Deel 2 - Set bijlagen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
ìhoval
HaskoningDHV
Met het behoud van de bestaande waarden in het gebied en de verdere ontwikkeling, die bijdragen aan
het herstel en versterking van landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals hierboven beschreven, wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, zoals genoemd in 2.2.2 en3.2.2.
Concluderend betreft de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van polder Westveen een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en maat van het gebied. Hiermee voldoet het aan de voorwaarden die gesteld zijn binnen de categorie ‘inpassing’, zoals aan het begin van dit hoofdstuk beschreven.
Bronnenlijst BVR Adviseurs Ruimtelijke Ontwikkeling (2009). Gemeentelijke structuurvisie Nieuwkoop 2040.
Dorp, Stad en Land Adviseurs Omgevingskwaliteit (n.d.). Nota Erfgoed gemeente Nieuwkoop 2020. H+N+S Landschapsarchitecten & Dona Stedenbouw (2015). Werkboek Ruimtelijke Kwaliteit ZuidHolland.
(geanonimiseerd) -andschappen van Nederland. Wageningen Academic Publishers.
(geanonimiseerd) MRO b.v. (2016). Bestemmingsplan Landelijk Gebied Nieuwkoop. Provincie Zuid-Holland (n.d.). Cultuurhistorische Atlas Zuid-Holland. https://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur
historische
atlas
Provincie Zuid-Holland (n.d.). Gebiedsprofiel Hollands Plassengebied. https:/aebiedsprofielen.zuidholland.nl/Gebiedsprofielen/website/index.html?webmap=3826fc2a40ac40d9bea0e28786b0cc8c
Provincie Zuid-Holland (n.d.). Kwaliteitskaart Zuid-Holland . https://gebiedsprofielen.zuidholland.nl/Gebiedsprofielen/website/index.html?webmap=7f51b45574524e0c92d831237d7eb5ef&webm ap=7{51b45574524e0c92d831237d7eb5ef
27 februari
2025
BJB585-RHD-250227-01
10/12
ì'kRoyal
HaskoningDHV Enhancing Society Together
Bijlage 1: Projectie te plaggen percelen geprojecteerd over de ontwikkeling van legakkers en petgaten
;A — °
‚_/_Î’////‚‚,„‚_’‚fífj‚-.‘ ESA
{
e
e
\
U
t
| E
PA
De te plaggen percelen (gearceerd) geprojecteerd over de ontwikkeling van legakkers en petgaten in polder Westveen, in rode lijn aangegeven. Links: topografische kaart 1883, rechts: topografische kaart 1949. Aangepast van Topotijdreis.
27 februari 2025
BJBS85-RHD-250227-01
11112
ìäîoyal
HaskoningDHV
6
De te plaggen percelen (gearceerd) geprojecteerd over de legakkers en petgaten in polder Westveen, n rode lijn aangegeven.
27 februari 2025
BJBS85-RHD-250227-01
12/12
Links: topografische kaart huidig, rechts: luchtfoto huidig. Aangepast van Cyclomedia.
ì‘\kRoyal
HaskoningDHV Enhancing Society Together
Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie:
Gecontroleerd
Onderwerp:
Gemeente Nieuwkoop r 17 juni 2025 -BI5747-RHD-250401-1708_v4 Projectgerelateerd
HaskoningDHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure
(geanonimiseerd)
door
(geanonimiseerd)
Vergunningaanvraag Inrichting Westveen 21 december 2023, aanvraagnummer 8064303, zaaknummer Z2023-00002693 Aanvullende toelichting n.a.v. verzoek 24 september 2024
Deze notitie heeft betrekking op een aanvullende toelichting ten behoeve van de vergunningaanvraag
voor de inrichting van Westveen met zaaknummer Z2023-00002693. Het verzoek om aanvullende informatie op 24 september 2024 heeft betrekking op de beoordeling van het inrichtingsplan door gemeente Nieuwkoop en de Omgevingsdienst West Holland. volgt geduid:
De relevante beoordelingsaspecten zijn als
« _ In het inrichtingsplan moeten alle, voor het ruimtelijke besluit belangrijke en relevante aspecten, worden beschouwd. Dit inrichtingsplan voldoet niet aan deze eisen van goede ruimtelijke ordening en dient te worden aangepast; °
Er kan sprake zijn van een landinrichtingsproject D9, overeenkomstig het gestelde in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Indien dit correct is zal, afhankelijk van de
procedure (PIP of losse procedures), er een m.e.r.-beoordelingsbesluit moeten worden genomen voor D9;
e _ Op basis van de aangeleverde stukken (inrichtingsplan, aanmeldnotitie) kan niet worden vastgesteld of hier wel of geen sprake is van een landinrichtingsproject D9 en van de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r. en hiermee de verplichting tot het opstellen van een aanmeldnotitie en het nemen van een vormvrij m.e.r-beoordelingsbesluit; ° _ Het omgevingsplan bevat beschermende regels die het gehele plangebied beslaan, deze dienen te
worden opgenomen in de MER-beoordeling. Met de aanvullende informatie is invulling gegeven aan de bovenstaande punten. Tevens is in de afgelopen periode na divers overleg met de gemeente Nieuwkoop door de provincie Zuid-Holland besloten om voor het grootste deel van de inrichtingsactiviteiten en werkzaamheden zoals die zijn
opgenomen in de vergunningaanvraag van 21 december 2023 een nieuwe vergunningaanvraag in te dienen.
°
.
Het betreft een aanvraag voor de baggerwerkzaamheden fase 1: Op 28 februari 2025 is door de gemeente Nieuwkoop vergunning verleend voor het uitvoeren van baggerwerkzaamheden fase 1 (zaaknummer: Z2025-00000612); Het betreft een aanvraag voor de Inrichting Westveen fase 1 op percelen met de bestemming Natuur aangaande de activiteiten ‘Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheden uitvoeren' en ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)': Op 18 april 2025 is door de gemeente Nieuwkoop vergunning verleend voor de omgevingsplanactiviteiten bouwen en aanlegactiviteit ten behoeve van de
natuurontwikkeling (kenmerk: Z2025-00001583).
17 juni 2025
BIS747-RHD-260401-1708v4
_
113
ì«\’Royal
HaskoningDHV
De resterende scope van de vergunningaanvraag van 21 december 2023, heeft dan ook enkel
betrekking op de inrichting en werkzaamheden op percelen met thans nog de bestemming ‘Agrarisch met Waarden’, E.e.a. is navolgend geduid. Ten behoeve van de aanvullende toelichting op de vergunningaanvraag worden naast deze toelichting de volgende documenten geacht onderdee! uit te maken van de aanvulling op de vergunningaanvraag: e
Een gewijzigde Inrichtingskaart fase
1 waarop de zones, inrichting en werkzaamheden waarop de
aanvraag betrekking heeft zijn geduid; * _ Ruimtelijke onderbouwing van landschap en cultuurhistorie in relatie tot het inrichtingsplan; e _ Memo beheerpaden (zie reden navolgend); het betreft een aanvulling op de nadere toelichting zoals die eerder verstrekt is n het kader van deze vergunningaanvraag. Voor de goede orde zijn de relevante onderdelen uit de nadere toelichting d.d. 26 april 2024 met
kenmerk B15747-RHD-240426-1050, die eerder bij de vergunningaanvraag is gevoegd opgenomen n deze aanvullende toelichting. De nadere toelichting van 26 april 2024 komt daarmee te vervallen. Scope van de vergunningaanvraag De vergunningaanvraag beperkt zich op basis van voorgaande en in afwijking van de oorspronkelijke aanvraag van 21 december 2023 tot de inrichting van en werkzaamheden op een aantal percelen met thans nog de bestemming 'Agrarisch met waarden' binnen fase 1 van Westveen in de gemeente Nieuwkoop. Op de gewijzigde inrichtingskaart zijn een vijftal zones aangegeven waarbinnen de inrichting en
werkzaamheden zijn aangegeven die aan de orde zijn i.r.t. deze vergunningaanvraag. De bestemming van de percelen binnen deze contour dient gewijzigd te worden in de bestemming Natuur.
