CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

15. Omgevingseffectrapport 2020_Geredigeerd

Besluitronde (raadsvergadering) 10 september 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling 'Omgevingsvisie gemeente Nijmegen' (71/2025)28.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Biodiversiteit Negatieve effecten voor de biodiversiteit kunnen worden voorkomen door het opzetten van een monitoringsprogramma voor het voorkomen van waardevolle en beschermde soorten flora en fauna en het gebruik en beheer van de openbare ruimte af te stemmen op de waarnemingen. Stikstofdepositie Bij uitwerkingen van de Omgevingsvisie en meer concrete ontwikkelingen dient altijd beoordeeld te worden in hoeverre er sprake is van een toe- of afname van de stikstofemissie en de mogelijke effecten daarvan op gevoelige gebieden (zie ook bijlage 8). Hittestress De effecten worden voorspeld aan de hand van de huidige bebouwing en de ontwikkeling van het klimaat richting 2050. Bij ontwikkelingen in het centrumgebied en de ontwikkellocaties bij stations waar hittestress het meeste voor lijkt te gaan komen, dient het voorkomen van hittestress te worden meegenomen in de ontwikkelplannen. In bijlage 7 is aangegeven hoe hier in het kader van de Woondeal al uitwerking aan wordt gegeven in de vorm van afspraken over de ontwikkeling van gebieden. Bereikbaarheid/Mobiliteit Vanwege het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is geen gebruik gemaakt van het verkeersmodel van de gemeente. Voor het beoordelen van de mogelijke effecten is gebruik gemaakt van bestaande informatie zoals ook opgenomen in het Ambitiedocument Mobiliteit 2019-2030, Nijmegen goed op weg.

Aan de hand van het OER is een aantal beleidsuitspraken uit dit Ambitiedocument aangescherpt. Onder andere is “Mobility as a Service” (MaaS) als uitgangspunt benoemd bij de ontwikkeling van gebieden. Dat betekent dat er van uitgegaan wordt dat bij elke gebiedsontwikkeling goede loop- en fietsroutes,

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

78

Projectgerelateerd

bereikbaarheid van het OV, voldoende infrastructuur voor elektrisch laden, collectieve voorzieningen voor thuisbezorgdiensten en het aanbieden van deelvoertuigen, zoals deelfietsen en deelauto’s, op allerlei locaties in de stad gerealiseerd worden. De uitwerking hiervan vindt plaats in verschillende ontwikkelplannen waarbij de mobiliteitseffecten ook op basis van het verkeersmodel dienen te worden beschouwd. Het Ambitiedocument Mobiliteit kondigt reeds aan dat er niet één aanpak is voor de mobiliteit en dat er maatwerk geleverd moet worden door onderscheid te maken in verschillende gebieden. Deze uitwerkingen dienen plaats te vinden met de aangescherpte uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Het regionale verkeersmodel wordt twee-jaarlijks geactualiseerd, pas na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt het programma in het model aangepast. Het is niet te verwachten dat dit tot een substantieel ander beeld leidt dan reeds beschreven in het Ambitiedocument Mobiliteit. Energie De energietransitie is één van de grote opgaven voor Nederland. In deze Omgevingsvisie zijn geen nieuwe keuzes ten aanzien van de ruimte voor duurzame energie opwekking opgenomen, anders dan reeds vastgesteld beleid. Er wordt, conform het programma Regionale Energie Strategieën (RES), gewerkt aan een RES voor de Regio Arnhem-Nijmegen.

Omdat dit RES een separaat traject vormt, met een eigen besluitvormingstraject, is dit thans geen onderdeel van de Omgevingsvisie. Op basis van de RES dient te worden nagegaan in hoeverre de Omgevingsvisie hierop dient te worden geactualiseerd (zie ook bijlage 7). Wateroverlast (en gezondheid) De gebieden waar wateroverlast optreedt in de huidige situatie zijn bekend (zie ook kaart Klimaatadaptatie, pagina 56 Omgevingsvisie). In het kader van de Omgevingsvisie worden hier geen concrete maatregelen aan verbonden, terwijl dit wel als gevolg van een veranderend klimaat steeds vaker en op meer plekken in de stad voor kan komen. In het kader van de uit te werken lokale adaptatie strategie en uitvoeringsprogramma (zie ook bijlage 7) verdient dit extra aandacht. Dit is ook in lijn met het Gemeentelijke Rioleringsplan 2018-2023 waarin wordt gesteld dat: “De aanwezigheid van goed functionerende riolering is nog van onverminderd belang voor onze gezondheid. Wanneer er onverhoopt eens enige tijd water op straat blijft staan, vergroot dat de kans dat mensen in contact komen met afstromend hemelwater en (huishoudelijk) afvalwater. Er zijn gezondheidsrisico's verbonden aan contact met afvalwater en -in veel mindere mate- aan contact met afstromend hemelwater, omdat in beide waterstromen ziekteverwekkers voorkomen.

Bij goed ontworpen en goed functionerende voorzieningen (riolen, wadi's, infiltratie-voorzieningen, fonteinen) blijven de gezondheidsrisico's beperkt. Groene voorzieningen voor het infiltreren van afstromend hemelwater dragen bij aan licht, lucht en ruimte in woonwijken en hebben daarmee een positieve invloed op gezondheid. Door de veranderende houding van burgers ten opzichte van het water in de openbare ruimte (behoefte aan recreatie en verkoeling) én door veranderingen in het neerslagpatroon kunnen de gezondheidsrisico's de komende decennia toenemen. Om dat te voorkomen nemen we de komende jaren gezondheidsrisico's bewust mee bij ontwerp en beheer van riolering en (andere) regenwatervoorzieningen.”

