ook veel schaduw zien. Een toekomstige landelijke richtlijn kan zijn dat 30% schaduw op gewone routes en 40% schaduw op belangrijke routes aangeraden wordt. Op onderstaande kaart is te zien dat dit in Dukenburg al redelijk goed behaald wordt, behalve rondom de winkelcentra, delen van Zwanenveld en langs de hoofdwegen .

Kaart: percentage schaduw op fiets en looproutes

Circulair bouwen De regio Arnhem-Nijmegen wil zich profileren als circulaire regio. Dit uit zich onder meer in de met het Rijk afgesloten woondeal waarin nadrukkelijk deze groene ontwikkeling aan de groeiopgave van de regio gekoppeld is. In de nieuwe woningbouwplannen spannen wij ons in om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving. We streven daarom naar circulaire woningbouw, het liefst met gebruik van hernieuwbare organische bouwmaterialen (bijvoorbeeld hout, vlas, schapenwol etc.). We gebruiken de GRP methodiek als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen. Onze ambitie is om van de bouw een drijvende kracht te maken voor de circulaire economie. Daarom hebben we ons ook aangesloten bij de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. We willen laten zien dat het grootschalig circulair en conceptueel bouwen van woningen niet ten koste gaat en mag gaan van snelheid en betaalbaarheid. Daarbij zijn er verschillende manieren om circulair bouwen in te vullen: 1.

2.

Biobased bouwen, waarbij de ambitie is om structureel meer biobased materiaal toe te gaan passen in woningbouwprojecten, en tevens beleidsmatig te verankeren en te stimuleren. 'Biobased materiaal' is hierbij materiaal dat CO2 opslaat en hernieuwbaar is. Geïndustrialiseerd conceptueel bouwen, waarbij de ambitie is om zoveel mogelijk nieuwbouwwoningen:

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

73

a.

3.

Geïndustrialiseerd te laten produceren, om de productie te versnellen, de kwaliteit van de woningen te optimaliseren en afval- en reststromen te minimaliseren tijdens de productie; b. Conceptueel te realiseren, waarmee variatie mogelijk is in woningtype, -vorm en -stijl. Waarderings- en financieringsmodellen, waarbij de ambitie is om circulair bouwen zo te gaan waarderen, dat de totale kosten en opbrengsten over de gehele levensduur - inclusief restwaarde en maatschappelijke kosten en baten - kunnen worden meegenomen in de financiering en waardering van vastgoed.

Energietransitie Onze ambitie is om in 2045 binnen de gemeentegrenzen evenveel energie op te wekken als we gebruiken. Gezien de beperkte ruimte in Nijmegen is zon op dak een belangrijke bron van duurzame energie. De meest duurzame optie is een combinatie van groendak en zonnepanelen, maar dit is ook kostbaar. Zwanenveld is een van de eerste Nijmeegse wijken die aardgasvrij worden door de aanleg van een warmtenet.

5.7

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

De gemeente Nijmegen is voornemens om vier binnenstedelijke locaties te herontwikkelen ten behoeve van woningen (locaties Dependance Prins Clausschool, Maisonnettes Lankhorst en Streekweg 21) en bedrijvigheid (Teersdijk). De herontwikkeling van de vier locaties past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de herontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het nieuwe bestemmingsplan moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage1 nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In de aanmeldingsnotitie is de informatie opgenomen die nodig is voor de m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit. Ingegaan is op het voornemen, de m.e.r.-procedure en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit. Uit de effectbeoordeling in deze notitie blijkt dat, gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek in een MER is daarom niet noodzakelijk ( Bijlage 6: Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Dukenburg, Sweco, 5 oktober 2021).

Op basis van deze beoordeling heeft het college van burgemeester en wethouders op 19 oktober 2021 besloten om geen milieueffectrapport op te stellen .

