CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 20 december 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024 (132/2023)30.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen,

gelet op Hoofdstuk 2, paragraaf 1, 2 en 3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en op hoofdstuk 2, artikelen 2.1, 2.3 en 2.9 van de Jeugdwet;

gelet op het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; gelet op het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind;

besluit vast te stellen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen De Wmo 2015 en Jeugdwet leggen de nadruk op de eigen kracht en samenredzaamheid. Mensen komen zelf tot oplossingen op basis waarvan wordt bepaald op welke punten aanvullend een maatwerkvoorziening nodig is (zie par. 1.4).

Waar een burger niet meer in staat is om zelf of samen met het sociale netwerk te voorzien in zijn of haar zelfredzaamheid en participatie, kan hij of zij een beroep doen op een Wmo-maatwerk- of

Jeugdhulpvoorziening. Vóór dit toegekend wordt, wordt eerst gekeken naar de (eigen) mogelijkheden van de cliënt, de mogelijkheden van het netwerk rond de cliënt, een inzetbare vrijwilliger, de beschikbaarheid

van algemene voorzieningen, de mogelijkheid om gebruik te maken van voorzieningen in zijn buurt (zoals het consultatiebureau, een maaltijdservice, een boodschappendienst of klussendienst) of van overige voorzieningen die het college ter beschikking stelt.

Van belang is het verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven. Dit betekent bijvoorbeeld dat iedere burger ervoor moet zorgen dat hij voldoende is verzekerd. Tevens moet een burger zich rekenschap

geven van en anticiperen op wat vaak inherent is aan nieuwe levensfases. Bij iedere levensfase horen bijvoorbeeld andere wensen ten aanzien van de toegankelijkheid van de woning, de grootte van de

woning, de bereikbaarheid van winkels en voorzieningen. Een burger moet hierop anticiperen door tijdig

maatregelen te nemen om voorbereid te zijn op een nieuwe levensfase. Ook zal hij bereid moeten zijn zelf te investeren in bepaalde hulpmiddelen die hij kan kopen in een gewone winkel of een thuiszorgwinkel,

zoals een sta-op-stoel, een wandelstok of een rollator. Dit zijn hulpmiddelen die de Rijksoverheid in het

verleden bewust uit het hulpmiddelenpakket van de Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) heeft gehaald: zij

zijn betaalbaar, worden veel gebruikt en/of passen binnen een bepaalde levensfase. Feitelijk hebben deze hulpmiddelen hiermee een algemeen gebruikelijk karakter gekregen.

1.2 Begeleiding, dagbesteding en Jeugdhulp Hoewel bij het CIZ onder de AWBZ ruime ervaring is opgedaan bij het indiceren van Begeleiding, is het niet mogelijk en wenselijk om de door hen ontwikkelde indicatieprotocollen over te nemen. De reden hiervoor is tweeledig: 1.

De AWBZ-indicatie was gebaseerd op een grondslag. De Wmo en de Jeugdwet kennen geen

grondslagen: in de Wmo en de Jeugdwet is diagnose niet leidend. Vastgesteld wordt wat de beperkingen zijn, welke hulp nodig is, waarna via het zogenaamde trechtermodel wordt

beoordeeld wat de aanvrager zelf of met (gebruikelijke) hulp van de eigen omgeving kan oplossen, wat met algemene voorzieningen kan worden opgelost en tenslotte waarvoor maatwerkvoorzieningen of individuele voorzieningen noodzakelijk zijn. 2.

De taken zijn niet alleen overgeheveld van de AWBZ naar de Wmo 2015 en Jeugdwet; er moet

daadwerkelijk een transformatie plaatsvinden. De opdracht aan gemeenten is om te onderzoeken hoe de bestaande vormen van o.a. begeleiding anders, dichterbij de cliënt kunnen worden

georganiseerd en om nieuwe vormen van hulp en ondersteuning voor de diverse doelgroepen te ontwikkelen. Organiseren van preventieve hulp is hier tevens onderdeel van.

In de Jeugdwet is de verantwoordelijkheid van de gemeenten uitgebreid met de voorheen provinciale

(geïndiceerde) jeugdzorg, de gesloten jeugdzorg, geestelijke gezondheidzorg voor kinderen en jongeren (jeugd-ggz), zorg voor jeugd met een lichte verstandelijke, somatische/lichamelijke en/of zintuiglijke beperking, en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

Wanneer een jeugdige of een ouder een hulpvraag heeft, wordt eerst vastgesteld welke hulpvraag dat is.

Vervolgens worden de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen in kaart

gebracht, en welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige. Vervolgens wordt net zoals in de Wmo beoordeeld wat de jeugdige zelf of met (gebruikelijke) hulp van de eigen omgeving kan oplossen,

wat met algemene voorzieningen kan worden opgelost en tenslotte waarvoor individuele voorzieningen

noodzakelijk zijn. Doel van het inzetten van een individuele voorziening is de jeugdige in staat te stellen: 1.

gezond en veilig op te groeien;

3.

voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren,

2. 4.

te groeien naar zelfstandigheid, en

rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.

Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten voor zover noodzakelijk in verband met een

medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden.

Deze beleidsregels betreffen alleen vrijwillige jeugdhulp. Voor gedwongen jeugdhulp gelden andere

werkprocessen, die zijn vastgelegd in documenten en contractafspraken met de daartoe gecertificeerde instellingen, welke voortvloeien uit de bovenregionale afspraken van de Gelderse Verbeteragenda (www.gvjb.nl).

1.3 Mantelzorgondersteuning Mantelzorgers dragen vaak in belangrijke mate bij aan de zelfredzaamheid en participatie van burgers en aan de mate waarin hun naasten nog in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. De

mantelzorger is vertrouwd voor de cliënt die ondersteuning behoeft en daardoor wordt deze vaak beter geaccepteerd dan professionele ondersteuning.

Een groot risico van mantelzorg is dat mantelzorgers worden overbelast. Om dat te voorkomen kan ondersteuning aan de mantelzorger worden geboden. Bijvoorbeeld door de cliënt voor 1 of meer

dagdelen per week naar de dagbesteding te laten gaan, zodat de mantelzorger even iets voor zichzelf kan doen. Ook respijtzorg is mogelijk, bijvoorbeeld als de mantelzorger op vakantie gaat. In dat geval wordt de mantelzorg tijdelijk overgenomen door een professionele

hulpverlener. In het algemeen kan Mantelzorg Nijmegen van Sterker Sociaal Werk informatie geven over de mogelijkheden om mantelzorgers te ondersteunen.

Onder voorwaarden kan een cliënt ook één of meerdere etma(a)l(en) per week worden opgenomen in een instelling. Het belangrijkste criterium daarbij is dat de cliënt ’s nachts toezicht nodig heeft en niet alleen

gelaten kan worden. In dat geval kan het overigens ook zo zijn dat de cliënt in aanmerking komt voor de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz), waarmee een voorziening vanuit de Wmo niet meer gegeven hoeft te worden.

In onderstaand schema staat welke vormen van kortdurende opname/verblijf er zijn en onder welke wet deze vallen (zie ook de Informatiekaart spoedzorg d.d. juli 2015 van de VNG):

Wet

Wmo 2015/ Jeugdwet

Wlz (mensen die met een Wlz-indicatie

Zvw

thuis wonen) Benaming

Respijtzorg/logeeropvang

Logeeropvang als

onderdeel van de Wlzindicatie

Voor wie

verblijf

Mensen met Wmo 2015 of

Mensen met Wlz

Mensen met tijdelijke

het ontlasten van de

wonen (incl. groep

noodzakelijk verblijf

Jeugdzorg ten behoeve van mantelzorg

Aandachtspunten

Kortdurend eerstelijns

indicatie die thuis

‘Wlz indiceerbaren’)

Kortdurend verblijf en

Maximaal 2 etmalen

mogelijkheden om

alleen in te kopen bij

dagbesteding zijn

mantelzorgers tijdelijk te ontlasten

behoefte aan medisch

per week. Met pgb

toegelaten instellingen

Om de mantelzorger daar waar nodig tijdelijk te ontlasten en daarmee te voorkomen dat de mantelzorger overbelast raakt, kunnen mantelzorgers in aanmerking komen voor tijdelijke huishoudelijke hulp. Dit

geldt ook voor mantelzorgers die mantelzorg verlenen die valt onder de Jeugdwet. Voor de voorwaarden wordt verwezen naar bijlage 3 van deze beleidsregels.

