Bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost, toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost Toelichting
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Nijmegen De Stelt-Oost IDN: NL.IMRO.0268.BP23500-VG01
Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
3
4
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 8 9 10
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken
13 13 15 18
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid
21 21 23 26
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16
Sectorale aspecten Inleiding MER-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) Water Natuur Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Duurzaamheid en klimaatadaptatie
29 29 29 30 30 31 32 32 33 35 36 40 46 49 51 54 54
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming
59 59 59 59
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Financiële haalbaarheid
63 63 63
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
65 65 65
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
5
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Overzicht onderzoeksrapporten
Bijlage 2
Bodemonderzoek De Stelt-Oost kassencomplex en Steltsestraat 111
Bijlage 3
Bodemonderzoek Vossenpelsestraat 1
Bijlage 4
Grondwateronderzoek en beoordeling ernst en spoed De Stelt-Oost
Bijlage 5
Stikstofrapport De Stelt-Oost
Bijlage 6
Quickscan Wet natuurbescherming De Stelt-Oost
Bijlage 7
Cultuurhistorische analyse De Stelt-Oost
6
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het gebied "de Waalsprong" is de Nijmeegse uitbreidingslocatie en is gesitueerd aan de noordzijde van de rivier de Waal. In deze Vinex-locatie worden in totaal circa 12.000 woningen gerealiseerd. Onderdeel van de ontwikkeling van de Waalsprong is het gebied de Stelt. De Stelt ligt direct ten zuiden van het bestaande dorp Lent en direct ten noorden van de rivier de Waal.
Afbeelding 1.1 - overzicht Waalsprong met locatie De Stelt-Oost De Stelt-Oost Na de deelgebieden De Stelt-Noord en De Stelt-Zuid, wordt nu via dit bestemmingsplan De Stelt-Oost vormgegeven. Het is de bedoeling dat in het gebied De Stelt-Oost maximaal 50 woningen worden gerealiseerd. Er wordt beoogd deze woningen te ontwikkelen in de koopsector. De woningvoorraad bestaat uit maximaal 40 grondgebonden woningen en maximaal 10 appartementen. De planontwikkeling is afgestemd met de op handen zijnde dijkversterking van het Waterschap Rivierenland aangezien al tot de dijkversterking is besloten in het Projectplan Waterwet dijkversterking Wolferen-Sprok (PpW). Dit bestemmingsplan gaat uit van de 'nieuwe' situatie waarin: de dijkversterking zelf juridisch geregeld wordt in het bestemmingsplan Nijmegen Dijkversterking Wolferen-Sprok, onderdeel van het Projectplan Waterwet Dijkversterking Wolferen-Sprok; de bescherming van de bestaande dijk en de dijkversterking in dit bestemmingsplan is geborgd.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
7
Afbeelding 1.2 - locatie plangebied De Stelt-Oost
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied De Stelt-Oost is gelegen direct aan de Waal ter hoogte van het Fort Boven-Lent (ook wel Fort Sprokkelenburg of Fort Lent), grenzend aan de wijk Vossenpels Zuid. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Vossenpelssestraat en aan de westzijde door de Steltsestraat. Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door de (woon)bebouwing van Vossenpels Zuid en de Bemmelsedijk. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie H, nummers 371 (gedeeltelijk) en 379 t/m 384 en gemeente Lent, sectie B, nummers 373, 1090, 1588 en 1589. Het totale plangebied beslaat een oppervlakte van circa 2,5 hectare. Het gebied dat ontwikkeld wordt is circa 2 hectare groot. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
8
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Afbeelding 1.3 - luchtfoto planlocatie
Afbeelding 1.4 - streetview planlocatie
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het huidig geldende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent. Dit bestemmingsplan is door de raad van de voormalige gemeente Elst op 28 november 1989 vastgesteld; het plan is op 6 augustus 1992 bij Koninklijk Besluit gedeeltelijk onherroepelijk geworden. Daarnaast geldt er voor een gedeelte van de Vossenpelsestraat de beheersverordening Nijmegen Vossenpels Midden-Noord. Deze beheersverordening is 14 juni 2017 vastgesteld door de raad van de gemeente Nijmegen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
9
De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerend bestemmingsplan, omdat de bestemming Agrarische doeleinden geen woningen toestaat. De geldende regeling uit de beheersverordening wordt overgenomen in dit bestemmingsplan. Deze bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 1.5 - uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit
10
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante (algemene) beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 worden de sectorale aspecten, inclusief bijbehorend beleid, van het bestemmingsplan beschreven. Vanuit de verschillende sectorale aspecten (zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water) wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling op de planlocatie uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in dit bestemmingsplan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
De regels zijn opgebouwd uit inleidende regels (hoofdstuk 1) met daarin begrippen en de regels ten aanzien van de wijze van meten. In hoofdstuk 2 staan de (specifieke) bestemmingsregels, die per bestemming regels bevatten waar op de desbetreffende gronden gebouwd mag worden en hoe deze gronden gebruikt mogen worden. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen, zoals aanduidingsregels, die voor het hele plangebied en/of ter plaatse van meerdere bestemmingen gelden. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
11
12
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1
Beschrijving huidige situatie
2.1.1
Inleiding
Het gebied de Stelt is gelegen tussen de Bemmelsedijk, Prins Mauritssingel en Steltsestraat en is een zeer bijzonder gebied in Nijmegen en de Waalsprong. Het ligt ingeklemd tussen de kern van Lent en de rivierdijk; een locatie met prachtige uitzichten over de rivier, de stad, de stuwwal en de Waalbrug. De Stelt-Oost ligt, net als De Stelt (-Noord en -Zuid), dicht bij de uiterwaarden van de Waal en de Gelderse Poort.
