CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

B20 d.d. 11 november 2021 van het UWV inzake Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 22 december 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brieven ter kennisgeving aan te nemen18.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aanknopingspunten voor maatwerk bij werkgevers ondanks belemmeringen De UWV Monitor Arbeidsparticipatie Arbeidsbeperkten 2020 laat zien dat er landelijk per 10.000 dienstverbanden ongeveer 50 dienstverbanden zijn van Wajongers of mensen die op grond van de Participatiewet tot de doelgroep van de banenafspraak behoren. Relatief veel Wajongers en Participatiewetters uit het doelgroepregister werken bij kleinere werkgevers die tot 100 werknemers in dienst hebben. Daarnaast werken zij relatief vaak in landbouw, groenvoorziening & visserij, in de schoonmaak en voor uitzendbureaus. Per 10.000 dienstverbanden zijn ongeveer 45 WIA-WAO’ers in dienst. Zij zijn relatief vaak in dienst bij werkgevers binnen vervoer & logistiek, overheid, onderwijs en zorg & welzijn. Het blijkt moeilijk om mensen die met een arbeidsbeperking aan het werk komen, ook aan het werk te houden. Een kwart van de werkgevers heeft na een jaar geen Wajonger, Participatiewetter of WIA-WAO’er meer in dienst. UWV onderzocht de invloed van de coronacrisis op de arbeidsparticipatie in 2020 van mensen met een arbeidsbeperking, specifiek van drie groepen: Wajongers met arbeidsvermogen, mensen in de WGA die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn (WGA gedeeltelijk) en mensen die op grond van de Participatiewet tot de doelgroep van de banenafspraak behoren.

Bij deze drie groepen daalde het aandeel werkenden in de eerste helft van 2020. Dit herstelt zich in de tweede helft van dat jaar voor een deel bij de groepen WGA gedeeltelijk en bij de Participatiewetters. Bij de Wajongers met arbeidsvermogen daalt de arbeidsparticipatie echter verder. De arbeidsparticipatie van de drie groepen ligt eind 2020 zo’n 1 tot 2 procentpunt lager dan het jaar daarvoor. Dat komt niet doordat mensen door de coronacrisis vaker hun baan verliezen, maar doordat het moeilijker is om een nieuwe baan te vinden. Bij de totale Nederlandse beroepsbevolking daalt de arbeidsparticipatie in 2020 met 0,5 procentpunt minder sterk. Voor een deel komt dat doordat arbeidsbeperkten naar verhouding vaker werken in een flexibel dienstverband en dat soort werk heeft sterker te lijden onder corona. De afname van de arbeidsparticipatie doet zich vooral voor in de sectoren die het sterkst geraakt worden door corona: horeca & catering, cultuur, schoonmaak en vervoer & logistiek.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

16

Veel werkgevers geven aan dat hun vestiging zich niet leent om mensen uit kwetsbare groepen in dienst te nemen. Volgens de Werkgeversenquête arbeid van TNO geldt dit voor de helft van de werkgevers. Werkgevers die hiervoor geen enkele belemmering ervaren, zijn met minder dan een vijfde in de minderheid. Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor maatwerk waardoor werkzoekenden met een arbeidsbeperking toch een plek kunnen krijgen in arbeidsorganisaties:  59% van de werkgevers geeft aan dat maatwerk mogelijk is met betrekking tot taakinhoud of aantal taken; werkgevers in ICT, financiële diensten, zakelijke diensten, zorg en horeca vinden dit het vaakst;  50% van de werkgevers geeft aan dat maatwerk mogelijk is met betrekking tot het aantal uren; vooral bij werkgevers in de ICT, zorg en onderwijs is dit het geval;  44% van de werkgevers denkt dat maatwerk ten aanzien van de werkplek mogelijk is; in ICT en financiële dienstverlening worden de mogelijkheden hiertoe vaker gezien. Aan de arbeidsbeperkingen van Wajongers en WIA-WAO'ers liggen verschillende ziektebeelden ten grondslag. Soms doen zich meerdere ziektebeelden tegelijkertijd voor. Van de Wajongers met arbeidsvermogen zonder dienstverband hebben landelijk zes van de tien een ontwikkelingsstoornis en één op de vier een psychiatrische aandoening.

Somatische aandoeningen, zoals aandoeningen aan het bewegingsapparaat en hart- en vaatziekten, komen bij Wajongers relatief minder vaak voor dan bij mensen die een beroep doen op de WIA of WAO. Bij mensen uit de groep WIA/WAO vormen psychische aandoeningen veruit de voornaamste oorzaak van arbeidsongeschiktheid. Daarna zijn somatische aandoeningen de meest voorkomende oorzaken van arbeidsongeschiktheid. Op werk gerichte initiatieven Arbeidsinpassing kan op verschillende manieren bevorderd worden. De banenafspraak richt zich op een deel van de werkzoekenden met een arbeidsbeperking. Scholing en technische toepassingen zorgen ervoor dat mensen werkzaamheden kunnen uitvoeren. Realisatie banenafspraak ten opzichte van indicatieve doelstelling Rijk van Nijmegen in 2020 flink op peil Organisaties van werkgevers en werknemers en het kabinet hebben afgesproken dat in 2025 meer mensen met een arbeidsbeperking in reguliere banen werken. Deze afspraak geldt voor mensen die behoren tot de doelgroep van de banenafspraak. Deze mensen staan in het doelgroepregister van de banenafspraak. Het Sociaal Pakket in verband corona bevat ook een tijdelijke impuls banenafspraak die gericht is op deze kwetsbare werknemers.

Deze regeling heeft tot doel om deze mensen aan het werk te houden, of zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen bij een reguliere werkgever, en anders in elk geval werkfit te houden. De Stichting van de Arbeid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werken samen in de zogeheten Werkkamer. Daarin hebben zij een indicatieve doelstelling per jaar vastgesteld. Rijk van Nijmegen telt eind eerste kwartaal 2021 3.614 banen in het kader van de banenafspraak. Dat zijn er 2.009 meer dan tijdens de 0-meting. Afbeelding 3.3 toont dat Rijk van Nijmegen eind 2020 ruim meer banen in het kader van de banenafspraak telt dan de indicatieve doelstelling van 2.780. De indicatieve doelstelling voor 2021 is 2.989 banen. Het dashboard Banenafspraak van UWV geeft zicht op de voortgang van de banenafspraak in Nederland en de 35 arbeidsmarktregio’s. Afbeelding 3.3 Realisatie banenafspraak (aantal banen) en indicatieve doelstelling Rijk van Nijmegen, tot en met eerste kwartaal 2021 4.000 3.500 3.000

2.500 2.000 1.500 1.000 500

0 0-meting

kw. 4

2012

2018

kw. 1

kw. 2

kw. 3

2019 Aantal banen

kw. 4

kw. 1

kw. 2

kw. 3

2020

kw. 4

kw. 1 2021

Doelstelling werkkamer

Bron: UWV

Scholing beperkt ingezet, wel effectief UWV, gemeenten en partners stellen werkzoekenden met een arbeidsbeperking in staat om zich om te scholen of in kortdurende trajecten vaardigheden aan te leren, om een beroep beter te kunnen uitoefenen. Uit de rapportage

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

17

‘Scholing voor mensen met een arbeidsbeperking’ van UWV blijkt dat in Nederland ongeveer 1% van de uitkeringsgerechtigden met arbeidsvermogen en een uitkering van UWV scholing volgt. Eén van de succesfactoren bij scholing is dat deze plaatsvindt in een leer-werkomgeving waardoor men het geleerde direct in de eigen (werk-)situatie kan toepassen. In de afgelopen jaren was scholing vooral gericht op werk in transport & logistiek, zorg & welzijn en economisch-administratieve beroepen. In de jaren 2012 tot en met 2018 vond 60% vervolgens werk. Niet iedereen blijkt in staat dat werk voor langere tijd te behouden. Na verloop van enkele jaren zijn ruim vier op de tien aan het werk. Technologische oplossingen voor beperkingen en betere integratie UWV beschrijft in ‘Kansen van technologie en arbeidsparticipatie’ veelbelovende technologieën die de belemmeringen van arbeidsbeperkingen kunnen verminderen of opheffen. De verwachting is dat deze nieuwe technieken kunnen zorgen voor hogere arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking. Om tegemoet te komen aan de behoefte aan proeftuinen of living labs, organiseerden UWV en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Coalitie voor Technologie en Inclusie eind 2018 een challenge om gebundelde expertise te benutten. De uitkomsten van zeven pilots zijn samengevat in ‘Technologie voor inclusie werkt in de praktijk’.

