5. Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024
Tekst van het document
f) Algemene voorzieningen - Hulpmiddelen (bril, gehoorapparaat, etc.) via Zvw, hulpmiddelen ten behoeve van opleiding of werk via UWV en/of Participatiewet.
- Doventolk (landelijke voorziening). - Bij LVG- en Jeugd-ggz (autisme e.d.)- aanbieders is veel kennis m.b.t. pictogrammen etc. g) Maatwerkvoorziening Het oefenen en/of verbeteren van communicatievaardigheden kan onderdeel zijn van een begeleidingstraject.
Hoofdstuk 3 Beschermd wonen Wmo 3.1 Inleiding De centrumgemeente is verantwoordelijk voor een deel van beschermd wonen (zorgzwaartepakket, zzp, ggz-C dat gericht is op begeleiding) voor mensen met psychische problemen. Zorgzwaartepakket B,
gericht op behandeling, valt onder de Wlz. Jeugdigen met een ggz-C indicatie onder de 18 jaar vallen onder de Jeugdwet.
Beschermd wonen is in de Wmo 2015 als volgt gedefinieerd: ‘wonen in een accommodatie van een
instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving’ (artikel 1.1.1 Wmo). Daarnaast is iedere gemeente verantwoordelijk voor tijdelijk beschermd wonen voor volwassenen met een licht verstandelijke beperking (lvb 18+) (die niet in aanmerking komen voor beschermd/intramuraal wonen vanuit de Wlz) omdat vooralsnog bij die betreffende volwassene geen sprake lijkt te zijn van levenslange behoefte aan beschermd wonen.
Beschermd wonen is een passende maatwerkvoorziening voor mensen die als gevolg van ernstige psychische problemen niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De
ondersteuning vanuit een beschermde woonvorm is de zwaarste vorm van ondersteuning die ingezet kan worden als maatwerkvoorziening door de gemeente. Het is de enige vorm van intramurale ondersteuning die binnen de Wmo valt. Beschermd wonen wordt alleen ingezet als alle voorliggende mogelijkheden ontoereikend zijn, waaronder: 1)
oplossingen vanuit eigen kracht en/of eigen netwerk;
3)
maatwerkvoorzieningen in de vorm van ambulante begeleiding en/of dagbesteding;
2) 4)
algemene voorzieningen;
behandeling (tenzij behandeling ontoereikend is gebleken).
Deze beleidsregels vormen een nadere uitwerking van wet- en regelgeving en vormen het juridische afwegingskader voor de toekenning van maatwerkvoorzieningen beschermd wonen. Binnen het afwegingskader van deze beleidsregels is er ruimte voor maatwerk.
3.2 Centrumgemeente Nijmegen
Beschermd wonen is een taak die bij centrumgemeenten is ondergebracht. Op grond van de Wmo 2015 is
de gemeente Nijmegen als centrumgemeente verantwoordelijk voor het bieden van beschermd wonen ggz in de regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland. De gemeente Nijmegen koopt beschermd wonen in en
draagt zorg voor de toegang voor de inwoners van de regiogemeenten. Hierbij is het uitgangspunt dat
alle samenwerkende gemeenten, dus niet alleen de centrumgemeente, de verantwoordelijkheid dragen en met elkaar samenwerken.
Voor (tijdelijk) beschermd wonen lvb 18+ zijn de individuele gemeenten verantwoordelijk.
3.2.1 Landelijke toegankelijkheid In de wet is bepaald dat voor beschermd wonen en voor maatschappelijke opvang geldt dat mensen zich in alle gemeenten in Nederland kunnen melden als zij aanspraak willen maken op beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Dit houdt in dat (potentiële) cliënten zich tot elke gemeente kunnen wenden
voor beschermd wonen. Zij moeten daarbij de mogelijkheid krijgen om hun eigen woonplaats te kiezen De centrumgemeente van aanmelding behandelt de aanmelding conform de handreiking “Landelijke
toegang beschermd wonen”. Deze handreiking bevat model-beleidsregels die de centrumgemeenten
dienen te hanteren bij het bepalen van de plaats waar een cliënt het meest aangewezen is op beschermd
wonen. Landelijke toegankelijkheid betekent niet dat iemand ook altijd beschermd kan wonen waar hij wil wonen. Dat kan om te beginnen alleen als en waar een passende plek beschikbaar is. Ook is het niet de bedoeling dat verhuizen naar beschermd wonen niet noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer een cliënt vanwege een sterk sociaal steunsysteem (nog) zelfstandig kan wonen met ondersteuning.
Centrumgemeenten nemen kennis van de wens van een bewoner en beoordelen vervolgens op basis van zorginhoudelijke en participatiecriteria waar de aanvrager voor de korte en langere termijn de beste ondersteuning kan vinden. Idealiter komt de gemeente aan de keuze van de cliënt voor een
plaats/instelling tegemoet. Het is echter de beoordelende gemeente die de eindverantwoordelijkheid draagt en een besluit neemt op basis van onderstaande punten, genoemde zorginhoudelijke en
participatiecriteria (criteria die betrekking hebben op de voorwaarden voor een succesvol traject). a. Wat is de beste omgeving waarin aan participatie gewerkt kan worden? Hierbij is de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden) van belang om:
- beschermd wonen te voorkomen (inzet van andere beschermende woonvormen); - uitstroom naar vormen van zelfstandig wonen te bevorderen. b. Voorwaarden voor succesvolle trajecten, zoals: - (reeds ingezette) actieve schuldhulpverlening; - een bestaande relatie met ggz of andere vormen van hulpverlening; - reeds ingezette scholing, (vrijwilligers)werk, of andere passende dagbesteding; - eventueel aanwezige (veiligheids)risico’s op de huidige woonplek; - de behoefte aan een specifieke aanpak of voorziening. c. Gegronde redenen om tegemoet te komen aan de wens van een cliënt, anders dan de hierboven genoemde voorwaarden.
d. Wachtlijst: indien niet direct toegang is tot de geschikte plek, komt de aanvrager op een wachtlijst. De wenscentrumgemeente, waar de persoon zich meldt voor een beschermde woonvoorziening, overlegt met de centrumgemeente van herkomst, om een goed beeld van de cliënt te krijgen en zo tot een
passend besluit te komen. Dit contact vindt plaats vanuit de ‘toegang’. Het onderzoek naar de beste plaatsing wordt binnen zes weken afgerond.
3.3 Type voorzieningen Beschermd wonen ggz betreft een totaalpakket bestaand uit: verblijf, begeleiding en eventueel
dagbesteding. Dit pakket is sinds 2020 verdeeld in verschillende producten Beschermd Thuis en
Beschermd Wonen. Bij Beschermd Thuis (BT) woont de inwoner in zijn eigen (al of niet gedeelde) woning, eveneens met de benodigde begeleiding en een vorm van toezicht of bereikbaarheid. Er kan sprake zijn
van het wonen in een groep (waarin men voorzieningen deelt) of (zelfstandig) geclusterd wonen (waarbij men zodanig geclusterd woont dat inzet van groepsbegeleiding mogelijk is). In deze gevallen wordt de
component groepsbegeleiding ook door de zorginstelling geleverd. De inwoner woont zelfstandig en is dus zelf verantwoordelijk voor de huur, vaste lasten en alle kosten van het levensonderhoud.
Voor Beschermd Wonen (BW) hanteren we zoals in artikel 3.1 staat de definitie zoals deze in de Wmo 2015 omschreven staat. Dit betekent dat de inwoner in een accommodatie van een instelling woont met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van diens zelfredzaamheid en participatie.
Beschermd Wonen en Beschermd Thuis is bestemd voor inwoners van de regio Nijmegen en Rivierenland die (zeer) beperkt zelfredzaam zijn. Daarbij is sprake van zodanig meervoudige complexe psychische of psychosociale problematiek dat intensieve en/of veelvuldig ongeplande begeleiding noodzakelijk is. De
inwoner is daardoor aangewezen op het verblijf in een voorziening met 24-uurs zorg nabij of bereikbaar. Veelal is overname nodig op één of meerdere leefgebieden.
