Beleidsregels parkeren 2025 met wijzigingen
Tekst van het document
parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. Deze loopafstand moet niet
worden verward met de straal voor invoering van betaald parkeren. Voor de verschillende hoofdfuncties (zoals beschreven in artikel 6) wordt rekening gehouden met de volgende maximale loopafstanden: Binnenstad / centrum
Schil/overloopgebied & Rest bebouwde kom
Woningen (artikel 6.1)
500 meter
200 meter
Werken (artikel 6.2)
750 meter
500 meter
Winkelen en boodschappen (artikel 6.3)
600 meter
400 meter
Horeca (artikel 6.4)
600 meter
250 meter
Sport, cultuur en ontspanning (artikel 6.5)
600 meter
400 meter
Gezondheidszorg ( artikel 6.6)
150 meter
100 meter
Onderwijspersoneel (artikel 6.7))
750 meter
500 meter
Onderwijs halen en brengen
100 meter
100 meter
Overig
600 meter
400 meter
19/51
Tabel 2
Loopafstanden per functie.
Deze afstanden gelden voor de kortste looproute over de openbare weg van ingang van het pand tot aan de parkeerplaats of ingang van de parkeervoorzieningen. Dit geldt zowel bij realisatie van parkeergelegenheid op eigen terrein als bij gebruik van een collectieve voorziening in de omgeving, Deze loopafstanden worden ook gehanteerd voor parkeeronderzoeken.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een (deels) autovrije inrichting waarbij bewoners in collectieve parkeervoorzieningen aan de rand van de betreffende wijk parkeren, wordt per plan bekeken of de
gehanteerde loopafstand acceptabel is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden aangesloten op de loopafstand van de binnenstad / het centrum of maatwerk worden geleverd.
Onder bepaalde voorwaarden is het, voor niet-woonfuncties, mogelijk om akkoord te gaan met het
voorzien in de parkeerbehoefte op aangekochte parkeerplaatsen, die op loopafstand van de locatie van het project liggen. Deze mogelijkheid staat beschreven in artikel 5 - Niet naburige parkeerplaatsen.
Stap d: parkeren in de openbare ruimte bij ruimtelijke ontwikkeling Wanneer bij een ruimtelijk ontwikkeling is aangetoond dat er geen alternatieve parkeermogelijkheden zijn, zoals verwoord onder bij stap c, dan is parkeren in de openbare ruimte mogelijk (parkeerterrein,
op straat). Dit kan echter alleen als er nog voldoende ruimte op een parkeerterrein of op de openbare weg aanwezig is. Zie bijlage 1 voor de wijze waarop dit moet worden onderbouwd.
Als grens van de beschikbare parkeercapaciteit wordt een bezettingspercentage van 85% gehanteerd. Of wel: 85% van de beschikbare parkeercapaciteit mag bezet zijn. De overige 15% is nodig voor het
opvangen van “zoekverkeer” (verkeer dat zoekt naar een parkeerplaats). Voor Kiss&Ride bij scholen (uitsluitend bedoeld om passagiers uit een personenauto uit te laten stappen of juist op te pikken en
vervolgens direct hierna weer door te rijden) geldt de 85%-grens niet. Het gaat hierbij namelijk om zeer kortstondige pieken, dat er tijdelijk wel 100% bezetting mogelijk is. De initiatiefnemer moet aantonen, door middel van een parkeeronderzoek, dat binnen de onder stap c genoemde loopafstanden rondom zijn planontwikkeling voldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is. Dit moet met
de omgevingsaanvraag worden meegeleverd. De inspanningsverplichting voor het onderzoek ligt bij de ontwikkelaar.
Bij parkeren in de openbare zijn onderstaande twee punten altijd van toepassing: •
In de binnenstad is de parkeerdruk vrijwel altijd boven de 85%. In de binnenstad is het daarom
niet mogelijk om extra parkeerdruk in de openbare ruimte af te wikkelen en is deze stap daarom in z’n geheel niet van toepassing. •
In gereguleerd gebied geldt dat de toekomstige huurders, kopers en werknemers van een
ruimtelijke ontwikkeling niet in aanmerkingen komen voor een parkeervergunning voor parkeren
op straat en/of een abonnement voor een van de openbare parkeergarages (zie beleidsregel 5). Dit betekent dat gebruik van parkeergelegenheid in de openbare ruimte voor deze groepen niet mogelijk is. In gereguleerd gebied kan alleeen het bezoekersparkeren op straat worden gefaciliteerd als de parkeerdruk dit toestaat.
Een initiatiefnemer dient een onderzoek door een verkeerskundig adviesbureau met ervaring op het gebied van parkeertellingen, uit te laten voeren als: 1.
de parkeerbehoefte van de nieuwe functie op één of meerdere momenten hoger is dan die van
2.
het verschil aan parkeerplaatsen niet op eigen terrein kan worden aangelegd (stap b), en
3.
de bestaande functie (stap a), en
er geen alternatieve parkeermogelijkheden voorhanden zijn (stap c).
20/51
Het onderzoeksgebied, het aantal tellingen en de momenten waarop wordt geteld, moeten vooraf in overleg met de gemeente worden vastgesteld. Het parkeeronderzoek dient om aan te tonen dat binnen een redelijke loopafstand (zie Tabel 2) de parkeerdruk in de openbare ruimte op de maatgevende momenten, met toevoeging van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. •
Als de parkeerdruk onder de 85% blijft, dan is het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen gelijk aan de autoparkeereis exclusief bezoek van de betreffende ontwikkeling (bijvoorbeeld 60
woningen x 0,5pp/woning = maximaal 30 uit te geven parkeervergunningen). De ontwikkelaar moet aangeven welke huisnummers in aanmerking komen voor een parkeervergunning en welke niet. Dit
geldt zowel voor de situatie waarbij bij oplevering betaald parkeren van kracht is, als bij invoering
van betaald parkeren op een later moment. Immers, wanneer een parkeernorm wordt toegepast van minder dan 1,0 parkeerplaats per woning is er -ongeacht het wel of niet realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein- geen plek voor één auto per woning. •
Als de parkeerdruk boven de 85% uitkomt, dan kan de functieverandering alleen plaatsvinden als de toekomstige bewoners / werknemers van het betreffende complex geen parkeervergunning voor op
straat krijgen. Dit wordt vastgesteld in het Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren. Ze komen tegelijkertijd ook niet in aanmerking voor een parkeerabonnement voor een openbare parkeergarage. De ontwikkelaar dient toekomstige bewoners/werknemers hiervan op de hoogte te
brengen. In niet gereguleerd gebied kan een ontwikkeling niet doorgaan als de parkeerdruk door de ontwikkeling boven de 85% uitkomt.
Stap e: afwijking parkeereis Het College van B&W kan in bijzondere gevallen op individuele gronden en het in het geval van een
bijzonder gemeentelijk belang, besluiten om af te wijken van de parkeereisverplichting en/of de bijdrage in het bereikbaarheidsfonds (zie artikel 5).
Het is hiermee mogelijk dat een planontwikkeling wordt gerealiseerd, zonder dat aan de parkeernorm wordt voldaan.
In gebieden waar parkeerregulering geldt, kunnen bewoners van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dan geen parkeervergunning aanvragen. Ze komen tegelijkertijd ook niet in aanmerking voor een parkeerabonnement voor een openbare parkeergarage. In uitzonderingsgevallen kan ook geen bezoekersvergunning worden aangevraagd.
