CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen - Centrum - Stationsomgeving -5 (fietsenstalling entree west CS) (04/2022)26.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

56

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

4.10 Verkeer en parkeren 4.10.1 Verkeer en vervoer Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het 'Ambitiedocument Mobiliteit 2019-2030' en de 'Omgevingsvisie Nijmegen 2040: stad in beweging'. In het ambitiedocument is verkeersveiligheid de randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in Nijmegen. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de richtlijnen van Duurzaam Veilige Weginrichting. De stedelijke hoofdstructuur in Nijmegen is vastgelegd in het ambitiedocument. Doorgaand gemotoriseerd verkeer in Nijmegen dient zoveel mogelijk via de S100 te rijden. Voor de bereikbaarheid van locaties binnen deze gedeeltelijke ringweg dienen de overige S-wegen als uitvalswegen. Daarbij geldt dat in dit gebied de prioriteit wordt gegeven aan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. De S102 (Marialaan-Tunnelweg) ligt direct aan het plangebied. Deze weg zal als hoofdontsluiting van het plangebied fungeren. De aansluiting op deze ontsluitingsweg verdient bijzondere aandacht door de samenkomst van verschillende verkeersstromen gecombineerd met een knooppunt van snelfietsroutes. De ligging direct naast de nieuwe westelijke entree van station Nijmegen maakt deze locatie bij uitstek bereikbaar met het openbaar vervoer. Naast de uitstekende bereikbaarheid per trein, is het gebied ook per bus goed ontsloten.

Momenteel bevindt de dichtstbijzijnde bushalte zich aan de andere zijde van de Tunnelwegtunnel. In de toekomst is echter de verwachting dat deze bushalte verplaatst zal worden naar een locatie direct naast de planlocatie. Hiermee zal de bereikbaarheid van de planlocatie per openbaar vervoer nog verder worden verbeterd. Uiteraard is de aanwezigheid van het busstation aan de oostelijke zijde van het station ook onderdeel van de uitstekende OV-bereikbaarheid van de planlocatie. De locatie is tevens gelegen aan een knooppunt van verschillende lokale en regionale snelfietsroutes. De route Tweede Oude Heselaan – Tunnelweg maakt deel uit van de snelle fietsroute die Nijmegen West en Lindenholt verbindt met het stadscentrum. Daarnaast is de Koninginnelaan voorzien als nieuwe aansluiting op de snelle fietsroute tussen Wijchen en Nijmegen. De Krayenhofflaan kan een zelfde functie gaan vervullen voor de snelle fietsroute tussen Beuningen en Nijmegen. Voor voetgangers is de looproute langs de Tunnelweg van belang voor de bereikbaarheid van de westentree van het station, vooral vanuit de wijken Wolfskuil en de Biezen. Daarnaast heeft ook de route langs het spoortalud potentie als nieuwe (groene) voetgangersverbinding.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

57

Figuur 24: Snelle fietsroutes regio Nijmegen.

58

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Figuur 25: Uit te werken HOV-verbindingen regio Nijmegen.

Voor het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar de planlocatie geldt dat de aanrijroute loopt via de Koninginnelaan en de Fresiastraat. De 5-takskruising Koninginnelaan/Tweede Oude Heselaan/ Marialaan/Krayenhofflaan/Tunnelweg zal hiervoor geschikt gemaakt moeten worden voor de te verwachten verkeersintensiteiten. Binnen de planlocatie is tevens voorzien in een Kiss&Ride bij de nieuwe westentree van het station. Deze Kiss&Ride route kan eventueel eveneens dienen als voorrijroute voor de planlocatie waar het gaat om verkeer ten behoeve van het halen en brengen. Deze Kiss&Ride zal eveneens via de Fresiastraat moeten worden ontsloten. Hierbij verdient naast bovengenoemde 5-tak ook de aansluiting van de Kiss&Ride route de aandacht. Voor het realiseren van een verkeersveilige aansluiting van de Kiss&Ride route op de Fresiastraat dient rekening gehouden te worden met de aanwezige hoogteverschillen in en rond het plangebied. Hiertoe wordt de Fresiastraat opnieuw ingericht. Hieronder is een impressie te zien van de nieuwe ligging van de Fresiastraat. De Fresiastraat schuift op naar het noorden en komt daarmee verder van de bestaande woningen te liggen. De parkeervakken komen haaks op de weg te staan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

59

Figuur 26: impressie toekomstige situatie Fresiastraat, de oude ligging is in dunne lijnen in de ondergrond zichtbaar.

4.10.2 Parkeren Nijmegen kent een Facetbestemmingsplan parkeren (vastgesteld op 13 september 2017). Op basis van dit bestemmingsplan moet voldaan worden aan de beleidsregels parkeren. Zo ook in dit bestemmingsplan. In de beleidsregels parkeren wordt helderheid gegeven over het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij diverse functies en de werkwijze bij het bepalen van de parkeernormen. Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan deze regels ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen. De omgevingsvergunning wordt getoetst aan de op dat moment geldende parkeernormen conform de dan geldende beleidsregels. Bij het beoordelen van een ontwikkeling kijkt de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Op deze manier wordt overlast in de omgeving zoveel mogelijk beperkt. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels. De parkeernormering wordt in eerste instantie bepaald aan de van de stedelijkheidsgraad. Nijmegen is aangeduid als sterk stedelijk. De planlocatie ligt binnen de stedelijkheidszone schil/overloopgebied.

