3. Omgevingsvisie gemeente Nijmegen De Nabije Stad 2050
Tekst van het document
Voldoende ruimte voor een circulaire economie Voor de overgang van een lineaire naar circulaire economie, is extra fysieke én milieuruimte nodig voor zowel inzameling als reparatie en recycling van materialen. We zien hierin een belangrijke rol weggelegd voor TPN West. Over de ruimtelijke effecten van de circulaire economie voor Nijmegen zijn, komt meer duidelijkheid in de uitvoeringsagenda circulaire stad.
Elektriciteitsnet
Illustratieve weergave van het elektriciteitsnet Engie - Waal Energie
Windenergie
Station - vervanging/uitbreiding Onderstations (OS) 150 kV Tennet + Liander
Onderstations (OS) 50 kV Liander
Aftakking waterstofbackbone Hybride waterstofcentrale, waterstoftanks en onderzoek lokale waterstofproductie
Regelstation (RS) 20-10 kV Liander
Schakelstation (SS) 10 kV Liander
96
Deel II | Beleid
Zoekgebied nieuw te bouwen station Hoofdnet Secundair net Zonneparken
Inzetten op circulair bouwen Circulaire bouw en openbare ruimte vormen de speerpunten van ons circulaire beleid. Met de Woondeal 2.0 hebben we afgesproken dat we ons als regio inspannen om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% van het aantal woningen circulair te laten bouwen. En om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% minder primaire grondstoffen in projecten te gebruiken. Ook in de openbare ruimte streven we ernaar om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.
Voor circulair bouwen is de Milieuprestatie voor gebouwen (MPG) als onderdeel van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (voorheen Bouwbesluit) de belangrijkste norm. De MPG is een maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe groter de circulariteit van het materiaalgebruik. De eisen van de MPG worden stapsgewijs aangescherpt tot halvering van de norm in 2030. De circulaire impactladder biedt praktische handvatten voor de implementatie van circulariteit in elke fase van het bouwproces. In de openbare ruimte zetten we in op hergebruik, door producten die nog goed zijn opnieuw te gebruiken en grondstoffen terug te winnen.
4.6.4
We zijn klimaatneutraal in 2050
Wat is de opgave? Wereldwijd is afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen in te perken om klimaatverandering tegen te gaan. In de Lokale Energie Strategie (LES) sluiten we aan op de landelijke CO2-doelen: in 2030 is het doel 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990 en in 2050 is Nijmegen klimaatneutraal. Hoe gaan we dit doel bereiken? Gebouwde omgeving Dit doen we op de eerste plaats door woningen te isoleren op basis van het programma Energie Besparen Woningen 2023-2030. Doel van dit programma is om in 2030 geen woningen meer te hebben met een energielabel E, F of G en het aantal woningen met label D met de helft te verlagen. In het programma is het einddoel dat in 2045 alle woningen in Nijmegen minimaal label B hebben. Daarnaast is onlangs een nieuwe Warmtevisie vastgesteld. In de Warmtevisie staat hoe we woningen en bedrijven aardgasvrij maken. We geven de voorkeur aan collectieve warmtenetten boven individuele warmtepompen in wijken waar warmtenetten de minste maatschappelijke kosten met zich mee brengen, zoals in Dukenburg. In de Warmtevisie zijn ook onderzoeksgebieden voor warmtenetten aangewezen. Voorlopig vormt warmte van de ARN de optimale bron voor de warmtenetten, op de langere termijn bieden
Zoekgebieden Smart Energy Hubs Zoekgebied nieuwe middenspanningsruimtes
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel II | Beleid
97
aqua- en geothermie kansen als lokale warmtebron. Aan de inwoners van Nijmegen-Zuid en Midden, de meeste wijken in Nijmegen-Oost en een deel van Oud- en NieuwWest adviseren we tot 2030 hybride in plaats van volledig elektrische (all-electric) warmtepompen om netcongestie tegen te gaan. Ook stimuleren we hier bewonersinitiatieven, bijv. coöperaties of energiegemeenschappen, die werken aan collectieve oplossingen.
droogte. Nieuwbouw en herinrichting van de openbare ruimte worden klimaatadaptief uitgevoerd. We hebben de ambitie om in 2035 de prioritaire gebieden vergevorderd te hebben aangepakt. Met name voor de wateropgave moeten ingrijpende systeemaanpassingen worden doorgevoerd om voorbereid te zijn op klimaatverandering. Is een structurele oplossing niet haalbaar, dan nemen we een tijdelijke beschermende maatregelen.
Bedrijventerreinen Bij bedrijven handhaven we de wettelijke energiebesparingsplicht en stimuleren we grootschalige opwek van zon op dak. We faciliteren smart energy hubs en voorzieningen voor waterstof, met name in het havengebied voor scheepvaart en mobiliteit. We benutten mogelijkheden voor groene waterstof als deze zich voordoen en ondersteunen waterstofinitiatieven (productie, tankstations) op of nabij bedrijventerreinen en Industriepark Waal Energie. Op Industriepark Waal Energie hebben we ruimte gereserveerd voor een hybride waterstofcentrale, waarmee we een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van het landelijke energiesysteem.
Hoe gaan we dit doel bereiken?
Elektrificatie Onze toekomstige energievoorziening zal voor ongeveer tweederde uit duurzame elektriciteit bestaan. Voor de elektrificatie is een enorme verbouwing van de energievoorziening nodig: meer hoogspanningsmasten, meer onderstations, meer trafohuisjes in de wijken en meer en dikkere kabels in de grond. Dat kost tijd, waardoor we voorlopig nog te maken zullen hebben met netcongestie. In het Masterplan Netcongestie 1.0 staat hoe we samen met netbeheerders netcongestie beperken. Zo faciliteren we de verzwaring van het stroomnet op hoog-, midden- en laagspanningsniveau optimaal gezien het belang voor de energietransitie en de leveringszekerheid. Ook zetten we in op smart energy hubs op bedrijventerreinen. We bezien of we in het omgevingsplan regels opnemen voor grootschalige batterijen (energieopslagsystemen).
4.6.5
We zijn klimaatbestendig in 2050
Hitte Om hitteoverlast tegen te gaan streven we naar: • Minimaal 40% groen in de wijken en 35% in het centrum, dat evenwichtig is verspreid; • 40% schaduw op hoofdloop- en fietsroutes en verblijfplaatsen en 30% schaduw op buurtniveau, bij voorkeur door bomen; • Een (groene) koelteplek van minimaal 1.000 m2, op maximaal 300 meter loopafstand van elke woning. Naast maatregelen in de openbare ruimte, zijn ook maatregelen aan woningen en in tuinen noodzakelijk voor voldoende koelte op hete dagen. Onze voorkeur gaat uit naar (groene) warmtewering en passieve koeling (ventilatie) boven actieve verkoeling door airco’s. Bij nieuwbouw streven we naar 40 tot 50% warmtewerende oppervlakten. We zorgen voor minder verharding, volgens het ‘groen tenzij’-principe. Dit betekent dat we alleen daar verharden, waar dat strikt noodzakelijk is. Overbodige verharding halen we zoveel mogelijk weg. We zien kansen op trottoirs, pleinen, (te) brede wegen en bij het vrijkomen van parkeerplaatsen. Bestaande parkeerplaatsen kunnen we vergroenen. Bij renovaties in de openbare ruimte streven we ernaar dat er minimaal 10% verharding wordt verwijderd. Groenperken leggen we waar mogelijk verdiept aan voor extra waterberging. We kiezen bij voorkeur voor bomen en planten, die veel schaduw geven en die bestand zijn tegen lange periode van droogte. We zorgen waar mogelijk voor een gezonde, watervasthoudende bodem.
