CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

B16 d.d. 31 juli 2023 van ODRN inzake Jaarstukken 2022

Besluitronde (raadsvergadering) 27 september 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brieven ter kennisgeving aan te nemen22.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In Manual Master staan rond de 750 procesbeschrijvingen, werkinstructies, werkafspraken en hulpdocumenten. In 2023 starten wij reviewcycli om te zorgen dat de documenten actueel en volledig zijn en blijven. Centrale planningstool We zijn met onze coördinatoren in gesprek over een centrale planningstool. Deze voeren we vanaf 2023 in. Met deze tool gaan we de inzet van ons primaire personeel over de afdelingen verdelen en plannen. We gebruiken hiervoor de afspraken in de werkplannen als uitgangspunt.

Kwaliteit Professionele kwaliteit in de uitvoering van VTH De samenleving vereist professionele kwaliteit in de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). VTH-kwaliteitscriteria dragen bij aan borgen en bevorderen van de kwaliteit van onze dienstverlening. Daarbij wordt gekeken naar werkervaring, kennis (opleiding) en ‘vlieguren’ waar een medewerker binnen het VTHdomein van de ODRN aan moet voldoen, gekoppeld aan de specifieke uitvoeringstaken van de functie van de medewerker. In 2020 hebben we hiervoor een nieuw borging- en monitoringssysteem aangeschaft. Deze tool, het Leerplein Omgevingsrecht, helpt ons om de robuustheid op medewerker-

52

niveau in kaart te brengen, de ontwikkelpunten te inventariseren en de medewerkers te stimuleren tot verdere ontwikkeling om te voldoen aan de eisen. In 2022 hebben we per medewerker beoordeeld of de informatie in het Leerplein Omgevingsrecht overeenkomt met de werkelijkheid. Eind 2022 was de status van deskundigheid van medewerkers die onder de Kwaliteitscriteria vallen weer up-to-date. Het gemeten beeld is als volgt: Van de 60 deeldeskundigheidsgebieden die binnen de Kwaliteitscriteria VTH benoemd zijn, zijn er 41 onze partners aan ons overgedragen. 10 van deze deeldeskundigheidsgebieden voeren we samenwerking met onze partners in het Gelders stelsel uit. Zo voert de ODR voor ons de ketentoezichtstaken uit, de ODRA de emissiemetingen lucht en de veiligheidsregio voert de taken m.b.t. brandveiligheid voor ons uit. De resterende 19 deeldeskundigheidsgebieden zijn niet aan ons overgedragen. Dit betreft taken als: Groen en ecologie en planeconomie en stedenbouwkundig advies. Van de 41 deeldeskundigheidsgebieden die wij voor onze partners uitvoeren wordt 80% uitgevoerd door medewerkers die 100% voldoen aan de kwaliteitscriteria. Daar waar nog niet voldaan wordt, zijn inmiddels acties opgezet om dit ook naar het 100% niveau te brengen. We streven om al onze VTH medewerkers te laten voldoen aan de Kwaliteitscriteria. Dit met uitzondering van nieuwe instroom en trainees.

Van een beperkt aantal deskundigheidsgebieden is nog niet in beeld wat de status van deskundigheid van de betreffende medewerkers is. Het betreft deskundigheidsgebieden die nieuw in de 2.2 versie van de Kwaliteitscriteria zijn opgenomen zoals bodemtoezicht op de complexe zaken en het deskundigheidsgebied m.b.t. energie en duurzaamheid. Van dit laatste deskundigheidsgebied wordt ook afstemming gezocht binnen het Gelders stelsel. In 2023 zullen we dit verder uitwerken. Procescriteria In 2022 heeft geen audit van de procescriteria plaatsgevonden. Dat betekent niet dat we geen aandacht voor de kwaliteit van onze processen hebben gehad. Integendeel. We hebben ManualMaster, een kwaliteitsmanagementsysteem, in gebruik genomen. In dit systeem beheren we onze primaire en ondersteunende processen. We maken jaarlijks afdelingsplannen en we monitoren onze bedrijfsvoering en ook niet financiële KPI’s in een dashboard. De resultaten bespreken we intern in een stuurgroep kwaliteit. Verder heeft ODNL in het kader van het landelijke IBP programma een visitatiemethodiek ontwikkeld. De visitatie van de ODRN is in 2024 gepland. We zullen de uitkomsten en verbeterplan naar aanleiding van de bevindingen met ons bestuur delen.