Aangezien onderhavige ontwikkeling niet voorziet in een extra verkeersgeneratie maar enkel om een nieuwe volwaardige stationsentree aan de westzijde inclusief overdekte fietsenstalling zijn er geen extra parkeerplaatsen benodigd. Onderdeel van het plan is wel een K&R-voorziening. Voor het plan ontstaan er geen knelpunten t.a.v. parkeren. Fietsparkeren Bij nieuwe planontwikkelingen moet rekening worden gehouden met normen voor fietsparkeren. Deze zijn opgenomen in de parkeernota. Ten behoeve van de nieuwe westelijke stationsentree wordt een nieuwe fietsenstalling gerealiseerd voor een totaal van 3000 fietsen, ontsloten vanaf het zuidelijke fietspad op de Tunnelweg.

60

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

4.11 Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen die een evidente belemmering vormen voor het planvoornemen of moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan.

4.12 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 4.12.1 Duurzaamheidsagenda en ambities De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat en de nota Duurzaamheid in Uitvoering.

4.12.2 Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1 dac8e8da5a94e3 Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.

In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Het beperkt willen houden van gezondheidsrisico is een ambitie die ook van toepassing is op de risico's van “nieuwe stoffen” in afvalwater, zoals bijvoorbeeld medicijnresten. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen zet Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress,

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

61

wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag en het zorgt voor minder hittestress en droogte. Inpassen van bestaande bomen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. En ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen / waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress.

Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen Windhinderonderzoek bij gestapelde bouw Hittestress De locatie ligt in een aandachtsgebied voor hittestress en is zeer gevoelig voor hitteoverlast. De ambitie is om de hittestress op deze locatie te verlagen. De toepassing van veel groen en natuurlijke materialen heeft hierop een positief effect. Vanaf 1 januari 2021 gelden nieuwe normen voor het voorkomen van hittestress in nieuwbouwwoningen. We adviseren om de maatregelen nu al toe te passen om hitteoverlast in de toekomst te beperken. Meer informatie over de maatregelen is te vinden op https://www.rvo.nl/actueel/nieuws/nieuwe-eis-ter-verkleining-risico-op-oververhitting-nieuwbo uwwoningen. Voor de openbare ruimte streeft de gemeente naar 30% schaduw op gewone routes en 40% schaduw op belangrijke routes zoals de westentree van het station, gemeten bij hoogste zonnestand in de zomer (21 juni). Het heeft de voorkeur dat de schaduw wordt gerealiseerd middels schaduw gevend groen, maar kan ook behaald worden door oversteken, schaduw van gebouwen. Bij het kiezen van materialen en kleuren van de gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte dient rekenschap genomen te worden van de effecten hiervan op de opwarming van de omgeving en dit zoveel mogelijkt te worden beperkt. Kies daarom voor materialen met een lage albedo en lage warmteabsportie.

Droogte Droogte wordt een steeds groter probleem in Nijmegen, vooral in de oude stad waar het grondwater diep zit en de bodem zeer doorlatend is. Het groen is daardoor gevoelig voor droogte, bij langdurige periodes waarbij neerslag afwezig is. Daarom dient bij de nieuwe ontwikkelingslocaties zoveel mogelijk water te worden vastgehouden, welke ten goede komt aan de groenvoorzieningen in dit plangebied. Tevens dient bij de plant/boomkeuze en de bijbehorende groeiplaatsen rekening gehouden te worden met het toekomstig klimaat.

62

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

HIOR Nijmegen heeft de basisrichtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte ondergebracht in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Deze is te vinden onder https://nijmegen.hior.nl/ Een voorbeeld van een richtlijn is: Pas alleen verharding toe waar nodig (Operatie Steenbreek).

4.12.3 Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik van Nijmegen en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Gemeente Nijmegen stelt dit instrument kosteloos ter beschikking aan planontwikkelaars binnen de gemeentegrenzen. Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 wordt bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm.

Wij adviseren het gebouw nu al op deze ambitie te opwerpen en vervolgens te toetsen in hoeverre dit in de geraamde bouwsommen past. Dit geeft de mogelijkheid om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er ook steeds meer andere opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen. Aardgasvrij Per 1 juli 2018 moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen die op of na 1 juli 2018 worden ingediend voor een omgevingsvergunning. Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet (indien mogelijk) of verwarmen met een warmtepomp. In dit gebied zijn plannen voor het aanleggen van een warmtenet. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem. Een bijkomend voordeel hiervan is dat het gebouw hiermee in de zomer kan worden gekoeld.