Wat is de opgave? In 2050 is Nijmegen een klimaatbestendige stad die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, wateroverlast en
98
Hittestress
Illustratieve weergave van maatregelen om hittestress te verminderen Koelteplekken Laanstructuur Toevoegen groen
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
99
100
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel II | Beleid
Brakkestein, Nijmegen-Zuid - Gemeente Nijmegen
101
Wateroverlast Om wateroverlast te beperken is ons streefdoel, dat bij een hevige bui van 70 mm in een uur: • Hoofdwegen beschikbaar blijven, tenzij er een goede alternatieve route is. • Hulpdiensten hun bestemming binnen de gewenste tijd kunnen bereiken. • Waterschade niet leidt tot stroomuitval. • Regenwater in de openbare ruimte niet leidt tot structurele schade aan panden. Nieuwbouw dient zodanig te worden aangelegd, dat er geen schade optreedt bij een bui van 70 mm in een uur. Het regenwater houden we zoveel mogelijk vast op de plek waar het valt. We zetten in op water besparen en benutten, infiltreren in de bodem en verwerken in het oppervlaktewater. We geven daarbij de voorkeur aan natuurlijke oplossingen boven technische. Voor nieuwbouw en reconstructies studeren we op regels in het omgevingsplan. Bij hevige buien zien we dat het regenwater van de hoger gelegen delen van de stuwwal via de uitgesleten droogdalen afstroomt en tot wateroverlast en schade leidt in de lagergelegen delen van de stad. Overtollig hemelwater, dat we niet kunnen vasthouden en infiltreren, voeren we af via (groen/blauwe) afvoerstructuren. Ook zijn beschermende maatregelen op gebouwniveau denkbaar als adaptieve maatregel. Daarnaast zorgen we voor gevolgbeperking van overstromingen bij de overstroombare gebieden langs de Waal en buitendijkse gebieden.
Dit doen we in samenwerking met waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat. We werken aan meerlaagse veiligheid; preventie, ruimtelijke ordening en crisisbeheersing. Gezamenlijke opgave Het realiseren van een klimaatbestendige stad is een grote opgave, niet alleen voor de gemeente, maar ook voor onze inwoners en bedrijven. We stimuleren inwoners met communicatie, campagnes en subsidies. Als dit niet tot het gewenste effect leidt, overwegen we om op termijn verplichtende regels voor privaat terrein op te stellen. Ook
102
intensiveren we de samenwerking met bedrijventerreinen en woningcorporaties. Met deze laatste werken we toe naar meerjarige prestatieafspraken. Daarnaast werken we ook samen met omliggende gemeenten en het waterschap aan de opgave voor klimaatadaptatie, waaronder in Samenwerking Klimaat Adaptatie regio Nijmegen (SKAN). Maatregelen aan de openbare ruimte zijn nodig voor het creëren van ruimte voor extra groen en koelteplekken, evenals voor het mogelijk maken van groen/blauwe afvoerstructuren om wateroverlast te beperken bij hevige neerslag. Dit doen we door mee te liften met opgaven in de openbare ruimte, en in de prioritaire gebieden nemen we het initiatief vanuit klimaatadaptatie. Dit werken we verder uit in twee omgevingsprogramma’s: een water- en rioleringsprogramma en een programma klimaatadaptatie en groen. Hierin formuleren we concrete en haalbare doelstellingen voor een termijn van ongeveer 4 jaar. De streefdoelen van klimaatadaptatie gelden als uitgangspunt bij ruimtelijke planvorming en inrichting van de openbare ruimte. Van deze streefdoelen kan enkel gemotiveerd worden afgeweken (‘pas toe of leg uit’).
4.6.6
We behouden, versterken en vergroten de biodiversiteit
Wat is de opgave? We willen een groene en gezonde stad voor menselijke en niet-menselijke natuur. We streven naar behoud, versterking en uitbreiding van zowel het areaal als de kwaliteit van het groen. Dit zorgt niet alleen voor versterking van de biodiversiteit, het beschermt ons tegelijkertijd tegen de gevolgen van klimaatverandering via waterberging en verkoeling. Ook zorgt het voor betere luchtkwaliteit en groen dempt geluid en nodigt uit tot bewegen en ontspanning. Verder zijn groenstructuren (o.a. parkjes, plantsoenen en buurt- en volkstuinen) goed voor de sociale cohesie.
Groene dooradering
llustratieve weergave van de groene dooradering Landschappelijke kader
Groene verbindingen
Grote groenzones
S100 - groene ringweg
Landschappelijke dooradering Campus - landschappelijke dooradering
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel II | Beleid
103
Hoe gaan we dit doel bereiken? Groenblauw weefsel We integreren de natuur in en rondom de gebouwde omgeving, het zogenoemde groenblauw weefsel. We geven ruimte aan natuur in delen van de stad waar natuurbehoud niet de boventoon voert. We streven naar een basiskwaliteit voor natuur in de stad en focussen op beschermde én algemene soorten. Bij het ontwerp en aanleggen van groen houden we rekening met het toepassen van inheems, ecologisch en divers groen. We gaan verspreiding van invasieve exoten tegen. Gezonde bodems zijn hiervoor een voorwaarde. We passen onder andere de toolbox natuurinclusief bouwen toe. Zo versterken we het groenblauwe weefsel in de hele stad met natuurlijke daken en balkons, groene tuinen, volkstuinen, voedselbossen, groene bedrijventerreinen en natuurlijker beheer in de openbare ruimte. Daarnaast besteden we extra aandacht aan vergroening van stenige wijken en zorgen we voor meer bomen en groen op de plekken waar dat het hardste nodig is. We vergroten het aantal bomen dat we beschermen omdat ze monumentaal of waardevol voor de omgeving zijn. We voorkomen bomenkap en passen bestaande bomen zoveel mogelijk duurzaam in. We maken voldoende ruimte voor nieuwe bomen, zowel boven-als ondergronds. Nijmegen verwacht ook van de rest van de stad (d.w.z.
inwoners, bedrijven, woningcorporaties, etc.) een actieve houding om de biodiversiteit op hun perceel te versterken. We blijven inzetten op een sluitend netwerk van groengebieden van 5000 m2 op 300 meter loopafstand.
Watersysteem
Illustratieve weergave van het klimaat adaptieve watersysteem Rivierengebied
Infiltratiezone
Singels
Droogdalen
Dynamisch peilbeheer
Stroomrichting
Cascaderen
Waterkwaliteit verbeteren
Onderbreking Spoorkuil
Waalsprong rivierengebied- singelsysteem
Versterking van de groenstructuur We versterken, verbinden en vergroten de hoofdboom structuur en ecologische groenstructuur. We streven naar een fijnmazig netwerk van bomen op wijkniveau. We zorgen voor een bestendig, gezond en divers bomen- en groenareaal. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten de ecologische groenstructuur, wordt behoud en uitbreiding van de boven- en ondergrondse biodiversiteit vanaf de fase van de visieontwikkeling meegenomen. In de ecologische groenstructuur (kerngebieden en ecologische verbindingen) worden in principe alleen ontwikkelingen toegestaan met een positief netto-effect op de biodiversiteit.
Dierenwelzijn Dierenwelzijn staat in Nijmegen hoog in het vaandel. Veel van ons handelen en beleid heeft raakvlakken met het welzijn van dieren. We blijven daarom, binnen de kaders van de Omgevingswet, een bijdrage leveren aan het dierenwelzijn binnen onze gemeente.
4.6.7
We hanteren water en bodem als richtinggevend
Wat is de opgave? Nijmegen heeft een unieke ligging op de helling van de stuwwal en aan de Waal en Maas-Waalkanaal. Deze stuwwal wordt gekenmerkt door hoge zandgronden met op sommige plaatsen zeer lage grondwaterstanden. De stuwwal herbergt een grondwaterreservoir, dat de bron vormt voor onze drinkwatervoorziening. Aan de voet van de stuwwal liggen de grondwaterstanden relatief hoger. We beschermen het natuurlijk systeem - bodem, (grond) water, groen - en verbeteren de kwaliteit en werking van dit systeem. In de omgevingsvisie gaan we uit van het voorzorgsbeginsel dat preventie vooropstelt: we geven voorrang aan bestrijding van negatieve milieueffecten aan de bron met als uitgangspunt dat de vervuiler betaalt. De bodem is de basis waarop we leven. Elk stukje bodem is in gebruik. We bouwen erop, onze flora en fauna leeft erop en erin, het levert voedsel, grondstoffen, drinkwater, bergt regenwater en het bevat archeologische schatten. We zetten in op vitale gezonde veerkrachtige bodems met een gezond bodemecosysteem. Daarbij realiseren we een optimum tussen benutten en beschermen van dat systeem. We zien dat met het veranderende klimaat en stijgende inwonersaantallen de druk op het watersysteem toeneemt. We streven daarom naar een robuust watersysteem: • We dragen bij aan voldoende en schoon grondwater, mede als bron voor onze drinkwatervoorziening.
