CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen stadsrekening 2021

Besluitronde (raadsvergadering) 22 juni 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D13 d.d. 24 mei 2022 inzake Antwoorden technische vragen Stadsrekening 202119.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25

Webpagina: 74 Pagina boekwerk: Bij het kopje: ‘Meer kans op duurzaam betaald werk’ vallen de baten hoger uit en de lasten lager. Vraag Waarom is het niet gelukt om dit voordeel uit te geven? Antwoord Zie hiervoor de verschillenanalyse onder de Ambitie ‘Alle Nijmegenaren participeren bij voorkeur door Werk’, pagina 65 van de jaarrekening. We hebben de verschillenanalyse per ambitie opgenomen in de jaarrekening: Hoofdoorzaken zijn zoals al aangegeven: - Voordeel WSW als gevolg van voordeel loonkosten WSW-medewerkers en een grotere uitstroom aantal WSWmedewerkers. Totaal WSW € 2,1 miljoen voordeel. - Minder inzet vanuit de Participatiemiddelen (minder uitgaven aan instrumentengeld a.g.v. de gevolgen van COVID-19 en verschuiving van de inzet van de middelen naar POW/RMT-middelen (subsidies Perspectief Op Werk/Regionaal MobiliteitsTeam). Deze middelen zijn het eerst aangesproken. Voordeel € 1,0 miljoen. -De afrekening van de ESF-subsidie is als lasten en als baten opgenomen voor een bedrag van € 1,9 miljoen (dit veroorzaakt de hogere baten t.o.v. de begroting). Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar pagina 65 van de jaarrekening.

Webpagina: 74 Pagina boekwerk: Voor de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) heeft de MGR dit jaar minder middelen nodig dan dat is opgenomen in de gemeentelijke begroting. Dit voordeel van € 2,1 miljoen wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de loonkosten van de WSW-medewerkers minder hard toenam dan verwacht. Vraag 1. Hebben hierdoor inwoners niet de hulp kunnen krijgen die ze nodig hadden? 2. In welke Cao-regeling vallen de WSW-medewerkers? 3. Waarom was de uitstroom van het aantal WSW-medewerkers groter dan de instroom? 4. Waar zijn de uitgestroomde WSW-medewerkers naar toe gestroomd? Antwoord 1. Nee, het financiële voordeel heeft te maken met enerzijds een meevaller in de loonkosten voor huidige Wswmedewerkers. Er werd een hogere stijging van het CAO-loon verwacht. Die bleef uit. Anderzijds stroomden meer medewerkers uit dan voorzien, waardoor WerkBedrijf minder (m.n. loon-)kosten heeft voor de groep Wswmedewerkers. 2. Dit is de CAO Wsw. 3. De Wsw is sinds 2015, toen de Participatiewet van kracht werd, niet meer toegankelijk voor nieuwe instroom van medewerkers. Daardoor is er nog slechts sprake van uitstroom, als gevolg van pensionering, langdurige ziekte en overlijden. De Wsw is in dus een regeling die steeds minder medewerkers in dienst heeft en via natuurlijk verloop afgebouwd wordt. Daarvoor in de plaats komt de CAO Aan de slag. 4.

Zie antwoord bij 3: pensionering, langdurige ziekte en overlijden.

26

Webpagina: 75 Pagina boekwerk: Het aantal lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners van 15 t/m 64 jaar loopt al jaren terug en is sinds 2014 zelfs bijna gehalveerd. Vraag Zullen we in de volgende periode meer re-integratie-voorzieningen creëren? Antwoord Dit is een op de toekomst gerichte vraag die niet met jaarrekening te maken heeft.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 59

Vraag Gebeurt het inhouden van de vaste lasten op bijstandsuitkering van inburgeringsplichtige ook in overleg met de inburgeringsplichtige? Vrije keuze of verplicht voor inburgeringsplichtige? Wat bij weigering? In wet staat gemeente is verantwoordelijk voor financieel ontzorgen. Antwoord Artikel 56a, derde lid van de Participatiewet draagt de gemeente op om aan de bijstand van de inburgeringsplichtige asielstatushouder de verplichting te verbinden om 6 maanden lang mee te werken aan het verrichten van betalingen uit de bijstand van huur, gas, water en stroom en de zorgverzekering. De betreffende inburgeringsplichtige is dan verplicht aan de ontzorging door het college mee te werken, wat ook betekent dat hij het college moet machtigen om namens hem betalingen te verrichten. Omdat maatwerk ons uitgangspunt is, zal wel gekeken worden naar de persoonlijke situatie van de inburgeraar. In het geval van weigering kan het college afstemmen op grond van artikel 18 Participatiewet.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 60

Vraag 1. Naar wat voor soort werk is men uitgestroomd? Zijn dit vaste contracten, deeltijdwerk, flexcontracten? Is er nu een goed volgsysteem om dit beter in kaart te brengen en ‘gebruik/misbruik’ van werkgevers voor recht op loonkostensubsidies te voorkomen? 2. Grotendeels? Naar wat voor soort werk zijn de 38 deelnemers uitgestroomd? 3. Hoe werkt de één (digitale) toegangspoort voor alle minimaregelingen nu in de praktijk na invoering vanaf 01-01-2021? Is het gebruik (aanvragen minimaregelingen) alweer toegenomen in 2022? Antwoord 1. We registreren niet naar welke sector bijstandsgerechtigden uitstromen, evenmin of dit vaste of flexibele contracten zijn. Wel zien we dat de uitstroom naar werk in 2021 in 98% van de gevallen duurzaam is geweest, d.w.z. dat een uitkeringsgerechtigde na werkaanvaarding niet binnen zes maanden in de bijstand terug kwam. De toepassing van loonkostensubsidies wordt getoetst door WerkBedrijf. Zij stellen via een geobjectiveerde methode de loonwaarde van de kandidaat vast, checken ontslag o.g.v. bedrijfseconomische redenen om verdringing van werknemers uit te sluiten, etc. 2. Uitstroom naar werk is een belangrijk doel bij deze aanpak. Overige resultaten (niet perse uitstroom) kunnen zijn: naar regulier onderwijs, werkervarings- of ontwikkelplaats, dagbesteding, training etc. 3.

Inmiddels lopen de meedoenregeling en het busvoordeelabonnement helemaal via het nieuwe platform. Dit loopt goed maar om meer regelingen te kunnen aansluiten moet het systeem nog gebruiksvriendelijker worden. Aan deze doorontwikkelingen wordt momenteel gewerkt. Voor de zomer verwachten we deze klaar te hebben en alle regelingen op het platform al bij elkaar te kunnen tonen. Dit is de eerste stap richting één toegangspoort. Aan het eind van het jaar verwachten we dat alle regelingen op dezelfde wijze aangevraagd kunnen worden en ook directe betalingen via het platform kunnen verlopen.

27

Webpagina: Pagina boekwerk: 61 Vraag 1. Voor wie ‘werk niet altijd de oplossing is’, waar lopen deze mensen tegenaan? En hoe gaat de gemeente hiermee om? Time-out of iets anders? 2. Gezien de teruggelopen aanvragen in de corona periode: Is er een beeld van welke doelgroep minder ondersteuning heeft aangevraagd? Hoe worden deze inwoners alsnog actief benaderd door de gemeente? 3. Hoeveel mensen, als percentage van de aangeboden gesprekken, weigeren een adviesgesprek? 4. Is bekend waarom mensen geen gebruik maken van een adviesgesprek? 5. In hoeveel gevallen wordt de toeslag naar beneden aangepast? 6. Wat verklaart de verschillen in hoogte van de toeslag, tussen het besluit van de gemeente en de aanpassing door Sociaal Raadslieden in deze pilot. Worden er conclusies en acties ondernomen n.a.v. uitkomsten deze pilot. ‘citeer” bleken recht te hebben op een hogere toeslag’ Antwoord 1. Niet altijd is werk de oplossing uit armoede. Gedacht moet worden aan mensen met 0-urencontracten, flexibele en/of parttime contracten, maar ook mensen die fulltime werken voor een laag inkomen. Landelijke toeslagen worden afgebouwd, niet alle regelingen zijn meer van toepassing en daarmee kunnen ook werkenden nog steeds met hun inkomen uitkomen onder de grens van 130% van het sociaal minimum.