Naargelang de zorgbehoefte van de cliënt, bieden de BW en BT-pakketten steeds intensievere zorg. Een zestal pakketten die differentiëren naar zorgzwaarte zijn inzetbaar:
1. Beschermd Thuis: licht Doel: De inwoner zo zelfstandig mogelijk thuis laten wonen, waarbij hij een zo groot mogelijke mate van zelfredzaamheid bereikt en behoudt, niet in een crisissituatie raakt, meedoet, een sociaal netwerk opbouwt en behoudt, een zinvolle daginvulling heeft of aan activiteiten deelneemt gericht op zijn persoonlijk herstel. Wanneer de cliënt in staat is om zonder de 24-uurs bereikbaarheid en
beschikbaarheid van ondersteuning zelfstandig te kunnen wonen kan er lichtere begeleiding vanuit de Wmo worden ingezet.
Voor wie: Kwetsbare inwoners die vanwege ernstige psychische of psychosociale problematiek behoefte hebben aan begeleiding thuis, 24-uurs beschik-en bereikbaarheid en die hiermee in staat zijn om
zelfstandig te wonen en hulp in te roepen. De cliënt heeft geen behoefte (meer) aan het wonen in een groepssetting cq. met groepsbegeleiding.
Wonen: De cliënt bezit of huurt zelfstandig een kamer of woning en kan hier blijven wonen, ook als de zorg stopt.
Bescherming: De bescherming (naast de individuele begeleiding) is georganiseerd via de 24-uurs beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdienst.
Begeleiding: De begeleiding wordt geleverd vanuit een individueel begeleider beschermd thuis op basis
van 130 uur op jaarbasis. Deze IB-er fungeert als trajectregisseur/casemanager en zorgt voor het behalen van de hersteldoelen die opgenomen zijn in het herstelplan en voldoet aan alle gestelde kwaliteitseisen.
Zorgaanbieder heeft de vrijheid om de beschikbare uren in variabele intensiteit (conform het herstelplan) in te zetten. De individuele begeleidingsmomenten zijn in principe planbaar.
2. Beschermd Thuis: groep licht
Doel: De inwoner zo zelfstandig mogelijk laten wonen in een thuissituatie waarbij sprake is van een geclusterde of groepsgerichte setting. Het vergroten en behouden van de zelfstandigheid en
zelfredzaamheid zodat hij niet in een crisissituatie raakt, meedoet, een sociaal netwerk opbouwt en
behoudt, een zinvolle daginvulling heeft of aan activiteiten deelneemt gericht op zijn persoonlijk herstel,
staat centraal. Wanneer de cliënt in staat is om zonder de 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid van ondersteuning zelfstandig te wonen kan lichtere begeleiding vanuit de Wmo worden ingezet.
Voor wie: Kwetsbare inwoners die vanwege ernstige psychische of psychosociale problematiek behoefte hebben aan begeleiding thuis, 24-uurs beschik-en bereikbaarheid en de steun van een groep en/of
medebewoners nodig hebben om zelfstandig te wonen. De cliënt is (grotendeels) in staat om zelfstandig hulp in te roepen.
Wonen: De cliënt bezit of huurt zelfstandig een kamer of woning. De kamer of woning is geclusterd met andere kamers of woningen van medecliënten/medebewoners waarbij eventueel voorzieningen gedeeld
worden. De cliënt kan hier niet in alle gevallen blijven wonen als de ondersteuning stopt. De cliënt en de zorginstelling zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor passende vervolghuisvesting wat een belangrijk onderdeel van het herstelplan is.
Bescherming: De bescherming (naast de individuele begeleiding en de groepsbegeleiding) is georganiseerd via de 24-uurs beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdienst.
Begeleiding: De begeleiding wordt geleverd vanuit een individueel begeleider beschermd thuis op basis
van 130 uur op jaarbasis. Deze IB-er fungeert als trajectregisseur/casemanager en zorgt voor het behalen van de hersteldoelen die opgenomen zijn in het herstelplan en voldoet aan alle gestelde kwaliteitseisen.
Zorgaanbieder heeft de vrijheid om de beschikbare uren in variabele intensiteit (conform het herstelplan) in te zetten. De individuele begeleidingsmomenten zijn planbaar en worden zoveel mogelijk op de
gebruikelijke (kantoor)tijden geleverd. Daarnaast is er een lichte intensiteit van groepsbegeleiding, die
ondersteunend is voor het behalen van de hersteldoelen van de cliënt, maar ook voor de dagelijkse gang van zaken in de groep. Deze groepsbegeleiding bedraagt per dag per cliënt 0,5 uur.
3. Beschermd Thuis: groep middelzwaar Doel: De inwoner zo zelfstandig mogelijk laten wonen in een thuissituatie waarbij er wel sprake is van een geclusterde of groepsgerichte setting. Het vergroten en behouden van de zelfstandigheid en
zelfredzaamheid zodat hij niet in een crisissituatie raakt, meedoet, een sociaal netwerk opbouwt en
behoudt, een zinvolle daginvulling heeft of aan activiteiten deelneemt gericht op zijn persoonlijk herstel.
Wanneer de cliënt in staat is om zonder de 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid van ondersteuning zelfstandig te wonen, kan een lichtere vorm van begeleiding vanuit de Wmo worden ingezet.
Voor wie: Kwetsbare inwoners die vanwege ernstige psychische of psychosociale problematiek en
regieproblemen behoefte hebben aan begeleiding thuis, 24-uurs beschik- en bereikbaarheid en de steun
van een groep en/of medebewoners nodig hebben om zelfstandig te wonen. De cliënt is (beperkt) in staat om zelfstandig hulp in te roepen.
Wonen: De cliënt bezit of huurt zelfstandig een kamer of woning. De kamer of woning is geclusterd met andere kamers of woningen van medecliënten/medebewoners waarbij eventueel voorzieningen gedeeld worden. De cliënt kan hier niet in alle gevallen blijven wonen als de ondersteuning stopt. Cliënt en
zorginstelling zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor passende vervolghuisvesting wat een belangrijk onderdeel van het herstelplan.
Bescherming: De bescherming (naast de individuele begeleiding en de groepsbegeleiding) is georganiseerd via de 24-uurs beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdienst.
Begeleiding: De begeleiding wordt geleverd vanuit een individueel begeleider beschermd thuis op basis van 130 uur op jaarbasis. Deze IB-er fungeert als trajectregisseur/casemanager en zorgt voor het behalen van de hersteldoelen die opgenomen zijn in het herstelplan en voldoet aan alle gestelde
kwaliteitseisen. De zorgaanbieder heeft de vrijheid om de beschikbare uren in variabele intensiteit
(conform het herstelplan) in te zetten. De individuele begeleidingsmomenten zijn veelal planbaar en
worden zoveel mogelijk op de gebruikelijke (kantoor) tijden geleverd. Daarnaast is er een middelzware intensiteit van groepsbegeleiding, die ondersteunend is voor het behalen van de hersteldoelen van de
cliënt, maar ook voor de dagelijkse gang van zaken in de groep. Deze groepsbegeleiding bedraagt per dag per cliënt 1 uur.
4. Beschermd wonen licht Doel: De inwoner in staat stellen om zo zelfstandig mogelijk te wonen. Het voorkomen van crisis en
decompensatie, het bevorderen van maatschappelijk en persoonlijk herstel en het vergroten van de eigen regie. Waar mogelijk wordt toegewerkt naar uitstroom richting meer zelfstandige vormen van wonen, maar ook stabilisatie van de zelfredzaamheid kan voorop staan.
Voor wie: Inwoners met complexe psychische of psychosociale problematiek en (zware) regieproblemen,
die niet of onvoldoende in staat zijn om zelfstandig hulp in te roepen en daardoor niet zelfstandig kunnen wonen. Inwoners hebben behoefte aan steun van hun medebewoners via een groep en aan een lichte intensiteit aan groepsleiding (van 1 uur per cliënt per dag).
