60 - Antwoorden vragen Sociale stad en Economische Veerkracht tweede set
Tekst van het document
Hoeveel gevallen van huiselijk geweld zijn bekend in Nijmegen? Hoe heeft dit getal zich ontwikkeld de afgelopen jaren? (GL) Antwoord: volgt zsm
-
Hulpmiddelenbeleid (rolstoelen, scootmobiels, etc): betere service en kwaliteit nodig. Is het zinvol om onderzoek te doen naar verbetermogelijkheden, welke interventies zijn mogelijk om de service en kwaliteit van hulpmiddelen te verbeteren? (GL) Antwoord: Nee, het huidige contract biedt voldoende houvast om te sturen op de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. De volgende interventies/handvatten zijn er mogelijk: 16
1. 2. 3. 4.
We kunnen een waarschuwing geven (dit gaat gepaard met een SMART geformuleerd verbeterplan dat de leverancier dient op te leveren). Gele kaart geven met bijbehorende financiële consequentie Rode kaart geven met bijbehorende financiële consequentie. Ontbinding
-
Kinderopvang gratis: hierdoor zal de vraag naar kinderopvang groeien, terwijl er al een tekort is aan pedagogisch personeel in Nijmegen? Wat kan gemeente Nijmegen hier aan doen? (D66) Antwoord: Deze zorg is terecht. In onze ambtelijke voorbereidingen voor het nieuwe beleid 0 – 6 (periode 2023 e.v.) erkennen wij dit als knelpunt en risico. Het werken in de kinderopvang kán aantrekkelijker gemaakt worden (m.n. voor mannen). De belangrijkste elementen in deze zijn opleidingsmogelijkheden en inschaling van medewerkers. Let wel, wij hebben op beide knoppen nu géén rol als gemeente. Wij overwegen in onze ambtelijke voorstellen voor de nieuwe beleidsperiode hier verandering in aan te brengen. Als we nu kiezen om het werken in de kinderopvang aantrekkelijker te maken en – in samenwerking met de sector – medewerkers perspectief te bieden dan hebben we bij invoering van de nieuwe regelgeving een voorsprong. We kunnen helaas niet garanderen ‘op tijd’ te zijn. Het opleiden van medewerkers is een lang proces; mede omdat er aan de (gemeentelijke) VVE-locaties hoge wettelijke kwaliteitsnormen verbonden zijn. Desondanks adviseren wij hier wel op in te zetten. De leeftijd 0 tot 6 is een vormende periode waar kansenongelijkheid via interventies kan worden verzacht. Voldoende kwalitatieve kinderopvang geeft onze inwoners een steun in de rug voor de rest van het leven.
Met name op de onderdelen taal/communicatie en executieve functies kunnen kinderen via deze weg ‘extra bagage’ meekrijgen waar ze hun hele leven van blijven profiteren. Kanttekening: De kinderopvang is geen overheidstaak en daarmee onderhevig aan bepaalde mechanismen van marktwerking. Het lokaal opleiden van medewerkers is zodoende geen garantie voor succes. Voorbeeld ter illustratie: Als wij inzetten op het opleiden van medewerkers en elders zet men in op hogere salariëring, dan leiden wij mogelijk PM’ers (pedagogisch medewerkers) op voor andere (buur)gemeenten.
-
Gezonde schoollunches (zie pilots in andere steden) – wat kost dit? (D66) Antwoord: De kosten hiervan hangen af van hoe je dit wil uitzetten: voor zowel primair onderwijs en speciaal (basis) onderwijs of ook voor het voortgezet onderwijs? Voor alle scholen of alleen in bepaalde wijken en/of scholen met de meeste leerlingen met risico op onderwijsachterstanden? Hoe ga je om met basisscholen die geen continu rooster hebben en waar kinderen – tenzij ze overblijven – tussen de middag naar huis gaan om te lunchen. Willen we wel of niet met een ouderbijdrage werken en zijn ouders bereid om dit te betalen? In Nijmegen hebben we te maken met de volgende aantallen leerlingen: Primair onderwijs: 12.000 leerlingen Voortgezet onderwijs: 14.000 leerlingen Speciaal (basis) onderwijs: 2.300 leerlingen van zowel PO als VO leeftijd en inclusief de leerlingen die op de Maartenschool en PI school zitten (net over de Nijmeegse gemeentegrens) Uit een onderzoek uit Utrecht blijkt dat de kosten circa € 5,00 per dag per kind bedragen. Het is onduidelijk wat allemaal meegenomen is in dit bedrag is meegenomen (denk aan leveringskosten, koeling op scholen en gebruik duurzame materialen).
Stel je zou uitgaan van de basisscholen in Dukenburg, Lindenholt, Hatert, Grootstal, Neerbosch Oost plus de basisscholen met de meeste leerlingen met risico op onderwijsachterstanden (het is mogelijk om hierin andere afwegingen of keuzes te maken), dan kom je op een totaal van circa 4.000 leerlingen. Stel
17
alle scholen doen mee voor 5 dagen in de week en alle leerlingen eten hun lunch op school én uitgaande van 40 schoolweken, dan kom dat uit op een bedrag van € 4 miljoen per jaar. Als we dan ook alle kinderen in het speciaal (basis) onderwijs meerekenen dan komt er nog een bedrag bij van € 2,3 miljoen. In beide gevallen is er geen rekening gehouden met een ouderbijdrage. -
Huiswerkbegeleiding in bibliotheken: evaluatie? Continueren. (D66) Antwoord: Scholen in het voortgezet onderwijs zetten NPO gelden tot 2023 in voor extra begeleiding aan hun leerlingen, waaronder (gratis) huiswerkbegeleiding. Het aantal aanmeldingen voor huiswerkbegeleiding aan VO-leerlingen op enkele bibliotheeklocaties (Hatert, Zwanenveld en wijkcentrum Lindenholt) blijft hierdoor beperkt. We zijn dan ook in gesprek met de bibliotheek OBGZ Gelderland Zuid of continuering nog zinvol is. Dat is op zichzelf een positieve ontwikkeling. Het werpt wel de vraag op of huiswerkbegeleiding op scholen na de NPO nog geborgd is. We blijven hierover in gesprek met het onderwijs.
-
Deelname aan (landelijke) pilots meer betalen voor leerkrachten in achterstandswijken als de gelegenheid zich voordoet. (D66) Antwoord: VO-scholen zijn regionale voorzieningen die niet gekoppeld zijn aan wijken, meer betalen voor VO-leerkrachten in achterstandswijken is dan ook niet aan de orde. Bovendien is het aan de VO schoolbesturen zelf of en onder welke voorwaarden zij willen deelnemen aan een dergelijke pilot als de gelegenheid zich voordoet. Wanneer dit het geval is, kunnen we de schoolbesturen wel wijzen op de (landelijke) pilot en de meerwaarde bespreken. Wat doet Nijmegen nu: De coronacrisis heeft diepe sporen getrokken in het onderwijs dat op dit moment kampt met verschillende uitdagingen, waaronder met name de sociaal emotionele problemen onder leerlingen en hun motivatie om te leren, de leervertragingen die zij hebben opgelopen en de capaciteitstekorten onder docenten en ondersteunend personeel. De gemeente Nijmegen heeft subsidie verleend aan de VO-schoolbesturen voor uitvoering van een project voor behoud van docenten in het VO in Nijmegen voor de jaren 2022 en 2023. Doel is inzicht krijgen in wat ongewenste uitstroom veroorzaakt en wat ongewenste uitstroom voorkomt. De verbeteringen worden direct doorgevoerd op scholen.
De verlening betreft een éénmalige impuls, omdat het onderwijs werkt aan een continue, duurzame kwaliteitsverbetering voor behoud van docenten. Voor de PO scholen geldt dat deze wel meer wijkgebonden zijn én er scholen zijn met een groot aantal kinderen met risico op onderwijsachterstand. Ook hiervoor geldt dat het aan de onderwijsbesturen is om mee te doen met zo’n landelijke pilot. Hierbij zullen we ook de vraag moeten stellen of het leidt tot nieuwe geschikte docenten, wat de nadelige gevolgen zijn én of tijdelijk geld of maatregelen leidt tot structurele oplossingen. Meer docenten, onderwijsondersteuners of kleinere klassen zouden mogelijk effectievere maatregelen zijn.
