CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen stadsrekening

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juli 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D1 d.d. 12 mei 2026 over Technische vragen met antwoorden Stadsrekening 202528.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

VVD

Papier/pdf / bladzijde: 227-228

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer 6 Vraag: In de paragraaf Lokale heffingen staat de OZB voor niet woningen. Kan het college aangeven hoe het Nijmeegse tarief voor OZB niet woningen zich in de jaren 2021 tot en met 2025 heeft ontwikkeld ten opzichte van de benchmarksteden Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg? Antwoord: Zie onderstaande tabel.

77

Programma:

Financiën

Politieke partij:

VVD

Papier/pdf / bladzijde: 227-228

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer 7 Vraag: Kan het college voor voorbeeldpanden met een WOZ waarde van € 500.000, € 1.000.000 en € 5.000.000 aangeven hoeveel een ondernemer of vastgoedeigenaar in Nijmegen aan OZB niet woningen betaalt ten opzichte van het gemiddelde van de benchmarksteden Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg? Antwoord: Zie onderstaande tabellen.

78

Paragrafen Programma:

Bedrijfsvoering

Politieke partij

SP

/pdf :

Webpagina / bladzijde: 234

Volgnummer: 1 Vraag: “Cijfers van de andere 100.000+ gemeenten lieten in 2024 een daling van de inhuurkosten zien. Nijmegen sluit vooralsnog niet aan bij deze trend.” Wat is de reden voor het afwijken van deze dalende landelijke trend in de inhuurkosten? Wat zijn de redenen dat andere gemeenten hier meer succes in hebben dan Nijmegen? Welke lessen heeft de gemeente hieruit getrokken? Antwoord: De Gemeente Nijmegen volgt de landelijke trend van dalende inhuurkosten niet, omdat wij de afgelopen jaren geconfronteerd zijn met een aantal uitzonderlijke en arbeidsintensieve opgaven. Het betreft met name de opvang van vluchtelingen, de uitvoering van projecten binnen het fysieke domein en de uitvoering van tijdelijke regelingen zoals de leefgeldregeling en de energietoeslag. Deze werkzaamheden vroegen in relatief korte tijd om extra capaciteit en specialistische kennis, terwijl de arbeidsmarkt tegelijkertijd krap was. Om de continuïteit van dienstverlening en de uitvoering van wettelijke en maatschappelijke taken te kunnen waarborgen, was aanvullende externe inzet in bepaalde gevallen noodzakelijk. Daarbij geldt dat een deel van deze opgaven tijdelijk van aard was of is, waardoor structurele uitbreiding van de formatie niet altijd passend of haalbaar was.

Zoals vastgelegd in het inhuurbeleid blijft het uitgangspunt dat een (al dan niet tijdelijke) arbeidsovereenkomst de voorkeur heeft boven externe inhuur. Externe inhuur wordt daarom alleen ingezet wanneer interne invulling of invulling via een arbeidsovereenkomst niet of niet tijdig mogelijk blijkt.

Paragraaf

Investeringen

Politieke partij:

Volt

Papier/pdf / bladzijde:

Webpagina / bladzijde: 168

Volgnummer: 2 Vraag: Wat is de reden dat het project “Een Kelfkensbos van allure” 2x zo duur wordt ingeschat dan initieel begroot? Antwoord: Omwille van het inzicht zijn de kredieten I000026 Parkeerdek Kelfkensbos en X000602 Valkhofkwarier ondergebracht in het krediet X000604 Een Kelfkensbos van allure. De doelen waarvoor de kredieten beschikbaar zijn gesteld, zijn niet gewijzigd. De wijzigingen zorgen ervoor de het beschikbare krediet beter aansluit bij de daadwerkelijke realisatie. De kosten nemen dus niet toe, betreft een samenvoeging van kredieten. De overige twee kredieten zijn bijgesteld naar € 0.

