Bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Tekst van het document
bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS) 31-03-2021 IDN: NL.IMRO.0268.BP5505-VG01 Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 9 10
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie
11 11 14
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid
21 21 23 24
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Sectorale aspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Ruimtelijke veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Duurzaamheid en klimaatadaptatie
27 27 27 29 30 31 34 40 44 51 57 61 61
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming
65 65 65 66
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
69
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
71 71 71
Bijlagen bij toelichting
73
Bijlage 1
Stikstofberekening
74
Bijlage 2
Quickscan Flora en Fanua
92
Bijlage 3
Aanvullend onderzoek vleermuizen en steenmarters
103
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
3
Bijlage 4
Zienswijzennota
Regels
111
133
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
135 135 145
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Gemengd Groen Verkeer Waarde - Archeologie 2
149 149 152 153 155
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
159 159 160 161 163 165 166
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
169 169 170
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van bedrijvigheid (toelichting) Bijlage 2 Staat van bedrijvigheid
4
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
171 172 179
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
5
6
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Middels onderhavig plan wordt beoogd om aan de westzijde van het huidige station van Nijmegen een nieuwe stationsentree te realiseren met openbare overdekte fietsenstalling. Het spoor vormt een fysieke barrière tussen de oost-en westzijde van de stad. Het realiseren van een westelijke entree is een van de speerpunten om de ontwikkeling en de aantrekkelijkheid van Nijmegen West te vergroten. De westzijde moet een aantrekkelijke stedelijke locatie worden met een goede verbinding naar het stadscentrum. Er is gekozen voor een integrale toekomstvaste oplossing met verhoogd voorplein waarin een fietsenstalling komt en rekening wordt gehouden met gebiedsontwikkeling en plannen in de omgeving. In nauwe samenspraak tussen de gemeente, ProRail en de NS worden de fiets- en looproutes van reizigers van het openbare gebied naar het ontvangstdomein van het station aan de westzijde vormgegeven. Door deze uitwerking van de fietsenstalling en de looproutes vanaf het station naar o.a. de bushalte, taxi/K&R-voorziening en P&R-terrein ontstaat een integraal, goed functionerende stationsomgeving. Onderdeel van onderhavige ontwikkeling is de verbreding van het spoortracé om plaats te bieden aan Programma Hoogfrequent Spoor (PHS), waarvoor een derde perron moet worden aangelegd. Hiervoor moet ook de perrontunnel met dertig meter worden verlengd.
De aanpassingen die nodig zijn voor het PHS vormen de katalysator voor de ontwikkeling van een volwaardige westelijke stationsentree en de directe omgeving: het Westerkwartier. Het verleggen van de perrontunnel (reizigersdomein) en het nieuwe entreegebouw (ontvangstdomein) zijn tevens onderdeel van het tracébesluit. Onderhavig bestemmingplan heeft enkel betrekking op de herinrichting van een nieuwe volwaardige stationsentree aan de westzijde van het spoor. Als onderdeel van de herinrichting van het westelijke stationsgebied zal ook een nieuwe openbare overdekte fietsenstalling worden gerealiseerd.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Tunnelweg, direct ten westen van het station Nijmegen, in de wijk Wolfskuil in stadsdeel Oud-west. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door het spoor en aan de westzijde door de Koninginnelaan. Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door de Tunnelweg en de Fresiastraat. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als kadastrale gemeente Neerbosch, sectie B, nummers 5003, 5002 (gedeeltelijk) en 5106 (gedeeltelijk). Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
7
Figuur 1. Ligging plangebied en omgeving, plangebied indicatief rood omkaderd. Direct ten noordwesten van het plangebied ligt het verkeerspunt dat ook bekendstaat als de 'Vijfsprong', vanwege de vijf wegen die hier samenkomen (Tunnelweg, Marialaan, Tweede Oude Heselaan, Krayenhofflaan en Koninginnelaan).
Figuur 2. Helikopterfoto plangebied en omgeving.
8
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerend bestemmingsplan betreft de bestemmingsplannen 'Nijmegen Centrum Stationsomgeving', zoals vastgesteld door de raad op 12 december 2012, en 'Nijmegen Oud West 2015', zoals vastgesteld door de raad op 30 maart 2016. Beide bestemmingsplannen zijn geheel onherroepelijk in werking.
Figuur 3. Uitsnede bestemmingsplannen 'Nijmegen Centrum - Stationsomgeving' en 'Nijmegen Oud West 2015' plangebied indicatief rood omkaderd.
De beoogde ontwikkeling past niet binnen de vigerende bestemmingsplannen, omdat de toegestane gebruiksfuncties en bouwmogelijkheden op grond van de vigerende bestemmingen niet toereikend zijn. Er gelden voor de onderhavige locatie momenteel vier bestemmingen: Kantoor, Gemengd-1, Groen en Verkeer. Daarnaast geldt voor een groot deel van het plangebied de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Het noord-oostelijk deel van het plangebied is aangeduid als milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied en het oostelijke deel van de locatie ligt tevens in de gebiedsaanduiding veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen, in verband met nabijheid van het spoor. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
9
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving'. Dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.
Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
10
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied omvat momenteel een grote fietsenstalling in de openlucht. Deze wordt voornamelijk gebruikt door treinreizigers met een herkomst uit het westelijke deel van Nijmegen. De onderstaande foto`s tonen het plangebied en de omgeving in de huidige situatie.
Figuur 4. Plangebied vanuit zijde Tunnelweg
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
11
Figuur 5. aanzicht huidige fietsenstalling
Figuur 6. Aanzicht vanuit Fresiastraat
12
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Figuur 7. Aanzicht oostzijde station
Het plangebied is primair onderdeel van de uitlopers van de spoelzandwaaier van de stuwwal van Nijmegen. Deze spoelzandwaaier vormt een steil talud op de overgang van de sporen naar de lager gelegen woongebieden. Het talud is beplant met bosschages en bomen. Rondom het voormalige terrein van het UWV-kantoor, maar ook aan de Tunnelweg en de Koninginnelaan staan grote bomen van voornamelijk, Linde, eik en Populier maar verspreid ook een enkele kastanje, acacia, berk en judasboom. De Fresiastraat is een woonstraat waarbij de geparkeerde auto's het straatbeeld bepalen. In de huidige situatie is er echter geen directe toegang tot het station vanaf de westzijde. Om het station te bereiken moet men via de trappen in de tunnel van de Tunnelweg naar het station of het voorplein van het station aan de oostzijde. Auto's kunnen het station voornamelijk vanaf de oostzijde benaderen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
13
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
2.2.1
Aanleiding
Het plangebied maakt onderdeel uit van de grotere Nijmeegse stationsomgeving. De komende jaren ondergaan het station en de stationsomgeving een aanzienlijke transformatie. Het station Nijmegen wordt aangepast vanwege het grotere aantal treinen dat aankomt en vertrekt, de verbetering van de aansluiting op de stad (oost- en westzijde) en het groeiende aantal reizigers. Naast de aanpassingen aan de perrons en de perrontunnel, wordt de capaciteit vergroot van de stijgpunten (de trappen en roltrappen waarmee de reizigers vanuit de perrontunnel naar de perrons gaan), waardoor een snellere overstap mogelijk wordt. Het spoortracé wordt verbreed om plaats te bieden aan Programma Hoogfrequent Spoor (PHS), waarvoor een derde perron moet worden aangelegd. Hiervoor moet ook de perrontunnel met dertig meter worden verlengd. De aanpassingen die nodig zijn voor het PHS vormen de katalysator voor de ontwikkeling van een volwaardige westelijke stationsentree en de directe omgeving daarvan: het Westerkwartier. Onder andere het stationsgebouw en het stationsplein aan de oostzijde van het station ondergaan een metamorfose. De nieuwe westelijke entree wordt gecombineerd met de realisatie van een fietsenstalling onder een verhoogd voorplein aan de westzijde van het station.
Een nieuwe stationsentree aan de westzijde betekent een veel betere bereikbaarheid van station Nijmegen vanuit het westen van de stad. Tegelijkertijd wordt hiermee de oostkant van het station ontlast. De entreeontwikkeling draagt bij aan het verkleinen van de barrièrewerking van het spoor en benut in de toekomst de ligging aan het station. De ontwikkeling van de westelijke entree bestaat uit het doortrekken van de perrontunnel, de realisatie van een beheerde, overdekte fietsenstalling met 3.000 plaatsen, de aanleg van een kiss&ride plaats en de inrichting van de openbare ruimte van het nieuwe westelijke stationsplein. Met deze ontwikkeling van een nieuwe westentree in samenhang met de aanpassingen aan de sporen ontstaat een integraal, goed functionerende stationsomgeving.
2.2.2
Functies
Het voorliggende bestemmingsplan ziet op het planologisch-juridisch mogelijk maken van het gewenste gebruik direct aan de westzijde van het station. Het plan voorziet daarom in de volgende onderdelen/functies: een nieuw stationsentree gebouw in aansluiting op de perrontunnel; inpandige/overdekte fietsenstalling met 3.000 openbare fietsparkeerplaatsen; een openbaar plein met verblijfsruimte, groenvoorzieningen en de ontsluiting van de K+R en taxi voorzieningen tbv van het station. Direct in aansluiting op de perrontunnel vormt het nieuwe stationsgebouw de entree van het station aan de westzijde. Het stationsgebouw sluit op 3 niveaus aan op de omgeving: 1. 2. 3.
de perrontunnel en de verbinding over de Tunnelweg naar de P+R voorziening; het voorplein van het station met voorzieningen zoals K+R, taxi, mindervalidenparkeerplaatsen, etc.; op het bestaande maaiveld grenzend aan de Tunnelweg, met bushaltevoorzieningen, oversteekplaats en koppeling van fietsenstalling aan (snel)fietsroute.
