B12 d.d. 13 juli 2023 van de MGR Rijk van Nijmegen inzake Aanbieding jaarrekening 2022 en begroting 2023 (bijgesteld) en 2024 van de MGR
Tekst van het document
De instrumentengelden De instrumentmiddelen nemen in 2023 ten opzichte van 2023 primair toe met € 1,3 miljoen toe. In 2023 hebben we aan instrumentgelden € 7,6 miljoen beschikbaar. Op hoofdlijnen ramen wij de uitgaven als volgt:
Toelichting op de bijstelling van de begroting 2023 We lichten hieronder de onderdelen toe die aan de batenkant niet zijn besproken.
•
regionale doelen te halen en de uitgangspunten van de regionale nota Werk voorop! te verwerken. Deze 25% wordt deels toegevoegd aan het instrumentengeld en deels aan het personele budget. € 2,5 miljoen voor de inzet van diverse voorzieningen zoals scholing, werkgeversbonussen, kinderopvang, reiskostenvergoedingen, projecten, et cetera. € 1,0 miljoen werken aan de match € 0,4 miljoen ten behoeve van specifieke projecten zoals de Dar, Werklab etc.
•
€ 3,7 miljoen ten behoeve van lokale zichtbaarheid en accenten. Dit is circa 25% van het (klassieke) Participatiebudget. Dit om de
• •
MGR Onderdeel WERK
Lasten Bedragen in € 1.000
R2022
B2023 P
B2023 (h)
B2023
B 2024
B2025
B2026
B2027
Inkomensregelingen
Loonkostensubsidies
4.811
4.377
4.377
5.634
5.162
5.162
5.162
5.162
Begeleide participatie
Arbeidsmatige dagbesteding
2.652
2.808
2.808
0
0
0
0
0
WSW en beschut werk
Arbeidsmatige dagbesteding
0
0
0
2.974
2.974
2.974
2.974
2.974
Instrumenten
5.378
6.282
7.642
7.591
6.638
7.356
8.332
8.629
Oude verplichtingen
1.358
1.482
1.482
1.482
1.447
1.397
1.256
1.256
Algemene uitvoering arbeidsparticipatie
6.231
6.675
6.978
7.343
7.594
7.594
7.594
7.594
0
2.652
1.326
1.326
2.652
2.652
2.652
2.652
2.591
1.538
1.663
2.553
2.115
0
0
0
0
337
337
168
337
505
0
0
23.021
26.151
26.613
29.071
28.919
27.640
27.971
28.267
4.477
4.439
4.409
5.070
5.326
5.326
5.226
5.226
27.498
30.590
31.022
34.141
34.245
32.965
33.196
33.493
Arbeidsparticipatie
Directe kosten CAO aan de slag Inzet tijdelijke middelen Inzet tijdelijke middelen budgetoverheveling
Totaal programmalasten Overhead Totaal Lasten
Overhead MGR
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
42
De ‘oude verplichtingen’ De ‘oude verplichtingen‘ gaat over verplichtingen in het kader van de vroegere WIW en ID-deelnemers. Deze verplichtingen van de gemeenten heeft WerkBedrijf overgenomen. Doordat er geen instroom meer is nemen de uitgaven jaarlijks af. We verwachten € 1,5 miljoen uit te gaan geven in 2023. De algemene uitvoering arbeidsparticipatie Deze voor € 0,9 miljoen uit operationele lasten en voor € 6,4 miljoen uit personele lasten. We verwachten € 670.000 meer uit te geven ten opzichte van de primaire begroting. Dit komt door de indexering van de personele lasten en de operationele lasten en een eenmalig voordeel op het project CAO aan de slag van 418.000. Dit eenmalig voordeel wordt in 2023 ingezet om de formatie van langdurig zieken op te kunnen vangen. Directe kosten kandidaten Omdat de uitvoering van de CAO aan de slag pas in 2023 van start gaat ramen we € 1,3 miljoen lagere uitgaven voor 2023. Inzet tijdelijke middelen De tijdelijke middelen nemen met € 1,0 miljoen toe. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het project SUWI ad € 655.000 is toegevoegd aan de
begroting. Dit betreft een samenwerking met het UWV ter verbetering van de werkgeversdienstverlening. Daarnaast betreft het de verwachte inzet van de regionale POW middelen ad € 205.000 en de inzet van IPS gelden ad € 125.000. Inzet tijdelijke middelen budgetoverheveling De tijdelijke middelen nemen met € 170.000 af. Dit wordt veroorzaakt door een vertraging in de uitvoering van de CAO aan de slag.
Overhead MGR Aan overhead verwachten we in 2023 5,1 miljoen uit te geven. De overheadkosten bestaan voor €1,7 miljoen uit operationele lasten en kapitaallasten . Het gaat om met name ICT kosten en de huur van het pand aan de Nieuwe Dukenburgseweg. Dit zijn kosten die minder beïnvloedbaar zijn en alleen schoksgewijs kunnen dalen. Ten aanzien van de post ICT zien wij de lasten toenemen doordat ICT een steeds prominentere rol speelt bij de uitvoering van processen. De verwachting is dan ook dat de kosten hiervan niet dalen de komende jaren. Daarnaast nemen de energiekosten toe. De tariefstijging van de energiecontracten hebben we zo goed mogelijk vertaald in de begroting. Waar het tarief in 2023 op uitkomt kunnen we op dit moment nog niet goed inschatten omdat nog niet alle energie is ingekocht.
In 2023 bestaat de overige € 3,4 miljoen van de overhead uit personele lasten. Deze personele lasten nemen toe conform de stijging van de cao SGO. Daarnaast is tijdelijk € 100.000 toegevoegd voor personeel ten behoeve van het project kwaliteitsimpuls.
CAO aan de slag Met één jaar vertraging gaan we vanaf 2023 kandidaten met indicatie banenafspraak of een indicatie beschut werk een detacheringsbaan aanbieden bij de MGR conform de cao Aan de slag. Wij verwachten in het eerste jaar een instroom van 35 fte (54 personen) oplopend in de jaren daarna tot 70 fte (108 personen). Een deel van de kosten dekken we uit reguliere daarvoor bestemde budgetten, zoals de loonkostensubsidies en het participatiebudget (onderdeel Nieuwe Begeleiding). We begroten voor de loonkostensubsidies in 2023 € 472.000, de jaren daarna € 836.000. De bijdrage vanuit het participatiebudget begroten we in 2023 op € 418.000 en de jaren daarna op € 836.000. Voor het overige dekken we de kosten uit de omzet: fiscale tegemoetkomingen en de detacheringsopbrengsten. Hierbij moeten we rekening houden met een risico wegens het niet volledig kunnen factureren van het minimaal benodigd
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
43
MGR CAO aan de slag
Baten Bedragen in € 1.000
Arbeidsparticipatie
R2022
B2023 (h)
B2023
B 2024
B2025
B2026
B2027
Gemeentelijke bijdragen (CAO aan de slag)
0
836
418
418
836
836
836
836
Omzet
0
1.092
546
546
1.092
1.092
1.092
1.092
omzet stelpost tariefrisico
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige bedrijfsopbrengsten
0
70
35
35
70
70
70
70
0
1.998
999
999
1.998
1.998
1.998
1.998
0
944
472
472
944
944
944
944
Totaal Arbeidsparticipatie Inkomensregelingen
B2023 P
Loonkostensubsidies
Totaal Inkomensregelingen
0
944
472
472
944
944
944
944
Totaal Baten
0
2.942
1.471
1.471
2.942
2.942
2.942
2.942
MGR CAO aan de slag
Lasten Bedragen in € 1.000
Arbeidsparticipatie
R2022
B2023 (h)
B2023
B 2024
B2025
B2026
B2027
Algemene uitvoering arbeidsparticipatie
0
230
115
115
230
230
230
230
Overige kosten kandidaten
0
546
273
273
546
546
546
546
Salariskosten kandidaten
0
2.106
1.053
1.053
2.106
2.106
2.106
2.106
0
2.882
1.441
1.441
2.882
2.882
2.882
2.882
0
60
30
30
60
60
60
60
Totaal Arbeidsparticipatie Overhead
B2023 P
Overhead MGR
Totaal Overhead
0
60
30
30
60
60
60
60
Totaal lasten
0
2.942
1.471
1.471
2.942
2.942
2.942
2.942
Saldo baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
detacheringstarief. Uit onze ervaringen blijkt dat we voor deze kandidaten het benodigde tarief niet uit de markt kunnen halen. In 2023 verwachten we een risico van € 168.000, in 2024 € 337.000 en in 2025 € 505.000. Dit risico dekken we uit de budgetoverheveling 2021 (zie hoofdstuk 5.1). De uitgaven betreffen met name de salariskosten voor de medewerkers op de detacheringsbanen. Voor uitvoering en begeleiding verwachten we 1,6 fte in te moeten zetten oplopend tot 3,2 fte.