Het was vooral de technologie die aansloot op fysieke beperkingen, die voor gebruik op de werkvloer het verst was ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn een voorleesbril bij visuele beperkingen, spraakherkenning bij auditieve beperkingen en een exoskelet dat steun geeft bij fysiek zwaar werk. Als bijvangst ontstonden beter gestroomlijnde werkprocessen, een inclusievere werkcultuur en informele integratie met collega’s. De meeste initiatieven werden na de pilotsubsidie verder geïmplementeerd. Ook in 2021 kunnen partijen voorstellen indienen voor pilots waarbij technologie mensen met een arbeidsbeperking helpt om te (blijven) werken.

3.3. Niet alle jongeren even hard geraakt, ongelijkheid neemt toe Crises raken in eerste instantie jongeren harder dan andere leeftijdsgroepen. Ook aan het begin van de coronacrisis stegen de WW-uitkeringen in Rijk van Nijmegen verreweg het sterkst onder jongeren tot 27 jaar, vooral vanuit de detailhandel, horeca en uitzendbedrijven. Veel jongeren hebben een flexibel contract; 78% van de jonge werknemers die in de regio wonen, werkt onder een tijdelijk, oproep- of uitzendcontract. Dat wijkt fors af van andere leeftijdsgroepen, waarbij het merendeel een vast contract heeft. Hierdoor verliezen jongeren in tijden van economische neergang meestal als eerste hun baan. Bovendien werken zij in de regio vaak in de zwaar getroffen horeca, detailhandel non-food en uitzendbureaus. Als het economisch beter gaat zijn zij ook veelal degenen die weer het eerst, vaak op een flexibel contract, worden aangenomen. Er zijn echter grote verschillen op het gebied van baankansen voor jongeren. Jongeren met minstens een hbo-diploma hebben momenteel betere baankansen dan voor corona, terwijl de baankansen voor jongeren zonder startkwalificatie (ten hoogste een mbo-1 diploma) of een havo- of vwo-diploma juist zijn verslechterd. Daarnaast kunnen jongeren ook tegen andere uitdagingen aanlopen die gerelateerd zijn aan corona.

Jongeren harder geraakt, maar na crisis ook sneller aan het werk Hoewel de werkloosheid onder jongeren lastig te meten valt doordat zij veelal maar kort of helemaal geen WW-uitkering ontvangen en meestal ook niet in aanmerking komen voor bijstand op grond van de Participatiewet, lijkt deze groep veerkrachtig Afbeelding 3.4 laat zien dat in Rijk van Nijmegen het aantal nieuwe WW-uitkeringen van jongeren met ingang maart 2020 sterk toenam. In april 2020 was instroom in de WW van deze leeftijdsgroep met gemiddeld ruim 80 nieuwe WW-uitkeringen per week het hoogst. Daarna nam de instroom af om van augustus 2020 tot april 2021 tussen de 20 en 40 per week te schommelen. Vanaf april 2021 ligt de instroom onder de 20 nieuwe WW-uitkeringen per week en daarmee onder het niveau van voor corona (februari 2020). Afbeelding 3.4 Nieuwe WW-uitkeringen van jongeren tot 27 jaar Rijk van Nijmegen, januari 2020 – juni 2021, weekgemiddelden 90 80

70 60

50 40 30 20 10 0 j

f

m

a

m

j

j 2020

a

s

o

n

d

j

f

m

a

m

j

2021

Bron: UWV

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

18

In Nederland verloren in het tweede kwartaal van 2020 137.000 jongeren van 15 tot 25 jaar hun werk, van wie 46.000 doordat het werk kwam te vervallen. Dat is aanzienlijk meer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder toen 9.000 jongeren aangaven dat zij zonder werk kwamen doordat hun werk was verviel. Het aantal jongeren waarvan het werk verviel daalde weliswaar in het derde en vierde kwartaal van 2020, maar bleef hoger dan in dezelfde kwartalen van 2019. Volgens het CBS nam het aantal bijstandsgerechtigden naar verhouding het sterkst toe onder jongeren. De toestroom kwam vanuit twee richtingen; jongeren verloren sneller hun baan, en er waren jongeren die na hun opleiding werk zochten. Na de versoepelingen zijn het ook juist de jongeren die relatief snel weer aan het werk gaan. Verschil in kansen voor jongeren toegenomen De kansen op de arbeidsmarkt voor jongeren zijn ongelijk verdeeld. De al bestaande ongelijkheid op het gebied van baankansen nam tijdens de coronapandemie verder toe. Volgens SEO stegen tijdens de coronapandemie de baankansen landelijk gezien voor starters op de arbeidsmarkt met een hogere opleiding. De kansen daalden in die periode juist voor jongeren zonder startkwalificatie (maximaal een diploma op mbo-1 niveau) of een havo- of vwodiploma.

Met name afgestudeerden in de richtingen horeca, haarverzorging, toerisme en schoonheidsverzorging zagen hun baankansen relatief sterk dalen, terwijl de baankansen van veel zorg- en technische opleidingen stegen. Een goede stageplaats of leerplaats kan de kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Vooral voor jongeren met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt duurt de zoektocht naar passend werk of stage sinds de corona-uitbraak (nog) langer. Het tekort aan stageplaatsen steeg flink in sectoren als zorg, welzijn & sport, zakelijke dienstverlening & veiligheid, voedsel en groen & gastvrijheid. Voor technische en logistieke opleidingen ( zoals lasser, keukenmonteur en logistiek medewerker) zijn de kansen op het vinden van een stageplaats daarentegen goed. Inmiddels nemen de tekorten aan stageplaatsen wat af, maar de sectorale verschillen blijven groot. De coronacrisis heeft behalve directe invloed op baan- en stagekansen, ook op andere terreinen impact op het leven van jongeren. Zo hadden scholen door de coronamaatregelen meer moeite om kwalitatief hoogwaardig onderwijs te bieden. Een deel van het onderwijs ging niet door of vond digitaal plaats en persoonlijke begeleiding op school en stage was lastiger. Veel jongeren misten de onderlinge contacten en sommigen ervoeren eenzaamheid.

Volgens het CPB kan afstuderen tijdens een recessie langdurige effecten hebben op carrière en inkomen. Afstudeerders kunnen tot tien jaar last houden van kleinere kansen op werk en lagere lonen. Het kiezen van een studie waar veel vraag naar is, kan de arbeidsmarktpositie van jongeren versterken. Dat geldt zowel voor de korte als de langere termijn.

3.4. Veel concurrentie voor grote groep administratief werkzoekenden Veel administratieve werkzaamheden zijn gevoelig voor digitalisering en automatisering. De grote variatie aan beroepen zorgt ervoor dat economisch-administratieve banen in alle sectoren voorkomen. Ieder bedrijf of organisatie heeft wel economisch-administratief personeel in dienst. De verdergaande digitalisering raakt hierdoor grote groepen in alle sectoren van de arbeidsmarkt. Vooral middelmatig complexe taken op beroepsniveau 2 van bijvoorbeeld ondersteunende secretariële medewerkers, secretaresses en receptionisten blijken relatief eenvoudig te vervangen door software en (selfservice)applicaties. Deze ontwikkeling zet de komende jaren door en gaat ten koste van werkgelegenheid. Digitalisering heeft ook gevolgen voor klantcontacten. Klanten kunnen steeds meer zaken zelf via internet vanuit huis regelen, waardoor relatief simpel administratief werk vervalt. Digitaal bankieren is zo’n ontwikkeling die werkzaamheden vervangt waar vroeger bankemployees aan te pas kwamen. Steeds meer banken sluiten regionale filialen, soms zelfs versneld door corona. Ook bibliotheekmedewerkers hebben te maken met digitalisering.

