CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

Besluitronde (raadsvergadering) 14 juli 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Landschapszone -13 (Woerdsestraat 14) (59/2021) (HAMERSTUK)23.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14) Plan

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14) IDN: NL.IMRO.0268.BP24013-VG01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid

13 13 15 16

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Sectorale aspecten Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Klimaat

21 21 21 22 24 25 25 26 30 38 41 44 45

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming

49 49 49 50

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

53

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg

55 55 55

Regels

57

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

59 59 73

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

77

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

5

Artikel 3 Artikel 4

Tuin Wonen

77 79

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

83 83 84 85 86 87

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

89 89 91

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Advies Brandweer

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Nader bodemonderzoek

Bijlage 4

Nader bodemonderzoek bestrijdingsmiddelen

Bijlage 5

Aerius berekening

Bijlage 6

Toolbox Natuurinclusief ontwikkelen en bouwen

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

Bijlage 8

Quickscan Flora en Fauna

6

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Woerdsestraat 14. Het vigerende bestemmingsplan laat alleen woningbouw toe binnen het bouwvlak. Middels een stedenbouwkundig vooroverleg is beoordeeld of er nieuw bouwvolume kan worden toegevoegd. Dit kan gedaan worden buiten het bestaande bouwvlak waardoor er interessante doorzichten ontstaan en het ensemble een erf-achtig aanzicht krijgt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Woerdestraat 14. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de woerdsestraat met aan de overzijde een agrarisch bedrijf en aan de westzijde door de Zandse Plas. Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door een openbaar groenstrook. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Nijmegen, sectie E, nummers 1206,1207 en 127. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 4066 m². Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Woerdsestraat 14. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een aantal wijzigingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan Landschapszone dat door de raad op 16 december 2009 is vastgesteld en op 22 december 2010 onherroepelijk is geworden. Tevens gelden de facetplannen Archeologie (vastgesteld 25 juni 2014) en Parkeren (vastgesteld 13 september 2017). Het huidige bouwvlak wordt verspreid over het gehele perceel waardoor er buiten het huidige bouwvlak een vrijstaande woning, 2 tiny houses en een overdekte berging mogelijk zijn. Daarnaast blijft de reeds toegestane herbouw van de schuur tot woonfunctie in stand en kan de schuur naar achteren worden verplaatst.

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen). De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe,

8

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

etc.).

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

9

10

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

De kavel is gelegen aan het meest zuidelijkste puntje van de Zandseplas te Nijmegen. Het water van de plas omarmt de kavel waardoor er aan 3 kanten een panoramisch uitzicht word geboden over de plas met zicht op de rand bebouwing, wateractiviteiten en Nijmeegse strand. De ontsluiting vind plaats via de Woerdsestraat welk tevens de grens vormt tussen gemeente Nijmegen en Lingewaard. De ontsluiting vind plaats via een hoofdinrit. Het actieterrein is te bereiken via een secundaire inrit. Op de kavel zijn een woning met schuur gehuisvest, het ensemble dat deze twee creëren heeft een culturele status. De woning is duidelijk het hoofdgebouw de schuur het bijgebouw. De culturele waarde van de kavel is naast de bebouwing ook het erf. Onder het ensemble horen enkele bomen waaronder fruitbomen en een hagenstructuur die de contouren van de kavel kenmerkt. Met name het voorterrein is een transitie zone tussen private ruimte langs de plas en de statige culturele uitstraling langs de Woerdsestraat. Aan de Woerdsestraat zijn enkele gaarden en boerenbedrijven te vinden die zich zowel met grootschalige als kleinschalige landbouw bezighouden. Ook is aan het einde van de Woerdsestraat de Landwinkel te vinden waar lokale producten verkocht worden. De kavel doet mee in het ritme van woonerf en gaarden en de culturele status van erf en ensemble speelt hier een behoudende rol in.