Wonen: De cliënt woont in verblijf bij een instelling en kan daar niet blijven wonen als de zorg stopt. Het verblijf lijkt zo veel mogelijk op zelfstandig wonen. Dagelijkse huishoudelijke taken worden zo veel mogelijk zelfstandig uitgevoerd. Schoonhouden van de woning is inbegrepen en valt onder de
verantwoordelijkheid van de aanbieder, maar in principe wordt de woning samen met de inwoner schoongehouden. Dit geldt ook voor het bereiden van maaltijden.
Onderdeel van het verblijf zijn (groeps)activiteiten die in het kader van welzijn worden geboden. In het geval van een PGB wordt de wooncomponent niet vergoed vanuit het PGB en dient de bewoner zelf huur te betalen aan de instelling.
Bescherming: De bescherming is, naast de individuele begeleiding en groepsbegeleiding, georganiseerd via een bereikbaarheids-, slaap- en/of waakdienst.
Begeleiding: De begeleiding wordt geleverd vanuit een individueel begeleider beschermd wonen op basis van 130 uur op jaarbasis. Deze IB-er fungeert als trajectregisseur/casemanager en zorgt voor het behalen van de hersteldoelen die opgenomen zijn in het herstelplan en voldoet aan alle gestelde kwaliteitseisen.
Daarnaast is er een lichte intensiteit van groepsleiding, die ondersteunend is voor het behalen van de hersteldoelen van de cliënt en per cliënt 1u per dag bedraagt.
5. Beschermd wonen middelzwaar Doel: De inwoner in staat stellen om zo zelfstandig mogelijk te wonen. Het voorkomen van crisis en
decompensatie, het bevorderen van maatschappelijk en persoonlijk herstel en het vergroten van de eigen regie. Waar mogelijk wordt toegewerkt naar uitstroom richting meer zelfstandige vormen van wonen, maar ook stabilisatie van de zelfredzaamheid kan voorop staan.
Voor wie: Inwoners met complexe psychische of psychosociale problematiek en (zware) regieproblemen, die niet in staat zijn om zelfstandig hulp in te roepen en daardoor niet zelfstandig kunnen wonen.
Inwoners hebben behoefte aan steun van hun medebewoners via een groep en aan een middelzware intensiteit aan groepsleiding (van 1,4 uur per cliënt per dag).
Wonen: De cliënt woont in een verblijf bij een instelling en kan niet blijven wonen als de zorg stopt. Het verblijf lijkt zo veel mogelijk op zelfstandig wonen. Dagelijkse huishoudelijke taken worden zo veel mogelijk zelfstandig uitgevoerd. Schoonhouden van de woning is inbegrepen en valt onder de
verantwoordelijkheid van de aanbieder, maar de woning wordt in principe samen met de inwoner schoongehouden. Dit geldt ook voor het bereiden van maaltijden.
Onderdeel van het verblijf zijn (groeps)activiteiten die in het kader van welzijn worden geboden. In het geval van een pgb wordt de wooncomponent niet vergoed vanuit het pgb en dient de bewoner zelf huur te betalen aan de instelling.
Bescherming: Dee bescherming is, naast de individuele begeleiding en groepsbegeleiding, georganiseerd via een bereikbaarheids-, slaap- en/of waakdienst.
Welke vorm van begeleiding krijgt men: De begeleiding wordt geleverd vanuit een individueel begeleider beschermd wonen op basis van 130 uur op jaarbasis. Deze IB-er fungeert als
trajectregisseur/casemanager, zorgt voor het behalen van de hersteldoelen die opgenomen zijn in het herstelplan en voldoet aan alle gestelde kwaliteitseisen.
Daarnaast is er een middelzware intensiteit van groepsleiding, die ondersteunend is voor het behalen van de hersteldoelen van de cliënt en per cliënt 1,4u per dag bedraagt.
6. Beschermd Wonen intensief Doel: De inwoner in staat stellen om zo zelfstandig mogelijk te wonen. Het voorkomen van crisis en
decompensatie, het bevorderen van maatschappelijk en persoonlijk herstel en het vergroten van de eigen regie. Waar mogelijk wordt toegewerkt naar uitstroom richting meer zelfstandige vormen van wonen, maar ook stabilisatie van de zelfredzaamheid kan voorop staan.
Voor wie: Inwoners met zeer complexe psychische of psychosociale problematiek en (zware)
regieproblemen, die niet in staat zijn om zelfstandig hulp in te roepen en daardoor niet zelfstandig
kunnen wonen. Inwoners hebben behoefte aan steun van hun medebewoners via een groep en aan een zware intensiteit aan groepsleiding (van 1,8 uur per cliënt per dag). Er is behoefte aan een wakende of slapende wacht ’s nachts.
Wonen: De cliënt woont in een verblijf bij een instelling en kan daar niet blijven wonen als de zorg stopt. Het verblijf lijkt zo veel mogelijk op zelfstandig wonen. Dagelijkse huishoudelijke taken worden zoveel mogelijk zelfstandig uitgevoerd. Schoonhouden van de woning is inbegrepen en valt onder de
verantwoordelijkheid van de aanbieder, maar in principe wordt de woning samen met de inwoner schoongehouden. Dit geldt ook voor het bereiden van maaltijden.
Onderdeel van het verblijf zijn ook (groeps)activiteiten die in het kader van welzijn worden geboden. In het geval van een pgb wordt de wooncomponent niet vergoed vanuit het pgb en dient de bewoner zelf huur te betalen aan de instelling.
Bescherming: De bescherming is, naast de individuele begeleiding en groepsbegeleiding, georganiseerd via een bereikbaarheids-, slaap- en/of waakdienst. Er is 24 uur per dag agogisch personeel op de woonvorm aanwezig.
Begeleiding: De begeleiding wordt geleverd vanuit een individueel begeleider beschermd wonen op basis van 130 uur op jaarbasis. Deze IB-er fungeert als trajectregisseur/casemanager en zorgt voor het behalen van de hersteldoelen die opgenomen zijn in het herstelplan en voldoet aan alle gestelde kwaliteitseisen.
Daarnaast is er een zware intensiteit van groepsleiding, die ondersteunend is voor het behalen van de hersteldoelen van de cliënt en per cliënt 1,8u per dag bedraagt.
Overbruggingszorg Wanneer intramuraal verblijf niet (direct) nodig of beschikbaar is, is de centrumgemeente
verantwoordelijk voor het bieden van een passend alternatief in de vorm van individuele ambulante begeleiding. Voor cliënten waarvoor de meest passende plek ‘wonen in een accommodatie van een instelling is’, noemen we dat overbruggingszorg.
Tijdelijk beschermd wonen lvb 18+: 2 bouwstenen We onderscheiden 2 vormen van tijdelijk beschermd wonen lvb 18+: 1. Beschermd wonen met begeleiding en evt. verzorging – gemiddeld aantal uren per week: 5-15; 2. Beschermd wonen met intensieve begeleiding en verzorging en/of gedragsregulering: gemiddeld aantal uren per week: 15-25;
Beide vormen kunnen met en zonder huisvestingscomponent worden geleverd. Dagbesteding betreft een aparte bouwsteen die separaat van de 2 bouwstenen voor tijdelijk beschermd wonen lvb 18+ kan worden geleverd.
3.4 Doelgroep Binnen de Wmo is beschermd wonen/beschermd thuis ggz bedoeld voor volwassenen met een ernstige
psychische beperkingen die ten gevolge hiervan tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen en die 24 uur per
dag in de nabijheid toezicht of begeleiding nodig hebben en die geen aanspraak maken op zorg vanuit de Wlz. Deze mensen zijn (nog) niet in staat of hebben (nog) onvoldoende regie om alle organisatorische en
financiële aspecten rondom het bewonen van een eigen woning te verzorgen. De ondersteuning is gericht op het leren functioneren met deze (blijvende) beperking, met als doelstelling om zo veel mogelijk zelfredzaamheid en participatie in de maatschappij te bereiken. Voor een deel van de cliënten is
doorstroom naar een zelfstandig bestaan mogelijk, voor een ander deel van de cliënten (vaak met meervoudige beperkingen) is de begeleiding in combinatie met de beschermende woonomgeving
langdurig nodig om hun situatie stabiel te houden. Sprake moet zijn van een diagnose en/of een advies van een specialist op het gebied van ggz *2). Sprake kan zijn van meerdere diagnoses tegelijkertijd
(comorbiditeit) zoals een (of meerdere) psychiatrische diagnose(s) en daarnaast verslaving, verstandelijke beperking en/of somatische problematiek. Bij beschermd wonen gaat het om mensen bij wie psychiatrie de 'dominante grondslag' is.