De verschuiving van het uitlenen van papieren boeken naar E-books via websites zorg voor minder vraag naar medewerkers voor collectiebeheer en –uitleen, maar ook voor meer vraag naar lees- of digitale coaches. De concurrentie tussen werkzoekenden naar administratieve banen is groot. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een onderzoek van UWV naar het WW-percentage per opleidingstype in Nederland. Het WW-percentage was in mei 2021 het hoogst onder mensen met een opleiding facilitaire dienstverlening op mbo-4 niveau (9%), direct gevolgd door financieeladministratieve dienstverlening op mbo-4 niveau (7%). Dit is ruimschoots hoger dan het landelijk gemiddelde van 3%. Het ruime aanbod van werkzoekenden voor economisch-administratieve beroepen blijkt ook uit de top 5 van beroepen waar de meeste bij UWV geregistreerde werkzoekenden werk in zoeken (zie afbeelding 3.5). Deze bestaat in Rijk van Nijmegen voor een groot deel uit economisch-administratieve beroepen. Vooral ondersteunende secretariële medewerkers, receptionisten & telefonisten en financieel-administratief medewerkers zijn sterk vertegenwoordigd in het GWU. Met een aandeel van 12% in het totale GWU vormen economisch-administratieve beroepen de op-een-nagrootste groep werkzoekenden in de regio.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

19

Afbeelding 3.5 Top 5 Economisch-administratieve beroepen in GWU Rijk van Nijmegen, juni 2021 Top 5 economisch-administratieve beroepen

Aantal

1

Ondersteunende secretariële medewerkers

540

2

Receptionisten en telefonisten

380

3

Financieel-administratief medewerkers

350

4

Bedrijfskundigen en organisatieadviseurs

110

5

Medewerkers klantenservice

100

Bron: UWV

De vraag naar personeel is voor veel beroepen halverwege 2021 al hoger dan voor de coronaperiode. Desondanks zijn er nog steeds grote groepen mensen in een kwetsbare positie die de stap naar de arbeidsmarkt moeilijk en soms alleen met ondersteuning kunnen maken. Het volgende hoofdstuk gaat in op krapte en kansen op de arbeidsmarkt in Rijk van Nijmegen Het laat zien dat de personeelstekorten op deelmarkten binnen de arbeidsmarkt groot zijn, waardoor werkgevers moeilijk geschikt personeel kunnen vinden. Dit biedt kansen voor werkzoekenden.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

20

4. Krapte en kansen op de arbeidsmarkt Uit de vorige hoofdstukken blijkt dat de coronacrisis grote impact heeft op de arbeidsmarkt in Rijk van Nijmegen. Die impact is heel divers voor verschillende groepen. Waar corona sommigen hard trof, zagen anderen hun positie op de arbeidsmarkt juist verbeteren. Inmiddels is duidelijk dat zowel de economie als de arbeidsmarkt zich in 2021 flink herstellen en dat dit herstel gestaag doorzet. Dit hoofdstuk beschrijft de toenemende krapte op de arbeidsmarkt en de uitdagingen en kansen die dat met zich meebrengt. Zo is het voor werkgevers moeilijker om aan geschikt personeel te komen, terwijl werkzoekenden juist makkelijker aan het werk komen. Tegelijkertijd zijn er nog steeds veel mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt voor wie het moeilijk is om (duurzaam) werk te bemachtigen. Voor sommigen groeide de afstand tot de arbeidsmarkt tijdens de coronacrisis zelfs verder.

4.1. Krapte flink hoger dan voor corona Vanaf het tweede kwartaal van 2019 was de arbeidsmarkt in Rijk van Nijmegen krap: aan de ene kant stonden er veel vacatures open en aan de andere kant waren weinig geschikte kandidaten beschikbaar. Hoe krapper de arbeidsmarkt, hoe moeilijker werkgevers aan personeel komen. Voor werkzoekenden betekent een krappere arbeidsmarkt juist betere kans op werk. In Rijk van Nijmegen liep de krapte in de loop van 2019 verder op, maar bleef daarbij iets onder het gemiddeld voor heel Nederland. De coronacrisis zorgde in het eerste kwartaal van 2020 voor een abrupte omslag: het aantal vacatures daalde drastisch terwijl het aantal WW-uitkeringen flink steeg. Hierdoor daalde de spanning op de arbeidsmarkt van Rijk van Nijmegen van krap naar gemiddeld: de vraag naar en het aanbod van arbeidskrachten waren redelijk met elkaar in evenwicht. In het tweede kwartaal van 2020 nam de spanning nog verder af om in de tweede helft van 2020 net onder het niveau van krap te blijven. Spanning in Rijk van Nijmegen halverwege 2021 op hoger niveau dan voor coronacrisis In december 2020 kondigde het kabinet een harde lockdown aan. Nederland ging verder op slot. De maatregelen leidden in Rijk van Nijmegen echter niet tot een afname van de spanning op de arbeidsmarkt. Het aantal WWuitkeringen nam in december 2020 weliswaar toe, maar die stijging was zeer beperkt.

Het aantal openstaande vacatures bleef in het vierde kwartaal van 2020 redelijk op peil (zie afbeelding 2.1). In het eerste kwartaal van 2021 steeg de spanning nog iets verder doordat het aantal openstaande vacatures verder toenam terwijl het aantal WWuitkeringen gestaag daalde. In het tweede kwartaal van 2021 zette de daling van de WW versterkt door, terwijl het aantal openstaande vacatures sterk steeg. Sinds het einde van het eerste kwartaal is er weer sprake van een krappe arbeidsmarkt en is de spanning zelfs hoger dan eind 2019. Regionaal is de spanning zelfs een fractie hoger dan landelijk. Afbeelding 4.1 Spanningsindicator arbeidsmarkt Nederland en Rijk van Nijmegen, 2016 t/m 2e kwartaal 2021, doorkijk naar augustus 2021

zeer krap krap gemiddeld ruim

2016

2017 Rijk van Nijmegen

2018

2019 Doorkijk Rijk van Nijmegen

2020

augustus

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

zeer ruim

2021 Nederland

Bron: UWV, spanningsindicator

Volgens doorkijk neemt spanning verder toe De spanningsindicator arbeidsmarkt van UWV wordt altijd na afloop van ieder kwartaal vastgesteld. Op grond van een door UWV ontwikkelde methodiek kan er ook iets worden gezegd over de richting waarin de spanning zich verder ontwikkelt in de maanden van het lopende kwartaal. Tijdens het schrijven van Regio in Beeld kon deze ‘doorkijk’ berekend worden tot en met augustus 2021. Afbeelding 4.1. toont dat de spanning op de arbeidsmarkt tot en met

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

21

augustus 2021 zowel landelijk als in Rijk van Nijmegen verder stijgt tot ver boven het niveau van 2019. Deze doorkijk kan afwijken van de definitieve spanningsindicator die later in 2021 voor het derde kwartaal wordt vastgesteld. Het dashboard spanningsindicator Rijk van Nijmegen geeft actuele en meer gedetailleerde informatie per beroepsgroep over de spanning op arbeidsmarkt van Rijk van Nijmegen.

