Beantwoording technische vragen stadsbegroting 2026
Tekst van het document
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 42
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Kan worden aangegeven hoe parkeren en bereikbaarheid voor de auto bij evenementenlocaties wordt ondersteund? Antwoord: Voor alle evenementenlocaties in de gemeente Nijmegen is een locatieprofiel opgesteld. In dit profiel staat vermeld hoe goed de locatie per auto bereikbaar is en waar in de nabije omgeving geparkeerd kan worden. Het is aan de organisator van een evenement zelf om zorg te dragen voor voldoende parkeerplekken voor bezoekers en, indien noodzakelijk, een goed verkeersmanagementplan. De gemeente Nijmegen denkt hier aan de voorkant bij mee en adviseert vervolgens op het verkeersmanagementplan dat verplicht onderdeel is van de aanvraag evenementenvergunning.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 77
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ’We zorgen voor een voldoende mate van verkeersafwikkeling op de S100 en onze andere hoofdwegen.’’ Wat wordt bedoeld met ‘voldoende mate’? Antwoord: In de Uitvoeringsagenda Verkeersmanagement (collegebesluit 31 augustus 2021) is vastgelegd op welke wijze verkeersmanagement toegepast kan worden voor een optimaal gebruik van het verkeerssysteem voor het autoverkeer. Hierbij wordt de beschikbare capaciteit met beleid verdeeld, rekening houdend met de benodigde ruimte voor andere vervoerswijzen en met de leefbaarheid in de stad. Als uitwerking van deze agenda is een verkeerslichtennota opgesteld, als uitvoeringskader voor het functionele beheer van verkeerslichten. Hierin is op kruispuntniveau bepaald welke prioriteit aan de S100 en overige 44
hoofdwegen wordt toegekend, ten opzichte van elkaar en van kruisende fiets- en busroutes. Hiermee wordt geborgd dat in reguliere spitsmomenten de maximale wachttijden in principe niet worden overschreden en dat er sprake is van een voldoende mate van verkeersafwikkeling op de hoofdwegen. Als er toch overschrijdingen van wachttijden worden geconstateerd, dan is dat aanleiding om de instelling van de verkeerslichten bij te stellen. Verder wordt in regionaal verband de verkeersafwikkeling op hoofdwegen in de regio (waaronder de S100 en andere Nijmeegse hoofdwegen) gemonitord. Op de Nijmeegse hoofdwegen worden geen noemenswaardige doorstromingsknelpunten geconstateerd, behalve op de Oranjesingel/St.Canisiussingel. Ons mobiliteitsbeleid is gericht op een afname van 10% autoverkeer in de komende 10 jaar. Verder weten we dat circa 70% van het verkeer op deze route geen herkomst of bestemming heeft in het centrumgebied. Een deel van het verkeer op deze route willen we daarom stimuleren om andere routes of andere vervoersmiddelen te gebruiken.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 77
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ’We voeren betaald parkeren in op plekken met een hoge parkeerdruk. Hierbij volgen we de spelregels invoering betaald parkeren.’’ Wordt in de parkeerdrukmetingen onderscheid gemaakt tussen parkeerdruk die het gevolg is van beleidskeuzes (zoals minder parkeerruimte bij nieuwbouw of betaald parkeren in aangrenzende wijken) en parkeerdruk die ontstaat door andere factoren (zoals autobezit of ruimtelijke kenmerken)? Antwoord: In gebieden rondom nieuwbouw voeren we betaald parkeren in op de aangewezen locaties in de spelregels. Of als we naar de raad gaan met het verzoek om rondom een bepaalde nieuwbouw ook betaald parkeren in te voeren omdat we dit nodig achten. Daar worden geen parkeerdrukmetingen uitgevoerd. De parkeerdrukmetingen vinden alleen plaats als bewoners daarom vragen (20% voorstanders in een onderzoeksgebied) of tijdens de schilmetingen die elk jaar in april/mei plaatsvinden. Kortom er is geen onderscheid in parkeerdrukmetingen.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 77
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ’We voeren gesprekken met politie en Openbaar Ministerie (OM) om de mogelijkheden tot handhaving van overtredingen te vergroten.’’ Welke overtredingen worden hier bedoeld? Vallen hier ook het niet uitsteken van een hand bij het afslaan door een fietser of het fietsen door rood onder? Antwoord: De bedoelde overtredingen betreffen die overtredingen die met geautomatiseerde apparatuur (flitspalen en camera's) gehandhaafd kunnen worden. Het gaat dan per definitie om verkeer op kenteken. Qua vergroten van de mogelijkheden gaat het daarbij vooral om het handhaven op niet-handsfree gebruiken van mobiele apparatuur (focus aanpak) als ook het handhaven van de maximum toegestane snelheid op wegen waar we in het kader van onze Netwerkvisie vanaf medio 2026 de snelheid gaan verlagen van 50 naar 30 km/uur (GOW-30). Het niet uitsteken van een hand bij het afslaan door een fietser of het door rood fietsen vallen hier dan ook niet onder.
45
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 78
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Welke voorzieningen worden getroffen om bewoners van nieuwbouwwoningen parkeergelegenheid te bieden wanneer een lage parkeernorm wordt toegepast? Antwoord: We passen geen hoge of lage parkeernorm toe. In het parkeerbeleid hanteren we per gebied en per type woning één parkeernorm, dus geen minimum of maximum norm. De normen zijn zo opgesteld dat ze passen bij het gemiddelde autobezit van het type woning en de ligging in de stad. Zo zijn normen in de binnenstad lager dan in een wijk aan de rand van de stad, omdat het autobezit ook feitelijk verschilt. Wel is het binnen het parkeerbeleid mogelijk om een autovrij complex te realiseren. Hiervoor treffen we verschillende voorzieningen om bewoners van nieuwbouwwoningen te voorzien van goede mobiliteit. Dat betekent dat we voor parkeerbeleid bij nieuwbouwwoningen inzetten op parkeerregulering in de omgeving (om overlast tegen te gaan), dwingen we ontwikkelaars om deelmobiliteit waaronder deelauto's aan te bieden en excellente fietsparkeervoorzieningen aan te leggen. Voor bewoners met een mobiliteitsbeperking is er de mogelijkheid om een gehandicaptenparkeerplaats aan te vragen.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 78
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ’Bij nieuwbouwontwikkelingen met meer dan 50 woningen in het Waalfront, Hof van Holland, het stationsgebied, Winkelsteeg, Binnenstad, Spoorstraat Lent en ROC Zwanenveld voeren we proactief betaald parkeren in, in een straal van 300 meter rondom de ontwikkeling.’’ Welke mate en vorm van inspraak en welke vorm van participatie is er voor omwonenden bij de keuze voor het invoeren van betaald parkeren in deze gevallen? Antwoord: De keuze voor de invoering van betaald parkeren is al genomen door de gemeenteraad. De omwonenden worden hierover geïnformeerd door middel van een brief en een informatieavond en worden betrokken bij de planontwikkelingen waar dit punt speelt. Het is vooral van belang dat de planontwikkelingen richting de omwonenden duidelijk zijn dat er betaald parkeren komt, zodat zij geen overlast ervaren van de nieuwbouw. De nieuwbouw heeft parkeren op eigen terrein en dat moet zo goed mogelijk worden benut. Bewoners krijgen geen parkeervergunning op straat. Ook niet als ze op eigen terrein geen parkeerplaats krijgen toegewezen. Concreet voor de vraag die gesteld wordt hebben we nog de omwonenden van ROC Zwanenveld en Spoorstraat Lent om te informeren. De overige gebieden zijn al betaald parkeren.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 78
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ’We zetten ons in voor goede busverbindingen vanaf de stadsrandhubs. Ook zorgen we voor goede deelmobiliteit op deze locaties.’’ Welke stadsradhubs worden bedoeld? Wat wordt bedoeld met ‘goede’? Hoe ziet deze inzet eruit? Op welke wijze wordt daarnaast gezorgd (en dus niet slechts inzetten) voor goede deelmobiliteit? Antwoord: Dit gaat (vooralsnog) om de bestaande stadsrandhubs, namelijk P+R Nijmegen-Noord en P+R Nijmegen-West. Onder goede busverbindingen verstaan we de beschikbaarheid van een rechtstreekse busverbinding van de 46
