Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Nijmegen 2025
Tekst van het document
gerelateerd aan de leeftijd van het kind. Onder gebruikelijke hulp valt in ieder geval het halen en brengen van en naar jeugdhulp binnen een straal van 6 kilometer voor kinderen onder de 12 jaar. d)
het vervoer niet langdurig noodzakelijk is of het vervoer slechts een geringe intensiteit heeft
(beperkt aantal keren per maand).
Hieronder vallen de meeste vormen van ambulante behandeling of begeleiding, en vervoer van en naar kortdurend verblijf (logeerfunctie).
Afwijken van de beleidsregels
Een uitzondering op de beleidsregels kan gemaakt worden wanneer het volgen van de beleidsregels voor
een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen (artikel 4:84 Awb). Hierbij kan gedacht worden aan: a)
Ernstige ontwrichting van het gezinsleven door het halen en brengen van een kind naar
b)
Ernstig overbelaste mantelzorgers;
c)
Bij jeugdhulp in het gedwongen kader;
d)
Situaties onbillijk van aard.
jeugdhulp;
Er kan een vangnet worden toegepast waarbij inwoners wel zelf vervoer kunnen regelen, maar waarbij de financiële draagkracht onvoldoende is: •
Taxi-vergoeding: vergoeding van kosten van een taxirit.
•
Vergoeding OV: vergoeding van de kosten op basis van 2e klas van de snelste route van
woonadres naar locatie van (jeugd)hulp.
Toetsingskader vervoer Regio Nijmegen1:
Stap 1. Cliënt/ouder vraagt Buurtteams, verwijzer of zorgaanbieder om vervoer naar en van de jeugdhulplocatie of naar maatwerkvoorziening Wmo (dagbesteding, kortdurend verblijf, dagbehandeling) Stap 2. Bepalen of er sprake is van een andere vervoersvoorziening
Stap 3. Bepalen of het vervoer onder gebruikelijke zorg valt.
-
Melding via Buurtteams neemt vervoersvraag mee in keukentafelgesprek Melding via (huis)arts of zorgaanbieder: zorgaanbieder neemt vervoersvraag in intake mee
-
Indien het vervoer van en naar een onderwijslocatie betreft (op reguliere tijden) is het leerlingen vervoer Vervoer onder de Wlz: vraag doorzetten naar betreffende instelling of CIZ Richtlijnen hierbij zijn: Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die ouders en/of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Voor jeugdigen geldt dat ouders de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen behoren te verzorgen, op te voeden, te vervoeren en toezicht aan hen te bieden, ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking
Indien vervoer valt onder gebruikelijke zorg, geen recht op maatwerkvoorziening.
1 Bij Beschermd Wonen en vervoer dagbesteding vindt de toegang plaats via de Centrale Toegang
Beschermd Wonen.
-
Stap 4. Bepalen intensiteit van het vervoer.
Stap 5. Zelfredzaamheid: bepalen of de cliënt het vervoer zelf kan organiseren.
Stap 6. Leerbaarheid: bepalen of de cliënt gezien de leeftijd en problematiek in staat is om zelf te leren reizen met OV of fiets
Stap 7. Cliënt heeft recht op vervoer, waarbij de volgende vormen mogelijk zijn: 1. Vervoer via bouwsteen vervoer (aanbieder regelt het vervoer naar dagbesteding, kortdurend verblijf, dagbehandeling (alleen jeugd)). 2. Vervoer geregeld door AVAN (jeugd GGZ)
Onder gebruikelijke hulp valt in ieder geval het halen en brengen van en naar jeugdhulp binnen een straal van 6 kilometer voor kinderen onder de 12 jaar Er is sprake van meer dan gebruikelijke zorg, als de voor de jeugdige noodzakelijke zorg chronisch meer is dan de noodzakelijke zorg die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperking redelijkerwijs nodig heeft, voor wat betreft aard, frequentie en benodigde tijd. Richtlijnen hierbij zijn: Is het vervoer kortdurend noodzakelijk? Heeft het vervoer slechts geringe intensiteit? (aantal keer per maand)
-
Kunnen de ouders of anderen uit het eigen netwerk zorgdragen voor het vervoer? o Zo nee: laat de leeftijd van de jeugdige en de aard van de problematiek het toe om zelfstandig te reizen met het openbaar vervoer? Richtlijn leeftijdsgrens is 12 jaar. o Zo nee: kunnen ouders of andere personen uit het eigen netwerk zorgdragen voor begeleiding in het openbaar vervoer? Wel mogelijk? Aanleren door ouders/netwerk. Eventueel de mogelijkheid om tijdelijk vervoer toe te kennen. Aanleren met behulp van OV-trainingen MEE of inzet van bouwsteen begeleiding kortdurend. In de volgende gevallen kan een uitzondering op bovenstaande richtlijnen worden gemaakt: Ernstige ontwrichting van het gezinsleven door het halen en brengen van een kind naar jeugdhulp; Ernstige overbelasting van de mantelzorgers; Jeugdhulp in het gedwongen kader; Situaties onbillijk van aard.