4.2. In bijna alle beroepsklassen (weer) sprake van krapte De krapte op de arbeidsmarkt en de daarmee gepaard gaande personeelstekorten doen zich voor in een breed spectrum van beroepen. De tabel in afbeelding 4.2 laat zien dat de arbeidsmarkt in Rijk van Nijmegen in het tweede kwartaal van 2021 voor acht van de elf beroepsklassen krap is. Voor technische beroepen en ICT-beroepen is de arbeidsmarkt zelfs zeer krap. Alleen voor creatieve & taalkundige beroepen is arbeidsmarkt ruim. De regionale arbeidsmarkt voor deze beroepsklasse is echter zeer klein, met weinig WW-uitkeringen nog minder vacatures. Afbeelding 4.2 Spanningsindicator arbeidsmarkt 35 arbeidsmarktregio’s (landkaart) en Rijk van Nijmegen naar beroepsklasse (tabel), 2e kwartaal 2021 Rijk van Nijmegen Beroepsklasse

Totaal alle beroepen

Technisch

zeer krap

ICT

zeer krap

Transport en logistiek

krap

Dienstverlenend

krap

Economisch en administratief

krap

Openbaar bestuur

krap

Zorg en welzijn

krap

Pedagogisch

krap

Commercieel

krap

Managers

krap

Creatief en taalkundig

ruim

Totaal

krap

Bron: UWV

Voor een aantal beroepsklassen was de arbeidsmarkt ook tijdens de coronacrisis krap. Dat geldt bijvoorbeeld voor technische en ICT-beroepen. De arbeidsmarkt voor beroepen in zorg & welzijn is in het tweede kwartaal van 2020 even gemiddeld geweest, maar in de overige kwartalen krap. Die krapte is in de eerste helft van 2021 alleen maar verder toegenomen. Voor andere beroepsklassen geldt dat deze voor de coronacrisis nog sterke krapte kenden, maar daarna een aantal kwartalen niet meer. Dat is in Rijk van Nijmegen bijvoorbeeld het geval voor dienstverlenende beroepen. Een belangrijke beroepsgroep daarbinnen vormen horecaberoepen. Doordat de meeste coronamaatregelen in deze sector in de loop van 2021vervielen, nam het aantal vacatures in de horeca in het tweede kwartaal van 2021 echter weer sterk toe. Mede door deze vacaturegroei in de horeca is er in het tweede kwartaal van 2021 weer sprake van krapte voor dienstverlenende beroepen in Rijk van Nijmegen. Meest en minst kansrijke beroepen Voor werkgevers betekent de toenemende krapte op de arbeidsmarkt dat het moeilijk is om vacatures in te vullen. Daar staat tegenover dat de krapte goede kansen biedt voor werkzoekenden. UWV brengt in kaart welke beroepen goede kans op werk bieden, en van welke beroepen de kans op werk het kleinst is.

Die inzichten kunnen richting geven aan mensen die op zoek zijn naar ander werk of willen nadenken over omscholing. Het landelijke overzicht van kansrijke beroepen van eind juni 2021 is verwerkt tot regionale overzichten. Box 4.1 toont enkele voorbeelden van kansrijke beroepen voor Rijk van Nijmegen. Bij kansrijke beroepen gaat het vaak om beroepen die voor de coronacrisis ook al goede kansen boden op werk. Het gaat dan veelal om beroepen in de zorg (zoals verzorgenden individuele gezondheidszorg en verpleegkundigen), techniek (zoals elektriciens, loodgieters en CNC-verspaners) en ICT (zoals netwerkbeheerders, security specialisten en webdevelopers). Nu de economie steeds verder opengaat en aantrekt, groeit ook de vraag naar personeel in andere beroepen. Een goed voorbeeld zijn restaurantkoks en medewerkers bediening horeca. Voor de coronacrisis was de vraag naar deze beroepen erg groot. Door de coronamaatregelen daalde die vraag tijdelijk in 2020, maar inmiddels is het aantal vacatures weer sterk gestegen. Restaurantkoks en medewerker bediening horeca worden daarom weer aangemerkt als kansrijk beroep. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor verkoopmedewerkers voedingsspeciaalzaken.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

22

Box 4.1.

Selectie kansrijke beroepen Rijk van Nijmegen

Het overzicht van de kansrijke beroepen laat zien welke beroepen voldoende tot goede baankansen bieden. In totaal gaat het voor Rijk van Nijmegen om 110 kansrijke beroepen, verdeeld over 16 richtingen of ‘segmenten’. Hier beneden staat een selectie van een aantal kansrijke beroepen voor de regio Rijk van Nijmegen.  Elektriciens, monteurs elektrische installaties (incl. zonnepanelen en laadpalen)  Betontimmermannen, bouwtimmermannen  Monteurs industriële machines en installaties / mechatronica (storing, service, installatie)  Verzorgenden individuele gezondheidszorg (ig), kraamverzorgenden  Algemeen verpleegkundigen  Programmeurs / developers specifieke talen (o.a. .NET, java, C#, PHP, javascript)  Webdevelopers (backend/technisch)  Medewerkers klantcontact / klantenservice  Handhavers openbare ruimte (BOA’s)  Vrachtwagenchauffeurs De volledige lijst met kansrijke beroepen is te vinden in de publicatie Regionale kansrijke beroepen Rijk van Nijmegen.

Tegenover de meest kansrijke beroepen staan de beroepen die het minst kansrijk zijn. In deze beroepen is het lastiger om (snel) werk te vinden. Sommige beroepen werden minder kansrijk als gevolg van de coronamaatregelen. Zo zijn er op dit moment bijvoorbeeld minder goede baankansen voor reisbureaumedewerkers, medewerkers van een bedrijfsrestaurant en buschauffeur. Ondanks de versoepeling van een aantal coronamaatregelen zijn de baankansen voor deze beroepen zijn nog altijd niet goed. Mogelijk verbetert het perspectief op termijn weer voor een aantal minder kansrijke beroepen die door de coronacrisis getroffen zijn. Er zijn echter ook beroepen waarvoor de baankansen al jaren minder goed zijn. Dat kan diverse oorzaken hebben, bijvoorbeeld doordat het werk afneemt door digitalisering en/of automatisering (zie de paragrafen 2.4 en 3.4). Dat geldt bijvoorbeeld voor administratief medewerkers en grafisch vormgevers. Een andere oorzaak kan zijn dat een beroep simpelweg te populair is en er dus (te) veel sollicitanten per vacature zijn. Een voorbeeld daarvan is het beroep van dierenverzorger.

4.3. Neemt de spanning de komende jaren verder toe? Na een dip in 2020 als gevolg van de coronacrisis, is de krapte op de arbeidsmarkt in 2021 weer terug en is de spanning nu zelfs hoger dan in 2019. Hoewel spanning op beroepsniveau nog uiteen loopt, zijn er signalen die er op wijzen dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren verder zal toenemen. Veel werknemers in zorg, industrie, openbaar bestuur en onderwijs komende jaren met pensioen Een belangrijke ontwikkeling waardoor de krapte op de arbeidsmarkt verder kan toenemen, is de vergrijzing en ontgroening van de Nederlandse bevolking. Dat betekent dat het aantal ouderen toeneemt terwijl het aantal jongeren juist afneemt. Dat heeft gevolgen voor de (potentiële) beroepsbevolking. Volgens de meest actuele bevolkingsprognose van het CBS zal de potentiële beroepsbevolking (alle personen tussen de 15 en 75 jaar) in COROP-gebied ArnhemNijmegen tussen 2020 en 2030 met 1,6% afnemen. Als de participatiegraad niet toeneemt, zal deze krimp van de potentiële beroepsbevolking zich vertalen in een krimp van de beroepsbevolking. Dat betekent dat er minder mensen beschikbaar zijn om de vacatures te vervullen. De afgelopen jaren is de arbeidsparticipatie in Arnhem-Nijmegen licht gestegen, met name onder vrouwen. In 2020, het coronajaar, is er echter sprake van een kleine daling.

