Besluit in PDF (preview van de bekendmaking op overheid.nl).
Tekst van het document
GEMEENTEBLAD
Officiële uitgave van de gemeente Nijmegen
Omgevingsprogramma Stationsdistrict Nijmegen Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn vergadering van 1002-2026.
Concept
Besluit vast te stellen;
1
Artikel I Het "Omgevingsprogramma Stationsdistrict Nijmegen" opgenomen in Bijlage A.
Artikel II Dit besluit treedt in werking per 11-03-2026. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 10-02-2026. De gemeentesecretaris, Drs. A.P.W. van de Klift De voorzitter, Drs. H.M.F. Bruls
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Bijlage A Bijlage bij artikel I
Omgevingsprogramma Stationsdistrict Nijmegen
Concept
1 Algemeen 1.1 Voorwoord Het stationsgebied Nijmegen ondergaat de komende jaren een grote metamorfose. We maken dit belangrijke verkeersknooppunt toekomstbestendig, inclusief een nieuwe entree aan de westzijde. De verbindingen van en naar het station en de binnenstad worden aantrekkelijker en groener. Ook voegen we minimaal tweeduizend woningen en vele kantoormeters toe. In de gebiedsvisie Stationsdistrict schetsen we een toekomstbeeld waarin het gebied verandert in een bruisende en hoogwaardige verblijfsplek waar ontmoeting en verbinding centraal staan, in hartje Nijmegen. Er is ruimte voor wonen, werken, reizen en ontspannen. En er is ruimte voor vernieuwing, maar met respect voor de geschiedenis van deze plek. In dit omgevingsprogramma werken we het toekomstbeeld uit de gebiedsvisie verder uit naar concrete maatregelen en projecten, waarbij het proces wordt beschreven om tot resultaat te komen. Hiermee zorgen we ervoor dat het toekomstbeeld stap voor stap werkelijkheid wordt en het Stationsdistrict het nieuwe visitekaartje voor de stad!
1.2 Inleiding Op 9 oktober 2024 heeft de raad de gebiedsvisie Stationsdistrict Nijmegen vastgesteld. Hierin staan de gemeentelijke ambities, speerpunten en ontwikkelprincipes voor het Stationsdistrict tot 2050. De gebiedsvisie is als integraal onderdeel opgenomen in de Omgevingsvisie Nijmegen De Nabije Stad 2025. In de gebiedsvisie Stationsdistrict worden naast ambities en doelen ook verschillende fysieke projecten benoemd. Een aantal hiervan zijn al in uitvoering, maar een aantal zijn (nog) niet verder uitgewerkt. In dit omgevingsprogramma geven wij aan hoe we deze projecten de komende jaren willen gaan uitvoeren en hoe deze bijdragen aan het behalen van de doelen uit de visie. Per project beschrijven we de aanpak, het gewenst resultaat, uitgangspunten, planning, organisatie en financiën. We leggen in dit voorliggende programma de nadruk op de projecten die in de periode 2025-2027 worden uitgevoerd, maar maken ook een doorkijk voor de jaren daarna. Het programma zal regelmatig geactualiseerd worden. Naast deze fysieke projecten gaan we in het omgevingsprogramma ook in op gebiedsbrede aanvullingen van gemeentelijk beleid, zoals een Bereikbaarheid Leefbaarheid Veiligheid en Communicatie (BLVC) kader voor de uitvoerders, een visie voor de ondergrond en een beeldkwaliteitsplan voor het hele Stationsdistrict.
Hiermee vertalen we de meer abstracte ambities en principes uit de gebiedsvisie naar concrete handvatten en toetsingskaders voor de uitvoering. In dit omgevingsprogramma beschrijven we onze ambities voor het realiseren van een gemengd, inclusief programma aan woningbouw, economische en maatschappelijke functies. Samen met onze wens om van het Stationsgebied een groen, levendig en aantrekkelijk gebied te maken, maakt dat er sprake is van een hoog ambitieniveau en dat heeft een prijs. Om dit ambitieniveau daadwerkelijk te kunnen realiseren moeten scherpe keuzes worden gemaakt, waaronder keuzes voor inzet van financiële middelen. Niet alles kan tegelijk en overal, en we kunnen niet alles alleen. Naast een heldere koers vraagt dit om duidelijke afspraken met onze partners. Status omgevingsprogramma Als gemeente werken we aan de implementatie van de Omgevingswet, waaronder de inzet van nieuwe beleidsinstrumenten zoals de omgevingsvisie en omgevingsprogramma's. De omgevingsvisie is kaderstellend, gericht op de lange termijn en wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De gebiedsvisie Stationsdistrict Nijmegen is een uitwerking van de omgevingsvisie voor het deelgebied van de stationsomgeving. Omgevingsprogramma's (thematisch of gebiedsgericht) zijn gericht op de uitvoering en worden vastgesteld door het college van B&W.
Binnen de productencatalogus van de gemeente Nijmegen vallen deze onder categorie 2 – de uitvoering van beleid en zijn ze gelijk te stellen met uitvoeringsagenda's.
2
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Het omgevingsprogramma Stationsdistrict is een gebiedsgericht omgevingsprogramma en een zogenaamd 'vrijwillig’ programma. De Omgevingswet stelt weinig eisen aan de opzet en inhoud van vrijwillige omgevingsprogramma's. Kern van het programma is een uitvoeringsparagraaf met beschrijving van maatregelen, inclusief planning en een financiële paragraaf (zie paragraaf 6.1).
Concept
Verder is opgenomen een beschrijving van het proces en de wijze van participatie (zie paragraaf 1.4) en wordt ingegaan op de looptijd, monitoring en evaluatie van het omgevingsprogramma (zie hoofdstuk 7).
3
Het omgevingsprogramma Stationsdistrict is het eerste gebiedsgerichte omgevingsprogramma van de gemeente Nijmegen. Het betekent een nieuwe manier van werken en we gaan de komende jaren ervaren of de gekozen aanpak de juiste is of dat er nog aanpassingen of aanvullingen nodig zijn. Het omgevingsprogramma Stationsdistrict vormt dan ook een dynamisch document. Het omgevingsprogramma zal regelmatig worden geactualiseerd. Zo zorgen we ervoor dat we steeds over een actuele uitvoeringsagenda beschikken. Samenhang met het omgevingsplan Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente één omgevingsplan voor de hele gemeente. Hierin zijn van rechtswege ook de verschillende bestemmingsplannen opgenomen die gelden in het Stationsdistrict. De omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan zijn complementair aan elkaar. In de omgevingsvisie staan de strategische doelen, het gebiedsgerichte omgevingsprogramma vertaalt deze naar gewenste ontwikkelingen en initiatieven voor het Stationsdistrict en het omgevingsplan bevat de juridische regels voor concrete activiteiten (bijvoorbeeld bouwactiviteiten). Wanneer in het Stationsgebied een nieuwe ontwikkeling wordt voorzien, kan het zijn dat het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Hiervoor moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen.
Uiteindelijk neemt de gemeenteraad als bevoegd gezag het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Vooruitlopend hierop is het mogelijk dat het college van B&W een omgevingsvergunning verleent voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Naar verwachting zullen voor de verschillende bouwplannen in het Stationsdistrict ook BOPA’s worden verleend. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.1 Ontwikkelstrategie.
1.3 Gebiedsindeling Dit programma is gericht op ontwikkeling van het Stationsdistrict, zoals weergegeven in onderstaande afbeelding. Het besluitgebied is begrensd met de locatie Besluitgebied omgevingsprogramma Stationsdistrict.