Figuur 1 Uitsnede inrichtingskaart zone noordoost binnen scope van deze vergunningaanvraag
17 juni 2025
BIS747-RHD-250401-1708v4
_ 2113
$N_Royal k HaskoningDHV
9 O2200tereg
"SB
STE
Figuur 3 Uitsnede inrichtingskaart 3 zones midden oost binnen scope van deze vergunningaanvraag Onderdelen inrichtingskaart - werkzaamheden derden Binnen de zone zoals in Figuur 2 aangegeven zijn een tweetal dammen (met en zonder duiker) opgenomen die voor het integrale beeld wel zijn opgenomen op de inrichtingskaart, maar eerder zijn vergund en door Natuurmonumenten zijn gerealiseerd of nog worden gerealiseerd. De dammen zijn voor de goede orde nader geduid in Figuur 4 en worden geacht niet bij deze vergunningaanvraag te behoren.
17 juni 2025
BIS747-RHD-250401-1708v4
_ 313
ì«\’Ruyal
HaskoningDHV
Figuur
4 Dammen
in noordwestelijk in projectgebied, reeds vergund
Wel of geen sprake van een landiì
ngsproject zoals bedoeld in Besluit mer
De omvang van het projectgebied van fase 1 van de inrichting van Westveen bedraagt ca. 56 ha. Gezien:
- _ hetfeit dat binnen dit areaal van 56 ha de oppervlakte functiewijziging van ‘Agrarisch met Waarden’ naar 'Natuur' daarvan ca. 8 ha bedraagt, - _ de daadwerkelijke inrichting op deze percelen met bestemming Agrarisch met Waarden zich beperkt tot een oppervlak van ruim 2 ha (met name plaggen van een deel van de toplaag van twee percelen
en het graven van watergangen, activiteiten waarvoor in beginsel ook binnen de huidige bestemming vergunning kan worden aangevraagd); - _ en het gegeven dat de overige met deze aanvraag samenhangende inrichtingswerkzaamheden van
fase 1 reeds zijn vergund (zie elders in dit document), is er onzes inziens sprake van een situatie met onvoldoend substantieel karakter om de inrichting op deze percelen te beschouwen als een Landinrichtingsproject zoals bedoeld in het Besluit mer. Verdere toetsing aan het Besluit mer is daarmee dan ook niet aan de orde. Omgeving betrokken Als gangbaar onderdeel van de voorbereiding van de uitvoering van de inrichting heeft een intensief
omgevingsproces plaatsgevonden. In de maanden juni en juli 2022 hebben keukentafelgesprekken plaatsgevonden met grondeigenaren en
direct aanwonenden. Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de raakvlakken van de inrichting met het eigendom van de betreffende grondeigenaren en direct aanwonenden besproken. Door de provincie Zuid-Holland (het programmabureau Veenweide Gouwe Wiericke) zijn vanaf 19 september 2022 tot en met 13 februari 2023 zes bijeenkomsten georganiseerd met de adviesgroep Westveen.
Het concept definitief ontwerp is 20 maart 2023 gepresenteerd aan de adviesgroep Westveen en naar aanleiding van het concept heeft de adviesgroep Westveen een advies uitgebracht dat op 11 april 2023 nader is toegelicht aan het programmabureau. De adviesgroep Westveen
heeft daarnaast op 12 april het advies nader toegelicht tijdens een
stuurgroepvergadering. Het advies van de adviesgroep Westveen was aanleiding voor: « _ aanvullend bodemchemisch onderzoek op percelen in het middengebied van Westveen; ° _ herbeschouwing van een aantal maatregelen zoals opgenomen op de inrichtingskaart van het concept definitief ontwerp, met name beheerrouting (en de noodzaak van toepassen halfverharding) en omgang met verlande watergangen. In afstemming met Natuurmonumenten en adviesgroep Westveen zijn ten opzichte van het concept definitief ontwerp daarop een aantal wijzigingen doorgevoerd.
17 juni 2025
BIS747-RHD-250401-1708v4
_ 4/13
ì\ Royal HaskoningDHV Projectgroepbijeenkomsten
In de periode waarin het definitief schetsontwerp s uitgewerkt tot een definitief ontwerp is een aantal malen de projectgroep Westveen betrokken en meegenomen in het ontwerp- en omgevingsproces. Relevante
momenten:
° _ variantenafweging uitvoeringswijze/bestemming vrijkomende bagger; «
afstemming nieuwe inrichtingsvarianten naar aanleiding van de weerstand vanuit de omgeving op het definitieve schetsontwerp;
°
bespreking conceptversie definitief ontwerp;
°
bespreking advies van de adviesgroep Westveen over het definitief ontwerp;
°
bespreking resultaten aanvullend bodemchemisch onderzoek voorafgaand aan de stuurgroepvergadering van 5 juli 2023 waarin het definitief ontwerp is vastgesteld.
Overige relevante procedurele aspecten Op 4 juni 2024 is door Waternet vergunning verleend voor diverse waterhuishoudkundige
werkzaamheden in Westveen (kenmerk: DMS2024-0011670, zaaknummer: WN2024-000503). Op 3 februari 2025 is door GS van Zuid-Holland vergunning verleend voor de ontgronding ten behoeve
van de natuurontwikkeling (kenmerk: 01093986-ODH1149405). Voorafgaande aan de uitvoering zullen door de aannemer van het werk de benodigde overige toestemmingen en meldingen worden verzorgd (0.a. Blbi melding, lozingsvergunning-{melding). Cultuurhistorie
Naar aanleiding van de beoordeling van de vergunningaanvraag is aanvullend de impact van de herinrichting van Westveen op aanwezige cultuurhistorische waarden beoordeeld en vastgelegd in een notitie die als bijlage bij deze vergunningaanvraag is gevoegd. Navolgend een beknopte weergave van
hetgeen in de notitie beschreven is. Polder Westveen is een veenweidepolder en maakt onderdeel uit van de veenweidegebieden in het
Hollands Plassengebied/Groene Hart. Internationaal staan deze veenweidepolders bekend als unieke en karakteristieke Nederlandse landschappen. Het veenweidelandschap van Westveen is in de laatste eeuwen nauwelijks veranderd en daardoor een echt historisch landschap.
Westveen heeft een slagenlandschap dat dooraderd is met sloten, die hier en daar plasjes vormen, en bospercelen, die werken als coulissen. Daardoor heeft het gebied grotendeels een kleinschalig en tamelijk besloten karakter. De ontginningsstructuur van polder Westveen is nog goed te herkennen. Duidelijk zichtbaar vanaf de kade langs de Kromme Mijdrecht is de knik in de verkaveling. De rivier de Kromme Mijdrecht, de polderkade, de strokenverkaveling en de Westveense Molen zijn kenmerkende elementen van dit veenweidelandschap.
Molenbiotoop Binnen het projectgebied komt een molenbiotoop voor. Het betreft de Westveense Molen, een
poldermolen uit 1676. De molen is destijds gebouwd ten behoeve van de bemaling van de polder Westveen. Nu heeft de molen waterstaatkundig nog maar een zeer beperkte functie; in overleg met het waterschap wordt bij een neerslagoverschot in de polder de molen ingezet om een bijdrage te leveren aan het wegpompen van het overschot aan water naar de Kromme Mijdrecht.
17 juni 2025
BIS747-RHD-260401-1708v4 _
5113
ì\ Royal HaskoningDHV De molen vormt een eenheid met de polder en is vanwege het open karakter van het zuidelijk dee! van
de polder vanuit de kern Woerdense Verlaat goed waarneembaar. De vrijwaringszones binnen 100 meter en 400 meter afstand van de Westveense Molen, zoals ook vastgelegd in het huidige bestemmingsplan ‘Landeijk gebied Nieuwkoop! (van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan gemeente Nieuwkoop), beslaan een groot deel van de polder. Hiervoor zijn de volgende bepalingen van kracht:
° _ Binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen
nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;
°
Binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag
geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan 1/100 van de afstand tussen het bouwwerk of de beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek.
Er is een hoogteverschil van ongeveer 2 m tussen het laagste punt van de molenwieken en het maaiveld op het naastliggende perceel. Binnen 100 meter afstand van de molen mag een eventuele opgaande vegetatie (zoals een ruigte-oever) dus maximaal 2 m hoog zijn Met de herinrichting van Westveen wordt de bestaande landschappelijke structuur niet gewijzigd.