Of de arbeidsparticipatie de komende jaren verder stijgt, is echter niet zeker. Daar komt nog eens bij dat jongeren gemiddeld genomen op steeds hogere leeftijd de arbeidsmarkt betreden en mensen sinds het verhogen van de pensioenleeftijd langer doorwerken. Ook die ontwikkelingen versterken de vergrijzing van de beroepsbevolking. Van alle werknemers die in Rijk van Nijmegen wonen is 10% 60 jaar of ouder. Dat komt neer op 13.900 werknemers die binnen enkele jaren de arbeidsmarkt verlaten. Niet elke sector in Rijk van Nijmegen is in dezelfde mate vergrijsd. Afbeelding 4.3 toont de leeftijdsopbouw van werknemers in Rijk van Nijmegen naar sector. In absolute aantallen is het aantal 60-plussers het grootst in de sectoren zorg & welzijn (3.200 werknemers; 11% van het totaal aantal werknemers in deze sector), onderwijs ( 2.700 werknemers; 13% van het totaal ) industrie (1.700 werknemers; 12% van het totaal), openbaar bestuur (1.200 werknemers; 15% van het totaal) en. Werkgevers in deze sectoren zullen op korte termijn geconfronteerd worden met een grote uitstroom van werknemers die met pensioen gaan. Dit zijn veelal sectoren die op dit moment al te maken hebben met sterke krapte en daarmee een tekort aan personeel. De aanwas van jongeren is onvoldoende om de uitstroom van gepensioneerde werknemers te compenseren.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

23

Afbeelding 4.3 Werknemers naar leeftijdsklasse en sector Woonregio Rijk van Nijmegen, 2020 Zorg en welzijn Onderwijs Industrie Openbaar bestuur Vervoer en opslag Detailhandel Specialistische zakelijke diensten Uitzendbureaus Groothandel Bouw Overige zakelijke diensten Cultuur, sport, overige diensten Financiële diensten Horeca Informatie en communicatie Landbouw 0

2.000 60 plus

4.000

6.000

8.000

10.000

12.000

50 tot 60 jaar

Bron: UWV, Leeftijdsmonitor

Toenemende vraag naar technische vakmensen door energietransitie en woningtekort Behalve demografische ontwikkelingen, die in meer of mindere mate alle sectoren raken, zijn er ook sectorspecifieke ontwikkelingen die mogelijk kunnen leiden tot grotere krapte op de arbeidsmarkt. Een daarvan is de energietransitie. Om de klimaatdoelstellingen van het kabinet te verwezenlijken, moet een transitie plaatsvinden van energiesystemen gebaseerd op fossiele brandstoffen, naar energiesystemen die gebaseerd zijn op duurzame energiebronnen. Dat betekent dat er onder andere veel woningen en bedrijfspanden moeten worden geïsoleerd, nieuwe installaties moeten worden geplaatst en windmolens en zonnecollectoren moeten worden gebouwd en geïnstalleerd. Daar zijn enorm veel technisch geschoolde vakmensen voor nodig, zoals elektriciens, monteurs zonnepanelen, loodgieters/monteurs/installateurs gas en water (inclusief warmtepomp), technisch isoleerders, en monteurs elektriciteitsnetten. Op dit moment is er al sprake van een (groot) tekort aan technici, door de energietransitie zal de vraag naar technisch personeel alleen maar toenemen. Daarnaast kampt Nederland al enkele jaren met een woningtekort. De komende jaren (en misschien decennia) zullen er daarom een groot aantal woningen gebouwd moeten worden om dit tekort terug te dringen.

Ook daarvoor zijn veel vakmensen nodig, ook hier met name in beroepen die nu al te maken hebben met personeelstekorten. Bovendien is de bouwsector sterk vergrijsd. Daardoor zullen de komende jaren veel werknemers de sector verlaten omdat ze met pensioen gaan.

4.4. Kansen kwetsbare groepen vergroten via skills en maatwerk Voor werkgevers vormt de toenemende krapte op de arbeidsmarkt een enorme uitdaging. Vanuit het perspectief van de werknemer en werkzoekende staan er op dit moment veel signalen op groen. De kansen op werk zijn groot voor veel beroepen. Ook de economische vooruitzichten van het CPB voor 2021 en 2022 zien er rooskleurig uit, zoals besproken in hoofdstuk 1. Deze goede vooruitzichten vertalen zich echter niet automatisch in gelijke kansen op de arbeidsmarkt voor iederéén. Hoofdstuk 3 beschreef al een aantal groepen die tijdens de coronacrisis het hardst zijn geraakt. De daadwerkelijke impact van de coronacrisis voor de verschillende kwetsbare groepen werkzoekenden is lastig in te schatten, vooral op de (middel-)lange termijn. Wel is duidelijk dat mensen die voor corona al kwetsbaar waren op de arbeidsmarkt, dat na de coronacrisis nog steeds zijn. De kwetsbaarheden kunnen gelegen zijn in een laag opleidingsniveau, weinig werkervaring, langdurige werkloosheid en factoren als leeftijd of arbeidsbeperkingen. De afstand op de arbeidsmarkt werd tijdens de crisis veelal groter. Door de coronacrisis kwamen er ook nieuwe kwetsbare groepen bij, zoals jongeren en schoolverlaters. Zij hadden last van een tekort aan stageplaatsen en minder vacatures in sectoren waar veel jongeren werken.

Daarnaast is er een grote groep werkenden en zzp’ers die financieel kwetsbaar zijn geworden omdat zij tijdens de coronacrisis veel inkomsten hebben verloren en weinig financiële reserves hebben. Ook de groep ontmoedigden op de arbeidsmarkt is gegroeid, bijvoorbeeld omdat mensen al langdurig werkloos waren en tijdens corona nog moeilijker aan een baan konden komen. Tot slot zijn er structurele ontwikkelingen die in principe losstaan van corona, maar wel zorgen voor extra kwetsbaarheden op de arbeidsmarkt. Zoals besproken in paragraaf 2.4 zorgen onder andere digitalisering en verandering in veel gevraagde skills en vaardigheden ervoor dat bepaalde beroepen in de toekomst (verder) onder druk komen te staan. Dit geldt bijvoorbeeld voor administratieve beroepen. De coronacrisis zorgt waarschijnlijk ook voor een aantal blijvende veranderingen in de manier van werken en werven. Veel mensen zullen ook na corona in meer of mindere mate blijven thuiswerken en sommige recruiters stappen over op digitale sollicitatiegesprekken. Deze ontwikkelingen kunnen voor bepaalde groepen extra obstakels opleveren. Zo is het niet voor iedereen mogelijk om thuis te werken. Bijvoorbeeld omdat geschikte ruimte ontbreekt, digitale vaardigheden

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

24

onvoldoende ontwikkeld zijn, er dagelijks begeleiding nodig is voor het uitvoeren van werkzaamheden of omdat de werkzaamheden op een (productie)locatie moeten worden uitgevoerd. Zonder voldoende aandacht voor deze ontwikkelingen en hun impact kunnen bepaalde groepen daarom op nog grotere afstand van de arbeidsmarkt komen te staan. Focus op skills om mismatch te verkleinen Om de bestaande en toekomstige mismatch en krapte op de arbeidsmarkt in Rijk van Nijmegen te verkleinen, is het belangrijk anders te kijken naar het beschikbare aanbod. Matchen op skills, zoals paragraaf 2.4 bespreekt, kan werkgevers, werkzoekenden en arbeidsmarktpartijen daarbij helpen. Dit is echter niet voldoende om ook voor alle kwetsbare groepen de afstand tot de arbeidsmarkt te overbruggen. Maatwerk blijft belangrijk. Een gedifferentieerd arbeidsmarktbeleid, gericht op persoonlijke begeleiding met de juiste scholing en steun moet daarbij het uitgangspunt zijn. Mogelijke oplossingen zijn scholingsprogramma’s, van-werk-naar-werk trajecten, digitale vaardigheden vergroten en mensen ondersteunen voor wie thuiswerken niet vanzelfsprekend is. In het algemeen is het belangrijk dat iedereen zoveel mogelijk betrokken blijft bij de arbeidsmarkt. Dat kan via alternatieven, zoals re-integratietrajecten en vrijwilligerswerk, indien de kansen op betaald werk nog klein zijn.

