B31 d.d. 29 augustus 2022 van de ODRN inzake Reactie voor uitgebrachte zienswijze
Tekst van het document
ODRN
Mariënburg 75 6511 PS Nijmegen Telefoon (024) 751 7700 E-mail info@odrn.nl
Aan de Raad van de gemeente Nijmegen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Datum
29 augustus 2022 Onderwerp
Reactie voor uitgebrachte zienswijze
Postbus 1603 6501 BP Nijmegen
Ons kenmerk
E22.001587
Contactpersoon
Geert Jan Schulkes Direct telefoonnummer
024-7517823
Geachte Raad, Het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering van 14 juli 2022 ingestemd met het Jaarverslag 2021 ODRN, de gewijzigde Eerste wijziging begroting 2022 ODRN als ook met de Begroting 2023 ODRN. U heeft niet instemmende zienswijzen ingediend op de Eerste wijziging van de begroting 2022 ODRN als ook op de Begroting 2023 ODRN. Wij delen u de volgende reactie op de uitgebrachte zienswijze mee. Wijziging I begroting 2022 ODRN Op basis van het advies van de AGR heeft u laten weten dat u niet kunt instemmen met een extra bijdrage van uw zijde voor de extra invoeringskosten van de Omgevingswet maar deze uit de reserves van de ODRN te halen. Het Dagelijks Bestuur heeft over de door de gemeentelijke deelnemers uitgebrachte zienswijzen besloten het Algemeen Bestuur een gewijzigd voorstel voor te leggen. Het gewijzigde voorstel houdt in dat er geen bijdrage wordt gevraagd van de deelnemers voor de dekking van de extra kosten van de invoering van de Omgevingswet maar deze uit de reserves van de ODRN te halen. Bij de vaststelling van het Jaarverslag 2021 ODRN heeft het Algemeen Bestuur besloten een bestemmingsreserve “Invoeringskosten Omgevingswet” in te stellen dat gevoed wordt met een deel van het positieve exploitatiesaldo 2021 en wel in de hoogte als in het oorspronkelijke voorstel van de deelnemers werd gevraagd, aldus € 339.000. Hiermee geven we gehoor aan uw zienswijze.
Wel merken wij hierbij op dat wij hiermee wel op het weerstandsvermogen van onze organisatie interen. U geeft aan dat u met deze begrotingswijzing ervan uitgaat dat het bestaande VTH-beleid van de gemeente Nijmegen uitgevoerd kan worden Het VTH-beleid is vertaald in het werkplan 2022 dat door het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen is vastgesteld. Dat is wat wij
ODRN
Vervolgvel
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Bestuur
7
3.
Uitvoering programma’s
10
3.1.
Vergunningverlening
11
3.2.
Handhaving en toezicht
16
3.3.
Programma Brzo
21
3.4.
Bijzondere onderwerpen in 2021
23
3.5.
Wat heeft het gekost?
25
3.6.
Onze belangrijkste producten in aantallen
27
4.
Bedrijfsvoering
29
4.1.
De mens in de organisatie
30
4.2.
Communicatie
32
4.3.
Kwaliteitsborging en -criteria
34
4.4.
Klanttevredenheid
35
4.5.
Dienstverleningsovereenkomsten
36
4.6.
Processen en informatievoorziening
37
4.7.
Productiviteit
38
4.8.
Ontwikkelagenda
39
5.
Paragrafen
43
5.1.
Financiering
44
5.2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
45
6.
Jaarrekening
52
6.1.
Algemeen
53
6.2.
Balans
55
6.3.
Toelichting op de balans
56
6.4.
Het overzicht van baten en lasten
65
6.5.
Wet normering topinkomens
74
7.
Bijlagen
77
7.1.
Verklaring van de controlerend accountant
78
7.2.
Overzicht van processen en informatievoorziening
82
7.3.
Verklarende woordenlijst
83
2
2021: het was een intensief en turbulent jaar voor de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Een jaar waarin we de werkplannen voor onze opdrachtgevers grotendeels konden realiseren. En dat ondanks krapte op de arbeidsmarkt, hoog ziekteverzuim en veel bijkomende werkzaamheden. Tegelijk was het een jaar waarin we veel in het nieuws zijn geweest, en niet altijd op een manier waarin we ons herkenden. Goed om te ervaren in dit jaarverslag hoe onze 250 medewerkers zich elke dag inzetten om met vergunningverlening, toezicht en handhaving bij te dragen aan een leefbare, veilige en duurzame wereld. Daar zijn we trots op! In dit jaarverslag en in onze jaarrekening verantwoorden we aan u wat we in 2021 allemaal hebben gedaan. We lichten onze primaire processen en bedrijfsvoering toe. Zo verantwoorden we gemaakte keuzes, geleverde prestaties en bijbehorende kosten. In deze inleiding lichten we alvast enkele belangrijke punten uit het verslag voor u uit.
Op koers met Ontwikkelagenda Onze Ontwikkelagenda gaf de afgelopen twee jaar houvast om echt te investeren in bedrijfsvoering, personeelsbeleid, relaties met stakeholders en integrale samenwerking. Veel projecten zijn afgerond, andere zijn in de reguliere processen opgenomen, sommige vragen nog blijvend aandacht. In het najaar hebben we met een onafhankelijk deskundige de Ontwikkelagenda geëvalueerd. De conclusie was dat we grote voortgang hebben geboekt en bevredigende resultaten hebben bereikt. We liggen dus op koers! Meer grip op bedrijfsvoering Het afgelopen jaar slaagden we er met hulp van onze bedrijfsvoering in om beter te monitoren, sturen en rapporteren. We realiseerden de opgedragen projecten uit de Ontwikkelagenda en meer. Daarmee kunnen we het primaire proces steeds beter borgen en ondersteunen. De informatie voor de deelnemers wordt accurater en de inzet van onze collega’s wendbaarder. We zijn dus veel meer in control en dat vertaalt zich in mooie uitkomsten. Zoals gezegd, hebben we onze werkplannen nagenoeg gerealiseerd. Ondanks een hoog ziekteverzuim van 6,1% hebben we onze productiviteitsnorm van 72% gehaald. Een hele prestatie! Wel baart de krapte op de arbeidsmarkt ons zorgen. We kunnen vacatures onvoldoende invullen met vast personeel en realiseren een onderbesteding op ons personeelsbudget van € 1,5 miljoen.
Om onze werkafspraken na te komen moeten we vaak duurder inhuren. Het op orde krijgen van onze bezetting blijft ook komende tijd een uitdaging. We sluiten 2021 af met een voordelig resultaat van zes ton. We gaan ons Algemeen Bestuur voorstellen het resultaat aan onze Algemene Reserve toe te voegen, zodat we uitkomen op een stand van € 1,1 miljoen. Dat is ruim voldoende om de gekwantificeerde risico’s van zeven ton het hoofd te kunnen bieden. Gezamenlijk aan zet voor maatschappelijke opgaven We zijn verheugd dat ons Algemeen Bestuur in de ‘Kaderbrief voor 2023 en verder’ besloot om voor te sorteren op een abonnementstarief. Hiermee leggen we een bedrijfseconomisch fundament onder het inspelen op maatschappelijke opgaven. Die
4
opgaven beperken zich niet tot jaarschijven of tot gemeentegrenzen. Het abonnementstarief geeft handen en voeten aan gezamenlijkheid en sluit daarmee aan op de sporen ‘Gezonde Zakelijkheid’ en ‘Gezamenlijkheid’ uit de Ontwikkelagenda. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen Het derde spoor uit de Ontwikkelagenda is om gereed te zijn voor de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Dit spoor loopt op koers. Wel moet deze koers door het steeds terugkerende uitstel van de wetten regelmatig worden verlegd. Nu onze bedrijfsvoering op orde komt, kan er een nieuwe fase aanbreken. We hopen dan ook dat we in het volgende jaarverslag - naast de financiële resultaten en de productrealisatie - meer nadruk kunnen leggen op onze maatschappelijke bijdrage. Daarbij laten we ook graag klanten, medewerkers en samenwerkingspartners aan het woord. Op naar ‘Ontwikkelagenda 2.0’ We constateerden ook dat zo’n Ontwikkelagenda eigenlijk nooit zou moeten ophouden. Daarom gaan we een lans breken om ons opleidings- en ontwikkelbudget te verdubbelen. Om onze positie te kunnen bepalen en onze kracht te kunnen inzetten op alle externe ontwikkelingen, bereiden we een ’Ontwikkelagenda 2.0’ voor. Deze is gericht op de kansen die we zien en kunnen benutten en om meer op maatschappelijke effecten te gaan sturen.
Dat moet er uiteindelijk toe leiden dat we onze rol als kennisgedreven uitvoeringsorganisatie steeds beter kunnen benutten.