Daarnaast worden de opgenomen bepalingen voor de molenbiotoop niet geschonden. Petgaten en legakker
Binnen een groter veenweidegebied van de provincie Zuid-Holland, maakt Westveen deel uit van het petgaten- en legakkerlandschap van de Nieuwkoopse
Plassen. Dit is een kleinschalig en dynamisch half
besloten landschap met als kenmerk een afwisseling van plassen, petgaten (in verschillende stadia van verlanding) en legakkers, rietvelden, moerassen met bosjes en weilanden. Petgaten zijn langgerekte stroken water die zijn ontstaan door het uitbaggeren van veen. Dit gebeurde
met een voorgeschreven breedte. Tussen het water werden stroken van 1-5m niet uitgebaggerd: legakkers waarop het veen tot turf te drogen werd gelegd. De legakkers hadden eveneens een functie om golfslag te breken en zo erosie te voorkomen. Te smalle legakkers erodeerden door wind- en golfwerking desondanks alsnog, met steeds grotere wateroppervlaktes(plassen), als gevolg. Naast
erosie heeft er echter ook verlanding plaatsgevonden, waardoor sloten en andere wateroppervlaktes (gedeeltelijk) weer dichtgroeiden. De plassen zijn een kenmerkend onderdeel van het natte veenlandschap, deels natuurlijk en deels door
turfwinning en daaropvolgende wind- en waterwerking ontstaan. Het oude ontginningspatroon is rondom de plassen nog zichtbaar in de structuur van petgaten en legakkers. De plassen vormen zowel een cultuur- als natuurlandschap met belangrijke ecologische, recreatieve en toeristische kwaliteiten en
hebben een belangrijke functie in de waterhuishouding van het veenweidegebied. In polder Westveen heeft geen dusdanige erosie binnen de structuur van petgaten en legakkers plaatsgevonden dat plassen zijn ontstaan. Naast petgaten en legakkers omvat polder Westveen kenmerken van het strokenland, gekenmerkt door
een smalle en langgerekte verkaveling gescheiden door sloten. Alle delen van de polder die niet gekenmerkt worden als petgaten en legakkers, vallen onder de karakteristiek van een strokenland
17 juni 2025
BIS747-RHD-260401-1708v4 _
613
ì«\’Royal
HaskoningDHV
De herinrichting van Westveen
sluit aan bij de huidige gebiedsidentiteit van de polder, zijnde een
kleinschalig en dynamisch half besloten petgaten- en legakkerlandschap in natuurbeheer en agrarisch gebruik. De bestaande afwisseling in de aanwezige vegetatie van verschillende typen grasland en hoogen laagveenbos blijft behouden, waarbij de natuurkwaliteit wordt versterkt en uitgebreid door extensivering en differentiëring van de bestaande graslanden naar nat schraalland en kruiden- en faunarijk grasland. Voor dit doeleinde wordt van een deel van de percelen de toplaag geplagd; m.b.t. deze vergunningaanvraag betreft het een tweetal percelen. Dit betreffen geen percelen die een cultuurhistorische waarde hebben als legakker. De bestaande structuren worden in stand gehouden en op enkele plekken versterkt. De verkavelingsstructuur met smalle (leg)akkers, sloten en petgaten blijft behouden.
Detaillering watergangen,
dammen, duikers en waterscheidingen
Navolgend een nadere detaillering van de waterhuishoudkundige onderdelen die binnen de zones waar de aanvraag betrekking op heeft aan de orde zijn. Het betreft detaillering van de volgende onderdelen: - _ Graven watergangen;
Aanleg dam; - _ Aanleg dam met duiker: - _ Waterscheidingen. Graven watergang Daar waar een nieuwe (of te verbreden) watergangen is voorzien is het ontgravingsprofiel in beginse! zoals geduid in onderstaande Figuur. Het betreft een watergang met een bodembreedte van 2 m op een niveau van NAP-2,90 m met taluds van
1:1.
2.00 Figuur 5 Doorsnede profiel nieuwe watergangen
17 juni 2025
BIS747-RHD-250401-1708v4 _
7113
ì«\’Royal
HaskoningDHV
Specifiek watergang noordoostzijde (zone Figuur 1)
Figuur 6 Duiding watersysteem noordoostzijde Westveen
Aan de noordoostzijde van het projectgebied is sprake van deels een nieuwe en deels een te verbreden watergang in de zone naast de waterkering. Dimensionering De dimensionering van de watergang is berekend door Waternet. De dimensionering van het watersysteem (duikers en watergangen) is zodanig bepaald dat inlaatwater uit de Kromme Mijdrecht zo
veel mogelijk direct naar het zuiden het gebied zal instromen. Om in de toekomst de waterverdeling het gebied in of richting Uitwegsloot naar het westen goed te kunnen regelen/instellen is de volgende dimensionering bepaald die n bovenstaande Figuur is geduid.
e
e
ronde duikers, gebaseerd op een lengte van 10 m en een debiet van 5m3/min: o
D1 diameter 800 mm;
o
D2 diameter 800 mm, waarbij in/op deze duiker een regelbare afsluiter wordt aangebracht om de sturing te kunnen regelen;
o
D3 diameter van 600 mm;
watergangen, taluds 1:1,5 (afwijkend van de doorsnede zoals hierboven aangegeven), breedte op
waterljn (bij waterpeil NAP-1,90 m): 3 m. Bodemhoogte watergang minimaal op: NAP-2,75 m.
17 juni 2025
BIS747-RHD-250401-1708v4
_ 813
ï\ Royal HaskoningDHV Stabiliteit waterkering i.rt. nieuwe/verbrede watergang Tijdens het opstellen van het inrichtingsplan is het ontwerp van deze watergang geotechnisch beoordeeld door Waternet. Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van het rapport van Waternet "Versterkingsadvies Westveensekade’ (ref: Corsa 22.017222, projectnr: 01.0378-004 d.d. 18 maart 2021. Er is sprake van een stabiele situatie wanneerde watergang op een vergelijkbare afstand vanaf de waterkering wordt gelegd zoals is berekend in dijkvak 1B. In onderstaande Figuur is de betreffende situatie uit het versterkingsadvies geduid. Tevens is aan de rechterzijde het traject van de watergang globaal aangegeven.
2m
Dijkvak 1B, metrering 1420 tot 1670
De bestaande teensloot moet worden gedempt en worden verlegd. Tussen de oude
‚en nieuwe insteek van de teensloot moet minimaal 1 meter worden aangehouden. De binnenberm moet over een lengte van 10 meter worden opgehoogd met klei. De knikhoogte van de onderberm moet op NAP -1,50m worden aangebracht
Critical Cirele Bishop
:
k
*
*
e
e
E Uon
dn
Figuur 7 Passage uit versterkingsadvies m.b.t. dijkvak 1B en duiding metrering met traject nieuwe watergang (globaal aangegeven)
De watergang kan dus worden aangelegd mits deze in ljn of buiten de in het kader van de dijkversterking nieuw gegraven watergang ligt (ook de diepere ligging is mee beoordeeld). De afdeling geotechniek van Waternet heeft recent het ontwerp van de watergang beoordeeld en op 29 maart 2024 per mail aan Royal HaskoningDHV bevestigd dat de nieuw te graven watergangen (waarbij is uitgegaan van een diepte tot NAP-2,99 m) geen risico vormen voor de aanwezige waterkeringen. Het ontwerp van de watergang (exacte ligging van watergang t.0.v. waterkering met in achtneming van voorgaande) zal in een volgende fase nader worden uitgewerkt in samenwerking met een aannemer (bouwteam).
Aanleg dam (met en zonder duiker’ In onderstaande Figuren zijn de profielen en details opgenomen van de te realiseren dammen (met en zonder duikers). In het uitvoeringsontwerp zullen deze onderdelen nader worden uitgewerkt in samenwerking met een aannemer. De kern van de dam zoals hieronder aangegeven is vooralsnog voorzien van lichtgewicht ophoogmateriaal (BIMS). Een optimalisatie van de constructie in de samenwerkingsfase met de aannemer wordt opengehouden.