Toelichting op de begroting 2024 Inkomensregelingen We ontvangen gemeentelijke bijdragen voor loonkostensubsidies. We begroten hier in 2024 € 5,1 miljoen. Ten opzichte van de begroting 2023 is dit een afname van € 472.000. Deze afname wordt veroorzaakt door de uitvoering van de cao Aan de slag. Zie daarvoor de afzonderlijke toelichting verderop in deze paragraaf
Arbeidsparticipatie De instrumentengelden nemen in 2024 ten opzichte van 2023 met € 1,0 miljoen af. Dit wordt veroorzaakt door het wegvallen van het tijdelijke budget. In 2024 hebben we aan instrumentgelden €6,6 miljoen beschikbaar. Op hoofdlijnen ramen wij de uitgaven als volgt: • € 3,8 miljoen ten behoeve van lokale zichtbaarheid en accenten. Dit is circa 25% van het (klassieke) Participatiebudget. Dit om de
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
44
•
•
regionale doelen te halen en de uitgangspunten van de regionale nota Werk voorop! te verwerken. Deze 25% wordt deels toegevoegd aan het instrumentengeld en deels aan het personele budget. € 2,5 miljoen voor de inzet van diverse voorzieningen zoals scholing, werkgeversbonussen, kinderopvang, reiskostenvergoedingen et cetera. € 0,3 miljoen uitvoering tijdelijke projecten zoals van de DAR.
De algemene uitvoering arbeidsparticipatie De algemene uitvoering arbeidsparticipatie bestaat voor € 0,9 miljoen uit operationele lasten en voor € 6,7 miljoen uit personele lasten. De lasten nemen met 250.000 toe. Dit wordt veroorzaakt door de verwachte groei bij de uitvoering van de CAO aan de slag ad € 115.000. Daarnaast nemen de lasten toe met 137.000 door indexeringen. Directe kosten kandidaten De loonkosten van kandidaten voor de uitvoering van de CAO aan de slag nemen in 2024 met € 1,3 toe omdat we dan voor een volledig jaar de CAO aan de slag gaan uitvoeren. Daarnaast verwachten we in dat jaar een verder toename van het aantal kandidaten dat gebruik gaat maken van de CAO aan de slag.
Inzet tijdelijke middelen De tijdelijke middelen nemen in 2024 af met € 438.000 door met name de afloop van de IPS gelden en Doe je mee. 2024 is tevens het laatste jaar van beide projecten. IPS heeft nog wel een doorloop in de afwikkeling. We verwachten dit project eind 2026 af te ronden.
Inzet tijdelijke middelen budgetoverheveling € 169.000 Dit betreft de inzet van middelen voor het tarief risico bij de uitvoering van de CAO aan de slag. We verwachten dat dit risico toeneemt van € 168.000 in 2023 naar € 337.000 in 2024. Overhead MGR Aan overhead verwachten we in 2023 5,3 miljoen uit te geven. Dit is toename van 260.000. Deze toename wordt veroorzaakt door extra detacheringsopbrengsten doordat projectmanagers deels rendabel zijn op projecten. Daarnaast zijn de lasten geïndexeerd
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
45
Werkbedrijf- onderdeel SW
Baten Bedragen in € 1.000
R2022
B2023 P
B2023 (h)
37.000
35.466
35.466
0
0
0
0
0
Overige bedrijfsopbrengsten
637
653
653
0
0
0
0
0
Overige bijdragen
409
195
195
0
0
0
0
0
8.565
8.302
8.302
0
0
0
0
0
0
-17
-17
0
0
0
0
0
Gemeentelijke bijdragen
5.3
Onderdeel SW
In deze paragraaf staan we in detail stil bij onze begroting voor het onderdeel SW. Na het overzicht van de totale baten en lasten in 2022 – 2027. Per (sub)paragraaf lichten we de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 toe. Tabel 10 Totale baten en lasten WerkBedrijf onderdeel SW in 2021 t/m 2026
Begeleide participatie
netto omzet Materiaal verbruik Toegevoegde waarde
WSW en beschut werk
Tabel 10 Totale baten en lasten Werkbedrijf onderdeel SW in 2022 tot en met 2027. Per (sub) paragraaf lichten we de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 toe. De begro-tingstotalen van
B2026
B2027
8.284
8.284
0
0
0
0
0
0
0
0
38.051
38.477
36.162
33.141
30.072
Overige bedrijfsopbrengsten
0
0
0
1.128
653
648
648
648
Overige bijdragen
0
0
0
195
195
205
205
205
netto omzet
0
0
0
8.506
8.165
7.489
6.775
6.029
Materiaal verbruik
0
0
0
-17
-17
-17
-17
-17
Toegevoegde waarde
0
0
0
8.488
8.148
7.472
6.757
6.012
46.611
44.598
44.598
47.863
47.473
44.487
40.751
36.937
B2025
B2026
B2027
Werkbedrijf- onderdeel SW
Lage inkomensvoordeel Operationele lasten
R2022
B2023 P
B2023 (h)
-351
-330
-330
B2023 0
B 2024 0
0
0
0
39
52
52
0
0
0
0
0
Overige kosten SW medewerkers
2.298
1.936
1.936
0
0
0
0
0
Personele lasten
3.712
3.611
3.611
0
0
0
0
0
Productiekosten
445
445
445
0
0
0
0
0
Salariskosten SW medewerkers
WSW en beschut werk
B2025
8.565
Lasten Bedragen in € 1.000
Begeleide participatie
B 2024
Gemeentelijke bijdragen
Totaal baten
Door een wijziging in het besluit begroten en verantwoorden (BBV) valt de WSW vanaf 2023 niet meer onder het taakveld begeleidende participatie maar onder het taakveld WSW en beschut werk. Dat is de reden van de verschuiving van middelen tussen taakveld begeleidende participatie en WSW & beschut werk. In deze paragraaf staan we in detail stil bij onze begroting voor het onderdeel SW. Na het overzicht van de totale baten en lasten in 2021 – 2026 en de overhead lichten we in 5.2.1 de baten en in 5.2.2 de lasten toe.
B2023
36.848
35.537
35.537
0
0
0
0
0
Lage inkomensvoordeel
0
0
0
-330
-330
0
0
0
Operationele lasten
0
0
0
58
58
58
58
54
Overige kosten SW medewerkers
0
0
0
2.600
2.197
2.015
1.821
1.620
Personele lasten
0
0
0
3.791
3.666
3.428
3.206
3.014
Productiekosten
0
0
0
728
824
824
824
824
Salariskosten SW medewerkers
0
0
0
37.383
37.246
34.502
31.182
27.764
Totaal programma
42.992
41.252
41.252
44.231
43.660
40.827
37.091
33.277
Overhead
3.619
3.346
3.346
3.632
3.812
3.660
3.660
3.660
Totaal lasten
46.611
44.598
44.598
47.863
47.473
44.487
40.751
36.937
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
46
de sociale werkvoorziening (SW) dalen van € 46,5 miljoen in 2022 naar € 36,9 in 2027. Een afname van € 9,6 miljoen. Dit komt doordat er geen mensen meer in de SW stromen.
Werkbedrijf- onderdeel SW
Baten Bedragen in € 1.000
R2022
B2023 P
B2023 (h)
37.000
35.466
35.466
0
0
0
0
0
637
653
653
0
0
0
0
0
Gemeentelijke bijdragen Overige bedrijfsopbrengsten
Toelichting op technische bijstelling begroting 2023 Tussentijds zijn er in 2022 bij de SW geen begrotingswijzigingen geweest. Daardoor is de kolom B 2023 P en B 2023(h) aan elkaar gelijk.
