CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gebiedsvisie Campus Heijendaal

Besluitronde (raadsvergadering) 19 februari 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gebiedsvisie Campus Heijendaal (137/2024)14.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

groot belang, voor de functiemix en valorisatietaak.

onderzoek en patiëntenzorg. Hiervoor is het nodig om

Voor de levendigheid is het toevoegen van kleinschalige

ontwikkelruimte op de campus te reserveren.

» Exclusief bestaande SSH& complexen als:

voorzieningen en horeca wenselijk. Woonfuncties

Sterrenbosch (339 eenheden), Nestor (164 eenheden)

activeren de clusters nog verder: ook na 17.00 uur en

is noodzakelijk voor het versterken van de samenhang

en Nemea (149 tijdelijke eenheden).Inclusief plannen

in het weekend is er leven op straat. Aandachtspunt

tussen de gebruikers. Door op bepaalde plekken reuring

hierbij is de balans tussen rust en reuring.

te creëren, kan op andere plekken juist rust ervaren

De bibliotheek en het sportcentrum zijn één van de

worden.

voor studentenwoningen in Erasmusgebouw (±400 eenheden).

•

weinige voorbeelden van campus overstijgende functies, Voorzieningen »

•

•

hier komt iedereen.

Verlevendigen campus, met passende programmamix

De levendigheid en het verblijfsklimaat van het gebied vergroten, zodat Campus Heijendaal naast een plek

Kleinschalige voorzieningen gekoppeld aan de

om te studeren, onderzoeken en patiëntenzorg te

doelgroepen van de instellingen, denk hierbij aan

Knelpunten

kleinschalige horeca, informatie en voorzieningen om te

•

ontspannen, bewegen of sporten.

ontvangen ook steeds meer een plek wordt om te

Campussen hebben ‘ademruimte’ nodig voor de toekomst. Patiëntenzorg, onderwijs en (baanbrekend)

werken, wonen, verblijven, ontmoeten en ontspannen. •

De bedrijvigheid op de campus versterken, zodat de

onderzoek staan niet stil en de focus op

toegevoegde waarde van bedrijven voor onderzoek,

Open, toegankelijke kenniswijk

onderzoeksgebieden kan verschuiven. Het vastgoed

onderwijs, maatschappelijke impact en banen verder

De gebruikers en de activiteiten vormen het programma

en de terreinen moeten hier op kunnen inspelen. De

kan worden vergroot.

van de campus. De kerntaken van de campuspartners

ruimte is echter beperkt: de groene kwaliteiten en open

(onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg) trekken veel

en gesloten (bos)gebieden zijn een belangrijke kwaliteit

mensen naar het gebied. In totaal werken er ongeveer

voor Heijendaal.

20.000 personen op de campus en volgen zo’n 50.000

•

Als gevolg van grote infrastructuur barrières

studenten hier een opleiding. Daarnaast behandelt het

functioneren delen van de campus als op zichzelf

Radboudumc ieder jaar ongeveer 180.000 unieke patiënten.

staande ‘eilanden’. De gebieden zijn vaak naar binnen

Via een opname in het ziekenhuis (circa 22.500 ieder jaar),

gekeerd: er zijn weinig bestemmingen (redenen) om je

door een operatie (circa 30.500 ieder jaar) of een afspraak

‘eiland’ te verlaten.

met een arts (circa 470.000 consulenten per jaar). De

•

Gebouwen keren – uitzonderingen daargelaten – hun

campuspartners willen de campus ontwikkelen naar een

rug naar de straat. Het aangezicht van de campus is

omgeving die de samenwerking tussen de campuspartners

daarmee minder aantrekkelijk.

en de stad bevordert. Kruisbestuiving, het stimuleren van

•

De levendigheid op de campus is een aandachtspunt:

ontmoeten, het bevorderen van welzijn en vitaliteit en het

op weinig plekken bruist het echt en na 17.00h en in het

stimuleren van gezond gedrag staat hierbij centraal.

weekend is het (te) stil. •

De openbare ruimte dient beter geschikt gemaakt

Kansen

worden om in te verblijven. Dit om sociaal-onveilige

•

Grote kansen zien we in het concentreren van een

situaties tegen te gaan en mensen meer in contact te

gemengd programma in clusters: gebouwen en

brengen met elkaar.

activiteiten toevoegen waar al andere mensen zijn. Kruisbestuiving van kennis en ontmoeting stimuleren gedijt bij het bijeenbrengen van diverse gebruikers. •

Het compact bouwen van nieuwe ontwikkelingen voor zoveel mogelijk ruimte voor groen en openbare ruimte. Dit komt ook ten gunste van ontmoeten en

40

Ademruimte voor de toekomst is nodig om in te kunnen

! *

Knelpunten Kansen Verbinding gebieden Activatie pubieke ruimte Programma in clusters Adressering gebouwen Campusoverstijgende functies

? Achterkantensfeer

?

