CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

B3 d.d. 31 oktober 2024 van ODRN over Bestuursrapportage tot en met juli 2024 ODRN

Besluitronde (raadsvergadering) 29 januari 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brieven ter kennisgeving aan te nemen10.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Mariënburg 75 6511 PS Nijmegen Telefoon (024) 751 7700 E-mail info@odrn.nl

Colleges van B&W Gemeente Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Druten, Nijmegen en Wijchen

Postbus 1603 6501 BP Nijmegen

Gedeputeerde Staten Provincie Gelderland

Datum

Ons kenmerk

Contactpersoon

31-10-2024

E24.003892

Jochem Jacobs

Onderwerp

Datum uw brief

Direct telefoonnummer

Bestuursrapportage tot en met juli 2024 ODRN

024-7517700

Aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten en het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland,

Bij deze bieden wij u de bestuursrapportage tot en met juli 2024 aan. Deze rapportage geeft een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden en de daarbij behorende financiële situatie van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Hieronder gaan we in op enkele punten uit de rapportage. Ontwikkelingen en bereikte resultaten Ten opzichte van de vorige bestuursrapportage zijn wij bezig geweest met de ontvlechting van de BRIKS taken met de gemeente Nijmegen. Samen met de gemeente Nijmegen is een sociaal plan opgesteld en deze is inmiddels ook vastgesteld. Daarnaast is er een akkoord bereikt over de frictiekosten van de overhead die ontstaat in de jaren 2025 tot en met 2027. Financiële situatie Verder hebben we u in mei bericht over het voor dit jaar negatief geprognosticeerd resultaat. Naar aanleiding van de vorige rapportage hebben we een taskforce opgericht om te onderzoeken hoe we dit kunnen ombuigen. Helaas is er, ondanks onze inspanningen, nog geen verbetering zichtbaar. Wel is inmiddels duidelijk geworden dat de krapte op de arbeidsmarkt bijdraagt aan het achterblijven van onze productie. Het resultaat lijkt nu af te stevenen op een tekort over 2024 van € 1,5 miljoen (met een bandbreedte van plus of min € 0,3 miljoen). Met een negatief eigen vermogen hebben wij geen weerstandsvermogen meer en kunnen wij de vastgestelde risico’s niet afdekken.

Op dit moment becijferen wij deze risico's op € 0,8 miljoen.

Vervolgvel

1

Inhuur en ziekteverzuim De kosten voor inhuur blijven onverminderd hoog met een percentage van meer dan 30%. Een trend die zich tot en met juli 2024 heeft voortgezet en welke voornamelijk zit bij de bouw (BRIKS) afdelingen. Het ziekteverzuim verbeterd iets maar is nog steeds aanzienlijk, wat resulteert in een lagere productiviteit.

Het Algemeen Bestuur heeft verzocht de bestuursrapportage vergezeld met deze brief aan u te zenden zodat u deze kunt gebruiken voor het informeren van uw raden en Staten. Er zal nog een aanvulling op deze brief volgen waarin we een nadere toelichting geven op de financiële situatie van de ODRN. We vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Het Algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen.

H. Zoet

S. Kuils

Voorzitter

Secretaris

Bijlage: Bestuursrapportage ODRN tot en met juli 2024

Titelblad

1

Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................... 3 1.

Interne en externe ontwikkelingen .................................................................................. 5

1.1 Reorganisatie ...................................................................................................................................................6 1.2 Ontvlechting BRIKS-taken ................................................................................................................................6 1.3 De ODRN als robuuste omgevingsdienst ........................................................................................................7 1.4 OvV-rapport: conclusie en uitwerking aanbevelingen...................................................................................8 1.5 Visitatie Omgevingsdienst Regio Nijmegen ....................................................................................................8 1.6 Voorbereiding traineeship 2024-2025 ...........................................................................................................9 1.7 Toekomst Gelders Stelsel en samenwerking met de ODRA ..........................................................................9 1.8 Rapport Berenschot over effectgericht werken ............................................................................................9

2.

Bouwen en Milieu ........................................................................................................... 11

2.1 Stand van zaken realisatie werkplannen ......................................................................................................12 2.2 Vergunningen BRIKS en Milieu ......................................................................................................................14 2.3 Toezicht en handhaving BRIKS en Milieu .....................................................................................................15 2.4 Juridisch advies ..............................................................................................................................................16 2.5 Milieuadvies ...................................................................................................................................................17 2.6 Seveso.............................................................................................................................................................18 2.7 Projecten ........................................................................................................................................................20

3.

Bedrijfsvoering ................................................................................................................ 22

3.1 Personeel........................................................................................................................................................23 3.2 Informatievoorziening ...................................................................................................................................26 3.3 Communicatie ................................................................................................................................................27 3.4 Innovatie ........................................................................................................................................................28

4.

Financiën.......................................................................................................................... 29

4.1 Begroting, prognose en resultaatverwachting 2024 ...................................................................................30 4.2 Verklaring van afwijkingen tussen begroting en prognose .........................................................................33

2

Inleiding

3

Met deze rapportage informeren we u over de realisatie en de geleverde prestaties van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen over de eerste helft van 2024. We staan stil bij de reguliere productie en alles wat daarbij komt kijken en belichten diverse ontwikkelingen van de afgelopen maanden.

Veerkracht Onze medewerkers hebben het afgelopen half jaar hard gewerkt aan het behalen van de afspraken die met onze opdrachtgevers in de werkplannen zijn gemaakt. Afspraken die bijdragen aan onze in maart vastgestelde missie en visie. De vele veranderingen begin dit jaar maakte dat in korte tijd veel van de organisatie gevraagd werd. Onze medewerkers toonden hun veerkracht. Ze hebben de nieuwe wetgeving en systemen zich snel eigen gemaakt en de achterstanden nagenoeg ingehaald.

Financiële prognose Ondanks de geweldige inzet van de medewerkers is de (financiële) prognose voor de rest van het jaar erg onzeker. Op dit moment verwachten we op een verlies uit te komen. We hebben te maken met een ziekteverzuimpercentage dat boven de norm zit net zoals het inhuurpercentage en ook de improductieve inzet valt hoger uit. Daarnaast blijft de realisatie van de werkplannen achter. Een taskforce is ingesteld om er alles aan te doen de prognose positief te laten uitpakken, later in het jaar is het effect hiervan meetbaar. Om de financiële situatie verder te stabiliseren is voor de langere termijn een plan van aanpak opgesteld.

Reorganisatie Als gevolg van de prognose hebben we het besluit moeten nemen om de reorganisatie, waar we met volle energie begin 2024 aan gestart zijn en waar het visitatierapport ook op aanstuurt, iets te temporiseren. Prioriteit is om een goede BRIKS-afdeling op te zetten zodat we op 1 januari een excellente dienstverlening blijven leveren. Daarnaast voeren we de reorganisatiepunten die kostenneutraal zijn door.

Resumerend De aankomende maanden werkt de ODRN hard om de financiële situatie te verbeteren en tegelijkertijd de kwaliteit die de ODRN levert te blijven leveren en waar mogelijk in te zetten op groei. We blijven toewerken naar onze visie om een kennisorganisatie te worden die uitvoert. Steve Kuils, Directeur ODRN

4

1. Interne en externe ontwikkelingen

5

1.1 Reorganisatie De nieuw vastgestelde missie en visie van de ODRN vormde de basis voor de, o.a. door de ondernemingsraad van de ODRN gevraagde, reorganisatie. In het reorganisatieplaatje is rekening gehouden met de ontvlechting van de BRIKS-taken door Nijmegen. Andere belangrijke aspecten in de reorganisatie zijn de sterkere positionering van de Seveso-taken (bedrijven waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt), een specifiek team dat zich richt op innovatie en projectmanagement, teams met een goede span of control en een versterking van de externe positionering van de organisatie door meer aandacht voor accountmanagement. Het belang van het uitvoeren van een reorganisatie conform het reorganisatieplaatje is versterkt door de aanbevelingen naar aanleiding van de visitatie bij de ODRN en het Plan van aanpak Robuustheid. Gezien de financiële situatie is de ODRN echter genoodzaakt om de invoering van de gehele reorganisatie in een langzamer tempo uit te voeren. Op dit moment worden enkel de noodzakelijke acties opgepakt en uitgevoerd. Het bestuur van de ODRN wordt hierover actief op de hoogte gehouden.