Lokaal mantelzorgcompliment In de verordening is opgenomen dat het college zal zorgdragen voor een passende jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorger. Mantelzorgontvangers die zich langdurig inzetten voor een cliënt

kunnen via het digitale loket van gemeente Nijmegen een verzoek doen voor een mantelzorgcompliment. Het geldbedrag wordt uitbetaald aan de zorgvrager waarbij jaarlijks één compliment per cliënt kan worden uitgekeerd. De criteria voor het mantelzorgcompliment zijn:

-

De mantelzorg betreft boven-gebruikelijke hulp (zie bijlage 1 van deze beleidsregels wat betreft

-

Meer dan 8 uur per week mantelzorg volgens artikel 1.1.1. Wmo;

-

hulp bij het huishouden);

Er is sprake van een langdurige zorgsituatie van minimaal een periode van één jaar; Er is geen sprake van vrijwillige keuze.

Respijtzorg Respijtzorg is een overkoepelende term voor verschillende vormen van ondersteuning, bedoeld om

ouders in staat te stellen om hun rol als verzorgers en opvoeders te blijven vervullen. Hierbij kan gedacht worden aan het bieden van tijdelijke opvang voor kinderen tot het inzette van informele zorg thuis. De zorg voor een jeugdige is echter een wettelijke taak van ouders.

Respijtzorg kan alleen worden ingezet voor ouders in de zin van de Jeugdwet en kan dus niet worden ingezet ter ontlasting van pleegouders.

Met permanent toezicht wordt niet regulier ouderlijk toezicht bedoeld. Bij permanent toezicht kan gedacht worden aan: •

Jeugdige met zware fysieke beperkingen

•

Jeugdige bij wie continu hulp en begeleiding bij alle dagelijkse taken nodig is

•

Jeugdige waarbij het noodzakelijk is om te kunnen ingrijpen bij gedragsproblemen, veroorzaakt door een psychiatrische beperking of een verstandelijke handicap.

•

De inzet van respijtzorg door Buurtteams Jeugd en Gezin wordt altijd besproken in een casuïstiekoverleg, en de rechtmatigheid wordt gecontroleerd door een teamleider.

1.4 Buurtteams, Wmo-consulenten en ouderenadviseurs De Nijmeegse situatie kenmerkt zich door het gegeven dat de coördinerende werkzaamheden binnen de Wmo 2015 en Jeugdwet worden uitgevoerd in de multidisciplinaire Buurtteams Jeugd & Gezin en

Volwassenen. De Buurtteams bieden kortdurende en langdurige ondersteuning en begeleiding (zonder indicatie, in de vorm van een algemene voorziening) en voeren indien nodig onderzoek uit naar de

behoefte aan een maatwerkvoorziening. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het voeren van (een) gesprek met de cliënt en zijn of haar netwerk, waarvan de uitkomst wordt opgenomen in het

onderzoeksverslag. Ook de regieteams en het Veiligheidshuis zijn aangewezen om het onderzoek in het kader van een aanvraag voor een maatwerk- of jeugdhulpvoorziening uit te voeren. Het onderzoeksverslag vormt de basis voor de aanvraag van een maatwerkvoorziening.

De indicatiestelling van ‘klassiek Wmo’, zoals de huishoudelijke hulp en hulpmiddelen loopt via Wmoconsulenten van de gemeente.

Ouderenadviseurs ondersteunen ouderen (65+) met ouderdomsklachten , hebben een coördinerende rol voor ouderen en kunnen, in overleg met Buurtteams Volwassenen en Wmo-consulenten, toeleiden naar maatwerkvoorzieningen (ambulante Wmo-begeleiding respectievelijk ‘klassieke Wmo’ – dagbesteding voor ouderen is zonder indicatie toegankelijk).

1.5 Het gesprek Voor ‘het gesprek’, waarvoor in de praktijk ook meerdere gesprekken nodig kunnen zijn, ligt het accent op zorgvuldigheid en transparantie. Het gesprek heeft als doel: -

Het helder maken wat de ervaren beperkingen zijn en welke keuzes al zijn gemaakt aan de hand van de onderwerpen die in het gesprek en onderzoeksverslag aan bod moeten komen. Uit het

onderzoeksverslag moet duidelijk worden in hoeverre de behoeften en gewenste resultaten beantwoord kunnen worden met eigen kracht, algemeen gebruikelijke voorzieningen,

mantelzorg, algemene voorzieningen, en/of voorzieningen uit de Zvw. Vervolgens blijft over op welke punten een maatwerk- of jeugdhulpvoorziening nodig is.

Bij het gesprek volgen de buurtteams de volgende werkwijze: -

Als er sprake is van het aflopen van de periode waarvoor zorg is toegekend, dient de cliënt

-

Het door de cliënt eventueel ingediende persoonlijk plan (voorafgaand aan het onderzoek) maakt

-

minimaal acht weken voor afloop van de zorgperiode een melding te doen bij het buurtteam. deel uit van het gesprek.

Voor het in kaart brengen van behoeften wordt een integrale lijst met alle leefgebieden gebruikt

als hulpmiddel en checklist (in de gemeente Nijmegen: Easycarevragenlijst) waaraan acties en de mate van zelfredzaamheid per leefgebied gekoppeld kunnen worden. De vragenlijst wordt in aansluiting op de situatie van de cliënt gebruikt; welke leefgebieden in het gesprek aan bod

komen, de volgorde en de toepassing (vragenlijst achteraf invullen of samen doorlopen aan het -

einde van het gesprek bijvoorbeeld).

Voor het bepalen van de eigen kracht en mogelijke bijdrage van het sociale netwerk (gebruikelijke hulp, mantelzorg en verdere inzet) passen buurtteamleden sociale netwerkstrategieën (Sonestra) toe, waarin buurtteamleden zijn getraind. Bij Sonestra worden mensen met hun netwerk ondersteund om zelf hun oplossingen te bepalen en op te nemen in ‘mijn plan’, waarin aangegeven wordt wie wat doet. De cliënt maakt zijn eigen keuzes, samen met zijn

naasten/mensen die hij/zij vertrouwt. De professional ondersteunt in dit proces (de

Sonestramethodiek noemt hier de term ‘actieteam’). Samen komt men tot een plan. De

professional vraagt naar de feitelijke situatie, wat wensen en ideeën zijn (gewenste situatie), wat goed gaat en werkt, wat niet of onvoldoende werkt, hoe om te gaan met zorgen en vragen, de

aanpak en de rol van het gezin/netwerk en professionals. Aan het plan worden vervolgens doelen -

gekoppeld per (relevant) leefgebied.

Voor de bepaling van de omvang van de professionele ondersteuning (duur, aantal

uren/dagdelen, etc.) wordt gekeken naar de activiteiten die in het ondersteuningsplan zijn

gekoppeld aan de doelen en wordt ingeschat hoeveel tijd deze activiteit wekelijks of dagelijks zal

kosten. Voor ondersteuning in het kader van Hulp bij het Huishouden (HH) wordt eerst bepaald of de cliënt recht heeft op de maatwerkvoorziening HH. Het aantal dagdelen/uren/minuten die de

cliënt nodig heeft, wordt door de Wmo-consulent vastgesteld volgens de normering in bijlage 2 met ‘een schoon en leefbaar huis’ als resultaat. -

Sinds december 2022 is voor de inzet van geïndiceerde begeleiding (regulier of specialistisch) het convenant ‘Globaal Indiceren’ van toepassing. Globaal indiceren betekent onder andere dat voor begeleiding een vast aantal uur wordt beschikt waardoor het indicatieproces minder

administratieve last geeft aan inwoners, Buurtteams en begeleidingsaanbieders. Het convenant laat de mogelijkheid open om af te wijken als daar goede redenen voor zijn. -

Sonestra sluit naadloos aan bij de voorwaarden die zijn opgenomen in de Jeugdwet omtrent het opstellen van een familiegroepsplan. Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen zijn wettelijk verplicht bij het starten van de hulpverlening de mogelijkheid te bieden om een

-

familiegroepsplan op te stellen.