74

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Hoofdstuk 6

Ontwikkellocaties

In Dukenburg vinden veel ontwikkelingen plaats. Voor sommige ontwikkelingen heeft al eerder een planologische procedure plaatsgevonden, zodat deze ontwikkeling in dit bestemmingsplan kan worden overgenomen. Andere ontwikkelingen zijn al wel in gang gezet, maar nog niet voldoende concreet of onderbouwd om in dit bestemmingsplan te kunnen worden meegenomen. Een vijftal nieuwe ontwikkelingen worden in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van de extra mogelijkheden van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Deze locaties hebben een globale bestemming gekregen waarbij sommige onderzoeksverplichtingen worden uitgesteld tot de vergunningverlening. Voor de basisschoollocaties en Zwanenveld 14e straat wordt de gemeenteraad voorgesteld een delegatiebesluit te nemen. Dit houdt in dat het college de bevoegdheid krijgt om voor deze locaties het bestemmingsplan/omgevingsplan te wijzigen.

6.1

Ontwikkeling overnemen

Voor verschillende ontwikkelingen in Dukenburg heeft al eerder een planologische procedure plaatsgevonden. Deze ontwikkelingen zijn of worden nu gerealiseerd. Deze ontwikkelingen zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. Het gaat dan om bijvoorbeeld: HAN locatie Tolhuis: herontwikkeling van voormalige HAN locatie naar groene woonbuurt met grondgebonden woningen en appartementen. Op 13 mei 2020 is hiervoor een bestemmingsplan vastgesteld. Deze ontwikkeling wordt nu gerealiseerd. Skaeve huse (Stadbroekseweg): het bestemmingsplan voor realisering van acht woonunits en één maatschappelijke unit is op 13 mei 2020 vastgesteld en inmiddels onherroepelijk geworden. Het buurtbeheerplan is als bijlage bij de regels opgenomen. Winkelcentrum Meijhorst: het stedenbouwkundig plan heeft tot doel om twee grote supermarkten in het voorzieningencentrum te huisvesten, een klein deel van het bestaande winkelcentrum te behouden en te renoveren en de leefbaarheid te verbeteren. Het bestemmingsplan is op 26 juni 2019 vastgesteld. Deze ontwikkeling is inmiddels gerealiseerd. Oude Dukenburgseweg (Zeegers driehoek): In het vigerende bestemmingsplan was al een bouwmogelijkheid voor deze locatie opgenomen. Deze bouwmogelijkheid wordt in het nieuwe bestemmingsplan als bestaand recht overgenomen.

De omgeving van deze locatie is met ontwikkeling van de Kanaalzone Zuid, waar deze locatie onderdeel vanuit maakt, wel in verandering. Aansluiting van de nieuwe bebouwing op de veranderende omgeving is daarom aandachtspunt.

6.2

Ontwikkeling afwachten

Voor sommige ontwikkelingen worden nu plannen gemaakt, alleen zijn deze plannen nog niet concreet genoeg of moeten deze eerst nog verder worden onderbouwd om hiervoor een bestemmingsplanprocedure op te kunnen starten. Deze ontwikkelingen zijn dan ook niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Hiervoor zal later een aparte procedure worden opgestart. Dit betreft onder andere de volgende ontwikkelingen:

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

75

ROC Zwanenveld (43e straat) De voormalige ROC locatie Zwanenveld is een locatie die al jaren in eigendom is van de ontwikkelcombinatie Ten Brinke en Slokker Het perceel heeft geruime tijd braak gelegen. Reden daarvoor is dat eerdere plannen voor herontwikkeling, ten gevolge van de lang aanhoudende kredietcrisis, uitgesteld werden en later zelfs uitbleven. In de tijd na de kredietcrisis ontstaat er landelijk een steeds groter wordend woningen-tekort waaronder ook in Nijmegen. Begin 2019 worden de eerste bestuurlijke gesprekken ten aanzien van een herontwikkeling op deze locatie op nieuw opgestart. Op de achtergrond speelt een toenemende noodzaak om Dukenburg een impuls te geven op het gebied van leefbaarheid en imago. Dit resulteert in een andere kijk op de kansen en mogelijkheden voor Dukenburg en daarmee ook op de ROC locatie. De insteek van de opgave is om een substantieel aantal woningen en meer woningdifferentiatie toe te voegen aan het stadsdeel Dukenburg. Dit om meer doorstroom in het bestaande woningbestand van Dukenburg te creëren en tevens nieuwe bewoners voor de (middel) dure huur of de koopsector aan te trekken. Om de leefbaarheid in Zwanenveld te verbeteren wordt er gestreefd naar een plan dat aantrekkelijk is voor nieuwe bewoners maar ook een positieve bijdrage levert aan de bestaande woonomgeving.

