CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost, toelichting

Besluitronde (raadsvergadering) 20 oktober 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen De Stelt Oost (93/2021) (DEBATSTUK)17.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

34

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

planexploitatie is rekening gehouden met de kosten voor bodemsanering. De volgende bodemonderzoeken zijn recent uitgevoerd: Bodemonderzoek De Stelt-Oost kassencomplex en Steltsestraat 111, zie Bijlage 2 bij de toelichting; Bodemonderzoek Vossenpelsestraat 1, zie Bijlage 3 bij de toelichting; Grondwateronderzoek en beoordeling ernst en spoed De Stelt-Oost, zie Bijlage 4 bij de toelichting.

Een bestaande persrioleringsleiding en een gasleiding, die niet meer worden gebruikt, zullen bij de ontwikkeling van het plangebied worden verwijderd. Conclusie Op basis van uitgevoerd bodem- en grondwateronderzoek en de uit te voeren sanering van de bodemverontreiniging kan geconcludeerd worden dat de bodem geschikt wordt voor de geplande ontwikkeling in het plangebied.

4.9

Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO)

Het plangebied is verdacht op explosieven in het kader van Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO), en met name in de vorm van geschutsmunitie en in de zuidelijke en zuidwestelijke randzone mogelijk nog uitlopers van dumpmunitie. Het plangebied is niet verdacht op de overige soorten munitie (raket- of afwerpmunitie) of vliegtuigen.

Afbeelding 4.4 - locaties OOO t.o.v. plangebied (middelste lichtblauwe vlak) Uit de OOO risico-inventerisatie blijkt dat de mogelijke aanwezige munitie geen belemmering hoeft te zijn waar het bebouwen van de planlocatie betreft. Dit onder de voorwaarde dat bij de bouw zelf en het bouw- en woonrijp maken van de planlocatie rekening zal worden gehouden

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

35

met de mogelijke aanwezigheid van dump- en geschutsmunitie in de ondergrond en hiervoor passende mitigerende maatregelen worden genomen. Tevens dient er rekening te worden gehouden met een verticale afbakening voor zowel geschuts- als dumpmunitie van maximaal -2,5 m MV en de regeling voor ondergronds bouwen, zoals opgenomen in artikel 12.3 van de regels van dit bestemmingsplan. Conclusie In de planontwikkeling wordt er rekening gehouden met eventuele OOO en er zullen maatregelen worden getroffen om de veiligheid te garanderen.

Afbeelding 4.5 - Luchtfoto van 17 april 1945: opvallend zijn de stellingen in en vooral rondom het plangebied

4.10 Water Algemeen Het plangebied maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gemeentelijk grondgebied ten noorden van de Waal en ten oosten van de Prins Mauritssingel. Deze voormalige stadssnelweg en de spoorlijn vormden een waterscheiding. Deze waterscheiding is definitief opgeheven als de duiker onder het spoor en de Prins Mauritssingel, ter hoogte van de inmiddels deels gegraven plassen, en de verbindende watergangen tussen de plassen is gerealiseerd. In de eindsituatie is in de plassen voldoende berging aanwezig. Het regenwater van het dorp Lent en Visveld aan deze zijde van de waterscheiding wordt geborgen in watergangen/plassen, onderdeel van het watersysteem van de Waalsprong. In het dorp Lent is een gemengd rioolsysteem aanwezig, wat afvoert naar de rioolwaterzuivering. De Stelt-Oost watert af richting de aan de noordzijde van het plangebied gelegen A-watergang (zie afbeelding 4.6). Deze watergang is niet permanent watervoerend en valt met name in de zomer droog. De inpassing van de watergang in de nieuwe situatie wordt nader uitgewerkt.

36

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Afbeelding 4.6 - leggerwatergang De Stelt-Oost Het stadsdeel Waalsprong ligt in het poldergebied Betuwe met hoge grondwaterstanden en met oppervlaktewater dat in de huidige situatie dient voor waterberging en waterdoorvoer naar het achterland. In de nieuwe situatie voeren de overblijvende (kwel)sloten en de singels het water af naar de grote plassen in de landschapszone. Alleen bij zeer grote regenwater aanvoer wordt er water afgevoerd naar de Linge via Woonpark Oosterhout. Hier wordt dus een duurzaam (toekomstbestendig) watersysteem aangelegd. Dit watersysteem is beschreven in het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong 2009 (WIW) en het watersysteem speelt een (mede)ordenende rol bij stedelijke ontwikkelingen. De Stelt-Oost is echter (nog) niet aangesloten op het watersysteem Waalsprong. Over de aansluiting op het watersysteem Waalsprong is overleg geweest met Waterschap Rivierenland. In de planuitwerking zal de aansluiting meegenomen worden.

De Stelt-Oost Bij de planvorming is uitgegaan van de volgende algemene uitgangspunten en randvoorwaarden: dak- en wegwater wordt niet aangekoppeld aan de riolering maar zoveel mogelijk via bovengrondse voorzieningen onder vrijverval afgevoerd via bodempassage/wadi's naar oppervlaktewater; voor de watergang langs de Turennesingel wordt een streefpeil aangehouden van 7,90 m +NAP; het huidig maaiveld ligt gemiddeld op circa 10,50 m +NAP; bodempassages (wadi's): de bodempassages worden bij voorkeur in grote eenheden in de openbare ruimte ingericht. Bodempassages worden bij voorkeur zo ingericht dat extensief

