CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

60 - Antwoorden vragen Sociale stad en Economische Veerkracht tweede set

Besluitronde (raadsvergadering) 22 juni 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Initiatief-raadsvoorstel Coalitieakkoord 2022-2026 (50/2022)17.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Tafel Sociale stad en Economische Veerkracht via Leonie Braks Vragen en antwoorden conform volgorde verslag van thematafel 4 mei. Nagekomen vragen en antwoorden in volgorde van binnenkomst. Enkele antwoorden volgen deze middag (geel gearceerd). Gemeenschappelijke thema’s inclusief (technische) vragen: Jongeren Speciale aandacht nodig in het coalitieakkoord voor jongeren, die als gevolg van corona met meer psychische problemen kampen. Hoe groot is de psychische problematiek bij jongeren/jongvolwassenen (tot 27 jaar) en wat kunnen we (meer) doen om deze problematiek te verminderen op alle gebieden (sport, inkomen, horeca, welzijn, zorg, meer jongerencoaches, etc.)? (link met S12, maar bredere groep) Antwoord: Hoe groot is de problematiek? We hebben nog niet voor de volledige doelgroep de exacte cijfers in beeld. We volgen en analyseren de ontwikkelingen. De GGD Gelderland-Zuid heeft de effecten van de corona-periode op de jeugd (a.d.h.v. de Kindmonitor 0-12 en de gezondheidsmonitor jeugd (2e en 4e klas VO)) in Gelderland-Zuid in beeld gebracht. De cijfers per gemeente worden eind mei verwacht. Dit jaar wordt de jong-volwassenenmonitor voor het eerst uitgevoerd, waarvan de uitkomsten worden verwacht in 2023. Voor de meeste jongeren was er tijdens de coronaperiode, en met name tijdens de lockdowns, wel sprake van een toename van klachten.

Buiten de lockdownperiodes om voelen ze zich gelukkiger. Tegelijkertijd is dit ook een normale reactie op een ‘abnormale’ situatie (lockdown). Jongeren zijn over het algemeen veerkrachtig en komen relatief goed weer uit de lockdownperiodes. Wel signaleren we, met name bij de groep jongeren die op achterstand stonden (bijv. sociaal, psychische problematiek of door de situatie thuis) vóór corona, meer (aanhoudende) op achterstand komen en bijv. psychische problematiek ontwikkelen. Dit is ook te zien bij de praktijkondersteuners huisartsenzorg jeugd (POH-J), de jeugd-ggz en andere vormen van jeugdhulp. Heel concreet heeft de jongerenraad aangegeven dat er, met het sluiten van de Linde, uitgaansgelegenheden voor jongeren (14-18) worden gemist in onze regio. Wat hebben we gedaan? o We hebben op verschillende manieren extra geïnvesteerd in het terugdringen van de effecten van corona op de psychische problematiek van jongeren, bijvoorbeeld vanuit het Jongeren Welzijnspakket en de NPO-middelen: o We hebben het jongerenwerk en de jeugdcoaches uitgebreid op het VO met tijdelijke middelen (± €350.000,- per jaar); o We hebben het schoolmaatschappelijk werk verder uitgebreid (€270.000,- per jaar); o We hebben extra ingezet op jongeren die thuis (dreigen) te zitten.

Bij deze jongeren is er vaak sprake van complexe problematiek, waaronder psychische problematiek; o We stimuleren de campagne ‘meer mensen voor de klas’, een regionale aanpak om lerarentekort aan te pakken o We hebben geïnvesteerd in een extra impuls voor de KOPP-KOV-aanpak. Kinderen van ouders met psychiatrische problematiek en/of ouders met verslavingsproblematiek (KOPP/KOV) lopen een groter risico om vroeg of laat psychische problemen of een verslaving te krijgen dan kinderen van ouders zonder psychische/verslavingsproblematiek. We zetten ook blijvend in op het versterken van de sociale basis, door de integrale en gebiedsgerichte samenwerking tussen belangrijke partners in de wijk te versterken. We doen dit bijvoorbeeld aan de hand van de preventieprogramma’s 0-12, 12+. Samenwerken en structuurverandering kost tijd. Het is vallen en opstaan, partners moeten elkaar leren kennen. Geef professionals en ketenpartners ook de tijd en ruimte om gezamenlijk te werken aan een (betere) gebiedsgerichte aanpak ten behoeve van jongeren en gezinnen. We investeren in de mentale gezondheid van jongeren. Dit doen we allereerst door het vergroten van het begrip en de kennis over mentale gezondheid door trainingen te blijven aanbieden aan inwoners, vrijwilligers en professionals, zoals Mental Health First Aid (MHFA).

Daarnaast, we ondersteunen scholen met het thema Welbevinden op School als onderdeel van de Gezonde School aanpak. Via Groen, gezond en in beweging is er via onderwijsinstellingen ook aandacht voor de mentale gezondheid van studenten.

1

Het Rijk heeft in 2021 een impuls beschikbaar gesteld via het corona Steunpakket Sociaal en mentaal welzijn en leefstijl. Hierdoor hebben we de mogelijkheid om de mentale gezondheid een extra impuls te geven. We hebben dit geïnvesteerd t.b.v. de KOPP/KOV-kinderen: Kinderen van ouders met psychiatrische problematiek en/of ouders met verslavingsproblematiek (KOPP/KOV) lopen een groter risico om vroeg of laat psychische problemen of een verslaving te krijgen dan kinderen van ouders zonder psychische/verslavingsproblematiek. Deze kinderen en hun ouders worden ondersteund door Iriszorg in samenwerking met Pro Persona, door middel van KOPP/KOV groepen. In KOPP/KOV groepen leren hulpverleners te vragen naar de gezinssituatie, hoe het gaat met de kinderen en op welke wijze ze de ouders kunnen ondersteunen. Wat kunnen we (meer) doen? Verschillende risicofactoren dragen bij aan de ontwikkeling van psychische problematiek, zoals prestatiedruk, stress, armoede, of echtscheidingsproblematiek bij ouders. Het is daarom belangrijk te (blijven) investeren in een sterke sociale basis. We willen zoveel mogelijk voorkomen dat kinderen/jongeren psychische problemen ontwikkelen of dat deze problemen verergeren. Het is belangrijk om hiervoor aandacht te hebben voor beschermende factoren voor jeugdigen en gezinnen.

Voor jongvolwassenen (16-27) hanteren we hiervoor bijvoorbeeld de ‘Big 5’ als leidraad: 1. Support

Er is in ieder geval 1 volwassen persoon duurzaam beschikbaar voor de jongere om op terug te vallen en een stabiel, steunend netwerk. NB De jongeren zelf hebben een voorkeur voor contact met leeftijdsgenoten. 2. Wonen De jongere heeft een passende, betaalbare en stabiele woonplek. 3. School & Werk De jongere gaat naar school en/of heeft een baan die voldoende basis biedt voor een toekomstige loopbaan. 4. Inkomen De jongere heeft voldoende inkomen en een plan op het voorkomen en/of oplossen van schulden. 5. Welzijn De jongere is fysiek en mentaal in balans en heeft een plan op signaleren van disbalans. Er is voor de jongere zorg beschikbaar tot 27 jaar, indien nodig Verschillende ontwikkelingen, die we tot nu toe hebben ingezet met incidentele middelen, vragen ook om structurelere inzet:  -De uitbreiding van jongerenwerk en jongerencoaches op het VO  -De aanpak doorlichting ziekteverzuim en de uitbreiding jeugdartsen  -De doorontwikkeling van de aansluiting tussen de Buurtteams Jeugd & Gezin en het VO Ook is goed onderwijs een belangrijke basis voor het welbevinden voor jongeren. Een belangrijk aandachtspunt is daarom stevig onderwijs, met specifiek voldoende tijd en ruimte voor docenten en mentoren om hun taken goed uit te kunnen voeren. -

Schulden bij jongeren: preventief, behoeden voor schulden, voorkomen van schulden bij jongeren: wat doen wel al, wat kan nog meer, zoals een schuldenfonds? (S12) Antwoord: Naast de reguliere ondersteuning die uiteraard ook voor jongeren is, is er specifiek voor jongeren; Ondersteuning door Just/Opjezelf voor jongeren van 18 tot 27 met vragen over geld. MoneyWays: in de klas worden geldzaken bespreekbaar gemaakt, onder begeleiding van jonge rolmodellen. Financieel Spreekuur bij het ROC Gastlessen op scholen In de campagne Geldzorgen zijn 4 ervaringsverhalen opgenomen waaronder ook van een jongere. Vroegsignalering voor jongeren: een financieel expert en een jongerenwerker pakken outreachend vroegsignaleringssignalen (achterstanden in de vaste lasten, met name de zorgverzekering) van jongeren op. In 2022 loopt het beleidsplan rond schulden af. Voor de actualisatie van het beleidsplan worden het jongerenperspectieffonds en intensiveren van preventie rond de 18e verjaardag als opties meegenomen.