Opnieuw omgaan met corona In 2021 raasde corona in diverse vormen verder rond. Ook bij de ODRN is de schade merkbaar: langdurig zieken, sociale verschraling en moeheid van de situatie. De inspecties gingen gewoon door, bijvoorbeeld bij de Overijsselse en Gelderse Brzobedrijven. Corona leverde een hausse aan kleinere bouwaanvragen op, die in combinatie met een hoog ziekteverzuim maar met moeite afgehandeld konden worden. Corona heeft ons als organisatie tegelijkertijd veel geleerd, bijvoorbeeld dat we ook na de pandemie lang niet iedere dag op kantoor hoeven te zijn. In nauwe betrokkenheid met de Ondernemingsraad en medewerkers introduceerden we het hybride werken. In 2021 hebben we de grote stap gezet om een verdieping af te stoten; de andere verdiepingen zijn verbouwd en opnieuw ingericht.
Toename vergunningaanvragen en handhaving Het aantal bouwinitiatieven was in 2021 nog hoger dan het jaar ervoor. Dat heeft veel gevraagd van onze inzet en wendbaarheid. Samen met onze opdrachtgevers hebben we maatwerk kunnen leveren. Dat was mede mogelijk doordat ons risicomodel inmiddels zowel aan de BRIKS-kant als aan de milieukant behoorlijk volwassen is geworden. We konden keuzes voorleggen die gestoeld waren op onze risicotool. Tegelijk hebben we gemerkt dat, veel meer dan verwacht, klachten bij ons binnenkomen van burgers en bedrijven over illegale bouwsels, milieuhinder en gezondheidszorgen. Daarop hebben we geacteerd, waarmee dus ook het aantal handhavingszaken is
5
Bestuur De samenstelling van het bestuur heeft in 2021 twee wisselingen gehad. Harriet Tiemens heeft haar functie als wethouder in Nijmegen neergelegd en daarmee ook het lidmaatschap van ons Algemeen Bestuur. Jan Wijnia is in haar plaats toegetreden. Eind 2021 heeft René Waas zowel zijn functie als lid van het Algemeen als ook het Dagelijks Bestuur neergelegd. De gemeente Heumen heeft Frank Eetgerink aangewezen als zijn opvolger in het Algemeen bestuur. Begin 2022 wordt de vacature van het Dagelijks Bestuur ingevuld. Het Dagelijks Bestuur heeft de volgende taakverdeling: NAAM
TAAK
Jan van der Meer
voorzitter, algemene vertegenwoordiging
Noël Vergunst
vicevoorzitter, personeel en organisatie
Sijmen Versluis
financiën
Nelson Verheul
duurzaamheid
Ontwikkelagenda Met de Ontwikkelagenda zijn we in 2021 goed op stoom gekomen. Elke bestuursvergadering hebben we verslag gedaan over de voortgang en hebben we onderdelen nader belicht, zoals het thema Gezamenlijkheid. Eens in de paar maanden hebben we met de bestuurlijke ambassadeurs de vinger aan de pols gehouden. In het najaar heeft Seinstra & Partners de voortgang en de resultaten van de Ontwikkelagenda geëvalueerd. Deze positieve evaluatie is in de bestuursvergadering van 15 december toegelicht. In paragraaf 4.8 gaan we in op de Ontwikkelagenda.
Bedrijfsvoering We zijn steeds beter in control. Met maandrapportages monitoren we onze omzet, de kosten, de productiviteit en het ziekteverzuim. We zijn trots op de mooie uitkomsten die we in dit verslag presenteren: een positief resultaat en een weerstandscapaciteit die ruim voldoende is. Ook hebben we de Producten- en dienstencatalogus, die de basis vormt voor de facturatie aan de opdrachtgevers, geactualiseerd voor 2021 en voor 2022 vastgesteld. Tevens hebben we een volgende stap gezet voor het afrekenen van het onderhanden werk (OHW). We hebben deze post verder opgeschoond en deels met onze opdrachtgevers verrekend.1 Het gevolg: een daling van het OHW met ruim acht ton. We hebben een kadernota voor de begroting 2023 uitgebracht. Bij deze kadernota zijn twee memo’s gevoegd met standpunten over onze weerstandscapaciteit en indexering. Het Algemeen Bestuur heeft hiermee ingestemd. Vanaf de begroting 2023 hanteren we een indexeringsmethodiek die beter aansluit op de werkelijke kostenontwikkelingen. Bovendien is onze maximale weerstandscapaciteit
1
Voor meer informatie hierover kunt u kijken in hoofdstuk 6.3: de toelichting van onderhanden werk
op de balans.
8
verruimd naar vijf procent van de begrote baten. Daarmee kunnen we een buffer opbouwen om zelf tegenslagen te kunnen opvangen. Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 besloten over te gaan tot een andere financieringssystematiek. Die gaan we vanaf 2023 invoeren. Het doel: vereenvoudiging van onze bedrijfsvoering (minder producten, minder tijdschrijven, meer uniformiteit) en meer aandacht voor gemeenschappelijkheid. Tot slot is het Treasurystatuut aangepast. Op basis van de huidige planning- en control-cyclus leveren de werkplannen voor het komend jaar de input voor de begroting, en daarmee ook voor de begroting van onze deelnemers. Tijdens het jaar informeren we ons bestuur en onze deelnemers over de stand van zaken aan de hand van de bestuursrapportages (per 1 april en 1 augustus van elk jaar). De rapportage met de stand van zaken per 1 april 2021 is besproken in het Algemeen Bestuur van 28 mei. De rapportage van 1 augustus 2021 kwam aan de orde in de vergadering van 30 september. In deze bestuursrapportage hebben we een voordelig resultaat van € 4 ton geprognosticeerd. Daarna kwamen er nog enkele meevallers, zoals vrijval van de voorziening harmonisatietoelage (€ 52.505) en onderbesteding op de stelselkosten (€ 82.370). Deze meevallers zorgen ervoor dat we op een hoger resultaat zijn uitgekomen. Beide bestuursrapportages werden vergezeld van een oplegnotitie.
Deze zijn ter beschikking gesteld aan de bestuursleden, ter informatie voor de colleges, raden en staten. Behalve in bestuursvergaderingen, voeren we ook regelmatig goed informeel ambtelijk overleg tussen onze accountmanagers en de ambtelijk opdrachtgevers bij onze deelnemers. We nemen dus veel vaker de stand van zaken door qua voortgang en resultaten van ons werk. Na een gedegen voorbereiding hebben inmiddels bijna alle opdrachtgevers ingestemd met de werkplannen voor 2022.
Jaarverslag klachten De klachtencoördinator van de ODRN heeft een jaarverslag uitgebracht over 2020. Dat verslag is besproken in het Dagelijks Bestuur. De coördinator doet ook verslag van de klachten in 2021. Hierover kunt u lezen in een apart verslag.
Begroting, jaarverslag en Kaderbrief Het Algemeen Bestuur heeft op de vergadering van 1 juli 2021 het jaarverslag 2020 en de begroting 2022 vastgesteld. Deze stukken hebben we naar het Ministerie van BZK gestuurd. Zij hebben ons laten weten dat wij onder het repressieve toezicht blijven vallen. Dat houdt in dat wij de uitgaven mogen doen zoals in de begroting opgenomen en niet vooraf toestemming hoeven te vragen. In de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 30 september 2021 is de Kaderbrief Aanpassing begroting 2022 en Begroting 2023 vastgesteld. We hebben deze brief voor zienswijzen aan de deelnemers verzonden. Op een door de griffies van de deelnemende gemeenten georganiseerde digitale bijeenkomst hebben we deze kaderbrief toegelicht en vragen van raadsleden beantwoord.
9
3.1. Vergunningverlening Wat doen we? •
Voor de gemeenten Nijmegen, Beuningen, Berg en Dal, Heumen en de provincies Gelderland en Overijssel verzorgen we:
•
-
de vergunningverlening (Wabo-breed)
-
MER-procedures (Wabo-breed)
-
het behandelen van meldingen -
Bodemkwaliteit
-
Bodemenergiesystemen
-
Melding brandveilig gebruik
-
Asbest
-
Activiteitenbesluit -
Bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen (BRIKS)
-
Milieu
De gemeenten Druten en Wijchen hebben uitsluitend de milieutaak en de advisering van sloopmeldingen aan ons uitbesteed.
•
Voor de gemeenten Nijmegen en Berg en Dal verlenen we enkele speciale vergunningen. Dat gaat om bouwobjecten, woningonttrekking en de leegstandsvergunning. We doen dit op grond van de APV, de Huisvestingswet en de Leegstandswet. Ook behandelen we voor Nijmegen en Berg en Dal ontheffingen in het kader van het laden en lossen vuurwerk.