Cliënten kunnen voor de gesprekken een beroep doen op gratis, professionele, onafhankelijke cliëntondersteuning van MEE Gelderse Poort, De Kentering en Stichting BWN.

Bij dwang- en drangtrajecten die de regieteams inzetten, geldt een andere werkwijze; op basis van de uitkomst van een casusoverleg wordt een begeleidingsplan opgesteld.

-

Buurtteams, regieteams en het Veiligheidshuis kunnen consultatie & advies inschakelen via door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieders of huisartsen.

Hoofdstuk 2 Afwegingsproces per leefgebied 2.1 Inleiding Het plan (‘mijn plan’) van de cliënt en het netwerk leidt mogelijk tot een rol voor een welzijns- of

zorgorganisatie in de vorm van een algemene of maatwerkvoorziening (Wmo of Jeugdhulp). Deze

beleidsregels zijn bedoeld ter ondersteuning van de bepaling of en welke voorziening nodig is. Hiertoe

beschrijven we het afwegingsproces per leefgebied toegespitst op Wmo- en Jeugdhulpvoorzieningen voor zelfstandig wonende Nijmegenaren. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op beschermd wonen Wmo (zie hoofdstuk 3).

In dit afwegingsproces komen steeds de elementen terug die conform artikel 5 lid 2 van de Verordening Wmo en Jeugdhulp gemeente Nijmegen 2023 in het gesprek onderzocht moeten worden:

a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b) Gewenst resultaat; c), d) en e) (Ondersteuning van de) mantelzorger, sociaal netwerk, eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen;

f) Algemene voorzieningen: m.n. algemene voorzieningen Wmo 2015 en overige voorzieningen Jeugdwet, Zvw en Wlz;

g) Maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen Jeugdwet; waar maatwerkvoorzieningen

staat in deze beleidsregels, doelen we tevens op individuele voorzieningen in het kader van de Jeugdwet. Ad c) Wat gebruikelijke hulp bij Hulp bij het Huishouden (HH) is, is te lezen in bijlage 1 van deze

beleidsregels. Met het oog op het bieden van maatwerk kan altijd afgeweken worden van de toepassing van het Protocol Gebruikelijke hulp (bijlage 1 van deze beleidsregels)..

Ad d) Een complete lijst van voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn bestaat niet. Voorbeelden zijn: 1. Fiets met lage instap, ligfiets; 2. Spartamet/Tandem; 3. Rollator; 4. Elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder; 5. Bakfiets, fietskar, aanhangfiets; 6. Personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; 7. Autoaccessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten; 8. Trekhaak; 9. Eenhendelmengkranen; 10. Thermostatische kranen; 11. Keramische- of inductiekookplaat; 12. Verhoogd toilet of toiletverhoger;

13. Tweede toilet/sanibroyeur; 14. Standaard douchestoel; 15. Renovatie van badkamer en keuken*; 16. Antislipvloer/coating; 17. Wandbeugels; 18. Zonwering (inclusief elektrische bediening); 19. Ophogen tuin/bestrating bij verzakking; * Bij de Wmo wordt ervan uit gegaan dat elke badkamer of keuken eens in de zoveel jaar vernieuwd wordt. Bij een aanvraag voor een woningaanpassing van een badkamer of keuken wordt rekening gehouden met de leeftijd van de badkamer of keuken. Hoe ouder een keuken of badkamer, hoe lager de bijdrage vanuit

de Wmo 2015. Als de badkamer of keuken 20 jaar is of ouder, wordt deze geacht te zijn afgeschreven: op

dat moment ligt renovatie voor de hand en hoeft geen vergoeding vanuit de Wmo plaats te vinden. Dit kan anders zijn op het moment dat de badkamer nog volledig functioneel is en het niet voor de hand ligt dat iemand zonder beperking de badkamer zal renoveren.

Onder algemeen gebruikelijke voorzieningen hoort ook algemeen gebruikelijk onderhoud. Dit zijn

situaties waarbij de kosten voor onderhoud en reparatie als algemeen gebruikelijk kunnen worden

beschouwd oftewel hetgeen naar in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen als gangbaar onderhoud of als een gangbare uitgave voor onderhoud wordt aangemerkt. Ad f) Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn: 1. Kinderopvang; 2. Consultatiebureau en jeugdverpleegkundigen/jeugdarts (GGD); 3. Welzijnswerk, zoals het activiteitenplein bij Brede Scholen en opvoedhulp zoals Homestart; 4. (School)maatschappelijk werk; 5. Boodschappendiensten supermarkten; 6. Glazenwasser; 7. Tuinonderhoud; 8. Commercieel sportaanbod; 9. Gemaksdiensten van de zorgverzekeraar;

Algemene voorzieningen Wmo De ondersteuning via de Wmo 2015 wordt begrensd door de ondersteuning en zorg die kan worden

geboden op grond van de Jeugdwet, de Zvw of de Wlz. Een persoon die qua leeftijd tot de doelgroep van de Jeugdwet behoort, kan geen beroep doen op de Wmo 2015. Uitgezonderd zijn voorzieningen die de

wetgever expliciet onder de Wmo 2015 laat vallen, zoals woningaanpassingen en hulpmiddelen. Zorg die valt onder de Zvw, zoals wijkverpleging, wordt niet geleverd via de Wmo 2015. Een combinatie van zorg via de Zvw en ondersteuning via de Wmo 2015 is wel mogelijk.

Cliënten met een Wlz-indicatie hoeven niet per definitie intramurale zorg te krijgen. Ze kunnen ook een volledig pakket thuis (VPT), een modulair pakket thuis (MPT) of een pgb krijgen. De hulpmiddelen en

woningaanpassingen voor mensen met een Wlz-indicatie (PGB, VPT en MPT) die nog thuis wonen vallen vooralsnog onder de Wmo 2015.

Afbakening Jeugdwet Voor jeugdhulp geldt dat gemeenten geen voorzieningen hoeven te treffen als er aanspraak mogelijk is

op de Wlz, de Beginselenwet Justitiële jeugdinrichtingen of een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Zvw. Evenmin hoeft een voorziening jeugdhulp getroffen te worden als een aanspraak bestaat op een

voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo.

Indien meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg op grond van de Wlz en/of de Zvw als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kunnen worden verkregen, moet een voorziening op grond van de Jeugdwet getroffen worden.

Het college moet de jeugdhulp inzetten die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van

een kinderbeschermingsmaatregel of een machtiging uithuisplaatsing. Ook zet het college de jeugdhulp in die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.

Wanneer het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de cliënt een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wlz of een zorgverzekering als bedoeld in de Zvw heeft, dan wel weigert mee te

werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande, kan het college een voorziening weigeren.

Voor de overgang van 18- naar 18+ geldt dat: a. de gemeente niet meer jeugdhulpplichtig is als de zorg vanaf 18 jaar op grond van een andere wet (Zvw, Wlz of Wmo) kan worden verleend;

b. de gemeente wél verantwoordelijk is voor het voortzetten van de jeugdhulp tot 23 jaar als het om een vorm van jeugdhulp gaat die voor meerderjarigen niet op grond van een andere wet kan worden voortgezet (met name jeugd- en opvoedhulp, niet zijnde jeugd-ggz of jeugd-LVG).