5.3.1 Baten onderdeel SW Tabel 11 Totale baten WerkBedrijf onderdeel SW in 2022 t/m 2027
Begeleide participatie
Overige bijdragen netto omzet
B 2024
B2025
B2026
B2027
409
195
195
0
0
0
0
0
8.565
8.302
8.302
0
0
0
0
0
Materiaal verbruik
0
-17
-17
0
0
0
0
0
8.565
8.284
8.284
0
0
0
0
0
Gemeentelijke bijdragen
0
0
0
38.051
38.477
36.162
33.141
30.072
Overige bedrijfsopbrengsten
0
0
0
1.128
653
648
648
648
Overige bijdragen
0
0
0
195
195
205
205
205
netto omzet
0
0
0
8.506
8.165
7.489
6.775
6.029
Materiaal verbruik
0
0
0
-17
-17
-17
-17
-17
Toegevoegde waarde
0
0
0
8.488
8.148
7.472
6.757
6.012
46.611
44.598
44.598
47.863
47.473
44.487
40.751
36.937
Toegevoegde waarde
WSW en beschut werk
B2023
Totaal baten
Toelichting op de begrotingswijziging 2023 Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdrage neemt toe met € 2,6 miljoen ten opzichte van de primaire begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door de verwachte CAO stijging van onze SW medewerkers, de CAO toename van de ambtelijk medewerkers en in zijn algemeenheid de hogere inflatie. In het bijzonder de energie- en vervoerskosten. De kostprijs per SE neemt toe van €31.129 in 2022 naar €34.037 in 2023. Dit is een toename van 9,5% ten opzichte
begroting
Rijksbijdrage
netto bijdrage
netto bijdrage was
mutatie
2023
38.051
34.727
3.324
1.772
-1.552
2024
38.477
33.209
5.268
1.183
-4.085
2025
36.162
31.646
4.516
5
-4.511
2026
33.141
30.282
2.859
-409
-3.268
2027
30.072
28.706
1.366
0
-1.366
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
47
van de begroting 2022. De toename betreft met name de CAO stijging van onze SW medewerkers. Niet alle schalen in de CAO SW gaan er 10% op vooruit. Dit zijn vooral de laagste schalen. Voor ons heeft dit naast de verwacht CAO toename per 1 juli 2023 en de daling van het aantal SW medewerkers een effect van 5% op de loonkosten. Het overige effect betreft de BRN norm voor 2023 van 2,7% en een effect van 1,8% om de toegenomen inflatie en ambtelijke loonkosten te kunnen dekken. De BRN norm van 2023 ad 2,7% is daarvoor te beperkt geweest. Door de toename van 9,5% van de SW kosten neemt tevens de netto bijdrage van de gemeenten toe. Deze was voor 2023 begroot op € 1,8 miljoen. Deze neemt toe naar € 3,3 miljoen. Een toename van € 1,6 miljoen voor onze regio. Hierbij dient opgemerkt worden we in onderstaand overzicht uitgegaan zijn van de Rijksbijdrage zoals bekend bij de septembercirculaire 2022. De verhoging van de LPO en de verhoging van het minimumloon per 1 januari 2023 zijn hierin nog niet verwerkt. Dit vindt plaats met de september circulaire 2023. Daarmee zal een belangrijk deel van het nadeel teniet gedaan worden.
Overige bijdrage en bedrijfsopbrengsten De overige bijdrage en bedrijfsopbrengsten
nemen toe met € 475.000. Dit wordt veroorzaakt door de eenmalige budgetoverheveling voor de dekking van de hoge reiskostenvergoeding. De overige bijdrage en bedrijfsopbrengsten bestaan voor 2023 met name uit de middelen voor de extra kosten van vervoer ad € 503.000 en de uitvoering van de praktijkdiagnose ad € 385.000:
Netto omzet De begrote omzet voor 2023 bedraagt € 8,5 miljoen en is met € 204.000 gestegen ten opzichte van de primaire begroting 2023. We gaan de tarieven per 1 januari 2023 verhogen met 4,3% en per juli 2023 met 4%. Voor de eerste verhoging hanteren we de index “G-N commerciële dienstverlening cao-lonen. De tweede verhoging per juli 2023 beargumenteren we met de toename van het minimumloon voor onze SW medewerkers. De omzet blijft nagenoeg gelijk omdat we ook rekening moeten houden met de effecten van de seniorenregeling conform cao WSW. We rekenen met een urenverlies van 2 %. De toegevoegde waarde per fte neemt toe van € 8.275 naar € 8.386. Deze toegevoegde waarde bestaat uit twee categorieën, namelijk een toegevoegde waarde voor individueel geplaatste SW-medewerkers van € 14.617 en een toegevoegde waarde voor groepsplaatsingen van € 6.359.
Toelichting op de begroting 2024 Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdrage neemt toe met € 426.000. De kostprijs neemt hierdoor toe van € 34.073 in 2023 naar 37.010 in 2024. Dit is een stijging van 8,6%. Dit is 3,66% meer dan de BRN norm van 4,94%. De toename van 3,66% wordt volledig veroorzaakt door de verwachte stijging van de CAO SW. De SW salarissen hebben we voor 2024 geïndexeerd met 5% per 1 januari 2024 en 2% per 1 juli 2024 omdat een deel van de loon en prijsontwikkeling (LPO) 2023 zich pas per 1 januari 2024 zal gaan voordoen. Overige bijdrage en bedrijfsopbrengsten De overige bijdragen en bedrijfsopbrengsten nemen met € 475.000 af. Dit wordt veroorzaakt doordat de eenmalige budgetoverheveling voor de dekking van de hoge vervoerskosten ter grootte van € 475.000 komt te vervallen. Toegevoegde waarde De omzet neemt daalt met 341.000. Dit komt doordat het aantal verloonde SW-medewerkers daalt van 1.012 fte naar 932 fte. We verwachten voor 2024 uit te komen op een toegevoegde waarde van € 8.653 per fte. Dit is een toename ten opzichte van 2023 met € 267.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
48
5.3.2 Lasten onderdeel SW
Werkbedrijf- onderdeel SW
Lasten Bedragen in € 1.000
R2022
B2023 P
B2023 (h)
-351
-330
-330
0
0
0
0
0
Lage inkomensvoordeel
Tabel 12 Totale programmalasten WerkBedrijf onderdeel SW in 2022 t/m 2027 ▶
Toelichting op de bijstelling van de begroting 2023 We lichten hieronder de onderdelen toe die aan de batenkant niet zijn besproken. Lage inkomensvoordeel Wij ramen het lage inkomensvoordeel voor 2023 gelijk aan de primaire begroting 2023. Wij willen nog wel opmerken dat per 2025 het lage inkomensvoordeel komt te vervallen. De verwachting is dat het nadeel wat op dat moment ontstaat vergoed wordt in een hogere SW bijdrage vanuit het Rijk. Overige kosten SW medewerkers Aan overige kosten SW medewerkers verwachten we in 2023 een bedrag van € 2,6 miljoen uit te geven. Dit is een toename van € 664.000. Dit wordt met name veroorzaakt de hogere vervoerskosten. Voor 2023 hebben we besloten om vanwege de energiecrisis en de daardoor ontstane hoge inflatie tijdelijk de reiskostenvergoeding voor onze SW medewerkers te verhogen naar het wettelijk
Operationele lasten Begeleide participatie
Totaal programma
B 2024
B2025
B2026
B2027
39
52
52
0
0
0
0
0
Overige kosten SW medewerkers
2.298
1.936
1.936
0
0
0
0
0
Personele lasten
3.712
3.611
3.611
0
0
0
0
0
Productiekosten
445
445
445
0
0
0
0
0
Salariskosten SW medewerkers
WSW en beschut werk
B2023
36.848
35.537
35.537
0
0
0
0
0
Lage inkomensvoordeel
0
0
0
-330
-330
0
0
0
Operationele lasten
0
0
0
58
58
58
58
54
Overige kosten SW medewerkers
0
0
0
2.600
2.197
2.015
1.821
1.620
Personele lasten
0
0
0
3.791
3.666
3.428
3.206
3.014
Productiekosten
0
0
0
728
824
824
824
824
Salariskosten SW medewerkers
0
0
0
37.383
37.246
34.502
31.182
27.764
42.992
41.252
41.252
44.231
43.660
40.827
37.091
33.277
Overhead
3.619
3.346
3.346
3.632
3.812
3.660
3.660
3.660
Totaal lasten
46.611
44.598
44.598
47.863
47.473
44.487
40.751
36.937
maximum van € 0,21 per KM en hebben we de ondergrens verlaagd naar 0 KM. Dit leidt tot een extra last van € 475.000. Daarnaast zien we dat de kosten van het collectief vervoer zijn toegenomen met € 95.000 in verband met de toegenomen dieselprijs. Ten slotte zien we een stijging in het gebruik van onze arbodienstverlener van €100.000. Met het ouder worden van onze doelgroep neemt ook het gebruik toe.
