B31 d.d. 29 augustus 2022 van de ODRN inzake Reactie voor uitgebrachte zienswijze
Tekst van het document
Het spoor zakelijkheid Bij dit spoor hebben we ons in eerste instantie gericht op de eigen bedrijfsvoering. Dit schuift, naarmate we meer in control komen, langzaam op naar het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel. Dit model moet stoelen op vertrouwen, stabiliteit en het kunnen monitoren en sturen op outcome.
Verbetering bedrijfsvoering
4. Dit gaat alleen om de productiviteit van ons eigen personeel. De productiviteit van onze inhuur komt uit op 96% (2020: 90%).
39
Het spoor nieuwe ontwikkelingen Dit spoor omvat de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Omgevingswet. Het spoor heeft zijn eigen dynamiek, die niet alleen door ons vormgegeven wordt. Zo zijn we afhankelijk van de landelijke politiek voor het bepalen van de ingangsdatum van deze wetten.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wkb is gekoppeld aan de Omgevingswet: beide wetten treden dus tegelijk in werking. Deze datum is al meerdere keren uitgesteld. Het project implementatie Wkb verloopt grofweg via twee sporen: werkprocessen en proefprojecten. We zien steeds duidelijker dat het project Wkb niet los gezien kan worden van de Omgevingswet. Bij het onderdeel werkprocessen hebben we onderzoek laten doen naar de financiële gevolgen van de invoering van de Wkb. De resultaten uit dit rapport zijn de basis waarop we de verdere werkprocessen vormgeven. We hebben het werkproces ‘afhandelen melding Wkb’ beschreven. Hierbij hebben we de keuzemomenten voor de gemeenten in beeld gebracht. Per keuzemoment hebben we een voorstel gedaan hoe hiermee omgegaan kan worden. Daarnaast is in de regio Nijmegen een ambassadeursnetwerk opgericht. We trekken dit netwerk samen met de gemeente Nijmegen. In het netwerk zitten deelnemers van gemeenten, kwaliteitsborgers en bouwers (aannemers en architecten). Het doel is om kennis te delen en proefprojecten uit te voeren. We hebben proefprojecten gedraaid met seriematige woningbouw en kavelbouw. Uit deze proefprojecten kwamen vraagpunten naar voren. Die hebben we ingebracht in het ambassadeursnetwerk. Op basis van de ervaringen hebben we een voorstel gemaakt voor de werkwijze van het Wkb-werkproces.
Dit voorstel hebben we voorgelegd aan de projectleiders Omgevingswet.
41
Omgevingswet Ons doel voor 2021 was om de systemen, werkprocessen en hulpdocumenten (standaardbrieven en werkinstructies) gereed te hebben om begin 2022 te kunnen beginnen met het grootschalig oefenen voor de omgevingswet. Dit doel hebben we niet helemaal bereikt. Het implementatietraject heeft een kleine vertraging opgelopen. Deze vertraging heeft enerzijds te maken met het achterblijven (en vooral het telkens weer aanpassen) van het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) door het landelijke DSO-team. Anderzijds heeft de vertraging te maken met de processen onder de huidige wetgeving. Deze waren namelijk voor een deel nog in bewerking, zodat we vanuit het programma Omgevingswet ook moesten bijdragen aan het afronden hiervan. We verwachten dat we met de huidige resultaten in 2022 snel kunnen starten met grootschalig oefenen. Op die manier hebben we in het tweede kwartaal van 2022 gelegenheid om de testresultaten te verwerken in de systemen, werkprocessen en hulpdocumenten. Zo zijn we op tijd klaar om te werken met de Omgevingswet. Verder stond 2021 met name in het teken van de opleiding van alle medewerkers. De opleiding is aan het einde van het jaar afgerond. In 2022 blijft opleiding wel op de agenda staan. We moeten namelijk nieuwe medewerkers opleiden en vanwege het uitstel van de inwerkingtreding de kennis van de andere collega’s opfrissen.
Ook gaan we de opleiding nog evalueren en oefenen met het behandelen van casussen. Tot slot zijn we in 2021 bezig geweest om een brug te slaan tussen het programma implementatie Omgevingswet en de verschillende afdelingen die straks met de wet moeten gaan werken. We hebben al met al veel bereikt, onder andere: •
de doorvertaling van de impact van de Omgevingswet naar de werkprocessen
•
werkafspraken met ketenpartners, gemeenten en de provincie Gelderland
•
de aansluiting van ons zaaksysteem WRS op het DSO
•
het aanpassen van de standaarddocumenten voor de Omgevingswet én Wkb
•
het opleiden van medewerkers
•
het voorbereiden van de omslag van inrichting naar milieubelastende activiteit (mba)
42
5.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf bespreken we de volgende onderwerpen: •
de weerstandscapaciteit
•
een inventarisatie van de risico’s
•
het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s
Weerstandscapaciteit Met weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en de mogelijkheden waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Een batig saldo kunnen we toevoegen aan onze reserves tot een maximum dat nodig is conform het door het algemeen bestuur bepaalde weerstandsvermogen. Dit maximum is met AB-besluit van 30 september 2021 vastgesteld op 5% van onze begrote baten.6 Voor 2021 gaat het om € 1.180.809 (€ 23.616.186 * 5%).
Inventarisatie van risico’s Verderop in dit hoofdstuk vindt u een tabel met een risico-inventarisatie. Hierin geven we een overzicht van onze risico’s, met vermelding of het risico financieel [1] of nietfinancieel [2] is. Vervolgens geven we aan wat de gevolgen zijn als het risico zich voordoet en gaan we in op de te nemen beheersmaatregel. Het totaal van de risico’s becijferen we op 2021 € 1.222.500 (2020: € 1.225.000). We hebben de inventarisatie geactualiseerd. Het risico van achterblijvende indexering [nr. 3] hebben we verlaagd van zeven ton in 2020 naar vijf ton in 2021. We lopen minder risico, omdat ons bestuur heeft besloten de indexering vanaf 2023 te baseren op een nacalculatie op de werkelijke loonsomkosten. Het risico blijft wel bestaan, omdat we de nacalculatie pas doen over het jaar t-2. Verschillen tussen de werkelijke kostenstijging en de index vangen we in de eerste twee jaar op met onze weerstandscapaciteit. In 2020 benoemden we de risico’s dat vergunningaanvragen on hold gezet moesten worden en dat het aantal aanvragen zou dalen door het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Deze risico’s hebben zich niet voorgedaan. De aanvragen zijn niet gedaald en lopende aanvragen worden de PAS belemmerd in de afwikkeling. Dit leidt tot een
6. Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 ingestemd met de volgende spelregels over risicobeheersing en weerstandscapaciteit: •
Geen onderscheid maken tussen strategische en bedrijfsvoeringsrisico’s.
•
Alle risico’s van de ODRN in beginsel afdekken met weerstandscapaciteit van de ODRN.
•
Risico’s die deze capaciteit overschrijden dienen met weerstandscapaciteit van deelnemers afgedekt te worden.
•
De vrij besteedbare reserves van de ODRN maximeren op 5% van de begrote baten.
•
Positieve resultaten aan de algemene reserve van de ODN toevoegen tot deze norm bereikt is.