In bijlage 4 van deze beleidsregels staat een overzicht van de verdeling over de wetten wat betreft hulpmiddelen en fysieke voorzieningen voor alle leeftijden.

Inhoudelijke huiswerkbegeleiding wordt nooit vergoed vanuit de Jeugdwet: dit is de verantwoordelijkheid van ouders en school. Als begeleiding bij planning en structureren van huiswerk primair gericht is op het doorlopen van het onderwijsprogramma, valt de ondersteuning onder de zorgplicht van de Wet passend onderwijs en niet onder de Jeugdwet. Sport Deelname aan sport ter ontspanning is een reguliere sportactiviteit. Dit is geen jeugdhulp waarvoor een voorziening verstrekt wordt. Als begeleiding noodzakelijk is bij de sport (die de

'normale' begeleiding door een sportinstructeur overstijgt) zou deze begeleiding in sommige gevallen wel als jeugdhulp gezien kunnen worden.

Daarvoor is allereerst noodzakelijk dat het gaat om jeugdigen met opgroei-, opvoedings- en/of

psychische problemen en stoornissen, waarvoor hulp en ondersteuning nodig is. De inzet van begeleiding tijdens de sport moet ten tweede passend zijn voor de jeugdige met matige of zware beperkingen om de

zelfredzaamheid te bevorderen of behouden, ofwel maatschappelijk te kunnen participeren. Tot slot moet beoordeeld moet worden of deze vorm van recreatie (en dus de daarmee gepaard gaande begeleiding) echt noodzakelijk is om te participeren.

Wonen en zorg In artikel 9a van de Verordening is een verbod opgenomen voor gemengde huur-

/ondersteuningsovereenkomsten als verblijf géén onderdeel is van de indicatie. De cliënt wordt met

dergelijke overeenkomsten in een afhankelijkheidsrelatie gebracht die niet in overeenstemming is met de wet. De cliënt zal immers moeten vrezen zijn huisvesting te verliezen als hij wisselt van aanbieder of derde (in geval van pgb), dan wel als hij partijen aanspreekt op bijvoorbeeld de kwaliteit van de

ondersteuning. Het is een cliënt wel toegestaan om bij de aanbieder of derde (in geval van pgb)

woonruimte te huren, mits dit in een zelfstandige huurovereenkomst geregeld wordt. Op die manier leidt het wegvallen of wijzigen van ondersteuning, niet automatisch tot het wegvallen van huisvesting. De cliënt is huurder en hij geniet huurbescherming.

2.2 Onderzoek per leefgebied In onderstaande onderdelen worden vragen en voorbeelden genoemd waar in ‘het gesprek’ aan gedacht kan worden (niet uitputtend). De leefgebieden en voorbeelden die worden genoemd kunnen worden

beschouwd als een checklist. In alle gevallen is met name de invulling van b t/m e afhankelijk van de situatie en de uitkomst van ‘mijn plan’.

Onderstaande elf leefgebieden komen overeen met de leefgebieden van de Zelfredzaamheid-Matrix 2013, conform de volgorde van de leefgebieden van de landelijke Zelfredzaamheid-Matrix. In de

Easycarevragenlijst van de buurtteams zijn hieraan nog twee leefgebieden toegevoegd. In het WIZ-portaal, het registratiesysteem van de buurtteams in Nijmegen, zijn deze leefgebieden eveneens opgenomen.

2.2.1 Financiën *1) a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Samenstelling inkomen, beheer financiën, schulden, gebruik inkomensondersteuning (toeslagen,

bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke lasten), coaching bij het voorkomen van schulden (in het bijzonder bij jongeren en jongvolwassenen)? b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: op orde brengen financiële administratie, inkomsten en uitgaven met elkaar in

overeenstemming brengen, borging vaste lasten bij niet-regelbare schulden en stabiliseren schulden. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: deelname van de cliënt aan een cursus budgetbeheer. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: overname administratie door familielid, eventueel budgetbeheer, bewindvoering of onder curatelestelling door familielid of vriend. e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: ontlasting mantelzorger door overname administratie door ander familielid of vrijwilligersorganisatie.

f) Algemene voorzieningen Bijvoorbeeld:

-

vrijwilligersorganisatie voor thuisadministratie (zoals thuisadministratie Humanitas, Fibon,

-

Formulierenbrigade en Papierwinkel bij het Bindkracht 10 (o.a. voorzieningencheck

-

Schuldhulpmaatje Diaconie)

inkomensondersteunende maatregelen)

budgetbeheer en –coaching bij F!X (samenwerking het Bindkracht 10 en Bureau Schuldhulpverlening)

stabilisatietrajecten schuldhulpverlening (werkcorporatie Maatschappelijke dienstverlening bij het Bindkracht 10)

Sociaal Raadslieden bij complexe financieel-juridische situaties doorbetaling vaste lasten (bij uitkeringsgerechtigden)

schuldsanering (via bureau Schuldhulpverlening van gemeente Nijmegen) en bewindvoering. In Nijmegen is in aansluiting op de Stips een regiefunctie instroom/toeleiding

schuldhulpverlening (financieel experts) ingericht om met de genoemde algemene voorzieningen hulpvraag en aanbod goed af te stemmen. g) Maatwerkvoorziening Een maatwerkvoorziening kan nodig zijn als algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen (nog)

onvoldoende zijn toegesneden op jongeren en volwassenen met een verstandelijke en/of psychiatrische, psychogeriatrische of zintuiglijke beperking. Professionele begeleiding kan dan (individueel of in

groepsverband) (tijdelijk) nodig zijn om te zorgen dat mensen met deze beperking(en) samen met hun netwerk zelfstandig de financiën kunnen beheren, bij voorkeur in combinatie met algemene/algemene voorzieningen middels expertiseoverdracht van gespecialiseerde zorgaanbieders naar algemene

voorzieningen. Na afloop van dit ‘leertraject’ wordt eventueel waakvlambegeleiding ingezet om vinger aan de pols te houden.

*1) Voor de punten a) t/m f) geldt dat ze in principe aan bod komen in een gesprek(ken), maar niet altijd in de gestelde volgorde. Volgens de Sonestra- methode volgt de werker het verhaal van de cliënt, opdat de regie meer bij de ander blijft.

2.2.2 Dagbesteding a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Hoe verloopt een doorsnee dag? Vorm van dagbesteding (vrijwilligerswerk, hobby’s, opleiding,

dagbesteding, begeleid/beschut werk, re-integratietraject, tijdelijk werk, betaald werk) of geen

dagbesteding? Tevreden met dagprogramma? Welke opleiding voorheen? Gaan de kinderen naar school/kinderopvang/peuterspeelzaal en wat is de vrijetijdsbesteding van kinderen na school ? b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: wensen voor deelname aan georganiseerde activiteiten, als vrijwilliger werken en/of toeleiding naar dagbesteding/begeleid werk door het regionale Werkbedrijf. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: de cliënt meldt zich (zelfstandig) aan als vrijwilliger. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: familie/vrienden nemen cliënt mee naar een vereniging of buurtactiviteit. e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: om mantelzorger(s) te ontlasten kan de cliënt worden aangemeld voor ontwikkelingsgerichte of arbeidsmatige dagbesteding (maatwerkvoorziening) of basis dagbesteding voor ouderen (algemene

voorziening) en bij kinderen met een beperking bij dagbesteding voor kinderen, bij voorkeur in combinatie met passende kinderopvang. f) Algemene voorzieningen Bijvoorbeeld: betaald werk, re-integratietraject, vrijwilligerswerk, dagbesteding voor ouderen, deelname

aan algemene voorzieningen (zoals cursusaanbod of hobbycentra, zie www.wegwijzer024.nl), applicaties die mensen ondersteunen bij het structureren van dagindeling. Voor kinderen: activiteitenpleinen bij Brede Scholen, kinderopvang, sportverenigingen, etc.. g) Maatwerkvoorziening Als er voor een cliënt in aanvulling op de deelname aan diverse activiteiten (vrijwilligerswerk, deelname aan buurtactiviteiten of verenigingen, etc.) gestructureerde dagbesteding nodig is, al dan niet ter ontlasting van mantelzorger(s), kan een maatwerkvoorziening voor ontwikkelingsgerichte of

arbeidsmatige dagbesteding worden ingezet. Dit zal met name nodig zijn voor mensen met een

psychiatrische, verstandelijke, psychogeriatrische of ernstige fysieke beperking voor wie programmatische (vast dag- of weekprogramma volgens bepaalde methodiek met een welomschreven doel) dagbesteding

noodzakelijk is voor het behoud of de verbetering van vaardigheden. Ter ontlasting van mantelzorgers ’s nachts is via de Wmo 2015 en de Jeugdwet kortdurend verblijf met overnachting mogelijk.