stadsrandhubs naar bijvoorbeeld de binnenstad of campus met een spitsfrequentie van minimaal 4 keer per uur. We zetten ons daarvoor in d.m.v. lobby richting de provincie en het vervoersbedrijf (Transdev). In augustus jl. is bekend geworden dat met ingang van de nieuwe concessie (28-06-2026) het aanbod aan busverbindingen vanaf P+R Nijmegen-West naar bestemmingen in Nijmegen sterk toeneemt. Meer informatie hierover staat in de raadsinformatie over de nieuwe ov-concessie (D.252629114). Met goede deelmobiliteit bedoelen we dat we in eigen beheer (elektrische) deelfietsen aanbieden op de stadsrandhubs. Je kunt met een P+R-ticket een deelfiets lenen om naar de bestemming in de stad te fietsen. Hierbij hanteren we het ‘back-to-one’ principe – je levert de deelfiets weer in waar je hem hebt opgehaald – net als bij de OV-fiets. Fietstassen en kinderzitjes zijn beschikbaar. We verkennen verder de mogelijkheden om op termijn ook elektrische bakfietsen aan te bieden. Op dit moment zijn er al 20 elektrische deelfietsen beschikbaar op P+R Nijmegen-Noord met een uitbreidingsmogelijkheid naar 40 fietsen. Het plan is om vanaf zomer 2026 ook op P+R Nijmegen-West elektrische deelfietsen aan te bieden.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 80
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Waaruit bestaat de grote stijging van de baten parkeerbelasting? Een zelfde stijging wordt voorzien in 2027. Waaruit bestaat deze? Als het gaat om extra parkeergebieden waar betaald parkeren wordt ingevoerd, welke gebieden betreft dit voor de groei van inkomsten voor 2026 en voor 2027? Antwoord: De stijging van de parkeerinkomsten heeft te maken met de nieuwe parkeergarages Hezelpoort, waalkwartier en winkelsteeg deze zijn inmiddels in stadsbegroting 2024 opgenomen met een financieel effect op de baten en lasten vanaf 2026 e.v. De extra baten onder straatparkeren hebben te maken met uitbreiding van de betaaldparkeergebieden.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 86
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ‘’In Neerbosch-Oost worden 312 (sociale huur) maisonnettes gesloopt en worden ca. 550 nieuwe appartementen teruggebouwd.’’ Betekent dit dat, gelet op het parkeerbeleid, ook betaald parkeren wordt ingevoerd in Neerbosch-Oost zodra de teruggebouwde appartementen worden opgeleverd? Antwoord: In de plannen van Neerbosch-Oost wordt geen betaald parkeren ingevoerd.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 87
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ‘’In de gebiedsvisie Stationsdistrict zijn belangrijke keuzes en randvoorwaarden vastgelegd voor wat betreft het nieuwe Stationsplein, de nieuwe busstations en de buslijnvoering, de toekomstige verkeerssituatie passend bij de mobiliteitstransitie, de inrichting van het Keizer Karelplein, de realisatie van de Groene Corridor en de inrichting van de Hezelpoort.’’ 47
Welke keuzes en randvoorwaarden zijn in de gebiedsvisie Stationsdistrict vastgelegd m.b.t. de inrichting van het Keizer Karelplein? Antwoord: In de Gebiedsvisie zijn verschillende kaders vastgesteld. Bijvoorbeeld dat we het 19e-eeuwse stadsbeeld beschermen, dat we een samenhangende openbare ruimte met krachtige groenstructuren willen herstellen en dat het een belangrijke verbindende schakel is tussen het station en de historische binnenstad. Alle keuzes en randvoorwaarden zijn terug te lezen in het raadsvoorstel en de Gebiedsvisie Stationsdistrict. Tevens is aangegeven dat voor cruciale ingrepen in de openbare ruimte projectvoorstellen worden uitgewerkt.
Programma
Bereikbaarheid
Papier/pdf / bladzijde: 87
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Welke projecten schuiven door de tienjaren-investeringsplanning en wat betekent dit voor bijvoorbeeld de Dorpensingel of P+R-locaties? Antwoord: Het project Dorpensingel zal in de jaren 2026-2027 worden gerealiseerd.
Programma Wonen en stedelijke ontwikkeling Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde: 87-88
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Met betrekking tot de campusontwikkeling zou ik graag willen weten wat de actuele stand van zaken is rondom studentenhuisvesting op de campus. Is hierover inmiddels meer duidelijkheid, of is dit nog steeds onzeker en wordt er voorlopig gehandeld volgens het oorspronkelijke campusplan? Antwoord: De gebiedsvisie campus Heijendaal is door de raad vastgesteld in 2025. In de visie worden ontwikkelvelden genoemd waar ook wonen mogelijk is. Samen met de kennispartners en de SSH& wordt gewerkt aan een uitvoeringsplan voor wonen (voornamelijk studentenhuisvesting), waarbij de RU initiatiefnemer is. De RU is bezig haar campusplan te actualiseren.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde: 88
Webpagina / bladzijde:
Vraag: “Studentenhuisvesting door marktpartijen in laten vullen. In 2026 gaan we door met gesprekken hierover met potentiële partijen.” Om hoeveel woningen gaat dit en wat is de relatie met de eerdere plannen van de universiteit en de SSH&? Antwoord: De opgave voor studentenhuisvesting tot en met 2030 is ongeveer 2.500 eenheden. Met SSH& zijn afspraken gemaakt dat zij minimaal de helft van deze opgave invullen. Voor de overige 1.250 eenheden blijven we in gesprek met marktpartijen, onder andere over een initiatief in Dukenburg, om daar invulling aan te geven. 48
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde: 88
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Het college wil 50% van de nieuwe studentenhuisvesting door marktpartijen laten invullen. Hoe is de percentuele verdeling op dit moment tussen de SSH& en markpartijen? Antwoord: 42% particuliere verhuur en 41% SSH&. Het overige deel door andere corporaties, koop of hospitaverhuur (bron: Kencesmonitor).
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde: 89
Webpagina / bladzijde:
Vraag: De opbrengsten uit grondexploitatie zullen in de toekomst naar verwachting snel en aanzienlijk afnemen. Uit de tekst wordt echter niet duidelijk of deze voorspelling is gebaseerd op een afname in het aantal nieuwe bouwprojecten, of dat er een andere oorzaak aan ten grondslag ligt. Graag een nadere toelichting op deze constatering. Antwoord: In de Stadsbegroting 2026-2029 is op het taakveld grondexploitaties een dalende verwachting opgenomen in het batenniveau(en ook in het lastenniveau). De lasten en baten worden jaarlijks geraamd en bijgesteld naar aanleiding van de herzieningen die opgenomen zijn in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties. Lasten en baten worden pas in de begroting opgenomen wanneer de planexploitaties vastgesteld zijn en opgenomen worden in het MPG. Op basis van de nu lopende planexploitaties nemen de opbrengsten over een aantal jaar inderdaad af. Dat wil niet zeggen dat er in de toekomst niet gebouwd gaat worden. Het kan nl. zijn dat er in de loop van de komende jaren nieuwe planexploitaties opgestart worden. De begroting wordt dan aangepast op de lasten en baten van deze nieuwe planexploitaties. Of het kan zijn dat de markt meer woningbouwprojecten oppakt waarbij de gemeente Nijmegen alleen facilitaire rol heeft (anterieure overeenkomst).
De gemeente heeft dan geen inkomsten uit grondopbrengsten (en ook geen hoge uitgaven zoals aankopen en bouw- en woonrijpmaakkosten) maar alleen een exploitatiebijdrage.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 88
Vraag: Welk percentage van de studentenhuisvesting wordt op dit moment door marktpartijen gerealiseerd, en hoe verhoudt dit zich tot de in de begroting genoemde 50%? Kan daarnaast worden aangegeven welke effecten een hoger of lager aandeel van marktpartijen in de realisatie van studentenhuisvesting hebben op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de bouwopgave? Antwoord: De realisatie in de nieuwbouw door marktpartijen sinds de vaststelling van de woonagenda is 0. Op dit moment zijn we in gesprek met marktpartijen om studenteneenheden te ontwikkelen. Op het moment dat marktpartijen een groter aandeel realiseren zal de haalbaarheid van de bouwopgave stijgen.