21/51
Artikel 3. Bijzondere gevallen Er kunnen redenen zijn om toch af te zien van de plicht tot het realiseren van parkeervoorzieningen. Het gaat hierbij dus om ontwikkelingen met een bijzonder gemeentelijk belang. Het College heeft dan de mogelijkheid om af te wijken. Het gaat hierbij om de volgende situaties:
Bijzonder geval I. Problemen op eigen terrein De parkeernormen moeten niet leiden tot “problemen” op eigen terrein. Er is een trend waarbij het aantal woningen, binnen het bouwvolume dat het omgevingsplan mogelijk maakt, gemaximaliseerd wordt (kleine studio’s of wooneenheden). De eis om het parkeren op eigen terrein op te lossen, leidt er dan vaak toe dat de volledige beschikbare grond rondom het gebouw ingezet wordt voor parkeren. Deze intensivering leidt tot ruimtelijk ongewenste situaties en aantasting van de woonkwaliteit, bijvoorbeeld verstoring van rust in achtertuinen en opoffering van groen voor verharding.
Bijzonder geval II. Wonen boven winkels Wonen boven winkels, kantoren, horeca, detailhandel en commerciële functies: dit geldt alleen voor de
binnenstad (zie artikel 1). Als er geen verandering in het aantal m2 bruto vloeroppervlak (m2 bvo) is,
dan gelden er geen aanvullende voorwaarden. Als er wel een uitbreiding van het aantal m2 bvo’s is, dan geldt de verplichting om -overeenkomstig hetgeen opgenomen in artikel 11- een gezamenlijke fietsenstalling te realiseren.
Bijzonder geval III. Kleine woningen in de binnenstad (< 50 m2 GO) De parkeernorm in de binnenstad (zie artikel 1) kan worden losgelaten voor kleine woningen (<50 m² GO): in de binnenstad is het mogelijk om in plaats van het realiseren van parkeerplaatsen op ‘eigen
terrein’ fietsstallingsvoorzieningen te realiseren. Dit geldt voor appartementen/woningen onder de 50m² GO. Per niet gerealiseerde parkeerplaats moeten dan minimaal 2 fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd in een gezamenlijke fietsenstalling (overeenkomstig hetgeen opgenomen in artikel 11).
Kan de fietsvoorziening niet op eigen terrein worden gerealiseerd, dan mag er een alternatief binnen maximaal 30 meter loopafstand vanaf de hoofdingang worden gerealiseerd. Dit alternatief moet overeenkomstig hetgeen opgenomen in artikel 11- inpandig, gemakkelijk toegankelijk, bruikbaar en sociaal veilig zijn.
Bewoners van de betreffende <50 m2 woningen hebben geen recht op een parkeervergunning
(overeenkomstig hetgeen opgenomen in beleidsregel 5) en komen niet in aanmerking voor een parkeerabonnement voor een openbare parkeergarages.
Bijzonder geval IV. Tijdelijk Anders Gebruiken (TAG) Bij tijdelijk anders gebruiken wordt er tijdelijk toegestaan dat een andere functie in een pand of op
braakliggende percelen (bv. Van landbouwgrond naar speeltuin) wordt gevestigd. Omdat het hier vaak
gaat om initiatieven die met beperkte middelen bedrijvigheid willen opstarten moet goed gekeken worden naar de te hanteren parkeernorm. Maatwerk is hier belangrijk en goed mogelijk. Als de nieuwe parkeereis meer dan 10 plaatsen afwijkt van de oude parkeereis, dan wordt door de gemeente beoordeeld of het mogelijk is om de beoogde ontwikkeling door te laten gaan. De aanvrager moet hiervoor een onderzoek verrichten naar een oplossing/alternatief. Bij een verschil van minder dan 10 parkeerplaatsen kan worden afgeweken van de regels.
22/51
Een bestaand pand kent al een parkeernorm en parkeerbehoefte, dus daar wordt eerst naar gekeken.
Het maatschappelijk en gemeentelijk belang staat bij ‘tijdelijk ander gebruik’ voorop, daardoor kan worden afgeweken van de parkeernormen. Dit kan alleen gedurende de periode dat tijdelijk anders
gebruiken is toegestaan. Wordt de functie uiteindelijk permanent, dan moet een wijziging van het omgevingsplan worden aangevraagd en zal de beoogde ontwikkeling alsnog moeten voldoen aan de reguliere parkeernorm. Hierbij wordt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie afgezet tegen de parkeerbehoefte van de laatst geldende functie (het veelal het TAG).
Op basis van ervaringscijfers kan ook naar de parkeereis gekeken worden. Initiatiefnemers kunnen deze ervaringscijfers aanbieden en dit kan door de gemeente worden meegewogen in de bepaling van de uiteindelijke norm.
Bijzonder geval V. Lichte horeca in de binnenstad Er is sinds 2013 een nieuwe beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het
stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd
was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte horeca en vice
versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven. Zie artikel 1 voor gebiedsafbakening van de binnenstad.
Bijzonder geval VI. Ondersteunende horeca bij detailhandel Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner
in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het desbetreffende pand.
Bijzonder geval VII. Splitsing en verkamering bestaande woningen Het splitsen van een zelfstandige woonruimte in meerdere zelfstandige woningen mag geen onevenredig grote negatieve invloed hebben op het verkeer en de parkeerdruk in de omgeving van de betreffende woning.
Onder een zelfstandige woonruimte wordt verstaan een woonruimte, met een eigen toegang / adres, die door één huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van één of
meer wezenlijke voorzieningen (zoals toiletruimte, badruimte en keuken) buiten die woonruimte, dan
wel een standplaats voor een woonwagen. Is er geen sprake van een zelfstandige woonruimte, dan wordt er gesproken over kamerverhuur.
Binnen Nijmegen gelden de volgende regels ten aanzien van woningsplitsing: •
Voor een woning in het gereguleerd gebied (zie beleidsregels 1) geldt dat er bij woningsplitsing geen parkeervergunningen en/of parkeerabonnementen worden uitgegeven aan de nieuwe
huisnummers. Dit leidt immers tot een ongewenst verhoging van de parkeerdruk in het gebied. Er geldt voor woningsplitsing in gereguleerd gebied daarom geen parkeereis.
Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een project buiten het gereguleerd gebied, waarbij een bestaande zelfstandige woning wordt gesplitst in meerdere zelfstandige woonruimten, geldt dat ook na de woningsplitsing er voldoende parkeerplaatsen dienen te zijn. Extra parkeerplaatsen moeten op
eigen terrein worden gerealiseerd, conform het beleid opgenomen in deze beleidsregels (zie artikel 1 en parkeernormen in artikel 6). Als wordt aangetoond dat de realisatie van parkeergelegenheid op eigen
23/51
terrein ruimtelijk, omgevingsplan-, bouw- of verkeerstechnisch of soortgelijks niet mogelijk is, dan is parkeren in de openbare ruimte mogelijk. Dit kan echter alleen als er nog voldoende parkeercapaciteit
beschikbaar is. Als grens van de beschikbare parkeercapaciteit wordt een bezettingspercentage van 85% gehanteerd. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet dus middels een parkeertelling aantonen dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie artikel 2 stap c+d
en bijlage 1). Als niet kan worden aangetoond dat er voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is, dan kan woningsplitsing niet doorgaan. Er wordt middels deze regeling geen ontheffing/afwijking van de
parkeerregels verleend/vergund voor zover de parkeerbehoefte toeneemt als gevolg van een toename van het bruto-vloeroppervlak. Deze systematiek geldt ook voor verkamering van bestaande woningen.