Voor het bepalen van de voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieuhygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

63

4.12.4 Circulair en biobased bouwen Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruikte materialen te gebruiken en door het gebouw zodanig te ontwerpen dat hergebruik van materialen mogelijk is. Ook het bestaande gebouw kan circulair worden gesloopt, zodat zoveel mogelijk materialen hoogwaardig kunnen worden hergebruikt. Naast circulaire materialen zijn biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, een goed alternatief. Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), een betere binnenluchtkwaliteit, opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid.

64

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen.

5.2

Systematiek van de planregels

Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.2.1

Inleidende regels

Bij de inleidende regels wordt ingegaan op de begrippen en de wijze van meten.

5.2.2

Bestemmingsplanregels

De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen hebben verleend. Een omgevingsvergunning wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de planregels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de welstandsnota. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

65

5.2.3

Algemene regels

Onder het kopje algemene regels zijn de regels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Hierbij gaat het om de volgende bepalingen: Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: regels over beeldende kunst, bouwwerken ten algemenen nutte en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels: er zijn regels opgenomen over het toestaan van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten, bed en breakfast, buitenschoolse opvang en kinderdagverblijven, ondersteunende horeca, productiegebonden en ondergeschikte detailhandel en verkoopstandplaatsen. Algemene aanduidingsregels: Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen 1' zijn nieuwe zeer kwetsbare objecten niet toegestaa. In de aanduiding 'wetgevingzone - waarde archeologie 1' is de bescherming van de archeologische waarden in de bodem opgenomen. Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten.

De criteria, die bij toepassing van de bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. Overige regels: in de overige regels staan bepalingen omtrent parkeren opgenomen. Daarnaast is een bepaling opgenomen over de voorrang van dubbelbestemmingen op enkelbestemmingen.

5.2.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht die aansluit bij het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregels Als laatste is de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.

5.3

Beschrijving per bestemming

Gemengd Het onderdeel binnen het plangebied ten behoeve van een nieuwe westentree krijgt de enkelbestemming Gemengd. Binnen deze bestemming worden de activiteiten toegestaan die binnen het programma zijn ondergebracht, waaronder alle stationsvoorzieningen. Deze voorzieningen bestaan uit de wegen met een functie voor verblijf (waaronder terrassen en pleinen), verplaatsingen, verkeerswegen, kunstwerken, parkeervoorzieningen, fietsenstallingen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - station' zijn de gronden tevens bestemd voor een stationsgebouw, stationsvoorzieningen, fietsenstallingen, voorplein met fietsenberging en een kiss&ride voorziening. Na de bestemmingsomschrijving volgt in de regels de uitwerking van de bouwmogelijkheden. Hierin staat beschreven dat hoofdgebouwen enkel binnen het bouwvlak mogen worden opgericht en dat de maatvoering zoals is opgenomen op de verbeelding in acht moet worden genomen. Aangezien het bouwvlak passend is gemaakt voor het bouwplan, mag dit bouwvlak voor 100% worden bebouwd.

66

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Aangezien de nieuwe stationsentree uitmondt op het plangebied, is een aanduiding binnen de bestemming Gemengd opgenomen voor het openbaar gebied, waarmee het mogelijk is de benodigde stationvoorzieningen aan te leggen. Groen Het openbare groen binnen het plangebied is bestemd als 'Groen'. Hierin worden de noodzakelijke inpassingsmaatregelen getroffen om het gebied zo groen mogelijk in te richten. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen, wadi's, waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke toegestaan. Verkeer De wegen binnen het plangebied zijn bestemt tot 'Verkeer'. Binnen deze bestemming zijn wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing (waaronder terrassen), verkeerswegen (waaronder busbanen, fiets- en voetpaden), openbaar vervoer (waaronder hoogwaardig openbaar vervoer, kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen en fietsenstallingen toegestaan. Tevens is ook de aanleg van bijbehorende voorzieningen mogelijk, zoals groenen sportvoorzieningen, wadterhuishoudkundige en geluidwerende voorzieningen toegestaan.

Waarde - Archeologie 2 Ter bescherming van de mogelijk voorkomende archeologische waarden in het plangebied is een dubbelbestemming opgenomen, waarmee de bouwmogelijkheden en grondwerkzaamheden vanaf een bepaalde omvang worden gekoppeld aan een omgevingsvergunningplicht, te onderbouwen met een archeologisch onderzoek.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

67

68

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Onderhavig bestemmingsplan heeft grotendeels betrekking op gemeentegronden en voor zover de gronden niet in eigendom zijn van de gemeente is er overeenstemming met de eigenaren van die gronden dat zij bereid zijn medewerking te verlenen aan de realisatie van het onderhavig project.

