Beantwoording technische vragen stadsbegroting 2025-2028
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Stadsbegroting 2025-2028 Inhoud Inleiding _______________________________________________________________________________________2 Financieel beeld ________________________________________________________________________________2 Ombuigingsopties alle programma’s _______________________________________________________________2 Programma Bestuur & Organisatie _________________________________________________________________4 Programma Veiligheid ___________________________________________________________________________7 Programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg ______________________________________________________14 Programma Werk en Inkomen ____________________________________________________________________36 Programma Onderwijs __________________________________________________________________________42 Programma Bereikbaarheid ______________________________________________________________________45 Programma Wonen en stedelijke ontwikkeling ______________________________________________________54 Programma Openbare Ruimte ____________________________________________________________________57 Programma Openbare ruimte / Sport ______________________________________________________________63 Programma Cultuur en Cultureel erfgoed ___________________________________________________________64 Programma Sport
______________________________________________________________________________73 Programma Financiën __________________________________________________________________________74 Thema Duurzaamheid __________________________________________________________________________77 Thema Burgerparticipatie _______________________________________________________________________77 Paragraaf Lokale heffingen ______________________________________________________________________79 Paragraaf Investeringen _________________________________________________________________________81 Paragraaf Weerstandvermogen ___________________________________________________________________90 Indexatie algemeen ____________________________________________________________________________90
Inleiding Programma
Website
Inleiding
Papier/PDF
Pdf pag. 8
Vraag: Welke ambities uit het coalitieakkoord worden precies getemperd? Antwoord: De zin in de inleiding: ‘Dit alles betekent wel dat we andere of nieuwe ambities moeten temperen, daar is geen ruimte voor.’ verwijst niet naar concrete ambities uit het coalitieakkoord. Bedoeld is dat er gezien de financiële omstandigheden geen ruimte is voor nieuw beleid en evenmin voor een schep bovenop of versnelling van bestaande ambities.
Financieel beeld Programma
Website
Financieel beeld
Papier/PDF
Pdf pag. 12
Vraag: Het college doet een voorstel voor nieuwe investeringen voor een totaalbedrag van 111,4 miljoen euro. Tegelijkertijd zegt het college dat de investeringsplanning nog niet aangescherpt is. Is daar nu, een aantal maanden na het opstellen van de SB 2025 e.v., wel zicht op? Antwoord: Zoals in de inleiding van de paragraaf investeringen is toegelicht, is er al een slag gemaakt om tot een aanscherping van de investeringsplanning te komen. Een verdere aanscherping naar een investeringsbedrag van 90 miljoen euro per jaar, waarbij ook de nieuwe investeringen worden meegenomen, kon binnen het tijdsbestek van het opstellen van de Stadsbegroting 2025 niet worden afgerond. Het onderzoek naar een verdere aanscherping is nu in volle gang en zal begin volgend jaar worden afgerond. Zoals in de paragraaf investeringen toegelicht, zal het resultaat worden vastgelegd in een raadsvoorstel dat tegelijkertijd met de 1e Voortgangsmonitor 2025 aan uw raad zal worden voorgelegd.
Ombuigingsopties alle programma’s Programma
Website
Alle programma’s
Papier/PDF
Pdf pag. 8
Vraag: Er worden bij vrijwel alle programma´s ombuigopties genoemd die summier zijn en soms zelfs wettelijke taken en die kunnen niet worden geschrapt. In welke programma´s van 2024 zit er nog financiële ruimte om zaken om middelen over te hevelen naar 2025? Antwoord: Bij de 1e Voortgangsmonitor verwachtten wij een nadelig resultaat over 2024. In de 2e Voortgangsmonitor 2024 informeren wij uw raad opnieuw over de uitvoering van de Stadsbegroting 2024 en melden we per programma (te verwachten) financiële afwijkingen, zowel in positieve als in negatieve zin. De 2e Voortgangsmonitor wordt in december geagendeerd voor de raad. Bij de 2e Voortgangsmonitor doen we ook voorstellen voor budgetoverhevelingen. Overhevelingen van budgetten zijn aan stringente regels gebonden. De Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zeggen dat de gemeentebegroting taakstellend is en aan jaargrenzen gebonden. Dat wil zeggen dat het in 2
de begroting opgenomen beleid ook in dat jaar moet worden uitgevoerd binnen het ter beschikking gestelde bedrag. Niet binnen de jaargrenzen uitgegeven middelen in de exploitatie vallen aan het einde van het jaar in principe vrij. ‘Niet uitgegeven’ betekent dat er niet betaald is en dat er ook geen juridische, harde verplichting is aangegaan, waaruit blijkt dat de bijbehorende prestatie geleverd is. Jaarlijks blijkt dat aan het eind van het jaar op een aantal onderdelen het beleid niet is uitgevoerd, waardoor middelen op de desbetreffende begrotingspost niet zijn uitgegeven. Indien een activiteit/prestatie in het lopende jaar is begroot en de realisatie is vertraagd of uitgesteld, kan worden voorgesteld de restantbudgetten voor uitvoering over te hevelen naar het/de daaropvolgende begrotingsjaar/ begrotingsjaren. Indien er bij de jaarrekening sprake is van een positief resultaat, stellen we voor deze middelen toe te voegen aan de algemene reserve.
3
Programma Bestuur & Organisatie Programma
Website
Bestuur en Organisatie
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 27
Vraag: “Wij hebben een structureel tekort op het onderdeel verkiezingen van €335.000. Dit wordt veroorzaakt door de sterke kostenstijging van onder andere catering, energie- en huurkosten locaties en drukwerk en hogere kosten voor de organisatie van de verkiezingen als gevolg van de wetswijziging. Daarnaast zorgen de recente aanbesteding van de postbezorging, de extra kosten van het Gemeentelijk Stembureau (wettelijke vereiste) voor nog verdere stijging van de huurkosten en overhead.” Vraag: Worden wij hier niet gecompenseerd door het Rijk of zit dit al inbegrepen in het gemeentefonds? Antwoord: Dit zit inbegrepen in het gemeentefonds. Het Rijk compenseert gemeenten echter niet volledig voor de kostenstijgingen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is dit jaar wel op verzoek van gemeenten gestart met een onderzoek naar de kosten van de verkiezingen (reden: kostenstijgingen, wetgeving etc.). Er is nog geen duidelijkheid over de afronding en het vervolg van het onderzoek.
Programma
Website
Bestuur en Organisatie
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 29
Vraag: Verlaging capaciteit afd VJB (excl. Veiligheid) Vraag: waarom exclusief veiligheid? Antwoord: Het gaat hier om ombuigingsopties binnen het programma Bestuur en Organisatie. Veiligheid valt binnen de afdeling VJB maar niet binnen het programma Bestuur en Organisatie. Veiligheid is een apart programma. Binnen het programma veiligheid worden andere ombuigingsopties voorgelegd.
Programma
Website
Bestuur en Organisatie
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 30
Vraag: Waar komt de stijging van externe inhuur vandaan? Antwoord: De stijging van de externe inhuur als percentage van de totale loonsom plus kosten interne inhuur wordt veroorzaakt doordat het steeds vaker niet lukt om noodzakelijk personeel via werving aan ons te binden. Krapte op de arbeidsmarkt speelt daar een rol in. Indien werving niet succesvol is, wordt voor kortere of langere tijd gekozen voor inhuur. Daarnaast huren wij in bij vervanging van ziekte, tijdelijke pieken in het werk en voor projecten en tijdelijke werkzaamheden waarvoor we de capaciteit of specialistische kennis niet zelf in huis hebben en budgetten tijdelijk niet beschikbaar zijn. In de personeelsmonitor van het A+O fonds is te lezen dat er ook landelijk een stijging van de externe inhuur te zien is.