Voor deze groep ‘werkende armen’ hebben we beleidsmatig extra aandacht vanuit de Armoede Agenda Nijmegen 2020-2024. Zo doen we onderzoek naar vindplaatsen om deze groep beter te kunnen bereiken, benaderen we werkgevers waar veel mensen met lage lonen werken en werken we aan een makkelijk, toegankelijke, digitale toegangspoort voor de regelingen. 2. Vooral de deelname aan de meedoenregeling en het busvoordeelabonnement liepen in coronatijd terug. Dit is logisch te verklaren doordat tijdens de lockdown ook veel sportverenigingen, cultuurinstellingen, etc. gesloten waren. Daarmee liep ook het aantal reisbewegingen terug. Op het moment dat alles weer open ging hebben we mensen geattendeerd via online en offline berichten, nieuwsbrieven en mailings dat zij nog gebruik konden maken van hun tegoed. Daarop zagen we direct een piek in de aanvragen. Daarnaast zien we afgelopen jaren een lichte terugloop in de deelname aan de CAZ. We onderzoeken nader wat hiervan de reden is en welke acties we eventueel moeten inzetten. 3. Dit is niet bekend. 4. Dit wordt niet bijgehouden, soms zeggen mensen het zelf te kunnen regelen, maar naar andere motieven is het gissen. 5. Vanuit de pilot weten we dat voor circa 10-20% mensen een aanpassing naar beneden nodig is. Hiermee worden vorderingen voorkomen. 6.

Het gaat hierbij om de toeslagen die worden verstrekt vanuit de Belastingdienst (huur-, zorg-, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget). De hoogte is afhankelijk van het inkomen wat bekend is bij de Belastingdienst. Als uitkeringsgerechtigden gaan werken verandert het inkomen en hebben ze recht op een ander bedrag aan toeslagen. De Toeslagencheck zorgt ervoor dat inwoners op een juiste manier het nieuwe inkomen doorgeven bij de Belastingdienst en voorkomt zo dat ze te veel of te weinig toeslagen ontvangen. De Sociaal Raadslieden informeren de inwoners daarnaast over hoe ze dit in het vervolg zelf kunnen als dat nodig is en beantwoorden andere vragen op het gebied van bijv. inkomstenbelasting en andere juridische kwesties.

28

Webpagina: 149 Pagina boekwerk: Vraag 1. Ambitie: We willen dat alle Nijmegenaren kunnen participeren, bij voorkeur naar werk “In 2021 zijn in samenwerking met Werkbedrijf 887 uitkeringsgerechtigden uitgestroomd naar werk, ten opzichte van 627 in 2020.” Vraag: De absolute getallen zeggen weinig omdat de context en economische situatie in de twee jaren enorm verschilt. Welk aandeel van de 887 uitstromers in 2021 en 627 uitstromers in 2020 was langdurig uitkeringsgerechtigd? Zien we een stijgende trend in de uitstroom van langdurig werklozen naar werk nu de krapte op de arbeidsmarkt oploopt? Zo nee, waar ligt dat aan? 2.

Inhuur, externe inhuur. “Het aantal resultaatopdrachten en externe vacatures toont aan dat de dynamiek op de arbeidsmarkt groeit. Dat is tevens een van de redenen waarom de uitgaven voor externe inhuur gestegen zijn. Als afgesproken werkzaamheden personele inzet vereisen en deze niet direct geworven kan worden wordt er noodgedwongen ingehuurd. Daarnaast vergen de vele grote opgaven in het fysieke domein in combinatie met een juist daar steeds krappere arbeidsmarkt extra inzet in de vorm van specialistische inhuur.” Vraag: Wat zijn de andere redenen waardoor de externe inhuur gestegen is? (indien mogelijk te onderbouwen) Welk aandeel van de externe inhuur in de totale loonsom is te verklaren door bovenstaande reden? (Achtergrond vraag: op basis van de kraptecijfers aangegeven in de spanningsindicator van het UWV kan ik de verklaring dat de steeds krappere arbeidsmarkt een belangrijke reden is voor de noodzaak tot meer externe inhuur niet onderbouwen. De cijfers laten de causaliteit niet zien. Zo geeft de spanningsindicator aan dat de krapte in regio Rijk van Nijmegen in de relevante sectoren voor het fysieke domein in alle jaren krap is, behalve in 2021 waar de indicator aangeeft dat de spanning naar zeer krap is gestegen. Terwijl het percentage aan externe inhuur flink schommelt. Zie tabel Aandeel externe huur in totale loonsom 2018 2019 2020 2021

10,2% 11,2% 9% 11,1%

Spanningsindicator relevante sectoren voor opgaven in fysiek domein krap Krap krap Zeer krap

Waarom lukt het wel om het juiste personeel te vinden om afgesproken werkzaamheden uit te voeren op basis van externe inhuur en niet op basis van werving en aannemen? Antwoord 1. In onderstaande tabel is de uitstroom naar werk vanuit de bijstand gerelateerd aan de uitkeringsduur: uitkeringsduur < 6 mnd. 6-12 mnd. 1-3 jaar 3-5 jaar >5 jaar

2020 40% 16% 23% 10% 11%

2021 29% 22% 31% 7% 12%

2. De uitgaven aan inhuur als aandeel in de totale personele kosten bedragen in 2021 11%. Dat is vergelijkbaar met het percentage over 2019. In 2020, het eerste coronajaar, was het maar 9%. Het gevolg van een tijdelijke terugloop aan projecten in het fysieke domein in dat jaar. Overigens bedraagt, volgens het A+O-fonds Nederlandse gemeenten, het percentage inhuur 18% bij andere 100.000+ gemeenten in 2019 en 2020. Dat wij terughoudend omgaan met de inzet van inhuur wordt ook bevestigd door het onderzoek dat bureau Berenschot in 2021 specifiek voor gemeente Nijmegen heeft uitgevoerd.

29

Inhuur vindt plaats vanuit verschillende motieven. In de basis zijn dat vervanging vanwege ziekte, tijdelijke pieken in werkzaamheden en projecten die tijdelijke extra inzet vergen, die we zelf niet kwalitatief of kwantitatief beschikbaar hebben. De dagelijkse dienstverlening en opgaven die gerealiseerd moeten worden vergen de inzet van flexibele arbeid. Van de totale uitgaven aan inhuur van € 13.861.000 in 2021 werd 50% benut voor projecten in het fysieke domein. Met uitzondering van 2020 geldt dat percentage ook voor eerdere jaren. De omvang van deze inhuur wordt zowel beïnvloed door de tijdelijke financiering en tijdelijke behoefte bij deze projecten alsook door het vanwege arbeidsvoorwaarden niet in dienst kunnen nemen van technisch personeel op HBO of WO niveau. In het algemeen zien we in 2021 een stijging van het aantal externe vacatures naar 96 ten opzichte van de twee jaren daarvoor (2020: 43 en 2019: 37). Steeds minder vaak lukt het om de behoefte aan vervangend of nieuw personeel intern of extern via werving ingevuld te krijgen. Dat betreft vooral functies op HBO en WO niveau en vooral in de technische en IT werkvelden. De oorzaak daarvan zit zowel in minder aanbod op de markt als in meer vraag vanuit organisaties.

Wij zijn werkinhoudelijk nog wel een redelijk aantrekkelijke werkgever maar concurreren met salarissen niet of maar beperkt met het bedrijfsleven op de bovengenoemde werkvelden. Om (tijdelijke) opgaven toch te kunnen realiseren resteert bij het niet kunnen werven van personeel in eigen dienst alleen nog inhuur.

30

Programma Onderwijs Webpagina:

Pagina boekwerk: 70

Vraag Op 22 december 2021 is het Regionaal Programma Onderwijs vastgesteld. Dit gaat nog uit van een fusie tussen het Dominicus College en het Kandinsky College. Inmiddels is er geen sprake meer van fusie, maar van sluiting van het Dominicus College. Betekent dit dat het RPO opnieuw in aangepaste vorm vastgesteld moet worden? Antwoord Het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) gaat over de bekostiging van onderwijs: wanneer een RPO volgens de wettelijke voorschriften en de voorgeschreven procesgang tot stand is gekomen, zorgt de minister van Onderwijs er vervolgens voor dat de door de schoolbesturen gevraagde onderwijsvoorzieningen in aanmerking komen voor bekostiging. Bij sluiting van een school, in dit geval het Dominicus College, wordt het RPO niet aangepast of vastgesteld.