De realisatie van de Westentree is onderdeel van het project Stationsgebied en wordt gefinancierd uit de volgende (deel)planexploitatie: "G226 Stationsomgeving westelijke entree tunnel". Hiermee is de financiële haalbaarheid van het realiseren van een volwaardige stationsentree gegarandeerd zoals gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn overeengekomen in de bestuursovereenkomst (2018). Voor de voorgestelde variant in dit bestemmingsplan is er zicht op financiële haalbaarheid. Dit wordt vastgelegd in de realisatieovereenkomst. Voor de realisatieovereenkomst worden de nieuwe financiële kaders ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Derhalve kan gesteld worden dat de bestemmingsplanwijziging financieel-economisch uitvoerbaar is.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

69

70

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Inspraak

Voor dit bestemmingsplan is op 29 september 2021 een vooraankondiging gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken ter visie gelegd. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het plan kenbaar te maken. De tervisielegging is op 20 oktober 2021 gepubliceerd in het elektronische gemeenteblad. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 21 oktober 2021 tot en met woensdag 1 december 2021 ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn er in totaal 6 zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen zijn in de zienswijzennota samengevat en voorzien van een beoordeling door het college van burgemeester en wethouders, zie Bijlage 4 Zienswijzennota. Voor zover een onderdeel van een zienswijze niet specifiek aan bod zou komen, wil dat niet zeggen dat de zienswijze niet in de beoordeling betrokken is. De reactie op het betreffende onderdeel ligt dan besloten in de weerlegging van de overige onderdelen van de zienswijze. De ontvankelijke zienswijzen zijn dus volledig in de beoordeling betrokken. Ook is aangegeven of de zienswijzen al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan hebben geleid.

7.2

Overleg

Er heeft vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening plaatsgevonden. De resultaten zijn hieronder opgenomen.

7.2.1

Waterschap Rivierenland

Op 27 mei 2021 heeft het Waterschap aangegeven dat het plan conform de eisen van het waterschap is. Voor de plannen is geen watervergunning (of melding van water-gerelateerde werkzaamheden) vereist.

7.2.2

NS Stations

NS Stations heeft op 12 mei laten weten enkele opmerkingen te hebben ten aanzien van het benoemen van o.a. mindervalidenparkeerplaatsen en het opnemen van de laatste schetsen van het ontwerp Westentree in de toelichting van het bestemmingsplan. NS Stations ziet graag dat in de regels van de bestemming 'Gemengd' duidelijk wordt opgenomen dat stationswinkels ook zijn toegestaan binnen deze bestemming. Het is onduidelijk of dit onder deze beschrijving voldoende tot zijn recht komt. Reactie gemeente De opmerkingen van NS Stations zijn verwerkt in onderhavig bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

71

7.2.3

Prorail

Op 6 mei 2021 hebben wij van Prorail een vooroverlegreactie ontvangen. De opmerkingen betreffen merendeels tekstuele opmerkingen. Daarnaast stelt Prorail dat de hoogtemaatvoering op de verbeelding ter plaatse van het entreegebouw niet passen op het ontwerp van het gebouw, een beschrijving van het NOVI wordt gemist en dat de regeling rond lichtmasten in eerste instantie vergunningsvrij is (op grond van Bijlage II artikel 2 aanhef, onder 18 sub b van het Besluit omgevingsrecht) maar anders zou de maximale bouwhoogte van lichtmasten op 16 meter worden gezet ipv op 15 meter.

Reactie gemeente De tekstuele opmerkingen zijn allemaal verwerkt in onderhavig bestemmingsplan. De verbeelding is aangepast met een correcte maatvoering van het entreegebouw. Onder paragraaf 3.1.1 Rijksbeleid is een beschrijving van het NOVI opgenomen en in 3.2.2 Specifieke bouwregels, onderdeel g is de maximaal toegestane hoogte van lichtmasten aangepast naar 16 meter.

72

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Bijlagen bij toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

73

Bijlage 1 Stikstofberekening

74

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Memo

memo

AERIUS-berekening West entree station Nijmegen project AERIUS-berekening West entree station Nijmegen datum 12 mei 2021 opdrachtgever Gemeente Nijmegen projectnummer P02843 opgesteld door RGr

Inleiding De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied.

Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Rijntakken’ is gelegen op circa 1,2 en 1,7 kilometer. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten.

i.a.a. SSh

1.2 km 1.7 km

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Figuur 1 Ligging plangebied t.o.v. natura 2000-gebied

1

Memo

AERIUS-berekening West entree station Nijmegen

AERIUS-berekening

Tabel 1

Mobiele werktuigen

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. In de bijlagen is de door AERIUS gegenereerde rapportage voor de aanlegfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht.

Werktuig

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen (kW)

Belasting (%)

Draaiuren

Totale emissie NOx (kg/j)

Totale emissie NH3 (kg/j)

Bulldozer

va. 2019

Diesel

200

55

24

2,38

0,007

Laadschop

va. 2020

Diesel

100

55

40

1,98

0,006

Mobiele hijskraan

va. 2019

Elektrisch

Graafmachine

va. 2015

Elektrisch

Trilplaat

va. 2002

Benzine

10

40

40

0,21

0,000

Verreiker

va. 2020

Diesel

200

84

60

9,07

0,023

Aanlegfase

Dumpers

va. 2015

Diesel

215

69

80

11,87

0,033

Heistelling (indien noodzakelijk)

va. 2015

Elektrisch

7,7

0,021

Het planvoornemen betreft de herontwikkeling van de fietsenstalling aan de westzijde van het centraal station van Nijmegen. De locatie aan de Fresiastraat te Nijmegen betreft een fietsenstalling welke in eigendom is van de gemeente. In het plangebied zal één ondergrondse fietsenstalling en een Kiss and Ride worden gerealiseerd. Bij de realisatie van het plan wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend. (Mobiele) werktuigen Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de bouw de fietsenstalling en de aanleg van de gronden daar omheen, gebaseerd op informatie uit eerdere berekeningen. Zie hiervoor tabel 1 en bijgevoegde AERIUS-rapportage.