• We dragen bij aan voldoende, schoon en ecologisch waardevol oppervlaktewater, waarbij de invloed vanuit het stedelijk afvalwater en de gezondheidsrisico’s geminimaliseerd zijn.
Stad op de Stuwwal – afstroomgebieden Dukenburg en Lindenholt rivierterras – plassensysteem
104
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel II | Beleid
105
Hoe gaan we dit doel bereiken? Een aantal uitgangspunten die bij klimaatadaptatie zijn benoemd, vallen ook onder water- en bodemprincipes. Water en bodem richtinggevend bouwen Het natuurlijk water- en bodemsysteem vormt het richtinggevend kader bij stedelijke uitbreidingen. Een aantal principes die bij klimaatadaptatie zijn benoemd, vallen ook onder ‘water en bodem sturend’. In principe bouwen we niet, of zonder nadelig effect, op de natuurlijke waterhuishouding en op locaties waar dit vanuit waterhuishoudkundig oogpunt niet gewenst is, zoals in de droogdalen. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot een toename van grondwateroverlast en kwel ten opzichte van de bestaande situatie. In gebieden met een hoge grondwaterstand of kwel wordt bij voorkeur ingezet op bouwkundige maatregelen om overlast te voorkomen. Het uitgangspunt hiervoor is niet graven, maar ophogen of bouwen zonder kruipruimte. Bodem We voeren regie op de inrichting en ordening van de bodem en brengen hiertoe de bodem, en alles wat zich daarin bevindt, in beeld. We beschermen de kwaliteit en biodiversiteit van de bodem (grond en grondwater) zo goed mogelijk en waar mogelijk en nodig verbeteren we die. We hergebruiken zoveel mogelijk grond en vergraven zo min mogelijk. We zorgen voor een minimale afdekking van de bodem en herstellen de sponswerking.
We reguleren de aanleg van bodemenergiesystemen (WKO) om efficiënter gebruik te kunnen maken van de ruimte, maar ook om de grondwaterkwaliteit te beschermen. Afval- en hemelwater De voorzieningen voor inzameling, transport en zuivering van stedelijk afvalwater verkeren in een zodanige technische staat dat deze kunnen functioneren waarvoor ze zijn aangelegd. Op het afvalwatersysteem zitten nagenoeg geen aansluitingen die de doelmatigheid van inzameling, transport en zuivering belemmeren. Het hemelwater verwerken we zoveel mogelijk in de bodem of het oppervlaktewater. Zo streven we naar een robuust watersysteem en met (ook in perioden van langdurige droogte) voldoende grond- en oppervlaktewater.
106
Zeker in gebieden waar het hemelwater in de bodem of het oppervlaktewater verwerkt wordt, streven we ernaar, dat dit water zo schoon mogelijk is en dat dit niet tot uitloging van bodemverontreiniging leidt. Waar mogelijk zorgen we voor een goede bodempassage en beperken het gebruik van verontreinigende materialen of activiteiten, zoals het autowassen op straat en het gebruik van uitlogende materialen in de bouw. Het volledig proces van inzamelen, transporteren en zuiveren van afvalwater en hemelwater is in 2050 CO2-neutraal en levert minimale vervuiling op in de leefomgeving. Oppervlaktewater We zetten ons in voor een zo natuurlijk mogelijke inrichting van ons oppervlaktewater, en vergroten de belevings- en gebruikswaarde van het water. Waar we kunnen dragen we mede bij aan een zo goed mogelijke waterkwaliteit. Grondwater Ten aanzien van het grondwater hebben we een heldere regiefunctie. Voor vragen over grondwater en grondwaterproblematiek zijn wij aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven. Waar dat doelmatig is monitoren we de grondwaterstanden en informeren bij vragen hierover. De gemeentelijke grondwatertaak betekent dat wij in het openbaar gebied doelmatige waterhuishoudkundige maatregelen moeten treffen om structurele nadelige effecten van de grondwaterstand in de openbare ruimte - voor de aan de grond gegeven bestemming - zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Wij hebben die taak alleen als het waterschap, provincie of Rijk niet verantwoordelijk zijn. Daarnaast hebben we met andere overheden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het grondwater. Met deze overheden bepalen we hoe we de kwaliteit van het grondwater (onze potentiële drinkwatervoorraad) kunnen beschermen.
4.6.8
We sturen op (de opgaven in de) ondergrond
We zijn er ons niet altijd van bewust omdat we het niet kunnen zien, maar ook onder de grond is het een drukte van jewelste met kabels en leidingen, boomwortels, kelders, containers etc. Met alle opgaven, die we hebben, lopen we tegen de grenzen van het natuurlijk systeem aan. We moeten dus zuinig zijn op de bodem en ook over de ondergrond keuzes maken. Een goede afweging en keuzes over de ondergrond zijn belangrijk omdat ze ook samenhangen met de grondgebonden doelen die eerder in het stuk genoemd worden. We bezien op welke wijze we de keuzes gaan maken. Mogelijk kiezen we voor het opstellen van een separate omgevingsvisie over de ondergrond of een omgevingsprogramma voor de ondergrond.
4.6.9
We benutten koppelkansen
Vanwege de krapte is het wenselijk en noodzakelijke om onze ambities ten aanzien van klimaatadaptatie, biodiversiteit, mobiliteit, energietransitie, vernieuwing van de openbare ruimte en gezondheid (m.n. Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten - BOSS) zoveel mogelijk te combineren. Zo vormen het bomenplan en de agenda voor biodiversiteit een belangrijke basis voor de groenblauwe hoofdstructuur die het risico op hittestress, droogte en wateroverlast kan verminderen. En liggen de groene sociale knooppunten en het bovenwijks beweegnetwerk vaak in de hoofdgroenstructuur, denk aan parken bijvoorbeeld.
Beleid, vervangingen en aanpassingen van het stelsel worden verder uitgewerkt in het eerdergenoemde Water- en rioleringsprogramma en de onderliggende Meerjarenplanning.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel II | Beleid
107
Strategisch ruimtelijke keuzes
05.
Thiemepark, Nijmegen-Oost
In dit hoofdstuk beschrijft Nijmegen de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. We beschrijven de strategisch ruimtelijke keuzes. Nijmegen kiest ervoor om te groeien binnen de grenzen van de stad, te werken aan hoogstedelijke milieus, sterke campussen, te werken aan een groter centrumgebied en om het Maas-Waalkanaal te omarmen. Naast de strategisch ruimtelijke keuzes beschrijven we onze visie op hoogbouw.
110
5.1
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
111
112
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
113
5.2
We groeien binnen de grenzen van de stad
Nijmegen kiest ervoor om te ontwikkelen binnen de huidige stadsgrenzen. Dat betekent dat we nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen binnen de stad creëren. We bouwen hiermee voort op de in 2020 gemaakte keuze om te groeien binnen de grenzen van een compacte stad. Toekomstige ontwikkelingen moeten hierbinnen passen. Een compacte stad betekent ook dat reisafstanden kort zijn. In een compacte stad kiezen inwoners vaker om te lopen, te fietsen, of met het openbaar vervoer te reizen. We zetten daarom de mobiliteitstransitie in om slim om te gaan met onze infrastructuur en voorzieningen. Groei binnen de grenzen van de stad betekent ook dat we dichter op elkaar wonen. Dit vraagt verdraagzaamheid en tolerantie. Een belangrijke andere reden om te ontwikkelen binnen de grenzen van de stad, is om zo het groene landschap om Nijmegen heen groen te houden. Nijmegen heeft hierbij de ambitie om dit groene landschap als het ware steeds meer in de stad te ‘trekken’.