1.2 Ontvlechting BRIKS-taken Vanaf 1 januari 2025 gaat gemeente Nijmegen de BRIKS-taken en enkele andere taken zoals de uitvoering van de Huisvestingswet en de Leegstandwet weer zelf uitvoeren.

1.2.1 Financieel Er is overeenstemming met Nijmegen over de vergoeding van de projectkosten (dit zijn de kosten die worden gemaakt om de ontvlechting te kunnen realiseren). Er vindt nog overleg plaats over de andere kosten zoals de frictiekosten overhead en de extra kosten voor inhuur die nodig zijn om de VTH-taken conform werkplannen op een adequaat niveau te kunnen blijven uitvoeren voor de andere BRIKS-deelnemers.

1.2.2 Sociaal plan In juni 2024 is het gezamenlijk met Nijmegen opgestelde sociaal plan -na goedkeuring van de vakbonden- vastgesteld. Op basis van de uitgangspunten van dit sociaal plan is de belangstellendenregistratie gestart. Via deze belangstellendenregistratie kunnen medewerkers van de ODRN aangeven of ze openstaan voor een vacature binnen Nijmegen.

1.2.3 Communicatie en aanpassing dienstverleningsovereenkomst De ODRN en gemeente Nijmegen hebben een gezamenlijk communicatieplan vastgesteld waarin is opgenomen hoe de betrokken partijen geïnformeerd worden over de ontwikkelingen. Ook is er een aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Nijmegen opgesteld. In deze aanpassing is opgenomen welke resterende taken de ODRN voor Nijmegen blijft uitvoeren. Deze dienstverleningsovereenkomst vormt daarmee het kader voor het werkplan.

1.2.4 Ontwikkeling BRIKS-afdeling vanaf 2025 Door het terugnemen van de BRIKS-taken door Nijmegen is een herstructurering van BRIKS binnen de ODRN nodig. Hiervoor is inmiddels een kwartiermaker begonnen die op basis van het vastgestelde inrichtingsplan de nieuwe afdeling BRIKS binnen de ODRN gaat opzetten en vormgeven. Deze nieuwe afdeling zal integraal de VTH-taken voor BRIKS oppakken voor provincie Gelderland en Overijssel (Seveso) en gemeenten Berg & Dal, Heumen en Beuningen.

6

1.3 De ODRN als robuuste omgevingsdienst De ODRN streeft ook na het terughalen van de bouwtaken door gemeente Nijmegen naar een robuuste organisatie. Er is hiervoor een plan van aanpak ingediend bij het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, de ODRN heeft hierop nog geen reactie ontvangen. Hieronder kort de laatste stand van zaken per KPI: 1. Omvang regionaal werkprogramma (incl. plustaken), min. € 16,5 miljoen. De ODRN bepaalt in overleg met opdrachtgevers of en zo ja, welke mogelijkheden er zijn om het takenpakket van de ODRN te versterken. In het voorjaar is een analyse gemaakt van mogelijke uitbreidingsopties. De kansrijkheid van de diverse opties wordt nu beoordeeld. Een alternatief waarnaar gekeken wordt is de samenwerking tussen de ODRN en andere omgevingsdiensten. Nadere informatie volgt in de Kadernota 2025 – 2026. 2. Voldoen aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel basis als plustaken. De ODRN heeft geïnventariseerd aan welke criteria we niet voldoen en gelijk acties op gang gezet om de kwaliteit te verbeteren. Op dit moment voldoen we aan deze criteria. 3. (Meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget (minimaal 1% van de begroting) voor innovatie. De meerjarige innovatieagenda is medio april 2024 door het algemeen bestuur van de ODRN vastgesteld. In paragraaf 3.4 wordt hier nader op ingegaan. 4.

OD kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen. De weerstandsratio is minimaal 0,8. In onderstaande paragraaf wordt hier nader op in gegaan. 5. Er wordt informatiegestuurd gewerkt. Formatie voor businessintelligence en opleidingsbudget is 3% van de loonsom. Aan dit criterium wordt voldaan (zie ook de Begroting van de ODRN 2025). 6. Dienst past bij de identiteit van het werkgebied; samenhang in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. Aan dit criterium wordt voldaan.

1.3.1 Criterium 4. Weerstandratio Het vermogen van de organisatie om risico’s en veranderingen op te vangen blijft onvoldoende. Het eigen vermogen bedraagt momenteel € 2 ton. Op basis van het geprognosticeerde resultaat voor 2024 dreigt de ODRN uit te komen op een negatief eigen vermogen. Dit betekent dat de omgevingsdienst niet in staat is om de huidige risico’s effectief te beheersen. De risico's voor 2025 zijn enigszins verlaagd door het akkoord met gemeente Nijmegen over de frictiekosten die ontstaan door het terughalen van de bouwtaken. Dit biedt verlichting, maar blijft onvoldoende om de ODRN als een robuuste omgevingsdienst te kwalificeren.

7

Begroting 2025 Risico

Begroting 2025

excl frictie overhead

Inflatie

225.000

225.000

Achterblijvende omzet

526.500

526.500

Begrotingsrisico

10.000

10.000

Uitval automatisering

20.000

20.000

Ziekteverzuim

75.000

75.000

Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie

25.000

25.000

Krapte op de arbeidsmarkt/ extra inhuur

500.000

500.000

Frictiekosten overhead ontvlechting BRIKS

925.000

Frictie overig ontvlechting BRIKS Totaal

pm 2.306.500

1.381.500

0,6

0,6

1.383.900

828.900

Demping Risico na demping

Om vanaf 1 april 2026 te voldoen aan de gestelde robuustheidscriteria, heeft de ODRN een weerstandsvermogen van minimaal 0,8 (80%) nodig. Op dit moment worden verschillende mogelijkheden onderzocht om de financiële positie te versterken en de risico’s beter op te vangen. De ODRN gaat hier bij de Kadernota 2025 - 2026 nader op in en komt met concrete voorstellen om deze doelstelling te bereiken.

1.4 OvV-rapport: conclusie en uitwerking aanbevelingen In april 2023 bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid het rapport Industrie en Omwonenden uit waarin aanbevelingen werden met betrekking tot de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan stoffen bij omwonenden en de manier waarop deze risico’s worden meegenomen in de uitvoering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. In de in april 2024 verschenen opvolgnotitie concludeert de raad dat de Omgevingsdienst Regio Nijmegen de aanbevelingen uit het rapport heeft opgevolgd. De aanbevelingen in het rapport hebben geleid tot een project waarin de aanbevelingen verder worden uitgewerkt. Meer informatie hierover is te vinden in Uitwerking adviezen OvV-rapport in paragraaf 2.7.7.

1.5 Visitatie Omgevingsdienst Regio Nijmegen Op 24 en 25 april jl. heeft de ODRN een visitatie gehad vanuit een, door de landelijke ODNL gecoördineerde visitatiecommissie. Vanuit het Interbestuurlijke Programma Versterking VTH (Pijler 6 monitoring kwaliteit milieutoezicht), waarbij het projectleiderschap is belegd bij de ODNL, worden alle 29 omgevingsdiensten in de jaren 2023 en 2024 gevisiteerd. Uitgangspunt is dat na afloop van de visitaties de daaruit voortkomende rapporten worden vertaald naar verbeterplannen. Deze verbeterplannen moeten worden geïmplementeerd en de visitaties worden voortgezet in een reguliere visitatiecyclus onder beheer van ODNL. In augustus ontving de ODRN het visitatierapport. Hierin stonden als sterke punten onder andere de zelfredzaamheid van medewerkers, de warmte en bevlogenheid binnen de organisatie en het vertrouwen tussen bestuur en directie. De aanbevelingen richtten zich onder

8

andere op het werken aan verbinding tussen management en medewerkers, het verbeteren van interne communicatie, het verder versterken van de relaties met deelnemers, het sluiten van de Big-8-cyclus en het verlagen van de werkdruk. Volgend op de oplevering van het rapport en de behandeling in het algemeen bestuur is het nu aan de ODRN om een verbeterplan op te stellen. Deze dient uiterlijk eind van het jaar te zijn vastgesteld waarna het plan wordt gedeeld met de partners en ODNL ter informatie. Hierna volgt de implementatie van het verbeterplan. Updates daarover volgen in toekomstige rapportages.

