CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregels parkeren 2025

Besluitronde (raadsvergadering) 10 september 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D9 d.d. 27 mei 2025 over Vaststellen Beleidsregels Parkeren 202519.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ruimtelijke ontwikkeling niet in aanmerkingen komen voor een parkeervergunning voor parkeren

op straat en/of een abonnement voor een van de openbare parkeergarages (zie beleidsregel 5). Dit betekent dat gebruik van parkeergelegenheid in de openbare ruimte voor deze groepen niet mogelijk is. In gereguleerd gebied kan alleeen het bezoekersparkeren op straat worden gefaciliteerd als de parkeerdruk dit toestaat.

Een initiatiefnemer dient een onderzoek door een verkeerskundig adviesbureau met ervaring op het gebied van parkeertellingen, uit te laten voeren als: 1.

de parkeerbehoefte van de nieuwe functie op één of meerdere momenten hoger is dan die van

2.

het verschil aan parkeerplaatsen niet op eigen terrein kan worden aangelegd (stap b), en

3.

de bestaande functie (stap a), en

er geen alternatieve parkeermogelijkheden voorhanden zijn (stap c).

Het onderzoeksgebied, het aantal tellingen en de momenten waarop wordt geteld, moeten vooraf in overleg met de gemeente worden vastgesteld. Het parkeeronderzoek dient om aan te tonen dat binnen een redelijke loopafstand (zie Tabel 2) de parkeerdruk in de openbare ruimte op de maatgevende momenten, met toevoeging van de ontwikkeling, onder de 85% blijft.

19/49

•

Als de parkeerdruk onder de 85% blijft, dan is het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen gelijk aan de autoparkeereis exclusief bezoek van de betreffende ontwikkeling (bijvoorbeeld 60

woningen x 0,5pp/woning = maximaal 30 uit te geven parkeervergunningen). De ontwikkelaar moet aangeven welke huisnummers in aanmerking komen voor een parkeervergunning en welke niet. Dit

geldt zowel voor de situatie waarbij bij oplevering betaald parkeren van kracht is, als bij invoering

van betaald parkeren op een later moment. Immers, wanneer een parkeernorm wordt toegepast van minder dan 1,0 parkeerplaats per woning is er -ongeacht het wel of niet realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein- geen plek voor één auto per woning. •

Als de parkeerdruk boven de 85% uitkomt, dan kan de functieverandering alleen plaatsvinden als de toekomstige bewoners / werknemers van het betreffende complex geen parkeervergunning voor op

straat krijgen. Dit wordt vastgesteld in het Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren. Ze komen tegelijkertijd ook niet in aanmerking voor een parkeerabonnement voor een openbare parkeergarage. De ontwikkelaar dient toekomstige bewoners/werknemers hiervan op de hoogte te

brengen. In niet gereguleerd gebied kan een ontwikkeling niet doorgaan als de parkeerdruk door de ontwikkeling boven de 85% uitkomt.

Stap e: afwijking parkeereis Het College van B&W kan in bijzondere gevallen op individuele gronden en het in het geval van een

bijzonder gemeentelijk belang, besluiten om af te wijken van de parkeereisverplichting en/of de bijdrage in het bereikbaarheidsfonds (zie artikel 5).

Het is hiermee mogelijk dat een planontwikkeling wordt gerealiseerd, zonder dat aan de parkeernorm wordt voldaan.

In gebieden waar parkeerregulering geldt, kunnen bewoners van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dan geen parkeervergunning aanvragen. Ze komen tegelijkertijd ook niet in aanmerking voor een parkeerabonnement voor een openbare parkeergarage. In uitzonderingsgevallen kan ook geen bezoekersvergunning worden aangevraagd.

Artikel 3. Bijzondere gevallen Er kunnen redenen zijn om toch af te zien van de plicht tot het realiseren van parkeervoorzieningen. Het gaat hierbij dus om ontwikkelingen met een bijzonder gemeentelijk belang. Het College heeft dan de mogelijkheid om af te wijken. Het gaat hierbij om de volgende situaties:

Bijzonder geval I. Problemen op eigen terrein De parkeernormen moeten niet leiden tot “problemen” op eigen terrein. Er is een trend waarbij het aantal woningen, binnen het bouwvolume dat het omgevingsplan mogelijk maakt, gemaximaliseerd wordt (kleine studio’s of wooneenheden). De eis om het parkeren op eigen terrein op te lossen, leidt er dan vaak toe dat de volledige beschikbare grond rondom het gebouw ingezet wordt voor parkeren. Deze intensivering leidt tot ruimtelijk ongewenste situaties en aantasting van de woonkwaliteit, bijvoorbeeld verstoring van rust in achtertuinen en opoffering van groen voor verharding.

20/49

Bijzonder geval II. Wonen boven winkels Wonen boven winkels, kantoren, horeca, detailhandel en commerciële functies: dit geldt alleen voor de

binnenstad (zie artikel 1). Als er geen verandering in het aantal m2 bruto vloeroppervlak (m2 bvo) is,

dan gelden er geen aanvullende voorwaarden. Als er wel een uitbreiding van het aantal m2 bvo’s is, dan geldt de verplichting om -overeenkomstig hetgeen opgenomen in artikel 11- een gezamenlijke fietsenstalling te realiseren.

Bijzonder geval III. Kleine woningen in de binnenstad (< 50 m2 GO) De parkeernorm in de binnenstad (zie artikel 1) kan worden losgelaten voor kleine woningen (<50 m² GO): in de binnenstad is het mogelijk om in plaats van het realiseren van parkeerplaatsen op ‘eigen

terrein’ fietsstallingsvoorzieningen te realiseren. Dit geldt voor appartementen/woningen onder de 50m² GO. Per niet gerealiseerde parkeerplaats moeten dan minimaal 2 fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd in een gezamenlijke fietsenstalling (overeenkomstig hetgeen opgenomen in artikel 11).

Kan de fietsvoorziening niet op eigen terrein worden gerealiseerd, dan mag er een alternatief binnen maximaal 30 meter loopafstand vanaf de hoofdingang worden gerealiseerd. Dit alternatief moet overeenkomstig hetgeen opgenomen in artikel 11- inpandig, gemakkelijk toegankelijk, bruikbaar en sociaal veilig zijn.

Bewoners van de betreffende <50 m2 woningen hebben geen recht op een parkeervergunning

(overeenkomstig hetgeen opgenomen in beleidsregel 5) en komen niet in aanmerking voor een parkeerabonnement voor een openbare parkeergarages.

Bijzonder geval IV. Tijdelijk Anders Gebruiken (TAG) Bij tijdelijk anders gebruiken wordt er tijdelijk toegestaan dat een andere functie in een pand of op

braakliggende percelen (bv. Van landbouwgrond naar speeltuin) wordt gevestigd. Omdat het hier vaak

gaat om initiatieven die met beperkte middelen bedrijvigheid willen opstarten moet goed gekeken worden naar de te hanteren parkeernorm. Maatwerk is hier belangrijk en goed mogelijk. Als de nieuwe parkeereis meer dan 10 plaatsen afwijkt van de oude parkeereis, dan wordt door de gemeente beoordeeld of het mogelijk is om de beoogde ontwikkeling door te laten gaan. De aanvrager moet hiervoor een onderzoek verrichten naar een oplossing/alternatief. Bij een verschil van minder dan 10 parkeerplaatsen kan worden afgeweken van de regels.