2

Zorg - Wmo & Jeugdhulp -

Veel gaat al goed in Nijmegen op het gebied van zorg & welzijn: doorontwikkelen vanuit lopende lijnen. Hoe verder na interventieplan? (S03 en S09) Antwoord: Wat is de kern van de aanpak in het interventieplan Sociale Stad: Het interventieplan Sociale Stad is opgebouwd rond de piramide Sociale Stad met: - een sterke sociale basis, -een krachtige eerste lijn met ambulante hulpvormen en als het nodig is.. -specialistische hulp eventueel met verblijf of met drang of dwang vanuit regieteams en veiligheidshuis. De leidende principes, ambities en doelen zijn geland in de Doelenboom in de Stadsbegroting bij het begrotingsprogramma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg (WWZ). Vanuit deze piramide streven we naar goede verbindingen met wijkgericht werken, met een (fysieke) inrichting van de stad die tot een gezonde leefomgeving leidt, met voldoende passende woningen en werk/inkomen voor onze inwoners. Binnen de piramide maken we van boven naar beneden de beweging van minder kinderen en volwassenen in zorg met verblijf, nieuwe lichtere hulpvormen in de thuis- en gezinssituatie, buurtteams die nauw samenwerken met huisartsen, wijkverpleegkundigen en de volwassen GGZ in de stadsdelen en zelf kunnen doen wat nodig is, maar ook niet nodeloos zorg inzetten als er sprake is van opgroei- of opvoeduitdagingen die binnen het normale leven passen.

En liever inwoners verbinden met welzijnsaanbod in de wijk, maatjesondersteuning of helpen het eigen sociale netwerk te versterken zodat inwoners zelf de regie weer kunnen voeren over hun leven, en over de opvoeding en opgroeien. Het gaat hier om een langjarige beweging, in een fijnmazig netwerk van organisaties en professionals/vrijwilligers, die we als gemeente stimuleren en ondersteunen met inkoop en contractering van welzijns- en zorgaanbieders, vernieuwingen die we doorvoeren zoals stadsdeelprogrammeren in de sociale basis of bijv het werken met informeel mentorschap in de jeugdzorg. Nauwlettend volgen we de landelijke context, oefenen onze invloed uit waar mogelijk en maken gebruik van effectieve aanpakken in het land. In de eindrapportage over het Interventieplan Sociale Stad vindt u meer informatie. (zie bijlage) Samenhang De samenhang binnen deze piramide tussen basis en top van de piramide, tussen kinderen, gezinnen en (jong)volwassenen helpt om over kokers heen te kunnen stappen, risico’s te nemen bij vernieuwende projecten (kosten gaan dan voor de baat uit) en echte veranderingen door te voeren die structureel ook geld besparen (bijv. ombouw intramuraal beschermd wonen naar ambulant beschermd thuis). We adviseren deze samenhang te borgen in de komende bestuursperiode.

Bestendigen, uitbreiden of geheel nieuw interventieplan? Uit de eindrapportage interventieplannen Sociaal Domein blijkt dat het nodig is om gericht aan veranderopgaven te werken, de verbinding met andere cruciale beleidsterreinen te versterken en voor de lange termijn te monitoren of onze meest kwetsbare inwoners voldoende profijt hebben van de uitvoering van het beleid. Gericht werken aan veranderopgaven Specifiek zien we vanuit het ingezette beleid en de praktijk de volgende actielijnen voor de komende bestuursperiode: -versterken sociale basis: stadsdeelprogrammeren en vernieuwing subsidiekader (uitvoering beleidskader Samenwerken, samen sterk). Maar ook: versterken inclusieve en gezonde stad

3

-buurtteams jeugd/gezin en volwassenen ruimte en vertrouwen geven om te langen in de stad en steeds meer zelf inwoners te gaan ondersteunen, brede blik, afremmen groei van individuele ambulante hulptrajecten -verdere transformatie van specialistische jeugdhulp: afbouw gesloten jeugdzorg naar kleinschalige zorg in de regio, meer gezinshuiszorg en pleegzorg, naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen toe blijven werken, keten jeugdbescherming-veilig thuis vernieuwen, doorbreken van schotten tussen JGGZ, J&O en LVB. Goede verbinding tussen wat we in stadsdelen, stedelijk, regionaal en bovenregionaal doen. -verbinding tussen buurtteams volwassenen, GGZ in de wijk, huisartsen, keten ouderenzorg -verbeteren zorg en wonen voor doelgroep 16-27 jaar -verdere transformatie beschermd wonen naar dorp en wijk -tegengaan groei van dakloosheid, zeker van jongvolwassenen -regie blijven voeren op top x en multiprobleemhuishoudens We adviseren voor deze actielijnen te streven naar een realistische begroting voor jeugdhulp, een samenhangend begrotingsprogramma WWZ en verwijzen naar het coalitiedossier 16-27 jarigen voor verdere toelichting. We zien kansen om binnen het huidige budgettaire kader van WWZ een groot deel van deze actielijnen vorm te kunnen geven door verschuivingen tussen taakvelden.

Daarnaast is er de mogelijkheid om bij de begroting 2022 ingeboekte taakstellingen voor jeugd opnieuw af te wegen. Verbinding andere cruciale beleidsterreinen Om de kosten en het volume binnen zorg en welzijn beheersbaar te houden zijn aanpalende beleidsterreinen cruciaal. Met name wonen, een gezonde leefomgeving in de wijk, onderwijs en (passend) werk. Wij adviseren de coalitie hier sterk op in te zetten omdat het ‘plakken van zorgpleisters’ onvoldoende helpend is als de bestaanszekerheid van onze inwoners (een huis, een inkomen, een baan, geen schulden, veiligheid) onder druk staat. We adviseren steeds aandacht te houden voor de inwoners die het meest kwetsbaar zijn zodat zij de komende jaren met name profiteren van beleid op het gebied van wonen, gezonde leefomgeving, onderwijs en (passend) werk. Voor de transformatie van beschermd wonen, tegengaan van dakloosheid en ondersteunen van kwetsbare jongvolwassenen zijn meer passende woningen nodig (betaalbaar, geclusterd wonen). Knelpunten op gebied van wonen en inkomen(werk) leiden vrijwel direct naar een toename van zorgkosten. (stress door armoede en ontbreken van een veilige en passende woning). Vertraging of andere keuzes (bijv. prioriteit voor woningen voor draagkrachtigen) hebben daarmee consequenties voor de zorgbegroting.

Lange termijn We adviseren in aansluiting op het voorafgaande als hoofdlijn de aanpak uit het interventieplan te bestendigen, te kiezen voor een lange termijnperspectief en te waken voor een voortdurende stapeling van (nieuwe) beleidsinitiatieven maar met name regievoering in de uitvoering in het netwerk in de stad en regio te versterken. Het resultaat voor de inwoner komt van de uitvoering en niet van beleid. We adviseren te blijven monitoren en bewaken dat onze kwetsbaarste inwoners profiteren van het sociaal beleid, maar ook van de aanpalende beleidsterreinen die bestaanszekerheid moeten versterken. Er is veel in gang gezet, in de steigers gezet, maar het komt er nu op aan de uitvoering goed te faciliteren, te leren, regie te voeren op samenwerking tussen partijen en professionals. Ook komt er veel dynamiek vanuit het landelijk beleid, wat we regionaal en lokaal moeten vertalen en laten landen. Alternatief is te kiezen voor allerlei nieuwe beleidsinitiatieven en interventies. In dat geval adviseren wij alleen te kiezen voor onderbouwde interventies. -

Prioriteit bij de top van de pyramide in de vorm van o.a. kleinschalige jeugdhulp, pleegzorg en kleinschalige vormen van beschermd wonen. Antwoord: We zien dit als uitgangspunt niet als vraag. 4