De gebouwde fietsenstalling zal op hetzelfde niveau liggen als de bestaande direct aangrenzende fietsroutes, terwijl het plein op het dak van de fietsenstalling het station en de
14
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
nieuwe bebouwing ontsluit. Op het dak zal tevens ruimte zijn voor groen en verblijfsfuncties naast de eerder genoemde stationsvoorzieningen zoals K+R, taxi's en miva's. De verlengde perrontunnel (reizigersdomein) en het nieuwe entreegebouw (ontvangstdomein) zijn onderdeel van het Tracébesluit. Het nieuwe entreegebouw is derhalve reeds opgenomen in Tracébesluit en hoeft niet in het bestemmingsplan opgenomen te worden. Echter bevinden zich in/onder het entreegebouw nog voorzieningen t.b.v. fietsenstalling en ontsluiting fietsenstalling naar entreegebouw. Deze voorzieningen maken geen deel uit van het Tracébesluit. Om deze voorzieningen toch mogelijk te maken zijn deze voorzieningen opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. De voorzieningen zijn gelegen onder het entreegebouw, vandaar dat het entreegebouw ook deel uitmaakt van onderhavig bestemmingsplan.
2.2.3
Stedenbouwkundige uitwerking
Voor het ontwerp van de Westentree zijn twee thema's belangrijk: topografie en adres. Topografie Het Station Nijmegen is 'te gast' in een bijzonder topografisch en landschappelijk fenomeen: de stuwwal en spoelzandwaaier. Het natuurlijk hoogteverschil ter plaatse van de locatie is medebepalend geweest voor de stedelijke ontwikkeling van Nijmegen. Het hoogteverschil vormde lang een natuurlijke begrenzing maar met uitbreiding van de stad in westelijke richting is deze rand midden in de stad komen te liggen. Ondanks de inkapseling in het stedelijk weefsel is de kenmerkende topografie nog altijd prominent aanwezig in de stad en is de landschappelijke, ecologische, natuur- en duurzaamheidpotentie groot. In de vormgeving van de westelijke entree en het stationsplein is gekozen voor het maximaliseren van het landschap. De topografie en het daarmee samenhangende landschap wordt daarmee 'het beeld en de identiteitsdrager' van de westzijde van het station.
Figuur 8: Westentree visie
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
15
Door de bijzondere topografie ontwikkelt het station zich op vier hoogtes. Het entreeniveau aan de oostzijde, de sporen en de perrons vormen het hoogte niveau. Hierop staan de historische stationsgebouwen. Historisch gezien vormde de perrontunnel en de opgangen een ondergrondse wereld onder de sporen, het tweede niveau. Door het verlengen van de tunnel naar de westzijde eindigt deze echter boven het maaiveld aan de westzijde. Het nieuwe entreepaviljoen overbrugt het hoogteverschil naar het nieuwe, lagergelegen stationsplein aan de westzijde, het derde niveau. De fietsenstalling onder het stationsplein vormt het vierde niveau. Deze sluit direct aan op de Tunnelweg. Een trap en lift verbinden de toegang vanaf de Tunnelweg en de fietsenstalling inpandig met de stationshal.
Figuur 9: Impressie binnenzijde stationshal Het hoogteverschil tussen het stationsplein en de perrontunnel wordt middels een trap in de hal overbrugd. De lift in het hart van de hal verbindt de verschillende niveaus met elkaar, waardoor een integrale toegankelijkheid van het hele station op een efficiënte wijze wordt gerealiseerd. De loopverbinding over de Tunnelweg naar de P&R krijgt een eigen toegang, waardoor alle reizigersstromen samenkomen in een overzichtelijke, ruim vormgegeven stationshal.
Figuur 10: Doorsnede station van oost naar west met daarin de vier ontwikkelhoogtes De perrontunnel, de opgangen en het entreepaviljoen vormen in samenhang met de nieuwe keermuren en de ondergrondse fietsenstalling aan de westzijde de nieuwe 'ondergrond' van het station. Deze ondergrond verankert het station in de topografie van het natuurlijke landschap en verbindt de routes in en rond het station met elkaar. Vanwege de topografie bestaat het ontvangstdomein van de westentree uit twee niveaus; een entree naar de stationshal op het niveau van de Tunnelweg en een stationshal op het niveau van het nieuwe stationsplein. De stationshal is vormgegeven als een robuust paviljoen dat vanuit het talud op het plein is geschoven. De hoogte en uitstraling sluit aan op de naastgelegen, als stadspoort voorgegeven stationstunnel.
16
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Figuur 11: Impressie stationshal op het niveau van het nieuwe stationsplein.
Adressering De nieuwe stationsentree kan niet los worden gezien van de stedelijke ontwikkeling van de westzijde, de herinrichting van de Tunnelweg en de herwaardering van de bestaande stationstunnel. In het ontwerp is de 'adressering' van het station en de herkenbaarheid van de entree in de stedelijke omgeving een belangrijk thema. De positie, het volume en de expressie van het entreepaviljoen moeten in samenhang gezien worden met de begeleiding van de Tunnelweg en de vormgeving van de tunnel als een monumentale stadspoort, ontworpen door S. van Ravesteyn.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
17
Figuur 12: Impressie westentree De opzet van de fietsenstalling is zo ingepast dat, de rooilijn langs de Tunnelweg parallel ligt aan het wegprofiel. De indeling van de stalling is zo gekozen dat de entree voor fietsers en de entree voor voetgangers van elkaar gescheiden zijn. Door de vormgeving van de gevel van de fietsenstalling langs de Tunnelweg te verbinden met de bovengelegen stationshal ontstaat een herkenbare adressering van het station. De gevel van de fietsenstalling is transparant, waardoor een levendige en goed verlichte plint ontstaat.