Daartoe wordt gestudeerd op een groene en stedelijke woonbuurt en is in samenspraak met de ontwikkelcombinatie een ambitiedocument opgesteld dat in 2020 is afgerond. De ROC locatie wordt in het ambitiedocument Kanaalzone Zuid aangemerkt als één van de Steppingstones aan het Maas- Waalkanaal. Dit betekent dat de focus op de verbinding met de kanaalzone zwaarder is gaan wegen. In het ambitiedocument van ROC-locatie is hierop deels geanticipeerd. In de verdere ontwikkeling van het plan is hieraan nader invulling gegeven en is het te realiseren programma hierop afgestemd. De nieuwe woonbuurt manifesteert zich als een groen dooraderde stedelijke woonbuurt met appartementen, die voorziet in een centrale parkzone en die tevens aansluit op een openbare 'groene' verblijfszone aan het kanaal. Deze zones zijn bedoeld voor de toekomstige en bestaande bewoners en hebben een recreatieve functie enerzijds op wijk en ook op stadsniveau. Tussen deze twee groene verblijfszones wordt ingestoken op robuuste groene verbindingen die zowel de woonbuurt als de wijk Zwanenveld beter met de kanaalzone gaat verbinden. Aan de noord- en noordoostzijde van het perceel (in de nabijheid van het spoortalud en de spoorbrug) wordt voorzien in een bebouwingswand die fungeert als geluidwering tegen geluidsoverlast ten gevolge van het spoor en de spoorbrug en Wychenseweg/ Graafseweg.

Aan de kanaalzijde bevindt zich een hoogteaccent die de entree van Dukenburg markeert en tevens een relatie aangaat met toekomstige ontwikkelingen in Winkelsteeg. De overige woonbebouwing ligt verdeeld over het plangebied en varieert in bouwhoogtes. De exacte hoogtes van de bebouwingshoogtes worden momenteel onderzocht. Bouwhoogtes worden bezien in relatie tot de kanaalzone/ ontwikkelingen in Winkelsteeg (sky-line) en tot de bebouwing in de aangrenzende woonwijk/ openbare ruimte op de oever van het kanaal (eye-line). De woonbebouwing staat bovenop op parkeerdekken/ -garages die zich op maaiveld bevinden (mogelijk deels verdiept). Uitgangspunt is om de gebouwde parkeervoorzieningen grotendeels aan het zicht te onttrekken en ze in te passen en/of onderdeel uit te laten maken van een nieuw te creëren landschap. Het parkeren bevindt zich grotendeels in de parkeerdekken/-garages (onder de woonbebouwing) en een kleiner deel op maaiveld buiten de bouwvolumes. De ontsluiting voor autoverkeer gaat enerzijds via de wijk Zwanenveld (Zwanenveld 43e straat) en anderzijds via de Draaiom (gelegen aan de noordzijde van de Wychenseweg/Graafseweg). De

76

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

ontsluiting via de Draaiom is uitsluitend ten behoeve van de nieuwe woningen die zich bevinden in de wandbebouwing. De ontsluiting via de Draaiom is geen auto-ontsluiting voor de overige bewoners van de woonbuurt of de rest van de wijk Zwanenveld.

Winkelcentrum Dukenburg Winkelcentrum Dukenburg is gunstig gesitueerd in een stedelijk knooppunt met goede OV-verbindingen. Deze locatie is ook in beeld voor het vestigen van een e-hub. Dit zijn plekken in de wijk waar voorzieningen voor duurzaam deelvervoer bij elkaar komen. Het winkelcentrum vervult nu vooral een winkelfunctie voor Dukenburg en Lindenholt met een aanbod aan dagelijkse en niet- dagelijkse artikelen. In de loop van de jaren is het winkelcentrum zijn oude regiofunctie verloren, is het winkelconcept verouderd, de koopkracht van bezoekers afgenomen en het inwoneraantal in Dukenburg gedaald. Dit manifesteert zich in een toenemende leegstand in delen van het winkelcentrum. Zowel onderzoek van de Coöperatie Vereniging van Eigenaren (CVvE) naar de toekomst van het stadsdeelcentrum in 2016 als onderzoek in opdracht van de gemeente Nijmegen naar de winkelstructuur in Dukenburg concluderen dat een transformatie van het centrum nodig is. In overleg met de CVvE is daarom een transformatiemanager aangesteld. Op basis van de analyse van de transformatiemanager is de conclusie getrokken dat een deel van het winkeloppervlakte onttrokken zou moeten worden, om plaats te maken voor andere functies die een aanvulling vormen op het winkelcentrum. Door een grotere mix aan functies voor winkelen en ontmoeten in het winkelcentrum krijgt het meer aantrekkingskracht..