Personele lasten Aan personele lasten voor de uitvoering van de SW verwachten we in 2022 € 3,8 miljoen uit te geven. Dit is een toename van € 181.000 ten opzichte van de primaire begroting 2023. Dit is conform de stijging van de nieuwe CAO 2023 ad 5%. Productiekosten Dit betreft met name de doorbelasting van de gebouwlasten vanuit vastgoed naar de SW. In 2023 verwachten we € 728.000 aan lasten. Dit is
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
49
een toename van 283.000. Deze toename wordt veroorzaakt door de hoge energieprijzen. Een exacte inschatting van de energielasten kunnen we nog niet maken omdat we nog niet het vol ledige volume voor 2023 ingekocht hebben.
Salariskosten SW medewerkers Door de verwachte CAO stijging van de SW medewerkers nemen die kosten toe met € 1,8 miljoen. Dit is een stijging van 5% ten opzichte van de primaire begroting 2023 en wordt veroorzaakt door stijging van het minimumloon van 10% in combinatie met een verwachte uitstroom in 2023. De toename van het minimumloon van 10% heeft met name doorwerking in de lagere loonschalen. De schalen boven het minimumloon gaan er slechts bepekt op vooruit (2%). Daarnaast verwachten we in juni 2023 een verdere stijging van de SW lonen. In begroting is daarom rekening gehouden met een toename van lonen van 8%. Door de daling van het aantal SW medewerkers is het effect op de kosten lager. Door genoemde effecten verwachten we in 2023 € 37,4 miljoen uit te geven aan salariskosten voor de SW medewerkers. Overhead MGR De overheadkosten bestaan voor € 1,7 miljoen operationele en kapitaallasten. Daarnaast bestaan de overheadkosten voor € 1,9 miljoen uit personele lasten.
De kosten nemen toe met € 285.000. De toename wordt veroorzaakt door de hogere energiekosten op de NDW. Per 1 januari 2023 hebben we een nieuwe energiecontract omdat we het contract met Gazprom per die datum afliep. Daarnaast bestaat de toename uit de indexering van 5% van de personele lasten conform de nieuwe CAO.
Toelichting op de begroting 2024 Overige kosten SW medewerkers De overige kosten SW medewerkers dalen met € 403.000 ten opzichte van 2023. Dit wordt met name veroorzaakt door het wegvallen van de tijdelijk verruimde reiskostenvergoeding voor onze SW medewerkers. Daarnaast worden de lasten conform BRN norm geïndexeerd. Personele lasten De personele lasten dalen met € 126.000. Door het dalen van het SW bestand neemt de formatie met 2,2 fte verder af. Daarnaast hebben we de personele lasten geïndexeerd met de BRN norm. Productiekosten De productiekosten nemen toe met € 96.000. Dit wordt veroorzaakt door de extra kapitaallasten vanwege de geplande verbouwing van de keuken een deel van de cursusruimten. Voor een nadere
toelichten verwijzen wij naar het onderdeel vastgoed.
Salariskosten SW medewerkers De salarislasten SW dalen met € 137.000. In de berekening van de salarislasten SW is rekening gehouden met en daling van het aantal SW-medewerkers met 71 fte (verloond) en een indexering van de salarissen voor 2024. Door de daling van het aantal SW medewerkers nemen de loonkosten met € 2,7 miljoen af. Omdat we de SW salarissen voor 2024 hebben geïndexeerd nemen de loonkosten toe met € 2,6 miljoen. Een deel van de loon en prijsontwikkeling (LPO) 2023 zal pas per 1 januari 2024 tot uit drukking komen omdat een deel van de LPO ontwikkeling met vertraging verwerkt wordt in de CAO SW. We schatten in dat dit per 1 januari 2024 5% zal zijn en per juli 2024 2%. Overhead MGR De overhead kosten stijgen met 181.000. Dit wordt veroorzaakt door de hogere kapitaallasten van het archief. De inrichting van het digitale archief ronden we in de loop van 2023 af waardoor we voor het eerst in 2024 over deze investering af gaan schrijven. Dit leidt tot een toename van de lasten met € 100.000. Met de afronding van dit project voldoen we in de loop van 2023 aan de vereisten van de archiefinspectie. Daarnaast nemen de lasten toe door de indexering met de BRN norm.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
50
5.4
Onderdeel Vastgoed
Tabel 13 Totale baten en lasten Werk Bedrijf onderdeel Vastgoed in 2022 t/m 2027 ▶
R2022
B2023 P
B2023 (h)
B2023
B 2024
B2025
B2026
B2027
Begeleide participatie
Overige bedrijfsopbrengsten
485
495
495
0
0
0
0
0
WSW en beschut werk
Overige bedrijfsopbrengsten
0
0
0
783
879
879
879
879
Gemeentelijke bijdragen
136
140
140
140
147
147
147
147
Overige bedrijfsopbrengsten
450
414
414
460
460
460
460
460
1.071
1.049
1.049
1.384
1.487
1.487
1.487
1.487
Overhead
Door een wijziging in het besluit begroten en verantwoorden (BBV) valt de WSW vanaf 2023 niet meer onder het taakveld begeleidende participatie maar onder het taakveld WSW en beschut werk. Dat is de reden van de verschuiving tussen taakveld begeleidende participatie en WSW & beschut werk.
MGR onderdeel Vastgoed
Baten Bedragen in € 1.000
Totaal Baten
MGR onderdeel Vastgoed
Lasten Bedragen in € 1.000 Begeleide participatie
WSW en beschut werk
R2022
B2023 P
B2023 (h)
B2023
B 2024 0
B2026 0
B2027
70
65
65
Operationele lasten
572
593
593
0
0
0
0
0
0
0
0
65
154
154
154
154
Kapitaallasten
0
B2025
Kapitaallasten
0
0
Operationele lasten
0
0
0
721
695
695
695
695
Overhead
Kapitaallasten
28
43
43
43
127
127
127
127
Overhead
Operationele lasten
Totaal programma
401
348
348
555
511
511
511
511
1.071
1.049
1.049
1.384
1.487
1.487
1.487
1.487
Overhead MGR
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal lasten
1.071
1.049
1.049
1.384
1.487
1.487
1.487
1.487
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
51
Toelichting op de begroting 2023 Begeleide participatie en Overhead Voor 2023 verwachten we € 1,4 miljoen aan opbrengsten. Dit is een toename van € 335.000 ten opzichte van de primaire begroting van 2023. Deze toename wordt volledig veroorzaakt door de hogere energieprijzen. Toelichting op de begroting 2024 Begeleide participatie en Overhead Voor 2024 verwachten we 1,5 miljoen aan opbrengsten. Dit is een toename van € 150.000 ten opzichte van 2023. In 2023 gaan we het restaurant en een deel van de ontvangst- en het kantorendeel van de locatie Boekweitweg verbouwen om op de Boekweitweg cursussen te kunnen geven en we creëren er werkplekken. Hierdoor kunnen we in 2024 het pand aan de Wezenlaan afstoten en gaan onze trainers vanaf 2024 de cursussen en bijeenkomsten verzorgen op de Boekweitweg. Het restaurant gaat door een externe ge-exploiteerd worden. Deze zal ook voor externen toegankelijk worden zoals de medewerkers van Talis maar ook voor bewoners in het gebeid. Eind 2023 is de verbouwing gereed. Waardoor we in 2024 extra kapitaallasten krijgen ad €175.000.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
52
6 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen Tabel 14 Totale baten en lasten iRvN 2022 t/m 2027 ▶ In 2023 ramen we dat we € 21,5 miljoen nodig hebben. Dit is een toename ten opzichte van de ontwerpbegroting van € 3,0 miljoen. De toename wordt met name veroorzaakt door het voorstel “kostenontwikkeling iRvN”, een verdere toename van de middelen van het beveiligingsproject en ten slotte een toename van de plusproducten. De meerjaren begroting neemt in 2024 met € 1,1 miljoen toe ten opzichte van 2023. In de dienstverlening is tevens opgenomen de dienstverlening voor WerkBedrijf. De toename betreft de indexering met de BRN norm van 4,94% en de toename van de kapitaallasten als gevolg van de investering in de back-up en storage faciliteit.