49
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 88
Vraag: ‘’Indien nodig passen we de verordening aan gelet op de besluitvorming van het parlement over het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting, het regionale afsprakenkader huisvesting aandachtsgroepen en de Nijmeegse woonzorgvisie.’’ Wanneer zou deze verordening in de raad kunnen komen? Antwoord: De huidige (regionale) verordening loopt tot 1 januari 2028. In principe betekent dit dat een nieuwe verordening eind 2027 ter besluitvorming in de raad wordt voorgelegd. De Wet versterking regie volkshuisvesting (de Wrvv) kon er aanvankelijk voor zorgen dat een nieuwe verordening eerder zou moeten (gedwongen verwerking van de Wrvv in de verordening binnen een jaar). Inwerkingtreding van de Wrvv stond gepland op 1 januari 2026. Doordat de minister wijzigingen zal aanbrengen in het wetsvoorstel loopt dit proces vertraging op. Het is nog onduidelijk, maar het lijkt erop dat de huidige verordening kan aflopen en verwerking van de Wrvv gelijktijdig met het proces voor de nieuwe verordening kan plaatsvinden. Kortom, voorstel in 2027 in de raad.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 88
Vraag: ’Ook privaatrechtelijk maken we afspraken over realisatie en instandhouding van betaalbare woningen van voldoende kwaliteit. Met nieuw budget geven we in 2026 en 2027 invulling aan monitoring, controle en handhaving van deze afspraken.’’ Wordt dit nog in de raad besproken? Zo ja, wanneer zou dit ongeveer plaatsvinden? En wordt er bij het maken van deze afspraken ook getoetst of er nog voldoende private partijen zijn die in Nijmegen aan de slag willen gaan? Antwoord: De raad ontvangt elk jaar de monitoring van de Nijmeegse Woonagenda. Daarin krijgen de doelen op betaalbare woningen vanzelfsprekend een plek. De monitoring van privaatrechtelijke afspraken is niet bedoeld als toets of er nog voldoende private partijen in Nijmegen aan de slag willen. We hebben op dit moment geen signalen dat er te weinig private partijen zijn die in Nijmegen willen investeren.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 89
Vraag: Wat is de gemiddelde doorlooptijd van bouwprocedures (vergunning, bestemmingsplan) in 2022–2024 en welke norm/doelstelling is hiervoor vastgesteld voor 2026–2029? Antwoord: Vergunningen: De gemiddelde doorlooptijd is en wordt niet gemeten. Dit vanwege het feit dat in veel procedures met de klant wordt meebewogen in de wens tot opschorting van de procedure, vaak in afwachting van aanvullende stukken of gunstigere regelgeving. Dit heeft veel invloed op de gemiddelde doorlooptijd. In plaats daarvan wordt al jaren gestuurd op besluitvorming binnen de wettelijke termijn. De wettelijke termijn van omgevingsvergunningen BRIKS is: • In de meeste situaties: 8 weken
50
• • • •
In situaties waarbij bindend advies van de raad nodig is of om andere redenen verlenging noodzakelijk is: 14 weken In situaties waarbij een uitgebreide procedure van toepassing is: 26 weken In situaties waarbij de aanvraag niet compleet is: verlengt met de termijn waarbinnen de klant aanvullende gegevens kan opsturen (meestal 2-4 weken). En in alle situaties waarbij wordt opgeschort op verzoek van de klant: de met de klant afgesproken termijn.
In 2022-2024 lag de besluitvorming bij ODRN. Sinds 2025 ligt die besluitvorming bij Nijmegen. De normen voor tijdigheid en de behaalde resultaten op omgevingsvergunningen BRIKS zijn: Jaar
Norm
Realisatie
2022 reguliere vergunningen
90%
98%
2022 uitgebreide vergunningen
90 %
36%
2023 reguliere vergunningen
90%
98%
2023 uitgebreide vergunningen
90 %
48%
2024 reguliere vergunningen
Niet opgenomen in jaarstukken ODRN
Niet opgenomen in jaarstukken ODRN
2024 uitgebreide vergunningen
Niet opgenomen in jaarstukken ODRN
Niet opgenomen in jaarstukken ODRN
2025 e.v.
98%
nnb
Bestemmingsplan, BOPA en omgevingsplan: Door invoering van de omgevingswet zijn er na 1 januari 2024 geen nieuwe bestemmingsplannen meer in procedure gebracht. In de plaats daarvan kennen we nu de omgevingsvergunningsprocedure ‘buitenplanse omgevingsplactiviteit’ (BOPA). Deze procedure wordt op aanvraag doorlopen, waarbij de wettelijke termijn afhangt van de aard van het verzoek (vallend onder de hierboven genoemde termijnen). Daarnaast kennen we een halfjaarlijkse wijziging van het omgevingsplan, waarbij vooral op thema’s omzetting van de oude systematiek naar de nieuwe wordt gerealiseerd. Dit zijn ambtshalve wijzigingen waaraan geen termijn gekoppeld is.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 92
Vraag: Welke financiële risico’s zijn in de begroting en risicoparagraaf opgenomen voor de grote gebiedsontwikkelingen? Antwoord: In het MPG is voor elk van de grote gebiedsontwikkelingen Waalsprong, Waalfront, Stationsdistrict en Kanaalzone/Winkelsteeg een risicoprofiel opgenomen en gespecificeerd. Het totaal van deze risico's in combinatie met de genomen beheersmaatregelen leidt tot een saldo, dat vertaald is naar het daarvoor noodzakelijke weerstandsvermogen in de begroting. Op dit moment is het beschikbare weerstandsvermogen (veel) hoger dan het totale risicoprofiel van de grote gebiedsontwikkelingen.
51
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 97
Vraag: Welke criteria bevat het ambitieweb duurzaam GWW voor circulair bouwen, en is er onderzoek beschikbaar naar de effecten van circulair bouwen op het aantal te realiseren woningen? Antwoord: Het ambitieweb duurzaam GWW richt zich op de openbare ruimte en bevat geen criteria voor circulair bouwen. Er is bij ons geen onderzoek bekend naar de effecten van circulair bouwen op het aantal te realiseren woningen. We hebben nog nooit signalen ontvangen dat een bouwproject niet doorging vanwege eisen op circulariteit.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 98
Vraag: Hoe wordt de rol van de gemeente als verbonden partij bij het publiek integraal warmtebedrijf formeel vastgelegd, en welke afspraken bestaan hierover? Antwoord: Gemeente Nijmegen is één van de aandeelhouders van het reeds opgericht warmtebedrijf Nijmegen Warmte. Daarvoor heeft besluitvorming door college en raad plaatsgevonden, waarbij de kadernota Verbonden Partijen is gevolgd. Contractueel zijn onder andere statuten en aandeelhoudersovereenkomst door de gemeente aangegaan. Zie hiervoor besluitvorming van 8 juli 2025 met de onderliggende afspraken. Alle afspraken over vertegenwoordiging , informatievoorziening en governance worden opgenomen in het specifieke kader Warmtebedrijf Nijmegen.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 98
Vraag: Wat is de huidige status van besluitvorming over de oprichting van het publiek integraal warmtebedrijf, en welke stappen staan nog gepland? Antwoord: Op 18 juni 2025 gaf uw raad groen licht voor een warmtenet voor Dukenburg, te realiseren door het publiek integraal warmtebedrijf Nijmegen Warmte. Het warmtebedrijf Nijmegen Warmte is opgericht. Zie hiervoor besluitvorming van 8 juli 2025 met de onderliggende afspraken en het vervolg. Het college van B&W besloot vervolgens om op 8 juli 2025 het Publiek integraal warmtebedrijf Nijmegen Warmte B.V. definitief te doen oprichten, met deelname door gemeente Nijmegen met een aandeel van 25,5%. Op 9 juli 2025 is Nijmegen Warmte formeel opgericht en in de eerste Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 10 juli 2025 is de heer L. Hendriks benoemd als directeur.