Maar transformatie van het winkelcentrum alleen is niet voldoende, ook de omgeving moet hierin meegenomen worden. Besloten is daarom het te beschouwen als een gebiedsopgave. Het doel daarbij is dat het huidige winkelcentrum beter toegankelijk en bereikbaar moet zijn,, het winkelcentrum en de omgeving een kwaliteitsimpuls moeten krijgen en ruimte moet bieden voor winkelen en ontmoeten en de verbinding met en aansluiting op de omgeving beter en aantrekkelijker moeten worden. Gezien de ligging in een stedelijk knooppunt biedt de gebiedstransformatie mogelijkheden voor een stedelijke invulling waar ook woningen toegevoegd kunnen en moeten worden.. Om dit meer gestalte te geven is medio 2020 een ambitiedocument opgesteld. Het ambitiedocument rust op vier pijlers: 1. 2. 3. 4.

Het creëren van een multifunctioneel en toekomstbestendig winkel- en verblijfsgebied dat gericht is op ontmoeten en een aangenaam leefklimaat. Het creëren van een hoogstedelijk woonmilieu, waar ruimte is voor verschillende doelgroepen. Inzetten op een groen en duurzaam gebied. Het verbeteren van bereikbaarheid en toegankelijkheid.

De CVvE heeft op basis van het ambitiedocument opdracht gegeven aan de ontwikkelcombinatie BPD-Giesbers om de haalbaarheid van deze transformatie te onderzoeken en hiervoor een masterplan op te stellen. In december 2020 heeft een informatieavond voor eigenaren in het winkelcentrum en bewoners uit de omgeving plaatsgevonden waarin het ambitiedocument en het verdere proces is toegelicht. De gebiedstransformatie betreft een complexe opgave in een bestaande centrumomgeving waarbij de eerste focus ligt op het functioneren van het gebied, een analyse van wensen van de verschillende eigenaren/ stakeholders en de constructieve mogelijkheden op en rondom het

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

77

winkelcentrum ligt. Pas als er daarna ontwerpen voor het plangebied worden gemaakt kunnen er ook meer concrete uitspraken over openbare ruimte, toe te voegen of weg te halen functies, woningaantallen, bouwhoogtes gedaan worden.

Meijhorst 60e straat De Meijhorst 60e straat is van origine een kantorenstrook. Door de jaren heen is de kantorenstrook langzaam getransformeerd naar een zone waar zich ook steeds meer maatschappelijke en dienstverlenende functies zijn gaan vestigen. Dit was het gevolg van het feit dat deze locatie niet langer meer in trek was als kantoorlocatie. De afgelopen jaren is er steeds meer sprake van leegstand en van verloedering van de bestaande bebouwing en ontbreekt het de locatie aan aantrekkingskracht en een herontwikkeling bleef tot voor enkele jaren geleden uit. De Meijhorst 60e straat en het Stadsdeelwinkelcentrum Dukenburg worden binnen Dukenburg gezien als twee belangrijke locaties met bovenwijkse voorzieningen. Beide hebben in de loop der jaren aan kracht verloren maar zijn in potentie nog steeds locaties die kunnen doorontwikkelen tot trekkers. Als gemeente willen we op deze locaties inzetten op meer functiemenging, meer woningen en diverse vormen van ontmoeten om daarmee een nieuwe impuls aan het Stadsdeel te geven. De invulling van de 60e straat kan naast levendigheid een bijdrage leveren aan de ontstane woningbehoefte, de gewenste woningdifferentiatie en de mogelijkheden voor ouderen om door te stromen naar een levensloopgeschikte woning.