Baten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
MGR ICT Rijk van Nijmegen R2022
B2023 P
393
B2023 (h)
370
370
B2023
B 2024
432
B2025
453
B2026
453
B2027
453
453
Overhead
19.242
18.079
18.079
21.047
22.147
22.406
22.518
22.631
Totaal Baten
19.635
18.449
18.449
21.479
22.600
22.859
22.972
23.084
Lasten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
MGR ICT Rijk van Nijmegen R2022
B2023 P
B2023 (h)
B2023
B 2024
B2025
B2026
B2027
452
383
383
432
453
453
453
453
Overhead
17.490
16.265
16.265
19.138
20.044
20.303
20.416
20.528
Totaal programma
17.942
16.648
16.648
19.570
20.498
20.757
20.869
20.981
Overhead MGR
1.692
1.801
1.801
1.908
2.102
2.102
2.102
2.102
Totaal lasten
19.635
18.449
18.449
21.479
22.600
22.859
22.972
23.084
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
Voor een nadere detaillering verwijzen we naar de financiële toelichting bij automatsering en applicatiebeheer.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
53
Tabel 17 Deelnemersbijdrage ▶
Deelnemersbijdrage (bedrag x € 1 miljoen) Voor de vergelijkbaarheid van de bedragen is de tabel excl. (lichtblauwe lijn) en incl. (donkerblauwe lijn) de plusproducten opgenomen. In 2023 hebben de plusproducten een omvang van € 1,4 miljoen in de jaren daarna nemen ze met name af door het wegvallen van de investering ad € 522.000 in de Tenants.
25 24 23 22
21,5
21
Personele lasten De personele lasten zijn niet meer volledig zichtbaar, omdat een deel van deze lasten onderdeel uitmaakt van de overhead MGR. De personele lasten bestaan uit de volledige loonsom en het inhuurbudget. Overige personele lasten zijn buiten beschouwing gelaten. Ook de inhuur is uitgedrukt in fte’s. In onderstaand overzicht tonen we de ontwikkeling van de personele lasten voor de jaren 2022 tot en met 2027. Tabel 18 Overzicht van de personele lasten van iRvN in 2022 t/m 2027 ▶
20 20,1 19 18 2023
2024
2025
2026
Begroting (incl. plusproducten)
Personele lasten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
R 2022
B 2023
2027
Begroting (excl. plusproducten)
B 2023 (h)
B 2023 W
B 2024
B 2025
B 2026
B 2027
452
338
338
386
405
405
405
405
Overhead
9.265
9.227
9.227
11.475
11.815
11.815
11.815
11.815
Totaal
9.717
9.565
9.565
11.861
12.221
12.221
12.221
12.221
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
54
De loonkosten 2023 nemen ten opzichte van de bijgestelde begroting toe met € 2,3 miljoen. Dit wordt veroorzaakt doordat € 588.000 van de toegenomen loonkosten wordt gedekt met inkomsten uit plusproducten. Daarnaast nemen de loonkosten structureel met € 725.000 toe als gevolg van het voorstel “kostenontwikkeling iRvN”. Het voorstel Tenants leidt tot een a-structurele uitzetting van de loonkosten van € 522.000. Ten slotte hebben we de loonkosten met 4,94% verhoogd als gevolg van de verwachte CAO afspraken 2023. Dit is een bedrag van € 470.000. De loonkosten 2024 nemen ten opzichte van 2023 met € 360.000 toe. Hiervan heeft € 574.000 betrekking op een stijging van de salarissen met 4,94% als gevolg van de BRN indexering. De loonkosten dalen met € 249.000 als gevolg van het wegvallen van de a-structurele lasten “inrichting Tenants”. Daarnaast nemen de loonkosten met € 35.000 toe als gevolg van het voorstel “kostenontwikkeling iRvN”.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
55
6.1 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering Automatisering valt volledig onder het taakveld Overhead. We rapporteren over het totaal aan baten en lasten, waarbij de overhead apart is opgenomen, conform de BBV-richtlijn. Op de volgende pagina’s geven wij de toelichting op de begrotingswijziging 2023 ten opzichte van de begroting 2023-2026. Vervolgens worden de bijstellingen van de begrotingstotalen van de begroting 2024-2027 en de ontwikkeling van de begroting over de jaren nader gespecificeerd. Tabel 19 Totale baten en lasten iRvN onderdeel Automatisering in 2022 t/m 2027 ▶
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Automatisering
Baten Bedragen in € 1.000
R 2022
Overige bijdragen Overhead
Overige bedrijfsopbrengsten Gemeentelijke bijdragen
Totaal Baten
B2023 (h)
B2023
B 2024
B2025
B2026
B2027
1.070
1.099
1.099
1.222
1.328
1.348
1.357
1.365
970
0
0
859
353
353
353
353
13.073
13.461
13.461
14.954
16.254
16.494
16.598
16.702
15.113
14.560
14.560
17.034
17.936
18.195
18.308
18.420
B2026
B2027
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Automatisering
Lasten Bedragen in € 1.000
R 2022
B2023 P
B2023 (h)
6.007
5.511
5.511
Personele lasten
6.157
5.867
5.867
7.344
7.468
7.468
7.468
7.468
Kapitaallasten
1.849
2.124
2.124
1.887
2.303
2.452
2.381
2.544
Operationele lasten Overhead
B2023 P
Totaal programma
B2023
B 2024
6.512
B2025
6.710
6.821
7.004
6.953
14.013
13.502
13.502
15.743
16.482
16.741
16.853
16.965
Overhead MGR
1.100
1.058
1.058
1.291
1.454
1.454
1.454
1.454
Totaal lasten
15.113
14.560
14.560
17.034
17.936
18.195
18.308
18.420
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
Toelichting op de begrotingswijziging 2023 De baten nemen toe met € 2,5 miljoen. • Aan de begroting is een bedrag toegevoegd naar aanleiding van het voorstel “kostenontwikkeling iRvN” op basis van dit voorstel is voor 2023 € 922.000 toegevoegd. Dit bedrag loop op naar € 1,5 miljoen in 2027 structureel. • In 2022 is het beveiligingsproject gestart als plusproduct. In 2023 hebben we deze als structureel product toegevoegd aan de
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
56
•
begroting. In 2022 is overeenstemming met de gemeenten bereikt over de inzet van deze middelen ter grootte van € 693.000. De opbrengsten uit geleverde plusproducten nemen met € 859.000 toe. Tegenover de baten staat een gelijk bedrag aan lasten en betreft specifiek dienstverlening aan gemeenten. In dit bedrag zit voor 2023 tevens een bedrag van € 522.000 voor de inrichting van de Tenants.
De lasten nemen toe met € 2,5 miljoen. • De operationele lasten nemen toe met € 1,0 miljoen. De toename betreft de kosten van het beveiligingsproject alsmede de kosten van extra licenties vanwege een toename van het aantal gebruikers. • Loonkosten nemen met € 1,5 miljoen toe. € 592.000 van de toegenomen loonkosten wordt gedekt met inkomsten uit plusproducten hierin is tevens opgenomen het voorstel Tenants wat leidt tot een a-structurele uitzetten van de loonkosten van € 522.000. Daarnaast nemen de loonkosten structureel met € 725.000 toe als gevolg van het voorstel “kostenontwikkeling iRvN”. Ten slotte hebben we de loonkosten met 4,94% verhoogd als gevolg van de verwachte CAO afspraken 2023 en het inhuurbudget met 100.000 verlaagd.
•
•
Kapitaallasten nemen met € 237.000 af doordat de investeringen in de back-up en restore faciliteit met een jaar vertraagd is. Dit eenmalig voordeel op de kapitaallasten gebruiken we om de toegenomen loonkosten te kunnen dekken. De overhead neemt met € 233.000 toe vanwege de gestegen energielasten. Deze zijn verdrievoudigd ten opzichte van 2022.