•
We geven advies aan de zes andere Gelderse omgevingsdiensten voor de aanvragen om omgevingsvergunningen van complexe gemeentelijke bedrijven (categorie 4.2 en hoger) in de hele provincie Gelderland.
•
We zijn één van de zes omgevingsdiensten in Nederland die VTH-taken bij Brzo- en RIE4-bedrijven uitvoert. Deze bijzondere wettelijke taak doen we bij bedrijven in de provincies Gelderland en Overijssel.
Wat hebben we gerealiseerd? Wabo-vergunningen met activiteit Milieu In hoofdstuk 3.6 ziet u een tabel met een overzicht van het aantal milieugerelateerde zaken die in 2021 zijn afgerond. Het gaat om een optelsom van alle reguliere en uitgebreide Wabo-procedures met de activiteit milieu, aanmeldnotities MER, de meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het Besluit mobiel breken, het Besluit Bodemkwaliteit, de meldingen gesloten bodemenergiesystemen en de vooroverleggen milieu en de specialistische milieuadviezen.
11
Gelderland. Hierdoor worden de Wabo- en Wnb-proceduresporen nu beter op elkaar afgestemd. Dit heeft geleid tot een effectievere afhandeling van gekoppelde Wabo- en Wnb-procedures.
Omgevingswet Onze vergunningverleners en specialisten hebben in 2021 veel werk verzet op het gebied van de nieuwe Omgevingswet. Er is geparticipeerd in overleggroepen inzake de verschillende thema’s. Ook zijn we in overleg getreden met de regiogemeenten om toelichting te geven over de consequenties van de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Omgevingsdialoog We hebben inspanningen verricht om de Omgevingsdialoog te actualiseren en heldere afspraken te maken hoe we invulling geven aan het betrekken van omwonenden bij procedures.
Actualisaties provinciale inrichtingen De realisatie voor 2021 is uitgekomen op 52% van de geplande financiën voor de actualisatietoetsen. Veel tijd is gaan zitten in de BBT-toets bij Parenco en de actualisatietoets van Recycling Rouwmaat Groenlo. In 2022 geven we verdere invulling aan de uitvoering van het project actualisaties.
Agrarische vergunningverlening Voor dit type vergunningen hebben we samenwerking gezocht met Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). ODR is robuust op het thema agrarische vergunningverlening. We hebben samen goede werkafspraken gemaakt en de samenwerking verloopt naar wens.
Benzeen- en PAK-emissies asfaltbranche Dit jaar is er veel aandacht geweest voor benzeen- en PAK-emissies bij asfaltcentrales. Dit heeft geleid tot veel vragen van opdrachtgevers. Intern is er intensieve afstemming geweest tussen luchtspecialisten, vergunningverleners en toezichthouders. Daarnaast hebben we een actieve bijdrage geleverd aan de landelijke beleidsvorming rondom dit vraagstuk.
Advisering Lucht Ook in 2021 was de werkdruk bij onze luchtspecialisten onverminderd hoog. Dit kwam door de dynamiek in de stikstofregelgeving en de toenemende adviesvragen vanuit de provincie (beoordeling stikstofemissies Wnb-aanvragen). Daardoor konden we extra opdrachten, zoals de inventarisatie van bedrijfsemissies op het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt, lastig combineren met de reguliere advisering in Waboprocedures.
Advisering Water We hebben het beschermen van de waterkwaliteit sinds 2020 extra aandacht gegeven. Dit hebben we gedaan door een medewerker hierin een expliciete taak als specialist te
13
geven. Dit versterkt ons als kennisorganisatie. Bovendien zorgt het ervoor dat we een betere aansluiting hebben bij onze partners in het waterspoor: de waterschappen.
Wabo-vergunningen met de activiteit Bouw In het werkplan 2021 hadden we 2.908 aanvragen begroot. In totaal hebben we 3.430 aanvragen behandeld. Dit betekent dat we 18% meer aanvragen hebben afgehandeld dan begroot. Een flinke toename ten opzichte van het toch al drukke jaar 2020. Vooral in het voorjaar kwamen massaal kleinere aanvragen binnen. Deze aanvragen zijn vaak onvolledig, waardoor het veel tijd kost om tot een goed besluit te komen. Ook de woningbouwproductie is onverminderd doorgegaan. Het aantal aanvragen voor provinciale bedrijven is zelfs, tegen de verwachting in, sterk toegenomen ten opzichte van de prognose. Door de forse toename bij de activiteit bouwen en de beperkte capaciteit is een grote werkdruk ontstaan. Er is daarom aan de opdrachtgevers voorgesteld een aantal ‘binnenbochten’ toe te passen, om de werkvoorraad in overeenstemming met de formatie te krijgen. Daarnaast hebben we voor de gemeenten Beuningen, Berg en Dal en Heumen de VTH-tool ingevoerd. Dankzij deze tool is tijdens het behandelen van de vergunningaanvraag al duidelijk welke zaken achteraf nog worden geïnspecteerd. Met het opvragen van aanvullende stukken kunnen we daar dan al rekening mee houden.
14
3.2. Handhaving en toezicht Wat doen we? •
De ODRN draagt bij aan een leefbare, duurzame, energiezuinige en veilige leefomgeving door het houden van toezicht op vergunde zaken binnen het BRIKSdomein en de correcte naleving daarvan.
•
Voor alle partners hebben we een handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) voor milieutoezicht opgesteld. Daarin staan zowel de bedrijven en activiteiten die we controleren als de projecten die we uitvoeren.
•
Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Nijmegen en provincies Gelderland/Overijssel en in opdracht van andere Gelderse Omgevingsdiensten is een Uitvoeringsprogramma voor BRIKS gemaakt. Daarin hebben we 827 BRIKS-inspecties begroot.
•
Voor de taken van Toezicht en Handhaving BRIKS (VTH) is een risicoanalyse ontwikkeld waarbij verschillende disciplines en daarbij relevante beleidsvelden zijn betrokken. In de risicoanalyse is het effect ingevuld aan de hand van thema's. Het betreft o.a. de thema’s brandveiligheid, constructieve veiligheid, asbest, beeldkwaliteit en duurzaamheid. De inschatting van het benodigd aantal zaken en het daarbij behorend budget komen voort uit deze risicoanalyse.
•
We controleren bestaande bouw, asbestsloopmeldingen, brandveilig gebruik, ruimtelijke regels, strijdigheden in ruimtelijke ordening, aanleg inrit en (uit)weg, handelsreclame en het vellen van houtopstanden. Ook handelen we klachten af die moeilijk aan de voorkant kunnen worden begroot. Op basis van trendanalyses maken we hiervan een inschatting.
Wat hebben we gerealiseerd? Milieu In 2021 zijn 684 van de 996 geplande initiële controles afgerond (69%). Het jaarlijkse controleprogramma wordt opgesteld aan de hand van een risicomodel. Er zijn 653 hercontrolebezoeken afgelegd (132% van de geplande 493). De ODRN heeft een hercontrole in 67% van de gevallen gepland. Dit percentage valt in 2021 wat hoger uit dan geraamd (72%). Dit komt deels door de wijze van registratie. In deze post worden bijvoorbeeld ook de sanctiecontroles opgenomen die plaatsvinden in het kader van bestuursrechtelijke handhaving. Ook de hercontroles voor energie worden in deze post meegenomen. Verder hebben we inzet geleverd bij de aanpak van calamiteiten, zoals dumpingen van drugsafval en ongewone voorvallen die zich bij bedrijven voordoen, zoals brand en lekkage van chemicaliën. Daarbij werken we nauw samen met de VRGZ en het waterschap.
16
Onze inzet op evenementen is ook in 2021 aanzienlijk kleiner geweest dan normaal. Dit als direct gevolg van de coronamaatregelen, waardoor de nodige evenementen zijn afgelast.
Projecten en aanvullende taken Naast de reguliere activiteiten zijn medewerkers van de afdeling ook betrokken geweest bij diverse projecten en aanvullende taken, die in opdracht van de deelnemers worden uitgevoerd. Een specialistische groep milieutoezichthouders levert bijvoorbeeld een actieve bijdrage aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit door deelname aan de gemeentelijke ondermijningsprojecten. Deze kunnen gebiedsgericht zijn ingestoken of zich richten op specifieke locaties of activiteiten. Bij het provinciebrede programma Ketentoezicht hebben we een bijdrage geleverd aan de uitvoering van de ketenprojecten e-waste, co-vergisting, asbest en verontreinigde grond. Ook hebben we een belangrijke bijdrage geleverd aan het Syndru-project, dat is gericht op de productie van synthetische drugs. Daarbij werken we nauw samen met onze ketenpartners (RIEC, Politie, OM, Belastingdienst, waterschappen, Rijkswaterstaat en Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)) en andere omgevingsdiensten in en buiten Gelderland.