Een bestaand pand kent al een parkeernorm en parkeerbehoefte, dus daar wordt eerst naar gekeken.

Het maatschappelijk en gemeentelijk belang staat bij ‘tijdelijk ander gebruik’ voorop, daardoor kan worden afgeweken van de parkeernormen. Dit kan alleen gedurende de periode dat tijdelijk anders

gebruiken is toegestaan. Wordt de functie uiteindelijk permanent, dan moet een wijziging van het omgevingsplan worden aangevraagd en zal de beoogde ontwikkeling alsnog moeten voldoen aan de reguliere parkeernorm. Hierbij wordt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie afgezet tegen de parkeerbehoefte van de laatst geldende functie (het veelal het TAG).

Op basis van ervaringscijfers kan ook naar de parkeereis gekeken worden. Initiatiefnemers kunnen deze ervaringscijfers aanbieden en dit kan door de gemeente worden meegewogen in de bepaling van de uiteindelijke norm.

Bijzonder geval V. Lichte horeca in de binnenstad Er is sinds 2013 een nieuwe beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het

stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen alcohol

21/49

wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd

was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte horeca en vice

versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven. Zie artikel 1 voor gebiedsafbakening van de binnenstad.

Bijzonder geval VI. Ondersteunende horeca bij detailhandel Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner

in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het desbetreffende pand.

Bijzonder geval VII. Splitsing en verkamering bestaande woningen Het splitsen van een zelfstandige woonruimte in meerdere zelfstandige woningen mag geen onevenredig grote negatieve invloed hebben op het verkeer en de parkeerdruk in de omgeving van de betreffende woning.

Onder een zelfstandige woonruimte wordt verstaan een woonruimte, met een eigen toegang / adres, die door één huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van één of

meer wezenlijke voorzieningen (zoals toiletruimte, badruimte en keuken) buiten die woonruimte, dan

wel een standplaats voor een woonwagen. Is er geen sprake van een zelfstandige woonruimte, dan wordt er gesproken over kamerverhuur.

Binnen Nijmegen gelden de volgende regels ten aanzien van woningsplitsing: •

Voor een woning in het gereguleerd gebied (zie beleidsregels 1) geldt dat er bij woningsplitsing geen parkeervergunningen en/of parkeerabonnementen worden uitgegeven aan de nieuwe

huisnummers. Dit leidt immers tot een ongewenst verhoging van de parkeerdruk in het gebied. Er geldt voor woningsplitsing in gereguleerd gebied daarom geen parkeereis.

Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een project buiten het gereguleerd gebied, waarbij een bestaande zelfstandige woning wordt gesplitst in meerdere zelfstandige woonruimten, geldt dat ook na de woningsplitsing er voldoende parkeerplaatsen dienen te zijn. Extra parkeerplaatsen moeten op

eigen terrein worden gerealiseerd, conform het beleid opgenomen in deze beleidsregels (zie artikel 1 en parkeernormen in artikel 6). Als wordt aangetoond dat de realisatie van parkeergelegenheid op eigen

terrein ruimtelijk, omgevingsplan-, bouw- of verkeerstechnisch of soortgelijks niet mogelijk is, dan is parkeren in de openbare ruimte mogelijk. Dit kan echter alleen als er nog voldoende parkeercapaciteit

beschikbaar is. Als grens van de beschikbare parkeercapaciteit wordt een bezettingspercentage van 85% gehanteerd. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet dus middels een parkeertelling aantonen dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie artikel 2 stap c+d

en bijlage 1). Als niet kan worden aangetoond dat er voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is, dan kan woningsplitsing niet doorgaan. Er wordt middels deze regeling geen ontheffing/afwijking van de

parkeerregels verleend/vergund voor zover de parkeerbehoefte toeneemt als gevolg van een toename van het bruto-vloeroppervlak. Deze systematiek geldt ook voor verkamering van bestaande woningen.

Artikel 4. Niet naburige parkeerplaatsen bij niet-woonfuncties Onder bepaalde voorwaarden is het, voor niet-woonfuncties, mogelijk om akkoord te gaan met het voorzien in de parkeerbehoefte op aangekochte parkeerplaatsen, die op loopafstand van de locatie van

het project liggen (zie Tabel 2). Het huren /pachten van parkeergelegenheid beschouwen we niet als een 22/49

duurzame parkeeroplossing. Voordat overgegaan wordt tot deze uitzondering moet allereerst gekeken worden of er redenen zijn om niet af te wijken van de regels: Bijvoorbeeld in de volgende situaties: •

de te kopen parkeerplaats is (via een omgevingsvergunning) gekoppeld aan een ander bestaand gebouw/gebruik.

•

Het gebruik van de aan te kopen parkeerplaats levert strijdig gebruik volgens het omgevingsplan op.

•

de te kopen parkeerplaats ligt niet binnen een loopafstand zoals geschetst in Tabel 2 van het perceel waarop het project plaatsvindt (bijv. het perceel waarop een gebouw gebouwd gaat worden).

Als geen sprake is van bovenstaande situaties, dan kan in afwijking van de regel dat er op eigen terrein

wordt geparkeerd, een vergunning worden verleend mits de hieronder genoemde eindsituatie maar wordt bereikt.

Koop en erfdienstbaarheid De eindsituatie moet als volgt zijn: 1.

De aanvrager van de omgevingsvergunning moet zakelijk gerechtigde zijn van zowel de gronden

2.

De gemeente moet een afschrift hebben gekregen van de akte van levering met betrekking tot

3.

Genoemde gronden moeten in eigendom zijn overgedragen (verkocht en geleverd) aan degene die

waarop het project wordt gerealiseerd als de gronden waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen. genoemde gronden.

de omgevingsvergunning heeft aangevraagd c.q. daarop is een exclusief beperkt zakelijk recht gevestigd t.b.v. het parkeren;

4.

In overleg met en na goedkeuring door de gemeente Nijmegen moet een perceel zijn aangewezen,

welk perceel in eigendom is van de gemeente Nijmegen, ten behoeve waarvan door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, een erfdienstbaarheid wordt verleend. Het perceel waarop het project wordt

gerealiseerd wordt samen met het perceel waarop de parkeerplaatsen zijn gelegen, aangemerkt als dienend erf. Het perceel van de gemeente Nijmegen wordt aangemerkt als het heersend erf. 5.

Er wordt door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, ten behoeve van het in overleg met de gemeente

Nijmegen aangewezen gemeentelijk perceel, een erfdienstbaarheid verleend, inhoudende om op,

boven of onder de aangewezen erven het gebruik voor parkeren te dulden dan wel zich te onthouden van gedragingen welke dit parkeren te niet doet; ten behoeve van de gebruikers van het project waarop de aanvraag van de omgevingsvergunning betrekking heeft. 6.

Wanneer het verlenen van een erfdienstbaarheid niet mogelijk is, maar het beoogde effect van de

verplichting door middel van het aangaan van een kwalitatieve verplichting of vestiging van een kettingbeding met boetebeding door de eigenaar van zowel het perceel waarop het project wordt gerealiseerd, als het perceel waarop de parkeerplaats(en) is/zijn gelegen, ten behoeve van het in overleg met de gemeente Nijmegen aangewezen gemeentelijk perceel wordt getroffen inhoudende

de verplichting voor de eigenaar van het dienend erf om de parkeerplaatsen enkel en alleen te laten gebruiken door de gebruikers van het project waarop de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft.