Toelichting op de begroting 2024 De baten en lasten 2024 nemen ten opzichte van 2023 toe met € 902.000. Dit wordt voor € 115.000 veroorzaakt doordat de lasten van het beveiligingsproject stapsgewijs toenemen. Daarnaast vallen de eenmalige lasten voor de inrichting van de Tenants ad € 249.000 weg en nemen de lasten “kostenontwikkeling iRvN” met € 35.000 verder toe. De rest van de toename ad € 1,0 miljoen wordt veroorzaakt door de indexering met de BRN-norm van 4,94%.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
57
6.2 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatie beheer
Arbeidsparticipatie
Applicatiebeheer valt deels onder het taakveld Overhead en Arbeidsparticipatie. We rapporteren over het totaal aan baten en lasten, waarbij de overhead apart is opgenomen, conform de BBV-richtlijn. Op de volgende pagina’s geven wij de toelichting op de begrotingswijziging 2023 ten opzichte van de begroting 2023-2026. Vervolgens worden de bijstellingen van de begrotingstotalen van de begroting 2024-2027 en de ontwikkeling van de begroting over de jaren nader gespecificeerd.
Tabel 20 Totale baten en lasten iRvN onderdeel Informatie- en Applicatiebeheer in 2022 t/m 2027 ▶ Toelichting op de begrotingswijziging 2023 De baten en lasten in de voorliggende begroting stijgen met € 555.000 ten opzichte van de ontwerpbegroting. Dit wordt nagenoeg volledig veroorzaakt door de plusproducten. Deze zijn toegevoegd aan de begroting 2023. Tegenover deze extra baten staan direct aanwijsbare lasten.
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Informatie- en Applicatiebeheer
Baten Bedragen in € 1.000
Overhead
R 2022 Overige bijdragen Gemeentelijke bijdragen Overige bedrijfsopbrengsten
Totaal Baten
Overhead
370
B2023 432
B 2024 453
B2025 453
B2026 453
B2027 453
3.503
3.519
3.519
3.519
3.693
3.693
3.693
3.693
626
0
0
493
518
518
518
518
4.522
3.890
3.890
4.445
4.664
4.664
4.664
4.664
B2023 P
B2023 (h)
Operationele lasten
R 2022 0
45
45
46
48
48
48
48
Personele lasten
452
338
338
386
405
405
405
405
B2023
B 2024
B2025
B2026
B2027
Operationele lasten
362
226
226
271
285
285
285
285
Personele lasten
3.108
2.530
2.530
3.117
3.271
3.271
3.271
3.271
Kapitaallasten Totaal programma
B2023 (h)
370
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Informatie- en Applicatiebeheer
Lasten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
B2023 P
393
7
7
7
7
7
7
7
7
3.929
3.146
3.146
3.827
4.016
4.016
4.016
4.016
Overhead MGR
592
743
743
618
648
648
648
648
Totaal lasten
4.522
3.890
3.890
4.445
4.664
4.664
4.664
4.664
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
In de begroting 2023 rekening gehouden met de cao-stijging van 5%. Daarnaast zien we door de inflatie de kosten van energie en licenties oplopen. De overhead neemt met € 125.000 af. Dit komt vanwege de afgenomen overheadkosten in verband met het wegvallen van managementfuncties en anderzijds is er een dempend effect vanwege de gestegen energielasten.
Toelichting op de begroting 2024 De baten en lasten 2024 nemen ten opzichte van 2023 toe met € 220.000. Dit wordt voor € 200.000 wordt veroorzaakt door de indexering met de BRN norm van 4,94%. Daarnaast is er een uitbreiding van € 21.000 op de dienstverlening van WerkBedrijf.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
58
Deel 3 PARAGRAFEN Een begroting moet een aantal paragrafen bevatten die in de BBV voorgeschreven zijn. Dit noemen we de paragrafen. In dit deel van de begroting gaan we achtereenvolgens in op: • • • • •
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen Verbonden partijen
Tot slot formuleren we op het eind van dit deel het besluit van het algemeen bestuur.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
59
7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing t weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de MGR Rijk van Nijmegen in staat is tegenvallers op te vangen. Het weerstands vermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen en de mogelijkheden waarover de MGR Rijk van Nijmegen beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf over het weerstandsvermogen bevat minimaal: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s. Voor nadere informatie verwijzen we naar de notitie risico-inventarisatie van de MGR.
Weerstandscapaciteit De MGR kiest er voor geen weerstandsvermogen aan te houden maar mogelijk een kostenegalisatiereserve per gemeente te vormen. Dit betekent dat de risico’s worden opgenomen in de begroting en jaarrekening van de deelnemende gemeenten.
Risico’s De inventarisatie van risico’s heeft tot doel om verantwoording af te leggen over en inzicht te geven in de risico’s die voor de MGR Rijk van Nijmegen (zowel procesmatig als voor het bedrijf zelf) van belang zijn. Het is essentieel dat de risicoparagraaf voldoende vooruitkijkt naar toekomstige risico’s in beleid, uitvoering en de gevolgen ervan voor de middelen. De risicoparagraaf geeft informatie over de houdbaarheid van de strategie voor de komende periode. In deze paragraaf benoemen we de grootste risico’s inzake: 1 wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2 maatschappelijke risico’s; 3 middelen, organisatie, medewerkers en efficiency.
Ad 1 W et- en regelgeving en politiek bestuur lijke risico’s Afbouw en ontschotting Participatiebudget Per 1 januari 2023 is het gemeentefonds opnieuw ingericht waardoor het klassieke re-integratiebudget, de begeleiding nieuw Wajong en de begeleiding nieuw regulier zijn overgeheveld naar het sociaal domein onderdeel participatie. Daarmee is de inzichtelijkheid van de financiering voor het WerkBedrijf komen te vervallen omdat uit het onderdeel participatie meer gefinancierd moet worden dan alleen de taken die WerkBedrijf uitvoert. Hier moet ook het minimabeleid en de uitvoering van de uitkeringenverstrekking uit bekostigd worden. Voor 2023 baseren wij ons nog op de oude systematiek. Momenteel zijn we in overleg met de regio over een nieuwe financieringswijze. MGR is voorstander van eenduidige en objectieve bepaling van de budgetten voor de periode na 2024. Wij zijn momenteel aan het nagaan in hoeverre een rekentool van Berenschot uitkomsten biedt. In de rekentool wordt op basis van de data uit het gemeentefonds en de tariefonderzoeken van AEF en het Rijk gekomen tot een verdeling van de middelen in het cluster participatie. Dit zijn enerzijds gemeentelijke taken: uitvoering inko-
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
60
mensvoorziening en minimabeleid, en anderzijds taken van WerkBedrijf: begeleiding naar of tijdens werk, re-integratie. Welk effect de uitkomsten op de meerjarenbegroting gaan hebben is nu nog niet duidelijk. Aanbieden beschut werk (nieuw) vanuit de Participatiewet Kandidaten die uitsluitend in een beschutte werkomgeving betaald werk kunnen verrichten, ondersteunen we zoveel mogelijk om actief te kunnen zijn op de arbeidsmarkt. Voor kandidaten die een positief advies beschut werk nieuw van UWV krijgen, organiseren we (indien mogelijk) een tijdelijk dienstverband in een beschutte omgeving van maximaal 23 maanden, met 100% Wettelijk minimumloon (WML). Afgelopen jaar zijn 20 kandidaten gestart met een beschut werk (nieuw) dienstverband. In totaal waren eind 2022 34 kandidaten aan het werk met een beschut werk (nieuw) dienstverband. We sturen op duurzame plaatsingen en bemiddelen de kandidaat naar een volgende of vaste werkplek. De kosten dekken we uit de loonkostensubsidie. Die wordt overgeheveld vanuit het bijstandsbudget (BUIG) van de gemeenten. Uit het Participatiebudget financieren we de begeleidingsvergoeding en eventuele werkplekaanpassingen. Het eerste risico is dat deze dekking afneemt of wegvalt, terwijl de loonkosten
voor kandidaten met een nieuw dienstverband beschut blijven bestaan. Een tweede risico is de stijging van de loonkosten. Bijvoorbeeld door de invoering van de cao aan de slag in 2022. Wanneer de structurele kosten niet meer gedekt kunnen worden vanuit deze middelen, ontstaat een financieel risico voor de gemeenten. Voor (naar schatting) drie jaar hebben we dit financieel risico afgedekt daarna niet meer. De omvang van dit risico is pas te bepalen als het aantal kandidaten met een vast dienstverband bekend is. In de begroting van 2023 bijgesteld en 2024 en volgende jaren is daar voor een inschatting gemaakt, omdat we vanaf 2023 de eerste medewerkers in dienst krijgen die onder deze regeling vallen. Het derde risico is dat wij op dit moment substantieel minder nieuw beschut plaatsen realiseren dan onze taakstelling terwijl we wel bekostigd krijgen op deze taakstelling. Het Rijk is momenteel deze financieringswijze aan het evalueren. Een mogelijke variant is bekostiging op basis van realisatie. In dat geval gaat de regio tussen de € 2,0 en € 3,0 minder middelen ontvangen die nu deels voor andere uitvoeringstaken ingezet worden. Uittreden van een gemeente Uittreding van een gemeente uit de MGR of uit één of meerdere modules heeft tot gevolg dat frictiekosten ontstaan bij de MGR. Vooral als er lang
