Bijlagen bij ontwerpbesluit Z2023-00002731 - deel 2 - padelhal Nieuwveenseweg 39A, Nieuwkoop (groot bestand)
Tekst van het document
Het terrein, waar gebouwd gaat worden, is braakliggend en onbebouwd. Voorheen had de locatie een agrarische bestemming (weiland). Het perceel is nimmer bebouwd geweest. Het maaiveld is plaatselijk aangevuld met
gebiedseigen grond.
Planspecifiek Direct naast het aan de orde zijnde terrein is op het adres Nieuwsveenseweg 39 a
+ b is sinds 2008 het sportcentrum Nieuwkoop gevestigd, bestaande uit 0.a. 5 overdekte tennisbanen. Daarnaast zijn er in het centrum horecavoorzieningen beschikbaar
2.2
alsmede
Nieuwe
sanitaire- en kleedfaciliteiten.
situatie
Ten noorden van het bestaande sportcentrum is een braakliggend landje beschikbaar, dat eigendom is van de initiatiefnemer. Op deze locatie is het goed mogelijk om een padelbanen-hal op te richten, die met een bescheiden corridor gekoppeld wordt aan het sportcentrum.
(geanonimiseerd) Figuur 6: aanzicht op het plangebied (foto _
10
Voor de ontsluiting van de nieuw te bouwen hal zal gebruik worden gemaakt van de reeds bestaande ontsluiting naar de openbare weg. Ook het passeren van de ventweg gebeurt op dezelfde wijze. Recent is de Nieuwveenseweg opnieuw
ingericht: tegelijkertijd is de snelheid gereduceerd. Vanaf het bestaande parkeerterrein kan de bestaande “vluchtweg” ten westen van sportcentrum worden benut naar een nieuw stuk parkeerterrein, dat specifiek voor de gebruikers van de nieuwe hal zal worden gereed gemaakt en ingericht. Voor
meer informatie wordt verwezen naar de bij de aanvraag omgevingsvergunning behorende bouwtekeningen.
[EE
LEI EE TTE
ezzEUNOEEETEEEEEEETEEETEEEIEETEEEIIEEN
N (geanonimiseerd) Figuur 7: definitief ontwerp padelhal urchitzct_
11
Hoofdstuk
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Bij de Omgevingswet hoort ook één rijks-visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVT), die op 11 september 2020 is vastgesteld. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOV]) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De
NOVI gaat uit van vier prioritaire opgaven: e
Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland;
e
Ruimte voor klimaatverandering en energietransitie;
e
Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en te bewegen;
e
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
In de visie worden de nationale belangen genoemd, die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het behoud van cultureel erfgoed en landschappelijke
kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Bij het bovenstaande worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd, die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig gericht op een efficiënt en zorgvuldig
gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van het gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen;
De NOVT is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat.
12
Planspecifiek De nieuwbouw van de padelhal speelt positiefin op de hiervoor genoemde derde prioritaire opgave, waarin gesproken wordt over ….… ”wonen, werken en
bewegen”. De nieuw te bouwen faciliteit voegt iets toe aan reeds bestaande sporten en bewegingsmogelijkheden. Bovendien wordt het eerstgenoemde inrichtingsprincipe flink gediend met het feit, dat gebruik kan worden gemaakt van enkele delen van de bestaande tennishal, zoals horecavoorzieningen, sanitair en kleedaccommodatie.
Dat wordt bedoeld met “Combineren boven
enkelvoudig” en verantwoord ruimtegebruik. De nieuwbouw van de hal sluit naadloos aan bij rijksbeleid.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. In hoofdstuk 2 van het Barro wordt
daarvan een opsomming gegeven: “Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen,
Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde, Ruimtereservering parallelle Kaagbaan”. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden
gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op; daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een “ja-mits”, een “ja, voor zover”, een “nee-tenzij”, een “nee-als” of een stringente “nee-bepaling”.
13
Planspecifiek Het aanhangige nieuwbouwplan komt niet in botsing met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals genoemd in Barro. 3.2
Provinciaal
beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland wil met haar vigerende Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel
ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In de fysieke leefomgeving ziet de provincie zeven richtinggevende ambities, te weten: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties, en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor;
3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen;
4.
Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland;
5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw
met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde en veilige leefomgeving;
De provincie Zuid-Holland zet in de Omgevingsvisie onder andere in op ontwikkelingen met een passende ruimtelijke kwaliteit. Ook wil de provincie de ruimte beter benutten en de leef-kwaliteit van die bebouwde
ruimte verbeteren.
In het kader van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving wenst de provincie woningbouw te realiseren in combinatie met onder meer natuur-inclusieve 14
maatregelen. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De gestelde
ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen.
Planspecifiek
De nieuwbouw van de padelhal scoort op twee van de zeven provinciale ambities, namelijk meer kansen voor sportieve gezondheid van de inwoners en van een sterk dorp nu het voorzieningenniveau in Nieuwkoop verder wordt opgehoogd. Het voornemen is in lijn met de Omgevingsvisie van Zuid-Holland.
3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden; onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit kan worden voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: e
Ruimtelijke kwaliteit
Voor de toepassing van de soort ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om vast te stellen wat wordt verstaan onder: a. inpassen; b. aanpassen; c. transformeren. In dit geval gaat het om a, hetgeen betekent,
dat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied.