4
Programma
Website
Bestuur en Organisatie
Papier/PDF
Webpagina : Veranderingen in de begroting |
Stadsbegroting 2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl)
Pagina pdf: 26 Vraag: Waar wordt de 4 miljoen voor de impuls in de bedrijfsvoering precies aan besteedt? Antwoord: De middelen worden besteed aan het werven van nieuwe mensen voor onze bedrijfsvoeringsorganisatie. De personele groei van onze bedrijfsvoeringsafdelingen (+8% in periode 2020-2023) op diverse onderdelen is achtergebleven bij de groei van de ambtelijke organisatie (+15% in dezelfde periode). Dit heeft ertoe geleid dat het al geruime tijd ‘piept en kraakt’ in onze bedrijfsvoering. Qua werkzaamheden gaat het om de basis op orde te brengen en ook om noodzakelijke vernieuwingen en veranderingen door te kunnen voeren. Het gaat dan onder andere om een toename van werk bij werving en selectie door de toegenomen aantallen medewerkers én meer dynamiek van de bezetting (toename van interne mobiliteit en inhuur), een toename van wettelijke taken op het gebied van verzuimpreventie en ook een toename van ondersteuning van de dagelijkse werkprocessen (I-advisering, P-advisering) Qua vernieuwingen ligt het accent vooral op noodzakelijke doorontwikkelingen van de digitale werkprocessen en het verbeteren van informatiehuishouding, waaronder afspraken met de raad over het op orde brengen van die informatiehuishouding. Daarnaast zijn er door de groei van organisatie meer laptops nodig en ondersteuning op i-gebied.
Tot slot zijn er door de groei knelpunten een aantal primaire afdelingen, hier is het management en de ondersteuning onvoldoende meegegroeid met de ontwikkeling van die afdelingen.
Programma
Website
Bestuur en Organisatie
Papier/PDF
Webpagina Indicatoren | Stadsbegroting 2025
Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 30
Vraag: Wat is de oorzaak van de stijgende kosten van externe inhuur als percentage van de totale loonsom plus kosten interne inhuur? Antwoord: De stijging van de externe inhuur wordt veroorzaakt doordat het steeds vaker niet lukt om noodzakelijk personeel via werving aan ons te binden. Krapte op de arbeidsmarkt speelt daar een rol in. Indien werving niet succesvol is, wordt voor kortere of langere tijd gekozen voor inhuur. Daarnaast huren wij in bij vervanging van ziekte, tijdelijke pieken in het werk en voor projecten en tijdelijke werkzaamheden waarvoor we de capaciteit of specialistische kennis niet zelf in huis hebben en budgetten tijdelijk niet beschikbaar zijn. In de personeelsmonitor van het A+O fonds is te lezen dat er ook landelijk een stijging van de externe inhuur te zien is.
5
Programma
Website
Bestuur en Organisatie
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 27
Vraag: Hoeveel kost het structureel om het aantal stemlokalen weer op het niveau van 2014 te brengen (89 bijvoorbeeld) Antwoord: Het kost €10.200 per verkiezing om zes extra stembureaus te faciliteren.
Programma
Website
Bestuur en Organisatie
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 27
Vraag: Sociaal raadslieden: wat is de gemiddelde termijn voor het afhandelen van een hulpvraag? (Inclusief de wachttijd). Antwoord: • De sociaal raadslieden hebben dagelijks telefonisch spreekuur. Korte vragen worden zo mogelijk direct afgehandeld. • Als er een afspraak nodig is, is het streven om deze binnen 5 werkdagen te maken. Dat wordt over het algemeen gehaald. • De doorlooptijd van een hulpvraag is heel afhankelijk van de vraag; de doorlooptijd varieert van 0 dagen ( vandaag bellen, meteen antwoord) tot maanden, waarin sociaal raadslieden af en toe met een dossier bezig zijn of juist intensiever. Ook de inzet van derden is regelmatig nodig en heeft invloed op de doorlooptijd. Zowel voor de wachttijd, de doorlooptijd als de tijdsbesteding in uren is een gemiddelde in feite niet te geven, gezien de grote diversiteit aan vraagstukken.
6
Programma Veiligheid Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 45
Vraag: Waar komt de daling casus veiligheidshuis vandaan? Antwoord: De daling is voor het grootste gedeelte te verklaren doordat het veiligheidshuis in mei 2023 is gestart met een nieuw – landelijk- registratiesysteem. In de periode januari-april 2023 is kritisch de hele casuslijst doorgenomen en gekeken welke casus stabiel genoeg waren om positief af te sluiten en over te dragen aan de casemanager. Verder is een aantal casus afgesloten van personen die langdurig in detentie zitten of een TBS-maatregel hebben gekregen. De betrokken ketenpartner (DJI/ reclassering/nazorg) kan de casus dan half jaar voor resocialisatie aanmelden.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 44
Vraag: Knelpunt 2 FTE vergunningverlening In de begroting wordt op pagina 44 aangegeven dat een dekking van 151k voor het knelpunt van 2 FTE wordt gezocht door middel van een legesverhoging, maar de uitwerking hiervan blijft weinig concreet. A Kunt u verduidelijken welke leges precies worden verhoogd, met welk percentage, en wat de verwachte financiële impact hiervan is? B Daarnaast, is deze verhoging naar uw mening voldoende om de volledige dekking van 151k te realiseren? C En als deze antwoorden nog niet gegeven kunnen worden, kunt u dan aangeven op welke termijn de raad hierover alsnog geïnformeerd wordt en zich hier verder over kan buigen? Antwoord: Zoals aangegeven in de toelichting op de begroting moet nog worden uitgewerkt welke leges precies worden verhoogd, met welk percentage en wat de verwachte financiële impact hiervan is. Nadere analyse zal moeten uitwijzen of de voorgestelde verhogingen tot volledige dekking zullen kunnen leiden. We streven ernaar voor de zomer van 2025 met een voorstel te komen.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 47
Vraag: Aantal overlasthotspots Waarom ontbreken de overlasthotspots incl. plekken / resultaten in de kerncijfers van de gemeente op https://swm2024-nijmegen.pcportal.nl/p58580/kerncijfers? Antwoord: De kerncijfers van de gemeente en de indicatoren in de stadsbegroting zijn twee verschillende informatieproducten. De gevraagde indicatoren door de raad worden, om dubbeling te voorkomen, niet per definitie opgenomen in de kerncijfers. Indien gewenst, kan dit wel worden gedaan, maar behelst dan niet meer
7
dan een verplaatsing van cijfers. In de jaarlijkse veiligheidsbrief wordt aan de raad verantwoording afgelegd over de (aanpak van) overlasthotspots.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 44
Vraag: Jeugdcoaches: Hoeveel kost het jaarlijks structureel aannemen van één extra fte jeugdcoach? Antwoord: De totale kosten zijn €123.195 voor 1 FTE jeugdcoach en zijn als volgt opgebouwd; Loonsom: 81.007 Bedrijfsvoeringsopslag 31.188 Toelages 11.000 Totale kosten 123.195
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 31
Vraag: Er wordt gehamerd op criminaliteit voorkomen en tegengaan. Hoeveel geld gaat er naar het (proberen) te voorkomen van criminaliteit middels preventie? Welke middelen worden hiervoor ingezet? Antwoord: Het hele programma Veiligheid is gericht op preventie. Het gaat daarbij onder andere om het voorkomen van overlast, criminaliteit, openbare orde verstoringen en fysieke onveiligheid. Daar waar nodig, in geval van bijvoorbeeld excessen, wordt handhavend of repressief opgetreden. Ook handhavend of repressief optreden is (deels) gericht op preventie (het is immers gericht op het voorkomen van recidive en het werkt mogelijk afschrikwekkend voor anderen). Ten slotte streven we ernaar de leefsituatie van mensen met (multi)problematiek duurzaam te verbeteren, waarmee ook overlast, onrust, crimineel en gevaarzettend gedrag worden voorkomen. We hebben uiteenlopende activiteiten en werkwijzen. Denk aan informatiegestuurd werken, vroegsignalering op het terrein van (jongeren)overlast, criminaliteit en ondermijning in de wijken, inzetten op integraal aanbod via Top X aanpak, inzetten op campagnes gericht op voorkomen van slachtofferschap van digitale criminaliteit. Verschillende professionals zijn hierbij betrokken zoals regisseurs veiligheid, jeugdcoaches, regieteams, Zorgen Veiligheidshuis, een informatieanalist.