17 juni 2025
BIS747-RHD-250401-1708v4
_ 913
ì\ Royal HaskoningDHV a
e
sm
e prteg e n -
m
1
%
s
_] =
+
|
‘n
4
eeres o wees
m
e
£ _-
Figuur 9 Doorsnede da
rp b e e
met duiker (Bron: Natuurmonumenten)
De bovenzijde van de beschoeiing ligt bewust op een niveau van NAP-1,90 m; daarmee ligt deze in principe altijd onder water en wordt rot aan de bovenzijde van de beschoeling voorkomen. Waternet heeft aanvullend op wat hiervoor onder ‘Watergangen’ is aangegeven bepaald dat in het watersysteem van Westveen de diameter van de duikers in de dammen in de doorgaande routing van het watersysteem 800 mm dienen te zijn. De overige duikers in de dammen dienen met een diameter
van minimaal 600 mm te worden aangelegd.
17 juni 2025
BI5747-RHD-250401-1708v4
10/13
ì”\,Royal
HaskoningDHV
‘nonanentangen
n
20 Bevestging arerstangen met m16
…í
——
/
Schit naaignout, ohte zomm
noogte E00/t2601E00nm Houen paat maalenet D1s0nsonn.
lengte s000mm
VUUVUUVUVUJ Figuur 10 Vooraanzicht beschoeiing dam (bron: Natuurmonumenten) ij
24
Schot
naakmout
aikte 207mm, noogte 800:1200/1500mm
Gording 100x150mm,
naalnout curzasmheisskasse l
Houten paa
naalghout,
91SU/EOMm
iengte SDo0mm Figuur 11 Bovenaanzicht beschoeiing dam (bron: Natuurmonumenten)
Watersch
igen
De bovenzijde van de waterscheidingen zoals die op de inrichtingskaart zijn opgenomen zijn op een zodanige hoogte gekozen dat deze bij grote buien niet beperkend zijn voor de afvoer van neerslagoverschot (en daarmee niet zorgen voor een verslechtering van de huidige waterhuishoudkundige situatie). In beginsel zijn de waterscheidingen voorzien als houten damwanden
(dikte planken 6-8 cm). De impressie die hieronder is opgenomen toont dat de waterscheidingen nauwelijks zichtbaar zijn. De planken zijn voorzien met een lengte van ca. 5 m met de bovenzijde op NAP-1,70 m.
Figuur 12 Waterscheiding met houten damwand
17 juni 2025
BI5747-RHD-250401-1708v4
11/13
ì\ Royal HaskoningDHV Detaillering beheerpaden
Binnen de zones van de inrichting waarop deze vergunningaanvraag betrekking heeft zijn beheerpaden aanwezig. Een groot deel van deze beheerpaden is en blijft onverhard: op de inrichtingskaart is de hoofdrouting daarvan aangegeven, er is geen sprake van een maatregel. Voor een deel is wel sprake van een maatregel aangezien de hoofdrouting van beheer wordt uitgevoerd als halfverharding. Op de inrichtingskaart is dit onderscheid goed weergegeven. Alleen op deze locaties kan sprake zijn van een halfverharding. In het DO is naar aanleiding van intensieve afstemming met de omgeving het volgende opgenomen: ‘De noodzaak voor het toepassen van een halfverharding (betongranulaat op een geotextiel,afgestrooid met grond en ingezaaid) op een deel van de beheerrouting (afgestemd met
Natuurmonumenten en adviesgroep Westveen): o Door de adviesgroep Westveen is een alternatieve beheerrouting voorgesteld die deels, met goedkeuring van Natuurmonumenten, is opgenomen in dit definitief ontwerp. Het traject waar halfverharding is voorzien is daardoor met ruim 600 m verminderd ten opzichte van het voorstel van
©
Natuurmonumenten.
De noodzaak van het toepassen van halfverharding wordt door de diverse betrokkenen bij dit
project (programmabureau, stuurgroep, adviesgroep Westveen en externe deskundigen) betwijfeld en is meermalen bediscussieerd; een thans goed functionerende zode moet gekoesterd worden, daarnaast is de ervaring dat met het aanbrengen van een halfverharding er ongelijkmatige zettingen optreden.
o
De daadwerkelijke locaties waar halfverharding wordt toegepast zullen voorafgaande aan de uitvoering in overleg met Natuurmonumenten bepaald moeten worden; voorwaarde is dat
beheerbaarheid gegarandeerd moet zijn en daar maakt een goede beheerontsluiting deel van uit.
o
Tijdens de beheerfase kan de eigenaar/beheerder alsnog halfverharding aanbrengen als die dat noodzakelijk vindt’
Voor de goede orde, de tekstpassage hiervoor ‘daadwerkelijke [ocaties waar halfverharding wordt toegepast’ kan alleen betrekking hebben op het traject waar nu op de inrichtingskaart de beheerrouting als halfverharding is geduid: dus niet op andere locaties. Voorzien zijn paden met een breedte van 3,5 m met 20 cm betongranulaat op geotextiel die op bestaand maaiveld (geen graszode verwijderen) worden aangebracht en afgestrooid met gebiedseigen grond en ingezaaid met een passend grasmengsel.
Natuurmonumenten, eigenaar van een groot deel van het gebied Westveen fase 1, heeft in 2024 aangegeven dat bij de start van de bouwteamfase (voorafgaande aan de uitwerking van het
uitvoeringsontwerp) er duidelijkheid zou moeten zijn over de halfverharding/beheerpadenstructuur. De provincie Zuid-Holland (het programmabureau) heeft dan ook de beheerpadenstructuur nader onderzocht en deze vastgelegd in een memo (dat als bijlage bij deze vergunningaanvraag is gevoegd). Middels dit memo is op 29 januari 2025 aan de stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke verzocht in te stemmen met de beheerpadenstructuur, inclusief halfverharding conform inrichtingskaart en voorgaand beschreven opbouw. De stuurgroep heeft op 29 januari 2025 ingestemd met het verzoek. Ter verduidelijking: in het memo is de routing van de beheerpaden van het gehele projectgebied opgenomen,
deze vergunningaanvraag heeft alleen betrekking op de delen binnen de zones van Fase 1
zoals die op de inrichtingskaart bij deze aanvraag (en in Figuren 1 t/m 3) zijn aangegeven. De exacte horizontale ligging van de beheerpaden in de route is maatwerk en zal in de bouwteamfase een uitvoeringsontwerp nader worden uitgewerkt.
17 juni 2025
BIS747-RHD-260401-1708_v4
in
12113
ì”\,Royal
HaskoningDHV
Grondverzet behorend
bij de scope
In onderstaande tabel zijn de hoeveelheden grondverzet die aan de orde zijn bij de inrichting van fase 1 van het project binnen de zones van deze aanvraagweergegeven. Tabel 1 Grondbalans fase 1 zones bestemming ‘Agrarisch met waarden"
Plaggen [Ontgraven NVO
1.300] 875
|Ontgraven/verbreden watergang
1.015|
ITotaal
3.190)
17 juni 2025
BI5747-RHD-250401-1708v4
1313
îq,Royal HaskoningDHV Enhancing Society Together
RAPPORT Natuurtoets
Polder Westveen
Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming Klant:
Provincie Zuid-Holland
Referentie:
B15747-WM-RP-220523-1314
Status:
S0/P01.01
Datum:
19 december
2023
Projectgerelateerd
ì‘\kRoyal
HaskoningDHV HASKONINGDHV
NEDERLAND
B.V.
Contacweg 47 1014 AN
Amsterdam
Water & Maritime
Trade register number: 56515154 +3188
Titel document:
Natuurtoets
3489500
T
info@rhdhv.com
E
royalhaskoningdhv.com
W
Polder Westveen
Sub titel: Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming Referentie:
PO1.01/S0
Datum:
19 december 2023
Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Opgesteld door Gecontroleerd
door:
Datum:
c
BI5747-WM-RP-220523-1314
Status:
Polder Westveen B15747
(geanonimiseerd) 19
december
2023
(geanonimiseerd) r — Datum:
19 december
2023
tie
Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd.
HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.
Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
ü
Projectgerelateerd
ì«\‚Royal
HaskoningDHV
Inhoud
EN
1
INLEIDING
11
Aanleiding
12
Doel van voorliggende rapportage
1.3
Leeswijzer
2
JURIDISCHE
21
Soortenbescherming
22
Bescherming van natuurgebieden in de Wet natuurbescherming
23
Beheerplanmaatregelen
3
PLANGEBIED
31
Ligging en begrenzing van het plangebied
3.2
Kenschets en impressie van het plangebied
3.3
Voorgenomen ingreep
4
BESCHERMDE
41
Effectbeschrijving habitattypen
13
42
Effectbeschrijving Habitatrichtlijnsoorten
13
421
Bittervoorn, Gestreepte waterroofkever, Platte schijforen en Zegge-korfslak
13
422
Groenknolorchis
14
423
Kleine modderkruiper
14
424
Noordse
15
425
Meervleermuis
426
KADER
EN
VOORGENOMEN
INGREEP
S
GEBIEDEN
woelmuis
18 19
_ Effectbeschrijving vogelrichtijnsoorten
5
BESCHERMDE
SOORTEN
20
51
Werkwijze beschermde soorten
20
52
Vaatplanten
21
5.3
Grondgebonden zoogdieren
21
54
Vleermuizen
23
55
Broedvogels
24
56
Reptielen
25
57
Amfibieën
25
58
Vissen
26
59
Ongewervelden
26
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
Projectgerelateerd
ì‘\kRoyal
HaskoningDHV 6
28
Samenvatting en advies
Bijlage: Bestuurlijk Rechtsoordeel Wnb
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV
1
INLEIDING
11
Aanleiding
Polder Westveen maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse
Plassen & De Haeck
(Aanwijzingsbesluit Ministerie van Economische Zaken, 2013) en is tevens begrensd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, Natuurbeheerplan Provincie Zuid-Holland, 2022). Voor het grootste deel van Polder Westveen is in opdracht van Provincie Zuid-Holland een definitief ontwerp
Inrichting
Westveen opgesteld (rapportage Royal HaskoningDHV, v2.0, 20 juli 2023). In dit ontwerp zijn de natuurdoelen voor dit gebied (hierna te noemen: het projectgebied Polder Westveen) vastgesteld en ruimtelijk uitgewerkt. Ongeveer de helft van de in te richten percelen in het projectgebied Polder Westveen is in eigendom van Natuurmonumenten, welke al met het oogmerk ‘natuur’ worden beheerd en/ of hier nader voor zullen worden ingericht. Daarnaast liggen er in het projectgebied Polder Westveen ook eigendommen van particulieren. Binnen Polder Westveen vindt grootschalige natuurinrichting plaats op overwegend (agrarische) graslandpercelen. Beleidsmatig zijn voor het projectgebied Polder Westveen de volgende opgaven ten aanzien van de realisatie van Natura 2000-doelen en voltooiing van het NNN
1.
2.
meegegeven
Hetleveren van een bijdrage aan de realisatie van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen voor gestreepte waterroofkever, noordse woelmuis, purperreiger, grote zilverreiger en smient, te weten: het behoud van de omvang en de kwaliteit van het leefgebied. Het leveren van een bijdrage aan de realisatie van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen voor zwarte stern, te weten: uitbreiding omvang en/of verbetering kwaliteit leefgebied, en voor
3.
blauwgraslanden, te weten: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit. Het ontwikkelen van natuurtypen uit de Index Natuur en Landschap (BIJ12), te weten: zoete plas,
4. 5.
kruiden- en faunarijk grasland, nat schraalland en hoog- en laagveenbos. Het aanleggen van moeras en natuurvriendelijke oevers voor de otter. Het geven van een kwaliteitsimpuls aan de natuur door verbetering van de waterkwaliteit.
Op voorhand is duidelijk dat dit project, dat gezien moet worden als een ruimtelijke ontwikkeling, mogelijk raakvlakken heeft met de juridische kaders die de Wet Natuurbescherming stelt aan bescherming van
gebieden (Natura 2000 en NNN) en soorten. Tegelijkertijd is óók duidelijk dat het project als maatregel is opgenomen in het Natura 2000-beheerplan voor Natura 2000-gebied “Nieuwkoopse plassen en de Haeck” (Provincie Zuid-Holland 2015), waar de Polder Westveen onderdeel van uitmaakt. Voor het uitvoeren van beheerplanmaatregelen geldt op grond van de Wet natuurbescherming (artikelen 2.9, 2.8 en 2.7) een vrijstelling van vergunningverlening, omdat deze maatregelen zoals in het beheerplan onderbouwd noodzakelijk zijn voor het behalen van de voor een Natura 2000-gebied geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen. Ten aanzien van deze vrijstelling (mede gerelateerd aan stikstof) is aan bevoegd gezag een bestuurljk rechtsoordeel gevraagd. Per brief van 12 juni 2023 heeft Omgevingsdienst Haaglanden (kenmerk: ODH683792) het oordeel gegeven: zij achten vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming niet aan de orde (zie ook bijlage 1.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
1
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV 1.2
Doel van voorliggende rapportage
In deze rapportage wordt nagegaan of de voorgenomen activiteit een kans op (significant) negatieve effecten op voor onder de Wet Natuurbescherming beschermde soorten en gebieden in zich draagt. Voor de soorten wordt hierbij een quickscan doorlopen en voor gebieden wordt de werkwijze zoals gebruikelijk
bij een voortoets gevolgd en wordt n beeld gebracht hoeverre het voornemen leidt tot kans op (significant) negatieve effecten op geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande gegevens die in het kader van het voorgenomen
project beschikbaar zijn gekomen. Deze
gegevens worden gebruikt om in deze rapportage zo gedetailleerd mogelijk invulling te geven aan de eisen die de Wet natuurbescherming stelt bij ruimtelijke ingrepen en uit te werken hoe negatieve effecten op soorten worden voorkomen.
1.3
Leeswijzer
Het juridische kader wordt behandeld in Hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 behandelt het plangebied en de
voorgenomen ingreep. In hoofdstuk 4 wordt het effect op beschermde gebieden en de bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen beschreven. In Hoofdstuk 5 worden te verwachte effecten op voor de Wet natuurbescherming beschermde soorten beschreven. In Hoofdstuk 6 is een samenvatting van de bevindingen opgenomen.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
2
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV 2
JURIDISCHE
KADER
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) in werking getreden (deze komt voort uit drie afzonderlijke natuurwetten; Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet die zijn samengevoegd), waarbij de provincies het bevoegde gezag bezitten voor het al dan niet verlenen van vergunningen en ontheffingen (voor dit project is dat Provincie Zuid-Holland). Het uitgangspunt van de Wnb is de natuur te beschermen, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. De Wnb kent naast de algemene zorgplicht (art. 1.11) een viertal hoofdstukken welke relevant zijn voor dit
project. De relevante hoofdstukken van de Wnb worden in de volgende paragrafen toegelicht.
21
Soortenbescherming
In hoofdstuk 3 van de Wnb wordt de bescherming van soorten behandeld. In dit hoofdstuk staat onder meer aangegeven hoe vrijstelling kan worden verkregen voor ruimtelijke ingrepen. In de wet zijn 160 soorten opgenomen die beschermd zijn in het kader van de Wnb. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt
tussen internationaal beschermde soorten (Vogelrichtlijn art. 3.1 en habitatrichtlijn in art. 3.5) en nationaal beschermde soorten, ook wel overige soorten genoemd (art. 3.10). Voor internationaal beschermde soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen vrijstelling worden verleend op basis van de in
deze richtlijnen genoemde belangen (bijvoorbeeld openbare veiligheid of ter bescherming van flora en fauna). Deze soorten vallen onder het strengste beschermingsregime, zie ook tabel 2-1 (eerste 2 kolommen). Nationaal beschermde soorten genieten een minder strenge bescherming. Dit uit zich
bijvoorbeeld in het feit dat voorwaardelijke opzettelijke verstoring van nationaal beschermde soorten niet meer verboden is. Voor nationaal beschermde soorten, ook wel: andere soorten, gelden de verbodsbepalingen op grond van artikel 3.10 van de Wnb zoals vermeld in tabel 2-1 (laatste kolom). Onder de Wet natuurbescherming geldt voor deze soorten een ontheffingsplicht, tenzij een provincie door middel van een zogenoemde provinciale vrijstelling deze soorten vrijstelt van deze ontheffingsplicht. Deze vrijstelling kan alleen gelden voor soorten uit artikel 3.10 (nationaal beschermde soorten). Wanneer geen vrijstelling geldt, zal gebruik gemaakt moeten worden van een ontheffing. In deze rapportage maken we
gebruik van de lijsten met provinciale vrijstellingen voor algemeen beschermde soorten.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
3
Projectgerelateerd
î«\‚Royal
HaskoningDHV Tabel 2-1. Soortenbescherming: HR: Habitatrichtijn en VR: Beschermingsregime Vogelrichtlijn $ 3.1
overzicht verbodsartikelen Wet natuurbescherming voor flora en fauna,
Vogelrichtijn
soorten
Beschermingsregime Habitatrichtlijn $ 3.2
soorten
Beschermingsregime soorten $ 3.3
Art.3.1 lid 1
Art. 3.5
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Hetis verboden HR IV soorten (Verdrag Bem en Bonn) in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Hetis verboden soorten opzetteljk te doden of te vangen.