1.6 Voorbereiding traineeship 2024-2025 Na het succesvol verlopen van het traineeship voor de afdeling Vergunningverlening Milieu (2022-2023), waarbij 4 van de 5 trainees bij de ODRN in dienst zijn gekomen, start per 1 november 2024 een nieuwe cyclus met ca. 6 nieuwe trainees. Dit nieuwe traineeship richt zich naast Vergunningverlening Milieu, ook op Toezicht Milieu en BRIKS-taken. De interesse in het traineeship is groot. De inhoud van het programma wordt grotendeels vormgegeven door ODRN-medewerkers die daarmee een deel van hun kennis weer overdragen aan nieuwe collega’s. De ODRN hoopt dat dit traineeship weer net zo succesvol is als het vorige, zodat de organisatie op de langere termijn de werkzaamheden met voldoende eigen personeel uit kan voeren.

1.7 Toekomst Gelders Stelsel en samenwerking met de ODRA Begin 2023 hebben de ODRA en de ODRN de wens uitgesproken om de samenwerking tussen de beide diensten te intensiveren en een verkennend onderzoek uit te voeren naar een samenwerking/fusie. Gezien de onderzoeksresultaten, de gelijkenissen en samenwerkingskansen tussen de beide diensten is besloten om provincie Gelderland te vragen een standpunt in te nemen over een samenwerking/fusie tussen de ODRA en de ODRN. Op 2 juli jl. heeft Gedeputeerde Staten een statenbrief gedeeld met de Provinciale Staten waarin een standpunt wordt ingenomen over de toekomst van het gehele Gelderse VTH-stelsel. Het hebben van één omgevingsdienst voor heel Gelderland wordt daarin als streven benoemd. Een specifieke uitspraak over de gewenste samenwerking/fusie tussen de ODRA en de ODRN op minder lange termijn wordt daarin niet gedaan. Kort volgend op de statenbrief vond een bijeenkomst plaats tussen de voorzitters van de algemene besturen van de omgevingsdiensten en diens directeuren. Tijdens deze bijeenkomst is afgesproken dat de besturen van de omgevingsdiensten in staat worden gesteld de statenbrief te bespreken en een standpunt te bepalen. In de tussentijd worden de contacten tussen de besturen van de ODRA en de ODRN warm gehouden en worden laagdrempelige acties uitgevoerd om in elk geval de relatie tussen de beide diensten te versterken

1.8 Rapport Berenschot over effectgericht werken Een van de onderdelen van het landelijke interbestuurlijke programma (IBP) is het inzetten op effectgericht werken (ook wel outcomegericht werken genoemd). Adviesbureau Berenschot heeft de opdracht gekregen om via pilots informatie te verzamelen over hoe omgevingsdiensten

9

het beste effectgericht werken en rapporteren kunnen invoeren. De ODRN heeft al langer de ambitie om effectgericht te gaan werken en heeft hierin al eerder stappen gezet. Op uitnodiging van Berenschot heeft de ODRN meegewerkt aan een pilot met als doel verbinding te leggen tussen gemeentelijke en provinciale beleidsdoelen en de activiteiten van de ODRN. De pilot benadrukte het belang van heldere communicatie met raads- en Statenleden en onderzocht hoe de bestaande infographic van de ODRN effectiever kon worden gemaakt. Hoewel er positieve stappen zijn gezet, is de conclusie van de pilot dat het een uitdaging blijft om effectgericht werken volledig te integreren in de werkwijze van de ODRN. De voorgenomen maar op dit moment uitgestelde reorganisatie streeft hier ook naar. Tot de reorganisatie een feit is zullen laagdrempelige acties moeten worden verkend. Aanbevelingen vanuit de pilot voor de toekomst zijn onder andere het organiseren van regionale bijeenkomsten om gezamenlijke doelen te formuleren en de infographic aan te passen aan lokale behoeften.

10

2. Bouwen en Milieu

11

2.1 Stand van zaken realisatie werkplannen 2.1.1 Vergunningverlening Tijdigheid meldingen en vergunningen

Waarde1

Norm

Aantal

BRIKS-meldingen

84 %

90 %

2.266

BRIKS reguliere vergunningen

86 %

90 %

1.653

BRIKS uitgebreide vergunningen

42 %

90 %

59

Milieumeldingen

55 %

90 %

340

Milieu reguliere vergunningen

58 %

90 %

90

Milieu uitgebreide vergunningen

3%

90 %

36

Met name de uitgebreide procedures bij zowel BRIKS als Milieu worden door diverse redenen niet binnen de termijn afgehandeld. Het betreft voor een groot deel complexe procedures met de provincie vaak als bevoegd gezag. Ook konden procedures niet eerder worden afgerond vanwege een koppeling aan een Wnb-vergunning en deden ketenpartners langer over het geven van hun advies. De schaarse capaciteit van luchtspecialisten en vergunningverleners in combinatie met het relatief hoge ziekteverzuim is hier ook in terug te zien. Dit capaciteitstekort is ook te zien bij de adviseurs van de vergunningaanvragers. Daar waar de vastgestelde normen niet gehaald worden, worden aanvullende maatregelen getroffen en aanvullende acties ondernomen zoals sterker sturen op direct oppakken van een aanvraag, blijven uitvragen van personeel, afspraken met ketenpartners aanhalen en strakkere afspraken met de aanvrager. Dit is wat het project Scherper aan wind inhoudt. De resultaten krijgen in de volgende rapportages aandacht. De realisatie laat zien dat een aantal KPI’s, deels door externe factoren, sterk achterloopt op de norm. Dit inzicht roept de vraag op naar het realiteitsgehalte van een aantal normen. Dit gaat nader geanalyseerd worden waarna er gesprekken volgen met onze partners over deze analyse. Naar aanleiding hiervan zal de ODRN mogelijk sommige normen bijstellen.

In de volgende rapportages wordt hier een update over gegeven.

2.1.2 Toezicht Tijdigheid klachten en naleefgedrag controles

Waarde

Norm

Aantal

Tijdigheid klachten

BRIKS-klachten

64 %

80 %

426

Tijdigheid klachten

Milieuklachten

95 %

80 %

1.428

Naleefgedrag controles

BRIKS-controles

76 %

60 %

453

Naleefgedrag controles

Milieu eerste controles

55 %

60 %

500

Naleefgedrag controles

Milieu eerste hercontroles

65 %

60 %

340

De afhandeling van BRIKS-klachten ligt iets onder de norm, maar met een stijgende lijn t.o.v. 2023. Meldingen worden wel op tijd opgepakt (meestal direct). Echter de afhandeling kost vaak meer tijd dan de benodigde termijn. Klagers zijn doorgaans wel tijdig geïnformeerd.

1 De waarde van de KPI wordt gemeten van augustus 2023 tot juli 2024.

12

Bij de afhandeling van milieuklachten behaalt de ODRN ruimschoots de norm. Om de klachten direct op te kunnen pakken heeft de ODRN een klachtenteam waarbij er tijdens kantooruren altijd 2 klachtenbehandelaars actief zijn. Daarnaast houdt de coördinator van de klachtendienst het overzicht van de klachten bij en de afhandeling ervan bij. Het naleefgedrag bij BRIKS-controles is redelijk goed. Bij Milieu zit de ODRN daar met 56% net onder. Bij 44% van de eerste milieucontroles zijn er één of meerdere aspecten niet in orde. Met het selecteren van de bedrijven voor een milieucontrole richt de ODRN zich zoveel mogelijk op de bedrijven met een hoog milieurisico of de bedrijven waarbij de omgevingsdienst verwacht dat er dingen niet in orde zijn. Op het moment dat de ODRN bij deze KPI ver boven de norm scoort, kan dat betekenen dat de verkeerde bedrijven zijn geselecteerd, namelijk de bedrijven met een laag milieurisico en goed naleefgedrag. Ook kan dat betekenen dat de controles niet zorgvuldig genoeg worden uitgevoerd. Hoe meer aandacht er in de controles gaat zitten, hoe groter de kans is dat er iets wordt geconstateerd dat niet in orde is. De ODRN ziet het daarom niet als doel om deze KPI te halen, wel ziet zij het als doel om de uren die aan milieutoezicht besteed worden zo efficiënt mogelijk ingezet worden.

