17. Bijlage bij de toelichting deel 5a-1
Tekst van het document
pagina 142 van 183
7.5 Stelkampsveld Beschrijving Natura 2000-gebied Stelkampsveld is gelegen in de Achterhoek en omvat een kleinschalig dekzanden beekdallandschap. Het gebied is rijk aan gradiënten en wordt gevormd door akkers, droge en natte heiden, vennen, veentjes, natte schraallanden en bossen. Hoge, langgerekte dekzandruggen met akkertjes wisselen af met laagten, die in de winter overstromen. Op plaatsen die niet overstromen treedt basenrijk grondwater uit, waardoor parallel aan de hogere randen van de laagten smalle gordels baseminnend blauwgrasland voorkomen. In het blauwgrasland komt begroeiing van kalkmoeras voor met soorten als parnassia, grote muggenorchis en wolfsklauwmos [lit. 7.12]. In tabel 7.5 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Stelkampsveld zijn ook weergegeven in afbeelding 7.5.
Afbeelding 7.5 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Kolland & Overlangbroek waarvan de KDW is overschreden
pagina 143 van 183
Tabel 7.5 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Stelkampsveld waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Stelkampsveld
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H3130
Zwakgebufferde vennen
0,01
H4010A
Vochtige heiden
0,01
H4030
Droge heiden
0,01
H6230vka
Heischrale graslanden
0,01
H6410
Blauwgraslanden
0,01
H7150
Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
H7230
Kalkmoerassen
0,01
H91E0C
Vochtige alluviale bossen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in Natura 2000-gebied De belangrijkste knelpunten voor de habitattypen in Natura 2000-gebied Stelkampsveld zijn stikstofdepositie en verdroging. Verdroging versterkt de negatieve effecten van stikstofdepositie en wordt met name veroorzaakt door te lage (grond)waterstanden. Additionele knelpunten voor meerdere habitattypen zijn versnippering (isolatie) en kortlevende zaadbanken. De kwaliteit van habitattype H4030 (4,4 ha) is goed met een positieve trend voor oppervlakte en een stabiele trend voor kwaliteit. De kwaliteit van de overige habitattypen is matig, met een negatieve trend voor oppervlakte en kwaliteit voor de habitattypen H6230 (0,3 ha), H7150 (0,5 ha), H7230 (0,3 ha) en H91E0C (3,6 ha). De habitattypen H3130 (2,0 ha) en H6410 (1,2 ha) kennen een stabiele en matige positieve trend in oppervlakte met een negatieve trend voor kwaliteit. Habitattype H4010A (3,3 ha) heeft een positieve trend in oppervlakte en een stabiele trend in kwaliteit [lit. 7.13, lit. 7.14]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor de habitattypen H3130, H4010A, H6230, H7150, H7230 en H91E0C zijn de instandhoudingsdoelstellingen verbetering van oppervlakte en kwaliteit. Voor habitattype H4030 is het instandhoudingsdoel behoud van kwaliteit en oppervlakte. Voor habitattype H6410 is het instandhoudingsdoel vergroting van oppervlakte en behoud van kwaliteit.
Effectbepaling en -beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten.
pagina 144 van 183
Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Stelkampsveld en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.6 Oeffelter Meent Beschrijving Het Natura 2000-gebied Oeffelter Meent bevindt zich aan de zuidkant van de Maas, even ten noorden van het dorp Oeffelt. Het gebied is gelegen op een grofzandige oeverwal van een vroegere rivierloop in de uiterwaard van de Maas. De Oeffelter Meent wordt doorsneden door een gekanaliseerde bek, de Oeffeltsche Raam, die ter plaatse in de Maas uitmondt. Op de zomerdijken komt een aan kalkarme bodem gebonden vorm van stroomdalgrasland voor. Op voedselrijkere en mogelijk iets vaker overstroomde delen komen glanshaverhooilanden voor [lit. 7.15]. In tabel 7.6 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Oeffelter Meent zijn ook weergegeven in afbeelding 7.6.
Afbeelding 7.6 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Oeffelter Meent waarvan de KDW is overschreden
pagina 145 van 183
Tabel 7.6 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Oeffelter Meent waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Oeffelter Meent
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H6120
Stroomdalgraslanden
0,01
H6510A
Glanshaverhooilanden
0,01
Voorkomen en kwaliteit in het Natura 2000-gebied H6120 komt in het gebied voor op de zomerdijken. De oppervlakte is 3,3 ha. De kwaliteit van het H6120 is over het algemeen goed. De trend voor kwaliteit is negatief en hiermee staat ook het areaal onder druk. De knelpunten worden gevormd door gebrek aan rivierdynamiek, onvoldoende afvoer van voedingsstoffen door rivierdynamiek of beheer, aanvoer van voedingsstoffen door de Maas en de Oeffeltsche raam, beperkt en geïsoleerd voorkomen van het habitattype en afnemende inundatie door de Maas. H6510A komt in de Oeffelter Meent voor op zavelige gronden nabij de Maas, op dijken en oeverwallen. Verspreid over het gebied komt er 3,41 ha H6510A voor. Alle kwalificerende delen hebben een goede kwaliteit. De trend voor kwaliteit en areaal is positief door het gevoerde terreinbeheer. Knelpunten voor behoud en ontwikkeling van H6510A zijn aanwezigheid van overmatige voedingstoffen door landbouwgebruik in het verleden, onvoldoende verschraling en vermesting als gevolg van verhoogde stikstofdepositie. Voor de kwaliteit en het voorkomen van H6120 en H6510A zijn rivierdynamiek en beheer in grote mate bepalend [lit. 7.16, lit. 7.17]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor zowel habitattype H6120 als habitattype H6510A zijn de instandhoudingsdoelstellingen vergroting van oppervlakte en verbetering van kwaliteit.