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
Plangebied
Gemeente Nijmegen
Binnen het Stationsdistrict maken we onderscheid in drie deelgebieden: het Spoorkwartier, het Centrumkwartier en het Westerkwartier. Deelgebieden
Gemeente Nijmegen
1.4 Participatie Voor participatie binnen het Stationsdistrict zijn de volgende kaders van belang:
4
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
• •
Concept
•
Het gemeentelijk beleid ligt vast in het Participatiebeleid voor het Ruimtelijk Domein. Voor het Stationsdistrict is dat beleid geconcretiseerd in het Plan van Aanpak Omgevingsmanagement Stationsgebied. De doelstellingen uit dit participatieplan zijn o.a. belanghebbenden een stem geven, de plannen daardoor beter maken en hiermee streven naar snellere besluitvorming en uitvoering. Ook is hierin verwoord welke onderwerpen aan de orde moeten komen in de gebiedsvisie: toegankelijkheid, leefbaarheid, (sociale) veiligheid, bereikbaarheid, groen/klimaatadaptatie, cultuurhistorie en aantrekkelijke looproutes. Met de uitwerking van de projecten zoals opgenomen in dit omgevingsprogramma, krijgen deze onderwerpen nadrukkelijk de aandacht.
Participatie vindt plaats op het niveau van de deelprojecten en soms deelgebieden. Per deelgebied of project(fase) wordt een participatieplan gemaakt en uitgevoerd. De plannen worden gepubliceerd op MijnWijkplan (en de opvolger daarvan). Dit omgevingsprogramma is een nadere uitwerking van de (ontwikkelstrategie behorende bij) gebiedsvisie Stationsdistrict. Het bevat géén nieuwe ambities of projecten. Hierdoor kan de participatie beperkt blijven tot informeren/ raadplegen van de belangrijkste stakeholders en de omgevingsberaden voor de deelgebieden binnen het Stationsdistrict. Bij de ontwikkeling en uitvoering van de individuele projecten vindt uitgebreidere participatie plaats. Dan is het moment om met belanghebbenden in gesprek te gaan over concrete wensen, ideeën, zorgen en/of oplossingen. Participatieproces Een eerste concept van dit omgevingsprogramma is op 29 september 2025 gedeeld met het omgevingsberaad Westerkwartier. Voor de centrumzijde (Spoor- en Centrumkwartier) heeft een brede informatie/inloopavond plaatsgevonden op 3 december 2025. Ook is er een gesprek geweest met de wijkraad Waterkwartier. Het verslag van deze bijeenkomsten is opgenomen in bijlage II. Daarnaast heeft het ontwerp omgevingsprogramma gedurende 6 weken ter inzage n gelegen. Eenieder is dan in de gelegenheid geweest om een zienswijze in te dienen. Er zijn zes zienswijzen binnengekomen.
Bij de vaststelling van het omgevingsprogramma zijn de zienswijzen gebundeld in een nota van zienswijzen en van een gemeentelijke reactie voorzien.
1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 benoemen we kort de kaders en doelen (wat willen we bereiken?) zoals vastgelegd in de gebiedsvisie Stationsdistrict. In hoofdstuk 3 gaan we vervolgens uitgebreider in op het gewenste en geplande programma aan functies in het Stationsdistrict. In hoofdstuk 4 beschrijven we onze ontwikkelstrategie voor het Stationsdistrict (hoe gaan we het doen?). We gaan in op de rol(len) van de gemeente en de samenwerking met marktpartijen om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. Daarnaast geven we een overzicht van de gebiedsbrede (beleidsmatige) uitwerkingen die we voor het Stationsdistrict opstellen. Hoofdstuk 5 gaat over de uitvoering van fysieke projecten en vormt de kern van dit omgevingsprogramma. Hierin geven we aan waaraan we de komende jaren willen gaan werken (wat gaan we doen?). We beschrijven de lopende en geplande projecten, gericht op zowel vastgoedontwikkelingen als de herinrichting van de openbare ruimte. We richten ons hierbij vooral op de komende twee jaar, maar maken ook een doorkijk voor de periode daarna. In paragraaf 6.1 is een financieel overzicht opgenomen waarin wordt aangegeven voor welke projecten/beleidsuitwerkingen de (voorbereidings)kosten zijn gedekt en waarvoor aanvullend budget noodzakelijk is.
Tenslotte gaan we in hoofdstuk 7 in op de effecten van de geplande maatregelen op de omgeving, de monitoring en de evaluatie van dit omgevingsprogramma (hoe bewaken we de voortgang?).
2 Kaders en doelen
5
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
2.1 Inleiding
Concept
Nijmegen is een stad met ambities. De ruimtelijke kaders en doelen voor dit omgevingsprogramma zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, de gebiedsvisie Stationsdistrict en de ov-visie Nijmegen en worden in de volgende paragrafen kort toegelicht. Aanvullend is er sprake van ander thematisch gemeentelijk beleid en afspraken met regio, provincie en rijk waarmee we in dit omgevingsprogramma rekening houden. Een uitgebreid overzicht hiervan is opgenomen in de gebiedsvisie; kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.
2.2 Omgevingsvisie Nijmegen De Nabije Stad Nijmegen heeft de ambitie om een nabije en rechtvaardige stad te zijn. Een gezonde leefomgeving en brede welvaart zijn hierin belangrijke principes. Met de ontwikkelingen in het Stationsdistrict willen we bijdragen aan de vier hoofddoelen van de omgevingsvisie: Sociale en gezonde stad: Het Stationsdistrict vormt de verbindende schakel tussen binnenstad, woonbuurten, parken en de Waal. Door het gebied groener, veiliger en toegankelijker in te richten dragen we bij aan een gezonde leefomgeving en meer ruimte voor ontmoeting van onze inwoners. Door in te zetten op een gevarieerd woningbouwprogramma wordt het Stationsdistrict een inclusieve woonbuurt waar iedereen zich thuis voelt. Economisch veerkrachtige stad: we werken aan een hoogwaardig OV knooppunt dat past bij de groei en ambities van de stad. Daarnaast voegen we kantoren en andere economische activiteiten toe in het Stationsdistrict waarmee we zorgen voor meer banen in het gebied en het economisch profiel versterken. Aantrekkelijke stad: het Stationsdistrict wordt een aantrekkelijk woon- en werkgebied, met een sterke eigen identiteit en het landschap en erfgoed als vertrekpunt voor ruimtelijke ontwikkelingen (zoals het reliëf van de stuwwal en de 19e eeuwse stadsuitleg).
Duurzame stad: voor het Stationsdistrict betekent dit dat we inzetten op circulair bouwen, de uitbreiding van het warmtenet onderzoeken, zowel het areaal als de kwaliteit van het groen uitbreiden en water, bodem en ondergrond sturend laten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de omgevingsvisie beschrijven we ook strategisch ruimtelijke keuzes. Nijmegen kiest voor groei binnen de grenzen van de stad, met hoogstedelijke milieus, sterke campussen, een groter centrumgebied en het omarmen van het Maas-Waalkanaal. Het Stationsdistrict is onderdeel van het centrumgebied waar ruimte is voor een hoogstedelijk karakter met functiemenging en hoge dichtheden. Illustratie Westentree uit omgevingsvisie
Gemeente Nijmegen
De omgevingsvisie bevat ook een visie op hoogbouw: de hoogste gebouwen willen we concentreren rond belangrijke openbaar vervoer-knooppunten. In gebieden zoals het Waalfront, Stationsdistrict, Winkelsteeg-Kanaalzone en rond station Lent kunnen torens van 70 meter en hoger worden gebouwd.
6
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
2.3 Gebiedsvisie Stationsdistrict Nijmegen Met de gebiedsvisie Stationsdistrict geven we uitvoering aan de omgevingsvisie en richting aan de verdere ontwikkeling van het stationsgebied. Met als hoofddoel: Een ambitieus, groen en eigenzinnig Stationsdistrict waar het prettig verblijven is. In 2050 is het Stationsdistrict zowel volwaardig onderdeel van het centrum als een bestemming op zich.
Concept
Visiekaart
Palmbout Urban Landscapes
We werken aan vijf speerpunten. Hieronder zijn deze kort toegelicht: 1. Het Stationsdistrict als onderdeel van het verbrede centrum • We voegen minimaal 2.000 nieuwe woningen toe. Tenminste 2/3 van de nieuwe woningen is betaalbaar, waarvan minimaal 30% sociale huurwoningen. • We realiseren 6.000m2-10.000m2 aan nieuwe kantoorruimte. Er is vooral behoefte aan ruimte voor kleinschalige gebruikers (250 m2 tot 1000 m2) en voor grotere bedrijven in het topsegment. Daarnaast willen we ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid als onderdeel van gemengde woon-werkgebieden. • We bieden in het Stationsdistrict ook ruimte voor maatschappelijke en culturele voorzieningen. • Het Stationsdistrict krijgt een hoogbouwzone met uitstekende kwaliteit. Hiervoor is een hoogbouwkaart opgesteld. Buiten deze hoogbouwzone is verdichting wel mogelijk. Dit doen we niet direct aan de straat, maar altijd verder naar achter, in de tweede lijn.