Hoeveel geld er voor het proberen te voorkomen van criminaliteit middels preventie precies wordt ingezet, is daarom lastig exact te beantwoorden, nu alles met elkaar samenhangt.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 43
Vraag: Er is een knelpunt ontstaan bij vergunningsverleningsproces door toename evenementen en complexiteit hiervan. Legeskosten zijn nu niet dekkend. Wat kosten de leges voor een evenement momenteel? Verschilt dit per evenement of is dit een vast bedrag? Hoeveel zouden deze moeten worden verhoogd om kostendekkend te zijn?
8
Antwoord: De leges voor evenementen zijn momenteel: Type evenement Soort kosten A niet gericht op winst A, B & C Basisbedrag A Adviezen (bijv. over geluid, verkeer, gezondheid) A Controle locatie vooraf B&C Adviezen (bijv. over geluid, verkeer, gezondheid) B Controle locatie vooraf B Grote controle locatie vooraf C Grote controle locatie vooraf
Kosten € 55,55 € 284,95 € 126,20 (per advies) € 473,25 € 252,40 (per advies) € 473,25 € 1.262,05 € 2.524,05
Het betreft dus geen vast bedrag per evenement (uitgezonderd het basistarief voor A, B en C evenementen), maar kan afhankelijk van de categorie evenementen, aantal adviezen en controles, verschillen. Zoals in de toelichting op de begroting is aangegeven zal nadere analyse nog moeten uitwijzen welke leges precies moeten worden verhoogd, met welk percentage en wat de verwachte financiële impact hiervan is. We streven ernaar voor de zomer van 2025 met een voorstel te komen.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Pdf pag. 44
Vraag: Er wordt gekeken of A evenementen vergunningsvrij kunnen worden gemaakt. Wat kost dat? Antwoord: Zoals aangegeven in de toelichting op de begroting moet nadere analyse uitwijzen welke verhoging van de leges nodig is en ook wat vergunningsvrij maken van A evenementen als maatregel oplevert. Op dit moment is daar nog niet meer duidelijkheid over. We streven ernaar voor de zomer van 2025 met een voorstel te komen. Zie ook het antwoord op voorgaande vraag.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 43
Vraag: Om knelpunt vergunningsverlening evenementen op te lossen wordt gekeken naar vergunningsvrij maken Aevenementen. Welke evenementen vallen onder de categorie A-evenementen? Betekent dit dat deze evenementen alleen nog maar in de evenementenagenda worden gezet of moet er nog wel een toestemming voor de locatie afgegeven worden? Is er nog een natuurvergunning vereist voor deze evenementen? Zo ja, hoe wordt dit gecommuniceerd als er geen vergunning vanuit de gemeente nodig is? Antwoord: Welke evenementen vallen onder de categorie A-evenementen hangt af van de risico-inschatting. Voorbeelden van A-evenementen in Nijmegen zijn: bouwdorpen, sportevenementen, introductieactiviteiten, verbindingsevenementen in de wijk en buurtfeesten. Vergunningsvrij betekent dat er ook geen melding hoeft te worden gemaakt van het evenement. In de evenementenagenda zetten en toestemming voor de locatie afgeven is daarom ook niet nodig. Er is geen natuurvergunning vanuit de gemeente vereist voor deze evenementen.
9
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Pdf pag. 44
Vraag: Er wordt gekeken of A evenementen vergunningsvrij kunnen worden gemaakt. Wat kost dat? Antwoord: Zoals aangegeven in de toelichting op de begroting moet nadere analyse uitwijzen welke verhoging van de leges nodig is en ook wat vergunningsvrij maken van A evenementen als maatregel oplevert. Op dit moment is daar nog niet meer duidelijkheid over. We streven ernaar voor de zomer van 2025 met een voorstel te komen.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 44
Vraag: Vervanging toezichtcamera’s. Kan deze vervanging 1 of 2 jaar uitgesteld worden? En zo ja, hoeveel geld speel je dan in begroting 2025 vrij? Antwoord: Eens in de vier jaar moeten de camera’s vervangen worden. Dit wordt gedaan om uitval van camera’s en oplopende reparatiekosten te voorkomen. En daarvoor is ook iedere vier jaar een bedrag gereserveerd (investeringsbudget) van 100.000 euro. De vervanging van de camera’s staan voor 2027 op de planning. Op de begroting van 2025 kan hiermee geen geld worden vrijgespeeld.
Programma
Website
Veiligheid
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 44
Vraag: Bij begroting 2024 werd cameratoezicht nog als mogelijke bezuinigingsoptie aangedragen, waarom nu niet? En als je ervoor kiest om cameratoezicht terug te brengen naar alleen horeca hotspots ipv hele binnenstad, hoeveel geld bespaar je dan? Antwoord: Cameratoezicht (voor zover het gaat over de openbare orde camera’s onder het wettelijk regime van 151C Gemeentewet) is bij de stadsbegroting van 2025 ook opgenomen als mogelijke bezuinigingsoptie. Deze is opgenomen onder de totale ombuigingsoptie ‘Openbare Orde’. Ongeveer 100.000 heeft betrekking op het hier bedoelde cameratoezicht. We hebben een beperkt aantal camera’s in de binnenstad gericht op openbare orde hotspots. Dit bestrijkt niet de hele binnenstad. Elke camera heeft als doel om openbare orde problematiek tegen te gaan. Dit is niet altijd direct te koppelen aan de horeca. De camera’s niet direct gerelateerd aan horeca zijn te vinden op de Tunnelweg, Joris Ivensplein en Kronenburgerpark. Cameratoezicht (12 stuks) op deze plaatsen beëindigen zou een jaarlijkse (structurele) besparing opleveren van ongeveer 65.000 euro opleveren. Daarnaast kan dan worden bespaard op investeringskosten, omdat deze camera’s dan niet vervangen hoeven. Dat levert een besparing op van ongeveer 80.000 per vier jaar.
10
Programma Economie en Toerisme Programma
Website
Economie en Toerisme
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 229 Investeringen
Vraag: We maken 50k vrij voor een investering in IntoNijmegen, omdat het Ondernemersfonds de bijdrage aan Huis voor de Binnenstad op dit front heeft ingeperkt. Wat is de motivatie daarvoor van het Ondernemersfonds? Antwoord: Hierin is een ouder advies (2022) van de TaskForce Ondernemersfonds Nijmegen (TON) gevolgd. De TON merkte destijds op dat de bijdrage gevraagd van het Huis voor de Binnenstad met betrekking tot IntoNijmegen in verhouding moest staan met de Binnenstad als werklocatie. En dat IntoNijmegen zich niet exclusief met de binnenstad als werklocatie bezighoudt, waardoor een volledige toekenning of dekking zou drukken op het beperkte budget van het Ondernemersfonds zonder ook werkelijk aan de doelen zoals in de Uitvoeringsregeling Ondernemersfonds staan te voldoen.
Programma
Website
Economie en Toerisme
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 56
Vraag: Doel: We zorgen voor goede en duurzame werklocaties. Hoe verhoudt het bedrag voor fysieke bedrijfsinfrastructuur tot 2028 zich tot de ambities in het regionaal programma werklocaties? Antwoord: Het bedrag voor fysieke bedrijfsinfrastructuur tot 2028 heeft betrekking op het Ondernemersfonds. Uit het Ondernemersfonds wordt de professionalisering van het werklocatiemanagement van onze werklocaties gefinancierd. Voor onze werklocaties is goed parkmanagement van essentieel belang. Er is niet direct een relatie met de ambities in het Regionaal Programma Werklocaties.
Programma
Website
Economie en Toerisme
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 60
Vraag: Wat verklaart het grote tekort op de marktgelden? Antwoord: De begrote opbrengsten zijn de afgelopen jaren te hoog opgenomen in de begroting. In de praktijk realiseren we zo’n €50.000 aan marktopbrengsten per kwartaal, dus € 200.000 per jaar. In de begroting 2024 is er nog een bedrag van €300.000 aan marktopbrengsten opgenomen. In de begroting 2025 wordt voorgesteld deze begrote opbrengst dichter bij de feitelijke realisatie op te nemen. In de voorliggende begroting worden de opbrengsten met € 100.000 naar beneden bijgesteld.