Vuurwerk Rond de jaarwisseling hebben we de vuurwerkverkooppunten in onze regio gecontroleerd. Door het landelijke verkoopverbod ging de aandacht daarbij vooral uit naar de veilige opslag van vuurwerk in de opslagbunkers. Er is op één locatie een tekortkoming geconstateerd. Dit ging om een niet-werkende brandmeldinstallatie, die op verzoek van de toezichthouder onmiddellijk is vervangen.
Energiebesparing We hebben gerichte controles bij bedrijven en instellingen uitgevoerd op het gebied van energiebesparing. Dit programma komt tot stand met cofinanciering van de provincie (ongeveer 30%). Alle gemeenten doen aan dit project mee. In 2021 stonden er vanuit het project ‘EML cofinanciering’ 264 energiecontroles op de planning. en daarvan hebben we 259 uitgevoerd. We hebben daarmee 98% van de geplande controles verricht. De rest schuift door naar 2022. De controles worden op basis van de werkelijk bestede uren gefactureerd. We hebben gemiddeld minder tijd nodig gehad door een efficiëntere aanpak. Het budget is daardoor niet volledig besteed.
Nieuwe boa’s Begin 2021 zijn twee nieuwe milieu-boa’s beëdigd, die daarna hun werkzaamheden hebben opgepakt. Een derde milieu-boa heeft de opleiding in december 2021 afgerond.
Handhaving Milieu Het afgelopen jaar zien we opnieuw een toename in handhaving Milieu. Het aantal uitgevoerde voornemens, lasten onder dwangsom en lasten onder bestuursdwang is hoger dan in 2020. Ook zijn er weer diverse gedoogbesluiten afgegeven. Het aantal door
17
Een uniek project was dit jaar de start van de sloop van de Engie-centrale. Het unieke voor Nederland is de sloop met explosieven. Het vraagt om een goede samenwerking, meteen vanaf de voorfase: tussen de eigenaar, het bevoegd gezag (de provincie Gelderland), de gemeente Nijmegen (vanwege het grondgebied en de aanvoer van explosieven), de gemeente Beuningen, Inspectie SZW, de aannemer en de ODRN. Begin september vond de eerste blowdown plaats: een gecontroleerde ontploffing om de oude kolencentrale te slopen. Dit verliep volgens planning. De volgende explosie staat eind februari/begin maart 2022 gepland.
19
Vrijwel alle Brzo-bedrijven zijn in 2021 minstens eenmaal gecontroleerd door een Brzoinspectieteam. Vanwege capaciteitskwesties is geschoven met de planning voor een zo optimaal mogelijke inzet. We hebben 68 Brzo-inspecties uitgevoerd: 51 in de provincie Gelderland en 17 in de provincie Overijssel. Naar aanleiding daarvan zijn 11 herinspecties uitgevoerd (8 in Gelderland en 3 in Overijssel). Ook zijn 63 reguliere milieucontroles en 46 hercontroles uitgevoerd (43 resp. 39 in Gelderland en 20 resp. 3 in Overijssel). De provinciale bestuurlijke adviescommissie Milieu, Toezicht en Handhaving (BAC-MTH) heeft het uitvoeringsprogramma Brzo 2021 inclusief bijbehorende financiering vastgesteld. Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma maakt deel uit van de meerjarenagenda (MJA) Brzo 2020-2023. Met de MJA hebben de provincies aangegeven dat zij, samen met de zes Brzo-omgevingsdiensten, werken aan een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Brzo- en RIE4-bedrijven. Om ervoor te zorgen dat deze uitvoering door de zes Brzoomgevingsdiensten in heel Nederland op een zo uniform mogelijke wijze plaatsvindt, zijn er projecten om de taakuitvoering bij deze zes omgevingsdiensten te optimaliseren.
Bij de onderdelen van het MJA-programma waar wordt gewerkt aan optimalisatie in de uitvoering bij Brzo-omgevingsdiensten, voeren we voor de integrale uitvoering samen met Brzo-partners een Brzo+ programma uit. Op 6 april 2020 heeft het bestuurlijk omgevingsberaad (BOB) een meerjarenvoorstel 2021-2024 vastgesteld. In dit voorstel is onder Cluster 1 Brzo+ ondergebracht. De ambitie van het Brzo+ samenwerkingsverband is om de veilige operatie van risicovolle bedrijven en installaties op een hoger niveau te brengen, vanuit de invalshoeken veiligheid, gezondheid en milieu. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) financiert de bijdrage van de Brzo-omgevingsdiensten aan het Brzo+ programma. In oktober 2021 hebben de deelnemers, waaronder de ODRN, het convenant getekend. We verantwoorden de projecten in de programma’s MJA/Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) Brzo en Brzo+ via de BAC-MTH en het BBb. Binnen het programma Brzo-Oost hebben we de volgende activiteiten uitgevoerd: •
uitvoering programmatische aanpak Vergunningverlening: toepassing van systematiek en rapportage actualiteit
•
landelijke redactie standaardvoorschriften
•
onderzoek naar het landelijk omarmen van de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV)
•
project ‘Leren van incidenten’: analyse van twee incidenten in de regio Oost en opstellen van informatiebladen voor medewerkers Brzo+
•
voorbereiding op de Omgevingswet voor financiële zekerheid en bestuurlijke boete
•
onderzoek naar bedrijven met opslag van salpeterzuur in relatie tot de Brzo-plicht
•
ontwikkelen en opleiden in het kader van de nieuwe gemeenschappelijke inspectieruimte (Gir 2.0) en landelijke benadering risicobedrijven (LBR)
•
afstemming en overleg met Brzo-omgevingsdiensten en Brzo+ partners
•
landelijke bijdrage aan de actualisatie reeks Publicaties Gevaarlijke Stoffen Nieuwe Stijl
•
programmabeheer en verantwoording
•
communicatie in de regio Oost
22
•
project Verbetering Samenwerking Team Brzo-Oost
•
landelijke Brzo-educatie VTH-medewerkers
Welke trends en ontwikkelingen zien we? Landelijk krijgen komend jaar met name de volgende onderwerpen aandacht. Dit zijn in veel gevallen thema’s waar we ons het afgelopen jaar ook al mee bezighielden: • implementatie nieuwe inspectiemethodiek landelijke benadering risicobedrijven (LBR) •
implementatie en doorontwikkeling van de gemeenschappelijke inspectieruimte (GIr 2.0)
•
melden ongewone voorvallen en leren van incidenten
•
Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV)
•
invoering van de Omgevingswet
•
actieve publicatie handhavingsbesluiten
3.4. Bijzondere onderwerpen in 2021 In 2021 heeft een aantal zaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving bijzondere aandacht gehad, zijn in de pers geweest en/of hebben specifieke bestuurlijke aandacht gevraagd: 1. Test- en vaccinatielocaties in verband met COVID-19: De aanvragen moesten snel worden afgehandeld, om zo aan de urgente vraag van de GGD te voldoen. 2. Opvanglocatie voor Afghaanse asielzoekers Heumensoord: Voor het begeleiden van de noodopvang van 1000 vluchtelingen in het bos Heumensoord is een team samengesteld met onder anderen collega’s Toezicht en Vergunningen van Bouw en Milieu, medewerkers van de gemeenten Heumen en Nijmegen en het waterschap. Dankzij de goede samenwerking is de opvanglocatie in zeer korte tijd tot stand gekomen. Door op te letten op de noodzaak van de inzet, konden we de kosten ruim onder de raming houden. 3. Instorten tribune NEC: Na het instorten van een tribuneonderdeel van het NECstadion is een werkgroep gevormd waarin we vanuit de ODRN nauw hebben samengewerkt met NEC ende gemeente Nijmegen. We hebben alle feiten verzameld en onderzoek gedaan naar het instorten van de tribune. Aan het eind van het jaar hebben we een omgevingsvergunning afgegeven voor herstelmaatregelen. Deze maatregelen worden momenteel uitgevoerd. 4.
Meerdere vergunningen van rechtswege in de gemeente Beuningen: Deze vergunningen zijn met name door persoonlijke omstandigheden ontstaan. Er zijn diverse maatregelen genomen om dit in de toekomst te voorkomen. 5. Invoeren ‘binnenbochten’: Deze zijn bedoeld om de werkvoorraad in overeenstemming met de formatie te krijgen en dit speelt bij alle opdrachtgevers.