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

37

onderhoud mogelijk is. Dubbelgebruik van bodempassages als speelveld is niet mogelijk om praktische- en volksgezondheidsredenen. De bodempassages wateren via de bestaande A-watergang af op de Turennesingel. Voor het het deelgebied De Stelt-Oost zal nog een waterhuishoudkundig plan opgesteld worden op basis van de uitgangspunten van het WIW, welk plan de instemming behoeft van het Waterschap Rivierenland. Ontwerpafwatering Het plangebied beslaat circa 2 ha. Op basis van het stedenbouwkundig plan is bepaald dat de kavels als 50% verhard worden meegenomen voor de bepaling van de benodigde waterberging. Wegen worden voor 100% meegenomen. In het op te stellen waterhuishoudkundige plan voor De Stelt-Oost vindt de nadere detaillering van de bodempassages en het daarop aangesloten verhard oppervlak plaats. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied sluit direct aan op de dijk. Er is invloed van kwel in de bestaande situatie. De aanwezige A-watergang dient voor het afvoeren van oppervlaktewater uit Vossenpels-Zuid en het eventueel afvoeren van kwel (om te voorkomen dat zanddeeltjes meegevoerd worden door uittredend water en daarmee de sterkte van de waterkering negatief beinvloed heeft het Waterschap o.a. pipingschermen aangebracht) en valt droog in droge perioden en/of lage grondwaterstanden.

Uitgangspunt bij nieuwe stedelijke inen uitbreidingen is dat de bestaande waterhuishouding niet ingrijpend wijzigt en altijd in overleg met het Waterschap. Dit kan bereikt worden door: maatregelen te treffen bij bouwrijp maken en tijdens de bouw (ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur); een waterproof bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen (bijvoorbeeld kruipruimteloos).

Afvalwater Voor de huidige bestaande bebouwing in het plangebied is een vacuümrioleringsstelsel aanwezig dat afvalwater inzamelt en transporteert naar het rioolgemaal in Lent. De woningen die op dit vacuümstelsel waren aangesloten zijn als onderdeel van eerdere ontwikkelingen aangesloten op vrij verval riolering. Hemelwater is afgekoppeld. De overgebleven vacuüm/persleiding is hierdoor in ongebruik geraakt en zal als onderdeel van de ontwikkelingen in De Stelt-Oost worden verwijderd. De ligging van de vaccuümriolering is in afbeelding 4.7 groen gemarkeerd.

38

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Afbeelding 4.7 - vacuümriolering De Stelt-Oost Afvalwater binnen De Stelt-Oost wordt middels een droogweerafvoer (DWA) systeem verzameld en aangesloten op de reeds aanwezige DWA riolering in Vossenpels-Zuid. Vanaf hier kan het onder vrij verval afstromen naar een centraal gelegen rioolgemaal binnen plangebied Vossenpels Zuid. De persleiding vanaf dit gemaal prikt in op de persleiding in de Laauwikstraat. Deze transporteert het afvalwater richting de RWZI in Arnhem-Zuid. Dit is conform het WIW. Hemelwater Voor het hele plangebied geldt, in het kader van het bevorderen van het duurzaam omgaan met water, het gemeentelijk beleid om schoon hemelwater niet te vermengen met vuil afvalwater. Schoon hemelwater dient liefst in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij infiltratie van hemelwater moet waar mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen (conform convenant Duurzaam bouwen in het KAN 2000). Het afstromende water van wegen wordt in principe bovengronds afgevoerd naar de wadi's die in verbinding staan met de watersingels in de Waalsprong. Het water van daken mag rechtstreeks geloosd worden op het oppervlaktewater. Het hemelwater wordt geborgen in het systeem van singels en plassen. De plassen fungeren als seizoensberging.

Binnen het WIW geldt dat voor de filtering van het hemelwater in eerste instantie een bodempassage wordt toegepast, ten behoeve van de waterkwaliteit. Alternatieven voor filtering worden met het waterschap overlegd. Conclusie Met de geformuleerde randvoorwaarden is woningbouw in De Stelt-Oost mogelijk en heeft deze ontwikkeling geen negatieve gevolgen op de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied of de Waalsprong.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

39

4.11 Natuur 4.11.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.

4.11.1.1 Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) en stikstof Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in bijlage). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.

In Bijlage 5 van de toelichting is het stikstofrapport De Stelt-Oost te vinden.

4.11.1.2 Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en

40

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Quickscan Er is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd in het plangebied. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: Het plangebied heeft een functie voor de rugstreeppad en kleine marterachtigen. Op de locatie van het plangebied geldt het Soortenmanagementplan (SMP-N; Martens & Krijt, 2019) en op basis daarvan is een ontheffing soorten Wnb afgegeven door de Provincie Gelderland (zie verder paragraaf 4.11.2.4). Voor de rugstreeppad neemt de gemeente Nijmegen daarmee al gebiedsgerichte en mitigerende maatregelen tijdens uitvoering van ruimtelijke ingrepen die de duurzame instandhouding waarborgen. Het plangebied heeft mogelijk een functie als verblijfplaats en nestplaats van vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Deze functie zal echter niet worden aangetast. Het plangebied is geschikt broedbiotoop voor verschillende algemene soorten vogels. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op deze soorten - en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb - te voorkomen.

Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden en houtopstanden zijn uitgesloten (beoordeling stikstofdepositie is geen onderdeel van deze quickscan). De quickscan is opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting.

4.11.1.3 Beschermde bosopstanden (houtopstanden, hout en houtproducten) Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Nijmegen. De regels ten aanzien van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn voor het project niet van toepassing.