Preventie, welzijn, ontmoeting, cultuur en sport (sterke sociale basis) -
Vrijwilligersfonds uitbreiden: maximumbedrag per aanvraag verhogen van € 500 naar € 600. Hoeveel kost dit? (Stadspartij) Antwoord: De afgelopen jaren is het budget van € 25.000 niet geheel gebruikt. Onze inschatting is dat het verhogen van het maximumbedrag per aanvraag van € 500 naar € 600 binnen het reguliere budget kan worden opgevangen. De uitgaven van 2019 t/m 2021 waren resp. : € 14.727; € 11.150 ; € 17.950. Gemiddeld waren er ca 40 aanvragen.
-
Sportaccommodaties multifunctioneel inzetten voor ontmoeting, wat zijn de mogelijkheden hiervoor? (Stadspartij) Antwoord: Sportaccommodaties kunnen multifunctioneler ingezet worden. Zo passen we bestaande gemeentelijke binnensportaccommodaties aan om deze breder inzetbaar te maken voor o.a. de sport- en beweegsector, maar ook ten behoeve van maatschappelijke participatie, gezonde leefstijl en breed motorisch opleiden (zoals een smartwall). Voor deze aanpassing is de komende jaren extra budget vrij gemaakt. Dit is conform sport- en beweegnota. Gemeentelijke 18
buitensportaccommodaties kunnen ook breder ingezet worden door de verbinding te leggen met (omliggende) wijken. Door de samenwerking tussen sportverenigingen, maatschappelijke organisaties en mogelijk ook commerciële sportaanbieders te stimuleren kan er breder en meer divers sport- en beweegaanbod (en ontmoeting) ontstaan. Dit past ook binnen het sport- en beweegbeleid 2022 dat we de potentie van sportverenigingen optimaal willen benutten en stimuleren. En dat betekent ook het spelen van een rol in het kader van het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Concreet gaat het dan over alternatieve vormen van bewegen die ook belangrijk zijn voor sociale interactie, meedoen, ontmoeten en zelfredzaamheid, zoals walking football of het para team van NEC. Sportaccommodaties kunnen daarnaast ook fungeren als interessante locatie waar meerdere functies een plek kunnen krijgen. Het clubhuis/de sportkantine kan daarom mogelijk multifunctioneel in gebruik genomen worden: als sportkantine én als ontmoetingsplek voor bewoners (denk ook aan andersoortig ontmoeting naast sport en beweegactiviteiten). In de gesprekken die we momenteel voeren met een sportvereniging i.v.m. met een nieuwe clubaccommodatie in Nijmegen Noord is multifunctioneel gebruik in het nieuwe clubhuis ook onderwerp van gesprek.
Maar we dienen hiervoor altijd te oordelen naar de situatie wat afhankelijk is van de betreffende locatie én de type activiteit die in het kader van ontmoeting plaats zal vinden. Wanneer de sportkantine mogelijk ingezet wordt voor lokaal gebonden activiteiten voor en door inwoners moet dit dus passen binnen het vigerend bestemmingsplan. We dienen tot slot rekening te houden met het feit dat sportkantines in clubhuizen niet in eigendom zijn van de gemeente, maar in eigendom van de vereniging. Kortom, hierover dient ook afstemming plaats te vinden met de betreffende sportvereniging om wel/geen onderdak te bieden aan dergelijke activiteiten.
-
Wens: cultuur en sport integreren in kinderopvang. (D66) Antwoord: Wij adviseren hier stevig op in te zetten. De leeftijd 0 tot 6 is een vormende periode waar kansenongelijkheid via interventies kan worden verzacht. Voldoende kwalitatieve kinderopvang geeft onze inwoners een steun in de rug voor de rest van het leven. Met name op de onderdelen taal/communicatie en executieve functies kunnen kinderen via deze weg ‘extra bagage’ meekrijgen waar ze hun hele leven van blijven profiteren. Cultuur en sport zijn dragers waarbinnen kinderen (georganiseerd) spelenderwijs de wereld ontdekken. Cultuur en sport als educatiemiddel wordt ambtelijk geadviseerd. De integratie van deze domeinen zal verdere uitwerking vragen. Wij adviseren hier op in te zetten via het nieuwe beleid 0 – 6, dat ambtelijk in voorbereiding is, voor de periode 2023 e.v.
-
Is bekend hoeveel kinderen aan sport en cultuur doen? (GL) Antwoord:
Sportdeelname jongeren Ruim driekwart van de jongeren sport wekelijks Hoe de sport- en beweegdeelname van middelbare scholieren zich ontwikkelt, kunnen we volgen via de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor Jeugd, die wordt uitgevoerd door de GGD. Jongeren in klas 2 en 4 in het voortgezet onderwijs wordt gevraagd om een vragenlijs in te vullen. De laatste meting vond in 2019 plaats. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 laat zien dat 76% van de middelbare scholieren wekelijks bij een vereniging of sportschool sport en dat 66% wekelijks op een andere manier aan sport doet (buiten verenigingen en sportscholen om). Die 66% is een duidelijke daling ten opzichte van 2015 (76%). Bijna de helft van de middelbare scholieren in Nijmegen (47%) sport en beweegt minimaal 5 dagen per week minstens 1 uur (versus 52% in 2011).
19
76% 77%
sport wekelijks bij vereniging of sportschool 66%
beweegt wekelijks buiten vereniging of sportschool om
76%
2019 2015 2011 2007
47% 48% 52% 51%
beweegt mininaal 5 dagen per week minstens 1 uur 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
Figuur: Sportdeelname middelbare scholieren. Bron: Gezondheidsmonitor jeugd (E-MOVO), GGD Gelderland-Zuid.
Bij vmbo-leerlingen is het aandeel dat minimaal 5 dagen per week minstens 1 uur beweegt lager: 38% voor basis/kader en 41% voor de gemengde/theoretische leerweg, tegenover 49% van de havo-leerlingen en 55% van de vwo-leerlingen. Vmbo-leerlingen sporten minder vaak wekelijks bij een sportvereniging of sportschool: 61% voor basis/kader en 72% voor de gemengde/theoretische leerweg, tegenover 78% van de havo-leerlingen en 87% van de vwo-leerlingen. Voor het aandeel dat buiten verenigingen en sportscholen om sport is er nauwelijks verschil tussen de opleidingsniveaus. Driekwart van de kinderen sport en beweegt minstens 7 uur per week Hoe de sport- en beweegdeelname van kinderen tot 12 jaar zich ontwikkelt, kunnen we volgen via de vierjaarlijkse Kindermonitor, die wordt uitgevoerd door de GGD. Ouders wordt gevraagd om een vragenlijst over hun kind in de steekproef in te vullen. De laatste meting vond najaar 2021 plaats, maar de uitkomsten daarvan zijn nog niet beschikbaar. De Kindermonitor 2017 laat zien dat 75% van de Nijmeegse kinderen (4-12 jaar) minstens 7 uur per week sport en beweegt. Dat is een stijging ten opzichte van 2013 (71%). Bij kinderen van ouders met een lagere sociaaleconomische status komt het meer voor dat ze weinig sporten en bewegen: 13% beweegt minder dan 5 uur per week (versus 9% gemiddeld) en 32% is geen lid van een sportvereniging (versus 23% gemiddeld).
Invloed van corona Landelijk onderzoek over het jaar 2020 laat zien dat veel mensen door de coronapandemie minder zijn gaan sporten en dat dat relatief sterk geldt voor 5-12-jarigen. We hebben geen lokale cijfers hierover. Gunstig beeld ontwikkeling aantal leden van sportverenigingen Kinderen en jongeren zijn in vergelijking met volwassenen naar verhouding vaker lid van een sportvereniging. In Nijmegen is het percentage bewoners dat lid is van 1 of meer bij sportbonden aangesloten sportverenigingen (23,1% in 2020) hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden (20,7%; de benchmarksteden zijn Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg). In Nijmegen is dit aandeel sinds 2017 iets gestegen, terwijl het gemiddelde voor de benchmarksteden (Arnhem, Eindhoven, Enschede, de laatste jaren vrij stabiel is. Landelijk is het percentage sportverenigingsleden gedaald, van 25,6% in 2017 naar 24,1% in 2020. Die landelijke daling was relatief sterk in 2020, terwijl er in Nijmegen in 2020 sprake was van een kleine toename.