7
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
2. Hoogwaardige ov-knoop ‘reizen en verblijven’ • We verbeteren de kwaliteit van het Stationsdistrict als ov-hub voor zowel de centrumzijde als voor het Westerkwartier. De meest ingrijpende ontwikkeling is de nieuwe westentree met een grote gebouwde fietsenstalling en voorzieningen aan de westzijde. • We verbeteren de centrumzijde met een nieuw stationsgebouw, een groener stationsplein, een nieuwe fietsenkelder en een vernieuwd busstation. • We zetten in op logische, veilige en aangename loop- en fietsroutes en een deels autoluw gebied. • We behouden de Tunnelweg, Nassausingel en het Keizer Karelplein als verkeersroutes voor autoen busverkeer, waarbij een goede doorstroming essentieel blijft.
3. Openbare ruimte als basis voor verbinding en verblijven • De inrichting is klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair. • Op het Stationsplein en langs de Tunnelweg willen we de hoeveelheid verharding beperken en bomen planten waar dat mogelijk is. • Aan de centrumzijde is het groen vooral klassiek en formeel, geïnspireerd op de 19e-eeuwse singels. • Aan de westzijde realiseren we de Groene Corridor, de doorgaande groene route tussen Waal en de bossen bij Heumensoord.
4. Erfgoed en landschap als identiteitsdragers • Het reliëf van de stuwwal in combinatie met het spoortalud is een scheidslijn tussen gebieden met verschillende karakteristieken. Deze verschillen koesteren we door het hoogteverschil zichtbaar te maken in de uitwerking van de Groene Corridor. • Het beschermd stadsgezicht van de 19e-eeuwse stadsuitleg, zoals de monumentale singels en het Keizer Karelplein willen we herwaarderen en herstellen. Het gaat dan o.a. om de groene omarming van straten, pleinen en gebouwen (zoals de groene voortuinen), behouden van beeldbepalende panden en (naoorlogse) monumenten en het herstellen van historische routes. Aanvullend is in het Masterplan Romeins verleden (juni 2024) de ambitie verwoord om dit verleden meer zichtbaar te maken in het Stationsdistrict. Gedacht wordt aan een entreepoort met informatievoorziening over de Romeinen, met inspirerende kunst en een looproute richting het Valkhofkwartier of Kops Plateau. De archeologische waarden zijn daarnaast aandachtspunt binnen de visie voor de ondergrond. 5. Toekomstbestendig gebied • We vergroenen het Stationsdistrict rigoureus en maken het gebied weerbaar voor de gevolgen van klimaatverandering.
• Gebouwen en openbare ruimten in het Stationsdistrict dragen bij aan de waterhuishouding van het gebied, zijn ontworpen met schaduwplekken en groen en worden zoveel mogelijk circulair ingericht en gebouwd. • We zetten in op multifunctioneel ruimtegebruik.
2.4 OV-visie Nijmegen Het college van burgemeester en wethouders heeft in het najaar van 2025 de ov-visie 'verbonden en bereikbaar 2025-2040' vastgesteld (vaststelling door de raad is gepland op 4 februari 2026). Hierin is uitgewerkt welke wensen en ambities de gemeente heeft op het gebied van openbaar vervoer. De visie is ambitieus; er wordt gemikt op een flinke verbetering van het openbaar vervoer de komende jaren, passend bij de groei van de stad en de opgave om de stad voor iedereen bereikbaar te houden (de mobiliteitstransitie). Het station van Nijmegen is de belangrijkste ov-knoop in de regio. Bij alle ontwikkelingen in het Stationsdistrict is de schaalsprong van dit ov-knooppunt leidend. We geven prioriteit aan een uitgebreid busstation, een hoogwaardige westentree en veilige, directe voet- en fietsroutes. De ov-knoop moet optimaal functioneren, in de toekomst maar ook zo veel mogelijk tijdens de verbouwing van het station komende jaren. Bij de uitwerking van de deelprojecten in het Stationsdistrict wordt hier aandacht aan besteed.
3 Programmatisch kader 3.1 Inleiding Zoals aangegeven in de Gebiedsvisie, beschouwen we het Stationsdistrict als onderdeel van het verbrede centrum. Om het centrumkarakter te versterken, zetten we in op forse toevoeging van programma en een goede mix van levendige functies (met name in de plinten van gebouwen). Door een gevarieerd
8
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
programma zetten we in op brede welvaart, waarbij niet alleen economische groei, maar ook leefbaarheid, duurzaamheid en sociale samenhang een belangrijke rol spelen.
Concept
Brede welvaart Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, als om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen op andere plekken en voor toekomstige generaties. Brede welvaart betekent dat we de verbinding leggen tussen economische, omgevings- en maatschappelijke dimensies van welvaart. Dit sluit aan bij onze ambitie uit de Omgevingsvisie om een sociale en gezonde, economisch veerkrachtige, aantrekkelijke en duurzame stad te willen zijn. Voor het Stationsdistrict betekent dit dat we een levendig woon- en werkgebied willen creëren, waar zowel huidige als toekomstige generaties gezond en welvarend kunnen leven.
3.2 Programma woningbouw Het Stationsdistrict is aangewezen als één van de prioritaire gebieden voor woningbouw. In de gebiedsvisie is al een concreet streefgetal genoemd (minimaal 2.000 woningen). Kenmerkend voor het hoogstedelijke woonmilieu in het Stationsdistrict is de hoge dichtheid en een hoge mate van functiemenging, de nabijheid van het station en de binnenstad. We zien kansen voor het aantrekken van doelgroepen die geen of weinig auto’s bezitten en willen wonen in een (kleiner) appartement zonder tuin. Dat zijn vooral jongeren en starters (waar de grootste woningtekorten zich voordoen), maar ook senioren. We zetten hierbij in op zo veel mogelijk variatie in woningplattegronden en -prijzen. In het kader van de Woondeal hebben we de afspraak gemaakt om gemiddeld minimaal tweederde betaalbaar en minimaal 30% in de sociale huur te realiseren. Deze afspraak geldt voor projecten met start bouw vanaf 2022. Voor de grotere projectgebieden in Nijmegen is afgesproken dat we deze percentages op gebiedsniveau toepassen Dit wil zeggen dat er op het individuele projectniveau andere afspraken kunnen zijn/worden gemaakt, mits alle projecten gezamenlijk in het Stationsdistrict wel hieraan voldoen.
Voor de nieuwe projecten sluiten we daarnaast aan op de verdeling van prijssegmenten uit de Nijmeegse Woonagenda 2024-2029: • Minimaal 30% sociale huurwoningen • Minimaal 10% goedkope koopwoningen • Maximaal 27% middeldure huur- en betaalbare koopwoningen • Maximaal 33% vrije sector huur en/of koopwoningen.
Ook deze verdeling geldt alleen op gebiedsniveau; op projectniveau kunnen andere afspraken worden gemaakt. Aansluitend bij de Nijmeegse Woonzorgvisie willen we naast de bovengenoemde doelgroepen in het Stationsdistrict ook ruimte bieden voor levensloopgeschikte, geclusterde, zorggeschikte en rolstoelgeschikte woningen. Volgens de Woonzorgvisie streven we bij de nieuwe projectlocaties ernaar om minimaal 30% van de woningen geschikt voor senioren te bouwen. Vanwege de ligging van het spoor (externe veiligheid) gelden er echter strenge regels ten aanzien van de zelfredzaamheid van de nieuwe bewoners in het gebied. Hierdoor is een deel van de nieuwe woningbouwlocaties in het Stationsdistrict mogelijk niet geschikt voor de huisvesting van senioren en minder validen. Het Stationsdistrict is hierdoor ook minder geschikt voor woonzorg combinaties. Dit wil niet zeggen dat we hier geen ruimte voor willen bieden, maar wel beperkt tot groepen die passen in een prikkelrijke omgeving en voldoende zelfredzaam zijn. Nijmegen is een inclusieve stad en ook in het Stationsdistrict hebben we aandacht voor (de huisvesting van) aandachtsgroepen, zodat we bijdragen aan huisvesting en spreiding van aandachtsgroepen over de gehele stad. Het is voor hen van belang dat er voldoende betaalbaar aanbod wordt ontwikkeld in de sociale huursector.