Webpagina: Pagina boekwerk: 68 Vraag Zijn er ook cijfers bekend van het verschil tussen ‘digitaal verzuim’ en ‘fysiek verzuim’? Is het één wellicht een stuk hoger? Antwoord Digitaal verzuim speelde met name in de periode van schoolsluitingen. Het was voor scholen, zeker in de beginperiode van corona, soms best lastig om te bepalen wanneer sprake was van ongeoorloofd verzuim bij digitaal onderwijs. Sommige leerlingen en studenten hadden bijvoorbeeld problemen met inloggen, geluid en camera, gedeelde werkruimte etc. Bij andere leerlingen speelden motivatieproblemen bij het langdurige online onderwijs een grote rol. Bij de tweede lockdown periode viel het digitaal onderwijs onder het lesrooster en werd het niet volgen van online onderwijs gelijkgesteld aan regulier ongeoorloofd verzuim. Naar aanleiding van de meldingen bij het verzuimloket namen leerplichtambtenaren contact op met de leerling/student en de scholen. Of een verzuimmelding betrekking heeft op fysiek of digitaal verzuim is te achterhalen door de afzonderlijke, inhoudelijke dossiers te openen.

31

Webpagina: Pagina boekwerk: 69 Vraag Zijn er redenen bekend voor het vroegtijdig schoolverlaten? Indien ja, welke en wat zijn de voornaamste redenen? Antwoord Na jaren van daling is in het afgelopen schooljaar het aantal voortijdige schoolverlaters weer iets toegenomen. Zowel landelijk, als regionaal als in Nijmegen. Vaak is er niet één verklaring voor voortijdig schoolverlaten maar zijn er meerdere redenen. De oorzaken die landelijk worden genoemd voor voortijdig schoolverlaten lijken ook in onze regio en stad aan de orde. Diverse factoren, samenhangend met de coronacrisis, die mogelijk van invloed zijn: -

Mbo-instellingen hebben de ruimte gekregen om sommige studenten langer in school te houden en niet uit te schrijven. Door het vervallen van het centraal examen 2020 zijn jongeren geslaagd en doorgestroomd naar het mbo die dat onder normale omstandigheden niet hadden gedaan. Sommige jongeren lijken alsnog te zijn uitgevallen. Een toename van het aantal jongeren dat een verkeerde studiekeuze heeft gemaakt, o.a. omdat open dagen anders of niet door konden gaan. Hierdoor kregen de studenten toch een minder goed beeld van de opleiding of kwamen verwachtingen niet uit. Toename van mentale problemen bij studenten. Het CBS heeft aangetoond dat er een duidelijk verband bestaat tussen het hebben van psychische problemen en de kans op voortijdig schoolverlaten. Er zijn sterke aanwijzingen dat mentale problematiek door de crisis is aangewakkerd. Veel onderwijs moest op afstand plaatsvinden wat leidde tot onder andere meer motivatieproblemen, eenzaamheid en slaapproblemen. Bij een groeiende economie wordt werken, als alternatief voor een opleiding, aantrekkelijker. Er kan dan ongediplomeerde uitstroom naar werk plaatsvinden.

32

Webpagina: Pagina boekwerk: 70 Vraag 1. ´Uit de laatste Gezondheidsmonitor Jeugd blijkt dat de homoacceptatie onder de Nijmeegse VOscholieren beter scoort dan dezelfde doelgroep in Rivierenland en de rest van Oost-Nederland.´ � Wat zijn de cijfers van de jaren hiervoor? Heeft Nijmegen de jaren hiervoor ook al niet altijd hoger gescoord? 2. ‘De aanpak van discriminatie is verwerkt in de burgerschapsaanpak.’ � Wat is de burgerschapsaanpak? Antwoord 1. Zie voor de cijfers van voorgaande jaren de onderstaande grafiek. Hieruit blijkt dat Nijmegen beter scoort dan de rest van de GGD regio op homoacceptatie, deze grafiek is gebaseerd op de Gezondheidsmonitoren van de afgelopen jaren.

2. Burgerschapsaanpak, oftewel burgerschapsvorming is het vormen van leerlingen die actief meedoen aan de samenleving en een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Het is geen vak, maar een taak van de school. Scholen zijn wettelijk verplicht om deze taak uit te voeren, de inspectie ziet hierop toe. Op 1 augustus 2021 is de nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs in het funderend onderwijs (het primair en voortgezet onderwijs, inclusief het speciaal onderwijs) in werking getreden. De wet zorgt ervoor dat de regels voor het burgerschapsonderwijs in zowel het primair als voortgezet onderwijs verplichtender zijn geworden. Dit geldt voor het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Hierbij ligt de nadruk vooral ook op acceptatie en veiligheid.

33

Webpagina: Pagina boekwerk: 73 Vraag 1. Wat is het verschil tussen absoluut en relatief verzuim? 2. Is er al een update over de huidige cijfers van dit verzuim? Antwoord 1. Relatief verzuim: een leerling staat ingeschreven op een school maar is afwezig tijdens les- of praktijktijd. Relatief verzuim kan geoorloofd zijn (bijvoorbeeld ziekte) of ongeoorloofd zijn (spijbelen). Scholen zijn verplicht om ongeoorloofd verzuim te melden. Absoluut verzuim: een leerling heeft geen inschrijving op een school. Via rapportages weten gemeenten om welke leerlingen het gaat. 2. De cijfers voor verzuim staan gepubliceerd op waarstaatjegemeente.nl. Daar staan de absolute verzuimcijfers tot 2020 vermeld en de relatieve verzuimcijfers tot 2019. Er is geen verklaring gegeven voor het ontbreken van meer recente cijfers maar denkbaar is dat de schoolsluitingen vanwege corona het moeilijk maken om relatief verzuim in de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 te vergelijken met eerdere jaren. We zouden zelf een cijfer voor relatief verzuim kunnen berekenen op basis van eigen gegevens maar vanwege uniformiteit en om vergelijkingen te kunnen maken met andere gemeenten gebruiken we de beschikbare indicatoren van waarstaatjegemeente.nl

34

Programma Bereikbaarheid Webpagina:

Pagina boekwerk: 79

Vraag 1. Zijn er al teruggebrachte frequenties hersteld binnen de lopende dienstregeling? 2. Wat zijn de verbeterplannen voor de situatie bij Plein 1944? 3. Het huidige OV-steunpakket van het Rijk loopt door tot september 2022. Is er zicht op een verdere verlenging na september ’22? Zijn hierover gesprekken met het Rijk? Antwoord 1. De teruggebrachte frequenties zijn nog niet volledig hersteld. Op dit moment wordt ongeveer 90% van het aantal ritten weer gereden ten opzichte van 2019. Het reizigersherstel blijft echter nog verder achter. De verwachting is dat eind 2023 ongeveer 80% van het aantal reizigers weer terug is. De vervoerder heeft met de provincie afgesproken om weer op te schalen naar de normale pré-coronadienstregeling bij 85% reizigersherstel. 2. Bij Plein 1944 worden op dit moment verschillende opties onderzocht samen met provincie en vervoerder. Doelstelling hiervan is om hier een eenduidige aantrekkelijke halte te realiseren. In de tweede helft van 2022 wordt meer duidelijk over de precieze invulling. 3. Op dit moment is er helaas geen zicht op verdere verlenging. De provincies en vervoerders zijn hierover nog volop in gesprek met het Rijk, omdat het verdwijnen van het steunpakket verdere gevolgen zal hebben voor de dienstregeling.

35

Programma Wonen en stedelijke ontwikkeling Webpagina: X Pagina boekwerk: In de stadsrekening lees ik onder wonen en stedelijke ontwikkeling dat er 800 woningen opgeleverd zouden zijn, 200 meer dan voorgaande jaren. Als ik dat echter afzet tegen de ontwikkeling van het aantal woningen in de stad onder de indicatoren, zie ik dat er in 2021 tov 2020 slechts 600 woningen bij zijn gekomen. Vraag 1. Waar zit dit verschil van 200 woningen dan in tussen de ontwikkeling van het stadstotaal aantal woningen tegenover het aantal opgeleverde woningen? 2.