Op deze manier wordt bereikt dat het perceel waarop het project wordt gerealiseerd en de gronden

waarop de parkeerplaatsen zijn gelegen de facto enkel nog als één gezamenlijk geheel aan een derde kunnen worden overgedragen. Tevens wordt bereikt dat de eigenaar van de gronden waarop de

23/49

parkeerplaatsen zijn gelegen de parkeerplaatsen niet laat gebruiken (bijv. door verhuur) door anderen dan gebruikers van bijv. het gebouw ten behoeve waarvan de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn.

Het zal in de praktijk natuurlijk voorkomen dat de aanvrager van de omgevingsvergunning een voorlopig koopcontract afsluit waarin een ontbindende voorwaarde is opgenomen voor het geval de gevraagde omgevingsvergunning wordt geweigerd. In dat geval zal er ook gewacht moeten worden met de definitieve vestiging van een erfdienstbaarheid.

In dat geval kan van de regel dat op eigen terrein wordt geparkeerd worden afgeweken, als aan de volgende punten wordt voldaan: 1.

Er moet een voorlopige koopovereenkomst met betrekking tot de parkeerplaats(en) zijn afgesloten

2.

Een notaris moet een concept akte m.b.t. de vereiste erfdienstbaarheid hebben opgesteld en de

3.

en de gemeente moet hier een afschrift van hebben gekregen. gemeente moet hier een afschrift van hebben gekregen.

De verkoop en de levering van de gronden + de definitieve vestiging van de erfdienstbaarheid

moeten gegarandeerd worden door deze als voorwaarde te koppelen aan de verleende omgevingsvergunning.

Artikel 5. Bereikbaarheidsfonds auto voor niet-woonfuncties De aanvrager van de omgevingsvergunning moet ten alle tijden proberen om de parkeerplaatsen aan te

leggen of anderszins maatregelen hebben genomen om de bereikbaarheid te garanderen (aantoonbaar

mobiliteitsplan). Dit staat onder andere in hoofdstuk 1 en wordt ook in artikelen 2 en 3 nader uitgelegd. Als bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning niet (volledig) voldaan kan worden aan de parkeereis, dan dient voor het restant van de parkeeropgave een financiële bijdrage te worden geleverd per niet gerealiseerde parkeerplaats. Dit is alleen mogelijk bij niet-woonfuncties.

De beoordeling of gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden van de compensatieregeling ligt

altijd bij de gemeente. Afhankelijk van de functie en de locatie wordt door de gemeente beoordeeld of de benodigde parkeercapaciteit bij een ontwikkeling wel of niet te compenseren is door een financiële

bijdrage. Hierbij wordt onder andere gekeken naar alternatieve parkeeroplossingen en of het niet

realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein niet tot een toenemende parkeervraag en een hogere

parkeerdruk in de directe omgeving leidt en hiermee ongewenst zoekverkeer en bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen veroorzaakt.

De gemeente hanteert verschillende compensatiebedragen per niet-aangelegde parkeerplaats. In onderstaande tabel zijn de bedragen per parkeerplaats opgenomen. De zones komen overeen met de gebieden als opgenomen in artikel 1. Zone:

Bijdrage:

Binnenstad

€ 30.000, -

Centrum

€ 30.000, -

1e en 2de Schil

€ 20.000, -

Rest bebouwde kom:

€ 15.000, -

24/49

Buitengebied:

Tabel 3

€ 5.000, -

Compensatiebedragen per parkeerplaats

De instelling, voeding en gebruik van het bereikbaarheidsfonds wordt geregeld via de ‘Verordening

Bereikbaarheidsfonds gemeente Nijmegen’. De besteding van het fonds is in handen van het College van Burgemeester en Wethouders.

Artikel 6. De autoparkeernormen BELEIDSREGEL 6: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.

De in dit artikel opgenomen autoparkeernormen zijn vaste normen (er mogen niet meer of minder autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd bij een ontwikkeling). Er is een onderverdeling gemaakt in de volgende categorieën: 1.

Woningen

2.

Werken

3.

Winkelen en boodschappen

4.

Sport, cultuur en ontspanning

5.

Horeca en (verblijfs-)recreatie

6.

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

7.

Onderwijsvoorzieningen

De toe te passen parkeernormen zijn per functie onderverdeeld naar de in artikel 1 beschreven

gebiedstypen. Voor de binnenstad (zie artikel 1), geldt voor alle functies (dus ook autovrije complexen) dat er niet voldaan hoeft te worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bezoekers van deze functies kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden.

In onderstaande tabellen staat een paar keer de afkorting ‘n.v.t.’. Dit betekent dat het CROW voor de

betreffende functie en gebied geen parkeerkencijfer heeft. Wanneer bij een functie ‘n.v.t.’ staat en een parkeernorm toch nodig is bij een ontwikkeling, dan wordt gekeken of voor de betreffende functie de

parkeernorm van het meest vergelijkbare gebied kan worden gebruikt of voor de betreffende functie een parkeernorm van een vergelijkbare functie kan worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is, dan dient de

aanvrager -op basis van ervaringen bij vergelijkbare ontwikkelingen aan te tonen welke parkeernorm toepasbaar, De gemeente beoordeelt de onderbouwing en bepaalt of deze toereikend is.

1.

Woningen

Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. De parkeervraag van een appartement is immers anders dan die van een vrijstaande woning.

Onderstaande parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. De parkeerplaatsen voor zover deze voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel

bezoekers in onderstaande tabel) moeten altijd toegankelijk en beschikbaar zijn voor bezoekers. Het is dus niet noodzakelijk dat de parkeercapaciteit voor bezoekers altijd op gemeentelijk terrein moet worden

25/49

gerealiseerd. Dit kan ook op eigen terrein, al dan niet voorzien van een slagboom. De parkeercapaciteit

voor bezoekers kan echter niet in bijvoorbeeld een afgesloten parkeerkelder worden gerealiseerd die van buitenaf niet vrij toegankelijk voor bezoekers is.

In vrijwel de hele gemeente passen we een bezoekersnorm van 0,20 per woning toe. In de zone

binnenstad (zie artikel 1) geldt echter een bezoekersnorm van 0,00 per woning. Bezoeker kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterreinen en -garages) in en rondom de binnenstad.

Binnenstad

Centrum

Schil 1e

Schil 2e

ring

ring

Rest BBK

Buitengebied

Bezoek

Koop, vrijstaand

0,70

1,20

1,30

1,50

1,60

2,00

0,20

Koop, 2-onder-een-kap

0,70

1,20

1,20

1,40

1,50

1,70

0,20

Koop, rij

0,70

1,20

1,20

1,30

1,30

1,50

0,20

Koop, appartement duur

0,70

1,20

1,20

1,30

1,40

1,60

0,20

0,80

01,00

1,00

1,20

1,20

0,70

0,70

0,80

1,00

1,00

1,10

0,20

0,70

0,90

1,10

1,30

1,30

1,50

0,20

0,70

0,7.

0,80

1,00

1,00

1,10

0,20

betaalbaar (= middelduur

0,50

0,50

0,60

0,80

0,80

1,00

0,20

Huur appartement, duur

0,70

0,80

1,00

1,20

1,20

1,50

0,20

Kamerverhuur (per kamer)

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,05

Studentenwoning (huur)

0,20

0,20

0,20

0,20

0,20

0,20

0,05

0,50

0,50

0,50

0,50

0,60

0,60

0,2

0,70

0,70

0,70

0,70

0,70

n.v.t.