Afbeelding 2.1 - situering plangebied De Stelt-Oost met ten westen De Stelt (-Noord en -Zuid) en ten noorden Vossenpels Zuid Dit is een belangrijke extra kwaliteit voor de wijk die bij veel wijken elders niet te vinden is. Daarbij heeft het gebied goede ontsluitingsmogelijkheden en ligt het gebied dicht bij het stadscentrum. Het is hiermee een unieke locatie; zoals De Stelt-Noord en -Zuid ook als een unieke locatie zijn gekwalificeerd. Deze uniciteit vraagt daarom ook om een bijzondere
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
13
stedenbouwkundige invulling. Het plangebied De Stelt-Oost is momenteel in gebruik als agrarische grond/weide met een tweetal (burger)woningen. Eerder stonden er kassen op de planlocatie. Deze zijn ondertussen gesloopt ten behoeve van voorbereidende werkzaamheden (onderzoek, sanering, andere grondwerkzaamheden) voor de toekomstige bouw van de geplande woningen.
Afbeelding 2.2 - luchtfoto met het voormalige kassencomplex op de planlocatie De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door de nieuwe woongebieden De Stelt-Noord, (de in aanbouw zijnde) De Stelt-Zuid, De Vossenpels Zuid en de dijkzone met aangrenzend Fort Lent. Kenmerken plangebied De Stelt was een agrarisch poldergebied dat in gebruik was als landbouwgrond. De vruchtbare grond bood een goede bodem voor bijvoorbeeld fruitteelt en boomgaarden. Relicten van de land- en tuinbouw (akkers, bongerds, weiden, moestuinen) zijn hier en daar nog te zien. Er zijn in en rond het gebied verder diverse beeldbepalende elementen: De dorpsrand van Lent; De dijk met de uiterwaarden, de Waal, de polder en het zicht op de stuwwal; De zichtlijnen op de St. Stevenskerk en de Lentse kerk (Maria Geboorte kerk); Fort Lent; De Waalbrug; Aangrenzend de nieuwe Lentse kade en het nieuwe eiland Veur Lent.
14
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
2.1.2
Dijkteruglegging en -versterking
Direct grenzend aan De Stelt-Oost is het project Dijkteruglegging Lent uitgevoerd. Het gaat om een dijkteruglegging en het graven van de nevengeul (de Spiegelwaal) in het kader van het nationale project ‘Ruimte voor de Rivier’ (RvdR). Aan de oostkant van de Waalbrug, direct ten zuiden van De Stelt-Zuid is de bestaande dijk versterkt (ook in het kader van RvdR). Deze groene dijk is ter hoogte van De Stelt-Zuid alleen toegankelijk voor fietsers, wandelaars en calamiteitenverkeer. Ter hoogte van De Stelt-Oost is de dijk ook toegankelijk voor auto’s.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
2.2.1
Inleiding
De Stelt-Oost maakt onderdeel uit van de Nijmeegse woningbouwopgave in de Waalsprong. Het uiteindelijke doel is, om passend binnen de kaders van stedenbouw en exploitatie, op deze plek de ontwikkeling van woningbouw vorm te geven. Er ontstaat een invulling met overwegend grondgebonden woningen en een compact appartementencomplex, passend bij het unieke karakter van deze plek. De ontwikkeling sluit zoveel mogelijk aan bij de sfeer in De Stelt-Zuid, (het dorp) Lent en Vossenpels-Zuid. Tevens ligt De Stelt–Oost in de dijkzone waar de toekomstige skyline van de Waalsprong als nieuw stadsdeel van Nijmegen wordt vormgegeven. Hierbij ligt het (schier)eiland Veur Lent en Lentse Warande (beide nog te bebouwen) vrij centraal. De Stelt-Zuid en –Oost behoren tot de oostflank van de dijkzone en Hof van Holland tot de westflank. Deze skyline speelt een belangrijke rol in de herkenbaarheid van het nieuwe stadsdeel (behalve het eiland) achter de dijk (waterkering). Door de jaren heen is bewust gekozen voor een 'manifeste wijk' achter de dijk. Dat houdt in dat er op gezette momenten langs/in de dijkzone met een ruimtelijk accent op een passende plek, bijvoorbeeld in de vorm van een appartementencomplex, boven de dijk uitgekomen wordt. Naast de herkenbaarheid wordt hiermee ook het mooie uitzicht boven de dijk optimaal benut.