11
Programma
Website
Economie en Toerisme
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 51
Vraag: Reclamebelasting voor binnenstadsfonds: hoe hoog is deze belasting? Antwoord: Voor 2024 is tot nu toe € 165.728,54 aan reclamebelasting opgelegd. De tarieven variëren van € 133,94 (panden met een WOZ-waarde van €50.001 tot €300.000) tot € 1.394,41 (panden met een WOZ-waarde van meer dan 5 miljoen). De reclamebelasting gaat direct terug naar de ondernemers, in de vorm van projecten die door het Huis voor de Binnenstad worden uitgevoerd.
Programma
Website
Economie en Toerisme
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 57
Vraag: Investering van 3,8 miljoen in een duurzaam bedrijvenpark De Grift. Wat wordt er zoal verstaan onder verduurzaming van dit bedrijvenpark?; Wat houdt aantrekkelijke groene ruimte in?;Gaat een deel hiervan naar mitigerende maatregelen voor soorten die in de knel komen door de uitbreiding van XXL-logistiek, zoals de Patrijs of het konijn? Antwoord: Voor de bestaande bedrijventerreinen Stationsstraat/Rietgraaf heeft de raad op 5 april 2023 het conserverend bestemmingsplan vastgesteld. Deze beoogd betere afspraken vast te leggen voor een toekomstbestendig bedrijventerrein. Op basis van diverse noodzakelijke aanpassingen is een herstelbesluit in de maak. Met het bestemmingsplan zorgen we voor een actueel juridisch kader voor het bedrijventerrein, waarbinnen bedrijven beter kunnen functioneren en hun groeipotentie te gebruiken, rekening houdend met de beleidsdoelstellingen op economisch, duurzaam en klimaat adaptief vlak. Daar waar de kosten en opbrengsten voor uitbreiding van het nieuwe bedrijventerrein de Grift zijn verankerd in de grondexploitatie van de Waalsprong waren er voor de bestaande bedrijventerreinen geen middelen beschikbaar om deze om te vormen tot een modern, toekomst bestendig bedrijvenpark. Om deze ambitie waar te maken is voor de aanpak voor verduurzaming bestaande bedrijventerreinen de Grift € 3,8 mln gereserveerd.
In gesprek met de ondernemers beogen we een aanpak gericht op: - Vergroenen van het bedrijvenpark door aanplant van bomen, hagen etc / aandacht voor biodiversiteit en beschermde soorten. - Vergroten sociale veiligheid ; een goede openbare verlichting - Voetpaden langs wegen (Groothandelsweg en Koopmansweg) - Maatregelen om parkeren van vrachtauto’s en trailers in de openbare ruimte te voorkomen - Verbeteren hemelwaterafvoer/ afkoppelen waar het kan/ creëren van waterberging - Stimuleren van toepassing zonnepanelen op daken - Stimuleren van zero-emissie logistiek - Nieuwbouw/uitbreiding op basis van circulaire bouwmethoden - Collectief organiseren issues energievraagstuk; vraag, aanbod en opslag energie / afstemming zoeken met energiepark de Grift (energiecoöperatie WPN / zonnepanelen en windturbines) - Introduceren parkmanagement Het proces van inventariseren, gesprekken voeren en rekenen/tekenen moet uiterlijk Q1 2025 leiden tot een projectenlijst; een lijst met die maatregelen die realistisch en uitvoerbaar zijn en tegemoet komen aan de beoogde doelstelling. De investering betref dan ook de gebieden benoemd als ‘bestaande bedrijven’ en is niet bedoeld voor mitigerende maatregelen ten behoeve van de uitbreiding de Grift. 12
Programma
Website
Economie en Toerisme
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 59
Vraag: Op zoek naar nieuwe evenementenlocaties in openbare ruimte: wat zijn de afwegingen om een locatie in het evenementenbeleid op te nemen?; Welke rol spelen het behouden van natuur en het beschermen van dieren hierin? Antwoord: Bij het toevoegen van een nieuwe evenementen locatie wordt veelvuldig afgestemd met de adviseurs van de veiligheidsdiensten, Rijkswaterstaat, het waterschap, provincie Gelderland en de interne adviseurs op het gebied van openbare ruimte, geluid, toezicht & handhaving, groen en vergunningen. Voor en na evenementen worden groenschouwen uitgevoerd. Organisatoren van evenementen zijn verplicht om mogelijke effecten op de (beschermde) planten en dieren als gevolg van de aanwezigheid van mensen, licht, geluid in kaart te brengen. Zij zijn ook verantwoordelijk om de maatregelen uit te voeren die de bedreiging van beschermde planten en dieren voorkomen. Ook is de organisator verantwoordelijk voor een actuele natuurtoets van de evenementenlocatie.
13
Programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Programma WWZ
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 88/89
Vraag: Bij 7.1 volksgezondheid is er zowel een daling van baten als lasten te zien vanaf 2027, waar zit dit in? Antwoord: Bij taakveld 7.1 Volksgezondheid is er in 2027 een daling van zowel de baten als de lasten (met 2,5 mln) t.o.v. 2026. De verklaring hiervoor is de SPUK IZA. De beschikking van het Rijk was voor de periode 2024-2026.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 92
Vraag: Onder het kopje ‘sociale basis’ is te lezen dat bezuinigen op de sociale basis financiële voordelen oplevert. Tegelijkertijd staan er in het programma Financiën financiële voordelen ingeboekt als gevolg van inzet op preventie en de sociale basis. Welk onderzoek ligt eraan ten grondslag dat de bezuinigingen zoals genoemd op pagina 92 (zeker die op collectieve interventies als genoemd onder welzijn en gezondheid) financiële voordelen opleveren en hoe verhoudt zich dit tot de voordelen als genoemd in het programma financiën? Antwoord: Het kopje ‘ontwikkeling kosten sociaal domein t.l.v. algemene middelen’ in het programma Financiën gaat over de financiële voordelen die in het kader van het coalitieakkoord zijn opgenomen als gevolg van inzet op preventie in het sociaal domein. Omdat er al bezuinigd moet worden in het sociaal domein, is ervoor gekozen om deze stelpost ten laste te brengen van de algemene reserves. De bezuinigingen op de sociale basis zoals genoemd op pagina 92 staan hier los van. De bezuinigingen die genoemd staan op pagina 92 zijn het gevolg van de financiële krapte in het sociaal domein.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 94
Vraag: Het college is voornemens om 600k te bezuinigen op de winteropvang. Welke kostenstijging wordt verwacht in het kader van inzet van handhaving, politie en bijzondere zorg? Hoeveel mensen hebben er in de afgelopen jaren van de winteropvang gebruik gemaakt? En welke groepen mensen zijn hierin te onderscheiden, denk bijv aan zorgweigeraars, arbeidsmigranten etc. - In het winterprotocol staat omschreven wanneer, bij welke temperatuur, MO voorzieningen langer of meer open zijn of toegankelijk voor meer mensen. Hoe verhoudt de voorgenomen dagsluiting van de winteropvang zich tot dit winterprotocol? Met andere woorden als het -5 of -10 is, worden mensen dan nog steeds overdag de straat opgestuurd vanuit de winteropvang? Antwoord: We hebben op dit moment geen zicht op de financiële gevolgen wanneer er geen dagopvang is. Er is geen aanleiding om te verwachten dat er meer mensen op straat zullen zijn dan tijdens de maanden juni t/m oktober. Daarnaast: bij 24-uursopvang gaan mensen overdag ook naar buiten. -
De centrale toegang van de GGD (CTMO) houdt gegevens bij over het verblijf in de winteropvang in Nijmegen. In 2022 ging dit om 212 personen, in 2023 waren het er 267 en in 2024 waren het er tot zover 99
14