-

Doorbraakaanpak: is er een evaluatie? Op basis daarvan bepalen of uitbreiding gewenst is. Antwoord: In het Coalitieakkoord 2018-2022 stond de volgende ambitie: “Doorbraakaanpak 3.500 gezinnen: In onze stad zijn 3.500 huishoudens die gebruik maken van meerdere regelingen, omdat zij veel problemen tegelijk hebben. In basiswaarden als inkomen, wonen, werk, veiligheid, voeding en gezondheid is vaak onvoldoende voorzien. Onze aanpak is nog te gefragmenteerd en daardoor niet altijd efficiënt. We zetten gezinscoaches in om de stapeling van zorg te voorkomen en betere zorg op maat te bieden. Daarnaast willen we de uitvoering helpen en steunen om meer met onorthodoxe oplossingen te kunnen komen. Doen wat nodig is dus, in plaats van het uitvoeren van diverse regelingen. Daarom veranderen we de komende jaren onze dienstverlening. Te beginnen op basis van een pilot oplopend naar minimaal 200 gezinnen in 2022. Vanaf 2020 gaat de doorbraakaanpak besparingen opleveren (€ 300.000,¬ in 2019, daarna oplopend naar € 1 miljoen in 2022 en verder).” Deze ambitie is vervolgens opgenomen in het Interventieplan Fase 4 Sociale Stad als 1 van de 10 interventies. Middels de kwartaal- en halfjaarrapportages hebben is de raad regelmatig geïnformeerd over de voortgang.

Uit bijgevoegde presentatie blijkt dat er in november 2021 195 inwoners ondersteund zijn vanuit de doorbraakaanpak, waarmee de ambitie van 200 gehaald lijkt te worden in deze bestuursperiode. In de rapportage van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) uit 2019 is te lezen hoe de aanpak inhoudelijk is vormgegeven. Het IPW is landelijk het meest vooraanstaande kennisinstituut over deze aanpak. Het gemeentelijk doorbraakteam heeft ook de ondersteuning van Nijmeegse ouders die slachtoffer zijn van het toeslagenschandaal opgepakt. In dossier S08 staat de ambtelijke advisering over het vervolg van de Doorbraakaanpak.

-

Ombudsfunctie: ligt plan voor, opnemen in coalitiedossier. Stoppen met abonnement landelijke ombudsfunctie. Antwoord: Op basis van de huidige overeenkomst met de Nationale Ombudsman (NO) behandelt hij de klachten tegen het college of ambtenaren in tweede aanleg en geeft hij gevraagde en ongevraagde adviezen. Voor klachten over zorgaanbieders en over het SW-dienstverband bestaan eigen klachtenprocedures. Het is mogelijk om de huidige overeenkomst met de NO op te zeggen. Er is op dit moment nog geen uitgewerkt plan voor een alternatief maar er verschillende opties: Er kan een eigen gemeentelijke ombudsman in het leven geroepen worden; Er kan aangesloten worden bij de zogenaamde regionale ombudsman die voor een aantal regiogemeenten de ombudsfunctie uitvoert. De kosten van de 2 opties en de vraag of het past binnen de capaciteit van de regionale ombudsman moeten nog in kaart gebracht worden.

-

(Extra) aandacht voor ouderenmishandeling: wat gebeurt er al? Afhankelijk daarvan extra (financiële) impuls bepalen, hoger op de agenda. Antwoord: Er is – onder regievoering van de GGD - sedert bijna tien jaar aandacht besteed aan verspreiding van kennis en handelingsperspectief aan ouderen, vrijwilligers en professionals om ouderenmishandeling te voorkomen, te kunnen signaleren en weten hoe te handelen. Ook in de komende jaren is er aandacht voor het thema ouderenmishandeling. In het kader van de regionale Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2021 – 2025 (“Samen voor een thuis zonder geweld”) heeft Veilig Thuis (GGD) een activiteitenplan Aanpak Ouderenmishandeling 2022 – 2024 ingediend waarvoor subsidie wordt verleend. De GGD ontvangt hiervoor een bedrag van € 97.365. Veilig Thuis benut de middelen voor versterking van kennis en expertise in het relevante netwerk en voor ondersteuning van lokale partners bij dit type casuïstiek. De subsidie is ten laste gebracht van het programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg, taakveld ‘geëscaleerde zorg 18+’, deelproduct ‘aanpak huiselijk geweld’ (61311.S3212). In het kader van de lokale aanpak Huiselijke Geweld en Kindermishandeling heeft het college van Nijmegen op 8 maart 2022 de Lokale agenda Samen voor thuis zonder geweld Nijmegen 2022 t/m 2025 vastgesteld. 5

Binnen deze lokale aanpak is de ambitie opgenomen om in Nijmegen te starten met een lokale alliantie financieel misbruik ouderen. Deze alliantie is inmiddels van start gegaan. De regionale projectleider ouderenmishandeling van de GGD is hierbij betrokken (deze wordt gefinancierd vanuit hier boven genoemde middelen).

Resumerend kan geconcludeerd worden dat ouderenmishandeling ‘op de kaart staat’ en aandacht krijgt die het verdient ten gunste van het voorkomen, signaleren en een effectieve aanpak. -

Dak- en thuislozen – ruimhartig beleid (briefadres, P-wet) meer ervaringsdeskundigen. Sluit de zorgbehoefte van dak- en thuislozen aan bij de vraag (informatie IrisZorg en CTMO GGD)? Als dit allemaal goed geregeld is, wil de Stadspartij een bedelverbod (GL wil geen bedelverbod). Antwoord: Wij hebben een ruimhartig en zorgvuldig uitgedacht beleid op het gebied van maatschappelijke opvang. De opvangvoorzieningen zijn omgevormd van de klassieke dag- en nachtopvang (slaapzaal) naar naar 24-uursopvangsvoorzieningen met passende begeleiding. Er vindt een snelle intake plaats door de onafhankelijke toegangspoort (Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang, CTMO) om mensen z.s.m. op een plek te krijgen en vanuit daar te stimuleren voor door- en uitstroom. Door de organisatie van deze centrale toegangspoort hebben we beter inzicht op de in- door- en uitstroom in de maatschappelijke opvang en kunnen we beter bijsturen. Door meer differentiatie in de opvangvoorzieningen proberen we de doorstroom in de opvang te verbeteren. We maken daarbij afspraken met de verschillende opvangvoorzieningen en met de buurtteams. De vraag naar een briefadres loopt via de maatschappelijke opvangvoorziening (dit is de wenselijke route in verband met de nodige begeleiding) of direct bij de gemeente. Er wordt dan z.s.m. een onderzoek gestart om te kijken of een briefadres rechtmatig kan worden verleend.

Op basis van een briefadres kan een uitkering worden aangevraagd. De aanvraag van een uitkering wordt door de gemeente direct in behandeling genomen. Wanneer iemand in de maatschappelijke opvangvoorziening (eerste opvang) verblijft, bevestigt de opvangorganisatie het verblijf van deze persoon in de voorziening. Op basis van deze bevestiging kunnen de kosten van de opvang en de eerste levensbehoeften worden bevoorschot. Er vindt een onderzoek plaats naar de rechtmatigheid van de uitkering. Zodra duidelijk is dat iemand recht heeft op een uitkering, wordt deze toegekend. 6

Echter, niet iedereen komt in aanmerking voor een uitkering of een briefadres. Bijvoorbeeld mensen die niet worden aangemerkt als ingezetenen van Nederland (zoals dakloze arbeidsmigranten) of mensen zonder verblijfsstatus?. Er zijn ook uitzonderingen, waarbij iemand geen gebruik kan maken van de eerste opvang, bijvoorbeeld in geval van ernstige overlast. In dat geval wordt er gekeken of een briefadres bij de gemeente mogelijk is. De inzet van ervaringsdeskundigen is goed geborgd in het hulpverleningsaanbod van de opvangaanbieders. Het vormt een belangrijk onderdeel van de uitvoering van de herstelvisie. Ervaringsdeskundigen worden breed ingezet, zowel preventief als in de opvangvoorzieningen. Wat betreft een bedelverbod, dat gaat breder dan alleen over de strikte doelgroep van de maatschappelijke opvang. Niet alle bedelaars zijn daklozen. Handhaven van een bedelverbod heeft ook veel haken en ogen. Zoals in sommige andere steden het geval is geweest en de landelijke ophef die erover is ontstaan.