Art. 31
Art. 35 lid2
Art. 3.10 lid 1b
lid2
Het is verboden opzetteljk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vemielen ofte beschadigen,
lid 1
Art. 3.10
andere
lid 1a
Het is verboden dieren opzettelijk te
Het is verboden
verstoren.
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzetteljk te beschadigen of te
of nesten
van vogels weg te nemen.
de vaste
vernielen.
Art.3.1lid3
Art.3.5 lid3
Het s verboden eieren te rapen en deze
Hetis verboden
onder zich
natuur opzetteljk te vernielen ofte rapen.
te hebben.
eieren
van dieren
in de
Art.3.1lid4
Art. 3.5 lid 4
Art. 3.10 lid 1C
Het is verboden vogels opzettelijk te
Hetis verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen
Hetis verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden,
storen.
of te vernielen.
te ontwortelen ofte vernielen. Art.3.5lid
de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
5
Hetis verboden plantensoorten in hun natuurlij verspreidingsgebied opzettel te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tot slot geldt voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten, die niet zijn opgenomen in de Wnb) de algemene zorgplicht conform Wb art. 1.11. Deze plicht houdt n dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden
negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk
dienen te worden voorkomen door te werken met een ecologisch werkprotocol. Daarnaast dient bij de inrichting aandacht te worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen effecten mogen optreden,
maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de
verstoring en eventueel lijden zo beperkt mogelijk is. 22
Bescherming van natuurgebieden in de Wet natuurbescherming
In de Wet Natuurbescherming hoofdstuk 2 worden de gebieden behandeld die zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Met deze Europese richtlijnen worden habitats en soorten van Europees belang beschermd. Om schade aan de natuurwaarden waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen
(of momenteel nog zijn aangemeld) te voorkomen, bepaalt de wet dat projecten en plannen die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning (conform artikelen 2.7, 2.8 en 2.9 van de Wnb). In aanwijzingsbesluiten is door het Ministerie van Economische Zaken de bescherming van de Natura 2000- gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke habitats en populaties van n het wild Ievende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
4
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV De instandhoudingsdoelsteliingen, ofwel Natura 2000-doelen, geven een concretisering van de hoofddoelstelling van het Natura 2000-netwerk voor Nederland.
Instandhoudingsdoelstellingen zijn gericht
op het in gunstige staat van instandhouding brengen of houden van habitattypen en soorten. In de Natura 2000-beheerplannen wordt aangegeven hoe de beheerders deze doelen willen realiseren. Het aanwijzingsbesluit definieert naast de instandhoudingsdoelstellingen de precieze omvang en begrenzing van het aangewezen gebied. Provincies en Rijksoverheid zijn verantwoordelijk voor de realisatie van maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Aanwijzingsbesluiten hebben een onbepaalde looptijd en worden vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. Let wel, niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied kunnen invloed hebben op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de waarden in een gebied beïnvloeden, ook wel ‘externe
werking’ genoemd. Externe werking treedt op wanneer ingrepen buiten de grenzen van een Natura 2000gebied leiden tot effecten op geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen binnen de grenzen van bedoeld gebied. In het kader van de Wnb moet dus ook voor ingrepen buiten Natura 2000-gebieden
nagegaan worden of sprake kan zijn van effecten op geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen.
23
Beheerplanmaatregelen
Voor het uitvoeren van beheerplanmaatregelen geldt op grond van de Wet Natuurbescherming (artikelen 2.9, 2.8 en 2.7) een vrijstelling van vergunningverlening, omdat deze maatregelen zoals in het beheerplan onderbouwd noodzakelijk zijn voor het behalen van de voor een Natura 2000-gebied geformuleerde
instandhoudingsdoelstellingen. Vergelijkbare artikelen zijn opgenomen ten aanzien van Soortenbescherming (hoofdstuk 3) en Houtopstanden (Hoofdstuk 4) in de Wet Natuurbescherming. Vrijstelling van vergunningverlening betekent niet dat de initiatiefnemer voor een beheerplanmaatregel, bijvoorbeeld, geen onderzoeks- en/ of zorgplicht meer heeft op grond van de Wet Natuurbescherming. Natuurwet- en regelgeving moet een integraal onderdeel van een dergelijk project zijn. Om dit te bewerkstelligen worden in dit rapport de mogelijke gevolgen voor beschermde gebieden en beschermde soorten in beeld gebracht.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
s
Projectgerelateerd
îì’Royal
HaskoningDHV 3
PLANGEBIED
EN VOORGENOMEN
INGREEP
31
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied (Error! Reference source not found.) is gelegen in het Natura 2000-gebied De
Nieuwkoopse plassen & De Haeck in de provincie Zuid-Holland. Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische en natuurgraslanden, bospercelen, watergangen en petgaten. De zuidzijde van het plangebied grenst tegen de bebouwing van Woerdense Verlaat. Langs de westzijde loopt de Uitweg (N463), waaraan
tevens bebouwing staat. De oostgrens van het plangebied loopt tot aan de kade van de Kromme Mijdrecht watergang. De noordzijde van het plangebied grenst tegen caravanpark ‘De Visotter’.
Figuur 3-1.
Een globaal overzicht van het plangebied (binnen de rode contouren),
aan de oostzijde van de Nieuwkoopse plassen &
De Haeck.
3.2
Kenschets en impressie van het plangebied
Een veldbezoek i uitgevoerd op 18 mei 2022, gericht op geschiktheid van de biotopen voor de in de regio voorkomende soorten. Het veldbezoek is uitgevoerd door T.P. van Wagensveld ecoloog van Royal HaskoningDHV.
Tijdens het veldbezoek zijn percelen van Natuurmonumenten te voet bezocht, daar waar betredingstoestemming was geregeld (Figuur 3-2). Specifiek is op de percelen van Natuurmonumenten
gekeken bij locaties waar maatregelen worden genomen (het creëren van plas dras oevers, baggeren en afplaggen). Deze locaties dienen als steekproef voor de overige locaties die buiten het terrein van Natuurmonumenten vallen, waar eenzelfde maatregelen staan gepland. Locaties waar geen maatregelen worden genomen zijn niet bezocht, waaronder de broekbossen en graslanden die niet worden geplagd. Verder is er al lopend gekeken vanaf de Uitweg en de Westveensekade aan respectievelijk de west- en oostzijde van het plangebied. 19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
6
Projectgerelateerd
ì\ Royal HaskoningDHV
Figuur 3-2. Op de kaart (aangereikt door Natuurmonumenten) wordt met een rode lijn de percelen aangekaart van Natuurmonumenten die toegankelijk waren ten tjde van het veldbezoek.
Alle bezochte percelen van Natuurmonumenten
gestreepte witbol.
bestonden voornamelijk uit algemene grassen zoals de
Tussen de grassen in groeien ook algemenere kruidachtige zoals gewone smeerwortel,
rode klaver, hondsdraf, fluitenkruid, pinksterbloem en kale jonker. en zwarte els dominant (Figuur 3-3) Op enkele percelen van Natuurmonumenten
lopen koeien.