Cultuurdeelname jongeren Hoge cultuurdeelname bij oudere tieners en jongvolwassenen In onze Burgerpeiling stellen we 1 keer in de vier jaar vragen over cultuurdeelname. Dat is voor het laatst gedaan in 2019. Voor de Burgerpeiling trekken we een steekproef uit de Nijmegenaren vanaf 16 jaar. Dat betekent dat we voor de oudere tieners en jongvolwassenen een beeld van de cultuurdeelname kunnen schetsen.
20
Een ruime meerderheid van de 16 t/m 22-jarigen bezoekt culturele voorstellingen (89%). Veel 16- t/m 22-jarigen bezoeken dance-optredens (63% versus 33% van de Nijmegenaren vanaf 23 jaar) en filmvoorstellingen (82% versus 74% van de Nijmegenaren vanaf 23 jaar). Voor diverse andere soorten cultuurdeelname zijn de verschillen tussen de 16- t/m 22-jarigen en de Nijmegenaren vanaf 23 jaar niet groot. We hebben geen cijfers over verschillen als het gaat om de belangstelling voor specifieke genres. 89% 87%
bezoekt culturele voorstellingen
82% 74%
bezoekt filmvoorstellingen 50% 52%
bezoekt theatervoorstellingen bezoekt concerten bezoekt dance-optredens
33%
23 t/m 89 jaar
63% 60% 59%
bezoekt musea 37% 35%
maakt gebruik van bibliotheek
52% 46%
beoefent kunstzinnige activiteiten neemt deel aan kunsteducatie
16 t/m 22 jaar
56% 59%
9% 10% 0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Figuur 13: Gegevens over cultuurparticipatie onder 16- t/m 22-jarigen (versus de 23 t/m 89-jarigen). Bron: Burgerpeiling 2019. Uit onze Burgerpeiling en ook landelijke onderzoeken weten we dat het opleidingsniveau een sterk bepalende factor is voor cultuurdeelname. Met het stijgen van het opleidingsniveau neemt de mate van cultuurparticipatie toe. Toename Bibliotheek op school, minder ouders missen in buurt bibliotheek voor hun kinderen In 2013 is de bibliotheek begonnen met de invoering van de Bibliotheek op school: een structurele samenwerking tussen school, kinderopvang en bibliotheek met als doel het leesplezier bij leerlingen te vergroten. Dat gebeurt met lees- en mediaconsulenten, een collectie boeken in een professionele bibliotheek op school en een goede digitale reserveer- en leeromgeving. Eind 2014 waren 12 basisscholen aangesloten op de Bibliotheek op school; in 2019 zijn dat 30 basisscholen en 15 kinderopvanglocaties. Deze groei vertaalt zich in uitkomsten van de Kindermonitor. In 2015 gaf 19% van de ouders van kinderen tot 12 jaar aan dat ze in de woonbuurt een bibliotheek voor hun kinderen misten. In 2017 is dat percentage gedaald naar 9%. In 2017 las een ruime meerderheid van de 4t/m 11-jarigen boeken; 9% deed dat nooit. De uitkomsten van de Kindermonitor 2021 zijn nog niet beschikbaar.
Overige -
Herinvoering van 65+-label – seniorenwoningen. Is dit haalbaar, wat is hiervoor nodig? (B10) (Stadspartij) Antwoord: Het toewijzen specifiek aan een bepaalde leeftijdsgroep is wettelijk niet meer mogelijk (discriminatie). Het is daarom uit de huisvestingsverordening gehaald. Wel kan daar in specifieke gevallen voor worden gekozen (bijvoorbeeld bij levensloopgeschikte woningen). De toewijzing valt dan wel binnen de 20% maatwerk van de corporaties. Corporaties zijn zelf ook zoekend naar de kansen en mogelijkheden om ouderen door te laten stromen, zodat zij een geschikte woning krijgen en een woningen vrij maken voor andere woningzoekenden. In dit najaar wordt de regionale huisvestingsverordening geëvalueerd. Hierbij worden gemeenten en corporaties betrokken. Dit thema zal ook door de corporaties ingebracht gaan worden.
21
Na de evaluatie gaat volgend jaar gewerkt worden aan een nieuwe regionale huisvestingsverordening, die per 1-1- 2023 van kracht moet worden -
Meldpunt dierenmishandeling, hebben we deze, mogelijkheden, kosten? (Stadspartij) Antwoord: We hebben als gemeente nu géén meldpunt voor dierenmishandeling. Wetten en beleid op dierenmishandeling worden landelijk gemaakt en primair gehandhaafd door de politie en de LID (Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming) Melding van dierenmishandeling kan gedaan worden het landelijk meldpunt 144. Afhankelijk van de melding wordt de politie, het LID of de NVWA ingeschakeld.
-
Verleent de gemeente momenteel subsidie aan het AED-netwerk? Wens: professionaliseren, wat is hiervoor nodig? (Stadspartij) Antwoord: Subsidies aan AED-netwerk Subsidie
2018
2019
2020
2021
St AED Dukenburg St HartslagNijmegen Deskundigheidsbevordering via Vrijwilligersfonds
€ 1.000 € 500 € 500
€ 1.000 € 1.000 € 500
€ 1.000 € 1.000 € 500
€ 1.000 € 1.000 € 500
€ 5.776
€ 1.750 € 7.068
€ 5.478
€ 1.370 € 4.906
Facturen betaald St HartslagNijmegen St AED Dukenburg
2022 t/m mrt
€ 2.465
De facturen waren hoofdzakelijk voor kosten voor plaatsing, reparatie, onderhoud en/of vervanging
Wens professionaliseren en wat is hiervoor nodig? Het AED-netwerk in Nijmegen bestaat uit verschillende burgerinitiatieven, waarbij Stichting Hartslag Nijmegen een coördinerende rol heeft en initiatieven ondersteunt. Er ligt geen wettelijke taak / verantwoordelijkheid bij de gemeente en de gemeente heeft hierover ook niks expliciet vastgesteld. De gemeente ondersteunt en faciliteert deze burgerinitiatieven via onder ander via het vrijwilligersfonds, een vast aanspreekpunt en betalen van enkele kosten. Wanneer de wens is om de huidige initiatieven meer te ondersteunen en/of door te ontwikkelen dan zou dit naast het vrijwilligersfonds en de huidige facturen, kunnen door de komende vier jaar jaarlijks een bedrag van € 15.000 beschikbaar te stellen die in overleg met de bestaande burgerinitiatieven kunnen worden ingezet. Dit vraagt wel om extra middelen of een keuze om iets anders binnen het huidige programma Welzijn, wijkontwikkeling en zorg niet te doen.
NAGEKOMEN VRAGEN Tafel Sociale stad en Economische Veerkracht via Leonie Braks (nagekomen dit weekend) Restvragen
Gevraagde ambtelijke toelichting (via April, haar nummering aangehouden) 5.
Stand van zaken jongerenwerk, pilots en koppeling veiligheidsdomein?
22
Antwoord: Stand van zaken In Nijmegen kennen we drie soorten jongerenwerk: 1. Het jongerenwerk van Bindkracht10. Deze vorm van jongerenwerk is over de hele stad actief en bereikt daarmee de meeste jongeren. Bindkracht10 richt zich op de breedte van het jongerenwerk met onder andere ambulant jongerenwerk, accommodatie gebonden jongerenwerk, individuele begeleiding, meidenwerk en online jongerenwerk. 2. Het jongerenwerk van FC Social Work: Deze vorm maakt gebruik van de Futsal Chabbab-activiteiten (incl. Futsal4Girls) in een zestal gebieden namelijk Heseveld, Neerbosch-Oost, Willemskwartier, Dukenburg, Hatert en Lindenholt. 3. De jeugdcoaches van de gemeente Nijmegen. De jeugdcoaches richten zich met name op individuele begeleiding en het school- en werkfit maken van jongeren die reeds zijn afgegleden of grote risico’s lopen m.b.t gedrag en houding. Denk hierbij aan jongeren die zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten en worden besproken binnen het Zorg & Veiligheidshuis. Het betreft hier vooral jongeren die diepgeworteld zijn in wat we Straatcultuur noemen en moeilijk bereikbaar voor reguliere jongerenwerk en/of hulpverlening. In 2022 zijn, onder regie van gemeente, zgn. integrale preventieprogramma’s jeugd 12+ voor alle stadsdelen (behalve centrum omdat daar geen structurele jongerenwerkinzet is) opgeleverd.