5
6
2
1
114
1
Ruimte voor ontmoeten en buiten activiteiten,
2
Kleinschalige Intensivering tbv doorstromen in eigen wijk,
3
Vernieuwing openbare ruimte en ondergrond,
4
Klimaatadaptieve woonstraat,
5
Verduurzaamde bestaande woningen,
6
Openbaar vervoer.
4
3 Illustratieve weergave van een buurt waar woningen verduurzaamd worden, openbare ruimte klimaatbestendig wordt ingericht en kleinschalige intensivering plaats vindt.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
115
5.3
We creëren hoogstedelijke milieus rondom ov-knooppunten en sterke campussen
In het centrumgebied (binnenstad, Stationsdistrict, Waalfront en Hof van Holland), Campus Heijendaal, Station Dukenburg en Winkelsteeg kiest Nijmegen voor een hoogstedelijk karakter met functiemenging en hoge dichtheden. Dat kan omdat deze gebieden in de buurt van een ov-knoop liggen en ontsloten worden met snelfietsroutes.
3 4 5
2 1
116
1
Wonen aan een groene-klimaat adaptieve buitenruimte,
2
Lokale energie voorzieningen,
3
Hoogbouw rondom Centraal Station,
4
Oude stationselementen,
5
Levendige West-Entree met ruimte om te ontmoeten.
Illustratieve weergave van de nieuwe westentree van het centraal station, omringd door wonen, werken en klimaatmitigerende en adaptieve maatregelen.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
117
5.4
We werken aan een groter centrumgebied
Nijmegen werkt aan een groter gebied met centrumfuncties. Deels ontstaat dit grotere centrumgebied doordat verschillende grote projecten aan de oevers van de Waal gerealiseerd worden, of zijn gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn het Waalfront en Hof van Holland. Hierdoor ontstaan diverse nieuwe gemengde gebieden in de buurt van en in verbinding met het centrum. Ook wil Nijmegen het Stationsgebied meer verbinden met en onderdeel laten zijn van het centrum. Binnen ‘Nijmegen omarmt de Waal’ krijgen de rivieroevers een belangrijke functie als openbare ruimte. Zo wordt de Waal meer zichtbaar en beleefbaar.
3
4
2 1 5
118
1
Levendige Lentse Warande,
2
Sport, recreatie en natuur op het, Eilandje,
3
Historische binnenstad,
4
Een nieuw stadssilhouette met diverse woon-werk gebouwen,
5
Terras aan de Spiegelwaal met voorzieningen.
Illustratieve weergave van het zicht op het historisch centrum en het stadspark op het eilandje vanaf de Lentse Warande.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
119
5.5
We omarmen het kanaal
Hierbij zetten we in op intensivering en transformatie van de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert en Winkelsteeg als woon-werkgebied. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen, werken we aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. Door de leefomgeving aantrekkelijker te maken met gevarieerdere wijken die rijker aan voorzieningen worden, dragen we bij aan het verbeteren van de brede welvaart en gezondheid van de inwoners. De bestaande kwaliteiten en identiteiten van de gebieden benutten we voor de transformatieopgave. 2
TPN-West blijft een bedrijventerrein. Door de milieuruimte en de haven heeft TPN-West potentie om een grotere bijdrage te leveren aan de circulaire economie en energietransitie. We willen de economische kracht van TPN-West benutten maar streven tegelijkertijd naar een vermindering van de milieudruk op de leefomgeving. Daarom gaan we onderzoek doen naar een logische opbouw en toedeling van functies in het gebied, om te zorgen voor het juiste bedrijf op de juiste plek.
1
4
3
120
1
Woningdifferentiatie Dukenburg,
2
Kanaalzone: een nieuw hart in de stad,
3
Klimaat-adaptieve ontmoetings- en verblijfsplekken aan het Kanaal,
4
Intensivering aan het kanaal,
5
Evenementen, sport, spel en plezier in Park Winkelsteeg aan het Kanaal.
5
Illustratieve weergave van een levendige Kanaalzone in 2050 met ruimte voor werken, wonen en ontmoeten aan beide zijden van het kanaal.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
121
5.6 Hoogbouw en ruimtelijke kwaliteit 5.6.1
Algemeen
Bouwen in een beperkte ruimte vraagt ook om uitgangspunten voor hoogbouw. Hoe we de stad dichter bebouwen (intensiveren), is belangrijk voor een goed leef- en werkklimaat. Hoogbouw kan daarbij een rol spelen. Maar het is niet de enige manier om de stad compacter te maken. Dat kan ook door extra verdiepingen toe te voegen aan bestaande gebouwen, het beter benutten van bestaande gebieden, of door lagere gebouwen te vervangen door hogere, zorgt dat er ruimte op maaiveld overblijft voor bijvoorbeeld voldoende groen. Er zijn specifieke redenen om voor hoogbouw te kiezen: • Hogere Dichtheid: Hoogbouw maakt het mogelijk om meer mensen te huisvesten op een beperkte ruimte en het maaiveld zo min mogelijk te belasten. Dit kan bijdragen aan een levendige stedelijke omgeving. • Diversiteit in Woon- en Werkmilieus: Hoogbouw zorgt voor nieuwe leef- en werkplekken die aantrekkelijk zijn voor verschillende doelgroepen. Bijvoorbeeld: jonge professionals en studenten. Hierdoor wordt de stad aantrekkelijker voor een breder publiek. • Oriëntatie in de Stad: Hoogbouw kan de stad overzichtelijker maken door belangrijke plekken, zoals nieuwe centra of stations, te markeren.
5.6.2
Hoogstedelijke ontwikkelingen Bestaande gebouwen 55+ meter
OV-knoop hoogtes tot 55 meter
Bestaande gebouwen 45+ meter
OV-knoop hoogtes vanaf 55 meter
Geplande bouwwerken 55+ meter (bekend zomer 2024)
Kanaaloevers, div. hoogtes in onderzoek
Geplande bouwwerken 45+ meter (bekend zomer 2024) Stations
122
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Hoogbouw en de Menselijke Maat
Hoogbouw roept soms zorgen op over het verlies van de menselijke maat in een compacte stad. Maar goed ingepaste hoogbouw kan juist zorgen voor levendige buurten met veel mogelijkheden voor ontmoeting. Belangrijk is dat het ontwerp van gebouwen en de omgeving gericht is op de gebruikers. Dit betekent aandacht voor veilige en toegankelijke openbare ruimtes, praktische voorzieningen zoals fietsenstallingen, en een architectuur die bijdraagt aan een overzichtelijke stad. Hoewel hoogbouw uitdagingen met zich meebrengt, zoals windhinder en verminderde sociale controle, kunnen deze worden aangepakt door hoge gebouwen goed te integreren met de omgeving. Als torens onderdeel zijn van een groter bouwblok en zijn voorzien van winkels en een
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
overzichtelijke entree aan de straat, dragen ze bij aan een prettige, mensgerichte buurt. Ook dragen compacte (hoge) gebouwen bij aan efficiënter energie gebruik en blijft er meer openbare ruimte over voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie.
5.6.3
Waar kan hoogbouw in Nijmegen?
Hoogbouw bij ov-knooppunten De hoogste gebouwen willen we concentreren rond belangrijke openbaar vervoer-knooppunten. Hier kunnen we stedelijke wijken maken met bouwblokken van bijvoorbeeld zes verdiepingen, waarin torens subtiel geïntegreerd worden in een clustervorm en bouwblokkenstructuur. Dit zorgt voor levendige straten zonder dat hoogbouw te dominant wordt. Deze aanpak helpt ook om de stad overzichtelijk te houden. In gebieden zoals het Waalfront, Stationsgebied, Winkelsteeg-Kanaalzone en rond station Lent kunnen torens van 70 meter en hoger worden gebouwd. Rond station Heijendaal is een maximale hoogte van 55 meter toegestaan. Langs de kanaaloevers Aan de oevers van het Maas-Waalkanaal willen we losstaande elementen of hoogbouw als onderdeel van bouwblokken. Hier draait het niet om maximale dichtheid en hoogte, maar om het creëren van unieke woonomgevingen die bijdragen aan de zichtbaarheid van de wijken langs het kanaal. In Winkelsteeg zijn al hoogtes tussen de 55 en 110 meter toegestaan. Voor andere gebieden geldt dat er onderzoek gedaan moet worden naar de relatie tussen zichtbaarheid, ruimtelijke kwaliteit een aansluiting op bestaande wijken en structuren. Hoger bouwen in andere delen van de stad, <45m In beschermde stadsgezichten is hoogbouw in principe niet gewenst, waarbij we ruimte bieden voor maatwerk.