Wanneer het vervoer niet langdurig noodzakelijk of intensief is, is er geen recht op een maatwerkvoorziening vervoer. Één of meerdere ja’s: systeem is voldoende zelfredzaam, waardoor er geen recht op een maatwerkvoorziening vervoer is.
Bijlage 6 Nadere criteria onderscheid tussen begeleiding en begeleiding plus
Vanaf 2025 hebben we 3 bouwstenen voor begeleiding: praktische begeleiding, begeleiding en
begeleiding plus, zonder onderscheid tussen waakvlam-, kortdurende, middellange of langdurige begeleiding.
Onderstaand schema geeft inzicht wanneer begeleiding of begeleiding plus nodig is. In de afweging gaat het om de zwaarte van de hulpvragen. Het gaat dus niet per definitie om de complexiteit van de casus..
Doelgroep
Begeleiding
Begeleiding plus
Iedere inwoner met een beperking,
Iedere inwoner met een beperking, chronisch
probleem van 18 jaar of ouder die
of ouder die ondersteuning nodig heeft bij het
chronisch psychisch of psychosociaal ondersteuning nodig heeft bij het
vergroten en/of vasthouden van de
regie, zelfredzaamheid en participatie.
psychisch of psychosociaal probleem van 18 jaar verkrijgen, vergroten en/of vasthouden van de regie zelfredzaamheid en participatie.
Minimaal vier van onderstaande criteria zijn van toepassing:
De inwoner en/of zijn systeem
heeft ondersteuning nodig bij
zelfinzicht en de inwoner en/of zijn
het (h)erkennen van en leren
systeem heeft begeleiding nodig bij het
omgaan met zijn of haar
(h)erkennen van en leren omgaan met
problematiek.
zijn of haar problematiek. Daar waar dit nodig is naast de behandeling vanuit de
De inwoner heeft hulpvragen die
Zvw die gevolgd wordt of in het recente
zich bevinden op een tot drie
verleden gevolgd is.
leefgebieden. Criteria
De inwoner heeft geen of beperkt
De inwoner is in staat om
bevinden op 4 of meer leefgebieden.
ondersteuning te vragen bij het leren toepassen van de geleerde
De inwoner heeft hulpvragen die zich
De inwoner kan (psychisch) uit balans
handvatten in het dagelijks leven
raken door persoonlijke veranderingen
(integreren/automatiseren).
en/of ingrijpende gebeurtenissen. Bijv: onregelmatig medicatiegebruik of middelengebruik.
De inwoner heeft baat heeft bij een proactieve benadering in de ondersteuning, omdat de gevolgen voor het dagelijks
leven en de leefsituatie onvoorspelbaar zijn.
De inwoner veroorzaakt als gevolg van de psychische disbalans een situatie waarin (acute) onveiligheid en overlast ontstaat (voor zichzelf of de ander).
Doelstel-ling Met de inzet van begeleiding wordt in
zijn algemeenheid beoogd dat de inwoner:
Met de inzet van begeleiding plus wordt in zijn algemeenheid beoogd dat de inwoner:
Vaardigheden heeft om de
Vaardigheden heeft om de zelfredzaamheid te
vergroten of terugval te remmen
remmen en/of voorkomen (oefenen en
zelfredzaamheid te behouden, te (oefenen en inslijpen/toepassen van
vaardigheden in het dagelijks leven);
verkrijgen, stimuleren, behouden of terugval te inslijpen/toepassen van vaardigheden);
Inzicht vergroot in en/of leren leven met
problematiek die inwoner ervaart en de impact op diens leven;
Het vermogen heeft tot sociaal functioneren in de dagelijkse
Het vermogen heeft tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis en in relatie
leefsituaties, zoals thuis en in relatie met met vrienden en familie (ondersteunen bij sociaal vrienden en familie (ondersteunen bij sociaal emotionele problematiek die samenhangt met de
emotionele problematiek die samenhangt met de beperking/stoornis);
beperking/stoornis);
Zelf structuur en/of balans kan
(Zelf) structuur en/of balans kan aanbrengen in
ondersteuning uit het netwerk kan
netwerk kan vasthouden;
Besluiten kan nemen over zijn eigen
Besluiten kan nemen over zijn eigen leven;
Gebruik weet te maken van de
Gebruik weet te maken van de voorzieningen in
algemene voorzieningen in de wijk;
de wijk;
aanbrengen in zijn dag; of dit met lichte zijn dag; of dit met lichte ondersteuning uit het vasthouden.
leven;
voorzieningen in de sociale basis en/of
de sociale basis en/of algemene voorzieningen in
Een zinvolle daginvulling heeft en, zo
Een zinvolle daginvulling heeft en zo mogelijk
traject richting werk;
richting werk;
Zijn sociaal netwerk zal behouden, uit
Zijn sociaal netwerk zal behouden, uit kan
schakelen voor ondersteuning wanneer
voor ondersteuning wanneer mogelijk;
mogelijk, klaar is om te starten met een arbeidspotentieel ontwikkelt en stappen zet
kan breiden waar nodig en weet in te mogelijk.
breiden waar nodig en dit weet in te schakelen
Op een juiste wijze kan omgaan met medicatiegebruik.