53

Verplichte paragrafen Algemeen Het jaarverslag van de ODRN moet minimaal de volgende paragrafen bevatten:1 

Financiering

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Bedrijfsvoering

Openbaarheidsparagraaf in het kader van de Wet open overheid

Het verslag over bedrijfsvoering en Wet open overheid is in voorgaande paragraaf al gedaan. De overige paragrafen zijn hieronder terug te vinden.

Financiering Deze paragraaf bevat de beleidsvoornemens over het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De uitgangspunten zijn nader uiteengezet in het Treasurystatuut Omgevingsdienst Regio Nijmegen 2021. Dit statuut bepaalt dat elk jaar verslag wordt gedaan van de ontwikkelingen gedurende het jaar. We geven enkele aandachtspunten weer: Ons beleid is om geen eigen financieringsportefeuille te hebben. De gelden die we niet nodig hebben voor onze exploitatie staan op de rekeningcourantrekening bij de Bank van Nederlandse Gemeenten (BNG) en het Rijk (schatkistbankieren). We financieren onze activiteiten met eigen middelen. We hebben geen vreemd geld aangetrokken en de kasgeldlimiet is in 2022 niet overschreden. De rente-risiconorm is vanwege het ontbreken van leningen niet van toepassing. In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing nemen we alle risico’s op en lichten deze toe. Volgens de BBV-voorschriften mag alleen met werkelijke rente worden gerekend. Het rentepercentage in de jaarrekening bedraagt 0%. Voor het bepalen van ons uurtarief hanteren we een extracomptabele kostentoerekening.

Hierbij betrekken we naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, ook reserves en voorzieningen voor de financiering van de activa die in gebruik zijn. Het renteresultaat over 2022 bedraagt € 0.

1. Dit is conform artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV schrijft ook de paragrafen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid voor. Deze zijn niet van toepassing voor de ODRN .

54

Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf bespreken we de volgende onderwerpen: 

de weerstandscapaciteit

een inventarisatie van de risico’s

het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s

Weerstandscapaciteit Met weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en de mogelijkheden waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Een batig saldo kunnen we toevoegen aan onze reserves tot een maximum dat nodig is conform het door het algemeen bestuur bepaalde weerstandsvermogen. Dit maximum is met AB-besluit van 30 september 2021 vastgesteld op 5% van onze begrote baten. Voor 2022 gaat het om € 1.182.724 (€ 23.654.483* 5%). Onze risico’s dekken we in beginsel af met ons weerstandscapaciteit. Risico’s die deze capaciteit overschrijden dienen met weerstandscapaciteit van deelnemers afgedekt te worden. Inventarisatie van risico’s In Bijlage 5 Risicobeheersing vindt u een tabel met een risico-inventarisatie. Hierin geven we een overzicht van onze risico’s, met vermelding of het risico financieel [1] of nietfinancieel [2] is. Vervolgens geven we aan wat de gevolgen zijn als het risico zich voordoet en gaan we in op de te nemen beheersmaatregel. Het totaal van de risico’s becijferen we op 2022 € 2.860.000 (2021: € 1.222.500). We hebben de inventarisatie geactualiseerd. Daarvan ziet u in volgende tabel een samenvatting: Risico Inflatie

2022

2021

1.575.000

250.000

Achterblijvende omzet

526.500

100.000

Begrotingsrisico WEP Uitval automatisering Ziekteverzuim

10.000 37.500 37.500 75.000

10.000 37.500 37.500 75.000

Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie

25.000

25.000

Krapte op de arbeidsmarkt

175.000

100.000

250.000 100.000 vervalt vervalt 2.811.500

250.000 250.000 62.500 25.000 1.222.500

Privatisering van bouwregelgeving (WKB) Omgevingswet Complexiteit van de stelseltaken COVID-19 Totaal