45
toename van de werkvoorraad, die ervoor zorgt dat we juist bovenmatige inzet moeten leveren. Dit risico is daarom vervallen. We hebben een nieuw risico geformuleerd [nr. 4] voor de Wet elektronische publicaties (WEP) die op 1 juli 2021 in werking is getreden. Deze wet verplicht bestuursorganen om alle officiële publicaties online te zetten via de website www.officielebekendmakingen.nl. We nemen een risico op voor de mogelijke overschrijding van het budget, vanwege de werkzaamheden voor publicatie en anonimiseren van relevante stukken. We hebben het risico op achterblijvende omzet door een verhoogd ziekteverzuim verhoogd met € 50.000 vanwege het hoge ziekteverzuim afgelopen jaar. Tot slot hebben we een risico van € 50.000,- opgenomen voor het toegenomen saldo aan verlofuren door COVID-19. Het risico op vermindering van werk en de daarmee samenhangende onderuitputting is niet meer aanwezig. Om de risico’s te kwantificeren hebben we de financiële impact ingeschat. Vervolgens hebben we een inschatting gemaakt van de kans dat een risico zich voordoet. Daarbij gebruiken we de volgende kans-klasse indeling:
Klasse
Waarschijnlijkheid
Kans
1
Zeer klein
10%
2
Klein
25%
3
Middel
50%
4
Groot
75%
5
Zeer groot
90%
Weerstandsratio De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Het opmaken van de weerstandsratio is een momentopname. Risico’s veranderen immers voortdurend. Het totaal van de risico’s voor 2021 bedraagt € 1.222.500. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen passen we een dempingsfactor toe van 0,6.7 Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van € 733.500. De weerstandsratio ultimo 2021 bedraagt (€ 1.057.070 / € 733.500) = 1,4. Volgens de waarderingstabel die is opgenomen in de nota ‘risico’s en weerstandscapaciteit’ is dit net ruim voldoende. 8
7. Deze factor is conform 2020 en wordt landelijk gehanteerd. 8. Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 met deze nota ingestemd.
46
6.1. Algemeen Begroting 2021 Het Algemeen Bestuur heeft de geactualiseerde begroting 2021 op 1 juli 2020 vastgesteld en ter goedkeuring verzonden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn op bepaalde grondslagen gebaseerd. Deze grondslagen zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. Onze grondslagen zijn: •
De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
•
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten.
•
Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.
•
Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
•
Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
•
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Materiële vaste activa Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. We nemen duurzame waardeverminderingen van vaste activa onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking. We schrijven annuïtair (jaarlijks) af. De looptijden zijn afhankelijk zijn van het soort investering: •
Inrichting
•
ICT: applicaties
10 jaar 5 jaar
•
ICT: pc’s e.d.
3 jaar
Onderhanden werk Dit gaat om de per balansdatum onderhanden producten met vaste prijs. Onderhanden producten zijn opdrachten voor onze deelnemers. Ze worden gewaardeerd tegen toegerekende kosten en het deel van de productwinst dat kan worden verantwoord naar rato van de verrichte prestatie per balansdatum. De waarde van het onderhanden werk wordt bij wijze van voorschot bij de deelnemers als onderhanden werk in rekening
53
gebracht. Verliezen worden volledig in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn.
Uitzettingen en overlopende activa We waarderen vorderingen tegen de nominale waarde. Met eventuele oninbaarheid hebben we in de waardering rekening gehouden.
Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen en omvatten het banksaldo.
Bestemmingsreserve Met een bestemmingsreserve bedoelen we een reserve waaraan het bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Nog te bestemmen rekeningresultaat Het nog te bestemmen rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Dit leggen we ter bestemming voor aan het Algemeen Bestuur.
Voorzieningen Hieronder vallen voorzienbare verplichtingen, verliezen en/of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten, dan wel van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. We hebben de voorzieningen opgenomen tegen nominale waarde
Vaste schulden De leningen met een looptijd langer dan een jaar nemen we hieronder tegen de nominale waarde op, verminderd met de al gedane aflossingen.
Vlottende passiva De vlottende passiva hebben een looptijd korter dan een jaar. We hebben de vlottende passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.
Borg- en garantstellingen Buiten de balanstelling wordt – voor zover van toepassing – het bedrag genoemd waarvoor er borg- of garantstellingen zijn afgegeven.
Resultaat na bestemming Het resultaat na bestemming is het resterende resultaat na al bestemde mutaties in de reserves. Het resultaat leggen we ter besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur.
Afronding op hele euro’s Tenzij anders vermeld zijn alle bedragen in de jaarrekening afgerond op hele euro’s.
54
Bedragen in euro’s
Toelichting op de balans
6.3. VASTE ACTIVA Materiële vaste activa
In het volgende overzicht ziet u het verloop van de materiële vaste activa in het boekjaar. Over de gedane investeringen in 2021 hebben we gerekend met een afschrijving van een half jaar en 0% rente. Over de eerdere investeringen hebben we met een heel jaar rente en afschrijving gerekend. Investeringen met
Boekwaarde
economisch nut
31 december 2020
Investeringen
Afschrijvingen
31-12-2021
I
II
III
I + II - III
Inrichting
708.646
186.903
124.714
770.835
ICT: applicaties
467.103
175.980
291.123
ICT: pc's e.d.
95.741
5.342
76.144
24.940
1.271.490
192.245
376.838
1.086.898
Totaal
Boekwaarde
VLOTTENDE ACTIVA Onderhanden werk
0
De specificatie van het onderhanden werk (ohw) is als volgt:
Berg en Dal
Beuningen
Druten
Heumen
Nijmegen
Wijchen
Provincie Gelderland
Provincie Overijssel
Totaal
324.696
216.330
75.619
145.491
903.101
134.965
406.867
0
2.207.069
187.081
157.790
59.726
78.941
553.292
94.221
266.848
59.152
1.457.050
Mutatie 2021
-137.615
-58.540
-15.893
-66.550
-349.809
-40.744
-140.019
59.152
-750.019
Afrekening ohw
-159.791
-84.861
-5.662
-66.738
-474.664
-17.481
-27.288
0
-836.485
22.175
26.320
-10.231
188
124.855
-23.263
-112.731
59.152
86.466
Omschrijving Vooruit gefactureerd 31 december 2020 Vooruit gefactureerd 31 december 2021
Mutatie ohw
56
Uit liquiditeits- en volatiliteitsoverwegingen heeft het Algemeen Bestuur op 7 december 2017 besloten om voortaan de ohw-positie bij de deelnemers in rekening te brengen. Op 16 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur het besluit genomen om vanaf 2023 onze productie volledig af te rekenen op basis van werkelijk bestede uren. We nemen dan afscheid van onze vaste prijsproducten en daarmee ook van het ohw. We zullen de ohwpositie per 31 december 2022 met onze opdrachtgevers afrekenen. Omdat we het ohw al met onze deelnemers verrekenen is het effect van deze eindafrekening beperkt tot de ohw-mutatie. Vooruitlopend op de eindafrekening, hebben we het ohw per 31 december 2021 met de provincie Overijssel afgerekend, zodat ook voor de provincie het effect van de eindafrekening in 2022 zich zal beperken tot de mutatie van het ohw. Het in rekening gebrachte ohw daalt in 2021 met € 750.019. Deze mutatie bestaat uit een afrekening ohw van € 836.485 en een mutatie ohw van € 86.466. De afrekening ohw gaat om de ohw-positie van twee producten die we al vanaf 2022 op de nacalculatie van uren gaan afrekenen en uit een nasleep van de opschoonactie uit 2020. De afrekening is conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 16 december 2021.11 In totaal hebben we per 31 december 2021 € 1.457.050 bij de opdrachtgevers vooruit gefactureerd, waardoor de balanspositie € 0 is.