Effectbepaling- en beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Oeffelter Meent en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
pagina 146 van 183
7.7 Sallandse Heuvelrug Beschrijving De Sallandse Heuvelrug wordt gevormd door een glaciale zandrug met een lengte van 14 kilometer en een variabele breedte van ongeveer één tot zes kilometer. De Sallandse Heuvelrug bestaat grotendeels uit droge heide en bevat de grootste aaneengesloten struikheibegroeiingen van oost Nederland. In de lagere delen en op de flanken komt een vochtiger heidetype voor. De Sallandse Heuvelrug wordt omringd door bosgebied, dat aan de west- en oostzijde overgaat in een halfopen cultuurlandschap met boerderijen en woningen. Door de combinatie van uitgestrekte heide, hoogveen en cultuurland vormt de Sallandse Heuvelrug een ideaal leefgebied voor het korhoen, welke in Nederland (hoewel in zeer ongunstige staat van instandhouding) alleen hier voorkomt. In onderstaande tabel zijn de habitattypen beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden [lit. 7.18]. In tabel 7.7 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug zijn ook weergegeven in afbeelding 7.7.
Afbeelding 7.7 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug waarvan de KDW is overschreden
pagina 147 van 183
Tabel 7.7 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H4010A
Vochtige heiden
0,01
H4030
Droge heiden
0,01
H5130
Jeneverbesstruwelen
0,01
H6230
Heischrale graslanden
0,01
H7110B
Actieve hoogvenen
0,01
H9999:42
Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H3160;H6230)
0,01
Voorkomen en kwaliteit in Natura 2000-gebied De kwaliteit van de habitattypen in Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug is over het algemeen matig en in alle gevallen is de trendmatige ontwikkeling negatief. De habitatvereisten van de habitattypen zijn zeer voedselarm tot, in het geval van het habitattype H6230, matig voedselarm, waardoor atmosferische stikstofdepositie veelal niet bijdraagt aan ontwikkeling van de habitattypen. Voor het habitattype H4030, welke verreweg de grootste oppervlakte van Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug beslaat (1.019,6 ha in 2013), is stikstofdepositie enkel één van de knelpunten. Andere knelpunten zijn verzuring van de bodem door uitloging van basen, een niet optimale structuur van de heide en het ontbreken van gradiënten naar andere habitattypen (zoals H4010A). Desondanks lijkt de ontwikkeling van de vegetatie voor H4030 het laatste decennium positief te zijn, wat onder andere zichtbaar is in het nauwelijks plaatsvinden van vergrassing. Voor de overige habitattypen, die een oppervlakte beslaan variërend tussen 0,1 ha (H7110B) en 6,1 ha (H5130), vormen verzuring, verdroging en beheer additionele knelpunten. Voor alle stikstofgevoelige habitattypen geldt dat de achtergronddepositie de KDW’s ruimschoots overschrijdt [lit. 7.19].
Instandhoudingsdoelstellingen Voor de habitattypen H6230 en H7150 zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en kwaliteit. Voor de habitattypen H4010A en H4030 zijn de instandhoudingsdoelstellingen uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Ten slotte zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen H5130 en H7110B behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Effectbepaling en -beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
pagina 148 van 183
7.8 Borkeld Beschrijving Het Natura 2000-gebied de Borkeld strekt zich uit tussen de dorpen Markelo, Holten en Rijssen. Het gebied wordt gekenmerkt door hoogteverschillen en de afwisseling van zandige, ijzerhoudende lemige en venige bodem. Landschappelijk is de Borkeld van betekenis door de samenhang van bos, heide, hoogveen en cultuurland. Een dergelijke compositie van deze verschillende landschapstypen is zeldzaam in Nederland. De vegetatie in de Borkeld bestaat aan de randen uit heide, bos en jeneverbestruwelen. In het centrale deel van het gebied ligt een voormalig hoogveen dat nu verpitrust en min of meer verbost is. Ten westen hiervan bevindt zich een strook met vergraste vochtige heide, die over gaat in een groter droog heidegebied. Het leemkuilengebied is deels vergraven en deels onvergraven. Als gevolg hiervan bestaat het uit een kleinschalig patroon van heischrale graslanden en vochtige heiden, omringt door bos [lit. 7.20]. In tabel 7.8 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Borkeld zijn ook weergegeven in afbeelding 7.8.
Afbeelding 7.8 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Borkeld waarvan de KDW is overschreden
pagina 149 van 183
Tabel 7.8 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Borkeld waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Borkeld
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H2310
Stuifzandheiden met struikhei
0,01
H4030
Droge heiden
0,01
H5130
Jeneverbesstruwelen
0,01
H6230vka
Heischrale graslanden
0,01
Voorkomen en kwaliteit in het Natura 2000-gebied H2310 komt voor in het westelijk deel van het gebied en heeft een oppervlakte van 15,1 ha. H4030 heeft een oppervlakte van 46,9 ha. Voor zowel H2310 als H4030 geldt dat de kwaliteit matig is en de trend voor kwaliteit negatief. De knelpunten worden gevormd door uitloging uit de bodem als gevolg van verzurende atmosferische depositie in het verleden en heden, een te hoge beschikbaarheid van stikstof en een onbalans in voedingsstoffen als gevolg van een hoge N-depositie, het ontbreken van gradiënten naar Vochtige heiden/Heischrale graslanden als gevolg van stikstof en het ontbreken van een optimale heidestructuur. H5130 heeft een oppervlakte van 17,2 ha. De kwaliteit is over het algemeen matig, met uitzondering van bepaalde delen waar de kwaliteit goed te noemen is. De trend voor kwaliteit is negatief. De voornaamste knelpunten zijn de verouderde jeneverbespopulaties en de dichte mat van grassen en slaapmossen. H6230vka heeft een oppervlakte van 0,3 ha. De kwaliteit is matig, de trend voor kwaliteit is negatief. De knelpunten worden gevormd door uitloging uit de bodem als gevolg van verzurende atmosferische depositie in het verleden, verdroging, een kortlevende zaadbank en versnippering. Evenals voor H4010A is voor dit habitattype een toename te verwachten in areaal als gevolg van recente natuurontwikkelingen [lit. 7.20, lit.