Het totale risicobedrag is fors verhoogd van € 1,2 miljoen in 2021 naar € 2,8 miljoen in 2022. Meest opvallend zijn toegenomen risico’s voor inflatie en het risico op achterblijvende omzet waardoor dekking voor onze overhead en indirect productieve inzet

55

wegvalt. Op basis van de CAO-onderhandelingen 2023 en de ontwikkeling van de CPIindex, gaan we uit van een aanzienlijke kostenstijging in 2023. Hiermee hebben we in de begroting 2023 onvoldoende rekening gehouden. Het risico op achterblijvende omzet is verhoogd vanwege de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. We proberen reële werkafspraken te maken, maar we hebben moeite met het aantrekken van personeel. In 2022 bleef de realisatie daardoor achter. Dit vormt ook voor 2023 een reëel risico. Het financiële risico van de Omgevingswet is verlaagd. Er is een risico dat de invoeringskosten hoger zijn dan begroot. Maar als de wet is ingevoerd, betalen onze opdrachtgevers de structurele kosten. We rekenen immers al onze productie af op nacalculatie van uren. Het risico krapte op de arbeidsmarkt hebben we verhoogd. Dit risico doet zich in toenemende mate voor. Om aan personeel te komen, moeten we vaker inhuren of arbeidsmarkttoelages betalen. Een aantal risico’s vervalt omdat we beter afstemmen en onze processen beter op orde hebben. De risico’s programma aanpak stikstof en COVID-19 zullen zich naar verwachting niet meer voordoen. Risico’s die samenhangen met het terughalen van de BRIKS taken door de gemeente Nijmegen zijn niet in onze risico inventarisatie meegenomen.

We gaan ervan uit dat de gemeente Nijmegen de hieraan gerelateerde kosten betaalt en zelf met de risico’s rekening houdt bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Het gaat om een momentopname. Risico’s veranderen immers voortdurend. Het totaal van de risico’s voor 2022 bedraagt € 2.811.500. Omdat niet alle risico’s zich gelijk zullen voordoen, passen we een dempingsfactor toe van 0,6. 2 Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van € 1.686.900. De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij besteedbare reserves. Eind 2022 gaat het om € 104.177 (totaal eigen vermogen € 443.177 min de bestemmingsreserve voor invoeringskosten van de Omgevingswet € 339.000). De weerstandsratio ultimo 2022 bedraagt (€ 104.177 /1.686.900) = 0,06. Volgens de waarderingstabel die is opgenomen in de nota ‘risico’s en weerstandscapaciteit’ 3 is dit ruim onvoldoende. We zullen onze deelnemers aangeven dat ze hiermee bij de bepaling van hun benodigde weerstandscapaciteit rekening houden zodat een deel van onze risico’s bij onze deelnemers afgedekt wordt.

2. Deze factor is conform 2020 en wordt landelijk gehanteerd. 3 Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 met deze nota ingestemd.

56

Om de risico’s te kwantificeren hebben we de financiële impact ingeschat. Vervolgens hebben we een inschatting gemaakt van de kans dat een risico zich voordoet. Daarbij gebruiken we de volgende kans-klasse indeling: Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

1

Zeer klein

10%

2

Klein

25%

3

Middel

50%

4

Groot

75%

5

Zeer groot

90%

Kengetallen In deze paragraaf geven we u inzicht in een aantal kengetallen die een indicatie geven van onze financiële uitgangspositie. Netto-schuldquote en netto-schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Omschrijving

2021

2022

0

0

B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)

2.234.107

2.941.087

C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)

1.497.170

966.588

A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)

D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)

0 3.588.537

3.954.294

F Liquide middelen (cf art. 40 BBV)

376.389

135.295

G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (excl. mutaties reserves))

76.609

43.137

23.599.040

23.061.013

-1,31%

-1,08%

De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Een laag percentage is gunstig. De netto-schuldquote van de ODRN is ruim voldoende. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODRN in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen, gedeeld door het totaal van de passiva is ultimo 2022:

57

€ 443.177/€ 4.986.297 = 8,9% (2021: 20,6%).4 Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de ODRN. Met een ratio van 8,9 % scoort de ODRN onvoldoende.5 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is niet van toepassing, omdat er binnen de ODRN geen structurele exploitatieruimte aanwezig is.