Van dagbesteding bestaan 2 vormen: ontwikkelingsgerichte dagbesteding enerzijds (regulier, extra,

specialistisch, zie het bouwstenenoverzicht in de financiële bijlage van de verordening) en arbeidsmatige dagbesteding anderzijds. Voor ontwikkelingsgerichte dagbesteding stelt het buurt- of regieteam het

onderzoeksverslag op ten behoeve van de gemeentelijke backoffice. Voor arbeidsmatige dagbesteding meldt het buurt- of regieteam cliënten aan bij het Werkbedrijf Rijk van Nijmegen (WBRN).

Voor kinderen tot 4 jaar en kinderen met ernstige meervoudige beperkingen zijn verschillende vormen van dagbesteding en dagbehandeling mogelijk. Bij kinderen met beperkingen die naar school gaan, is

soms naschoolse dagbesteding of dagbehandeling gewenst, waarover we in de contracten met aanbieders met het oog op inclusie hebben afgesproken deze ondersteuningsvormen zoveel mogelijk te combineren met reguliere (naschoolse) kinderopvang (passende opvang).

2.2.3 Huisvesting a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Type woning, tevredenheid met woning, aanpassingen gewenst, veiligheid in de woning en de wijk,

onderhoud, hulp (nodig) bij zelfstandig wonen of bij het zoeken naar huisvesting/kamer voor jongere, contact met de buren, betaalbaarheid woning. b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: cliënt kan zelfstandig en naar tevredenheid blijven wonen in de woning; cliënt voelt zich veilig in en om de woning.

c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Zie lijst algemeen gebruikelijke voorzieningen in par. 2.1. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: eenvoudige goedkope woonaanpassingen, zoals muurbeugels, kunnen met hulp van familieleden, vrienden of buren worden aangebracht. e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: geven van informatie over de diverse mogelijkheden om prettig zelfstandig te wonen.

f) Algemene voorzieningen Mocht er niemand in het netwerk zijn die eenvoudige woonaanpassingen kan uitvoeren, is het mogelijk

om een beroep te doen op een klussendienst (zoals de Klus Service van Sterker). Daarnaast zijn er diverse algemene voorzieningen gericht op zelfstandig en veilig wonen (zoals personenalarmering van Sterker en de diensten van 123 Comfort van ZZG Zorggroep). g) Maatwerkvoorziening Bij de toekenning van een maatwerkvoorziening voor woonaanpassingen of woonvoorzieningen dienen de volgende punten meegenomen te worden in de afweging: 1) De mogelijkheid om te verhuizen Voor woonaanpassingen boven een bedrag van € 8.000,- wordt bekeken of een verhuizing een meer

adequate oplossing voor het probleem kan zijn. Als een verhuizing geen reële mogelijkheid is, kan een maatwerkvoorziening verstrekt worden. Bij de mogelijkheid van verhuizing moet in ieder geval beoordeeld worden:

a) de aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen binnen de gemeente Nijmegen; b) kostenvergelijking; c) de snelheid waarmee het woonprobleem opgelost kan worden; d) sociale omstandigheden; e) integrale afweging verschillende Wmo-voorzieningen: wonen, vervoer, rolstoelen; f) de woonlastenconsequenties. 2) Elementaire woonfuncties Het normaal gebruik kunnen maken van de woning is waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Dit geldt ten aanzien van de woonruimtes die de cliënt daadwerkelijk in gebruik heeft of gaat nemen. Een verder strekkende behoefte dient door de cliënt te worden aangetoond. 3) Logeerbaar maken woonruimte Met behulp van een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten kan alleen een woonvoorziening getroffen worden voor het logeerbaar maken van één woonruimte indien (geldt ook voor 18-): a. de cliënt in een Wlz-instelling in de gemeente Nijmegen woont; b. de woning die logeerbaar gemaakt wordt in de gemeente Nijmegen ligt, indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling. 4) Voorzienbaarheid Een woonaanpassing of woonvoorziening kan worden geweigerd als de cliënt voor het eerst verhuist naar een zelfstandige woonruimte. Daarbij moet altijd éérst naar de concrete omstandigheden van de cliënt worden gekeken.

5) Mantelzorgwoning Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat het college daarbij uit van de eigen

verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te

huren en te plaatsen op het terrein nabij de woning van de mantelzorger(s). Daarbij is uitgangspunt dat de huisvestingslasten (voor huur of hypotheek, energie, etc.) die de verzorgde(n) had(den) vóór de

verhuizing naar de mantelzorgwoning, besteed kunnen worden aan de kosten voor de mantelzorgwoning.

2.2.4 Huiselijke relaties a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Samenstelling gezin, verdeling van taken, onderlinge relatie, eventuele kinderwens, opvoeding en

ontwikkeling kinderen, school van de kinderen en ontwikkeling daar, seksualiteit, eerder hulp betrokken geweest bij huishouden of gezin, is er sprake van huiselijk geweld, verwaarlozing, seksueel misbruik of ouderenmishandeling? b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: verbetering van de huiselijke sfeer, onderlinge huiselijke relaties en het opvoedklimaat. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: vaardigheden meegeven om onderling binnen het gezin problemen en vragen beter bespreekbaar te maken.

d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: mantelzorger(s) en netwerkleden kunnen een rol hebben bij het aanleren van nieuwe (opvoed)vaardigheden.

e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: mantelzorger(s) kunnen ontlast worden door meer mensen uit het netwerk te betrekken bij de situatie (zie d).

f) Algemene voorzieningen Bijvoorbeeld: kortdurende ondersteuning van het buurtteam, inschakeling maatschappelijk werk en opvoedondersteuning van de GGD en/of consultatiebureau. g) Maatwerkvoorziening Begeleiding bij de verbetering van onderlinge relaties of van het opvoedklimaat kan onderdeel zijn van een individueel begeleidingstraject als specifieke expertise van een beperking noodzakelijk is, in samenwerking met/aanvullend op algemene voorzieningen.

2.2.5 Geestelijke gezondheid a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt De mate van (recente) stressvolle gebeurtenissen, stresshantering, slaapritme (van de evt. kinderen), het psychisch welbevinden (bijvoorbeeld gelukkig, angstig, somber, ongeïnteresseerd), het karakter,

zelfvertrouwen, problemen met denken, het geheugen, de weg vinden, bediening van apparaten. b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: vermindering van de ervaren stress, verbetering van het slaapritme, vermindering angst waardoor kind weer naar school gaat, etc..

c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: de cliënt past vaardigheden en tips toe om de psychische gesteldheid te verbeteren met behulp van familie en vrienden.

d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: familie en vrienden stimuleren de cliënt om vaardigheden en tips toe te passen, toetsing draaglast bij overige gezinsleden.

e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: kennisoverdracht over ggz-problematiek, lotgenotencontact, meer mensen uit het netwerk te betrekken bij de situatie. f) Algemene voorzieningen Algemene voorzieningen in dit verband betreffen vrijwilligersorganisaties (luisterend oor, o.a. telefonische

hulpdienst Sensoor (Luisterlijn), COiL, maatjesprojecten) kortdurende ondersteuning van het buurtteam en maatschappelijk werk en specifiek voor kinderen opvoedhulp (via bijv. Sterker, jeugdgezondheidszorg van de GGD of Indigo) en Integrale Vroeghulp bij kinderen. Daarnaast is behandeling zoals (peuter/kinder)revalidatie en fysio- of ergotherapie (kinderen en volwassenen), behandeling door een psychiater of psycho-educatie (alleen bij volwassenen) via de Zvw in principe voorliggend als verbetering van het functioneren mogelijk is. g) Maatwerkvoorziening Begeleiding bij de verbetering van onderlinge relaties of van het opvoedklimaat kan onderdeel zijn van een individueel begeleidingstraject als specifieke expertise van een beperking noodzakelijk is. Het kan

zinvol zijn om begeleiding te combineren tijdens een behandeltraject om de vaardigheden in de praktijk te oefenen middels nauwe samenwerking tussen behandelaar en begeleider.