18
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Figuur 13: Impressie gevel westentree en fietsenstalling Om de 'vergroening' van het westelijke stationsplein te maximaliseren is de oriëntatie van het plein in het verlengde van het entreepaviljoen in oost west richting gelegd waardoor het plein op vanzelfsprekende wijze aansluit op de trappen en voetgangersroute langs de Tunnelweg. De plint van de nieuwbouw op de UWV-locatie en de verlengde plint van het station begeleiden deze belangrijke stedelijke route. Het stationsplein krijgt een groene invulling die direct aansluit op het landschap van de spoelzandwaaier. Langs de aanrijroute op het plein zijn de parkeerplaatsen voor de K&R en taxi's opgenomen. De aanrijroutekomt als een keerlus op het plein te liggen. Het plein en de kiss&ride voorziening worden ontsloten via de verlengde Fresiastraat, die tevens het hoogteverschil naar het plein zal overbruggen Het nieuwe stationsplein en de toegangen liggen logisch ten opzichte van de stedelijke routes en de op het spoor aansluitende vervoersmodaliteiten. De bushaltes worden in het profiel van de Tunnelweg ingepast.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
19
20
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Relevant rijksbeleid
3.1.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.
Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.
De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1.
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
21
CO2-arm is,en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuurvoor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Het plan ziet op de realisatie van een nieuwe stationsentree inclusief een openbare overdekte fietsenstalling. Het draagt bij aan de nieuwe stationsomgeving en duurzaam ruimtegebruik. Het schept de randvoorwaarden voor een excellente ruimtelijk-economische structuur in Nijmegen. Het plan is vanwege deze redenen in lijn met de uitgangspunten uit de NOVI.
3.1.2
Ladder duurzame verstedelijking
Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro van toepassing is.
Aangezien onderhavig bestemmingsplan slechts ziet op het realiseren van een nieuwe westentree inclusief openbare overdekte fietsenstalling. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op onderhavig ontwikkeling. Bovendien vindt de transformatie van de nieuwe westentree plaats in bestaand stedelijk gebied.
3.1.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid omdat de ontwikkeling overeenkomt met de ambities uit de SVIR, niet in strijd is met het Barro en wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
22
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
3.2
Relevant provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is vastgesteld door PS op 19 december 2018. Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben in hun vergadering van 26 februari 2019 namens Provinciale Staten van Gelderland besloten dat de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland Gelderland' (met inachtneming van amendement 18A44) op 1 maart 2019 in werking treedt. De omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie Gaaf Gelderland beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeeld in zeven thema’s, te weten energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Sinds 2014 is een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer opgenomen in de Omgevingsvisie. Daarbij zijn gebieden en functies aangewezen. Deze blijven voortbestaan onder deze omgevingsvisie. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura-2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de oude Omgevingsvisie Gelderland hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programma’s of andere beleidsdocumenten.
In hun vergadering van 26 februari 2019 hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland daartoe het Regionaal Waterprogramma, de Handreiking Plussenbeleid en de Beleidslijn Windenergie vastgesteld. Doorwerking plangebied Op het gebied van bereikbaarheid streeft de provincie naar efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid. Ze blijven een veilig en toegankelijk Gelders netwerk van (water)wegen, spoor, fiets- en voetpaden verbeteren en pakken knel- en knooppunten en ontbrekende schakels aan. Provinciale aandacht richt zich daarbij vooral en in eerste instantie op (logistieke) knelpunten en knelpunten rond de Gelderse steden. Ze zoeken naar slimme alternatieve vormen van vervoer voor het landelijk gebied. Ze benutten en optimaliseren bestaande mogelijkheden, voordat ze overgaan tot het aanleggen van nieuwe infrastructuur. De provincie Gelderland stimuleert duurzame en alternatieve vormen van vervoer, zoals elektrisch rijden. Zij werken samen met partners aan een dekkend netwerk van duurzame oplaad- en tankpunten in Gelderland en een goede aansluiting daarvan op nationale en internationale netwerken. Ook willen ze het gebruik van de fiets stimuleren, onder andere met de aanleg van snelfietspaden en het oplossen van knelpunten in het (snel)fietsnetwerk. Binnen en rondom het plangebied komen twee snelfietsroutes samen en wordt een nieuwe stationsentree gerealiseerd.