4. Het eigen vermogen zoals bedoeld in artikel 42 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) 5 Voor de solvabiliteitsratio wordt uitgegaan van de signaalwaarden 20% en 0%. Bij een ratio onder de 0% (negatief eigen vermogen) staat de organisatie financieel onder water. Een ratio tussen 0% en 20% is onvoldoende en boven 20% is deze voldoende.

58

Financiële verantwoording

59

Samenvatting financiële verantwoording In 2022 realiseren we € 23,1 miljoen baten en we sluiten het jaar af met een tekort van € 6,1 ton (-2,7%). Vooral krapte op de arbeidsmarkt, inflatie en een nieuwe voorziening voor bovenwettelijk verlof en verlofsparen hebben weerslag gehad op het financiële resultaat. Dat we rode cijfers schrijven betekent niet dat we niet in control zijn. We hebben al in de bestuursrapportages van 2022 een tekort voorspeld. Ons Dagelijks Bestuur heeft naar aanleiding hiervan een winstwaarschuwing afgegeven.

Weerstandscapaciteit Het tekort van € 6,1 ton kunnen we met onze reserves dekken. Maar dit is wel een flinke aanslag op onze weerstandscapaciteit. We hebben nagenoeg geen vet meer op de botten. We houden eind 2022 € 1 ton aan vrij besteedbare reserves over. En de risico’s zijn fors. De grootste bijstelling betreft de inflatie 2023. De verwachte kostenstijging is nog niet in onze begroting vertaald. Ook hebben we het risico op achterblijvende omzet waardoor dekking voor de overhead wegvalt opgehoogd. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is dit een reëel risico. Deze en andere risico’s hebben we gekwantificeerd op € 1,7 miljoen. Veel meer dus dan onze reserves. We vragen onze deelnemers om bij het bepalen van hun benodigde weerstandscapaciteit, rekening te houden met het deel van risico’s die wij niet kunnen afdekken.

Realisatie Personeelstekort maakt dat we alle zeilen hebben moeten bijzetten om de werkplannen van 2022 te realiseren. In overleg met onze opdrachtgevers hebben we ons personeel zo efficiënt en effectief mogelijk ingezet. Doen wat echt nodig is en helaas soms ook neeverkopen. We hebben door het personeelstekort de werkplannen 2022 voor € 1,6 miljoen (7%) niet kunnen realiseren. Doordat de focus erg gericht is geweest op productie hebben we, net als in 2022, weinig besteed aan opleiding. Het budget hiervoor is maar deels ingezet en dat is zorgelijk. Personeelstekort heeft er ook voor gezorgd dat we, meer dan we zouden willen, hebben moeten inhuren. We begroten 20% inhuur en komen uit op 26%. De meerkosten van inhuur hebben een negatief effect op het resultaat gehad. Ook de inflatie heeft bijgedragen aan het tekort van 2022. De kosten van ons personeel zijn afgelopen jaar met zo’n 3% toegenomen. Hier stonden geen extra baten tegenover. Deze hebben we in 2022 niet geïndexeerd.

Voorziening Nieuw is dat we in 2022 een voorziening van € 4 ton voor bovenwettelijk verlof en verlofsparen hebben gevormd. Medewerkers kunnen verlofuren sparen om, met behoud van salaris, een langere periode vrij te nemen. Dat legt een latente claim op onze organisatie. De verslaggevingsrichtlijnen schrijven voor dat we hiervoor een voorziening dienen te treffen. Ook dit heeft bijgedragen aan het tekort in 2022.