Overigens komt de waarde van deze KPI ongeveer overeen met de jaren 2021, 2022 en 2023.

2.1.3 SEVESO Tijdigheid meldingen en vergunningen

Waarde

Norm

Aantal

Seveso-meldingen

65 %

90 %

17

Seveso reguliere vergunningen

46 %

90 %

26

Seveso uitgebreide vergunningen

0%

90 %

11

De ODRN haalt de gestelde normen niet bij het tijdig afhandelen van meldingen en vergunningen op het gebied van Seveso. De omgevingsdienst heeft contact met de aanvragers over de planning van vergunningprocedures, maar de oorzaak achter de vertragingen is meerledig. Zo is er sprake van personeelstekorten en hebben opdrachtgevers de benodigde stukken niet altijd tijdig aangeleverd. Er is ook vertraging in de vergunningprocedures ontstaan vanwege de verplichte koppeling met de Wet natuurbescherming-procedure (Wnb). Vanuit het project Scherper aan de Wind zijn de vergunningsprocedures aangescherpt. Tijdigheid klachten & naleefgedrag controles

Waarde

Norm

Aantal

Milieuklachten

0%

80 %

0

BRIKS-controles

75 %

60 %

16

Milieu eerste controles

60 %

60 %

63

Milieu eerste hercontroles

57 %

60 %

37

Seveso eerste inspectie

42 %

60 %

24

Seveso eerste herinspectie

100 %

60 %

3

Meldingen van milieuklachten bij Seveso-bedrijven pakken we op tijd op (meestal direct). In een aantal gevallen wordt de melding meegenomen bij de controle en dan geadresseerd. We zien dat het naleefgedrag van bedrijven niet voldoet aan de norm. Bij hercontroles wordt beter voldaan, maar met name bij Seveso-inspecties blijft het achter. Controle op wet- en regelgeving blijft dan ook belangrijk.

13

2.1.4 Juridisch Uitkomsten bezwaren & beroepen

Waarde

Norm

Aantal

BRIKS bezwaren

89 %

80 %

262

BRIKS (hoger) beroepen & VoVo’s

89 %

90 %

47

Milieu bezwaren

96 %

90 %

24

Milieu (hoger) beroepen & VoVo’s

72 %

90 %

29

Voor de KPI (hoger) beroepen en verzoeken om een voorlopige voorziening (VoVo’s) constateert de ODRN dat 72% een zeer hoog percentage is; landelijk gezien is het percentage vergelijkbaar. Als een beroep gegrond wordt verklaard registreert de ODRN deze nu als negatief resultaat, terwijl bij deze zaken in de meeste gevallen de rechtsgevolgen wel in stand blijven. De organisatie ziet dit dus niet persé als een negatief resultaat. De voorschriften van de ODRN blijven dan gewoon gelden. De ODRN gaat onderzoeken hoe dit in het nieuwe zaaksysteem ook als dusdanig geregistreerd gaat worden.

2.1.5 Bedrijfsvoering Klanttevredenheid

Waarde

Norm

Aantal

Inhoud controlebrief

92 %

80 %

123

Uitgevoerde controle

92 %

80 %

126

Vooroverleg

65 %

80 %

79

Melding & informatieplicht BAL

93 %

80 %

15

Behandeling omgevingsvergunningaanvraag

68 %

80 %

336

De inhoud van de controlebrief, de uitgevoerde controle en de melding & informatieplicht Bal scoren boven de norm. Het vooroverleg en de behandeling omgevingsvergunningaanvraag scoren onder de norm. Dat heeft voor een groot deel te maken met de onduidelijkheid en complexiteit van de Omgevingswet en de oplopende wachttijden in met name Q1 en Q2. Naarmate er meer kennis en knowhow is over de Omgevingswet is de verwachting dat de wachttijden verkort worden en de tevredenheid toeneemt.

2.2 Vergunningen BRIKS en Milieu 2.2.1 BRIKS Door de gedrevenheid en betrokkenheid van de medewerkers heeft de afdeling de piek in aanvragen van begin dit jaar ingelopen, is de productiviteit op niveau en is het ziekteverzuim gedaald. De organisatie merkt dat er routine opgebouwd wordt in de nieuwe ontwikkelingen. Mede door het werven van nieuwe medewerkers kan nu de nadruk gelegd worden op het verbeteren van processen en werkwijzen.

2.2.2 Milieu De gemiddelde besteding loopt gelijk op met de verwachting. Wel zijn er grote verschillen per opdrachtgever. Er is de afgelopen maanden vooral gewerkt aan het wegwerken van achterstanden in milieuvergunningen en –meldingen, met name bij de complexe

14

bedrijven. Tegelijkertijd worden er weinig nieuwe aanvragen en meldingen door bedrijven ingediend. Dat is ook te zien aan het aantal aangevraagde vooroverleggen. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn het gebruiksonvriendelijke DSO, de complexiteit van de Omgevingswet en de introductie van leges. Daarnaast is de besteding op milieuvergunningen vraag gestuurd, met uitzondering van actualisatietoetsen en actualisaties.

Melding en/of informatieplicht per activiteit Vanwege de Omgevingswet zijn er veel verschuivingen bij vergunningplicht en meldingsplicht. Onder de Omgevingswet moet een gemeentelijk bedrijf per activiteit een melding en/of informatieplicht indienen, terwijl onder de Wabo één melding met alle activiteiten kon worden gedaan. Dit geeft meerdere procedures bij één bedrijf. Er wordt gezocht naar een praktische werkwijze hoe hiermee om te gaan.

2.3 Toezicht en handhaving BRIKS en Milieu 2.3.1 BRIKS Toezicht en handhaving BRIKS heeft op dit moment de formatie volledig op sterkte. Ook nam het langdurig ziekteverzuim gedurende het jaar flink af. Deze aspecten zorgden ervoor dat toezicht en handhaving het werk kon uitvoeren zoals afgesproken in de werkplannen. De overgang naar het nieuwe zaaksysteem is gebruikt om procesverbeteringen door te voeren. Dit leidt tot meer eenduidigheid, een grotere efficiëntiewinst en uiteindelijk ook meer kwaliteit. Dit is onder andere terug te zien in het proces bij de bouw- en sloopveiligheid. De aangescherpte regels op het gebied van brandveiligheid hebben dit jaar tot discussies en onduidelijkheden geleid. De ODRN heeft samen met de Veiligheidsregio duidelijke en uniforme uitleg en toepassing van de regels opgesteld die zorgen voor een hogere brandveiligheid in gebouwen. Het is onbekend wanneer de invoering van de gevolgklasse 1 precies gaat plaatsvinden, het Rijk heeft opnieuw een uitstel ervan aangekondigd. In het oefenjaar 2024 zijn er tot nu toe geen projecten geweest waarmee ervaring kon worden opgedaan. Dit heeft als risico dat wanneer in 2025 de gevolgklasse 1 in zijn geheel -dus zowel nieuwbouw als bestaande bouw- onder de Wet kwaliteitsborging gaat vallen de ODRN, maar zeker ook partijen in de buitenwereld, er onvoldoende op zijn voorbereid.

15

Naleving asbestregels De ODRN ziet steeds duidelijker dat de organisatie herkend wordt als autoriteit op het gebied van toepassing van de asbestregels. Ze ziet dat aannemers zich meer bewust worden van het belang van naleving van de asbestregels bij het slopen van bouwwerken. Een onjuiste omgang met asbest kan tot grote risico’s voor de volksgezondheid leiden. De organisatie vindt het goed om te zien dat de inspanningen van de medewerkers op dit terrein hun vruchten afwerpen.