Daarnaast is de gemeente Nijmegen afgelopen jaren steeds vaker door externe ontwikkelaars bevraagd naar mogelijkheden voor herontwikkeling op deze locatie. Dat betekent dat het niet alleen de wens en ambitie van de gemeente is om deze locatie op een goede manier in te vullen zodat dit een meerwaarde heeft voor Dukenburg, maar ook dat er belangstelling is vanuit de markt om zaken op te pakken. De plannen zitten nog in de verkennende fase en de eerste gesprekken met de eigenaren worden gevoerd. Het is van belang om de specifieke kansen van de omgeving en de ambities uit de toekomstverkenning en ontwikkelagenda goed in te zetten. Ten aanzien van de omgeving speelt bij deze locatie de bijzondere omgevingskwaliteit van het aangrenzende Grand Canal een belangrijke rol. Het Grand Canal maakt samen met diverse bosjes (het Douglasbosje en Uilenbosje) en oude laanstructuren onderdeel uit van het voormalige landgoed Dukenburg. Helaas zijn deze cultuurhistorische elementen momenteel niet altijd als zodanig herkenbaar en/ of bereikbaar. Door hier juist aandacht aan te besteden kan er een authentiek woon-, werk- en verblijfsgebied ontstaan dat beschikt over een hoge recreatieve waarde en een aantrekkelijk groen karakter. Kortom een sterk eigen identiteit die refereert aan een bijzonder verleden waar Dukenburg trots op kan zijn.

Programmatisch zien we hier een aantrekkelijke woon/werk-gebied ontstaan waar ook ruimte is voor maatschappelijke functies. Een plek waarbij ontmoeting voor jong en oud en mogelijk ontwikkeling van jongeren/jong volwassenen centraal kunnen staan. De werk-, recreatieve- en maatschappelijke functies dienen reuring te brengen en zorgen daarmee voor aantrekkingskracht in het gebied. Met betrekking tot werk wordt gedacht aan kleinschalige bedrijvigheid, sport, dienstverlening, horeca etc. in de plinten van nieuwbouw. Om de gewenste dynamiek te kunnen bereiken wordt tevens in woonprogramma voorzien. Het programma is een mix van verschillende woningtypes die uitgaat van doorstroom vanuit het bestaande woonbestand maar tevens ook kan voorzien in starters en nieuwkomers.

78

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

De Doekenborg Ontwikkellocatie 'de Doekenborg' is een planlocatie in de wijk Aldenhof die bestaat uit twee percelen die in eigendom zijn van Woonzorg Nederland. Momenteel bevinden zich op deze percelen het voormalig woon/zorgcomplex de Doekenborg en een reeks geschakelde bungalows. In 2020 heeft Woonzorg Nederland te kennen gegeven de percelen te willen herontwikkelen met woningbouw. Onderdeel van het woonprogramma is een beschutte woonvorm. Op basis van hun initiatief is er een ambitiedocument opgesteld dat in januari 2021 is afgerond. De gemeente staat positief tegenover een herontwikkeling. Om dit te kunnen bereiken is het van belang dat de twee afzonderlijke percelen in samenhang tot elkaar worden ontworpen, waarbij de reeds aanwezige groenkwaliteiten worden benut en/of versterkt. Dat houdt in dat de cultuurhistorische bomenlanen aan de oost en zuidzijde en de groenzone rondom de westelijk gelegen waterloop als omgevingskwaliteit worden ingezet bij de herontwikkeling. Het perceel waarop zich momenteel de Doekenborg bevindt wordt gezien als een plek waar een volume kan komen, waarvan de bouwhoogtes kunnen variëren tussen 4 en 13 bouwlagen en de grootse bouwhoogte wordt voorzien aan de zijde van de Van Boetbergweg, richting de T-splitsing met de Van Apelterenweg. Het volume is alzijdig en staat met z'n voeten in het groen.

Het perceel waarop zich momenteel de geschakelde bungalows bevinden wordt gezien als een schakel tussen percelen met verschillende soorten woningen en bouwhoogtes en dient dus ook aan ter sluiten op alle deze bouwhoogtes. Grondgebonden woningen bestaande uit twee lagen plus kap of gestapelde bouw in circa drie lagen passend in de omgeving.