60

Factureren In 2022 hebben we het onderhanden werk definitief met onze opdrachtgevers afgerekend. Vanaf 2023 zijn we overgegaan op afrekenen op basis van geschreven uren. We hebben afscheid genomen van onze vaste prijs producten en daarmee ook van het onderhanden werk (nog niet afgerekende inzet op vaste prijs producten).

Meevallers We hebben in 2022 ook enkele meevallers gerealiseerd. Zoals genoemd is het budget voor opleiding niet volledig ingezet. Verder waren er voordelen op het budget voor stelseltaken, de kosten gastheerschap Nijmegen en we boekten een vrijval op de voorziening harmonisatietoelage. Door deze meevallers en ook door goed op onze uitgaven te sturen, hebben we de overheadkosten beperkt weten te houden. Het aandeel overhead van de totale kosten is in 2022 27% (begroot 29%).

61

Grondslagen waardering en resultaatbepaling De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op de volgende grondslagen: 

De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten.

Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Materiële vaste activa Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. We nemen duurzame waardeverminderingen van vaste activa onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking. We schrijven annuïtair (jaarlijks) af. De looptijden zijn afhankelijk zijn van het soort investering: Inrichting

10 jaar

ICT: applicaties

5 jaar

ICT: pc’s e.d.

3 jaar

Uitzettingen en overlopende activa We waarderen vorderingen tegen de nominale waarde. Met eventuele oninbaarheid hebben we in de waardering rekening gehouden. Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen en omvatten het banksaldo. Bestemmingsreserve Met een bestemmingsreserve bedoelen we een reserve waaraan het bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven.

62

Nog te bestemmen rekeningresultaat Het nog te bestemmen rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Dit leggen we ter bestemming voor aan het Algemeen Bestuur. Voorzieningen Hieronder vallen voorzienbare verplichtingen, verliezen en/of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten, dan wel van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. We hebben de voorzieningen opgenomen tegen nominale waarde Vaste schulden De leningen met een looptijd langer dan een jaar nemen we hieronder tegen de nominale waarde op, verminderd met de al gedane aflossingen. Vlottende passiva De vlottende passiva hebben een looptijd korter dan een jaar. We hebben de vlottende passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Borg- en garantstellingen Buiten de balanstelling wordt – voor zover van toepassing – het bedrag genoemd waarvoor er borg- of garantstellingen zijn afgegeven. Resultaat na bestemming Het resultaat na bestemming is het resterende resultaat na al bestemde mutaties in de reserves. Het resultaat leggen we ter besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur. Afronding op hele euro’s Tenzij anders vermeld zijn alle bedragen in de jaarrekening afgerond op hele euro’s.

63

Het overzicht van baten en lasten We geven het overzicht van baten en lasten op twee manieren weer: naar programma en met een categoriale indeling.

Staat van baten en lasten – programma-indeling In het volgende overzicht ziet u de indeling naar taakveld en programma. Begroting Omschrijving

Realisatie

Lasten 2022

Baten 2022

Lasten 2022

Baten 2022

7.4 milieubeheer Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten

4.086.932 2.744.915 3.165.342

5.434.127 3.649.734 4.208.749

3.675.631 2.854.843 3.104.368

4.887.247 3.795.898 4.127.675

Totaal milieubeheer

9.461.012

13.292.610

9.634.842

12.810.819

4.020.875

5.346.295

2.376.284 1.253.403

3.159.590 1.666.568

7.650.562

10.172.453

8.3 bouwen & wonen Vergunning behandelen

3.876.704

Toezicht en handhaven Advies en projecten

3.211.887 704.432

5.154.599 4.270.636 936.637

Totaal bouwen & wonen

7.375.061

10.361.873

Vrijval voorziening harmonisatietoelage Overhead

6.818.409

Totaal lasten en baten

23.654.483

Resultaat negatief

77.742 6.389.502 23.654.483 -

23.674.906

23.061.013 -613.893

De baten 2022 van € 23,1 miljoen betroffen voor € 12,8 miljoen oftewel 56 % (2021: 55%) taakveld milieubeheer en voor € 10,2 miljoen oftewel 44 % (2021: 45%) taakveld bouwen & wonen. We realiseren een tekort van € 6 ton. Dit lichten we toe in de staat van baten en lasten in de categoriale indeling.