7.21]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor H2310 zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en kwaliteit. Voor H5130 zijn de instandhoudingsdoelstellingen vergroting van oppervlakte en kwaliteit. Voor H4030 zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en vergroting van kwaliteit. Voor H6230vka zijn de instandhoudingsdoelstellingen vergroting van oppervlakte en behoud van kwaliteit. Effectbepaling- en beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten.
pagina 150 van 183
Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied de Borkeld en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
pagina 151 van 183
7.9 Korenburgerveen Beschrijving Het Korenburgerveen is een komhoogveen gelegen in de Achterhoek dat bestaat uit een aantal deelgebieden, die samen het Korenburgerveencomplex vormen. Het is het enige gebied in Nederland waar een redelijk intacte hoogveenkern wordt omzoomd door een randzone. Aan de randen van de hoogveenkern komt veenwater in contact met grondwater. De natuurlijke overgang van hoogveen via laagveen naar de Schaarsbeek vormt een van de belangrijkste kwaliteiten van het gebied en draagt bij aan de hoge en bijzondere soortenrijkdom van het Korenburgerveen [lit. 7.22]. In tabel 7.9 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Korenburgerveen zijn ook weergegeven in afbeelding 7.9.
Afbeelding 7.9 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Korenburgerveen waarvan de KDW is overschreden
pagina 152 van 183
Tabel 7.9 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Korenburgerveen waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Korenburgerveen
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H6230vka
Heischrale graslanden
0,01
H6410
Blauwgraslanden
0,01
H7110A
Actieve hoogvenen
0,01
H7120ah
Herstellende hoogvenen
0,01
H7140A
Overgangs- en trilvenen
0,01
H7210
Galigaanmoerassen
0,01
H91E0C
Vochtige alluviale bossen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in Natura 2000-gebied Natura 2000-gebied Korenburgerveen bestaat grotendeels uit de habitattypen H7120ah (37,1 ha) en H91E0C (31 ha). De overige habitattypen variëren in oppervlakte van 0,15 ha tot 2,67 ha. De kwaliteit van de habitattypen H6230vka, H7120ah en H91E0C is voldoende of stabiel met een respectievelijk stabiele, positieve en negatieve trend in kwaliteit. H7110A is recentelijk (rond 2017) ontwikkeld door herstelmaatregelen en toont een positieve trend in oppervlakte en kwaliteit. Habitattype H6410 heeft een matige kwaliteit met een negatieve trend in oppervlakte en kwaliteit en zal op den duur verdwijnen als geen adequate maatregelen worden genomen in de waterhuishouding. Habitattype H7140A is stabiel in zowel oppervlakte als kwaliteit. H7210ah staat onder druk door successie en heeft een negatieve trend in oppervlakte en kwaliteit. De verminderde invloed van basenrijk grondwater is een of het belangrijkste knelpunt voor het merendeel van de habitattypen in het Korenburgerveen. Door onder andere ontwatering (ten behoeve van de omringende landbouwgebieden) is de kweldruk richting het Korenburgerveen afgenomen, wat leidt tot verdroging en verzuring. Een ander vaak voorkomend knelpunt is stikstofdepositie. Op habitattype H91E0C na wordt de KDW in alle habitattypen overschreden en er is sprake van matige tot sterke overbelasting.
Het bereiken van een robuust watersysteem en het terugdringen van de (effecten van) stikstofdepositie zijn van groot belang voor het gebied [lit. 7.23, lit. 7.24] Instandhoudingsdoelstellingen Voor de habitattypen H6230vka, H7140A en H7210ah zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en kwaliteit. Voor de habitattypen H6410 en H7110A zijn de instandhoudingsdoelstellingen uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Ten slotte zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen H7120ah en H91E0C behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Effectbepaling en -beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten.
pagina 153 van 183
Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Korenburgerveen en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.10 Boetelerveld Beschrijving Het Boetelerveld is het laatste uitgestrekte natte heideterrein in Salland. Het is gelegen nabij de buurtschap Boetele, op ongeveer drie kilometer ten zuidoosten van Raalte. Naast uitgestrekte natte en vochtige heide herbergt het gebied ook omvangrijke vochtige grove dennenbossen. Tevens zijn kleine oppervlakten aanwezig met blauwgrasland, zwak gebufferde vennen, heischraal grasland en jeneverbesstruweel [lit. 7.25]. In tabel 7.10 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Boetelerveld zijn ook weergegeven in afbeelding 7.10.
