04445592 - BESLUIT_anoniem_Geredigeerd
Tekst van het document
(Herstel)besluit Verlenen vergunning
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Onderwerp
Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Inlichtingen bij
ENGIE Energie Nederland N.V. T.a.v. Grote Voort 291 8041 BL ZWOLLE
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 33
Locatie
Gemeente
Hollandiaweg 11, Nijmegen
Nijmegen
Activiteit
Waal Energie, de herontwikkeling van het terrein van de kolen- en biomassa gestookte centrale ‘Centrale Gelderland’
Beste Op 13 mei 2022 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming ontvangen voor de locatie op de Hollandiaweg 11 te Nijmegen. Op 20 november 2023 heeft u een definitief besluit op deze aanvraag van ons ontvangen. Tegen dit besluit is beroep aangetekend. Deze beroepsprocedure loopt nog. In de natuurvergunning is de referentiesituatie betrokken bij de beoordeling van de gevolgen van het aangevraagde project (interne saldering). Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State haar vaste rechtspraak over interne saldering gewijzigd.1 Op basis hiervan hebben wij het definitieve besluit tegen deze uitspraak aangehouden en zijn wij tot de conclusie gekomen dat het besluit op bepaalde punten nader onderbouwd moet worden. Ook hebben wij aanleiding gezien enkele voorschriften aan te passen (voorschrift 3 en 8 en een toevoeging aan voorschrift 16). Hierbij ontvangt u opnieuw een definitief besluit op de door u ingediende aanvraag, waarin deze motivering is opgenomen en deze aanpassingen zijn doorgevoerd. Dit herstelbesluit vervangt het besluit van 20 november 2023.
1
ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923.
Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl
BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
3 van 33
Bijlagen • Bijlage 1 – Toelichting en voorschriften • Bijlage 2 – AERIUS-berekeningen o Verschilberekening gebruiksfase, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening gebruiksfase met hexagonen met randeffecten, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening aanlegfase, kenmerk RrarZHF4Jzfu, d.d. 25 juni 2025. o Projectberekening beoogde situatie (gebruiksfase), kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025. • Bijlage 3 – Kaart projectlocatie • Bijlage 4 – Overzicht documenten die ten grondslag liggen aan het besluit. • Bijlage 5 – Reactie op zienswijzen Ontwerpbesluit. Beroep Belanghebbenden die niet eerder beroep hebben ingesteld, kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd beroep instellen tegen het herstelbesluit als zij door de wijzigingen in het herstelbesluit in een nadeligere positie komen te verkeren of als hen door gewijzigde feiten of omstandigheden redelijkerwijs niet verweten kan worden dat zij tegen de oorspronkelijke natuurvergunning geen beroep hebben ingesteld. Dit beroep moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan bij de voorzieningenrechter van de Afdeling een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven.
Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de Afdeling, www.raadvanstate.nl. Het beroep dat is ingediend tegen de oorspronkelijke definitieve vergunning van 20 november 2023, wordt gezien als een beroep tegen dit herstelbesluit conform artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Appellanten die al beroep hebben ingediend, hoeven dus niet nogmaals beroep in te dienen. De Afdeling zal hen in de gelegenheid stellen om te reageren op dit besluit.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
4 van 33
BIJLAGE 1
1
Toelichting
1.1 Leeswijzer De opbouw van deze toelichting op de vergunning is als volgt: Allereerst wordt de activiteit omschreven; Dan volgt de procedure; Daarna worden de voorschriften vastgesteld; Vervolgens is het beoordelingskader toegelicht; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; Onder het kopje zienswijzen worden de binnengekomen zienswijzen behandeld; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie, overige verplichtingen en de juridische grondslagen. 1.2 Omschrijving activiteiten De aanvraag gaat om de inrichting van het terrein aan de Hollandiaweg 11 te Nijmegen met energiegerelateerde bedrijvigheid met het doel om het energielandschap te vernieuwen. Hierna is beschreven welke activiteiten zullen plaatsvinden. Vanwege het innovatieve karakter van de beoogde ontwikkelingen op het terrein, wordt er bij de keuze van bijvoorbeeld installaties steeds gekeken naar de nieuwste technieken. ENGIE Energie Nederland N.V. (verder ENGIE) is eigenaar van het terrein. Al sinds 1936 is het terrein in gebruik voor grootschalige elektriciteitsproductie. In 1981 werd de energiecentrale “Gelderland 13” geopend. In 2013 is het Nederlandse energieakkoord voor duurzame groei opgesteld. In dat kader heeft ENGIE eind december 2015 de centrale in Nijmegen gesloten.
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is deze locatie opgenomen als locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Dit is nogmaals bevestigd in de brief van het Ministerie van EZK aan de gemeente Nijmegen van 11 april 2023, met kenmerk DGKE-DSE/26454504. Dat de centrale uit bedrijf is genomen ter uitvoering van het energieakkoord, laat dus onverlet dat de locatie altijd geschikt is gebleven en moest blijven voor grootschalige elektriciteitsproductie. Met de grote maatschappelijke opgave van de energietransitie is het noodzakelijk het terrein van de voormalige energiecentrale Centrale Gelderland op andere wijze in te richten. ENGIE levert na realisatie een bijdrage aan de maatschappelijke opgaven van de energietransitie op dit terrein, door na de sloop van de energiecentrale ten behoeve van grootschalige energieopwekking, ruimte te maken voor andere duurzame initiatieven. In deze opgave wil ENGIE voortbouwen op de bestaansgeschiedenis van Centrale Gelderland, door het terrein toekomstgericht en flexibel in te richten. Daarmee wil ENGIE een terrein ontwikkelen dat het mogelijk maakt om het energielandschap te vernieuwen. Dat doet ze door de juiste condities en voorwaarden te scheppen voor ‘groene, duurzame en circulaire’ activiteiten en bedrijvigheid.
In de MER Waal Energie Herontwikkeling terrein Centrale Gelderland zijn diverse alternatieven voor de beoogde ontwikkeling beschreven en is een voorkeursvariant naar voren gekomen voor de
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
5 van 33
eerste periode (tot 2030), zijnde een laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie), locatie A. Hiermee is de energiecentrale direct voorbereid op het verbranden van een andere brandstof, zoals bijmenging van biogas of vervanging met waterstof. De hybride energiecentrale zal via een rechtstreekse aansluiting op het Nederlandse transportnet waterstof worden aangesloten, waar nu 100% aardgas en in de toekomst bijmenging mogelijk is of overschakeling op waterstof. Met het uiteindelijke doel om volledig CO2 vrij te worden. Deze voorkeursvariant is gekozen omdat door ons (GS) is aangedrongen om de emissie van stikstofoxiden zoveel mogelijk te beperken. Het terrein biedt voor ENGIE qua ligging en bereikbaarheid goede kansen om in te zetten op een breed scala aan functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag- en distributie. Daarnaast biedt het kans voor research- en development-functies binnen de ontwikkeling en levering van energiediensten en onderzoek en innovatie.
Binnen de projectlocatie wordt daarom vergunning aangevraagd voor: een op gasgestookte laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie) met een capaciteit van 500 MW, met de hieraan verbonden ondersteunende voorzieningen zoals een gasgestookte voorverwarmingsketel (preheater) voor de verwarming van het gas (zijnde de brandstof voor de elektriciteitscentrale) en de inname en lozing van koelwater; een gasgestookte warmteketel als back-up voor een warmtenet met een maximaal vermogen van 15 MWth; overige energiefuncties zoals opwek (zonne en windenergie) en opslag van duurzame energie, middels bijvoorbeeld batterijen en waterstof, vergroening van het transport over weg en water, het verduurzamen van de binnenstedelijke logistiek door onder meer elektrificatie en het leveren van warmte uit bijvoorbeeld aquathermie; watergebonden en waterverbonden bedrijvigheid (industrie en logistiek); bedrijvigheid in het kader van kennis en innovatie (bedrijfscampus). De projectlocatie biedt hiermee aan de installatie gebonden functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag en energiedistributie, en daarnaast ook functies als ontwikkeling en levering van energiediensten, energieonderzoek & –innovatie en educatie.
De genoemde bedrijfsactiviteiten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden doordat ze onderling energie- en/of reststromen met elkaar uitwisselen en daarmee een optimaal flexibel en duurzaam energielandschap creëren én de bedrijfsactiviteiten ook in organisatorische zin met elkaar samenhangen. Er is namelijk een beheerorganisatie die vergunninghouder is van alle activiteiten binnen het projectgebied. De afstand tot de begrenzing van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken is 230 m.
2
Procedure
Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
6 van 33
Op 13 mei 2022 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming ontvangen. De aanvraag is gewijzigd en aangevuld op 23 mei 2022, 17 augustus 2022, 18 augustus 2022, 4 april 2023, 26 juni 2025 en 28 augustus 2025. We hebben de gewijzigde aanvraag van 4 april 2023 op verzoek van ENGIE mede aangemerkt als een verzoek tot wijziging van de natuurvergunning van 21 februari 2007. De aan dit besluit ten grondslag liggende documenten zijn opgenomen in Bijlage 4. Het op 6 september 2022 genomen ontwerpbesluit heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen hebben er toe geleid dat de aanvraag (d.d. 4 april 2023) is gewijzigd. Om deze reden is op 9 augustus 2023 een hernieuwd ontwerp-besluit genomen. Deze heeft wederom 6 weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn wederom zienswijzen binnengekomen. Op 20 november 2023 hebben wij een definitief besluit genomen op de aanvraag. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State van 18 december 2024 over interne saldering heeft ENGIE op 28 augustus 2025 een aanvullende passende beoordeling overgelegd. Vervolgens hebben wij dit herstelbesluit genomen, waarbij aan het additionaliteitsvereiste is getoetst. Ook hebben wij enkele voorschriften aangepast.
Het gaat om een aanpassing van de formulering van voorschrift 3 en voorschrift 8 en om een toevoeging aan voorschrift 16. Dit heeft verder geen inhoudelijke gevolgen voor het besluit.
2.1 Historie vergunningverlening Voor deze locatie is al eerder een natuurvergunning verleend met zaaknummer 2006-019684. Dit betreft de vergunning Nbw 1998 d.d. 21 februari 2007.
3
Voorschriften
U bent verplicht om zich aan de volgende voorschriften te houden: 1.
Deze vergunning is uitsluitend geldig voor (medewerkers van) de vergunninghouder en voor (rechts)personen die in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.
2.
De (rechts)personen genoemd in het vorige voorschrift zijn volledig op de hoogte van deze vergunning en de voorschriften. Zij kunnen deze voorschriften uitvoeren.
3.
De activiteiten in het projectgebied mogen niet meer stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaken dan de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de maximale stikstofemissie van de vergunde bedrijfsactiviteiten en de daarbij behorende bronkenmerken, zoals opgenomen in de AERIUS-berekening in bijlage 2, beoogde situatie, kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
7 van 33
4.
Een (digitale) kopie van deze vergunning met de bijbehorende AERIUS-berekeningen (bijlage 2) met kenmerken kenmerken RNtjCHX3Ayyj (gebruiksfase) en RrarZHF4Jzfu (aanlegfase) moeten aanwezig zijn op de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd. Het is verplicht om deze te tonen op verzoek van bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.
5.
De vergunning geldt voor het projectgebied op de kaart van bijlage 3. Er mogen geen werkzaamheden buiten dit projectgebied plaatsvinden. Ook mogen er geen materiaal en materieel buiten het projectgebied worden opgeslagen.
6.
Meld de start van de (deel)werkzaamheden minimaal vier weken voor de startdatum bij provincie Gelderland, via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962.
7.
Is de (deel)activiteit klaar? Meld dit binnen twee weken aan provincie Gelderland via post@gelderland.nl. Vermeld het zaaknummer 2022-007962.
8.
De activiteiten waarvoor deze vergunning is verleend moeten binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit zijn gerealiseerd. Voor de activiteiten die niet binnen deze termijn kunnen worden gerealiseerd, geldt dat na het verstrijken van iedere drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit door vergunninghouder een overzicht moet worden gegeven van de realisatietermijn van deze activiteiten en de wijze van uitvoering en realisatie, getoetst aan de laatste beste beschikbare technieken en recente regelgeving. Bij dit overzicht dient een nieuwe AERIUS-berekening te worden aangeleverd, waarin alle bestaande en te realiseren activiteiten zijn meegenomen. De maximale stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden van deze activiteiten mag niet hoger zijn dan de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de maximale stikstofemissie van de vergunde bedrijfsactiviteiten en de daarbij behorende bronkenmerken, zoals opgenomen in de AERIUS-berekening met kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025.
9.
De gasgestookte centrale mag niet worden gebruikt voor gas uit vergisting van biomassa.
10. De hybride energiecentrale mag per jaar maximaal 200.000 kg NOx uitstoten conform de aanvraag. Als uit monitoringsgegevens blijkt dat deze vracht aan het einde van het gebruiksjaar wordt bereikt of dreigt te worden overschreden dient de energiecentrale minder vollasturen te draaien. 11. Op de schoorstenen van de drie installaties van de energiecentrale dient een functionele NOx-meter te worden geïnstalleerd. Op de schoorsteen van de hybride energiecentrale dient bovendien een functionele NH3-meter te worden geïnstalleerd.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
8 van 33
12. Binnen 3 maanden na inwerkingtreding van een installatie dient een monitoringsplan ter goedkeuring bij het bevoegd gezag te worden ingediend waaruit minimaal blijkt op welke wijze monitoring en registratie in een logboek plaatsvindt van de emissie van stikstofverbindingen waaronder NOx via de rookgassen, uitstroomsnelheid en debiet van de rookgassen en onderhoudswerkzaamheden. De monitoring van de emissie dient minimaal volcontinu plaats te vinden en te worden vastgelegd met sensoren in combinatie met een datalogger. 13. Het monitoringsplan dient aan de provincie Gelderland te worden toegezonden via post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962. Zolang het monitoringplan niet is goedgekeurd kunnen wij aanvullende eisen stellen aan de bedrijfsvoering om daarmee de emissie van NOx en NH3 te beperken. 14. Minimaal jaarlijks of direct op verzoek van de provincie Gelderland dient de rapportage voortvloeiende uit het monitoringsplan te worden opgesteld en aan de provincie Gelderland te worden toegezonden via post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962. 15. Het logboek dient op locatie op verzoek inzichtelijk te zijn voor medewerkers van de toezichthoudende instantie (provincie Gelderland en / of omgevingsdienst). 16.
Dit besluit wijzigt het besluit van 21 februari 2007 met zaaknummer 2006-019684. Het is niet toegestaan de eerder vergunde kolen en biomassa gestookte installatie wederom in werking te stellen. 17. Wilt u deze vergunning overdragen? U bent verplicht om daar toestemming voor te vragen aan provincie Gelderland. Dien een verzoek in via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962.
3.1 Soortenbescherming Dit besluit geldt alleen voor gebiedsbescherming. Het is mogelijk dat u ook een vergunning moet aanvragen als er negatieve effecten verwacht worden van werkzaamheden in de aanleg- of gebruiksfase op beschermde soorten. De mogelijke effecten kunt u laten bepalen met een quickscan soortenbescherming. Als u een Omgevingsvergunning Flora- en fauna-activiteit nodig heeft, kunt u deze bij de provincie aanvragen. 3.2 Houtopstanden Als er bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Omgevingswet, dan is het wellicht nodig om te verzoeken om maatwerk en moet de houtopstand op dezelfde locatie worden herplant.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
9 van 33
4
Beoordelingskader
4.1 Bepalen vergunningplicht / Passende beoordeling Een project is vergunningplichtig wanneer significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet op voorhand (in de zogeheten voortoets) kunnen worden uitgesloten. Dit volgt uit artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming: ‘het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied’. Uit de uitspraak van 18 december 2024 van de Afdeling volgt dat in de voortoets het aangevraagde project op zichzelf moet worden beschouwd, dus zonder de referentiesituatie erbij te betrekken. Uit de AERIUS-berekening van de beoogde situatie van 26 juni 2025, kenmerk RNtjCHX3Ayyj, volgt dat het project stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De beoogde situatie zorgt daarnaast voor geluidemissie. Hierdoor kan niet op voorhand worden uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft en geldt er dus een vergunningplicht. Hiertoe is door de aanvrager een passende beoordeling overgelegd. Naar aanleiding van de uitspraak van 18 december 2024, hebben wij de aanvrager gevraagd deze passende beoordeling te actualiseren.
Hiervoor is op 28 augustus 2025 een aanvullende passende beoordeling aangeleverd. In de aanvullende passende beoordeling is een weergave gegeven van de eerdere passende beoordeling en het eerdere verloop van de vergunningsprocedure (paragraaf 3.1.) en is een toelichting gegeven bij de huidige opzet van het beoogde project (paragraaf 3.3.1 en 3.3.2). Daarin is te lezen dat in overleg met de aanvrager gedurende de vergunningsprocedure is gezocht naar een projectalternatief met de meeste stikstofreductie ten opzichte van de vergunde situatie. Omdat de aanvullingen van de aanvraag die destijds, op 4 april 2023, op ons verzoek zijn gedaan tot doel hadden om – ten behoeve van de bescherming van de Natura 2000-gebieden – het project zo te wijzigen dat er ten opzichte van de vigerende natuurvergunning (aanzienlijk) minder stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden optreedt, hebben wij de (aangevulde) aanvraag van 4 april 2023 tevens aangemerkt als een aanvraag tot wijziging van die natuurvergunning. De grondslag hiervoor is artikel 5.4 van de Wnb. Daarnaast spelen de gevolgen van geluidemissie.
Aangezien geluidverstoring op leefgebieden van vogels op voorhand niet uitgesloten konden worden, zijn deze storingsfactoren in de passende beoordeling behorende bij de aanvraag (‘Passende beoordeling Voorkeursalternatief’ van 8 maart 2022, ‘MER Waal Energie Akoestisch onderzoek’ van 31 maart 2023 en ‘Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant’ van 3 april 2023), beschouwd. De beoordeling hiervan is opgenomen onder het kopje ‘beoordeling’ in hoofdstuk 5.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
10 van 33
4.2 Rekenafstand 25 km Naar aanleiding van het rapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof is besloten de stikstofdeposities te berekenen tot een afstand van 25 km vanaf de projectlocatie. Dit is vastgelegd in de kamerbrief van 9 juli 2021 met kenmerk DGS / 21173346. In deze brief zijn de vervolgacties beschreven naar aanleiding van het eindrapport ‘Meer meten, robuuster berekenen’ van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof van 15 juni 2020. In de kamerbrief is aangegeven dat op basis van recente jurisprudentie de volgende juridische randvoorwaarden gelden voor het vaststellen van een afbakening voor stikstofdepositie van verschillende emissiebronnen: • Er is technisch modelmatig onderbouwd (balans tussen volledigheid en precisie van stikstofberekeningen) dat een berekende projectbijdrage voorbij een afbakening niet meer redelijkerwijs toerekenbaar is aan een project, en • Binnen die afbakening treft de initiatiefnemer van een project voor zover nodig maatregelen ten behoeve van de mitigatie van de stikstofdepositie, en • Er is verzekerd dat, waar nodig, passende maatregelen getroffen worden om een verslechtering van stikstofgevoelige habitats (in Natura 2000-gebieden) als gevolg van de totale stikstofdepositie, dat wil zeggen inclusief die buiten de gehanteerde projectafbakening, te voorkomen.
In AERIUS Calculator is ervoor gekozen om een rekenafstand van 25 km in te programmeren voor elke bron die wordt ingevoerd. Vanwege de keuze om een rekenafstand van 25 km per bron te programmeren betekent dit in de praktijk dat er rekeneffecten kunnen ontstaan in AERIUS op het moment dat een bron of enkele bronnen iets verschuiven in de aangevraagde situatie. Deze rekeneffecten treden op aan de rand van 25 km afstand van de verschoven bronnen. AERIUS geeft dan aan dat er een toename is van stikstofdepositie op enkele of een grotere groep van hexagonen. Van de berekende stikstofdepositietoenames op ongeveer 25 km afstand wordt bepaald of deze worden veroorzaakt door AERIUS rekeneffecten. In de kamerbrief is immers aangegeven dat de effecten van het project moeten worden bepaald tot 25 km afstand en niet de effecten van individuele stikstofbronnen. De rekenafstand van 25 km is in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2023:1299, aanvaardbaar bevonden.
4.3 Duitse Natura 2000-gebieden Bij ons besluit betrekken we ook eventuele effecten op Natura 2000-gebieden net buiten onze landsgrenzen. De aangevraagde ontwikkeling van uw bedrijf heeft ook invloed op Natura 2000gebieden in Duitsland. Voor de beoordeling van de toename sluiten wij aan bij de Duitse manier van beoordelen. Volgens de Duitse overheid is er geen sprake van een negatief effect als de toename van stikstofdepositie lager is dan 7,14 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
11 van 33
Uw aanvraag blijft onder deze grenswaarde. Verdere toetsing van effecten op Natura 2000gebieden in Duitsland is daarom niet nodig.
5
Beoordeling
De aanvraag heeft betrekking op verschillende effecten. In de beoordeling wordt eerst ingegaan op de effecten van stikstof. Daarna wordt ingegaan op overige effecten. Op 10 oktober 2024 heeft er update van AERIUS Calculator plaatsgevonden. Het is wettelijk verplicht om bij vergunningverlening uit te gaan van de actuele versie van AERIUS. Om deze reden waren nieuwe berekeningen nodig met de nieuwe versie van AERIUS Calculator. Voor dit herstelbesluit hebben we de aanvrager gevraagd nieuwe berekeningen aan te leveren met de nieuwe AERIUS versie 2024.2 op grond van de eerder aangehouden uitgangspunten in de berekeningen van 2023 en 2024. Alleen gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie van koude start van voertuigen is toegevoegd en het rekenjaar is aangepast naar 2025. Hiertoe zijn de eerder aangeleverde verschilberekeningen en de berekening van de beoogde situatie ingeladen in de AERIUS-calculator versie 2024, waarmee opnieuw de berekening van de aangevraagde situatie is gegenereerd.
5.1
Effecten stikstof
5.1.1 Aangevraagde situatie Onderstaande tabel geeft de aangevraagde situatie weer. Onderstaande tabel is een samenvatting van beoogde situatie uit de AERIUS-berekening met kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025 (bijlage 2). In deze berekeningen is eveneens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. Het stationair draaien van transportvoertuigen op de locatie is in de berekende emissies verdisconteerd.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
14 van 33
• • •
Pijler 7: “Mobiliteit en transport”. Middels de introductie van LNG voor trucks en scheepvaart. Pijler 8; “Arbeidsmarktarrangementen rond werkgelegenheid en scholing”. Pijler 9; “Stimulering commercialisering voor groei en export”. Ondersteuning circulaire of CleanTech ontwikkelingen via kleinschalige toepassing en samenwerking met Universiteiten en kennisinstellingen, ruimte voor start-ups of incubators.”
Het SER-Akkoord geeft invulling aan de Nederlandse bijdrage aan het 2009/28/EC “Renewables directive” waarbij Nederland in het jaar 2020 o.a. voor 14% duurzame opwek moet hebben gerealiseerd. De “Renewables directive” is de commitment van Europa aan het Kyoto protocol. Behalve de bijdrage aan de Nederlandse doelstellingen levert het project een belangrijke bijdrage aan de regionale en lokale doelstellingen. Uit het bovenstaande blijkt ook dat de activiteit niet sowieso zou zijn beëindigd. Het is beëindigd om invulling te geven aan het SER-Akkoord als duurzaam alternatief. Als geen invulling was gegeven aan het SER-Akkoord, was de centrale met enige aanpassingen in bedrijf gebleven. In dit verband verwijzen wij ook naar de aanvullende passende beoordeling van ENGIE van 28 augustus 2025. Daarin is, op bladzijde 3, toegelicht dat uit een haalbaarheidsonderzoek bleek dat ENGIE aan de rendementseis van 40% voor kolengestookte energiecentrales had kunnen voldoen.
5.1.4 Beoordeling van de effecten van stikstofdepositie De beëindigde activiteiten voldoen aan de voorwaarden waaronder ze mogen worden meegenomen in de referentiesituatie. In de passende beoordeling is de gekozen voorkeursvariant met deNOx-installatie besproken en doorgerekend. Deze voorkeursvariant is gekozen omdat door ons (GS) is aangedrongen om de emissie van stikstofoxiden NOx zoveel mogelijk te beperken. Hiermee wordt wel meer stikstofdepositie veroorzaakt op kortere afstand, zijnde de Rijntakken, doordat de deNOxinstallatie zorgt voor NH3-depositie op kortere afstand. Het effect van de afname aan NOx op grotere afstand (waaronder de Veluwe) is echter groot, hoewel dat met de huidige versie van AERIUS met een rekenafstand van 25 km minder zichtbaar is. Door middel van de passende beoordeling hebben wij de zekerheid verkregen dat de aangevraagde activiteit niet leidt tot significante effecten op instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Dit geldt zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase. Wij achten het wel noodzakelijk om het beoogde rendement van de door initiatiefnemer gekozen bronmaatregelen te borgen door het opleggen van vergunningvoorschriften. In de vergunning is de uitstoot van stikstof begrensd, inclusief vastlegging van de bronkenmerken/variabelen.
Daarmee is geborgd dat, ook bij gebruik van een ander gas dan 100% aardgas, niet meer depositie plaatsvindt dan de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de maximale stikstofemissie van de vergunde bedrijfsactiviteiten en de daarbij behorende bronkenmerken, zoals opgenomen in de AERIUSberekening in bijlage 2, beoogde situatie, kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025. Via de
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
15 van 33
vereiste monitoring is jaarlijks inzage in deze emissie en zonodig vaker door volcontinu-metingen. Iedere 3 jaar moet bekeken worden welke beste beschikbare technieken toegepast kunnen worden bij realisatie van deelactiviteiten en installaties. Dit zorgt ervoor dat gedurende het realisatieproces, controle en bijsturing mogelijk is voordat realisatie een feit is. Rekeneffecten 25 km AERIUS Volgens de AERIUS-verschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025) van het project is er sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Vanwege het instellen van een rekenafstand van 25 km per emissiebron in AERIUS is geconstateerd dat er in de resultaten van de AERIUS-berekening nabij de 25 km een rekeneffect kan ontstaan. Het rekeneffect ontstaat doordat emissiebronnen in de aangevraagde situatie zijn verschoven of andere aangepaste variabelen hebben ten opzichte van de emissiebronnen in de referentiesituatie. Op 21 juni 2022 is door AERIUS een update uitgevoerd waardoor de hexagonen met een mogelijk rekeneffect inzichtelijk gemaakt kunnen worden. In AERIUS worden hexagonen met mogelijk rekeneffect gedefinieerd als “…hexagonen waarvan het middelpunt op grotere afstand dan 25 km ligt van tenminste 1 puntbron of (deel van) een vlakbron.” Deze mogelijkheid is ook nog steeds in de AERIUS-versie 2024.2 aanwezig.
Door de AERIUS-verschilberekening uit te voeren met AERIUS Calculator 2024.2 hebben we bepaald dat er enkel toenames plaatsvinden op een afstand van ongeveer 25 km vanaf de emissiebronnen. Vervolgens hebben we met behulp van de functie ‘OwN2000-registratieset (zonder randhexagonen)’ geverifieerd dat er geen toenames plaatsvinden op hexagonen die door AERIUS Calculator niet worden geclassificeerd als randhexagonen (zie figuren 1 en 2).
Figuur 1: Uitsnede van printscreen van OwN2000 registratieset van de AERIUSverschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025)
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
16 van 33
Figuur 2: Uitsnede van printscreen van OwN2000-registratieset (zonder randhexagonen) van AERIUS-verschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025) met “Grootste toename van 0,00 (mol N/ha.jr). Voor het bepalen van de effecten van het project tot 25 km hebben wij op basis van de AERIUSverschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025) geconstateerd dat de betreffende hexagonen allemaal binnen 25 km afstand van de projectgrens liggen. De toenames zijn daarom ontstaan door rekeneffecten in AERIUS en betreffen geen depositietoenames, die nader moeten worden beschouwd.
5.2 Additionaliteit Wij hebben de inzet van de referentiesituatie als mitigerende maatregel getoetst aan het additionaliteitsvereiste. We verwijzen in dit kader naar het document “Resultaten toetsing additionaliteit Hollandiaweg 11 te Nijmegen” van 18 september 2025, docnummer 04443746. In dit document is omschreven dat slechts een beperkt gedeelte van de referentiesituatie wordt ingezet als mitigerende maatregel (17%). De rest (83%) wordt reeds ingezet als instandhoudingsen passende maatregel voor de Natura 2000-gebieden. In het document is toegelicht dat het beperkte gedeelte dat wel voor het beoogde project wordt gebruikt naar zijn aard niet geschikt is om te worden ingezet als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. De substantiële wijziging van de bestaande vergunde situatie is nodig en ook geschikt als instandhoudings- of passende maatregel – en wordt ook als zodanig ingezet – maar volledige beëindiging van de bestaande vergunde situatie (juist) niet. Dit komt onder andere doordat het energieterrein op grond van het Barro (thans het Besluit kwaliteit leefomgeving/de Omgevingsregeling) geschikt moet blijven voor grootschalige elektriciteitsproductie. Het terugbrengen van de stikstofemissie naar 0 is, gelet daarop, niet mogelijk.
Nu de huidige opzet van de beoogde situatie de meest duurzame manier is om de benodigde grootschalige elektriciteitsproductie te kunnen realiseren, en er zelfs sprake is van het toepassen van BBT+, staat het additionaliteitsvereiste niet aan vergunningverlening in de weg. In dit verband wijzen wij er ook nog op dat het aannemelijk is dat het terugbrengen van de stikstofemissie naar 0 ongewenste neveneffecten heeft dat juist voor méér
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
17 van 33
stikstofdepositie zorgt. Dit is ook toegelicht door ENGIE op bladzijde 7 van de aanvullende passende beoordeling van 28 augustus 2025. Verder past het vergunnen van de aanvraag zonder meer in het (stikstofreductie)beleid dat voor de industrie gericht is op het nemen van bronmaatregelen (bij grote uitstoters). Ten opzichte van het basispad in AERIUS Monitor en de NDA’s, is er sprake van een blijvend (aanvullend) dalende trend in de betrokken (Nee-tenzij) Natura 2000-gebieden. De totale emissiereductie van het gekwantificeerde ingezette beleid is op dit moment al vele malen groter dan de emissie vanwege het project in kwestie, in het bijzonder de hybride energiecentrale. De verwachte extra reductie in de toekomstige jaren van al het ingezet beleid is daarbovenop nóg groter. Ook om deze reden hoeft het beperkte deel van de referentiesituatie niet als instandhoudings- of passende maatregel te worden ingezet.
5.3 Overige gebiedseffecten De afstand tot de grens van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken is 230 m. 5.3.1 In de aanvraag beschreven relevante factoren In de MER Waal Energie Herontwikkeling terrein Centrale Gelderland Hoofdrapport van 3 juni 2022 is aangegeven dat significant negatieve effecten van het project niet zijn uitgesloten als gevolg van geluidverstoring en stikstofdepositie. De stikstofdepositie is in de voorgaande hoofdstukken beoordeeld, mede op basis van de aanvullende passende beoordeling van 28 augustus 2025. Dan blijft alleen de factor geluidverstoring over. 5.3.2
In de aanvraag beschreven negatieve effecten van de gevraagde activiteiten, behalve de effecten van stikstof Ten opzichte van de autonome situatie is er sprake van een kleine toename van de geluidverstoring. Deze geluidtoename treedt vooral ten westen van het plangebied op, ter hoogte van de waterplas Grindgat en de overzijde van de Waal. Broedvogels De geluidcontour schuift met name op ter hoogte van het open water van het Grindgat en de overzijde van de Waal (Oosterhoutse Waarden). Door het ontbreken van rietmoeras en natte hooilanden komen broedvogels als roerdomp, woudaap, porseleinhoen, kwartelkoning, blauwborst, grote karekiet en watersnip hier niet voor (NDFF-data). Broedvogels die foerageren op open water, zoals de aalscholver, dodaars, zwarte stern, ijsvogel en oeverzwaluw komen wel foeragerend voor. Broedgevallen van deze soorten worden niet gemeld, hoewel het niet uitgesloten is dat de dodaars langs de oevers broedt. Voor de andere broedvogelsoorten is het gebied alleen geschikt als foerageergebied, niet als broedgebied, vanwege het ontbreken van steile oevers (ijsvogel en oeverzwaluw) en nestvlotjes (zwarte stern). Daarmee is het te verstoren gebied niet van grote betekenis voor broedvogels. Broedlocaties zijn niet aanwezig, waardoor geluidverstoring van broedgebied niet aan de orde is. Een significant
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
18 van 33
negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten. Niet-broedvogels Het plangebied is niet van grote betekenis voor niet-broedvogels. Vogels zijn met name gevoelig voor optische verstoring door mensen (recreatie), want dat is onvoorspelbaar. Geluid afkomstig van het nieuwe bedrijventerrein is een redelijk continue geluid dat voorspelbaar is en niet zichtbaar. Daardoor treedt er eerder gewenning op. Het instandhoudingsdoel voor deze soorten is behoud van oppervlakte en kwaliteit van leefgebied, ten behoeve van de doelaantallen. Dat komt door het voornemen niet in gevaar. Een significant negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten.
5.3.3
Beoordeling van de overige effecten van de aanvraag op de instandhoudingsdoelstellingen Wij onderschrijven grotendeels de conclusies en de daaraan ten grondslag liggende motivaties van de stukken zoals bij de aanvraag gevoegd. Bij de beoordeling ontbreekt echter een effectbepaling vanwege verstoring van de overwinteringsgebieden van ganzen en smienten. Alle nabijgelegen plassen ten westen en noorden van het project betreffen hoofdslaapplaatsen of satellietslaapplaatsen voor ganzen. Deze slaapplaatsen worden omzoomd door kerngebieden voor foeragerende ganzen. Met name ten noorden van het project ligt een groot kerngebied. De verstoring door geluid neemt toe op verschillende slaapplaatsen en kerngebieden voor ganzen en smienten. Uit de telgegevens in het MER-rapport van de aanvraag blijkt echter dat de jaargemiddelde aantallen ganzen en smienten beperkt zijn in de jaren 2014 – 2019. Vanwege de beperkte aantallen en de bepekte toename van de geluidverstoring verwachten we geen significante effecten. Wij hebben op basis van de ecologische beoordelingen de zekerheid verkregen dat de aangevraagde activiteit niet leidt tot significante effecten op de instandhoudingsdoelen voor het Natura 2000gebied Rijntakken.
6
Zienswijzen
De zienswijzen komen er in de kern op neer dat de beoordeling van het project, met name ten aanzien van de interne saldering, niet de juridische toets kan doorstaan. Inmiddels heeft de Afdeling in de uitspraak van 18 december 2024 uiteengezet welke (nieuwe) vereisten gelden in het kader van interne saldering. In dit herstelbesluit is daar gevolg aan gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij daarom naar bovenstaande beoordeling die wij in het kader van het onderwerp stikstofdepositie hebben gegeven. Een samenvatting van de zienswijzen en onze eerdere reactie daarop is opgenomen in bijlage 5 bij dit besluit.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
19 van 33
7
Conclusie
Wij hebben op grond van het vorenstaande en een passende beoordeling de zekerheid verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Wij verlenen de vergunning op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 5.4 Wet natuurbescherming wijzigen wij met dit besluit de vergunning van 21 februari 2007, met kenmerk 2006-019684.
8
Overige verplichtingen
U bent zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.
9
Juridische grondslagen
Dit besluit is genomen op grond van:
Wet natuurbescherming artikel 2.4 Wet natuurbescherming, artikel 2.7, lid 2 en 3 Wet natuurbescherming artikel 5.3 lid 1 Wet natuurbescherming artikel 5.4 Besluit natuurbescherming, artikel 2.14, lid 3 Uitspraak Raad van State inzake Logtsebaan, 201907146/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2021:71) Uitspraak Raad van State inzake Rendac, ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923. Uitspraak Raad van State inzake Delversduin, ABRvS 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2404. Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
20 van 33
BIJLAGE 2
AERIUS-berekeningen o Verschilberekening gebruiksfase, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening gebruiksfase met hexagonen met randeffecten, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening aanlegfase, kenmerk RrarZHF4Jzfu, d.d. 25 juni 2025. o Projectberekening Beoogde situatie (gebruiksfase), kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025.
Bovenstaande AERIUS-berekeningen zijn opgenomen als bijlage 5 tot en met 8 bij de regels van het bestemmingsplan 'Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)', met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP10007-VG02.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
21 van 33
BIJLAGE 3
Kaart projectlocatie
Figuur 3: Ligging van het projectgebied binnen de donkergele contouren
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
22 van 33
Bijlage 4 Hieronder het overzicht van de documenten die ten grondslag liggen aan het (herstel)besluit. In de vorige besluiten zijn steeds de documentnummers opgesomd. Om het overzicht te bewaren is hier een overzicht van de gebruikte documenten weergegeven. Dubbelingen en oude versies zijn hierin niet opgenomen. De document naam in de bijlage begint met het nummer uit de de eerste kolom van de onderstaande tabel. Docnummer
Titel
Datum
Inhoud
1
3707131
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
2
3767848
3
3972839
4
3995627
5
03707525
6
3995645
OB Gebieden 2022-007962 Engie Waal Energie Nijmegen Hernieuwde- OB 2022-007962 Engie Waal Energie Nijmegen 19-07-2023 Geanonimiseerd uit 03707524 - Bijalge 0 - Hoofddocument aanvraag Wnb Waal Energie 1.0 Bijlage 1 - BG6310-v.20 planMER deel 2 hfst Natuur - Voortoets Geanonimiseerd uit 03707526 - Bijlage 2 - BG6310-v2.0 Passende beoordeling
13-52022 14-92022 7-82023 13-52022
7
3995659
Geanonimiseerd uit 03707527 - Bijlage 3 - Bijlage 6.1 PlanMER - Stikstofdepositie Waal Energie
9-32022
8
3995673
27-112019
9
3995699
Geanonimiseerd uit 03707532 - Bijlage 7 - Gebiedsvisie Waal Energie def_incl besluitamendement Geanonimiseerd uit 03714936 - bijlage 1 2006-09-27 Aanvraag revisievergunning Wm
10
3995701
Geanonimiseerd uit 03759097 - bijlage 2 Hoofddocument aanvraag Wnb Waal Energie v2
5-82022
11
3995709
1-62022
12
3995714
13
3995719
Geanonimiseerd uit 03759097 - Bijlage 1 v2 - BG6310-D01 planMER deel 2 hfst Natuur (Voortoets) Geanonimiseerd uit 03759097 - Bijlage 2 v2 - BG6310-D01 planMER Hoofdrap bijlage 1 Passende beoordeling Geanonimiseerd uit 03759097 - Bijlage 3 v2 - BG6310-IB-NT-220804-0954 Notitie Stikstofdepositie Waal Energie Wnb
8-32022 8-32022
27-92006
3-62022 5-82022
Ontwerpbesluit Hernieuwd ontwerpbesluit Aanvraag vergunning Wet natuurbescherming Waal Energie versie 1.0 MER Waal energie Bijlage 1 Passende beoordeling Voorkeursalternatief Stikstofdepositieonderzoek ontwikkeling bedrijventerrein Nijmegen Waal Energie Gebiedsvisie Waal Energie def_incl besluitamendement Aanvraag revisievergunning Wet Milieubeheer Centrale Gelderland eenheid 13 Nijmegen Aanvraag vergunning Wet natuurbescherming Waal Energie Definitieve set gegevens v2 MER Waal Energie Deel 2 milieuonderzoeken, beleid en wetgeving MER Waal Energie Hoofdrapport (Deel 1) Stikstofdepositieonderzoek ontwikkeling bedrijventerrein Nijmegen Waal Energie
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
23 van 33
14
Docnummer 3995786
Titel
Datum
Inhoud
Geanonimiseerd uit 03789895 - bijlage 1 MOB_KvK_10145049 copy Geanonimiseerd uit 03789895 - bijlage 2 Zienswijze_Gascentrale_Engie_Nijmegen Geanonimiseerd uit 03793519 - bijlage 1 110427 Statuten Leefmilieu dd 27 april 2011 Geanonimiseerd uit 03793519 - bijlage 2 220220 uittreksel KvK Leefmilieu; handelsregister_40146549 Geanonimiseerd uit 03793519 - bijlage 3 221021 zienswijze ontwerpvergunning Wet natuurbescherming mbt bestemmingsplan Waal Energie Nijmegen Geanonimiseerd uit 03796168 2022.10.25 - ZW03 - U-2022-010 proforma zienswijze Wnb ENGIE incl blg Geanonimiseerd uit 03805300 2022.11.11 - ZW04 - U-2022-011 zienswijze Wnb ENGIE incl blg Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 5.1 - Geluidsonderzoek klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 6.1 - Onderbouwing lage impact NOx en CO2 klein
8-32022 17-102022
Uitreksel KvK MOB
15
3995788
16
3995801
27-42011
Statuten Vereniging Stedelijk Leefmilieu, Groen- en milieubeheer Uitreksel KvK Leefmilieu
17
3995804
18
3995819
19
3995830
20
3995835
21
3995858
22
3995863
23
3995871
Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 7.6 - Passende beoordeling klein
3-42023
24
3995872
14-22023
25
3995876
Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 11.2b - Advies Ruimtelijk Kwaliteitsteam Waalfront & West klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 13.1 - Presentatie Raadsbijeenkomst Nijmegen en Beuningen klein
26
3995878
Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg A - gewijzigde berekening stikstofemissies MER H6 klein
3-42022
27
3995881
Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg C - gewijzigde voortoets Natura-2000 gebieden MER H7 klein
3-42022
20-22022
Zienswijze MOB
21-102022
Zienswijze Leefmilieu
26-102022
Pro Forma Zienswijze Engie
11-112022
Zienswijze Engie
31-32023 3-42023
MER Waal Energie Akoestisch onderzoek Waal Energie Reactie op Advies Commissie MER, zienswijze op ontwerp bestemmingsplan aangaande de Nox en CO2 emissies voor een lagere impact MER Waal Energie. Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant Verslag bijeenkomst Ruimtelijk Kwaliteitsteam Waalfront & West Planologische Procedure Waal Energie Raadsbijeenkomst Nijmegen en Beuningen Reactie op Zienswijzen ontwerp Wnb vergunning. Bijlage A: gewijzigde berekening stikstofemissies Reactie op Zienswijzen ontwerp Wnb vergunning. Bijlage C:gewijzigde voortoets Natura 2000gebieden
27-22023
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
24 van 33
28
Docnummer 3995884
29
3995886
30
3995888
31
3995929
32
3995956
33
3995957
34
3995958
35
3995959
36
3995960
37
3995973
38
3995975
39
3995981
40
4033136
41
4426809
42
4426810
43
4426811
Titel
Datum
Inhoud
Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg D - beoogde ontwikkeling MER H1.2 klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg E - bijdrage energie transitie MER H13 klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning klein Geanonimiseerd uit 03900116 - Bijlage 11.2a - Stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteit klein
3-42022
Reactie op Zienswijzen ontwerp Wnb vergunning. Bijlage D: beoogde ontwikkeling Reactie op Zienswijzen ontwerp Wnb vergunning. Bijlage E: bijdrage energietransitie Reactie op Zienswijzen ontwerp Wnb vergunning.
Geanonimiseerd uit 03900121 - Bijlage 7.1 - Besluit Instandhoudingsdoelen Natura 2000 Rijntakken klein Geanonimiseerd uit 03900121 - Bijlage 7.2 - Wijzigingsbesluit Instandhoudingsdoelen Natura 2000 Rijntakken klein Geanonimiseerd uit 03900121 - Bijlage 7.3 - Onderzoek beschermde soorten klein Geanonimiseerd uit 03900121 - Bijlage 7.4 - Quickscan Flora en Fauna klein Geanonimiseerd uit 03900121 - Bijlage 7.5 - Winteronderzoek vleermuizen klein
23-42014
Waal Energie Aanjager voor een duurzame stad. Stedenbouwkundig Raamwerk en Beeldkwaliteit Aanwijzingsbesluit Rijntakken
30-32017
Wijzigingsbesluit Rijntakken
17-122015 7-82014 6-52015
Geanonimiseerd uit 03906717 Antwoordbrief: Verwerken Rijksdoelstellingen PEH in planologische procedure Engie-terrein Nijmegen Geanonimiseerd uit 03906718 - Bijlage 1 Antwoordbrief: Verwerken Rijksdoelstellingen PEH in planologische procedure Engie-terrein Nijmegen Geanonimiseerd uit 03962778 - 230714 Onderbouwing van in Aerius gebruikte emissiegegevens
11-42023
Vleermuizen en vaatplantenonderzoek Quickscan Fora en fauna BEC GDF Suez Winteronderzoek vleermuizen Kelders GDF SUEZ Antwoordbrief Min EZK
Definitief besluit Wnb-vergunning dd 20 november 2023 Verschilberekening gebruiksfase 25-062025 met kenmerk Ro9nn6NwvRs7 Verschilberekening gebruiksfase 25-062025 Randeffecten met kenmerk Ro9nn6NwvRs7 Verschilberekening gebruiksfase 25-062025 Hersteldoel met kenmerk Ro9nn6NwvRs7
20-112023 25-62025 25-62025
3-42022 3-42022 23-12023
1-22023
Brief aan Min EZK
14-72023
Onderbouwing van in Aerius gebruikte emissiegegevens Wnb vergunning Definitief besluit
25-62025
AERIUS-berekening AERIUS-berekening AERIUS-berekening
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
25 van 33
Docnummer
Titel
Datum
Inhoud
44
4426812 4426813
26-62025 26-62025
AERIUS-berekening
45 46
4426814 4426815
48
4426816
26-62025 25-62025 25-62025
AERIUS-berekening
47
49
4426817
25-62025
AERIUS-berekening
50
4426818 4426819
25-62025 25-62025
AERIUS-berekening
51 52
4426820 4443746
25-62025 18-92025
AERIUS-berekening
53
Berekening gebruiksfase 26-06-2025 met kenmerk RNtjCHX3Ayyj Berekening gebruiksfase 26-06-2025 Randeffecten met kenmerk RNtjCHX3Ayyj Berekening gebruiksfase 26-06-2025 Hersteldoel met kenmerk RNtjCHX3Ayyj Berekening bouwfase 25-05-2025 met kenmerk S57PTsRUmgUu Berekening bouwfase 25-05-2025 Randeffecten met kenmerk S57PTsRUmgUu Berekening bouwfase 25-05-2025 Hersteldoel met kenmerk S57PTsRUmgUu Verschilberekening bouwfase 25-05-2025 met kenmerk RrarZHF4Jzfu Verschilberekening bouwfase 25-05-2025 Randeffecten met kenmerk RrarZHF4Jzfu Verschilberekening bouwfase 25-05-2025 Hersteldoel met kenmerk RrarZHF4Jzfu Toetsing additionaliteit
54
4443759
Bijlage A1 toetsing additionaliteit
18-92025
55
4443766
Bijlage A2.1 toetsing additionaliteit
56
4443806
57
4443869
Aanvullende Passende beoordeling dd 2808-2025 Bijlage A2.2 toetsing additionaliteit
18-92025 28-82025 18-92025
58
03707531
Kennisgeving Coördinatiebesluit
23-82022
AERIUS-berekening
AERIUS-berekening AERIUS-berekening
AERIUS-berekening
Resultaten toetsing additionaliteit Hollandiaweg 11 te Nijmegen Achtergronddocument bij besluit Hollandiaweg 11 te Nijmegen (effecten maatregelen en daling stikstofdepositie) Trendlijnen en deposities Aanvullende passende beoordeling Depostie-effecten maatregelen binnen invloedssfeer Hollandiaweg 11 Kennisgeving Coördinatiebesluit Centrale Gelderland Engie
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
26 van 33
Bijlage 5 Reactie op zienswijzen Ontwerpbesluit d.d. 13 mei 2022 (eerder besproken in het definitief beluit van 20 november 2023) A. Naar aanleiding van het eerste ontwerpbesluit zijn onderstaande zienswijzen binnengekomen. Het betreffen drie zienswijzen: Één van de aanvrager, pro forma ingediend op 26 oktober 2022 en aangevuld op 11 november 2022; De tweede zienswijze betreft een zienswijze van de Mobilisation for the environment (MOB), gedateerd op 17 oktober 2022; De derde zienswijze betreft een zienswijze van de Vereniging Leefmilieu, gedateerd 21 oktober 2022. Onderstaand vatten we de zienswijzen per onderwerp samen en geven per onderwerp een reactie. Omdat de zienswijzen van de tweede en derde indiener inhoudelijk gelijkluidend zijn, worden deze gezamenlijk behandeld. Voor de behandeling van de zienswijzen laten wij buiten beschouwing of de indiener van de zienswijzen belanghebbende is. Zienswijze 1 onderdeel 1 en 2 Onder de noemer ‘Waal Energie’ is voor een breed scala aan activiteiten één Wnb-vergunning aangevraagd en ook in ontwerp is verleend. Op grond van art. 2.7 lid 2 Wnb geldt er echter een vergunningplicht per project. Voor dit samenstel van projecten kan één vergunning worden verleend, maar dan moet wel duidelijk blijken dat ieder project afzonderlijk is beoordeeld.
In het verlengde van het voorgaande valt op dat uit de ontwerp-Wnb-vergunning niet concreet volgt dat vergunning is verleend voor de aangevraagde activiteiten. Het ontwerpbesluit legt op dat punt geen koppeling met de opsomming van deze activiteiten in de aanvraag. Reactie op zienswijze 1, onderdeel 1 en 2 Met behulp van een verschilberekening, behorende bij de aanvraag, zijn alle aangevraagde activiteiten beschouwd. De verschillende depositie van al deze activiteiten passen individueel en tezamen binnen de referentiesituatie. De aanvraag met toelichting van alle activiteiten is verbonden aan dit ontwerp-besluit. In de considerans van deze beschikking is duidelijker vermeld welke activiteiten zijn aangevraagd en vergund. In de beschikking is een extra voorschrift, voorschrift 3, opgenomen waarmee extra wordt bevestigd dat de aangevraagde activiteiten en de stikstofemissie hiervan, zoals opgenomen in de bij de aanvraag gevoegde AERIUS-berekening moeten overeenkomen. Zienswijze 1 onderdeel 3 Op grond van voorschrift 7 (huidig voorschrift 8)van de Wnb-vergunning moet het project waarvoor vergunning is verleend, binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de Wnb-
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
27 van 33
vergunning zijn gerealiseerd. Deze termijn van drie jaar om alle activiteiten gerealiseerd te hebben is niet realistisch. Reactie 1 op zienswijze 1, onderdeel 3 Voor grotere projecten zal deze termijn van 3 jaar inderdaad niet haalbaar zijn. Anderzijds kan in 3 jaar de situatie in Nederland, de innovatiemogelijkheden of de relevante regelgeving gewijzigd zijn. Om deze reden is niet voor alle activiteiten dezelfde 3 jaar aangehouden voor realisatie, maar is wel een update/actualisatie-plicht in de voorschriften opgenomen. Deze zorgt ervoor dat de aangevraagde, nog niet gerealiseerde activiteiten kritisch worden bekeken op verwachte realisatie, best beschikbare technieken en recente regelgeving. Voorschrift 8 (voorheen 7) is hierop aangepast. Zienswijze 1 onderdeel 4 In tabel 2 welke is opgenomen in artikel 5.1.3 van het ontwerpbesluit (pagina 10 van 17) is voor de wamwaterketel opgenomen dat hierbij 2.353 ton/jaar zou worden geëmitteerd. De eenheid die hier is gebruikt komt niet overeen met de eenheid kg/jaar die in de AERIUS berekening voor deze emissie bron is gebruikt. Verzoek is dan ook om de eenheid in deze tabel te wijzigen van ton/jaar naar kg/jaar. Reactie 1 op zienswijze, onderdeel 4 Tabel 2 is aangepast aan de hoeveelheden en eenheden gebruikt in de nieuwe AERIUS-berekening, behorende bij de aanvulling op de aanvraag van 4 april 2023.
Zienswijze 2 en 3, onderdeel 1 en 2 Primair zijn er geen oude stikstofrechten zijn omdat die nooit op grond van de Wnb/Nbw zijn vergund. Hoe zit dat met Wabo-biomassacentrale vergunning die is vernietigd door de rechtbank? Subsidiair mag niet de oude norm van 200mg/Nm3 als daggemiddelde worden aangehouden maar de sinds 2016 geldende norm van 100 mg/Nm3. Engie en provincie gaan uit van een virtuele/papieren situatie. De centrale bestaat niet meer. Deze is afgebroken. De zogenaamde ‘passende beoordeling’ is hiermee inadequaat. De inspraaktermijn van de eerdere ontwerpbeschikking is twee weken tekort. Reactie op zienswijze 2 en 3, onderdeel 1 en 2 Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van deze beschikking wordt uitgegaan van de vergunning Natuurbeschermingswet 1998, d.d. 21 februari 2007 als referentie. Deze vergunning in niet vervallen of geëxpireerd. De beoogde herontwikkeling van het terrein is in dit ontwerpbesluit toegelicht. De aanvraag met de aanvulling van 4 april 2023 in grote mate gewijzigd, zodanig dat een hernieuwde ontwerp-besluit wordt genomen, die opnieuw ter inzage wordt gelegd. Deze hernieuwde ontwerp-beschikking is gebaseerd op een laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie). In zoverre is aan de zienswijze tegemoet gekomen. Zienswijze 2 en 3, onderdeel 3
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
28 van 33
De vrijstelling van de vergunningplicht voor het aspect stikstof voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten is strijdig met de Habitatrichtlijn. Er is geen aanvraag ingediend voor een Wabovergunning voor de gascentrale. Dit is strijdig met de RIE (Richtlijn Industriële Emissies) die een geïntegreerde vergunningverlening vereist. De AERIUS-berekeningen zijn ten onrechte op 25 km afgekapt. Gedeputeerde Staten claimen dat de gascentrale binnen de oude gedateerde natuurvergunning zou passen. In dat geval had Gedeputeerde Staten positief moeten weigeren. Er dient een definitief advies van de m.e.r.-commissie mede ter inzage te worden gelegd. Of wordt dat toetsingsadvies pas gepubliceerd nadat de Commissie m.e.r. ook de ingediende zienswijzen heeft ingezien? Reactie op zienswijze 2 en 3, onderdeel 3 De zogenaamde bouwvrijstelling is komen te vervallen. In de aanvulling op de aanvraag is daarom ook de aanlegfase berekend. In dit ontwerpbesluit is staat dat ook voor de aanlegfase sprake van intern salderen. De Raad van State heeft op 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1299, besloten dat de rekenafstand van 25 km aanvaardbaar is. Onderhavige natuurvergunning wordt gecoördineerd voorbereid met het bestemmingsplan, op grond waarvan de Wabo vergunning kan worden verleend. Conclusie van beoordeling van zienswijzen Deze zienswijzen hebben er toe geleid dat de aanvraag (d.d.
4 april 2023) is gewijzigd en voorschriften zijn aangepast. Om deze reden is het onderhavige hernieuwd ontwerp-besluit genomen. B. Naar aanleiding van het hernieuwd ontwerpbesluit van 9 augustus 2023 zijn onderstaande zienswijzen binnengekomen. Het betreft zienswijzen van Zwaluw juridisch advies namens de Mobilisation for the environment (MOB) op 6 september 2023. Onderstaand vatten we de zienswijzen per onderwerp samen en geven per onderwerp een reactie. Omdat de zienswijzen van de tweede en derde indiener inhoudelijk gelijkluidend zijn, worden deze gezamenlijk behandeld. Voor de behandeling van de zienswijzen laten wij buiten beschouwing of de indiener van de zienswijzen belanghebbende is. Zienswijze, onderdeel 1: Er is sprake van extern salderen, in plaats van intern salderen. U constateert dat ten behoeve van de aangevraagde activiteit intern gesaldeerd kan worden met de natuurvergunning van 21 februari 2007, welke is verleend voor een met steenkolen gestookte energiecentrale. Het onderhavige ontwerpbesluit ziet niet toe op een kolencentrale, maar op een op gasgestookte energiecentrale en overige energiefuncties. Dit betekent dan ook dat de aangevraagde activiteit niet kan worden beschouwd als een voortzetting van het eerder vergunde project (de kolencentrale). Een gascentrale is immers een geheel andere centrale dan een kolencentrale.
Datum
24 september 2025 Zaaknummer
2022-007962 Blad
29 van 33
Bovendien is er geen sprake van een onlosmakelijke samenhang tussen de gascentrale en de eerdere kolencentrale. De kolencentrale is gesloten en inmiddels gesloopt. De gascentrale zou dan ook in werking gaan, zonder dat de kolencentrale er nog is. Dit maakt logischerwijs dat er geen enkele vorm van samenhang of continuïteit tussen de twee centrales kan bestaan. Dat de ontwikkelingen wel op hetzelfde terrein plaatsvinden, doet hier niet aan af. Immers, bepalend is de vraag of er sprake is van één project, niet of de locatie min of meer hetzelfde is (zie ECLI:NL:RBOBR:2023:602, r.o. 5.6). Dat er geen sprake is van een voortzetting van één-en-hetzelfde project heeft gevolgen voor de wijze waarop saldering kan worden ingezet. Immers, intern salderen is uitsluitend mogelijk indien zich binnen één project uitbreidingen of wijzigingen voordoen (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2021:71, r.o. 17.2). Indien er stikstofruimte wordt uitgewisseld tussen twee of meerdere verschillende projecten, is sprake van extern salderen. Nu de aangevraagde activiteit een ander project betreft dan de in 2007 vergunde kolencentrale, kan er in dit geval uitsluitend een constructie van extern salderen bestaan. Extern salderen is echter enkel mogelijk onder strikte voorwaarden. Zo moet onder andere worden voldaan aan het zogenaamde additionaliteitsvereiste (zie ECLI:NL:RVS:2021:2627, r.o. 30.4).
Gelet op het bovenstaande concludeert cliënte dat u ten onrechte uitgaat van een intern salderingsconstructie. In dit geval is uitsluitend extern salderen mogelijk, wat enkel onder strikte voorwaarden kan worden toegestaan. U heeft in het ontwerpbesluit nagelaten om aan de vereisten van extern salderen te toetsen. Bovendien kan nu al worden vastgesteld dat niet aan deze vereisten kan worden voldaan. De staat van de betrokken Natura 2000-gebieden is dermate slecht, en de Gelderse stikstofaanpak dermate ineffectief, dat u niet zult kunnen motiveren dat aan het additionaliteitsvereiste is voldaan. Om deze redenen kunt u de stikstofruimte uit de natuurvergunning van 2007 dan ook niet inzetten om de aangevraagde ontwikkelingen mogelijk te maken. Reactie op zienswijze onderdeel 1 Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) kan ons inziens niet afgeleid worden dat er alléén intern gesaldeerd zou kunnen worden binnen één (bestaand) project. Het gaat om de locatie: intern salderen kan met de activiteiten die zijn toegestaan op de locatie van het beoogde project. Wij wijzen hier op een uitspraak van de Afdeling van 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2874, r.o. 14.2 en 14.3. Daar komt in dit geval bij dat het ook om interne saldering binnen één project/de wijziging van een bestaand project gaat.