Langs de oevers is veelal riet, gele lis
Hiervan was één kleine kudde gezien tijdens
het veldbezoek (Figuur 3-4). Daarnaast werden ten tijde van het bezoek meerdere percelen gehooid, waardoor een soortenimpressie van flora op die plekken niet (goed) kon worden opgenomen. 5 is een impressie van de bezochte percelen opgenomen.
In Figuur 3-
Vanaf de Uitweg is aan de zuidzijde van het plangebied naar een te plaggen perceel (privé-eigendom)
gekeken. Het perceel bestond uit gras met een rietkraag langs de oeverzijdes. Dezelfde omstandigheden zijn waargenomen voor percelen bekeken vanaf de Westveensekade. Op het perceel ten noorden van de Westveensekade 3, grazen schapen.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
7
Projectgerelateerd
& Royal HaskoningDHV
Figuur 3-3. Links,
veelal gras met zichtbaar in de foto, bloemen van de scherpe boterbloem en knoopkruid.
een plas-dras oever gecreëerd dient te worden.
Rechts,
een oever waar
Hier groeit veelal iet naast- en tussen zwarte elzen.
Figuur 3-4.
Een kleine kudde koeien op terrein van Natuurmonumenten.
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
8
Projectgerelateerd
ì?Royal HaskoningDHV
19
december
2023
BIS74T-WM-RP.2:
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV Voorgenomen
3.3
ingreep
Ten behoeve van natuurversterking door middel van een kwalitatieve impuls dienen enkele beheermaatregelen te worden ondernomen. In Figuur 3-6 zijn de beoogde ingrepen weergegeven op een kaart. Het opnieuw inrichten van delen binnen het plangebied vergt de volgende ingrepen:
Baggeren van watergangen tot er een waterkom van 60 cm tot 100 cm aanwezig is (waardoor er met name in de bredere watergangen nog steeds bagger voorkomt); Plaggen (tussen gemiddeld 6 en 20 cm) ten behoeve van nat schraalland; Het inrichten van plas-dras oevers door het vergraven van bestaande oevers;
Het aanbrengen van kunstwerken zoals dammen en duikers; Er worden geen bomen gekapt, wel worden ze daar waar nodig voor uitvoering van de werkzaamheden gesnoeid; Er zijn beperkt recreatievoorzieningen voorzien: bankjes plaatsen en trekpont vernieuwen. Materieel zal via water en verschillende percelen zich moeten verplaatsen om de werklocaties te bereiken.
De ingrepen zijn gericht op het versterken van de aanwezige natuurwaarden. Voorafgaand aan de werkzaamheden
aan de oevers (plas-dras) zal ter plaatse worden gekeken of een ingreep daadwerkelijk
nodig is of dat er al sprake is van een goede ontwikkeling die behouden moet blijven.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
10
ì‘\kRoyal
Projectgerelateerd
HaskoningDHV Maatregelen á
Handhaven verlanding
TI Demping L | Verzamelplaats verhard — =—
Hoofdrouting beheer halfverharding Hoofdrouting beheer
—
Nieuwe verbrede watergang
s
Nieuwe waterscheidingen
——
Greppel
---
Nieuwe
struinroute
> =sSifon
>B
Aangepaste duiker in bestaande dam|
>——Nieuwe
duiker
‚ >-B<Nieuwe
duiker in bestaande dam
>#<Nieuwe
dam
mxn)n
met duiker
Nieuwe dam
Nieuwe brug Bestaande
dam
Watergang t.b.v. ottereilanden Nieuw bankje
Beheertypen E Hoog- en laagveenbos _ I Kruiden- en faunarijk grasland ‚ E Nat schraalland
Figuur 3-6. Overzicht waarop de Iocaties van de plas-dras oevers en te plaggen percelen zijn weergegeven.
Vrijwel alle watergangen
worden daarnaast gebaggerd.
De ontwikkeling van bloemrijke graslanden en schone sloten in Polder Westveen is in het beheerplan opgenomen als beheerplanmaatregel (natuurbeheer Polder Westveen, gericht op versterking van het foerageergebied van zwarte stern en purperreiger). Met de uitgewerkte inrichting van Polder Westveen wordt bovendien een bijdrage geleverd aan onder andere het behalen van de instandhoudingsdoelstelling van H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, H6410 Blauwgraslanden, H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea), H91DO Hoogveenbossen, gestreepte waterroofkever, bittervoorn, rivierdonderpad, noordse woelmuis, purperreiger en grote zilverreiger, zoals uitgewerkt in de Nadere doelenanalyse
(Arcadis et al, 2021). Daarmee heeft deze maatregel te gelden als een “handelingen die [is] beschreven in .en [wordt] verricht overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid [Wet natuurbescherming]”. Dit betekent dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 2.9 lid 1, namelijk dat het voornemen onderdeel is van een beheerplan. Conform artikel 2.9, 2.8 en 2.7 van de Wet natuurbescherming, kan het voornemen dan ook zónder aanvullende toetsing worden uitgevoerd. In het beheerplan is immers aangetoond dat de betreffende maatregel noodzakelijk is om de voor het betreffende Natura 2000-gebied geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen duurzaam te behalen. Daarbij is ook rekening gehouden met de overige natuurwaarden en belangen in het betreffende Natura
19 december 2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
1
Projectgerelateerd
ì%Royal
HaskoningDHV 2000-gebied. Bovendien is stikstofdepositie in de realisatiefase vrijgesteld van vergunningplicht. Dit wordt bevestigd middels het bestuurlijke rechtsoordeel dat door de Omgevingsdienst Haaglanden op 12 juni
2023 is afgegeven (zie bijlage 1). Volledigheidshalve worden in de volgende hoofdstukken wel de effecten van de maatregelen op de instandhoudingsdoelstellingen en op beschermde soorten uitgewerkt. Relevante storingsfactoren zijn hierbij ruimtebeslag en verstoring.
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
12
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV 4
BESCHERMDE
GEBIEDEN
41
Effectbeschrijving habitattypen
Het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse plassen & de Haeck is aangewezen voor meerdere habitattypen. In
Polder Westveen komen in de huidige situatie geen habitattypen of leefgebieden voor op locaties waar werkzaamheden zullen plaatsvinden (zie het vigerend beheerplan). Negatieve effecten door ruimtebeslag zijn hierdoor uitgesloten. Door de manier van werken, waarbij voorafgaand aan de werkzaamheden aan
de oevers wordt gecontroleerd op aanwezige waarden, wordt voorkomen dat ontwikkelingen richting habitattypen zoals Ruigten en zomen (moerasspirea) worden aangetast. Conclusie
Er zal geen areaal van habitattypen verloren gaan. Hiermee zijn (significant) negatieve effecten op habitattypen door de beoogde werkzaamheden uitgesloten.
42
Effectbeschrijving Habitatrichtlijnsoorten
Het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse plassen & de Haeck is aangewezen voor negen habitatrichtlijnsoorten; bittervoorn, kleine modderkruiper, gestreepte waterroofkever, platte schijfhoren, zegge-korfslak, groenknolorchis, noordse woelmuis en meervleermuis. Mogelijk komen voornoemde soorten in Polder Westveen voor. Hieronder is opgenomen of de soorten te verwachten zijn (op basis van gegevens dan wel inschatting van habitatgeschiktheid) en zo ja, de eventueel te verwachte effecten en hoe deze worden voorkomen om negatieve effecten zoveel mogelijk te beperken.