Iedereen doet mee en hoort er bij/anti-discriminatie (inclusie en diversiteit S11) -

Meer/blijvend aandacht nodig voor antidiscriminatie (htlbtqi, kleur, leeftijd). Is er al extra (structureel) budget voor o.a het Regenboogakkoord, meer budget nodig (zie S11)? Antwoord: Het regulier beschikbare bedrag voor de uitvoering van ons lhbti+ beleid is jaarlijks maximaal € 50.000. In 2022 is eenmalig € 150.000 extra beschikbaar gesteld voor een vliegende start van de uitvoering van de regenboogagenda. Dit is nog niet structureel geregeld in de stadsbegroting. Voor de realisatie van de doelen in de regenboogagenda is een structurele uitzetting van de middelen wenselijk van tussen de €50.000 en €100.000 per jaar vanaf 2023. N.a.v. de toeslagenaffaire zijn door het rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor antidiscriminatie. Dit maakt het mogelijk om, naast de uitvoering van de wettelijke taak door Vizier, op thema’s aanvullend te investeren.

-

Inclusieve stad: extra inzet en budget nodig in relatie tot VN-verdrag, bijvoorbeeld voor onderzoek of (hernieuwde) regeling toegankelijkheid gebouwen. De inclusie-agenda niet alleen uit lopende budgetten betalen. Verzoek: voorstel voor onderbouwing/besteding extra budget. Antwoord: Extra budget voor de uitvoering van het Actieprogramma inclusie VN-verdrag handicap zorgt ervoor dat de uitvoering niet ten koste gaat van de reguliere budgetten en met prioriteit kan worden opgepakt. Het is dan niet nodig om bij het jaarlijkse begrotingsproces voorstellen voor te leggen als er binnen de bestaande budgetten te weinig ruimte blijkt. Hieronder een overzicht per onderwerp/domein van mogelijke bestedingen: •Projectleiding Om de actiepunten uit het Actieprogramma tot uitvoering te brengen, is op verzoek van de raad een onafhankelijke projectleider aangesteld, vooralsnog voor 1 jaar (mei 22-mei23). Het is wenselijk deze inzet te continueren met ofwel nog een jaar (€ 65.000 tot mei 2024) of tot einde project (€ 95.000 tot eind 2024). •Ervaringsdeskundigheid: Voor 2022 is €10.000,- voor beschikbaar voor de projectorganisatie, onder andere voor aanhaking ervaringsdeskundigheid in project- en themagroepen. Voor zowel 2023 als 2024 is het wenselijk om ook €10.000,- per jaar te reserveren voor het stimuleren en faciliteren van de inzet van ervaringsdeskundigheid/ervaringskennis.

•Communicatie: Voor het toegankelijker maken van de gemeentelijke communicatie en specifiek de inzet op begrijpelijke taal (oa via het project DirectDuidelijk) zou het wenselijk zijn om jaarlijks een bedrag van €10.000,- vrij te maken voor 2022, 2023 en 2024. •Bewustwording en Sociale Participatie Met een jaarlijks bedrag van € 25.000 kan een vervolg worden gegeven aan de projecten Welkome Wijk en #Oogvoorelkaar. •Onderwijs Voor het inzetten op inclusief onderwijs (onder andere de aansluiting onderwijs-jeugdzorg en preventieve activiteiten in het regulier onderwijs) wordt met het Samenwerkingsverband primair onderwijs en onderwijsbesturen primair onderwijs een plan uitgewerkt, dat in principe gefinancierd wordt uit 7

rijksmiddelen NPO (nationaal programma onderwijs). In coronatijd zijn meer kinderen naar speciaal (basis)onderwijs gegaan en er is inmiddels meer beroep op de NPO-middelen gedaan dan ontvangen door gemeente Nijmegen. Met een extra bijdrage van minimaal € 100.000 en maximaal € 300.000 is het alsnog mogelijk een impuls te geven aan inclusief onderwijs. •Toegankelijkheid fysieke domein (thema Bouwen en Wonen en Vervoer) Met een budget van €150.000,- per jaar (voor 2022, 2023 en 2024) kan een impuls worden gegeven aan het verbeteren van de toegankelijkheid in het fysieke domein. Dit bedrag is onder andere bedoeld voor een hernieuwde regeling voor het verbeteren van de toegankelijkheid openbare gebouwen/openbare ruimte en om ervaringsdeskundigen te betrekken bij de ontwikkeling van het stationsgebied. -

In hoeverre zijn er cijfers bekend van discriminatie bij uitgaansgelegenheden? Antwoord: Er zijn geen recente onderzoeksgegevens bekend over discriminatie bij uitgaansgelegenheden. Wel worden door Vizier de meldingen van discriminatie verzameld: in 2021 waren er 10 klachten in verband met discriminatie in de horeca, waarvan 8 gerelateerd aan Corona (mondkapjes/QR-code), één op grond van geslacht en één op grond van ras.

-

Meer ervaringsdeskundigen op diverse terreinen gewenst. Wat nodig om vaker gebruik te maken van ervaringsdeskundigen – plan opstellen en begroting aan toevoegen – varianten aandragen. Antwoord: Er is een concept-plan voor de inzet van ervaringsdeskundigen in de maak in de vorm van een regionale handreiking. In de concept-handreiking staat onder meer welke rollen ervaringsdeskundigen kunnen vervullen in het sociaal domein, aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om ervaringsdeskundigheid goed ‘in te bedden’ in organisaties en hoe we een impuls kunnen geven aan ervaringsdeskundigheid bovenop wat al wordt gedaan. Qua financiële impuls, gekoppeld aan de handreiking, zien wij 3 varianten: aanstelling/financiering van een regionale kwartiermaker cq coördinator; aanstelling/financiering ervaringsdeskundige beleidsadviseurs bij gemeentelijke afdelingen; standaardopname ervaringsdeskundige inzet in uitvoeringsopdrachten (subsidies, inkoopcontracten), zonder extra financiering, zoals al bij een aantal organisaties/opdrachten gebeurt (Buurtteams Volwassenen, jeugdhulporganisaties, Iris Zorg, WerkBedrijf).

Armoede-/minimabeleid -

Veel regelingen (gestapeld), maar bereiken we hiermee ook onze doelen, doelgroepen en kinderen. Breng scherper in beeld of ons minimabeleid werkt. Is het mogelijk om de diverse regelingen te stroomlijnen of combineren tot één regeling? Antwoord: De verschillende minimaregeling in Nijmegen kennen verschillende toelatingscriteria en inkomensgrenzen. De omvang van de doelgroep is daardoor vaak niet af te leiden uit openbare bronnen. Op verzoek van de gemeenteraad hebben we afgelopen jaar een opvraag naar de omvang van de doelgroepen voor de verschillende regelingen gedaan bij het CBS om vast te kunnen stellen hoe groot het bereik is van de verschillende regelingen. Voor 3 regelingen deden we dat niet:  Voor 2 regelingen geldt dat er toelatingsvoorwaarden zijn die niet in de inkomenssfeer liggen en dus is de omvang van de doelgroep ook niet vast te stellen op basis van inkomensgegevens:  Om in aanmerking te komen voor vrijstelling van hondenbelasting is het noodzakelijke en hond te hebben. Er is geen samenhangende registratie waarin zowel hondenbezit als inkomen is vastgelegd.  Om in aanmerking te komen voor de Studietoeslag is een voorwaarde dat het om een student gaat die door beperking niet in staat is naast de studie bij te verdienen. Ook hiervan bestaat geen registratie.

 Voor de bijzondere bijstand geldt dat ze bedoeld is voor bijzondere situaties, en dat er daarom ook geen streefcijfer van gewenst bereik vastgesteld kan worden. In onderstaande figuur is te zien hoe groot deel van de doelgroep in 2021 (en 2020) gebruik heeft gemaakt van deze regelingen.