64

Specificatie van de overhead In volgende tabel ziet u een specificatie van de overheadkosten 2022. nr.

Omschrijving

2

Salariskosten management en staf

3

Opleidingskosten

4

Piofah taken gastheer

5 6 7

Bijdrage regionaal stelsel

Begroting

Rekening

2022

2022

2.353.538

2.245.843

291.881

175.808

2.763.369

2.650.733

Kapitaallasten

325.000

300.364

Overige materiele kosten

728.825

747.036

355.796

269.719

Totaal overhead

6.818.409

6.389.502

Totaal lasten

23.654.483

23.674.906

29%

27%

Overhead als percentage van de totale lasten

Het gerealiseerde percentage overhead als percentage van de lasten is met 27% lager dan begroot (29%) en ook lager dan in 2021 (28%). Het totaal van € 6,4 miljoen overhead blijft € 4 ton achter bij de begroting van € 6,8 miljoen. Dat komt vooral doordat we het opleidingsbudget niet volledig inzetten, we een aantal voordelen op de gastheerschap realiseren en doordat we een meevaller op de stelseltaken boeken. Deze vallen deels goedkoper uit en deels schuift de uitvoering hiervan door naar 2023.

Staat van baten en lasten – categoriale indeling De volgende staat van lasten en baten gaat uit van categorieën: begroting 2022

werkelijk

verschil

Salarissen en sociale lasten Opleidingskosten Kosten ontwikkelprogramma Inhuur Materiële kosten tbv opdrachtgevers Piofah gastheer Kapitaallasten Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel

14.594.071 291.881 774.052 3.721.488 100.000 2.763.369 325.000 728.825 355.796

13.721.822 175.808 730.601 4.797.432 281.391 2.650.733 300.364 747.036 269.719

872.249 116.073 43.451 -1.075.944 -181.391 112.636 24.636 -18.211 86.077

Totaal lasten

23.654.483

23.674.906

-20.424

Deelnemersbijdragen Ontwikkelbijdrage Baten bovenregionale taken Subsidies en overige Vrijval voorziening harmonisatietoelage

20.345.609 699.052 2.097.804 512.018

20.153.567 655.601 1.816.597 357.507 77.742

-192.042 -43.451 -281.207 -154.511 77.742

Totaal baten

23.654.483

23.061.013

-593.469

Omschrijving nr.

Lasten 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Baten 10 11 12 13 14

Resultaat 2022, verschil tussen baten en lasten

-613.893

65

Toelichting op verschillen Salarissen en sociale lasten Ten opzichte van de begroting geven we € 9 ton minder uit aan salarissen en sociale lasten. Door krapte op de arbeidsmarkt lukt het ons onvoldoende om vast personeel aan te trekken. We moeten daarom meer inhuren, zie onder inhuur. Een deel van de salariskosten, € 2 ton, is inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder kosten ontwikkelprogramma. De bezetting aan het eind van 2022 bedraagt 219,1 fte (vast personeel: 171,4 fte en inhuur: 47,8 fte). Eind 2021 was de bezetting 214,7 fte. Er is in 2022 een toename van 4,4 fte. Opleidingskosten We begroten 2% van de begrote salarissen en sociale lasten voor opleidingskosten. De krappe bezetting maakt dat er weinig tijd is voor opleidingen. De focus is erg gericht geweest is op productie en te weinig op opleiding en ontwikkeling. We hebben het budget dan ook niet volledig ingezet. Kosten ontwikkelprogramma De inzet in 2022 bedroeg € 7,3 ton. We hebben hiermee op € 43.451 na de begrote middelen ingezet. De inzet dekken we deel uit budget van de ODRN en voor en deels uit bijdragen van de deelnemers. Dit ziet u ook in het volgende overzicht.