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

In de toekomstige situatie wordt het woonerf uitgebreid en het erf ensemble verstevigd. Het huidige woongebouw is gerenoveerd en behoud zijn functie, de schuur wordt herbouwd meet woonfunctie maar blijft in ruimtelijke vorm onderhevig aan het hoofdwoongebouw. Het oorspronkelijke ensemble word behouden met ene kleine verschuiving van de schuur om zo de leefkwaliteit te verhogen. Op het achterterrein wordt aan het water een nieuw woonvolume geprojecteert die samen met een nieuwe schuur en 2 maal een tinyhouse op het middenterrein een schakeling vormen tussen de bestaande gebouwen en het erf. Aan de voorzijde van de kavel word de inrichting aangepakt om de culturele waarde van de kavel te verstevigingen. Een combinatie van een éénduidige inrit, hagen en uitbreiden van de boomgaard zorgt voor een duidelijk aangezicht van de kavel die meespeelt in het bestaande gaarden landschap en lintbebouwing langs de Woerdsestraat. In het verlengde van de enkele inrit ontstaat een collectief terrein waar de bestaande en gerenoveerde bebouwing middels paden en een pleintje gekoppeld zijn aan een schuur en mogelijk carport. Dit nieuwe volume van schuur/carport dient als een gezamenlijke opslag van apparatuur en materialen, eenzelfde functie die de oorspronkelijke schuur heeft gehad. Achter de schuur ligt het nieuwe woonhuis die het erf ensemble naar het water afsluit.

Op de kavel ontstaat een erf die enkel dient voor wonen is een collectieve vorm. De enkele inrit, geclusterde parkeerplaatsen en de collectieve tuin- en schuurvoorziening zorgen hiervoor en houden dit in stand. De culturele waarde en uitstraling van de kavel blijft gewaarborgd door de hiërarchische opbouw van hoofdgebouw, bijgebouwen en schuur. Deze dienen in verschijningsvorm dan ook onderhevig te zijn aan het hoofdgebouw. De invulling van de kavel; boomgaard langs de Woerdsestraat, en openheid aan de Zandseplas zijn essentieel voor de ruimtelijke vertaling van het erf en haar culturele waarden. 1.

Het herbouwen en renoveren van de bestaande woning met schuur. De woning blijft een

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

11

2.

3.

woning de schuur wordt twee woningen. Belangrijk in dit aspect is dat zowel de woning als de schuur herkenbaar worden terug gebouwd in de stijl zoals ze nu zijn. Het toevoegen van nieuw bouwvolume. Dit kan gedaan worden buiten het bestaande bouwvlak waardoor er interessante doorzichten ontstaan en het ensemble een erf-achtig aanzicht krijgt. De toe te voegen bebouwing mag anders zijn en kan bestaan uit natuurlijke en duurzame materialen. De terrein inrichting is een onderdeel die dit plan doet slagen. Omdat de initiatiefnemer het plan gefaseerd wil aanpakken is een direct goede integrale inrichting nodig om het plan de juiste uitstraling te geven. Aangegeven wordt dat het een klein erfje moet zijn met een gezamenlijk schuur-parkeren en binnenplaats die rijkt tot aan de plas. Om de woningen heen heeft elke bewoner een stukje privé grond.

De initiatiefnemer heeft aangegeven om eerst met aspect 1 langs de welstand te willen, om met het bouwen van deze fase de financiering voor het totaal plan rond te krijgen. Op 28 oktober 2020 zijn de bouwplannen voorbesproken met de commissie Beelkwaliteit en zijn de plannen akkoord bevonden. Het plan heeft een interessante locatie aan de Zandseplas. De ruimtelijke gedachte voor deze locatie is de erf opzet die past bij het agrarische verleden van de plek. Kenmerkend is een hoofdgebouw met meerdere kleinere bijgebouwen, dit is nu mogelijk binnen het aangegeven bouwvlak. De initiatiefnemer schuift met de bouwvlakken om een ensemble te creëren de meer verspreid licht op de kavel. Dit lijkt niet ondenkbaar als bestaande zichtassen en de relatie met het water in stand blijven. Voor verdere uitwerking zal er ruimtelijk goed nagedacht moeten worden over bouwhoogtes en de toe te passen scheidingen tussen de woningen, dit moet passen bij een woonerf. De getoonde tekeningen geven een goede denkrichting weer maar er zal in uitwerking en detaillering op aankomen of het een alomvattend plan is wat past bij deze locatie.