Afbeelding 7.10 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Boetelerveld waarvan de KDW is overschreden
pagina 154 van 183
Tabel 7.10 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Boetelerveld waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Boetelerveld
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
(ZG)H3130
Zwakgebufferde vennen
0,01
H4010A
Vochtige heiden
0,01
H5130
Jeneverbesstruwelen
0,01
H7150
Pioniervegetatie met snavelbiezen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in het Natura 2000-gebied H3130 komt voor in het Grote Rietgat, een plas aan de oostzijde van het Boetelerveld. De oppervlakte van dit habitattype is 0,14 ha. De huidige kwaliteit is overwegend goed door enkele maatregelen die rond 1999/2000 zijn genomen. Destijds is het Grote Rietgat geschoond, is voedselrijk slib afgevoerd, is de hoog opgaande rietvegetatie verwijderd en is de spontane opslag van elzen en wilgen op de rabatten afgezet. Belangrijke knelpunten op gebiedsniveau zijn verdroging en een te hoge stikstofdepositie. Specifiek voor dit habitattype speelt ook nog eutrofiëring van bladval. H4010A komt verspreid over het Boelterveld voor. De totale oppervlakte is 42,8 ha. De kwaliteit van dit habitattype is matig. Een knelpunt voor verbetering van de kwaliteit is de eenvormige structuur van de heide, aangezien dit de vestiging van bijzondere soorten belemmert. H5130 komt uitsluitend in het oostelijk deel van het gebied voor. Het habitattype heeft een oppervlakte van 0,04 ha en komt op drie locaties voor. Over de huidige kwaliteit is weinig bekend. Er is een negatieve trend voor kwaliteit en oppervlakte. De voornaamste knelpunten worden gevormd door een gebrek aan licht en ruimte voor de jeneverbesstruiken om zich goed te ontwikkelen en een te hoge begrazingsdruk.
H7150 komt voornamelijk voor op de geplagde delen in het gebied, veelal omsloten door vochtige heiden. De totale oppervlakte is 7,6 ha. Dit habitattype is niet van oudsher aanwezig in het gebied, maar komt pas voor sinds hier geplagd wordt. Een belangrijk knelpunt voor de instandhouding van H7150 is de eenvormige structuur van de heide. Dit belemmert de vestiging van bijzondere soorten en verhindert daarmee de instandhouding van pioniervegetatie. Voor alle habitattypen geldt dat de opslag van bomen en struiken een knelpunt zijn voor het behoud van het areaal [lit 7.26, lit. 7.27]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor (ZG)H3130, H5130 en H7150 zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en kwaliteit. Voor H4010A zijn de instandhoudingsdoelstellingen vergroting van oppervlakte en verbetering de kwaliteit. Effectbepaling- en beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de
pagina 155 van 183
instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Boetelerveld en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.11 Boschhuizerbergen Beschrijving De Boschhuizerbergen vormen een stuifzandgebied in Noord-Limburg, gelegen tussen de Peel en de Maas. De stuifduinen van de Boschhuizerbergen zijn na de laatste ijstijd ontstaan als onderdeel van een uitgestrekt zandgebied in Noord-Limburg en Oost-Brabant. Op deze arme gronden werden weinig begroeide zandverstuivingen en droge heiden aangetroffen, waarin de Jeneverbes lange tijd een algemene verschijning was. Tegen het einde van de 19e eeuw werden in het gebied op grote schaal dennenbossen aangeplant, ten behoeve van houtproductie en vastlegging van de open zandgronden. Sindsdien bestaat het gebied uit een complex van naaldbossen, droge heideterreinen, jeneverbesstruwelen en open stuifzand. In het noordwestelijk deel van het gebied bevindt zich een voedselarm ven [lit. 7.28]. In tabel 7.11 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen zijn ook weergegeven in afbeelding 7.11.
pagina 156 van 183
Afbeelding 7.11 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.11 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H2310
Stuifzandheiden met struikhei
0,01
H5130
Jeneverbesstruwelen
0,01
H2330
Zandverstuivingen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in het Natura 2000-gebied Van alle in Boschhuizerbergen voorkomende stikstofgevoelige habitattype is de kwaliteit matig. Op de Boschhuizerbergen komen de habitattypen H2310, H5130 en H2330 in complex met elkaar voor. Onderling kennen ze vele relaties. Voor het behoud en de ontwikkeling van deze types is het van belang om verstuiving en een natuurlijke successie op gang te brengen. Het Natura 2000-gebied is te klein om langdurige instandhouding van stuifzand te garanderen. Actief beheer, gericht op het terugzetten van de vegetatie- en bodemsuccessie, blijft daarom noodzakelijk. Voor H2310 en H5130 zijn zowel de trend voor kwaliteit als de trend voor oppervlakte stabiel. Voor H2330 is de trend voor kwaliteit stabiel en de trend voor oppervlakte positief [lit. 7.29, lit. 7.30].
pagina 157 van 183
Instandhoudingsdoelstellingen De instandhoudingsdoelstellingen voor H2310 voor het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen zijn uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Voor H5130 zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit gesteld. De instandhoudingsdoelstellingen voor H2330 zijn verbetering van oppervlakte en behoud van kwaliteit. Effectbepaling- en beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.12 Bekendelle Beschrijving Natura 2000-gebied Bekendelle is een bosgebied ten zuiden van Winterswijk dat ontstaan is in de 19 e eeuw. De beek de Boven-Slinge meandert door het gebied en zorgt bij hoge waterstanden voor het onderlopen van laaggelegen delen van Bekendelle. Bekendelle bestaat uit een (tot 200 meter brede) strook laaggelegen beekbegeleidend bos, landgoederenbos met oude beuken en naaldbos op voormalige heidegrond. De afwisseling tussen hoger en lager gelegen delen, die in het verleden door de Boven-Slinge zijn gevormd, zorgt voor een bijzonder gradiënt aan bostypen [lit. 7.31]. In tabel 7.12 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Bekendelle zijn ook weergegeven in afbeelding 7.12.