Vervolgens vraag ik me ook af hoe het dan kan dat in eerdere jaren er ca. 1000 woningen per jaar worden opgeleverd sinds 2017, maar er volgens het College verleden jaar ongeveer 600 woningen zijn opgeleverd? Antwoord 1. Bij de indicatoren wordt het aantal woningen per 1-1-2021 genoemd (82317). In de loop van 2020 is de woningvoorraad dus met 600 woningen toegenomen. De woningvoorraad per 1- 1 2022 is 83576. Dit is een toename van 1259 woonruimten. De toename bestaat uit een toename van 800 nieuwbouwwoningen, en een toename van 600 overige woonruimten : toevoegingen in bestaande panden (splitsingen en transformatie) én een aftrek van 120 woonruimten door sloop en onttrekkingen. 2. In 2021 zijn er 800 nieuwbouwwoningen opgeleverd en zijn er door toevoegingen anderszins (splitsing en transformatie) nog eens netto 600 woningen bijgekomen. We streven naar ongeveer gemiddeld 1000 woningen per jaar. Daarin zijn natuurlijk fluctuaties.

36

Webpagina: Pagina boekwerk: 87 Vraag 1. Wat houdt ‘breder met de stad delen’ in? Op welke manier gebeurt dit? 2. Op basis waarvan wordt besloten dat bepaald vastgoed geen beleidsdoel meer dient? Hoe vindt de besluitvorming hierover plaats? 3. Waarom is er een verkoopopgave voor de afbouw van gemeentelijk vastgoed? Antwoord 1. Deze vraag heeft betrekking op het Park het Valkhof. De Visie is in 2019 samen ontwikkeld met de binnenstad (omwonenden, instellingen horeca) en stakeholders (natuur, cultuur, cultuurhistorie, musea, etc.). In de visie hebben we de ambities voor het park neergelegd. Een gedetailleerdere uitwerking in de vorm van een schetsontwerp is afgelopen winter in een (digitale) bijeenkomst waarvoor dezelfde groepen waren uitgenodigd, besproken. In overleg met deze groep is afgesproken dat we een speciale website met email-adres zouden inrichten waarop mensen hun vragen en opmerkingen kwijt kunnen. De vervolgstap is dat we het voorlopige en het definitieve ontwerp ook via deze website/email-adres gaan delen. 2. In 2012 heeft de raad de kadernota vastgoedbeleid vastgesteld. Daarin is vastgelegd welk (maatschappelijk) vastgoed de gemeente in eigendom heeft. In overleg met de taakvelden wordt bepaald of een object een beleidsdoel dient of in de nabije toekomst kan dienen. Als dat niet het geval is, wordt het object verkocht.

De verkoopovereenkomst wordt altijd ter goedkeuring aan het college voorgelegd, met uitzondering van de Maycrete woningen. Met de verkoop van die woningen heeft het college al ingestemd. Het college besluit dus uiteindelijk of een object al dan niet wordt verkocht. 3. De kadernota vastgoedbeleid bepaalt of een object gemeentelijk eigendom is of niet. In overleg met de taakvelden wordt vastgesteld of een object een beleidsdoel dient of kan dienen. Als dat niet het geval is, wordt op basis van de kadernota vastgoedbeleid het object verkocht. Aan de hand van een eerste scan is duidelijk geworden dat een aantal objecten niet te dienste staan c.q. stonden van beleidsdoelen. Op basis daarvan is een verkoopstrategie opgesteld. De kadernota vastgoedbeleid kan er overigens ook toe leiden dat vastgoed wordt aangekocht, mits dat vastgoed een beleidsdoel dient. Dat is recentelijk ook gebeurd (bijvoorbeeld Museum het Valkhof en De Hulsen). De raad heeft in 2019 besloten om panden die geen beleidsdoel dienen te verkopen. Over de periode 2019 tot en met 2022 is de opdracht om in totaliteit € 10 miljoen aan verkoopopbrengsten te genereren.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 90

Vraag Op welke manieren kunnen verhuiscoaches financiële belemmeringen wegnemen? Is het toekennen van de stempel ‘ouderenwoning’ voor 55+-ers overwogen als oplossing? Antwoord De verhuiscoaches adviseren 55+huurders ook over energielabels. Een nieuwbouw appartement is misschien in huur duurder, maar is vaak energiezuiniger dan de oudere en grotere woning waar men nu woont. De verhuiscoach kan inzicht geven in deze financiële kant van een verhuizing waardoor men geen belemmering meer ervaart. Ook kan de verhuiscoach adviseren over hulp rondom de verhuizing via vrijwilligers van het welzijnswerk. Tot slot kan een 55+ huurder via het contact met de verhuiscoach een eenmalige verhuisvergoeding bij de provincie aanvragen. Het is aan corporaties om labels toe te kennen en sommige corporaties werken hier al mee voor bepaalde complexen.

37

Webpagina: Pagina boekwerk: 91 Vraag 1. Wat wordt er verstaan onder een gedifferentieerd en inclusief woon- en leefmilieu en hoe is deze definitie tot stand gekomen? 2.

Er ligt op dit moment een business case die is besproken met een aantal ondernemers van het huidige Honigcomplex. Partijen zijn samen met een externe ontwikkelaar aan de slag om samen tot een business case te komen die financieel sluit en de Honig een vervolg geeft. a. Wie zijn de ‘aantal ondernemers’? b. Wie zijn de ‘partijen’? c. Wie zijn de ‘externe ontwikkelaars’? Antwoord 1. Hiermee wordt bedoeld een woon- en leefmilieu waar verschillende functies worden gecombineerd en waar woningen in verschillende prijsklasses koop en huur gerealiseerd worden. 2.a. Vanwege lopende, dus nog niet afgeronde onderhandelingen is het niet aan de gemeente om deze ondernemers bekend te maken. Eerder is in de voortgangsrapportage Waalfront juni 2021 wel opgenomen dat de insteek van de intentieovereenkomst is om de bedrijfsvoering van De Meesterproef, First Things First, Stoom, Galerie Bart en de Smeltkroes voort te zetten. 2.b. De ondernemers. 2.c. Zoals opgenomen in de voortgangsrapportage Waalfront juni 2021, is er een intentieovereenkomst met Lingotto/Bart Hoogwegt.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 92

Vraag 1. Als er geen Nijmeegse grond in deze regeling zit en Nijmegen geen financiële bijdrage levert, welke rol heeft Nijmegen in deze GR? 2. Vervolgvraag, waarom krijgt Nijmegen winstuitkering vanuit een GR waar wij geen bijdrage aan leveren én geen grond in hebben? Antwoord 1. Bijsterhuizen is qua plangebied ca 200 ha groot, waarvan ca 160 ha uitgeefbaar. Daarvan bevindt zich ca 25% op Nijmeegs grondgebied en 75 % op het grondgebied van de gemeente Wijchen. Voor de ontwikkeling van dit totale gebied is in 1992 de GR Bijsterhuizen (gemeenschappelijke regeling) tot stand gekomen. Nijmegen en Wijchen nemen beide voor 50% deel in de GR Bijsterhuizen en delen dus ook voor 50% het resultaat. 2. Voor rekening van het openbaar lichaam Bijsterhuizen zijn gronden in zowel Nijmegen als Wijchen aangekocht, bouwrijp gemaakt en uitgegeven. De winst uit de planexploitatie wordt periodiek, zodra de stand van zaken, dat toelaat tussentijds uitgekeerd aan de beide gemeenten.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 94

Vraag Waarom zijn de lasten voor woningen voor studenten en starters gehalveerd? Antwoord De geraamde bijdrage (provinciale subsidie) heeft niet plaatsgevonden. Er zijn ook geen kosten gemaakt. Effect op zowel lasten als baten is 0,1mln (minder lasten en minder baten). Ten gunste van de algemene middelen niet bestede BWS (Besluit Woninggebonden Subsidies,is een oude rijksbijdrage) gelden. Effect op lasten 0,1mln (minder lasten).

38

Webpagina: Pagina boekwerk: 95 Vraag Waardoor is er sinds 2020 een halvering van goedkope koop? Antwoord De indeling is op basis van WOZ-waardes. De woningprijzen en daarmee ook de WOZ-waardes zijn na 2019 flink gestegen.

Webpagina: Pagina boekwerk: 90 Vraag 1. Er wordt gesproken over de twee verhuiscoaches die zijn aangesteld (zie ook eerdere motie hierover van CDA en PvdA). Daarin werd ook expliciet opgeroepen bij de verhuizing te kijken naar mogelijkheden over huurmatiging. Hoe staat het daar mee? 2. Bij de GREX wordt gesproken van 40% goedkope woningen. Hoe is de verdeling huur en koop? Antwoord 1. Binnen het project van de verhuiscoaches wordt door de corporaties gekeken naar de mogelijkheden van huurmatiging. Zij zijn bezig om verschillende opties te verkennen. 2. Binnen het deel goedkoop is 14% koop en 86% sociale of middeldure huur.