Er wordt gewerkt met een lagere parkeernorm om autogebruik te demotiveren. Er wordt volop voorzien in fietsenstallingen om fietsgebruik en OV te laten prevaleren boven autogebruik. Op deze manier sluit het plan aan bij de ambities van de provincie Gelderland.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
23
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening. Doorwerking plangebied In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsverordening relevant. Er zijn geen passages die van invloed zijn op het plangebied en de voorgenomen planontwikkeling. De regels voor de locatie hebben betrekking op glastuinbouw en intrekgebieden (verbod op de winning van fossiele brandstoffen ter bescherming van de grondwaterwinning). Beide zijn binnen dit bestemmingsplan niet toegestaan. Het plan is niet in strijd met de provinciale omgevingsverordening.
3.2.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het provinciale beleid.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisies voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad; Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen; Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente; Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen.
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en
24
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie. Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
Figuur 14: opgaven en richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie 4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid, zowel voor hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top drie van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien.
Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen. 4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
25
Conclusie Onderhavige ontwikkeling van een nieuwe westentree voldoet aan de opgaven genoemd in 3 en 4. Een nieuwe stationsentree aan deze zijde betekent een veel betere bereikbaarheid van station Nijmegen vanuit het westen van de stad. Tegelijkertijd wordt hiermee de oostkant van het station ontlast. De entreeontwikkeling draagt bij aan het verkleinen van de barrièrewerking van het spoor en benut in de toekomst de ligging aan het station. 8 richtinggevende keuzes De vier opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren en daarom kijken we naar integrale oplossingen. Waarbij een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken bekijken en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit Energieopgave Groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal
Conclusie Richtinggevende keuzes 1, 3 en 4 zijn van toepassing op het plangebied. Door het nieuwe stationsentree ontstaat er een duurzaame en betere bereikbaarheid van het station van Nijmegen. In de toekomst wordt er in de omgeving ook de leegstand aangepakt en herontwikkeld.
26
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de opgenomen mogelijkheden in onderhavig bestemmingsplan kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Doel milieuzonering Het leidende beginsel van alle ruimtelijke plannen in Nederland is dat van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro). Dit betekent dat in deze plannen tevens een aanvaardbaar 'woon- en leefklimaat' moet worden gewaarborgd. Om de verschillende actieve 'leef-functies' (zoals werken en recreëren) op een goede wijze met de meer passieve 'woon-functies' (zoals consumeren en slapen) te kunnen combineren, is in de ruimtelijke ordening het instrument 'milieuzonering' ontwikkeld. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten en 'gevoelige functies', is het mogelijk om enerzijds gevoelige objecten als woningen te beschermen tegen diverse vormen van 'milieubelasting'. Anderzijds biedt milieuzonering duidelijkheid ten aanzien van de milieubelasting veroorzakende activiteiten, door de hiervoor beschikbare ruimte te kwantificeren. De VNG-publicatie De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk (verder: “de VNG-publicatie”) is een belangrijk hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming-praktijk. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNG-publicatie een aantal bouwstenen.
De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG-publicatie. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten, gerangschikt naar SBI-code, zijn richtafstanden aangegeven ten
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
27
opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een rustig buitengebied). In deze bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Ook zijn indices opgenomen voor de aspecten verkeer, visueel, bodem en lucht, waarmee dus per activiteit een indicatie wordt gegeven voor de potentiele belasting ten aanzien van deze aspecten. In de publicatie wordt gesteld dat deze richtafstanden (met uitzondering van de richtafstand voor gevaar), zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap kunnen worden verlaagd indien er sprake is van het omgevingstype gemengd gebied. In de onderstaande beoordeling wordt de wijze waarop de VNG-brochure wordt toegepast (welke afstanden gelden voor welke bedrijven) nader toegelicht. Beoordeling Het huidige bestemmingsplan bood in het thans ter beoordeling liggende plan de volgende mogelijkheden:
Figuur 15: Uitsnede bestemmingsplannen Nijmegen Centrum - Stationsomgeving en 'Nijmegen Oud West 2015'.
In het huidige bestemmingsplan is het plangebied bestemd voor kantoorvoorzieningen (het paarse vlak) met ondergeschikte nevenfuncties en gebouwen. Het bruine vlak betreft de bestemming Gemengd-1, waarbinnen een veelheid aan functies is toegestaan, zoals cultuur en ontspanning, dienstverlening, kantoren en maatschappelijke voorzieningen, met bijbehorende gebouwen en ondersteunende voorzieningen. Daarnaast liggen de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer' over het plangebied.
28
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Het voorliggende plan kent aan het plangebied de bestemmingen: 'Groen', 'Gemengd' en 'Verkeer' toe. Het omliggende gebied betreft een gemengd gebied, met een ontsluitingsweg en een veelheid aan verschillende functies in de directe omgeving aan de rand van het centrum. De richtafstanden in bijlage I van de VNG-brochure zijn van toepassing, maar mogen met één afstandtrap worden verlaagd. De functies die worden mogelijk gemaakt, betreffen een nieuwe westentree, een fietsenstalling en een kiss en ride voorziening. Al deze activiteiten vallen op grond van de VNG-brochure in milieucategorie 1, met een grootste richtafstand van 10 meter voor de aspecten geur en geluid. Deze afstanden kunnen vanwege het gemengde omgevingstype met een afstandstrap worden verlaagd naar 0 meter.