4.11.1.4 Conclusie Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied zijn op voorhand uit te sluiten. Negatieve effecten op de doelstellingen van de Wet natuurbescherming zijn uitgesloten, mits de maatregelen uit het SMP-N en in de planning en uitvoering van werkzaamheden rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

41

4.11.2 Gemeentelijk beleid 4.11.2.1 Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator "binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen" vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Conclusie In het plangebied wordt voldaan aan deze norm door aanleg van een groen 'centrum' waar omheen nieuwe woning/woontypen worden ontwikkeld.

In de omgeving is tevens veel groen aanwezig, met name aan de zijde van de dijk.

4.11.2.2 Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma.

De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. Uitgangspunten In diverse uitgangspunten voor de Waalsprong is aangegeven dat het van belang is om het nieuwe karakter van de Waalsprong te baseren op oude waarden en kenmerken van het gebied. De wijken van de Waalsprong zullen zelf voldoende groen op korte afstand van de huizen moeten hebben; de Landschapszone kan niet als enige uitloopgebied dienen. Natuurwaarden zoals die nu in het Waalsprong gebied voorkomen zullen geïntegreerd worden

42

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

in de ontwikkeling van de Landschapszone. Ook in de ontwikkeling van woonwijken dient rekening gehouden te worden met de aanwezige natuurwaarden. Deze kunnen op een creatieve wijze meegenomen worden in planvorming en ontwerp. Kaders Het Werkboek Buitenruimte Waalsprong is vastgesteld beleid en geldt als uitgangspunt voor de inrichting van de openbare ruimte in de Waalsprong. Voor groen gelden de volgende uitgangspunten: Bij nieuw groen moeten vooral kwaliteit en afstand tot de woningen in de gaten gehouden worden. Dit betekent dat het groen bij voorkeur in de wijk komt te liggen en niet tussen de wijk en een spoorlijn of snelweg bijvoorbeeld. Dan is het groen immers maar van één kant toegankelijk. Wat betreft kwaliteit en inrichting van het groen is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de leeftijdsopbouw in de wijk en daarbij ook de toekomst niet wordt vergeten.

Conclusie De inrichting van De Stelt-Oost is gebaseerd op de kenmerken van het gebied en bevat voldoende groen op korte afstand van de woningen. Het is een aanvulling op het groen in de directe omgeving.

4.11.2.3 Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

43

Afbeelding 4.8- ecologische structuur Nijmegen Conclusie De planlocatie grenst aan de ecologische hotspot Uiterwaarden met een relatief hoge natuurwaarde. De ontwikkeling met woningbouw conflicteert niet met deze ecologische hotspot, omdat in de planlocatie woningen in een lage dichtheid worden gesitueerd met veel groen

4.11.2.4 Soortenmanagementplan Nijmegen de Waalsprong (SMP-N) In het ontwikkelgebied 'de Waalsprong' worden de komende jaren nog duizenden woningen met bijbehorende voorzieningen gebouwd. Gebleken is dat er op een effectievere en efficiëntere manier kan worden omgegaan met de onder de Wet natuurbescherming beschermde diersoorten die in de Waalsprong voorkomen. Onder andere daarom heeft de gemeente Nijmegen voor het ontwikkelgebied 'de Waalsprong' meegedaan aan een pilot Soortenmanagementplan (SMP-N) van de provincie Gelderland. Via het SMP-N wordt ook deels invulling gegeven aan de aangenomen raadsmotie 'Natuurinclusief bouwen' van 14 november 2018. Het SMP is een eigen plan van de gemeente waarin zij aangeeft hoe in de ontwikkelgebieden van de Waalsprong wordt omgegaan met de daar voorkomende soorten in casu de steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, grote modderkruiper, rugstreeppad, poelkikker en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn. Op basis van het SMP-N is een zogenoemde gebiedsontheffing soorten Wet natuurbescherming (Wnb) verkregen. Deze ontheffing is alleen mogelijk als in de eindsituatie een duidelijke 'plus' voor (beschermde) soorten wordt gecreëerd. Op 8 mei 2019 heeft Gedeputeerde Staten van Gelderland (GS) besloten om de gevraagde ontheffing te verlenen. Op 28 oktober 2020 heeft GS een aanvullingsbesluit verleend voor de kleine marterachtigen.

44

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Door uitvoering van het SMP-N wordt bewust een plus voor de natuur gecreëerd in de groenstructuur en in de gebouwen. Op die manier wordt ook de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterkt. In het SMP-N staat de volgende tekst voor dit plangebied: Als ontwerpkader is gekozen voor elementen en sfeerbeelden van de historische inrichting van het landschap zoals dat aanwezig was, voor de opkomst van de kassentuinbouw in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Door het accent te leggen op het terugbrengen en versterken van karakteristieke landschapselementen wordt een heel natuurlijk passend kader geschapen voor de (her)inrichting van de groenstructuur in de Waalsprong. De groenstructuur wordt met name gevormd door een groene ring rondom de woningbouwlocaties. Deze groene ring biedt kansen en zorgt ook voor een directe ecologische verbinding en aansluiting met omringende groene gebieden. In deze buitenrand krijgt het groen een prominente plek met een inrichting die is afgestemd op de natuurlijke leefgebieden van de soorten. Het plangebied van De Stelt-Oost valt in deze groene ring. De Stelt-Oost is een bijzondere plek. Het grenst aan de zuidkant aan het rivierenpark dat onderdeel is van Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In het oosten grenst het aan Park Lingezegen / de Woerdt dat in de groene ontwikkelzone ligt.