In de rest van de stad kan in uitzonderlijke gevallen met behoud van cultuurhistorische waarden hoger gebouwd worden, afhankelijk van de gemiddelde bouwhoogte in de wijk en wat de wijk nodig heeft. Belangrijk is dat hoogbouw hier altijd onderdeel is van een bouwblokkenstructuur. De maximale hoogte verschilt per wijk; in een wijk met voornamelijk lage huizen kan een gebouw van 15 meter al hoog zijn, terwijl in een andere wijk 30 meter goed denkbaar is.
123
5.6.4
Inpassen van hoogbouw
Cluster: Een cluster is een groep gebouwen die dicht bij
elkaar staan. De gebouwen zijn hoog, maar verschillen in hoogte. Ze zijn onderdeel van een bouwblok waarvan een enkele vrijstaand kan zijn.
Blokkenstructuur: Als onderdeel van een
bouwblokkenstructuur is hoogbouw een hoogteaccent passend bij het totale bouwvolume. Het geeft hiermee identiteit en herkenbaarheid aan de omgeving. Het kan gaan om een enkel bouwblok. Bij meer bouwblokken moet een combinatie gemaakt worden met blokken met een lager hoogteaccent.
Losstaand element: Een losstaand element is een landmark die in relatie tot andere gebouwen staat en samen een prettige openbare ruimte vormt. De plinten zijn transparant en vormen een leefklimaat. Hierdoor is geen ruimte voor autoparkeren.
5.6.5 Voorwaarden voor hoogbouw
5.6.6
1.
Het optoppen van woningen is ook een vorm van inbreiding. Voor deze vorm van inbreiding geldt dat de optopping moet passen bij de uitstraling van het bouwwerk. De bouwhoogte moet passen bij de omgeving. Bij optoppen mag het bestaand aantal bouwlagen niet worden verdubbeld. Er mag geen schaduwhinder voor de buren ontstaan. De entrees op de begane grond moeten passend en duidelijk zijn. In alle gevallen moet er een aangename openbare ruimte ontstaan. De parkeerdruk mag niet toenemen en er moet voldoende ruimte zijn voor berging en het stallen van fietsen.
2.
3.
4.
124
Uitmuntend ontwerp: Hoogbouw moet goed ontworpen zijn en iets toevoegen aan de stad. De gebouwen moeten duurzaam en mooi zijn. Levendige begane grond: De onderste verdieping moet levendig zijn, met winkels of andere functies die de interactie met de straat bevorderen. Leefbaarheid en menselijke maat: Hoogbouw moet prettig zijn om in te wonen en werken, met een menselijke schaal ondanks de hoogte. Gemeenschappelijke ruimtes zoals dakterrassen en ontmoetingsplekken zijn essentieel om anonimiteit en eenzaamheid te voorkomen. Geen Windhinder en rekening houden met zonlicht: Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden met wind en zonlicht om problemen later te voorkomen. Setbacks (terug liggende verdieping) kunnen helpen om de menselijke maat te behouden en windhinder te verminderen.
Optoppen
Voor het Wederopbouwcentrum in de beneden- en binnenstad willen we de mogelijkheden voor optoppen nader onderzoeken, waarbij behoud van de stedenbouwkundige en architectonische waarden van het gebied uitgangspunt is.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Strategisch ruimtelijke keuzes
Nimbus, Nijmegen-Centrum - Thea van den Heuvel
125
Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
06.
Waalfront, Nijmegen-Oud-West - Kristiaan Laumen
In dit hoofdstuk beschrijft Nijmegen het beleid per stadsdeel. Nijmegen heeft negen stadsdelen: NijmegenCentrum, Nijmegen-Noord, Nijmegen-Nieuw-West, Nijmegen-Oud-West, Nijmegen-Midden, Dukenburg, Lindenholt, Nijmegen-Zuid en Nijmegen-Oost. Dit zijn grote gebieden die bestaan uit verschillende wijken.
128
6.1
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
129
6.2 Stadskarakters: een nieuwe stedelijke structuur 6.2.1
Algemeen
We hebben de stad opgedeeld in verschillende gebieden, waaronder: historisch centrum, hoogstedelijk, gemengde wijken, woongebieden, campussen, werklocaties, industrie en buitengebied. Onderdeel van deze karakters zijn ook verschillende groengebieden. We laten zien hoe deze gebieden zich kunnen ontwikkelen richting 2050. Kortom: • Per stadskarakter laten we zien wat wij een goede ontwikkeling vinden. Bijvoorbeeld hoe stedelijk een gebied kan zijn en wat slimme oplossingen om te vergroenen kunnen zijn. • Voor elk stadsdeel hebben we opgeschreven wat we willen doen en welke keuzes er zijn. Deze laten we ook op kaart zien. Wat we doen in de stadsdelen baseren we op de brede welvaartsgedachte. Dit wordt duidelijk in de aandacht voor het welzijn van inwoners, gezondheid, wonen, werken, vrije tijd en het milieu. We leggen uit waarom we de stadskarakters gemaakt hebben en wat we hopen te bereiken. Vervolgens geven we van elk type een uitleg. Op de kaart hiernaast laten we de gebieden zien.
6.2.2
6.2.3
Wat willen we bereiken met de stadskarakters?
We streven per gebied een andere stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit na. Met de tekeningen willen we voornamelijk laten zien wat mogelijk is. Ze geven een beeld van de identiteit en van de ruimtelijke kwaliteit die we nastreven. Ze geven een beeld van hoe ze bijdragen aan het bouwen van gemeenschappen, met voldoende plek voor ontmoeting en recreatie. Ze geven niet letterlijk weer hoe een gebied moet ontwikkelen. De tekeningen zijn in de eerste plaats bedoeld om te inspireren. Daarnaast kunnen ze gebruikt worden als gespreksstof aan de omgevingstafel. Door bijvoorbeeld samen met een initiatiefnemer te kijken naar (on)mogelijkheden van een initiatief. Bij het gebruik van stadskarakters zijn ook kanttekeningen te maken. Hele specifieke nuances per gebied zijn niet te maken. Als voorbeeld: voor een plek als Winkelsteeg streven we een gemengd woon-werkgebied na. Met de stadskarakters kan het zijn dat dat minder goed ervaren wordt. Meer nuancering brengen we dan ook aan via het omgevingsplan.
Waarom hebben we de stadskarakters gemaakt?
Nijmegen wil groeien, maar wel binnen de stadsgrenzen. Dit betekent dat we in een beperkte ruimte groene gebieden, nieuwe woningen, werkplekken en andere functies moeten maken. We moeten dit dus op een slimme manier doen. In elk deel van de stad doen we dit op een andere manier. Elk deel heeft namelijk een andere identiteit.
Stadskarakters Historisch centrum
Gemengde gebieden
Campus
Hoogstedelijk
Woongebieden
Werklocaties
Buitengebied
Haven & industrie
130
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
De gebieden zijn een eenvoudige weergave van de verschillende soorten wijken en bedrijventerreinen in Nijmegen. Ze zijn verschillend in de hoeveelheid bebouwing en in hoeverre wonen, werken en andere functies zijn gemengd. Daarom hebben we tekeningen gemaakt om te laten zien hoe we dit doen. Het liefst laten we dit per stadsdeel als geheel zien, maar ook elk stadsdeel bestaat bijvoorbeeld uit verschillende type karakters.
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
131
Hoogbouw + optoppen + verdichten
Evenementen
Mobiliteitstransitie aanjagen door gebruik OV (stations mobiliteitshubs) Behoud diversiteit voorzieningen + ontmoetingen faciliteren
Auto vrij
Verbeteren kwaliteit routes fietsers en wandelaars binnen groene corridors
Tegengaan hitte-stress door verminderen verharding en ontwerpen schaduwplekken
Goed vestigingsklimaat.