12

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Relevant rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. In de SVIR is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. b. c.

het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Toetsing Daarnaast geldt voor de verschillende militaire vliegvelden in Nederland dat er rondom de vliegbasis geen hoge bebouwing gerealiseerd mag worden om geen belemmering te vormen voor de radar- en communicatieapparatuur. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) bevat in artikel 2.4 regels ten aanzien van de bouwbeperkingen in relatie tot radarverstoringsgebieden. Daaruit volgt dat er voor een zone van 15 kilometer rondom de antenne maximale bouwhoogtes voor bouwwerken en windturbines gelden. Het bepalen van deze maximale bouwhoogte moet worden bepaald aan de hand van de hoogteligging (NAP) van de antenne, oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne. Buiten deze 15 kilometerzone geldt tot 75 kilometer een maximale bouwhoogtegrens voor de tippen van de wieken van windturbines. Een en ander is in de onderstaande afbeelding schematisch weergegeven en ook als zodanig opgenomen in het Rarro.

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

13

Aangezien binnen dit plan enkel bouwwerken worden ontwikkeld en er zich binnen een straal van 15 kilometer geen radarantennes aanwezig zijn, vormt dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Het plan is daarom niet in strijd met de SVIR en het Barro.

3.1.2

Ladder duurzame verstedelijking

Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte') . Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan wel worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro wel van toepassing is. In maart 2018 is de subregionale woonagenda in de colleges van de subregio vastgesteld.

Met een regionale kop en die subregionale bijdragen is de woonagenda ook door de provincie vastgesteld.

14

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

In de subregionale woonagenda wordt uitgegaan van zowel kwantitatieve als kwalitatieve uitgangspunten. In de kwantitatieve uitgangspunten is het uitgangspunt dat we gaan voor een versnelling in de woningbouw, waarbij 70% van de richtlijn van ongeveer 16000 woningen tot 2027 nog voor 2022 wordt opgeleverd. Een enorme opgave, waarin ook dit plan een bijdrage levert.

3.1.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat de ontwikkeling voorziet in een behoefte.

3.2

Relevant provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de omgevingsvisie wij hier richting aan. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand verstedelijkt gebied en past daarmee binnen de omgevingsvisie. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen.

Voor de Provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. Alle woningen in onderhavig project zijn levensloopgeschikt en de appartementen in het sociale huursegment zijn bedoeld voor ouderen die beschut willen wonen (wonen met zorg voor ouderen). Het plan draagt hiermee bij aan een duurzaam woon- en leefklimaat.

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

15

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de Provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De Provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Er is geen beleid uit de Omgevingsvisie relevant in relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

3.2.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid.

3.3

Relevant gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging

In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel

De Omgevingsvisie dient 4 doelen:

16

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

1. 2. 3. 4.

Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen

Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal.

Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.

4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden ambities geformuleerd. 1. Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

17

werkgelegenheid, zowel voor hooggeschoolden als voor praktisch werkenden. 2. Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. 3. Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top drie van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen. 4. Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. Conclusie De woningbouwplannen voldoen aan en versterken opgaven 3 en 4. Het plangebied biedt diverse woningtypen zodat er gevarieerde, gemengde wijken ontstaan in de Waalsprong.

De ontwikkeling vergroot het woningaanbod en verkleind het woningtekort.

8 richtinggevende keuzes De vier opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren en daarom kijken we naar integrale oplossingen. Waarbij een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken bekijken en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit Energieopgave Groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal

Conclusie Richtinggevende keuzes 2, 3em 4 zijn van toepassing op het plangebied . Het plangebied en in groter geheel onderdeel van de Waalsprong, biedt een mix van woningen en woonmilieus, met voorzieningen in de buurt.