2.2.2
Beeldkwaliteitplan De Stelt-Oost
Om de ruimtelijke kwaliteit verder vorm te geven is er een beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld, een samenhangend pakket van aanbevelingen en/of richtlijnen voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in De Stelt-Oost. Beeldkwaliteitplannen worden in Nijmegen opgesteld voor grote gebiedsontwikkelingen waarvoor de criteria uit de welstandnota (Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit) niet (meer) van toepassing zijn. De welstandsnota gaat uit van de bestaande situatie in de gemeente, een beeldkwaliteitplan beschrijft het gewenste beeld in de toekomstige situatie. Het beeldkwaliteitplan biedt bovendien ruimte voor creativiteit en inventiviteit bij de ontwikkelende partij, zodat het niet alleen voor de toetsing van bouwplannen, maar ook voor de begeleiding en ter inspiratie kan worden ingezet. Wanneer het beeldkwaliteitplan door de gemeenteraad wordt vastgesteld, dan geldt het beeldkwaliteitplan als een gebiedsgerichte actualisatie van een specifiek deel van de welstandsnota. Net zoals in het geval van De Stelt-Noord en De Stelt-Zuid, worden voor De Stelt-Oost geen criteria voor kleinere bouwwerken in de openbare ruimte en reclame gegeven, hiervoor gelden de betreffende criteria zoals opgenomen in de Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit.
In dit beeldkwaliteitplan wordt naast de gewenste architectonische kwaliteit ook de integrale stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit van het gebied beschreven.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
15
2.2.3
Woningbouw
In De Stelt-Oost zullen in totaal maximaal 50 nieuwe woningen worden gerealiseerd, gebaseerd op een woningdichtheid van 25 won./ha. Het gaat daarbij om maximaal 40 grondgebonden woningen en maximaal 10 appartementen. Het plangebied loopt tot op de dijk. Tegen de dijk zullen er, in de vorm van dijkwoningen en een appartementengebouw, woningen met zicht op de Waal worden gerealiseerd. Daarnaast zal in lijn met de woningbouw in Lent en De Stelt-Noord en De Stelt-Zuid er een mix van grondgebonden woningen worden gerealiseerd. Twee bestaande woningen zullen ingepast worden in het plangebied en in dit bestemmingsplan. Hieronder de (indicatieve) stedenbouwkundige opzet van het plangebied met daarin tevens de dijk geprojecteerd.
Afbeelding 2.3 - stedenbouwkundige planfilosofie De Stelt-Oost
2.2.4
Dijkversterking Bemmelsedijk
Per 1 januari 2017 gelden er nieuwe veiligheidsnormen voor de dijken, o.a. voor het traject Wolferen-Sprok waaronder ook De Stelt-Oost valt. Daarom gaat Waterschap Rivierenland de dijk tussen Wolferen en Sprok verbeteren/versterken. De Bemmelsedijk ter hoogte van het plangebied is onderdeel van dat traject. De hele dijkversterking moet eind 2024 gereed zijn. Dit heeft middels een intensief samenwerkingstraject tussen gemeente en het Waterschap geresulteerd in een recent uitgevoerde dijkverzwaring ter plaatse van De Stelt-Zuid. Waterschap Rivierenland werkt aan de nieuwe dijkverbetering tussen Wolferen en Sprok, de Bemmelsedijk ter hoogte van het plangebied is onderdeel van dat traject. Op 2 oktober 2020 is het Projectplan Waterwet hiervoor (als ontwerp) ter inzage gelegd. De dijk moet uiterlijk eind 2024 verstevigd zijn. In het plangebied De Stelt-Oost is al een pipingscherm in de dijk aanwezig.
16
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Dit voorkomt dat het water dat onder de dijk doorstroomt zand meevoert en de dijk instabiel wordt. Het pipingscherm houdt op ter hoogte van de Vossenpelssestraat, maar zal als onderdeel van de geplande dijkversterking wel worden doorgetrokken richting Sprok. Aan de noordzijde dient de dijk wel verder verstevigd te worden om aan de huidige normen te kunnen voldoen en woningbouw mogelijk te kunnen maken in de dijkzone. Bij de stedenbouwkundige opzet van het gebied en het toekomstige maaiveld wordt rekening gehouden met het Profiel van Vrije Ruimte (pvvr). Dit is een reservering van ruimte voor het geval dat verdere versterking/ophoging van de dijk in de toekomst benodigd is. De dijk die nu wordt versterkt voldoet aan de huidige normen. Mochten deze echter in de toekomst nog scherper worden dan is hier alvast rekening mee gehouden in de opbouw van de dijk en de invulling van het plangebied. Het dijktraject Wolferen-Sprok ligt aan de noordzijde van de Waal. Het traject is ongeveer 13 km lang. De dijkversterking valt binnen de gemeenten Nijmegen (Oosterhout, Lent en buurtschap Sprok) en Overbetuwe (Slijk-Ewijk, Oosterhout en buurtschappen Loenen en Wolferen). Aan de oostzijde ligt een klein deel in de gemeente Lingewaard (Bemmel). Aan de westzijde stopt het plangebied net over de grens met de gemeente Neder-Betuwe.