(dit aantal is lager omdat november-december nog moet komen). Er wordt niet geregistreerd om welke groepen mensen het gaat. -
In het kader van de voorgenomen versobering van de winteropvang wordt alleen nog nachtopvang geboden, ook als het winterprotocol van kracht is. Fase 2 van het winterprotocol (vanaf -5 graden Celsius) komt 10-20 etmalen per winterseizoen voor.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 225 Investeringen
Vraag: Het college is voornemens bijna een miljoen te investeren in Skaeve Huzen. Hoeveel woningen levert dit op? En is het duidelijk of dit overeenkomt met de vraag naar Skaeve Huzen, (ook met oog op het feit dat dit een investering uit SB13-16 betreft)? Antwoord: In de Stadsbegroting 2013-2016 is oorspronkelijk een krediet van € 950.000 opgevoerd. Op blz. 237 ziet u, dat van dit oorspronkelijke krediet (K000192) ruim € 400.000 resteert. Voor de realisatie van 8 Skaeve Huse (Zorgwoningen) + 1 begeleidersunit in Weezenhof én planvoorbereidingskosten voor 5 Skaeve Huse + 1 begeleidersunit in Nijmegen Noord is in eerdere jaren € 550.000 ingezet. De huidige behoefte naar deze woningen is, op basis van de Ethos Light telling, het Regionaal afsprakenkader huisvesting aandachtsgroepen en de Nijmeegse Woonzorgvisie, hoger. Het in 2013 beschikbaar gestelde krediet was noodzakelijk om bovenstaande aantallen Skaeve Huse te kunnen realiseren. Het resterende bedrag is ontoereikend voor de 5 geplande woningen. U wordt binnenkort geïnformeerd over de stand van zaken en het vervolg.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 78
Vraag: CTMO Moet men binding hebben met Nijmegen om in de maatschappelijke opvang te mogen verblijven? Zo ja, welke binding of criteria worden gehanteerd om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor de maatschappelijke opvang? Antwoord: De doelgroep van de maatschappelijk opvang in Nijmegen: • Dak- en thuisloze jongeren 16-23 jaar • Dak- en thuisloze volwassenen 23+ • Dak- en thuisloze gezinnen De betrokkene heeft: • al dan niet gedwongen de thuissituatie verlaten • geen mogelijkheden voor opvang in het eigen netwerk • geen alternatieven • onvoldoende mogelijkheden om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving • de Nederlandse nationaliteit of verblijft rechtmatig in Nederland
15
Landelijke toegankelijkheid is een belangrijk uitgangspunt bij de uitvoering van de maatschappelijke opvang (MO) door gemeenten. In de Wmo 2015 is ‘landelijke toegankelijkheid’ voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang vastgelegd: ingezetenen van Nederland kunnen zich tot elke gemeente wenden voor een MO-voorziening. Vervolgens wordt onderzocht in welke gemeente de betrokkene de meeste kans van slagen heeft op duurzaam herstel. Voor maatschappelijke opvang geldt dat de gemeente waar iemand zich aanmeldt verantwoordelijk is voor de eerste opvang (tot de eventuele warme overdracht zie hierna). Door middel van onderzoek wordt een afweging gemaakt in welke regio de grootste kans van slagen is op duurzaam herstel. De uitwerking van hoe gemeenten in de praktijk moeten handelen om te voldoen aan het uitgangspunt van landelijke toegankelijkheid is beschreven in een convenant. Om te bepalen waar iemand na de eerste opvang het traject het beste kan vervolgen, dient onderzocht te worden waar een traject de grootste kans van slagen heeft. De verschillende afwegingscriteria en bijbehorende onderzoeksvragen zijn niet op een eenduidige manier toe te passen. Dat wil zeggen: iedere situatie vraagt om maatwerk. Per situatie is het dan ook verschillend hoe zwaar de verschillende criteria meewegen en welk criterium uiteindelijk doorslaggevend is in de afweging.
Elke keer moet de afweging onderbouwd worden: - Waarom heeft betrokkene de wens opvang te krijgen in de gemeente van aanmelding? - Waar heeft een traject de grootste kans van slagen? - Is er een sociaal netwerk en heeft dit netwerk een positieve of negatieve invloed op zelfredzaamheid en participatie? - Heeft de betrokkene bestaand werk/dagbesteding/onderwijs (is de reistijd acceptabel?) Of zijn er alternatieven? - Heeft de betrokkene lopende hulpverlenings- of ondersteuningstrajecten?
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 64+93
Vraag: Mantelzorgcompliment Op pagina 93 wordt vermeld dat in 2026 gestopt wordt met de huidige vorm van het mantelzorgcompliment en dat de focus wordt verlegd naar collectieve ondersteuning voor mantelzorgers, gericht op een kwetsbare groep mantelzorgers. Kunt u toelichten wat er precies wordt bedoeld met collectieve ondersteuning en hoe de kwetsbare groep mantelzorgers wordt gedefinieerd? Antwoord: Op dit moment biedt één op de drie Nederlanders mantelzorg. Door de toenemende vergrijzing en het personeelstekort in de zorg, groeit de druk op mantelzorgers. Om hen te ondersteunen en deze zorg vol te houden, is goede hulp onmisbaar. In Nijmegen zijn er diverse vormen van ondersteuning voor mantelzorgers, zoals advies en informatie, individuele begeleiding en collectieve ondersteuning. Onder collectieve ondersteuning verstaan we onder andere contact met lotgenoten, themabijeenkomsten en cursussen. De afgelopen jaren is de vraag naar deze vorm van ondersteuning toegenomen. Bovendien kunnen we via collectieve ondersteuning een groter aantal mantelzorgers bereiken dan via individuele ondersteuning.
16
Uit de evaluatie van het mantelzorgbeleid zijn specifieke kwetsbare groepen mantelzorgers naar voren gekomen. Dit betreft jonge mantelzorgers, mantelzorgers met een migratieachtergrond, zij die zorgen voor een naaste met GGZ-problematiek, ouders die voor hun kinderen zorgen, en mantelzorgers die overbelast zijn of dreigen te raken.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 64
Vraag: Dierenwelzijn Op pagina 64 wordt vermeld dat de gemeente activiteiten faciliteert voor huisdiereigenaren met een kleine beurs. Kunt u verduidelijken welke specifieke activiteiten er gefaciliteerd worden en hoe de gemeente de term "kleine beurs" definieert in dit kader? Antwoord: We faciliteren de activiteiten van dierenvoedselbank ‘Happy Feet’ door hen te huisvesten in Wijkcentrum de Brack. De gemeentelijke inkomensgrens van ‘kleine beurs’ voor inkomensondersteunende regelingen is 130% van het sociaal minimum. In dit kader gaat het echter niet om een gemeentelijke regeling. Happy Feet heeft haar eigen werkwijze en biedt maatwerk, waarbij géén specifieke inkomensgrens geldt.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 69
Vraag: Moestuinen Op pagina 69 wordt gesproken over het faciliteren van buurtmoestuinen. Kunt u toelichten hoe dit er in de praktijk uitziet? Wordt er bijvoorbeeld voorzien in de aanleg van watertoevoer, en wie is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze faciliteiten? Antwoord: Via mijn wijkplan kunnen bewoners een idee indienen voor het verbeteren van hun wijk. Per stadsdeel is daarvoor een Wijkbudget beschikbaar via de wijkregisseur Fysiek. Bijvoorbeeld voor de aanleg van een buurtmoestuin. Bewoners halen draagvlak op in de buurt en de gemeente doet onderzoek naar de technische haalbaarheid van het idee. Voor het al dan niet aanleggen van water zijn voorwaarden en een proces opgesteld. Als er voldoende draagvlak is; en het idee uitvoerbaar is, zorgt Stadsbeheer voor de uitvoering. De bewoners onderhouden zelf de moestuin, ondersteund door het participatieteam van stadsbeheer. Bewoners en gemeente leggen afspraken over het gebruik en onderhoud van de moestuin vast in een participatieovereenkomst.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 75