lopende verplichtingen zijn aangegaan kunnen de frictiekosten aanzienlijk zijn. Afbouw WSW budget en stijging gemiddelde loonkosten SW medewerkers WerkBedrijf rekent voor de dienstverlening van de Sociale Werkvoorziening (onderdeel SW) een kostendekkende bijdrage (kostprijs per SE) bij gemeenten. Deze bijdrage is hoger dan het WSW budget dat de deelnemende gemeenten ontvangen vanuit het Rijk. Een afname van het WSW budget betekent geen direct risico voor de MGR. Aangezien gemeenten de bijdrage voor de uitvoering van de SW financieren vanuit het WSW budget benoemen we het risico wel in deze paragraaf. Wettelijke wijzigingen (cao, minimumloon en premies) zijn niet beïnvloedbaar, maar hebben een grote impact op de kosten. Sinds 2015 is er geen nieuwe instroom meer op basis van de Participatiewet. Dit heeft een vertragend effect op de daling van het loongebouw. Dit betekent ook geen direct risico voor de MGR, omdat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de bijdragen. De afgelopen jaren is het verschil tussen de bijdrage van gemeenten en de bekostiging vanuit het Rijk kleiner geworden. Of deze trend zich doorzet is op dit moment nog niet met zekerheid vast te stellen.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
61
Ad 2 Maatschappelijke risico’s Klant- en marktrisico’s Onderdeel SW Hierbij gaat het voornamelijk om de volgende risicofactoren: • Lagere uurtarieven gedetacheerde SW-medewerkers; • Minder productieve uren gedetacheerde SW-medewerkers en/of lagere stijging toegevoegde waarde in beschut werk door ouder wordende doelgroep en CAO afspraken; • Onvoldoende detacheringsmogelijkheden in de markt. ICT Dit betreft met name het risico van uitval of het hacken van ICT voorzieningen. De MGR anticipeert op dit risico door het uitvoeren van tests en door permanent te werken aan het verbeteren van haar ICT omgeving. Het voldoen aan de vereisten van de BIO maakt daar onderdeel van uit. Ondanks dat blijft de mogelijkheid van uitval bestaan. Dit brengt risico’s met zich mee in de continuïteit van dienstverlening en kan tevens leiden tot hoge herstelkosten. De impact daarvan laat zich vooraf moeilijk bepalen.
Ad 3 Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency Belastingen Ten aanzien van de vennootschapsbelasting, de loonheffing en de omzetbelasting zijn momenteel geen risico’s bekend. Naleving van de fiscale regels borgen wij door instructies en toetsing achteraf bij de BTW aangiften en bij de uitvoering van interne controles op bijvoorbeeld het gebruik van de poolauto’s, etc. Daarnaast laten wij ons bij fiscale vraagstukken bijstaan door externe deskundigen. Juridisch Op juridisch gebied zijn op dit moment geen risico’s bekend. Naleving van Wet- en regelgeving borgen we door het geven van voorlichtingsbijeenkomsten. We werken het zo concreet als mogelijk uit in instructies, verordeningen en beleidsregels. Ten slotte toetsen onze kwaliteitsmedewerkers op de naleving ervan. Informatiebeveiliging en Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Informatiebeveiliging vormt een belangrijk onderwerp binnen de MGR Rijk van Nijmegen. Met name aan de borging van de privacy van betrokkenen wordt veel aandacht besteed. De noodzakelijke
maatregelen zijn getroffen om tijdig te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging. Het grootste risico is dat bijzondere persoonsgegevens uitlekken. Ook het uitlekken van bedrijfsinformatie valt onder deze risico’s. Ondanks de getroffen maatregelen kunnen zich dergelijke incidenten voordoen. De impact van een dergelijk incident is niet vooraf in te schatten. De maximale geldboete kan oplopen tot ruim € 20 miljoen of 4% van de omzet van een organisatie. Voor MGR houdt dit in een maximale boete van € 4,1 miljoen en er kan sprake zijn van veel negatieve publiciteit.
Ad 4 Economische risico’s De geopolitieke ontwikkelingen in 2022, zoals de oorlog in de Oekraïne, de uitwerking van de Covid pandemie en het ruimte liquiditeitsbeleid van de centrale banken hebben geleid tot schaarste en oplopende prijzen. Daar ondervindt de iRvN nadeel van door oplopende prijzen, chiptekort en schaarste aan personeel. Werkbedrijf ondervindt ook nadelen maar op dit moment nog in mindere mate dan iRvN omdat WerkBedrijf een deel van de lasten vergoed krijgt door hogere vergoedingen vanuit het Rijk zoals het SW budget.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
62
Conclusie risico-inventarisatie
Risico-inventarisatie MGR Bedragen in € 1.000
Verwachtings waarde
Capaciteit MGR
Wet en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s
In tabel 21 staat de risico-inventarisatie. Onder Verwachtingswaarde wordt verstaan het ingeschatte, te betalen schadebedrag als het risico zich daadwerkelijk voordoet. De Capaciteit MGR betreft de weerstandscapaciteit waarmee de MGR rekening moet houden. Aangezien de MGR geen weerstandsvermogen opbouwt, betekent dit dat de deelnemende gemeenten rekening dienen te houden met dit risico bij het bepalen van hun weerstandscapaciteit. In de bijlage hebben we het risico per gemeente opgenomen. Tabel 21 Risico-inventarisatie MGR ▶
Landelijke- of regionale ontwikkelingen in wet- en regelgeving en /of beleid
400
160
Niet naleven van wet- en regelgeving of subsidievoorwaarden
1.525
440
Geo-politieke ontwikkelingen (snel oplopende spanningen) Subtotaal
500
200
2.425
800
250
90
Maatschappelijke risico’s Claims Imagoschade
PM
PM
Veranderende eisen vanuit de deelnemende gemeenten
500
300
Klant- en marktrisico's (voormalig) SW bedrijf
1.020
324
ICT - BIO
1.500
600
Privacy
150
60
Subtotaal
3.420
1.374
Ziekteverzuim & Arbo
350
140
Personeel (leeftijd en krapte)
400
80
Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency
Personele frictie
1.350
670
Integriteit, fraude, diefstal
175
50
Verzekeringen
350
70
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
PM
PM
Financiële terugloop van SW middelen
PM
PM
Automatisering Subtotaal
400
240
3.025
1.250
500
200
9.370
3.624
Economische risico's Economsich klimaat van snel oplopende schaarste en aanhoudend hoge inflatie Risico-inventarisatie MGR
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
63
8 Financiering Het doel van deze paragraaf is om te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. De treasu ryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geld stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Op de MGR is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van toepassing. Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, verstandige en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de MGR met een statuut te regelen. In 2020 is voor de MGR het treasurystatuut vastgesteld, waarin de regels over de algemene doelstellingen en de te han teren richtlijnen en limieten en de administratieve organisatie van de financieringsfunctie zijn opgenomen. Dit is tevens de meest recente versie.
Treasurybeheer Volgens artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient de begrotingsparagraaf betreffende de financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer te bevatten. Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: •
•
•
De MGR mag leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak uitsluitend verstrekken aan door het Algemeen Bestuur goedgekeurde derde partijen. Hierbij wordt vooraf advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. De MGR kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie als deze uitzettingen vertrouwd zijn en niet gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het vertrouwde karakter van deze leningenuitzettingen wordt gewaarborgd met richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
Risicobeheer; de kasgeldlimiet en rente risiconorm De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s.