Artikel 4. Niet naburige parkeerplaatsen bij niet-woonfuncties Onder bepaalde voorwaarden is het, voor niet-woonfuncties, mogelijk om akkoord te gaan met het voorzien in de parkeerbehoefte op aangekochte parkeerplaatsen, die op loopafstand van de locatie van
het project liggen (zie Tabel 2). Het huren /pachten van parkeergelegenheid beschouwen we niet als een duurzame parkeeroplossing. Voordat overgegaan wordt tot deze uitzondering moet allereerst gekeken worden of er redenen zijn om niet af te wijken van de regels: Bijvoorbeeld in de volgende situaties: •
de te kopen parkeerplaats is (via een omgevingsvergunning) gekoppeld aan een ander bestaand gebouw/gebruik.
•
Het gebruik van de aan te kopen parkeerplaats levert strijdig gebruik volgens het omgevingsplan op.
•
de te kopen parkeerplaats ligt niet binnen een loopafstand zoals geschetst in Tabel 2 van het perceel waarop het project plaatsvindt (bijv. het perceel waarop een gebouw gebouwd gaat worden).
Als geen sprake is van bovenstaande situaties, dan kan in afwijking van de regel dat er op eigen terrein
wordt geparkeerd, een vergunning worden verleend mits de hieronder genoemde eindsituatie maar wordt bereikt.
Koop en erfdienstbaarheid De eindsituatie moet als volgt zijn: 1.
De aanvrager van de omgevingsvergunning moet zakelijk gerechtigde zijn van zowel de gronden
2.
De gemeente moet een afschrift hebben gekregen van de akte van levering met betrekking tot
3.
Genoemde gronden moeten in eigendom zijn overgedragen (verkocht en geleverd) aan degene die
waarop het project wordt gerealiseerd als de gronden waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen. genoemde gronden.
de omgevingsvergunning heeft aangevraagd c.q. daarop is een exclusief beperkt zakelijk recht gevestigd t.b.v. het parkeren;
4.
In overleg met en na goedkeuring door de gemeente Nijmegen moet een perceel zijn aangewezen,
welk perceel in eigendom is van de gemeente Nijmegen, ten behoeve waarvan door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd als het perceel waarop de parkeerplaats(en)
24/51
is/zijn gelegen, een erfdienstbaarheid wordt verleend. Het perceel waarop het project wordt
gerealiseerd wordt samen met het perceel waarop de parkeerplaatsen zijn gelegen, aangemerkt als dienend erf. Het perceel van de gemeente Nijmegen wordt aangemerkt als het heersend erf. 5.
Er wordt door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, ten behoeve van het in overleg met de gemeente
Nijmegen aangewezen gemeentelijk perceel, een erfdienstbaarheid verleend, inhoudende om op,
boven of onder de aangewezen erven het gebruik voor parkeren te dulden dan wel zich te onthouden van gedragingen welke dit parkeren te niet doet; ten behoeve van de gebruikers van het project waarop de aanvraag van de omgevingsvergunning betrekking heeft. 6.
Wanneer het verlenen van een erfdienstbaarheid niet mogelijk is, maar het beoogde effect van de
verplichting door middel van het aangaan van een kwalitatieve verplichting of vestiging van een kettingbeding met boetebeding door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd, als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, ten behoeve van het in overleg met de gemeente Nijmegen aangewezen gemeentelijk perceel wordt getroffen inhoudende
de verplichting voor de eigenaar van het dienend erf om de parkeerplaatsen enkel en alleen te laten gebruiken door de gebruikers van het project waarop de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft.
Op deze manier wordt bereikt dat het perceel waarop het project wordt gerealiseerd en de gronden
waarop de parkeerplaatsen zijn gelegen de facto enkel nog als één gezamenlijk geheel aan een derde kunnen worden overgedragen. Tevens wordt bereikt dat de eigenaar van de gronden waarop de
parkeerplaatsen zijn gelegen de parkeerplaatsen niet laat gebruiken (bijv. door verhuur) door anderen dan gebruikers van bijv. het gebouw ten behoeve waarvan de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn.
Het zal in de praktijk natuurlijk voorkomen dat de aanvrager van de omgevingsvergunning een voorlopig koopcontract afsluit waarin een ontbindende voorwaarde is opgenomen voor het geval de gevraagde omgevingsvergunning wordt geweigerd. In dat geval zal er ook gewacht moeten worden met de definitieve vestiging van een erfdienstbaarheid.
In dat geval kan van de regel dat op eigen terrein wordt geparkeerd worden afgeweken, als aan de volgende punten wordt voldaan: 1.
Er moet een voorlopige koopovereenkomst met betrekking tot de parkeerplaats(en) zijn afgesloten
2.
Een notaris moet een concept akte m.b.t. de vereiste erfdienstbaarheid hebben opgesteld en de
3.
en de gemeente moet hier een afschrift van hebben gekregen. gemeente moet hier een afschrift van hebben gekregen.
De verkoop en de levering van de gronden + de definitieve vestiging van de erfdienstbaarheid
moeten gegarandeerd worden door deze als voorwaarde te koppelen aan de verleende omgevingsvergunning.
Artikel 5. Bereikbaarheidsfonds auto voor niet-woonfuncties De aanvrager van de omgevingsvergunning moet ten alle tijden proberen om de parkeerplaatsen aan te
leggen of anderszins maatregelen hebben genomen om de bereikbaarheid te garanderen (aantoonbaar
mobiliteitsplan). Dit staat onder andere in hoofdstuk 1 en wordt ook in artikelen 2 en 3 nader uitgelegd.
25/51
Als bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning niet (volledig) voldaan kan worden aan de parkeereis, dan dient voor het restant van de parkeeropgave een financiële bijdrage te worden geleverd per niet gerealiseerde parkeerplaats. Dit is alleen mogelijk bij niet-woonfuncties.
De beoordeling of gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden van de compensatieregeling ligt
altijd bij de gemeente. Afhankelijk van de functie en de locatie wordt door de gemeente beoordeeld of de benodigde parkeercapaciteit bij een ontwikkeling wel of niet te compenseren is door een financiële
bijdrage. Hierbij wordt onder andere gekeken naar alternatieve parkeeroplossingen en of het niet
realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein niet tot een toenemende parkeervraag en een hogere
parkeerdruk in de directe omgeving leidt en hiermee ongewenst zoekverkeer en bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen veroorzaakt.
De gemeente hanteert verschillende compensatiebedragen per niet-aangelegde parkeerplaats. In onderstaande tabel zijn de bedragen per parkeerplaats opgenomen. De zones komen overeen met de gebieden als opgenomen in artikel 1. Zone:
Bijdrage:
Binnenstad
€ 30.000, -
Centrum
€ 30.000, -
1e en 2de Schil
€ 20.000, -
Rest bebouwde kom:
€ 15.000, -
Buitengebied:
€ 5.000, -
Tabel 3
Compensatiebedragen per parkeerplaats
De instelling, voeding en gebruik van het bereikbaarheidsfonds wordt geregeld via de ‘Verordening Bereikbaarheidsfonds gemeente Nijmegen’. De besteding van het fonds is in handen van het College van Burgemeester en Wethouders.