Op die manier doen werkzoekenden toch de benodigde skills en competenties op die relevant zijn voor andere beroepen.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

25

5. Uitdagingen en oplossingsrichtingen voor de regionale arbeidsmarkt Vorig jaar waren de vooruitzichten voor de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt uiterst somber. Men verwachtte dat de coronacrisis in 2021 zou doorzetten en dat economische situatie zou verslechteren. Er werd rekening gehouden met een faillissementsgolf, veel ontslagen en een stijgende werkloosheid. Om de gevolgen van de coronacrisis zoveel als mogelijk te verminderen, kondigde het Kabinet een uitgebreid steun- en herstelpakket aan. Hierin zaten verschillende maatregelen die op korte termijn waren gericht op het voorkomen van bedrijfssluitingen en bijkomende ontslagen en die op de langere termijn een lange en diepe recessie moesten voorkomen. Momenteel is het onduidelijk wat de precieze effecten zijn geweest van de inzet van Rijk. In ieder geval lijkt het er op dat de doelstellingen zijn behaald. Noodgedwongen bedrijfssluitingen zijn grotendeels voorkomen. Hierbij wordt een belangrijke rol toebedacht aan de steunmaatregelen zoals de eerder genoemde tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), maar ook de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). De gevreesde stijging van de werkloosheid bleef in 2021 uit. Op dit moment is de werkloosheid gedaald ten opzichte van vorig jaar en is het weer op het niveau van voor de coronacrisis.

Met een oplopende vraag naar arbeidskrachten en meer vacatures dan werkzoekenden, is er zelfs sprake van een krappe arbeidsmarkt. Er wordt de komende jaren een stijging van de spanning op de arbeidsmarkt verwacht gezien de vergrijzing en ontgroening. In voorgaande hoofdstukken is uitgebreid stilgestaan bij deze ontwikkeling. In vergelijking met vorig jaar is er momenteel een andere economische situatie. De bestaande uitdagingen op de arbeidsmarkt van voor de coronacrisis komen nu ook weer naar voren. Hoe gang we om met de discrepantie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt? Hoe stimuleren we de arbeidsparticipatie van specifieke doelgroepen zoals mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Thema’s die overigens tijdens de crisis ook niet volledig waren verdwenen. In sommige sectoren bleef de vraag naar werknemers onverminderd groot en mensen met een arbeidsbeperking werden relatief hard geraakt door de crisis. Zoals in de vorige hoofdstukken beschreven, heeft ook Rijk van Nijmegen te maken met een krappe arbeidsmarkt. De regio is gemiddeld gezien minder hard geraakt, omdat de arbeidsmarktstructuur wordt bepaald door een oververtegenwoordiging van de sectoren zorg en onderwijs die grotendeels buiten schot zijn gebleven.

Daartegenover staan veel werkgevers in de evenementenbranche, horeca en toerisme die de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan direct hebben gevoeld. Zij hebben ook veel personeel moeten laten gaan en ondervinden bij de heropening van hun sector hinder van de krappe arbeidsmarkt. Veel horecaondernemingen zijn op zoek naar personeel. Evenals in voorgaande jaren, zal er in Rijk van Nijmegen het komende jaar moeten worden ingezet op het verkleinen van de discrepantie tussen vraag en aanbod. Dit kan onder meer door een nauwe samenwerking te zoeken met werkgevers en brancheorganisaties, een focus op Leven Lang Ontwikkelen, eerdere en intensieve begeleiding van werkzoekenden met of zonder uitkering, en het stimuleren van arbeidsparticipatie van groepen die nu niet of weinig werkzaam zijn. In de arbeidsmarktregio werken gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties, onderwijsinstellingen, WerkBedrijf Rijk van Nijmegen en UWV intensief met elkaar samen in de Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA). De gezamenlijke uitvoeringsagenda van de RTA vormt de basis voor verschillende projecten die gericht zijn op een goedwerkende, inclusieve arbeids- en scholingsmarkt.

5.1. Nauwe samenwerking met werkgevers en brancheorganisaties Het is voor werkgevers niet eenvoudig om vacatures ingevuld te krijgen. Werkgevers noemen als oorzaak vaak een gebrek aan sollicitanten. Ook het ontbreken van de juiste kwalificaties bij sollicitanten - zoals relevante werkervaring, vakkennis en opleiding – speelt een rol. UWV inventariseerde initiatieven om personeelstekorten aan te pakken en verwerkte deze in de publicatie ‘Personeelstekorten aanpakken. Oplossingen voor werkgevers’. Afbeelding 5.1 toont deze oplossingsrichtingen.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

26

Afbeelding 5.1 Personeelstekorten aanpakken. Oplossingen voor werkgevers Nederland, 2021

Bron: UWV

Om werkgevers hierbij te helpen, worden ze intensief ondersteund bij het invullen van hun personeelsvraagstuk. UWV doet dit door middel van het WerkgeversServicepunt (WSP) dat nauw samenwerkt met collega’s van Economische Zaken bij gemeenten en met de werkgeversdienstverlening van het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. In 2020 ondersteunde het WSP van UWV werkgevers vooral bij strategische vraagstukken en gaf het informatie over de verschillende steunmaatregelen. Dit jaar wordt het WSP ook weer steeds meer ingezet bij de invulling van vacatures. Werkgevers lopen er tegenaan dat er weinig werkzoekenden zijn. En de werkzoekenden die beschikbaar zijn, hebben een grote keuze aan vacatures. Er zijn diverse projecten geïnitieerd om mensen te enthousiasmeren voor het werken in kraptesectoren, zoals detailhandel en horeca. Veel trajecten zijn gericht op zij-instromers. Hierbij is sprake van learning on the job en krijgen de deelnemers een landelijk erkend diploma of certificaat. Kansen in de optiek In de optiekbranche is een groot tekort aan opticiens. Samen met Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), de Nederlandse Unie van Optiekbedrijven (NUVO) en meerdere onderwijsinstellingen is UWV een zij-instroomtraject gestart. In Rijk van Nijmegen is het WSP hier ook bij betrokken.

In dit traject worden zij-instromers geschoold in beroepsgerichte onderdelen van het vak opticien. Zij gaan één dag in de week naar school en werken daarnaast twee dagen bij een optiekbedrijf dat ook de intentie heeft om de zij-instromer in dienst te houden. Dit traject is erg interessant voor mensen die werkzaam zijn (geweest) in de detailhandel, in de zorg of in de luchtvaart. Het gaat om communicatief vaardige en dienstverlenende mensen, die goed met klanten om kunnen gaan. Na het volgen van de scholing krijgt de zij-instromer een certificaat. Hij of zij is dan direct inzetbaar in de optiekbranche, bijvoorbeeld voor het assisteren bij de refractie en het voeren van assortimentsbeheer. Idealiter komt de zij-instromer dan in dienst bij het bedrijf waar hij of zij de leer-werkstage heeft gelopen. Als er interesse is, kan vervolgens de bblopleiding Opticien (niveau 4) of een andere optiekopleiding worden gedaan. Op deze manier worden opticiens direct ontzorgd en is er ook richting de toekomst mogelijk nieuwe aanwas.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

27

Project Cookcamp In de horeca is een groot tekort aan personeel. Dit was voor de coronacrisis al het geval en vanwege de tijdelijke sluiting van deze sector zijn ook veel mensen uitgestroomd naar andere sectoren. Er is een prangende behoefte aan personeel. Het project Cookcamp is een korte, intensieve opleiding waarbij snel stappen gemaakt worden. In twaalf weken worden de deelnemers opgeleid tot keukenassistent, basiskok of zelfstandig werkend kok. De opleiding kenmerkt zich door een maatwerkaanpak. Hierbij wordt gekeken naar de competenties die een deelnemer heeft, zodat de opleiding effectief en gericht kan worden opgezet. Daarnaast vindt de opleiding grotendeels plaats in de praktijk. Onder begeleiding van praktijkgerichte leermeester behalen de deelnemers een branche-erkend diploma van de Stichting Vakbekwaamheid Horeca. Hiermee kunnen de deelnemers snel terecht bij een horecaonderneming.