pagina 158 van 183
Afbeelding 7.12 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Bekendelle waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.12 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Bekendelle waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Bekendelle
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H9120
Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
H9160A
Eiken-haagbeukenbossen
0,01
H91E0C
Vochtige alluviale bossen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in Natura 2000-gebied De drie stikstofgevoelige habitattypen in Bekendelle zijn H9120 (18,1 ha), H9160A (3,2 ha) en H91E0C (10,9 ha). Habitattype H9160A komt op kleine schaal voor en is wijdverspreid. De kwaliteit is minimaal voldoende, maar basaal wat betreft het landschap en oppervlakte. De kwaliteit van habitattype H9120 is basaal wat betreft landschap en structuur en verder minimaal voldoende. De kwaliteit van habitattype H91E0C is goed. Voor alle habitattypen geldt dat de trend min of meer constant is voor zover bekend op basis van expert judgement.
pagina 159 van 183
Stikstofdepositie is één van de knelpunten voor de habitattypen, maar niet het belangrijkste. Bosbeheer wordt als belangrijkste knelpunt beschreven voor habitattype H1920 en als één (maar niet het belangrijkste) van de knelpunten voor de andere habitattypen. Met maatregelen voor structuurverbetering kan bosbeheer bijdragen aan de ontwikkeling van een hogere natuurkwaliteit van de habitattypen. Het beeksysteem worden als belangrijkste knelpunt beschreven voor de habitattypen H9160A en H91E0C, gekenmerkt door een te hoge afvoerdynamiek gepaard gaande met sedimentaanwas en eutrofiëringsverschijnselen. Een overig knelpunt is te sterke ontwatering op bepaalde locaties [lit. 7.32, lit. 7.33]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor de habitattypen H9120 en H91E0C zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Voor habitattype H9160A is het instandhoudingsdoel uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Effectbepaling en -beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig.
Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significant gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Bekendelle en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.13 Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Beschrijving De Loonse en Drunense Duinen is een groot stuifzandgebied. In dit gebied zijn dikke pakketten dekzand afgezet. Deze dekzanden zijn in de loop der tijd begroeid geraakt met bos, maar door houtkap en overbeweiding kon het zand weer gaan stuiven en ontstonden de huidige Loonse en Drunense duinen. Het stuifzandgebied wordt omringd door uitgestrekte naald- en eikenbossen die aan de zuidkant aansluiten op de Brand, een beekdal met alluviale bossen, moeras en vennen. Enkele kilometers ten zuiden van het gebied liggen - geïsoleerd - de Leemkuilen. Dit gebied bevat vele gegraven plassen, omgeven door moerasbos [lit. 7.34]. In tabel 7.13 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen zijn ook weergegeven in afbeelding 7.13.
pagina 160 van 183
Afbeelding 7.13 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.13 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
H9190
Oude eikenbossen
0,01
H2330
Zandverstuivingen
0,01
H2310
Stuifzandheide met struikhei
0,01
H91E0C
Beekbegeleidende bossen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in het Natura 2000-gebied De kwaliteit van H9190 en H91E0C is goed. Voor beide habitattypen is de trend in oppervlakte stabiel. Voor H9190 is de trend in kwaliteit eveneens stabiel, voor H91E0C is deze positief. De kwaliteit van H2330 en H2310 is matig, de trend in kwaliteit is stabiel dankzij het huidige beheer, maar het areaal van H2330 neemt af door overmatige betreding, vergrassing en verbossing. Het oppervlakte van H2310 neemt wel toe als gevolg van het verwijderen van bosopslag [lit 7.35, lit. 7.36].
pagina 161 van 183
Instandhoudingsdoelstellingen De instandhoudingsdoelstellingen voor H2330, H2310 en H91E0C in het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen zijn uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Voor H9190 zijn er behouddoelstellingen voor zowel oppervlakte als kwaliteit gesteld. Effectbepaling- en beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolg van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.14 Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Beschrijving Het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek is ruim 900 hectare groot en ligt ten zuidwesten van ’s-Hertogenbosch. Hier gaan de beekdalen van de Dommel, Aa en Broek- en Zandleij over in het laagveengebied van de ‘Naad van Brabant’. Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied baseminnende water- moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied waar kranswiervegetaties wordt aangetroffen in sloten. De Moerputten is een natuurreservaat dat voornamelijk bestaat uit grote zeggenmoerassen, rietlanden, dotterbloemhooilanden, vochtige glanshavergraslanden en op voedselarmere plekken blauwgraslanden. De Bossche broek is een moerassig gebied in de benedenloop van de Dommel waar blauwgraslanden, kleine zeggegemeenschappen, dotterbloemhooiland en grote zeggegemeenschappen aanwezig zijn [lit. 7.37]. In tabel 7.14 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn ook weergegeven in afbeelding 7.14.
pagina 162 van 183
Afbeelding 7.14 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.14 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek
H6410
Blauwgraslanden
0,01
H6510A
Glanshaverhooilanden
0,01
LG03
Zwakgebufferde sloot
0,01
Voorkomen en kwaliteit in het Natura 2000-gebied H6410 komt voor in de Moerputten en de Bossche Broek. In de Moerputten komen de grootste arealen aaneengesloten H6410 voor. De totale oppervlakte is 14,5 ha. De kwaliteit is over het algemeen matig, alleen op ‘De Bijenweide’ komt dit habitattype op kleine schaal goed ontwikkeld voor. De trend voor kwaliteit is op de meeste plaatsen neutraal, maar hier en daar negatief als gevolg van verzuring, vermesting en/of verdroging. Daarom is de totale waardering van de trend in kwaliteit negatief.
pagina 163 van 183
H6510A komt verspreid over het gebied voor en heeft een totale oppervlakte van 6,65 ha. De kwaliteit van het habitattype is goed. De trends voor oppervlakte en kwaliteit zijn neutraal. Het habitattype heeft geen grote knelpunten. LG03 vormt het leefgebied van de Drijvende waterwegbree. De huidige populatie trend is onbekend, maar alles wijst erop dat het gebied slechts een kleine populatie herbergt. Voor behoud van de huidige kleine populatie lijkt niet veel nodig. Door gericht beheer om de kwaliteit van het leefgebied te verbeteren is de populatie te versterken. Door de geplande herinrichting van grote delen van met name het Vlijmens Ven en de Honderd Morgen is het mogelijk dat de soort zich spontaan uit zal breiden [lit. 7.38, lit. 7.39]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor H6410 en H6510A zijn de instandhoudingsdoelstellingen vergroting van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Effectbepaling- en beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar.
Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen en leefgebieden van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.15 Buurserzand & Haaksbergerveen Beschrijving Het gebied Buurserzand & Haaksbergerveen is gelegen in het zuidoosten van de provincie Overijssel en bestaat uit twee deelgebieden. Het Haaksbergerveen is een veenputtencomplex met actief en herstellend hoogveen en vochtige heide en heeft goed ontwikkelde gradiënten naar het omliggende zand- en leemlandschap. Het Buurserzand, gelegen ten noorden van het Haaksbergerveen, is een heidegebied op voormalig stuifzand. Er komen op uitgebreide schaal natte heidebegroeiingen voor met her en der zwakgebufferde vennen, afgewisseld met droge heide met jeneverbesstruweel [lit. 7.40]. In tabel 7.15 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen zijn ook weergegeven in afbeelding 7.15.
pagina 164 van 183
Afbeelding 7.15 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.15 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
Buurserzand & Haaksbergerveen
H4010A
Vochtige heiden
0,01
H4030
Droge heiden
0,01
H7120
Herstellende hoogvenen
0,01
H91D0
Hoogveenbossen
0,01
H91E0C
Vochtige alluviale bossen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in Natura 2000-gebied Met uitzondering van habitattype H91E0C, vormt hoge stikstofdepositie een knelpunt voor alle habitattypen. Waar stikstofdepositie of het effect daarvan voor habitattype H4030 het voornaamste knelpunt vormt, is de aanvoer van stikstofrijk water van landbouwgronden buiten het Natura 2000gebied voor veel andere habitattypen het belangrijkste knelpunt. Ondanks deze knelpunten is de
pagina 165 van 183
kwaliteit en oppervlakte van de habitattypen in Buurserzand & Haaksbergerveen over het algemeen redelijk. De kwaliteit van H7120 (312,6 ha) is goed met een positieve trend in zowel oppervlakte als kwaliteit. Habitattype H7120 heeft goede potentie voor herstel in de richting van habitattype H7110A. H91D0 (7,4 ha) heeft een overwegend matige kwaliteit, maar is lokaal goed ontwikkeld. De trends voor H91D0 zijn onbekend, maar er zijn goede potenties voor uitbreiding en kwaliteitsverbetering van dit habitattype. Voor H91E0C ontbreekt informatie over (trends in) oppervlakte en kwaliteit [lit. 7.41, lit. 7.42]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor H4010A en H91D0 zijn de instandhoudingsdoelstellingen vergroting van oppervlakte en behoud van kwaliteit. Voor H7120 zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Voor H4030 en H91E0C zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en kwaliteit. Effectbepaling en -beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig.
Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.16 Deurnsche Peel en Mariapeel Beschrijving Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel ligt op de grens van Noord-Brabant en Limburg en bestaat uit drie deelgebieden: Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen. Het gebied is een restant van een uitgestrekt hoogveengebied en door verschillende mate van afgraving, ontginning en vervening heeft het gebied een grote en fijnschalige variatie in vegetatie en landschap. Plaatselijk zijn nog dikke pakketten restveen aanwezig, waarop door herstelbeheer op verschillende plaatsen ontwikkeling van hoogveenbegroeiingen plaatsvindt. De Deurnsche Peel & Mariapeel is rijk aan moerasvogels en het gebied vormt in de trektijd een aanzienlijke bijdrage aan de slaap- en rustplaatsen van kraanvogels in Nederland [lit. 7.43]. In tabel 7.16 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen zijn ook weergegeven in afbeelding 7.16.
pagina 166 van 183
Afbeelding 7.16 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.16 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
Deurnsche Peel & Mariapeel
H7120ah
Herstellende hoogvenen
0,01
Voorkomen en kwaliteit in Natura 2000-gebied Het belangrijkste knelpunt voor H7120ah is verdroging, ten gevolge van onder andere drainage vanuit de omgeving en afvoer van oppervlaktewater. Het habitattype heeft grotendeels een matige kwaliteit, met op kleinere schaal (250,69 ha) een goede kwaliteit. De trend in kwaliteit en oppervlakte is positief [lit. 7.44, lit. 7.45]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor H7120ah is het instandhoudingsdoel behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Effectbepaling en -beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig
pagina 167 van 183
een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.17 Kampina & Oisterwijkse vennen Beschrijving De Kampina & Oisterwijkse vennen vormen een uitgestrekt bos- en heidegebied tussen Tilburg en Boxtel. Het deelgebied Oisterwijkse Bossen en Vennen, ten zuiden van Oisterwijk, is grotendeels bebost en bestaat uit oude stuifduinen met vencomplexen. Van deelgebied de Kampina, gelegen ten oosten van Oisterwijk, is alleen het noordelijke deel bebost, en het gebied bestaat grotendeels uit droge en vochtige heidevegetaties. De Kampina wordt van zuid naar noord doorsneden door de riviertjes de Rosep en de Beerze. De Beerze overstroomde in het verleden regelmatig de omliggende terreinen, wat heeft geleid tot het best bewaarde voorbeeld van een beekdallandschap: de Smalbroeken. Dit gebied bestaat uit beekbegeleidend bos en enkele hooilandjes met goed ontwikkeld blauwgrasland. De (zeer) zwakgebufferde en zure vennen van de Kampina & Oisterwijkse vennen zijn het meest kenmerkend voor het gebied en hebben dankzij hun oppervlakte een grote relatieve bijdrage aan de staat van instandhouding van deze habitattypes in Nederland. Ook de habitattypen H4010A, H7150 en H7210 dragen in grote mate bij aan de staat van instandhouding van deze habitattypes in Nederland [lit. 7.46]. In tabel 7.17 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden.