52
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde: 86
Webpagina / bladzijde:
Vraag: We bouwen nieuwe appartementen in Neerbosch-Oost. 312 sociale huur maisonnettes worden gesloopt en ca 550 nieuwe appartementen teruggebouwd waarvan bij nieuwbouw tenminste 312 nieuwe sociale huurappartementen. 1.
312 sociale huur maisonnettes gesloopt = 312 nieuwbouw sociale huur appartementen. Is nieuwbouw in appartementen gelijke oppervlakte en aantal kamers als de gesloopte maisonnettes en doelgroep? 2. Is een deel van de nieuwbouw appartementen sociale huur bestemd voor verhuur met indicatie, zoals zorg? 3. 238 appartementen na sloop extra. Is van deze 238 nieuwe appartementen ook minimaal 30% sociale huur? Antwoord: 1. De nieuwbouw van de woningcorporaties is veel gedifferentieerder dan de te slopen maisonnettes die nagenoeg allemaal gelijk zijn. Er zullen ook veel kleinere appartementen worden gerealiseerd.
2.
Het plan is nog niet zo ver ontwikkeld door de woningcorporaties dat hier antwoord op kan worden gegeven.
3.
Het aantal te slopen huurwoningen wordt minimaal teruggebouwd. Het plan en het programma zijn nu volop in ontwikkeling. We verwachten dat ook 30 % van de extra toe te voegen woningen in de sociale huur zal zijn en een deel in de midden huur.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Voldoende woonruimte voor studenten. We willen 50% van de nieuwe studentenhuisvesting door marktpartijen laten invullen. 1. Hoeveel procent in Nijmegen wordt nu door marktpartijen ingevuld? 2. Wordt er bij invulling ook bedoeld particuliere woningen die nu verhuurd worden aan studenten en om hoeveel woningen en studenten gaat het dan? 3. Is dit inclusief shortstay woonruimtes? Antwoord: 1. 42% particuliere verhuur en 41% SSH&. Het overige deel door andere corporaties, koop of hospitaverhuur (bron: Kencesmonitor). 2. Het gaat om toevoegingen aan de voorraad. Dus nieuw te verhuren eenheden. Dit kan echter ook komen uit verkamering/verhuren van woningen in de bestaande voorraad. Het gaat dan, naast de opgave van SSH&, om ongeveer 1250 studenteneenheden tot en met 2030. 3. Nee, short stay telt niet mee in de opgave studentenhuisvesting.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde: 91
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Wat is de reden voor het achterlopen van onze indexering op de bouwindex sinds 2018? Welke concrete consequenties heeft het niet meer op voldoende onderhoudsniveau hebben van onze panden? Blijven we wel voldoen aan alle wettelijke voorschriften hieromtrent? 53
Antwoord: De indexeringspercentages van de loonsom en de materiële lasten bepalen we binnen de gemeente op basis objectieve indicatoren van het Centraal Planbureau (CEP, Centraal Economisch Plan). We houden daarbij rekening met de verwachte kostenontwikkeling van het begrotingsjaar (t) en een eventuele nacalculatie over het voorafgaande jaar (t-1) van het CEP. De bouwindexering is een landelijke indexering gebaseerd op een gewogen samenstelling van loon- en materiaalkosten. Deze wijze van indexering is niet met elkaar te vergelijken. Indien we dit bedrag niet zouden ontvangen kunnen we noodzakelijk onderhoud niet meer uitvoeren. Daarmee komt de bruikbaarheid en de veiligheid van de panden in geding. Het niet uitvoeren van noodzakelijk onderhoud, zoals schilderwerk, geeft ook een grotere achteruitgang van de staat van onze panden, waardoor eerder grootschalig (duurder) onderhoud nodig is, zoals het geheel vervangen van kozijnen.
Programma
Wonen en stedelijke ontwikkeling
Papier/pdf / bladzijde: 46
Webpagina / bladzijde:
Vraag: In de begroting staat dat voorbereidingen plaatsvinden voor de inrichting van het openbaar gebied in de binnenstad. Kan het college aangeven wat de planning is voor de daadwerkelijke inrichting van de straten? En wordt er al gewerkt aan een ontwerp voor de westelijke Waalkade, die enige tijd is afgesloten voor autoverkeer? Antwoord: Bij het vaststellen van de gebiedsvisie Koers voor de Binnenstad is voor de herinrichting van de openbare ruimte een prioritering opgenomen. Gestart wordt met de herinrichting van de Burchtstraat, Grote Markt, Augustijnenstraat en (bus)Plein 1944 en het Joris Ivensplein. Op een later moment en bij voldoende financiële middelen wordt de herinrichting van de Westelijke Waalkade en de Ziekerstraat, Molenstraat en Broerstraat opgepakt. Joris Ivensplein De participatie voor de herontwikkeling van het Joris Ivensplein is voor de zomer gestart met een enquête. In Q4 staat participatie gepland over het concept Programma van eisen voor de Leefomgeving (PveL, voorheen: ambitiedocument). De verwachting is dat in Q1 2026 het PveL voor besluitvorming voorligt. Op dat moment zullen we de raad hierover informeren. Burchtstraat, Grote Markt, Augustijnenstraat en (bus)Plein 1944 In februari is het schetsontwerp voor dit gebied getoond aan de omgeving.
Vlak voor de zomer is er een vervolgbijeenkomst georganiseerd voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden om verder te praten over het schetsontwerp naar aanleiding van de reacties tijdens de bijeenkomsten in februari. Ook loopt er op dit moment een enquête om input op te halen voor de herinrichting van de Grote Markt. Mede op basis van deze input wordt in de komende maanden het VO opgesteld, waarover opnieuw met de omgeving wordt gesproken. Vervolgens wordt in 2026 het DO gemaakt. De verwachting is dat de uitvoering in 2027 kan starten.
Programma Openbare Ruimte Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 101
Vraag: Er is bij klimaatadaptatie en klimaatadaptatie trap op trap af pas vanaf 2027 middelen begroot. Hoe wordt dit programma in 2026 bekostigd? Zijn deze middelen niet ook wenselijk in 2026 om de investeringen in 2027 voor te bereiden? 54
Antwoord: Voor 2026 is 3,6 miljoen euro aan investeringsgeld beschikbaar en voor het proces 348.00 euro aan exploitatiemiddelen. Daarnaast kan indien nodig de voorbereidingskosten die betrekking hebben op het investeringsbudget dat gepland staat in 2027 naar voren gehaald worden. Indien dit het geval is, wordt dit in de 1e voortgangsmonitor 2026 aan u gemeld. Hiermee verwachten we voldoende middelen beschikbaar te hebben in 2026.
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 95
Vraag: a) Wat betekent “We werken beleid uit in het kader van het omgevingsplan om de eisen aan bodemkwaliteit zo goed mogelijk af te stemmen op andere beleidsvelden zoals ecologie, gezondheid, etc”? b) Worden/ zijn er expliciete maatregelen voor het beschermen en herstellen van bodemleven? Hoe zien die regels eruit en zijn deze effectief gebleken, hoe is dat gebleken? Antwoord: a) In de omgevingswet en ons lokaal grondstromenbeleid staan regels over bodemsanering en grondverzet die in strijd kunnen zijn met andere beleidsvelden of omgekeerd. Zo is afdekken van een bodemverontreiniging met een verharding een standaard saneringsoplossing. Een dergelijke oplossing heeft natuurlijk niet de voorkeur in gebieden met hittestress. Een ander voorbeeld is dat we bij infiltratie van hemelwater (bijvoorbeeld via wadi's) op plekken waar de grond verontreinigd is, zullen moeten toetsen of de infiltratie niet leidt tot uitloging van de verontreiniging naar het grondwater. Hier zijn geen rijksregels voor. b) Nee, dit staat in Nederland in de kinderschoenen. We willen gebruik gaan maken van de kennis die daar nu door andere gemeentes en adviesbureaus mee wordt opgedaan.
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 103
Vraag: “We zijn een klimaatbestendige stad waar de overlast van hitte, droogte en water tot een minimum wordt beperkt en de biodiversiteit wordt bevorderd” a) Kou staat er niet bij, wordt kou niet als probleem gezien? b) Wordt er gedacht over verandering in beleid wanneer klimaatverandering veroorzaakt dat het in Nederland niet warmer, maar kouder wordt?