23
6. Invoeren VTH-score: In navolging van de gemeente Nijmegen is het toepassen van de VTH-score ook voor de gemeente Beuningen, Berg en Dal en Heumen ingevoerd. niet-risicovolle zaken worden alleen nog steekproefsgewijs gecontroleerd. 7. Begeleiding inspectie sloop (asbest) energiecentrale Engie: Hierover leest u eerder in deze paragraaf meer, onder het kopje ‘Toezicht BRIKS’. 8. Vervangende woonruimte bewoners en waarborgen brandveiligheid voor IrisZorg: Het afgelopen jaar eindigde de gedoogbeslissing voor het gebouw De Hulssen waar IrisZorg veel patiënten tijdelijk had gehuisvest. De zoektocht naar een andere geschikte locatie bleek lang niet gemakkelijk, omdat alternatieve locaties niet het vereiste niveau van brandveiligheid hadden. In goed overleg samen met de gemeente Nijmegen, stichting IrisZorg en de VRGZ zijn er locaties gevonden. Alle partijen zijn goed met elkaar in gesprek om ervoor te zorgen dat de vereiste maatregelen en acties op tijd worden getroffen. 9. Werkafspraken rondom complexe vergunningverlening voor de provincie Gelderland: De afgelopen jaren is gebleken dat het proces voor complexe vergunningverlening niet duidelijk verloopt. Daardoor lopen veel aanvragen langer dan wettelijk is voorgeschreven. We zijn gesprekken gestart met de provincie en Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) om dit proces te verbeteren. 10.
Extra aandacht voor bepaalde Brzo-bedrijven: De indruk bestaat dat bij een aantal bedrijven het veiligheidsbesef minder is. Het gaat dan met name om bedrijven die relatief nog maar kort onder het Brzo 2015 vallen. Dit blijkt ook uit het aantal overtredingen bij deze bedrijven. Zij krijgen extra aandacht, bijvoorbeeld extra inspecties. Ook wordt gekeken naar een aanvullende alternatieve aanpak.
24
3.5. Wat heeft het gekost? De volgende tabel brengt de kosten in euro’s voor onze opdrachtgevers in beeld:
Berg en
Omschrijving
Provincie
Overige
Gelderland
opdrachtgevers
Beuningen
Druten
Heumen
Nijmegen
Wijchen
918.985
520.106
161.633
318.771
3.504.919
290.500
3.148.451
664.037
527.727
218.367
276.335
2.761.366
411.117
1.122.795
334.634
260.576
127.991
106.796
816.133
155.823
539.869
Dal
Vergunning behandelen
658.474
Uitvoeren toezicht en handhaving
Projecten en overig Subtotaal
267.434
215.056
49.756
171.457
1.129.840
114.582
2.239.888
2.185.089
1.523.465
557.747
873.360
8.212.258
972.022
7.051.003
-
-
-
-
-
-
-
137.615
58.540
15.892
66.550
349.809
40.744
140.019
2.047.474
1.464.925
541.855
806.810
7.862.449
931.278
6.910.985
Mutatie onderhanden werk Totaal
9.521.838
264.419
Adviseren en afhandelen
Totaal
6.246.163
175.048
2.516.872
890.583
5.078.595
1.988.523
23.363.468
59.152 2.047.675
-750.018 22.613.4502
De meeste omzet realiseren we met behandelen van vergunningen 41% (2020: 40%) en toezicht en handhaving 27% (2020: 29%). De gemeente Nijmegen 35% (2020: 34%) en de provincie Gelderland 31% (2020: 30%) zijn onze grootste opdrachtgevers. De overige deelnemers zijn samen goed voor een aandeel van 25% (2020: 28%) en overige opdrachtgevers dragen voor 9% (2020 9%) aan onze omzet bij.
Deelnemers Voor de inzet voor onze deelnemers hebben we in de werkplannen 2021 afspraken gemaakt. Voor een globale analyse tussen de werkplannen en gerealiseerde omzet verwijzen we naar de toelichting bij de resultatenrekening. In onze klantrapportages geven we meer gedetailleerde analyses per deelnemer.
Als aanvulling op het overzicht van de kosten voor onze opdrachtgevers (onze baten), laat onderstaande tabel de aansluiting op de totale baten van de jaarrekening zien: 2
Gefactureerde omzet in 2021 Af vooruitbetalingen voor 2022 Bijdrage Ontwikkelprogramma 2021 Omzet 2021
22.613.450 -83.272 1.014.843 23.545.022
Afrekening 2020
1.513
Vrijval harmonisatietoelage
52.505
Inzet bestemmingsreserve
36.407
Totale baten 2021
25
23.635.447
Overige opdrachtgevers De specificatie van de omzet in euro’s voor 2021 van onze overige opdrachtgevers is als volgt: Provincie Overijssel
846.769
Stelsel omgevingsdiensten
883.433
DCMR, ODNL en provincie Zuid-Holland
274.360
Overig
43.113 2.047.675
De ODRN voert ook voor de provincie Overijssel de Brzo-taken uit. Elk jaar spreken we op basis van een dienstverleningsovereenkomst een jaarprogramma af. Bij de bovenregionale taken gaat het om opbrengsten uit het stelsel van omgevingsdiensten voor uitgevoerde werkzaamheden voor complexe vergunningverlening. In het kader van de subsidieprogramma’s Meerjarenagenda (MJA) en Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) ontvangen we bijdragen van de provincie Zuid-Holland en DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR).
26
3.6. Onze belangrijkste producten in aantallen
in aantallen
Planning 2021 I
Uitgevoerd in 2021 Uitgevoerd in 2020 II
I/II
Vergunningverlening milieu Vooroverleg Milieu (V5) nacalculatie
4.870 u.
5.447 u. 112%
5.144 u.
Melding Besluit mobiel breken (V12) vaste prijs
22 st.
10 st.
45%
15 st.
Melding Activiteitenbesluit (V13) vaste prijs
331 st.
294 st.
89%
313 st.
Melding Besluit bodemkwaliteit (V14) vaste prijs
249 st.
297 st. 119%
247 st.
Melding Besluit bodemkwaliteit (V14) nacalculatie
18 u.
Milieuvergunning (V52, V53 en V55) nacalculatie
13.503 u.
Milieuneutrale verandering (V54) vaste prijs
10 u.
56%
9 u.
14.860 u. 110%
13.706 u.
94 st.
75 st.
80%
74 st.
Aantal Brzo-controles (T60) vaste prijs
50 st.
68 st. 136%
62 st.
Aantal Brzo-hercontroles (T61) vaste prijs
24 st.
11 st.
46%
14 st.
1.658 st.
Brzo
Vergunningverlening BRIKS Bouwaanvragen (verleend) (V30) vaste prijs
1.315 st.
1.823 st. 139%
Bouwaanvragen (verleend) (V30) nacalculatie
1.367 u.
1.074 u.
79%
741 u.
Sloopmeldingen (asbest) (V10) vaste prijs
2.289 st.
2.287 st. 100%
2.225 st.
Gebruiksmeldingen (V11) vaste prijs
274 st.
205 st.
75%
247 st.
Leegstandswetaanvragen (V87) vaste prijs
37 st.
63 st. 170%
18 st.
Aanvragen Huisvestingswet (V88) vaste prijs
75 st.
28 st.
37%
47 st.
Kapaanvragen (V35) vaste prijs
210 st.
187 st.
89%
182 st.
Reclame-aanvragen (V39) vaste prijs
102 st.
108 st. 106%
88 st.
Gebruiksvergunningen (V49) vaste prijs
46 st.
39 st.
37 st.
27
85%
in aantallen
Planning 2021
Uitgevoerd in 2021 Uitgevoerd in 2020
Toezicht Milieu Controles (T30) vaste prijs
996 st.
684 st.
69%
923 st.
Hercontroles (T32) vaste prijs
493 st.
656 st. 133%
692 st.
Voornemens last onder dwangsom (T80) vaste prijs
196 st.
217 st. 111%
167 st.
Last onder dwangsom / bestuursdwang (T81/T82) vaste prijs
69 st.
68 st.
99%
57 st.
Aantal klachten Milieu in S@men (T10C/T10D) vaste prijs
761 st.
1.510 st. 198%
1.039 st.
Aantal klachten Milieu in S@men (T10C/T10D) nacalculatie
842 u.
776 u.
92%
669 u.
Geïnspecteerde bouwdossiers (T34) vaste prijs
827 st.
573 st.
69%
1.307 st.
Geïnspecteerde bouwdossiers (T34) nacalculatie
809 u.
549 u.
68%
842 u.
Toezicht bestaande bouw (T35) vaste prijs
36 st.
37 st. 103%
40 st.
Toezicht bestaande bouw (T35) nacalculatie
2.484 u.
2.723 u. 110%
2.243 u.
Toezicht sloopmelding (T36) vaste prijs
435 st.
553 st. 127%
668 st.
Toezicht sloopmelding (T36) nacalculatie
611 u.