5.2. Leven Lang Ontwikkelen De mismatch op de arbeidsmarkt wordt grotendeels bepaald door een kwalitatieve mismatch. Dit betekent dat de kwaliteiten van werkzoekenden niet aansluiten bij kwaliteiten die werkgevers vragen. Bij-, om- of herscholing kan helpen om het aanbod beter bij de vraag aan te laten sluiten. Het thema Leven Lang Ontwikkelen vormt hierdoor een belangrijk onderdeel van het verkleinen van de discrepantie. In Rijk van Nijmegen wordt al volop gewerkt aan een Leven Lang Ontwikkelen. Diverse projecten vanuit Perspectief op Werk en een provinciale subsidieregeling om de gevolgen van de coronacrisis tegen te gaan dragen hier aan bij. Bij deze projecten is vaak een belangrijke rol weggelegd voor het Leerwerkloket Rijk van Nijmegen die als een spin in het web bij diverse initiatieven is betrokken. Kansberoepprojecten Om werkzoekenden de kans te geven om zichzelf te laten omscholen naar beroepen in kansrijke sectoren en de benodigde vaardigheden te ontwikkelen, worden kansberoepprojecten opgezet. Het Leerwerkloket, WerkBedrijf Rijk van Nijmegen en UWV werken nauw samen met werkgevers die leerwerkplekken en vaak een baangarantie aanbieden. Hiermee wordt tevens geborgd dat het projecten zijn die aansluiten op de behoefte in de markt. Er zijn verschillende succesvolle trajecten ingezet in de zorg, horeca, groen, techniek en ICT.

Transitievouchers Werkenden die bedreigd worden met baanverlies of werkzoekenden zonder uitkering kunnen aanspraak maken op een Transitievoucher. Deze geeft hen een financiële tegemoetkoming om een opleiding te volgen. Ook zelfstandigen die zich oriënteren op een andere baan of die om- of bijscholing nodig hebben voor het levensvatbaar houden van hun onderneming kunnen een transitievoucher aanvragen. Door inzet van de transitievoucher willen we in de arbeidsmarktregio ook in het geval dat iemand geen aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening van een werkgever of een uitvoeringsinstantie het mogelijk maken om een opleiding te volgen. De Transitievouchers worden door het Leerwerkloket uitgekeerd nadat er een loopbaanadviesgesprek heeft plaatsgevonden en is vastgesteld dat een Transitievoucher nodig is. Praktijkleerroute In Rijk van Nijmegen wordt momenteel door het ROC Rijk van Nijmegen, Leerwerkloket, WerkBedrijf en UWV gewerkt aan de Praktijkleerroute. Dit project biedt mensen zonder startkwalificatie de mogelijkheid om een praktijkverklaring te behalen. Een praktijkverklaring is een landelijk erkend getuigschrift waarmee aangetoond kan worden dat iemand bepaalde vaardigheden bezit en werkprocessen onder de knie heeft. Hiermee kunnen mensen zonder startkwalificatie hun positie op de arbeidsmarkt versterken.

In sommige gevallen vormt het mogelijk een opstap richting verder onderwijs.

5.3. Intensieve begeleiding De Commissie Regulering van Werk publiceerde kort voor de start van de coronacrisis een invloedrijk rapport. Hierin wordt onder andere opgeroepen om het arbeidsmarktbeleid te hervormen. Belangrijke elementen voor de toekomst zijn enerzijds meer aandacht voor preventie van werkloosheid door van werk naar werk dienstverlening. Anderzijds moet er een intensievere begeleiding komen van werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt waarbij maatwerk centraal staat. De coronacrisis heeft de uitvoer van deze gedachten in een versnelling gebracht door de inzet van een Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) in iedere arbeidsmarktregio. In Rijk van Nijmegen zijn ook eerder al projecten opgezet die aansluiten bij de hierboven genoemde elementen. Hierbij beperkt de intensieve begeleiding zich overigens niet alleen tot werkgevers, werkenden en werkzoekenden. Er is met project Werklab ook aandacht voor studenten die vanuit onderwijs moeite hebben om aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

28

Regionaal Mobiliteitsteam Rijk van Nijmegen Vanuit het steun- en herstelpakket kreeg iedere arbeidsmarktregio de opdracht om een RMT op te richten. Dit team begeleidt mensen die hun werk vanwege de coronacrisis dreigen te verliezen of reeds hebben verloren naar nieuw werk. Sociale partners, UWV en gemeenten werken samen aan een integrale dienstverlening. De behoefte van de persoon staat hierbij centraal. Er is sprake van maatwerk en ontschotte dienstverlening. Afhankelijk van de situatie van de werkzoekende kunnen instrumenten van alle partijen op ieder moment worden ingezet, ongeacht de regeling waarin een werkzoekende verkeert. Iedereen die door het RMT wordt begeleid krijgt hierdoor een op zichzelf toegesneden dienstverleningsaanbod. Op 1 september 2021 is het RMT Rijk van Nijmegen van start gegaan. De toestroom van personen die met werkloosheid bedreigd worden of die hun werk hebben verloren is momenteel nog niet zo groot. Dit geeft het team de mogelijkheid om gedegen de dienstverlening neer te zetten en elkaars werkwijzen en instrumentarium leren te kennen, voordat mogelijk een grotere toestroom op gang komt dor de afloop van de steunmaatregelen op 1 oktober 2021. Het RMT biedt de arbeidsmarktregio’s een interessante mogelijkheid.

Er worden ervaringen opgedaan met van werk naar werk begeleiding en met een intensieve, op maatwerk toegespitste begeleiding van werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hierbij kan gebruikt gemaakt worden van het volledige instrumentarium aan re-integratiemiddelen dat in de arbeidsmarktregio bij diverse partijen voor handen is. Richting de toekomst kunnen deze ervaringen bijdragen aan een nauwere samenwerking tussen sociale partners, gemeenten, WerkBedrijf en UWV op het gebied van arbeidsmarktondersteuning. Werklab ROC Rijk van Nijmegen, Hogeschool Arnhem-Nijmegen en de Radboud Universiteit werken samen met WerkBedrijf Rijk van Nijmegen en UWV in het project Werklab. Jobfinders bij de onderwijsinstellingen begeleiden in dit project studenten die vanwege hun beperking moeite hebben om een stageplek of betaalde baan te vinden of te houden. De begeleiding omvat verschillende elementen: van loopbaangesprekken over wat bij de studenten past, praktische tips over hoe je solliciteert en een cv maakt, tot de vraag of je een werkgever wel of niet vertelt over jouw beperking. Door deze extra ondersteuning komen studenten op een plek terecht die passend is bij hun situatie. Hierdoor wordt uitval tijdens de studie voorkomen en wordt de stap van studie naar werk vergemakkelijkt.

Een goede start op de arbeidsmarkt kan er voor zorgen dat latere problematiek op diverse leefgebieden wordt voorkomen. Samenwerking over de domeinen heen Bij intensieve begeleiding van werkzoekenden wordt er ook gekeken naar andere leefdomeinen. In sommige gevallen werken problemen op andere vlakken belemmerend op de terugkeer naar werk, bijvoorbeeld financiële problemen. Deze problemen zorgen er voor dat de werkzoekende onvoldoende ruimte in zijn hoofd heeft om zich te richten op het vinden van werk. UWV wil in Rijk van Nijmegen de samenwerking met de afdelingen schuldhulpverlening van de gemeenten versterken. Met de gemeente Nijmegen zijn er afspraken gemaakt over het doorverwijzen van werkzoekenden met financiële problemen en wordt er gewerkt aan een nauwere samenwerking waarbij het vroegtijdig herkennen van schulden centraal staat.

5.4. Stimuleren arbeidsparticipatie Eerder in dit hoofdstuk is gesproken over de kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod. Daarnaast bestaat er ook een kwantitatieve mismatch. Dit houdt in dat er meer vacatures zijn dan werkzoekenden. Om dit vraagstuk het hoofd te bieden, moet er gekeken worden hoe de beroepsbevolking kan worden uitgebreid. Het zittend personeel zou meer uren kunnen gaan werken, maar het is ook mogelijk om te kijken naar groepen mensen die wel willen werken, maar die lastig aan het werk komen. Hierbij kan gedacht worden aan mensen met een arbeidsbeperking of die deels arbeidsongeschikt zijn. Kansen voor de doelgroep Banenafspraak Uit onderzoek van UWV blijkt dat tijdens de coronacrisis de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking harder daalde dan van de totale Nederlandse beroepsbevolking. De oorzaken liggen in het feit dat zij relatief gezien vaker werken op basis van een tijdelijk contract en in de sectoren die hard geraakt zijn: horeca & catering, detailhandel en de uitzendbranche. Als ze eenmaal hun baan hebben verloren, vinden mensen uit het doelgroepregister lastiger een nieuwe baan. Daarbij komt dat hoe langer zij aan de zijlijn staan, hoe kleiner de kans wordt dat zij weer een baan vinden. Het is belangrijk dat ze hun werk behouden en werkfit blijven.