8

Uiteraard heeft corona in 2020 en 2021 ook effect gehad op regelingen als de meedoen en het busvoordeelabonnement. In 2019 lieten we door Nibud een Minima Effect Rapportage uitvoeren (zie bijlage) om de effectiviteit van het Nijmeegse minimabeleid in kaart te brengen. Hieruit bleek dat met de regelingen die er in Nijmegen zijn mensen hun begroting rond zouden moeten kunnen krijgen. Voorwaarden hierbij zijn wel dat mensen ook daadwerkelijk gebruik maken van alle regelingen die er lokaal en landelijk zijn en er geen sprake is van schulden. In de loop van 2022 willen we opnieuw een Minima Effect Rapportage laten uitvoeren om de effectiviteit in kaart te brengen. Voor het stroomlijnen van de diverse regelingen zijn op verzoek van de raad verschillende scenario’s uitgewerkt (zie bijlage). Het combineren tot één regeling zou kunnen voor de Kindregelingen, de CAZ, de meedoen en het busvoordeelabonnement. In 2022 onderzoeken we de mogelijkheid tot het samenvoegen van het budget van de CAZ, bus en Meedoenregeling. -

Meer informatie over regelingen, zichtbaarheid Stips vergroten (vb Sociaal plein in oa. Leusden) en actief benaderen van mensen. Hoe bereik/niet-gebruik vergroten? Wordt dit gemeten, via bijv. de stads- en wijkmonitor? Antwoord: Fysiek/telefonisch: In Nijmegen hebben we de Stips: steunpunten per stadsdeel waar bewoners fysiek of telefonisch terecht kunnen voor informatie en advies. Periodiek wordt gemeten wat het bereik is. Uit de tweejarige Burgerpeiling blijkt het volgende: Van de (meerderjarige) inwoners is 47% bekend met de Stips. Tussen 2017 en 2019 nam de bekendheid van de Stips licht toe; ten opzichte van 2019 is de bekendheid van de Stips in 2021 onveranderd. Van de inwoners, die bekend zijn met de Stips, weet 59% ook waar deze is gevestigd. Ook is gekeken hoe groot de bekendheid van de Stips is bij inwoners met enige kwetsbaarheid op het vlak van gezondheid, zelfredzaamheid, inkomen, het hebben van sociale contacten en de mate van geluk. Van de inwoners met een kwetsbaarheid op één, twee of drie of meer onderdelen is resp. 48%, 57% en 51% bekend met de Stips; wat groter dan onder inwoners zonder kwetsbaarheid op de onderdelen (46%). De Stips ondernemen periodiek activiteiten in het stadsdeel om meer bewoners te bereiken en de bekendheid bij de inwoners te vergroten. Met name na de Coronamaatregelen is dit belangrijk gebleken.

En hoewel we de term “Sociaal Plein” niet hanteren, hebben we het afgelopen jaar tevens geregeld dat de Stip per stadsdeel samen met de Financieel adviseur in de wijk, het Buurtteam jeugd & gezin en het Buurtteam volwassenen centraal gehuisvest is in een gemeentelijke wijkcentrum. Dit met het oog op de bekendheid en bereikbaarheid voor de inwoners en een goede samenwerking tussen de welzijn- en zorgorganisaties.

9

Digitaal: In Nijmegen kennen we daarnaast al jaren de digitale Vraagwijzer 024, waar voor iedereen in Nijmegen informatie te vinden is over alle mogelijkheden, activiteiten en initiatieven in Nijmegen en in de buurt: www.wegwijzer024.nl. Ook is het afgelopen jaar de website Vraaghulp gelanceerd, die inwoners wegwijs maakt op het gebied van zorg, hulp en ondersteuning: Vraaghulp Nijmegen - Zorg, hulp en steun in de buurt Het bereik van de regelingen wordt gemeten en jaarlijks in kaart gebracht bij de stads- en wijkmonitor. Zoals hierboven genoemd hebben we afgelopen jaar op verzoek van de raad de omvang van de doelgroepen in kaart laten brengen door het CBS. Om het bereik van de regelingen te vergroten en nietgebruik terug te dringen zetten we volop in op online en offline communicatie en het realiseren van één toegangspoort voor alle regelingen. Wanneer mensen een minimaregeling aanvragen worden zij ook actief gewezen op andere regelingen die er zijn. -

Alternatieven voor Meedoenregeling in beeld brengen (voor- en nadelen, kosten), want veel mensen hebben geen behoefte aan de activiteiten die via de Meedoenregeling worden aangeboden (o.a. nu weinig mogelijkheden om een (sport)activiteit uit te proberen): o Cultuur- en sportpassepartout (vb Amsterdam)/voor iedereen (extra ‘punten’ voor minima); o Een portal gekoppeld aan de Meedoenregeling; o Financiële gevolgen van verhoging inkomensgrens voor Meedoenregeling naar 140/150%. Antwoord: Sinds 2019 wordt de Meedoenregeling uitgegeven via het platform Forus. Sindsdien ontvangen mensen na aanmelding een QR-code ter waarde van 150 euro waarmee ze bij diverse aanbieders terecht kunnen voor sport- en cultuuractiviteiten. Het aanbod van de meedoenregeling is sinds die tijd flink toegenomen tot circa 300 aanbieders waaruit men kan kiezen. In 2016 is onderzoek gedaan naar het invoeren van een stadspas. Dit is toen niet door gezet in verband met de hoge (uitvoerings-)kosten die hiermee gepaard gingen. De financiële gevolgen van een verhoging van de inkomensgrens naar 140% /150% zijn als volgt: Ophoging van 130% naar 140% = € 110.000,- (inclusief uitvoeringskosten) Ophoging van 130% naar 150% = € 228.000,- (inclusief uitvoeringskosten) Deze kosten zijn op basis van een gelijk bereik van 23%. Gaat het relatieve bereik omhoog dan zullen ook de kosten toenemen.

-

Omzetten voedselbank naar een sociale supermarkt, want meer keuzevrijheid nodig, nog steeds gratis of tegen lager bedrag (vb Amsterdam) – financieel plaatje, verschil met voedselbank – verkennen. NB: discussie over ‘sociale supermarkt’ binnen de voedselbank in Nijmegen. Antwoord: Op dit moment verstrekken we jaarlijks 20.000 euro subsidie als bijdrage voor huisvestingskosten aan de Voedselbank Nijmegen. De wijze waarop de Voedselbank de pakketten verstrekt en welke inkomensgrens zij hanteren bepalen zij zelf (en is deels landelijk bepaald). Landelijk zijn er meer Voedselbanken die over zijn gegaan op een ‘supermarkt’ model. Ook de Voedselbank Nijmegen heeft aangegeven dit model interessant te vinden. Zij starten daarom komende maand en de maand erop met een pilot op 2 bestaande uitgiftepunten (Goffert en Nijmegen Noord) waarbij ze een andere opstelling maken en de mensen met een winkelwagentje langs de spullen kunnen lopen om aan te wijzen wat ze willen hebben. Wil de Voedselbank overgaan op een echte winkel dan is de ruimte hiervoor nog een vraagstuk.

-

Gedeeltelijke stopzetting van de subsidie voor ouderbijdrage scholen van Stichting Leergeld (veel brieven over ontvangen) – hoe zit dit en wat zijn de gevolgen? Antwoord: Het college van B&W van de gemeente Nijmegen heeft op 7 december 2021 besloten om met ingang van schooljaar 2022/2023 niet langer subsidie te verlenen aan Stichting Leergeld om de vrijwillige ouderbijdrage voor het onderwijs te vergoeden. In 2021 werd hiervoor een bedrag van € 160.000 subsidie verleend en voor 2022 € 80.000, welk bedrag is bedoeld voor tot het eind van het schooljaar 2021/2022. In het collegevoorstel staat de volgende motivatie om de subsidie niet langer te vergoeden: “Onderwijs Per 1 augustus 2021 is de wet vrijwillige ouderbijdrage ingevoerd. Deze wetgeving houdt in dat aanvullende kosten voor ouders worden beperkt en dat de kinderen van ouders die dit niet kunnen of willen betalen wel aan alle activiteiten mogen deelnemen. Tot op heden betaalde stichting Leergeld een deel van deze kosten. Om te voorkomen dat bij de implementatie toch kinderen tussen het wal en schip 10

geraken bieden we een vangnet via Stichting Leergeld. Deze noodoplossing is beschikbaar van 1 augustus 2021 t/m 1 augustus 2022 (schooljaar). In 2022 monitoren we samen met stichting Leergeld wat de effecten zijn van de nieuwe wetgeving. Wij vinden het belangrijk dat onderwijsinstellingen de wet uitvoeren en zich hieraan houden. Als onderwijsinstellingen de wet niet naar behoren uitvoeren is het noodzakelijk om met de desbetreffende onderwijsinstellingen in gesprek te gaan.” Ter aanvulling op hetgeen in het collegevoorstel staat genoemd is dat de vrijwillige ouderbijdrage altijd al vrijwillig was. Scholen waren al verplicht om dit proactief kenbaar te maken aan ouders. Dit gebeurde (landelijk) niet overal, maar was al wel een wettelijke plicht. Met ingang van 1 augustus 2021 is in de wet toegevoegd dat kinderen niet meer geweigerd kunnen worden bij een door de school georganiseerde activiteit. Een aantal Nijmeegse scholen hebben gereageerd op het stopzetten van de subsidie aan Stichting Leergeld c.q. de vergoeding van de vrijwillige ouderbijdrage aan scholen. Zij geven aan dat een groot percentage van de vrijwillige ouderbijdrage wordt betaald door stichting Leergeld.