Deze versies zijn onderdeel van een breder leer- en ontwikkeltraject om gebiedsgericht effectief aan preventie te werken. Deze preventieprogramma’s zijn tot stand gekomen door samenwerking van de 3 soorten jongerenwerkaanbieders samen met de gezondheidsmakelaar van de GGD en sportontwikkeling. Er is een analyse van de thema’s gemaakt die in een stadsdeel spelen, deze zijn geprioriteerd en daarop worden actieplannen opgesteld, waarin het aanbod voor jeugd is afgestemd en daardoor efficiënter en effectiever is . Deze hele ontwikkeling valt de komende jaren onder het project Sterke sociale basis, waarin een meer eenduidige werkwijze wordt ontwikkeld om te komen tot stadsdeelprogramma’s, niet alleen voor jeugd maar ook voor volwassenen en ouderen. In en na de coronatijd zien we dat het jongerenwerk goed contact heeft weten te houden met de jongeren in Nijmegen. Vanuit het Jongerenpakket Welzijn en het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) hebben we hier extra op geïnvesteerd door extra inzet in Nijmegen Noord en de inzet van jongerenwerk op het VO en MBO. Deze investeringen hebben een grote meerwaarde gehad en ervoor gezorgd dat er ook na coronatijd meer aandacht is voor de sociaal emotionele ontwikkeling van jongeren. Hier ligt tegelijkertijd een knelpunt aangezien we een structurele behoefte oplossen met tijdelijke financiële middelen.
Zo is de bevolking in Nijmegen Noord (inclusief de jeugd) de afgelopen jaren flink gegroeid maar de financiële middelen voor preventie en het jongerenwerk zijn niet meegegroeid. De beschikbare capaciteit blijft achter bij de behoefte in het stadsdeel. Daarnaast zien we dat het jongerenwerk steeds breder wordt ingezet, zowel op verzoek van de gemeente als andere samenwerkingspartners. Een aantal thema’s waar het jongerenwerk actief bij wordt betrokken zijn wapens & veiligheid, vroegsignalering schulden bij jongeren, voorkomen vroegtijdig schoolverlaters, verkiezingen, radicalisering en polarisatie. Het laagdrempelige contact dat jongerenwerkers met jongeren hebben zorgt ervoor dat zij een interessante partner zijn voor bovenstaande thema’s. Ook is het jongerenwerk een belangrijke partner in het faciliteren van het contact met jongeren en actieve jongerenparticipatie, zeker in coronatijd. We kunnen concluderen dat de inzet en reikwijdte van het jongerenwerk de afgelopen jaren is gegroeid maar dat ook hierbij de structurele middelen zijn achtergebleven. Pilot Jongerenwerk op VO Sinds mei 2021 is het jongerenwerk actief op een 11-tal VMBO scholen in Nijmegen. Zowel de jongerenwerkers van Bindkracht10 en de jeugdcoaches van de gemeente Nijmegen zijn preventief aanwezig op de scholen, waarbij de Jeugdcoaches zich specifiek richten op de risico/zorgleerlingen.
Van september tot december is ook bij het ROC extra jongerenwerk van FC Social Work ingezet. Deze samenwerking van onderwijs en welzijn heeft in de korte looptijd al veel positieve resultaten behaald. Door de samenwerking verbinden we de leefwerelden van de jongeren beter met elkaar. Hierdoor kunnen mogelijke ontwikkelingsmogelijkheden en – problemen sneller in kaart gebracht worden. Dit speelt zowel op individueel als op mesoniveau op thema’s zoals vergroten van veiligheid, talentontwikkeling en polarisatie. Uit een afstudeeronderzoek dat is gevoerd bij Bindkracht10 naar de inzet van het jongerenwerk op VO is gebleken dat het jongerenwerk o.a. van grote invloed is op het mentaal welzijn van de leerlingen.
23
Sinds januari 2022 wordt de inzet van het jongerenwerk op VO, mede op verzoek van de schoolbesturen, uitgebreid vanuit de gemeentelijke NPO middelen. Momenteel is het jongerenwerk op 18 VO scholen actief. De inzet op alle VO scholen is a-structureel en loopt tot en met schooljaar 2022-2023. De NPO-middelen zijn niet beschikbaar voor het mbo, deze inzet is per december 2021 afgelopen. Alle betrokken partners (onderwijs, welzijn en gemeente) zien een grote meerwaarde in de investering van jongerenwerk op VO. De inzet loopt echter na schooljaar 2022-2023 af. YouthSpot (lectoraat jongerenwerk) zal komend schooljaar een onderzoek uitvoeren naar de meerwaarde van het jongerenwerk op VO. De resultaten zullen ons meer inzicht geven in deze nieuwe samenwerking en geven ons handvatten om de inzet te borgen na de zomer van 2023. Hiervoor zijn (nog) geen structurele middelen voor beschikbaar. Koppeling veiligheidsdomein In alle stadsdelen is een vorm van werkersoverleg die we “briefing” zijn gaan noemen. De regisseurs Veiligheid zijn kartrekkers en voorzitters van dit “actie”-overleg tussen Jongerenwerk, Jeugdcoaches, Wijkagenten en Toezicht & Handhaving. Doel is om Jeugdoverlast tijdig te signaleren en hier de integrale acties en aanpak op af te stemmen. Denk hierbij aan het opstellen van een bejegeningsprofiel van overlastgroepen, analyses van Jeugdgroepen.
Indien de werkers concluderen dat de overlast van dien aard is dat nadere analyse en specifieke aanpak nodig is, dan is er de mogelijkheid tot opschaling in het Zorg & Veiligheidshuis alwaar een ingelast “Jeugdgroepenoverleg” (JGO) kan plaatsvinden om de analyse te delen. Waar nodig kan besloten worden tot een persoonsgerichte aanpak. Hiervoor is een convenant gesloten met deelnemers van het Zorg en Veiligheidshuis zodat gegevensdeling plaatsvindt binnen de wet en regelgeving. Bij een persoonsgerichte aanpak kan men denken aan een “stopgesprek” (meestal door de wijkagent, soms samen met een jongerenwerker tot het (preventief) inzetten van passende jeugdhulp. Naast het reguliere jongerenwerk zijn de Gemeentelijke Jeugdcoaches die als een opschaling gezien mogen worden, die ingezet kunnen worden op basis van eerder genoemde analyse, om jeugdoverlast in te dammen en individuele jongeren onder hun hoede te nemen. Belangrijk is hier ook de koppeling met o.a. buurtteam Jeugd & Gezin waarop recentelijk geïnvesteerd is. Mogelijk bestuurlijke keuzes Verdeling capaciteit jongerenwerk over de stad: optie 1) Het beschikbaar stellen van het extra capaciteit voor het reguliere jongerenwerk zodat er een betere verdeling over de stad mogelijk is. Dit is nodig aangezien de stad en haar inwoners maar ook de vraag naar inzet van het jongerenwerk (op diverse beleidsterreinen) blijft groeien.
Het jongerenwerk kan hiermee een grotere betekenis hebben in de ontwikkeling van de sterke sociale basis in Nijmegen. Optie 2) Het herverdelen van bestaande capaciteit over de stad. Dit heeft als consequentie dat door meer benodigde inzet in Noord, in andere stadsdelen minder capaciteit ingezet kan worden. Andere consequentie is dat het jongerenwerk zich alleen nog op de kernopdracht focust en daarmee interessante samenwerking ihkv preventie niet kan oppakken. Inzet jongerenwerk op VO: Optie 1) Het beschikbaar stellen van structurele financiële middelen voor de inzet van het jongerenwerk op VO (en mogelijk mbo) om de samenwerking onderwijs en jeugdwelzijn blijvend te versterken. Optie 2) De tijdelijke impuls benutten om leerkrachten/mentoren op het VO methodisch te versterken; alleen op risicolocaties jongerenwerk op VO structureel inzetten. Optie 3) Jongerenwerk op het VO na afloop van de NPO middelen afbouwen naar het niveau voor de Coronapandemie (geen inzet op VO). Uitbreiding capaciteit jeugdcoaches Optie 1) Het beschikbaar stellen van extra capaciteit van de jeugdcoaches. Momenteel zijn er 7 jeugdcoaches beschikbaar voor de hele stad, zowel voor de inzet van de wijken als de scholen. Door uitbreiding kunnen de jeugdcoaches meer preventief aan de slag en samenwerking met het onderwijs versterken.
Optie 2) Herverdelen van bestaande capaciteit over de wijken en afbouwen inzet op de VO scholen tot het niveau van voor de Coronapandemie (geen inzet op VO). 6.