39

Programma Openbare ruimte Webpagina: 122 Pagina boekwerk: In 2020 en in 2021 was de ambitie gelegd om een lokaal klimaatadaptatieplan en een Toolbox klimaatadaptatie te ontwikkelen. Vraag Wanneer kan de raad het Nijmeegse klimaatadaptatieplan en de Toolbox verwachten? Antwoord Op dit moment is het klimaatadaptatieplan nog in de maak. Er worden hierbij drie fasen doorlopen. 1. Het inzichtelijk krijgen van de klimaateffecten voor de stad (hitte, wateroverlast en droogte) en de bijbehorende knelpunten en opgaven 2. Het formuleren van de strategie en aanpak op hoofdlijnen, 3. Het (gedetailleerd) uitwerken van de aanpak in een uitvoeringsprogramma en toolbox (een breed pakket van instrumenten, denk aan regels, richtlijnen en werkprocessen voor het realiseren klimaatadaptatief bouwen en herinrichten van de openbare ruimte te borgen). Het klimaatadaptatieplan omvat de eerste 2 onderdelen en de verwachting is dat het eindconcept na de zomer gereed is.

40

Webpagina: 122 Pagina boekwerk: Benoemd voor 2021 is de ambitie om woningen te verduurzamen en isoleren. Hier wordt gericht op ‘particulieren in de hele stad’. Vraag 1. Kunt u de inzet het afgelopen jaar voor deze particulieren duiden in het aantal en soort woningen? 2. Hoeveel % hiervan zijn huiseigenaren en hoeveel huurders? 3. Is bekend welke energielabel de huizen hadden welke werden verduurzaamd, en zo ja wat zijn de cijfers hiervan? Antwoord 1. We kunnen onze inzet met acties voor verduurzamen en isolatie maar beperkt koppelen aan de data voor daadwerkelijk verduurzaamde woningen (zoals bijvoorbeeld het energieverbruik of energielabelverdeling). Onze acties richten zich op de gehele breedte van de klantreis van bewustwording, informeren en adviseren tot en met het ontzorgen. Uiteindelijk zal dit leiden tot energiebesparing en verduurzamingsmaatregelen aan de woning. Alleen daar waar huiseigenaren kiezen om (een deel van) de uitvoering via onze collectieve inkoopactie te laten doen hebben wij hier voor dat deel informatie over. Maar woningeigenaren kunnen er ook voor kiezen om na het via onze acties gelopen voortraject maatregelen zoals bijvoorbeeld zonnepanelen of spouwmuurisolatie individueel door een eigen installateur te laten uitvoeren.

Ook in dat geval is onze actie succesvol, maar missen we de data voor de directe koppeling van het resultaat voor verduurzaming van de woning met onze actie. Wel hebben we inzicht in het aantal deelnemers aan onze acties. We zijn in het najaar van 2020 gestart met een eerste cyclus van diverse acties die in de uitvoering doorliepen in 2021. Deze acties richtten zich zowel op bewustwording en gedrag als op concrete uitvoering en liepen uiteen van een cadeaubon voor bijvoorbeeld tochtband, een energieadvies rapport op maat, tot een inkoopacties voor isolatie en zonnepanelen. Aan alle acties gezamenlijk hebben in dit eerste jaar 9.965 woningeigenaren deelgenomen. De tweede cyclus is in het najaar van 2021 gestart en loopt nog tot het einde van 2022. Tot 16 mei 2022 hebben daar in totaal 16.626 huishoudens aan deelgenomen. Daarvan waren 8.761 huishoudens huurders waarbij we ons vooral richten op gedrag en kleine energiebesparende maatregelen. Bijvoorbeeld door de inzet van energiecoaches. 2. We richten ons voor wat betreft de acties voor grote maatregelen zodat glasisolatie of warmtepomp alleen op woningeigenaren. Voor grote maatregelen zijn de verhuurders verantwoordelijk. Wel werken we samen met de woningcorporaties bij acties gericht op gedrag en kleine maatregelen. En volgen en stimuleren we de woningcorporaties bij het nemen van grote maatregelen via de prestatieafspraken.

Zie ook antwoord bij vraag 1. 3. Nee, dat is niet bekend. Grotendeels vanwege de punten die bij het antwoord op vraag 1. zijn benoemd. Bij de energieadviezen die op maat zijn gegeven wordt uiteraard wel het energielabel betrokken. Echter de gemeente vraagt geen terugkoppeling over eventuele uitvoering en gerealiseerde labelsprong. Vaak zijn dit processen die meerjarig lopen en daarnaast werkt een individueel volgsysteem hierop vanuit de gemeente niet stimulerend voor een woningeigenaar.

41

Webpagina: 123 Pagina boekwerk: Er is een start gemaakt met het project Energy Transhipment Hub, de EFRO subsidie beoogd hiervoor is ingetrokken. Vraag 1. Is er zicht op realistische alternatieve middelen die we hiervoor kunnen opzoeken? 2. Welke stappen zijn/ worden hierin ondernomen? Antwoord De firma Zero Emission Services (ZES) heeft een subsidie van 50 miljoen euro ontvangen vanuit het Nationaal Groeifonds. Dit is bedoeld voor het inrichten van 14 batterij-wissel-hubs, waarvoor Nijmegen ook kandidaat is. Deze subsidie kan mogelijk worden benut als alternatieve middelen voor het project ET-Hub. Een andere mogelijkheid is de Spuk-regeling van het Schone Lucht Akkoord. De opties worden besproken in een nieuw gevormde projectgroep bestaande uit ZES, Engie, BCTN, gemeente Nijmegen, provincie Gelderland, en OostNL.

42

Webpagina: 123 Pagina boekwerk: Vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer hebben bedrijven en instellingen de verplichting om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. De ODRN heeft hiervoor bij meer dan 400 bedrijven controles voor uitgevoerd. Uit driekwart van de 1e controles blijkt dat de regelgeving niet volledig wordt nageleefd. Dit komt uit op ruim 300 bedrijven die hier niet aan voldoen. Vraag 1. Hoe is hier vervolgens op gehandeld? 2. Hoe wordt ervoor gezorgd dat deze bedrijven en instellingen wel gaan voldoen aan deze eis? 3. Is er een termijn geëist om dit uitgevoerd te hebben? 4. Zijn hier (financiële) consequenties aan gebonden? 5. Wordt hierop gecontroleerd? Antwoord In de periode 2018 t/m 2021 hebben wij bij ongeveer 450 energiebesparingsplichtige bedrijven en instellingen energietoezicht uitgevoerd. Daarvan voldeed tijdens de eerste controle ongeveer ¾ niet aan de energiebesparingsplicht. 1. Hoe is hier vervolgens op gehandeld? Als uit de energiecontrole blijkt dat een bedrijf of de instelling in overtreding is van de milieuwetgeving (het onderdeel Energiebesparing uit het Activiteitenbesluit), wordt er een brief gestuurd waar de betreffende energiebesparende maatregelen in omschreven zijn.

Daarin is door de ODRN een hersteltermijn (zie vraag 3) bepaald waarbinnen de ondernemer de maatregelen toe moet passen. 2. Hoe wordt ervoor gezorgd dat deze bedrijven en instellingen wel gaan voldoen aan deze eis? Nadat de hersteltermijn is verlopen, wordt een hercontrole uitgevoerd. Als dan blijkt dat er nog niet wordt voldaan aan de energiebesparingsplicht, worden bestuursrechtelijke vervolgstappen genomen. Dat komt er op neer dat er een voornemen last onder dwangsom wordt opgelegd. Als na de nieuwe hersteltermijn blijkt dat er nog steeds niet wordt voldaan, volgt er een last onder dwangsom. Over het algemeen geeft een voornemen last onder dwangsom dat de ondernemer voldoende motivatie om de energiebesparende maatregelen toe te gaan passen. In enkele gevallen is een last onder dwangsom noodzakelijk om genoeg druk te zetten. In uitzonderlijke gevallen heeft de Omgevingsdienst de mogelijkheid om naast het bestuursrechtelijk optreden ook strafrechtelijk op te treden (boete) als een ondernemer echt niet wil meewerken. Maar dat komt in de praktijk niet of nauwelijks voor bij overtredingen op het aspect energie. 3.