Met deze vrijwillige ouderbijdrage komt er geld naar school om voor alle kinderen activiteiten te organiseren die het onderwijs leuker maken (Sinterklaas, Carnaval, uitjes e.d.) Deze activiteiten worden vaak georganiseerd door een groep ouders, waarmee ook de ouderparticipatie en integratie in de wijk wordt gestimuleerd. Als de bijdragen wegvallen, moeten scholen overwegen of dit soort waardevolle activiteiten nog wel door kunnen aan. Met name de scholen waar veel minima zitten zijn hiervan de dupe. NB: de vraag is of dit een taak is voor de gemeente in het kader van armoedebeleid of onderwijsbeleid, je kunt je ook afvragen of dit een landelijk vraagstuk is in het kader van bekostiging van het onderwijs. -

Bewindvoering uitgevoerd door de gemeente zelf i.p.v. door particuliere bewindvoeringsbureaus (vb Dordrecht) – onderzoeken. Antwoord: Juni 2020 is het rapport “Oriëntatie op alternatieven voor de huidige bewindvoeringspraktijk” vastgesteld door het college en op basis daarvan is besloten bewindvoering niet in eigen beheer te gaan uitvoeren.Daarnaast is er besloten om de regie op bewindvoering te versterken door het afsluiten van een convenant voor 2 jaar met bewindvoerders waarbij er met hen afspraken worden gemaakt rond instroom in bewind, doorstroom naar schuldhulpverlening en uitstroom uit bewind en waarbij er gestuurd wordt op de kwaliteit van bewindvoering. Het convenant bewindvoerders en de gemeente Nijmegen is begin december 2021 vastgesteld. Over twee jaar volgt evaluatie van de ervaringen en resultaten van het convenant. Hierbij zal het alternatief van bewind onder eigen beheer ook worden meegenomen. Daarnaast wordt er sinds kort gebruik gemaakt van het adviesrecht schuldenbewind.

Participatie bijstandsgerechtigden -

Granieten bestand in de bijstand: schifting maken tussen ‘chronische’ groep (met rust laten) en groep met mogelijkheden. Is dit mogelijk op basis van het project Doe je mee. Binnen dit project spreekt het WerkBedrijf met alle bijstandsgerechtigden over vragen en mogelijkheden op alle leefgebieden: van participatie, activering tot de financiële situatie en gezondheid. Antwoord: Ja, project ‘Doe je mee’ leent zich hier goed voor. Uitkeringsgerechtigden voeren met een consulent van ‘Doe je mee’ een gesprek over hun persoonlijke situatie in brede zin, over alle leefdomeinen. De diagnose na één of meerdere gesprekken is divers: Aanmelding voor participatie-activiteiten bij een participatiecoach van de gemeente Aanmelding voor een traject bij WerkBedrijf Aanmelding voor zorg/financiële ondersteuning etc. ‘Rusttraject’: de conclusie is dat er geen mogelijkheden zijn voor participatie of werk. Eventuele zorg is geregeld, er wordt optimaal gebruik gemaakt van financiële/inkomensondersteuning (financiën op orde en stabiel). De uitkeringsgerechtigde wordt ‘met rust gelaten’ en weet de weg als er vragen of knelpunten zijn.

11

-

Hoeveel mensen in de bijstand worden op dit moment begeleid door het WerkBedrijf of de participatiecoaches? Antwoord: Er worden momenteel 100 uitkeringsgerechtigden begeleid door een participatiecoach. Per 1 april worden er 1.535 uitkeringsgerechtigden begeleid door WerkBedrijf. (Daarnaast 800 Nijmeegse kandidaten die werkzoekend zijn maar geen bijstandsuitkering hebben.)

-

Minder streng maken ‘bijverdienen’ bij P-wetuitkering vanuit principe ‘werken loont’ (minimaal behoud ruimte die er nu is, is ten opzichte van andere gemeente relatief ruim) – “proeftijd”/max termijn aan verbinden. Mensen verleiden om de stap te zetten om te gaan werken, nu wordt dit niet gestimuleerd (want risico op ‘terugvallen’). (S07) Antwoord: De Participatiewet kent een aantal artikelen die bijverdienen mogelijk maken. Dit zijn de uitzonderingen van inkomsten die niet tot de middelen worden gerekend. Artikel 31 lid 2 beschrijft deze: • 31 lid 2 onder n: "reguliere" vrijlating. Dus 25% van de inkomsten tot een max van € 221 per maand, voor ten hoogste 6 maanden • 31 lid 2 onder r: na de "reguliere" vrijlating extra vrijlating voor alleenstaande ouders van 12,5% van de inkomsten tot een max van € 137,94 per maand, voor ten hoogste 30 maanden • 31 lid 2 onder y: vrijlating voor personen die medisch urenbeperkt zijn, tot 15% van de inkomsten, tot een max van € 139,90 per maand • 31 lid 2 onder j: een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.638 per kalenderjaar. Wij maken gebruik van eerste 3 mogelijkheden tot vrijlating. Wanneer bijstandsgerechtigden uitstromen, maar dan toch weer instromen door het verlies van de inkomsten hebben zij opnieuw recht op deze vrijlating.

Vorig jaar ontstond in het land en de gemeenteraad discussie over het meer laten bijverdienen van bijstandsgerechtigden. Bij ons is dit alleen mogelijk door het vierde punt van de bijverdienpremie toe te voegen. Dit doen wij nog niet. Wanneer we ervoor kiezen een tweemalige premie in te zetten, betekent dit een eenmalige stijging van de bijstandslasten van circa € 840.000 in het eerste jaar en een structurele stijging van circa € 240.000 per jaar in de jaren daarna. Hier is op dit moment geen dekking voor. Het toevoegen van een premie maakt deeltijdwerk in de uitkering aantrekkelijker. Wanneer meer uitkeringsgerechtigden deeltijdwerk verrichten, betekent dit anderzijds ook een daling in de bijstandslasten. Zie voor meer informatie over de bijverdienpremie: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/40d05e49-5ebf-44de-9504b2748db2726e?documentId=e6bc17c7-df42-44f3-b74b-4457e4341c58&agendaItemId=410a04571455-461d-9090-a26966e3d2d9 Deeltijd werk kan voor bijstandsgerechtigden erg spannend en zelfs risicovol zijn door de veranderende financiële situatie en ingewikkelde berekeningen. Gezien de voordelen van werk willen we dit wel zo veel mogelijk stimuleren en drempels verlagen. We starten deze maanden met de het gebruik van het Huishoudboekje om ook bij wisselende inkomsten de financiële situatie stabiel te houden en inkomenszekerheid te bieden.

De Sociaal Raadslieden voeren daarnaast een toeslagencheck uit om problemen met toeslagen zo veel mogelijk te voorkomen.