18

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

3.3.2

Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit

Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

19

20

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Bedrijven en milieuzonering

In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc. In de directe omgeving zijn alleen woonbestemmingen beschreven, water en groen. Aan de overzijde van de Woerdsestraat geldt een agrarische bestemming (bestemmingsplan Lingezege 2012, “Agrarisch De Woerdt”). Hierin zijn milieubelastende activiteiten zoals evenementen of het gebruik van bestrijdingsmiddelen op korte afstand (50 meter) van woonobjecten alleen toegestaan indien aangetoond kan worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat In de bestaande situatie is er een fruitboomgaard aanwezig tegenover de planlocatie op een afstand van minder dan 50 meter. Het perceel behoort toe aan Fruitbedrijf de Woerd.

Dit bedrijf gebruikt bestrijdingsmiddelen maar zet deze gematigd in en is hiervoor ook 'On the way to Planet proof “ -gecertificeerd (informatie Omgevingsdienst Regio Arnhem). De eisen voor de toepassing van bestrijdingsmiddelen in open teelt zoals in de huidige perenboomgaard zijn aangescherpt na het opstellen van het bestemmingsplan van 2012. In de huidige eis wordt uitgegaan van 75% driftreductie ten opzichte van de referentietechniek (artikel 3.78a Activiteitenbesluit.). In een onderzoek dat de gemeente Nijmegen heeft laten uitvoeren naar de verspreiding van bestrijdingsmiddelen (Onderzoek naar driftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaardbespuiting, 2014) ten behoeve van het project Skaeve Huse blijkt (tabel 19 pagina 26) dat met de huidige toepassingseisen en de aanwezigheid van een windhaag er op meer dan 15 meter afstand geen gezondheidseffecten te verwachten zijn. De afstand van de dichtstbijzijnde rij perenbomen tot aan de haag aan de overzijde van de Woerdsestaat is 15 meter. Bij het handhaven van deze windhaag/groenstrook aan de planzijde zijn er geen gezondheidseffecten binnen het plangebied.

4.2

Geluid

Bestemmingsplan Landschapszone-13 (Woerdsestraat 14) maakt nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk en ligt binnen de geluidzone van de Zandsestraat. Daarom is de geluidsbelasting berekend. De berekening is gebaseerd op de verkeersprognose 2030-H70. Deze prognose gaat uit van de volgende gegevens:

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

21

De maximale snelheid zal op termijn worden verlaagd naar 60 km/uur. De resultaten voor (begane grond en op de 1e verdieping) staan in het onderstaande plaatje.

Conclusie Het verkeerslawaai vormt geen belemmering voor dit plan.

4.3

Luchtkwaliteit

Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.

Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.

Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit.

22

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.

Tabel: luchtkwaliteit

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.

Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. In het onderhavige plan bestaat het voornemen om op de locatie 3 nieuwe woningen en 2 tiny houses te realiseren. De netto verkeersaantrekkende werking van deze wijziging veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer. Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen en hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden.

Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen,

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

23

ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. De te realiseren woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Daarnaast wordt sowieso geadviseerd rekening te houden met de gezondheid van de bewoners en is het aan te raden dat luchtbehandelingssystemen van luchtkwaliteitsfilters worden voorzien zodat de inname van fijnstof en roetdeeltjes binnen gebouwen voor een groot deel gereduceerd kunnen worden. Ter hoogte van het plan zijn de concentraties stikstofdioxide en fijnstof niet hoger dan de grenswaarden (tot 20 µg/m3 stikstofdioxide). Zie onderstaande figuur met de concentraties stikstofdioxide in 2016.

Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.