26/51
Artikel 6. De autoparkeernormen BELEIDSREGEL 6: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.
De in dit artikel opgenomen autoparkeernormen zijn vaste normen (er mogen niet meer of minder autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd bij een ontwikkeling). Er is een onderverdeling gemaakt in de volgende categorieën: 1.
Woningen
2.
Werken
3.
Winkelen en boodschappen
4.
Sport, cultuur en ontspanning
5.
Horeca en (verblijfs-)recreatie
6.
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
7.
Onderwijsvoorzieningen
De toe te passen parkeernormen zijn per functie onderverdeeld naar de in artikel 1 beschreven
gebiedstypen. Voor de binnenstad (zie artikel 1), geldt voor alle functies (dus ook autovrije complexen) dat er niet voldaan hoeft te worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bezoekers van deze functies kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden.
In onderstaande tabellen staat een paar keer de afkorting ‘n.v.t.’. Dit betekent dat het CROW voor de
betreffende functie en gebied geen parkeerkencijfer heeft. Wanneer bij een functie ‘n.v.t.’ staat en een parkeernorm toch nodig is bij een ontwikkeling, dan wordt gekeken of voor de betreffende functie de
parkeernorm van het meest vergelijkbare gebied kan worden gebruikt of voor de betreffende functie een parkeernorm van een vergelijkbare functie kan worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is, dan dient de
aanvrager -op basis van ervaringen bij vergelijkbare ontwikkelingen aan te tonen welke parkeernorm toepasbaar, De gemeente beoordeelt de onderbouwing en bepaalt of deze toereikend is.
1.
Woningen
Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. De parkeervraag van een appartement is immers anders dan die van een vrijstaande woning.
Onderstaande parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. De parkeerplaatsen voor zover deze voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel
bezoekers in onderstaande tabel) moeten altijd toegankelijk en beschikbaar zijn voor bezoekers. Het is dus niet noodzakelijk dat de parkeercapaciteit voor bezoekers altijd op gemeentelijk terrein moet worden gerealiseerd. Dit kan ook op eigen terrein, al dan niet voorzien van een slagboom. De parkeercapaciteit
voor bezoekers kan echter niet in bijvoorbeeld een afgesloten parkeerkelder worden gerealiseerd die van buitenaf niet vrij toegankelijk voor bezoekers is.
In vrijwel de hele gemeente passen we een bezoekersnorm van 0,20 per woning toe. In de zone
binnenstad (zie artikel 1) geldt echter een bezoekersnorm van 0,00 per woning. Bezoeker kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterreinen en -garages) in en rondom de binnenstad.
27/51
Binnenstad
Centrum
Schil 1e
Schil 2e
ring
ring
Rest BBK
Buiten-
Bezoek
gebied
Koop, vrijstaand
0,70
1,20
1,30
1,50
1,60
2,00
0,20
Koop, 2-onder-een-kap
0,70
1,20
1,20
1,40
1,50
1,70
0,20
Koop, rij
0,70
1,20
1,20
1,30
1,30
1,50
0,20
Koop, appartement duur
0,70
1,20
1,20
1,30
1,40
1,60
0,20
0,80
01,00
1,00
1,20
1,20
0,70
0,70
0,80
1,00
1,00
1,10
0,20
0,70
0,90
1,10
1,30
1,30
1,50
0,20
0,70
0,7.
0,80
1,00
1,00
1,10
0,20
betaalbaar (= middelduur
0,50
0,50
0,60
0,80
0,80
1,00
0,20
Huur appartement, duur
0,70
0,80
1,00
1,20
1,20
1,50
0,20
Kamerverhuur (per kamer)
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,05
Studentenwoning (huur)
0,20
0,20
0,20
0,20
0,20
0,20
0,05
0,50
0,50
0,50
0,50
0,60
0,60
0,2
0,70
0,70
0,70
0,70
0,70
n.v.t.
Koop, appartement betaalbaar
Koop, appartement goedkoop
Huur, eengezinswoning, (vrije sector
Huur, eengezinswoning, sociale huur
Huur, appartement, en sociale huur)
Kleine eenkamerwoning (huur)
Zorgwonen (per wooneenheid)
0,70
0,20
0,20 (incl
personeel)
Tabel 4 Autoparkeernormen woningen (parkeernorm geldt per zelfstandige woning of waar vermeld per kamer)
Toelichting: •
De huurgrenzen voor sociale huur worden jaarlijks geactualiseerd op basis van landelijke huurregelgeving. De laatst geldende huurregelgeving is van toepassing op deze beleidsregels.
•
De overige prijscategorieën zoals die in Nijmegen gelden staan in de Nijmeegse Woonagenda 2024 - 2029, vastgesteld op 3 juli 2024 of een actualisatie.
28/51
•
Onder betaalbare woningen verstaan we sociale huur, middeldure huur, goedkope en betaalbare (=middeldure) koop.
•
In gebieden waar de Verordening doelgroepen woningbouw Nijmegen (link) van toepassing is, is
het niet mogelijk om een sociale koopwoning met een minimumprijs van 200.000 euro v.o.n. en een maximumprijs van 355.000 euro v.o.n. of een middeldure huurwoning als bedoeld in de Verordening te realiseren met een minimummetrages onder de 50m2. •
Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw (zoals een flat) of een woning met één woonlaag die is ontstaan na een woningsplitsing.
•
Beschut wonen is een woonvorm die valt onder de bestemming Wonen, maar waarbij specifiek is aangegeven dat de bewoners met ondersteuning wonen en er een gemeenschappelijke ruimte
aanwezig is. Er is geen 24 uurs zorg of begeleiding aanwezig. Deze woonvorm wordt ook wel beschut wonen genoemd. Hiervoor gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de tabel. •
Geclusterd wonen: ruimtelijk geclusterde wooneenheden (minimaal vijf) waar (overwegend) ouderen zelfstandig wonen mét een fysieke, gezamenlijke ruimte voor ontmoeting. Voor de wooneenheden gelden
de
richtlijnen
voor
levensloopgeschikt,
zoals
beschreven
in
bijlage
2
van
huisvestingsverordening). Hiervoor gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de tabel. •
de
Onder categorie ‘zorgwonen’ vallen zorggeschikte woningen: (geclusterde) woningen, waar intensieve zorgverlening mogelijk is. De woningen zijn toegankelijk en hebben voorzieningen waardoor verpleegzorg geboden kan worden. Hiervoor gelden de richtlijnen voor rolstoelgeschikte woonruimte als omschreven in bijlage 2 van de huisvestingsverordening.
•
Bij beschermd wonen is 24-uur in de woning of het woongebouw zorg/begeleiding aanwezig. De
bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto. De parkeernorm hiervoor staat beschreven in de categorie “6. Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen”. •
Voor de functie kamerverhuur geldt in heel Nijmegen een parkeernorm van 0,5 parkeerplaats per kamer. Deze parkeernorm geldt alleen voor (delen van) complexen bestaande uit niet-zelfstandige eenheden. Kamerverhuur is in de definitie van wonen namelijk altijd onzelfstandig.