Vraag: Op pagina 75 staat dat het expertisenetwerk hulp organiseert voor een zeer kleine groep kinderen voor wie in het Rijk van Nijmegen niet. Kunt u deze zin verduidelijken? Is de zin incompleet? Indien het klopt dat er voor deze zeer kleine groep kinderen geen hulp wordt georganiseerd door het expertisenetwerk, kunt u dan aangeven wie deze hulp wel biedt? 17
Antwoord: Het klopt dat de zin incompleet is omdat een zinsnede is weggevallen. “We zijn daarnaast opdrachtgever en mede ontwikkelaar van het bovenregionaal expertise netwerk in Gelderland (BOEG). Het expertisewerk organiseert hulp, voor een zeer kleine groep kinderen voor wie het in de Regio Rijk van Nijmegen niet lukt of beter gezegd niet alleen lukt om deze hulp te organiseren. Er zijn nog steeds kinderen met een complexe zorgvraag die vastlopen in het systeem en waarbij het nodig is dat samengewerkt wordt om de benodigde zorg te leveren. De procesregisseurs van BOEG leveren maatwerk per casus. Ook wordt door BOEG hiaten in het zorgaanbod gesignaleerd en opgepakt zoals jeugdhulp in strafrechtelijk kader of een samenhangend aanbod bij eetstoornissen etc.) Vanaf 1 januari 2025 gaat De Gelderse jeugdalliantie samen de hoogspecialistische jeugdhulp in Gelderland anders en beter organiseren. De regio’s kopen deze zorg vanaf 2025 gezamenlijk in bij De Gelderse jeugdalliantie. Deze alliantie bestaat uit vijftien samenwerkende jeugdhulporganisaties met verschillende expertises: jeugd- en opvoedhulp, LVB (Licht Verstandelijk Beperkt), GGZ, forensische zorg en verslavingszorg.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 158
Vraag: Op pagina 158 wordt vermeld dat de gemeente stopt met het co financieren van verhuiscoaches voor ouderen en geen structurele middelen reserveert voor doorstroming of huurkorting om senioren te stimuleren naar passende huisvesting te verhuizen. In de veranderingen in de begroting zijn echter geen veranderingen zichtbaar. Kunt u verduidelijken welke kosten precies worden bespaard met deze veranderingen, en wat de impact is op de verhuiscoach nu de cofinanciering vanuit de gemeente stopt? Daarnaast, op welke andere manieren creëert de gemeente meer aanbod voor seniorenhuisvesting en hoe gaat de gemeente, naast het creëren van aanbod, de doorstroom van senioren bevorderen? Antwoord: De gemeente subsidieert twee verhuiscoaches: één in samenwerking met de corporaties, één in samenwerking met welzijnsorganisatie Sterker. De verhuiscoach, die aanvankelijk door de provincie was aangesteld, richt zich op sociale huur. Sterker richt zich op inwoners van middeldure huurwoningen en goedkope en betaalbare koopwoningen. Naast de verhuiscoach (het motiveren van ouderen om te verhuizen) richt Sterker zich - op aanvraag - ook op begeleiding van de feitelijke verhuizing. Die begeleidingsservice bieden zij aan voor iedere inwoner van de gemeente. Kosten Sociale huur (in samenwerking met corporaties) De kosten voor de gemeente voor de verhuiscoach bedroegen in 2024 ongeveer € 27.000.
Doordat de provincie – zoals bekend – niet meer zal bijdragen vanaf 2025, is de inschatting dat vanaf dan de jaarlijkse kosten ongeveer € 39.000 zouden bedragen (exclusief inflatie e.d.) ervanuit gaande dat de corporaties dan nog wél blijven bijdragen. Overige woningen (in samenwerking met Sterker) Sterker heeft in 2024 voor genoemde taken een eenmalige subsidie ontvangen van € 35.000. Inmiddels behoren de genoemde werkzaamheden tot de Reguliere subsidie ondersteunende werkzaamheden, die Sterker jaarlijks van de gemeente ontvangt. Impact Sociale huur
18
In de periode vanaf 2022 tot en met september 2024 heeft de verhuiscoach 320 gesprekken gevoerd, waarvan 70 in 2024. In 2024 hebben de corporaties aanvullend 50 gesprekken gevoerd. Dit alles heeft geleid tot 136 verhuizingen, waarvan 41 in 2024. Verder blijkt dat de vraag naar woonadviesgesprekken groot is en het instrument verhuiscoach an sich het bewustzijn van ouderen over toekomstig wonen vergroot. Als de gemeente zou stoppen met haar bijdrage aan de verhuiscoach, dan zouden de corporaties er alleen voor staan. Zij zijn zich op dit moment aan het beraden op dit scenario. Er zijn dan twee even gelijkwaardige als onzekere scenario’s mogelijk: óf de corporaties nemen de financiering geheel voor rekening, de verhuiscoach gaat door; of de corporaties stoppen ook, waarmee er geen verhuiscoach meer zou zijn. Overige woningen De verhuiscoach van Sterker is in maart 2024 gestart met 8 uur per week. De coach combineert deze taak met die van ouderenadviseur. De meest recente data gaan over de start ((medio) maart) t/m (medio) mei 2024. In die twee maanden zijn er 14 aanmeldingen geweest. De aanmelders hadden allen een leeftijd tussen 70 tot 87 jaar. Het ging om 9 alleenstaanden en 5 echtparen. 2 huishoudens waren woonachtig in particuliere huurwoningen, 12 in koopwoningen.
Partijen gaven aan dat er sprake was van een goede samenwerking (met verhuismaatjes, verhuiscoach provincie en de casemanagers van woonlocaties, zoals de Griffioen en Zonnebaars). Cliënten spraken ook hun tevredenheid uit over de ondersteuningsmogelijkheid van de verhuiscoach. Naast inzet voor ouderen in de sociale huursector - door de verhuiscoach vanuit de provincie – bleek dat deze uitbreiding goed aansloot bij de bestaande behoefte van ouderen in particuliere huur- en koopwoningen, die willen denken over verhuizen naar meer passende huisvesting, en hiertoe hun behoeften en mogelijkheden willen verkennen en daarin stappen willen zetten. De constructie van Sterker hangt samen met de verhuiscoach voor sociale huur. Mocht deze verdwijnen, dan heeft dat ook impact op Sterker. Extra aanbod De gemeente creëert extra woningbouwaanbod voor ouderen op verschillende manieren. Ten eerste richt het college zich op de bestaande voorraad. Dit kan doordat de raad eind 2023 de Huisvestingsverordening 2024 heeft vastgesteld. Deze verordening maakt het relatief makkelijk om sociale huurwoningen te labelen voor ouderen. Ten tweede richt het college zich op nieuwbouw: we zien we dat het woningbouwprogramma van de gemeente hoofdzakelijk (ongeveer 80%) bestaat uit gelijkvloerse woningen (etagewoningen).
Vanaf 2024 tot en met 2030 zijn er bijna 9.000 woningen die vallen onder ‘harde plancapaciteit’ en/of die gebouwd worden. Daarvan zijn 7.000 woningen etagewoningen. Doorstroming geschiedt in hoofdzaak door het bouwen van type woningen die nu nog te weinig in de bestaande woningvoorraad voorkomen. In de praktijk betekent dat we volkshuisvestelijk gezien vooral bouwen voor kleine huishoudens en dus etagewoningen bouwen. Verder wil het college het delen en splitsen van woningen toegankelijker maken. Via de Toekomstbestendig Wonen Lening is het mogelijk woningen levensloopgeschikt(er) te maken. Ook corporaties zetten zich hiervoor in, in hun bestaande voorraad. Tot slot verwijzen wij u naar de Nijmeegse Woonagenda, waarin een groot deel ingaat op doorstroming en het beter benutten van de bestaande voorraad.