Koop, appartement betaalbaar

Koop, appartement goedkoop

Huur, eengezinswoning, (vrije sector

Huur, eengezinswoning, sociale huur

Huur, appartement, en sociale huur)

Kleine eenkamerwoning (huur)

Zorgwonen (per wooneenheid)

0,70

0,20

0,20 (incl

personeel)

Tabel 4 Autoparkeernormen woningen (parkeernorm geldt per zelfstandige woning of waar vermeld per kamer)

26/49

Toelichting: •

De huurgrenzen voor sociale huur worden jaarlijks geactualiseerd op basis van landelijke huurregelgeving. De laatst geldende huurregelgeving is van toepassing op deze beleidsregels.

•

De overige prijscategorieën zoals die in Nijmegen gelden staan in de Nijmeegse Woonagenda 2024 - 2029, vastgesteld op 3 juli 2024 of een actualisatie.

•

Onder betaalbare woningen verstaan we sociale huur, middeldure huur, goedkope en betaalbare (=middeldure) koop.

•

In gebieden waar de Verordening doelgroepen woningbouw Nijmegen (link) van toepassing is, is

het niet mogelijk om een sociale koopwoning met een minimumprijs van 200.000 euro v.o.n. en een maximumprijs van 355.000 euro v.o.n. of een middeldure huurwoning als bedoeld in de Verordening te realiseren met een minimummetrages onder de 50m2. •

Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw (zoals een flat) of een woning met één woonlaag die is ontstaan na een woningsplitsing.

•

Beschut wonen is een woonvorm die valt onder de bestemming Wonen, maar waarbij specifiek is aangegeven dat de bewoners met ondersteuning wonen en er een gemeenschappelijke ruimte

aanwezig is. Er is geen 24 uurs zorg of begeleiding aanwezig. Deze woonvorm wordt ook wel beschut wonen genoemd. Hiervoor gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de tabel. •

Geclusterd wonen: ruimtelijk geclusterde wooneenheden (minimaal vijf) waar (overwegend) ouderen zelfstandig wonen mét een fysieke, gezamenlijke ruimte voor ontmoeting. Voor de wooneenheden gelden

de

richtlijnen

voor

levensloopgeschikt,

zoals

beschreven

in

bijlage

2

van

huisvestingsverordening). Hiervoor gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de tabel. •

de

Onder categorie ‘zorgwonen’ vallen zorggeschikte woningen: (geclusterde) woningen, waar intensieve zorgverlening mogelijk is. De woningen zijn toegankelijk en hebben voorzieningen waardoor verpleegzorg geboden kan worden. Hiervoor gelden de richtlijnen voor rolstoelgeschikte woonruimte als omschreven in bijlage 2 van de huisvestingsverordening.

•

Bij beschermd wonen is 24-uur in de woning of het woongebouw zorg/begeleiding aanwezig. De

bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto. De parkeernorm hiervoor staat beschreven in de categorie “6. Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen”. •

Voor de functie kamerverhuur geldt in heel Nijmegen een parkeernorm van 0,5 parkeerplaats per kamer. Deze parkeernorm geldt alleen voor (delen van) complexen bestaande uit niet-zelfstandige eenheden. Kamerverhuur is in de definitie van wonen namelijk altijd onzelfstandig.

•

Een studentenwoning is een woonruimte (maximaal 50 vierkante meter GO) voor studenten in een gebouw of deel van een gebouw, al dan niet met een eigen (door de het college toegekend) huisnummer, eigen toilet en douche en keuken (zie ook de vigerende Huisvestingsverordening). Bovenstaande

parkeernorm

geldt

voor

(delen

van)

complexen

bestaande

uit

kleinere

eenkamerwoningen die alleen aan studenten worden verhuurd. De verhuurder van de betreffende studentenwoningen moet als zodanig ingericht zijn op de verhuur aan studenten en het daarop

toezien. De bewijslast / onderbouwing hiervan ligt altijd bij de initiatiefnemer. Dit moet door de

ontwikkelaar -samen met de overige stukken- worden ingediend bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. •

Kleine eenkamerwoning: een zelfstandige sociale huurwoning (dus geen vrije sector of koop met

een eigen adres en een vloeroppervlak van maximaal 50 vierkante meter GO. Een eenkamerwoning

27/49

heeft altijd eigen voorzieningen zoals een keuken en badkamer. De woonkamer, keuken en slaapkamer zijn hierbij gecombineerd in één open ruimte. •

In het geval van een hospita/hospes situatie, waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het grondoppervlak van de woning wordt gerekend).

•

Het realiseren van één parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan indien dit ten koste

gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het verharden van voortuinen t.b.v. van parkeren. Er wordt hiervoor geen inritvergunning verleend. Voor meerdere

parkeerplaatsen op eigen terrein kan wel een openbare parkeerplaats worden opgeheven. In dat

geval dient dit positief bij te dragen aan de parkeerbalans. Hierbij wordt een openbare parkeerplaats als 1 gerekend en een particuliere parkeerplaats als 0,6. Dit verschil ontstaat doordat een openbare

parkeerplaats inwisselbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. Deze regeling geldt echter niet in gebieden waar parkeerregulering is ingevoerd.

2.

Werken Binnen

Centru

Schil 1e

Schil 2e

Rest

Buiten-

0,9

0,9

1,3

1,4

1,4

2,3

1,3

1,3

1,6

1,7

2,0

3,3

/

1,1

1,1

1,5

1,6

1,9

2,1

/

0,4

0,4

0,5

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

1,1

1,2

1,3

1,7

-stad Kantoor

baliefunctie

zonder

Commerciële

dienstverlening Bedrijf

arbeidsintensief

bezoekersextensief Bedrijf

arbeidsextensief

bezoekersextensief

Bedrijfsverzamelgebo uw

Opslagbedrijf

Tabel 5

n.v.t.

m

0,07

ring

0,07

ring

0,07

BBK

0,07

gebied

0,07

Eenheid

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

unit

Bezoe k

5%

20%

5%

5%

5% 95%

(min 2 pp)

Autoparkeernormen Werken

Toelichting: •

Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.

•

Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie

28/49

•

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).

•

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).

•

Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te huisvesten.

Aan-huisgebonden beroepen In de omgevingsplannen zijn regels opgenomen voor de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep in samenhang met wonen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis.

Voor wat betreft parkeren geldt dat op eigen erf / terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat wanneer: •

parkeren op eigen erf verkeerskundig niet mogelijk is, c.q.

•

stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is, of

•

om een andere reden niet mogelijk is,

het

niet

zodanig

verkeersaantrekkende

activiteiten

mag

betreffen

dat

daardoor

extra

verkeersmaatregelen -waaronder parkeervoorzieningen- noodzakelijk worden in het openbaar gebied.

De aanvrager van omgevingsvergunning moet aantonen dus dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie ook bijlage 1).

3.

Winkelen en boodschappen Binnen-

Centrum Schil 1e Schil 2e

Centrumfuncties

3,1

Mandjessupermarkt

stad

Rest BBK

Buiten-

bezoek

ring

ring

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

100 m2 99%

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

n.v.t.

100 m2 89%

Buurtsupermarkt

0,9

0,9

1,7

2,2

2,4

n.v.t.

100 m2 89%

Full-service

2,1

2,1

3,0

3,7

3,9

n.v.t.

100 m2 93%

supermarkt 4,9

4,9

5,8

6,3

6,7

n.v.t.

100 m2 84%

n.v.t.