•
Een studentenwoning is een woonruimte (maximaal 50 vierkante meter GO) voor studenten in een gebouw of deel van een gebouw, al dan niet met een eigen (door de het college toegekend) huisnummer, eigen toilet en douche en keuken (zie ook de vigerende Huisvestingsverordening). Bovenstaande
parkeernorm
geldt
voor
(delen
van)
complexen
bestaande
uit
kleinere
eenkamerwoningen die alleen aan studenten worden verhuurd. De verhuurder van de betreffende studentenwoningen moet als zodanig ingericht zijn op de verhuur aan studenten en het daarop
toezien. De bewijslast / onderbouwing hiervan ligt altijd bij de initiatiefnemer. Dit moet door de
ontwikkelaar -samen met de overige stukken- worden ingediend bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. •
Kleine eenkamerwoning: een zelfstandige sociale huurwoning (dus geen vrije sector of koop met
een eigen adres en een vloeroppervlak van maximaal 50 vierkante meter GO. Een eenkamerwoning heeft altijd eigen voorzieningen zoals een keuken en badkamer. De woonkamer, keuken en slaapkamer zijn hierbij gecombineerd in één open ruimte. •
In het geval van een hospita/hospes situatie, waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het grondoppervlak van de woning wordt gerekend).
•
Het realiseren van één parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan indien dit ten koste
gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het verharden van voortuinen t.b.v. van parkeren. Er wordt hiervoor geen inritvergunning verleend. Voor meerdere
29/51
parkeerplaatsen op eigen terrein kan wel een openbare parkeerplaats worden opgeheven. In dat
geval dient dit positief bij te dragen aan de parkeerbalans. Hierbij wordt een openbare parkeerplaats als 1 gerekend en een particuliere parkeerplaats als 0,6. Dit verschil ontstaat doordat een openbare
parkeerplaats inwisselbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. Deze regeling geldt echter niet in gebieden waar parkeerregulering is ingevoerd.
2.
Werken Binnen
Centru
Schil 1e
Schil 2e
Rest
Buiten-
0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
2,3
1,3
1,3
1,6
1,7
2,0
3,3
/
1,1
1,1
1,5
1,6
1,9
2,1
/
0,4
0,4
0,5
0,6
0,7
0,8
0,8
0,8
1,1
1,2
1,3
1,7
-stad Kantoor
baliefunctie
zonder
Commerciële
dienstverlening Bedrijf
arbeidsintensief
bezoekersextensief Bedrijf
arbeidsextensief
bezoekersextensief
Bedrijfsverzamelgebo uw
Opslagbedrijf
Tabel 5
n.v.t.
m
0,07
ring
0,07
ring
0,07
BBK
0,07
gebied
0,07
Eenheid
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
100m2 BVO
unit
Bezoe k
5%
20%
5%
5%
5% 95%
(min 2 pp)
Autoparkeernormen Werken
Toelichting: •
Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.
•
Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie
•
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).
•
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).
•
Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te huisvesten.
30/51
Aan-huisgebonden beroepen In de omgevingsplannen zijn regels opgenomen voor de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep in samenhang met wonen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis.
Voor wat betreft parkeren geldt dat op eigen erf / terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat wanneer: •
parkeren op eigen erf verkeerskundig niet mogelijk is, c.q.
•
stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is, of
•
om een andere reden niet mogelijk is,
het
niet
zodanig
verkeersaantrekkende
activiteiten
mag
betreffen
dat
daardoor
extra
verkeersmaatregelen -waaronder parkeervoorzieningen- noodzakelijk worden in het openbaar gebied.
De aanvrager van omgevingsvergunning moet aantonen dus dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie ook bijlage 1).
3.
Winkelen en boodschappen Binnen-
Centrum Schil 1e Schil 2e
Centrumfuncties
3,1
Mandjessupermarkt
stad
Rest BBK
Buiten-
bezoek
ring
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
100 m2 99%
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
n.v.t.
100 m2 89%
Buurtsupermarkt
0,9
0,9
1,7
2,2
2,4
n.v.t.
100 m2 89%
Full-service
2,1
2,1
3,0
3,7
3,9
n.v.t.
100 m2 93%
supermarkt 4,9
4,9
5,8
6,3
6,7
n.v.t.
100 m2 84%
supermarkt Grote (XL)
gebied
Eenheid
ring
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
Groothandel
n.v.t.
n.v.t.
4,9
4,9
4,9
n.v.t.
100 m2 80%
Groothandel
n.v.t.
n.v.t.
5,4
5,4
5,4
n.v.t.
100 m2 80%
Buurtcentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,1
2,6
2,7
n.v.t.
100 m2 72%
Wijkcentrum
n.v.t.
3,1
3,3
3,8
4,1
n.v.t.
100 m2 79%
specialist
algemeen
(gemiddeld)
BVO
BVO
BVO
BVO
31/51
Stadsdeelcentrum
n.v.t.
3,7
4,2
4,7
5,3
n.v.t.
kleinschalige
1,3
1,3
1,6
1,7
2,0
3,3
Weekmarkt
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
100 m2 85%
Kringloopwinkel
n.v.t.
n.v.t.
0,9
1,0
1,4
2,0
100 m2 89%
Solitaire
detailhandel
100 m2 85% BVO
100m2 BVO
80%
BVO
BVO
Bruin-
en 2,9
2,9
4,8
5,2
6,6
8,5
100 m2 92%
Woonwarenhuis
/ 0,9
0,9
1,3
1,4
1,4
1,7
100 m2 91%
witgoedzaak
woonwinkel
BVO
BVO
Woonwarenhuis
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4,0
4,4
100 m2 95%
Meubelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
1,6
1,7
2,0
n.v.t.
100 m2 93%
Winkelboulevard
n.v.t.
n.v.t.
3,2
3,3
3,7
n.v.t.
100 m2 94%
Outletcentrum
n.v.t.
n.v.t.
7,8
8,3
8,6
9,4
100 m2 94%
Bouwmarkt
n.v.t.
n.v.t.
1,5
1,6
2,0
2,2
100 m2 87%
Tuincentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2 89%
Groencentrum
n.v.t.
n.v.t.
2,0
2,1
2,3
2,6
100 m2 89%
Showroom
n.v.t.
0,7
0,9
0,9
1,3
1,3
100 m2 35%
(zeer groot)
Tabel 6
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
BVO
Autoparkeernormen Winkelen en Boodschappen
Toelichting: •
Centrumfuncties: De autoparkeereis voor niet-woonfuncties in de binnenstad (zie artikel 1) wordt berekend door middel van een algemene parkeernormen van 3,1 parkeerplaats per 100 m2 BVO.
Dit is van toepassing bij horeca, detailhandel / funshoppen en commerciële functies zoals makelaars, kappers, stomerijen etc. Deze norm geldt nadrukkelijk niet voor kantoren,
32/51
productiebedrijven (industrie, laboratorium, werkplaats), opslag of transportbedrijven. De Centrumfunctie is gebaseerd op CROW-categorie “Binnenstad of hoofdwinkelcentrum >175000 inwoners’. •
Er worden vier typen supermarkten onderscheiden: -
Mandjessupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft
waarbij het gebruik van winkelwagens is uitgesloten in de omgevingsvergunning. De winkel leent zich daarom niet voor het grootschalig inslaan van boodschappen. -
Buurtsupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft.