Onze ambitie is om de gebiedseigen landschappelijke elementen nieuw aan te brengen in de groenstructuur zoals in het SMP is afgesproken. Voorbeelden op deze plek zijn een kruidenrijk grasland en struweelheggen. In het westen en noorden grenst het aan De Stelt-Zuid en Vossenpels Zuid, PlantjeVlag! Sluit met het planontwerp aan bij deze opzet. Maak een groene verbinding vanuit Vossenpels Zuid door het plangebied naar de dijk. Van een smalle zone naar een bredere zone met de sfeer van een boomgaard. Laat de tuinen geleidelijk overgaan naar een gemeenschappelijke groene openbare ruimte dat opgaat in het landschap. Trek de struinzone langs de dijk van De Stelt-Zuid door in het plangebied. En maak eventueel een groene dooradering van west naar oost midden in het plangebied mits dit niet ten koste gaat van een robuuste struinzone. De struinzone kan worden ontwikkeld op de nog aan te leggen steunberm van de dijk. Door middel van aangepast en extensief beheer wordt ingezet op kruidenrijke vegetatie, waar mogelijk met bomen en heesters. De ambitie is om richting de woningen een ruigere vegetatie te ontwikkelen. Natuurinclusief bouwen Via het SMP-N wordt ook deels invulling gegeven aan de aangenomen raadsmotie 'Natuurinclusief bouwen' van 14 november 2018.

Ter uitvoering van de raadsmotie wordt in de Waalsprong een wijk ontwikkeld waar rekening wordt gehouden met allerlei aspecten van de natuur of die nou zeldzaam en beschermd zijn of niet. In dit licht is een korte handleiding Natuurinclusief bouwen opgesteld die makkelijk toepasbare brokjes biedt waaruit gekozen kan worden, afhankelijk van wat in welke situatie mogelijk is (bijlage 5 van het SMP-N). Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong opgesteld. Deze toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Het systeem richt zich in eerste instantie op de gebouwgebonden soorten gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw maar op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd. Voor alle nieuw te ontwikkelen gebieden geldt vanaf 2020 het in het SMP-N vastgelegde minimumambitieniveau. Dit betreft geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen van hoogbouw en grondgebonden woningen. Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

45

genoeg. Wanneer de soorten geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen daar beperkt. De toolbox bevat daarom tevens groene omgevingsmaatregelen waardoor de stedelijke biodiversiteit wordt versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige bewoners vergroot en een bijdrage wordt geleverd aan klimaatadaptatie. Het SMP-N is op 12 maart 2019 en de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong is op 4 februari 2020 door het college vastgesteld. Conclusie Conform het SMP-N wordt er in De Stelt-Oost aansluiting gezocht met de groenstructuur van De Stelt-Zuid en Vossenpels Zuid. De groenstructuur sluit tevens aan op de aanwezige landschapselementen. Met de uiteindelijke ontwikkelaars van het plangebied worden afspraken gemaakt over het toepassen van geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen en de gebiedseigen groene omgevingsmaatregelen voor een duurzame vestiging van de genoemde diersoorten. De toepassing hiervan wordt privaatrechterlijk vastgelegd en meegenomen bij de omgevingsvergunningen voor de bouw van de woningen.

4.12 Cultuurhistorie In deze paragraaf worden de belangrijkste cultuurhistorische elementen in het plangebied De Stelt-Oost benoemd. In bijlage 7 van de toelichting is een uitgebreide cultuurhistorische analyse te vinden.

4.12.1 Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15-5-2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De Stelt-Oost ligt in gebiedstype 3 van de cultuurhistorische beleidskaart.

Bij gebiedstype 3 is sprake van een rijke cultuurhistorische gelaagdheid. Het gaat om zowel de grotere schaal, zoals het stedenbouwkundige plan en historische structuren, als om specifieke objecten en om de samenhang tussen de structuren, bebouwing en / of cultuurlandschap. Bij de bebouwing gaat het niet zozeer om de architectuur en het beeld, maar om het silhouet, zoals de situering, de nok- en goothoogte en de nokrichting. Zowel de zichtbare als de niet-zichtbare geschiedenis van het gebied zal uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen.

46

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Afbeelding 4.9 - Cultuurhistorische beleidskaart met planlocatie in gebiedstye 3

4.12.2 Geschiedenis plangebied Het gebied De Stelt-Oost is gelegen tussen de Bemmelsedijk, Steltsestraat en Vossenpelsestraat en is genoemd naar Huis Stelt (ca 1355-ca 1649), een herenhuis dat was gelegen vlakbij de voormalige Kolk van Maters, die destijds ook wel de “Waeij van De Stelt” werd genoemd. Deze voormalige kolk neemt een groot deel van het betreffende gebied in beslag. De geschiedenis van het gebied hangt daarom nauw samen met deze kolk. Huis Stelt De eerste vermelding van huis De Stelt dateert uit 1649. Op een kaart van Nicolaas van Geelkercken is achter de dijk een huis met de naam Stelt te zien, dat is omgeven door water. Mogelijk was er sprake van een natuurlijke aantrekkelijke vestigingsplaats in het landschap en is het kasteel of huis op een (schier)eilandje in een reeds bestaande kolk achter de dijk gebouwd, waarbij de kolk als gracht fungeerde. Tot wanneer het huis precies heeft bestaan is onzeker maar op de kadastrale kaart uit 1830 is het huis geheel verdwenen. De landtong is nog wel goed herkenbaar. Vandaag de dag, nu ook de kolk gedempt is, herinnert niets meer op de locatie aan het voormalig huis De Stelt. In het nieuwbouwplan zal, als verwijzing naar het verleden, de vermoedelijke plek van het huis als een bijzonder cultuurhistorisch element worden aangeduid.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

47

1649 kaart van Nicolaas van Geelkercken. In de 1830 kadastrale kaart met in de rode cirkel de rode cirkel bevindt zich het huis dat is omgeven kolk met aan de noordzijde de landtong. door water. Het dunne lijntje geeft de dijk weer. Afbeelding 4.10 - vermoedelijke locatie (rood omcirkeld) van de funderingen van Huis Stelt

4.12.3 Cultuurhistorische waarden In het gebied zijn nog de volgende cultuurhistorische waarden aanwezig. De waardevolle historische structuren in de vorm van de Bemmelsedijk, de Vossenpelsestraat en de Steltsestraat. Verder de waardevolle historische kolk, die nu niet meer zichtbaar is. Net buiten het plangebied is de waardevolle bebouwing van Fort Lent gelegen.