11. Het bestuursbesluit gaat over: 1. de afrekening van de ohw-waarde per 31 december 2021 van de producten Toezicht verleende omgevingsvergunning Wabo-activiteit: Bouwen van een bouwwerk (T34) en Toezicht sloopmelding (T36). Deze producten, die we vanaf 1 januari 2022 op uurbasis gaan afrekenen, kennen vanaf 2022 geen ohw meer. De ohw-waarde per 31 december 2021 van deze producten bedraagt € 858.394,-. 2. het verwerken van de nasleep van de opschoonactie ohw in 2020. Een klein deel van het ohw konden we niet meenemen in deze actie, omdat dit nog gescreend moest worden met de tool Risicogericht toezicht. Die screening hebben we in 2021 uitgevoerd. Het deel van het ohw dat we volgens deze screening niet uit hoeven te voeren, sluiten we af en verrekenen we met onze deelnemers. De ohw-waarde hiervan is € 41.924. De afrekening van punt 1 en 2 hebben we verwerkt door deze zaken af te sluiten en ze als vaste prijs product tegen de ohw-waarde bij onze deelnemers in rekening te brengen. Daarmee is de afrekening budgettair neutraal. De afrekening bevat verder een administratieve correctie op de eindafrekening van 2020. Een klein aantal in 2020 afgesloten en afgerekende zaken zijn in 2021 alsnog opgepakt. Deze zaken zijn in 2021 weer opengezet. Het openzetten gebeurt met terugwerkende kracht, waardoor we de in 2020 afgerekende inzet in 2021 opnieuw zouden factureren. Dubbelop dus.
Het gaat om een waarde van in totaal € 63.833, die we met een correctie aan onze deelnemers hebben teruggegeven. Details met bedragen per deelnemer hebben we met de deelnemers gedeeld.
57
Uitzettingen met een rentetypische looptijd van < 1 jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar waarderen we tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid hebben we geen voorziening in mindering gebracht.
Vorderingen op openbare lichamen
2.613.532
Dit gaat om het debiteurensaldo per ultimo 2021:
Deelnemers afrekening 4e kwartaal 2021
1.766.460
e
Stelselomgevingsdiensten afrekening 4 kwartaal 2021
546.911
DCMR-afrekening 2021
54.981
Overig
245.180
Totaal
2.613.532
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist
975.005
Met ingang van januari 2014 is de ODRN verplicht te ‘schatkistbankieren’. Dit houdt in dat we alles boven € 1.000.000 op de rekening courant bij de BNG moeten afstorten bij het Rijk, die dit gebruikt als eigen financieringsmiddel. Bij behoefte kan de ODRN weer over dit tegoed beschikken. Zoals uit het volgende overzicht blijkt is in 2021 het drempelbedrag niet overschreden. kwartaal
kwartaal
kwartaal
kwartaal
Omschrijving
1
2
3
4
Drempelbedrag
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
schatkist aangehouden middelen
584.282
358.143
302.043
491.006
Ruimte onder het drempel bedrag
415.718
641.857
697.957
508.994
0
0
0
0
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks
Overschrijding
Liquide middelen Het saldo bij de BNG bedroeg € 376.389 aan het eind van 2021.
58
376.389
VASTE PASSIVA Eigen vermogen Overzicht reserves Saldo 31 december
Reserve
Saldo 31
Resultaat Onttrekkingen 2020
2020
december
2021
2021
-
Algemene reserve
25.967
Bestemmingsreserve
457.704
483.671
36.407
Totaal reserves
10.440
483.671
36.407
-
36.407
457.704
Bij besluit van het Algemeen Bestuur in juli 2018 is de bestemmingsreserve gevormd door € 100.000 van het positief exploitatiesaldo niet uit te keren, maar te reserveren voor de energietransitie. Het programma is in 2019 en 2020, mede door COVID-19, niet volledig tot uitvoer gekomen. In 2021 hebben we de het resterende saldo van de bestemmingsreserve van € 36.407 ingezet. Deze inzet is in 2021 volgens de volgende tabel op de bijdragen van de gemeenten in mindering gebracht.
Verloop bestemmingsreserve Gemeente
31 december 2020
Inzet in 2021
31 december 2021
Beuningen
14.656
14.656
0
Druten
6.257
6.257
0
Heumen
6.973
6.973
0
Wijchen
8.521
8.521
0
36.407
36.407
0
Het gerealiseerde resultaat over 2020 is door het Algemeen Bestuur bestemd bij vaststelling van de rekening 2020. Het Algemeen Bestuur moet het gerealiseerde resultaat over 2021 nog bestemmen.
Gerealiseerd resultaat
totaal
Gerealiseerd resultaat per 31 december 2020
483.671
Bestemd ten gunste van algemene bedrijfsreserve
-483.671
Gerealiseerd resultaat 2021
599.366
Nog te bestemmen resultaat 2021
599.366
60
Voorzieningen Het Dagelijks Bestuur heeft op 4 september 2014 besloten tot de instelling van drie voorzieningen. Dit was noodzakelijk omdat de provincie Gelderland de verplichtingen aan de ODRN, voortkomend uit het Gelders Sociaal Plan (GSP), heeft afgekocht. Het gaat om de afkoop van: •
Harmonisatietoelage: het verschil tussen werkelijk brutosalaris bij de provincie en het salaris volgens het functiehuis bij de ODRN tijdens het dienstverband van de medewerker.
•
Verlofstuwmeer: verlofsaldi per 1 april 2013 maal het per medewerker betreffende uurtarief.
•
Reiskosten woon- werkverkeer: Opgeheven per 1 april 2017.
Onttrekking aan voorzieningen We onttrekken de werkelijke kosten aan de voorzieningen en brengen deze ten gunste van de exploitatie, waarmee deze kosten budgettair neutraal zijn. Het vertrek van drie medewerkers met harmonisatierechten leidt bij de voorziening harmonisatietoelage tot een vrijval van € 52.505. Voor de vervangers van de vertrokken medewerkers hoeven we geen harmonisatie te betalen. Deze vrijval boeken we als eenmalige opbrengst in het resultaat. Mutatieoverzicht harmonisatie
verlof
totaal
toelage stuwmeer saldo 31 december 2020
392.379
58.584
450.963
bij: toevoegingen
0
0
0
af: onttrekkingen
98.906
11.971
110.877
-werkelijk uitbetaald
46.401
11.971
58.372
-vrijval
52.505
saldo 31 december 2021
61
293.473
52.505 46.613
340.086
Vooruitontvangen bijdrage ontwikkelprogramma 2021 In de volgende tabel ziet u de bijdrage, besteding en het resterende budget van het ontwikkelprogramma 2021.