924 u. 151%
281 u.
Toezicht monumenten (T37 en T38) vaste prijs
122 st.
112 st.
92%
134 st.
Toezicht monumenten (T37 en T38) nacalcuatie
147 u.
408 u. 278%
93 u.
Toezicht brandveilig gebruik (T39) vaste prijs
16 st.
20 st. 125%
26 st.
Toezicht brandveilig gebruik (T39) nacalcuatie
0 u.
79 u.
70 u.
Toezicht reclame (T44) vaste prijs
94 st.
31 st.
33%
62 st.
Toezicht reclame (T44) nacalcuatie
51 u.
124 u. 244%
133 u.
Toezicht BRIKS
Voornemens last onder dwangsom (T80) nacalculatie
1.378 u.
1.074 u.
78%
1.555 u.
Last onder dwangsom / bestuursdwang (T81/T82) nacalculatie
1.829 u.
1.351 u.
74%
1.979 u.
Aantal klachten bouw in S@men (T10A/T10B) vaste prijs
431 st.
695 st. 161%
454 st.
28
4.1. De mens in de organisatie Het Nieuwe Werken Door de coronamaatregelen en het verplichte thuiswerken is er een nieuwe werkelijkheid ontstaan, met een sterke invloed op hoe, waar en wanneer er gewerkt wordt. We voelen ons niet meer gebonden aan één kantooromgeving, maar zien nu meer en andere mogelijkheden. We kunnen afwisselend thuiswerken, naar kantoor komen om samen te werken en elkaar te ontmoeten of naar de opdrachtgever om daar ter plekke de opdracht uit te voeren. Zoals in vele organisaties hebben ook wij het afgelopen jaar veel aandacht besteed aan plaats- en tijdsonafhankelijk werken en het aanpassen van de nieuwe werkomgeving. Dit met als doel om werken effectiever, efficiënter en ook plezieriger te maken voor zowel de organisatie als de medewerker. Om de toekomstige manier van werken optimaal te ondersteunen, hebben we de kantooromgeving aangepast. We hebben een visie ontwikkeld op het Nieuwe Werken en samen met de Ondernemingsraad hebben we principes en kaders geformuleerd waarbinnen we het plaats- en tijdonafhankelijk werken verder vorm gaan geven. Resultaatgericht (samen)werken in vertrouwen en verantwoordelijkheid staan daarbij centraal. We hebben hiervoor bijeenkomsten georganiseerd voor de medewerkers en in 2022 zal er een evaluatie plaatsvinden.
Personele functie verbeteren Een van de sporen van de ontwikkelagenda is het verbeteren van onze personele functie. We hebben opnieuw veel aandacht besteed aan ons inhuurproces, met als resultaat: een up-to-date contractenregister en inhuurdossiers die op orde zijn en goed worden bijgehouden. We hebben ons inhuurproces tot in detail beschreven en waar nodig verbeterd.
Eedaflegging en integriteit Ook in 2021 heeft weer een aantal nieuwe medewerkers de eed of belofte afgelegd. Tijdens deze bijeenkomsten hebben we ook met elkaar gesproken over wat integriteit nu eigenlijk is en waarom dat belangrijk is. Daarbij maakten we gebruik van casuïstiek. Vanwege de coronamaatregelen vond de bijeenkomst digitaal plaats via Zoom. We hebben ons integriteitsprotocol verder aangescherpt. Verder hebben we bij iedere nieuwe medewerker een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) gevraagd en moeten onze inhuurmedewerkers een integriteits-en geheimhoudingsverklaring ondertekenen.
Ziekteverzuim en vitaliteit Ziekteverzuim heeft onze continue aandacht. We blijven sturen op een zo laag mogelijk verzuim. Zeker nu uit de cijfers weer een lichte stijging zichtbaar is. In de berekening van onze uurtarieven 2021 hebben we rekening gehouden met een norm van 5% voor ziekteverzuim. Het werkelijke verzuim in 2021 was 6,1%.
30
Daarmee gaan we boven de norm en laten we een stijging zien ten opzichte van 2020, toen het ziekteverzuim gemiddeld 4,5% was. Uitgesplitst naar verzuimduur ziet het ziekteverzuim er over 2021 in vergelijking met 2020 als volgt uit:
Verzuimduur
2021
2020
Kort [t/m 7 dagen]
0,4%
0,6%
Middel [8 t/m 42 dagen]
1,8%
1,3%
Lang [43 t/m 365 dagen]
3,3%
1,9%
Extra lang [366 t/m730 dagen]
0,3%
0,8%
Verzuim > 2 jaar
0,3%
0,0%
Totaal
6,1%
4,5%
In 2021 is er een verzuimanalyse gemaakt. Daaruit kunnen we het volgende concluderen: •
De meldingsfrequentie is laag: er bestaat geen verzuimcultuur binnen de ODRN.
•
Er is nauwelijks regelmatig kort verzuim. Kort verzuim wordt gezien als een voorbode voor langverzuim en is vaak gerelateerd aan stress op werk. Dat speelt gelukkig niet bij ons.
•
Het verzuim is vaak middellang. Dit kan duiden op een hoge ervaren drempel bij de terugkeer naar werk. Het is belangrijk om hieraan aandacht te geven.
Onze algemene aanpak blijft om regelmatig contact te houden met de zieke medewerker en zo veel mogelijk ondersteuning te bieden. Dat kan bijvoorbeeld door inzet van interventionisten, zoals de bedrijfsarts, psychologische ondersteuning of bedrijfsmaatschappelijk werk. Ook kunnen we ondersteuning bieden door de mogelijkheden van ander, passend werk te onderzoeken. We hebben in 2021 een start gemaakt om ook preventief aandacht te besteden aan de gezondheid van onze medewerkers. We streven naar duurzame inzetbaarheid van alle collega’s: gezonde, energieke en gemotiveerde medewerkers die met plezier hun werk (blijven) doen.
Medewerkersonderzoek In 2021 is er wederom een Medewerkersonderzoek uitgevoerd. De respons was 69,1%. Uit het onderzoek blijkt dat de medewerkers overall goed scoren en het naar hun zin hebben. Er is ook een goede samenwerking tussen de collega's binnen de teams. Inhoud van het werk, samenwerking, rolduidelijkheid, bevlogenheid en sociale veiligheid zijn de thema's die hoog scoren. Meer aandacht is nodig voor de samenwerking tussen de afdelingen en de werkprocessen. Elke afdeling is met de resultaten aan de slag gegaan en heeft een top 3 – 5 opgesteld waarop een actie nodig is. Dit wordt ter borging ook opgenomen in het afdelingsplan. Daarnaast wordt overkoepelend een organisatie-breed plan opgesteld.
31
Medezeggenschap Iedere zes weken is er een medezeggenschapsoverleg en ook buiten deze overleggen om is er regelmatig afstemming om de medezeggenschap goed vorm te geven en verder te ontwikkelen. In 2021 heeft onze Ondernemersraad (OR) tussentijds verkiezingen gehouden en 2 nieuwe leden mogen verwelkomen. Voor de OR-leden was dit jaar pittig, omdat er volop complexe medezeggenschapthema’s binnen de ODRN actueel zijn. Samen met onze directeur heeft de OR veel aandacht besteed aan de onderlinge samenwerking en de thema’s en er zijn mooie resultaten geboekt. Een van de voorbeelden hiervan is het samen werken aan een gemeenschappelijke identiteit, die tot uitdrukking komt in een visie, een missie en een bedrijfsconcept. Dit maakt het mogelijk om voorstellen te kunnen toetsen aan dat gezamenlijke doel. Dit is een knappe prestatie van beide partijen. In de loop van 2022 blikt de OR met een eigen jaarverslag terug op het afgelopen jaar.
Gesprekkencyclus De HRM-expertgroep van het Gelders Stelsel heeft onderzoek gedaan naar de wensen omtrent de actualisering van de HR-gesprekkencyclus. De huidige gesprekkencyclus past niet goed meer in deze tijd van nieuwe ontwikkelingen. We hebben een start gemaakt met het aanpassen van de gesprekkencyclus. Dit gaat om aanpassingen aan de actuele ontwikkelingen, passend in tijden van meer plaats- en tijdonafhankelijk werken, werken vanuit vertrouwen en eigen initiatief van de medewerker. Het doel: een professionelere dienstverlening en een duurzamere inzetbaarheid van de medewerkers.