-

Specifiek voor jongvolwassenen met een P-wetuitkering tot 27 jaar ‘proeftijd’ om te werken, mogelijk maken. Wat is wettelijk mogelijk en onder welke voorwaarden en hoe groot is deze groep? (S07) Antwoord: Jongeren tot 27 jaar zijn uitgesloten van een aantal onderdelen in de PW, waaronder de onderdelen n, r en j van artikel 31 lid 2 (PW art 31 lid 5). Dat betekent dat zij geen recht hebben op vrijlating en geen premie mogen ontvangen. Bijverdienen behoort voor jongeren dus niet tot de mogelijkheden. We kunnen wel voor specifieke groepen of individuen oplossingen bedenken. De Participatiewet biedt de mogelijkheid om de bijstand af te stemmen op de individuele omstandigheden (PW art. 18 lid 1). Daarnaast zien we in het land interessante projecten, zoals het bouwdepot voor dak- en thuisloze jongeren en/of jongeren die vanuit de jeugdzorg komen (18-21 jarigen): https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/bouwdepot-mag-toch-doorgaan 12

-

WerkBedrijf: belangrijk dat werkgevers ontlast worden, wat doet het WerkBedrijf hier al aan? Antwoord: Een belangrijk deel van de taken van WerkBedrijf bestaan uit werkgeversdienstverlening. WerkBedrijf onderhoudt een netwerk van werkgevers en zorgt voor: De vraag van werkgevers/vacatures invullen Jobcarving: vacatures ombuigen naar takenpakketten en functies die aansluiten bij de vaardigheden van kandidaten (als de oorspronkelijke vacature niet kan worden ingevuld) Jobcoaching op de werkplek, begeleiding na plaatsing Aanpassingen op de werkplek (bijv. rustige werkplek, digitale hulpmiddelen, kantoormeubilair) Aanbieden van werkervarings- en ontwikkelplaatsen om kandidaat en werkgever met elkaar kennis te laten maken in de praktijksituatie (laagdrempelig) Aanbieden van detacheringen, zodat het werkgeverschap en werknemersrisico’s bij WerkBedrijf liggen. Het bedrijf betaalt een vergoeding per uur naar loonwaarde. Aanbieden van no-riskpolis, zodat werkgever geen loon door hoeft te betalen bij ziekte van de werknemer Inzet van loonkostensubsidies, ter compensatie van een lagere productiviteit/loonwaarde van de werknemer Begeleiding en training van de werkgever (als een kandidaat vanwege een arbeidsbeperking specifieke begeleiding nodig heeft) Organiseren van netwerkbijeenkomsten voor werkgevers, om ervaringen en ‘best practices’ uit te wisselen

Vragen en opmerkingen van individuele partijen Wmo en Jeugdhulp -

Gevolgen van afbouw gesloten regionale jeugdzorgvoorzieningen voor Nijmegen? (GL) Antwoord: Wat hebben we gedaan? In de afgelopen bestuursperiode is in het Interventieplan Sociale Stad voor een samenhangend pakket aan interventies gekozen: versterking sociale basis, verminderen ambulante hulp in combinatie met versterken eerste lijn/toegang voor Jeugdhulp en Wmo én transformatie zorg met verblijf. Deze samenhang is belangrijk zodat afschaling en omvorming van specialistische zorgvormen goed kan landen in alternatief zorgaanbod en we gelijktijdig werken aan sterke preventie en eerder ondersteunen van inwoners en gezinnen om escalatie van problematiek zoveel mogelijk te voorkomen. Bij de specialistische jeugdhulp hebben we aan 4 actielijnen gewerkt in (boven)regionaal verband: - passende hulp bij complexe problematiek --voorkomen van uithuisplaatsingen (met JIM, buurtgezinnen) - stimuleren van gezinsvormen (pleegzorg en gezinshuizen) - versterken keten jeugdbescherming Zie hiervoor de website www.jeugdregionijmegen.nl De focus van de acties liggen op de regio Nijmegen. Er wordt op Gelders niveau afgestemd, geleerd en ook geprioriteerd (vaak landelijke druk). De afgelopen periode is de Gelderse agenda beïnvloedt door de crisis in de jGGZ (rondom corona), jeugdbescherming én de afbouw van de gesloten jeugdzorg. Advies komende periode

13

We adviseren de omvorming van grootschalige intramurale zorgvormen in de top van de piramide naar kleinschalig verblijf, zoveel mogelijk in de wijk in gezinsvormen, in samenhang te blijven bezien met de sociale basis, bestaanszekerheid en een sterke eerste lijn en ambulante hulpvormen. Dit voorkomt dat kinderen in crisis komen en op verzoek van een rechter gesloten worden geplaatst. Hoewel het gaat om een kleine groep, in 2021 ging het om 14 kinderen, is de impact groot. Voor het kind en gezin en omgeving, maar ook voor het professionele netwerk omdat dergelijke plaatsingen als noodgreep worden gezien. Het organiseren van alternatieven van gesloten jeugdzorg past volledig in de ingezette transformatie.

Belangrijke prioriteiten voor de komende periode: Jeugd: -transformatie gesloten jeugdzorg en 3 milieu (klassieke terreinvoorzieningen) naar kleinschalig verblijf (kleine groepen in de wijk): dit vraagt om innovatie- en transitiemiddelen om de omvorming van bestaand aanbod mogelijk te maken en vastgoedissues te kunnen oplossen - meer pleegzorg en gezinshuizen: ook hier middelen nodig voor professionele wervingscampagnes, goede randvoorwaarden voor pleegouders en gezinshuisouders - betere uitstroom 18-23 jaar: jongeren in een complexe situatie beter begeleiden in de overgang naar zelfstandigheid na het 18e levensjaar; dit vraagt om uitvoerbare perspectiefplannen en voldoende woonvarianten -doorontwikkeling inkoop specialistische jeugdhulp: doorontwikkeling van het inkoopkader waardoor samenwerking tussen de sectoren GGZ, J&O en LVB onderling en met de Buurtteams meer wordt ondersteund, vernieuwing van het aanbod wordt aangejaagd, meer betrekken van ervaringsdeskundigen en cliëntenraden in de inkoop; Op het moment dat de Gelderse voorzieningen sneller afgebouwd worden dan er regionale alternatieven zijn, kunnen kinderen met een gesloten machtiging niet geplaatst worden. Dit betekent dat deze kinderen met risico op suïcide of ander gevaarlijk gedrag (weglopen, agressie etc.) thuis of in jeugdhulp met verblijf zorgen voor onhoudbare situaties.

Dit zorgt voor druk op – toch al uitgeputte – ouders en professionals maar is vooral gevaarlijk voor de jongere zelf. Het komt nu ook al sporadisch voor dat er wachttijden zijn, in dat geval wordt overbruggingshulp georganiseerd. -

Integraal pgb blijft belangrijk, kansen aangrijpen om dit in Nijmegen in te voeren cq mee te doen aan landelijke pilots als de gelegenheid zich voordoet. (GL) Antwoord: Integraal PGB – gemeente Nijmegen In 2020 hebben we een ambtelijke verkenning gedaan naar het integraal PGB. Er is onder andere gesproken met de gemeenten die met de pilots meededen. In de Raadsbrief van 29 september 2020 schreef het College het volgende aan de Raad: Het is niet mogelijk om tussentijds met de pilot I-PGB mee te doen. Dit betekent dat we geen gebruik kunnen maken van de afspraken rondom de AmvB. Om de geleerde lessen van de pilot-gemeenten te kunnen benutten heeft het college besloten om na de evaluatie een besluit te nemen over het integraal PGB. Aan de hand van de landelijke evaluatie in 2022 gaat de gemeente Nijmegen onderzoeken wat een passende uitvoering in Nijmegen is. Mochten cliënten tegen regelgeving van verschillende wetten aanlopen, hebben wij de doorbraakaanpak beschikbaar om hen van hulp te voorzien. De evaluatie is uiteindelijk vervroegd en op 24 augustus 2021 gepubliceerd. In de evaluatie stond dat de randvoorwaarden om het experiment succesvol uit te voeren voldoende waren. Toch hebben de betrokken partijen onvoldoende ruimte ervaren om echt te kunnen vernieuwen, experimenteren en/of maatwerk te bieden.

Daarnaast is het niet gelukt om budgethouders te vinden voor deelname aan het experiment. Dit komt onder meer doordat budgethouders niet wilden deelnemen. De reden daarvoor is bijvoorbeeld dat in het experiment een nieuwe indicatie wordt gesteld. Dit leidt tot onzekerheid. Veel mensen kozen er daarom voor niet mee te doen en hun bestaande rechten te behouden. 14

In de evaluatie stond ook dat er geen steun was voor het voorzetten van het experiment in huidige vorm. De onderzoekers adviseerden daarom om het huidige experiment te stoppen. Wat er op neer kwam dat geen nieuwe deelnemers meer instromen. Deelnemers die al een integraal pgb hadden, kunnen deze behouden tot het eind van de looptijd (oktober 2022). De onderzoekers adviseerden om bij een vervolg op dit experiment vooraf minder kaders te stellen en meer ruimte te bieden aan de uitvoering. Het nieuwe kabinet moet hier een beslissing over nemen. Dit is niet expliciet in het coalitieakkoord genoemd, maar het belang van het PGB is wel onderschreven: ‘Het persoonsgebonden budget (PGB) blijft een geschikt middel voor eigen regie, waarbij passende zorg centraal moet staan.’ De gemeente Nijmegen zal de ontwikkelingen rondom het integraal PGB goed in de gaten houden en onderzoeken of – als er een volgend experiment komt- deelname aan het experiment mogelijk is. Op de korte termijn gaat de gemeente Nijmegen aan de slag met het PGB 2.0, dit is de opvolger van het huidige pgb-systeem. De landelijke invoering van PGB2.0 draagt bij aan verschillende doelen. In de eerste plaats betere ondersteuning van de budgethouder en zijn/haar zorgverlener.