Bijdrage 2021
Besteding 2021
Restant
1.814.895
1.014.843
800.052
ODRN
410.000
410.000
0
Totaal
2.224.895
1.424.843
800.052
Deelnemers
We hebben in 2020 een bedrag van € 897.895 naar 2021 overgeheveld en in 2021 is het laatste deel van de ontwikkelbijdrage van € 917.000 bij onze deelnemers inrekening gebracht. De in 2021 geboekte bijdragen van deelnemers komst daarmee op € 1.814.895. De ODRN zet in 2021 een bedrag van € 410.000 in voor de ontwikkelbijdrage.12 In totaal is daarmee in 2021 een bedrag van € 2.224.895 beschikbaar. We hebben in 2021 € 1.424.843 besteed en houden € 800.052 van het budget over. Dit bedrag bestaat uit de onderbesteding van de middelen in 2021 en uit de middelen voor de begrote inzet in 2022 en 2023: Onderbesteding 2021
43.052
Begrote ontwikkelbijdrage 2022
447.000
Begrote ontwikkelbijdrage 2023
310.000
Totaal
800.052
We stellen voor dit bedrag naar 2022 over te hevelen. In de volgende tabel staat de afrekening van de bijdrage ontwikkelprogramma per deelnemer: Saldo 31 december 2020
Gefactureerd in 2021
Inzet 2021
Saldo 31 december 2021
Gemeente Berg en Dal
95.562
94.000
105.998
83.564
Gemeente Beuningen
59.646
59.000
66.344
52.302
Gemeente Druten
22.447
22.000
24.854
19.593
Gemeente Heumen
41.047
41.000
45.879
36.168
Gemeente Nijmegen
335.428
345.000
380.478
299.950
Gemeente Wijchen
35.274
34.000
38.736
30.538
Provincie Gelderland
308.491
322.000
352.555
277.936
Totaal
897.895
917.000
1.014.843
800.052
Deelnemers
12. Conform begroting 2021: € 100.000 opleidingsbudget en € 310.000 aanvullend.
63
N.t.b. cao 2021 Eind januari 2022 is er een definitief akkoord gesloten over de cao Gemeenten 2021. Dit akkoord voorziet in een eenmalige bruto-vergoeding van € 1.200 bij een voltijdsaanstelling en in een salarisstijging van 1,5 % vanaf december 2021. Deze aanvullingen zullen meegenomen worden in de salarisuitbetaling over februari 2022. De effecten voor zover die betrekking hebben op het jaar 2021, hebben we ten laste van 2021 geboekt.
Vooruitontvangen bijdragen provincie Gelderland en Overijssel Dit gaat om gefactureerde bijdragen voor de projecten circulaire economie, opleidingen Brzo en IPPC-bekendmakingen. Deze middelen zetten we in 2022 in.
Eindafrekening 2021 Begin januari 2022 hebben we de factuur over 2021 opgesteld. De omzet hebben we, onder inhouding van betaalde omzet en voorschotten, bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. Daarna hebben we een kwaliteitscontrole uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een aantal correcties, na te betalen € 19.579, en dat gaan we alsnog verrekenen.
Nabetaling Piket 2013 en 2014 De nabetaling Piket 2013 en 2014 van € 14.611 gaat om compensatie in verband met een verkeerde toepassing van de werktijdenregeling. Door een verkeerde uitleg van deze regeling konden piketmedewerkers in de periode vóór 2020 hun overuren niet op basis van tijd-voor-tijd compenseren. Dit bleek achteraf in strijd met onze werktijdenregeling te zijn. Het gevolg is dat medewerkers geen compensatieverlof konden opbouwen, terwijl ze daar wel recht op hadden. Dit hebben we in 2020 voor 2015 tot en met 2019 gecompenseerd. Met de voorgenomen nabetaling compenseren we ook de jaren 2013 en 2014.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen De gemeente Nijmegen voert als gastheer de PIOFAH-taken voor de ODRN uit.13 Deze taken zijn beschreven in de Samenwerkingsovereenkomst ODRN – Gemeente Nijmegen 2020-2023. Ons Dagelijks Bestuur heeft op 16 december 2020 deze overeenkomst vastgesteld voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023. De huur van ons kantoorpand is onderdeel van deze overeenkomst. De omvang van deze overeenkomst is voor 2022 € 2.846.358 (prijspeil 2022).14
13. PIOFAH staat voor personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting. 14. Nog exclusief eventuele besparingen op centrale repro.
64
6.4.
Het overzicht van baten en lasten
We sluiten 2021 af met een voordelig resultaat van € 599.366. In de volgende tabel ziet u een overzicht van de lasten en baten met de indeling volgens de BBV voorschriften:
Omschrijving
Begroting 2021 Lasten
Werkelijk 2021
Baten
Lasten
Baten
Programmaplan Programma ODRN
16.954.595 23.579.779
16.551.443
6.661.591
6.484.638
23.599.040
Overzicht Overhead Saldo van lasten en baten
0
Onttrekkingen aan de reserves Resultaat programma
562.959 36.407
36.407
0
599.366
Deze indeling biedt weinig informatie. Daarom hebben we een staat van lasten en baten opgesteld die uitgaat van categorieën en is voorzien van een toelichting:
Omschrijving nr.
2021
Werkelijk
Verschil
12.708.040
1.557.118
Lasten
1 Salarissen en sociale lasten 2 Opleidingskosten
14.265.158 181.000
196.989
-15.989
3 Kosten ontwikkelprogramma
1.467.895
1.424.843
43.052
4 Inhuur
3.272.739
4.292.444
5 PIOFAH-taken
2.764.437
2.783.663
-19.226
6 Kapitaallasten
380.000
376.838
3.162
7 Overige materiële kosten
948.956
999.633
-50.677
8 Bijdrage regionaal stelsel
336.000
253.630
82.370
23.616.186
23.036.081
580.105
Totaal lasten
65
Begroting
1.019.705
Baten
9 Deelnemersbijdragen
19.693.234
20.392.131
698.897
10 Ontwikkelbijdrage
1.057.895
1.014.843
-43.052
11 Baten bovenregionale taken
2.183.186
1.710.202
-472.984
12 Subsidies en overige
645.464
429.359
-216.105
13 Onttrekking bestemmingsreserve
36.407
36.407
0
0
52.505
52.505
23.616.186
23.635.447
19.261
14 Vrijval voorziening harmonisatietoelage Totaal baten Resultaat 2021, verschil tussen baten en
599.366
lasten
Toelichting op verschillen groter dan € 25.000,1. Salarissen en sociale lasten Ten opzichte van de begroting geven we € 1,6 miljoen minder uit aan salarissen en sociale lasten. Door krapte op de arbeidsmarkt lukt het ons onvoldoende om vast personeel aan te trekken. We blijven in 2021 ongeveer 9 fte achter op de formatie. Een deel van de salariskosten, in totaal vijf ton, is inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder punt 10. We hebben de effecten van de cao 2021 van twee ton ten laste van de salarissen en sociale lasten geboekt. Zie hiervoor toelichting van de balanspost verplichtingen.
2. Opleidingskosten We begroten 2% van de begrote salarissen en sociale lasten voor opleidingskosten. In 2020 en in 2021 zetten we een ton van ons opleidingsbudget in voor het ontwikkelprogramma.