Aanpak zorgfraude, hoe loopt dat, hoe werkt dat en is er meer/anders mogelijk? Antwoord: We verwijzen in dit verband vooral naar de raadsinformatiebrief zorgfraude waarin we heel recent de raad geïnformeerd hebben: hoe we toezicht en de handhaving op dit moment vorm geven; 24
-
waar we wel en niet tevreden over zijn en met welke dilemma’s we worstelen bij de aanpak van zorgfraude; welke stappen we het afgelopen jaar hebben gezet; waar we de komende raadsperiode de focus op willen leggen. Bij het kopje “Vooruitblik” (pagina 4) hebben we aangegeven waar verbetermogelijkheden liggen.
Om een goed beeld te krijgen m.b.t. W&I de volgende technische vragen (Ayse): i.
Een ambitie van de gemeente en het WerkBedrijf is om mensen duurzaam aan het werk te krijgen. Wat wordt hiervoor ingezet? Hoe verhoudt dit zich tot het zsm terug begeleiden naar een baan? Antwoord: WerkBedrijf zoekt naar de meest passende match tussen vraag en aanbod. Een feit is dat kandidaten uit de bijstand niet altijd 1 op 1 op een vacature passen. Waar nodig wordt extra ondersteuning ingezet om de plaatsing succesvol te laten zijn. Die ondersteuning kan bestaan uit: jobcarving/jobcreating (aanpassen gevraagde functie door taken uit verschillende functies samen te voegen), jobcoaching en begeleiding op de werkplek, loonkostensubsidies, no-riskpolis, training en scholing, werkervaringsplaatsen en detacheringen. Na uitval van een kandidaat wordt als dat mogelijk is ingezet op spoedige plaatsing op een andere functie, rekening houdend met de reden van uitval. Zie ook het antwoord op vraag over ‘hoe worden werkgevers ontlast?’. j.
Hoe worden kinderen met een hogere kans op het ontwikkelen van achterstanden momenteel ondersteund door de gemeente? Antwoord: Om te beginnen: er is niet één achterstand. Er zijn allerlei manieren waarop kinderen achterstanden kunnen hebben. Dat is niet altijd erg; immers, elk kind ontwikkelt zich anders. Het is bijvoorbeeld niet erg als een kind niet zo goed kan voetballen. Wij vinden het wel erg als een achterstand betekent dat twee (jonge) Nijmegenaren met dezelfde talenten en inzet niet hetzelfde kunnen bereiken in het leven. Wij proberen dat te beperken met ons onderwijsachterstandenbeleid. Dit gaat specifiek over kinderen bij wie er sprake is van kansenongelijkheid omdat zij vanwege hun omgeving aanzienlijk minder kansen krijgen dan leeftijdsgenoten. Wij streven voor die groep naar ‘kansengelijkwaardigheid’. Wij ondersteunen hen via partners in de stad die gesubsidieerd worden om deze kansengelijkwaardigheid te bevorderen. Wie die kinderen zijn (en dus waar de subsidie heen gaat) bepalen wij als gemeente niet zelf. Voor onze OABsubsidies primair onderwijs (OAB = onderwijsachterstandenbeleid) gebruiken wij CBS gegevens om te kunnen onderzoeken wáár in onze stad kinderen de grootste onderwijsachterstanden hebben. De methodiek en cijfers kunt u zelf nalezen op: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2022/13/achterstandsscores-per-school-2021 .
In het primair onderwijs gaan deze subsidies over taal- en leesstimulering, gecombineerd met het mobiliseren van ouderbetrokkenheid. Bij de kinderopvang richten wij ons op de groep kinderen die door GGD, buurtteam, of gemeente worden aangemerkt als zijnde een risico om achterstanden op te lopen. Dit zijn de VVE (vroeg- en voorschoolse educatie) en SMI (sociaal-medische indicatie) regelingen. Door vroeg te signaleren (op het consultatiebureau of het buurtteam) voorkomen/beperken we achterstanden bij de start van het primair onderwijs. De achterstanden bij deze groep gaan meestal over taalontwikkeling. Tenslotte verstrekken wij de zogenaamde brede school subsidies in wijken waar de meeste achterstandsscores zijn. Het doel hiervan is om kinderen een rijke ontwikkelomgeving te bieden. Dat wil zeggen dat zij de kans krijgen om zich breder te ontplooien en ontwikkelen op het gebied van sport, cultuur, welzijn, natuur & milieu enz. l. Hoeveel leerwerkplekken zijn er in Nijmegen? Hebben we hier een overzicht van? Antwoord: De cijfers rondom leerwerkplekken en leerwerkbedrijven worden bijgehouden door de organisatie Sbb (Samenwerkingsorganisatie beroeps- en bedrijfsleven). Deze cijfers geven een beeld van de aantallen en ontwikkelingen rondom het aantal leerwerkbedrijven, stage- en leerwerkovereenkomsten en stagetekorten. Meer informatie is te vinden op Rapportages | SBB (s-bb.nl).
In de regio Rijk van Nijmegen zijn in 2021-2022 ruim 7000 stage en/of leerwerkovereenkomsten afgesloten. Dit zijn overeenkomsten tussen de student, school en het leerwerkbedrijf, oftewel de bezette stage- en leerwerkplekken in 25
deze periode. Deze studenten worden ingezet bij erkende leerbedrijven. In onderstaande tabel wordt het totaal aantal erkende leerwerkbedrijven en het aantal actieve bedrijven weergegeven. Stand mei 2022
Rijk van Nijmegen
Nijmegen
Aantal geregistreerde leerwerkbedrijven
4075
2230
Aantal actieve leerwerkbedrijven 2424 1369 Tabel 1: Aantal geregistreerde en actieve werkbedrijven mei 2022 (Bron: Sbb) Door de corona maatregelen zagen we in Rijk van Nijmegen, in lijn met de landelijke cijfers, het te kort aan stageen leerwerkplekken snel oplopen. Ook bleken jongeren het eerst en hardst geraakt tijdens de coronacrisis op de arbeidsmarkt. Nu het economisch beter gaat, zijn zij veelal ook degenen die weer het eerst – vaak op een flexibel contract – worden aangenomen en nemen de stagetekorten in rap tempo af. Desondanks moeten we hier aandacht voor houden. In de regionale aanpak ‘Jongeren naar school en werk’ (bundeling van de aanpak jeugdwerkgelegenheid en aanpak voortijdig schoolverlaten) blijft een van de speerpunten om de kansen op de arbeidsmarkt voor jongeren te vergroten, zowel tijdens als na hun studie. Enerzijds is dit een gezamenlijke taak van het onderwijs en bedrijfsleven, maar ook de overheid – gemeente en provincie – kunnen hier een bijdrage aan leveren. De gemeente Nijmegen heeft als contactgemeente, een faciliterende rol in de regionale aanpak. Wat we merken is dat ondernemers soms ook graag jongeren willen aannemen in een beginnende functie waarbij zij een aantal vakvaardigheden kunnen leren bij het bedrijf. Soms gaat dit om jongeren die nog leerplichtig zijn maar die niet passen in het huidige onderwijssysteem.
Het zou helpend zijn wanneer voor deze groep jongeren een meer flexibele manier gevonden kan worden om ze in een leer-werk-traject te kunnen plaatsen waarbij het vakinhoudelijke deel de boventoon voert. Werkgevers willen hier graag in meedenken en mee-investeren in de jongeren. n. Aanpak laaggeletterdheid door het WerkBedrijf. Zijn hier cijfers van bekend? Antwoord: Er zijn geen precieze cijfers bekend van het aantal laaggeletterden onder de werkzoekenden bij het WerkBedrijf. We kunnen een (grove) schatting maken op basis van landelijk onderzoek door Maastricht University i.o.v. Stichting Lezen en Schrijven, waaruit bleek dat 16% van de werkzoekenden laaggeletterd is. Het percentage laaggeletterden is het grootst bij de groep laagopgeleide werkzoekenden. Daarvan heeft 25% tot 50% moeite met lezen en schrijven. Er waren ongeveer 3.300 klanten in dienstverlening bij WerkBedrijf op 31 maart 2022. Als 16% hiervan laaggeletterd is, dan zou het om 528 laaggeletterden werkzoekenden gaan. Er zijn wel cijfers van het aantal werkzoekenden bij WerkBedrijf dat vrijwillig deelneemt aan workshops ‘basisvaardigheden’ bij vermoedens van laaggeletterdheid. Consulenten worden getraind op het herkennen en bespreekbaar maken van laaggeletterdheid, o.a. met behulp van VR brillen.