79

paragraaf

Investeringen

Politieke partij:

CDA Nijmegen

Papier/pdf / bladzijde: 9

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 4 Vraag: Wat is een bulkkrediet? Wat zijn de voordelen van het omzetten van specifieke kredieten naar bulkkredieten? Zijn er ook nadelen van? Antwoord: Bulkkredieten zijn beschikbaar voor veelal jaarlijks terugkerende investeringen met een hoog beheersmatig karakter, zoals investeringen in gemeentelijke accommodaties, bedrijfsinvesteringen en woonomgevingsverbeteringen. Wat in een jaar niet wordt besteed, valt in de regel vrij. Bulkkredieten onderscheiden zich daarmee van specifieke kredieten, die veelal een eenmalig karakter hebben en gericht zijn op een specifiek beleidsdoel. We hebben een aantal specifieke kredieten omgezet naar bulkkredieten omdat deze specifieke kredieten vooral een beheersmatig karakter hebben. Daarmee houden we het onderscheid tussen de verschillende kredieten zuiver. Voor een uitgebreidere toelichting over het waarom van de omzetting van specifieke kredieten naar bulkkredieten en de voordelen daarvan verwijzen we graag naar de notitie ‘Meer grip op investeringen’, bijlage omzetting bulkkredieten. De notitie is met onze brief van 17 maart jl. – onderwerp: ‘meer grip op investeringen’- aan uw raad beschikbaar gesteld.

paragraaf

Investeringen

Politieke partij:

VVD

Papier/pdf / bladzijde: 169-170; raadsvoorstel p. 6-7

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 5 Vraag: Een aantal specifieke kredieten wordt omgezet naar bulkkredieten. Hoe blijft de raad geïnformeerd en in control over deze investeringen nadat deze als bulkkrediet worden verantwoord? Antwoord: We informeren de raad via de voortgangsrapportages – 1e en 2e Voortgangsmonitor – en de Stadsrekening over de voortgang en eventuele bijsturingsmaatregelen.

paragraaf

Investeringen

Politieke partij:

VVD

Papier/pdf / bladzijde: 169-170; raadsvoorstel p. 6-7

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 6 Vraag:

80

Kan het college per krediet dat wordt omgezet naar een bulkkrediet aangeven waarom deze omzetting wenselijk is, welke inhoudelijke of financiële sturingsinformatie voor de raad behouden blijft en welke informatie niet langer apart zichtbaar is? Antwoord: Voor een uitgebreidere toelichting over het waarom van de omzetting van specifieke kredieten naar bulkkredieten verwijzen we graag naar de notitie ‘Meer grip op investeringen’, bijlage omzetting bulkkredieten. De notitie is met onze brief van 17 maart jl. – onderwerp: ‘meer grip op investeringen’- aan uw raad beschikbaar gesteld.

paragraaf

Weerstandsvermogen

Politieke partij:

VVD

Papier/pdf / bladzijde: 268 e.v.

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 7 Vraag: Kan het college aangeven welke risico’s in 2025 het sterkst zijn toegenomen ten opzichte van de begroting 2025 en welke risico’s het meest bepalend zijn voor de benodigde weerstandscapaciteit? Antwoord: Risico's Planexploitaties Investeringen in planexploitaties Programma risico's

Begroting Rekening 106,0 84,9 26,5 27,5 19,1 18,0

De risico’s zijn in 2025 overwegend afgenomen ten opzichte van de begroting. Alleen bij de investeringen in planexploitatie is sprake van een lichte stijging. De planexploitatie blijft, ondanks de daling, de meest bepalende factor voor de weerstandscapaciteit, waarbij geldt dat deze risico’s zien op de resterende looptijd en zijn gebaseerd op de huidige inzichten.

Overig Programma:

Duurzaamheid

Politieke partij:

CDA

Papier/pdf / bladzijde: P. 162

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 1 Vraag: Het laatste percentage hernieuwbare elektriciteit komt uit 2022. Zijn er geen gegevens beschikbaar uit 2023, 2024 en 2025? Hoe kan het dat deze gegevens achterblijven? Welke maatregelen zijn getroffen om dit tijdig inzichtelijk te krijgen? Antwoord: Het percentage hernieuwbare elektriciteit wordt landelijk berekend met behulp van diverse bronnen met informatie over de opwek van hernieuwbare elektriciteit waarbij meerdere checks/correcties achteraf nodig zijn. Dat maakt de keten lang, denk aan certificering, de aanlevering en correctie van data, de definitieve 81

berekening van de landelijke energiebalans en doorrekening naar de regionale balans. Pas dan kan het CBS publiceren en kan het worden overgenomen op andere plekken (klimaatmonitor, waarstaatjegemeente.nl). Deze indicator is een verplichte landelijke indicator die bij een gemeentelijke begroting en verantwoording moet zijn opgenomen. Deze indicator is dus niet op initiatief vanuit het college of de raad toegevoegd. Om dit thema toch tijdig inzichtelijk te kunnen maken, zijn er onder het kopje ‘Gevraagd door de Raad’ extra indicatoren toegevoegd zoals het ‘Opgesteld vermogen van zonnepanelen woningen [kW per 1.000 woningen]’. Deze gegevens zijn wel recenter beschikbaar. Naast deze indicatoren stelt het College jaarlijks een energiemonitoringrapportage vast en stuurt deze ter informatie aan de Raad. De laatste versie is te vinden via: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/agenda/document/deec8cfb-70b8-4984-be05c83972583e08?documentId=dcfd0c31-860b-43d8-96f1-c0d717ad0bdc&agendaItemId=3babb88f-05d64c42-bd78-3d1eb14298d4#

Programma:

Duurzaamheid

Politieke partij:

Volt

Papier/pdf / bladzijde: 162

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer 2 Vraag: Hoe wordt het percentage hernieuwbare elektriciteit vastgesteld en hoe kan het dat het zo lang duurt dat zelfs 2023 nog niet beschikbaar is? Hoe denkt het college hier goed op te kunnen sturen met deze vertraging in beschikbaarheid van data? Antwoord: Het percentage hernieuwbare elektriciteit wordt landelijk berekend met behulp van diverse bronnen met informatie over de opwek van hernieuwbare elektriciteit waarbij meerdere checks/correcties achteraf nodig zijn. Dat maakt de keten lang, denk aan certificering, de aanlevering en correctie van data, de definitieve berekening van de landelijke energiebalans en doorrekening naar de regionale balans. Pas dan kan het CBS publiceren en kan het worden overgenomen op andere plekken (klimaatmonitor, waarstaatjegemeente.nl). Deze indicator is een verplichte landelijke indicator die bij een gemeentelijke begroting en verantwoording moet zijn opgenomen. Deze indicator is dus niet op initiatief vanuit het college of de raad toegevoegd. Om dit thema toch tijdig inzichtelijk te kunnen maken, zijn er onder het kopje ‘Gevraagd door de Raad’ extra indicatoren toegevoegd zoals het ‘Opgesteld vermogen van zonnepanelen woningen [kW per 1.000 woningen]’. Deze gegevens zijn wel recenter beschikbaar. Naast deze indicatoren stelt het College jaarlijks een energiemonitoringrapportage vast en stuurt deze ter informatie aan de Raad.

De laatste versie is te vinden via: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/agenda/document/deec8cfb-70b8-4984-be05c83972583e08?documentId=dcfd0c31-860b-43d8-96f1-c0d717ad0bdc&agendaItemId=3babb88f-05d64c42-bd78-3d1eb14298d4#

82

Programma:

Duurzaamheid

Politieke partij:

Volt

Papier/pdf / bladzijde: 162

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 3 Vraag: Voor woningen worden statistieken gegeven over het percentage wat energielabel B of beter heeft, terwijl voor utiliteitsgebouwen energielabel C wordt aangehouden. Waarom worden voor woningen en utiliteitsgebouwen niet dezelfde energielabel-doelen nagestreefd? Antwoord: Het percentage woningen met energielabel B sluit aan bij ons doel dat in 2045 alle woningen minimaal energielabel B hebben, zoals vastgelegd in het Programma Energie Besparen 2023-2030 en in de Lokale Energie Strategie 2025-2030. Het percentage utiliteit met label C is gekoppeld aan de wettelijke verplichting voor kantoren om minimaal energielabel C te hebben.