-
Fullservice supermarkt - dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees,
-
Grote supermarkt (XL) – hebben een (zeer) uitgebreid assortiment met een oppervlakte groter
kaas en brood. De oppervlakte is tussen de 600 en 2.500 m2 WVO.
dan 2.500 m2 WVO. Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. •
Groothandel specialist: een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
•
Groothandel algemeen: een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
•
Stadsdeel-,
wijk-
en
buurtcentrum:
ondersteunende
winkelgebieden
(voornamelijk
voor
doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied en waarbij collectieve parkeergarages worden gerealiseerd (dus niet iedere winkel zijn eigen parkeergarage). -
Een stadsdeelcentrum is altijd een aanvulling op een binnenstad of een hoofdwinkelcentrum (50+ winkels). Bovendien is hier het merendeel van het centrum planmatig ontwikkeld. Bijvoorbeeld Nijmegen Dukenburg.
-
Een wijkcentrum heeft een specifiek ondersteunende functie. Hieronder vallen onder andere winkelconcentraties met 5-10 winkels en 2 of meer supermarkten of winkelgebieden met 10+ winkels in de detailhandel. Bijvoorbeeld Hof van Holland.
-
Een buurtcentrum is een winkelconcentratie met minimaal 5 winkels en maximaal 9 winkels in de detailhandel. Daarnaast is er een of geen supermarkt in dit type winkelgebied aanwezig.
•
Solitaire kleinschalige detailhandel: detailhandel (exclusief supermarkt) gevestigd op een solitaire locatie, dus niet in een stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum. Een ontwikkeling is kleinschalig op het moment dat de parkeerbehoefte kleiner of gelijk is aan drie parkeerplaatsen.
•
Weekmarkt: bij een weekmarkt kunnen globale parkeerkencijfers worden gehanteerd - er moet een forse marge in acht worden genomen.
•
Bruin- en witgoedzaken: het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen (elektronica,
huishoudelijke apparaten) die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen. •
Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben
voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij o.a. om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. •
Woonwarenhuis (zeer groot): dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment
hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij 33/51
bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook
gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
Winkelboulevard: een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grote
•
detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).
Outletcentrum: een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen (o.a. kleding, accessoires,
•
speelgoed, interieur) op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 WVO). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. Tuincentrum
•
(inclusief
buitenruimte):
het
betreft
de
middelgrote
en
grootschalige
detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 WVO). Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht,
zoals
dierartikelen,
seizoenartikelen
(zoals
kerstversiering),
accessoires
decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
en
Groencentrum (inclusief buitenruimte): het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 WVO). Er worden
•
in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties).
Er worden geen seizoenartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
4.
Sport, cultuur en ontspanning Binnen -stad
Centru Schil 1e Schil 2e m
ring
ring
Rest Buiten- Eenhei BBK
gebied d
Bibliotheek
0,2
0,2
0,5
0,6
0,8
1,1
Museum
0,3
0,3
0,5
0,6
0,9
n.v.t.
Bioscoop
2,2
2,2
6,9
7,4
10
12,7
Filmtheater/filmhuis
1,6
1,6
4,2
4,7
6,7
8,9
Theater/schouwburg
5,8
5,8
6,4
7,2
8,3
10,5
Musicaltheater
2,4
2,4
2,9
3,2
3,4
4,6
Casino
5,2
5,2
5,6
5,9
6,0
7,5
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
bezoek
97%
95%
94%
97%
87%
86%
86%
34/51
Binnen -stad
Centru Schil 1e Schil 2e m
ring
ring
Rest Buiten- Eenhei BBK
gebied d
Per
Bowlingcentrum
1,1
1,1
1,7
2,0
2,3
2,3
Biljart-/snookercentrum
0,6
0,6
0,8
0,9
1,1
1,5
1
1
3,3
3,6
4,9
6,9
0,9
0,9
2,9
3,2
4,2
6
Fitnesscentrum
1,2
1,2
3,9
4,2
5,7
6,9
Welnesscentrum
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
8,8
9,8
Sauna, hammam
2
2
4,1
4,4
6,1
6,8
1,2
1,2
1,8
1,9
2,4
3,2
Sportzaal
0,8
0,8
1,6
1,7
2,4
3,3
Tennishal
0,2
0,2
0,3
0,4
0,4
0,4
Tennisbaan / padelbaan
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5 baan
Squashhal
1,5
1,5
2,3
2,4
2,6
3,1
Zwembad overdekt
n.v.t.
9,7
9,7
10,2
10,5
12,3
Zwembad openlucht
n.v.t.
9,1
9,1
9,6
11,9
14,8
Sportveld
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0
13,0 netto
Dansstudio Fitnesstudio/sportschoo l
Sporthal (zie toelichting voor
grotere
bezoekers).
aantallen
89%
baan Per
87%
tafel 100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
93%
87%
90%
99%
99%
96%
94%
87% 95%
100 m2 BVO
100 m2 bassin
100 m2 bassin Per
bezoek
ha
terrein
84%
97%
99%
95%
35/51
Binnen -stad
Centru Schil 1e Schil 2e m
ring
ring
Rest Buiten- Eenhei BBK
gebied d
Stadion
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
0,04
Kunstijsbaan (<400m)
0,9
0,9
1,1
1,2
1,4
1,8
Kunstijsbaan (400m)
n.v.t.
n.v.t.
1,8
1,9
2,1
2,5
Ski- en snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Jachthaven
Zitplaat s
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
Ligplaa ts
per
Golfcentrum (P&P)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
49
54 centru
Golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
85
108
0,4
0,4
1,2
1,6
1,9
2,6
1
1
1,8
2,3
2,8
3,6
2,2
2,2
3,1
3,6
4
4,9
0,4
0,4
1,2
1,6
1,9
2,6
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4
4
4
4,0
4
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (klein/gem)
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (groot)
Indoorspeeltuin/kinders peelhal (zeer groot) Kinderboerderij Manege
Dierenpark
Attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4
Volkstuin
n.v.t.
n.v.t.
1,1
1,2
1,2
m
per 18 holes
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
bezoek
99%
98%
98%
98%
-
93%
98%
97%
98%
98%
97%
0,3 per box 90% per ha
4 netto
terrein per ha
4 netto
terrein
1,3
per 10 tuinen
99%
99%
100%
36/51
Binnen -stad
Centru Schil 1e Schil 2e m
ring
ring
n.v.t.
n.v.t.
5
2
2
2
Kartbaan
Rest Buiten- Eenhei BBK
gebied d
6,3
8
11
2
2,0
2
2
2
2
2,0
2
2
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2,1
n.v.t.
Klimhal
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2.1
n.v.t.
Bordeel
1
1
1
1,0
1
1 Kamer
0,5
0,5
1
1,0
1
1
Plantentuin tuin)
(botanische
Sociaal cultureel centrum Wijk-
of
gebouw
verenigings-
Overige sexinstelling
Tabel 7
per
tuin 100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
100 m2 BVO
bezoek
99%
90%
95%
90%
90% 90% 90%
Autoparkeernormen Sport, cultuur en ontspanning
Toelichting: •
Filmtheater/filmhuis: een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.
•
Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers.
•
Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.
•
Fitnessstudio/sportschool: hier trainen bezoekers zelfstandig en maken voor het overgrote deel alleen gebruik van fitnessapparaten.
•
Fitnesscentrum: hier gaat het om een multifunctioneel centrum met een breed pakket aan activiteiten: zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics. Eventueel in beperkte mate aangevuld met
wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. •
Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel
trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.
37/51
Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties
•
van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden.
Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.
Kunstijsbaan: er wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter
•
kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld),
zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats).
Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd): al dan niet in combinatie met een golfbaan kan
•
er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green).