Afbeelding 4.11 - cultuurhistorische waardenkaart ter plaatse van De Stelt-Oost

48

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Legenda: Zwart: waardevolle historische structuren - Rood: waardevolle bebouwing - Blauw: waardevol historische kolken Conclusie Er worden met dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de cultuurhistorische waarden van het rijksmonument Fort Lent aantasten. Het beloop van de waardevolle historische structuren van de Bemmelsedijk, de Vossenpelsestraat en de Steltsestraat is met dit bestemmingsplan geborgd door de bestemming Verkeer en de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering. De waardevolle historische kolk is niet meer zichtbaar in het landschap en is daarom ook niet geborgd in het bestemmingsplan. Er is rekening gehouden met de waarschijnlijke locatie van Huize Stelt in het stedenbouwkundig plan.

4.13 Archeologie 4.13.1 Archeologisch beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met het Verdrag van Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief.

Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. In paragraaf 4.13.2 wordt geanalyseerd welke archeologische waarden aanwezig zijn in het plangebied en hoe deze geborgd worden in dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

49

4.13.2 Archeologische waarden Het plangebied Nijmegen De Stelt-Oost ligt momenteel in een gebied met meerdere archeologische waarden. Het gaat daarbij om de waarde 0/geen waarde (overgrote deel plangebied), waarde 1 (in de zuidoosthoek van het plangebied) en waarde 3 (grotendeels de dijk).

Afbeelding 4.12 - uitsnede Archeologische Beleidskaart ter hoogte van het plangebied (in rood omlijnd) Van gebieden met waarde 0 is vastgesteld dat deze geen archeologische waarde hebben. Van de waarde 1-gebieden is de archeologische waarde nog niet door onderzoek vastgesteld of er geldt een lage of middelhoge archeologische verwachting. Aan een waarde 1-gebied zijn ondergrenzen verbonden, waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt. Deze grenzen bedragen voor het plangebied een oppervlak van tenminste 2.500 m² en een verstoring of bodemingreep die dieper dan 30 cm gaat. Een waarde 3-gebied heeft een zeer hoge archeologische waarde, die door een dubbelbestemming beschermd wordt. Aan een waarde 3-gebied zijn ondergrenzen verbonden waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt. Deze grenzen bedragen voor de geplande ingreep een oppervlak van ten minste 50 m² en een verstoring of bodemingreep die dieper dan 30 cm gaat. Onderzoeken in het plangebied De eerdere waardestelling, waarbij een groot deel van het bestemmingsplangebied was vrijgegeven, was gebaseerd op in het verleden uitgevoerd archeologisch onderzoek en de aanname dat vrijwel het gehele terrein verstoord zou zijn door een kolk die was ontstaan bij een dijkdoorbraak.

Recent bureauonderzoek en een waarneming bij graafwerkzaamheden hebben echter uitgewezen dat deze verstoring slechts een deel van het bestemmingsplangebied betreft en dat zich binnen het onverstoorde deel, diep in de ondergrond, waarschijnlijk nog overblijfselen van het voormalig Huis De Stelt bevinden.

50

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Op basis van de bestudering van historisch kaartmateriaal kan worden geconcludeerd dat er aan de noordzijde van de kolk sprake was van een landtong en dat het zeer aannemelijk is dat het verdwenen Huis De Stelt zich hier bevond. Deze conclusie wordt ondersteund door een waarneming tijdens graafwerkzaamheden. Hierbij zijn de vermoedelijke restanten van een zware bakstenen fundering op ca. 3 meter beneden het maaiveld gezien. De locatie ervan stemt overeen met de conclusie uit de kaartenstudie. Om de bescherming van de archeologische waarden te borgen wordt op basis van deze informatie de waarde voor een deel van het plangebied, ter hoogte van het voormalige schiereiland in de kolk, vastgesteld. Op de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan is in de bestemming Woongebied een aanduiding opgenomen. Het betreft onderstaande aanduiding: Aanduiding "specifieke vorm van Woongebied - archeologie NAP 7,80 m". Het is in het betreffende deelgebied niet toegestaan om bodemingrepen uit te voeren die dieper reiken dan 7,80 m +NAP (2,70 m onder het huidige maaiveld). Wanneer er beneden deze grenswaarden toch ingrepen in de bodem worden beoogd worden archeologische waarden bedreigd en is onderzoek noodzakelijk. Ingrepen boven deze NAP- maat blijven (archeologisch) vergunningvrij.

Ook ingrepen ten behoeve van aanleg het park, infrastructuur en nutsvoorzieningen zijn van dusdanige beperkte aard dat deze vergunningvrij uitgevoerd kunnen worden. Bodemingrepen zullen daarnaast altijd moeten voldoen aan de regels voor ondergronds bouwen (12.3).