De doelgroep voor tijdelijk beschermd wonen lvb betreft (jong)volwassenen met een (licht) verstandelijke beperking (lvb) die op termijn (naar verwachting) zelfstandig kunnen wonen, maar in de aanloop naar
deze zelfstandigheid nog een aantal jaren na het 18e levensjaar een beschermde woonomgeving nodig
hebben. Het gaat met name om (jong)volwassenen met een licht verstandelijke beperking in combinatie
met (ernstig) probleemgedrag en om ouders met een licht verstandelijke beperking die om moeten leren gaan met de opvoeding van hun kind(eren) *3).
*2) Hiermee wordt één van de beroepen bedoeld: psychiater, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut specialist ouderengeneeskunde, verslavingsarts in profielregister KNMG, klinisch geriater, GZ-psycholoog. *3) Crisisopvang (tijdelijke opvang) voor volwassenen met een licht verstandelijke beperking is opgenomen in het contract met de combinatie (ook voor opvang met lvb-cliënten van andere aanbieders). Hiervoor is € 50.000 toegevoegd aan het contract met de combinatie (€ 5 miljoen landelijk).
Zeer kwetsbaar Beschermd Wonen en Beschermd Thuis is bedoeld voor ‘zeer kwetsbare burgers’ die onvoldoende
hulpbronnen hebben om op eigen kracht bepaalde moeilijkheden en tegenslagen te overwinnen en om
hun leven op de door hen gewenste manier vorm te geven. Burgers kunnen worden ingedeeld in de groep zeer kwetsbaar als sprake is van samenhang in of risico’s op de volgende aspecten: 1. een beperkte sociale steunstructuur (weinig betekenisvolle sociale relaties); 2. weinig veerkracht (de draaglast is groter dan de draagkracht); 3. gering vermogen tot eigen regie voeren (in beperkte mate eigen wensen en behoeften duidelijk kunnen maken).
Deze definitie betekent dat de mate van kwetsbaarheid sterk afhangt van de persoonlijke
omstandigheden van een cliënt en zijn huishouden. Het legt daardoor de nadruk op een individuele beoordeling. Het bepalen of een cliënt in de categorie ‘zeer kwetsbaar’ valt, wordt door de GGD beoordeeld in het onderzoek.
3.5 Beoogd resultaat Beschermd Wonen en Beschermd Thuis moet leiden tot een situatie waarin de cliënt weer in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving of wanneer dit niet mogelijk is, een situatie waarin de
cliënt zoveel mogelijk zelfredzaam is en kan participeren in de samenleving. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee hoofddoelen: a). herstel en stabiliteit; b). herstel en uitstroom. Onder deze twee hoofddoelen vallen verschillende subdoelen: a). het bevorderen en herstel van zelfredzaamheid en participatie; b). het bevorderen van het psychisch functioneren; c). stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld; d). voorkomen van opname; e). het bieden van een veilige woonomgeving; f). voorkomen van terugval in de problematiek; g). voorkomen van verwaarlozing, maatschappelijke overlast en het afwenden van gevaar voor de cliënt of voor anderen.
3.6 Procedure: Melding, onderzoek en aanvraag Melding De melding is het startpunt van het onderzoek naar de behoefte aan een maatwerkvoorziening beschermd wonen. Een melding kan schriftelijk, via het meldingsformulier, door of namens de cliënt worden gedaan bij de GGD (beschermd wonen ggz) of het buurtteam (tijdelijk verblijf lvb). Nadat iemand zich heeft
gemeld wordt in eerste instantie door de medewerker van de GGD of het buurtteam bezien of er echt
sprake is van een melding. Zo wordt een informatie- of adviesvraag niet als een melding aangemerkt. Een ontvangstbevestiging wordt binnen maximaal een week na de formele melding verstuurd.
Informatieplicht over cliëntondersteuning
De GGD of het buurtteam wijst voor de start van het onderzoek de inwoner en zijn mantelzorger(s) op de
mogelijkheid om gebruik te maken van cliëntondersteuning via het Zelfregiecentrum, MEE Gelderse Poort, of De Kentering. Cliëntondersteuning houdt in dat cliënten recht hebben op ondersteuning met
informatie, advies en algemene ondersteuning tijdens de melding en het daaropvolgende onderzoek.
Persoonlijk plan en pgb-plan
Na de melding en voordat het onderzoek van start gaat, kan de aanvrager een persoonlijk plan indienen
bij de GGD of het buurtteam waarin hij de omstandigheden beschrijft zoals genoemd in artikel 2.3.2 lid 4 van de Wet en aangeeft waarom beschermd wonen naar zijn mening het meest is aangewezen. De GGD
moet dit plan betrekken bij het onderzoek. Indien cliënt wenst gebruik te maken van het pgb moet hij/zij in aanvulling van het aanmeldingsformulier een pgb-plan opstellen waaruit onder andere moet blijken
waarvoor het pgb wordt gebruikt, waarom de aanvrager een pgb wil, wie de pgb gaat beheren, bij wie de zorg ingekocht zal worden en hoe de kwaliteit en veiligheid van die zorg is gewaarborgd.
Onderzoek (Gesprek) Het onderzoek vindt plaats aan de hand van de elementen uit artikel 5 van de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Nijmegen.
Toelatingscriteria beschermd wonen GGZ De GGD stelt allereerst vast of de cliënt tot de doelgroep behoort waarvoor de maatwerkvoorziening
Beschermd Wonen of Beschermd Thuis is. Dit vindt plaats op basis van de navolgende criteria (aan te halen als toelatingscriteria beschermd wonen). De toekenning tot beschermd wonen is aan de orde wanneer alle volgende criteria van toepassing zijn: a)
b) c)
Leeftijd: de cliënt is 18 jaar of ouder
Nationaliteit: de cliënt heeft de Nederlandse nationaliteit of houdt een rechtmatig verblijf in Nederland;
Aantoonbare psychische problematiek: psychische problematiek is vastgesteld door een ter zake
kundige *4). Daarbij kan sprake zijn van verstandelijke, lichamelijke, of zintuiglijke problematiek, de psychische problemen staan echter op de voorgrond. Voorgaande betekent dat geen
beschermd wonen plaatsen bezet kunnen worden door personen waarbij andere problemen op de d) e)
voorgrond staan;
Niet zelfstandig wonen: als gevolg van de psychische problematiek onder b is de cliënt niet in staat om zelfstandig te wonen;
Geen behandeling: intramurale behandeling voor de psychiatrische aandoening/beperking is
afgerond of staat niet (meer) op de voorgrond. Gebaseerd op de mogelijkheden van de cliënt
staat de op participatie gerichte ondersteuning vanuit de beschermende woonomgeving op de f)
g) h) i)
voorgrond;
Geen acute situatie: geen sprake is van een acute (crisis)situatie in de geestelijke gezondheid en/of op andere levensdomeinen waar als gevolg daarvan mogelijkheden zijn voor crisisopvang/opname in de Zvw;
Verblijf in een 24-uurs setting: noodzakelijk voor de cliënt is verblijf in een instelling met de daarbij behorende zorg door middel van 24-uurs toezicht en/of begeleiding;
Ongeplande zorgmomenten: er doen zich dagelijks meerdere ongeplande zorgmomenten voor omdat sprake is van een hoge mate van onvoorspelbaarheid en/of hoge intensiteit van zorg;
Akkoord: de cliënt accepteert een begeleiding/ontwikkelingstraject dat met inachtneming van zijn mogelijkheden gericht is op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving;
j)
Veiligheidsrisico: de veiligheid van de cliënt en/of zijn omgeving is in het geding. Onder
cliëntveiligheid wordt afwezigheid van onaanvaardbare risico’s voor de cliënt op lichamelijke en/of psychisch en/of sociale schade verstaan. Hierbij valt te denken aan ernstige
gedragsproblematiek die voortdurend moet worden gereguleerd, verbale en/of lichamelijke agressie en/of sterk manipulatief gedrag.