3. Kosten ontwikkelprogramma De totale inzet in 2021 bedroeg € 1,4 miljoen. We hebben hiermee op € 43.052 na de begrote middelen ingezet. De inzet dekken we voor € 410.000 uit budget van de ODRN en voor en € 1.014.843 uit bijdragen van de deelnemers. Dit ziet u ook in het volgende overzicht. Begroting 2021
Besteding 2021
Verschil
1.057.895
1.014.843
43.052
ORDN
410.000
410.000
0
Totaal
1.467.895
1.424.843
43.052
Deelnemers
66
De niet-bestede bijdrage van deelnemers bedraagt aan het einde van 2021 in totaal € 800.052.15 Dit bedrag hebben we op de balans als verplichting verantwoord om hiermee de inzet in 2022 en 2023 te kunnen dekken.
4. Inhuur De overschrijding van inhuur met € 1 miljoen hangt vooral samen met krapte op de arbeidsmarkt, waardoor we onvoldoende vast personeel aan ons weten te binden, zoals we ook bij punt 1 benoemden. Ook de kosten van onze interim-directeur zijn onder inhuur verantwoord. Een deel van de inhuurkosten, in totaal vijf ton, betreft inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder punt 10. Ontwikkelbijdrage. De inhuurkosten in 2021 van € 4,3 miljoen zijn in lijn met de kosten in 2020 van € 4,2 miljoen. We blijven ernaar streven ons aandeel inhuur te beperken, waarbij we rekening houden met de wenselijke flexibele schil vanwege op toekomstige ontwikkelingen.
5. PIOFAH-taken We realiseren een klein nadeel, doordat de gewijzigde huurovereenkomst (afstoten van de derde etage) een maand later in is gegaan dan voorzien.
6. Kapitaallasten We hebben de verbouwingskosten en de aanschaf van nieuw meubilair in verband met het nieuwe werken in 2021 grotendeels geactiveerd. De afschrijvingskosten hierover zijn ten laste van 2021 geboekt.
7. Overige materiële kosten Ten opzichte van de begroting is er een nadeel van een halve ton opgetreden. Dit komt doordat we in 2021 veel meer kosten voorgeschoten en met onze deelnemers verrekend hebben dan begroot: in totaal ging het om € 2,7 ton. Ten opzicht van onze begroting van een tonboeken we een overschrijding van € 1,7 ton. We hebben onder andere uitgaven bij derden belegd in het kader van het project circulaire economie en voor uitvoeren van actualisaties van vergunningen. We boeken een voordeel van € 45.000 doordat we de vergoeding voor thuiswerken als overige personeelskosten hebben begroot. Deze kosten zijn meegenomen in de compensatie cao 2021 die we onder salarissen en sociale lasten geboekt hebben. Het overige verschil ten opzichte van de begroting komt door diverse kleine afwijkingen.
15. De totale beschikbare deelnemersbijdrage in 2021 is als volgt berekend: € 1.814.895 (in 2021 € 917.000 gefactureerd plus € 897.895 van 2020 naar 2021 overgeheveld) minus de besteding in 2021 van € 1.014.843 = € 800.052.
67
In de volgende tabel ziet u een uitsplitsing van de uitgaven: Omschrijving
2021
Reiskosten zakelijke kilometers en Parkmobile
81.614
Onderhoudskosten software
150.271
Bedrijfsauto’s
24.185
Communicatiekosten
77.040
Porti, kantoorbehoeften, abonnementen
37.236
Verzekeringen, accountant, advieskosten
156.211
Overige personeelskosten
135.567
Voorgeschoten kosten (en verrekend met deelnemers)
272.577
Overige kleinere bedragen Totaal
64.933 999.633
8 Bijdrage regionaal stelsel We boeken een voordeel van 0,8 ton doordat de kosten voor Portaal en het kenniscentrum (aan Omgevingsdienst Veluwe-IJssel (OVIJ)) en de kosten voor het beheer van I-GO en innovatiegelden (aan Omgevingsdienst de Vallei (OddV)) lager uitvallen dan begroot.
9 Deelnemersbijdragen De in 2021 gerealiseerde bijdragen van € 20,4 miljoen bestaan uit € 21,2 miljoen reguliere productie en min acht ton mutatie van het onderhanden werk.16 De bijdrage van € 20,4 miljoen overschrijdt de begroting voor 2020 van € 19,7 miljoen met zeven ton. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door diverse aanvullende productieafspraken die we verwerkt hebben in onze werkplannen. Deze werkplannen geven een actueler inzicht in onze productieafspraken en zijn daarom relevanter dan de begroting per deelnemer. In de volgende tabel ziet u per deelnemer de bijdrage (exclusief mutatie onderhandenwerk) versus de werkplannen.
16. Voor een uitsplitsing van het onderhanden werk per deelnemer kunt u de tabel ‘Wat heeft het gekost’ in paragraaf 3.3 bekijken.
68
Bijdrage 2021
Werkplannen 2021
Afwijking in %
Berg en Dal
2.185.089
2.195.891
0%
Beuningen
1.523.465
1.561.477
-2%
Druten
557.747
492.082
13%
Heumen
873.360
964.185
-9%
Nijmegen
8.212.258
8.202.502
0%
Wijchen
972.022
872.988
11%
6.877.358
6.924.038
-1%
Totaal 2021
21.201.300
21.213.164
0%
2020
19.699.268
19.570.632
1%
Provincie Gelderland
Met een bijdrage van € 21,2 miljoen realiseren we in 2021 een toename van € 1,5 miljoen. Dat is plus 7,6% ten opzichte van de €19,7 miljoen van 2020. Deze toename komt door de indexering van onze uurtarieven met 2,2 % en door extra productie.17 De extra productie zien we zowel bij BRIKS als milieu. Vergunningverlening BRIKS kent in 2021 een toename van de productie bij bijna alle opdrachtgevers. U kunt onze toelichting hierover vinden in hoofdstuk 3.1. De realisatie van € 21,2 miljoen en werkplannen 2021 € 21,2 miljoen wijken in totaal 0% (2020: + 1%) af. Ook bij de individuele deelnemers zijn de afwijkingen beperkt. Allen bij de gemeenten Druten (+13%) en Wijchen (+11%) zien we afwijkingen groter dan 10%. Bij beide gemeenten is sprake van een grotere vraag om bodemadvies dan was opgenomen in de werkplannen.
10. Ontwikkelbijdrage Zie hiervoor punt 3.
17. Voor de indexering van onze uurtarieven hebben we de BRN-indexering 2021 gebruikt.
69
11. Baten bovenregionale taken Dit gaat om werkzaamheden die we voor andere omgevingsdiensten en de provincie Overijssel uitvoeren. De in 2021 gerealiseerde bijdragen van € 1,71 miljoen bestaan uit € 1,65 miljoen reguliere productie en uit 0,6 ton afrekening onderhanden werk van de provincie Overijssel. In de volgende tabel ziet u de uitsplitsing van de € 1,65 miljoen productie:
Bijdrage 2021
Werkplannen 2021
Afwijking in %
Provincie Overijssel
767.617
871.973
-12%
Omgevingsdiensten Gelders Stelsel
871.185
1.327.227
-34%
Overige omgevingsdiensten
12.249
n.v.t.
n.v.t.