6.2.4 Historisch centrum Het historisch centrum is een belangrijk deel van Nijmegen, omdat er veel dingen samenkomen en gebeuren in een dynamisch vestigingsklimaat. Het karakter moet herkenbaar en behouden blijven door de historische gebouwen en plekken te versterken. Nergens anders is de lange geschiedenis van Nijmegen zo goed zichtbaar en voelbaar als in het historisch centrum. Hoogbouw mag maar in zeer beperkte mate, waarbij ruimte is voor maatwerk en rekening gehouden moet worden met de impact hiervan op straatniveau. Het historisch centrum wordt ingericht op voetgangers en het moet een fijne plek zijn om te ontspannen en te verblijven. In het historisch centrum is met verschillende parken, pleinen en voorzieningen ruimte voor ontmoeting en recreatie.
132
6.2.5 Hoogstedelijk gebied Omdat het in de zomer warm wordt, is het belangrijk om meer schaduw en groen te maken. Een manier om meer te vergroenen is met kleine parkjes
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Hoogstedelijke gebieden liggen meestal rondom ov-knooppunten. De voetganger en de fietser staan in deze gebieden op de eerste plaats. In deze gebieden zijn wonen, werken en voorzieningen gemengd. In hoogstedelijke gebieden is ruimte voor ontmoeting. De bebouwingsdichtheid is hoog. Er is ruimte voor inbreiding, hoogbouw en optoppen van gebouwen. Door menging van functies ontstaat kruisbestuiving met een goed vestigingsklimaat voor kantoren en andere kleinere economische functies. De dynamische omgeving kan ook bij bewoners zorgen voor nieuwe contacten en meer onderling begrip.
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
Dit draagt bij aan de sociale cohesie en leefbaarheid in hoogstedelijke gebieden. De gebouwen verschillen van elkaar en de openbare ruimte is hoogwaardig. Om deze openbare ruimte te versterken is vergroening belangrijk. Om het leefklimaat goed te houden zijn koelteplekken wenselijk.
133
Behoud gevarieerd voorzieningenaanbod Energietransitie als onderdeel van de stad
Aanpak van hittestress gebieden
Ontwikkeling van horeca en cultuursector
Sociale cohesie i.r.t. verdichting
Verbeteren kwaliteit routes fietsers en wandelaars binnen groene corridors Minder parkeerplaatsen en versmallen van 50km/h wegen naar 30km/h wegen
Ruimte voor verdichting
134
6.2.6 Gemengd gebied
6.2.7 Woongebied
In gemengde wijken streven we meer functiemenging en verschillende voorzieningen na. Het zijn wijken waar wonen, werken en voorzieningen gemengd zijn. Dit zijn dynamische wijken met meer reuring, waar ook ruimte is voor meer woningbouw. We vinden het belangrijk dat actieve mobiliteit (meer beweging en minder uitstoot) gestimuleerd wordt, doordat voorzieningen op loop- of fietsafstand in de wijk aanwezig zijn. Zo ontstaan ook inclusieve wijken, waar bewoners elkaar ontmoeten en ruimte is voor recreatie. Deze ontmoetingsmogelijkheden kunnen zorgen voor meer sociale cohesie. Bij ingrepen in de wijk proberen we zoveel mogelijk opgaven te combineren, zoals klimaatadaptatie, vergroening en gezondheid. Cultuurhistorische waarden en identiteiten behouden we.
In de woongebieden streven we naar rustigere wijken waar voornamelijk, maar niet uitsluitend, gewoond wordt. Woongebieden bestaan voor het grootste deel uit laagbouwwoningen. Economische functies aan huis, of in woonstraten zijn mogelijk. Andere functies zien we liever bij centrale ontmoetingsplekken en voorzieningen op wijkniveau, waar ruimte is om elkaar te ontmoeten. Dit zijn ook de plekken waar mensen samen kunnen komen en zijn goed voor onderlinge verbindingen en sociale cohesie. In woongebieden is het onder voorwaarden mogelijk om woningen toe te voegen. Het streven is dat in woonbuurten maximaal 30km/u wordt gereden. We vinden het belangrijk de kwaliteit van de routes voor fietsers en wandelaars te verbeteren. Schaduwrijke fiets- en wandelpaden kunnen hierbij helpen. Woongebieden bevatten vaker verschillende groene gebieden. We behouden cultuurhistorische waarden en identiteiten en stemmen ontwikkelingen hierop af.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
135
Betere match banen en beroepsbevolking regio voor praktisch opgeleiden
Kruisbestuiving stimuleren
Maken groene ontmoetingsplekken + sportparken integreren Ruimte voor kruisbestuiving tussen bedrijven
Bereikbaarheid OV
Kwalitatief een goede gezonde leefomgeving Onderdeel van de stad, menselijke maat en schaal
Klimaatadaptieve campus
136
6.2.8 Campus
6.2.9 Bedrijventerrein of overige werklocaties
Op de campussen staan kennisontwikkeling en werken centraal. Hier is ruimte voor innovatieve bedrijvigheid. Hier vinden we het belangrijk dat de levendigheid en het verblijfsklimaat verbetert. Zodat mensen elkaar op de verschillende campussen kunnen ontmoeten. Dit is goed voor het uitwisselen van kennis wat bijdraagt aan het bouwen van een kennisgemeenschap. Aantrekkelijke loopen fietsroutes vinden we belangrijk. We willen dat de samenhang en de verbinding met de rest van de stad sterker wordt. Bij voorkeur wordt ingezet op duurzame mobiliteit.
Nijmegen heeft verschillende werklocaties met een eigen economisch profiel. Zo verschillen ze in de ruimte voor kantoren, of andere werkfuncties. Deze diversiteit is een belangrijke kracht van Nijmegen. De werklocaties zijn in eerste instantie bedoeld voor economische functies. Het zijn plekken waar gewerkt wordt. Omdat de vraag naar werklocaties groter is dan het aanbod, zet Nijmegen in op slim ruimtegebruik waarbij we de ruimte die er is optimaal willen benutten. Ook willen we strategische ruimte benutten voor de circulaire economie en energietransitie. We streven ook naar het toevoegen van meer groen. Nijmegen zet ook in op het versterken van de kwaliteit (boven)regionale logistieke knooppuntfunctie.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
137
Voldoende beweegroutes die stedelijke groen verbinden met landschappelijk groen Grondstoffenhubs (grondstoffen, materialen, afvalstromen) Circulariteit bevorderen van materialen en reststromen Behouden en versterken aanbod evenementen
Bij ingrepen in de wijk de combinatie zoeken met klimaatadaptatie en energietransitie
Bereikbaarheid van grotere natuurgebieden en sportparken
Bevorderen van gezondheid door faciliteren fietser en wandelaar (routes)
138
6.2.10 Industrieterrein
6.2.11 Buitengebied
Nijmegen heeft een industriegebied. Dit is TPN-West. De bedrijven op dit terrein hebben een grotere milieuruimte, omdat er bijvoorbeeld grondstoffen worden verwerkt. We werken we aan een zo slim mogelijke inrichting om zuinig om te gaan met de schaarse fysieke en milieuruimte. Daarbij streven we naar vermindering van de milieudruk op de leefomgeving en gaat TPN-West voor duurzaam transport en mobiliteit over weg en water. Vermindering van milieudruk betreft zowel het terugdringen van de uitstoot van schadelijke stoffen (zoals NOx en Zeer Zorgwekkende Stoffen) naar lucht, water en bodem als hinder van geur, geluid en trillingen. We vinden een prettig werk- en verblijfsklimaat belangrijk. Daarom zetten we in op groen om hittestress te verminderen. Ook vinden we het belangrijk dat de ruimte benut wordt voor de energietransitie. Bijvoorbeeld met smart energy hubs en zonnepanelen op de daken.
Nijmegen is vrijwel tot aan de stadsgrenzen bebouwd. Toch heeft Nijmegen gebieden die we zien als buitengebied. Deze gebieden zijn belangrijk voor de (nieuwe) natuur, klimaatadaptatie en worden gebruikt om te recreëren en voor evenementen. Deze gebieden bieden ook kansen voor lokale voedselproductie zoals stadslandbouw. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in ons buitengebied houden we rekening met de landschappelijke kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen vanuit de provincie.