Winkelcentrum Weezenhof Voor winkelcentrum Weezenhof zijn al lange tijd ideeën voor herontwikkeling. In eerste instantie was het plan om op deze locatie 2 supermarkten te bouwen met een aantal kleinere winkels en woningen daarboven. Het onderzoek naar de winkelstructuur in Dukenburg heeft echter aangegeven dat de ruimte voor supermarkten in Dukenburg beperkt is. In het kader daarvan heeft de gemeenteraad bij vaststelling van de winkelstructuur het college bij motie opgeroepen één supermarkt als uitgangspunt voor de nieuwe plannen te nemen, met daarboven levensloopgeschikte woningen. Voor deze locatie zijn inmiddels plannen ontwikkeld en in de Commissie Beeldkwaliteit besproken. Voor deze ontwikkeling wordt een postzegelbestemmingsplan opgesteld.

Winkelcentrum Malvert In 2018 is opnieuw onderzoek gedaan naar de winkelstructuur in Dukenburg als actualisatie van het onderzoek dat in 2007 is uitgevoerd en dat als basis lag aan het vorige bestemmingsplan. Opnieuw toonde dit onderzoek aan dat in Dukenburg in de toekomst maar ruimte is voor twee buurtwinkelcentra (Meijhorst en Weezenhof), naast het stadsdeelcentrum in Dukenburg, en dat de ruimte voor supermarkten beperkt is. Besloten is dat de huidige winkels in het winkelcentrum Malvert in de huidige vorm en omvang door mogen blijven functioneren. Maar uitbreiding van de winkels en de supermarkt is niet mogelijk. Als zich kansen voordoen kunnen in de toekomst herontwikkelingsmogelijkheden voor het gebied onderzocht worden. In het vigerende bestemmingsplan is een uitwerkingsverplichting voor wonen op het centrum gelegd. Deze is niet tot stand gekomen en komt te vervallen. Voor de nieuwe bestemming is het huidige gebruik uitgangspunt.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

79

6.3

Delegatiebesluit

Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, waarschijnlijk op 1 juli 2022, komt de mogelijkheid van het opstellen van een wijzigings- of uitwerkingsplan te vervallen. Daarvoor in de plaats is het mogelijk dat de gemeenteraad een delegatiebesluit neemt waarmee wordt aangegeven dat het college het bestemmingsplan/omgevingsplan op onderdelen mag aanpassen. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan zal de raad tevens worden voorgesteld een delegatiebesluit te nemen voor de schoollocaties en voor Zwanenveld 14e straat in Dukenburg.

schoollocaties De gemeente heeft met de schoolbesturen afgesproken dat wanneer een schoollocatie vrijkomt, de gemeente deze locatie opkoopt en in kan zetten voor woningbouw. Gezien de leeftijd van een aantal schoolgebouwen én leegstand en onderbezetting bij een aantal scholen is samenvoeging en vernieuwing/renovatie van enkele schoollocaties in de toekomst te verwachten. Hierbij moet ook gedacht worden aan het clusteren van maatschappelijke functies binnen wijkontmoetingsgebieden om de toegankelijkheid te vergroten en faciliteiten te delen. Deze schoollocaties hebben veelal een maatschappelijke bestemming waardoor woningbouw zonder herziening van het bestemmingsplan niet mogelijk is. Ook kan juist uitbreiding van een schoollocatie wenselijk zijn. Om deze procedure te verkorten is het wenselijk om hiervoor de raad een delegatiebesluit voor de basisschoollocaties te laten nemen, met uitzondering van de Prins Mauritsschool in Zwanenveld (betreft nieuwe schoollocatie), het hoofdgebouw van de Prins Clausschool in Weezenhof (nieuwbouw zal plaatsvinden binnen de bestaande bouwcontouren) en de dependance van de Prins Clausschool in Weezenhof (voor deze locatie is een ontwikkelmogelijkheid in dit bestemmingsplan opgenomen).