120 500

100

Stationair draaien 30%

wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in een richtingen is ingevoerd. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Voor een worst-case scenario is er van uit gegaan dat de volledig bouwfase in 2021 wordt gerealiseerd. Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

Tabel 2

Bouwverkeer

Verkeersbewegingen bouwverkeer

Totale verkeersgeneratie

Bedrijfsbusjes (licht verkeer)

20 mvt/etmaal

Middelzwaar verkeer (aan- en afvoer materialen)

1.500 mvt/jaar

Zwaar vrachtverkeer (aan- en afvoer materialen)

800 mvt/jaar

Verkeer bouw en aanleg Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in de navolgende tabel 2. De bewegingen zijn over de aanliggende

woensdag 12 mei 2021

2

Memo

AERIUS-berekening West entree station Nijmegen Gebruiksfase In totaal wordt er maximaal één ondergrondse parkeergarage en een Kiss and Ride gerealiseerd in het plan. De parkeergarage zal volledig gasloos worden opgeleverd en zorgt daarmee niet voor een uitstoot van stikstof (NOx) of ammoniak (NH3). De verkeersbewegingen die met de Kiss and Ride samenhangen zorgen hier echter wel voor. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is gebaseerd op aangeleverde informatie van de gemeente Nijmegen. Het plan zorgt in totaal voor maximaal 384 mvt/etmaal. Daarnaast zijn er 2 middelzware- en twee zware vrachtverkeersbewegingen per week meegenomen in de berekening voor de gebruiksfase. Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd waarbij 100% van de bewegingen over een richting is ingevoerd. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde verkeersgeneratie is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Resultaat en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

woensdag 12 mei 2021

3

Bijlage 1

AERIUS-berekening Aanlegfase ondergronse fietsenstalling

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RTzJDYVnxXFo (11 mei 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Fresiastraat, - Nijmegen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

West entree fietsenstalling stationsgebied Nijmegen

RTzJDYVnxXFo

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

11 mei 2021, 13:41

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

34,98 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Realisatie van de ondergrondse fietsenkelder ten behoeve van de ontwikkeling van de west entree van het stationsgebied Nijmegen

Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

RTzJDYVnxXFo (11 mei 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

Emissie Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Aanlegfase fietsenstalling Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

31,69 kg/j

Wegverkeer aanlegfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

3,28 kg/j

Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

RTzJDYVnxXFo (11 mei 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

Resultaten

NOx NH3

Aanlegfase fietsenstalling 186926, 428371 31,69 kg/j < 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Bulldozer

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,38 kg/j < 1 kg/j

AFW

Laadschop

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,98 kg/j < 1 kg/j

AFW

Mobiele hijskraan Elektrisch)

4,0

4,0

0,0

AFW

Graafmachine (elektrisch)

4,0

4,0

0,0

AFW

Trilplaat

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Verreiker

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

7,56 kg/j < 1 kg/j

AFW

Heistelling(elektrisc h) (indien noodzakelijk)

4,0

4,0

0,0

AFW

30% stationair draaien

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

7,70 kg/j < 1 kg/j

AFW

Dumper

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

11,87 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

RTzJDYVnxXFo (11 mei 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Wegverkeer aanlegfase 186848, 428325 3,28 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

20,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

1.500,0 / jaar NOx NH3

1,45 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

800,0 / jaar NOx NH3

1,11 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

RTzJDYVnxXFo (11 mei 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Aanlegfase (ondergrondse) fietsenkelder

RTzJDYVnxXFo (11 mei 2021) pagina 6/6

Bijlage 2

AERIUS-berekening Gebruiksfase ondergronse fietsenstalling

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RhidhmCmhPJe (26 april 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Fresiastraat, - Nijmegen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

West entree fietsenstalling stationsgebied Nijmegen

RhidhmCmhPJe

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

26 april 2021, 23:47

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

31,74 kg/j

NH3

1,88 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Realisatie van de ondergrondse fietsenkelder ten behoeve van de ontwikkeling van de west entree van het stationsgebied Nijmegen

Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

RhidhmCmhPJe (26 april 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

Emissie Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Gebruiksfase fietsenstalling en K+R Anders... | Anders...