4,9

4,9

4,9

n.v.t.

100 m2 80%

supermarkt Grote (XL)

Groothandel specialist

n.v.t.

gebied

Eenheid

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

29/49

Groothandel

n.v.t.

n.v.t.

5,4

5,4

5,4

n.v.t.

100 m2 80%

Buurtcentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,1

2,6

2,7

n.v.t.

100 m2 72%

Wijkcentrum

n.v.t.

3,1

3,3

3,8

4,1

n.v.t.

100 m2 79%

Stadsdeelcentrum

n.v.t.

3,7

4,2

4,7

5,3

n.v.t.

100 m2 85%

kleinschalige

1,3

1,3

1,6

1,7

2,0

3,3

Weekmarkt

0,15

0,15

0,15

0,15

0,15

0,15

100 m2 85%

Kringloopwinkel

n.v.t.

n.v.t.

0,9

1,0

1,4

2,0

100 m2 89%

algemeen

(gemiddeld)

Solitaire

detailhandel

BVO

BVO

BVO

BVO

100m2 BVO

80%

BVO

BVO

Bruin-

en 2,9

2,9

4,8

5,2

6,6

8,5

100 m2 92%

Woonwarenhuis

/ 0,9

0,9

1,3

1,4

1,4

1,7

100 m2 91%

witgoedzaak

woonwinkel

BVO

BVO

Woonwarenhuis

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4,0

4,4

100 m2 95%

Meubelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

1,6

1,7

2,0

n.v.t.

100 m2 93%

Winkelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

3,2

3,3

3,7

n.v.t.

100 m2 94%

Outletcentrum

n.v.t.

n.v.t.

7,8

8,3

8,6

9,4

100 m2 94%

Bouwmarkt

n.v.t.

n.v.t.

1,5

1,6

2,0

2,2

100 m2 87%

Tuincentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,0

2,1

2,3

2,6

100 m2 89%

Groencentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,0

2,1

2,3

2,6

100 m2 89%

Showroom

n.v.t.

0,7

0,9

0,9

1,3

1,3

100 m2 35%

(zeer groot)

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

30/49

Tabel 6

Autoparkeernormen Winkelen en Boodschappen

Toelichting: •

Centrumfuncties: De autoparkeereis voor niet-woonfuncties in de binnenstad (zie artikel 1) wordt berekend door middel van een algemene parkeernormen van 3,1 parkeerplaats per 100 m2 BVO.

Dit is van toepassing bij horeca, detailhandel / funshoppen en commerciële functies zoals makelaars, kappers, stomerijen etc. Deze norm geldt nadrukkelijk niet voor kantoren,

productiebedrijven (industrie, laboratorium, werkplaats), opslag of transportbedrijven. De Centrumfunctie is gebaseerd op CROW-categorie “Binnenstad of hoofdwinkelcentrum >175000 inwoners’. •

Er worden vier typen supermarkten onderscheiden: -

Mandjessupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft

waarbij het gebruik van winkelwagens is uitgesloten in de omgevingsvergunning. De winkel leent zich daarom niet voor het grootschalig inslaan van boodschappen. -

Buurtsupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft.

-

Fullservice supermarkt - dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De oppervlakte is tussen de 600 en 2.500 m2 WVO.

-

Grote supermarkt (XL) – hebben een (zeer) uitgebreid assortiment met een oppervlakte groter

dan 2.500 m2 WVO. Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. •

Groothandel specialist: een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.

•

Groothandel algemeen: een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.

•

Stadsdeel-,

wijk-

en

buurtcentrum:

ondersteunende

winkelgebieden

(voornamelijk

voor

doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied en waarbij collectieve parkeergarages worden gerealiseerd (dus niet iedere winkel zijn eigen parkeergarage). -

Een stadsdeelcentrum is altijd een aanvulling op een binnenstad of een hoofdwinkelcentrum (50+ winkels). Bovendien is hier het merendeel van het centrum planmatig ontwikkeld. Bijvoorbeeld Nijmegen Dukenburg.

-

Een wijkcentrum heeft een specifiek ondersteunende functie. Hieronder vallen onder andere winkelconcentraties met 5-10 winkels en 2 of meer supermarkten of winkelgebieden met 10+ winkels in de detailhandel. Bijvoorbeeld Hof van Holland.

-

Een buurtcentrum is een winkelconcentratie met minimaal 5 winkels en maximaal 9 winkels in de detailhandel. Daarnaast is er een of geen supermarkt in dit type winkelgebied aanwezig.

•

Solitaire kleinschalige detailhandel: detailhandel (exclusief supermarkt) gevestigd op een solitaire locatie, dus niet in een stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum. Een ontwikkeling is kleinschalig op het moment dat de parkeerbehoefte kleiner of gelijk is aan drie parkeerplaatsen.

•

Weekmarkt: bij een weekmarkt kunnen globale parkeerkencijfers worden gehanteerd - er moet een forse marge in acht worden genomen.

31/49

Bruin- en witgoedzaken: het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen (elektronica,

•

huishoudelijke apparaten) die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen.

Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben

•

voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij o.a. om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.

Woonwarenhuis (zeer groot): dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment

•

hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook

gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.

Winkelboulevard: een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grote

•

detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).

Outletcentrum: een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen (o.a. kleding, accessoires,

•

speelgoed, interieur) op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 WVO). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. Tuincentrum

•

(inclusief

buitenruimte):

het

betreft

de

middelgrote

en

grootschalige

detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 WVO). Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht,

zoals

dierartikelen,

seizoenartikelen

(zoals

kerstversiering),

accessoires

decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

en

Groencentrum (inclusief buitenruimte): het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 WVO). Er worden

•

in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties).

Er worden geen seizoenartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuin­centrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

4.

Sport, cultuur en ontspanning Binnen -stad

Centru Schil 1e Schil 2e m

ring

ring

Rest Buiten- Eenhei BBK

gebied d

Bibliotheek

0,2

0,2

0,5

0,6

0,8

1,1

Museum

0,3

0,3

0,5

0,6

0,9

n.v.t.

Bioscoop

2,2

2,2

6,9

7,4

10

12,7

Filmtheater/filmhuis

1,6

1,6

4,2

4,7

6,7

8,9

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

bezoek

97%

95%

94%

97%

32/49

Binnen -stad

Centru Schil 1e Schil 2e m

ring

ring

Rest Buiten- Eenhei BBK

gebied d

100 m2

Theater/schouwburg

5,8

5,8

6,4

7,2

8,3

10,5

Musicaltheater

2,4

2,4

2,9

3,2

3,4

4,6

Casino

5,2

5,2

5,6

5,9

6,0

7,5

Bowlingcentrum

1,1

1,1

1,7

2,0

2,3

2,3

Biljart-/snookercentrum

0,6

0,6

0,8

0,9

1,1

1,5

1

1

3,3

3,6

4,9

6,9

0,9

0,9

2,9

3,2

4,2

6

Fitnesscentrum

1,2

1,2

3,9

4,2

5,7

6,9

Welnesscentrum

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

8,8

9,8

Sauna, hammam

2

2

4,1

4,4

6,1

6,8

1,2

1,2

1,8

1,9

2,4

3,2

Sportzaal

0,8

0,8

1,6

1,7

2,4

3,3

Tennishal

0,2

0,2

0,3

0,4

0,4

0,4

Tennisbaan / padelbaan

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5 baan

Squashhal

1,5

1,5

2,3

2,4

2,6

3,1

n.v.t.