19
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 85
Vraag: De motie ‘Samen sterk voor een seniorvriendelijk Nijmegen’ (dd. 19 juni 2024) riep op om bij de opstelling van de Stadsbegroting 2025-2028 aandacht te besteden aan de financiële en personele middelen die nodig zijn voor het opstellen van dit actieprogramma en het opvolgen van eerste optimalisaties. We lezen in de SB dat er een integraal actieprogramma senioren wordt opgesteld in 2025. Daarover deze vragen: Wanneer wordt dit actieprogramma verwacht? Welke financiële middelen zijn daarvoor beschikbaar, voor samenstelling en opvolging van acties? Graag een specificatie. Op welke manier worden de Seniorenraad en andere seniorenorganisaties betrokken bij totstandkoming van dit actieprogramma? De SB meldt: “… bij de uitvoering van het integraal actieprogramma senioren zullen we keuzes moeten maken en prioriteren”. Worden deze keuzes en prioritering inzichtelijk gemaakt en eerst nog voorgelegd aan de raad? -
Antwoord: We verwachten het integraal actieprogramma (uiterlijk) in het tweede kwartaal met de gemeenteraad te delen ter informatie. Het opstellen van het integraal actieprogramma voor senioren gebeurt binnen de huidige financiële en personele middelen. Er is geen vooraf vastomlijnd budget beschikbaar voor de uitvoering van dit programma. De acties zullen worden gefinancierd uit verschillende bestaande budgetten. Aangezien de acties nog niet zijn opgesteld, is het op dit moment niet mogelijk om een gedetailleerde weergave te geven van de beschikbare financiële middelen. In november wordt er een stadsgesprek georganiseerd voor senioren. Hiervoor zal een uitnodiging verschijnen in de Brug en daarnaast worden de Seniorenraad en andere betrokken organisaties uitgenodigd. Tijdens dit stadsgesprek wordt geïnventariseerd welke thema's belangrijk zijn voor senioren in Nijmegen. Vervolgens wordt de senioren gevraagd om deze thema's te prioriteren. Deze prioritering zal worden meegenomen bij het opstellen van het integraal actieprogramma. Het integraal actieprogramma wordt vastgesteld door het college en ter informatie aan de raad toegestuurd. Het actieprogramma betreft een uitvoeringsplan en we ontwikkelen geen nieuw beleid. Dit is dan ook de reden dat de keuzes en prioritering in het actieplan niet vooraf voorgelegd worden aan de raad.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 75
Vraag: Doel: Kinderen groeien zoveel mogelijk veilig en gezond op. Op pagina 75 staat vermeld: “Gesloten jeugdzorg wordt voorkomen.” Moet deze zin letterlijk worden gelezen, of zou hier “indien mogelijk” of “zoveel als mogelijk” tussen moeten staan om te verduidelijken dat het om een streven gaat in plaats van een absolute uitspraak? Antwoord: Het beleid is gericht op beter ondersteunen van jongeren in crisissituaties en te zorgen dat er meer geplaatst kan worden in kleinschalige, alternatieve vormen. Daarmee wordt gesloten jeugdzorg zoveel als mogelijk voorkomen. Het uitgangspunt van het Rijk is dat de gesloten jeugdhulp wordt vervangen door kleinschalige alternatieve zorgvormen of door ambulante hulp. In Gelderland wordt met de afbouw van de gesloten
20
jeugdzorg meegewerkt aan de afbouw van het vastgoed bij de huidige jeugdzorgplus aanbieders en het stimuleren van kleinschalige, open groepen met een positief leer- en ontwikkelklimaat. Met een veilige, gestructureerde en rehabiliterende omgeving waarin sprake is van veel ondersteuning, duidelijke kansen voor groei, minimale repressie en waarbinnen een goede balans tussen flexibiliteit en controle voor een prettige sfeer. Het is niet realistisch om te veronderstellen dat vrijheidsbeperkende maatregelen niet meer nodig zijn.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 76
Vraag: Doel: Gezinnen en huishoudens die te maken hebben met onveilige situaties krijgen tijdig, passende en samenhangend hulp en bescherming. Proeftuin. "In 2025 implementeren we de werkwijze naar meer stadsdelen..." Vraag: Hoe komt de keuze voor wijken waar deze proeftuinen worden uitgerold tot stand? Welke wijken zijn daarvoor al in beeld? Op basis van welke factoren zorgen we voor een spreiding over de stad? Antwoord: Hoe we de huidige proeftuin het beste als olievlek kunnen verbreden, wordt in nauwe afstemming met de stuurgroep, managers en medewerkers in de proeftuin besproken en opgepakt. Daarbij kijken we zowel naar data die ons aangeven welke wijken op korte termijn het meeste baat hebben bij een veiligheidsteam, als naar de randvoorwaarden die nodig zijn voor een succesvolle start (bijv. kantoorruimte professionals, enigszins stabiel buurtteam etc. Ten slotte trekken we ook lering uit de verbreding die andere steden (bijv. Food Valley, Utrecht en Amsterdam) al hebben ingezet.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 76/77
Vraag: Doel: Gezinnen en huishoudens die te maken hebben met onveilige situaties krijgen tijdig, passende en samenhangend hulp en bescherming. Op pagina 76 wordt vermeld dat "vanuit samenwerking tussen zorg en strafrechtsketen achterliggende gezinsproblematiek wordt aangepakt zodat dit bijdraagt aan structurele veiligheid." Kunt u verduidelijken hoe deze samenwerking in de praktijk vorm krijgt en welke specifieke maatregelen worden genomen om gezinsproblematiek effectief aan te pakken? Antwoord: De samenwerking tussen zorg en straf krijgt in de praktijk op verschillende manieren vorm. Het Zorg- en Veiligheidshuis speelt hierin een grote rol. Het zorg- en veiligheidshuis is een samenwerkingsverband waarin zorg- en strafpartners en gemeenten, onder eenduidige regie, werken aan complexe zorg- en veiligheidsproblemen. Dit doen ze onder andere a.d.h.v. de top X aanpak, waarin personen besproken worden en afspraken gemaakt worden tussen partners. Een van deze partners is ook jeugdzorg die bv. gezinsbehandeling bieden. De procesregisseur van het Zorg- en veiligheidshuis houdt regie op de gemaakte afspraken met de ketenpartners en houdt bij of afspraken worden nagekomen. Ook wordt er door de procesregisseur en de partners bekeken of de inzet voldoende effect heeft en of er nog iets anders nodig is.
Gezinnen met jeugdigen die (nog) niet besproken worden bij de Top X aanpak van het Zorg- en veiligheidshuis, kunnen wel baat hebben bij betere samenwerking tussen zorg en strafecht. Daarom wordt in de proeftuin in Dukenburg gewerkt in multidisciplinaire teams, waar zowel partners uit de zorg en straf samenwerken. Denk o.a. aan lokale teams, de jeugdbescherming, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering 21
etc. Vanuit de proeftuin wordt gekeken naar de best passende interventie zoals begeleiding en/of een strafrechtelijke maatregel. Een sterkere verbinding met strafrecht partners is daarnaast bestempeld als ontwikkel opgave binnen de proeftuin in 2025. Ook binnen het programma Preventie met Gezag wordt er gewerkt aan de verbinding tussen zorg en straf. Dit programma richt zich op de aanpak van jeugdcriminaliteit. Er wordt momenteel gewerkt aan het versterken van de samenwerking in de Nijmeegse wijken waar verschillende partners op het gebied van zorg en straf actief zijn. O.a. het jongerenwerk en jeugdcoaches hebben een belangrijke rol als sleutelfiguur in de wijken. Zij werken nauw samen met o.a. politie, handhaving en lokale teams. Daarnaast zijn de Gecertificeerde Instellingen recent gestart met het uitvoeren van de interventie Kansrijk. D.m.v. deze interventie brengt de jeugdreclassering haar expertise meer naar de voorkant door het lokale veld te ondersteunen. Welke inzet er gepleegd wordt om gezinsproblematiek aan te pakken is zeer breed en afhankelijk van de gezinssituatie/problematiek. Er kan vroegtijdige vrijwillige hulp ingezet worden, behandeling, begeleiding, maar ook strafrechtelijke maatregelen en jeugdbeschermingsmaatregelen.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 76/77
Vraag: Op pagina 77 wordt gesproken over de aanstelling van een regionale coördinator seksueel geweld. Kunt u aangeven wanneer deze regionale coördinator wordt aangesteld, welke gemeenten aangesloten zijn bij deze regio, en of het om één persoon en 1 FTE gaat? Antwoord: De regionale coördinator seksueel geweld is reeds aangesteld vanaf 1 januari 2023. Het is een aanstelling van 12 uur in de week die wordt ingevuld door één persoon. De functie is ondergebracht bij de GGD en wordt uitgevoerd voor de gemeenten in de huiselijk geweld regio Gelderland-Zuid. Dat zijn de gemeenten: Berg & Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Neder Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Mook & Middelaar. De functie wordt bekostigd met de decentralisatieuitkering vrouwenopvang die we van het rijk ontvangen voor de regio Gelderland-Zuid.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 76/77
Vraag: Doel: Gezinnen en huishoudens die te maken hebben met onveilige situaties krijgen tijdig, passende en samenhangend hulp en bescherming. Op pagina 76 en 77 wordt vermeld dat "vanuit samenwerking tussen zorg en strafrechtsketen achterliggende gezinsproblematiek wordt aangepakt zodat dit bijdraagt aan structurele veiligheid." Kunt u aangeven wie de kwaliteit en de werkzame elementen van deze samenwerkingen tussen de verschillende benoemde netwerken monitort en beoordeelt? Antwoord: Het monitoren van de effecten van de samenwerking tussen zorg en strafrechtketen is buitengewoon ingewikkeld. Verandering binnen gezinssituaties zijn afhankelijk van veel verschillende factoren en moeilijk meetbaar.