-

-

Wegverkeer gebruiksfasefase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

15,69 kg/j

Wegverkeer gebruiksfase route 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

16,05 kg/j

Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

RhidhmCmhPJe (26 april 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Gebruiksfase fietsenstalling en K+R 186926, 428371 0,0 m 0,5 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie Wegverkeer gebruiksfasefase 186848, 428325 15,69 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

384,0 / etmaal NOx NH3

13,98 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

1,01 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

RhidhmCmhPJe (26 april 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Wegverkeer gebruiksfase route 2 186845, 428327 16,05 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

384,0 / etmaal NOx NH3

14,29 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

1,04 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

RhidhmCmhPJe (26 april 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Gebruiksfase fietsenstalling en Kiss and Ride

RhidhmCmhPJe (26 april 2021) pagina 6/6

Bijlage 2 Quickscan Flora en Fanua

92

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)

Ecologie & landschap

NOTITIE Gemeente Nijmegen Mevr. T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

DATUM:

25 maart 2019

ONS KENMERK:

19-0029/19.01062/AnKar

VPL-NUMMER:

272708

AUTEUR:

M.A. Karels

PROJECTLEIDER:

G. Hoefsloot

STATUS:

Versie 1.0

CONTROLE:

G. Hoefsloot

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen De gemeente Nijmegen is voornemens om het terrein van het voormalige UWV kantoor aan de Fresiastraat te Nijmegen te herontwikkelen. Op verzoek van gemeente Nijmegen heeft Bureau Waardenburg op basis van een oriënterend veldonderzoek (d.d. 5 februari 2019) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Conclusie De te kappen platanen en te slopen bebouwing hebben mogelijk betekenis als verblijfplaats voor vleermuizen (Beschermingsregime Habitatrichtlijn). Het spoortalud kan betekenis hebben als vliegroute voor vleermuizen en als verblijfplaats voor steenmarter. Geadviseerd wordt om de betekenis van het UWV gebouw en spoortalud voor vleermuizen en de steenmarter te onderzoeken door het uitvoeren van nader veldonderzoek. Het plangebied heeft mogelijk betekenis voor enkele beschermde soorten grondgebonden zoogdieren (muizen, egel). Voor handelingen in het kader van ruimtelijke ontwikkeling die kunnen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen geldt voor deze soorten een provinciale vrijstelling. Voor de huismus heeft het groen in het plangebied betekenis als leefgebied. Geadviseerd wordt om leefgebied voor huismus te behouden of terug te brengen na de ingreep om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. De beplanting rond het schoolterrein heeft betekenis als broedbiotoop van algemeen voorkomende vogelsoorten. Bij uitvoering van de werkzaamheden moet hiermee rekening worden gehouden worden. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen

1

Toelichting Plangebied Het terrein van het voormalige UWV kantoor ligt in de wijk Wolfskuil, nabij het centrum van Nijmegen. Het plangebied betreft ook aangrenzend terrein met laagbouw, een kleine speeltuin, deel van het spoortalud en aangrenzende fietsenstalling van treinstation Nijmegen. Het plangebied wordt omkadert door de Fresiastraat, Koninginnelaan en de Tunnelweg (S102). De ligging van het plangebied is weergegeven in de figuren 1 en 6. Op het UWV terrein staat een L-vormig kantoorgebouw van vijf verdiepingen hoog (figuur 2 en 3). Momenteel wordt deze tijdelijk bewoond. Aan de zijde van de Koninginnelaan is een parkeerplaats en een rij gekandelaberde platanen en heesters aanwezig. Het terrein is afgesloten met een twee meter hoog hekwerk en is toegankelijk vanaf de Fresiastraat. Aangrenzend aan het UWV terrein langs de Fresiastraat bevindt zich een verruigd terrein met laagbouw (figuur 4). De laagbouw is niet relevant voor deze quick scan, het gebouw is al onderzocht in 2017 en wordt in 2019 gesloopt (zie ‘Voorgenomen ingreep’). Rondom de laagbouw is de verharding deels overgroeid met gras en zijn enkele struiken gaan groeien. Ook dit terrein is afgesloten met een hoog hekwerk. Tussen de laagbouw en het spoor is een kleine speeltuin aanwezig (figuur 5). Het spoortalud is afgezet met een hoog hekwerk en volledig dichtgegroeid met braam en enkele bomen.

Tussen UWV kantoor en het spoortalud is een fietsenstalling aanwezig. De fietsenstalling is geheel verhard.

Figuur 1 Ligging plangebied (rood omkaderd) voormalig UWV terrein te Nijmegen (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).

2

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen

Figuur 2

UWV kantoor aan de zijde van de Koninginnelaan.

Figuur 3

Parkeergelegenheid onder en rondom UWV kantoor.

Figuur 4 Laagbouw naast UWV kantoor met de gemetselde schoorsteen en de aangrenzende speeltuin. De laagbouw is in 2017 onderzocht op beschermde soorten. Er zijn geen beschermde nest- en verblijfplaatsen aangetroffen en de laagbouw wordt in 2019 gesloopt.

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen

3

Figuur 5

Achterzijde UWV kantoor en spoortalud.

Figuur 6 Begrenzing van het plangebied met UWV-terrein (5002) , laagbouw (5003), spoortalud (oranje) en fietsenstalling (noordelijk deel van perceel 5106) (bron: gemeente Nijmegen).