Een bestaand wooninitiatief voor bijzondere doelgroepen in het Stationsdistrict is Binder. Met woningcorporatie Talis biedt Binder tot oktober 2027 in het voormalig belastingkantoor een tijdelijke woonplek voor spoedzoekers én mensen met een ondersteuningsvraag. De locatie van het voormalig belastingkantoor wordt herontwikkeld. De ambitie is om een dergelijke voorziening, in kleinere omvang, een plek te bieden binnen het Stationsdistrict. Naast woningbouw speelt ook de woonomgeving een belangrijke rol bij genoemde inclusieve stad. Bij de inrichting van de openbare ruimte in het Stationsdistrict is toegankelijkheid voor iedereen dan ook het uitgangspunt. Denk bijvoorbeeld aan toegankelijkheid voor mensen met een beperking maar ook een
9
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
dementievriendelijke omgeving. Ook bieden we ruimte voor maatschappelijke voorzieningen (dit wordt nader uitgewerkt in paragraaf 3.4).
Concept
3.3 Programma economische functies In het Stationsdistrict wordt het aantal woningen fors uitgebreid. Het is belangrijk om ook de werkfunctie actief te faciliteren door ruimte te bieden aan werkplekken voor de inwoners van de stad en omliggende regio. Werkgelegenheid in de buurt van een station realiseren is belangrijk omdat dit pendelbewegingen drukt. Het is daarbij zaak te zorgen voor een aantrekkelijke inrichting van plinten en de openbare ruimte, zodat het gebied voor bewoners en werknemers zowel overdag als in de avond levendig en leefbaar is. Een aantrekkelijke stationsomgeving draagt als visitekaartje van de stad op meerdere fronten bij aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en daarmee aan het economisch en cultureel profiel van de stad. Onze ambities voor economische functies en activiteiten in het Stationsdistrict richten zich op de volgende functies en activiteiten: Zakelijke dienstverlening en ICT Bedrijven in deze sector zetten in op “ontmoeten” en willen zich graag vestigen in de nabijheid van de bruisende binnenstad. De gewenste toevoeging van het kantoorprogramma in het Stationsdistrict is 6.000 m2- 10.000 m2 bvo (zoals reeds benoemd in de gebiedsvisie). Hierbij gaan we uit van units van 25 m2 tot 3.000 m2, flexibel in te delen.
We zien in het Stationsdistrict kansen voor (grotere) kantoorgebruikers uit de stad, voor startende en groeiende bedrijven, voor bedrijven gerelateerd aan Heijendaal en Novio Tech Campus en voor dependances van grote kennisinstellingen en zorginstellingen zoals de Radboud Universiteit en RUMC. Ook is het van belang om de kantoorfunctie te combineren met horeca, ontspanningsruimte, Wifi-aanbod, flexibele kantoorplekken voor zzp-ers, zalenverhuur etc. We werken het ontwikkelprofiel voor het Stationsdistrict de komende tijd verder uit in een locatieprofiel en gaan hierover in gesprek met bedrijven en kennisinstellingen. Kansrijke locaties voor het toevoegen van kantoren zijn het belastingkantoor/Tunnelweg en omgeving, locatie Vissers/P&R en op de langere termijn het politiekantoor. Horeca Aantrekkelijke horeca in het gebied versterkt de woon- en werkfunctie. In het Stationsdistrict zijn kansen voor horeca in verschillende vormen, verspreid over het gebied. Allereerst (bestaande) horeca die zich richt op de constante bezoekersstroom van station en omgeving. Daarnaast horeca, waarvan een groot deel voor een jonger publiek, zoals de gebruikers van Doornroosje, het ROC en het toekomstige Merleyn.
Ook zien we kansen voor nieuwe horeca bij of op de nieuwe hoge iconische gebouwen die zich richt op meerdere bezoekmomenten, ook overdag gekoppeld aan de kantoorfunctie of op (nieuwe) concepten die nu geen plek vinden in de binnenstad. Hotels Gezien het bestaande aanbod, en de planologische ruimte in lopende ontwikkelingen, ligt het toevoegen van een nieuw hotel in dit gebied niet voor de hand. Recente onderzoeken laten zien dat de marktruimte in Nijmegen beperkt is, maar de dynamiek in deze sector is hoog (incl. nieuwe concepten). We sluiten niet uit dat er op termijn transformatie of uitbreiding van een bestaand hotel in het gebied plaats vindt. Retail Met het toevoegen van nieuwe winkelontwikkelingen in het Stationsdistrict wordt voorzichtig omgegaan. Het gebied ligt op loopafstand van de binnenstad en nieuwe winkelmeters dienen aanvullend te zijn op het aanwezige aanbod daar en op de ontwikkelingen in de lopende projecten. Nader onderzoek is nodig om te kunnen bepalen of er marktruimte is voor een aanvullend aanbod als bezoekers- en inwonersaantallen in het gebied fors gaan toenemen. Bij aanvullend aanbod wordt in eerste instantie gedacht aan kleinere units ten behoeve van retail of commerciële dienstverlening. Leisure Vrijetijdsbesteding wordt steeds belangrijker. Dat geldt voor de mensen die wonen en werken in het gebied en voor bezoekers.
We besteden steeds meer tijd aan beleven, ontspannen en persoonlijke verzorging. We zien in het Stationsdistrict dan ook kansen voor het toevoegen van sportfaciliteiten (binnen en buiten) en wellness voorzieningen (dienstverleners rond het thema gezondheid of persoonlijke verzorging). Woon-werkpanden
10
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Een woon-werkpand is een gebouw dat de functies van een woning en een bedrijfsruimte combineert. Dit type pand is populair onder zelfstandigen, kunstenaars en kleine ondernemers die hun werkplek graag dichtbij huis willen hebben, of kosten willen besparen door beide functies te combineren. We onderzoeken of hiervoor ruimte kan worden gecreëerd in de plint van de locatie Woo aan de Van Schaeck Mathonsingel (zie paragraaf 5.2.4). Daarnaast zijn er binnen het project NimWest atelierwoningen voorzien.
Concept
3.4 Programma maatschappelijke voorzieningen We willen in het Stationsdistrict ook ruimte bieden voor maatschappelijke en culturele voorzieningen. Alleen dan ontstaat er een aantrekkelijk woon- en werkgebied om te bezoeken en te verblijven. Deze algemene ambitie uit de gebiedsvisie vertalen we in dit omgevingsprogramma naar onderstaande uitgangspunten en streefgetallen: Onderwijs Gezien de doelgroep /toekomstige bewoners en de bestaande voorzieningen in de nabije omgeving, is er in het Stationsdistrict geen behoefte aan een basisschool. Mogelijk is er wel behoefte aan ruimte voor kinderopvang, die ook past bij de gunstige ligging. Voorzieningen voor het voortgezet en hoger (beroeps) onderwijs zijn wijkoverstijgend en ook al aanwezig binnen het Stationsdistrict (Stedelijk gymnasium en ROC). Welzijn Er zijn meerdere wijkcentra in de directe omgeving van het Stationsdistrict (’t Weeshuis, Burghardt en Titus Brandsma). We onderzoeken de behoefte en haalbaarheid van een kleinschalige buurtvoorziening die kan worden ingezet voor welzijnswerk en inwonersinitiatieven. Hierbij zijn meerdere vormen denkbaar: het realiseren van een gemeentelijke accommodatie, maar ook het subsidiëren van activiteiten en initiatieven die plaatsvinden in vastgoed van derden, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke huiskamer/ontmoetingsruimte bij een wooncomplex of in een horecapand.