Zwanenveld 14e straat (circusterrein) In het vigerende bestemmingsplan is voor deze locatie een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om woningbouw mogelijk te maken met een maximale bouwhoogte van 5 bouwlagen. Deze ontwikkeling is indertijd door de crisis op de woningmarkt niet tot stand gebracht. Nu met het sluiten van de woondeal en de plannen voor de Kanaalzone Zuid is deze locatie weer in beeld voor het realiseren van woningbouw. Deze locatie vormt een schakel richting de kanaalknoop. Daarom wordt de wijzigingsbevoegdheid omgezet in een delegatiebesluit. In de verdere onderzoeken naar de invulling van deze locatie zal opnieuw gekeken worden naar de bouwhoogtes en de aansluiting hiervan op de naastgelegen flat en de nieuwe bebouwing rondom de kanaalknoop.

6.4

Ontwikkeling mogelijk maken

In dit bestemmingsplan worden op onderstaande locaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt: dependance Prins Clausschool (Weezenhof 8102 en 8106): woningbouw; maisonnettes Lankforst: renovatie en sloop/nieuwbouw van 5 maisonnettes; Streekweg 21 (voormalige schoollocatie): woningbouw en ateliers; Teersdijk (Hippe Kip): bedrijventerrein; woonwagencentrum Teersdijk: uitbreiding met 6 woonwagenstandplaatsen.

80

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Voor deze locaties is in deze paragraaf een ruimtelijke onderbouwing opgenomen.

6.4.1

Dependance Prins Clausschool (Weezenhof 8102 en 8106)

6.4.1.1

Ligging en ambities

ligging De planlocatie dependance Prins Clausschool, niet te verwarren met hoofdlocatie van de Prins Clausschool in de nabijheid van het Winkelcentrum, ligt in de wijk Weezenhof. De Weezenhof is een typische bloemkoolwijk die gekenmerkt wordt door een diversiteit aan meanderende verkavelingsstructuren. De verschillende verkavelingsstructuren worden begrensd door met verschillende parkzones waaraan de Weezenhof een speels en groen karakter ontleend. Binnen de Weezenhof zijn er een tweetal wijkontsluitingswegen te onderscheiden. Ze lopen vanaf de noordelijkgelegen Van Boetbergweg in zuidelijke richting de wijk in. De wijkontsluitingswegen vertakken zich fijnmazig tot verschillende kleine woonstraatjes en/of -erven. De wijkontsluitingswegen zijn voorzien van een sterke groenstructuren (bomenrijen en/ of brede plantvakken) en er komen nauwelijks tot geen individuele inritten op uit. De Weezenhof 70e straat is een van de wijkontsluitingswegen die loopt aan de oostzijde van de Weezenhof en ten oosten van het plangebied van de dependance Prins Clausschool die geadresseerd is aan de Weezenhof 81e straat. Het perceel Weezenhof 8102 is in eigendom van de Stichting Conexus en vormt samen met het hoofdgebouw de Prins Clausschool. Het perceel wordt aan drie zijden omsloten door wegen en aan de noordzijde bevindt zich een parkachtige groenzone die dwars door de Weezenhof loopt.

Aan de verschillende straatzijden wordt het perceel begrensd door boomgroepen en of -rijen die een beeldbepalend karakter hebben. Op dit moment staan er op het perceel twee één laags gebouwen die in gebruik zijn van de Prins Clausschool en de Kion (Weezenhof 8106). De school maakt gebruik van het grotere gebouw aan de zuidzijde van het perceel en de Kion van het kleinere gebouw meer noordelijk gelegen. De gebouwen worden verbonden door een grote verharde ruimte die fungeert als speelterrein ten behoeve van beide functies. De school beschikt over extra speelruimte aan de zuidwestzijde en de Kion aan de noordoostzijde. Ook deze speelruimtes hebben een overwegend verhard uiterlijk. De school heeft een open karakter en is sterk georiënteerd op de buitenruimte. Het Kion gebouw vormt een relatief gesloten blok en ligt op een uitstulping van de kavel. Het gebouw van de Kion wordt aan drie zijde omgeven door de parkzone. Door de situering en de geslotenheid vormt het Kiongebouw een obstakel /barrière in deze parkzone.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8226f733-9bd2-4265-8d43-fa57a6c49699