2.2.6. Lichamelijke gezondheid a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Lichamelijke aandoening (lichamelijke beperking, chronische ziekte) en behandeling daarvoor,

zelfredzaamheid, medicijngebruik, leefstijl (beweging, roken, alcoholgebruik), conditie, gewicht, pijn, incontinentie.

b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: cliënt voelt zich beter en/of ervaart minder pijn, de gezondheid verbetert of cliënt heeft een gezondere leefstijl.

c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: cliënt neemt zelf initiatief om lid te worden van een sportvereniging. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: cliënt gaat samen met vrienden een keer in de week wandelen en/of de partner houdt in de gaten of de medicijnen worden in genomen. Bij kinderen dragen de ouders in beginsel

verantwoordelijkheid voor de dagelijkse zorg. Wanneer ouders overbelast (dreigen te) raken als gevolg van beperkingen, kunnen zij jeugdhulp ontvangen ter ontlasting van de zorg. e) Mantelzorgondersteuning Zie paragraaf 2.2.8. f) Algemene voorzieningen Afstemming eventuele acties met behandeling door huisarts of betrokken specialisten. Vrijwilligersorganisatie of wijkactiviteiten: via de Hulpdienst een beweegmaatje koppelen aan de cliënt

(wandelen met een vrijwilliger), lid worden van een sportvoorziening, aansluiten bij een wandelgroep in de wijk, opstarten wandelgroep in de wijk, jeugdgezondheidszorg (GGD), cursussen Indigo en Integrale

Vroeghulp (MEE), aanmelding cursus ‘stoppen met roken’ (via huisarts, Zvw). Via de Zvw (indicatie door wijkverpleegkundige of huisarts) is (peuter/kinder-)revalidatie en fysio- of ergotherapie en inzet van

verpleging en verzorging thuis mogelijk voor mensen (18+) met (risico op) behoefte aan geneeskundige zorg.

g) Maatwerkvoorziening Indien sprake is van een maatwerkvoorziening voor een begeleidingstraject of voor dagbesteding, dan dient in deze trajecten rekening gehouden te worden met de lichamelijke

aandoening en aandacht te zijn voor bevordering van een gezonde leefstijl. Persoonlijke verzorging voor mensen met een verstandelijke, zintuiglijke en/of psychiatrische beperking (geen behoefte aan

geneeskundige zorg) valt onder de Wmo en hiervoor kan een Wmo-maatwerkvoorziening worden aangevraagd.

Voor persoonlijke verzorging aan jeugdigen geldt dat: a)

Persoonlijke verzorging die gericht is op het versterken van de zelfredzaamheid van de jeugdige

b)

Persoonlijke verzorging voor jeugdigen die verband houdt met de behoefte aan geneeskundige

valt onder de Jeugdwet.

zorg of een hoog risico daarop valt vanaf 2018 onder de Zvw.

2.2.7. Verslaving a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Tabakgebruik, alcoholgebruik, druggebruik (hard- en/of softdrugs), gebruik verslavende medicijnen (zoals slaapmiddelen, pijnstillers), seks-, gok- of gameverslaving. b) Gewenst resultaat Beëindiging of beheersing verslaving. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bij matige verslaving is het afhankelijk van de situatie mogelijk om op eigen kracht de verslaving te beëindigen, al dan niet met behulp van lichte professionele (digitale) ondersteuning en het sociaal netwerk.

d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Zie c) van deze paragraaf. e) Mantelzorgondersteuning Bij ernstige verslaving is expliciet aandacht nodig voor ondersteuning van het sociaal netwerk. f) Algemene voorzieningen - Behandeling van de verslaving valt bij volwassenen onder de Zvw (voor jongeren valt behandeling van de verslaving onder de Jeugdwet, zie g).

- Afhankelijk van de problemen die voortvloeien uit de verslaving kunnen de algemene voorzieningen van toepassing zijn die zijn genoemd bij de andere leefgebieden, met name de leefgebieden financiën en dagbesteding.

- Verslavingspreventie-activiteiten via GGD, IrisZorg, jongerenwerk en op scholen. g) Maatwerkvoorziening Afhankelijk van de ernst van de verslaving en de daaruit voortkomende problematiek kan individuele begeleiding of dagbesteding deel uitmaken van het afgesproken plan.

Voor jongeren tot 18 jaar is behandeling van de verslaving (detoxing) mogelijk binnen de Jeugdwet in een Verslavingskliniek in Tiel van Iriszorg.

2.2.8 Activiteiten dagelijks leven a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Zelfstandig aankleden, wassen/douchen, naar het toilet gaan, verzorging van tanden/huid/nagels, eten, drinken, hulpmiddelen (prothese, steunkousen, etc.) aanbrengen, zelfstandig eten bereiden,

boodschappen doen, de was en klussen in/rond huis, licht of zwaar huishoudelijk werk (schoonmaken o.a.), het huishouden organiseren en de tuin onderhouden. b) Gewenst resultaat (Langer) zelfstandig functioneren en (blijven) wonen. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: bepalen wat mensen zelf kunnen (hulpmiddel om steunkousen aan te trekken aanschaffen). Als mensen voorheen op eigen kosten iemand inhuurden voor het verrichten van huishoudelijke taken en er geen inkomenswijziging of aantoonbare meerkosten ontstaan in relatie tot de beperking, is geen compensatie nodig.

Voor gebruikelijke hulp van huisgenoten in het huishouden zie bijlage 1 Protocol Gebruikelijke hulp voor Hulp bij het Huishouden.

d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Mantelzorger(s) en mensen uit het netwerk geven zelf aan wat ze naast de gebruikelijke hulp kunnen en

willen betekenen in het huishouden (bijvoorbeeld boodschappen doen), rondom huis, het brengen en/of halen van kinderen bij opvang of wat betreft de zorg voor de cliënt. Wanneer ouders overbelast (dreigen te) raken als gevolg van beperkingen, kunnen zij Jeugdhulp of Wmo-ondersteuning ontvangen ter ontlasting van de zorg, zie h) van deze paragraaf. e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: behoefte aan ondersteuning en/of ontlasting door de inzet van respijtzorg (zoals

dagbesteding) of gedeeltelijke vervanging van de mantelzorg door professionele hulp (zoals verzorging via de Zvw). Specifiek ter ontlasting van mantelzorgers is het mogelijk om gebruik te maken van de Toelage Hulp bij het Huishouden (HHT), zie bijlage 3. f) Algemene voorzieningen Bijvoorbeeld: technische hulpmiddelen (o.a. wasdroger of afwasmachine), boodschappenbezorgdienst (supermarkt, vrijwilligersorganisaties), kant-en-klaarmaaltijden, maaltijdservice, klusservice, boodschappenhulp van Swon of de Hulpdienst en kinderopvang (in relatie tot verzorging van kinderen/Hulp bij het Huishouden 2).