421
Bittervoorn, Gestreepte waterroofkever, Platte schijfhoren en Zeggekorfslak
De bittervoorn, gestreepte waterroofkever en platte schijfhoren leven in stilstaand of langzaam stromend,
helder, relatief ondiep water van sloten, oeverzones, plassen en vijvers met een rijke onderwatervegetatie en doorgaans een niet al te weke bodem. Dergelijk geschikt biotoop ontbreekt echter binnen het plangebied, vanwege de diepe baggerlaag en het ontbreken van onderwatervegetatie. De Zegge-korfslak
komt daarnaast voor in vochtige gebieden zoals moerassen en broekbossen op plekjes waar een constante, hoge luchtvochtigheid heerst waardoor ook de temperatuur er relatief constant is. Schoon water is van vitaal belang voor overleving van de zeggekorfslak. Het leefgebied van de zeggekorfslak is gevoelig voor een te hoge voedselrijkdom. In de Nieuwkoopse Plassen en De Haeck bevindt zich één populatie zeggekorfslakken bij een verland petgat in 't Ondiepe, het meest zuidelijke deel van het plassengebied. Conclusie
Vanwege een dikke sliblaag en weinig tot geen onderwatervegetatie, biedt Polder Westveen momenteel geen geschikt biotoop voor de bittervoom, gestreepte waterroofkever, platte schijfhoren en zeggekorfslak. Door de beoogde werkzaamheden zal de staat van instandhouding van de voorgenoemde
soorten niet in het geding komen. Hierdoor zijn negatieve effecten op de populaties van bittervoorn, gestreepte waterroofkever, platte schijfhoren en zegge-korfslak in de Nieuwkoopse plassen & de Haeck uitgesloten
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
18
Projectgerelateerd
ìî\kRoyal
HaskoningDHV 4.2.2
Groenknolorchis
De groenknolorchis is een zeldzame orchidee die voorkomt in trilvenen en vochtige duinvalleien. De
groenknolorchis geldt als zogeheten pioniersoort: het is een plant die zich snel vestigt, maar die ook snel weer verdwijnt als de omstandigheden veranderen. De plant verdwijnt uit trilvenen door voortgaande successie, bijvoorbeeld na het staken van het maaibeheer. Ook verzuring en een te hoge voedselrijkdom spelen hierbij een belangrijke rol (Beheerplan Nieuwkoopse plassen & de Haeck 2015-2021). De Groenknolorchis is vooral bekend uit de centrale delen van de Nieuwkoopse plassen & de Haeck. Verder
zijn er geen waarnemingen bekend uit de Polder Westveen. Geschikt biotoop is afwezig in de huidige situatie. De huidige flora samenstelling wijst op een nutriëntrijk gebied, waardoor het is uitgesloten dat de groenknolorchis voorkomt. Conclusie
De Polder Westveen vormt geen geschikt leefgebied voor de groenknolorchis,
wat ook blijkt uit het
ontbreken van recente (afgelopen 10 jaar) waarnemingen van deze soort in het gebied (NDFF). Daarnaast blijkt uit de mate waarin algemene soorten aanwezig waren, dat de gronden nutriëntrijk zijn en weinig ruimte bieden aan beschermde vaatplanten. In het beheerplan Nieuwkoopse plassen & de Haeck 20152021 is de Westveen polder als niet relevant opgenomen in de huidige situatie. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten.
4.2.3
Kleine modderkruiper
Voor de kleine modderkruiper zijn de volgende instandhoudingsdoelstellingen opgenomen: Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
De kleine modderkruiper is een bodemvisje dat in Nederland vooral voorkomt in sloten met dikke modderlagen, stilstaand en langzaam stromend water, waaronder: (polder) sloten, greppels, beken,
kanalen, meren en plassen (Spikmans & Kranenbarg 2019). De Nieuwkoopse Plassen en De Haeck zijn met hun stilstaande en langzaam stromende wateren ideale leefgebieden voor de vis (profieldocument, www.natura2000.nl/profielen). Te hoge voedselrijkdom in het water en intensief baggeren zijn bedreigingen voor de kleine modderkruiper. Voor de kleine modderkruiper geldt de periode van april tot en met augustus als de kwetsbare periode, waarin voortplanting plaatsvindt. Uit het beheerplan blijkt dat er nog relatief weinig bekend is over de verspreiding van de kleine modderkruiper, maar dat de soort bekend is in De Haeck en op een aantal locaties in de Schraallanden
langs de Meije. Inmiddels blijkt uit recente (afgelopen 10 jaar) waarnemingen (NDFF) dat de soort ook in Polder Westveen voorkomt (Figuur 4-1), en dat het gebied in zijn geheel (matig) geschikt is voor de kleine modderkruiper (Nieuwkoopse plassen & de Haeck 2015-2021). Het meest geschikte habitat binnen het
Natura 2000-gebied bevindt zich echter ten zuidoosten van de Zuideinderplas (buiten het projectgebied) (Arcadis et al, 2021). Baggerwerkzaamheden en werkzaamheden aan oevers kunnen leiden tot (tijdelijke) aantasting van het leefgebied van de kleine modderkruiper. Ook kunnen dieren worden gedood, verwond of verstoord. Hierbij moet worden opgemerkt dat het nooit schonen van watergangen op de lange duur ook funest is vanwege het uiteindelijk volledig verlanden van de watergang. Een tijdelijke aantasting van het leefgebied in Polder Westveen heeft geen negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstelling (behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud van de populatie). Om effecten op individuen te voorkomen worden vanuit de zorgplicht maatregelen genomen (zie hoofdstuk 6).
19
december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
14
Projectgerelateerd
ì« Royal HaskoningDHV D
E
Conclusie
Alle watergangen worden gebaggerd en de oevers die zijn geduid als plas-dras worden mogelijk
vergraven. Hierdoor zijn negatieve effecten op de kleine modderkruiper niet uitgesloten. Door het nemen van mitigerende maatregelen wordt zorggedragen voor het behoud van de populatie en worden negatieve effecten voorkomen.
De
werkzaamheden
zullen echter in de Polder Westveen
uiteindelijk
[eiden tot meer
geschikt en gunstiger leefgebied voor de kleine modderkruiper. Hierdoor wordt een positieve bijdrage geleverd aan de instandhoudingsdoelen van de kleine modderkruiper. 424
Noordse
woelmuis
Voor de noordse woelmuis zijn de volgende instandhoudingsdoelstellingen opgenomen: Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. De noordse woelmuis is afhankelijk van natte en incidenteel overstroomde riet- en ruigtevegetaties en graslanden. De soort kan ook in drogere biotopen voorkomen (profieldocument, www.natura2000.nl/profielen), maar omdat in de Nieuwkoopse plassen & de Haeck concurrerende soorten voorkomen in drogere biotopen (veldmuis en aardmuis) zijn deze niet geschikt. Wanneer beide soorten aanwezig zijn, beperkt de noordse woelmuis zich tot de echt natte en incidenteel overstroomde riet- en ruigtevegetaties en graslanden. De aanwezigheid van de aardmuis of veldmuis heeft ook een zeker negatief effect op de mate van voorkomen van de Noordse woelmuis.
19 december
2023
BIS747-WM-RP-220523-1314
18
Projectgerelateerd
> Royal HaskoningDHV
Onderzoek naar het voorkomen van de Noordse woelmuis in relatie tot vegetatie en beheer (Zielman, 2016; Van Schie & Zielman, 2019 in Arcadis et al, 2021) heeft meer inzicht gegeven in de habitatvoorkeur
van de soort binnen Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.
Binnen het gehele Natura 2000-gebied is vooral
het centrale plassengebied geschikt Ieefgebied (Arcadis et al, 2021). Daar bevinden zich namelijk geïsoleerde stukken land, waar de noordse woelmuis zonder concurrentie van de aardmuis of veldmuis kan voortbestaan. Uit het onderzoek is gebleken dat de hoogste dichtheden worden aangetroffen in de vegetatietypen riet-dominantie, pitrus-grasland en riet-pijpenstrootje-dominantie en bij een beheer van boomopslag trekken, extensieve beweiding of maaien in de winter. Op basis hiervan worden de percelen van Natuurmonumenten in het plangebied grotendeels als weinig geschikt gezien, wegens het (grotendeels) ontbreken van dergelijk habitat. De percelen in het plangebied die momenteel in agrarisch gebruik, zijn ook weinig geschikt als leefgebied vanwege het gebruik. Tijdens het veldbezoek werden bijna alle percelen van Natuurmonumenten gehooid. Daarnaast zijn ook de oevers niet geschikt als leefgebied Alhoewel er geen waarnemingen van de noordse woelmuis zijn opgenomen in de NDFF (Figuur 4-3), zou de soort ooït wel zijn aangetroffen op één perceel (verruigd perceel van Natuurmonumenten in het midden van het plangebied, zie Figuur 4-2) in Westveen. Een ander potentieel geschikt perceel voor leefgebied van de noordse Woelmuis bevindt zich aan de oostzijde in Westveen (zie ook Figuur 4-2) meer naar het noorden