Als zij het vermoeden hebben dat dit speelt, verwijzen zij de werkzoekende door naar de workshop ‘basisvaardigheden’ die iedere twee weken door het ROC wordt verzorgd bij WerkBedrijf. Gemiddeld worden er 6 werkzoekenden per workshop aangemeld. Onderdeel van deze workshop is de vrijwillige afname van de taalmeter. Wanneer uit deze taalmeter blijkt dat iemand laaggeletterd is, wordt gezorgd voor een warme overdracht naar educatieaanbod om de basisvaardigheden te vergroten. Uit ongeveer 8 van de 10 afgenomen taalmeters komt naar voren dat iemand laaggeletterd is. 6 van de 10 taalmeters leidt tot een intake bij het ROC voor educatie. In 2021 hebben 65 werkzoekenden deelgenomen aan de workshops, van wie er zich 49 hebben opgegeven voor een intake bij het ROC, en van wie 32 daadwerkelijk zijn gestart met formele educatietrajecten. Een kleiner deel is doorverwezen naar non-formeel aanbod, bijvoorbeeld bij de bibliotheek.
26
o. Hoeveel bijstandsontvangers hebben geen startkwalificatie? Antwoord:
Opleidingsniveau
Aantal Percentage bijstandsgerechtigden
onbekend / niet ingevuld
47%
3.253
geen startkwalificatie
31%
2.170
startkwalificatie
13%
913
hoger opgeleid
8%
557
Peildatum 8 mei 2022 Helaas is de categorie onbekend/niet ingevuld erg groot. p. Bijstandsontvangers naar leeftijd? Antwoord:
Leeftijd
Percentage
<23 jaar
4%
271
23 - 26 jaar
6%
442
27 tot 55 jaar
56%
3.835
55 jaar en ouder
34%
2.345
Aantal
Peildatum: 8 mei 2022 q.
Terugstromende ww- en bijstandsontvangers. Hoe groot is deze groep? Kenmerken? Leeftijd? Beroepsgroepen? Antwoord:
Einde WW Instroom van bijstandsgerechtigden met reden einde WW: Reden Jaar Aantal Einde WW
2019
218
2020
286
2021
183
2022 (t/m 8 mei 2022)
38
Geslacht instroomreden einde WW: Vrouw
Man
2019
37%
63%
2020
35%
65%
2021
36%
64%
2022
26%
74%
Peildatum 8 mei 2022 Leeftijd instroomreden einde WW: 55 jaar en ouder
27 tot 55 jaar
23 - 26 jaar
<23 jaar
2019
28%
59%
4%
9%
2020
22%
59%
12%
7%
2021
19%
64%
13%
4%
2022
21%
66%
8%
5%
Peildatum 8 mei 2022
27
Wij registreren niet in welke sector bijstandsgerechtigden werkten voordat ze in de bijstand kwamen. De vraag is uitgezet bij WerkBedrijf, mogelijk volgt een nazending. Herinstroom/duurzame uitstroom Duurzame uitstroom was tijdens de vorige coalitieperiode één van de indicatoren. Deze is destijds vastgesteld op het percentage mensen dat zes maanden na uitstroom uit de bijstand door werk niet opnieuw ingestroomd is. Het percentage niet-duurzame uitstroom gaat dus over mensen die binnen 6 maanden weer een beroep moeten doen op een bijstandsuitkering, de herinstroom. In 2020 was 94% van de uitstroom naar werk duurzaam, in 2021 98%.
Achtergrondkenmerken duurzame uitstroom (gemiddeld over de jaren 2018, 2019 en 2020): 94% 1.226 Geslacht Man 97% 816 Vrouw < 23 jaar 23-26 jaar 27 - 55 jaar 55 jaar en ouder
97%
172
97%
394
95%
1.282
93%
205
Uitkeringsduur < 6 maanden 6-12 maanden 1-3 jaar 3-5 jaar 5 jaar en langer
93%
502
96%
429
96%
587
97%
260
97%
317
Leeftijd
Nagekomen vragen 9 mei ochtend Wendy Grutters, haar format aangehouden Onze aanvullende vragen sociale stad: Sociaal: welke mogelijkheden zijn er om mantelzorgers cq. Zorgverleners gratis parkeren aan te bieden bij uitvoering van hun werk/vrijwilligerswerk? Zijn er andere steden die al iets dergelijks doen id vorm van bijv. een p-kaart/aparte p-uren app voor deze doelgroep? Antwoord: Parkeervergunning mantelzorgers Door wie: gemeente Nijmegen verleent de parkeervergunningen Wat: Mensen kunnen sowieso gebruik maken van de Bezoekersparkeervergunning in de betaald parkeren zones. (1.000 uur op jaarbasis buiten het Singelgebied en 585 binnen het Singelgebied). Parkeertarief is dan € 0,20 per uur. Kaarthouder kan per keer minimaal € 6,25 opwaarderen. Indien dit niet voldoende is kan een Mantelzorgparkeervergunningen worden verleend. De vergunning wordt voor 5 jaar verleend. Er wordt per 2022 geen tarief per uur meer in rekening gebracht. Betreft 400 uur per jaar. 28
Hoe
: Aanvragen kunnen worden ingediend bij de gemeente Nijmegen, afdeling parkeer vergunningen (digitaal of schriftelijk).
Criteria : -
-
de aanvrager zelf nog geen mantelzorgvergunning heeft; de aanvrager woont in een zelfstandige woning in het gereguleerd vergunningengebied; de aanvrager valt onder één van de onderstaande categorieën: o de aanvrager op zijn/haar woonadres mantelzorg ontvangt van een verzorger aan wie recentelijk een mantelzorgcompliment is toegekend; o de aanvrager op zijn/haar woonadres mantelzorg ontvangt van een verzorger aan wie een mantelzorgcompliment is geweigerd, enkel omdat er onvoldoende mantelzorgbudget is; o de aanvrager op zijn/haar woonadres zorg ontvangt tegen vergoeding van het lage pgbtarief. Een mantelzorgvergunning wordt geweigerd, indien deze wordt aangevraagd binnen een jaar na intrekking. Een mantelzorgvergunning wordt verstrekt voor de vergunningenzone waarin de aanvrager van de mantelzorgvergunning woont.
Middelen : de Mantelzorgparkeervergunning is gratis voor de bewoner. Dit geldt ook voor de parkeeruren
Sociaal: Welke regelingen kennen we voor ouderen om te verhuizen (kleiner gaan wonen) behoudens makelaar? Te denken aan subsidies, verhuisvergoedingen, ondersteuning verhuizing organisatie, behoud (lage) woonkosten? Antwoord: We subsidiëren de ouderenadviseurs van Sterker Sociaal Werk. In het kader van het ‘Langer Thuis’ komen ouderenadviseur voor een gesprek bij de ouderen thuis. Het contact met de ouderenadviseur kan eenmalig zijn, maar is soms ook voor wat langere tijd een steuntje in de rug. De onderwerpen waar een ouderenadviseur over kan adviseren, zijn bijvoorbeeld: • praktische hulp thuis over inkomen en administratie, maaltijden aan huis, huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging of vervoer • Een zinvolle invulling van de dag en langer meedoen door bijvoorbeeld passende activiteiten in de wijk of dagbesteding • Veilig wonen met advies over aanpassingen in de woning, verhuizing naar een levensloopgeschikte woning of woning met zorg en vragen over wonen in een verpleeghuis Daarnaast is, met financiering door de provincie Gelderland, sinds najaar 2021 een ‘verhuiscoach’ actief ter stimulering van de doorstroom van 55plussers vanuit een ruime sociale huurwoning naar een kleinere huurwoning. Als een 55+-er de verhuiscoach inschakelt en vervolgens naar een kleinere woning gaat verhuizen, kan deze 55+-er ook een aanvraag doen voor een verhuisvergoeding van de provincie.