4.2. Communicatie Net als in 2020, had in 2021 corona weer veel invloed op de communicatie met elkaar. We hebben inmiddels meer routine ontwikkeld in het werken via schermen en op afstand. We hebben verschillende grotere bijeenkomsten digitaal georganiseerd. Ook hielden we elke maand een digitale StaVaZa voor alle medewerkers waarbij we veel onderwerpen bespraken: van de Ontwikkelagenda en Omgevingswet tot de mediahectiek van het laatste halfjaar. In 2021 werd duidelijk dat we te weinig formatie voor communicatie hebben. Dat komt met name naar voren als onverwacht veel vragen van buiten komen en ook wanneer veel te doen is rond complexe gemeentelijke bedrijven. Dit tekort is terug te zien in de extra besteding op inhuur.
ODRN in de media In 2021 is de ODRN zowel regionaal als landelijk negatief in het nieuws geweest. Het ging om berichtgeving rondom een maatwerkbesluit over benzeen, de Nijmeegse asfaltcentrale, het instorten van een tribune bij het NEC-stadion en het vertrek van een bestuurder. Al vanaf het begin van het jaar nam het aantal vragen vanuit de pers sterk toe, met name over handhaving en vergunningverlening in het algemeen. Daarna heeft de deelname vanuit de ODRN aan een landelijke adviesgroep van het ministerie veel vragen opgeroepen en kwamen de handhaving bij de asfaltcentrale en de inspecties van
32
tribunes in het NEC-stadion in het nieuws. In veel gevallen is in de media een beeld geschetst waarin wij ons als ODRN niet herkenden. Er was weinig ruimte voor wederhoor om het beeld recht te zetten. We hebben gewerkt aan een strategie om de berichtgeving in het juiste perspectief te zetten. In 2022 is dat de opdracht en voegen we ook extra capaciteit toe voor de uitvoering.
Website en social media Begin 2021 ging onze compleet vernieuwde website live. We hebben hard gewerkt om informatie zo overzichtelijk mogelijk weer te geven. Ook is de digitale toegankelijkheid van de site sterk verbeterd. Op de nieuwe site hebben we een aantal bedrijvendossiers geplaatst om beter tegemoet te komen aan de vraag om transparantie van milieuinformatie. Deze dossiers zullen de komende jaren verder groeien. Op social media is weinig inzet geweest. Dit komt met name door de hoge werkdruk op alle afdelingen. Inhoudelijke inbreng van collega’s is een vereiste om kwalitatieve socialmediaberichten te kunnen plaatsen.
Arbeidsmarktcommunicatie We hebben in samenwerking met de zes andere Gelderse omgevingsdiensten een project opgestart voor de arbeidsmarktcommunicatie. Het doel is de omgevingsdiensten beter naar voren te brengen als interessante werkgever, meer jongeren aan te spreken om de juiste opleidingen te volgen en voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken. In 2022 wordt de uitvoering opgepakt. We gaan bijvoorbeeld gezamenlijk video’s produceren die naast de gepubliceerde vacatures de aandacht moeten vestigen op de omgevingsdiensten op kanalen als LinkedIn.
Project Brieven Ons doel bij project Brieven is om alle standaardbrieven te herschrijven in heldere en klare taal, zodat de lezer begrijpt wat er staat. Zonder dat dat onduidelijkheden of misverstanden oplevert. Een ander doel van het project is om het beheer van de brieven te verbeteren. In 2021 hebben we hier verder aan gewerkt. Door brieven slim te combineren en de sjablonen anders in te richten zijn we van 450 sjablonen naar 150 sjablonen gegaan. De nieuwe brieven hebben een andere toon en een neutrale aanhef. Om te laten zien dat we serieus werk maken van heldere taal, heeft de ODRN zich in 2021 aangesloten bij de landelijke Direct Duidelijk campagne. Op 16 december 2021 ondertekende de directeur de Direct Duidelijk Deal. Met hulp van Direct Duidelijk hebben we een groep collega’s een taaltraining kunnen geven. Want eenvoudig schrijven is niet makkelijk. Daarnaast hebben we binnen elke afdeling een brievenbuddy aangesteld, die betrokken is bij het herschrijven van de brieven. De buddy ondersteunt collega’s bij het schrijven van de brieven.
Woordvoering/pers Het aantal persvragen vanuit landelijke en regionale media blijft onverminderd toenemen. Sommige vragen zijn niet specifiek voor de ODRN, maar worden in zijn algemeenheid gesteld aan de Gelderse of alle Nederlandse omgevingsdiensten. In zo’n geval pakt het
33
Gelders Stelsel van omgevingsdiensten de vraag op. Desondanks moeten we steeds een groot beroep doen op interne afdelingen om de vragen te beantwoorden. Ook Wobverzoeken gaan vaak gepaard met persaandacht. Er is in de zomer veel aandacht geweest voor de rapporten van de Commissie Van Aartsen en de Rekenkamer. Dit heeft ook geleid tot een groot informatieverzoek vanuit de landelijke media. Alle media vestigden de aandacht op de rol van de omgevingsdiensten, de uitvoering van handhaving en vergunningverlening, gedoogbesluiten en thema’s als geitenhouderijen en luchtkwaliteit. Dat laatste is aangezwengeld door de problematiek bij Tata Steel.
Aandachts- en complexe bedrijven De communicatietaak rondom provinciale aandachtsbedrijven is in 2020 overgedragen naar de ODRA vanwege de programmatische aanpak. De communicatie over Brzo- en complexe gemeentelijke bedrijven staat wel bij ons. Samen met de ODRA en de provincie hebben we in 2021 wel weer de gespreksdriehoek leven ingeblazen. Het blijkt van belang om een gezamenlijke lijn af te stemmen.
Brzo Communicatie In het Brzo-domein leverde de ODRN ook in 2021 een dubbele communicatiebijdrage: enerzijds voor de doorontwikkeling van Team Brzo-Oost, anderzijds voor de uitrol van de strategische communicatieagenda voor de zes landelijke Brzo-omgevingsdiensten. Zo hebben we hard gewerkt aan de opzet van een app die snelle real-time communicatie mogelijk maakt als het gaat om ‘wie doet wat, bij welk bedrijf en wat zijn daar de bijzonderheden’. Dit is een van de initiatieven die vallen binnen de doelstellingen van het nieuw ingerichte Programmamanagement Brzo-Oost. Voor de communicatie van de zes landelijke Brzo-omgevingsdiensten kregen twee omgevingsdiensten extra uren, namelijk DCMR en de ODRN. Dit wordt gefaciliteerd door de overige omgevingsdiensten. In 2021 hebben we gewerkt aan een landelijke communicatiestrategie, met een focus op de Brzo Nieuwsapp en de corporate film Brzo. Ook publiceerden we drie edities van het online Magazine Zorb en zetten we zeven ecards in om voortgangsinformatie of opgeleverde producten uit de landelijke projecten te delen met alle Brzo-professionals.
Ook ontwikkelden we een speciale database PGS15 in de vorm van een app, was er veel ondersteuning op het terrein aandachtsgebieden, een gezamenlijk statement als respons op het rapport van de Algemene Rekenkamer ‘Handhaven in het duister’, en zorgden we voor vertegenwoordiging en inzet van de Brzoomgevingsdiensten in het communicatieoverleg voor Brzo+.
4.3. Kwaliteitsborging en -criteria We willen als ODRN kwaliteit bieden en een zo goed mogelijk product afleveren. Hiervoor is vakmanschap nodig. De zogenoemde criteria voor kritieke massa adresseren dit
34
vakmanschap in termen van voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan. Dit is gekoppeld aan de specifieke uitvoeringstaken van de functie van de medewerker. Sinds juli 2019 werken we voor de criteria voor kritieke massa met de kwaliteitscriteria 2.2. In 2020 schaften we hiervoor een nieuwe monitoringstool aan. Met deze tool hebben we zicht op de robuustheid van de ODRN en weten we welke medewerkers zich nog moeten doorontwikkelen om te voldoen aan de eisen. In 2021 hebben we dit verder uitgerold binnen de organisatie. Per afdeling hebben we doorgenomen waar nog de ontwikkelpunten zitten, met als doel dat we per medewerker voor een ontwikkelplan kunnen zorgen. Ook kijken we naar een aanbod van incompanycursussen. Door de update van de kwaliteitscriteria van 2.1 naar 2.2 is er een aantal deskundigheidsgebieden waarbij we verbeteracties gepland hebben. We verwachten in 2022 te kunnen aantonen dat we op alle relevante gebieden volledig voldoen aan de criteria. In 2022 voert het Gelders Stelsel een audit uit die is gericht op de kwaliteitscriteria 2.2.