Persoonlijke verzorging en verpleging zijn sinds 2015 grotendeels onderdeel van de Zvw. Dit wordt geïndiceerd door de wijkverpleegkundige of de huisarts, waarmee afgestemd wordt. Verpleging en

verzorging thuis (wijkverpleging) voor volwassenen (18+) met (risico op) behoefte aan geneeskundige zorg valt onder de Zvw.

g) Maatwerkvoorziening - Persoonlijke verzorging voor mensen met een verstandelijke, zintuiglijke en/of psychiatrische beperking (geen behoefte aan geneeskundige zorg) valt onder de Wmo. Hiervoor kan een Wmomaatwerkvoorziening worden aangevraagd.

Voor persoonlijke verzorging aan jeugdigen geldt dat:

a)

persoonlijke verzorging die gericht is op het versterken van de zelfredzaamheid van de jeugdige

b)

persoonlijke verzorging voor jeugdigen die verband houdt met de behoefte aan geneeskundige

onder de Jeugdwet valt;

zorg of een hoog risico daarop sinds 2018 onder de Zvw valt.

- Hulp bij het Huishouden (HH) 1. Voor de resterende taken kan via de Wmo HH1 (licht en zwaar huishoudelijk werk, maaltijdvoorziening, wassen en strijken) of HH2 (HH1 + regie op het huishouden en verzorging van kinderen) worden

aangevraagd. De Wmo-consulent bepaalt tijdens ‘het gesprek’ of de inzet van de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en of dit dan gaat om HH1 of HH2. De cliënt wordt vervolgens ‘een schoon en leefbaar huis’ toegekend. De Wmo-consulent bepaalt aan de hand van de normering in bijlage 2 van deze

beleidsregels de samenstelling van de hulp, de werkzaamheden, de frequentie en de omvang in minuten.

2. Voor zover op dit leefgebied maatwerkvoorzieningen in de vorm van woningaanpassingen worden

verstrekt geldt dat aanpassingen slechts worden verricht in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf

heeft of zal hebben. Dit geldt ten aanzien van de woonruimtes die de cliënt daadwerkelijk in gebruik heeft of gaat nemen voor de elementaire woonfuncties. Een verder strekkende behoefte dient door de cliënt te worden aangetoond. Voor woonvoorzieningen en -aanpassingen zie verder paragraaf 2.2.3.

2.2.9 Sociaal netwerk a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Samenstelling sociale netwerk, tevredenheid over het sociale netwerk, betekenis van het netwerk voor de

cliënt (praktische hulp, emotionele steun, etc.) en vice versa, eenzaamheidsgevoelens (nooit, soms, vaak), behoefte aan meer contact met mensen (van eigen of een andere cultuur,

levensbeschouwing/godsdienst), LHBTIQ+ gemeenschap, netwerk van mensen met een beperking. Bij

kinderen: contact met de ouders en de rest van de familie, vriendschappen, spelen met andere kinderen, vertrouwenspersonen. b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: voldoende steun van familie en vrienden, geen/weinig contact met 'foute' vrienden. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Onderzoeken in hoeverre het gewenst is dat de cliënt ondersteund wordt bij het versterken of uitbreiden van het sociale netwerk.

d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bij alle andere leefgebieden komt aan de orde hoe het sociale netwerk is samengesteld, hoe de relaties

zijn, wat men van elkaar verwacht en zou wensen, wat mantelzorger(s) en andere mensen uit het sociale netwerk willen en kunnen betekenen voor de cliënt. Daarnaast ook de betekenis van de cliënt voor het sociale netwerk.

e) Mantelzorgondersteuning Bij alle leefgebieden is het van belang om oog te hebben voor eventuele overbelasting van

mantelzorger(s) en te bezien in hoeverre het mogelijk is om de ondersteuning met meer mensen uit het sociale netwerk te delen.

f) Algemene voorzieningen

Diverse methodes om het sociale netwerk te vergroten (zoals Brugproject Humanitas, Cirkelmethode

Hulpdienst, Informele netwerkondersteuning MEE en Gewoon meedoen van Bindkracht/MEE) en diverse

maatjesprojecten bij welzijns- en zorgorganisaties zijn beschikbaar. Voor kinderen betekent dit in contact komen met andere kinderen via maatjesprojecten, wijkactiviteiten, sportverenigingen,

muziekverenigingen, dansactiviteiten, scouting, activiteitenpleinen van Brede Scholen (zie

www.wegwijzer024.nl). Daarnaast bieden veel scholen sociale vaardigheids- en weerbaarheidstrainingen aan.

g) Maatwerkvoorziening Onderdeel van een Wmo-begeleidingstraject kan zijn het versterken of uitbreiden van het sociale netwerk als daarbij specifieke expertise nodig is van een beperking.

Jeugdhulpvoorzieningen zijn mogelijk bij isolement in de vorm van sociale vaardigheidstrainingen ( in combinatie met) therapie voor de aanpak van sociale angst of trainingen in groepen op (speciaal) onderwijs, weerbaarheidstrainingen e.d. van jeugd- en opvoedhulpen jeugd-ggz.

2.2.10 Maatschappelijke participatie a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Deelnemen aan een maatschappelijke groep (zoals kerk- of adviesraad), doen van vrijwilligerswerk,

deelname aan georganiseerde activiteiten (sport, hobby, cursus, etc.), kennis van en betrokkenheid bij voorzieningen/activiteiten in de wijk. b) Gewenst resultaat Vergroting van maatschappelijke participatie naar behoefte van de cliënt. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: met beperkte aansporing initiatief nemen om activiteiten te ondernemen, lid worden van een vereniging, als jongere vrijwilligerswerk gaan doen, etc.. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: (tijdelijke) begeleiding door mantelzorger(s) of anderen uit het netwerk bij de (eerste stappen richting) deelname aan activiteiten. e) Mantelzorgondersteuning Uitbreiding van de maatschappelijke participatie kan mantelzorger(s) ontlasten. f) Algemene voorzieningen Een breed aanbod van vrijetijdsbesteding is beschikbaar: van sportverenigingen, scouting, fitnesscentra, hobbycentra, cursussen (zoals dat van Sterker en de Lindenberg), activiteiten van ouderenbonden,

amateurkunst (theater- en muziekverenigingen, koren) tot buurtactiviteiten, Trias en het GVO (zie www.wegwijzer024.nl).

g) Maatwerkvoorziening - In principe kan het buurtteam toeleiden naar de algemene voorzieningen, maar soms kan (tijdelijk) een begeleidingstraject nodig zijn om de deelname aan algemene voorzieningen te begeleiden en expertise over te dragen aan de organisatie van de algemene voorziening.

- Specifiek voor sportdeelname is het mogelijk om eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten te ontvangen voor een sportvoorziening voor recreatief sportgebruik.

- Ondersteuning vindt slechts plaats waar het een aanvaardbare mate van participatie in de directe woonen leefomgeving betreft. Hiervoor wordt de grens van 25 kilometer gehanteerd.

- Beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op vakantie. Denk bijvoorbeeld aan begeleiding van kinderen, jongeren of volwassenen met een autistische beperking of hulp bij algemeen dagelijkse

levensverrichtingen (ADL), zoals wassen, aan-/uitkleden en eten/drinken (verzorging) (met name bij kinderen, bij volwassenen komt verzorging in de meeste gevallen uit de Zvw). Ook hier is maatwerk de oplossing met de volgende aandachtspunten: 1. In principe worden alleen de (extra) begeleiding en/of verzorging vergoed uit de Wmo of Jeugdwet, niet de vakantiekosten zelf. Een indicatie voor de vraag of extra begeleiding/verzorging op vakantie nodig is, is of mensen thuis ook professionele begeleiding of verzorging hebben. In dat geval kunnen ze de begeleiding/verzorging ‘meenemen’ op vakantie, via PGB (afsluiten van zorgovereenkomst met de

vakantieorganisatie) of bij Zorg in Natura via onderaannemerschap (de vakantieorganisatie regelt dan

e.e.a. met de zorgorganisatie die de begeleiding/verzorging thuis biedt). Extra indicatie voor vakantie is dan niet nodig.