1.651.050
2.199.200
-25%
Bij onze inzet voor de provincie Overijssel en voor andere omgevingsdiensten blijven we ruim € 5 ton (25%) op de werkplannen achter. Dit komt voornamelijk door minder revisievergunningsaanvragen Brzo, maatwerkvoorschriften type C-inrichtingen en veranderingsvergunningen (uitgebreid en regulier). We weten niet wat de oorzaak hiervan is. Vanwege het kleine aantal vergunningen heeft een afwijking in de vraag een relatief groter effect op het totaal. Er is dus meer gevoeligheid voor fluctuaties. Tot slot is er bij diverse projecten van de provincie Overijssel een onderbesteding, deels omdat we de inzet hiervoor hebben gedekt uit de landelijke IOV- en MJA-subsidies.
12. Subsidies en overige opbrengsten In 2021 hebben we voor € 271.023 aan subsidie en € 158.336 aan overige opbrengsten gerealiseerd. In totaal gaat het om € 429.359. In de volgende tabel ziet u een uitsplitsing van de subsidies:
Subsidie Nederlandse overheidslichamen
Saldo
Ontvangen
Toevoegingen
Gefactureerd
Saldo
31 12 2020
m.b.t jaar 2020
jaar 2021
jaar 2021
31-12-2021
Provincie ZH -IOV6-Ontwikkelen REV
0
31.954
31.954
0
DCMR - Communicatie 6 Brzo OD’s.
0
38.831
38.831
0
DCMR - Programma IPO-MJA-6 Brzo OD’s
0
139.808
139.808
0
0
178.639
178.639
0
58.917
58.917
0
DCMR ODNL - Omgevingsveiligheid Cluster 1 Brzo
0
Provincie Gld - GUOV
9.009
10.522
1.513
Totaal
9.009
10.522
271.023
0 269.510
We lichten enkele punten graag kort toe: •
Het deelprogramma’s IOV6 van de provincie Zuid-Holland is uitgesteld naar 2021 en hebben we nagenoeg conform de beschikking van € 32.000 ingezet.
70
0
•
De bijdrage van DCMR bestaat uit de zogenoemde meerjarenafspraak (MJA), een aanvulling op de Brzo-impulssubsidie, en uit een bijdrage voor de inzet van communicatie voor de 6 Brzo-omgevingsdiensten. Het totale budget van DCMR 2021 is € 214.552. We hebben daarvan € 178.639 ingezet en blijven daarmee iets achter op budget.
•
De bijdrage van ODNL voor Omgevingsveiligheid Cluster 1 Brzo is volgens beschikking in totaal € 81.628. We realiseren € 58.917 en blijven ook bij deze subsidie achter op budget.
•
Voor zowel de MJA- als Cluster 1-subsidie geldt dat de besteding op een aantal projecten hoger dan wel lager was dan begroot. De geplande projectresultaten zijn behaald. Daarover leest u meer in de paragraaf Programma Brzo in hoofdstuk 3.2.
•
GUOV gaat om provinciale subsidie uit het Gelders Uitvoeringsprogramma Omgevingsveiligheid 2020. De eindafrekening laat een positief saldo van € 1.513 zien dat we ten gunste van 2021 boeken.
•
De overige opbrengsten van € 158.336 gaat met name om opbrengsten uit een detacheringsovereenkomst met de provincie Gelderland.
13. Onttrekking bestemmingsreserve Dit onderdeel lichten we toe bij de toelichting van het eigen vermogen op de balans.
14. Vrijval voorziening harmonisatietoelage Het vertrek van driemedewerkers met harmonisatierechten leidt bij de voorziening harmonisatietoelage tot een vrijval van € 52.505. Deze reservering hoeven we niet meer aan te houden, omdat we voor de vervangers van die vertrokken medewerkers geen toelage verschuldigd zijn. Deze vrijval is conform de BBV-voorschriften als eenmalige opbrengst in het resultaat opgenomen.
Beleidsindicatoren, taakvelden en diversen Berekening vennootschapsbelasting Nagenoeg alle taken van de ODRN zijn door wetgeving voorgeschreven. Deze overheidstaken zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (VPB). De verrekening van de zeer geringe overige taken (bijvoorbeeld het geven een workshop) gebeurt tegen kostprijs, waardoor geen VPB verschuldigd is. In de financiële verordening is opgenomen dat de resultaten voor de commerciële activiteiten terugbetaald worden aan de opdrachtgever.
Inzicht artikel 28 Er is geen sprake van een structurele toevoeging/onttrekking van reserves en een post onvoorzien is in de begroting niet beschikbaar.
71
Overzicht van baten en lasten naar taakveld In de volgende tabel ziet u een overzicht van baten en lasten naar taakveld. Lasten
Baten
2021
2021
Vergunning behandelen
3.777.075
5.373.371
Toezicht en handhaven
2.587.801
3.681.476
Omschrijving
7.4 milieubeheer
Advies en projecten
2.773.080
3.945.059
Totaal
9.137.956
12.999.906
Vergunning behandelen
3.844.270
5.468.964
Toezicht en handhaven
2.493.184
3.546.872
Advies en projecten
1.076.033
1.530.793
7.413.487
10.546.629
8.3 bouwen & wonen
Totaal
Vrijval voorziening harmonisatietoelage Overhead
52.505 6.484.638
Onttrekkingen aan de reserves Totaal lasten en baten Resultaat positief
36.407 23.036.081
23.635.447 599.366
De baten voor 2021 betroffen voor € 12,9 miljoen oftewel 55% (2020: 54%) taakveld milieubeheer en voor €10,5 miljoen oftewel 45% (2020: 46%) taakveld bouwen & wonen.
73
6.5. Wet normering topinkomens Op basis van de Wet normering topinkomens (WNT) publiceren wij de bezoldiging aan topfunctionarissen. Binnen de ODRN gelden de volgende personen als topfunctionaris: de directeur, de adjunct-directeur en de bestuursleden. We kennen geen toezichthouders (RvC/RvT) zoals in de WNT omschreven. Onze bestuursleden zijn: Naam Dhr. J.W.M. van der Meer
Functie Voorzitter Algemeen en
Periode in 2021
(provincie Gelderland)
Dagelijks Bestuur
Heel 2021
Dhr. S. Versluijs (Beuningen)
Algemeen Bestuur
Heel 2021
Dhr. A. Springveld (Druten)
Algemeen Bestuur
Heel 2021
Mevr. H. Tiemens (Nijmegen)
Algemeen Bestuur
Tot 30 september 2021
Dhr. J. Wijnia (Nijmegen)
Algemeen Bestuur
Vanaf 30 september
Dhr. G.W.R. Gerrits (Wijchen)
Algemeen Bestuur
Heel 2021
Algemeen en Dagelijks Dhr. N.P. Vergunst (Nijmegen)
Bestuur
Heel 2021
Algemeen en Dagelijks Dhr. N. Verheul (Berg en Dal )
Bestuur
Heel 2021
Algemeen en Dagelijks Dhr. R.J.M. Waas (Heumen)
Bestuur
Tot 16 december 2021 Vanaf 16 december
Dhr F. Eetgerink (Heumen)
Algemeen Bestuur
Onze bestuursleden ontvangen geen bezoldiging.