De cliënt, die in aanmerking komt voor beschermd wonen in natura, komt niet in aanmerking voor een
aparte maatwerkvoorziening gericht op ondersteuning bij het huishouden. Bij Beschermd Thuis is géén
noodzaak tot verblijf in een 24-uurs setting vereist, noodzaak voor 24-uurs beschik- en bereikbaarheid om zelfstandig hulp in te roepen bestaat wel. Hierdoor kan de cliënt zelfstandig blijven wonen.
*4) Hiermee wordt één van de beroepen bedoeld: psychiater, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut, specialist ouderengeneeskunde, verslavingsarts in profielregister KNMG, klinisch geriater, verpleegkundig specialist ggz, gz-psycholoog, sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
Toelatingscriteria Tijdelijk Verblijf lvb 18+ I.
Zelfredzaamheidmatrix (ZRM)
Voor een integrale analyse worden de leefgebieden van de ZRM gebruikt om een analyse te maken van de situatie van de cliënt (zie hoofdstuk 2 van deze beleidsregels).
II.
Algemene criteria
Tijdelijk Verblijf lvb 18+ wordt alleen ingezet als alle voorliggende mogelijkheden ontoereikend zijn. Deze worden per ZRM-leefgebied (voor zover nodig) in kaart gebracht: 1. oplossingen vanuit eigen kracht en/of eigen netwerk; 2. algemene voorzieningen; 3. maatwerkvoorzieningen in de vorm van begeleiding en/of dagbesteding; 4. behandeling (tenzij behandeling ontoereikend is gebleken). Als behandeling nodig is, kan deze
geregeld worden via de verlengde Jeugdwet of de Wlz. Begeleiding en het leren omgaan met beperkingen staat voorop bij het verbeteren van het functioneren. Intramurale behandeling voor de psychiatrische
aandoening/beperking is afgerond of staat niet (meer) op de voorgrond. Gebaseerd op de mogelijkheden van de cliënt staat de op participatie gerichte ondersteuning vanuit de beschermende woonomgeving op de voorgrond.
III.
Specifieke criteria
De toekenning tot Tijdelijk Verblijf lvb 18+ is aan de orde wanneer alle volgende criteria van toepassing zijn:
a)
IQ: de cliënt heeft een IQ tussen 50 en 85 in combinatie met (ernstige) gedragsproblematiek;
c)
Nationaliteit: de cliënt heeft de Nederlandse nationaliteit of houdt een rechtmatig verblijf in
b)
d)
Leeftijd: de cliënt is 18 jaar of ouder; Nederland;
Noodzaak tot verblijf in een 24-uurs setting: noodzakelijk voor de cliënt is verblijf in een
instelling met de daarbij behorende zorg door middel van 24-uurs toezicht en/of begeleiding.
Zorg in de nabijheid is noodzakelijk: de cliënt kan zelf niet risico’s inschatten en adequaat en/of op tijd om hulp vragen met als gevolg risico op (zelf)verwaarlozing of overlast;
e)
f)
g) h)
i)
IV.
Afwijzing Wlz: De inschatting is dat de cliënt op termijn in staat is tot zelfstandig (begeleid)
wonen met behulp van zelfstandigheidstraining. Onderlegger hiervoor is een afwijzing op een Wlz-aanvraag;
Intensieve ondersteuning: de cliënt heeft intensieve ondersteuning nodig bij het dagelijks functioneren op verschillende leefgebieden, gericht op ontwikkeling en zelfstandigheid (zelfstandig wonen);
Het toezicht en de intensieve ondersteuning kan niet geleverd worden door ambulante ondersteuners.
Akkoord: de cliënt accepteert een begeleidings-/ontwikkelingstraject dat met inachtneming van zijn mogelijkheden gericht is op het zo snel mogelijk zelfstandig gaan wonen, al dan niet met behulp van ambulante begeleiding;
Geen acute situatie: geen sprake is van een acute (crisis)situatie in de geestelijke gezondheid waar als gevolg daarvan mogelijkheden zijn in de crisisopvang;
Trajectplan – intensiteit begeleiding
Het trajectplan/zorgplan van maximaal 3 jaar is gericht op zelfstandig wonen en bevat doelen per leefgebied en de daaraan gekoppelde activiteiten die halfjaarlijks worden geëvalueerd. In elk
traject/zorgplan zijn in ieder geval doelen opgenomen gericht op opleiding, werk en/of zinvolle
dagbesteding. Op basis van het trajectplan/zorgplan wordt bepaald hoeveel uren begeleiding en daaraan
gekoppeld welke bouwsteen nodig is (tijdelijk verblijf met reguliere of intensieve begeleiding, zie par. 3.3 van deze beleidsregels).
V.
Geen Tijdelijk Verblijf
Bij de afweging of een maatwerkvoorziening tijdelijk verblijf noodzakelijk is moet rekening gehouden worden dat veel algemeen beschikbare en redelijke oplossingen voorhanden zijn die algemeen
gebruikelijk kunnen zijn en die een inwoner zelf kan aanschaffen of inzetten. Tijdelijk Verblijf wordt niet toegekend wanneer de problemen die de cliënt ondervindt in het zich zelfstandig handhaven in de samenleving op te lossen zijn door:
1. eigen kracht of de inzet van algemene voorzieningen: in eerste instantie wordt gekeken of de
problematiek opgelost/verminderd kan worden binnen de eigen mogelijkheden en eigen kracht van de cliënt en/of door inzet van algemene voorzieningen. Een algemene voorziening is
voorliggend op een maatwerkvoorziening. Het betreft voorzieningen waar iedereen, zonder indicatie of andere vorm van toegang, gebruik van kan maken.
2. gebruikelijke hulp: ook bij tijdelijk verblijf wordt het begrip gebruikelijke hulp gehanteerd.
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg, die partners, ouders en inwonende kinderen
geacht worden elkaar onderling te bieden, omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden hebben. Alleen wanneer sprake is van een situatie waarbij de begeleiding de gebruikelijke hulp substantieel overschrijdt is tijdelijk verblijf van toepassing.
3. andere of algemene voorzieningen: het is mogelijk dat andere voorzieningen meer passend zijn. Er is een afbakening met zowel lichtere als zwaardere vormen: a)
ambulante maatwerkvoorzieningen (Wmo), m.n. begeleiding;
c)
extramurale ggz-behandeling of persoonlijke verzorging (Zvw);
b) d) e) f)
maatschappelijke opvang (Wmo);
intramurale ggz-behandeling (Zvw); langdurige intramurale zorg (Wlz);
beschermd wonen op forensische titel (Wet forensische zorg).
4. dakloos: het (feitelijk) dakloos zijn of slachtoffer zijn van huiselijk geweld is op zichzelf geen grond voor de toegang tot beschermd wonen.
Onderzoeksverslag Het college verstrekt de cliënt of diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van ‘het gesprek’ en het onderzoek. Feitelijk is dit het verslag van het gesprek met de cliënt. In het
verslag staat een ondersteuningsadvies dat passend is bij de zorgvraag. Als uit het onderzoek blijkt dat
beschermd wonen niet de juiste vorm van ondersteuning is, wordt een passend advies gegeven en zorgt de GGD of het buurtteam voor een goede overdracht. Voor beschermd wonen wordt aangegeven voor welke termijn de bewoner welke vorm van ondersteuning en (indien bekend) bij welke zorgaanbieder ontvangt.