9,7

9,7

10,2

10,5

12,3

Dansstudio Fitnesstudio/sportschoo l

Sporthal (zie toelichting voor

grotere

bezoekers).

aantallen

Zwembad overdekt

BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO Per

baan Per

tafel 100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 bassin

bezoek

87%

86%

86%

89%

87%

93%

87%

90%

99%

99%

96%

94%

87% 95% 84%

97%

33/49

Binnen -stad

Centru Schil 1e Schil 2e m

ring

ring

Rest Buiten- Eenhei BBK

gebied d

100 m2

Zwembad openlucht

n.v.t.

9,1

9,1

9,6

11,9

14,8

Sportveld

13,0

13,0

13,0

13,0

13,0

13,0 netto

Stadion

0,04

0,04

0,04

0,04

0,04

0,04

Kunstijsbaan (<400m)

0,9

0,9

1,1

1,2

1,4

1,8

Kunstijsbaan (400m)

n.v.t.

n.v.t.

1,8

1,9

2,1

2,5

Ski- en snowboardhal

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2,1

n.v.t.

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Jachthaven

bassin Per

ha

terrein Zitplaat s

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

Ligplaa ts

per

Golfcentrum (P&P)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

49

54 centru

Golfbaan (18 holes)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

85

108

0,4

0,4

1,2

1,6

1,9

2,6

1

1

1,8

2,3

2,8

3,6

2,2

2,2

3,1

3,6

4

4,9

0,4

0,4

1,2

1,6

1,9

2,6

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Indoorspeeltuin/kinders peelhal (klein/gem)

Indoorspeeltuin/kinders peelhal (groot)

Indoorspeeltuin/kinders peelhal (zeer groot) Kinderboerderij Manege

Dierenpark

4

4

4

4,0

4

m

per 18 holes

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

bezoek

99%

95%

99%

98%

98%

98%

-

93%

98%

97%

98%

98%

97%

0,3 per box 90% per ha

4 netto

terrein

99%

34/49

Binnen -stad

Centru Schil 1e Schil 2e m

ring

ring

Rest Buiten- Eenhei BBK

gebied d

per ha

Attractie- en pretpark

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4

Volkstuin

n.v.t.

n.v.t.

1,1

1,2

1,2

1,3

n.v.t.

n.v.t.

5

6,3

8

11

2

2

2

2,0

2

2

2

2

2

2,0

2

2

Kartbaan

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2,1

n.v.t.

Klimhal

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2.1

n.v.t.

Bordeel

1

1

1

1,0

1

1 Kamer

0,5

0,5

1

1,0

1

1

Plantentuin tuin)

(botanische

Sociaal cultureel centrum Wijk-

of

gebouw

verenigings-

Overige sexinstelling

Tabel 7

4 netto

terrein per 10 tuinen per

tuin 100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO

bezoek

99%

100%

99%

90%

95%

90%

90% 90% 90%

Autoparkeernormen Sport, cultuur en ontspanning

Toelichting: •

Filmtheater/filmhuis: een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.

•

Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers.

•

Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.

•

Fitnessstudio/sportschool: hier trainen bezoekers zelfstandig en maken voor het overgrote deel alleen gebruik van fitnessapparaten.

•

Fitnesscentrum: hier gaat het om een multifunctioneel centrum met een breed pakket aan activiteiten: zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics. Eventueel in beperkte mate aangevuld met

35/49

wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. •

Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel

trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. •

Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden.

Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. •

Kunstijsbaan: er wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld),

zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats). •

Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd): al dan niet in combinatie met een golfbaan kan

er sprake zijn van een golf(oefen)cen­trum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). •

Golfbaan (18 holes): indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.

•

Indoorspeeltuin/kinderspeelhal:

indoorspeeltuinen

zijn

zelfstandig

functionerende

speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken

en

glijbanen.

De

gemiddelde

voorziening

heeft

overwegend

een

lokaal

verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die aanmerkelijk groter zijn. •

Sportzaal: een ruimte die geschikt is om op trainingsniveau om diverse zaalsporten in te beoefenen, zoals zaalvoetbal, tafeltennis, basketbal, volleybal en dergelijke.

•

Sporthal: een ruimte met kantine en tribune, die geschikt is om op wedstrijdniveau diverse

zaalsporten / balsporten in te beoefenen. Bij grotere aantallen bezoekers is de parkeernorm te laag en is maatwerk vereist. Hierbij wordt uitgegaan van 0,15 parkeerplaats per tribune- / zitplaats. •

5.

Sportveld: de parkeernorm is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten.

Horeca en (verblijfs-)recreatie Binnenstad

Centru m

Schil 1e

ring

Schil 2e

ring

Rest

Buiteng ebied

Eenheid

bezoek

36/49

Camping

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

n.v.t.

1,1

Bungalowpark

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

1,5

2

Hotel (1*, 2*, 3*)

0,16

0,16

0,28

0,30

0,42

0,63

Hotel (4*, 5*)

0,42

0,42

0,68

0,72

0,93

1,18

4

4

4

4,5

5

n.v.t.

Restaurant

8

8

8

8,5

12

n.v.t.

Fastfoodrestaurant

5

5

5

5,0

15

15

Pension, BB, hostel

0,15

0,15

0,25

0,3

0,4

0,4

Discotheek

4,1

4,1

10,3

11,3

16,4

18,8

3

3

4

4,8

5

n.v.t.

Café

/

cafetaria

bar

Evenementen-, beurs-,

congresgebouw

Tabel 8

/

Standpl

aats

Bungalo

w

per

kamer

per

kamer

100 m2

BVO

100 m2

BVO

100 m2

BVO per

kamer

100 m2

BVO

100 m2

BVO

90%

91%

77%

65%

90%

80%

90%

95%

99%

99%

Autoparkeernormen Horeca en (verblijfs-)recreatie

Toelichting: •

Er is sinds 2013 een beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het

stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen

alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte

horeca en vice versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven (artikel 3 “Bijzondere gevallen”). •

Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het pand.

37/49

Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een

•

aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen” uitkomt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2

bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek.

Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de

•

vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse

hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In Nijmegen zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie.

Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden dus

•

niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm.

In de binnenstad (zie artikel 1) hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers. Zij

•

kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat

zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn.

6.

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor

mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners. Binnen-

Centru

Schil 1e

Schil 2e

1,8

1,8

2,2

2,3

2,7

3

2

2

2,5

2,6

2,9

n.v.t.

1

1

1,2

1,3

1,5

1,7

1

1

1,3

1,4

1,6

1,9

1,2

1,2

1,5

1,6

1,8

2,1

1,3

1,3

1,7

1,8

2,1

2,4

stad

Huisartsenpraktijk centrum)

(-

Apotheek Fysiotherapiepraktijk (centrum)

Consultatiebureau Consultatiebureau ouderen

Tandartsenpraktijk centrum)

(-

m

ring

ring

Rest

Buiteng ebied

Eenheid Behand

elkamer Apothe ek

Behand

elkamer Behand

elkamer Behand

elkamer Behand

elkamer

bezoek

57%

45%

57%

50%

38%

47%

38/49

Gezondheidscentrum

1,3

1,3

1,6

1,7

1,9

2,2

Ziekenhuis

1,3

1,3

1,5

1,6

1,6

1,9

Beschermd wonen (24uurs zorg)

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

n.v.t.