Afbeelding 2.4 - plangebied dijkversterking Wolferen-Sprok met aan de oostzijde de dijkversterking ter plaatse van De Stelt-Oost Dit bestemmingsplan gaat uit van de situatie na de dijkversterking (inclusief uitbreiding van de pipingschermen) qua dijk met beschermingszone. De aanstaande dijkversterking, die noodzakelijk is op basis van de nieuwste rijksnormen, is juridisch mogelijk gemaakt via het Projectplan Waterwet dijkversterking Wolferen-Sprok. Via dit bestemmingsplan wordt de toekomstige dijk planologisch beschermd. Als onderdeel van het Projectplan Waterwet dijkversterking Wolferen-Sprok is er een mileueffectrapportage (MER) opgesteld. Deze MER heeft ook betrekking op de dijkversterking in het plangebied voor De Stelt-Oost. In de MER wordt het toekomstige dijklichaam beschreven en de gevolgen voor natuur in kaart gebracht. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
17
MER behorende bij het Projectplan Waterwet dijkversterking Wolferen-Sprok. De dijkversterking hangt samen met de woningbouwplannen in de Waalsprong. De binnenberm van de dijk heeft hier naast de functie van waterkering ook een functie voor de woningbouwplannen. Hieronder is in een (indicatieve) doorsnede weergegeven hoe de dijkversterking en de woningbouwplannen zich verhouden tot elkaar.
Afbeelding 2.5 - doorsnede indicatieve woningbouw De Stelt-Oost i.r.t. de dijkversterking Via een realisatieovereenkomst (ROK) met het Waterschap Rivierenland zijn afspraken gemaakt over de dubbelfunctie van de dijk: bescherming tegen hoog water en woningbouw. Afgesproken is dat de gemeente Nijmegen achter en tegen de dijk woningen mag bouwen. Dit is binnen de beschermingszone van de dijk. Dit is mogelijk door boven op de noodzakelijke grondophoging (waarmee de dijk wordt versterkt) extra grond aan te brengen om woningbouw te realiseren. Zodoende wordt de dijk beschermd en kan Nijmegen een uniek woonmilieu realiseren.
2.3
Stedenbouwkundige karakteristieken
Het nieuwe woongebied De Stelt-Oost maakt onderdeel uit van de Waalsprong en ligt op één van de mooiste plekken in Nijmegen-Noord, direct aan de dijk, uiterwaarden en de Waal en grenzend aan de zuidrand van het dorp Lent. De Stelt-Oost grenst aan de noordzijde aan bestaande voormalige tuinderswoningen en nieuwe woningen ('Plantjevlag'). De westzijde en oostzijde van het plangebied worden begrensd door oude dwarskaden, Steltsestraat resp. Vossenpelsestraat. De zuidkant grenst aan de Bemmelsedijk. Het maakt deel uit van De Stelt en vormt mede de directe schakel van de Waalsprong tussen binnenstad en buitengebied. De Stelt-Oost maakt deel uit van de z.g. groene ring of 'donut'. Dit is een te bebouwen zone rondom de watersingel die overgaat in het landschap. In deze zone worden woonmilieus ontwikkeld die de Waalsprong nog niet kent. Er wordt expliciet gebruik gemaakt van de kenmerken van het aanwezige landschap. Dit betreft soms een historisch landschap (dijk, boomgaard) of juist een 'nieuw' landschap (plassen, tuindersbuurtschap).
18
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
De Stelt-Oost zal de bijzondere ligging aan de dijk zoveel mogelijk benutten, tevens geïnspireerd door de kenmerken en geschiedenis van het gebied. De twee oude dwarskaden (nu Steltsestraat en Vossenpelsestraat) eindigen op de dijk bij kenmerkende plekken met uitzicht op de Waal, stuwwal en de oude stad. Deze plekken hebben een geschiedenis; het z.g. zoeklicht (koude oorlog) en het 19e-eeuwse fort (wat nu Fort Lent heet). Vanaf deze plekken zijn er routes door de uiterwaarden middels uitgesleten olifantenpaadjes. Beide dwarskaden worden gekenmerkt door een losse korrel (vrijstaande woningen) wat ook doorgezet wordt in het plan van De Stelt-Oost. De Stelt-Oost sluit qua karakteristieken aan op de directe omgeving, waar veel nieuwbouw is en wordt gerealiseerd. De karakteristieken hebben betrekking op de type woningen, de inrichting van de openbare ruimte, maar ook bijvoorbeeld voor de waterhuiskundige oplossingen in het projectgebied. In de stedenbouwkundige opzet van De Stelt-Oost wordt rekening gehouden met het zicht en relatie van andere (nieuwbouw)ontwikkelingen (zoals Plantjevlag) met de dijk. Voor zover mogelijk moet de dijk beleefbaar en zichtbaar zijn. Het centrale deel van het plangebied wordt minder bebouwd en waar dit wel gebeurd in een lagere dichtheid/grotere afstand tussen woningen ten behoeve van deze beleefbaarheid en zichtbaarheid.