22
-
-
-
Wij doen mee aan de landelijke cohortstudie van Verwey Jonker naar de resultaten van de aanpak Huiselijk Geweld. Hierin worden de data van politie en Veilig Thuis verwerkt in adviezen. Na twee cohortstudies wordt geconcludeerd dat het niet eenvoudig is om veiligheid en herstel te brengen in gezinnen. Uit de analyse blijkt dat de problemen van daders en slachtoffers divers zijn, evenals de oplossingen (in welzijn of zorg) en daarmee is er geen éénduidig advies te halen uit de data. Daarom zijn we bezig met het ophalen van de ervaringen van slachtoffers bij bijvoorbeeld Moviera. Ook hebben we leerbijeenkomsten voor professionals van de buurtteams ingericht om met elkaar te leren van een aanpak in een casus. De inzet binnen de proeftuin Dukenburg wordt landelijk vanuit de drie opdrachtgevers (Ministerie JenV, VWS en de VNG) gemonitord. Daarnaast heeft het NJI praktijkgericht onderzoek uitgevoerd binnen alle landelijke proeftuinen. Rondom het programma Preventie met Gezag wordt en vanuit het ministerie van JenV een landelijke monitoring ingericht. Daarnaast wordt er op interventieniveau ook gemonitord o.b.v. afgesproken indicatoren.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 77
Vraag: Doel: Gezinnen en huishoudens die te maken hebben met onveilige situaties krijgen tijdig, passende en samenhangend hulp en bescherming. Op pagina 77 wordt vermeld dat de gemeente zich inzet voor de borging van de beschikbaarheid van aandachtsfunctionarissen voor geweld in afhankelijkheidsrelaties/huiselijk geweld in Buurtteams. Hoe wordt deze borging precies gerealiseerd, op welke termijn moet dit geborgd zijn, en zijn deze aandachtsfunctionarissen specifiek op dit onderwerp geschoolde medewerkers? Participeren deze functionarissen ook in de eerdergenoemde samenwerkende netwerken tussen zorg en strafrechtsketen? Antwoord: Aandachtsfunctionarissen zijn medewerkers die specifiek geschoold zijn op het gebied van huiselijk geweld en geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit betekent dat zij regelmatig bijscholing ontvangen, bijvoorbeeld over de laatste inzichten op het gebied van risicotaxatie en de-escalatie technieken. Binnen Nijmegen worden de aandachtsfunctionarissen binnen de Buurtteams geschoold door de LVAK, de vereniging voor aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze bijscholing valt onder de verantwoordelijkheid van de lokale teams. Het trainen van de aandachtsfunctionarissen veiligheid blijft doorlopend noodzakelijk.
In de contractering wordt expliciet gestuurd op het bestendigen van aandachtsfunctionarissen veiligheid in de organisatie en de scholing van hen. Er vindt meermaals per jaar een evaluatie plaats met de Buurtteams, waarvan dit onderdeel is.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: 79
Vraag: Doel: Daklozen krijgen tijdelijk opvang en een perspectief op zelfstandig participeren en (zelfstandig) wonen. Op pagina 79 wordt gesproken over een exploitatiebijdrage van € 300.000 voor het Woonfonds, bedoeld om meer (flexibele) woonruimte te realiseren voor spoedzoekers, daklozen, statushouders en andere speciale doelgroepen.
23
A Kunt u aangeven hoe deze bijdrage percentueel wordt verdeeld over de verschillende begunstigde groepen? B Wat houdt de exploitatiebijdrage van € 300.000 voor het Woonfonds precies in, en hoe wordt deze gebruikt om woonruimte voor de genoemde doelgroepen te realiseren? Antwoord: A We zetten het woonfonds in op basis van de vastgestelde criteria, om zo start van de bouw van betaalbare koop- en huurwoningen in 2025 financieel haalbaar te maken. Het Woonfonds heeft een breder bereik en komt niet alléén ten goede aan meer (flexibele) woonruimte voor spoedzoekers, daklozen, statushouders en andere speciale doelgroepen. Er is daardoor op voorhand geen verdeling/ percentage te geven. Het college werkt momenteel de Regeling Woonfonds Nijmegen uit. Binnen deze regeling wordt de beschikbare € 1,2 miljoen geoormerkt specifiek voor (flexibele) woonvormen voor spoedzoekers. De raad wordt hierover per raadsbrief geïnformeerd. Pas na beoordeling van de aanvragen voor financiering uit dit geoormerkte bedrag kunnen we aangeven welke woonvormen voor welke spoedzoekers een bijdrage ontvangen. B De exploitatiebijdrage van € 300.000 voor het Woonfonds wordt onder meer ingezet voor de realisatie van de acties in de uitvoeringsagenda Wonen en Zorg, dat medio oktober ’24 aan de raad wordt aangeboden.
Programma
Website
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Papier/PDF
Webpagina / bladzijde: Wat willen we komend jaar
bereiken? | Stadsbegroting 2025 Gemeente Nijmegen (begroting-2025.nl) Pagina pdf: 87
Vraag: Hoeveel dak- en thuislozen verblijven in Nijmegen volgens de recente Ethos-telling en volgens de meest recente aanmeldingen bij de CTMO? Antwoord: De ETHOS-Light telling heeft in de regio Gelderland Zuid in totaal 1.357 dak- en thuisloze mensen geteld, waarvan 659 in Nijmegen. Wat betreft de aanmeldingen bij de CTMO: hieruit zijn geen conclusies te trekken over de aantallen dak- en thuisloze mensen in Nijmegen. Er zijn in 2024 (tot 26-09-2024) in totaal 888 meldingen bij de CTMO binnengekomen. Dit getal is gebaseerd op de hele regio Gelderland Zuid. Deze meldingen zijn als volgt uit te splitsen: • 286x Consultatie en Advies: deze meldingen leiden niet tot een onderzoek van de CTMO. Dit kan bijvoorbeeld een telefonisch vraag zijn. • 513x Onderzoek: de CTMO start een onderzoek, die soms leidt tot een MO-indicatie voor eerste opvang, een maatwerkvoorziening MO, een BW-indicatie, of een afwijzing. In totaal was de herkomst van de personen 251x Nijmegen. • 89x “passant”: een persoon die kortdurend gebruik maakt van de eerste opvang, voor wie de CTMO geen onderzoek uitvoert. Deze cijfers geven geen inzicht in de hoeveelheid dak- en thuisloze mensen die er in Nijmegen verblijven. Er zijn ook dak- en thuisloze mensen die zich niet melden bij de CTMO, en er zijn mensen die een afwijzing krijgen voor de MO die zich wel hebben gemeld.