4.3
Geluid
Toetsingskader wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe woningen mogelijk en de weg die wordt aangepast is een 30 km/uur weg. Een 30 km/uur weg heeft geen geluidzone en valt dus niet onder de onderzoeksplicht van de Wet geluidhinder. In het kader van goede ruimtelijke ordening is wel in beeld gebracht hoe de geluidsbelasting van de bestaande woningen aan de Fresiastraat verandert door de aanleg en het gebruik van de kiss & ride. In de huidige situatie is de geluidsbelasting van op de woningen aan de Fresiastraat maximaal 48 dB. Als de kiss & Ride wordt toegevoegd en de Fresiastraat wordt heringericht dan neemt de geluidsbelasting bij de woning wat toe maar de maximale geluidsbelasting blijft 48 dB. Deze waarde komt overeen met de voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai die in de Wet geluidhinder wordt gehanteerd. Geluidsbelasting tot en met deze voorkeurswaarden zijn zondermeer toegestaan. Een geluidsbelasting van maximaal 48 dB wegverkeerslawaai kan dus worden beschouwd als acceptabel woon- en leefklimaat.
Hoewel het geen onderdeel is van dit bestemmingsplan is ook onderzocht wat er gebeurt als ook het UWV terrein wordt ontwikkeld. Dit zal leiden tot een verdere toename van de geluidsbelasting tot maximaal 50 dB op de bestaande woningen. Bij de verder uitwerking van de plannen voor het UWV terrein zal daarom moeten worden onderzocht of er mogelijkheden zijn om deze toename tot boven de 48 dB op te heffen. In de huidige herinrichtingsplannen voor de Fresiastraat wordt nog uitgegaan van gewone klinkerbestrating. Door stille klinkers of asfalt toe te passen kan de geluidsbelasting worden beperkt tot 48 dB. Conclusie De kiss & ride zorgt voor lichte toename van de geluidsbelasting bij de bestaande woningen aan de Fresiastraat. De maximale geluidsbelasting is 48 dB en daarmee is een acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd. Als ook het UWV terrein wordt ontwikkeld moeten aanvullende eisen aan het wegdek van de Fresiastraat worden overwogen anders neemt de geluidsbelasting toe tot 50 dB. Dit is nog steeds een acceptabele geluidsbelasting maar 48 dB of lager is beter.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
29
4.4
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 µg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 µg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 µg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.
Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. De verkeersaantrekkende werking van de toekomstige situatie aan de westzijde van het Station bedraagt naar verwachting 1079 mvt/etmaal. De netto verkeersaantrekkende werking (bestaande situatie-nieuwe situatie) is nog vele maler lager. De netto toename veroorzaakt daarom geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer. Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen zie daarvoor de onderstaande uitsnede.
30
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Op basis van de bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
4.5
Ruimtelijke veiligheid
4.5.1
Inleiding
In het kader van het Instrument Ruimtelijke Veiligheid is gekeken naar de volgende aspecten. Gezondheid Externe veiligheid Hoogwater Evenementen Bereikbaarheid en opkomsttijden Natuurbrand Sociale Veiligheid Hieronder zal per aspect een korte beschouwing gegeven worden van de situatie. Vervolgens wordt een en ander kort samengevat.
4.5.2
Constateringen
Gezondheid Drukkere verkeerswegen liggen op dusdanig beperkte afstand van het plangebied dat de luchtkwaliteit op die grond wellicht van mindere kwaliteit is. Een en ander is nader toegelicht in paragraaf 4.4. Externe veiligheid De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en risicovolle transportroutes, zoals wegen, vaarwegen en spoorwegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en buisleidingen. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden/-afstanden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
31
kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. Op de onderstaande uitsnede van www.risicokaart.nl zijn de belangrijkste omliggende risicobronnen weergegeven.
Figuur 16: Uitsnede risicokaart.nl, plangebied rood omcirkeld.
Het plangebied valt in de zone 1 (30m) en 2 (200m) conform de Nijmeegse beleidsvisie externe veiligheid ten opzichte van vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Arnhem-Nijmegen-Den Bosch. Aangezien de ontwikkeling daarmee automatisch ook in het invloedsgebied conform het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) ligt, geldt op basis van dit besluit een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. In de Nijmeegse beleidsvisie is daarbij gekozen om in dit geval (het toevoegen van kwetsbare objecten) zwaar te verantwoorden. Het plan realiseert functies waarmee een groot aantal personen in de omgeving van het spoor worden gebracht. Desondanks is het de vraag of, ten opzichte van de bestaande bestemming, dit tot een grote verhoging van het groepsrisico leidt. Ongeacht de vraag of er sprake is van een verhoging, moet de ontwikkeling worden verantwoord. De VRGZ is daarbij wettelijk adviseur voor de aspecten rampenbestrijding en bereikbaarheid. In dit geval spelen er drie scenario's: een ongeval met een ketelwagon waarbij een grote hoeveelheid brandbare vloeistof ontsteekt (dit incident reikt qua effect tot ca 30 meter van het buitenste spoor). een ongeval met een ketelwagon met brandbaar gas, waardoor tot vloeistof verdicht gas explodeert (dit incident reikt qua effect tot ca 200 meter van het buitenste spoor).
een ongeval met een ketelwagon waarbij toxische gassen of vloeistoffen vrijkomen (dit incident reikt qua effect tot ca. 1500 m). Voor al deze scenario's geldt dat de kans op optreden zeer klein is, maar het potentiële effect groot. Een ongeval met gevaarlijke stoffen ter hoogte van deze locatie kan tot grote aantallen doden en gewonden leiden. Voor dit plangebied zijn met name het scenario met brandbaar gas en met toxische stoffen relevant.