Doordat het nieuwe systeem digitaal werken mogelijk maakt, krijgen budgethouders actueel inzicht in (de status van) hun zorgovereenkomsten, declaraties en budget. -

Er zijn wachtlijsten in de (jeugd-)GGZ. Hoe lang zijn deze in Nijmegen en welke actieve acties (als genoemd in de Stadsrekening) onderneemt de gemeente om deze tegen te gaan? (GL) Antwoord: Hoe lang zijn de wachttijden? De wachttijden worden, conform de richtlijnen van de ggz, per diagnose gepubliceerd. Dat betekent dat er niet één wachttijd is voor de jeugd-ggz, maar deze erg verschillend kan zijn afhankelijk van de (complexiteit van de) hulpvraag van de jeugdige. De wachttijden zijn dan ook erg verschillend, per zorgvraag en per zorgaanbieder. Voor de basis-ggz (relatief ‘lichte’ zorgvragen, maximaal 24 uur behandeling) is doorgaans minder wachttijd, en zitten zorgaanbieders vaak binnen de treeknormen. Bij de grotere specialistische ggz zorgaanbieders verschilt de totale wachttijd: tussen 2 weken tot maximaal 40 weken van moment van verwijzing tot start behandeling. Voor crisis, waarbij binnen 24 uur gehandeld moet worden, is geen wachttijd. Wat doen we al? In de stadsrekening hebben we aangegeven dat we met onze nieuwe gecontracteerde zorgaanbieders, nu de aanbestedingsperiode is afgerond, gezamenlijk de jeugd-ggz in de regio moeten doorontwikkelen en transformeren. We zijn begin dit jaar een (regionaal) traject gestart om gezamenlijk te komen tot een meerjaren programma met als doel onder andere het terugbrengen van de wachttijden.

Wachttijden zelf zijn, zoals hierboven ook weergegeven, complex en niet een probleem dat direct aan te pakken is; maar een symptoom van een (vastgelopen) systeem. Bovendien is het ook niet mogelijk, of verstandig, om de wachttijden in de jeugd-ggz los te zien van de rest van de jeugdhulp. Om de wachttijden effectief aan te pakken, moeten we niet alleen kijken naar de individuele bottlenecks bij de jeugd-ggz, maar naar de in- door- en uitstroom en samenhang van het bredere geheel. Team Aanpak Wachttijden, van het ondersteuningsteam zorg voor de jeugd, heeft in opdracht van VWS, recentelijk een reeks studies/documenten over wachttijden gepubliceerd, deze zijn beschikbaar.. Het terugdringen van de wachttijden vraagt veel van verschillende partners in de stad, en onze regio. Het is lastig voor professionals om ruimte te creëren om anders te werken: professionals moeten kiezen tussen het grotere probleem oplossen of kinderen die nu hulp nodig hebben helpen. Tegelijkertijd is het wél noodzakelijk. Jongeren moeten lang wachten op passende hulp. In deze periode verergeren klachten vaak, waardoor er nog langer en intensief behandeld moet worden. We hebben dit jaar meerdere bijeenkomsten georganiseerd, zowel binnen de keten/koker van de jeugd-ggz (o.a.

met onderwijs, lokale teams, huisartsen, kinder- en jeugdpsychiaters en gemeenten) als bredere werksessies in de specialistische jeugdhulp (i.s.m. jeugd-ggz, jeugd en opvoedhulp, LVB (bijeenkomst op 18 mei). Het doel van deze bijeenkomsten is om te komen tot een gezamenlijk gedragen programma dat is getoetst op focus, haalbaarheid en impact. Tot nu toe zijn er veel verschillende ideeën opgehaald die kunnen bijdragen aan het sneller helpen van jeugdigen, zoals het versterken van de consultatie & adviesfunctie aan lokale teams; concrete universele en selectieve preventie van depressieve klachten/suïcidaliteit op het VO (STORM-aanpak) en het verder versterken van de samenwerking tussen de driehoek

15

zorgaanbieder – POH-J – Buurtteams Jeugd & Gezin. De komende maanden wordt dit programma verder uitgewerkt. We werken zowel in stad Nijmegen als samen met de regio hard aan het voorkomen van jeugdhulpvraagstukken en het terugdringen van wachttijden. Dit doen we onder andere door de inzet van de NPO-middelen en blokhuismiddelen. Zo zijn er verschillende acties die bijdragen aan het verminderen van de wachttijden: • De inzet van de POH-J in alle stadsdelen van Nijmegen: De praktijkondersteuner pakt een groot deel van de vraagstukken zelf op en voorkomt daarmee onnodige verwijzingen, tegelijkertijd verbetert ook de kwaliteit van verwijzingen waardoor jongeren beter en sneller op de juiste plek zitten; • De Buurtteams Jeugd & Gezin zijn 1 juli 2021 begonnen en bieden zelf basishulp; • We geven uitvoering aan de specifieke uitkering acute jeugd-ggz, waardoor we uitbreiding van de crisis-capaciteit realiseren in heel Gelderland; • Allerlei vormen van preventie en aanvullende laagdrempelige ondersteuning, zoals: Schoolmaatschappelijk werk, jongerenwerk op het VO, jeugdcoaches, de preventieprogramma’s (0-12, 12+), de uitbreiding van KOPP/KOV-trainingen Wat kunnen we meer doen? Wachttijden in de jeugd-ggz (en de rest van jeugdhulp) terugdringen is een zaak van lange adem.

Primair vraagt het toenemende jeugdhulpgebruik een maatschappelijk debat, wat we als gemeente moeten blijven aanjagen en stimuleren: wat zijn normale hobbels in het leven, normale opvoedings- en opgroei issues en hoe maakbaar is het leven? Vasthouden aan excelleren en maakbaarheid ondermijnt het mentaal welbevinden van kinderen en jongeren nog verder. Het leidt ertoe dat zij een groter beroep doen op individuele zorg om imperfecties te repareren in plaats van te leren ermee om te gaan. Verdere aandachtspunten om de wachttijden terug te dringen zijn: • Instroom verminderen door het verbeteren van universele preventie, door in te zetten op het versterken van de (sociale) basis, het versterken van stevig onderwijs en de context van jeugdige/gezin, destigmatiseren; • Het verbeteren van selectieve preventie, zo denken we concreet aan het invoeren van de STORMaanpak (Strong Teens and Resilient Minds) op de VO-scholen, om jongeren met depressieve of suïcidale klachten vroegtijdig te signaleren • De Instroom ‘verbeteren’ door goede, brede triage (o.a. alleen behandelen als behandeld moet worden, ouderproblematiek signaleren, evt.

andere onderliggende of voorliggende vraagstukken op kunnen pakken zoals inkomstproblematiek); • Doorstroom verbeteren door efficiënt en effectief behandelen (inzet eHealth, groepsbehandelingen, samenwerking met voorliggend veld, inzet op zaken die herstel beïnvloeden); • Uitstroom verbeteren zodat het systeem niet ook aan de achterkant stokt; We voorzien dat het een veranderingsproces is wat je moet blijven aanjagen met innovaties. De komende vier jaar is een innovatiebudget hiervoor heel helpend. Bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van een ‘brede schil’ rondom de buurtteams jeugd & gezin, en de doorontwikkeling van de samenwerking tussen de driehoek praktijkondersteuner, schoolmaatschappelijk werk en Buurtteams. Daarnaast hebben we aandacht voor de doorontwikkeling van de netwerksamenwerking in de specialistische jeugdhulp (JGGZ, LVB, J&O), zodat jeugdigen met hulpvragen op meerdere leefgebieden integraal geholpen kunnen worden. -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=949a47a7-dd58-40d8-8188-bae01be2a5b6