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
Regionale voedselproductie (low food miles)
139
6.3 6.3.1
Uitwerking op stadsdeelniveau
Beleidstoepassing op stadsdeelniveau
Bewust is gekozen om de beschrijvingen op stadsdeelniveau zo concreet mogelijk te maken. Het gevolg is wel dat ze meer over de nabije toekomst gaan, dan over de verre toekomst in 2050. Dat is geen probleem, want we blijven de omgevingsvisie actualiseren. De beschrijvingen worden met elke actualisatie concreter gemaakt, aangevuld, of aangepast. Ook kan het beleid veranderen. Dat kan doordat we bijvoorbeeld ervaringen opdoen aan de omgevingstafel, waar de beschrijvingen gebruikt worden. Ook wordt het beleid vertaald naar het omgevingsplan. Ervaringen die we
daar opdoen gebruiken we ook om de beschrijvingen aan te passen. De verschillende kleuren op de kaart komen overeen met de verschillende stadskarakters. Zo is duidelijk te zien dat elk stadsdeel uit verschillende stadskarakters bestaat. De legenda beschrijft verder wat op de kaart is te zien. De beschrijvingen per stadsdeel hebben ongeveer dezelfde opbouw. Eerst wordt het stadsdeel in algemene zin beschreven, daarna volgt een beschrijving van het beleid, de prioriteiten komen daarna en we sluiten af met een kaart waarop concrete acties staan.
Legenda Stedelijke typen
Groen en landschap
Stedelijke ontwikkeling
Historisch centrum
Groene kerngebieden
Studiegebied groen/stad
Hoogstedelijk
Sportpark
Studiegebied groene buffer
Gemengde gebieden
Water
Zoekgebied stedelijke voorkanten
Woongebieden
Recreatie
Hoogbouw stationslocatie 70m +
Campus
Verbinding met het landschap
Hoogbouw stationslocatie tot 55m
Voorzieningen
Dijken
Werklocaties
Ecologische verbindingen
Industrie
Type gebonden opgaven
Verbindingen
Wonen in het groen
Historische verbindingen
Windenergie
Watergebonden industrie
Lange-lijnen-fietsnetwerk primair
Opslag duurzame energie
Vergroenen bedrijventerrein
Onderzoek: zone VeluweWaalpad
Circulaire hub
Verbinden kanaaloevers
Recreatieve wandelroute
Energiehub
Spoorweg met station
Clean energie hub
Rijksweg met rotonde
Circulaire industrie
Veerverbinding
Onderstation
P+R hub
WKO
Zichtpunt
Duurzame energie
Plekken met stedelijke betekenis
Centrumgebied Kansrijke sociale knooppunten Wens sociale knooppunten Icoonlocaties Romeins verleden
140
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Energie & duurzaamheid
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
Relatie versterken tussen wijken/buurten
141
6.3.2
Nabije stad
Op stadsdeelniveau hebben we ervoor gekozen om meer ruimte te maken waar wonen, werken en ontspannen bij elkaar komen. Hiermee zorgen we ervoor dat inwoners dichtbij waar ze wonen, gebruik kunnen maken van voorzieningen. Een voorbeeld hiervan is het idee voor een ‘hart voor Lindenholt’ waar verschillende functies samenkomen. In Nijmegen-Noord onderzoeken we bijvoorbeeld of meer voorzieningen nodig zijn. In alle stadsdelen vinden we het belangrijk dat er plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. We willen dat deze plekken groen en koel zijn. Zo wordt het prettiger voor mensen om samen te komen.
6.3.3
Rechtvaardige stad
In alle stadsdelen hebben we aandacht voor rechtvaardigheid. Voor de stadsdelen Lindenholt, Dukenburg, Nijmegen-Zuid en Nijmegen-Oud-West hebben we extra maatregelen opgenomen. Zo zetten we in op verbindingen met de rest van de stad en op plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Ook zijn dit de stadsdelen waar we de komende jaren plannen maken voor nieuwe woningen.
6.3.4
Brede welvaart
Nijmegen heeft nagedacht hoe we het idee van de brede welvaart goed kunnen toepassen. Dit wordt duidelijk in de aandacht voor een goede balans tussen hier en nu en elders en later en: • Welzijn: plekken om te ontmoeten te ontspannen en te bewegen, toevoegen van woningen en inzetten op werkgelegenheid, • Gezondheid: groene gebieden, plekken om te bewegen en maken van groene buffers, • Ruimtelijke samenhang en kwaliteit: veel aandacht voor cultuurhistorie, een toekomstbestendige en goede ruimtelijke kwaliteit met voldoende woningen, • Economisch kapitaal: behouden van bedrijventerreinen en inzetten op een duurzame economische toekomst, • Natuurlijk kapitaal: veel inzet op een duurzame
142
•
toekomst, groen en klimaatadaptatie, Sociaal kapitaal: helderheid geven aan inwoners door in te zetten op een leesbare ‘navigeerbare’ toekomst door concreet te beschrijven welke visie Nijmegen heeft.
6.3.5
Sociale en gezonde stad
We willen overal gezond gedrag makkelijk maken en aan een gezond leefmilieu werken. In de stadsdelen hebben we enkele locatie specifieke gezondheidsthema’s opgenomen. Het gaat hierbij om de maatregelen voor een klimaatadaptieve stad en een groene buffer tussen TPNWest en de omliggende wijken. Omdat we een beweegvriendelijke stad belangrijk vinden, heeft de uitvoering van het kader Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BOSS) een belangrijke plek gekregen. In de gebiedsuitwerkingen zijn specifieke locaties genoemd voor bovenwijkse beweegnetwerken en groene sociale knooppunten. We vinden ook (de toegankelijkheid van) gezonde voeding belangrijk. Het aantal stadslandbouwinitiatieven in en rondom Nijmegen groeit. Zij produceren gezond, lokaal en natuurvriendelijk voedsel. Voor stadslandbouw is ruimte in en rondom de stad. In de gebiedsuitwerkingen is bij de betreffende wijken aandacht besteed aan stadslandbouw.
6.3.6
Aantrekkelijke stad
In de stadsdelen is gekeken op welke plekken woningbouw mogelijk is en hoe we omgaan met de mobiliteitstransitie. Ook hebben we veel aandacht voor de cultuurhistorische waarde van de verschillende stadsdelen. Voor het toevoegen van woningen vormt de bestaande kwaliteit van de omgeving het vertrekpunt en wordt deze waar mogelijk
Winkelsteeg, Bijsterhuizen, De Grift/Rietgraaf en Brabantse Poort. Omdat deze belangrijk zijn voor de werkgelegenheid in onze stad, zetten we in op het behouden en versterken van onze werklocaties. Winkelsteeg transformeren we naar een gemengd woon en werkgebied. TPN-West heeft de potentie om een nog grotere bijdrage te leveren aan de circulaire economie en de energietransitie. Daarom kiezen we voor het behoud van TPN-West als locatie voor een circulair industrieterrein.
6.3.8
Duurzame stad
Per stadsdeel is het toekomstige energiesysteem beschreven. Daarnaast is veel aandacht besteed aan het klimaatadaptief maken van de verschillende stadsdelen. Tegelijkertijd zien we dat het klimaatadaptief maken van de stad, nog onzeker is en veel vraagt van de stadsdelen en invloed heeft op andere ambities. In de omgevingsvisie is het water- en bodemsysteem richtinggevend voor de ontwikkeling van de stad. In het kaartmateriaal zijn op hoofdlijnen de kerngebieden en de ecologische verbindingen uit de biodiversiteitsagenda opgenomen. Kerngebieden zijn de belangrijkste groengebieden in de stad en fungeren als (primaire of secondair) leefgebied voor flora en fauna en daarmee populatiegroei stimuleren en bijdragen aan voldoende groene dooradering door het bebouwde landschap. Hier ligt de focus op het herstellen en versterken van de biodiversiteit binnen het desbetreffende kerngebied. Ecologische verbindingen zijn belangrijke onderdelen van de ecologische groenstructuur die de kerngebieden en/of omliggende natuurgebieden met elkaar verbinden. Hier ligt de focus op het versterken van de ecologische verbinding door het verhelpen van knelpunten en het stimuleren van diverse laagstructuren.
versterkt.