2.3.2 Milieu De afgelopen maanden is door de collega’ s van de afdeling op voortvarende wijze het werk op het gebied van Milieutoezicht opgepakt. Dat varieert tot het oppakken van klachtafhandeling, het behandelen van ongewone voorvallen, milieu-inspecties bij diverse bedrijven, uitvoeren van Seveso inspecties, specifieke aspectcontroles (zoals bodem of energie inspecties), geluidmetingen (bijvoorbeeld bij de 4 daagse feesten en Emporium), ondermijningscontroles en horecacontroles (samen met een bouwinspecteur en een deskundige vanuit de Veiligheidsregio). In de eerste helft van dit jaar hebben de milieutoezichthouders zich verdiept in de nieuwe milieuwetgeving (Omgevingswet). Dit was een uitdaging die door een efficiënte samenwerking binnen de afdeling goed is verlopen. De afgelopen periode zijn er 6 beginnende toezichthouders Milieu gestart. Deze nieuwe medewerkers moeten het vak nog leren. Dat betekent dat deze medewerkers nog niet zelfstandig controles en dergelijke kunnen uitvoeren. Zij zijn daardoor nog onvoldoende productief. In dit geval gaan de kosten voor de baten uit. De ODRN blijft actief werven omdat er nog een tekort aan 3 fte is. Dit tekort heeft een negatief effect op de realisatie van het werkplan van Milieutoezicht.

2.4 Juridisch advies De juridische afdeling heeft de verplichte werkzaamheden gerealiseerd, ondanks onderbezetting door personeelstekort en ziekteverzuim. Tegelijkertijd is er wat betreft aantallen een achterstand op het werkplan. Dit is te verklaren door het lage aantal vergunningaanvragen, vermoedelijk door de complexiteit van de DSO en wellicht ook de nieuwe leges kosten. De ODRN verwacht niet volledig op de aantallen die zijn opgenomen in het werkplan uit te gaan komen.

2.4.1 Omgevingswet Er is een goede basis gelegd in kennisontwikkeling en kennisdeling in het kader van de Omgevingswet. Er is nog onduidelijkheid over de verandering van bevoegd gezag als gevolg van de Omgevingswet. Daarnaast vraagt het grijze gebied wat betreft aanpassingen in het overgangsrecht veel aandacht. De organisatie krijgt daar steeds meer grip op waardoor de verwachting is dat de komende periode er op snelheid ingelopen gaat worden.

16

2.4.2 Advies en ondersteuning De juristen hebben de afgelopen periode ook tijd besteed aan het nieuwe VTHuitvoeringsprogramma voor de regiogemeenten en de ondersteuning van ODRN-collega’s bij het juiste gebruik van de nieuwe systemen. Daarnaast is er een juridische memo opgesteld voor een project waarbij vergunningen voor provinciale bedrijven worden geactualiseerd zodat ze voldoen aan de Kaderrichtlijn Water.

2.4.3 Afhandeling lopende zaken De wachttijden bij de rechtbank zijn nog steeds erg lang. Hierdoor hebben zaken een lange looptijd. Tegelijkertijd biedt dit ruimte gezien de krapte in de formatie. Tevens ziet de organisatie dat de rechtbank veel kritischer kijkt naar de onderliggende motivatie ten opzichte van vijf jaar geleden. Hierdoor moet de motivatie grondiger onderbouwd worden en kost dit meer tijd.

2.5 Milieuadvies ODRN-specialisten adviseren over specifieke milieuthema’s (lucht/geur, water, geluid, bodem, externe veiligheid en fysieke leefomgeving), onder andere bij beleidsvorming van onze opdrachtgevers.

2.5.1 Waterkwaliteit Het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 staat onder druk. Met het KRW-impulsprogramma willen het Rijk en de regio samen met een stevige, aanvullende inzet op het uitvoeren van verbeteracties voldoen aan de eisen van de KRW. Op dit moment wordt door provincie Gelderland hier een plan van aanpak voor opgesteld. Naast de adviserende rol van de waterspecialisten van de ODRN bij dit provinciale plan van aanpak, heeft de omgevingsdienst een projectvoorstel ingediend voor werkzaamheden die vooruitlopend op het plan van aanpak, de komende maanden al opgepakt kan worden.

2.5.2 Bodemtaken De komst van de Omgevingswet heeft een aantal veranderingen met zich meegebracht, waaronder: 

De systematiek is aangepast; verschillende wetten zijn ingetrokken en ondergebracht in de Omgevingswet.

De bodemtaken zijn uitgebreid; Hoewel de insteek was om de (bodem)taken beleidsneutraal over te laten gaan, zijn meerdere inhoudelijke veranderingen doorgevoerd en zijn de bodemtaken dit jaar uitgebreid. Voor Nijmegen behandelt de ODRN bijvoorbeeld de meldingen gesloten bodemenergiesysteem buiten inrichting en het bodemadvies bij bedrijven. Voor alle regiogemeenten behandelt de omgevingsdienst de meldingen bodemsanering inclusief graven.

Er was bij initiatiefnemers het eerste halfjaar een zekere terughoudendheid (met name saneren en graven). Vanaf juli nemen de meldingen toen en is de verwachting dat deze trend zich doorzet.

17

2.5.3 Advies en ondersteuning opdrachtgevers 

Op verzoek van diverse gemeenten is geadviseerd bij de aanvraag van (buitenplanse-) omgevingsplanactiviteiten. Daarnaast zijn er specialisten ingezet bij diverse initiatieven om te komen tot een omgevingsplan. Iets waar de ODRN een grotere bijdrage aan wil leveren. Daarover worden gesprekken gevoerd met de opdrachtgevers. De huidige aanvragen hebben de omvang van een woningsplitsing tot aan het realiseren van een complete woonwijk van 650 woningen of meer. De inzet van de specialisten betreft meestal het beoordelen van geur-, geluid-, externe veiligheid -, en bodemrapporten en slechts een enkele keer het opstellen daarvan.

De milieuspecialisten van de ODRN hebben adviserende rol bij aanvragen in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor de afdeling VV/HH van provincie Gelderland beoordelen zij de stikstofberekeningen (Aerius) die meestal van doorslaggevend belang zijn voor het vergunnen van een aanvraag.

De ODRN levert ca. 3 fte aan ondersteuning van het programma Gezonde en Veilige Leefomgeving van provincie Gelderland. Dit richt zich voornamelijk op advisering op het gebied van luchtkwaliteit, geur en wegverkeerslawaai.

2.6 Seveso Op 1 januari 2024 veranderde de naam Brzo in Seveso. Brzo was een afkorting van Besluit risico’s zware ongevallen, de Nederlandse invulling van de Europese Seveso-richtlijnen. De richtlijnen zijn opgenomen in de Omgevingswet en om deze reden is de naam veranderd.

2.6.1 Seveso | Vergunningverlening BRIKS In december 2023 was er een piek in het aantal aanvragen. De besteding is iets hoger dan gepland (66%). Het aantal aanvragen begin dit jaar is juist minder dan voorgaande jaren. De verwachting is dat er dit jaar uitgekomen wordt op een normale werkvoorraad. De aanvragen van vóór 1 januari 2024 worden binnen de gebruikelijke termijn afgehandeld. De aanvragen die na 1 januari 2024 onder de Omgevingswet zijn binnengekomen hebben gemiddeld een wat langere behandelingstermijn.

2.6.2 Seveso | Vergunningverlening Milieu Vergunningverlening Milieu loopt 37% achter op het werkplan. Eind 2023 waren er iets meer (kleine) aanvragen dan gebruikelijk. Deze aanvragen zijn in behandeling. Er zijn nog geen aanvragen onder de Omgevingswet ingediend. We werken daardoor met name nog volgens de Wabo en in het oude zaaksysteem WRS. De achterstand op het werkplan is te verklaren doordat rekening werd gehouden met de indiening van een aantal grote aanvragen vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dat is bedrijven niet gelukt. Zij hebben nu tijd nodig om de aanvraag aan de nieuwe wet aan te passen. De achterstand geldt met name voor de vergunningen op aanvraag en vooroverleggen. Wellicht dat door de invoering van milieuleges bedrijven minder aanvragen indienen. Als dit een duidelijke trend blijft, zou dit signaal moeten worden onderzocht. Het kan betekenen dat bedrijfswijzigingen zonder vergunning worden doorgevoerd. Het percentage goedkeuringsbesluiten en de beoordeling van rapportages vallen wel hoger uit.