Afgesloten eilanden Ontwikkelruimte mist

41

Kapittelweg ‘achterkantensfeer’ en lage verblijfskwaliteit. Bron: PosadMaxwan 2023

42

Terrein tussen Huygensgebouw en Linnaeusgebouw (RU). Erg versteend gebied met weinig verblijfskwaliteit. Kans voor kwaliteitsimpuls. Bron: PosadMaxwan 2023

43

4

Visie

4.1 Visie: het verhaal van de campus Op basis van de doelstellingen, de analyses en de inbreng van gebruikers van de campus en inwoners en organisaties uit de omgeving hebben we een viertal verhaallijnen samengesteld. De verhaallijnen vormen de basis van de toekomstvisie en vertellen het nieuwe verhaal van Campus Heijendaal. De verhaallijnen zijn uitgewerkt in leidende principes, ingrepen en een themakaart. Daarmee geven de verhaallijnen antwoord op de vragen ‘wat gaan we doen?’ en ‘hoe gaan we dat doen?’ om de doelstellingen te bereiken. In de visiekaart voor Campus Heijendaal komen de vier verhaallijnen weer samen. De belangrijkste ingrepen voor Campus Heijendaal staan op deze kaart weergegeven.

Duurzame mobiliteit

Ecologische verbindingen

Duurzaam verbeteren van de

Versterken van de fysieke en ecologische

bereikbaarheid van, naar en op de Campus

verbindingen tussen Campus Heijendaal,

met de focus op duurzame mobiliteit en

de naastgelegen buurten en de rest van de

het versnellen van de mobiliteitstransitie.

stad, zodat Campus Heijendaal nog meer een levendig onderdeel wordt van de stad en de stedelijke natuur.

Versterken Identiteit Versterken van de onderlinge samenhang en gezamenlijke (groene) identiteit van het gebied, zodat het gebied als één campus aanvoelt en functioneert. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit, verblijfskwaliteit en de toekomstbestendigheid van het gebied.

P HUB

Verhaallijn 1 Vitale & verbonden campus

Verhaallijn 2 Natuurlijke & groene landgoedcampus

Inzetten op duurzame en actieve

Groene karakter versterken en gebruiken

vormen van mobiliteit door voetgangers,

als ruimtelijke drager. Versterken identiteit

fietsers en OV de ruimte te geven.

en oriëntatie op de campus. Met aandacht

Soepele, comfortabele en aantrekkelijke

voor ecologische en klimaatadaptieve

verbindingen met kwalitatieve openbare

waarden van het gebied.

P HUB

P HUB

P HUB

P HUB

P HUB

P HUB

ruimtes die gezonde keuzes stimuleren.

46



Levendigheid vergroten

Versterken bedrijvigheid

Levendigheid en verblijfsklimaat van

Versterken van de bedrijvigheid,

het gebied vergroten, zodat Campus

innovatie en onderlinge samenwerking

Heijendaal naast een plek om te studeren,

op de campus, zodat de toegevoegde

onderzoeken en zorg te ontvangen

waarde van onderzoek, onderwijs en zorg

ook steeds meer een plek wordt voor

(maatschappelijke impact) verder kan

innovatieve bedrijvigheid, verblijven,

worden vergroot.

wonen en ontmoeten. Dit met oog voor de balans tussen rust en reuring en sociale veiligheid op de campus.

Toekomstbestendigheid Vergroten van de toekomstbestendigheid van de campus op het gebied van energie, klimaatadaptatie en circulariteit van gebouwen en openbare ruimtes.

Verhaallijn 3 Levendige & stedelijke campus

Verhaallijn 4 Toekomstbestendige & flexibele campus

De campus is een fijne plek om te zijn,

Ruimte reserveren voor ontwikkeling in de

met een goede programmamix, maximaal

toekomst, zowel boven- als ondergronds.

gericht op ontmoeting en kruisbestuiving.

Flexibiliteit en voldoende ‘ademruimte’

Met balans tussen rust en reuring door het

voor baanbrekend onderzoek en het

concentreren van programma in clusters.

onderwijs en de zorg van vandaag en morgen.

47

4.2 Vitale & verbonden campus

Leidende principes

Alle keuzes die mensen maken om een gezonder leven te kunnen leiden, kennen ook een ruimtelijke component. We richten ons op het stimuleren van duurzame en actieve vormen van mobiliteit en de manier waarop de openbare ruimte en de verschillende verbindingen hierop inspelen. Het gaat hierbij om een beter verbonden campus: onderling maar vooral ook aangetakt op de netwerken van de stad en de directe omgeving. Soepele, comfortabele en aantrekkelijke verbindingen maakt de keuze voor een verplaatsing te voet of op de fiets eenvoudiger. Het terugbrengen van het aantal autobewegingen en parkeerplekken draagt hieraan bij. De (groei van de) campus heeft een grote impact op de mobiliteit in de stad en de regio Het is daarom van belang dat de voorgestelde keuzes in de gebiedsvisie een bijdrage leveren aan de mobiliteitstransitie, maar tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat de campus goed bereikbaar is en daarmee aantrekkelijk blijft zowel voor de gebruikers van

1. STOMP-principe (stappen, trappen, OV, mobility as a service en privéauto). We geven prioriteit aan actieve en duurzame vormen van mobiliteit boven (privé) automobiliteit. Dit werkt zowel door in de ruimtelijke keuzes die we maken als in de beleidsmatige keuzes, zoals werkgeversbeleid of het aanwijzen van nieuwe parkeervergunninggebieden.

de campus als voor de omliggende buurten.

5. We werken aan een beter verbonden campus, op de campus zelf en in relatie tot de stad, door het verbeteren en uitbreiden van loop- en fietsverbindingen. Denk bijvoorbeeld aan logische en aantrekkelijke voet- en fietsverbindingen over de campus en tussen de campus en de rest van de stad.

2. Autoluwe campus: (max 30 km/u) om de veiligheid en verblijfskwaliteit op en in de omgeving van de campus te vergroten en de barrièrewerking van wegen te verminderen. Ook dragen we op deze manier bij aan het scheiden van het doorgaandverkeer van het bestemmingsverkeer.