Is er een termijn geëist om dit uitgevoerd te hebben? De hersteltermijn om de energiebesparende maatregelen toe te passen is in de praktijk vaak enkele maanden voor de eenvoudige maatregelen met een beperkte investering en ongeveer 1 jaar voor de complexere maatregelen of maatregelen met een hogere investering. Binnen die termijn heeft de ondernemer de gelegenheid om de overtreding te beëindigen door het toepassen van de betreffende energiebesparende maatregelen. De ODRN houdt er rekening mee dat de termijn redelijk moet zijn. Voor bepaalde investeringen (bijvoorbeeld de aanschaf van een energiezuinig apparaat) moeten we rekening houden met levertijden en de beschikbaarheid van installateurs. De ondernemer moet ook de kans krijgen om de prijs en kwaliteit van verschillende producten te kunnen onderzoeken. Ook is het bij veel organisaties noodzakelijk dat er geld wordt vrij gemaakt als het om hogere bedragen gaat. Als er ineens een hoog bedrag geïnvesteerd moet worden in energiebesparing, kan het zijn dat de directie van een bedrijf daar niet op gerekend heeft en andere investeringen uit moet stellen. Het onderdeel Energie uit het Activiteitenbesluit geeft hier ook ruimte voor, daarin is vastgelegd dat de Omgevingsdienst een gefaseerde uitvoering kan toestaan als de bedrijfseconomische omstandigheden daar reden voor geven.

43

4. Zijn hier (financiële) consequenties aan gebonden? Als een ondernemer niet of slecht meewerkt, kan dat financiële consequenties hebben voor het bedrijf of de instelling. Dat kan een last onder dwangsom zijn als de energiebesparende maatregelen na meerdere waarschuwingen nog steeds niet toegepast zijn. Dat wil niet zeggen dat er dan niet meer geïnvesteerd moet worden in energiebesparing. Dat moet hoe dan ook gebeuren, ook als het bedrijf het dwangsombedrag al heeft moeten betalen. Een last onder dwangsom kan meerdere keren verbeurd worden en kan ook verhoogd worden als die eerder onvoldoende effect heeft gehad. Daarnaast is het ook mogelijk om een strafrechtelijke boete op te leggen. Ongeveer 17% van de bedrijven/instellingen die bij de eerste energiecontrole niet voldoen, komt uit op een voornemen last onder dwangsom. Ongeveer 2% van de bedrijven/instellingen die bij de eerste energiecontrole niet voldoen komt uit op een last onder dwangsom (op basis van cijfers tot medio 2021). 5. Wordt hierop gecontroleerd? In alle gevallen wordt na een geconstateerde overtreding van de energiebesparingsplicht een hercontrole uitgevoerd om te controleren of de energiebesparende maatregelen dan wel toegepast zijn.

Als er bestuursrechtelijke vervolgstappen worden gezet (een voornemen last onder dwangsom of een last onder dwangsom), moeten we daarvoor een nieuwe redelijke termijn geven om de maatregelen toe te passen. Het kan daardoor voorkomen dat meerdere termijnen elkaar opvolgen. Na iedere termijn wordt er een nieuwe hercontrole uitgevoerd. De zaak wordt pas afgesloten als het bedrijf of de instelling voor 100% voldoet aan de aanschrijving.

Webpagina: Pagina boekwerk: 99 Uit financiële overwegingen konden de kapitaalgoederen in de openbare ruimte niet overal en tijdig goed worden onderhouden. Gevolg: terugloop van de technische kwaliteit als de beeldkwaliteit van voorzieningen. Start vervangingsgolf voor de kapitaalgoederen met een presentatie van een nota kapitaalgoederen. Vraag 1. Is deze nota gereed? Zo nee, wanneer kunnen we deze verwachten? 2. Op basis van deze nota gaat u de onderhoudsbehoeften en –mogelijkheden bepalen. Welke methodieken zijn er en welke bent u voornemens te gaan gebruiken? Antwoord 1. De startnotitie Nota Kapitaalgoederen is in concept gereed en komt na het aantreden van het nieuwe college beschikbaar. 2. De onderhoudsbehoefte wordt op een tweetal manieren bepaald: •

•

Klein en groot onderhoud wordt bepaald op basis van periodieke inspecties. Op basis van de aantroffen schadebeelden worden passende onderhoudsmaatregelen genomen. Klein en groot onderhoud komen ten laste van de exploitatiebegroting. Het programmeren van klein en groot onderhoud op basis van inspecties is een algemene standaard werkwijze waarbij gebruik wordt gemaakt van landelijke standaarden en normeringen. Daarnaast zijn er vervangingsinvesteringen. Vervangingen vinden plaats op basis van leeftijd van de openbare ruimte van 40 jaar en ouder. De volgorde van de wijken vindt plaatst op basis van urgentie en leeftijd. Bij het programmeren van de vervangingsinvesteringen wordt ook nadrukkelijk gekeken naar synergie met de grote opgaven zoals het aardgasvrij-maken van de wijken, klimaatadaptatie, vergroening, duurzaamheid, gezondheid, en projecten e.d. Tevens wordt rekening gehouden met de planningen vanuit het sociaal domein, domein veiligheid en externe planningen zoals van nutsbedrijven en woningbouwopgave.

Voor het integraal programmeren vanuit de verschillende planningen wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente Nijmegen ontwikkelde tool genaamd DOOR (data-gestuurd ontwikkelen openbare ruimte). Het werkmet werk maken is niet nieuw. De opgaven in de openbare ruimte zijn echter omvangrijke en complex en vragen om een integrale lange termijn programmering en integrale uitvoering. Beide methodieken worden dus naast elkaar toegepast.

44

Webpagina: Pagina boekwerk: 108 Vraag 1. Percentage tijdig afgehandelde meldingen Meld & Herstel 5% gedaald naar 80% in 2021. Wat zijn redenen voor deze daling? 2. Percentage bewoners dat in de buurt veel overlast van één of meer vormen van fysieke verloedering ervaart is met 1% gestegen naar 24%. Bijna een kwart. a. Wat is hiervoor de verklaring? b. Heeft deze ervaring te maken met de terughoudendheid (financiën gedreven) van investeren in de openbare ruimte? Antwoord 1. Er was als gevolg van ziekteverzuim een lagere capaciteit beschikbaar. De capaciteit bij aannemers was ook beperkt waardoor er minder werk gedaan kon worden. 2a. De landelijke veiligheidsmonitor 2021 laat zien dat 24% van de Nijmegenaren veel overlast ervaart van 1 of meer vormen van fysieke verloedering in de woonbuurt (rommel op straat, hondenpoep, vernield straatmeubilair en bekladde muren of gebouwen). Dat is gelijk aan het gemiddelde voor de benchmarksteden. 2b. Gezien het feit dat vergelijkbare steden te kampen hebben met dezelfde problematiek is het percentage hoog, maar wel vergelijkbaar. Het gaat veelal om menselijk gedrag. Er zijn ten opzichte van het jaar er voor wat meer meldingen gedaan en is er vanwege corona ook meer gebruik gemaakt van de openbare ruimte.

45

Webpagina: Pagina boekwerk: X Vraag 1. Hoeveel bomen waren er in Nijmegen op 1-1-2021 en op 1-1-2022? 2. Wat voor definitie van circulariteit hanteert de Gemeente Nijmegen? Hoe wordt er getoetst of Nijmegen circulair is? Hoe wordt daarin rekening gehouden met crossmedia-effecten? 3. Is er in 2021 iets gedaan aan sociale veiligheid in de openbare ruimte? Antwoord 1. Tussen eind 2020 en de zomer van 2021 is het groenbeheersysteem Greenpoint bijgewerkt en gekoppeld aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Hierdoor zijn er bomen toegevoegd en ook bomen verwijderd die ofwel niet geregistreerd stonden in het beheersysteem ofwel bomen die niet meer aanwezig waren in de openbare ruimte. Door deze koppeling en actualisering in bovengenoemde periode is er geen exact aantal bomen te geven op 1-1-2021. In december 2019 stond de teller op 62.450 bomen en in mei 2022 zijn dit er 63.448. 2. In de in 2019 vastgestelde Uitvoeringsagenda Duurzaamheid hanteren we de volgende definitie: in een circulaire stad gaan grondstoffen of hun kwaliteit niet verloren na gebruik, maar worden deze hergebruikt. Wij willen een economie waarin we energie, water en materialen zo lang mogelijk behouden en zo efficiënt mogelijk hergebruiken. We sluiten kringlopen en voorkomen afval en verspilling door het maximaliseren van de waarde van grondstoffen en producten: “de grondstoffentransitie’.