74
2021
7.1. Verklaring van de controlerend accountant
Controleverklaring C e kl g van de onafhankelijke e i ke accountant c nt nt Aan: het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen te Nijmegen
Verklaring overr de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021 V no ke Ons oordeell O Wij hebben de in deze jaarstukken opgenomen jaarrekening 2021 van gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen te Nijmegen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in deze jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen op 31 december 2021 en het resultaat over 2021 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder de verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. De jaarrekening bestaat uit: • de balans per 31 december 2021; • het overzicht van baten en lasten over 2021; • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen. Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is het BBV.
De basis voor ons b o oordeel e Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol en het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur en de Regeling controleprotocol Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2021 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Onafhankelijkheid O h k h Wij zijn onafhankelijk van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij Assurance opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
78
Materialiteit M t t De reikwijdte van onze controle wordt beïnvloed door het toepassen van materialiteit. Het begrip ‘materieel belang’ wordt toegelicht in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheid voor de controle van de jaarrekening’. Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 230.000, waarbij de bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie voor fouten 1% bedraagt en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling Controleprotocol WNT 2021. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde materiele afwijkingen rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
Naleving WNT niet gecontroleerd N lev anticumulatiebepaling nt g t In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Verklaring over de in het jaarrapport V l r p t opgenomen eno e andere d informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • het jaarverslag, waaronder de programmarekening en de paragrafen; • overige gegevens Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiele afwijkingen bevat; • alle informatie bevat die op grond van het BBV is vereist. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de voor de gemeenschappelijke regeling van toepassing zijnde vereisten in de Gemeentewet en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag en de overige gegevens in overeenstemming met het BBV.
79
Verantwoordelijkheden en de V oo lijk e n met m betrekking be kk g tot de jaarrekening aa accountantscontrole ac an r Verantwoordelijkheden bestuur V heden van het dagelijks da stu en e algemeen a ee bestuur b s uu Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor: • het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV, alsmede voor het opstellen van het programmaverslag in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, en voor • de rechtmatige totstandkoming van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Rechtmatige totstandkoming betekent in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van de gemeentelijke regeling, en ten slotte • een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de organisatie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten.
Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de organisatie te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is als kaderstellend en controlerend orgaan op grond van de Wet Gemeenschappelijke regeling verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de organisatie. Onze verantwoordelijkheid voor de controle O a t o k v r van a dee jaarrekening j Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol inclusief het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur, de Regeling Controleprotocol Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2021, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
80
•
het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude dan wel het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
•
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie;
•
het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
•
het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven;
•
het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
•
het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
‘s-Hertogenbosch, 13 april 2022
WHS Registeraccountants w.g. W.H. van Santvoort MSc RA
81
7.3. Verklarende woordenlijst afkorting
voluit
B&W
Burgemees ter en Wethouders
BBO
Burea u Bel as ti ngpl i cht Overhei ds ondernemi ngen
BERAP
BEs tuurs RAPporta ge
BOA
Bi jzonderOps pori ngs Ambtena a r
BOR
Bi jzondere Ondernemi ngs Raa d
BRIKS
Bouw, Recl a me, Inri t, Kap en Sl oop
BRZO
Bes l ui t Ri s i co’s Zwa re Ongeval l en
CVV
Compl exe Vergunni ng Verl eni ng
DVO
Di ens tVerl eni ngs Overeenkoms t
EED
Energy Effi ci ency Di recti ve Europes e Pol l uta nt Rel eas e Tra ns fer Regi s ter. Verpl i chti ng va n Mi l i euja a rrapportage door i ndus tri ël e bedri jven
E-PRTR FTE
Ful l Ti me Equi val ent
HUP
Handhavi ngs Ui tvoeri ngs Programma
ICT
Informati e en Communi ca ti eTechnol ogi e
ILT
LOD
Ins pecti e Leefomgevi ng en Tra ns port Integrated Pol l uti on Preventi on a nd Control . Geïntegreerde preventi e en bes tri jdi ng van verontrei ni gi ng La s t Onder Dwa ngs om
MARAP
MAnagementRAPporta ge
OD’s
Omgevi ngs Di ens ten
ODRN
Omgevi ngs Di ens t Regi o Ni jmegen
OHW
OnderHa ndenWerk
OM
Openbaa r Mi ni s teri e
IPPC
P&O
Pers oneel en Orga ni s a ti e
SZW
Pers oneel , Informa ti evoorzi eni ng, Orga ni s a ti e, Fi na nci ën, Admi ni s tra ti e en Hui s ves ti ng Mi ni s teri e va n Soci al e Za ken en Werkgel egenhei d
VNG
Vereni gi ng Nederl a nds e Gemeenten
VR
Vei l ghei ds Ra pport
VTH
Vergunni ngen, Toezi cht en Ha ndha vi ng
PIOFAH
WABO
Wet Al gemene Bepal i ngen Omgevi ngs recht
WNT
Wet Normeri ng Topi nkomens
WRS
Wa bo Regi s tra ti e Sys teem
83
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
3
2.
Begroting
6
2.1.
Financiële begroting 2022
7
2.2.
Toelichting op de begrotingsposten
8
3.
Bijlagen
14
3.1.
Begroting 2021 AB 1 juli 2021, mutaties 2021 en actuele begroting 2022
15
3.2
Onze belangrijkste producten in aantallen
16
3.3
Werkplannen 2022 en aansluiting op de begroting
18
3.4
Normering van de inhuur
19
2
We leggen u een begrotingswijziging voor waarmee we de begroting 2022 actualiseren. We stellen voor de begrote baten en de lasten 2022 met € 1 miljoen op te hogen naar afgerond € 23,6 miljoen. Met deze wijziging sluiten we de begroting 2022 aan op de geactualiseerde werkplannen1 (+ € 8 ton), actualiseren we de budgetten voor subsidies en diverse opdrachten (- € 1 ton) en stellen we ons ontwikkelbudget bij in verband met extra kosten voor de Omgevingswet (+ € 3 ton).
Vergelijking met de realisatie over 2021 Om de bijgestelde begroting 2022 in perspectief te plaatsen, vergelijken we deze met de realisatie over 2021. Deze vergelijking wordt enigszins vertekend door de Ontwikkelbijdrage. Als we deze bijdrage buiten beschouwing laten, groeien onze baten van € 22,6 miljoen (realisatie 2021) naar € 22,9 miljoen in 2022. Dat is een toename van € 0,3 miljoen of +1 %. Deze toename betreft een volumestijging, want we hebben de tarieven 2022 niet geïndexeerd ten opzichte van 2021.