De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen zijn ook weergegeven in afbeelding 7.17.
pagina 168 van 183
Afbeelding 7.17 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.17 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H2310
Stuifzandheiden met struikhei
0,01
H3160
Zure vennen
0,01
L4010A
Vochtige heiden
0,01
H4030
Droge heiden
0,01
H91E0C
Vochtige alluviale bossen
0,01
L4030
Droge heiden
0,01
Lg03
Zwakgebufferde sloot
0,01
Lg04
Zuur ven
0,01
Lg09
Droog struisgrasland
0,01
pagina 169 van 183
Voorkomen en kwaliteit in Natura 2000-gebied Met uitzondering van H91E0C (25 ha) vormt atmosferische stikstofdepositie voor alle habitattypen een knelpunt. Intensief beheer blijkt nodig om successie door vergrassing (en boomopslag) tegen te (blijven) gaan in H4030 (155 ha). Met de beheermaatregelen kunnen de instandhoudingsdoelstellingen zeker worden gehaald. Voor H3160 (47 ha) geldt dat eutrofiëring door ganzen een knelpunt is. Ondanks de te hoge achtergronddepositie is de kwaliteit van de habitattypen in Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen minimaal beoordeeld als matig en in meer dan de helft van de habitattypen zelfs als matig tot goed of goed. De kwaliteit van H2310, H4030 en H91E0C is matig. De kwaliteit van H3160 is matig tot goed. De trend in oppervlakte en kwaliteit is over het algemeen stabiel of positief. LG03 vormt leefgebied voor drijvende waterweegbree. De staat van instandhouding van drijvende waterweegbree in de Oisterwijkse Vennen is (matig) ongunstig, wat direct te relateren is aan de overmatige stikstofdepositie. Omdat de soort een pioniersoort is, is de soort vooral afhankelijk van tijdelijke groeiplaatsen. Het is daarom nodig dat delen van de bodem en oever af en toe gebaggerd of geplagd worden. De trend in oppervlakte en kwaliteit van het leefgebied is stabiel, ook de populatietrend is stabiel. LG04 vormt leefgebied voor de dodaars.
De verspreiding van de dodaars ligt in de Kampina & Oisterwijkse vennen volledig binnen H3130 en H3160. Het aantal broedparen van de dodaars is in de periode 1999-2014 meer dan gehalveerd, tot 13 broedparen in 2014. De oppervlakte van het leefgebied lijkt stabiel en lijken geen processen te spelen die een verslechtering van de kwaliteit van het leefgebied kunnen veroorzaken. De oorzaak van de achteruitgang is dan ook niet bekend. Wanneer de uitbreidings- en verbeteringsdoelstellingen voor H3130 en H3160 gerealiseerd worden verbetert ook het leefgebied voor de dodaars. Er worden daarom geen aanvullende maatregelen genomen voor het leefgebied van de dodaars. De roodborsttapuit heeft Lg09, L4010A en L4030 als leefgebied in de Kampina & Oisterwijkse Vennen. In Kampina komen zeker 30 broedparen voor, waarbij met name de centrale heide een belangrijk gebied is. Er zijn geen lokale trendgegevens beschikbaar, maar het aantal wordt stabiel geacht. Hoge stikstofdepositie kan leiden tot het dichtgroeien van gebieden, hetgeen nadelig is voor de roodborsttapuit. De soort duldt echter enige verruiging en het huidige beheer is gericht op het voorkomen van dichtgroeien van de heide, graslanden en bosranden.
Op basis van vergelijkbare gebieden en de landelijke trend kan met voldoende zekerheid gesteld worden dat de soort geen negatieve effecten ondervindt van de huidige depositie in combinatie met het huidige beheer [lit. 7.47, lit. 7.48]. Instandhoudingsdoelstellingen Voor de habitattypen H2310, H4010A en H4030 zijn de instandhoudingsdoelstellingen vergroting van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Voor de habitattypen H3160 en H91E0C zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. De instandhoudingsdoelstellingen voor de dodaars en roodborsttapuit bestaan uit behoud van de omvang van het leefgebied en behoud van de kwaliteit van het leefgebied. De instandhoudingsdoelstellingen voor drijvende waterweegbree bestaan uit uitbreiding van de omvang van het leefgebied en verbetering van kwaliteit van het leefgebied. Ook de populatie kent een uitbreidingsdoelstelling. De instandhoudingsdoelstellingen voor broedvogels in de Kampina & Oisterwijkse Vennen is 30 broedparen voor de dodaars en 35 broedparen voor de roodborsttapuit.
pagina 170 van 183
Effectbepaling en -beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.18 Willinks Weust Beschrijving Willinks Weust is een kleinschalig gebied waarin de natuurpotenties in grote mate bepaald worden door de bijzondere ligging op het zogenaamde ‘Muschelkalkeiland’ ten oosten van Winterswijk. In het gebied komen soortenrijke loofbossen op natte tot vochtige bodems voor, die voor een groot deel bestaan uit eiken-haagbeukenbossen en oude eikenbossen. Op de moerassige en zandige bodem groeit vochtige ruigte en wilgenstruweel. Verder zijn er diverse schraallanden, waaronder blauwgraslanden en heischrale graslanden aanwezig [lit. 7.49]. In tabel 7.18 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Willinks Weust zijn ook weergegeven in afbeelding 7.18.
pagina 171 van 183
Afbeelding 7.18 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Willinks Weust waarvan de KDW is overschreden
Tabel 7.18 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok relevante op habitattypen en in het Natura 2000-gebied Willinks Weust waarvan de KDW is overschreden Natura 2000-gebied Willinks Weust
Habitattype
Beschrijving
Effecttype (mol N/ha/jr.)