32
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Bestrijdbaarheid Voor alle scenario's geldt dat in eerste instantie de brandweer zijn inzet zal richten op het brongebied om te voorkomen dat het incident (met de ketelwagon) escaleert. De gemeente Nijmegen heeft in het verleden geïnvesteerd in bluswater en bereikbaarheid voor incidentbestrijding op het spoor. Dit schept dus mogelijkheden om de gevolgen van een incident wellicht te beperken, maar dergelijke incidenten kunnen zich zo snel voltrekken dat de tijd hiervoor ontbreekt. Ook ter hoogte van dit plangebied zijn voorzieningen aangelegd (bluswater). Het is belangrijk dat deze voorzieningen in stand blijven. Gezien de afstand tot het spoor kunnen met name incidenten met brandbaar gas in potentie tot veel doden en gewonden leiden. Voor de laatste groep moet men er vanuitgaan dat in het eerste uur er onvoldoende capaciteit van ambulances beschikbaar is. Zelfredzaamheid Aangezien het plan binnen 200 meter van het spoor ligt kan (zonder aanvullende maatregelen) met name een explosie op het spoor tot dodelijke slachtoffers zowel buiten als binnen het plangebied leiden. Voor ontruiming is het van belang dat vluchtroutes wegleiden van het spoor. Voor toxische scenario's is het uitgangspunt dat, mits ramen, deuren en ventilatieopeningen gesloten zijn, men in de eerste fase van het incident binnenshuis veilig is. Binnenshuis schuilen is dan het aangewezen handelingsperspectief.
Mensen buiten lopen een veel groter risico op overlijden; zij zullen zo snel mogelijk binnenshuis moeten schuilen. Vermoedelijk zullen ongevallen met brandbare vloeistof niet direct tot slachtoffers in het plangebied leiden. Bluswatervoorziening In de omgeving van het plangebied is in principe voldoende bluswater aanwezig om brand in het plangebied te kunnen blussen. Bereikbaarheid en opkomsttijden Het plangebied is vanuit de brandweerposten Nijmegen Centrum en Nijmegen Noord binnen 8 minuten bereikbaar. Bij ontsluiting van het gebied is het belangrijk dat het plangebied bereikbaar zijn voor hulpverleningsdiensten langs twee niet samenvallende routes. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan er, kijkend naar het bovenstaande, geen belemmeringen voor het planvoornemen. Hoogwater Het plangebied ligt niet in een overstroombaar gebied. Dit aspect is daarmee niet relevant voor dit gebied. Evenementen In het plangebied zijn geen evenemententerreinen voorzien. Natuurbrand Het plangebied wordt niet bedreigd door natuurbranden.
4.5.3
Advies
Uit voorgaande constateringen kunnen de volgende adviezen worden gedestilleerd. Externe veiligheid Bluswatervoorzieningen voor en bereikbaarheid van het spoor mag niet door deze ontwikkeling belemmerd worden. Het toekomstige Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kent voor zeer kwetsbare
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
33
objecten maatregelen om de overleefbaarheid van een incident met brandbaar gas te vergroten. Toepassing op dit (kwetsbare) object, is niet wettelijk verplicht, maar kan de overlevingsmogelijkheden wel vergroten. Vluchtroutes (inpandig en uitpandig) dienen van het spoor weg te leiden. Per definitie helpt het als personen in een plangebied bekend zijn met de omgevingsrisico's: risicocommunicatie naar gebruikers van het plangebied is dus belang. Deze maatregelen kunnen in geval van ongevallen met gevaarlijke stoffen het aantal slachtoffers reduceren. Er zal, gezien de geringe afstand tot de risicobron, echter altijd een restrisico blijven. Bereikbaarheid Conform het Bouwbesluit dient de toegang van een pand waar mensen verblijven tot 10 meter benaderbaar te zijn voor hulpverleningsvoertuigen. Brandweervoertuigen zijn daarbij maatgevend. Tevens dient er een opstelplaats te zijn van waaruit doeltreffend een verbinding met gelegd kan worden met de bluswatervoorziening. In onderhavig plangebied is er geen sprake van een verblijf voor mensen in een pand. Het gaat slechts om een nieuwe westentree inclusief fietsenstalling. Bluswatervoorziening Binnen 40 meter van de brandweeringangen dient een bluswatervoorziening aanwezig te zijn (norm is 30 m3/u voor woningen; 60m3/u voor overige functies).