4.4. Klanttevredenheid De scores van onze klanttevredenheidsonderzoeken zijn hoog. De afgesproken norm binnen het Gelders Stelsel is 80%. Deze norm hebben we in 2021 ruim gehaald, met een gemiddelde klanttevredenheid van 87%. Dit is gelijk aan 2020. Bij deze uitkomst is een aantal belangrijke kanttekeningen te plaatsen: •
We hebben alleen klanten bevraagd met verleende vergunningen. We doen geen uitvraag bij klanten van geweigerde, ingetrokken of buiten behandeling gelaten aanvragen.3
•
We vragen uit voor onze gemeentelijke partners en de provincie Gelderland. Daarom zijn taken die we uitvoeren op het gebied van Brzo niet meegenomen, en taken voor de andere omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel evenmin.
•
De respons op het klanttevredenheidsonderzoek lag in 2021 op 29% (2020: 23%). We hebben in 2021 minder klanttevredenheidsonderzoeken (1807) uitgezet dan in 2020 (2532), maar de respons was nagenoeg gelijk (576 in 2020 tegenover 527 in 2021).
In de volgende tabel geven we de klanttevredenheid 2021 per activiteit weer:
3. De andere Gelderse omgevingsdiensten vragen wel uit op 100% van de binnengekomen vergunningaanvragen.
35
4.6. Processen en informatievoorziening In 2021 hebben we op ICT-gebied verder gewerkt aan een efficiënte inzet van middelen en een goede bestuurbaarheid van de organisatie. Een procesgerichte inrichting van de werkzaamheden staat daarbij nog steeds centraal. Bij Informatievoorziening gaan we over het reguliere beheer van de workflows en hebben we doorontwikkeld op de volgende punten: •
In het kader van de Omgevingswet zijn wij bezig om alle herijkte werkprocessen uit het bedrijfsprocessenmodel te implementeren door ze in ons huidige zaaksysteem (WRS) in te bouwen. Zie bijlage 7.2 voor een overzicht van de processen en informatievoorziening.
•
De herijkte werkprocessen worden voorzien van zo geheten standaard ‘Klare taal brieven’, zodat de teksten eenvoudiger te lezen en te begrijpen zijn.
•
We voeren continu noodzakelijke verbeteringen door aan ons zaaksysteem.
De organisatie Binnen de afdeling Interne dienstverlening is het onderdeel informatievoorziening (IV) versterkt met een data-analist. Daardoor kunnen we de informatievoorziening verder verbeteren en uitbouwen. Dit is onder andere noodzakelijk vanwege onze Ontwikkelagenda, waarbij een betere grip op informatievoorziening een van de projecten is.
De systemen We hebben wederom veel doorontwikkeld op de systemen. Dit heeft enerzijds te maken met de invoering van de Omgevingswet en anderzijds met de verbetering van de bedrijfsvoering. We hebben de kwaliteitscontroles op de data van de bedrijfsvoering geïmplementeerd, waardoor de kwaliteit ervan nog beter geborgd is. Verder hebben we ons organisatiedashboard en de afdelingsdashboards opgeleverd voor het ontsluiten van data en het verkrijgen van inzicht hierin. We constateerden dat er een professionaliseringsslag gemaakt moest worden in de gebruikte tooling voor het maken van de dashboards. Daarom zijn we ermee gestart om de dashboards te maken in het programma Power BI van Microsoft. Met dit programma zijn de dashboards beter te beheren en eenvoudiger te begrijpen. Inmiddels hebben we de dasboards omgezet en opgeleverd voor productiviteit, improductiviteit en ziekteverzuim. We zijn begonnen met het project ‘Vervanging WRS’. Dit hebben we gedaan naar aanleiding van een rapport van adviesbureau Quarant, waarin de houdbaarheid van ons zaaksysteem WRS in beeld is gebracht. Inmiddels hebben we overzicht in de impact van de vervanging op de bedrijfsvoering en weten we welke functionaliteiten nodig zijn om de bedrijfsvoering adequaat te kunnen continueren. We verwachten dat we in het derde
37
kwartaal van 2023 het nieuwe zaaksysteem volledig hebben geïmplementeerd en in gebruik hebben genomen. In de tussentijd blijven we ons zaaksysteem WRS terughoudend doorontwikkelen. Als er wettelijke noodzaak is of er onvermijdelijke ICT-vervanging nodig is, zullen we dit oppakken. Het beheer van WRS wordt gedaan door functioneel applicatiebeheerders, die geleverd worden door iRvN, de regionale samenwerkingspartner op ICT-gebied voor de gemeenten in de regio Nijmegen. Hiermee kunnen we professionele ondersteuning garanderen en was er afgelopen jaar sprake van een zeer gering nietbeschikbaarheidspercentage. Wel waren er nog steeds performanceproblemen met iRvN. Die gaan we samen nog oplossen. Tot slot waren er in 2021 twee grote beveiligingsissues, waarmee duizenden organisaties in Nederland te maken kregen: Citrix en Apache-Log4. Ook bij de ODRN hebben deze beveiligingsproblemen invloed gehad.
I-GO In 2021 hebben de Gelderse omgevingsdiensten besloten om een deel van de activiteiten van de Informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten (I-GO) te beëindigen. Alle Gelderse omgevingsdiensten nemen nu alleen de basisfunctionaliteiten af, namelijk: •
Geoviewer en kaartlagen
•
Gegevenskwaliteit
•
Gegevensbeheer/kernregistratie
•
Data-analyse
De komende jaren zal I-GO zich richten op het datagestuurd werken. Binnen I-GO werken we ook samen met de Overijsselse omgevingsdiensten. Zij wilden wel graag verder met de overige onderdelen en hebben dit tot I-GO+ gedoopt. Als ODRN zien we ook toekomst in deze onderdelen. Tevens zien wij voordelen, omdat we verantwoordelijk zijn voor de Brzo-bedrijven binnen de provincie Overijssel. Daarom hebben we ons ook aangesloten bij I-GO+. Het gaat om: •
Geo-bevindingen door BAG- en HR-toetsen
•
Documentvoorziening
De kwaliteit van de gegevens in de kernregistratie ligt rond de 90%. Het continu verbeteren van de gegevenskwaliteit en -actualiteit blijft een aandachtpunt, zeker omdat de Omgevingswet vraagt om een betrouwbare gegevenshuishouding. Binnen I-GO is er in 2021 nog geen vernieuwd programmaplan opgesteld. Wel hebben we een begin gemaakt met een programma voor datagestuurd werken. In 2022 gaan we met I-GO verder inhoudelijk invulling en uitvoering geven aan dit programma.
4.7. Productiviteit Met ‘productiviteit’ bedoelen we het aandeel directe uren van onze collega’s, met uitzondering van de leiding en staf. Bij het bepalen van onze uurtarieven rekenen we met een productiviteitsnorm van 72% (1.350 productieve uren per jaar op fulltime basis). In
38
2020 realiseerden we een productiviteit van 72% (2020: 74%).4 Daarmee zitten we, ondanks het hoge ziekteverzuim, op de norm.
4.8. Ontwikkelagenda In 2020 zijn we gestart met een doorontwikkeling van de organisatie. Dit hebben we gedaan naar aanleiding van een analyse door adviesbureau Seinstra & Partners. In deze analyse is een aantal onderwerpen benoemd waarop de ODRN zich verder zou moeten professionaliseren. Dit ging niet alleen om onze eigen organisatie, maar ook om het samenspel van alle deelnemers in hun rol als zowel eigenaar als opdrachtgever. Uit de analyse kwamen drie sporen naar voren die hebben geleid tot de start van de Ontwikkelagenda: Gezamenlijkheid, Zakelijkheid en Nieuwe ontwikkelingen. We zullen deze drie sporen kort toelichten.
Het spoor gezamenlijkheid Via dit spoor investeren we in onze gemeenschappelijke grondslag en het bereiken van effectiviteit en efficiency in de organisatie en de samenwerkingsafspraken. Ook richten we ons hierbij op het stimuleren van intern eigenaarschap en rolvolwassenheid. Het opdrachtgeversoverleg is ‘partneroverleg’ gaan heten en gaat ambtelijk over eigenaarsonderwerpen adviseren. Dit hebben we besloten naar aanleiding van een heisessie met de partners. Voor dienstverleningsovereenkomsten hebben we de hoofdteksten vastgesteld; deze zijn nu uniform. We hebben een begin gemaakt met de bijbehorende specificatie. Als basis nemen we hierbij het vereenvoudigen van een aantal werkprocessen. We hebben het werkproces ‘invordering’ inmiddels afgerond en hebben ‘bezwaar’ opgepakt. We investeren in gezamenlijk beleid. Beleid is van de opdrachtgevers, maar wij hebben als opdrachtnemer en uitvoerder belang bij een uniform beleid. Hiermee wordt een gelijk speelveld gecreëerd in de regio voor burgers en bedrijven. Tegelijkertijd kunnen wij als uitvoerder dan efficiënter te werk gaan. We leggen de laatste hand aan het opstellen van een gezamenlijk regionaal VTH-beleid.