Zorg Er is binnen het Stationsdistrict (of de directe omgeving) behoefte aan een gezondheidscentrum voor eerstelijns zorg (huisarts, tandarts, fysio en apotheek inclusief ondersteunende functies). We gaan uit van een omvang van 750 tot 800 m2 bvo bij 2.000 extra woningen. Cultuur We streven naar behoud van minstens de huidige culturele functies in het Stationsdistrict. De schouwburg wordt momenteel gerenoveerd. Daarnaast is ook uitbreiding van culturele voorzieningen voorzien binnen het Stationsdistrict: de nieuwbouw van Merleyn en de herontwikkeling van de locatie Talis van Schaeck Mathonsingel (zie paragraaf 5.3.3). Ook in de tijdelijke situatie zetten we volop in op placemaking en broedplaatsen (zie paragraaf 4.2). Groen, sport en spelen We streven naar een maximale invulling met bomen en ander opgaand groen in de hele stationsomgeving. Uitgangspunt is zo veel mogelijk volle grond en gelaagdheid in groen: boomlaag, struiklaag en plantlaag. Maar ook gevel- en dakgroen behoort tot de mogelijkheden. De grootste ontwikkeling van groen en (informele) ruimte om te sporten en te spelen zal plaatsvinden binnen het project Groene Corridor (zie paragraaf 5.2.12). Daarnaast realiseren we extra groen op het stationsplein en bij de herinrichting van de 19de eeuwse singels.
We denken hierbij niet alleen aan schaduw en koelte door bomen, maar ook aan ander groen, bijvoorbeeld op wachtplekken voor reizigers (taxis’en bussen). Op plekken waar kabels en leidingen liggen moet onderzocht worden of er alsnog bomen geplaatst kunnen worden op deze leidingen in overleg met de netbeheerders (bijvoorbeeld d.m.v. een samenwerkingsovereenkomst). Als het gaat om ontmoeten, sport en spelen is het BOSS kader uitgangspunt (BOSS staat voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten). Naast het toevoegen van voorzieningen binnen het Stationsdistrict houden we er ook rekening mee dat de nieuwe bewoners gebruik gaan maken van voorzieningen elders in de stad, de druk neemt daar dus ook toe. Dit geldt zeker voor de wijkoverstijgende functies (zoals een sporthal).
11
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
3.5 Uitvoerbaarheid Bovenstaande ambities en streefgetallen zijn niet bedoeld als bindende norm. Ze vormen wel het vertrekpunt voor het bepalen van het gewenste programma bij (vastgoed-)ontwikkelingen, om onderbouwde ruimteclaims te kunnen doen én om hierover in gesprek te gaan met ontwikkelende partijen in het Stationsdistrict. Daarbij zijn er binnen het stationsgebied al verschillende plannen in voorbereiding of conflicteren bovenstaande ambities met kaders die bijvoorbeeld al zijn vastgesteld met de gebiedsexploitatie. Per project vindt een onderzoek en uitwerking plaats naar de concrete behoefte, marktontwikkelingen en de financiële haalbaarheid en dit kan leiden tot aanpassing van de gebiedsexploitatie. De uitdaging zit hem vooral in de financiële haalbaarheid van het (maatschappelijk) programma. We verwachten hierbij maximale inzet en transparantie van de initiatiefnemers, maar wanneer er sprake is van een financieel onhaalbaar plan gaan we het gesprek aan om te zoeken naar oplossingen. Bijvoorbeeld in de vorm van subsidies of cofinanciering (door de gemeente of derden). Wanneer sprake is van een groot maatschappelijk belang kan het zijn dat er aanvullende middelen moeten worden gevraagd. De inzet voor een gemengd, inclusief Stationsdistrict vraagt bovenal om het maken van keuzes. Niet alles kan tegelijk en overal.
Met dit omgevingsprogramma geven wij richting, maar de definitieve keuzes vinden plaats op het niveau van de projecten. Dan komen de dilemma's pas goed in beeld en vindt de bestuurlijke afweging plaats. Netcongestie Dreigende overbelasting van het elektriciteitsnet – netcongestie - vormt een risico in de voortgang van de integrale gebiedsontwikkeling: 1) Er is onzekerheid over de ruimte voor groei van kleinverbruik van elektriciteit, die nodig is bij nieuwbouwwoningen. De ruimte is afhankelijk van het succes van maatregelen voor het terugdringen van netcongestie in het FGU-gebied (Flevopolder-Gelderland-Utrecht). Indien deze maatregelen de komende jaren onvoldoende ruimte geven, dan dreigt een wachtrij voor stroomlevering aan nieuwe woningen. Dat kan leiden tot uitstel voor een deel van de woningbouwplanning, of tot het moeten treffen van kostbare alternatieve energievoorzieningen. Mogelijk legt de provincie komend jaar via de Omgevingsverordening Gelderland verplichtingen op om woningbouw netbewuster te ontwikkelen. 2) Netbeheerder Liander kan in ieder geval tot 2033 geen nieuwe transportrechtcontracten beschikbaar stellen voor grootverbruik van elektriciteit. Deze stop kan woningbouwprojecten raken die onderdeel uitmaken van een gemengd programma.
Er is alleen ruimte wanneer het gaat om utiliteitsfuncties met grootverbruik die als kleinschalige activiteiten onlosmakelijk gekoppeld zijn aan een woningbouwproject. De ACM (Autoriteit Consument en Markt) heeft deze ruimte echter niet scherp gedefinieerd.
4 Uitwerking strategie en beleid 4.1 Ontwikkelstrategie De ontwikkeling van het Stationsdistrict raakt verschillende partijen en belangen en kost veel tijd en geld. Grote delen van het Stationsdistrict zijn in handen van andere grondeigenaren dan de gemeente Nijmegen. Dat betekent dat de gemeente slechts beperkt zelf kan sturen op (het tempo van) realisatie. De rol en inzet van de gemeente kan per initiatief verschillen maar is altijd gericht op de overkoepelende doelen uit de gebiedsvisie: • De gemeente gaat actief aan de slag met de verbetering van de openbare ruimte en infrastructuur. Dit nodigt andere grondeigenaren uit om te gaan ontwikkelen. • De gemeente houdt de regie op de ontwikkeling van het Stationsdistrict als geheel. We bewaken de samenhang en maken afwegingen tussen de verschillende opgaven. We stellen eisen over het te realiseren programma, de beeldkwaliteit en de inrichting van de buitenruimte. • De gemeente is aanjager. We verbinden initiatieven en partijen met elkaar en zorgen voor de juiste randvoorwaarden zodat partijen willen investeren. • De gemeente faciliteert particuliere initiatieven die bijdragen aan de doelen uit de gebiedsvisie door middel van contractvorming (sluiten van anterieure overeenkomsten) en ruimtelijke besluitvorming (wijziging omgevingsplan en/of vergunningverlening).
Proces gebiedsontwikkeling
12
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
Een goede gebiedsontwikkeling is gebaat bij een helder proces. Dit proces is gericht op samenwerking met de initiatiefnemer in het geval de locatie niet in eigendom is van de gemeente. De start van een initiatief begint met een eerste idee (structuurontwerp) en het maken van procesafspraken over de verdere uitwerking (intentieovereenkomst). Vervolgens is de initiatiefnemer aan zet voor het opstellen van een schetsontwerp (varianten) en de gemeente voor het opstellen van een programma van eisen. Hierbij wordt advies ingewonnen van verschillende gemeentelijke disciplines en van het Ruimtelijk Kwaliteitsteam (RKT) voor het Stationsdistrict. Daarna volgt een proces van opstellen van voorlopig en definitief ontwerp door de initiatiefnemer, waarbij ook participatie met de omgeving plaats vindt. Wanneer er overeenstemming is bereikt over het ontwerp en het te realiseren programma, leggen gemeente en initiatiefnemer deze afspraken vast in een anterieure overeenkomst. Daarna kan de ruimtelijke procedure worden doorlopen, waarbij de initiatiefnemer verantwoordelijk blijft voor de benodigde stukken en onderzoeken en de participatie met de omgeving. De gemeente is verantwoordelijk voor het ruimtelijk besluit (wijziging omgevingsplan of BOPA), waarna de realisatie kan starten. Vervolgens is het belangrijk om goede afspraken te maken over het beheer.