Deze vergoeding van 2.000,- kan besteed worden aan kosten rondom de verhuizing. 29
Sociaal: 1. Welke subsidie krijgt dierenambulance nu en wat is de werkelijke behoefte? 2. Heeft gemeente bevoegdheid over al/niet voeren van sirene voor dierenambulance? Zo ja waar moet dat worden geregeld APV? Antwoord: De DAN ontving in 2021 een vergoeding van €35 per gereden rit/aanname op de basis en een subsidie van €36.500. De werkelijke behoefte ligt bij een kostendekkend tarief per rit/aanname, dat elke (regio-) gemeente zou moeten betalen. Momenteel zitten we in het proces tariefverhogingen af te spreken. Voor Nijmegen geldt dat het kostendekkende tarief niet veel afwijkt van wat we nu al vergoeden. Regels omtrent het voeren van optische en geluidssignalen zijn landelijk geregeld in de Regeling Optische en Geluidssignalen, een uitwerking van artikel 29 RVV 1990. Dierenambulances zijn in die regeling geen aangewezen dienst en mogen daarom géén gebruik maken van voorrangssignalen. De gemeente heeft niet de bevoegdheid van deze regels af te wijken. Onze vragen inzake ambtelijke stukken sociale stad: Wat zijn structurele kosten (jaarlijks) voor gratis fruit/groente voor de voedselbank ? Antwoord: De kosten voor de inkoop van verse groenten en fruit liggen op circa 2000 euro per week. Naast gemeentelijke subsidie ontvangt de Voedselbank Nijmegen Een eerlijke kans op een gezond vele donaties en giften waaruit zij deze kosten kunnen S04 leven voor iedereen bekostigen.
Hoeverre is de wet op de privacy een belemmering op de efficiency en de resultaten op legitiem maatwerk Antwoord: zie bijlage voor apart memo uit 2019 over doorbraakaanpak en privacy. Kort samengevat is het knelpunt dat we vanwege de regelgeving helaas niet (via de vindplaatsen) gericht inwoners kunnen benaderen waarvan we weten dat zij gedurende langere tijd van meerdere gemeentelijke regelingen gebruik maken terwijl dat wel onze doelgroep is. Daardoor blijven we afhankelijk van inwoners die zichzelf op deze manier melden bij de vindplaatsen om met de doorbraakaanpak aan de slag te gaan. Dit heeft effect op de mate waarin we de doelgroep kunnen bereiken. Ook nieuwe wetgeving die binnenkort van kracht wordt WAMS (Wet aanpak samenhangende meervoudige problematiek in het sociaal domein) gaat naar verwachting nog niet de oplossing vinden voor dit probleem. Wel moet het uitwisselen van gegevens tussen organisaties Legitiem maatwerk als basis voor makkelijker worden door deze nieuwe wet (zie brochure S08 het Sociaal Domein WAMS doorbraakaanpak). 30
S09
Lerend stelsel jeugdhulp Nijmegen en regio
S13
Oud zelfstandig blijven
In hoeverre is er al gedachtegang gemaakt om te leren hoe de professionals gaan omdenken. Antwoord: In de opdracht aan de Buurtteams Jeugd en Gezin (bij de aanbesteding) is nadrukkelijk onze visie in het bestek opgenomen hoe belangrijk het is om meer te gaan normaliseren, diagnosedrift en medicalisering tegen te gaan, acceptatie van normale opvoedings- en opgroeiuitdagingen te vergroten etc. In de inschrijving van de Buurtteams Jeugd en Gezin komt deze visie ook heel nadrukkelijk naar voren en wordt ook vertaald in de uitvoering. De buurtteams hebben een spilfunctie in het jeugdveld en we verwachten dan ook een breder effect vanuit de visie die de Buurtteams uitdragen in het jeugdveld. Daarnaast zijn er innovaties en werkwijzen ingevoerd waarin dit ‘omdenken’ concreet handen en voeten heeft gekregen. Voorbeelden hiervan zijn bijv. het regionale Overleg Passende Hulp (OPH) waar verwijzers casussen kunnen inbrengen waarvoor ze moeilijk passende hulp kunnen organiseren. In multidisciplinair verband wordt dan door professionals samen gekeken wat een passende oplossing kan zijn, en ook verbinding gelegd met ons gemeentelijk Doorbraakteam. Een ander voorbeeld is de JIM-aanpak, waarbij we met informele mentoren uit het eigen sociaal netwerk van jongeren werken bij (dreigende) uit huisplaatsingen. Zie verder de website www.jeugdregionijmegen.nl voor meer informatie.
Mobiel tandarts: in hoeverre kan dit betaald worden uit de zorgverzekering. Antwoord; volgt z.s.m.
Onze aanvullende vragen veerkrachtige stad: Economie: Praktisch geschoolden; 1. Wat doen we nu om banen id maakindustrie te houden en praktisch geschoolden te binden aan de stad. 2. Wat doen we ter bevordering van mbo-opleidingen praktisch geschoolden. Antwoord: Over het algemeen is het zo dat hoe hoger de opleiding, hoe groter de actieradius van werknemers en andersom geldt over het algemeen ook. Dat maakt dan ook dat het belangrijk is om ook voor deze groep mensen een zo passend mogelijke werkplek beschikbaar te hebben. Verder is het zo dat juist een gedifferentieerde opbouw van bedrijven en bedrijvigheid belangrijk zijn voor de economie waarbij de keten in een bepaald productieproces bijv. erg belangrijk is. Dat maakt ook dat allerhande sectoren hier een rol in kunnen nemen en dat daardoor de diversiteit en keuze voor werknemers zo groot mogelijk is. Specifiek inzetten op maakindustrie wordt gedaan door een organisatie als Blue View. Er zijn wel kansberoeptrajecten in de ICT bijvoorbeeld maar dat is niet echt maakindustrie. Blueview is met name assemblage, verpakken en ook voor een klein deel productie. 2. Wat doen we ter bevordering van mbo-opleidingen praktisch geschoolden. Veelal zijn het leerwerktrajecten in de vorm van een BBL.
Wat je bovendien merkt is dat het onderwijs, waaronder het ROC Nijmegen, flexibeler wordt in het aanbieden van diverse meer cursus of certificaat gerichte richtingen. Dat maakt het voor het onderwijs wel noodzakelijk dat ook landelijk wordt gedacht, of er moet regelruimte zijn of komen, om de verantwoording, deels, anders te gaan regelen. Ook praktijkleren begint langzaamaan vorm te krijgen. De praktijkverklaring biedt mogelijkheden voor jongeren die (nog) geen mbo-diploma kunnen behalen om toch de in de praktijk geleerde werkzaamheden inzichtelijk te maken. Het is merkbaar 31
dat het mbo zich meer flexibel opstelt. Het onderwijs richt zich niet meer uitsluitend op het behalen van een diploma maar op de begeleiding van jongeren naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt.
Onze vragen inzake ambtelijke stukken veerkrachtige stad: E08 Mismatch arbeidsmarkt hoe gaan wij het onderwijsveld hierin positioneren. is er al onderzocht of middelbaar technisch onderwijs buiten het ROC mogelijk is. Antwoord: Het onderwijsveld heeft een belangrijke rol in het aanpakken van de mismatch op de arbeidsmarkt. Kansen op de arbeidsmarkt veranderen, beroepen veranderen. Het onderwijs kan de huidige mismatch aanpakken, o.a. door onderwijs/cursussen aan te bieden voor kennis en vaardigheden waar de markt en de maatschappij om vragen. Het onderwijs heeft ook een rol in het voorkomen van nieuwe mismatch. Door flexibel en uitdagend onderwijs in te richten, met ruimte voor bijsturing in het curriculum en met focus op skills en modulair leren. Ook ‘De Technische’ biedt middelbaar technisch onderwijs. De Technische is een techniek brede school met een nieuwe vorm van opleiden waarbij de praktijk voorop staat. Dit is een samenwerkingsverband tussen Schildersvakopleiding Nijmegen, IW (electro- en installatietechniek) en Bouwmensen Nijmegen, samen met ROC Nijmegen. In deze context is het wellicht interessant om een link te leggen naar de ontwikkeling via-T op het NYMA-terrein.
VIA-T, hét centrum voor vakmanschap, innovatie en duurzaamheid, is een samenwerkingsverband waarin kennis- en innovatiepartners, (semi)overheid, opleiders, projectontwikkelaars, ondernemers, fabrikanten, leer- werkbedrijven en startups participeren. Door innovatiekracht, ondernemerschap, trainingen en advies te verbinden aan (semi) overheid en opdrachtgevers versnellen we de ontwikkeling van technologische innovaties. En maken we de transitie naar circulariteit en duurzaamheid mogelijk én betaalbaar. Er wordt gewerkt aan één gebouw op het NYMA-terrein waar al deze partijen kunnen landen, een omgeving waarin samenwerken vanzelfsprekend is, waar het gebouw functioneert als vliegwiel zodat inspiratie en innovatie de standaard zijn. De bedoeling is om in de loop van 2023 met de samenwerkende partners in het pand te kunnen trekken. Er zijn schetsen voor het pand, er wordt gewerkt aan een calculatie van investering voor bouw en inbouw en aan het opstellen van een businesscase. Via-T is een samenwerking tussen VO, mbo (ROC & de Technische), hbo, arbeidsbemiddeling, veel bouwbedrijven en het kenniscentrum voor circulaire bouw. Deze samenwerking wérkt al in de Hubertushal, maar moet verbreed, verdiept en verstevigd worden.