Antwoord: Vanuit klimaatadaptatie is kou inderdaad geen thema. We baseren ons hierbij op de klimaatscenario’s die het KNMI hanteert, zowel bij stresstesten als bij het beleid. Recent was in het nieuws dat mogelijk in deze eeuw de warme golfstroom (AMOC) stopt, waardoor het mogelijk kouder wordt in Nederland. Het KNMI zegt hierop het onderstaande. Er is dus op heden in de klimaatadaptatiedoelstellingen voor 2050 nog geen aanleiding om het beleid hierop aan te passen. Volgens het KNMI: Als de AMOC stopt, ontstaan er twee tegengestelde effecten: opwarming omdat de aarde als geheel opwarmt, en afkoeling omdat de golfstroom afzwakt. Bij een hoge CO2-uitstoot is het netto-effect opwarming, bij een lage CO2-
55
uitstoot wint de afkoelende werking van de golfstroom. Het effect op het klimaat is het grootst in de winter (februari). Op de zomertemperatuur is het effect bescheiden, omdat de temperatuur dan grotendeels door de zon wordt bepaald. Daarbij komt dat bij een verzwakte golfstroom de kans op oostenwind en droogte tijdens de zomer in Nederland toeneemt. Hoge temperaturen kunnen daardoor nog steeds vaak voorkomen. Wat betekent dit voor het belang van hitteadaptatie? Als de golfstroom stilvalt, zal dit niet voor eind van deze eeuw gebeuren. Bovendien heeft dit in Nederland vooral impact op de temperatuur in de winter. Het tegengaan van hittestress blijft voorlopig dus onverminderd belangrijk.”
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 194
Vraag: Er wordt ingezet op een verbeterde water- en groenstructuur. Wat wordt er, naast de aanleg van natuurvriendelijke oevers in Lindenholt, nog meer gedaan voor een verbeterde water structuur? Antwoord: Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers doen we door de hele stad, daar waar er ruimte is. Dit wordt de komende jaren verder uitgerold. Daarnaast zorgen we ervoor dat we vissenbossen aanleggen, ter verbetering van de onderwaterecologie en waterkwaliteit. Ook onderzoeken we samen met het waterschap de waterkwaliteit, daar waar er problemen zijn, zorgen we ervoor dat maatregelen om dit te verbeteren, uitgevoerd worden. Ook is er de afgelopen jaren geïnvesteerd in de poelen. Daarnaast zetten we vanuit het Programma Water en Riolering in op o.a. het verminderen van overstorten van gemengde riolering, verminderen van foutaansluitingen en afkoppelen van regenwater.
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde: 93
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Doel 19.2 Uitvoeringsagenda Bomen 2022-2026, o.a het planten van 660 extra bomen per jaar. Moet dit niet zijn 1000 bomen extra per jaar? Antwoord: Dit had wel 1000 bomen moeten zijn. Voor het komende jaar is €1 miljoen begroot voor het Bomenplan, waar de jaren daarvoor €2 miljoen beschikbaar was. Het halen van de 1000 bomen is daardoor lastiger, maar we gaan wel proberen dit te realiseren. Uiteindelijk is het doel 4000 bomen aangeplant te hebben conform de afspraak vanuit het coalitieakkoord.
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde: 94
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Doel 20.2 Een goede rustplaats voor de overleden Nijmegenaren. Consequenties bij sluiting van de begraafplaats aan de Graafseweg. Wat zijn de redenen om tot sluiting over te gaan? a) financiële kosten in onderhoud? b) gebruik van begraafplaats nu in relatie tot voldoende rustplaatsen elders in onze stad? c) nieuwe bestemming van locatie in de toekomst anders dan groen? 56
Antwoord: Sluiting van begraafplaats wordt onderzocht. a) De exploitatiekosten voor het beheer van de begraafplaatsen stijgen door de afname van begravingen. b) Begraafplaats Graafseweg wordt het minst gebruikt. Net als de begraafplaats Notenlaantje vinden er op de Graafseweg weinig begravingen plaats. In tegenstelling tot het Notenlaantje zijn er voor de Graafseweg echter genoeg alternatieven in de directe buurt. Sluiting van begraafplaats Graafseweg is daarmee de meest logische keuze. c) Vooralsnog ligt dit niet in de verwachting. Mocht definitief besloten worden tot sluiting van de begraafplaats Graafseweg zal het monument blijven bestaan en zal de begraafplaats meer het karakter van een park krijgen.
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde: Doelen naar geluid blz 129 Webpagina / bladzijde: Vraag: Wat is de reden dat er minder geld beschikbaar komt voor de kinderboerderijen de komende jaren? Antwoord: De dalende begroting is een regelrecht effect van het afnemen van de kapitaallasten. Dit heeft dus geen effect op de direct beschikbare middelen.
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde: 125
Webpagina / bladzijde:
Vraag: In het programma klimaatadaptatie kopje budget gaat het saldo met € 1 miljoen omhoog. In welke Uitvoeringsprogramma kan ik teruglezen hoe we dit extra budget inzetten? Antwoord: Het is ons onduidelijk naar welke €1 miljoen de raad in haar vraag naar verwijst. Wat wel zo is, is dat er budget bij komt vanaf 2027. In de exploitatie is dat 350K in 2027 en 600K in 2028 en 2029. Daarnaast is er nog investeringsgeld opgenomen vanaf 2027. Dit budget is nodig om boomaanplant, minder verharding en meer waterberging en -afvoer te realiseren; om de toegezegde doelstelling waar te kunnen maken: prioritaire gebieden in 2035 aangepakt om in 2050 als stad klimaat adaptief te zijn. De specifieke maatregelen worden opgenomen in een omgevingsprogramma stadsvergroening welke in 2026 wordt opgesteld.
Programma
Openbare Ruimte
Papier/pdf / bladzijde: 100
Webpagina / bladzijde:
Vraag: In de Visie Inzamelmethode Restafval is gekozen voor scenario 3, met minder frequente inzameling en extra ondergrondse capaciteit. Waar in de begroting of doelstellingen is de investering in deze uitbreiding terug te vinden, met name voor de probleem-hotspots? Ik zie dit niet terug onder doel 23.2.” Antwoord: Het grondstoffenbeleidsplan, waarvan de inzamelmethode voor restafval onderdeel uitmaakt, is nog niet vastgesteld. Pas na vaststelling van dit beleid zullen de bijbehorende kosten meer specifiek in beeld worden gebracht vanuit de uitvoeringsagenda. Er is daarom voor 2026 geen budget begroot voor de uitvoering van
57
maatregelen uit het grondstoffenbeleidsplan. Voor een hotspot- of kenteringsaanpak afvaloverlast c.q. reinigingsbeleid zijn middelen opgenomen onder het programma Bereikbaarheid.
Programma Cultuur en Cultureel erfgoed Programma
Cultuur en Cultureel erfgoed
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: : https://nijmegen.begroting2026.nl/p61153/veranderingen-in-de-begroting
Vraag: Er staat € 500.000 per jaar begroot voor culturele hoofdstad. Wat is de dekking? Is dit een vergroting van het programmabudget of wordt dit gedekt binnen bestaande middelen van het programma cultuur en cultureel erfgoed? Antwoord: Het is een vergroting van het programmabudget. Het wordt niet gedekt binnen de bestaande middelen.
Programma
Cultuur en Cultureel erfgoed
Papier/pdf / bladzijde: 106
Webpagina / bladzijde:
Vraag: In Nijmegen zijn we bezig met investeren in verschillend hoogwaardig cultureel vastgoed. Als het investeringsbedrag van gemeente voor een project overschreden wordt, uit welke potje uit deze begroting worden dan de extra middelen betaald? Antwoord: Het is niet mogelijk een investeringskrediet te overschrijden. Als er meer geld nodig is wordt er een aanvullend krediet gevraagd aan de raad.