Wanneer de gemeente zelf initiatiefnemer/grondeigenaar is van een locatie, worden in principe dezelfde processtappen gevolgd. In plaats van een anterieure overeenkomst wordt een tender of verkoopprocedure doorlopen om een marktpartij te selecteren die de uitvoering van het project op zich neemt en/of eigenaar van de grond wordt. Grondbeleid en gebiedsexploitatie Door middel van grondbeleid kan de gemeente sturen op ontwikkelingen in de leefomgeving. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de ‘Nota Grondbeleid 2024’ van de gemeente Nijmegen. De gemeente kiest voor “opgavegericht grondbeleid”. Per situatie wordt afgewogen welke grondbeleidsvorm wenselijk is. Dit betekent dat de rol van de gemeente per opgave of samenstel van opgaven en per locatie kan verschillen: actief, faciliteren of samenwerken. Als er gronden of panden in het Stationsdistrict op de markt komen, onderzoeken wij per situatie of het zinvol is deze aan te kopen. De afweging en motivering om te kiezen voor een bepaalde vorm, worden expliciet vastgelegd in de besluitvorming richting de raad over de desbetreffende ontwikkeling. Voor de gebiedsontwikkeling Stationsdistrict heeft de gemeenteraad een gebiedsexploitatie vastgesteld. Deze bestaat uit grondexploitaties, investeringen (bijvoorbeeld in de openbare ruimte) en kostenverhaal (zie hieronder).
Grondexploitaties en investeringen binnen het Stationsdistrict maken onderdeel uit van deze gebiedsexploitatie. De ontwikkeling en verantwoording hiervan vindt plaats via het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG). Een aantal projecten uit dit omgevingsprogramma zijn nieuw en nog niet opgenomen in de gebiedsexploitatie. Voor de voorbereidingsfase (plannen in ontwikkeling, PIO’s) zijn middelen beschikbaar gesteld in de programmabegroting. Zodra er een keuze is gemaakt voor het te volgen ontwikkelscenario, wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad ter besluitvorming incl. investeringsbesluit en eventuele wijziging grondexploitatie. Uiteraard worden hierbij ook de mogelijkheden voor subsidies en andere financiële bijdragen van derden onderzocht. Kostenverhaal De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om de openbare ruimte en infrastructuur rondom ontwikkellocaties goed in te richten. Een deel van deze investeringen wordt verhaald op de ontwikkelende partijen, het zogenaamde kostenverhaal. Ook de kosten die te maken hebben met planbegeleiding en het doorlopen van ruimtelijke procedures (ambtelijke kosten) worden verhaald op de initiatiefnemer. Uitgangspunt is dat kostenverhaal via een anterieure overeenkomst (bevoegdheid college van B&W) wordt geborgd. Mocht dit niet lukken, dan kan dit ook publiekrechtelijk via kostenverhaalsregels in het omgevingsplan.
Het eventueel vaststellen van kostenverhaalsregels is een bevoegdheid van de raad.
4.2 Placemaking In Stationsdistrict Nijmegen duurt de gebiedstransformatie minstens 10 tot 15 jaar. Juist die langdurige tijdelijkheid biedt kansen voor nieuwe initiatieven, tijdelijk of blijvend. Daardoor maken gebruikers van het gebied al kennis met toekomstige mogelijkheden en kunnen ze zich verbinden met het gebied. Zo is de langdurige bouwperiode geen risico maar zetten we de toon voor het Stationsdistrict. Innovatie is daarbij van groot belang.
13
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
De ontwikkelperiode geeft ruimte om te experimenteren en te testen wat wel of niet werkt. Het unieke karakter van het gebied kunnen we benadrukken: de Tunnelweg, het Stationsplein, de Van Schaeck Mathonsingel en de Groene Corridor. Placemaking gaat over activiteiten, evenementen, tijdelijke inrichting van de openbare ruimte, kunst en cultuur. Gebruikers van het gebied ervaren dat er in de langdurige tijdelijkheid aandacht is voor een positieve beleving van het gebied. Idealiter pakken we dit op samen met stakeholders in het gebied: de ontwikkelaars, de corporaties, de culturele en onderwijsinstellingen en de sport- en cultuursector. Regie vanuit de gemeente is noodzakelijk. Placemaking vraagt om personele inzet en middelen om initiatieven te ondersteunen (zie paragraaf 6.1). Voorbeelden van placemaking
Gemeente Nijmegen
4.3 Bereikbaarheid Leefbaarheid Veiligheid Communicatiekader In het Stationsdistrict Nijmegen wordt de komende jaren een groot aantal projecten tegelijkertijd uitgevoerd, in opdracht van verschillende publieke en private partijen. Waar verschillende aannemers tegelijkertijd aan het werk gaan, is de kans op onveilige situaties en overlast voor de mensen in de directe omgeving van de werkzaamheden groot. Op het niveau van de stad ontstaan daarnaast veiligheidsrisico’s als gevolg van bouwverkeer, in combinatie met de mogelijk verminderde bereikbaarheid van bestemmingen in de stad voor gebruikers en bewoners. Gezien de centrumfunctie van het Stationsdistrict, met een groot aantal dagelijkse bezoekers, bewoners, OV-reizigers en jaarlijks terugkerende evenementen als de Vierdaagse, is het belangrijk dat de gemeente de regie houdt over de werkzaamheden en pro-actief kan sturen op de veilige uitvoering van de werkzaamheden en het zoveel mogelijk voorkomen van overlast. Hulpmiddel daarbij is het Bereikbaarheid Leefbaarheid Veiligheid Communicatie (BLVC) - kader, dat in aanloop naar uitvoering moet worden gebruikt door ontwikkelaars en aannemers om het werk zodanig voor te bereiden dat onveilige situaties en onnodige overlast voor de omgeving wordt voorkomen.
Met behulp van de BLVC-criteria (zie bijlage III, voor het eerste concept) wordt getoetst of de overlast binnen de grenzen van het kader blijven en er geen onveilige situaties ontstaan. Daarmee voorkomen we dat we achter de feiten aanlopen en het stelt de gemeente in staat om de werkzaamheden te toetsen op de maatregelen die door de bouwers en aannemers worden voorgesteld, zodat bijsturen voorafgaand en tijdens de uitvoering kan plaatsvinden. Het BLVCkader is van toepassing voor alle werkzaamheden van alle opdrachtgevers, dus ook die van de gemeente zelf. Het BLVC-kader voor het Stationsdistrict wordt medio 2026 ingevoerd. De komende maanden wordt onderzocht wat ervoor nodig is om het BLVC-kader bindend te maken om beter te kunnen handhaven op gemaakte BLVC-afspraken, bijvoorbeeld door een koppeling te leggen met de APV.
14
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
4.4 Gebiedsbrede uitwerkingen beleid
Concept
4.4.1 Algemeen We werken momenteel aan twee uitwerkingen en aanvullingen van gemeentelijk beleid specifiek voor het Stationsdistrict, namelijk het beeldkwaliteitsplan en een visie op de ondergrond. De projectvoorstellen hiervoor zijn opgenomen in onderstaande paragrafen. Bij de uitwerking van deze projectvoorstellen volgen we een vaste opbouw, bestaande uit: • Projectomschrijving • Gewenst resultaat • Bijdrage aan doelen gebiedsvisie • Uitgangspunten en randvoorwaarden • Participatie • Organisatie • Planning • Risico's
Intensiveringsstudie Naast bovengenoemde beleidsuitwerkingen onderzoeken we momenteel ook de mogelijkheden voor extra woningbouw (intensivering) in het Stationsdistrict, aanvullend op de huidige ambitie van 2.000 woningen. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van een kansenkaart intensivering die we voor de hele stad opstellen. In de omgevingsvisie is opgenomen hoe Nijmegen richting 2040 wil groeien in aantal woningen. Om dit te concretiseren vindt een onderzoek plaats naar verdere intensivering van Nijmegen. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen bij de eerstvolgende actualisatie van de Omgevingsvisie De Nabije Stad. Voor de kansenkaart intensivering is een separaat projectvoorstel opgesteld en gezien de bredere scope maakt deze geen onderdeel uit van dit omgevingsprogramma.