Golfbaan (18 holes): indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70
•
hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer. Indoorspeeltuin/kinderspeelhal:
•
indoorspeeltuinen
zijn
zelfstandig
functionerende
speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken
en
glijbanen.
De
gemiddelde
voorziening
heeft
overwegend
een
lokaal
verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die aanmerkelijk groter zijn.
Sportzaal: een ruimte die geschikt is om op trainingsniveau om diverse zaalsporten in te beoefenen,
•
zoals zaalvoetbal, tafeltennis, basketbal, volleybal en dergelijke.
Sporthal: een ruimte met kantine en tribune, die geschikt is om op wedstrijdniveau diverse
•
zaalsporten / balsporten in te beoefenen. Bij grotere aantallen bezoekers is de parkeernorm te laag en is maatwerk vereist. Hierbij wordt uitgegaan van 0,15 parkeerplaats per tribune- / zitplaats. Sportveld: de parkeernorm is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten.
•
5.
Horeca en (verblijfs-)recreatie Binnen-
Centru
Schil 1e
Schil 2e
Camping
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
n.v.t.
1,1
Bungalowpark
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
1,5
2
Hotel (1*, 2*, 3*)
0,16
0,16
0,28
0,30
0,42
0,63
stad
m
ring
ring
Rest
Buiteng ebied
Eenheid Standpl
aats
Bungalo
w
per
kamer
bezoek
90%
91%
77%
38/51
Hotel (4*, 5*)
0,42
0,42
0,68
0,72
0,93
1,18
4
4
4
4,5
5
n.v.t.
Restaurant
8
8
8
8,5
12
n.v.t.
Fastfoodrestaurant
5
5
5
5,0
15
15
Pension, BB, hostel
0,15
0,15
0,25
0,3
0,4
0,4
Discotheek
4,1
4,1
10,3
11,3
16,4
18,8
3
3
4
4,8
5
n.v.t.
Café
/
cafetaria
bar
/
Evenementen-, beurs-,
congresgebouw
Tabel 8
per
kamer
100 m2
BVO
100 m2
BVO
100 m2
BVO per
kamer
100 m2
BVO
100 m2
BVO
65%
90%
80%
90%
95%
99%
99%
Autoparkeernormen Horeca en (verblijfs-)recreatie
Toelichting: •
Er is sinds 2013 een beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het
stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen
alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte
horeca en vice versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven (artikel 3 “Bijzondere gevallen”). •
Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het pand.
•
Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een
aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen” uitkomt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2
bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek. •
Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse
hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In Nijmegen zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie.
39/51
Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden dus
•
niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm.
In de binnenstad (zie artikel 1) hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers. Zij
•
kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat
zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn.
6.
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor
mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners. Binnen-
Centru
Schil 1e
Schil 2e
1,8
1,8
2,2
2,3
2,7
3
2
2
2,5
2,6
2,9
n.v.t.
1
1
1,2
1,3
1,5
1,7
1
1
1,3
1,4
1,6
1,9
1,2
1,2
1,5
1,6
1,8
2,1
1,3
1,3
1,7
1,8
2,1
2,4
Gezondheidscentrum
1,3
1,3
1,6
1,7
1,9
2,2
Ziekenhuis
1,3
1,3
1,5
1,6
1,6
1,9
stad
Huisartsenpraktijk centrum)
(-
Apotheek Fysiotherapiepraktijk (centrum)
Consultatiebureau Consultatiebureau ouderen
Tandartsenpraktijk centrum)
(-
Beschermd wonen (24uurs zorg)
Hospice
0,5
m
0,5
ring
0,5
ring
0,5
Rest
0,5
Buiteng ebied
n.v.t.
Eenheid Behand
elkamer Apothe ek
Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer Behand
elkamer 100 m2
BVO
woonee
bezoek
57%
45%
57%
50%
38%
47%
55%
29% 100% (incl.
nheid personee
l)
0,6
0,6
1
1,2
1,4
1,4
Woonee nheid
90%
40/51
Psycholoog
1,25
1,25
1,45
1,45
1,5
1,5
behand
elkamer
57%
Gelijkti Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
25,1
25,1
ge
Plechtig
99%
heid
Gelijkti Begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,0
26,6
26,6
ge
Plechtig
97%
heid
Gevangenis
1,4
1,4
1,9
2,0
3
3,4
Religiegebouw
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Tabel 9
10
cellen
37%
Gebeds
-
-plaats
Autoparkeernormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Toelichting: Verpleeghuis / beschermd wonen (24-uurs zorg): beschermd wonen valt in omgevingsplannen
•
onder de bestemming “maatschappelijke doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto.
Gezondheidscentrum: een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak
•
gevestigd
zijn.
consultatiebureau.
Vaak
zijn
dit
huisartsen,
fysiotherapeuten,
verloskundigen
en/of
een
Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke hulp en
•
zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale relatie
met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen
woonruimte te hebben. Er worden hiervoor soms aparte ruimtes gebouw, die gebruikt worden voor het verlenen van mantelzorg. Hiervoor geldt geen parkeereis.
7.
Onderwijsvoorzieningen Binnen-
Centru
Schil 1e
Schil 2e
Rest
Buiten-
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
0,8
0,8
1
1,1
1,1
1,4
stad
Kinderdagverblijf (crèche)
peuterspeelzaal
m
ring
ring
BBK
gebied
Eenheid 100 m2
BVO
100 m2
BVO
bezoek
-
-
41/51
basisonderwijs
Middelbare
0,5
school
(vmbo, havo; vwo)
ROC, MBO
0,5
0,5
0,5
per
0,5
0,5 loslokaa
2,3
2,3
3
3,2
3,3
3,9
3,2
3,2
3,8
4,0
4,2
4,9
Hogeschool
6,3
6,3
6,9
7,2
7,5
8,9
Universiteit
9,7
9,7
11,5
12,1
12,7
14,8
3
3
4
4,5
5
9,5
avondonderwijs
vrijetijdsonderwijs
Tabel 10
of
-
l
per 100
leerling en
per 100
leerling en
per 100
student en
per 100
student en
per 10
student en
11%
7%
72%
48%
95%
Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen (exclusief halen en brengen)
Toelichting: In bovenstaande parkeernormen voor kinderdagverblijf en basisonderwijs is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het
aantal leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel.
% halen en
brengen met de auto
Groep 1 t/m 3
Groep 4 t/m 8
Kinderdagverblijf / BSO Gastouder opvang
30% (30-60%) 5% (5-40%) 50% (50-80%) 50%
Reductiefactor
Reductiefactor
Aantal pp per
parkeerduur
aantal kinderen
0,5
0,75
0,113
0,25
0,85
0,011
0,25
0,75
0,094
0,25
0,75
0,094
per auto
kind
42/51
Tabel 11
Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen - halen en brengen van kinderen
Voor parkeren bij gastouderopvang hoeft alleen rekening te worden gehouden met een extra parkeerbehoefte voor halen en brengen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte bij gastouderopvang dient deze binnen 100 meter van de locatie aanwezig te zijn.
Artikel 7. Onderbouwing fietsparkeernormen BELEIDSREGEL 7: Bij het bepalen van de fietsparkeereis wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals beschreven in artikel 1.