Over klimaatadaptief bouwen wordt in het Beeldkwaliteitplan meer ingegaan op passende maatregelen die getroffen kunnen worden in De Stelt-Oost m.b.t. de woningen en de inrichting van de openbare ruimte. Verwezen wordt naar 4.16.4 In het plangebied bevinden zich waarschijnlijk restanten van het voormalige Huis Stelt. De contouren liggen onder de grond en zullen dat blijven. Er wordt een plek in de openbare ruimte gereserveerd om te verwijzen naar Huis Stelt in het centrale deel van het plangebied.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
19
20
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Relevant rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit tot 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeentes krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. De SVIR laat een sterke focus zien op het herstel van de economie met prioriteit bij de ontwikkeling van de mainports Amsterdam en Rotterdam, de brainport Eindhoven en de greenports met bijbehorende achterlandverbindingen. Voor de topregio's heeft het Rijk een excellente ruimtelijk-economische structuur voor ogen, door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in een goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's en concentratie van de topsectoren. Hiervoor moeten genoeg woningen, bedrijventerreinen en kantoren beschikbaar zijn. En deze moeten passen bij de wensen van bedrijven en hun werknemers. In Nijmegen bevindt zich een van deze topregio's: de Health Valley. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn.
Het kabinet heeft in de SVIR 3 rijksdoelen geformuleerd: de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
Hiervan zijn 13 onderwerpen van 'nationaal belang' afgeleid, waarvoor centrale sturing nodig wordt geacht en waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en haar bevoegdheden wil inzetten. In vergelijking met eerder rijksbeleid wordt veel aan lagere overheden overgelaten. Planologische besluiten worden niet meer preventief getoetst op de naleving van nationale normen, tenzij het de directe belangen van Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en het ministerie van EL&I inzake weg -en waterbeheer, defensieterreinen of Rijksinpassingsplannen voor energie-infrastructuur betreft.
3.1.2
Ladder duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Dit bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk. Op basis
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
21
van jurisprudentie volgt dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bij wonen vanaf 12 woningen. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling worden bepaald. Ook dient bepaald te worden of de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied is gelegen. Voorziet de woningbouwontwikkeling in een behoefte en is deze gepland in bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Kwantitatief Nijmegen is een stad die sterk groeit en voorlopig blijft groeien. Dit wordt veroorzaakt door een geboorteoverschot en door een immigratieoverschot. Demografische trends laten zien dat jongeren, hoogopgeleiden en ouderen naar de steden trekken vanwege het woonmilieu, de werkgelegenheid en voorzieningen. In Nijmegen wordt dit versterkt door de aantrekkingskracht van Universiteit en Hogeschool. Daardoor komen er veel jongeren naar de stad. Een deel van hen blijft hier ook wonen. Daarmee heeft Nijmegen een jonge bevolking. Nijmegen is met ruim 176.000 inwoners (per 1 januari 2019), de 10e stad van Nederland.
Volgens de prognoses van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) blijft de bevolking voorlopig groeien. De laatste prognoses gaan voor Nijmegen uit van groei tot in ieder geval 2040. Daarmee is Nijmegen in de regio de stad die sterk en het langst doorgroeit. De bevolkingsgroei en de grote woningvraag waarbij de woningvraag in Nijmegen ruimschoots het aanbod overstijgt, maakt de verdere ontwikkeling van Nijmegen Noord noodzakelijk. Er is nu zelfs sprake van overspannenheid op de woningmarkt. Er is dringend behoefte aan nieuwe woningbouwplannen en plancapaciteit om invulling te geven aan de gewenste versnelling van de woningbouwopgave. Woningbouw De Stelt-Oost Door de ontwikkeling van de (maximale) 50 woningen is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De woningbouw in de Waalsprong is essentieel in de volkshuisvestelijke taakstelling van de gemeente en de behoefte is evident. Het woningbouwprogramma is regionaal afgestemd en in lijn met de richtlijnen van de Provincie Gelderland. In de Waalsprong worden allerlei woningtypen en voor verschillende inkomenscategorieën woningen gerealiseerd. In De Stelt-Oost worden weliswaar met name duurdere grondgebonden woningen gerealiseerd maar op het geheel van de ontwikkelingen in de Waalsprong is dit in verhouding en passend binnen de totale woningbouwprogrammering van de Waalsprong.
Het plangebied De Stelt-Oost is gelegen in de Waalsprong en in de huidige situatie agrarisch bestemd en ligt braak in afwachting van de nieuwbouw. Daardoor is er geen sprake van bestaand stedelijk gebied. Gelet op de woningkrapte, het gebrek aan voldoende ruimte in de bestaande stad voor de woningbouwopgave en versnelling om de woningkrapte te reduceren, zorgt ervoor dat een groot deel van de woningbouwopgave wordt gerealiseerd in de Waalsprong. De planlocatie biedt o.a. ruimte voor vrijstaande kavels en dijkwoningen. Dit type woningen is in de bestaande stad niet overal mogelijk. Bovendien voegen woningen tegen de dijk aan een uniek woonmilieu toe, die in de bestaande stad niet mogelijk is. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 50 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte. Ook past deze
22
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
ontwikkeling in de provinciale doelen. Er wordt een bijzonder woonmilieu aan de Waalsprong toegevoegd. Daarmee voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de Ladder.