Programma
Cultuur en Cultureel erfgoed
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde:
Vraag: In de Stadsbegroting 2025-2029 staat op p. 12 een extra krediet voor 2026 van 15,5 miljoen euro. Daar heeft de raad in meerderheid voor gestemd. Echter in de Stadsbegroting 2026-20230 staat er voor 2025 bij de bestellingen investeringsplan voor 2026 en verder voor 2026 van 17,118 miljoen voor 2027 17,037 miljoen en voor 2029 2,5 miljoen euro. Dit wordt niet nadere geduid in de Stadsbegroting. Graag meer duiding. a) Klopt het dat er voor 2026 nog 1,618 miljoen extra nodig is en er voor 2027 ruim 17 miljoen en het jaar daarna 2,5 miljoen. b)
Wat was de oorspronkelijke begroting van de renovatie (inclusief en exclusief buitenruimte)?
c)
Welke bedragen zijn extra geïnvesteerd?
d)
Voor de buitenruimte is daarbovenop 2,4 miljoen gereserveerd. Waarom zit dat niet bij de extra aanvraag van een ander programma, te weten Groen (Onderdeel van het programma Openbare Ruimte)?
58
Antwoord: a) Nee, dat klopt niet. Het investeringsplan laat de investeringen zien waartoe de raad eerder heeft besloten. Het gaat om alle reeds toegekende investeringskredieten voor de Schouwburg (niet alleen van 2025). Het overzicht laat zien wat de planning is van deze investeringen. Deze planning kan worden aangepast als er iets verandert in de uitvoering. b) Oorspronkelijk begroting voor renovatie inclusief vervangen van de Trekkenwand was: 1. Trekkenwand (theater techniek) € 3.535 miljoen (stadsbegroting 2021) 2. Groot onderhoud en verbouwing 1e fase € 1 miljoen (stadsbegroting 2021) 3. Masterplan 2e fase plek in de stad opgesteld door Toornend was € 22.680 miljoen (stadsbegroting 2023). In het masterplan was een klein bedrag voor aanhaking aan de buitenruimte opgenomen. In zijn totaliteit waren de oorspronkelijke begrote kosten geraamd op € 27.215 miljoen in 2023. c) Vorig jaar is een aanvullend krediet van € 15,5 miljoen toegevoegd. Het totale investeringskrediet voor de renovatie van de Stadsschouwburg is € 42.715. De trekkenwand is inmiddels gerealiseerd en er zijn ook voorbereidingskosten gemaakt. d) De inrichting van de buitenruimte rondom de Stadsschouwburg valt onder de gebiedsexploitatie van het Stationsdistrict en valt daarom niet onder het programma cultuur en cultureel erfgoed of onder programma Openbare ruimte.
Het is opgenomen bij het programma wonen en stedelijke ontwikkeling als onderdeel van het stationsgebied. De Stadsschouwburg maakt onderdeel uit van het Stationsdistrict en is strategisch gelegen aan het Keizer Karelplein, de Nassausingel en Van Scheack Mathonsingel. Bij de inrichting van de buitenruimte zoeken we naar ruimte voor vergroening zodat de verblijfskwaliteit verbetert en kan worden ingespeeld op klimaatadaptatie en verbetering van de biodiversiteit in het Stationsdistrict.
Programma Sport Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: Sport | Doelenboom |
Stadsbegroting 2026 Gemeente Nijmegen Vraag: “We leggen nieuwe (kunstgras) velden aan.” Om hoeveel velden gaat dit voor de aankomende 5 jaar? Antwoord: We hebben voor 1 nieuw veld geld geclaimd bij deze stadsbegroting (vervanging natuurgrasveld door kunstgrasveld op sportpark de Kwakkenberg). In de komende 5 jaar staan 11 veldrenovaties (kunstgras toplagen) in de planning. We hebben daarnaast onderzoek uitgevoerd naar de huidige en toekomstige (2035) capaciteitsbehoefte. De onderzoeksresultaten worden vertaald naar concrete maatregelen waarover nog besluitvorming plaats moet vinden.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde: 115-116
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Welke posten veroorzaken de hoge kapitaallasten van (nieuwe) sportaccommodaties? Antwoord: Kapitaallasten zijn een uitvloeisel van de gedane investeringen. Bij de aanleg van een sporthal, kunstgrasveld of nieuw sportpark ontstaan deze kosten die vervolgens jaarlijks in hoogte afnemen. De actuele toename ten 59
opzichte van voorgaande jaren wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de oplevering van 2 Kunstgrasvelden (Krayenhoff en Kolping Dynamo) en sporthal de Boog.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde: 114
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Wat kost het de gemeente om Brakkefort, de Leemkuil en Triavium uit te baten? Antwoord: Het Triavium kost de gemeente in 2026 per saldo 1.9 miljoen euro. De beide stedelijke speeltuinen kosten gezamenlijk ca 0,5 miljoen euro. Omdat de medewerkers op beide speeltuinen worden ingezet is dit niet nader te specificeren.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde: 114
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Wat is het huidige gebruikspercentage van sportaccommodaties en wat zijn de huur statistieken voor particulieren versus verenigingen? Antwoord: Het bezettingspercentage van onze binnensportaccommodaties in het seizoen 24/25 bedraagt 63%. Voor buitensportaccommodaties hebben we hier geen cijfers over, aangezien deze permanent aan verenigingen worden verhuurd. We houden bij de registratie in ons verhuursysteem niet expliciet bij of het over particulieren of verenigingen gaat.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde: 114-115
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Hoe wordt effectiviteit van sportstimuleringsprogramma’s bepaald en gemeten, welke indicatoren zijn er en is daarbij ook de versterking van de bestaande sportverenigingen in beeld? Antwoord: We monitoren sportstimuleringsprogramma’s op basis van type interventie (activiteit), bereik (aantal) en doorverwijzing (structureel sport- en beweegaanbod). We monitoren ook de nazorg om te evalueren in hoeverre de betreffende inwoner nog steeds actief is. Voor wat betreft de versterking van bestaande sportverenigingen werken we met de A&A tool (Analyse & Advies tool). Hiermee krijgen we inzicht in diverse aspecten (sterke en ontwikkelpunten) van de sportaanbieder om vervolgens door de buurtsportcoach doelgericht te kunnen ondersteunen.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde: blz. 117, subsidieplafond Webpagina / bladzijde: sport: € 3,5 mln Vraag: Hoeveel subsidie gaat er naar sportaanbieders en hoe wordt de vitaliteit van verenigingen gemonitord? Antwoord: 60
In totaliteit gaat er jaarlijks 3,5 miljoen euro aan subsidie naar de sportaanbieders, waarvan zo’n 2,4 miljoen naar de zwembaden (exploitatiesubsidie). De Nijmeegse sport- en beweegaanbieders kunnen jaarlijks voor de resterende middelen een subsidieaanvraag indienen op basis van de vigerende beleidsregels. We monitoren en ondersteunen de vitaliteit van sport- en beweegaanbieders door middel van de actieve inzet van buurtsportcoaches (verenigingsondersteuners) die wijkgericht actief zijn en daarmee specifiek ondersteuning bieden aan de (hulpvragen van) verenigingen in het betreffende gebied. We voeren daarnaast vierjaarlijks de monitor sportvereniging- en aanbieders uit om te achterhalen hoe het met de sportverenigingen- en sportaanbieders gaat. Op basis van de uitkomsten komen we tot nog meer specifiek en gewenste ondersteuning.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde: 115
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Welk deel van de opbrengsten van de verhuur van het Triavium en andere sportlocaties komt van verenigingen die Nijmeegs zijn en welk deel van verenigingen van buiten Nijmegen en is er een verschil in tarief dat moet worden betaald? Antwoord: De verhuur van de banen van het Triavium is voor 86% toe te wijzen aan Nijmeegse instellingen. Bij de (losse) entree vindt geen registratie plaats. Er is geen verschil in tarief. Bij de buitensport wordt feitelijk alles verhuurd aan Nijmeegse verenigingen. Incidenteel kan de atletiekbaan gehuurd worden door partijen van buiten Nijmegen. De losse tarieven liggen fors hoger dan de seizoenshuur. Voor de binnensport hanteren we het ingebruikgevingsbeleid waarbij Nijmeegse sport- en beweegaanbieders voorrang krijgen. Verhuur vindt daardoor feitelijk alleen plaats aan Nijmeegse sport- en beweegaanbieders.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde: Webpagina / bladzijde: 114-115 Vraag: Welke cijfers zijn beschikbaar over het percentage gebruik van sportaccommodaties door bezoekers van buiten Nijmegen, inclusief bijbehorende parkeer- en mobiliteitsdata? We zouden graag een overzicht willen hebben. Welke mobiliteits/parkeerbehoefte is er per sportaccommodatie/veld? Antwoord: Op dit moment zijn hier geen cijfers over beschikbaar. We hanteren de geldende parkeernormen.