4.4

Geur

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is een beoordelingskader opgenomen voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Doorwerking plangebied Omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen agrarische bedrijven aanwezig zijn, vormt het aspect geur geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

24

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

4.5

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. In de omgeving van het plangebied liggen twee hogedruk aardgastransportleidingen (A524 en A-533). Voor het overige zijn er geen risicobronnen die een PR of invloedsgebied over het plangebied hebben liggen. Het plangebied ligt niet binnen de 100% lethaalcontour. Beide gasbuisleidingen hebben een invloedsgebied van 540 meter aan weerszijde van de leiding en een 100% lethaal gebied van 210 meter. Dit laatste wil zeggen dat indien de leiding breekt er een fakkelbrand ontstaat waardoor iedereen op een afstand van 210 meter van de breuk komt te overlijden ten gevolge van de grote hittestraling van meer van 35 kW per m2. Deze grote gasbuisleidingen worden echter zeer goed beschermd tegen corrosie en andere risico's op leidingbreuk. De kans op zo'n leidingbreuk is dan ook zeer klein.

Uit berekeningen van 2017 blijkt dat het bestaande groepsrisico in deze omgeving nog ruim onder de oriëntatiewaarde ligt en dat de hoogte van het groepsrisico vooral wordt bepaald door de bestaande wijken aan de westzijde van de Mauritssingel. Het plan voorziet in het toevoegen van slechts 3 woningen. Het toevoegen van dit kleine aantal woningen buiten de 100% lethaal zone van de buisleidingen zal geen effect hebben op de hoogte van het groepsrisico. Hier wordt dan ook verder afgezien van een uitgebreide groepsrisicoverantwoording. Aan de Veiligheidsregio Gelderland Zuid is om advies gevraagd op grond van het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Artikel 12). In haar advies (Bijlage VRGZ, 24-6-2020) concludeert de VRGZ dat de bestrijding van een fakkelbrand zich richt op secundaire branden die ontstaan en dat voor het uitdoven van de fakkel de hulp van de Gasunie noodzakelijk is. Daarnaast wordt aangegeven dat bij een calamiteit er binnen in de woningen voldoende bescherming is.

Conclusie Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.6

Bodem

Ten behoeve van de aankoop zijn begin 2000 enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Het betreft de volgende 2 bodemonderzoeken uitgevoerd: Verkennend bodemonderzoek Woerdsestraat 14 te Ressen , DHV d.d. 27-12-2000. Nader onderzoek Woerdsestraat 14 te Ressen, DHV, d.d. 06-03-2001.

Uit beide bodemonderzoeken blijkt dat de bodemkwaliteit om en nabij de woning (op de kadastrale percelen Nijmegen, sectie E, nrs. 126 en 127) niet noemenswaardig verontreinigd is. De grondwaterverontreinging nabij de ondergrondse tank is aanvullend onderzocht; de verhoogde waarde in het grondwater kon niet worden gereproduceerd en in horizontale en verticale richting zijn geen verhoogde waarden gemeten. Op eerdergenoemde percelen is geen verder bodemonderzoek meer uitgevoerd en heeft geen bodemsanering plaatsgevonden.

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

25

Significant verhoogde gehalten in de grond worden alleen gemeten in de onderzochte boomgaarden. Ten behoeve van het ontgraven van grond voor de aanleg van de Zandsesplas is op kadastraal perceel Nijmegen, sectie E, nr. 125 onderstaand onderzoek uitgevoerd: Nader bodemonderzoek bestrijdingsmiddelen Landschapszone perceel 125 in Nijmegen, Envita d.d. 18-06-2012.

In vier van de veertig vakken (3c, 4d, 6b en 7b) wordt een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond voor de bestrijdingsmiddelen DDD/DDE/DDT (zie rode vakken in bijgevoegde tekening). In vijftien van de veertig vakken wordt een overschrijding van de tussenwaarde voor DDD/DDE/DDT aangetoond (gele vakken in tekening). In alle overige vakken wordt de lokale maximale waarde (LMW) overschreden (blauwe vakken in tekening). Vervolgens heeft een grote hoeveelheid grondverzet plaatsgevonden voor het realiseren van de Zandseplas.

Conclusie Op basis van het voornoemde verwachten we bij het realiseren van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging. Bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning zal wel een recent bodemonderzoek moeten plaatsvinden omdat nu een beoordeling is gemaakt op basis van verschillende rapporten en sanering.