4.4.2 Beeldkwaliteitsplan Stationsdistrict 4.4.2 Beeldkwaliteitsplan Stationsdistrict Doel van het beeldkwaliteitsplan is om, per deelgebied, de gewenste beeldkwaliteit vast te leggen. Het bevat regels voor stedenbouwkundige en architectonische uitwerking voor separate ontwikkelingen binnen de deelgebieden. Het vormt daarmee een nadere uitwerking van de gebiedsvisie op het niveau van deelgebieden. ProjectBehalve uitgangspunten voor bebouwing worden ook uitspraken gedaan over de gewenste samenhang in de openbare omruimte en worden inrichtingsprincipes opgenomen, in de vorm van principeprofielen en deeluitwerkingen. Bovendien wordt schrijde gewenste samenhang tussen gebouw en openbare ruimte vastgelegd. Er wordt ook ingegaan op de rol van kunst in de ving openbare ruimte. En wordt aangegeven op welke wijze tijdelijke inrichting en gebruik een rol kan spelen in het gebied. Voorkomende gebiedsontwikkelingen worden aan dit beeldkwaliteitsplan getoetst. Voor het RKT (Ruimtelijk Kwaliteit Team) Stationsdistrict en voor het AON (Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nijmegen) is het beeldkwaliteitsplan het vastgelegde kader om ontwikkelingen te beoordelen. Gewenst resultaat
Om te komen tot het Beeldkwaliteitsplan worden de deelgebieden bepaald en worden per deelgebied de regels beschreven. Alle regels zullen waar mogelijk beschreven worden in de vorm van ‘te bereiken doelen’. Deze doelen kunnen vaak op meerdere manieren worden gerealiseerd. Het geeft ruimte voor intelligente interpretatie door architecten en ontwikkelaars. Het gewenste resultaat is een helder en aantrekkelijk vormgegeven document dat zowel inspiraties omvat als heldere regels voor bebouwing en inrichting.
Bijdrage aan doelen gebiedsvisie
Onderdeel verbrede centrum Hoogwaardige ov-knoop Openbare ruimte voor verbinding en verblijven Erfgoed en landschap als identiteitsdragers Toekomstbestendig gebied
Uitgangspunten en randvoorwaarden
15
•
•
•
Het beeldkwaliteitsplan is een uitwerking van de Gebiedsvisie Stationsdistrict. Het beeldkwaliteitsplan moet gezien worden als een gebiedsgerichte actualisatie van een specifiek deel van de Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit (welstandsnota van de gemeente Nijmegen), en wordt daarom door de Raad vastgesteld. Daarna zal een wijziging van het omgevingsplan worden voorbereid. Specifiek voor de centrumzijde van het station geldt aanvullend het in 2020 opgestelde Kader Ruimtelijke Kwaliteit (KRK) station Nijmegen en omgeving (in opdracht van ProRail mede namens de gemeente Nijmegen, de provincie Gelderland, NS Stations en Bureau Spoorbouwmeester). Zowel de landschappelijke als de cultuurhistorische en erfgoedwaarden vormen inspiratie en vertrekpunt voor de gewenste beeldkwaliteit van de gebouwen, de inrichting van de percelen en het ontwerp van de openbare ruimte.
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
•
Concept
Participatie
De bescherming van de stadgezichten De 19de eeuwse Stadsuitleg en Benedenstad is hierbij randvoorwaardelijk. Hiervoor zijn regels opgenomen in bovengenoemde beeldkwaliteitskaders. In het beeldkwaliteitsplan besteden we aandacht aan de gewenste uitwerking van bouwvolumes, de gewenste inrichting van de openbare ruimte, actieve plinten, ruimte voor ontmoeting en een goed microklimaat, passend bij de doelen uit de gebiedsvisie.
Het Ruimtelijke Kwaliteitsteam (RKT) én de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nijmegen (AON) worden geraadpleegd. Daarnaast wordt nog bekeken welke andere stakeholders geïnformeerd kunnen worden.
Het beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld door een klein productieteam van stedenbouwkundigen, landschapsarchitect en een tekenaar. Inhoudelijk zal worden afgestemd met alle relevante beleidsdisciplines zoals erfgoed & monumenten, mobiOrganiliteit, duurzaamheid en stadsbeheer. satie Het product zal verschillende keren worden ingebracht, ter verrijking, en ter beoordeling bij het RKT. Na afronding zal het product ook worden neergelegd bij het AON. Planning
• •
Risico's
Geen.
Q1 2026: oplevering concept BKP Q3 2026: vaststelling BKP door raad
Gemeente Nijmegen
4.4.3 Visie op de ondergrond 4.4.3 Visie op de ondergrond Het stationsgebied kent een hoge dichtheid aan kabels en leidingen, terwijl de beschikbare ruimte in de ondergrond beperkt is. Daarnaast moet het bestaande riool worden omgelegd en het warmtenet worden ingepast, inclusief een (bovengrondse) Project- hulpwarmtecentrale. Dit vindt plaats in een context waarin ook bovengrondse ontwerpambities gelden, zoals intensievere ombebouwing, vergroening en de toepassing van klimaatadaptieve maatregelen, die ook ondergronds consequenties hebben. schrijDeze combinatie van opgaven leidt tot een aanzienlijke druk op de beschikbare ruimte in de ondergrond. Daarbij sluit het huidige gemeentelijke beleid voor kabels en leidingen – daterend uit 2012 – niet meer aan bij de nieuwe ving opgaven en de kaders van de Omgevingswet. Beleidsafstemming, actualisatie van afspraken en een integrale benadering van ondergrondse en bovengrondse belangen zijn daarom noodzakelijk om tot een toekomstbestendige inrichting van het stationsgebied te komen.
Gewenst resultaat
Een integraal, toekomstbestendig en uitvoerbaar plan voor de ordening en aanleg van kabels, leidingen en het warmtenet in het stationsgebied van Nijmegen. Dit omvat: • Het waarborgen van een efficiënte en veilige benutting van de ondergrondse ruimte, rekening houdend met bovengrondse ontwerpambities, klimaatadaptieve maatregelen en lopende - en toekomstige ontwikkelingen. • Het coördineren van vergunningprocedures en beleidsafstemming, inclusief de vertaling van verouderd gemeentelijk beleid naar de kaders van de Omgevingswet. • Het voorkomen van conflicten tussen ondergrondse infrastructuur, bovengrondse functies en beleidsdoelen, door middel van integraal ontwerp en strategische planning.
Bijdrage aan doelen gebiedsvisie
Onderdeel verbrede centrum Hoogwaardige ov-knoop Openbare ruimte voor verbinding en verblijven Erfgoed en landschap als identiteitsdragers Toekomstbestendig gebied
Uitgangspunten en randvoorwaarden
De op te stellen visie op de ondergrond voldoet aan de volgende randvoorwaarden: • Vergunningencoördinatie • Ambities en strategische kaders vertaald naar ruimtelijke en technische randvoorwaarden • Integraal tracéontwerp voor kabels, leidingen en warmtenet, afgestemd op bovengrondse plannen • Aandacht voor archeologische waarden • Duidelijkheid over knelpunten/beperkingen in beschikbare ruimte • Afwegingskader hoe om te gaan met (behoud en/of aanplant van) bomen boven kabels en leidingen • Controleren van ontwerpen op conflicten • Toekomstbestendig ontwerp met flexibiliteit voor toekomstige aanpassingen • Opstellen gefaseerd meerjarenplan voor herordening en aanleg van kabels en leidingen
Participatie
De projectleider kabels en leidingen werkt intensief samen met interne partners en externe stakeholders – zoals grondeigenaren, ontwikkelaars en nutsbedrijven. Participatie met omwonenden en andere belanghebbenden vindt plaats tijdens de voorbereiding en realisatie van individuele projecten.