Nagekomen vragen D66 9 mei Vraag aan de ambtelijke organisatie: Waar staan we nu in Nijmegen t.a.v. het bieden van kleinschalige hulp op maat (zowel voor de Jeugdwet als de Wmo)? Wat is de ambitie (graag in de vorm van enkele scenario’s) en wat is er (extra) voor nodig om de ambities te realiseren (zowel financieel als niet-financieel)? Antwoord volgt vanmiddag
32
Vraag aan de ambtelijke organisatie: Wat is het effect van de doorbraakaanpak (lees: kosten/batenanalyse, op hoofdlijnen)? Welke extra inzet is mogelijk/wenselijk de komende jaren en wat is er (extra) voor nodig om de ambities te realiseren (zowel financieel als niet-financieel)? Antwoord: In het vorige coalitieakkoord stond het volgende: “Doorbraakaanpak 3.500 gezinnen: In onze stad zijn 3.500 huishoudens die gebruik maken van meerdere regelingen, omdat zij veel problemen tegelijk hebben. In basiswaarden als inkomen, wonen, werk, veiligheid, voeding en gezondheid is vaak onvoldoende voorzien. Onze aanpak is nog te gefragmenteerd en daardoor niet altijd efficiënt. We zetten gezinscoaches in om de stapeling van zorg te voorkomen en betere zorg op maat te bieden. Daarnaast willen we de uitvoering helpen en steunen om meer met onorthodoxe oplossingen te kunnen komen. Doen wat nodig is dus, in plaats van het uitvoeren van diverse regelingen. Daarom veranderen we de komende jaren onze dienstverlening. Te beginnen op basis van een pilot oplopend naar minimaal 200 gezinnen in 2022. Vanaf 2020 gaat de doorbraakaanpak besparingen opleveren (€ 300.000,¬ in 2019, daarna oplopend naar € 1 miljoen in 2022 en verder).” Deze ambitie is vervolgens opgenomen in het Interventieplan Fase 4 Sociale Stad als 1 van de 10 interventies.
Middels de kwartaal- en halfjaarrapportages hebben is de raad regelmatig geïnformeerd over de voortgang. Uit bijgevoegde presentatie blijkt dat er in november 2021 195 inwoners ondersteund zijn vanuit de doorbraakaanpak, waarmee de ambitie van 200 gehaald lijkt te worden in deze bestuursperiode. In de rapportage van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) uit 2019 is te lezen hoe de aanpak inhoudelijk is vormgegeven. Het IPW is landelijk het meest vooraanstaande kennisinstituut over deze aanpak. Het gemeentelijk doorbraakteam heeft ook de ondersteuning van Nijmeegse ouders die slachtoffer zijn van het toeslagenschandaal opgepakt. In dossier S08 staat de ambtelijke advisering over het vervolg van de Doorbraakaanpak. Vraag m.b.t. de Stadspas; is dit niet al eerder geprobeerd (onder Tankir, 6-8 jaar geleden) en waarom is dat toen niet gelukt? Kan dat nu wel of is het nog steeds niet mogelijk? Antwoord: In 2012 is uitgebreid onderzocht of opnieuw invoeren van een Stadspas een optie zou kunnen zijn. Argumenten om het toen niet te doen waren: • Uit het onderzoek is gebleken dat de invoering van de stadspas leidt tot hoge(uitvoerings-)kosten. • Bij invoering van een stadspas specifiek voor minima bestaat het gevaar dat de stadspas stigmatisering in de hand werkt. • We beschikken reeds over een ruim aanbod aan minimavoorzieningen die als doel hebben om participatie te bevorderen.
Zo kennen we de individuele bijzondere bijstand, de langdurigheidstoeslag, de Collectieve aanvullende zorgverzekering (CAZ), de regeling chronisch zieken, gehandicapten en ouderen, een ouderbijdrage voor de schoolkosten van kinderen, een sportbijdrage en een cultuurbijdrage voor kinderen, de museumregeling, de Voedselbank en de Formulierenbrigade. • Ook geldt als argument dat na een inventarisatie blijkt dat het draagvlak voor de invoering van een stadspas onder ondernemers, managers van maatschappelijke instellingen en de medewerkers van de afdeling Inkomen zeer beperkt is. • Ten slotte is geconcludeerd dat het niet mogelijk is aansluiting te vinden bij de afvalpas van de DAR. Zie bijgevoegd collegebesluit hierover en het document over het verleden van de Nijmegenpas. Verder is in 2016 onderzoek gedaan naar de mogelijkheid voor één integrale regeling voor minima onder de noemer &pas. De pas moest een brede kooppas worden met een maatschappelijk doel: inwoners van Nijmegen bij de samenleving betrekken. Daartoe was de bedoeling een pas uit te geven die beschikbaar is voor iedereen. Met daarbij bijzondere aandacht voor groepen (met name minima), maar zonder stigmatisering. Onderzoek heeft geleid tot het inzicht dat een pas gepaard zou gaan met structurele kosten waarin niet was voorzien en waarvoor geen dekking was.
Daarom is een alternatief aan de raad aangeboden voor de invoering van een &pas. (zie bijgevoegd raadsvoorstel).
Belang van een gezonde leefomgeving en het faciliteren van (laagdrempelige) sport- en bewegingsmogelijkheden. Merk op: dit is ook een vorm van preventie. Vraag aan de ambtelijke organisatie: Welke (extra) inzet is hierop mogelijk de komende jaren? Antwoord volgt vanmiddag Iedereen op zwemles. Er zijn forse wachtlijsten voor zwemles. Dat is onwenselijk, want we willen juist dat ieder kind (op tijd) leert zwemmen. Het vraagt om extra inzet vanuit de gemeente om wachtlijsten bij zwemles terug te dringen. Vraag aan de ambtelijke organisatie: Welke interventies kan de gemeente hierop plegen? Antwoord volgt vanmiddag 33
Codering dossiers sinds 3 mei, mogelijk deze week aanpassing. S01 S02 S03 S04 S05 S06 S07
Armoedebestrijding: bieden van financiële bestaanszekerheid Cultuur voor en door iedereen Doorontwikkeling buurtteams Volwassenen en Jeugd & Gezin Een eerlijke kans op een gezond leven voor iedereen Gelijkwaardige kansen in en aansluitend op het onderwijs: doorgaan op de ingeslagen weg
S08 S09 S10 S11 S12 S13 S14
Groeistad cultuur Hardheid in de participatiewet Legitiem maatwerk als basis voor het Sociaal Domein Lerend stelsel jeugdhulp Nijmegen en regio Nieuwe Wet inburgering De volgende stap naar een inclusief Nijmegen Op weg naar zelfstandigheid 16-27 jaar Oud zelfstandig blijven Zorg & Veiligheid
M13
Verankering van schuldhulpverlening in de wijk met de Financieel Expert in Wijk
Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven
Werk en Inkomen Cultuur
Charlotte Berens Loes Eggink
Nick Pijnappels
Een sociale stad blijven
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Leonie Braks
Mahmut Erciyas
Een sociale stad blijven
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
Kristine Mourits
Evelien te Rietstap
Een sociale stad blijven
Onderwijs
Nevin Tosun
Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven
Cultuur Werk en Inkomen
Mireille Souverijn Natalie van den Dobbelsteen Lisanne Baltussen
Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven Een sociale stad blijven
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Veiligheid
Trude Ariaans Danielle Leenders Golshid Al Eshaq Cilia ten Den Elianne Vossen Austin van Gaal Carmen Polman
Alex van Roomen Bea de Ruijter Loubna Es-Safraouy Leonie Veenhuis Karin Heijligers Cilia ten Den Bas Böhm
Moderne overheid
Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg
NB: M13 wordt op mijn verzoek verplaatst naar Sociale stad
34
Joost Strijtveen
Reggy Kamps
Nick Pijnappels János Betkó