4.7

Water

4.7.1

De watertoets

Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

4.7.2

Algemeen

Het plan behelst het mogelijk maken van zes woningen aan de Woerdsestraat. Het plangebied ligt aan de oostzijde van de Zandse plas. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden

26

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

worden getoetst aan de beleidsregels.

4.7.3

Oppervlaktewater

Het plangebied ligt aan Zandse plas.

Figuur: Legger wateren Waterschap Rivierenland

De woningen worden op een oever van de Zandse plas gerealiseerd. De vloerpeilen van de te bouwen woningen dienen tenminste NAP + 10,00 m te bedragen. Voor een rij nabijgelegen woningen die ook op de oever van deze plas gebouwd worden, is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. In dat plan wordt afdoende aangetoond dat ten gevolge van golfslag of golfoploop geen schade aan de woningen zal ontstaan bij de voorgenomen inrichting van het plangebied. Met name in het zomerhalfjaar kunnen lage waterpeilen in de plassen voorkomen. Een oever van de Zandse plas is gelegen in het perceel dat bekend staat als gemeente Nijmegen, sectie E, nummer 1207. Dit perceel is eigendom van de initiatiefnemer. De oever kan bij lage waterpeilen droogvallen. Het waterschap is voornemens het oppervlaktewater dat nu nog een A-status heeft de C-status te geven zoals ook gedaan is bij de woningen aan de noordelijke oever van de Zandse plas die gelegen zijn aan het Zandsepad. Wateren met een C-status zijn van tertiair belang voor de het waterbeheer. Voor deze oever geldt geen jaarlijkse onderhoudsplicht door het waterschap. De initiatiefnemer is eigenaar van het betreffende perceel. Voor watergangen met een C-status bestaat geen onderhoudsplicht. Waterschap en gemeente zullen geen eigenaar van het betreffende perceel worden en het onderhoud van de oever niet uitvoeren.

In het perceel bevinden zich steigers, vlonders en andere obstakels zoals een heg. Deze obstakels komen in de onderhoudsstrook te liggen. Dat is een probleem tenzij vlonder en steiger zodanig sterk zijn dat zwaar materieel er overheen kan rijden zonder dat ze beschadigd raken. Wanneer de kans bestaat dat schade zal ontstaan door het onderhoud is de aanleg in principe niet toegestaan. Echter door het aanpassing van de status van het water in het betreffende perceel vervalt de

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

27

onderhoudsplicht voor het waterschap en wordt de eigenaar van het perceel voor het eventuele onderhoud verantwoordelijk. Bij verkoop van het perceel geldt deze verplichting voor de nieuwe eigenaar. De onderhoudsplicht gaat mee naar de nieuwe perceeleigenaar. Het waterschap adviseert het talud onder en rond de steiger te laten bestaan. Verdere informatie over het beleid rond de aanleg van steigers/ vlonders kunt u vinden op onze website, of via onze collega's van vergunningen: vergunningen@wsrl.nl. Door de fluctuerende waterstanden van de plassen zal zich trouwens meestal geen water onder of nabij de vijver bevinden. Voor de bouw van steiger en vlonder is afhankelijk van het ontwerp een vergunning en/of melding nodig. Voor advies hierover kan contact opgenomen worden met de afdeling vergunningen van het waterschap. Het plan ligt aan de oostelijke oever van de Zandse plas. In deze hoek van de plas kan golfslag optreden. De woningen dienen voldoende hoog gebouwd te worden om overlast ten gevolge van golfslag te voorkomen. De vloerpeilen dienen daartoe tenminste NAP + 10,00 m te bedragen. Uit berichten hierover heeft het waterschap geconcludeerd dat sprake is van een voldoende hoog vloerpeil.

4.7.4

Grondwater

Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan onder andere bereikt worden door maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, (bijvoorbeeld ophogen) of een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen (bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen). Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen.

Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.