Hierbij horen nieuwe business- en verdienmodellen en andere vormen van ketensamenwerking. Samen met de Groene Metropoolregio en The Economic Board houden we vast aan de drie principes van Ellen MacArthur en het landelijke netwerk CB 23: minder afval, uitstoot en vervuiling het in gebruik houden van grondstoffen, materialen en producten op de langere termijn; en het regenereren van natuurlijke systemen. De crossmedia effecten worden hiermee wel benoemd, maar zijn nog niet meetbaar gemaakt. Hierbij gelden de principes van de circulariteitsladder (R-ladder), gebaseerd op verschillende R-ladders uit de literatuur (RUU). Hoe hoger op de R-ladder, hoe lager het grondstof- en energiegebruik (Bron: Planbureau voor de Leefomgeving. 1) refuse & rethink, 2) reduce, 3) reuse, 4) repair & remanufacture, 5) recycle, 6) recover (energieterugwinning). De provincie Gelderland en de Groene Metropoolregio werken aan een plan voor monitoring en nul meting, om beter te weten wanneer circulaire effecten geslaagd zijn. Tot nu toe zijn de KPI’s waar mogelijk uitgedrukt in: vermeden CO2 uitstoot (bv bij Grond Weg en Waterbouw, luierverwerking , ziekenhuizen), tonnages en percentages hergebruik (bv bij Dar), aantal woningen circulair gebouwd (Woondeal Arnhem Nijmegen), aantal plekken voor werkzoekenden (bv Electronicahub van Dar). 3. Ja, de gemeente werkt zoveel mogelijk informatiegestuurd.

Dit betekent onder andere dat de gemeente wekelijks de aangiften, meldingen vanuit politie en de meldingen over onveiligheid via bel-en herstellijn analyseert. Indien er nieuwe locaties naar voren komen wordt met relevante partijen gekeken naar een passende interventie. Hierbij kan je denken aan snoeien bomen/struiken, inzet jeugdcoaches, versterken weerbaarheid bewoners, extra sureveillance politie of toezicht.

46

Webpagina: Pagina boekwerk: 101 Vraag Onder het kopje 'Scherpere aanpak bedrijven met relevante luchtemissies in Nijmegen-West' staat vooral informatie over metingen in de omgeving. Is er ook een scherpere aanpak gekomen van de bedrijven zelf? Wat zijn voorbeelden daarvan? Antwoord In de raadsinformatiebrief van 9 maart over luchtkwaliteit en bedrijven gingen we nader in op de handhavingstappen per bedrijf die relevant zijn voor luchtemissies. Dit betreft de bedrijven waar de gemeente het bevoegde gezag is: Draad Nijmegen, Duynie/Novidon, Huisdierencrematorium, timmerfabriek Gerritzen en de asfaltcentrale APN van Dura Vermeer. Een voorbeeld is de hogere meetfrequentie naar benzeen en PAK bij de asfaltcentrale van Dura Vermeer, die het bedrijf zelf moet uitvoeren. In bijlage II en III bij de raadsinformatiebrief is een toelichting gegeven over onze scherpere aanpak. Tijdens het inwerkprogramma van de gemeenteraadsleden op 15 juni gaan we (samen met de ODRN) nader in op de actuele stand van zaken bij deze bedrijven.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 101/102

Vraag Onder de ambititie 'We zijn een energie neutrale stad waar evenveel energie wordt opgewekt als verbruikt.' lees ik niet terug hoeveel energie er is opgewekt en verbruikt. Wat is de meerjarige ontwikkeling hiervan? Antwoord De indicatoren voor deze ambitie worden ieder jaar in het milieujaarverslag gerapporteerd. Het Milieujaarverslag 2021 is op 19 april 2022 door het college vastgesteld en ter kennisneming aan de Raad verzonden. De energie indicatoren zijn in het milieujaarverslag 2021 onder paragraaf 1.6 te vinden: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/c7092518-a34a-4347-a219878183fa2001?documentId=97564912-14e0-4338-9058-05e322f55425&agendaItemId=1bcd02e6-ba05-467d8104-1753cc5955cc

Webpagina: Pagina boekwerk: X Vraag Er zijn 124.000 stenen verwijderd met Operatie steenbreek. Hoeveel zijn er bij gekomen, wat is het netto effect? Antwoord Operatie Steenbreek is een campagne om bewoners bewust te maken van het effect van stenen in hun tuin. Wij weten hoeveel stenen er zijn verwijderd. We hebben geen informatie over de stenen die er mogelijk bij zijn gekomen.

47

Webpagina: Pagina boekwerk: 100 Vraag Welke bestrijdingsmethode wordt er precies gebruikt tegen de Japanse Duizendknoop? Antwoord Er wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. De methode die wij in de openbare ruimte toepassen voor het bestrijden van de Japanse duizendknoop is het ontgraven en uitzeven van de wortels. Uitvoering gebeurt handmatig of met een grote zeef waarbij de wortelmassa wordt gescheiden van de grond. Deze wortels worden vervolgens afgevoerd en vernietigd. Na het ontgraven van de wortels is er nog twee jaar nazorg nodig om nog opkomende uitlopers te verwijderen. Deze methode is effectief en financieel haalbaar op locaties van beperkte omvang en waar zich geen belemmeringen zoals bomen, wegconstructies, NGE’s of archeologie voordoen. Op overige locaties proberen we de Japanse duizendknoop door monitoring, afmaaien en afvoeren in bedwang te houden.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 103

Vraag Nijmegen is nog actief in allerlei Green Capital netwerken. Zijn er andere 'groene steden' met zware industrie? Wordt er met deze steden kennis uitgewisseld over VTH en best beschikbare technieken? Antwoord Ja, er zijn zeker andere “groene steden” met zware industrie, denk aan onze buurgemeente Arnhem. De kennis en kunde over VTH taken betrekking hebbende op de zware industrie wordt uitgewisseld. Met name in de landelijke netwerken van Omgevingsdienst Nederland (ODNL) en binnen de regionale Omgevingsdiensten – Gelders stelsel onderling worden deze thema’s besproken en wordt kennis gedeeld.

Webpagina:

Pagina boekwerk: 108

Vraag Er is meer plastic afval ingezameld waardoor de kosten voor het inzamelen omhoog zijn gegaan. Wat zorgt voor een verhoging van het plastic afval ten opzichte van eerdere jaren? Antwoord In 2021 is ruim 7.000 ton plastic+ ingezameld; ca. 6,5% meer dan in 2020. We hebben geen directe aanwijsbare verklaring voor deze toename. De uitspraak in de financiële toelichting van de jaarrekening dat de hogere lasten te wijten zijn aan hogere inzamelkosten voor het plastic+, is echter niet correct. Voor de inzameling van plastic+ betaalt de gemeente aan Dar namelijk een bedrag per huishouden en niet per ton. De inzamelkosten voor plastic+ zijn dan ook nauwelijks gewijzigd ten opzichte van 2020. De oorzaak voor de hogere lasten zit in de nog niet verwerkte bezuinigingsstelposten in de begroting. Dit leidt tot een te lage raming en dus tot een overschrijding. De toename aan baten zijn wel zoals aangegeven in de jaarrekening, voor een belangrijk deel toe te schrijven aan plastic+. Zo ontvangen gemeenten van het Afvalfonds verpakkingen een inzamelvergoeding per ton plastic+. Het grotere tonnage aan ingezameld plastic+ leidt dan ook tot een hogere vergoeding vanuit het Afvalfonds. Daarnaast zijn de baten voor plastic+ de laatste jaren structureel te laag geraamd in de begroting. In de eerste voortgangsmonitor van 2022 zullen we dit gaan aanpassen.

Tot slot hebben we in 2021 incidentele baten gehad voor plastic+ als gevolg van afrekeningen van voorgaande jaren.

48

Webpagina: Pagina boekwerk: 109 Vraag Het aantal meldingen dat tijdig afgehandeld wordt is geïndiceerd op 80% tegenover 85 % in 2020. Wat is hier de reden voor? Antwoord Er was als gevolg van ziekteverzuim minder personeel beschikbaar. De capaciteit bij aannemers was ook beperkt waardoor er minder werk gedaan kon worden.