3.1.3
Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan alle projecten en maatregelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het plan is ingevuld voor de komende zes jaar en voor de zes jaar daarna op hoofdlijnen. Het biedt ook een doorkijk tot 2050. Onderdeel van het jaarlijkse Deltaprogramma is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Hierin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. Daarvoor zijn zeven ambities in dit deltaplan opgenomen (hieronder uitgelicht). Het deltaplan geeft aan welke doelen de partijen nastreven, hoe ze daaraan gaan werken en hoe ze de resultaten in beeld brengen. Bij het deltaplan hoort een actieplan met concrete acties en maatregelen. De overheden werken met elkaar samen in 42 werkregio’s. Inzicht in de kwetsbaarheid voor weersextremen en klimaatverandering is de basis voor ruimtelijke adaptatie. Daarom hebben gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk uiterlijk in 2019 samen met betrokkenen de kwetsbaarheden in hun gebied in kaart gebracht met zogeheten stresstesten. Een voortgangsrapportage heeft laten zien dat de werkregio’s die ambitie hebben behaald. Meekoppelkansen Steeds vaker wordt nagedacht over het slim meekoppelen van klimaatadaptatiemaatregelen met andere opgaven in de fysieke leefomgeving.
Zeker in stedelijk gebied biedt dit meekoppelen allerlei kansen: de uitvoering van maatregelen kan versnellen, er is minder vaak overlast voor inwoners en bedrijven en er zijn financiële voordelen. Kansen voor meekoppelen zijn er bijvoorbeeld rond de energietransitie, de woningbouwopgave en de reguliere cyclus van groot onderhoud en renovatie van gebouwen en de openbare ruimte.
3.2
Relevant provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (vastgesteld 19 december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam De Provincie heeft de volgende ambities op dit vlak: In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. En we stimuleren innovatie en het uitrollen van bewezen technieken. Als tussendoel realiseren we in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland.
Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
23
De Provincie heeft de volgende ambities op dit vlak: In 2050 is Gelderland klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 hebben we samen met partners de risico’s en kansen van het veranderend klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen.
Biodiversiteit: werken met de natuur De Provincie heeft de volgende ambities op dit vlak: In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald.
Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam De Provincie heeft de volgende ambities op dit vlak: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
Conclusie Energietransitie Het plangebied wordt aangesloten op het stadsverwarmingsnetwerk. De te ontwikkelen woningen kunnen zodoende verwarmd worden met de restwarmte van de verbrandingscentrale. Zonne-energie op de daken wordt gestimuleerd. Klimaatadaptatie Nabij de planlocatie ligt de rivierdijk die conform het rijksprogramma versterkt zal moeten worden. De versterking van de dijk is afgestemd op de geplande woningbouw. Woningen worden tegen de dijk en boven het Profiel van Vrije Ruimte (pvvr) van de dijk gerealiseerd. Afwatering en infiltratie wordt gerealiseerd via het robuust waterhuishoudkundig systeem in de Waalsprong dat uit een stelsel van wadi's, watersingels en plassengebied bestaat. Met name in het binnengebied van De Stelt-Oost wordt veel openbaar groen gerealiseerd. De dijk en de woningbouw zijn daarmee beschermd tegen het veranderende klimaat met bijvoorbeeld meer pieken in water/regenval. Biodiversiteit Voor de Waalsprong heeft de gemeente Nijmegen een Soortenmanagementplan (SMP-N) vastgesteld (zie paragraaf 4.11.2.4). De doelstellingen en ambities daarvan worden bij het realiseren van de woningen in acht genomen, waaronder de ambities op het gebied van natuurinclusief bouwen. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan het bevorderen van de biodiversiteit.
24
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Woon- en leefomgeving In de Waalsprong wordt een gevarieerd woningaanbod gerealiseerd, geschikt voor alle woonmilieus. De Stelt-Oost als onderdeel van de Waalsprong zal met name duurdere woningen bevatten, passend bij de woningvraag naar dit woningtype. Op het geheel is er sprake van een aanbod passend bij de woningvraag. Deze woningen zullen met klimaatadaptieve maatregelen en aardgasloos worden gerealiseerd door de aansluiting op het stadsverwarmingsnetwerk. Geconcludeerd kan worden dat de plannen die met dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt passen binnen de doelstellingen van de Omgevingsvisie Gelderland.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. In de verordening heeft de Provincie alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De Provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.
De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet.
In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsverordening relevant. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Conclusie
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
25
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat de geplande woningbouw past binnen de geldende regelingen voor woningbouw, de Regionale Woonagenda en de Ladder.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel
De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal.
Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
26
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid, zowel voor hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top drie van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren.
Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen. 4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. Conclusie De woningbouwplannen in De Stelt-Oost voldoen aan en versterken opgaven 2, 3 en 4. De Stelt-Oost, als onderdeel van De Stelt en in groter geheel als onderdeel van de Waalsprong, biedt diverse woningtypen zodat er gevarieerde, gemengde wijken ontstaan in de Waalsprong.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
27
De ontwikkeling van De Stelt-Oost vergroot het woningaanbod en verkleint het woningtekort. De woningbouw in De Stelt-Oost zal o.a. worden aangesloten op stadsverwarming, waarmee ook gewerkt wordt aan de duurzaamheidsopgaven.
8 richtinggevende keuzes De vier opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren en daarom kijken we naar integrale oplossingen. Waarbij een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken bekijken en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit Energieopgave Groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal
Conclusie Richtinggevende keuzes 2, 3, 4 en 6 zijn van toepassing op het plangebied De Stelt-Oost. De Stelt-Oost, als onderdeel van De Stelt en in groter geheel onderdeel van de Waalsprong, biedt een mix van woningen en woonmilieus, met voorzieningen in de buurt. Het plangebied bevat een groen binnengebied met een openbaar karakter, fietsroutes en een bereikbare dijk. De planlocatie is met autoverkeer bereikbaar maar langzaam- en fietsverkeer krijgt meer ruimte om mobiliteitsproblemen te verkleinen. De Stelt-Oost is onderdeel van de verbreding van het centrum'Nijmegen omarmt de Waal', maar voegt geen programma toe, los van woningbouw.
3.3.2
Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit
Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
28
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten, inclusief bijbehorend sectoraal beleid, beschreven. Er wordt tevens getoetst aan het algemene beleid uit hoofdstuk 3. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die dit bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden.
4.2
MER-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. In 2003 zijn het Voorkeursmodel Waalsprong 2003 en het MER Waalsprong 2003 opgesteld. Ten behoeve van de planvorming voor locatie De Stelt-Oost is nagegaan of het programma nog binnen de bandbreedte van het MER 2003 ligt. De Commissie voor de m.e.r. geeft in haar toetsingsadvies MER Waalsprong 2003 aan dat “in het verdere proces aanvullende informatie alleen nodig is als de plannen zo ingrijpend wijzigen dat ze buiten de gehanteerde bandbreedte in het MER komen waardoor het voorliggende MER er niet meer aan ten grondslag kan liggen. Dat is ter beoordeling aan het bevoegde gezag. Alleen bij planwijzigingen met belangrijke milieugevolgen ligt het voor de hand dat een aanvulling of actualisering van het MER (in een oplegnotitie) bij het ontwerpbesluit ter visie wordt gelegd.” De beoordeling of een dergelijke aanvulling of actualisering nodig is, is voor dit besluit als vormvrije m.e.r. beoordeling uitgevoerd. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.
De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het plan valt in de categorie D 11.2 “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De drempelwaarden voor deze activiteit zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De activiteit voorziet niet in overschrijding van deze drempelwaarden, maar de in het Besluit milieueffectrapportage genoemde drempelwaarden zijn indicatief. Dit betekent dat gelet op artikel 2 lid 5 onder b van het Besluit milieueffectrapportage en op grond van de in bijlage III bij de EEG richtlijn 85/337/EEG (gewijzigd bij richtlijn 97/11/EG en richtlijn 2003/35/EG) genoemde criteria, toepassing moet worden gegeven aan een m.e.r. beoordeling (als bedoeld in artikel 7.16 t/m 7.19 van de Wm) als niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Bij deze criteria dient de gemeente te kijken naar:
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
29
1. 2. 3.
de kenmerken van het project, de plaats van het project, de kenmerken van het potentiële effect.
Conclusie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Het potentiële effect door het voorgenomen bestemmingsplan kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een m.e.r. voor de aangevraagde activiteit noodzakelijk maakt.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. Ten noorden van het plangebied is bestemmingsplan Vossenpels Zuid gelegen waarin slechts zeer lichte bedrijvigheid is toegestaan zoals aan huis gebonden beroepen. Van deze activiteiten is geen hinder te verwachten op het nieuwe plangebied. Ook het Fort Lent aan de Bemmelseweg 4 dat schuin tegenover het plangebied ligt heeft geen invloed (milieucategorie 2, richtafstand 30 meter) op het plangebied. Dit geldt ook voor de propaantank die aanwezig is bij het Fort Lent. Conclusie Op grond van bedrijven en milieuzonering is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.4
Geluid
Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen binnen de geluidzone van de Turennesingel mogelijk. Het geluid wordt door de afstand en de (geplande) bebouwing langs deze weg voldoende afgeschermd waardoor de geluidsbelasting ruim onder de voorkeurswaarde van 48 dB wegverkeerslawaai ligt. Het geluid van de Turennesingel is geen beperking voor de woningbouwplannen. De Steltsestraat die langs het plangebied loopt is een 30 km weg met zeer weinig verkeer. De Vossenpelsestraat wordt geknipt, waardoor er geen doorgaand verkeer mogelijk is tussen de Oosterhoutsedijk en de Laauwikstraat/Vossenpelsestraat. Van het beperkte verkeer op deze weg is geen geluidhinder te verwachten. Conclusie Verkeerslawaai is geen beperking voor de geplande woningbouw.