28

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

4.7.5

Riolering/ hemelwater

De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Woerdsestraat. De riolering is uitgevoerd als drukriolering. Gemalen en persleidingen pomp het afvalwater naar riolering in het Zandsepad. Tot enkele jaren gelden lag daar vacuümriolering. Deze is vervangen door vrijvervalriolering. In het Zandsepad staat een tijdelijk rioolgemaal dat het water verder pompt. In de toekomst zal de riolering in het Zandsepad onderdeel uitmaken van de vrijvervalriolering in de nieuwe wijk Vossenpels zuid waaruit twee rioolgemalen het water naar de riolering van Lent zullen pompen. Een figuur die een overzicht van de riolering toont is niet ingevoegd omdat de wijziging van de riolering nog niet in het beheersysteem verwerkt is. Hemelwater mocht en mag niet via de drukriolering afgevoerd worden. Het plangebied ligt aan de Woerdsestraat. Aan de overzijde van de weg bevindt zich in een particuliere weide een rioolgemaal. De woning op bijbehorend perceel loost haar afvalwater op het gemaal. Het gemaal pompt het ingezamelde afvalwater naar vrijvervalriolering in het Zandsepad. Het is niet bekend of de bestaande woning in het plangebied een aansluiting op de riolering heeft. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden.

Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden, zowel binnen als buiten de gebouwen. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'. Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd of bovengronds naar oppervlaktewater te worden afgevoerd (geen ondergrondse leidingen dus). Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen met infiltratie van hemelwater in de bodem moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer.

Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Voor plannen met afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap ingediend worden en is een watervergunning vereist. Dit geldt zowel voor plannen waarbij hemelwater rechtstreeks naar oppervlaktewater afgevoerd wordt als voor plannen waarbij hemelwater niet rechtstreeks naar oppervlaktewater afgevoerd wordt. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij infiltratievoorzieningen. Geadviseerd wordt hiervoor contact op te nemen met het waterschap. Onderdeel van het bouwen van nieuw verhard oppervlak is het lozen van het hemelwater dat op het nieuwe oppervlak valt. In principe is die lozing geen probleem, zolang het te lozen water schoon is: er mag daarom geen gebruik gemaakt worden van uitlogende materialen. Voor de bouw van de woningen is wel een watervergunning vereist, namelijk de lozing van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak.

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

29

Voor het nieuwe verhard oppervlak is normaliter compensatie vereist. Dit gebeurt meestal in de vorm van bijvoorbeeld het graven van nieuw water. In de Waalsprong is dat echter niet nodig. In de Waalsprong bestaat namelijk een vooraf gerealiseerde water-compensatie die bedoeld is voor (of althans gebruikt kan worden voor) alle vormen van nieuwe verharding in het gebied. De gemeente moet deze extra verharding opnemen in de waterboekhouding. Het waterschap adviseert hierover contact op te nemen met de gemeente bij de aanvraag van de watergunning (die u indient bij het Waterschap) en te benoemen dat de compensatie op deze manier door de gemeente is verwerkt. Het is niet zeker of de bestaande woning in het plangebied op het rioolgemaal aan de overzijde van de Woerdsestraat aangesloten is. Echter als dit het geval is, is de woning op het betreffende gemaal aangesloten. In dat geval gaat het om een aansluiting onder de openbare weg door op het gemaal dat dus in een particuliere weide staat. Als de bestaande woning naar het gemaal afvoeren, dient voor de aansluiting van nieuwe woningen van die leiding gebruik gemaakt te worden. Alle nieuwe woningen in dit plan moeten hun afvalwater naar dit gemaal afvoeren. Elke woning dient een eigen aansluiting op terreinriolering in het particuliere plangebied te krijgen inclusief controleput.