Bijlage 7 Nadere criteria onderscheid tussen hulp bij het huishouden en praktische begeleiding
Vanaf 2024 zijn er nieuwe contracten hulp bij het huishouden. Deze contracten zijn opgesteld conform de beleidsvisie Hulp bij het huishouden (2022). Waar voorheen nog sprake was van de producten HH1 en
HH2, is dit onderscheid er niet meer. Echter kunnen er bij het product hulp bij het huishouden wel nog HH2 taken worden ingezet.
Vanaf 2025 hebben we 3 bouwstenen voor begeleiding: praktische begeleiding, begeleiding en
begeleiding plus, zonder onderscheid tussen waakvlam-, kortdurende, middellange of langdurige begeleiding.
Onderstaand schema geeft inzicht wanneer hulp bij het huishouden of praktische begeleiding nodig is. In de praktijk zal het onderscheid in sommige gevallen lastig te maken zijn en wordt er goede samenwerking en afstemming tussen de verschillende toeleiders verwacht.
Doel-
groep
Hulp bij het huishouden
Praktische begeleiding
Volwassenen die niet op eigen kracht
Volwassenen met een verhoogde behoefte
maatschappelijke ondersteuning
huishoudelijke taken, stabilisatie, regie en
ouderen en mensen met lichamelijke
behoefte aan een eenvoudige vorm van
redzaam zijn volgens de Wet
aan ondersteuning op het gebied van
(Wmo). In de praktijk zijn dat vaak
organisatie van het huishouden. Er is
beperkingen. Ouderen zijn de grootste doelgroep van deze vorm van
ondersteuning (65% is 70 jaar of ouder).
begeleiding en/of verlichting van de mantelzorgtaken.
Er wordt voldaan aan één of meerdere van de volgende kenmerken:
Beperkte zelfredzaamheid;
Gevaar van eenzaamheid en verwaarlozing;
Onvoldoende sociaal netwerk;
Gebrek aan regie of regieverlies; Opstart na traumatische gebeurtenissen (ontslag ziekenhuis, overlijden partner, etc.).
Doel-
stelling
Huishoudelijke taken worden
De praktische begeleiding is gericht op:
Het huishouden op orde brengen.
hulp. Het doel van deze hulp is dat
Het aanleren van structuur in het
overgenomen door de huishoudelijke men zo lang mogelijk zelfstandig thuis
huishouden en praktische
kan blijven wonen, beperkingen op
het gebied van het huishouden te compenseren, en de
ondersteuning.
Het activeren en stimuleren van
zelfredzaamheid te handhaven of
participatie en deelname aan de
indicatieprotocol wordt bepaald
van de mantelzorger).
verbeteren. Op basis van
hoeveel uur wekelijks de indicatie is en welke taken er uitgevoerd moeten
worden. In indicatiestelling is geen
maatschappij en (tijdelijke) ontlasting Doelstelling is het bieden van passende ondersteuning op de grens van
onderscheid meer tussen HH1 en HH2.
huishoudelijke hulp en begeleiding. Het
ingezet worden, wanneer er geen zicht
vergroten, behouden of voorkomen /
HH2 taken kunnen echter wel nog
zelfstandig functioneren en participatie
is op verbetering van de situatie.
vertragen van achteruitgang (m.n. bij ouderen) met behulp van het eigen netwerk.
Bijlage 8 Nadere criteria begeleiding bij vakantie Een maatwerkvoorziening begeleiding kan worden ingezet bij beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op vakantie. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening dient er rekening te worden gehouden met de volgende aandachtspunten:
1. In principe worden alleen de (extra) begeleiding en/of verzorging vergoed uit de Wmo, niet
de vakantiekosten zelf. Een indicatie voor de vraag of extra begeleiding op vakantie nodig is, is of mensen thuis ook professionele begeleiding hebben. In dat geval kunnen ze de
begeleiding ‘meenemen’ op vakantie, via PGB (afsluiten van zorgovereenkomst met de
vakantieorganisatie) of bij Zorg in Natura via onderaannemer schap (de vakantieorganisatie regelt dan e.e.a. met de zorgorganisatie die de begeleiding/verzorging thuis biedt). Extra indicatie voor vakantie is dan niet nodig.
2. Als de vakantie is bedoeld om mantelzorgers te ontlasten, is er sprake van respijtzorg. De vakantie kan dan onder de noemer ‘kortdurend verblijf’ toegekend worden, mits de begeleiding niet ‘meegenomen’ kan worden (punt 1).
3. In alle gevallen (ook in het geval van respijtzorg) wordt gekeken of voorliggende voorzieningen van toepassing kunnen zijn (zoals een vrijwilligersorganisatie die vrijetijdsbesteding organiseert voor mensen met een verstandelijke beperking).
4. In alle gevallen moet de vakantie (ook) bijdragen aan de doelen uit het begeleidingsplan die gericht zijn op vergroting van de zelf- en samenredzaamheid en participatie.
5. Zie voor een overzicht met mogelijkheden voor vakanties voor kinderen en volwassenen met een beperking de blauwe gids: http://www.deblauwegids.nl/