Conclusie In het bestemmingsplangebied blijven de aanduiding Waarde Archeologie 1 en dubbelbestemming Waarde Archeologie 3 gehandhaafd. Waar eerder Waarde Archeologie 0 van toepassing is blijft dat ook gehandhaafd, met uitzondering van het deelgebied met de aanduiding "specifieke vorm van Waarde - Archeologie NAP 7,80".

4.14 Verkeer en parkeren 4.14.1 Verkeer en vervoer Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het ambitiedocument mobiliteit Nijmegen Goed op Weg. In dit ambitiedocument is verkeersveiligheid benoemd als randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in Nijmegen. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de richtlijnen van Duurzaam Veilige Weginrichting. Langzaam verkeer Nijmegen kent een hoogwaardig fietsnetwerk (zie kaart). De Waalsprong wordt daardoor ontsloten door een netwerk van doorgaande snelfietsroutes. Snelfietsroutes spelen een belangrijke rol in het stedelijk verkeerssysteem en de duurzaamheidsdoelen: mensen fietsen meer en autoritten worden meer en meer voorkomen. Het netwerk van snelfietsroutes zorgt tevens voor goede verbindingen met andere bestemmingen in de stad en de regio. Het fietsbeleid voor de Waalsprong is vastgelegd in het Uitvoeringsplan Fietsinfrastructuur Waalsprong.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

51

Afbeelding 4.13 - kaart snelle fietsroutes Nijmegen De Stelt-Oost is goed aangesloten op de bestaande hoofdroutes voor de fiets. Naast de hoofdfietsroutes op afbeelding 4.12 fungeert ook de Bemmelsedijk als belangrijke fietsroute voor zowel dagelijks als recreatief fietsverkeer. Door het gebied lopen daarnaast lokale fietsroutes die de bereikbaarheid van het gebied voor fietsers optimaliseren en ook zorgen voor de aansluiting met de omliggende gebieden. Voor voetgangers is zowel in De Stelt-Oost als in de omliggende gebieden aandacht. Vanuit De Stelt-Oost lopen recreatieve wandelroutes richting de uiterwaarden en via de verkeersluwe Bemmelsedijk ook richting Park Lingezegen. Daarnaast worden langs de Steltsestraat voetpaden aangebracht waarmee ook de wandelroutes richting Lent op een goede wijze gefaciliteerd worden. Openbaar Vervoer Openbaar vervoer vormt een belangrijk onderdeel in het verkeerssysteem van de Waalsprong. Maatregelen op het gebied van (hoogwaardig) openbaar vervoer leveren een bijdrage aan de beperking van de groei van het autoverkeer. Openbaar vervoer bestaat uit trein, Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) en uit stads-en streeklijnen. Voor de Stelt Oost liggen de dichtstbijzijnde bushaltes op de Turennesingel en de Laauwikstraat. Daarnaast is station Nijmegen Lent vanuit de Stelt Oost goed bereikbaar.

Gemotoriseerd verkeer De stedelijke hoofdwegen in de Waalsprong zijn onderdeel van de toegangswegen naar de stad en vervullen een functie voor het verbinden van stadsdelen en de bereikbaarheid met de regio. Voor het oostelijk deel van Nijmegen Noord fungeren de Vrouwe Udasingel en de Turennesingel

52

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

als hoofdontsluitingswegen. Voor de Stelt-Oost zal vooral de Turennesingel als ontsluitingsroute gelden. Vanaf de Turennesingel geldt de Steltsestraat als erftoegangsweg tot de Stelt-Oost. De Bemmelse Dijk heeft geen functie voor het ontsluiten van het gemotoriseerd verkeer vanuit de Stelt-Oost. Ook de Vossenpelssestraat wordt niet gebruikt voor het ontsluiten van de Stelt-Oost; alleen de bestaande kavel die reeds op de Vossenpelssestraat is ontsloten zal via deze route bereikbaar blijven. De Vossenpelssestraat, die momenteel als eenrichtingsstraat is ingericht, zal worden geknipt en zal voor gemotoriseerd verkeer een doodlopende straat vanuit het noorden worden. Hieronder is dat schematisch weergegeven in afbeelding 4.14.

Afbeelding 4.14 - indicatieve verkeers- en parkeerstructuur inclusief ontsluiting De Stelt-Oost Voor de inrichting van de Stelt-Oost wordt uitgegaan van de volgende principes: 1. Inrichting als verblijfsgebied 2. Geen doorgaand verkeer binnen de wijk 3. Prioriteit voor fietsverkeer om autogebruik te verminderen Bovenstaande principes betekenen dat binnen de Stelt-Oost een maximumsnelheid van 15km/u vanwege een inrichting als een woonerf. De woonstraten in het gebied moeten voldoende maat hebben om de veiligheid van het verkeer te kunnen waarborgen, ook op aansluitingen (voldoende zicht).

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

53

4.14.2 Parkeren Het parkeerbeleid is opgenomen in de Parkeernota “Parkeren in Nijmegen – Auto en Fiets 2020-2030”. Daarnaast kent Nijmegen een Facetbestemmingsplan parkeren). Op basis van dit bestemmingsplan moet voldaan worden aan de beleidsregels parkeren. Zo ook in dit bestemmingsplan. In de beleidsregels parkeren wordt helderheid gegeven over het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij diverse functies en de werkwijze bij het bepalen van de parkeernormen. Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan deze regels ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen. De omgevingsvergunning wordt getoetst aan de op dat moment geldende parkeernormen conform de dan geldende beleidsregels. Bij het beoordelen van een ontwikkeling kijkt de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Op deze manier wordt overlast in de omgeving zoveel mogelijk beperkt. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels. De parkeernormering is bepaald aan de hand van de stedelijkheidsgraad. Nijmegen is aangeduid als sterk stedelijk. Conform de gebiedsindeling valt De Stelt-Oost in de categorie '2e Schil'. Naast het parkeren voor auto's verdient ook het fietsparkeren de aandacht. Voor woningen geldt echter dat dit is opgenomen in het bouwbesluit.