2.6.3 Seveso | Toezicht BRIKS De uitvoering van BRIKS-toezicht ligt met 28% achter op schema. In provincie Gelderland valt op dat na vergunningverlening nog weinig door bedrijven wordt gerealiseerd. Toezicht op

18

bestaande bouw is wat uitgesteld en loopt qua besteding ook achter. De verwachting is dat deze achterstand wordt ingelopen. In Overijssel is sprake van lichte overbesteding. Toezicht op bestaande bouw ligt hier op schema.

2.6.4 Seveso | Toezicht Milieu De besteding op milieucontroles ligt in tegenstelling tot de vorige periode op een onderbesteding met 49%. De verwachting is dat alle geplande controles voor zowel de Omgevingswet als Seveso-inspecties worden uitgevoerd.

2.6.5 Seveso | Juridisch Advies De besteding ligt op schema met 69%. Bij vergunningverlening betreft het met name het bezwaar en hoger beroep bij Sachem. Juridische handhaving betreft onder andere bij Aquinos Bedding, JCL en Givaudan. Verder zorgt de invoering van de Omgevingswet voor extra uitzoekwerk om het overgangsrecht goed te kunnen hanteren.

2.6.6 Actualisatieprogramma Actualisaties en actualisatietoetsen voeren we uit in een actualisatieprogramma. Van de 61 Seveso- en RIE4-bedrijven hebben 55 bedrijven een actuele vergunning (90%). Dit is een aanzienlijk hoger percentage dan begin van dit jaar (82%). Bij de 6 bedrijven die geen actuele vergunning hebben, lopen bij 4 bedrijven procedures om tot actualisatie te komen. Bij 2 bedrijven worden deze z.s.m. opgestart. Verder staan conform de afgesproken actualisatiefrequentie voor 2024 vijf actualisatietoetsen gepland voor Seveso- en RIE4bedrijven. Twee hiervan zijn afgerond, waarvan 1 vergunning op korte termijn moet worden geactualiseerd en 1 vergunning op een ‘natuurlijk moment’ (bijv. bij een eerstvolgende aanvraag). Daarnaast worden de komende tijd bedrijven aangeschreven om te bepalen of al dan niet voldaan wordt aan de nieuwe BREF Afgasmanagement en -behandeling in de chemische sector (WGC). Vergunningen die vallen onder deze nieuwe BREF moeten voor 1 januari 2027 zijn aangepast.

2.6.7 Seveso-projecten 

Seveso Oost: De besteding op de sub-projecten binnen Seveso Oost is niet gelijk verdeeld. In totaal is sprake van een onderbesteding (37%).

Boven formatie Seveso-inspecteur: Per 1 september is de extra Seveso-inspecteur in dienst. De formatie is daarmee op orde. De ODRN verwacht daarmee een volledige besteding.

Nieuwe aanpak toezicht plannen: De toezicht plannen die afgelopen jaren zijn opgesteld, worden vanaf dit jaar geüpdatet na een milieucontrole. Hiermee is geborgd dat alle plannen jaarlijks worden herzien. Gebleken is daardoor wel dat de benodigde uren te hoog zijn begroot.

Analyse ongewone voorvallen: Dit project is afgerond en ruim binnen begroting gebleven. Het verslag van het project levert diverse aanbevelingen op. De vervolgacties worden opgepakt en nog uit dit project gefinancierd.

Altijd actuele digitale vergunningen (AADV): Het landelijke project heeft vertraging opgelopen. De ODRN is hierbij afhankelijk van externe partijen. De verwachting is dat in de tweede helft van 2024 meer inzet kan worden geleverd in het project.

Regiebedrijven Seveso: Voor de bedrijven JCL, Denka en Sachem voeren we regie op de VTH-uitvoering. De regie op vergunningverlening, toezicht en handhaving verloopt conform afspraken en planning. De regie op het overleg met de omgeving verloopt

19

moeizaam en vraagt om extra inzet en afstemming. Binnen het budget is rekening gehouden met deze extra inzet.

2.7 Projecten Binnen de ODRN werken we aan diverse projecten, zowel binnen de organisatie als in samenwerkingsverband met partners. Hieronder worden er enkele toegelicht.

2.7.1 Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel Het Interbestuurlijk programma (IBP) heeft als doel het VTH-stelsel te versterken. We volgen de landelijke ontwikkelingen, nemen deel aan werkgroepen en geven uitvoering aan eigen projecten. De ODRN loopt voor op het werkplan. De verwachting is dat het budget volledig ingezet wordt. 

De ODRN levert inmiddels een regiotrekker Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Deze regiotrekker is samen met de liaison van het RIVM verantwoordelijk voor de kennisopbouw en kennisdeling op het gebied van ZZS. De regiotrekker neemt deel aan het landelijk afstemmingsoverleg. De ODRN levert tevens de landelijk projectleider ZZS.

De ODRN heeft het Uitvoeringsprogramma 2024/2025 met de partners samen opgesteld. In het uitvoeringsprogramma worden diverse punten voor het aankomend jaar opgenomen, zo zijn bijvoorbeeld circulaire economie en ZZS punten waar extra aandacht aan wordt besteedt.

De training van een dronepiloot is afgerond en er is een drone aangeschaft.

2.7.2 Inventarisatie ZZS-emissies (Nijmegen) Om inzicht krijgen welke (p)ZZS-emissies en indirecte lozingen plaatsvinden bij bedrijven werkt de ODRN samen met een bedrijf (Deconcern) dat veel kennis heeft op het gebied van ZZS. Samen met onze kennis van de bedrijven en de regio zijn de bedrijven geselecteerd die het meest interessant lijken voor dit project. De samenwerking met Deconcern verloopt goed. De eerste resultaten zijn besproken met de ODRN. Momenteel wordt de rest van de geselecteerde bedrijven behandeld. In de loop van het jaar zal duidelijk zijn welke vervolgstappen we gaan nemen bij deze bedrijven.

2.7.3 EML cofinanciering (energiecontroles, Nijmegen) Dit project heeft als doel om energiebesparing te realiseren bij bedrijven en instellingen. Het is lastig om de gewenste bedrijven allemaal te selecteren voor een energiecontrole. Dat heeft er mee te maken dat een groot deel van de energiebesparingsplichtige bedrijven al gecontroleerd is. Waar de resterende bedrijven en instellingen zich bevinden, is alleen bij de netbeheerder bekend. Deze mag de energiegegevens echter niet delen in verband met de privacywetgeving. Het kost daardoor veel moeite en uitzoekwerk om de resterende energiebesparingsplichtige bedrijven te vinden. De ODRN verwacht in 2024 niet alle geplande energiecontroles uit te kunnen voeren.

2.7.4 Opbouwen CE-huis De afgelopen maanden is er ruimte binnen de werkplannen gevonden om de borging van circulaire economie binnen de organisatie projectmatig op te pakken. Hierbij is onder andere aandacht voor:

20

De opbouw van een interne structuur;

Het delen en bespreken van praktijkcasussen CE-initiatieven, rechtsoordelen en experimenteermogelijkheden;

De ontwikkeling van een protocol experimenteermogelijkheden;

Aanhaken bij landelijke klankbordgroepen nieuwe wet- en regelgeving: Circulair materialenplan en CE-wet. Bijdragen aan landelijk Platform Afvalstof of grondstof;

Het ontwikkelen van hulpmiddelen zoals een handleiding voor vergunningverleners en een checklist Circulaire Economie voor toezichthouders;

Procedureafspraken met partners met betrekking tot circulaire initiatiefgesprekken maken;

Een onderzoek naar de meerwaarde van een ketenaanpak in samenwerking met de ODRA.

2.7.5 Gelderse milieusamenwerking Dit project is bedoeld voor een betere samenwerking binnen het Gelders Stelsel, om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren en de kosten te drukken. Het budget wordt grotendeels gebruik voor het programma gemeentelijk complex toezicht, waarbij gemeentelijk complexe bedrijven binnen Gelderland gezamenlijk op eenzelfde manier worden behandeld. Hierbij worden onder andere toezicht- en brancheplannen gezamenlijk gemaakt en gedeeld. Ook wordt er specifieke kennis gedeeld.