Saldo 31 12 2021

Besteding 2022

Saldo 31 12 2022

800.052

655.601

144.451

75.000

0

730.601

144.451

Bijdrage deelnemers Budget ODRN Totaal

800.052

De niet-bestede bijdrage van deelnemers bedraagt aan het einde van 2022 € 144.451. Dit verantwoorden we op de balans als verplichting. Hiermee dekken we de inzet in 2023. Inhuur De overschrijding van inhuur met € 1,1 miljoen hangt vooral samen met krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor weten we onvoldoende vast personeel aan ons te binden. Een deel van de inhuurkosten, in totaal € 2 ton, betreft inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder kosten ontwikkelprogramma. De inhuurkosten in 2022 van € 4,8 miljoen zijn € 5 ton gestegen tov 2021 (€ 4,3 miljoen). Dat komt door uitbreiding van het aantal fte inhuur gemiddeld + 3,6 fte en door inflatie. We blijven ernaar streven ons aandeel inhuur te beperken, waarbij we rekening houden met de wenselijke flexibele schil vanwege toekomstige ontwikkelingen. De volgende tabel laat het percentage inhuur van de salariskosten en inhuur zien.

66

Omschrijving

Begroting 2022

2022

Salariskosten

14.594.071

13.721.822

Inhuur

3.721.488

4.797.432

Totaal

18.315.560

18.519.254

20%

26%

Aandeel inhuur van totaal

Rekening

We begroten een aandeel inhuur van 20%. Met een realisatie van 26% halen we deze ambitie niet. Het percentage van 26% is overigens wel in lijn met 2021 (25%). Materiële kosten voor opdrachtgevers Dit betreft diverse materiële kosten die we aan onze opdrachtgevers doorbelasten. Het gaat bijvoorbeeld om de inkoop van specialistisch adviezen over onder andere milieueffectrapportages en asbestonderzoeken. Ook hebben we ambtshalve wijzigingen bouwbesluittoetsen door derden laten uitvoeren. De hogere realisatie hangt ook weer samen met onze krappe personele bezetting waardoor we ondersteuning moeten inkopen. PIOFAH-taken We realiseren een voordeel van € 1 ton, doordat vanaf medio 2022 een procesanalist Basis- en GEO-informatie heeft opgezegd. Verder valt de rekening voor facilitaire kosten lager uit als gevolg van het nieuwe werken en door een herberekening. Kapitaallasten We realiseren een klein voordeel doordat we hebben minder hebben geactiveerd dan voorzien. Met het oog op voorgenomen vervanging van WRS zijn we behouden om ontwikkelkosten WRS te activeren. Verder kopen we veel software af met licenties en deze activeren we niet. Overige materiële kosten Overige materiële kosten betreft diverse uitgaven.