6.3.7
Economisch veerkrachtige stad
We hebben extra aandacht besteed aan de verschillende werklocaties van Nijmegen: Campus Heijendaal en Noviotech Campus en de bedrijventerreinen: TPN-West, De
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
143
6.4 6.4.1
Nijmegen-Centrum
Vergezicht 2050
Voor het vergezicht van het Stadsdeel Nijmegen-Centrum is gebruik gemaakt van de gebiedsvisies ‘Koers voor de Binnenstad’ en het Stationsdistrict. Deze gebiedsvisies hebben beide een ander eindjaar. Voor het stadscentrum is dat 2035 en voor het Stationsdistrict is dat 2050. In 2035 is het stadscentrum als wijk van het centrum een plek waar iedereen zich thuis voelt. Waar ruimte nog meer dan elders samen gedeeld wordt; voor ontmoeten, werken, wonen, winkelen, ontspannen en cultuur. De auto maakt ruimte voor een groene, bruisende binnenstad waar je nú en in de toekomst prettig kunt verblijven. In 2050 is het Stationsdistrict zowel volwaardig onderdeel van het centrum als een bestemming op zich. Het is dé toegangspoort tot de stad waarin de kwaliteiten en de identiteit van de stad zichtbaar zijn. Een veelzijdig programma van wonen, werken, horeca en cultuur, levendigheid op de begane grond, aantrekkelijke verblijfsplekken in de openbare ruimte en ruimte voor evenementen.
6.4.2
Kwaliteiten en kenmerken
Nijmegen-Centrum bestaat officieel uit de wijken stadscentrum en benedenstad. Beleidsmatig spreken we ook vaak van de binnenstad, Stationsgebied en het Stationsdistrict. De binnenstad valt in het geheel en het Stationsdistrict valt voor een groot deel in de wijk stadscentrum. Typering stadscentrum en benedenstad In het stadscentrum en de benedenstad wonen in 2024 12.732 inwoners. Het stadscentrum heeft een uniek karakter waar gewinkeld, gewerkt en gewoond wordt. We beschouwen de benedenstad als een gebied met een woonfunctie. Leefbaarheid binnenstad en benedenstad De waardering voor het woon- en leefklimaat (gemiddeld rapportcijfer voor de buurt als plek om te wonen en te leven) is hier ruim voldoende tot goed. Eventuele negatieve impact
144
van de uitgaans- en centrumfuncties van het stadscentrum blijkt voor veel studenten en jongvolwassenen acceptabel. Leefbaarometer.nl toont geen risicogebieden en beoordeelt de leefbaarheid als ruim voldoende. Aandachtspunt is wel het sociaal klimaat in de wijk stadscentrum, waar inwoners de saamhorigheid naar verhouding laag waarderen. Erfgoed In Nijmegen-Centrum zijn twee Rijksbeschermde stadsgezichten: de benedenstad en een deel van de negentiende-eeuwse stadsuitleg. Het Wederopbouwcentrum is door de Rijksoverheid benoemd tot Nationaal Wederopbouwgebied. Verder heeft het stadscentrum veel monumenten, waaronder archeologische rijksmonumenten en Unesco werelderfgoed, zoals Oppidum Batavorum. De historische binnenstad en voorzieningen als Stevenskerk, Valkhofmuseum en de Bastei zijn belangrijke publiekstrekkers. Het Kronenburgerpark is een geliefde ontmoetings- en verblijfsplek voor inwoners. Water en bodem Het Centrum is gelegen op een spoelzandwaaier. De bodem bestaat uit een samenstelling van zand, grind, löss en leem en is goed doorlaatbaar. Kenmerkend zijn de zeer diepe grondwaterstanden, met uitzondering van de gebieden dicht bij de Waal waar het grondwater meer fluctueert. De Waalkade en omgeving ligt deels buitendijks. Het Centrum is grotendeels voorzien van een gemengd rioolstelsel met overstorten op de Waal en op enkele plaatsen zijn infiltratieriolen aangelegd.
Er liggen ook transportriolen die het afvalwater van een groot deel van de stad en buurgemeenten naar de zuivering transporteert. Het gemiddelde aanlegjaar voor het riool in de binnenstad is 1972. Het oudste riool stamt uit 1879. Kwaliteiten die we willen behouden Ons waardevolle erfgoed, Cultuur, De waardevolle elementen van het wederopbouwcentrum, • Het bruisende karakter van het stadscentrum, • Het Stationsdistrict als belangrijk ov-knooppunt.
• • •
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen | De Nabije Stad 2050
Deel III | Stadskarakters en stadsdeeluitwerking
145
6.4.3
Versterken en toevoegen
Opgaven tot 2035 De opgaven voor het stadscentrum zijn overgenomen uit de ‘Koers voor de Binnenstad’. Dit document geeft de koers tot en met 2035 weer. In dit document wordt de term binnenstad gebruikt. Met de binnenstad bedoelen we het gebied binnen de singels. Groene binnenstad We kiezen voor een toekomstbestendige binnenstad met een krachtige groenstructuur. Dat doen we op verschillende manieren. We planten extra bomen, bloemen en struiken voor het verhogen van de verblijfsvriendelijkheid. De beleving van groen wordt als zeer prettig ervaren en het brengt ons verkoeling in een stenige binnenstad. Vergroenen maakt ons beter bestand tegen klimaatverandering en het brengt ons noodzakelijke biodiversiteit. Bruisende binnenstad De binnenstad is een van de hoogstedelijke gebieden in Nijmegen. In 2035 is dit de plek waar hét gebeurt en waar het verleden van Nijmegen zichtbaar is. Zo onderscheidt onze binnenstad zich van andere binnensteden. Het is een plek voor evenementen en andere vormen van recreatie, maar we beschermen het Hunnerpark en het Valkhofpark beter. In de binnenstad is ruimte voor sport en bewegen. De Waalkade en de parken zijn populaire plekken om te sporten in de openbare ruimte.
Inclusieve binnenstad In 2035 is de binnenstad een inclusieve, schone en veilige plek waar iedereen zich thuis voelt. We tolereren in Nijmegen geen enkele vorm van discriminatie en uitsluiting, dus ook niet in de binnenstad. Er wonen steeds meer mensen in het stadscentrum. Ook bezoeken meer mensen het stadscentrum, daarom investeren we in de leefbaarheid en maken we ruimte voor groene ontmoetingsplekken zodat de bewoners van het stadscentrum zich thuis voelen en bezoekers prettig kunnen verblijven. Verbonden binnenstad We leggen nieuwe en verbeterde verbindingen met de directe omgeving van het centrum, zoals Veur-Lent en het Stationsdistrict, waardoor het centrumgebied groter wordt. De looproutes vanuit het station naar het stadscentrum zijn duidelijk en prettig. In het Stationsdistrict zijn functies toegevoegd: wonen, werken, horeca, cultuur, levendige plinten en aantrekkelijke openbare ruimte, ook voor evenementen. In plaats van een doorgangsgebied is het Stationsdistrict een volwaardig onderdeel van het centrum. De verkeersstromen zijn goed ingericht zodat het verblijf aangenaam is. De voetganger en de fietser hebben prioriteit in een autoluwe binnenstad. Bij een autoluwe binnenstad horen maatregelen zoals parkeren aan de randen van de stad, OV-verbindingen naar het centrum, uitbreidingen van fietsparkeren en minder parkeren op straat.
Ondernemende binnenstad Beleven en ontmoeten worden steeds belangrijker in de binnenstad; winkelmeters nemen af. In 2035 is de binnenstad daarom nog meer een place to meet. Het is een van de belangrijkste economische motoren van Nijmegen. Er is een gevarieerd aanbod, daar investeren we in. Het aantal mogelijkheden voor horeca is in verhouding met de leefbaarheid (onder meer overlast en veiligheid), dit is zowel voor bewoners als bezoekers prettig. Door extra kantoormeters is de werkfunctie van het stadscentrum versterkt. De warenmarkt heeft het stadscentrum als locatie.