Aanvraag Indien na het gesprek blijkt dat een maatwerkvoorziening beschermd wonen nodig is, dient deze officieel te worden aangevraagd. De aanvraag voor beschermd wonen wordt door de GGD gedaan namens de
bewoner (of gemachtigde/wettelijk vertegenwoordiger). Pas na verstrekking van een verslag kan een aanvraag voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen worden gedaan (artikel 2.3.2. lid 9 Wmo), tenzij: 1. 2.
het onderzoek niet is uitgevoerd binnen 6 weken;
er naar het oordeel van de GGD sprake is van een spoedeisende situatie (bijv. na klinische opname/ziekenhuisopname).
De aanvraag moet schriftelijk ingediend worden bij het college van Nijmegen. De afhandelingstermijn voor de aanvraag bedraagt 2 weken.
Verstrekkingsvorm Als ondersteuning via de maatwerkvoorziening beschermd wonen noodzakelijk is kan deze worden
verstrekt in de vorm van zorg in natura door één van de gecontracteerde zorgaanbieders waarmee de
centrumgemeente afspraken heeft gemaakt. Beschermd Wonen kan ook in pgb worden verstrekt. Hier zijn
echter voorwaarden aan verbonden (zie hoofdstuk 5 van deze beleidsregels). Tijdens het onderzoek wordt aan de cliënt of diens vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb.
Duur toekenning De decentralisatie van beschermd wonen, GGZ-cliëntgroep, heeft onder andere tot doel mensen niet
langer dan nodig institutioneel en beschermd te laten wonen. Door het stimuleren van de eigen kracht en het uitgaan van de eigen mogelijkheden van de cliënt kan de huidige gemiddelde verblijfsduur mogelijk worden bekort. Het stellen van een geldigheidsduur van de toekenning op beschermd wonen voor
maximaal 3 jaar ligt in de rede. Dit om sturing te geven aan het structureel begeleiden van mensen in beschermd wonen en daar waar het kan mensen daadwerkelijk de kans te geven door te stromen.
Daarnaast is een geldigheidsduur die te overzien is van belang in verband met de Wlz die op termijn
toegankelijk wordt voor de zzp ggz C-groep. Voor de zorgverstrekking in pgb hanteren we een duur van maximaal 2 jaar.
Hoofdstuk 4 Beleidsregels maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 4.1 Inleiding De maatschappelijke opvang en vrouwenopvang hebben als taak het bieden van tijdelijk en veilig verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd. De kerntaak van de opvang richt zich op het bieden van een vangnet en een stuk nazorg. Nijmegen is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de
maatschappelijke- en vrouwenopvang in de regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland. Opvang kan bestaan uit verschillende fasen: preventie, opvang en herstel. In de fasen van preventie en herstel wordt meestal
intensieve, maar wel extramurale ambulante begeleiding geboden aan mensen die zelfstandig wonen. Het gaat hierbij om een kwetsbare groep mensen. Het zijn vaak mensen die bijvoorbeeld dreigen dakloos te
worden of sterk afglijden. Het kunnen ook mensen zijn die dakloos geweest zijn of in de opvang hebben gezeten, en nu weer de stap maken naar zelfstandig wonen met begeleiding. Bij de vrouwenopvang gaat het om mensen die opvang nodig hebben omdat er sprake is van huiselijk geweld en/of geweld in afhankelijkheidsrelatie en er een veilig onderdak nodig is.
4.2 Doelgroep Maatschappelijke opvang is bij uitstek de voorziening voor mensen met complexe psychische of
psychosociale en/of verslavingsproblemen die zo ernstig zijn dat zij geen dak (meer) boven hun hoofd
hebben en niet in staat zijn zelf, of met hulp vanuit hun netwerk of lichtere vormen van voorzieningen,
hun situatie weer zo ver op orde te brengen dat zij zich weer kunnen redden in de samenleving. Het kan gaan om mensen met ernstige psychosociale problemen, die naast een (t)huis, vooral behoefte hebben
aan intensieve vormen van begeleiding. Daarbij gaat het om verschillende leefgebieden zoals financiën, wonen, sociale relaties, justitie e.d. en om de weg terug te vinden naar een meer zelfstandig bestaan. Vrouwenopvang is bij uitstek een voorziening voor vrouwen bij wie sprake is van een onveilige
thuissituatie en/of er sprake is van machtsmisbruik in een afhankelijkheidsrelatie, waardoor enkel door opvang veiligheid kan worden geboden.
Zorgmijders
Een specifieke groep binnen de maatschappelijke opvang zijn ‘zorgmijders.’ Hierbij gaat het om mensen
met ernstige psychosociale problemen en/of ernstige verslaving en/of een (licht) verstandelijke beperking die niet om zorg vragen, geen zorg accepteren en zorginstellingen mijden. Naast het voorzien in de eerste levensbehoeften en in kaart brengen van de problematiek heeft opvang ook als functie om
vertrouwen te winnen en op basis van een diagnose de persoon toe te leiden naar passende zorg.
Beoogd resultaat Maatschappelijke opvang is altijd gericht op een tijdelijk verblijf, met als doelstelling om iemand weer in staat te stellen zich zelfstandig of met lichte ondersteuning te redden in de samenleving: a)
b) c)
De maatwerkvoorziening opvang gaat om 24-uursverblijf.
Tijdelijk verblijf voor personen die dakloos of thuisloos zijn, omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding.
De begeleiding is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie binnen de kaders van de ondersteuningsbehoefte voor zover haalbaar voor de doelgroep. In het kader van opvang
in verband met huiselijk geweld kan dit bijvoorbeeld betekenen dat de participatie laag is d)
vanwege het gebruik van een geheim adres en (dreigend) gevaar voor de eigen veiligheid.
Bij de Vrouwenopvang is de begeleiding gericht op het stopzetten van geweld, ook na opvang.
Wanneer de cliënt een zorgondersteuning heeft waarbij opvang wordt aangemerkt als een passende maatwerkvoorziening, heeft het verblijf de volgende doelstellingen: a)
Het bevordert de zelfredzaamheid en participatie.
c)
Het wendt gevaar af voor de cliënt en/of anderen.
b)
Het voorkomt verwaarlozing of maatschappelijke overlast.
In het geval van opvang in verband met huiselijk geweld staat de veiligheid van de cliënt voorop.
4.3 Toegang Het college heeft het onderzoek voor maatschappelijke opvang gemandateerd aan de GGD Gelderland-
Zuid. Toegang tot de vrouwenopvang is gemandateerd aan Moviera. Cliënten kunnen zich rechtstreeks tot de opvanginstellingen wenden waarmee Nijmegen als centrumgemeente afspraken heeft. Het onderzoek
wordt door de GGD (Centrale toegang maatschappelijke opvang) of Moviera (vrouwenopvang) uitgevoerd. In de regio rijk van Nijmegen en Rivierenland werken we bij maatschappelijke opvang conform de regels zoals benoemd in de ‘model-beleidsregels landelijke toegankelijkheid van de maatschappelijke opvang voor ingezetenen van Nederland 2019’. De algemene principes van de Wmo zoals gebruik maken van
eigen kracht, het sociale netwerk, rekening houden met voorzienbare omstandigheden e.d. zijn ook hier van toepassing. Als iemand bijvoorbeeld zijn woning verloren heeft, maar bij familie of vrienden kan
overnachten, is opvang niet nodig. Opvang is tevens geen hostel voor mensen die bijvoorbeeld op reis zijn en een goedkope overnachtingsplek zoeken.
4.3.1 Algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen Binnen de opvang kan onderscheid worden gemaakt tussen algemene en maatwerkvoorzieningen. Onder algemene voorzieningen vallen de dag- en nachtopvang en bemoeizorg. Onder maatwerkvoorzieningen
vallen alle vormen van voltijdopvang, de crisisopvang en vrouwenopvang en begeleidingstrajecten tijdens (bijv. budgetbeheer) of na opvang (bijv. woonbegeleiding). De algemene voorzieningen in de gemeente zijn in principe toegankelijk voor iedereen met (dreigende) dak- of thuisloosheid, een lichte
toegangstoets wordt door de zorgaanbieders uitgevoerd. De toets bestaat uit het nagaan of de cliënt tot de doelgroep, namelijk (dreigend) dak- of thuisloos, behoort. De algemene voorzieningen zijn voorliggend op maatwerkvoorzieningen.