Koersrisico’s De MGR heeft geen leningen in buitenlandse valuta. Transacties in buitenlandse valuta komen niet of nauwelijks voor. Het koersrisico is dus nihil. De MGR heeft geen beleggingen en staatsobligaties. De MGR is verplicht eventuele overtollige middelen bij de schatkist te stallen (schatkist bankieren) en gaat dus geen nieuwe beleggingen aan. Renterisicobeheer De kasgeldlimiet geeft het renterisico op korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Het doel van deze limiet is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente, grote schokken gaan optreden in de hoogte van de rente die de MGR moet betalen. Het niveau van de kasgeldlimiet is beperkt tot 8,5% van het totaal van de primitieve begroting. De wettelijk toegestane kasgeldlimiet van 8,2% is in 2022 niet overschreden. Ook het
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
64
Renterisiconorm De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd door de rente risiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal (leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). In tabel 16 is te zien dat de renterisiconorm de komende vier jaren ruimschoots wordt gehaald.
Schatkistbankieren Sinds de oprichting in 2015 is de MGR verplicht om haar overtollige middelen aan te houden bij het Rijk. Dit wordt schatkistbankieren genoemd. Hierdoor kan de MGR geen gelden meer beleggen en is ze voor rentevergoedingen afhankelijk van de vergoedingen die het Rijk geeft. De ‘overtollige middelen’ zijn de gelden boven een drempel bedrag. Dat drempelbedrag wordt bepaald aan de hand van een percentage van het begrotingstotaal. In enig kwartaal mag dit drempelbedrag aan eigen (gemiddeld) banksaldo niet worden overschreden.
Tabel 22 Renterisiconorm en ruimte in de periode 2021 tot en met 2026
Gewaarborgde geldleningen De MGR is geen gewaarborgde geldleningen aangegaan bij een externe partij.
meerjarenperspectief is dat het niet structureel wordt overschreden.
Bedragen in € 1.000 begrotingstotaal
B2023 P
B2023 (h)
B2023
B 2024
B2025
B2026
Overige geldleningen De MGR heeft in 2015 een lening afgesloten van € 1,2 miljoen, met een jaarlijkse vast aflossingsen rentebedrag van € 70.000. De looptijd is tot 2 januari 2035. In 2017 is een aflossingsvrije lening aangetrokken van € 4,5 miljoen. Deze lening is overeengekomen voor een looptijd tot 27 april 2037, met een aflossing in één termijn op het eind en een rentepercentage van 1,73%. In 2018 is een aflossingsvrije lening aangetrokken van 2,5 miljoen. Deze lening is overeengekomen voor een looptijd tot 25 juni 2038 met een aflossing in één termijn op het eind en een rente percentage van 1,71%.
B2027
92.406
92.838
102.233
103.017
99.014
95.626
92.225
percentage renterisiconorm
20%
20%
20%
20%
20%
20%
20%
toetsbedrag renterisiconorm
18.481
18.568
20.447
20.603
19.803
19.125
18.445
55
55
55
55
55
55
55
18.426
18.513
20.392
20.548
19.748
19.070
18.390
aflossing ruimte
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
65
9 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende pro cessen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren. Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van het beleid, de dienstverlening aan kandidaten en ondernemers en de uitvoering van projecten. De kwaliteit van de uitvoering van de taken van de MGR is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. In deze paragraaf informeren wij u over de belangrijkste bedrijfsvoering processen binnen de MGR. U treft informatie aan over het beleid, de organisatie, het personeelsbeleid, informatisering, de administratieve organisatie en de kansen en bedreigingen voor de MGR.
Beleid van de bedrijfsvoering De organisatiestructuur van de MGR is een afgeleide van het zogenoemde afdelingenmodel. De organisatie staat onder algemene leiding van een algemeen directeur, tevens secretaris van de MGR.
Binnen de MGR is de planning & control cyclus ingericht. Deze start met de begroting waarin de afspraken over het te voeren beleid worden vastgelegd. Via kwartaalrapportages leggen we tussentijds aan gemeenten verantwoording af over het gevoerde beleid. Het jaar sluiten we af met een jaarrekening waarin we verantwoording afleggen over het gehele boekjaar. Naast de verantwoordingsdocumenten zijn de volgende documenten opgesteld om de bedrijfsvoering verder vorm te geven: • Notitie weerstandsvermogen • Notitie en richtlijn activeren en afschrijving • Treasurystatuut • Financiële verordening • Controleverordening • Controleplan • Beschrijvingen van de primaire processen • Gastheerrol • Mandatering • Informatiebeveiligingsbeleid Bijgaande notities moeten waarborgen dat de MGR binnen de wettelijke en financiële kaders handelt. De resultaten hiervan leggen we aan het Dagelijks en het Algemeen Bestuur ter besluitvorming voor.
Organisatiestructuur De Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen kent de volgende drie bestuursorganen: Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Daarnaast hebben we een bestuurscommissie Werk en een agendacommissie.
Het Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 15 leden, de voorzitter inbegrepen. Dit zijn leden van de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Aan het Algemeen Bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het Algemeen Bestuur zijn opgedragen, evenals alle bevoegdheden die op basis van de modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen aan dit orgaan worden opgedragen, en niet aan het Dagelijks Bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn opgedragen. Het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur telt vijf leden inclusief de voorzitter. De leden worden door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. Conform de wet en de regeling komt het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toe die in de gemeente toekomt aan het college van Burgemeester en Wethouders. Drie zetels van de vijf zijn gevuld.
Begroting 2024-2027 MGR Rijk van Nijmegen
66
De voorzitter De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Dagelijks als ook het Algemeen bestuur. Hij vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. Bestuurscommissie Werk De leden van de bestuurscommissie worden door het Algemeen Bestuur benoemd. In de regel bestaan de leden uit de portefeuillehouders Werk van de aan de MGR deelnemende gemeenten. De bestuurscommissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke koers van WerkBedrijf. De bestuurscommissie adviseert hierin het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur. Agendacommissie De agendacommissie bestaat uit raadsleden van de zeven deelnemende gemeenten en kent zeven leden, inclusief de voorzitter. De agendacommissie heeft haar taken en rolopvatting beschreven in haar reglement van orde. Zij heeft als taak de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van de gemeenteraden van de aan de MGR deelnemende gemeenten, en schept randvoorwaarden zodat de raden hun kaderstellende en controlerende taak goed kunnen vervullen. Verder adviseert zij het
dagelijks bestuur over de kwaliteit van de informatievoorziening van en door de MGR, denkt zij mee over de inrichting van de juridische regeling voor de MGR en organiseert ze regionale bijeenkomsten voor raden.
Uitvoeringsorganisatie en platform De uitvoeringsorganisatie kenmerkt zich door een platte organisatie met twee modules die worden geleid door een directeur/algemeen manager. De MGR kent daarnaast een secretaris/directeur die zorgdraagt voor de coördinatie en afstemming tussen de modules, de verantwoording naar het bestuur en de ontwikkeling van de platformfunctie voor de regio. Binnen iedere module is sprake van een beperkt aantal afdelingen en teams.
Administratieve organisatie De administratieve organisatie is zodanig opgesteld dat de dagelijkse gang van zaken erop ingericht is dat de financiële verordening, de controleverordening en het mandaat van de treasury nageleefd worden. Daarbij moet opgemerkt worden dat de MGR de basisadministratie uitbesteed heeft aan de gastheer. Middels een dienstverleningsovereenkomst zijn afspraken met de gastheer gemaakt over het binnen haar kaders uitvoeren van de taken.
Informatisering en automatisering De informatisering en automatisering heeft tot doel de dienstverlening van de MGR aan haar klanten en kandidaten te optimaliseren. De informatisering en automatisering van de MGR maakt gebruik van het netwerk van iRvN. IRvN heeft contracten met diverse IT-aanbieders. De MGR maakt daar gebruik van. De belangrijkste systemen waarvan gebruik wordt gemaakt zijn: EVA, Compas, Unit4 en TopDesk. Voor de bedrijfsvoering wordt ook gebruik gemaakt van de informatiesystemen van de gastheer Gemeente Nijmegen. De belangrijkste systemen daarbij zijn: CODA en Beaufort. Back up, recovery, beveiliging en privacy zijn binnen iRvN vormgegeven en voldoen aan de minimaal daaraan te stellen vereisten om de continuïteit van de bedrijfsvoering voor de MGR te waarborgen. Conform de overeengekomen basisafspraken (DVO) wordt wekelijks een volledige back up gemaakt en dagelijks een incremental back-up van de applicatieserver, databases en netwerkschijven (dus niet van de lokale harde schijven van pc’s, laptops en dergelijke). In de basisafspraken zijn eveneens afspraken gemaakt over afdoende logische en fysieke beveiligingsmaatregelen om activiteiten van personen met