Behand

elkamer 100 m2

BVO

woonee

55%

29% 100% (incl.

nheid personee

l)

Hospice

0,6

0,6

1

1,2

1,4

1,4

Psycholoog

1,25

1,25

1,45

1,45

1,5

1,5

Woonee nheid

behand

elkamer

90%

57%

Gelijkti Crematorium

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

25,1

25,1

ge

Plechtig

99%

heid

Gelijkti Begraafplaats

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

26,6

26,6

ge

Plechtig

97%

heid

Gevangenis

1,4

1,4

1,9

2,0

3

3,4

Religiegebouw

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Tabel 9

10

cellen

37%

Gebeds

-

-plaats

Autoparkeernormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Toelichting: •

Verpleeghuis / beschermd wonen (24-uurs zorg): beschermd wonen valt in omgevingsplannen onder de bestemming “maatschappelijke doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto.

•

Gezondheidscentrum: een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd

zijn.

consultatiebureau. •

Vaak

zijn

dit

huisartsen,

fysiotherapeuten,

verloskundigen

en/of

een

Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke hulp en zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale relatie

met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen

39/49

woonruimte te hebben. Er worden hiervoor soms aparte ruimtes gebouw, die gebruikt worden voor het verlenen van mantelzorg. Hiervoor geldt geen parkeereis.

7.

Onderwijsvoorzieningen Binnen-

Centru

Schil 1e

Schil 2e

Rest

Buiten-

0,8

0,8

1

1,1

1,1

1,4

peuterspeelzaal

0,8

0,8

1

1,1

1,1

1,4

basisonderwijs

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5 loslokaa

stad

Kinderdagverblijf (crèche)

Middelbare

school

(vmbo, havo; vwo)

2,3

m

2,3

ring

3

ring

3,2

BBK

3,3

gebied

3,9

3,2

3,8

4,0

4,2

4,9

Hogeschool

6,3

6,3

6,9

7,2

7,5

8,9

vrijetijdsonderwijs

Tabel 10

of

100 m2

-

BVO

100 m2

-

BVO

-

l

3,2

avondonderwijs

bezoek

per

ROC, MBO

Universiteit

Eenheid

9,7

9,7

11,5

12,1

12,7

14,8

3

3

4

4,5

5

9,5

per 100

leerling en

per 100

leerling en

per 100

student en

per 100

student en

per 10

student en

11%

7%

72%

48%

95%

Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen (exclusief halen en brengen)

Toelichting: In bovenstaande parkeernormen voor kinderdagverblijf en basisonderwijs is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het

aantal leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel.

40/49

% halen en

brengen met de auto

0,5

0,75

0,113

0,25

0,85

0,011

0,25

0,75

0,094

0,25

0,75

0,094

5% (5-40%)

Kinderdagverblijf / BSO

50% (50-80%) 50%

Gastouder opvang

Aantal pp per

aantal kinderen

(30-60%)

Groep 4 t/m 8

Reductiefactor

parkeerduur

30%

Groep 1 t/m 3

Tabel 11

Reductiefactor

kind

per auto

Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen - halen en brengen van kinderen

Voor parkeren bij gastouderopvang hoeft alleen rekening te worden gehouden met een extra parkeerbehoefte voor halen en brengen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte bij gastouderopvang dient deze binnen 100 meter van de locatie aanwezig te zijn.

Artikel 7. Onderbouwing fietsparkeernormen BELEIDSREGEL 7: Bij het bepalen van de fietsparkeereis wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals beschreven in artikel 1.

Met het stellen van fietsparkeernormen wil de gemeente Nijmegen het fietsgebruik faciliteren en stimuleren. Het voorzien in kwalitatief hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen draagt hieraan bij. De

reden om de fiets te nemen in plaats van de auto is namelijk mede afhankelijk van de kwaliteit, bruikbaarheid en functionaliteit van de fietsparkeervoorzieningen bij de plaats van bestemming.

Daarnaast wil de gemeente Nijmegen voorkomen dat de kwaliteit van de openbare ruimte afneemt door het niet kunnen stallen van de fiets. Daarom eisen we dat de fietsenstallingsvoorziening, net als bij

autoparkeren, altijd op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt zowel voor woningbouw en

studentenhuisvesting (zie artikel 8) en voor niet-woonfuncties (zie artikel 9). Uitgezonderd bestaande situaties, waarbij geen uitbreiding of functieverandering wordt toegepast. Middels

het

facetbestemmingsplan

parkeren

en

de

opgenomen

parkeerregels

in

nieuwe

omgevingsplannen worden deze regels van toepassing verklaard op het hele grondgebied van Nijmegen. Omwille van de eenduidigheid is bij het opstellen van de fietsparkeernormen zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de systematiek rond de parkeernormen voor de auto. Voor het bepalen van de hoogte van

de fietsparkeernormen zijn de Fietsparkeerkencijfers van het CROW (Leidraad Fietsparkeren 2023, 2411-2023) als basis gebruikt, waarbij is uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte fietsgebruik.

Voor de binnenstad (zie beleidsregel 1) passen we geen fietsparkeernormen toe. Behalve wanneer het gaat

om

scholen,

ziekenhuizen,

supermarkten,

kantoren

en

functies

met

een

grote

bezoekersaantrekkende werking (in tabellen aangegeven met ‘grote aantallen’). Hiervoor zijn drie redenen:

41/49

•

Allereerst kent de binnenstad al hoogwaardige fietsenstallingen. En wordt op basis van de nota

‘Meer ruimte voor voetganger, fietser en consument in de binnenstad’ gewerkt aan het verbeteren van de fietsbereikbaarheid. •

Hiernaast willen we graag de fietsenstallingen concentreren.

•

De binnenstad heeft tenslotte maar beperkte ruimte voor het toevoegen van fietsenstallingen in de openbare ruimte. Conform het binnenstadsbeleid ‘Binnenstad van de toekomst’ willen we ruimte bieden aan de transformatie van de binnenstad.

Het college van B&W heeft de discretionaire bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de regels omtrent fietsparkeernormering.

Artikel 8. Gemeenschappelijke inpandige fietsenberging bij een woongebouw BELEIDSREGEL 8: Bij appartementencomplexen (inclusief studentenwoningen en appartementen kleine dan 50 m2) wordt een gemeenschappelijke fietsenberging in combinatie met een inpandige berging als

gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving beschouwd, als wordt voldaan aan de eisen beschreven in artikel 9.

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (artikel 4.171) verplicht bij nieuwbouwwoningen een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen.

In dit artikel wordt toegelicht hoe een gemeenschappelijke inpandige fietsenstalling -al dan niet in combinatie met een inpandige berging- zodanig kan worden ingericht dat dit door de gemeente

Nijmegen als gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wordt beschouwd. Een aantal aspecten is hierbij van belang: het aantal fietsplekken per woning, de eisen aan de inpandige berging in de woning, de bereikbaarheid en het beheer van de

gemeenschappelijke fietsenberging. In de gemeentelijke Huisvestingsverordening en de Beleidsregels

Kamerverhuur zijn aanvullend eisen opgenomen ten aanzien van het beschikken over een inpandige

fietsparkeervoorziening als voorwaarde van het omzetten van woonruimte in niet-zelfstandige woonruimte of bewoning door drie of meer personen.

De fietsparkeernorm bij een gemeenschappelijke berging (= het verplicht aantal fietsplekken) Het aantal fietsplekken per woning moet voldoen aan het onderstaande schema. Het schema heeft alleen betrekking op de eigen plekken niet op de bezoekersplekken. Het is toegestaan om dubbellaags fietsenrekken toe te passen (=2 lagen, etagestalling met uitschuifgoot).