2. Als de vakantie is bedoeld om ouders/gezinnen/mantelzorgers te ontlasten, is er sprake van

respijtzorg. De vakantie kan dan onder de noemer ‘kortdurend verblijf’ toegekend worden, mits de begeleiding/verzorging niet ‘meegenomen’ kan worden (punt 1).

3. Kijk in alle gevallen (ook in het geval van respijtzorg) of voorliggende voorzieningen van toepassing kunnen zijn (zoals de Speelweek van het Gespecialiseerd Vormings- en Ontspanningswerk (GVO), een

vrijwilligersorganisatie die vrijetijdsbesteding organiseert voor mensen met een verstandelijke beperking). 4. In alle gevallen moet de vakantie (ook) bijdragen aan de doelen uit het begeleidingsplan die gericht zijn op vergroting van de zelf- en samenredzaamheid en participatie.

5. Zie voor een overzicht met mogelijkheden voor vakanties voor kinderen en volwassenen met een beperking de blauwe gids: http://www.deblauwegids.nl/

2.2.11 Justitie a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Aanraking met politie, justitie, jeugdreclassering, Bureau Halt, leerplicht (regelmatig/maandelijks, incidenteel/eens per jaar of zelfden tot nooit). b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: voorkomen van recidive. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. e) Mantelzorgondersteuning Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. f)en g) Algemene of algemene voorzieningen Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. h) Maatwerkvoorziening

Met het oog op de re-integratie in de samenleving en in het kader van het nazorgtraject van

gedetineerden kan een begeleidingstraject nodig zijn. Op het onderscheid tussen Wmo 2015 en de

forensische zorg (geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg of VG-zorg die verleend wordt in een strafrechtelijk kader) is het volgende van toepassing: a)

de indicatie van een cliënt die al een Wmo-indicatie heeft, blijft van kracht als deze cliënt

b)

het college indiceert niet voor Wmo-ondersteuning bij wie forensische zorg is opgelegd en die

forensische zorg opgelegd krijgt;

tijdens de tenuitvoerlegging van de forensische zorg een aanvraag doet voor Wmoondersteuning. De forensische zorg voorziet in de zorgbehoefte.

Bij een jeugdreclasseringmaatregel kan ook jeugdhulp (bijvoorbeeld jeugd-ggz) worden ingezet. In een aantal gevallen vloeit de jeugdhulp direct voort uit de strafrechtelijke beslissing. Ook kan de

gecertificeerde instelling bepalen dat (aanvullende) jeugdhulp nodig is. De gemeente en de gecertificeerde instelling hebben hierover overleg, zoals vastgelegd is in de contractafspraken met de GI, voorvloeiend uit de bovenregionale afspraken van de Gelderse Verbeteragenda (www.gjvb.nl).

2.2.12 Verplaatsen en vervoer a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Zelfstandig verplaatsen binnenshuis: in/uit bed komen, opstaan uit stoel, lopen, traplopen, in/uit huis gaan, frequentie vallen, gebruik loophulpmiddel. Buitenshuis (lokaal) verplaatsen: wandelen, fietsen,

reizen met openbaar vervoer, naar school, instanties en/of familie gaan, parkeren bij huis of winkels, frequentie vallen, gebruik loophulpmiddel, (zelfstandig) autorijden, gebruik vervoersregelingen. b) Gewenst resultaat Zo zelfstandig mogelijk verplaatsen binnens-en buitenshuis, afhankelijk van de vervoersbehoefte in relatie tot de activiteiten die de cliënt wil ondernemen.

c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Afhankelijk van de cliëntsituatie zelf zorgdragen voor het vervoer al dan niet met behulp van het sociale netwerk. Specifiek bij kinderen verwachten we van ouders dat ze zelf hun kind brengen en ophalen: 1)

2) 3) 4)

Wanneer het vervoer niet langdurig noodzakelijk is of het vervoer slechts een geringe intensiteit heeft (beperkt aantal keren per maand). Hieronder vallen de meeste vormen van ambulante behandeling of begeleiding.

Wanneer er een eigen oplossing is voor vervoer of een oplossing vanuit het eigen netwerk, met vrijwilligers of maatjes.

Bij vervoer van en naar kortdurend verblijf of bij inzet logeerfunctie.

De locatie binnen 4 tot 6 kilometer (afhankelijk van het type onderwijs) van huis ligt. Hiermee trekken we één lijn met leerlingenvervoer, waarvoor dezelfde richtlijn geldt.

d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: bespreken in hoeverre mantelzorger(s) of mensen uit het sociale netwerk de cliënt wil wegbrengen en/of ophalen.

e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: mantelzorger(s) ontlasten door meer mensen uit het netwerk te vragen om te helpen bij het vervoer.

f) Algemene/voorliggende voorzieningen - Bij kinderen en jongeren: leerlingenvervoer van en naar school inclusief kinderopvang.

- Vrijwilligersorganisaties, zoals de Hulpdienst, die mensen kunnen begeleiden bij gebruik van het openbaar vervoer.

- Op een beperkt aantal plekken in de stad is een scootmobielpool ingericht (o.a. bij het Oud Burgeren Gasthuis).

- Het openbaar vervoer is in de regio Nijmegen in principe rolstoel- en rollatortoegankelijk voor mensen met een fysieke beperking: gemeente Nijmegen heeft geïnvesteerd in het toegankelijk maken van

bushaltes en bussen, zodat deze voor een zo groot mogelijk publiek bereikbaar zijn. Daardoor wordt

verwacht dat het grootste deel van de inwoners van Nijmegen in staat is om gebruik te maken van het

openbaar vervoer, ook wanneer iemand rolstoel-of rollatorafhankelijk is. Het openbaar vervoer geldt dan ook expliciet als algemene voorziening. Dat is bovendien wenselijk omdat het openbaar vervoer mensen een relatief grote vorm van verplaatsingsvrijheid biedt.

- Daarnaast is er de mogelijkheid van collectief vervoer via de Regiotaxi met een Wmo-vervoerspas.

Mocht het openbaar vervoer niet adequaat zijn, dan wordt gekeken naar de Regiotaxi. De Regiotaxi is een collectief vervoerssysteem. Voor de bepaling of de Regiotaxi geschikt is voor de cliënt, zie bijlage 6 van deze beleidsregels.

g) Maatwerkvoorziening - Wmo sociaal vervoer Mensen die voor het “vervoer van alledag” (boodschappen, familiebezoek etc.) als gevolg van hun beperking geen gebruik kunnen maken van de het openbaar vervoer of de Regiotaxi, komen in

aanmerking voor een individuele vervoersvoorziening (maatwerkvoorziening) in de vorm van een

persoonsgebonden budget voor het gebruik van de eigen auto, een (reguliere) taxi of rolstoeltaxi. Voor nadere criteria, zie bijlage 6 van deze beleidsregels.

- Vervoer van/naar Wmo-dagbesteding en Jeugdhulpvoorzieningen Indien vervoer van en naar dagbestedingsvoorzieningen op eigen kracht, met behulp van het netwerk of

met het openbaar of collectief vervoer niet mogelijk is, is een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 of de Jeugdwet aangewezen. Hiervoor dient in aanvulling op de bouwsteen voor dagbesteding of

jeugdhulp, de bouwsteen vervoer aangevraagd te worden. Nadere criteria en het werkproces hiervoor zijn specifiek uitgewerkt in bijlage 7 van deze beleidsregels.

2.2.13 Communicatie a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Lees-, spreek-, en schrijfvaardigheid, gebruik computer en telefoon, Nederlandse of andere taal, zintuiglijke problemen, communicatievaardigheden. b) Gewenst resultaat Verbetering van de communicatie op bepaalde gebieden, afhankelijk van de wensen van de cliënt. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Afhankelijk van de situatie. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Afhankelijk van de situatie en de mogelijkheden en wensen van het sociale netwerk. e) Mantelzorgondersteuning Afhankelijk van de situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=7089d336-f2f7-45fa-b4bb-3fafdbca5489