4

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen

Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door gemeente Nijmegen. De gemeente Nijmegen is voornemens het terrein van het UWV kantoor en aangrenzende percelen met laagbouw, spoortalud en fietsenstalling te herontwikkelen. De aanwezige gebouwen in het plangebied worden verwijderd om nieuwbouw mogelijk te maken. Het is nog niet bekend hoeveel van het aanwezig groen verwijderd moet worden en of er na de ingreep weer groen wordt teruggebracht in het plangebied. Een bestemmingsplanwijziging is nodig om het plan te realiseren. De laagbouw in het plangebied wordt in 2019 gesloopt. Dit pand is in 2017 onderzocht op functie voor vleermuizen en steenmarter (Hoefsloot, 2017). Er zijn van deze soorten geen verblijfplaatsen vastgesteld. De planning voor de overige ontwikkelingen is nog niet vastgesteld. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten.

Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Afbakening reikwijdte onderzoek Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op ongeveer 4 km afstand van Natura 2000 gebied Rijntakken. De ingreep zorgt niet voor effecten die relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden negatief kunnen beïnvloeden. Op grond van de aard van de ingreep en afstand tot Natura 2000-gebieden zorgt de ingreep niet voor effecten die direct of indirect een negatief gevolg hebben op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Houtopstanden De bomen die voor de herontwikkeling gekapt moeten worden staan binnen de bebouwde kom. De regels ten aanzien van houtopstanden zijn in dergelijke gevallen niet van toepassing. Natuurnetwerk Nederland De aanwezige bomen maken geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones).

Op grond van de aard van de ingreep en afstand tussen het NNN en het plangebied zijn effecten op het NNN uitgesloten.

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen

5

Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Effecten zijn bepaald en beoordeeld op van de functie van het plangebied van beschermde soorten en de voorgenomen ingreep. De laagbouw in het plangebied Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 4 februari 2019. Bij het raadplegen van de NDFF is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van ca. drie km om het plangebied en gegevens tot vijf jaar oud. Op basis van dit oriënterend onderzoek is beoordeeld: • voor welke beschermde soorten het plangebied mogelijk een functie heeft en welke effecten kunnen optreden. • of aanvullend onderzoek nodig is om vast te stellen welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen. Het plangebied voor de herontwikkeling is op 5 februari 2019 bezocht. Het terrein van het UWV-kantoor was toegankelijk, het spoortalud is van een afstand beoordeeld omdat toegang niet mogelijk was door het aanwezige hekwerk. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, holtes in de bebouwing waardoor o.a.

vleermuizen, steenmarters, gierzwaluwen en huismussen een mogelijke verblijfplaats kunnen hebben in het gebouw, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc). Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De laagbouw in het plangebied is niet beoordeeld in deze quick scan omdat het gebouw in 2017 al is onderzocht op beschermde soorten en in 2019 wordt gesloopt. Functie van het plangebied voor beschermde soorten Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding plantsoen en bomen. Het plangebied is beoordeeld op betekenis voor beschermde planten, grondgebonden zoogdieren, vogels en vleermuizen. Voor beschermde soorten van de soortgroepen amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden heeft het plangebied geen betekenis omdat er geen geschikt biotoop aanwezig is en in de bebouwde kom van Nijmegen geen relevante beschermde soorten voorkomen (NDFF, 2018). Planten Het veldbezoek vond plaats buiten het voor planteninventarisaties geschikte seizoen. Op basis van aanwezige groeiplaatsen kunnen wel uitspraken worden gedaan over potenties voor beschermde planten. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde plantensoorten.

Elders in de stad Nijmegen zijn waarnemingen bekend van de wilde averuit, een soort van Beschermingsregime andere soorten. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het plangebied (incl. het spoortalud) geen geschikte groeiplaatsen biedt voor deze en andere beschermde plantensoorten.

6

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen

Grondgebonden zoogdieren In de stad Nijmegen komt de steenmarter voor, een soort van Beschermingsregime andere soorten (NDFF). Steenmarters kunnen (braakliggende) terreinen gebruiken als onderdeel van hun jachtterritorium. Delen van het plangebied zoals het terrein rond het lage gebouw en het spoortalud zijn voor steenmarter geschikt foerageergebied. Op het spoortalud kan niet worden uitgesloten dat er geschikte verblijfplaatsen zijn voor steenmarter onder de braamruigte (holen, dichte takkenhopen). Vanwege deze verblijfsmogelijkheden kan het voorkomen van een verblijfplaats in het plangebied niet worden uitgesloten. Een verblijfplaats in de laagbouw kan op basis van het onderzoek uit 2017 worden uitgesloten (Hoefsloot, 2017). Ook bosmuis, huisspitsmuis, vos, egel, haas en eekhoorn zijn in de omgeving van het plangebied waargenomen (NDFF). Dit zijn allen soorten van het Beschermingsregime andere soorten. Hoewel er een dichte begroeiing met beschutting en voedsel aanwezig is, is het plangebied weinig aantrekkelijk voor veel van deze soorten vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, afrastering en het intensief gebruik van de directe omgeving van het plangebied. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vos en haas zijn uitgesloten. Bosmuis en egel kunnen verblijfplaatsen hebben in de ruige vegetatie op het spoortalud. Voor eekhoorns is de omgeving niet geschikt.

Dit is een soort die verblijfplaatsen heeft in terreinen met en groot aandeel naaldbomen en andere voedselbomen. Dergelijke bomen zijn niet aanwezig in het plangebied. Het plangebied is vrijwel volledig afgerasterd waardoor het terrein moeilijk toegankelijk is als foerageergebied voor de vos. De kleinere steenmarter kan deze hekken wel eenvoudig passeren. Kleine marterachtigen zoals hermelijn en wezel zijn per 1-3-2019 in Gelderland naar verwachting niet meer vrij gesteld van verbodsbepalingen Wnb. Er zijn geen waarnemingen van kleine marterachtigen in de omgeving en het plangebied heeft geen potentie als leefgebied voor deze soorten (stedelijke omgeving, wegen etc.). Vleermuizen Verblijfplaatsen - Vleermuizen zijn beschermd volgens het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn verspreid in de wijk gedaan (NDFF). Het UWV kantoor heeft open stootvoegen in de gevels. Deze stootvoegen bieden vleermuizen toegang tot de luchtspouw. Op plaatsen waar de aftimmering langs het UWV kantoor beschadigd is kan dit toegang bieden tot holle ruimtes. Langs de Koninginnelaan staat een rij gekandelaberde platanen op het terrein van het voormalige UWV kantoor. In enkele van deze bomen zijn holten zichtbaar. Holtes kunnen door boombewonende soorten vleermuizen gebruikt worden als verblijfplaats.

Zowel het voormalig UWV kantoor en de gekandelaberde platanen kunnen betekenis hebben als verblijfplaats voor vleermuizen. De laagbouw in het plangebied is in 2017 al onderzocht op verblijfplaatsen van vleermuizen (Hoefsloot, 2017). Een functie van het gebouw voor vleermuizen kon op basis van dat onderzoek worden uitgesloten. Vliegroutes - Vliegroutes zijn beschermd op grond van de Wnb als ze van wezenlijk belang zijn voor het functioneren van een verblijfplaats van vleermuizen. Binnen het plangebied zijn lijnvormige elementen aanwezig onder andere in de vorm van beplanting

Quick scan Wet natuurbescherming UWV terrein te Nijmegen

7

en gebouwen. Het gebouw en de beplanting hebben geen wezenlijke betekenis voor vleermuizen omdat er alternatieven zijn in de vorm van andere bebouwing en beplanting die vleermuizen kunnen gebruiken ter oriëntatie en als beschutte vliegroute. Het spoortalud kan een vliegroute vormen omdat het spoor onverlicht is en het talud grotendeels begroeid over een langere afstand. Foerageergebied - Vleermuizen foerageren vaak langs randen van beplantingen omdat zich daar veel insecten ophouden en omdat de bomen luwte bieden. In bepaalde gevallen zijn foerageergebieden beschermd op grond van de Wnb. Dit is het geval indien ze van wezenlijke betekenis zijn en geen alternatieve foerageergebieden beschikbaar zijn voor een groep vleermuizen. De bomen op het UWV terrein zijn niet van wezenlijke betekenis voor mogelijke aanwezige vleermuizen vanwege de zeer geringe oppervlakte aan foerageergebied die ze bieden. In de directe omgeving is een ruim aanbod van bomenrijen, tuinen en groenvakken beschikbaar als foerageergebied. 1

Vogels (inclusief soorten met jaarrond beschermde nestplaats ) De gebouwen in het plangebied vormen vanwege de platte daken geen geschikt broedbiotoop voor gebouwbewonende soorten vogels zoals huismus en gierzwaluw. Het Tijdens het veldbezoek werden meerdere huismussen gehoord en gezien in de vegetatie in het plangebied. De beplanting biedt schuil- en foerageermogelijkheden voor de huismus en maakt als zodanig onderdeel uit van hun leefgebied. De huismussen broeden mogelijk in omliggende woningen. Het is niet bekend of het groen in het plangebied van essentiële betekenis is voor de huismussen. Ook voor andere algemeen voorkomende soorten vogels biedt het plangebied geschikte schuil- en foerageermogelijkheden. Nestplaatsen van andere vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is, zijn niet aangetroffen in het plangebied en omgeving. De aanwezige beplanting binnen het plangebied vormt geschikt broedbiotoop voor algemene soorten vogels (duif, merel). Effecten van de ingreep Grondgebonden zoogdieren en vleermuizen Als het plangebied een functie heeft voor de beschermde steenmarter en vleermuizen kunnen de voorgenomen werkzaamheden leiden tot negatieve effecten op deze soorten en mogelijk het doden van beschermde dieren. Dit is een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb.

Om uitsluitsel te kunnen geven over de huidige betekenis (welke functies, bijvoorbeeld verblijfplaatsen en vliegroutes) van het plangebied voor de steenmarter en vleermuizen is nader onderzoek nodig. Op basis van de resultaten van dit nader onderzoek kan worden vastgesteld of een ontheffing van de Wnb nodig is en of mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. Voor de soorten bosmuis, huisspitsmuis en egel die in lage dichtheid kunnen voorkomen geldt een provinciale vrijstelling voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Effecten op andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=e0964f21-91f6-414f-89a4-6939b9291d39