3. Openbare ruimte nodigt uit tot ontmoeting en beweging. (met aandacht voor inclusiviteit, toegankelijkheid en sociale veiligheid). Denk aan ommetjes en buitenwerkplekken.

6. We faciliteren de mogelijkheden om anders naar de campus te reizen en ontmoedigen vervoersbewegingen met de auto door in te zetten op: • Parkeren op afstand met overstap op trein, bus of (deel)fiets; • Deelmobiliteit, vanaf treinstations naar campus en aanbod op campus zelf; • Aantrekkelijk openbaar vervoer.

7. Verminderen barrière werking van infrastructuur en gebouwen. Op die manier vergroten we de doorwaadbaarheid van het gebied en gaan we ‘eilandwerking’ tegen, zowel op de campus als tussen de campus en haar omgeving.

4. Fietsparkeren op slimme, logische en veilige plekken: ruim, kwalitatief en toegankelijk van opzet. Fietsparkeren dichtbij bestemmingen, makkelijk vindbaar en op goed bereikbare locaties.

49

4.2 Ingrepen WAT GAAN WE DOEN?: Vitaal 1.

west fietsroutes: Geert Grooteplein Noord en Willem

We intensiveren de werkgeversaanpak en stemmen deze beter op elkaar af om actieve en duurzame mobiliteit

Nuyenslaan. •

verder te stimuleren. Bijvoorbeeld door het vergoeden of belonen van bepaald reisgedrag.

routes. •

2. Invoeren betaald parkeren in de omliggende wijken,

3. De snelheid op de wegen op de campus wordt verlaagd

Vergroten van de mogelijkheden om op afstand aan de rand van de stad te parkeren (P+R) of in de regio (nabij

om te voorkomen dat bezoekers van de campus in de omliggende wijken parkeren en overlast tegen te gaan.

Behouden en beter benutten van de bestaande OV-

een treinstation). 7.

We introduceren ‘De Loper’: een centrale langzaamverkeersroute die alle gebieden en

naar 30 km/u (Heyendaalseweg, Kapittelweg, Philips

ontmoetingsplekken op de campus aan elkaar verbindt.

van Leydenlaan, Erasmuslaan en Houtlaan). Daarmee

Speciale aandacht is er voor oversteekplekken waar

vergroten we de veiligheid en verblijfskwaliteit en

De Loper over de Erasmuslaan, Heyendaalseweg en

verminderen we de barrièrewerking van met name

Kapittelweg steekt. ‘De Loper’ heeft een continue

de Heyendaalseweg, Erasmuslaan en de Kapittelweg.

kwaliteit, is herkenbaar en aan weerzijden met bomen,

Daarbij hebben we aandacht voor de bereikbaarheid

struiken en planten omgeven. Rondom ‘De Loper’ is een

voor hulpdiensten.

verscheidenheid aan sport-, speel- en spelelementen

4. We ontmoedigen het parkeren op de campus door het parkeeraanbod te verminderen en parkeertarieven te

te vinden. Maar ook zitplekken en buitenwerkplekken in het groen.

verhogen. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat de campus

8. Versterken van fijnmazige netwerken voor voetgangers

voor bepaalde kritische doelgroepen goed bereikbaar

en fietsers op de campus en met de naastgelegen

blijft, ook met de auto. Denk hierbij aan patiënten

buurten en de stad. Speciale aandacht is er voor een

en personeel voor spoedzorg en 24 uurs dienst. Het

goede aansluiting van De Loper op voet- en fietspaden

parkeren dat overblijft clusteren we zoveel mogelijk op

naar de omliggende buurten.

logische en goed bereikbare locaties bij voorkeur aan de rand van de campus dicht bij de St. Annastraat. 5. Wegprofielen herinrichten: meer ruimte voor fiets en voetgangers en groen, meer oversteken, minder ruimte

Voorbeeld referentie van De Loper: Breed en comfortabele voetgangersverbinding (fiets is te gast) met doorgaande en continue vormgeving. Verbindt gebieden aan elkaar en versterkt verbindingen met omliggende wijken. Meandert door het gebied heen: verbreed met speel en zit-elementen en ecologische zones (groene loper). Bron: Looproute station Voorburg 2018 (PosadMaxwan)

9. Verhogen oversteekbaarheid van Heyendaalsweg, Erasmuslaan en Kapittelweg: meer en verbeterde oversteekplaatsen van hoge kwaliteit, in het bijzonder op die plekken waar ‘De Loper’ deze wegen oversteekt.

geven aan autoverkeer en parkeren. Verbonden 6. Een robuust en duurzaam mobiliteit raamwerk opzetten dat de STOMP methodiek volgt en goed verbonden is met de rest van de stad. Door o.a.: •

Doortrekken wandel- en fietsroute vanaf station Heyendaal langs spoorkuil (Groene Corridor) met mogelijke verbinding over het spoor bij de Valkenburgseweg.

•

Opwaarderen looproute langs Oud-Heyendaal als alternatief voor fietsroute Heyendaalseweg (tussen Radboudumc Oost richting Maria Montessorigebouw.