30
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (NIBM; luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.
Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het gaat hier om nieuwbouw van woningen. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
31
het aantal voertuigen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Ook zijn de jaargemiddelde concentraties in het gebied dermate laag dat de grenswaarden voor NO2 en PM10 als gevolg van het totale plan niet overschreden worden. Het plan is daarom NIBM.
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijn stof (max. 20 ìg/m3 fijn stof) echter ook niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijn stof) en het plangebied ligt niet binnen 50 meter van een drukke weg (van meer dan 10.000 mvt/etmaal). Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit. Conclusie Er zijn geen bezwaren vanuit luchtkwaliteit voor het realiseren van woningbouw op de planlocatie.
4.6
Geur
Er zijn geen agrarische bedrijven in de directe omgeving (< 100 meter) van het plangebied. Geur heeft daarom geen negatieve effecten op de beoogde ontwikkeling.
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens wordt het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het bestemmingsplan gebied: Transportrisico's: De Waal. Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR) Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld. Over het plangebied liggen geen PR 10-6 contouren.
32
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
De verantwoording van het groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. Naast de al genoemde besluiten (Bevi, Bevb en Bevt) toetst de gemeente daarbij aan haar eigen beleid (Beleidsvisie EV, 2014). Zoals alle nieuwe ontwikkelingen zijn de plannen voor Stelt-Oost getoetst aan de risico's op het gebied van externe veiligheid. Uit deze toets komt het volgende naar voren: De Waal is een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt op bijna 200 meter (blauwe lijn onderstaande figuur) van de oeverlijn van de Waal. Dat wil zeggen dat enkele woningen mogelijk deels in de 200 meter contour zullen liggen van de Waal. Enige significante toename van het groepsrisico is echter niet te verwachten. De Handleiding Risicoanalyse Transport geeft aan dat 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico pas wordt overschreven als er binnen de 200 meter vanaf de oeverlijn aanwezigheidsdichtheden voorkomen van meer dan 500 personen per hectare. Dat is in het plangebied niet het geval. Het groepsrisico is daarmee laag en de toename van dit lage groepsrisico door het plan is verwaarloosbaar. Meer in detail; het scenario dat nog enige invloed kan hebben op het plangebied is een scenario met een gifwolk.
Aangezien dit een zeer onwaarschijnlijk scenario is wordt voor de verantwoording hiervan verwezen naar pagina 33 van de beleidsvisie EV uit 2014.
Afbeelding 4.1 - Risicocontouren Waal (Blauw is 200 meter vanaf de oeverlijn) Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.8
Bodem
Voormalige vuilstortlocatie en kassencomplex In het plangebied heeft een kolk gelegen, ontstaan na een dijkdoorbraak. Als gevolg van het dempen met (huishoudelijk)afval en bouw-/sloopafval van deze kolk is een
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen De Stelt-Oost
33
bodemverontreiniging ontstaan. Daarnaast was er in het verleden een kassencomplex aanwezig ten noordoosten van Vossenpelsestraat 111, waardoor de bodem ook verontreinigd is geraakt.
Afbeelding 4.2 - situering voormalige stortplaats Uit bodemonderzoeken is gebleken dat de voormalige stortplaats en de noordelijk daarvan gelegen voormalige kassen heterogeen verontreinigd is met zware metalen, PAK, bestrijdingsmiddelen en minerale olie. Daarnaast is er plaatselijk asbest (conc.>100 mg/kg ds) aanwezig in het stortmateriaal en de afdeklaag van de stortplaats . Het ondiepe grondwater in het stortpakket bevat plaatselijke sterk verhoogde gehalten PAK en PCB. Deze stoffen zijn niet mobiel en kunnen zich niet verspreiden . In het grondwater onder en rondom de stortplaats worden enkel stoffen gemeten in licht verhoogde concentraties, ruim beneden de interventiewaarden. De voormalige stortplaats heeft een verwaarloosbaar effect op de kwaliteit van het grondwater in de omgeving. Conform de Wet bodembescherming is op de planlocatie sprake van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering niet per definitie op korte termijn noodzakelijk is. Door de bodemsanering onderdeel te maken van de planontwikkeling is dijkversterking en woningbouw mogelijk. Het aanbrengen van een schone leeflaag leidt tot een situatie die geschikt is voor het gewenste gebruik en toekomstig onderhoud aan ondergrondse infrastructuur zonder aanvullende arbeids hygiënische maatregelen mogelijk maakt.
De risico's van de verspreiding van (rest)verontreinigingen na sanering worden zoveel mogelijk beperkt en nazorg geminimaliseerd. Er is op dit moment door het bevoegd gezag Wet bodembescherming (gemeente Nijmegen) nog geen formeel besluit genomen over de ernst en spoedeisendheid van de verontreiniging. Deze wordt aangevraagd gelijktijdig met het verzoek om instemming met het saneringsplan. In de