2.7.6 Juridische kwaliteitszorg (provinciaal project) In het eerste kwartaal is in samenwerking met de ODRA en provincie Gelderland het projectplan vastgesteld. Inmiddels zitten we in de actieve fase. De eerste negen van de tien beslissingen op bezwaar zijn nagekeken op de vooraf gezamenlijk opgestelde kwaliteitscriteria. In Q3 verwachten de ODRN nog meer meters te gaan maken qua uren.

2.7.7 Uitwerking adviezen OvV-rapport Door de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn verschillende aanbevelingen gedaan, die niet alleen betrekking hebben op de casus APN, maar op de volle breedte van VTH taken en rollen van bevoegd gezagen en omgevingsdiensten. In reactie daarop hebben de gemeente Nijmegen en de ODRN aangegeven op welke wijze daar uitvoering aan wordt gegeven. De gemeenten Nijmegen en Beuningen en provincie Gelderland hebben aangegeven samen met de ODRN en de ODRA aan de slag te willen met de uitwerking van deze aanbevelingen bij de uitvoering van de VTH-taken, waarbij eerst wordt ingezet op het industrieterrein TPN-West. Verschillende actiepunten zijn benoemd die verder worden uitgewerkt in dit project, bijv. het opzetten van een openbaar toegankelijke emissiedatabase, meer inzicht in gezondheidsrisico’s en het opstellen van beleidskader voor het stellen van scherpere emissie-eisen bij bedrijven. Momenteel wordt hier samen met de ODRA aan gewerkt.

21

3. Bedrijfsvoering

22

3.1 Personeel 3.1.1 Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim van april t/m juni 2024 bedraagt 6,5%. Er is een daling te zien in het verzuim, zowel ten opzichte van 2023 (6,8%, juli meegerekend) als van het eerste kwartaal van 2024 (7,8%). Dit komt doordat een aantal langdurige zieke medewerkers zijn hersteld en er daarnaast meer focus en aandacht is voor verzuim. Begin dit jaar stapte de ODRN over naar AFAS. De ziekteverzuimbegeleiding in dit systeem is in juni 2024 volledig ingericht voor verzuim. De verwachting is hiermee dat het voor managers nog gemakkelijker is om het verzuim te volgen en te begeleiden, waardoor het verzuim op of onder de norm van 5% kan blijven. Effectief staan er nu 15 verzuimdossiers open, waarvan twee dossiers langer dan 1 jaar. Het ziekteverzuim uitgesplitst op verzuimduur: april 2024

mei 2024

Juni 2024

gemiddelde

Kort (t/m 7 dagen)

2,73%

2,65%

2,32%

2,57%

Middel (8 t/m 42 dagen)

1,56%

1,63%

0,46%

1,22%

Lang (43 t/m 365 dagen)

2,73%

2,24%

1,85%

2,27%

Extra lang (> 365 dagen)

0,78%

0,41%

0,31%

0,50%

Totaal

7,80%

6,93%

4,94%

6,56%

Op de planning voor het derde kwartaal van 2024 staat ook de Risico inventarisatie & Evaluatie met daaraan gekoppeld; het Preventief Medisch Onderzoek (PMO). De ODRN wilt hiermee beter in kaart brengen waar eventuele (verzuim) risico’s zitten, zodat de organisatie hier gericht preventieve maatregelen op kan doorvoeren.

3.1.2 Strategische Personeelsplanning (SPP) Ook in het tweede kwartaal zijn er waardevolle sessies georganiseerd die meer inzicht en informatie opleverden. Er is in kaart gebracht wat voor personeelsbestand de ODRN in de toekomst nodig heeft op basis van de strategische koers. Een SPP helpt de organisatie om proactief te werken in plaats van reactief. Hierdoor is ze beter voorbereid op veranderingen en uitdagingen en heeft de ODRN niet alleen nu, maar ook in de toekomst de benodigde kennis en competenties in huis. Dit zijn de nieuwe kernwaarden van de ODRN:

23

Een volgende stap is om met de uitkomsten aan de slag te gaan en deze in te zetten bij onder andere: 

Strategische (jaarplannen): aandachtsgebieden (GAP-analyse) en speerpunten;

Werving & Selectie: de kernwaarden als cruciale kwaliteiten;

De HR-gesprekkencyclus;

Kwaliteiten inzetten bij mobiliteitsvraagstukken / over de afdelingen heen werken;

Kwaliteiten meenemen in professionalisering & ontwikkeling zichtbaar op ‘heidagen’ en tijdens teamvergaderingen.

De speerpunten voor de toekomst zijn: 

Hoe zorgt de ODRN ervoor dat we kennis binnenbrengen, samenbrengen, delen en (door)ontwikkelen?

Hoe zorgt de ODRN ervoor dat de veranderkracht wordt versterkt?

Hoe zorgt de ODRN ervoor dat medewerkers verantwoordelijkheid krijgen, nemen en autonomie ervaren in hun werk?

Deze drie speerpunten worden na de zomer uitgewerkt om in concrete programma’s mee verder gaan.

3.1.3 Pilot nieuwe HR-gesprekcyclus In het eerste kwartaal van 2024 stond een evaluatie gepland van de pilot nieuwe HRgesprekscyclus. Op verzoek van de OR is deze evaluatie uitgesteld en is de looptijd van de pilot verlengd. De pilot heeft als doel meer aandacht voor medewerkers, het voeren van de goede gesprekken en minder administratieve omslachtigheid. Na de zomer zal de evaluatie plaatsvinden en nieuwe gesprekkencyclus ingevoerd worden.

3.1.4 Nieuw personeelsinformatiesysteem (AFAS-project) Vanaf 1 januari 2024 worden de personeelsbeheerstaken in eigen beheer uitgevoerd. Hiermee is de eerste fase van het AFAS-project afgerond. Ook fase twee is in het eerste half jaar van 2024 vrijwel geheel afgerond. Er kan dus geconcludeerd worden dat het AFAS-systeem succesvol is geïmplementeerd.

3.1.5 De ontwikkeling van de personele bezetting De ontwikkeling van de personele bezetting (in fte) is als volgt: t/m juli 2023

t/m juli 2024

In dienst

171,4

161,5

Inhuur

54,5

71,6

Totaal

225,9

233,1

Het gemiddelde personeelsbestand van de ODRN, inclusief inhuur, is tot en met juli 2024 met 7,2 fte gestegen, ten opzichte van 2023. Het aantal inhuurkrachten is nog steeds hoog; maar liefst 30,7%, terwijl er in de begroting uitgegaan wordt van 27%. De oorzaak is tweeledig:

24

De arbeidsmarkt is nog steeds erg krap en het is heel moeilijk om aan vast personeel te komen;

De ODRN en de gemeente Nijmegen hebben de afspraak dat er bij het vertrek van medewerkers van de BRIKS-afdelingen, in afwachting van de plaatsing van vaste medewerkers, de functies tijdelijk worden ingevuld.

Onderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van het percentage inhuur weer per kwartaal.

De volgende tabel laat het aantal fte (stand juli 2024) van de afdelingen zien. De bouwafdelingen zitten op 45% inhuur en zijn de grootste veroorzakers van de overschrijding van de inhuurnorm. Dit komt vooral door de ontvlechting van de bouwtaken. Aandeel Afdelingen

Fte inhuur

Totaal fte

inhuur

VTH bouwen (OD20 en OD40)

29,9

65

46%

VTH milieu (OD 30 en OD50)

25,7

91,8

28%

Interne Dienstverlening en juridisch advies

18,9

73,5

26%

Totaal

73,3

237,3

31%

3.1.6 Productiviteit Tot en met juli 2024 lag de productiviteit van ons vaste personeel op 69,7%, ten opzichte van 71,0% in dezelfde periode vorig jaar. Voor ingehuurd personeel was de productiviteit 95,8%, vergeleken met 97,9% in dezelfde periode in 2023. Zowel de productiviteit van vast personeel als van inhuur blijft achter, ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dit is respectievelijk 1,3% en 2,1% lager. Dat heeft negatieve gevolgen voor de prognose van het resultaat 2024. Dit komt terug het hoofdstuk Financiën.