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

79

Projectgerelateerd

7

Referentielijst

Beleidsstukken: ▪ Startnotitie Omgevingsvisie Nijmegen (2018) ▪ Coalitieakkoord 2018-2022 Nijmegen: samen vooruit (2018) ▪ Structuurvisie Nijmegen 2013 ▪ Woonvisie Nijmegen 2015-2020: Samen werken aan goed wonen (2016) ▪ Veiligheidsplan 2018-2022: De weerbare stad (2018) ▪ Beleidsplan Sport en bewegen 2017-2020 ▪ Kadernota Beeldkwaliteit 2013 ▪ Nota Cultureel Erfgoed (2013) ▪ Circulaire economie Rijk van Nijmegen (2017) ▪ Warmtevisie “op weg naar een aardgasvrij Nijmegen” (2018) ▪ Nota Grondbeleid 2018 ▪ Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017-2023 ▪ Maatregelprogramma luchtkwaliteit Nijmegen 2018-2022 (2017) ▪ Nota Mobiliteit Nijmegen 2011-2020: Nijmegen duurzaam bereikbaar (2011) ▪ Nota Openbare Ruimte 2013-2023: Geef ze de (openbare) ruimte (2012) ▪ Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 (2019) ▪ Kadernota Afvalbeleid 2013-2022: Creatief met afval, minder afval meer grondstoffen (2012) ▪ De Groene draad (2007) ▪ Ruimtelijke Adaptatie Strategie Rijk van Maas en Waal (2019) ▪ Uitvoeringsagenda Duurzaamheid (2019) ▪ Samenwerkingsovereenkomst restwarmte regio Arnhem-Nijmegen (2014)

Overige bronnen: ▪ Strategische beleidsanalyse Omgevingsvisie Nijmegen (Wing, 2019) ▪ Tussenstap Omgevingsvisie Nijmegen (Wing, 2019) ▪ Energie aan zet! Energiemonitoring 2008-2018 (Bureau Leefomgevingskwaliteit, 2019) ▪ Feiten en cijfers duurzame stad (Gemeente Nijmegen, 2019) ▪ Woningbehoefteonderzoek Gemeente Nijmegen (Companen, 2019) ▪ De samenhangende opgaven voor Nijmegen in het komende decennium (Platform 31, 2018) ▪ Stadsatlas Nijmegen (Werkgroep Stadsatlas, 2019) ▪ Natuurparelkaart (Natuurplaza, 2019) ▪ Klimaateffectatlas (www.klimaateffectatalas.nl) ▪ Leefbaarometer (www.leefbaarometer.nl) ▪ Stadsmonitor Nijmegen (https://swm.nijmegen.nl/) ▪ Ruimtelijke dichtheden en functiemenging in Nederland (RUDIFUN), (PBL, 2019) ▪ Leeftijdsopbouw per stadsdeel 1-1-2019 (BRP, 2019) ▪ Monitor Vestigingsklimaat Nijmegen (2019) ▪ Webviewer drinkwater (Provincie Gelderland, http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=81ca33c00adb4827b80a0d b05d7cf2ac)

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

80

Projectgerelateerd

Bijlage 1

11 juni 2020

Onderbouwing Beoordelingscriteria

BIJLAGEN OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

A1

Bijlage 1 Onderbouwing Beoordelingscriteria Totstandkoming beoordelingscriteria Ten behoeve van dit OER zijn beoordelingscriteria geformuleerd om de opgaven en de uiteindelijke keuzes in de visie zelf te beoordelen. In principe zijn er twee “soorten” criteria gehanteerd: 1. Criteria gerelateerd aan milieuaspecten. Dit zijn over het algemeen criteria die al veel in milieueffectrapportages werden gebruikt en waarvoor goede ingreep-effect relaties bekend zijn. Voor deze criteria is vaak ook veel informatie beschikbaar om (op het detailniveau van de Omgevingsvisie) uitspraken te doen over mogelijke effecten (positief of negatief). 2. Criteria gerelateerd aan doelstellingen of ambities van de gemeente met een relatie tot kwaliteiten van de leefomgeving. Dit zijn over het algemeen criteria die nog niet veel gebruikt worden in effectrapportages (omdat omgevingseffectrapportages nog in ontwikkeling zijn), maar waar wel informatie van voorhanden is omdat het beleid erop gericht is. Ingreepeffectrelaties zijn ook niet altijd voorhanden, waardoor de wijze van beoordelen en de beoordeling zelf vooral berusten op ervaring met soortgelijke projecten en discussie met ambtenaren uit de verschillende beleidsvelden. De tweede “soort” criteria zijn geselecteerd op basis van de doelstellingen en ambities zoals die ook in het kader van het omgevingsvisie-proces zijn gehanteerd.

Onderstaand is de groslijst weergegeven op basis waarvan de selectie is gemaakt. Hierin zijn overigens ook criteria gericht op milieuaspecten benoemd.

BIJLAGE 1 ONDERBOUWING BEOORDELINGSCRITERIA

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=52c2d69f-8932-484f-b540-300235fb9b83