Met het stellen van fietsparkeernormen wil de gemeente Nijmegen het fietsgebruik faciliteren en stimuleren. Het voorzien in kwalitatief hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen draagt hieraan bij. De
reden om de fiets te nemen in plaats van de auto is namelijk mede afhankelijk van de kwaliteit, bruikbaarheid en functionaliteit van de fietsparkeervoorzieningen bij de plaats van bestemming.
Daarnaast wil de gemeente Nijmegen voorkomen dat de kwaliteit van de openbare ruimte afneemt door het niet kunnen stallen van de fiets. Daarom eisen we dat de fietsenstallingsvoorziening, net als bij
autoparkeren, altijd op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt zowel voor woningbouw en
studentenhuisvesting (zie artikel 8) en voor niet-woonfuncties (zie artikel 9). Uitgezonderd bestaande situaties, waarbij geen uitbreiding of functieverandering wordt toegepast. Middels
het
facetbestemmingsplan
parkeren
en
de
opgenomen
parkeerregels
in
nieuwe
omgevingsplannen worden deze regels van toepassing verklaard op het hele grondgebied van Nijmegen. Omwille van de eenduidigheid is bij het opstellen van de fietsparkeernormen zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de systematiek rond de parkeernormen voor de auto. Voor het bepalen van de hoogte van
de fietsparkeernormen zijn de Fietsparkeerkencijfers van het CROW (Leidraad Fietsparkeren 2023, 2411-2023) als basis gebruikt, waarbij is uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte fietsgebruik.
Voor de binnenstad (zie beleidsregel 1) passen we geen fietsparkeernormen toe. Behalve wanneer het gaat
om
scholen,
ziekenhuizen,
supermarkten,
kantoren
en
functies
met
een
grote
bezoekersaantrekkende werking (in tabellen aangegeven met ‘grote aantallen’). Hiervoor zijn drie redenen: •
Allereerst kent de binnenstad al hoogwaardige fietsenstallingen. En wordt op basis van de nota
‘Meer ruimte voor voetganger, fietser en consument in de binnenstad’ gewerkt aan het verbeteren van de fietsbereikbaarheid. •
Hiernaast willen we graag de fietsenstallingen concentreren.
•
De binnenstad heeft tenslotte maar beperkte ruimte voor het toevoegen van fietsenstallingen in de openbare ruimte. Conform het binnenstadsbeleid ‘Binnenstad van de toekomst’ willen we ruimte bieden aan de transformatie van de binnenstad.
Het college van B&W heeft de discretionaire bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de regels omtrent fietsparkeernormering.
Artikel 8. Gemeenschappelijke inpandige fietsenberging bij een woongebouw BELEIDSREGEL 8: Bij appartementencomplexen (inclusief studentenwoningen en appartementen kleine dan 50 m2) wordt een gemeenschappelijke fietsenberging in combinatie met een inpandige berging als
43/51
gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving beschouwd, als wordt voldaan aan de eisen beschreven in artikel 9.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (artikel 4.171) verplicht bij nieuwbouwwoningen een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen.
In dit artikel wordt toegelicht hoe een gemeenschappelijke inpandige fietsenstalling -al dan niet in combinatie met een inpandige berging- zodanig kan worden ingericht dat dit door de gemeente
Nijmegen als gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wordt beschouwd. Een aantal aspecten is hierbij van belang: het aantal fietsplekken per woning, de eisen aan de inpandige berging in de woning, de bereikbaarheid en het beheer van de
gemeenschappelijke fietsenberging. In de gemeentelijke Huisvestingsverordening en de Beleidsregels
Kamerverhuur zijn aanvullend eisen opgenomen ten aanzien van het beschikken over een inpandige
fietsparkeervoorziening als voorwaarde van het omzetten van woonruimte in niet-zelfstandige woonruimte of bewoning door drie of meer personen.
De fietsparkeernorm bij een gemeenschappelijke berging (= het verplicht aantal fietsplekken) Het aantal fietsplekken per woning moet voldoen aan het onderstaande schema. Het schema heeft alleen betrekking op de eigen plekken niet op de bezoekersplekken. Het is toegestaan om dubbellaags fietsenrekken toe te passen (=2 lagen, etagestalling met uitschuifgoot).
Er dienen echter wel altijd twee plekken per woning in een laag (= maaiveld) rek beschikbaar te zijn. De
enige uitzondering hierop betreft studentenwoningen en woningen kleiner dan <50m2 (waaronder de
kleine eenkamerwoningen); hier is een 1-op-1 verhouding tussen plekken in een laag en plekken in een hoog rek toegestaan.
Gebruiksoppervlakte woning (m2)
Aantal plekken
benodigde interne
< 50 m2
2
n.v.t.
>50 - 75 m2
3
2,7 m²
>75-100 m2
4
2,7 m²
>100 m2
5
2,7 m²
>125 m2
6
2,7 m²
Studentenwoning (per wooneenheid)
2
n.v.t.
Zorgwonen / beschut wonen (per wooneenheid)
0,5
n.v.t.
Tabel 12
in fietsenrek
berging
Aantal fietsplekken per woning bij toepassing gemeenschappelijke berging
Aangezien de toelichting van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt dat een fietsenberging ook
bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er bij woningen groter dan 50m2 een berging van 2,7 m² in de woning te worden gerealiseerd.
44/51
Deze tabel betreft alleen fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. Voor bezoek dient daarnaast rekening te worden 0,5 fietsparkeervoorzieningen per woning). Dit kan in een inpandige berging of op maaiveld worden gerealiseerd.
Voorbeeld enkel laags (maaiveld) en hoog-laag stallen (2 lagen)
Makkelijke bereikbaarheid inpandige fietsenberging Fietsenbergingen worden bij nieuwbouw doorgaans inpandig gerealiseerd, waarbij men lange gangen en meerdere deuren door moet om deze te bereiken. De slechte bereikbaarheid van deze bergingen is vaak
reden voor bewoners om hun fietsen buiten (op straat) te parkeren. De bereikbaarheid van de inpandige stalling is daarom een voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging. De
inrichting van de fietsenstalling moet bovendien overzichtelijke en sociaal- en verkeersveilig zijn. Dit moet door de initiatiefnemer worden aangetoond.
De bereikbaarheid is een samenspel van een aantal factoren. Bij een bouwplan waarbij men aanspraak
wil maken op deze gelijkwaardigheid dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning daarom een
onderbouwing te worden gevoegd ten aanzien van de bereikbaarheid. Onderstaande aspecten dienen hierbij in ieder geval aan de orde te komen: •
de ingang van de fietsenstalling ligt op een logische plek, die niet uitnodigt om de fiets toch op maaiveld neer te zetten,
• • •
de berging is bereikbaar via 1 deur,
er zitten elektronische sloten op de deuren naar de fietsenberging,
de berging is idealiter gelegen op maaiveld niveau als er toch hoogteverschil is, dan wordt dit
sowieso overbrugd door een hellingbaan. Een trap met goot volstaat niet. Op basis van het Besluit
bouwwerken leefomgeving (en voorheen het Bouwbesluit) is omwille van de bruikbaarheid een
maximaal stijgingspercentage van 1:20 vereist, waarbij de stijgende delen niet meer dan 1m tegelijk mogen overbruggen. Er moet worden voldaan aan artikel 4.30 en 4.31 van het BBL. •
de gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter
•
alle woningen moeten vanuit de fietsenstalling gemakkelijk en op een logische manier te bereiken zijn, met een loopafstand van maximaal 30 meter tot aan een toegang tot het wooncomplex.