Voor overige functies geldt een fietsparkeernorm zoals vastgelegd in de beleidsregels parkeren.

4.15 Kabels en leidingen De planlocatie bevat geen kabels en/of leidingen die van zulk belang zijn dat deze bestemd dienen te worden en daarmee een beschermingsregime krijgen.

4.16 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 4.16.1 Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden - gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland - in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.

In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. In de

54

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

onderstaande paragrafen worden dieper ingegaan op de maatregelen die genomen worden.

4.16.2 Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen zet Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Kijk in de paragraaf Natuur voor een nadere uitwerking van natuurinclusief bouwen.

4.16.3 Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag en het zorgt voor minder hittestress en droogte. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen/waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen voorkomen hittestress. Zie de paragraaf Water en Natuur voor nadere uitwerking.

4.16.4 Beeldkwaliteitsplan Het beeldkwaliteitsplan (BKP) is een toetsingskader voor de inrichting van het gebied. Het BKP gaat ook in op vorm en uiterlijk van gebouwen en kan ook opmerkingen bevatten over voorkomen van hinder (geluid, schaduw, lichthinder, bezonning) en het integreren van duurzame energie (zonnepanelen), materiaalgebruik (bv gebruik van hout) en ruimtegebruik (inrichting terreinen). In de beschrijving van de planfilosofie van BKP De Stelt-Oost is aangegeven dat dit onderdeel van De Stelt zich onderscheidt van De Stelt-Noord en –Zuid door nog meer klimaatbestendig te bouwen. Dit geldt voor de bebouwing als wel voor de openbare ruimte. Naast het natuurinclusief bouwen wordt ook gedacht aan bouwen met houtbouw in combinatie met groene daken en gevels. Door het warmtenet van de Waalsprong te combineren met zonne-energie zijn op relatief eenvoudige wijze energieneutrale woningen te realiseren. Het dijklandschap benadrukt de landschappelijke setting waarin ruimte is voor waterberging maar ook hittestress voorkomen wordt.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

55

4.16.5 Energie Nijmegen heeft de ambitie om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Gemeente Nijmegen stelt dit instrument kosteloos ter beschikking aan planontwikkelaars binnen de gemeentegrenzen.

4.16.5.1 Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 juli 2020 is bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. Woning dienen op basis van deze norm ontworpen te worden. Vervolgens kan er getoetst worden om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden.

4.16.5.2 Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er ook steeds meer andere opties op de markt, denk bijvoorbeeld aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen.

4.16.5.3 Aardgasvrij Per 1 juli 2018 moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen die op of na 1 juli 2018 worden ingediend voor een omgevingsvergunning. Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet of verwarmen met een warmtepomp. Voor het plangebied geldt een aansluitplicht op het warmtenet. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem. Voor het bepalen van deze voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieuhygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden.

4.16.6 Duurzame mobiliteit Het autobezit in Nederland neemt nog altijd toe. Dit leidt tot opstopping van de wegen en uitstoot van broeikasgassen en luchtvervuilende stoffen. Om alternatief vervoer aantrekkelijk te maken, kan in de ontwikkeling rekening worden gehouden met: Goede voorzieningen voor fietser en voetganger

56

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Toegankelijkheid van openbaar vervoer Voorzieningen voor (elektrische) deelmobiliteit, zoals (bak)fiets, scooter en auto Daarnaast komen er naar verwachting steeds meer elektrische auto's in het straatbeeld. We adviseren om hierop in te spelen door te zorgen voor voldoende capaciteit van het elektriciteitsnet en laadvoorzieningen. Voor meer details zie paragraaf Verkeer en parkeren.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

57

58

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is uitgegaan van de eisen die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aan bestemmingsplannen stellen. De Wro en Bro leggen onder meer verplichtingen op ten aanzien van de opzet en presentatie van bestemmingsplannen. Hieruit vloeit onder andere voort dat bestemmingsplannen uitwisselbaar moeten zijn. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) is op het voorliggende plan toegepast om aan genoemde wettelijke verplichting te voldoen. Ook een aantal algemene bepalingen welke in hoofdstuk 3 en 4 van de regels is opgenomen (bijvoorbeeld de overgangsregels) zijn voorgeschreven in het Bro. Het (juridische deel van het) bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de (plan)regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding visualiseert de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van de aanwezige en/of op te richten bouwwerken.

De toelichting heeft geen bindende werking: de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemmingen en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven. Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd. Planmethodiek Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 (Rsro 2012). Dit houdt in dat het bestemmingsplan is opgesteld volgens de StandaardVergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP), de verbeelding is getekend conform Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 (IMRO 2012) en wordt uitgewisseld volgens de conventies van de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012).

5.2

Systematiek van de planregels

De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit inleidende regels (waar wordt ingegaan op de begrippen en wijze van meten), de bestemmingsregels (waar de bestemmingen worden beschreven), de algemene regels (waar de algemeen geldende regels staan), de overgangs- en slotregels (met het overgangsrecht).