Programma:

Indicatoren Duurzaamheid

Politieke partij:

Volt

Papier/pdf / bladzijde: 162 Webpagina / bladzijde: Volgnummer: 4 Vraag: Het percentage groen wat ecologisch wordt beheerd is de afgelopen zes jaar nauwelijks toegenomen. Wat is de reden voor deze stagnatie? Wat zijn de barrières om meer openbaar groen ecologisch te beheren? Tenslotte; is al het openbaar groen in principe ecologisch te beheren of is dat soms niet mogelijk? Zo niet; wat is realistisch gezien het hoogste percentage openbaar groen wat ecologisch beheerd kan worden? Antwoord: De constatering dat het percentage openbaar groen dat ecologisch wordt beheerd de afgelopen zes jaar nauwelijks is toegenomen, hangt samen met de afweging tussen de verschillende functies van openbaar groen (zoals recreatie en verkeersveiligheid) en de omvang van groenvakken. Niet al het openbaar groen is in de praktijk geschikt voor volledig ecologisch beheer. Locaties met een intensieve gebruiksfunctie, zoals speelweides, verkeersbermen en evenementenlocaties, stellen specifieke eisen aan veiligheid en bruikbaarheid. Dit betekent dat op deze plekken intensief beheer noodzakelijk blijft. Daarbij geldt dat in gebieden met grootschaliger groen, zoals parken en groenzones, over het algemeen meer ruimte is om ecologisch beheer toe te passen. Naast intensief/cultuurlijk beheer, met een duidelijke gebruiksfunctie, blijft er meer ruimte voor ecologisch groen.

In nieuwe wijken is de situatie vaak anders: het openbaar groen is daar soms beperkter van omvang en vervult meerdere functies, zoals spelen, verblijven en waterberging. De druk op de openbare ruimte is hierin duidelijk merkbaar. Dit kan ertoe leiden dat de mogelijkheden voor ecologisch beheer kleiner zijn of dat dit slechts in beperkte vorm kan worden toegepast. Ook niet al het openbaar groen is ecologisch te beheren. Bijvoorbeeld vaste planten, strakke hagen of rozenvakken die geliefd zijn om te gebruiken in ontwikkelingen zijn cultuurlijk van aard en lenen zich vaak niet om ecologisch te beheren. Gelet op deze randvoorwaarden is het realistisch dat een aanzienlijk deel van het openbaar groen ecologisch kan worden beheerd, maar welke toename hierin nog mogelijk is, is lastig te voorspellen. 83

Programma:

Alle (financiële toelichtingen)

Politieke partij:

Volt

Papier/pdf / bladzijde: 285

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 5 Vraag: Wilt u het mogelijk maken dat in alle volgende presentaties van de jaarrekeningen de verschillen zowel in absolute termen (0,1 mln) als verschillen in percentages te laten zien? Dit zodat duidelijk is welke relatieve afwijking is gerealiseerd op het programma ten opzichte van het doelbedrag. Antwoord: We zullen bij de Stadsrekening 2026 onderzoeken of het toevoegen van de procentuele afwijking leidt tot een beter inzicht.

Budgetoverhevelingen Politieke partij:

VVD

Papier/pdf / bladzijde: 15 en raadsvoorstel 7-8

Webpagina / bladzijde:

Volgnummer: 6 Vraag: Voor het slachthuis wordt € 0,9 miljoen overgeheveld naar 2026. Kan het college aangeven wat de juridische of bestuurlijke verplichting is, welke concrete prestaties in 2026 worden geleverd en wat er gebeurt als realisatie opnieuw vertraagt? Antwoord: Er is geen juridische of bestuurlijke verplichting om deze middelen beschikbaar te houden voor Waalfront. Binnen de gebiedsontwikkeling Waalfront kennen we nog een behoorlijk aantal uitdagingen, het gaat dan om middelen voor extra ambtelijke kosten Waalfront, aanlandingspunt voetgangersbrug en zichtbaar maken archeologie. Wanneer realisatie vertraagt, kunnen de middelen beschikbaar blijven voor dit doel en daarvoor worden ingezet of naar de saldireserve vloeien.

84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d4d31e87-f485-45a3-b6c5-78536045dd1e