Elke woning dient een controleput in de aansluiting te hebben. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In de huidige situatie is sprake van maximaal één aansluiting als het afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd door het drukrioolgemaal aan de overzijde van de straat. In de toekomstige situatie gaat het om tenminste vier maar mogelijk zes aansluitingen op de riolering. De riolering naar het gemaal ligt grotendeels in particulier terrein. Dit geldt ook voor het gemaal zelf. Dat betekent dat voor de afvoer van het water goede afspraken gemaakt en vastgelegd moeten worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Voor het plan dient een waterhuishoudkundig plan opgesteld te worden. Dit plan dient invulling te geven aan de afvoer van het afvalwater. Dit plan dient ter goedkeuring bij de gemeente ingediend te worden.

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dient een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd te zijn. Geen goedgekeurd waterhuishoudkundig plan betekent een niet-ontvankelijke aanvraag. De ontwikkelende partij is ervoor verantwoordelijk dat het afvalwater op de juiste wijze naar het rioolgemaal afgevoerd wordt. Het waterhuishoudkundige plan dient dit voldoende duidelijk inzichtelijk te maken.

4.8

Flora en Fauna

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten

30

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

en beschermde houtopstanden. Het kappen van houtopstanden is niet aan de orde voor de uitvoerbaarheid van dit project. Er worden geen dikke bomen gekapt. In dit kader is meld- en herplantplicht niet van toepassing. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In de Quickscan (“Quickscan flora en fauna Woerdsestraat 14a Lent”, Ekoza 17 augustus 2020) staat vermeld dat het plangebied op 680 meter afstand ligt van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken.

De werkzaamheden worden op enkele honderden meters uitgevoerd van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied ligt, los van de stikstofuitstoot, buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. De effecten op stikstofgevoelige habitattypen worden verderop in dit bestemmingsplan beschreven. Er zijn buiten eventuele stikstofeffecten geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand zijn uit te sluiten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage). De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

31

het bestemmingsplan in de weg. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.

In de Quickscan (“Quickscan flora en fauna Woerdsestraat 14a Lent”, Ekoza 17 augustus 2020) staan de volgende conclusies: Grondgebonden zoogdieren De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op grondgebonden zoogdieren. Voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en (functionele) leefomgeving van beschermde grondgebonden zoogdieren zijn in het plangebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Vleermuizen Op de locatie zijn geen geschikte gebouwen of bomen aanwezig, waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. De schuur die gesloopt gaat worden bevat geen dakbeschot of spouw en biedt daarom geen geschikte verblijfmogelijkheden voor vleermuizen. Het plangebied is ook geen essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute voor vleermuizen. Een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming is niet nodig. Vogels De bebouwing op de locatie is niet geschikt als nestlocatie voor gierzwaluw en/of huismus. Dakbeschot en spouw of andere geschikte ruimten ontbreken namelijk. De bomen en de schuur zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Deze zijn niet aangetroffen. Een kerkuil heeft er in het verleden kort gerust maar van een vaste rust- of voorplantingsplek is geen sprake. Een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming is niet nodig.

De bomen, opgaande vegetatie en struiken zijn geschikt als nestlocatie voor algemene broedvogels. Actieve nesten mogen geen negatief effect ondervinden. De bomen, opgaande vegetatie en struiken dienen buiten het broedseizoen (half maart – half juli) verwijderd te worden om te voorkomen dat broedvogels er in gaan nestelen. Indien het verwijderen niet plaats kan vinden buiten het broedseizoen, dienen de bomen, opgaande vegetatie en struiken voor verwijdering te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van actieve nesten. Dit brengt het risico met zich mee dat er nesten aanwezig zijn en dat bepaalde werkzaamheden niet door kunnen gaan.

32

vastgesteld bestemmingsplan Landschapszone - 13 (Woerdsestraat 14)

Reptielen, amfibieën en vissen Geschikt habitat om te rusten, zich voort te planten of te overwinteren is voor beschermde reptielen, amfibieën en vissen in het plangebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Flora In het plangebied zijn geen beschermde planten of invasieve exoten waargenomen of te verwachten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Ongewervelden In het plangebied worden geen beschermde ongewervelden verwacht. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=684f3b2a-e375-4b63-85b1-abee807aa230