Webpagina: 123 Pagina boekwerk: Vraag 1. Hoeveel bomen zijn er in 2021 bijgeplant in Nijmegen? Wat is het nettoverschil in de hoeveelheid bomen tegenover 2020? 2. Hoeveel (en welke) plekken hebben in Nijmegen het kleurkeurmerk? Wordt dit op die plekken ook kenbaar gemaakt? Antwoord 1. In 2021 zijn er door diverse aannemers in de openbare ruimte 804 bomen aangeplant. Tussen eind 2020 en de zomer van 2021 is het groenbeheersysteem Greenpoint bijgewerkt en gekoppeld aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) hierdoor zijn er in het beheersysteem bomen toegevoegd die eerder niet geregistreerd stonden en ook bomen verwijderd, die fysiek niet meer aanwezig waren in de openbare ruimte. Door deze koppeling en actualisering in bovengenoemde periode is er geen exacte netto groei/krimp aan te gevendoor op basis van kap en herplant. In december 2019 stond de teller op 62.450 bomen en in mei 2022 zijn dit er 63.448. Dit geeft een positief saldo van 998 bomen dat voor een deel is te wijten aan de actualisering van het beheersysteem. 2. Er zijn op dit moment vijf gebieden die we onderhouden o.b.v. de richtlijnen van Kleur Keur. De aannemer die het werk uitvoert is daarvoor gecertificeerd. De wens is om dit aantal met nog eens twee grote gebieden uit te breiden in Nijmegen Noord. Het gaat om de volgende gebieden: -

Willem van Arenbergstraat achter de bioscoop Keizer Hendrik de VI singel rondom speeltuin Malderburchtstraat tussen Couwenbergstraat en Talmapad Steve Bikoplein en Lankforst bij restaurant `t Zusje Bert Oosterboschpad in Lindenholt in de omgeving van de poel

Op de betreffende locaties worden bordjes geplaatst. Dit hebben we tevens gedaan bij de ‘Maai-mei-niet’ locaties en op de locaties waar we vanwege de verkeersveiligheid al eerder in het jaar hebben gemaaid. Meer informatie over het maaibeheer zoals bijvoorbeeld de maaikaart is te vinden op: https://www.nijmegen.nl/nieuws/nieuwsdossiers/maaien/

Webpagina: 128

Pagina boekwerk:

Vraag In 2020 konden er door corona minder bewonersideeën worden uitgevoerd. Is het gelukt dit in 2021 te compenseren? Antwoord Dit is tot op zekere hoogte gelukt. We hebben in 2021 69 bewonersideeën ontvangen, hiervan zijn er 13 ideeën in behandeling en hiervan zijn 15 ideeën volbracht. Daarnaast hebben we uit 2020 nog 9 ideeën afgerond. Als gevolg van corona was er ook in 2021 minder inzet mogelijk van aannemers of de maatregelen lieten niet toe dat mensen samenkwamen voor participatie. Dat betekent dat we daardoor projecten nog niet hebben kunnen afronden. Vandaar dat we hebben gevraagd om een deel van het wijkbudget voor bewonersideeën mee te nemen naar 2022.

49

50

Programma Cultuur en Cultureel erfgoed Webpagina: Pagina boekwerk: 143 Vraag Waarom is er geen indicator voor het aantal -18 Nijmegenaren dat lessen volgt bij De Lindenberg in 2021? Antwoord Het aantal cursisten dat lessen volgt bij de Lindenberg en die jonger zijn dan 18, bedraagt in 2021 1262 jongeren.

51

Programma Sport

52

Webpagina: Pagina boekwerk: 117 We zien dat er groepen met beweeg- en sportarmoede zijn. Dit zoals u aangeeft mensen met een lichamelijke beperking en/of chronische aandoening, migranten en kinderen uit lage-inkomensgezinnen. Vraag 1. Hoe groot zijn de verschillende groepen (in aantallen)? 2. Hoeveel mensen uit deze groepen bereikt u? 3. Hoeveel van deze mensen zijn daadwerkelijk (weer of meer) gaan bewegen?

Antwoord

1. Nijmegen telde op 1 januari 2020 in totaal 148.449 volwassen Nijmegenaren. De gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van 2020 van de GGD toont aan dat 56% van de volwassen Nijmegenaren 1 of meer chronische aandoeningen heeft (29% heeft één chronische aandoening, 12% heeft er twee, 7% drie en 8% heeft vier chronische aandoeningen). 11% van de volwassen Nijmegenaren heeft minstens één beperking in horen, zien of mobiliteit (3% gehoorbeperking, 4% gezichtsbeperking en 7% mobiliteitsbeperking). Verder weten we dat 27% van de 179.1000 Nijmegenaren een migratie achtergrond heeft (12% westers en 15% niet westers). Voor wat betreft kinderen uit lage-inkomensgezinnen: in Nijmegen wonen 3.100 kinderen in gezinnen met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Inclusie is een landelijk thema en in Nijmegen hebben we inclusie hoog in het vaandel staan, ook op het gebied van sporten en bewegen. Het landelijke (via NOC NSF) en lokale beeld is echter nog steeds dat individuen binnen de diverse doelgroepen in sommige gevallen een beweegachterstand ervaren en/of mee willen doen maar waarbij dit nog niet altijd vanzelfsprekend is. Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 blijkt dat 45% van de volwassen Nijmegenaren niet aan de gestelde beweegrichtlijnen voldoet.

In de tabellen van de GGD met de lokale uitkomsten van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 wordt echter geen onderscheid gemaakt naar lichamelijke beperkingen, chronische beperkingen en migrantenachtergrond waardoor specificeren niet mogelijk is. Uit de kindermonitor 2017 van de GGD (de uitkomsten van de Kindermonitor 2021 zijn nog niet beschikbaar, deze volgen in de loop van 2022) wordt duidelijk dat het bij kinderen van ouders met een lagere sociaaleconomische status vaker voorkomt dat ze minder bewegen. 2. We leveren als gemeente onder meer een stimuleringsbijdrage door de inzet van het gemeentelijk Sportbedrijf. In samenwerking met onze partners (sportaanbieders, organisatoren sportevenementen, onderwijs en gemeentelijke programma’s die zich richten tot een gezonde leefstijl) continueren we succesvolle beweeginitiatieven en gaan we voor groepen met beweegarmoede nieuwe verbindingen aan, dit doen we zoveel mogelijk wijkgericht. Ten aanzien van het bereik is het goed om te benoemen dat het lastig is om aan de voorkant streefcijfers te benoemen. In hoeverre het gewenst maatschappelijk effect (outcome) wordt bereikt, is veelal afhankelijk van meerdere factoren en zeker niet alleen van gemeentelijk beleid. Daarbij is meting van outcome een meerjarig proces.

Met betrekking tot mensen met een lichamelijke beperking en/of chronische aandoening is er al sinds 2016 sprake van een regionaal samenwerkingsverband Uniek Sporten wat zich inzet voor sportstimulering voor mensen met een beperking. De inzet voor sportstimulering voor mensen met een beperking valt binnen de uitvoering van het sportbeleid. De kosten van de inzet om Uniek Sporten vorm te geven in de regiogemeentes wordt door de deelnemende gemeenten gezamenlijk gedragen (meerjarige samenwerkingsovereenkomsten). Het bereik is niet te vertalen naar concrete aantallen. Het bereik wordt vergroot door het voeren van individuele beweegadviesgesprekken, het uitbreiden van sport- en/of beweegaanbod (vraaggericht), het leveren van verenigingsondersteuning, communicatie via de website van Uniek Sporten (mogelijkheid tot vinden van geschikte sportmogelijkheid) en diverse projecten en (side) events zoals Wheels2Sport, N.E.C. Para team, Uniek Wandelen en de Sport Heroes Challenge. Het bereik rondom de migrantendoelgroep schatten we met betrekking tot 2021 in op ongeveer 1.000 inwoners. Dit heeft onder andere betrekking op het voeren van beweegadviesgesprekken, opzetten van projecten/initiatieven in samenwerking met Bindkracht10 met het Pontem College (zoals fietslessen), Zwembad Dukenburg (zwemles) en de inzet op Heumensoord (sportstimulering).

In 2022 constateren we nu al een groter bereik door uitbreiding initiatieven/projecten met externe partners. Met betrekking tot het bereik rondom kinderen uit lage inkomensgezinnen kunnen we het volgende mededelen. Vanuit de sportparticipatiecijfers staan we in contact met alle kinderen van basisscholen (groep 3 t/m 8) en werken we samen met het onderwijs om kinderen die niet sporten structureel in beweging te krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=53dcfe3a-c7a0-4f19-9ae3-d040836cee27