Belangrijk is dat er rekening gehouden wordt met de positionering van opstelplaatsen en bluswatervoorziening t.o.v. vulpunten voor droge blusleidingen.
4.5.4
Conclusie
Met inachtneming van de bovenstaande adviezen bestaan er vanuit veiligheidsoogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Bodem
Het bevoegd gezag moet bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren over relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2 Awb). Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel 3.1.6 Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom wordt de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan beoordeeld. De locatie is onderdeel van het Stationsgebied. Het plangebied waar onderhavige bestemmingsplanwijziging betrekking op heeft, wordt aangeduid als Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS). Bodemkwaliteit Er zijn binnen de grenzen van het plangebied al meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende rapporten (de belangrijkste onderzoeken staan vooraan): 1. 2.
34
Nader onderzoek fase 2, Nader bodemonderzoek Van Swaay te Nijmegen, Tauw bv, R3194310.003/GNO; augustus 1994, Aanvullend bodemonderzoek Van Swaay terrein te Nijmegen, Tauw bv, R3378063.T02/RGL, april 1995,
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 5 (fietsenstalling entree west CS)
Archief- en bodemonderzoek noordelijk terreindeel voormalig Van Swaay-terrein te Nijmegen, Tauw bv, R001-3891313TPB-D02-D, 25-9-2001, 4. Actualiserend grondonderzoek noordelijk en zuidelijk Van Swaay-terreindeel te Nijmegen, Tauw bv, R001-3969703IKO-D01-D, 28-2-2002, 5. Resultaten grondbemonstering oktober 2006 en interpretatie van de bestaande verontreinigingsgegevens van het Van Swaaij terrein, Bioclear, 2006.2760, 22-11-2006, 6. Aanvullende werkzaamheden locatie van Swaaij te Nijmegen, Bioclear, 20062760/6701, 1-4-2010, 7. Verkennend en asbest onderzoek Fresiastraat 3 te Nijmegen, Tauw bv, R001-1271808MCR-V01-baw-NL, 17-9-2019, 8. Actualiserend bodemonderzoek UWV van Swaaij-terrein Nijmegen, Bioclear, 201195608/12357 versie 2, 10-6-2020, 9. Verslag van onderzoek naar bodemverontreiniging in de gemeente Nijmegen. Van Swaay fase I nader onderzoek. Gemeente Nijmegen, april 1987, 10. Uitloogonderzoek kwikhoudende grond, Tauw bv, 51618.87, oktober 1987, 11. Onderzoek naar de speciatie van kwik, Van Swaay terrein. Nijmegen, Tauw bv, R3124894.AO1/JJS, augustus 1990, 12. Verslag van onderzoek naar bodemverontreiniging in de gemeente Nijmegen. Voormalig bedrijf Van Swaay. Nader onderzoek fase 2, Gemeente Nijmegen, april 1991, 13. Notitie mogelijke uitgangspunten voor risicobenadering saneringsvarianten voor de locatie Van Swaay te Nijmegen, Tauw bv, R3378063.T03/RGL, maart 1995, 14.
Risicovariant in het kader van het saneringsonderzoek voor het Van Swaay terrein Tunnelweg te Nijmegen, Tauw bv, R3378063.T05/RGL, juli 1995, 15. Saneringsonderzoek fase 2 Van Swaay terrein Tunnelweg te Nijmegen, Tauw bv, R3378063.T06/RGL, november 1995, 16. Deelsaneringsplan fase I Van Swaay-terrein Eerste Oude Heselaan te Nijmegen, Tauw bv, R002/3760278/RGL/D01/D, 1-10-1999, 17. Historisch onderzoek en luchtfoto interpretatie zuidelijk terreindeel Van Swaay te Nijmegen, Tauw bv, R001-4208226IKO-D01-D, 25-4-2002, 18. Aanvullend onderzoek diepe grondwaterverontreinigingen zuidelijk terreindeel Van Swaay te Nijmegen, Tauw bv, R001-3979962IKO-D01-D, 10-1-2003, 19. Evaluatierapport aanleg in situ systeem zuidelijk terreindeel Van Swaay-terrein te Nijmegen, Tauw bv, R005-3891313KLU-D01-D, 11-2-2003, 20. Digitaliseren beschikbare onderzoeksgegevens van Swaay te Nijmegen, Tauw bv, R001-4251040EMH-D01-D, 28-3-2003, 21. Actualisatie grondwaterkwaliteit en vervolgstappen t.a.v. diepe grondwaterverontreiniging zuidelijk deel 'Van Swaay-terrein' te Nijmegen, Tauw bv, R001-4290946EMH-D01-D, 22-8-2003, 22. Tussenevaluatie in situ sanering 2003 zuidelijk terrein Van Swaay te Nijmegen, Tauw bv, R003-3981525EMH-D01-D,21-11-2003, 23. Overzicht monitoringsresultaten tot en met januari 2004 MKB van Swaay te Nijmegen, Tauw bv, B001-4309779EMH-D01-D, 16-2-2004, 24.