Programma
Sport
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 114-115
Vraag: Uit raadsinformatiebrief 13 dec 2022 (E22.002107): Zijn er nog gesprekken met de urban sports scene over het realiseren van een urban sports hub in Goffert? Wat is een geupdatete kostenraming voor een ‘outdoor skatepark van formaat’? Antwoord: Er lopen op dit moment geen gesprekken met de urban scene over de skateplek van formaat voor de locatie de Goffert. Deze investeringsclaim voor skatepark van formaat op locatie de de Goffert is uiteindelijk niet in de 61
stadsbegroting 2024-2027 opgenomen. Dat betekent dat voor een skateplek in de Goffert geen ontwerp is gemaakt en er geen vervolgproces heeft plaatsgevonden. Wel zijn er bij ons meerdere signalen bekend dat het skatepark van formaat een nadrukkelijk wens blijft. De totale projectkosten worden nu geraamd op plus en minus €1.665.000 (excl btw) en jaarlijks €10.000 aan beheerskosten.
Programma Financiën Programma
Financiën
Papier/pdf / bladzijde: 119
Webpagina / bladzijde:
Vraag: De verwachte opbrengst voor OZB woningen blijft stijgen. Kan de totstandkoming van deze bedragen worden toegelicht? Antwoord: Het bestaande areaal van 87.392 woningen levert in 2026 een OZB-opbrengst op van circa € 61,1 miljoen. De uitbreiding van het woningareaal (saldo van gesloopte en nieuwgebouwde woningen) voegt hier ongeveer € 1 miljoen aan toe. Daarnaast zorgt de door de gemeenteraad vastgestelde indexering voor een extra opbrengst van circa € 2,3 miljoen. Daarmee komt de totale OZB-opbrengst voor 2026 uit op ongeveer € 64,4 miljoen. Dit bedrag vormt vervolgens de basis voor het begrotingsjaar 2027, waarop opnieuw de uitbreiding van het areaal en de indexering van 3,6% worden toegepast. Zolang er per saldo meer woningen bij komen, zal de ozb opbrengst ieder jaar stijgen.
62
Programma
Financiën
Papier/pdf / bladzijde: 119
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Welke groei van de woningvoorraad is hierin opgenomen? Antwoord:
In de tabel op pagina 448 van webpagina ziet u de verwachte uitbreiding van het aantal woningen per jaar. Voor de OZB worden deze woningen in het volgend jaar meegerekend (productie 2025 = ozb 2026), omdat de peildatum hiervoor 1 januari is.
Programma
Financiën
Papier/pdf / bladzijde: 119
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Welke verwachte stijging van de huizenprijzen is hierin opgenomen? Antwoord: In de stijging van de OZB-opbrengsten is geen rekening gehouden met veranderingen in de woningwaarden. De lastenstijging voor inwoners komt uitsluitend voort uit de door de gemeenteraad vastgestelde indexering van de gemeentelijke opbrengsten. Dit betekent dat huishoudens in 2026 gemiddeld 3,6% meer aan OZB betalen dan in 2025. Als de gemiddelde woningwaarde stijgt, wordt het tarief verlaagd, en bij een daling van de woningwaarde wordt het tarief verhoogd. Hierdoor blijft de opbrengst in lijn met de vastgestelde indexering en komt de gemiddelde stijging voor inwoners uit op 3,6%.
Programma
Financiën
Papier/pdf / bladzijde: 166
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Hoeveel wordt er minder in de saldireserve gestort wanneer er een weerstandsratio van 1,0 wordt gehanteerd? Hoeveel structurele investeringsruimte geeft dit? Antwoord: Met een uitname van € 137 miljoen in 2026 zakt de ratio in geen van de jaren onder de 1 Uitgaande van een afschrijvingstermijn van 20 jaar en een rekenrente van 2% kan hiermee € 114 miljoen investeringsruimte gemaakt worden. Er wordt dan wel vanuit gegaan dat de € 137 miljoen in een bestemmingsreserve wordt gestort waarmee de toekomstige kapitaallasten worden geneutraliseerd. Overigens is deze constructie in Nijmegen zeer ongebruikelijk. In de kadernota risicomanagement, weerstandsvermogen en financiële kengetallen is opgenomen dat bestemmingsreserves worden vermeden en alleen in specifieke gevallen worden ingesteld (spelregel 27). Daarnaast heeft het college de opdracht van de raad om de investeringsagenda terug te brengen naar een realistisch en uitvoerbaar programma. Het toevoegen van € 137 miljoen aan de huidige overvolle investeringsagenda is niet in lijn met deze opdracht.
63
Paragrafen Paragraaf
Duurzaamheid
Papier/pdf / bladzijde: 124
Webpagina / bladzijde:
Vraag: We zien dat het percentage dat in de eigen woning regelmatig last van de warmte ervaart, sterk toeneemt. Zijn er ook cijfers bekend hoe deze meldingen over de wijken van de stad verdeeld zijn? Zeker aangezien het aantal bomen en het energielabel B of beter ook toeneemt. Het is voor ons nu niet mogelijk om deze verandering te verklaren. Antwoord: De percentages zijn ook op stadsdeelniveau beschikbaar in de stads- en wijkmonitor Klimaat en leefomgeving | Stads- en wijkmonitor 2024 Een verklaring voor het feit dat de ervaren hitte in de woning toeneemt, kan zijn dat er nog te weinig aandacht is voor hitte bij de verduurzaming van woningen. De wooncorporaties passen niet standaard klimaatadaptieve maatregelen (waaronder hittemaatregelen) toe bij renovaties en verduurzaming van hun woningvoorraad gezien de extra kosten die dit met zich meebrengt. Voor nieuwbouwwoningen bestaat er sinds 2021 een hittenorm om te voorkomen dat het te heet wordt in de woning. Een andere verklaring kan zijn dat het aantal hete dagen nog steeds toeneemt door klimaatverandering en de bomen die geplant zijn nog tijd nodig hebben voor de gewenste schaduwwerking. Daarnaast is het moeilijk om in versteende wijken geschikte locaties in de openbare ruimte te vinden voor bomen en groene koele plekken.
Paragraaf
Duurzaamheid
Papier/pdf / bladzijde: 124
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Kunt u een overzicht geven van alle doelen in de begroting die betrekking hebben op duurzaamheid en energie? Kan de begroting onder duurzaamheid worden uitgebreid met een paragraaf baten en lasten voor 2026-2029, zoals bij andere portefeuilles het geval is? Antwoord: De doelen in de begroting die betrekking hebben op duurzaamheid staan in de doelenboom onder de programma's Openbare ruimte (klimaatadaptatie, groen, milieu, circulariteit, energietransitie), Bereikbaarheid (m.n. schone mobiliteit), Wonen & stedelijke ontwikkeling, Economie & toerisme en Sport. Het grootste deel van de basten en lasten voor duurzaamheid zijn gekoppeld aan het programma Openbare ruimte. We kunnen niet in de paragraaf Duurzaamheid een overzicht opnemen van de baten en lasten die betrekking hebben op duurzaamheid. De budgetten in de genoemde programma’s worden voor een deel ingezet voor duurzaamheid.