•

50

Vindbaarheid en kwaliteit versterken van de oost-

Voorbeeld referentie van nieuw voorgestelde oversteekplekken HAN campus en Erasmus toren: Pleinruimte van gevel tot gevel: doorlopende bestrating en materialen Vergroenen: toevoegen van bomen en groenvoorzieningen (schaduwrijk) Herinrichten wegprofiel: doorwaadbaar voor autoverkeer: vertraagd en ontmoedigd Voetgangers en fietsers voorrang: verblijfsplek en verbinding over Heyendaalseweg. Bron: Stationsplein Zwolle 2022 (PosadMaxwan/Gemeente Zwolle/Karres+Brands)

4.3 Natuurlijke & groene landgoedcampus

Leidende principes

1. Het landschap als belangrijkste ruimtelijke structuur en het ‘landgoedcasco’ inzetten als beeldbepalende en samenhangende identiteitsdrager (o.a. beeldkwaliteit). De ‘landschapsmozaïek’ van open en gesloten (bos)gebieden wordt versterkt en onderling verbonden.

De belangrijkste ruimtelijke kwaliteiten van Campus Heijendaal zijn het groene karakter en de rijke historie: het bosrijke parklandschap, de sporen van het Romeinse verleden, landgoed Heijendaal en de stedelijke verdichting van de naoorlogse periodes zorgen voor een mozaïekachtig palet aan ruimtelijke kwaliteiten en identiteiten. In de Gebiedsvisie versterken we de eigenheid en verschillen tussen de gebieden omdat dit de campus herkenbaar en aantrekkelijk maakt. Het landschap en de kenmerkende bebouwing zijn de belangrijkste gemeenschappelijke identiteitsdrager van het gebied. Het versterken van ecologische waarden en verbindingen, het voorkomen van barrières en afschermingen, het ‘ontharden’ van het maaiveld om ruim baan te maken voor vergroening en het klimaatbestendig maken van de campus staan hierbij centraal.

5. Versterken van de groenblauwe structuren voor planten en dieren, zowel op de campus als tussen campus en omgeving door groengebieden te behouden en beter met elkaar te verbinden.

2. Koester de rijke historie: behouden en versterken van de erfgoedwaarden en unieke kwaliteiten die aanwezig zijn in het landschap en de bebouwing en deze inzetten voor nieuwe ontwikkelingen. Beter zichtbaar maken van gebouwd erfgoed en landschappelijke erfgoedlagen.

3. Heldere structuren: duidelijke ordening, hiërarchie en herkenbaarheid van lanen, paden en groengebieden aanbrengen. Herzien van padensysteem.

4. Aantrekkelijkheid van de campus vergroten door hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte, groen ingericht met oog op natuurwaarden en bewegen en ontmoeting.

6. Maximaliseren van de biodiversiteitswaarden van gebouwen en landschap. In de inrichting van de openbare ruimte streven we naar een zo groot mogelijke bijdrage aan de biodiversiteit.

7. Gebouwen ontwerpen we met natuurinclusieve principes: we nemen de natuurlijke omgeving mee in het ontwerp van de bebouwing door daken en gevels hiervoor in te zetten.

8. Versterken van de klimaatbestendigheid van gebouwen en de openbare ruimte. Door ruimte te geven aan klimaatadaptieve oplossingen in de openbare ruimte en gebouwen. Denk aan: verminderen van verharding om hittestress tegen te gaan, tegengaan van verdroging door water vast te houden en voorkomen van wateroverlast bij piekbuien. 53

4.3 Ingrepen WAT GAAN WE DOEN?: Erfgoed & identiteit

en verblijfsplekken. Hierdoor zijn op de campus

1.

Behouden en versterken van het groene karakter

verschillende padensystemen ontstaan die ervoor

van de campus en de verschillen in het landschap:

zorgen dat de karakteristieke landgoedlaag op plekken

van open groene parkgebieden tot bosachtige en

minder goed herkenbaar is. In de Gebiedsvisie stellen

stedelijke gebieden. De belangrijkste structuur wordt

we voor om het padensysteem in dit gebied te herzien

gevormd door de hiërarchie aan lanen en paden en

met oog voor de historische landschapslaag en de

het ‘landschapsmozaiek’ van de campus: het groene

huidige en toekomstige gebruiksfuncties in het gebied.

‘landgoedcasco’ dat uit verschillende groengebieden bestaat en de identiteitsdrager van de hele campus

Biodiversiteit & ecologie

vormt. We maken onderscheid tussen waardevolle

4. Het versterken van ecologische structuren door groene

open groene parkgebieden (rondom Huize Heijendaal

verbindingen te verbeteren en barrières te slechten

en het gebied tussen het Comeniusgebouw en

(ter hoogte van Erasmuslaan en tussen het bos aan

het Erasmusgebouw), bosachtige gebieden (in het

de Houtlaan en het bos aan de zuidzijde van de René

middengebied en aan de Houtlaan) en meer stedelijk

Descartesdreef en Erasmuslaan). Bijvoorbeeld door

gebied (aan de noordkant rondom de HAN-campus en

onnodige hekwerken te verwijderen of openingen te

Erfgoedlagen in landschap en bebouwing versterken, bijvoorbeeld monumenten opnieuw

het Radoudumc en oostkant bij de Bètafaculteit).

maken voor (kleine) dieren.

beter in het landschap verankeren.

2. Erfgoedlagen in landschap en bebouwing versterken

5. Toevoegen van nieuwe habitatten in de vorm van

door behoud van belangrijke en identiteitsbepalende

natuurvijvers voor droge en natte natuurwaarden

campusgebouwen en het beter zichtbaar maken van

6. Introduceren van ecologische stapstenen langs ‘De

karakteristieke monumenten (o.a. Huize Heijendaal,

Loper’ . Dit zijn compacte zones die worden ingericht

Bisschop Hamerhuis, Oud-Heyendaal, Berchmanianum,

met het oog op een hoge biodiversiteitswaarde.