Er dienen echter wel altijd twee plekken per woning in een laag (= maaiveld) rek beschikbaar te zijn. De

enige uitzondering hierop betreft studentenwoningen en woningen kleiner dan <50m2 (waaronder de

kleine eenkamerwoningen); hier is een 1-op-1 verhouding tussen plekken in een laag en plekken in een hoog rek toegestaan.

Gebruiksoppervlakte woning (m2)

< 50 m2

Aantal plekken

benodigde interne

2

n.v.t.

in fietsenrek

berging

42/49

>50 - 75 m2

3

2,7 m²

>75-100 m2

4

2,7 m²

>100 m2

5

2,7 m²

>125 m2

6

2,7 m²

Studentenwoning (per wooneenheid)

2

n.v.t.

Zorgwonen / beschut wonen (per wooneenheid)

0,5

n.v.t.

Tabel 12

Aantal fietsplekken per woning bij toepassing gemeenschappelijke berging

Aangezien de toelichting van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt dat een fietsenberging ook

bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er bij woningen groter dan 50m2 een berging van 2,7 m² in de woning te worden gerealiseerd.

Deze tabel betreft alleen fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. Voor bezoek dient daarnaast rekening te worden 0,5 fietsparkeervoorzieningen per woning). Dit kan in een inpandige berging of op maaiveld worden gerealiseerd.

Voorbeeld enkel laags (maaiveld) en hoog-laag stallen (2 lagen)

Makkelijke bereikbaarheid inpandige fietsenberging Fietsenbergingen worden bij nieuwbouw doorgaans inpandig gerealiseerd, waarbij men lange gangen en meerdere deuren door moet om deze te bereiken. De slechte bereikbaarheid van deze bergingen is vaak

reden voor bewoners om hun fietsen buiten (op straat) te parkeren. De bereikbaarheid van de inpandige stalling is daarom een voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging. De

inrichting van de fietsenstalling moet bovendien overzichtelijke en sociaal- en verkeersveilig zijn. Dit moet door de initiatiefnemer worden aangetoond.

De bereikbaarheid is een samenspel van een aantal factoren. Bij een bouwplan waarbij men aanspraak

wil maken op deze gelijkwaardigheid dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning daarom een

43/49

onderbouwing te worden gevoegd ten aanzien van de bereikbaarheid. Onderstaande aspecten dienen hierbij in ieder geval aan de orde te komen: •

de ingang van de fietsenstalling ligt op een logische plek, die niet uitnodigt om de fiets toch op maaiveld neer te zetten,

• • •

de berging is bereikbaar via 1 deur,

er zitten elektronische sloten op de deuren naar de fietsenberging,

de berging is idealiter gelegen op maaiveld niveau als er toch hoogteverschil is, dan wordt dit

sowieso overbrugd door een hellingbaan. Een trap met goot volstaat niet. Op basis van het Besluit

bouwwerken leefomgeving (en voorheen het Bouwbesluit) is omwille van de bruikbaarheid een

maximaal stijgingspercentage van 1:20 vereist, waarbij de stijgende delen niet meer dan 1m tegelijk mogen overbruggen. Er moet worden voldaan aan artikel 4.30 en 4.31 van het BBL. •

de gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter

•

alle woningen moeten vanuit de fietsenstalling gemakkelijk en op een logische manier te bereiken zijn, met een loopafstand van maximaal 30 meter tot aan een toegang tot het wooncomplex.

Bij een gemeenschappelijke fietsenberging is een goed beheer van belang. De aanvrager moet aantonen dat: •

privaatrechtelijk is vastgelegd dat ieder appartement het aantal plekken krijgt toegewezen conform bovenstaande tabel,

•

er afspraken over gebruik en beheer in het huishoudelijke reglement worden opgenomen.

Artikel 9. Toepassingskader Parkeernormen Fiets (niet-woonprogramma)

BELEIDSREGEL 9: De fietsparkeereis voor niet-woonfuncties wordt bepaald door de parkeervraag van de oude functie af te trekken van de parkeervraag van de nieuwe functie (salderen).

BELEIDSREGEL 10: Bij een bouwontwikkeling of functieverandering hoeft dus alleen te worden voorzien in de extra parkeerbehoefte. Het staat een initiatiefnemer altijd vrij om méér fietsparkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren dan de parkeereis.

BELEIDSREGEL 11: Bij het bepalen van de fietsparkeereis van meerdere niet-woonfuncties wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in tabel 1. Bij dubbelgebruik kan de

fietsparkeereis naar beneden worden bijgesteld, mits de initiatiefnemer dit onderbouwt met een fietsparkeerbalans.

BELEIDSREGEL 12: Parkeervoorzieningen voor fietsen bij niet-woonfuncties komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij wordt voldaan aan tenminste één van de afwijkingscriteria / vrijstellingen zoals beschreven in artikel 10. Bepalen van de fietsparkeereis De fietsparkeernorm wordt gebruikt om het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen te berekenen bij nieuwe ontwikkelingen, de fietsparkeereis. Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd

met de fietsparkeernorm. De uitkomst hiervan wordt naar boven afgerond. Bij de fietsparkeernormen is, in tegenstelling tot parkeernormen voor auto’s, geen apart deel voor bezoekers opgenomen.

Bij nieuwbouwplannen wordt enkel naar de behoefte van de nieuwe functie gekeken op basis van het programma en de ligging in stad. Bij verbouwplannen worden de nieuwe en oude fietsparkeerbehoefte

44/49

gesaldeerd. De fietsparkeerbehoefte van de oude functie wordt hierbij afgetrokken van de fietsparkeerbehoefte van de nieuwe functie.

Ffietsparkeernormen opgenomen in de tabellen gelden voor functies waarvan het te verwachten

fietsgebruik groot is en daarmee een duidelijke impact heeft op de openbare ruimte. Het is mogelijk dat

voor een bepaalde functie geen specifieke norm is vastgesteld. Voor deze functies gelden dan ook geen fietsparkeernormen. Dit laat onverlet dat een aanvrager wel zorg moet dragen voor het realiseren van voldoende fietsparkeerplaatsen.

Dubbelgebruik Net als bij de autoparkeernormen, mag rekening gehouden worden met dubbelgebruik van de fietsparkeerplaatsen als binnen de ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd onder de

voorwaarde dat de fietsparkeerplaatsen redelijkerwijs door alle gebruikers van het plan gebruikt kunnen

worden (qua openbaarheid en ligging). De dubbelgebruikpercentages voor de auto kunnen ook gebruikt worden voor de fiets.

Oplossen op eigen terrein De fietsparkeerplaatsen dienen op openbaar toegankelijk eigen terrein gerealiseerd te worden, met

uitzondering van fietsparkeerplaatsen voor personeel. Een fietsparkeervoorziening voor personeel wordt gerealiseerd op eigen terrein en is bij voorkeur alleen toegankelijk voor personeel (veilig en afgesloten). De fietsparkeerplaatsen dienen in ieder geval te voldoen aan de kwaliteitseisen van Fietsparkeur en de

vigerende CROW-richtlijnen. Verder geldt dat de fietsenstalling logisch en overzichtelijk moet zijn ingedeeld, er binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming een logische, snelle

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d789f176-150a-4dd3-bcbf-b036016096a5