3.1.7 Opleidingsplannen In het tweede kwartaal van 2024 bracht de ODRN in beeld welke opleidingen nodig zijn om medewerkers door te laten ontwikkelen voor de kwaliteitscriteria en te voldoen aan de

25

robuustheid. Daar kwam een overzicht van benodigde opleidingen voor 2024 en 2025 uit voort. Voor een gedeelte wordt gekeken of er incompany opleidingen te regelen zijn. Ook is er in dit kwartaal tijd geïnvesteerd in het opzetten van nieuwe systemen voor medewerkers zoals OpenWave of het nieuwe AFAS-systeem.

3.1.8 Herwaarderen functieschalen Gezien de huidige arbeidsmarkt is het beeld dat de ODRN onvoldoende concurrerend is. De organisatie gaat verkennen of de salariëring in de pas loopt met die van andere omgevingsdiensten. Daar waar de condities van de ODRN niet concurrerend zijn, zal er overwogen worden deze aan te passen om zodoende een aantrekkelijke partij te blijven voor nieuwe talenten.

3.1.9 Arbeidsmarkt Met betrekking tot de arbeidsmarkt is de ervaring dat de vacatures wegens krapte op de arbeidsmarkt zeer moeilijk in te vullen zijn. Hoewel de markt aan het veranderen is, wordt het nog wel gezien als knelpunt en risico, ten aanzien van het behalen van de resultaten. De ODRN neemt daarom maatregelen, bijvoorbeeld door opnieuw een traineeship op te starten vanaf oktober 2024.

3.2 Informatievoorziening 3.2.1 Nieuwe systemen Vanaf januari 2024 is de ODRN gestart met de doorontwikkeling van de drie kernapplicaties, OpenWave, AFAS en TimeTell, zodat zij beter aan de wensen en eisen van een goede informatievoorziening voldoen. De inrichting van OpenWave is inmiddels meer in lijn met de werkprocessen en verbetert ten behoeve van de uitvoering van de Omgevingswet. Daarnaast zijn aanpassingen doorgevoerd, zodat de lopende zaken uit het oude zaaksysteem, WRS, beter in OpenWave kunnen worden afgehandeld. In de tweede helft van dit jaar worden de puntjes op de i gezet. De implementatie van AFAS en TimeTell zijn in het eerste half jaar conform aanbesteding uitgevoerd. Wel is het noodzakelijk om het gebruik van AFAS te optimaliseren in een tweede fase. Het betreft het gebruik van de projectenmodule, de IV3 analyse, onboarding en formatiebeheer. Fase twee wordt ook dit jaar afgerond. Het streven is om de systemen eind dit jaar volledig ingericht te hebben, waarna ze in de cyclus van regulier beheer en onderhoud terechtkomen. De middelen die hiervoor benodigd zijn, komen terug in paragraaf 4.1.

3.2.2 Ervaringen van medewerkers De implementatie van de applicaties en het nieuwe zaaksysteem kostten in het begin tijd van de medewerkers om aan te wennen. Hoewel er aan de voorkant wel de mogelijkheid was voor medewerkers om alvast kennis te maken met het nieuwe zaaksysteem, is het daadwerkelijk werken met het systeem een ander verhaal. In het begin van dit jaar heeft dit voor de nodige vertragingen, frustraties en verbeterwensen gezorgd. Dit is niet ongebruikelijk bij de implementatie van een nieuw systeem. Het eerste half jaar is het zaaksysteem doorontwikkeld. Uiteindelijk wordt er gaandeweg meer kennis opgedaan en de voordelen van het systeem en de applicaties worden steeds beter gewaardeerd en inzichtelijk. Het begrip onder de medewerkers neemt daarmee ook steeds meer toe.

26

3.2.3 Aanpassingen op doelstellingen IBP De ODRN bekijkt of het noodzakelijk is om de informatievoorziening en systemen op de doelstellingen van Interbestuurlijke programma (IBP) aan te passen, naar aanleiding van eigen IBP-projecten of door resultaten uit andere IBP-projecten. Waar mogelijk voert de ODRN dit in samenwerking met andere omgevingsdiensten of partners uit. Vanwege vertraging bij de uitvoering van de landelijke ICT-projecten (pijler 3) kan pas in het tweede deel van dit jaar hier uitvoering aan gegeven worden. Specifiek is de ODRN de impact op de informatievoorziening van het vastgestelde informatie- en applicatielandschap in beeld aan het brengen en de datakwaliteit van de data van de organisatie aan het verbeteren, die wij verplicht zijn te leveren aan Inspectieview. Ook de implementatie van het centrale gegevensmodel van de milieubelastende activiteiten (MBA’s) uit de Omgevingswet is in uitvoering. Ook is de ODRN aan het experimenteren met het toepassen van AI, ten behoeve van business intelligence en het data-gestuurd werken.

3.2.4 Informatieveiligheid Informatieveiligheid blijft belangrijk. De ODRN heeft met de Functionaris Gegevensbescherming (FG) een monitoringsplan opgesteld dat in de tweede helft van 2024 wordt uitgevoerd. Het plan raakt onderdelen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg). Specifiek voor de Wpg zal een interne audit worden uitgevoerd.

3.3 Communicatie In de eerste helft van 2024 zorgden de krappe formatie, vele interne en externe ontwikkelingen en forse toename van persvragen ervoor dat team Communicatie zich moest focussen op prioriteiten en er geen ruimte was voor doorontwikkelingen of het leggen van een stevige basis. Vanaf augustus is de formatie op orde en gaat het team onder andere aan de slag met de doorontwikkeling van communicatie binnen de ODRN.

3.3.1 Organisatieontwikkelingen Bij de diverse organisatieontwikkelingen lag de focus op interne communicatie. Het team adviseerde en ondersteunde bij onder andere de voorbereidingen op de reorganisatie, het implementeren van de nieuwe strategische koers, de opzet van een strategische personeelsplanning en de ontvlechting van de BRIKS-taken. Bij de ontvlechting van de BRIKStaken is in samenwerking met gemeente Nijmegen een gezamenlijk communicatieplan ontwikkeld en wordt er nauw met elkaar afgestemd.

3.3.2 Positionering Het belang van het werk van omgevingsdiensten wordt steeds meer gezien als gekeken wordt naar de aandacht vanuit pers en politiek. Tegelijkertijd is duidelijk dat het werkveld zeer complex is en dat het vaak lastig is om duidelijk over te brengen wat de ODRN doet, maar vooral ook waarom. Hiervoor werkt de ODRN samen met de ODRA en provincie Gelderland aan de positionering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving in Gelderland. In de tweede helft van het jaar brengt de ODRN een corporate video uit waarin het waarom van de omgevingsdienst centraal staat.

27

3.3.3 Pers en politiek De groeiende aandacht vanuit pers en politiek voor de gezondheid, veiligheid en duurzaamheid van de leefomgeving wordt ook bij de andere omgevingsdiensten opgemerkt. Er wordt op dit moment gekeken hoe ODNL op een efficiënte en sterke wijze hier een rol in kan pakken zodat er bij landelijke vragen een eenduidig en duidelijk antwoord gegeven wordt.

3.4 Innovatie In lijn met de nieuwe koers om de ODRN te positioneren als kennisorganisatie, heeft de organisatie de Innovatieagenda 2024-2029 ontwikkeld. Deze agenda biedt een gestructureerde aanpak om innovatie duurzaam te integreren in de organisatie. Dit is essentieel gezien de voortdurende uitdagingen in het werkveld, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. Dit jaar heeft de ODRN zich gericht op twee hoofdlijnen: het versterken van de positie van de organisatie in kennisnetwerken en het vergroten van de innovatiekracht. Hierbij zijn de medewerkers van de ODRN actief betrokken bij innovatieprocessen en worden zij aangemoedigd om innovatieve ideeën aan te dragen. Belangrijke initiatieven die voortvloeien uit de Innovatieagenda zijn: 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=02a9606e-5265-4261-ad13-4b82d6af5a23