Park Brakkenstein). Ook is er aandacht voor de

Specifiek gericht op het creëren van voedsel

Romeinse erfgoedlaag door bij de herinrichting van de

en habitatten voor insecten als basis van de

Driehuizerweg een relatie te leggen met de Romeinse route.

biodiversiteitsketen. 7.

Het vergroten van de biodiversiteitswaarden van de

3. Herstellen van de heldere structuur van paden en lanen

campus door groen toe te voegen, andere beplanting

door de beeldbepalende bomenlanen te herstellen

(bijvoorbeeld meer kruidenrijk grasland) en slimmer

en de ordening van paden en lanen te verbeteren.

beheer (zoals een ander maaibeleid).

Specifiek gaat het om: •

Bron: Heyendaal in 1961 Noviomagus

8. Plekken voor rust bewaken voor mensen en dieren. Door

Het herstellen van de beeldbepalende bomenlanen

functies en activiteiten op deze plekken te beperken en

langs de belangrijkste profielen in het gebied

de verlichting hierop aan te passen.

(Sint Annastraat, Kapittelweg, Heyendaalseweg,

•

Driehuizerweg, Erasmuslaan en René Descartesdreef).

Klimaatadaptatie

Deze bomenlanen zijn voor heel Nijmegen

9. Vergroenen en ontharden van de campus. Het

beeldbepalend en voor de campus een belangrijke

aandeel verhard oppervlak verminderen (denk

Voorbeeld referentie van maximaliseren van biodiversiteitswaarden en ontharden van de

kwaliteit.

aan maaiveldparkeren) en inzetten op (tijdelijke)

campus. Meer ruimte voor biodivers groen langs wegprofielen, langs wandelpaden en op

Aanbrengen hiërarchie in paden en lanenstelsel: Over

waterberging, groen of infiltreerbare inrichting.

gebieden die nu ingericht zijn als grote versteende parkeerterreinen.

de jaren zijn er veel verschillende loop- en fietspaden

54

10. Maximaal benutten van daken en gevels voor

aangelegd, in sommige gevallen refererend aan oude

klimaatadaptatie (opvangen, vertraagd afvoeren en

historische structuren zoals het sterrenbos, in andere

infiltreren) rekening houdend met andere ambities op

gevallen als praktische verbindingen tussen gebouwen

het gebied van (beeld)kwaliteit en duurzaamheid.

Bron: Forest Park in Bad Lippspringe door Sinai

4.4 Levendige & stedelijke campus

Leidende principes

1. Concentreren programma in clusters: functies en activiteiten worden geconcentreerd in clusters die onderling goed verbonden zijn. Een levendige campus is een fijne plek om te zijn. Levendigheid wordt gestimuleerd, op meerdere plekken en gedurende langere periodes over de dag (16/7 levendig). Dit gebeurt enerzijds door ruimte te maken voor innovatieve bedrijven die een relatie hebben met het onderzoek, het onderwijs en de patiëntenzorg die op de campus plaatsvindt. Maar ook door meer woningen en collectieve voorzieningen toe te voegen. Anderzijds door de levendigheid te concentreren in clusters en langs belangrijke loop- en fietsroutes op de campus. Clusters bestaan uit historisch gegroeide en nieuwe ensembles van gebouwen. Deze zijn zoveel mogelijk toegankelijk en aantrekkelijk aan alle kanten (alzijdig georiënteerd) en verbonden met andere clusters. Ze hebben een focus op levendigheid wat onder andere tot uitdrukking komt in de programmamix en de hoogwaardig ingerichte openbare ruimte. Om de balans te bewaken tussen plekken waar reuring (levendigheid) of rust overheerst, wordt gekeken naar een passende functie en inrichting van de openbare ruimte. Op plekken waar we levendigheid stimuleren, zijn gebouwen en openbare ruimtes maximaal gericht op ontmoeting.

5. De clusterpleinen en de centrale openbare ruimte stimuleren ontmoeting tussen onderzoekers, studenten en bedrijven met publieke voorzieningen voor de buurt. Centraal gelegen in het cluster ligt de belangrijkste verblijfsplek: het clusterplein of clusterpark (afhankelijk van invulling en plek). Een autovrij gebied, gericht op wandelen en verblijven waaraan actieve functies (o.a. horeca en sport- en speelaanleidingen) zijn gelegen en (hoofd) entrees zijn gepositioneerd.

2. Ruimte maken voor innovatieve bedrijvigheid en de hieraan verbonden voorzieningen (o.a. labs en onderzoeksfaciliteiten). De campus biedt ruimte aan bedrijven die een directe relatie hebben met de patiëntenzorg, het onderwijs of het onderzoek dat op de campus plaatsvindt.

3. Toevoegen van wonen en voorzieningen: om de levendigheid op de campus te vergroten worden woonfuncties en voorzieningen toegevoegd. Een aantal kleinschalige voorzieningen (denk aan horeca, cultuur, sport en spel) zorgt voor levendigheid ook na 17.00 uur of in het weekend. Het gaat om functies die ondersteunend zijn aan de kerntaken van de instellingen (patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek).

4. Mix van functies: mengen van innovatieve bedrijvigheid, woningen en voorzieningen. Functiemenging is belangrijk voor de levendigheid op en rond de campus, maar ook om afstanden tussen plekken klein te houden (wat lopen en fietsen stimuleert).

6. Aantrekkelijke openbare ruimte: kwaliteit en toegankelijkheid van openbare ruimtes verhogen om ontmoeting, kennisdeling en bewegen voor de verschillende gebruikers van de campus te stimuleren.

7. Gebouwen zijn waar mogelijk niet ‘all-inclusive’ (alle functies in één pand) en zoveel mogelijk toegankelijk en aantrekkelijk aan alle kanten (alzijdig georiënteerd). Voor sommige functies moet je je gebouw uit, waardoor de kans op (spontane) ontmoetingen groter wordt.

8. Sociale veiligheid versterken: inzetten op enkele goed verlichte, door veel verschillende doelgroepen, gebruikte paden. Door het toevoegen van functies en een betere programmamix (meer bedrijvigheid, wonen en voorzieningen) wordt de campus op aangewezen plekken drukker. Niet alleen tijdens werken onderwijsuren maar ook in de avonden, weekenden en vakanties. Dit komt sociale veiligheid ten goede. 57

4.4 Ingrepen WAT GAAN WE DOEN?: Programma

Ontmoeting

1.

5. Verbinden van clusters via De Loper: een brede,

Concentreren van programma in clusters: functies en activiteiten worden geconcentreerd in clusters die

comfortabele langzaam verkeersroute die als gemene

onderling goed verbonden zijn. Om te zorgen voor

deler over de campus loopt en de clusters op de

een goede verdeling van functies over de campus,

campus aan elkaar verbindt.

hebben we aandacht voor de programmamix van de

6. Inrichting van clusterpleinen en -parken: centraal gelegen verblijfsplekken met actieve functies zoals

verschillende clusters. 2. Ruimte maken voor innovatieve bedrijvigheid (10.000

horeca, sport en spel. Centraal gelegen clusterpleinen

tot 30.000 m2 bvo) en de hieraan verbonden

en parken moeten autovrij zijn en gericht op wandelen

voorzieningen (o.a. labs en onderzoeksfaciliteiten).

en verblijven.

De campus biedt ruimte aan bedrijven die een directe

7.

Bewaken van balans tussen rust en reuring:

relatie hebben met de patiëntenzorg, het onderwijs of

door activiteiten en programma in de clusters te

het onderzoek dat op de campus plaatsvindt.

concentreren, stimuleren we levendigheid op deze

3. Woningen en voorzieningen toevoegen: het ontwikkelen van 500-1500 woningen en kleinschalige voorzieningen voor de verschillende gebruikers van de campus (denk

plekken en beschermen we de rust voor mens en dier op andere delen van de campus. 8. Verbeteren sociale veiligheid: door verlichting en

aan horeca, cultuur en sport- en speelplekken). Het

intensivering van gebruik op aangewezen plekken wordt

woonprogramma wordt nader bepaald met doelgroepen

de sociale veiligheid vergroot.

Voorbeeld van een clusterplein met daaromheen een verscheidenheid aan programma. Kwalitatieve ontmoetingsplek en verblijfsplek. Autovrij en centraal gelegen in het cluster. Bron: Novartis Campus, Basel

gerelateerd aan de kerntaken van de instellingen, zoals woningen voor studenten en werknemers van de instellingen. 4. (Eventueel op termijn) Gebouwen en functies realiseren met een gezicht aan de straat (representatieve gevel), die de route fysiek begeleiden en daardoor de openbare ruimte prettiger maken.

Voorbeeld referentie van het concentreren van programma in clusters. Binnen deze clusters is een evenwichtige functiemix. Hierdoor is er activiteit in het clusters door de uren van de dag heen. Denk aan een mix van wonen, onderwijs, bedrijvigheid en kleinschalige horeca. Bron: TU Delft, Echo plein, Google Maps

58

4.5 Toekomstbestendige & flexibele campus

Leidende principes

Een succesvolle campus is een campus waar ruimte voor ontwikkeling en behoud van de bijzondere (groene) kwaliteiten zoveel als mogelijk hand in hand gaan. Omdat dit niet altijd vanzelfsprekend is, maken we onderscheid tussen plekken waar ontwikkeld kan worden (ontwikkelruimte reserveren) en het groene raamwerk van het ‘landschapscasco’ dat we willen behouden en versterken. Hoe we bouwen op de ontwikkelplekken die we reserveren, is afhankelijk van de locatie: als groene kamers in het bos, met oriëntatie aan de straat of onderdeel van een stedelijk cluster. Een toekomstbestendige campus is ook een aantrekkelijke campus: zowel in de stad, regio en landelijke context. Een aantrekkelijke campus trekt werknemers, studenten en bedrijven aan en versterkt de toekomstwaarde van de campus en de instellingen. Als we bouwen zetten we in op gebouwen van hoge kwaliteit, zoveel als mogelijk energieneutraal en circulair. Door (her)gebruik van

1. Gebouwen van hoge kwaliteit: flexibel, compact, innovatief en aanpasbaar. De gebouwen zijn flexibel in te delen en innovatief in structuur: hoogte/functie/grootte zijn relatief eenvoudig aan te passen zodat deelgebruik en multifunctioneel ruimtegebruik mogelijk is.

het bestaande, gebruik van secundaire grondstoffen en natuurlijke materialen en modulaire nieuwbouw. Daarbij bouwen we compact (met een zo beperkt mogelijke footprint) om de doorwaadbaarheid van het gebied te vergroten en geen nieuwe grote barrières op te werpen.

5. Energienetwerken: koppeling van warmtenetten van de instellingen en mogelijk in de toekomst met de warmte en/of koude netwerken in de omgeving van de campus.

60

2. Beter benutten huidig portfolio: duurzaam en efficiënt gebruik maken van de huidige gebouwen, de voorzieningen en het terrein. Toekomstbestendigheid zit niet alleen in ruimtereserveringen, maar ook in de gebouwen en het ontwerp ervan. Het gaat (in eerste instantie) om het beter benutten van huidige gebouwen, duurzaam hergebruik en sloop/nieuwbouw alleen wanneer nodig. Instandhouding op een duurzame en energie-efficiënte manier is daarbij van belang.

3. Compact bouwen: gebouwen hebben een zo beperkt mogelijke footprint en worden ontwikkeld met aandacht voor de relatie tussen gebouw en het landschap/groen. Dit levert meer ademruimte op voor toekomstige ontwikkelingen en uitbreidingen, maar ook: behoud/versterking van de karakteristieke kwaliteiten, energiezuinige gebouwen (verhouding gevel/volume) en goed beloopbare gebouwen waar ontmoeting eenvoudiger is en de relatie met de begane grond en openbare ruimte op een soepele manier kan worden vormgegeven.

6. Energiezuinig en circulair: alle (nieuwe) gebouwen zijn zoveel mogelijk energieneutraal en circulair: opgebouwd uit her te gebruiken componenten met een zo lang mogelijke levensduur.

7. Zorg voor voldoende ontwikkelruimte: omdat de toekomst van onderzoek, zorg en onderwijs zich lastig laten voorspellen is een zekere mate van flexibiliteit nodig in de ruimtelijke ontwikkeling van de campus. Dat betekent dat er ontwikkelruimte gereserveerd moet worden om ook in de toekomst schuifruimte voor transformatie, nieuwbouw of tijdelijke activiteiten te behouden.

4. Typologie en korrelgrootte: we houden rekening met de ‘korrelgrootte’ van de gewenste functies op de campus, van klein (<5.000m2) tot groot (>40.000m2). Zo compact mogelijk om de doorwaadbaarheid van het gebied te vergroten en geen nieuwe grote ‘gebouwde’ barrières op te werpen. Bestaande grootschalige bebouwing proberen we bij transformatie zoveel mogelijk ‘op te knippen’ in losse onderdelen in de clusters.

61

4.5 Ingrepen WAT GAAN WE DOEN?: Toekomstbestendig 1.

Ontwikkelruimte reserveren: door in de gebiedsvisie gericht ontwikkelruimte aan te wijzen, maken we een keuze in waar er op de campus ontwikkeld mag worden en waar niet. De ontwikkelruimte kan worden gebruikt voor de kerntaken van de instellingen (patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs) en nieuwe functies (bedrijvigheid en wonen). Op het moment dat we ruimte zoeken voor nieuwe ontwikkelingen zullen we via studies en plannen bekijken hoe en waar deze binnen de aangewezen ontwikkelvelden ingepast kunnen worden.

2. Netwerken uitbreiden en koppelen. In de ‘eindsituatie’ streven we ernaar dat de de WKO-netwerken op de campus alle panden van de instellingen van warmte en koude zou kunnen voorzien. Het WKO-netwerk van UMC

Een aantal ontwikkelvelden dat aangewezen is wordt nu ingevuld met parkeren. Om

en RU is daarbij gecombineerd, mogelijk ook met een

hier in de toekomst mogelijk te kunnen bouwen in combinatie met het vergroenen van

koppeling met het netwerk van de HAN. Bij het UMC

de openbare ruimte is het nodig parkeren te clusteren in parkeerhubs. Deze hebben bij

en RU is de koudevraag groter dan de warmtevraag en

voorkeur een actieve plint en deelmobiliteit is hier beschikbaar.

blijft er dus netto warmte over. Deze (lage temperatuur)

Bron: Mobiliteitshub Elements Haarlem

warmte kan ter beschikking gesteld worden voor de directe omgeving. Dit kan nuttig zijn voor grotere gebouwen of appartementencomplexen in de directe nabijheid van de campus die ook een WKO-netwerk realiseren en daarbij een warmtetekort hebben. Voor de HAN geldt dat de warmtevraag groter is dan koudevraag. Wat in de toekomst een koppeling met de RU en UMC interessant kan maken.

Door het aanwijzen van ontwikkelvelden is het mogelijk om in de toekomst programma toe te voegen op de campus zoals bijvoorbeeld woonprogramma voor bijvoorbeeld studenten en werknemers. Bron: Studentenwoningen, Rotterdam door Mecanoo

62

4.6 Visiekaart De hiervoor toegelichte verhaallijnen vormen de basis van de gebiedsvisie en vertellen het nieuwe verhaal van Campus Heijendaal. De verhaallijnen zijn uitgewerkt in leidende principes, ingrepen en een themakaart. Daarmee geven de verhaallijnen antwoord op de vragen ‘wat gaan we doen?’ en ‘hoe gaan we dat doen?’ om de doelstellingen te bereiken. In de integrale visiekaart voor Campus Heijendaal komen de vier verhaallijnen weer samen. De belangrijkste ingrepen voor Campus Heijendaal staan op deze kaart weergegeven.

64

5

Vervolg

Vervolg en aanbevelingen Uitwerking

Opgaven

partijen. Het is een samenvoeging van de stuurgroepen

De gebiedsvisie voor Campus Heijendaal is een ruimtelijk

De samenwerking heeft betrekking op drie type opgaven:

gebiedsvisie Campus Heijendaal en Duurzaam Bereikbaar

raamwerk voor de campus met leidende principes en

1.

Ruimtelijke opgaven van de partijen zelf. Het gaat hier

Heijendaal. Ze stelt kaders voor de regiegroepen en

bouwstenen (de ingrepen) voor de verdere ontwikkeling van

om opgaven die voortkomen uit de eigen behoefte

fungeert als escalatieniveau bij geschillen. De gesprekken

het gebied. Daarmee is de gebiedsvisie geen blauwdruk.

van partijen en die te realiseren zijn op hun eigen

binnen de stuurgroep richten zich op relevante ruimtelijke

De visie geeft antwoord op de vraag: hoe geef je vorm

gedeelte van de campus. Denk hierbij aan individueel te

ontwikkelingen op campus Heijendaal, waaronder

aan de constante schuifpuzzel van vastgoed en ruimte,

ontwikkelen gebouwen of aanpassingen aan het terrein.

gebouwen, infrastructuur en mobiliteitsbeleid.

nu en in de toekomst, waarbij we de kwaliteiten van de

2. Gezamenlijke ruimtelijke opgaven die voortkomen uit de

campus behouden en versterken en de verblijfskwaliteit

gebiedsvisie. Het gaat hier om opgaven die voortkomen

Twee keer per jaar komt een ‘stuurgroep breed’ samen,

gegarandeerd blijft? Waar neem je ruimte en waar laat

uit de gebiedsvisie en die partijen niet zelfstandig

waarin naast reguliere leden ook vertegenwoordigers

je ruimte over? De gebiedsvisie stelt daarbij geen grote

kunnen of willen realiseren. Denk hierbij aan opgaven

van de provincie en OV-bedrijven deelnemen. Tijdens

transformatie voor, maar geeft handvatten voor ruimtelijke

als: mobiliteit en bereikbaarheid, energie, ontwikkelen

deze vergaderingen wordt over ontwikkelingen op het

opgaven op de campus. Daarbij geeft de visie aan hoe de

van bedrijvigheid en wonen op de campus.

vlak van mobiliteit en het jaarprogramma gesproken. De

campus zou moeten functioneren, ongeacht of dit gaat over

3. Gezamenlijk te ontwikkelen beleid en kaders als

regiegroep Campus Heijendaal bestaat uit medewerkers

behoud, renovatie of nieuwe ontwikkelingen.

vervolg op en uitwerking van de gebiedsvisie. Denk

die verantwoordelijk zijn voor de campusontwikkeling en

hierbij aan producten als: stedenbouwkundige

coördineert de gezamenlijke ruimtelijke opgaven. Ze maakt

De gebiedsvisie is dus een stip op de horizon en nog geen

kaders, een omgevingsplan, een landschapsplan

jaarlijks een jaarkalender en stemt activiteiten op elkaar af.

precies uitgewerkt plan. Dat betekent dat een verdere

inclusief beeldkwaliteitsplan en een verkenning hoe

De gemeente fungeert als trekker van de regiegroep. Tot slot

uitwerking van de gebiedsvisie nodig is, bijvoorbeeld in de

kwaliteitsborging georganiseerd kan worden.

toetst de regiegroep plannen aan de gebiedsvisie, waarbij de

vorm van een nieuw Omgevingsplan, (stedenbouwkundige)

toetsing verder uitgewerkt wordt.

plannen of projecten. Hierin trekken de campuspartners en

Duurzaam Bereikbaar Heijendaal

de gemeente samen op. In lijn met het participatiebeleid

In het bestaande samenwerkingsverband Duurzaam

van de gemeente Nijmegen, worden gebruikers van de

Bereikbaar Heijendaal (DBH), werken naast de

campus en inwoners en organisaties op en in de omgeving

samenwerkingspartners ook de provincie, vervoerders

ook bij het maken van deze plannen betrokken.

en ROC Nijmegen samen aan een duurzaam bereikbare campus. Deze samenwerking heeft betrekking op de

Samenwerking

infrastructuur op en rondom de campus en op het gebied

De campuspartners en de gemeente hebben afgesproken

van mobiliteitsbeleid. Om die reden wordt DBH aan de

de samenwerking voort te zetten. Partners willen

samenwerking rondom de gebiedsvisie gekoppeld. De

waarborgen dat bij de verdere ontwikkeling van de campus

infrastructuur wordt integraal met de andere onderdelen

de visie op dit gebied nagestreefd blijft worden. Partners

van de gebiedsvisie bekeken, het mobiliteitsbeleid

doen dit in de overtuiging dat de kwaliteit van de campus

wordt in samenhang hiermee ontwikkeld. Hierbij ligt

voor de instellingen en voor de stad Nijmegen beter wordt

ook een belangrijke relatie met de versnelling van de

door dit samen en in samenhang te doen. Daarbij zijn

mobiliteitstransitie waar de gemeente Nijmegen mee aan de

partijen zich ervan bewust dat zij, naast dit gezamenlijk

slag gaat.

belang, ook individuele belangen hebben. Als in de toekomst de omstandigheden bij een of meerdere partijen

Governance

aanleiding geven tot wijziging, dan is het doel van de

De samenwerking zal worden voortgezet met een

samenwerking ook om samen de gebiedsvisie aan te passen

organisatiestructuur die op hoofdlijnen bestaat uit een

of bij te stellen.

stuurgroep, gevormd door bestuurders van de betrokken

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=75c032b7-681f-4b14-b1ba-20f28177bb1e