H9120
Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
H9160A
Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
Voorkomen en kwaliteit in het Natura 2000-gebied H9120 komt over kleine oppervlakten voor op het kalkeiland en op de hoger gelegen delen in de overgangszone naar het erosiedal. De kwaliteit van het habitattype is goed. De trends voor kwaliteit en oppervlakte zijn neutraal. Er zijn geen knelpunten bekend voor dit habitattype. H9160A komt vooral voor op het kalkeiland en zeer lokaal en fragmentair ook in het erosiedal bij Adamskamp. De kwaliteit is over het algemeen goed, met uitzondering van een aantal plaatsen waar de kwaliteit matig is. De trend voor kwaliteit is negatief. Voor oppervlakte geldt een positieve trend. De knelpunten worden gevormd door verzuring door verdroging, stikstofdepositie en slecht afbreekbaar strooisel, vermesting door stikstofdepositie, bosexploitatie en aangrenzend landbouwgebruik en versnippering [lit. 7.50, lit. 7.51].
pagina 172 van 183
Instandhoudingsdoelstellingen Voor H9120 zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en kwaliteit. Voor H9160A zijn de instandhoudingsdoelstellingen behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. Effectbepaling- en beoordeling De tijdelijke bijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. is dermate beperkt dat dit geen verruigende en/of verzurende werking heeft die van invloed is op de kwaliteit van de betreffende habitattypen. Om daadwerkelijk tot een kwaliteitsverlies te komen verbonden aan een projecteffect is langdurig een bijdrage nodig. Effecten van een blijvende bijdrage in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk in verlies in areaal duurt jaren en speelt zich af in 10-20 jaar. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt derhalve niet in gevaar. Significante gevolgen van stikstofdepositie zijn met zekerheid uit te sluiten. Conclusie Significante gevolgen door Dijkversterking Wolferen–Sprok voor de habitattypen van het Natura 2000-gebied Willinks Weust en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen zijn met zekerheid uit te sluiten.
7.19 Vecht- en Beneden Reggegebied Beschrijving Het Vecht en Beneden-Reggegebied heeft een oppervlakte van 4.122 ha en ligt in de gemeenten Hardenberg, Ommen en Twenterand. Het gebied ligt in twee zeer diverse landschappen: in het rivierengebied (uiterwaarden van de Vecht en de Beneden-Regge) en in de hogere zandgronden (Boswachterij Ommen, Beerze, het landgoed Eerde en de Archermer- en Lemelerberg). De bodem van de hogere zandgronden is van oorsprong zuur en voedselarm, langs Vecht en Regge komen voedselrijkere bodemtypes voor. De bodem van de hogere zandgronden is van oorsprong zuur en voedselarm, langs Vecht en Regge komen voedselrijkere bodemtypes voor. In de Overijsselse Vecht is een kleine rivier waarin veel transport van zand plaatsvindt door erosie en sedimentatie. De rivier is hier niet bedijkt en er zijn reliëfrijke rivierduinen, hoge oeverwallen en oude meanders. De rivier is, onder andere bij de koelanden van Junne en Arriën, rechtgetrokken, er zijn stuwen in aangebracht en het zomerbed is verbreed. Inundaties met rivierwater zijn daardoor afgenomen evenals nieuwe zandafzettingen. De Regge is een kleine laaglandrivier in het oostelijk zandgebied.
Langs de Vecht bevinden zich oude meanders in verschillende stadia van verlanding, rivierduinen, natte en droge schraalgraslanden (waaronder stroomdalgraslanden), ruigten, struwelen gedomineerd door sleedoorn, heiderestanten met jeneverbesstruweel en loofbos. In de ongestoorde kronkelwaarden is een grote verscheidenheid aan milieuomstandigheden die worden bepaald door hoogteligging, vochtigheid, voedselrijkdom, kalkgehalte, expositie en microklimaat. Het dekzandgebied is een groot complex van naald- en loofbossen, heiden, stuifzanden en vennen. Het grootste deel van de heiden bestaat uit droge struikheibegroeiingen. In laagten komen natte heiden met dophei en soms veenmossen voor. Plaatselijk komen vochtige, schrale graslanden voor waarin klokjesgentiaan en borstelgras kenmerkend zijn. In Beerze liggen daarnaast een mooi kamduin en uitgebreide veenputtencomplexen. Op de hogere gronden ten oosten van de Regge komen goede voorbeelden van zure vennen voor. Landgoed Eerde bestaat uit oud kampenlandschap en jongere heideontginningen met heiderestanten en jeneverbessen. De Archemer en Lemelerberg bestaan uit gestuwde rivierzanden en dekzanden. Hier komt droge heiden, jeneverbesstruweel, een hellingveentje en stuifzand voor [lit. 7.52].
pagina 173 van 183
In tabel 7.19 zijn de habitattypen en leefgebieden beschreven waarbij er sprake is van een projectbijdrage van stikstofdepositie en waarvan de KDW wordt overschreden. De overbelaste hexagonen in Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden Reggegebied zijn ook weergegeven in afbeelding 7.19.
Afbeelding 7.19 Stikstofdepositie door de dijkversterking Wolferen-Sprok op habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden Reggegebied waarvan de KDW is overschreden