Om het opstellen van een plan gestructureerd en integraal te laten verlopen, stellen het MT Stationsgebied en het MT Stadsbeheer en het team Opgave energietransitie gezamenlijk een projectleider aan voor kabels en leidingen. Deze projectOrganileider krijgt een centrale rol in de K&L vergunningencoördinatie, de inventarisatie van de ondergrond, het formuleren van satie ambities en het maken van een integraal ontwerp. Daarnaast draagt de projectleider zorg voor beleidsafstemming, conflictdetectie en het opstellen van een meerjarenplan voor een toekomstbestendige inrichting van de ondergrond.
16
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
Planning
• •
Risico's
Deze aanpak is een risicobeheersingsmaatregel voor het warmtenet. Een goed integraal ontwerp van de ondergrond is essentieel voor het slagen van het warmteleidingproject en maakt het mogelijk om tijdig acties te ondernemen voor noodzakelijke omleggingen, in overeenstemming met de geldende verordeningen en afspraken met kabel- en leidingbedrijven.
Q2 2026: oplevering plan van aanpak Q1 2027: vaststelling visie op de ondergrond
Gemeente Nijmegen
5 Uitvoering projecten 5.1 Inleiding De metamorfose van het Nijmeegse Stationsdistrict is een omvangrijke gebiedsontwikkeling waar veel partijen bij betrokken zijn en die veel belangen raakt. De eerste stappen zijn al gezet, maar er is nog veel werk aan de winkel. Om van visie tot realisatie te komen, is een aantal ingrepen in de openbare ruimte en infrastructuur van belang. Hierbij is de gemeente het meest aan zet, samen met partners als ProRail, NS, de andere vervoerders en Provincie en Rijk. Grote delen van het Stationsdistrict zijn daarnaast in handen van andere grondeigenaren dan de gemeente. Een aantal vastgoedontwikkelingen is al in gang gezet, een aantal bevindt zich nog in de voorbereidingsfase en een aantal is nog niet verder dan een eerste idee. In dit hoofdstuk benoemen we de verschillende projectlocaties, zowel in de openbare ruimte als in het vastgoed. In paragraaf 5.2 benoemen we kort de ontwikkelingen die al in gang zijn gezet (de lopende projecten). Hieronder vallen zowel projecten die zich in de realisatiefase bevinden als projecten waarvan de uitvoering nog moet starten maar waarvoor al wel een ruimtelijke procedure is doorlopen en/of concrete (financiële) afspraken zijn gemaakt. We volstaan in dit omgevingsprogramma met een korte toelichting op deze lopende projecten.
In het Meerjarenperspectief grondexploitaties (MPG) en de jaarlijkse tussenrapportage gebiedsontwikkelingen wordt immers ook ingegaan op de stand van zaken. In paragraaf 5.3 gaan we vervolgens uitgebreider in op de geplande nieuwe projecten waarmee we in de periode 2025-2027 aan de slag zijn of gaan. Hiermee geven we verdere uitwerking en invulling aan de doelen, ruimtelijke scenario's en ingrepen zoals deze op hoofdlijnen al zijn benoemd in de gebiedsvisie. Bij de uitwerking van de geplande nieuwe projecten in 2025-2027 in projectvoorstellen volgen we een vaste opbouw, bestaande uit: • Projectomschrijving • Gewenst resultaat (indicatief programma) • Bijdrage aan doelen gebiedsvisie • Projectgebied • Impressie /voorbeelduitwerking • Uitgangspunten en randvoorwaarden • Participatie • Organisatie • Planning • Risico's
Aanvullend worden in de gebiedsvisie nog enkele projecten genoemd die op dit moment nog niet concreet zijn uitgewerkt en waarmee we waarschijnlijk pas na 2027 starten. In paragraaf 5.4 wordt hiervan een korte doorkijk gegeven. Zoals eerder aangegeven, beschouwen we dit omgevingsprogramma als een dynamisch document. Zodra er nieuwe projectvoorstellen worden opgesteld, nemen we deze mee bij de eerstvolgende actualisatie.
5.2 Lopende projecten 5.2.1 Algemeen In de huidige gebiedsexploitatie zijn de volgende lopende projecten opgenomen:
17
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
Overzichtskaart lopende projecten
18
Gemeente Nijmegen
In de onderstaande paragrafen worden deze projecten kort toegelicht.
5.2.2 PHS en Westentree Aan de westzijde van het spoor wordt gewerkt aan de Westentree. Hiermee krijgt de westzijde van de stad een eigen entree van het station, met een aantrekkelijk groen voorplein, een gebouwde fietsenstalling met ongeveer 3.000 plekken en met spoorse voorzieningen zoals een Kiss&Ride en een taxistandplaats. De bouw is gestart in september 2025 en duurt ongeveer 2 jaar. Tijdens de bouw van de Westentree is in één van de tunnelbuizen een tijdelijke fietsenstalling in gebruik met een capaciteit van 1.250 fietsen.
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
Concept
Impressie Westentree
Office Winhov
5.2.3 Nieuw Metterswane Op dit moment vindt de bouw van Nieuw Metterswane plaats aan het Stationsplein 13, recht tegenover de ingang van het Centraal Station. Het ‘oude’ Metterswane werd in 2019 gesloopt. Het betreft een ontwikkeling van KondorWessels Projecten (KWP). Het nieuwe gebouw wordt een complex met verschillende hoogtes tot maximaal 23 etages (ca. 70 meter hoog) met een 2-laags ondergrondse parkeergarage, ca. 1.600 m2 commerciële ruimte op de begane grond (waaronder een supermarkt), ca. 1.000 m2 kantoorruimte op de eerste verdieping en in totaal 276 appartementen op de verdiepingen. Hiervan worden 104 appartementen te koop aangeboden. Volgens planning zal het gebouw in Q2 2027 opgeleverd worden. Achter het gebouw wordt een nieuwe verbindingsweg (Achter Metterswane) aangelegd tussen de Van Schaeck Mathonsingel en de Burgemeester Hustinxstraat. Ook de openbare ruimte rondom Metterswane wordt ingericht. Impressie Het nieuwe Metterswane
KondorWessels Projecten
19
Concept
(van 4-2-2026 11:36)
5.2.4 Locatie Woo Van Schaeck Mathonsingel
Concept
Dit betreft het braakliggende perceel achter Nieuw Metterswane, waar in het verleden een Chinees restaurant was gevestigd. Met de projectontwikkelaar voeren we op dit moment gesprekken over een mogelijke herinvulling van de locatie met woningbouw. Er wordt gedacht aan een indicatief programma van ca. 100 appartementen. In de plint komen woonwerk/atelierwoningen. Het conceptprogramma voor deze locatie bestaat uit 70% betaalbare koop (waarvan 35% goedkoop) en 30% vrije sector woningen. Over het stedenbouwkundig ontwerp vindt op dit moment nog afstemming plaats. Belangrijke uitgangspunten zijn dat de nieuwbouw qua volume, positie, architectuur en uitstraling past binnen de omgeving en de beschermde status van het gebied (de Van Schaeck Mathonsingel als onderdeel van de 19de eeuwse stadsuitleg). De nieuwbouw moet een goede overgang maken van de monumentale 19de eeuwse villa's ten oosten naar de massa van Nieuw Metterswane. Het mag volledig vrij staan waarbij sprake is van een groene voortuin. De nieuwbouw is duidelijk georiënteerd naar de Van Schaeck Mathonsingel en is rondom gedifferentieerd; de nieuwbouw heeft een representatieve voorzijde, ondergeschikte zijkanten en een wat informelere achterzijde, met een herkenbare dakvorm. Het betreft een particulier initiatief. De gemeente heeft een coördinerende rol en stelt de gemeentelijke randvoorwaarden aan de ontwikkeling.
Hiervoor is een projectteam samengesteld. Er moeten nog definitieve afspraken worden gemaakt. Volgens planning zullen we begin 2026 een programma van eisen vaststellen, zodat de ruimtelijke procedure in 2026 kan worden opgestart. De gemeente is verantwoordelijk voor het programma van eisen en de ruimtelijke procedure. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het ontwerp, de participatie rond het project en de uitvoering.