4.3.2 Beoordeling – melding en (eerste) opvang Maatschappelijke opvang In de kern is de maatschappelijke opvang bedoeld voor mensen die nergens anders terecht kunnen en die gebaat zijn bij tijdelijke ondersteuning voor het zoeken naar een duurzame oplossing op alle
leefgebieden (ZRM-domeinen). Het is de taak om mogelijke uitval/terugval vroegtijdig te signaleren (preventie) en om gevonden oplossingen te helpen waarborgen (nazorg). Eerst wordt beoordeeld of
iemand in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. Die beoordeling vindt plaats op basis van toelatingscriteria: 1.
De persoon heeft de Nederlandse nationaliteit, of houdt als vreemdeling rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
Toelichting: In uitzonderlijke situaties wordt ook aan ‘niet rechthebbenden’ tijdelijk toegang verleend tot de maatschappelijke opvang. Het gaat om situaties die mensonterend zijn, of waarbij zonder opvang
kinderen (jonger dan 18 jaar) op straat zouden moeten verblijven. Grondslag hiervoor is de werking van
de internationale mensenrechtenverdragen, met name artikel 8 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM); 2.
De persoon is feitelijk of residentieel dakloos, al dan niet voorafgaand aan opname in (psychiatrisch) kliniek, of aan detentie;
Toelichting: Om vast te kunnen stellen of iemand feitelijk dan wel residentieel dakloos is wordt de
woongeschiedenis van de persoon in beeld gebracht met behulp van de zogenoemde ZRM. Met de ZRM kan een triagist een gestandaardiseerde beoordeling geven van de zelfredzaamheid van een
persoon. Onder zelfredzaamheid wordt daarbij verstaan: het vermogen om zich te kunnen redden in de huidige situatie op het gespecificeerde levensdomein. Het betreft daarbij de volgende
levensdomeinen: inkomen, dagbesteding, huisvesting, gezinsrelaties, geestelijke gezondheid, fysieke gezondheid, verslaving, ADL vaardigheden, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie. 3. 4. 5.
6.
De persoon is beperkt zelfredzaam op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en De persoon beschikt niet over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiele dakloosheid op kunnen heffen;
In die situaties waarin terstond maatschappelijke opvang noodzakelijk is, beslist het college
onverwijld tot verstrekking van een voorziening maatschappelijke opvang in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de cliënt;
Indien het college niet onverwijld maatschappelijke opvang kan bieden waar dit wel terstond
noodzakelijk is, treft het college maatregelen om onverwijld op een andere wijze of in een andere gemeente of regio tijdig te voorzien in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang.
Als een persoon voldoet aan bovenstaande criteria, wordt vervolgens beoordeeld in welke gemeente
of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel) van de cliënt. Als de regio Nijmegen de aangewezen plek voor opvang is, wordt vervolgens bij de
plaatsing altijd voor de lichtst mogelijke oplossing gekozen, passend bij de mogelijkheden van de
persoon. Om te bepalen in welke regio de kans op een succesvol traject voor de persoon het grootst is, wordt gekeken naar de volgende feiten en omstandigheden: 1.
De aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden). Er kunnen ook redenen
2.
Woonplaatsbeginsel: primair wordt gekeken wat de woonplaats was van de cliënt voor het
zijn om de persoon juist uit zijn oude sociale netwerk te halen;
ontstaan van dakloosheid. De woonplaats is hierbij de gemeente waarvan de cliënt ingezetene is in de zin van de Wet basisregistratie personen dan wel de woonplaats waarvan de cliënt
onmiddellijk voorafgaande aan de melding ingezetene was in de zin van de Wet basisregistratie
personen. Ingeval de woonplaats niet op grond van de onderdelen wet basisregistratie personen kan worden vastgesteld wordt de plaats van het werkelijke verblijf van de cliënt op het moment van de melding gehanteerd als ‘woonplaats’. De plaats waar de cliënt eerder gebruikt heeft 3.
gemaakt van ondersteuning;
Indien wordt vastgesteld wat de woonplaats was van de cliënt vóór het ontstaan van dakloosheid, wordt de uitvoering van het onderzoek in beginsel overgedragen aan deze gemeente van
herkomst (dan wel het regionaal samenwerkingsverband maatschappelijke opvang waartoe de
gemeente van herkomst behoort). Tot aan het moment van daadwerkelijke overdracht van de cliënt blijft het college maatschappelijke opvang bieden, dan wel blijft het college andere maatregelen treffen om op een andere wijze te voorzien in de behoefte van de cliënt aan 4. 5.
maatschappelijke opvang;
Bekendheid bij de hulpverlening, zorginstellingen, en/of maatschappelijke opvang-instellingen;
De voorkeur van de burger: gegronde redenen om tegemoet te komen aan de wens van de burger om in een bepaalde gemeente/regio te worden opgevangen.
Deze criteria zijn niet sluitend, noch limitatief, maar richtinggevend. Toelichting: Indien gedurende het onderzoek, blijkt dat een traject in de maatschappelijke opvang
mogelijk of waarschijnlijk in een andere gemeente of regio de grootste kans van slagen heeft, betrekt het college deze gemeente bij het onderzoek. Het college maakt met de andere gemeente of regio en de cliënt voorts concrete afspraken over: de datum van overdracht; welke aanbieder de cliënt
maatschappelijke opvang, dan wel andere ondersteuning die in de behoefte van de cliënt aan
maatschappelijke opvang voorziet, zal bieden in de andere gemeente of regio; hoe het vervoer van de
cliënt en eventuele reisbegeleiding plaatsvindt. Indien de cliënt weigert medewerking te verlenen aan de bedoelde overdracht, kan het college overgaan tot weigering van de aanvraag tot een voorziening maatschappelijke opvang.
Bij verschil van mening tussen het college en de andere gemeente of regio over de vraag welke gemeente
of regio verantwoordelijk is voor het bieden van maatschappelijke opvang aan de cliënt, spant het college zich maximaal in om tot een oplossing te komen. Indien het college én de andere gemeente of regio niet
tot een oplossing komen, kan het college het geschil voorleggen aan de Commissie Geschillen Landelijke toegankelijkheid. In afwachting van het oordeel van de commissie blijft het college een voorziening
maatschappelijke opvang bieden, dan wel op andere wijze voorzien in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang. Het college volgt in het geschil het oordeel van de commissie.
Vrouwenopvang
In aanvulling op het voorgaande geldt specifiek voor vrouwenopvang het volgende. Vrouwenopvang is
bedoeld voor mensen die zich in een gewelddadige thuissituatie bevinden en die gebaat zijn bij tijdelijke opvang. Deze tijdelijke opvang heeft ten eerste het doel het geweld acuut te stoppen. Ten tweede biedt de vrouwenopvang ondersteuning bij het zoeken naar een oplossing om het geweldig duurzaam te stoppen. Moviera beoordeelt toegang op basis van een gestandaardiseerde risicoscreening.
4.3.3 Weigeringsgronden Toegang tot een opvangvoorziening kan worden geweigerd wanneer: a)
Een cliënt zich (na toegang tot de opvangvoorziening) niet houdt aan de huisregels (bijv. bij
b)
Een cliënt onveiligheid en overlast veroorzaakt;
c)
d)
vertoon van geweld en agressief gedrag);
Een cliënt niet bereid is om mee te werken aan een passend ondersteuningstraject;
Er sprake is van tegenstellende indicaties waardoor een opvangtraject geen geschikte vorm van maatschappelijke ondersteuning voor belanghebbende is (bijv. vanwege ernstige verslaving of acute psychische problematiek, waarvoor behandeling met opname in een instelling of kliniek
e) f)
noodzakelijk is);
De cliënt zich ernstig misdraagt jegens andere cliënten in de opvang of richting medewerkers van de opvanginstelling;
De eigen bijdrage (na veelvuldige waarschuwingen) niet betaald wordt;
g)
Bij vrouwenopvang geldt daarnaast een weigeringsgrond als er geen sprake is van huiselijk geweld en/of geweld in een afhankelijkheidsrelatie.