5.3

Beschrijving per bestemming

Enkelvoudige bestemmingen De bestemmingen Groen, Natuur-1, Tuin, Verkeer en Wonen zijn allemaal enkelvoudige

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

59

bestemmingen. Deze bestemmingen zijn opgenomen voor locaties waar slechts één hoofdfunctie is toegestaan. Binnen de bestemming Wonen zijn de volgende maximale goot- en nokhoogten voor de daar aanwezige bestaande woningen opgenomen: goot 4 m, nok 7 m goot 5 m, nok 8 m

Combinatiebestemmingen De bestemming Woongebied is een combinatiebestemming. Deze bestemming is opgenomen om meerdere hoofdfuncties toe te staan. Het gaat in dit geval om de functies wonen, verblijfsgebied en ontsluitingswegen. Het gaat daarbij om vrijstaande, halfvrijstaande, geschakelde, aaneengebouwde en gestapelde woningen. Verder is bepaald dat de woningen in verschillende deelgebieden daar bepaalde maximale goot- en nokhoogten mogen hebben, te weten: goot 9 m, nok 11 m goot 10 m, nok 12 m goot 10 m, nok 14 m goot 17 m en nok 19 m De hoofdverkeersontsluiting van de woongebieden dient plaats te vinden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontsluiting' dan wel binnen een afstand van 10 meter aan weerszijden van deze aanduiding. Omdat in dit gebied nog niet vaststaat hoe de (openbare) ruimte tussen de wegen en de bebouwing wordt ingericht, zijn binnen de bestemming ook verkeersfuncties (zoals wegen, trottoirs en fietspaden), verblijfsgebieden (zoals pleinen, parken en plantsoenen), en ontsluitingswegen mogelijk. Daarnaast zijn de bij de diverse functies behorende voorzieningen zoals tuinen en erven, parkeren, verhardingen, parkeer-, groen-, sport- en speelvoorzieningen mogelijk. Dubbelbestemmingen De bestemmingen Waarde Archeologie - 3 en Waterstaat - Waterkering zijn dubbelbestemmingen. Deze bestemmingen vallen samen met enkelvoudige bestemmingen.

De dubbelbestemmingen kunnen onderling ook samenvallen. Er gelden dan meerdere dubbelbestemmingen voor dezelfde gronden. Bij de algemene regels is een voorrangsregeling opgenomen voor de situatie dat dubbelbestemmingen samenvallen. Algemene gebruiksregels De algemene regels in dit bestemmingsplan bestaan uit een anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels (zoals beeldende kunst, ondergronds bouwen), algemene gebruiksregels (zoals aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten, buitenschoolse opvang en kinderdagverblijven). Algemene aanduidingsregels Er is in het bestemmingsplan sprake van drie zogenoemde 'algemene aanduidingsregels': overige zone - ontsluiting, vrijwaringszone - dijk en wetgevingszone - waarde archeologie 1. Algemene aanduidingsregels hebben betrekking op een bepaald gebied dat betrekking heeft op gronden met verschillende bestemmingen. De gebiedsaanduiding 'overige zone - ontsluiting' regelt dat ter plaatse van deze gebiedsaanduiding en binnen 10 meter aan weerszijden daarvan hoofdontsluitingswegen ten behoeve van de woongebieden mogen worden aangelegd.

60

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' heeft betrekking op de beschermingszone van de dijk. In het plan is geregeld dat deze gronden mede bestemd zijn voor de bescherming, het onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering. Specifieke aanduidingsregel In dit bestemmingsplan is er sprake van twee specifieke aanduidingen. Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van Woongebied - archeologie NAP 7,80 m" worden de aanwezige archeologische waarden beschermd. Daar waar de aanduiding "specifieke bouwaanduiding afstandsmaat gebouwen" dient er ter plaatse van de geplande dijkwoningen een minimale onderlinge afstand van 9 meter aangehouden te worden tussen de gebouwen/woonblokken. Overige regels De overige regels hebben betrekking op de uitsluiting van de aanvullende werking van de bouwverordening, de berging van hemelwater, en de voorrangsregeling bestemmingen. Overgangs- en slotregels Hierin wordt ingegaan op het overgangsrecht en de slotregels.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

61

62

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1

Kostenverhaal

Het plangebied is in eigendom bij de gemeente Nijmegen. Via gronduitgifte kunnen kosten verhaald worden. Een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk. De financiële haalbaarheid is daarmee gegarandeerd.

6.2

Financiële haalbaarheid

De grondexploitatie van de Stelt geschiedt voor rekening en risico van de gemeente Nijmegen conform de GREX Waalsprong. Uitgangspunt is een in financieel-economisch opzicht haalbaar bestemmingsplan. Op basis van het beoogde woningbouwprogramma is dit veiliggesteld. Indien alle gronden gemeentelijk eigendom zijn, is een exploitatieplan niet nodig. Via de gronduitgifte kan immers kostenverhaal plaatsvinden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

63

64

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Inspraak

Voor de procedure van dit ontwerpbestemmingsplan zal een vooraankondiging worden gepubliceerd. De zienswijzenprocedure wordt tevens als inspraak gezien. Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage liggen. Voorafgaand aan de zienswijzenprocedure zal een (digitale) inloopbijeenkomst plaatsvinden.

7.2

Overleg

Het plan zal aan diverse overlegpartners worden aangeboden, waaronder het Waterschap Rivierenland en Provincie Gelderland. Met het Waterschap Rivierenland is intensief overleg gepleegd tijdens het planproces en zij zijn/worden nauw betrokken bij de inrichting van het plangebied. Voor de uitvoering van de plannen is een Realisatie Overeenkomst (ROK) gesloten tussen het Waterschap Rivierenland en gemeente Nijmegen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=cd4be946-d959-4769-97c7-691e36c7f0f9