Paragraaf
Duurzaamheid
Papier/pdf / bladzijde: 124
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ’In 2019 is de nota maaibeheer opgesteld. Vanaf dat moment zijn we in het bermbeheer meer ecologisch beheer toe gaan passen. Ecologisch groenbeheer is gericht op het behoud of het ontwikkelen van de ecologische waarden. Dit doen we in inheemse natuurlijke beplantingen zoals de bermen, poelen, watergangen, bosplantsoenen en stadsbossen. Tijdens het onderhoud houden we rekening met de omgeving en de natuurlijke processen. Dit houdt o.a. in: geen bestrijdingsmiddelen en meststoffen toepassen, gefaseerd 64
onderhouden, rekening houden met verticale en horizontale gelaagdheid, natuurlijk afval zoals bladstrooisel en snoeihout waar mogelijk achterlaten in het gebied, behouden van beschutting voor fauna en behouden en/of versterken van diversiteit in soorten.’’ Kan worden geduid of dit maaibeleid van invloed is geweest op verkeersveiligheid (denk aan aantal ongelukken en klachten in meld- en herstelapp). Antwoord: Tijdens de omvorming naar meer ecologisch grasbeheer zijn er zeer lokaal tijdelijk hogere vegetaties ontstaan. Dit hangt o.a. samen met de aard van de omvorming en de wisselende weersomstandigheden, zoals langdurige droogte of juist natte periodes. Op dergelijke situaties is snel en adequaat gereageerd en zijn aanpassingen gedaan. Er zijn bij ons geen signalen bekend dat dit na de overgangsfase heeft geleid tot een grotere toename van verkeersonveilige situaties of tot meer klachten dan onder het voorgaande beheer.
Paragraaf
Duurzaamheid
Papier/pdf / bladzijde: 124
Webpagina / bladzijde:
Vraag: ’We zetten in op een circulaire stad en zorgen voor een verdergaande afvalscheiding en hergebruik van reststromen.’’ Hoeveel procent van afval dat vooraf (door inwoners) wordt gescheiden, wordt ook (nogmaals) achteraf gescheiden? Antwoord: Op dit moment wordt geen enkele afvalstroom die Dar inzamelt, nagescheiden. De Dar stimuleert de verwerker van bouw- en sloopafval (BSA) om zo veel mogelijk te hergebruiken. Dit kan worden gezien als een kleine vorm van nascheiding die ongeveer 1% is.
Paragraaf
Duurzaamheid
Papier/pdf / bladzijde: 124
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Aantal netto toegevoegde bomen. Zijn dit ook daadwerkelijk aangeplante bomen of zijn dit voornamelijk bomen die nu voor het eerst als zodanig zijn aangemerkt? Antwoord: Dit zijn nieuw aangeplante bomen, hier zitten ook de bomen van het Bomenplan bij, nieuwe bomen uit projecten en nieuwe bomen die stadsbeheer heeft aangeplant. De gekapte bomen zijn hier dus ook in verrekend.
Paragraaf
Grondbeleid
Papier/pdf / bladzijde: 116
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Hoeveel leegstaand gemeentelijk vastgoed is er en wat kost dit jaarlijks? Antwoord: Voor meer achtergrondinformatie over leegstand verwijs ik u naar de notitie leegstand Nijmegen, december 2023, behandeld door de raad op 31 januari 2024. Daarin is opgenomen dat er voor gemeentelijk vastgoed geen leegstand is vanwege de inzet van leegstandsbeheer. Aan leegstandsbeheer zitten wel kosten. In de eerste
65
voortgangsmonitor is er een tekort in verband met leegstand aangegeven van €109.000 (programma Cultuur en Cultureel Erfgoed).
Paragraaf
Grondbeleid
Papier/pdf / bladzijde: 163
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Welke norm of doelstelling voor kostendekkendheid is vastgesteld voor het beheer van gemeentelijk vastgoed, en welke cijfers uit de begroting of jaarverslagen tonen de huidige stand van zaken? Antwoord: Dit is opgenomen in de kadernota gemeentelijk maatschappelijk vastgoed 2025 e.v. Daarin is opgenomen dat we de kostprijshuur, met de WOZ als aanvangswaarde voor bestaande bouw, en de boekwaarde voor nieuwbouw, hanteren voor de berekening van de huurprijs voor gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. We passen dat toe op nieuwe contracten. We geven u meer inzicht middels de aanstaande nota kapitaalgoederen vastgoed (naam kan nog veranderen), waarover u in Q1 van 2026 wordt geïnformeerd.
Programma
Grondbeleid
Papier/pdf / bladzijde: 164
Webpagina / bladzijde:
Vraag: Is het mogelijk om aan te geven wat de extra kosten die gemaakt moeten worden voor de bekostiging van de rioolvoorzieningen gaan betekenen voor de rioolheffing van de komende jaren? Antwoord: De totale kosten van het nieuwe PWR (2026-2029) en dus de op te brengen rioolheffing zou zijn: 25,3 miljoen (2026), 26,6 miljoen (2027), 28,8 miljoen (2028) en 27,7 miljoen (2029). De rioolheffing zou daardoor fors moeten stijgen (ongeveer 50-60%) ten opzichte van 2025. Door de inzet van de voorziening (opgebouwde reserves) bouwen we de rioolheffing stapsgewijs op met gemiddeld ongeveer 15% (ca € 35,--) stijging per jaar. Op basis van een WOZ-waarde van 450.000 € betekent dit (2025: € 200,-) voor 2026: € 236,-, voor 2027: € 272,-, voor 2028: € 308,- en voor € 2029: € 344,-. Vanaf 2029 is de voorziening op peil en deze voorziening wordt gebruikt om de rioolheffing op het niveau van 2029 te houden. Er wordt na 2029 op basis van het PWR 2026-2029 geen verdere stijging voorzien. Dit laatste is uiteraard afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen/(klimaat-)wensen in een nieuw PWR.
Overig Hoofdstuk: Papier/pdf / bladzijde: Pagina pdf: Inlegvel nieuwe investeringen pagina 1 ev de toelichtingen
Programma Inlegvel Nieuwe investeringen algemeen Webpagina / bladzijde:
Vraag: Pagina 1 Opmerking bovenaan “we stellen over de periode 2025 tot en met 2035 in totaal 61,545 miljoen euro aan nieuwe investeringen voor. De bedragen daaronder zijn grotendeels ingevuld tot en met 2028 waarbij koers voor de binnenstad op pm is gezet. Bij toelichtingen van de nieuwe investeringen worden dan ook aankondigingen gedaan zonder kosten.
66
Hoe moet de raad dit duiden? Wat is de intentie naar de raad toe en wat betekent dit voor het nu en de stadsbegroting 2026-2029? Antwoord: In de drie genoemde gebiedsvisies (Koers voor de Binnenstad, Vlaams Kwartier en Valkhofkwartier) is een groot aantal opgaven en ambities voor de Nijmeegse binnenstad opgenomen. Zoals bekend, zijn de middelen die in de Stadsbegroting gereserveerd zijn niet toereikend voor het realiseren van al deze opgaven en ambities. Het gaat dan bijvoorbeeld om de herinrichting van de Ziekerstraat, Molenstraat en Broerstraat, de herinrichting van de Westelijke Waalkade en de renovatie van het Hunnerpark. Hoewel we kansen zien voor het aantrekken van subsidies, is de verwachting dat aanvullende investeringen nodig zijn. Omdat deze projecten nog moeten worden opgestart, hebben we nog geen raming voor de kosten en voorstel voor de dekking. Op het moment dat de projecten starten zal (indien nodig) een claim worden voorbereid. Voor de Stadsbegroting 2026-2029, heeft dit dus geen gevolgen. Het betreft slechts een vooraankondiging voor de nog komende begrotingen.
Paragraaf
Weerstandsvermogen
Papier/pdf / bladzijde:
Webpagina / bladzijde: 166
Vraag: Gezien de toenemende onvoorziene risico’s door geopolitieke spanningen en klimaatverandering, hoe wordt de robuustheid van de begroting geëvalueerd tegen deze risico’s, worden er extra kosten verwacht? Antwoord: Voor een deel van deze risico’s zijn programmabudgetten en investeringsruimte beschikbaar. In deze begroting is bijvoorbeeld € 1,55 miljoen aan programmabudget en € 20 miljoen aan investeringskrediet opgenomen voor klimaatadaptie. Voor bijvoorbeeld extra kosten als gevolg van rentestijging is een concrete risico opgenomen. Dit risico valt buiten de top 10.