Omschrijving

Begroting

Realisatie

Verschil

Communicatiekosten

89.999

151.627

-61.628

Overige specifieke k

57.456

75.060

-17.604

Reiskst zakelijk

57.424

74.954

-17.530

Advieskosten

95.042

56.359

38.683

Controle kosten accountant

52.362

45.200

7.162

Software en ov ICT

30.902

41.689

-10.787

Parkmobile/fietsstal

40.971

38.437

2.534

Arbokosten en thuiswerken

55.916

36.915

19.002

Verzekeringen

27.787

32.637

-4.849

Ov personeelskosten

31.181

31.886

-705

Personeelsact ext locatie

39.410

29.682

9.728

Leasekosten

28.678

27.782

896

Overig < € 25.000

121.695

104.808

16.887

Totaal

728.825

747.036

-18.211

67

We lopen met een overbesteding van € 18.211 nagenoeg in de pas met de begroting. Binnen de kostenposten zien we wel wat verschillen. We boeken een overschrijding op communicatiekosten doordat we als gevolg van onderbezetting op de afdeling communicatie communicatiediensten hebben ingekocht. Onder overige specifieke kosten hebben we onder andere de aanschaf van klein meubilair geboekt. Reiskosten nemen, nu de COVID pandemie voorbij is, weer toe. Bijdrage regionaal stelsel We boeken een voordeel van € 86.077 doordat diverse stelseltaken lager uitvallen dan begroot. Zo is er, in afwachting van een besluit, geen inzet geweest op de datagestuurd werken. Dit leverde een voordeel op van € 37.751. Deelnemersbijdragen De in 2022 gerealiseerde bijdragen van € 20,2 miljoen blijven achter op de begroting van € 20,3 miljoen. De werkplannen geven een actueler inzicht in onze productieafspraken en zijn daarom relevanter dan de begroting. In de volgende tabel ziet u daarom per deelnemer de gerealiseerde bijdrage versus de werkplannen

Deelnemer

Werkplan 2022

Afrekening 2022

Verschil

Provincie Gelderland

6.840.159

6.596.540

-243.619

Gemeente Berg en Dal

2.146.097

2.073.657

-72.439

-3%

Gemeente Beuningen

1.546.724

1.730.511

183.787

12%

Gemeente Druten

539.787

546.267

6.480

1%

Gemeente Heumen

843.583

803.621

-39.961

-5%

Gemeente Nijmegen

8.503.373

7.478.134

-1.025.239

-12%

Gemeente Wijchen

958.971

924.835

-34.136

-4%

21.378.694

20.153.567

-1.225.127

-6%

Totaal

-4%

We hebben werkafspraken gemaakt voor in totaal € 21,4 miljoen. Met een realisatie van € 20,2 miljoen, lopen we € 1,2 miljoen (6%) achter. Opvallende uitschieters zijn de gemeente Beuningen +12% en de gemeente Nijmegen -12%. In Beuningen hebben we vooral meer ingezet op bouwen. Omdat de woningbouwmarkt daar sterk in ontwikkeling is sterk in ontwikkeling is, hebben meer vergunningen afgeven en toezicht gehouden. Ook hebben we bij Beuningen veel werk verricht voor projecten bij Bunswaard en Geertjesgolf. Krapte op de arbeidsmarkt en het beperkt aantal geconstateerde overtredingen maken dat de realisatie bij Nijmegen achter is gebleven. Ook zijn er gedurende het jaar een aantal budgetten aan de werkplannen van Nijmegen toegevoegd. Deze hebben we niet helemaal uit kunnen voeren. In bijlage 3 geven we een nadere detaillering van de omzet. Ontwikkelbijdrage Zie hiervoor bij Kosten ontwikkelprogramma.

68

Baten bovenregionale taken Dit gaat om werkzaamheden die we voor andere omgevingsdiensten en de provincie Overijssel uitvoeren. In de volgende tabel ziet u de uitsplitsing hiervan:

Werkplan 2022

Afrekening 2022

Verschil

861.951

890.010

28.059

Provincie Overijssel

3%

Omgevingsdiensten Gelders Stelsel

1.276.954

906.102

370.853

33.072

20.486

12.586

-29%

Overige Omgevingsdiensten

-38%

Totaal

2.171.977

1.816.597

355.380

-29%

Bij de inzet voor de omgevingsdiensten van het Gelders stelsel blijven we € 3,5 ton (29%) op de werkplannen achter. Dat komt vooral doordat er minder om advies is gevraagd. Ook komt het achterblijven van de omzet door een pilot in de laatste drie maanden van 2022. In deze pilot hebben lokale OD’s zelf aanvragen behandeld van instellingen die in het kader van de Omgevingswet overgaan van provinciaal naar gemeentelijk bevoegd gezag. Subsidies en overige opbrengsten In totaal gaat het om € 357.507 waarvan € 288.137 subsidies en € 69.370 overige opbrengsten. In de volgende tabel ziet u een uitsplitsing van de subsidiebijdragen 2022: Subsidie Nederlandse overheidslichamen DCMR ODNL Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH

Besteed in 2022 181.028 75.431 14.838

Specifieke uitkering Extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Totaal

16.839 288.137

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c9f382e8-bb7c-41b7-84f9-f87e804fb863