In Rijk van Nijmegen laten de resultaten van de Banenafspraak in tegenstelling tot aanpalende arbeidsmarktregio’s gelukkig geen daling zien in de arbeidsparticipatie van mensen uit het doelgroepregister. Er is zelfs sprake van een licht stijging in het eerste kwartaal van 2021. De economische opleving biedt het komende jaar extra kansen om nog meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. De ‘doelgroep Banenafspraak’ is een groep die binnen het RMT extra aandacht krijgt. Er is budget beschikbaar om precies deze groep te begeleiden.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

29

Gebruik maken van verborgen ervaring In haar rapport geeft de Commissie Regulering van Werk aan dat er nog relatief veel mensen met gezondheidsproblemen niet werken. Een onderbelichte groep zijn mensen met een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ondanks hun waardevolle werkervaring, staan ze vaak nog langs de kant. Halverwege 2021 telde Rijk van Nijmegen 1.200 werkzoekenden met een WIA- of WAO-uitkering die deels arbeidsongeschikt en dus tegelijkertijd deel arbeidsgeschikt zijn. Van hen is een deel al aan het werk. De mensen die nog niet werken, kunnen mogelijk helpen om de discrepantie op de arbeidsmarkt te verkleinen. Op grond van hun medische verleden kunnen ze hun voorgaande werk niet meer uitoefenen, maar er zijn nog tal van andere kansen in hun eigen sector of in een andere sector. Intensieve begeleiding en scholing kan bijdragen aan een terugkeer op de arbeidsmarkt. Mensen met een psychische kwetsbaarheid hebben ook moeite om werk te vinden. Het Rijk wil de arbeidsparticipatie van deze doelgroep vergroten. De afgelopen jaren zijn hier al diverse initiatieven voor geweest, waarbij Rijk van Nijmegen al veel stappen heeft gezet in de samenwerking tussen enerzijds gemeenten, WerkBedrijf Rijk van Nijmegen en UWV en anderzijds GGZ-instellingen. In het najaar van 2021 krijgt deze samenwerking een nieuwe impuls door het landelijke project Hoofdzaak Werk.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

30

Bronnen

CBS, De beroepsbevolking tijdens de corona crisis, maart 2021. CBS, Vooral toename jongeren in de bijstand, mei 2021. CBS, ESB Kort Zowel jongeren als ouderen vaker gestopt met werken begin 2020, mei 2021. CBS, Werknemersbanen namen in 2020 vooral af door achterblijven nieuwe banen, juli 2021. CBS, Dynamiek banen van werknemers, 2019-2020, Den Haag, juli 2021. CPB, Langdurige effecten van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt, augustus 2020. CPB, Augustusraming 2021-2022: Kerngegevens en koopkracht, augustus 2021. CPB, Macro Economische Verkenning 2022, september 2021. CPB, Economische analyse steunpakket 2020, september 2021. PwC, How to make vulnerable jobs ready for the future, 2021. Rabobank, Waarom de werkloosheid ondanks de coronacrisis amper opliep, juli 2021. Rabobank, 230.000 werklozen en 5300 faillissementen voorkomen in crisis, juli 2021. SEO en Verwey-Jonker Instituut, De impact van de coronapandemie op de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt, juli 2021. SER, Neem iedereen mee: kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, december 2020. Stichting van de Arbeid en VNG, Regionaal overzicht van het aantal te realiseren garantiebanen in 2019 en 2020, juli 2019. Stichting van de Arbeid en VNG, Regionaal overzicht van het aantal te realiseren garantiebanen in 2021 en 2022, november 2020.

TNO, Werkgeversenquête arbeid (Benchmark tool WEA 2019), Monitor Arbeid, mei 2020. UWV, Kennisverslag 2018-2 Kansen van technologie en arbeidsparticipatie, januari 2018. UWV, Kennisverslag 2020-8 Technologie voor inclusie werkt in de praktijk, oktober 2020. UWV, Factsheet aanvragen NOW-regeling, juli 2020. UWV, Factsheet aanvragen NOW 2.0-regeling, september 2020. UWV, Factsheet derde aanvraagperiode NOW, januari 2021. UWV, Regionale werkgelegenheid Rijk van Nijmegen, april 2021. UWV, Factsheet 4e aanvraagperiode NOW, april 2021. UWV, Monitor Arbeidsparticipatie Arbeidsbeperkten 2020, april 2021. UWV, Kennisverslag 2021-3 Scholing voor mensen met een arbeidsbeperking, april 2021. UWV, Werkgever vraagt naast vakkennis 5 specifieke vaardigheden, mei 2021. UWV, Arbeidsmarktprognose 2021-2022, juni 2021. UWV, Juiste opleiding verkleint de kans op werkloosheid, juli 2021 UWV, Factsheet 5e aanvraagperiode NOW, juli 2021. UWV, Arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking, de ontwikkeling in het eerste coronajaar (2020), oktober 2021. UWV, Personeelstekorten aanpakken. Oplossingen voor werkgevers, november 2021. Verder is gebruik gemaakt van data afkomstig van: CBS (Statline):  Bevolking;  Arbeidsdeelname;  Regionaal economische ontwikkeling;  Dynamiek banen van werknemers;  Onbenut arbeidspotentieel;  Werkloze beroepsbevolking per gemeente en per arbeidsmarktregio.

S-BB:  Dashboards Basiscijfers Jeugd.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

31

Begrippen GWU Werkzoekenden die bij het UWV staan geregistreerd met een WW-uitkering, bijstandsuitkering, Wajong-uitkering, WGAuitkering, WAO-uitkering, niet-uitkeringsgerechtigden die zich hebben aangemeld bij de gemeente en als zodanig ingeschreven staan bij UWV en alle personen die een CV op werk.nl hebben geplaatst. Binnen het GWU wordt een onderscheid gemaakt tussen personen met een dienstverband en personen zonder een dienstverband. Gegevens over dienstverbanden komen met een vertraging van minimaal drie maanden beschikbaar. Participatiewet De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wet Wajong. De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces. Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de WSW. Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong. Startkwalificatie Iemand beschikt over een startkwalificatie wanneer hij minimaal een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbodiploma op niveau 2 heeft.

Dit is het minimale niveau wat nodig wordt geacht om een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt te verwerven. Spanningsindicator arbeidsmarkt De verhouding tussen het aantal openstaande vacatures en het aantal geregistreerde werkzoekenden dat direct inzetbaar is. UWV gebruikt de Spanningsindicator Arbeidsmarkt om aan te geven of een segment op de arbeidsmarkt ruim of krap is. Tozo De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een regeling die voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. En in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. TOFA De Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) was bedoeld voor flexwerkers die door de coronacrisis minimaal de helft van hun inkomsten waren kwijtgeraakt en die geen uitkering konden krijgen. De aanvraagperiode liep tot en met 26 juli 2020. Werkkamer De Werkkamer is een samenwerkingsverband tussen de Stichting van de Arbeid en de VNG. De Werkkamer wil onder andere mensen met een arbeidsbeperking aan het werk helpen.

Een uitleg van andere veelgebruikte begrippen is ook te vinden op werk.nl : www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/begrippenlijst.

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

32

Regio in Beeld Rijk van Nijmegen

33

Colofon Regio in Beeld Regio in Beeld is een jaarlijkse uitgave van UWV Auteur Jörgen Zegel Inlichtingen Jorgen.Zegel@uwv.nl Redactieadres UWV Afdeling Arbeidsmarktinformatie en -advies Postbus 58285 1040 HG Amsterdam Eindredactie Suzanne IJzerman en Roelof van der Velde Regio samenstelling De arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen is het werkgebied van Werkplein Nijmegen. De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen maken deel uit van deze arbeidsmarktregio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=ff596000-0ca1-4bc3-925a-989b792f25f9