Gevolgen uitstel Omgevingswet In februari 2022 is aangekondigd dat de invoering van de Omgevingswet opnieuw wordt uitgesteld. Minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft bepaald dat 1 januari 2023 de nieuwe ingangsdatum wordt. Dat sluit aan bij onze wens, omdat een inwerkingtreding gedurende een jaar ingewikkelder is. Uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet maakt dat we meer kosten maken. Ook zijn er tegenvallers door de gebrekkige ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Verder zijn er kosten die we bij het opstellen van het Ontwikkelprogramma in 2019 niet voorzien hadden. In de Kadernota 2023 gingen we nog uit van inwerkingtreding per 1 juli 2022 en begrootten we deze kosten op € 6 ton. Met het verdere uitstel van de inwerkingtreding van de wet is het bedrag opgelopen. Bij invoering op 1 januari 2023 ramen we dit op € 6,8 ton. Medio 2022 is er nog steeds geen definitief besluit over de invoeringsdatum. De Eerste Kamer besluit hierover in oktober 2022. Het uitstel van besluitvorming zorgt ervoor dat we steeds meer rekening moeten houden met uitstel van de Omgevingswet. Daarom gaan we de invoeringskosten van de Omgevingswet temporiseren. We sturen erop aan de uitgaven dit jaar te beperken tot € 3,4 ton (50% van € 6,8 ton).
We houden de projectorganisatie in stand en stellen overige projectonderdelen, zoals grootschalig oefenen en communicatie uit. We leggen hiervoor u een dekkingsvoorstel voor waarbij we de kosten uit onze eigen begroting dekken.
1. De begroting is opgesteld op basis van de werkplannen 2022 van februari 2022. De gemeente Nijmegen heeft aangegeven aanvullende werkzaamheden te willen opnemen om aan te sluiten bij het VTH-beleid. Hierover worden in de loop van 2022 besluiten genomen. Deze aanvulling en eventuele andere bijstellingen die in de loop van 2022 worden overeengekomen nemen we, voor zover deze doorwerken naar 2023, mee bij de actualisatie van de begroting 2023 in de eerste helft van 2023.
4
Budgetten en begrotingsposten geactualiseerd Met deze begroting actualiseren we onze budgetten voor formatie en inhuur. Ons MT heeft besloten dat we willen sturen op een norm van 20% inhuur. Dat streven vertalen we in de begroting. Dit is een behoorlijke ambitie, omdat het door de krapte op de arbeidsmarkt moeilijk is personeel aan ons te binden. Tot slot actualiseren we een aantal begrotingsposten, zoals de post voor PIOFAH en de materiële lasten.2 We nemen de actualisatie van de begroting 2022 mee in de zienswijzeprocedure van de begroting 2023.
2. PIOFAH staat voor personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting.
5
2.1. Financiële begroting 2022 We stellen voor de lasten en de baten 2022 met € 1 miljoen te verhogen. In de volgende tabel ziet u de jaarcijfers 2021, de initiële begroting, de voorgestelde mutaties en de bijgestelde begroting over 2022. In het vervolg van dit memo lichten we de mutaties toe.
LASTEN
nr.
2021
Initiële begroting 2022
Salariskosten Opleidingskosten Inhuur Piofah Kapitaallasten Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Ontwikkelprogramma
12.708.040 196.989 4.292.445 2.783.663 376.838 999.633 253.630 1.424.843
14.649.911 285.777 2.892.550 2.680.490 400.000 935.090 355.796 447.000
-55.840 6.104 828.938 67.379 -75.000 -90.765 327.052
14.594.071 291.881 3.721.488 2.747.869 325.000 844.325 355.796 774.052
Totaal lasten
23.036.081
22.646.614
1.007.869
23.654.483
Omschrijving
Jaarrekening
Omschrijving
1 1 1 2 3 4 5 6
Jaarrekening
Mutaties 2022
Bijgestelde begroting 2022
baten nr.
2021 7 Bijdrage deelnemers
20.392.131
7 Bovenregionale taken
1.710.202
8 9 10 11
Subsidies en diverse opdrachten Bijdrage Ontwikkelprogramma Vrijval voorziening harmonisatietoelage Onttrekking bestemmingsreserve
429.359 1.014.843 52.505 36.407
Totaal baten Rekening-/begrotingssaldo
7
Initiële begroting 2022
19.438.000
2022
Bijgestelde begroting 2022
907.609
20.345.609
Mutaties
2.148.437 613.177 447.000
-50.633
2.097.804
-101.159 252.052
512.018 699.052 0 0
23.635.447
22.646.614
1.007.869
23.654.483
599.366
0
0
0
2.2. Toelichting op de begrotingsposten 1. Salariskosten, opleidingskosten en inhuur, € 779.202 nadeel (- € 55.840 + € 6.104 + € 828.938) De aanpassing van de werkplannen en afspraken gastheerschap zorgt ervoor dat we onze budgetten voor salariskosten, opleidingen en inhuur moeten ophogen met per saldo € 7,8 ton. We hebben de ambitie te willen sturen op 20% inhuur. Dat lichten we toe in bijlage 3.4. Bij gebrek aan een norm hebben we in het verleden mutaties zoals taakstellingen ten laste van ons inhuurbudget geboekt. Het gevolg hiervan is dat ons inhuurbudget te laag is. Dat stellen we nu bij, waardoor onze budgetten voor salariskosten en inhuur meer in overeenstemming komen. Het zal in praktijk moeilijk zijn de norm van 20% inhuur waar te maken. Door krapte op de arbeidsmarkt zijn we in 2021 uitgekomen op 25% inhuur. Ons budget voor opleidingskosten bedraagt 2% van de loonsom. We hebben de budgetten voor salariskosten, opleidingen en inhuur verdeeld conform de genoemde percentages. Dat kunt u zien in de volgende tabel: Aangepaste in € * 1.000
begroting 2022
Aandeel
Salariskosten
14.594
78%
Opleidingen
292
2%
Subtotaal
14.886
80%
Inhuur
3.721
20%
Totaal
18.607
100%
2. PIOFAH-taken, € 67.379 nadeel De mutaties op dit budget geven we in de volgende tabel weer: in € * 1.000 Stand initieel
2.680
Medewerker bedrijfsvoering
-53
Aanvulling ICT PIOFAH
91
Overige aanpassingen
20
Totaal aanpassingen
67
Aangepaste begroting 2022
2.748
Een medewerker bedrijfsvoering die onderdeel was van het PIOFAH-contract is met pensioen gegaan. We hebben voor de betreffende taken een medewerker in dienst genomen. Het budget hiervoor hebben we aan ons budget voor salariskosten toegevoegd. Dit geeft een verlaging van het PIOFAH-budget met € 53.000. De ICT-contracten
8
betaalden we voorheen zelf. Deze hebben we nu bij onze gastheer, de gemeente Nijmegen, ondergebracht. We hevelen hiervoor € 91.000 materieel budget over naar het budget voor PIOFAH-taken, zie punt 4. Tot slot zijn er nog wat overige bijstellingen, van in totaal € 30.000. Deze houden onder andere verband met aanpassingen van de dienstverlening aan ons groeiende personeelsbestand.
3. Kapitaallasten, € 75.000 voordeel We hebben onze afschrijvingslasten structureel op € 4 ton begroot. De ontwikkelkosten van ons zaaksysteem WRS hebben we, met het oog op mogelijke vervanging, niet geactiveerd de afgelopen jaren. Dat zorgt voor een afname van ons activabestand en een daling van de afschrijvingslasten. We verwachten € 75.000 minder afschrijvingslasten dan begroot en stellen voor dit bedrag aan de Ontwikkelbijdrage 2022 toe te voegen, zie ook punt 6.