4.3.4 Aanbod Het aanbod maatschappelijke opvang is gericht op het (weer) zelfstandig kunnen wonen. Indien burgers toch in de opvangvoorziening geplaatst worden, is het van belang de verblijfsduur zo kort mogelijk te laten zijn. Daarom wordt er bij plaatsing niet alleen ‘bed, bad en brood’ geboden, maar ook een
trajectplan opgesteld. Hierin worden afspraken gemaakt over zorg en ondersteuning door betrokken
professionals en de verantwoordelijkheid van de cliënt gedurende het traject en daarna. Dit trajectplan is erop gericht de cliënt zo snel als mogelijk weer de regie over zijn of haar eigen leven te laten krijgen. Bij
de uitplaatsing is het belangrijk om te komen tot een soepele overname van zorg en ondersteuning door het lokale netwerk.
Het traject in de vrouwenopvang is erop gericht om zo snel mogelijk weer zelfstandig te kunnen gaan wonen in een veilige thuissituatie.
4.3.5 Verstrekking Opvang betreft een voorziening (deels algemeen en deels maatwerk) voor dak- en thuisloze burgers in
nood. De voorziening is voor iedereen in natura toegankelijk die voldoet aan de genoemde criteria. Een
persoonsgebonden budget is niet mogelijk voor opvang. In de eerste plaats is er bij opvang veelal sprake van een crisissituatie waarbij directe opvang noodzakelijk is. Daarnaast zijn er uit oogpunt van doelmatigheid bezwaren tegen het verstrekken van een pgb voor opvang vanwege de lage zelfredzaamheid van de doelgroep.
4.3.6 Eigen bijdrage Cliënten betalen voor het gebruik van algemene voorzieningen geen inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Voor de algemene voorzieningen kan door de instelling een bijdrage geheven worden die niet hoger is dan de kostprijs (bijvoorbeeld bijdrage voor maaltijden, beddengoed, douchen, wasmachine etc.).
Voor maatwerkvoorzieningen geldt dat burgers wel een inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen. De
eigen bijdrage is inkomensafhankelijk. Daarbij dient de burger altijd minimaal de zak- en kleedgeldnorm uit de Participatiewet over te houden.
De bijdrage wordt geïnd door de gemeente waar de burger in een voorziening verblijft indien de
betreffende burger gebruik maakt van een uitkering in het kader van de Participatiewet. De eigen
bijdragen worden overgemaakt naar de instellingen. Indien de burger een andere vorm van inkomsten heeft, wordt de bijdrage door de instelling voor maatwerkvoorzieningen, namens de gemeente, voor opvang geïnd.
Hoofdstuk 5 Criteria persoonsgebonden budget (pgb) In de Verordening Wmo en Jeugd 2023 van de gemeente Nijmegen zijn de hoofdlijnen voor het
verstrekken van een pgb vastgelegd. Ook is hierin bepaald dat het college nadere regels kan stellen onder welke voorwaarden een pgb wordt verstrekt en over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. In deze regels is dit verder uitgewerkt.
Op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet kunnen cliënten onder voorwaarden kiezen voor een pgb in plaats van zorg in natura. Een pgb kan een geschikt instrument zijn voor de cliënt om zijn leven naar eigen wensen en behoeften in te vullen. Het is een verstrekkingsvorm die bij uitstek geschikt is voor
mensen die zelf en/of met behulp van een vertegenwoordiger de regie over hun leven kunnen voeren. Voor de doelgroep van maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen Jeugdhulp geldt in een aantal gevallen, bij beschermd wonen vaak, dat zij voor het adequaat beheren en correct besteden van een pgb niet altijd zelf over de daarvoor benodigde kennis en vaardigheden beschikken. Het betreft
immers een zeer kwetsbare groep burgers, die (vaak) onvoldoende in staat is om de regie te voeren over
de inkoop van passende ondersteuning en doorgaans niet vertrouwd is met de details van de regelgeving daaromtrent. Daarom verstrekken we alleen een maatwerkvoorziening in de vorm van pgb, als uit het
onderzoek blijkt dat de cliënt (evt. met ondersteuning van een vertegenwoordiger) bewust voor een pgb kiest en voldoende bekwaam is om de aan de pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren.
5.1 Eigen regie Binnen het pgb geldt als voorwaarde dat de cliënt in staat moet zijn regie te voeren over diens situatie en het beheer van het pgb. Het ‘regie voeren’ houdt in dat mensen een plan moeten kunnen opstellen,
kunnen motiveren waarom zij een pgb willen en dat zij in staat zijn om opdrachtgever/werkgever te zijn. In het plan zal dan ook moeten worden aangegeven wie de regie voert over het pgb en hoe dit wordt vormgegeven.
Of iemand in staat is tot regievoering hangt af van de aard en mate van de ervaren beperking. De
professional maakt deze beoordeling. De GGD of het buurt- of regieteam zal in haar onderzoek moeten beoordelen of het verantwoord is om een pgb te verstrekken. Dit hangt af van de mogelijkheden van de cliënt om (zelf of met behulp van anderen) de daaraan verbonden taken goed uit te voeren. Met andere
woorden: wanneer een cliënt aangeeft dat hij zorg wil inkopen via een pgb, vindt een toets plaats op de bekwaamheid tot regie van de cliënt en het vertrouwen dat de door cliënt voorgestelde invulling van voldoende kwaliteit is en tot de beoogde resultaten leidt.
De uitkomst van de weging kan van persoon tot persoon verschillen, het is altijd een individuele weging. In essentie draait het om de vraag of geborgd is dat het budget ten goede komt aan de gewenste
ondersteuning en aan de kwetsbare persoon die ondersteuning nodig heeft. Dit kan ertoe leiden dat in sommige situaties toch geen ondersteuning in de vorm een pgb wordt verstrekt.
Informatieplicht aanvragers Het is van belang dat burgers vooraf goed weten wat het pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden ze daarbij hebben. Naast dat burgers worden ingelicht over de mogelijkheid van een pgb, wordt de burger
vooraf ook volledig ingelicht over de gevolgen van de keuze voor een pgb en de voorwaarden die hieraan verbonden zijn.
5.2 Voorwaarden De keuze voor een pgb dient altijd een bewuste en vrijwillige keuze van de aanvrager te zijn. Uitgangspunt is dat een pgb alleen wordt verstrekt, indien de cliënt voldoet aan de volgende voorwaarden: 1)
cliënt kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) zijn pgb beheren;
2)
cliënt kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) zijn
3)
cliënt kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener)
4) 5)
belangen behartigen;
passende zorg inkopen;
cliënt kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) een zorg- en budgetplan opstellen ter ondersteuning van de aanvraag voor een pgb;
de zorg die wordt ingekocht met het pgb voldoet aan de kwaliteitseisen zoals die ook voor de gecontracteerde aanbieders gelden.
Voor de beoordeling van deze voorwaarden hanteert het college de volgende richtlijnen, die worden
getoetst in het gesprek. De GGD (Beschermd Wonen Wmo), de Buurtteams, het regieteam (overige Wmo-
maatwerkvoorzieningen en jeugdhulp) of de Wmo-consulent voert de beoordeling van deze voorwaarden uit op basis van het pgb-plan.
Ad 1: Bekwaamheid van de aanvrager Om na te gaan of cliënt, op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, op een verantwoorde
wijze kan omgaan met een pgb wordt de bekwaamheid vooraf beoordeeld door de GGD of het buurt- of regieteam. De beoordelingscriteria zijn: a)
b) c)
aanvrager is voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de ondersteuningsvraag: een persoon moet duidelijk kunnen maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn;