Deel 2 - Set bijlagen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Na inrichting van het gebied zal het gebied meer voortplantingsplaatsen en overwinteringsplaatsen per oppervlakte kunnen herbergen. Hierdoor zal de populatie noordse woelmuizen zich uiteindelijk beter in stand kunnen houden (BIJ12, 2017) en zal een positieve bijdrage worden geleverd aan de instandhoudingsdoelen De werkzaamheden kunnen vergunningvrij worden uitgevoerd. effecten zoveel mogelijk te beperken
er 2023
Er worden
maatregelen genomen
BIS747-WM-RP-220
om
Projectgerelateerd
î«—Royal
HaskoningDHV Werkzaamheden n de nabijheid van de in Figuur 4-2 opgenomen percelen kunnen in beginsel ten koste van leefgebied van de noordse woelmuis gaan (op de percelen zelf zijn overigens geen werkzaamheden
voorzien, hierdoor gaat geen potentieel belangrijk winterhabitat verloren van de Noordse woelmuis) Tussen november en maart zijn noordse woelmuizen in winterrust. In deze periode worden drogere delen opgezocht.
De periode tussen april tot en met september is de periode waarbij de noordse woelmuis met name in zijn voortplantingsplaatsen/ zomerverblijf voorkomt. Dit betreft met name de wat nattere delen van het leefgebied (rondom de locaties geduid in Figuur 4-2), maar buiten bereik van het water (BIJJ 12, 2017). Baggerwerkzaamheden
in de nabijheid daarvan kunnen ten koste gaan van voortplantingsplaatsen/
zomerverblijfplaatsen. Door baggerwerkzaamheden vanaf het water uit te voeren en goed ontwikkelde oevers te ontzien wordt aantasting van leefgebied zovee! mogelijk voorkomen. Indien toch werkzaamheden aan dergelijke oevers moeten worden uitgevoerd, worden werkzaamheden
niet
uitgevoerd in de voortplantingsperiode (april - september/oktober). Uitkomende bagger wordt niet in het leefgebied verspreid maar afgevoerd naar een locatie buiten het projectgebied.
:
N
|
B
waaremngen Noordse woelmus
L
Figuur 4-3. Waamemingen uit de NDFF van de afgelopen tien jaar. Hierin is te zien dat de Noordse woelmuis vrijwel in het gehele gebied bekend i. Ondanks dat er waamemingen
ontbreken van Polder Westveen in de NDFF,
is de soort daar wel bekend.
Door de werkzaamheden tijdens de realisatie van de plas-dras oevers in de nabijheid van geschikt
leefgebied kunnen Noordse woelmuizen worden gedood, verwond of verstoord worden. Dit wordt zoveel mogelijk voorkomen door: e op deze locaties buiten de voortplantingsperiode te werken in de maanden oktober-maart. In deze periode is de noordse woelmuis overdag actief, waardoor de soort van werkzaamheden weg kan vluchten.
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
17
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV e
één
richting op te werken,
werkzaamheden
e
vandaan
zodat
kunnen
de
noordse
vluchten.
Houd
woelmuis
en
andere
hierbij rekening
kleine
(zoog)dieren
met vluchtwegen
van
de
(werk dus niet
richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben om te vluchten; _ enkel gebruik te maken van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van planten en dieren voorkomen.
Conclusie
Werkzaamheden rondom de locaties zoals geduid in Figuur 4-2 (potentieel geschikt leefgebied noordse woelmuis) dienen in de periode oktober-maart te worden uitgevoerd. Hiermee wordt zorggedragen voor het behoud van de populatie in het Natura 2000-gebied en worden negatieve effecten voorkomen.
Door de te realiseren plas-dras oevers zal het gebied uiteindelijk meer voorlplantingsplaatsen of overwinteringsplaatsen per oppervlakte kunnen herbergen. Hierdoor zal de populatie noordse woelmuizen
zich uiteindelijk beter in stand kunnen houden (BIIJ12, 2017), en zal een positieve bijdrage worden geleverd aan de instandhoudingsdoelen 4.2.5
Meervleermuis
Voor de meervleermuis zijn de volgende instandhoudingsdoelstellingen opgenomen: kwaliteit leefgebied voor behoud populatie.
Behoud omvang en
De meervleermuis leeft in waterrijke gebieden en vliegt van zonsondergang tot zonsopkomst. In Nederland verblijft de diersoort 's zomers vooral op kerkzolders, tussen muren en onder dakpannen. De winter brengen ze slapend door in groeven, grotten en kelders. De Nieuwkoopse Plassen vormen een belangrijk jachtgebied voor kraamkolonies van de meervleermuis die op enkele kilometers afstand liggen. (profieldocument, www.natura2000.nl/profielen).
Door Viridis zijn waarnemingen van de meervleermuis gedaan in het onderzoeksgebied van de meervleermuisinventarisatierondes rondom Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Het onderzoek is
uitgevoerd in de zomer van 2022. In Figuur 4-4 is te zien dat de meervleermuis aan de zuidrand van het plangebied een vliegroute heeft die vervolgens vanaf de Kormme Mijdrecht richting het noorden loopt. Er zijn geen andere vliegroutes bekend binnen Westveen. Voor het project worden percelen geplagd, gebaggerd en natuurlijke plas dras oevers gemaakt. Er worden geen gebouwen gesloopt, waardoor het is uitgesloten dat verblijfplaatsen worden vernietigd. Behoudens de zuidzijde s niet bekend dat het plangebied door vleermuizen niet gebruikt als vliegroute. Daarnaast kunnen vleermuizen eventueel uitwijken naar geschikte foerageerplekken nabij het plangebied. De
werkzaamheden die overdag plaatsvinden leiden niet tot aantasting van vliegroutes, foerageerplekken of verblijfplaatsen voor vleermuizen. Maatregelen om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen Het verstoren van mogelijk aanwezige foeragerende of voorbijvliegende vleermuizen in het plangebied en de omgeving is te voorkomen door de werkzaamheden
bij daglicht uit te voeren van zonsopkomst tot
zonsondergang.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
18
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV
Figuur 4-4. Waarnemingen van meervleermuis in het onderzoeksgebied van de meervieermuisinventarisatierondes rondom
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.
(Bron: Snijder et al, 2022).
Conclusie
De waarnemingen van de meervleermuis zijn in Polder Westveen beperkt tot die aan de zuidzijde (zie Figuur 4-4). Het is niet uitgesloten dat meervleermuizen in het gebied foerageren of voorbijvliegen. Door de werkzaamheden bij daglicht uit te voeren wordt zorggedragen voor het behoud van de populatie en worden negatieve effecten ten opzichte van de instandhoudingsdoelstellingen voorkomen.
4.2.6
Effectbesch
ing vogelrichtlijnsoorten
De instandhoudingsdoelen van de broedvogels en niet-broedvogels van Natura 2000-gebied
Nieuwkoopse plassen en de Haeck gelden voor het Vogelrichtlijngebied binnen het Natura 2000-gebied. Het plangebied is momenteel weinig geschikt voor soorten met een instandhoudingsdoelstelling; er is alleen slecht (purperreiger) en matig (zilverreiger) geschikt leefgebied aanwezig (Beheerplan Nieuwkoopse plassen & de Haeck 2015-2021). Eventueel aanwezige foeragerende individuen kunnen eenvoudig uitwijken naar andere delen van het Natura 2000-gebied. Er zijn geen nesten waargenomen van purperreigers ten tjde van het veldbezoek. Het is daarnaast aannemelijk dat de rietzanger en snor binnen het plangebied of op korte afstand van het plangebied voorkomt. De werkzaamheden in het projectgebied zijn niet voorzien in belangrijk broedbiotoop van rietzanger en snor. Als gevolg van de werkzaamheden zullen geen belangrijke broedlocaties verloren gaan. Broedparen buiten het project gebied zullen geen negatieve effecten ondervinden van de werkzaamheden gezien de afgeschermde positie van het nest. Door de kwaliteitsimpuls zal het aantrekkelijker worden voor vogels om in Polder
Westveen te broeden en/of te foerageren (zwarte stern). Er worden geen negatieve effecten verwacht voor vogels met een instandhoudingsdoelstelling.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
19
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV 5
BESCHERMDE
SOORTEN
Zoals uit voorgaande bleek, vindt het voornemen plaats vanuit een vastgesteld Natura 2000-beheerplan. Daarmee heeft deze maatregel te gelden als een “handelingen die [is] beschreven in en [wordt] verricht overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid [Wet natuurbescherming]”. Dit betekent dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor vrijstelling van vergunningverlening uit de wet, namelijk dat het voornemen onderdeel is van een beheerplan. Conform onder meer 3.8 (Soortenbescherming) van de Wet natuurbescherming, kan het voornemen dan ook zónder aanvullende toetsing worden uitgevoerd. In het beheerplan i immers aangetoond dt de betreffende maatregel noodzakelijk is om de voor Natura 2000-gebied Nieuwkoopse
plassen & de Haeck geformuleerde
instandhoudingsdoelstellingen duurzaam te behalen en daarmee niet conflicteert. Daarbijis ook rekening gehouden met de overige natuurwaarden en belangen in het betreffende Natura 2000-gebied. Bij gevolg stelt de Wet natuurbescherming voorliggend voornemen vrij van verdere toetsing.
Niettegenstaande voorgaande, geldt dat het een vrijstelling van vergunningverlening op grond van de Wet natuurbescherming betreft. De overige verplichtingen (onderzoeksplicht, zorgplicht en dergelijke) blijven
van kracht, evenals de noodzaak om maatregelen te treffen om effecten te voorkomen of mitigeren. Dit heeft gevolgen voor de omgang met op grond van de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Mogelijke gevolgen van in het beheerplan opgenomen maatregelen moeten op dat vlak in meer detail (op quickscan-niveau) in beeld worden gebracht, onder meer omdat een beheerplan niet de actualiteit kan hebben die de wet op het gebied van bescherming van soorten vraagt. De van wetswege gevraagde detaillering en eventuee! noodzakelijke maatregelen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen, worden hierna in beeld gebracht op niveau van een Quickscan, waarbij eventueel noodzakelijke maatregelen worden uitgewerkt.
51
Werkwijze beschermde soorten
Om na te gaan wat het belang is van het plangebied voor de wettelijk beschermde soorten en gebieden zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (hierna NDFF) voor het plangebied en de nabije omgeving van de afgelopen 10 jaar. De straal van de opgevraagde gegevens verschilt per soort(groep). Dit is onder andere afhankelijk van de mobiliteit van
een soort(groep). Het resultaat hiervan is opgenomen in de volgende paragraaf. De zo verkregen informatie vormt de basis voor de navolgende effectanalyse. Om vast te stellen of het project effect heeft op beschermde plant- en diersoorten, is een (beknopte) analyse gemaakt van het project in relatie tot de habitateisen van beschermde soorten in het plan- en studiegebied. Daarbij s ook gekeken in hoeverre het studiegebied voorziet in specifieke eisen van beschermde soorten. Door de resultaten van stap 1 en stap 2 te confronteren zijn de mogelijke effecten van het voorgestelde project op de aanwezige beschermde plant- en diersoorten inzichtelijk gemaakt. Waar beschermde soorten schadelijke effecten ondervinden of kunnen ondervinden, worden voorstelen en aanbevelingen gedaan om de negatieve effecten op deze beschermde plant- en diersoorten te mitigeren. De gedane voorstellen en aanbevelingen worden bij voorkeur meegenomen
in het bestek en
bijbehorende planning
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
2
Projectgerelateerd
ìì’Royal
HaskoningDHV 52
Vaatplanten
Voorkomen
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat er geen beschermde vaatplanten zijn waargenomen binnen het plangebied. Er zijn wel nabij het plangebied rode lijst soorten bekend in de
NDFF waaronder: blauwe knoop, brede orchis, kamgras, moeraskartelblad en veenreukgras. Geen van deze soorten zijn tijdens het veldbezoek waargenomen. Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde dan wel rode lijst soorten binnen het plangebied.
Tijdens het veldbezoek zijn met name algemene soorten zoals dauwbraam, echte koekoeksbloem, gele lis, gestreepte witbol, gewone smeerwortel, hondsdraf, kale jonker, knoopkruid, pinksterbloem, scherpe boterbloem en voederwikke waargenomen (zie Figuur 5-1). De mate waarin deze algemene soorten aanwezig waren geeft aan dat de gronden nutriëntrijk zijn en weinig ruimte bieden aan beschermde vaatplanten die gebonden zijn aan schrale gronden of extensief beheerde gronden. Juist de voorgestelde beheermaatregelen (zie 3.3 Voorgenomen ingreep) moeten het gebied door middel van afplaggen gaan verschralen om zo ruimte te bieden aan beschermde vaatplanten.
Figuur 5-1. Impressie van soorten aangetroffen binnen het plangebied van links naar rechts:
dauwbraam,
knoopkruid, scherpe
boterbloem, echte koekoeksbloem.
Effectbeoordeling Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige vegetaties niet in groeiplaatsen van krachtens de Wnb beschermde vaatplanten. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek i niet noodzakelijk.
5.3
Grondgebonden zoogdieren
Voorkomen
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten beschermde grondgebonden zoogdieren. Het gaat om boommarter, damhert, noordse woelmuis, otter en waterspitsmuis. Daarnaast valt het plangebied binnen de bekende verspreiding van aardmuis, bunzing, dwergmuis, gewone bosspitsmuis, ree, rosse woelmuis, veldmuis en woelrat.
Voor de meer algemeen voorkomende zoogdieren waaronder aardmuis, bunzing, dwergmuis, egel, haas, hermelijn, huisspitsmuis, ree, rosse woelmuis en woelrat geldt dat ze in delen van het plangebied kunnen
voorkomen. Deze soorten zijn door de provincie Zuid-Holland echter vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel dienen eventuele negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
2
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV voornemen te allen tijde voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk 6). Boommarter
De boommarter leeft bij voorkeur in bossen, maar kan ook in moerasbossen voorkomen en is een goede zwemmer. Er worden geen bossen gekapt als onderdeel van de werkzaamheden. Om de baggerwerkzaamheden goed te kunnen uitvoeren zullen wel over het water hangende takken worden gesnoeid. De boommarter is met name bekend rond Nieuwkoop. Er zijn geen waarnemingen van boommarter bekend in de NDFF binnen het plangebied. Omdat de omgeving van het plangebied meer dan voldoende geschikte alternatieve mogelijkheden biedt, kunnen eventueel aanwezige dieren daarnaar
uitwijken tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wb
ten aanzien
van
de
boommarter
valt daarom
niet te verwachten.
Damhert
Damherten komen vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, minder vaak in uitgestrekte naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onderbegroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras is. Ook komt hij voor in randzones bij open plekken, graslanden en akkerranden en in parkachtige bosgebieden (Zoogdiervereniging). Door de werkzaamheden kan verstoring optreden. Echter, de omgeving van het plangebied biedt meer dan voldoende geschikte alternatieve uitwijkmogelijkheden voor de herten, zoals in het noordelijk deel, waar de bossen ongemoeid blijven. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb ten aanzien van het damhert valt daarom niet te verwachten. Otter
Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties (0.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holten. De otters maken hierbij gebruik van boomstronken en wortelstelsels, oude holen van bijvoorbeeld muskusratten of konijnen, constructies van
takken en modder gemaakt door bevers, nissen onder bruggen of betonpijpen (Zoogdiervereniging). Er kan niet worden uitgesloten dat de otter binnen het plangebied voorkomt. De beoogde werkzaamheden kunnen leiden tot het verstoren van individuen en het aantasten van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, hetgeen een overtreding is van artikel 3.5, lid 2 uit de Wnb. Door goed ontwikkelde oevers te ontzien kunnen effecten grotendeels worden voorkomen. Aanwezige individuen kunnen goed voor de werkzaamheden wegvluchten naar onverstoord leefgebied, dat in de omgeving ruim voorhanden is. Uitzondering vormt de kraamperiode (veelal april /m augustus). Als in deze periode wordt gewerkt aan oevers, dan dienen deze door een otterdeskundige gecontroleerd te worden op eventueel aanwezige
otters met jongen. Bij het aantreffen van otters met jongen moeten de werkzaamheden nabij de betreffende locatie tot nadere orde worden uitgesteld. In overleg met de otterdeskundige kan buiten de verstoringsafstand van de soort gewerkt te worden. Een ontheffing van de Wnb is niet nodig omdat de
herstelmaatregelen zijn vrijgesteld. Waterspitsmuis Waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedserijk water met ruig begroeide oevers en voldoende schuilmogelijkheden. Hierbij is een bodembedekkende vegetatie een vereiste. De watergangen in het plangebied bestaan uit dergelijke begroeide oevers, waardoor er ook voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Er kan niet worden uitgesloten dat de waterspitsmuis binnen het plangebied voorkomt. De soort is namelijk wel bekend in de Nieuwkoopse plassen & de Haeck, er zijn
alleen geen waarnemingen bekend binnen het plangebied. Daar waar voldoende dekking i in de vorm van ruigte langs watergangen kan de waterspitsmuis vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen hebben.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
2
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV De aanwezigheid van mensen en inzet van (zwaar) materieel in het plangebied kan leiden tot het vernietigen en/of verlaten van vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen van de waterspitsmuis. Daarnaast
kunnen hierdoor dieren worden gedood. Dit betreft het een overtreding van artikel 3.10, lid 14 en 1b. Door goed ontwikkelde oevers te ontzien kunnen effecten grotendeels worden voorkomen. Voorts worden zorgmaatregelen genomen om effecten op individuen te voorkomen (zie hoofdstuk 6). Een ontheffing van de Wb is niet nodig omdat de herstelmaatregelen zijn vrijgesteld. Effectbeoordeling Het plangebied is geschikt voor meer algemeen voorkomende zoogdieren zoals muizen en de ree. Deze
soorten zijn door de provincie Zuid-Holland echter vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden
door het nemen van voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk 6). Het
voorkomen van de noordse woelmuis (zie hoofdstuk 4.2.4), otter en waterspitsmuis kan niet op voorhand worden uitges/oten langs oevers. Effecten worden voorkomen door goed ontwikkelde oevers {e ontzien en door het nemen van mitigerende maatregelen. De gunstige staat van instandhouding van de populaties is niet in het geding. Een ontheffing van de Wnb is niet nodig omdat de herstelmaatregelen zijn vrijgesteld. 54
_ Vleermuizen
Voorkomen
Uit de NDFF blijkt dat in of in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten beschermde vieermuizen. Het gaat om gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Van deze soorten heeft de rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis verblijfplaatsen in bomen. De laatvlieger, gewone dwergvleermuis en meervleermuis hebben hun verblijfplaats in gebouwen. De gewone dwergvleermuis wordt daarnaast in de paarperiode soms ook in bomen aangetroffen. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn de bomen in het plangebied gecontroleerd op mogelijke verblijfplaatsen. Daarin is één dode boom aangetroffen met spechtengaten. Overige bomen
langs de percelen waren
grotendeels ongeschikt. Omdat er geen gebouwen worden gesloopt kan op voorhand worden uitgesloten dat gebouwbewonende vleermuizen in het plangebied verblijven. Omdat er geen bomen worden gekapt kan op voorhand worden uitgesloten dat boombewonende vleermuizen in het plangebied negatieve effecten ondervinden.
Vliegroute en foerageergebied De watergangen in en aan de randen van het plangebied, maken onderdeel uit van aaneengeschakelde, lijnvormige elementen. Vleermuizen kunnen deze watergangen gebruiken als vliegroute waarlangs de dieren zich in de richting van foerageer plekken kunnen verplaatsen. Daarnaast kunnen de bomen rijen langs perceel randen worden gebruikt door vleermuizen als lijnvormig structuur. Het plangebied vormt potentieel vleermuis foerageergebied in de vorm van de aanwezige bomenrijen, de kruidenrijke begroeïing
en de aanwezige watergang. Dit is echter niet essentieel foerageergebied vanwege de mogelijkheid om uit te wijken naar vergelijkbaar gebied met bomen en watergangen ten westen in het gebied de Nieuwkoopse plaasen & de Haeck.
Effectbeoordeling De aanwezige percelen, watergangen en bomenrijen in het plangebied worden mogelijk door vleermuizen gebruikt als vliegroute. Voor het voornemen worden enkele percelen geplagd en natuurlijke plas dras oevers gemaakt. Na en tijdens het voornemen kan het plangebied nog steeds door vleermuizen gebruikt worden als vliegroute of foerageerplek. 19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
23
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV Daarnaast kunnen vleermuizen eventueel uitwijken naar geschikte foerageerplekken binnen het plangebied waar niet wordt gewerkt. De werkzaamheden leiden daarom niet tot aantasting van
vliegroutes, foerageerplekken of verblijfplaatsen voor vleermuizen. Negatieve effecten zijn uitgesloten, mits er uitsluitend overdag tussen zonsopgang en zonsondergang wordt gewerkt.
55
Broedvogels
Voorkomen
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF blijkt dat binnen het plangebied of in de directe omgeving
daarvan waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten broedvogels met zowel jaarrond als nietjaarrond beschermde nesten. Tijdens het veldbezoek zijn aalscholver, bergeend, blauwe reiger, buizerd, koekoek, tifjafen wilde eend waargenomen. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten waarvan in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn, zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil en sperwer. Tijdens het veldbezoek zijn vanaf de percelen waar betredingstoestemming was, geen nesten
van jaarrond beschermde vogels waargenomen. Het is echter hoogstwaarschijnlijk dat er jaarrond beschermde nesten in de omliggende bossen zijn. De bossen zijn niet geïnspecteerd tijdens het veldbezoek.
Algemene broedvogels Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd in het broedseizoen, kunnen broedende vogels in het plangebied en de directe omgeving worden verstoord. Wanneer soorten het nest verlaten, geldt dit als het opzettelijk vernietigen of beschadigen van nesten en eieren van vogels. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van de Wet natuurbescherming. Het broedseizoen valt voor de meeste soorten tussen half maart en half augustus. Ook daarbuiten is het mogelijk dat broedende vogels worden aangetroffen. In het plangebied zijn jaarrond beschermde nesten niet aanwezig op de locaties waar werkzaamheden gaan plaatsvinden. Wel kunnen in het plangebied algemene broedvogels broeden. De voorgenomen werkzaamheden
kunnen daarom leiden tot het opzettelijk vernietigen of beschadigen van nesten en
eieren van vogels of het voortijdig verlaten van het nest, hetgeen een is overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van de Wet natuurbescherming. In het plangebied dienen voorzorgsmaatregelen te worden getroffen om negatieve effecten op broedvogels te voorkomen.
Voorzorgsmaatregelen Het verstoren van broedgevallen van broedvogels is te voorkomen door: °
Buiten het broedseizoen te werken, of;
e
Werken onder ecologische begeleiding. Hierbij wordt direct voorafgaande aan het begin van verstorende werkzaamheden door een ter zake kundige ecoloog onderzocht of er wel of geen broedvogels n het relevante deel van het plangebied voorkomen. Hierdoor kan ook in het broedseizoen gewerkt worden maar bestaat het risico dat als een broedvogel wordt aangetroffen de planning daarop aangepast moet worden. Het risico kan beter worden beheerst door een volgorde van werkzaamheden in het gebied te kiezen waarbij relevante locaties n de kritische periode worden vermeden en werkzaamheden dan plaatsvinden op minder broedgevoelige locaties.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
24
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV 5.6
Reptielen
Voorkomen
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat in de nabije omgeving van het plangebied waarnemingen
bekend zijn van de ringslang.
Ringslang Een ringslang is een watergebonden
slang en wordt vaak zonnend aangetroffen op dijkjes in de buurt van
water, waar e jagen op voornamelijk amfibieën en soms andere gewervelden. Het plangebied bevat geschikte voortplantings- en rustplaatsen voor de ringslang. Binnen het plangebied en het gehele Natura 2000-gebied zijn geen waarnemingen bekend. Echter, uit verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat op slechts enkele kilometers afstand van het plangebied, onder andere nabij Geer, er een waarneming is gedaan van een ringslang in 2022. Daarnaast zijn er veel waarnemingen bekend in de richting van Breukelen. De oevers en watergangen binnen het plangebied zijn potentiële verblijfplaatsen waar de soort kan
voorkomen in de actieve periode (april tot en met september). Bij werkzaamheden in deze periode kunnen eventueel aanwezige dieren die voorkomen rondom watergangen worden verstoord. Ze zijn in deze periode mobiel en goed in staat de locatie te ontvluchten naar alternatief leefgebied in de omgeving.
Gedurende de winterrust en voor de voortplanting wordt de soort niet in het plangebied verwacht, doordat geschikt biotoop ontbreekt. Het doden van ringslangen en het beschadigen of vernielen van vaste rust- of voortplantingsplaatsen is uitgesloten. 5.7
_ Amfibieën
Voorkomen
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat er waamemingen in of nabij het plangebied bekend zijn van bastaardkikker, bruine kikker, heikikker, meerkikker en de rugstreeppad. Voor de meer algemeen voorkomende soorten bastaardkikker, bruine kikker en meerkikker geldt dat ze in het gehele plangebied kunnen voorkomen. Deze soorten zijn door de provincie Zuid-Holland echter vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk 6). Heikikker
De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en
half natuurlijk grasland. Ook wordt de soort gemeld uit bos en struweel. De heikikker is een soort die nauwelijks wordt aangetroffen in te intensief gebruikt agrarisch landschap (RAVON). De polder Westveen vormt geen geschikt leefgebied voor de soort, wat ook blijkt uit het ontbreken van recente (afgelopen 10
jaar) waarnemingen van deze soort in het gebied (NDFF). Rugstreeppad Rugstreeppad is een soort van open zandige locaties en/of gebieden met veel ondiep water, zoals poelen, greppels en poldersloten. Vaak graven rugstreeppadden zichzelf in vergraafbare bodem in of schuilen onder elementen zoals tegels, pellets, tractorbanden. Maar ook bestaande ruimtes, zoals muizenholletjes, worden gebruikt. In de winter moeten de verblijfplaatsen vorstvrij zijn en boven het grondwaterpeil liggen. Binnen het plangebied zijn er geen ondiepe poelen en zijn de watergangen te groot met daarin vissen.
Tevens ontbreken open zandige locaties binnen het plangebied, waardoor zowel land- als voortplantingshabitat van de rugstreeppad op dit moment kan worden uitgesloten binnen het plangebied. Ondanks dat rugstreeppadden in staat zijn snel nieuwe gebieden te koloniseren als hier geschikte
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
2
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV condities ontstaan, bijvoorbeeld tijdens graafwerkzaamheden, wordt het voorkomen van de soort op deze locatie niet verwacht. Daarnaast zijn er in de polder Westveen geen recente (afgelopen 10 jaar)
waarnemingen van deze soort bekend (NDFF). Effectbeoordeling Voor de algemene soorten die mogelijk in het plangebied voorkomen ís de zorgplicht van toepassíng. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb ten aanzien van amfibieën is uitgesloten. 5.8
_
Vissen
Voorkomen
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat er waarnemingen in of nabij het plangebied bekend zijn van onder andere algemene vissoorten zoals baars, brasem, pos, rietvoorn en snoek. Verder is gebleken dat er geen waarnemingen van beschermde vissen bekend zijn binnen en in de ruime omgeving van het plangebied. De meeste beschermde vissoorten zijn namelijk soorten uit beken (elrits, beekdonderpad, beekprik), snelstromende rivieren (gestippelde alver), verlandende watergangen met een sliblaag en rijke onderwatervegetatie (grote modderkruiper), watergangen met koel en zuurstofrijk water
(kwabaal) of vissoorten (houting, steur) die in rivieren of zijarmen hun paaiplaatsen hebben. Dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. Hierdoor is het voorkomen van beschermde vissoorten uitgesloten. Effectbeoordeling Voor de algemene soorten die mogelijk in het plangebied voorkomen is de zorgplicht van toepassing. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb ten aanzien van vissen ís uitgesloten.
59
Ongewervelden
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat er waarnemingen
nabij het plangebied
bekend zijn van de gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en de sierlijke witsnuitlibe. Gevlekte
witsnuitlibel
De gevlekte witsnuitlibel is gebonden aan helder, ondiep (één meter of minder), matig voedserijk en beschut gelegen water. Zowel vegetatieloze als dichtgegroeide wateren worden gemeden. Vaak bestaat de vegetatie uit een combinatie van riet (Phragmites australis) of lisdodde (Typha sp.) met krabbescheer (Stratiotesaloides) en een veld van ondergedoken waterplanten zoals kransvederkruid (Myriophyllumverticillatum) en grof hoornblad (Ceratophyllumdemersum), drijfbladplanten als witte
waterlelie (Nymphaeaalba) en gele plomp (Nupharlutea), en driftillen van onder andere pluimzegge (Carexpaniculata). De vennen en bosplassen waar voortplanting plaats heeft, zijn (deels) omringd door bomen en hebben een matige tot rijke oevervegetatie (Vlinderstichting). Dergelijk biotoop ontbreekt
(deels) in het plangebied. Daarnaast zijn er geen recente (afgelopen 10 jaar) waarnemingen van deze soort in het plangebied (NDFF). Negatieve effecten zijn uitgesloten. Groene glazenmaker De groene glazenmaker komt voor bij stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden: plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. Dergelijke biotopen ontbreken (deels). Daarnaast zijn er geen recente (afgelopen 10 jaar) waarnemingen van deze soort in het plangebied (NDFF). Negatieve effecten zijn uitgesloten. Sierlijke witsnuitlibel De sierlijke witsnuitlibel komt met name voor in Schone, vegetatierijke vennen, plassen en dode
rivierarmen. Dergelijke biotopen ontbreken (deels). Daarnaast zijn er geen recente (afgelopen 10 jaar) waarnemingen van deze soort in het plangebied (NDFF). Negatieve effecten zijn uitgesloten.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
2
Projectgerelateerd
ì%Royal
HaskoningDHV
Effectbeoordeling
Er bevindt zich weinig tot geen geschikt leefgebied voor beschermde ongewervelden op de projectlocatie. De gunstige staat van instandhouding van populaties beschermde ongewervelden is niet in het geding. Een ontheffing van de Wnb ís niet nodig omdat de herstelmaatregelen zijn vrijgesteld.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
27
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV 6
Samenvatting en advies
Het projectgebied Polder Westveen is in zijn huidige vorm weinig geschikt voor beschermde soorten en/of voor soorten met een instandhoudingsdoelstelling in het Natura 2000-gebied. Met de voorziene inrichting zal meer geschikt leefgebied ontstaan in de vorm van plas-dras oevers, kruidenrijke ruigtes, kruidenrijke graslanden en blauwgraslanden. Niet uitgesloten kan worden dat soorten met een instandhoudingsdoelstelling en/of beschermde soorten in het projectgebied aanwezig zijn. Omdat de inrichting van Polder Westveen een beheerplanmaatregel betreft en noodzakelijk is voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen kunnen de
werkzaamheden vergunningvrij worden uitgevoerd. De gunstige staat van instandhouding van de soorten komt niet in het geding. Uiteindelijk wordt het Ieefgebied voor de voorkomende soorten verbeterd middels een kwaliteitsimpuls door de verschillende ingrepen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt
rekening gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van de volgende soort(groep)en om tijdelijke negatieve effecten zoveel mogelijk te beperken: « Kleine modderkruiper (watergangen): e _ Meervleermuis (en overige vleermuissoorten) (foeragerend); ° Noorse woelmuis (goed ontwikkelde oevers en ruigten); e Otter (goed ontwikkelde oevers en ruigten); « Waterspitsmuis (goed ontwikkelde oevers en ruigten); e
Broedvogels.
Concreet betekent dit het volgende voor de werkzaamheden. Plagwerkzaamheden:
«
Één richting op werken, zodat de kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben om te vluchten.
Aanleg plas-dras oevers en sloot: ° Ter plaatse van de potentieel geschikte leefgebieden zoals weergegeven in Figuur 4-2, buiten de voortplantingsperiode van noordse woelmuis werken in de maanden oktober-maart. In deze periode is de noordse woelmuis dag actief, waardoor de soort van werkzaamheden weg kan vluchten; e _ Als in de kraamperiode van de otter (veelal april tm augustus) wordt gewerkt aan oevers, dan
dienen deze door een otterdeskundige gecontroleerd te worden op eventueel aanwezige otters met jongen. Bij het aantreffen van otters met jongen moeten de werkzaamheden nabij de betreffende locatie tot nadere orde worden uitgesteld. In overleg met de otterdeskundige kan buiten de verstoringsafstand van de soort gewerkt te worden. Baggerwerkzaamheden: e Baggerwerkzaamheden worden (behoudens toepassing van transportieidingen) vanaf het water uitgevoerd; e
Goed ontwikkelde oevers worden bij de werkzaamheden ontzien;
e
Erwordt één richting opgewerkt zodat de kleine modderkruiper en andere vissen van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten (werk dus niet richting het kopse eind van een sloot) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben;
e _ De luchttemperatuur moet boven het vriespunt liggen en er mag geen ijs aanwezig zijn in de watergang. De watertemperatuur moet beneden de 25 graden Celsius liggen (soortenstandaard 2014).
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
28
Projectgerelateerd
ìäîoyal
HaskoningDHV Alle werkzaamheden:
Het verstoren van broedgevallen van broedvogels wordt voorkomen door: e _ Buiten het broedseizoen te werken, of;
e
Werken onder ecologische begeleiding. Hierbij wordt direct voorafgaande aan het begin van verstorende werkzaamheden door een ter zake kundige ecoloog onderzocht of er wel of geen broedvogels in het relevante deel van het plangebied voorkomen. Hierdoor kan ook in het broedseizoen gewerkt worden maar bestaat het risico dat als een broedvogel wordt aangetroffen
de planning daarop aangepast moet worden. Het risico kan beter worden beheerst door een volgorde van werkzaamheden in het gebied te kiezen waarbij relevante locaties in de kritische periode worden vermeden en werkzaamheden
dan plaatsvinden op minder broedgevoelige
locaties.
Voorts worden algemene voorzorgsmaatregelen in acht genomen: e De werkzaamheden worden alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht;
e
Erwordt één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen en zorg dat de dieren voldoende vrije uimte hebben;
e «
19
De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten voorkomen; Derijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten. Bij voorkeur wordt stapvoets gereden. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur van wegen, paden en sporen.
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
2
Projectgerelateerd
ì‘\kRoyal
HaskoningDHV BRONNEN
Arcadis, Royal HaskoningDHV & Sweco, 2021. Nadere doelenanalyse Natura 2000; 103 Nieuwkoopse Plassen
& De
Haeck.
Provincie Zuid-Holland.
Beheerplan Natura 2000 gebied. Nieuwkoopse Plassen en de Haeck, periode 2015 — 2021. Provincie Zuid-Holland.
Bijlage voorbereidend onderzoek beheerplan Natura 2000 gebied. Nieuwkoopse Plassen en de Haeck, periode 2015 — 2021. Provincie Zuid-Holland.
Gedragscode Wet Natuurbescherming voor Waterschappen, onderdeel Soortenbescherming, bestendig beheer en onderhoud, 2019. Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Kennisdocument Noordse woelmuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017 Natura 2000 habitat types, gebiedsanalyse en gebieden. Via: https://www.natura2000.nl NDFF. Nationale Databank Flora en Fauna. Reeks van 1-1-2012 /m 31-5-2022. Via: NDFF Uitvoerportaal (ndffecogrid.nl) RAVON, informatie over verschillende soorten reptielen en amfibieën, via: https://www.ravon.nl
(geanonimiseerd) nderzoek naar meervleermuizen rondom de Nieuwkoopse Plassen, Langeraarse Plassen & Kagerplassen. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg, PRNR-2022- 068. Soortenstandaard Kleine modderkruiper, versie 1.1. Riijksdienst voor Ondernemend Nederland | maart 2014.
(geanonimiseerd) —Herkenmng zoetwatervissen, 3° herziene druk. Stichting RAVON, megen:
Verschillende verspreidingsatlassen soorten. Via: https:/\www.verspreidingsatlas.nl
Vlinderstichting, informatie over verschillende soorten libellen, via: https:/www.vlinderstichting.nl Vogelbescherming, informatie over verschillende soorten vogels, via: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels Wet natuurbescherming, via:
https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-02-17
Zoogdiervereniging, algemene informatie over de ecologie en verspreiding van grondgebonden zoogdiersoorten via: https:/www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
30
Projectgerelateerd
ì‘\kRoyal
HaskoningDHV Bijlage 1. Bestuurlijk rechtsoordeel Wnb
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
x
/@_/ omgevingsdienst Haaglanden
Bezoekadres 2696 AW DenHaag
Zuid-Hollandplein 1
Postadres Postbus 14060
2501 GB Den Haag (070} 2189902 vergunningen@odh.nl veww.odh.nl
Provincie
Zuid-Holland / Programmabureau
Veenweiden
Gouwe
Wiericke
(geanonimiseerd) Zuid-Hollandplein 1 2596AW
'S-GRAVENHAGE
oatum
1262023
Ub
onskenmerk
ODHe83792
neing
Bijlage(n} -
Uw kenmerk
Zaaknummer 01065930
Team T&V Groen
contactersoon
(geanonimiseerd) Toetsing 8 Vergunningverlening Mileu —
(geanonimiseerd)
Betreft
Verzoek bestuurlijk rechtsoordeel, polder Westveen
(geanonimiseerd) —
(geanonimiseerd) GeaChte— Op 25 maart 2023 hebben wij van u een verzoek om een toets ontvangen. Het verzoek betreft het geven van een bestuurlijk rechtsoordeel voor het natuurproject Westveen gelegen in het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.
Bij het verzoek zijn de volgende relevante documenten toegevoegd: - _ Rapport inrichting Westveen. Referentie BI5747_RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001, definitief ontwerp, 24 maart 2023, opgesteld door Royal HaskoningDHV (inclusief bijlage 1 en2); - _ Bijlage 3, hoogtekaart AHN4, niet gedateerd - _ Bijlage 4 baggerkwaliteit volgens Besluit bodemkwalitiet, TekeningnummerTI19294-BP-03 (A); -
Bijlage 5a, baggerkaart fase 1;
-
Bijlage Sb, baggerkaart fase 2;
- _ Bijlage 6a baggerhoeveelheden; - _ Bijlage 6b boorpunten voor baggerhoeveelheidsbepaling; - _ Bijlage a Inrichtingskaart fase 1; - _ Bijlage 7b Inrichtingskaart fase 2; - _ Bijlage 7c Inrichtingskaart eindbeeld; - _ Bijlage 8Vergunningenregister; - _ Bijlage 9 Verificatie adviesgroepbijeenkomsten; - _ Notitie Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en het belang van de realisatie van NNNprojecten in de omgeving, kenmerk B15747TPNT23022211336, 17 maart 2023, opgesteld door Royal HaskoningDHV en - _ Hectarenoverzicht NNN-project Westveen.
Hieronder
treft u onze beoordeling aan.
“_ Beoogde activiteit
Het Programmabureau Veenweiden Gouwe Wiericke, is voornemens om komende jaren het natuurproject Westveen te realiseren.
Het project is gelegen binnen het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en valt tevens binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gebied heeft een oppervlakte van circa 87 hectare. Een aanzienlijk deel van het gebied is in eigendom van Natuurmonumenten. De overige percelen zijn in eigendom van particulieren en een
agrarisch bedrijf . Het landgebruik i voornamelijk agrarisch en natuur. Het natuurproject ziet op het verbeteren van de vegetatiestructuur en het verbeteren van de waterkwaliteit. Daarvoor is het nodig om baggerwerkzaamheden in het gebied uit te voeren en percelen in het gebied te plaggen. De herinrichting van de polder Westveen bestaat uit: * _ Hetleveren van een bijdrage aan de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck voor de doelsoorten purperreiger, grote zilverreiger, smient, zwarte stern,
noordse woelmuis en gestreepte waterroofkever. e _ Het ontwikkelen van het habitattype H6410 blauwgraslanden (circa 11 ha). e _ Het behoud van het habitattype H91D0 hoogveenbossen (ca 13 ha). e _ Hetontwikkelen van habitattype H6430 ruigte en zomen (ca 37 km), inclusief natuurvriendelijke oevers. * _ Het uitvoeren van ontsnipperingsmaatregelen voor het leefgebied van de otter: het aanleggen van (veen)moeras en natuurvriendelijke oevers. e _ Het geven van een kwaliteitsimpuls aan de natuur door verbetering van de waterkwaliteit. * _ hetverbeteren van het leefgebied van zwarte stern, noordse woelmuis en gestreepte waterroofkever door het realiseren van de habitatttypen H3140 kranswierwateren (circa 23 ha) en H7140A en B overgangs-en trilvenen een H7210 galigaanmoerassen . Beoordeling Wet natuurbescherming - Gebiedsbescherming Het verzoek om een bestuurlijk rechtsoordeel is ingediend door het Veenweideprogramma Gouwe Wiericke. In het Veenweideprogramma wordt samengewerkt tussen gemeenten, waterschappen, provincie Zuid-Holland en tal van andere partijen. Binnen dit programma wordt de realisatie van het NNN gecombineerd met de overige opgaven voor het veenweidegebied ten aanzien van de bodem, waterhuishouding, recreatie, landbouw en het landschap.
Het verzoek om een bestuurlijk rechtsoordeel ziet op de vraag of het project (de realisatie van de hiervoor genoemde natuurdoelen) valt onder de reikwijdte van het toetsingskader van artikel 2.7, tweede lid Wnb (de vergunningplicht). Artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb bepaalt dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk ofin combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, worden onder significante gevolgen verstaan: een significant negatief effect op de habitattypen of soorten waarvoor een gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de aanwijzingsbesluiten voor de desbetreffende gebieden. In het rapport “Inrichting Westveen” van 24 maart 2023 heeft Royal HaskoningDHV de beoogde herinrichting van het gebied beschreven. Daaruit blijkt dat het project van belang is voor het realiseren van de kernopgaven en de
instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied “Nieuwkoopse Plassen & De Haeck”.
ODH683792
2/3
“_ De herinrichting van de polder Westveen creëert een uitbreiding van de in het Natura 2000-gebied aangewezen beschermde habitatttypen en van het leefgebied van aangewezen beschermde soorten. Het project versterkt en ondersteund daarmee het behalen van de in het beheerplan (van Nieuwkoopse Plasssen & De Haeck) opgenomen instandhoudingsdoelstellingen. Gelet op het bovenstaande zijn wij van oordeel dat de beoogde activiteit niet valt onder de reïkwijdte als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb omdat het project direct verband houdt met het beheer en het behalen van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plasssen & De Haeck.
Conclusie
Geletop het bovenstaande zijn wij van oordeel dat het project “Inrichting Westveen” direct verband houdt met het beheer en het behalen van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plasssen & De Haeck. Derhalve achten wij dat een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb niet aan de ordeis.
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Teamleider Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden
ODH683792
3/3
/@_/ omgevingsdienst Haaglanden
Bezoekadres 2696 AW DenHaag
Zuid-Hollandplein 1
Postadres Postbus 14060
2501 GB Den Haag (070} 2189902 vergunningen@odh.nl veww.odh.nl
Provin
e Zui
olland
/ Programmabureau
Veenweiden
Gouwe
Wiericke
(geanonimiseerd)
TAav.
Zuid-Hollandplein 1 2596AW
Datum 1262023
'S-GRAVENHAGE
Uw brief
OnsODH683792 kenmerk
Afdeling Toetsing & Vergunningverlening Milieu
Bilegeln) _ Uwkenmerk
Zaaknummer
Team
.
01065930
T&V Groen
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Betreft
Verzoek bestuurlijk rechtsoordeel, polder Westveen
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) Op 25 maart 2023 hebben wij van u een verzoek om een toets ontvangen. Het verzoek betreft het geven van een bestuurlijk rechtsoordeel voor het natuurproject Westveen gelegen in het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.
Bij het verzoek zijn de volgende relevante documenten toegevoegd: - _ Rapport inrichting Westveen. Referentie BI5747_RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001, definitief ontwerp, 24 maart 2023, opgesteld door Royal HaskoningDHV (inclusief bijlage 1 en2); - _ Bijlage 3, hoogtekaart AHN4, niet gedateerd - _ Bijlage 4 baggerkwaliteit volgens Besluit bodemkwalitiet, TekeningnummerTI19294-BP-03 (A); -
Bijlage 5a, baggerkaart fase 1;
-
Bijlage Sb, baggerkaart fase 2;
- _ Bijlage 6a baggerhoeveelheden; - _ Bijlage 6b boorpunten voor baggerhoeveelheidsbepaling; - _ Bijlage a Inrichtingskaart fase 1; - _ Bijlage 7b Inrichtingskaart fase 2; - _ Bijlage 7c Inrichtingskaart eindbeeld; - _ Bijlage 8Vergunningenregister; - _ Bijlage 9 Verificatie adviesgroepbijeenkomsten; - _ Notitie Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en het belang van de realisatie van NNNprojecten in de omgeving, kenmerk B15747TPNT23022211336, 17 maart 2023, opgesteld door Royal HaskoningDHV en - _ Hectarenoverzicht NNN-project Westveen.
Hieronder
treft u onze beoordeling aan.
“_ Beoogde activiteit
Het Programmabureau Veenweiden Gouwe Wiericke, is voornemens om komende jaren het natuurproject Westveen te realiseren.
Het project is gelegen binnen het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en valt tevens binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gebied heeft een oppervlakte van circa 87 hectare. Een aanzienlijk deel van het gebied is in eigendom van Natuurmonumenten. De overige percelen zijn in eigendom van particulieren en een
agrarisch bedrijf . Het landgebruik i voornamelijk agrarisch en natuur. Het natuurproject ziet op het verbeteren van de vegetatiestructuur en het verbeteren van de waterkwaliteit. Daarvoor is het nodig om baggerwerkzaamheden in het gebied uit te voeren en percelen in het gebied te plaggen. De herinrichting van de polder Westveen bestaat uit: * _ Hetleveren van een bijdrage aan de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck voor de doelsoorten purperreiger, grote zilverreiger, smient, zwarte stern,
noordse woelmuis en gestreepte waterroofkever. e _ Het ontwikkelen van het habitattype H6410 blauwgraslanden (circa 11 ha). e _ Het behoud van het habitattype H91D0 hoogveenbossen (ca 13 ha). e _ Hetontwikkelen van habitattype H6430 ruigte en zomen (ca 37 km), inclusief natuurvriendelijke oevers. * _ Het uitvoeren van ontsnipperingsmaatregelen voor het leefgebied van de otter: het aanleggen van (veen)moeras en natuurvriendelijke oevers. e _ Het geven van een kwaliteitsimpuls aan de natuur door verbetering van de waterkwaliteit. * _ hetverbeteren van het leefgebied van zwarte stern, noordse woelmuis en gestreepte waterroofkever door het realiseren van de habitatttypen H3140 kranswierwateren (circa 23 ha) en H7140A en B overgangs-en trilvenen een H7210 galigaanmoerassen . Beoordeling Wet natuurbescherming - Gebiedsbescherming Het verzoek om een bestuurlijk rechtsoordeel is ingediend door het Veenweideprogramma Gouwe Wiericke. In het Veenweideprogramma wordt samengewerkt tussen gemeenten, waterschappen, provincie Zuid-Holland en tal van andere partijen. Binnen dit programma wordt de realisatie van het NNN gecombineerd met de overige opgaven voor het veenweidegebied ten aanzien van de bodem, waterhuishouding, recreatie, landbouw en het landschap.
Het verzoek om een bestuurlijk rechtsoordeel ziet op de vraag of het project (de realisatie van de hiervoor genoemde natuurdoelen) valt onder de reikwijdte van het toetsingskader van artikel 2.7, tweede lid Wnb (de vergunningplicht). Artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb bepaalt dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk ofin combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, worden onder significante gevolgen verstaan: een significant negatief effect op de habitattypen of soorten waarvoor een gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de aanwijzingsbesluiten voor de desbetreffende gebieden. In het rapport “Inrichting Westveen” van 24 maart 2023 heeft Royal HaskoningDHV de beoogde herinrichting van het gebied beschreven. Daaruit blijkt dat het project van belang is voor het realiseren van de kernopgaven en de
instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied “Nieuwkoopse Plassen & De Haeck”.
ODH683792
2/3
“_ De herinrichting van de polder Westveen creëert een uitbreiding van de in het Natura 2000-gebied aangewezen beschermde habitatttypen en van het leefgebied van aangewezen beschermde soorten. Het project versterkt en ondersteund daarmee het behalen van de in het beheerplan (van Nieuwkoopse Plasssen & De Haeck) opgenomen instandhoudingsdoelstellingen. Gelet op het bovenstaande zijn wij van oordeel dat de beoogde activiteit niet valt onder de reïkwijdte als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb omdat het project direct verband houdt met het beheer en het behalen van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plasssen & De Haeck.
Conclusie
Geletop het bovenstaande zijn wij van oordeel dat het project “Inrichting Westveen” direct verband houdt met het beheer en het behalen van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plasssen & De Haeck. Derhalve achten wij dat een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb niet aan de ordeis.
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen,
(geanonimiseerd) Teamleider Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden
ODH683792
3/3
VERKENNEND
POLDER
BODEMONDERZOEK
WESTVEEN
VERLAAT.
TE
WOERDENSE
VERKENNEND POLDER
BODEMONDERZOEK
WESTVEEN
TE
WOERDENSE
Kenmerk:
20231326/rap01
status
versie
Datum
29 november
Auteur:
(geanonimiseerd)
Projectleider: Vrijgave
Opdrachtgever:
VERLAAT.
1 2023
Provincie Zuid-Holland Zuid-Hollandplein
1
2509 LP Den Haag
(geanonimiseerd) ekening.
egenereerd e
© ATKB voor natuur en leefomgeving. Foto's
TEL. 088 153 200
Gebruik
ATKB.
| INFO@AT-KB.NL
| AT-KB.NL
De inhoud van de ropportoge
ís
s alleen toegestaan met volledige bronvermelding.
erd en vrjgegeven.
ATKB
voor
natuur
en leefomgeving
INHOUDSOPGAVE
1
Inleiding
2
Vooronderzoek
21
Locatiegegevens
2.2
Kadastrale gegevens
23
Historisch
24
Kenmerken
25
Bodemkwaliteitskaart
bodem
26
Historische activiteiten
27
Asbest
28
Voorgaand bodemonderzoek
29
Archeologie en ontplofbare oorlogsresten
2.10
PFAS
2.11
Terreinverkenning
2412
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese
3
Sxonnsswuwn
Uitvoering 31
Opzet
32
Veldwerk
33 34
Analyseprogramma Analyseresultaten
4
5
kaartmateriaal
11 13
Toetsing en interpretatie
14
41 42
Toetsingskader generiek Toetsingskader PFAS generiek
15
43
Toetsingskader Lokale Maximale Waarden
16
44
Resultaten Grond
16
45
Resultaten
20
Grondwater
14
Conclusies
21
Betrouwbaarheid onderzoek
22
ATKB
voornatuur
enleefomgeving
TABELLEN
Tabel 1 Tabel 2
Locatiegegevens Onderzoeksopzet (aanvullend) verkennend onderzoek
Tabel 3
Afwijkingen aan bodemlagen
Tabel 4
Kenmerken peilbuizen en grondwater
10
Tabel5 Tabel6
Analyseprogramma grond Analyseprogramma grondwater
11
Tabel 7
Toetsingskader
14
Tabel 8 Tabel9
Toepassingsnormen voor PFAS Toetsingsresultaat grond
15
Tabel 10
Toetsingsresultaat grond PFAS
20
Toetsingsresultaat grondwater
20
Tabel11
_
FIGUREN
Figuur1
_
Onderzoekslocatie te plaggen arealen met rood aangeduid en de reeds onderzochte natuurvriendelijke oevers met groen)
BIJLAGEN Bijlagel _
Kadastrale kaart
lage 2 Bijlage3
Achtergrondinformatie Situatietekeningen en locatiefoto's
Bijlage4 BijageS Bijage6 Bijlage7
_ Boorbeschrijvingen _ Analysecertificaten _ Toetsingstabellen _ Kaarten indicatie gemiddelde bodemkwaliteit Bbk
12
17
ATKB
voornatuur
n leefomgeving
INLEIDING In opdracht van Provincie Zuid-Holland de locatie Polder Westveen
is door ATKB B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op
te Woerdense
verlaat
De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen ingrepen/ herinrichting
in het plangebied (plaggen en aanleg natuurvriendelijke oevers), waarbij delen van het
grasland worden aangemerkt als nat schraalland Het doel van het verkennend onderzoek is het vaststellen van de huidige kwaliteit van de bodem (het nat schraalland), dat wil zeggen de kwaliteit van de grond en het grondwater
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de eisen uit de normen NEN 57251 en NEN 57402
en het (geactualiseerd) Handelingskader PFAS?. In de volgende hoofdstukken is een uitwerking van de locatie- en achtergrondgegevens, de opzet en uitvoering van het onderzoek en de behaalde resultaten opgenomen. Op basis van de interpretatie van alle gegevens en toetsing aan de doelstelling(en) van het onderzoek zijn conclusies getrokken. Op basis van de in deze rapportage beschreven werkzaamheden en conclusies kan geen uitspraak worden gedaan over aan- of afwezigheid van asbest(verontreiniging) op de locatie.
Hiervoor is altijd onderzoek
conform de onderzoeknormen NEN 5707 (bodem en partijen grond) of NEN 58975 (bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat) noodzakelijk. onderzoek
Wel kan onderhavig onderzoek leiden tot een aanbeveling voor
naar asbest.
Het onderzoek is een aanvulling op eerder uitgevoerd onderzoek elders in Polder Westveen. De eerste fase van het onderzoek (rapport “Verkennend (water)bodemonderzoek Polder Westveen te Woerdense Verlaat” ATKB, kenmerk 20221297/Rap01) is gerapporteerd op 5 oktober 2023. Het voorliggend rapport heeft betrekking op enkele aanvullende percelen/perceeldelen. In de situatietekening in bijlage 3 is overzichtelijk gemaakt wat de uitbreiding van het onderzoek betreft.
NEN 5725:2017
2
(NN, oktober 2017}
NEN 5740:2009 (NNL januari 2009} en bijbehorend wijzigingsdocument NEN 5740/A1:
2016 (NN februari 2016}
+ _ Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en boggerspecie (december 2021 # NENS707#C2: 2017 (NN, december 2017} 3
NENS897#C2:
2016 (NN, december 2017
Verkennend bodemonderzoek 20231326/rap01
| Polder
Westveen te Woerdense verlaat.
| versie 1 | 29 november 2023
| 1van22
ATKB
voornatuur
n leefomgeving
VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 waarbij de volgende aanleiding is gehanteerd: Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren ‘bodemonderzoek. In dit hoofdstuk worden alle relevante historische gegevens beschreven.
Voorliggend rapportage is een aanvulling op eerder onderzoek (ATKB, kenmerk 20221297/Rap01, d.d. 5 oktober 2023). De relevante delen van het vooronderzoek zijn in dit hoofdstuk overgenomen en waar noodzakelijk geactualiseerd.
21
LOCATIEGEGEVENS
De locatiegegevens zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel1
_ Locatiegegevens
Projectnaam:
Verkennend bodemonderzoek polder Westveen
Adres:
Uitweg, Woerdense Verlaat
Kadastraleaanduiding:
__ gemeente Nieuwkoop, sectie H, perceelnummer(s) 1498
Opperviakte:
40.930 m2
Aard
Grasland
maaïveld:
Huidig gebruik:
Agrarisch/ natuur
Toekomstig gebruik:
Agrarisch/ natuur
Gebruik omgeving:
Agrarisch/ natuur
De provincie heeft voornemens om in Polder Westveen maatregelen te nemen om de natuurkwaliteit in het gebied te verbeteren. De onderzoekslocatie ligt in een veenweidegebied dat in het verleden is ontstaan als gevolg van het ontgraven van veen.
Het ontstane veenweidegebied met ontginningsstructuur betreft een
voormalige aaneenschakeling van watergangen ten zuiden van
”Caravanpark De Visotter” en ten noorden
van Woerdens Verlaat. Als gevolg van weersinvloeden zijn binnen het gebied een aantal plassen ontstaan. De stukken land die zijn overgebleven worden nu gebruikt als veenweide of is deels bosgebied. Een van de maatregelen is het plaggen van de toplaag. Op de originele plantekeningen zijn aanpassingen gedaan voor het nat schraal land. Delen van het kruiden- en faunarijk grasland (P1- P10, circa 4,7 ha) in de polder Westveen (gemeente Nieuwkoop) worden nu aangemerkt als nat schraalland (zie tekeningen in bijlage 3.
Voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers zijn van vijf deelgebieden (P1 t/m P4 en P10) de oeverranden onderzocht en gerapporteerd in voorgaand onderzoek. De voorziene plagdiepte bedraagt gemiddeld 30 cm-mv.
Zowel de milieuhygiënische kwaliteit van de
vrijkomende grond als van de achterblijvende grond moet worden bepaald. Een overzicht van de onderzochte gebieden is weergegeven in figuur 1.
Verkennend bodemonderzoek 20231326/rap01
| Polder
Westveen te Woerdense verlaat.
| versie 1 | 29 november 2023
| 2van22
ATKB/z.
Figuur 2 Onderzoekslocatie te plaggen arealen (rood) in relatie tot de reeds onderzochte natuurvriendelijke oevers (groen) 22
KADASTRALE
GEGEVENS
Voor de onderzoekslocatie i op 20 september 2023 de kadastrale registratie opgevraagd. Uit deze registratie blijkt dat geen sprake is van publiekrechtelijke beperkingen in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb), de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Dit betekent dat geen sprake is van geregistreerde sterke grondverontreiniging. De kadastrale kaart is opgenomen in bijlage 1.
2.3
HISTORISCH
KAARTMATERIAAL
Op kaartmateriaal van Topotijdreis.nl zijn vooral veranderingen in de bebouwing aan de randen van de
polder zichtbaar, voornamelijk buiten het te onderzoeken gebied. Enkele percelen zijn gebruikt voor kassenteelt. Deze kassen zijn aanwezig vanaf circa 1960. Een overzicht van de aanwezige kassen op de onderzoek locatie is opgenomen in bijlage 2 Er zijn geen boomgaarden of andere directe potentiële historische verontreinigingsbronnen zichtbaar in het plangebied.
Verkennend bodemonderzoek
| Polder Westveen te Woerdense verlaat.
20231326/rap01 | versie 1 | 29 november 2023
|
3van22
ATKB 24
voornatuur
n leefomgeving
KENMERKEN
BODEM
Voor inzicht in de opbouw van de bodem op de locatie is gebruikgemaakt van de gegevens zoals beschikbaar gesteld door TNO in het portaal van DINOloket. Het geologisch en geohydrologisch profiel voor de locatie zijn opgenomen in bijlage 2 De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot een diepte van 4,2 m-my uit kleiig veen, gevolgd door een laag klei van 4,2 tot 6,3 m-mv. Hierna zit weer een laag veen van 6,3 tot 7,4 m-mv en uiteindelijk een laag fijn zand tot de maximale boordiepte van 7,8 m-mv. Het bodemtype volgens de BRO betreft Koopveengronden op bosveen.
De bovenste halve meter is daarom naar verwachting kleiig veen.
De grondwaterstand op de locatie wordt verwacht op een diepte van circa 0,66 m-mv (bron www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen). De horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater is naar verwachting oostelijk gericht, richting de Kromme Mijdrecht. Opgemerkt wordt dat de grondwaterstroming sterk beïnvloed kan worden door [okale factoren zoals een drainagesysteem, een wegcunet, aanwezigheid van zandlichamen voor kabelsen leidingen of funderingen en de samenstelling van de deklaag. Op de locatie of in de directe omgeving zijn geen drainages, bemalingen of andere onttrekkingen bekend. Er is sprake van een infiltratiezone.