Planspecifiek
De beoogde ontwikkeling vindt plaats op een onbebouwd voormalig agrarisch terrein aan de Nieuwveenseweg in Nieuwkoop. Ten behoeve van de ontwikkeling worden een interne ontsluitingsweg en
parkeervoorzieningen gerealiseerd. De padelbanenhal past bij de tennishal 15
van het sportcentrum. De nieuwbouw sluit aan bij de bestaande gebiedsidentiteit.
Beschermingscategorie 3 buitengebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waarvoor — volgens art. 7.43h van de verordening — beschermingscategorie 3 geldt. Een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied is mogelijk indien de volgende kwaliteiten worden getoetst: a. openheid en structuur van het landschap; b. relatie tussen stad en buitengebied; c. groene karakter van
het landschap; d. herkenbaarheid ontstaansgeschiedenis landschap.
Planspecifiek
Nieuwbouw van de sporthal is geprojecteerd ten noorden van de bestaande tennishal, waardoor het ten westen gelegen open agrarisch gebied verder gespaard blijft. Openheid en groene karakter worden niet aangetast. De relatie tussen de lintbebouwing en het buitengebied blijft onderscheidend en herkenbaar.
Risico' van klimaatveranderin;
Bij risico’s van klimaatverandering wordt gedacht aan: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte.
Planspecifiek Uit de klimaatatlas blijkt, dat er in het plangebied geen wateroverlast is bij extreme neerslag. Met het plan wordt voldaan aan richtlijnen met betrekking tot waterberging en watercompensatie. De nieuwe hal wordt
deels omgeven door water, hetgeen een koelend effect heeft. Er zijn geen beletselen uit de verordening om het plan uit te voeren.
16
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale agenda Holland — Rijnland 2023 Nieuwkoop maakt onderdeel uit van de regio en het samenwerkingsverband
Holland — Rijnland. Het is een regio, die groeit en bloeit. Dit biedt kansen, maar stelt de regio ook voor uitdagingen. De regio zoekt ruimte voor woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en duurzame energie waarbij de kenmerkende waarden
van het landschap behouden moeten blijven. Deze kenmerken en waarden maken de regio aantrekkelijk om er te leven, te recreëren en te bezoeken. Dit levert een vraagstuk op met betrekking ruimtelijke verdeling. In de Regionale Omgevingsagenda heeft de regio een eerste stap gezet in het vinden van de juiste balans. Tot voor kort werden dit soort keuzes los van elkaar gemaakt;
aparte afspraken voor bijvoorbeeld wonen, bedrijventerreinen en mobiliteit. In de Regionale Omgevingsagenda is dit veranderd en maken ook de Regionale Strategie Mobiliteit en de Regionale Energiestrategie onderdeel uit van de
agenda. De drie opgeleverde producten komen voort uit de Regionale Agenda Holland Rijnland 2019 — 2023 en vormen samen een gedeelde ambitie voor de Tegio. De agenda bestaat uit een aantal verhaallijnen die in elkaar overlopen en elkaar versterken: a. een sterke kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid; b. huisvesting; c. infrastructuur voor mobiliteit en energie; d.
toekomstperspectief landschap.
Planspecifiek
De nieuwbouw van een eerste padelhal in Nieuwkoop is te kwalificeren als een verbreding van het voorzieningenniveau in het dorp. Met het realiseren van een nieuwe faciliteit voor de binnensport wordt ingespeeld op vragen uit de markt.
17
3.2
Gemeentelijk beleid
3.2.1
Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop
De Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop is op 8 juli 2021 vastgesteld door de
gemeenteraad van Nieuwkoop. De Randstad is en blijft in de komende
jaren een
gebied met een sterke aantrekkingskracht. Ook wordt een flinke bevolkingsgroei verwacht. De druk op de ruimte in Nieuwkoop zal toenemen. Mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente en dat wil de gemeente zo houden.
Geluk, gezondheid en eigen initiatief staan in de visie daarom centraal. De groene en sociale leefomgeving heeft een positief effect op de gezondheid van inwoners en bezoekers. Waar de gemeente al goed in is moet worden behouden en versterkt: de aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, naar elkaar omkijken
en samen dingen organiseren. Om op lange termijn gezond te blijven, gaat extra aandacht uit naar het stimuleren van beweging.
Planspecifiek De initiatiefnemers hebben de plannen voor de bouw van een nieuwe sporthal
met 4 padelbanen in november 2023 gepresenteerd bij de wethouder sport, die hen met open armen heeft ontvangen. Het particuliere initiatief tot nieuwbouw sluit naadloos aan bij het gemeentelijk beleid.
3.2.2
Visie sport en bewegen gemeente Nieuwkoop
Deze in begin 2020 verschenen beleidsvisie ademt door corona de geest om sport en bewegen in te zetten als middel voor gezondheid en welzijn. Het sporten en bewegen wordt dan meer een middel om een sociaal/maatschappelijk
doel te bereiken. “Waar mogelijk wordt ingezet op het vergroten van de functionaliteit en verduurzaming van de accommodaties”.
18
Planspecifiek De functionaliteit van het bestaande sportcentrum Nieuwkoop wordt vergroot door het toevoegen van een daaraan gekoppelde sporthal met 4 padelbanen.
Dit sluit bovendien geheel aan bij de inhoud van het vorig jaar verschenen document “Vitaliteitsakkoord 2.0 Nieuwkoop”.
1.6 SROI (soci
return of investment)
SROI van sport en bewegen
Onderzoek van het Kenniscentrum Sport laat zien dat investeren in sport en bewegen geld oplevert. Het onderzoek laat zien dat 1 euro investeren in sport en bewegen 2,70 euro oplevert. Opvallend is dat het financieel
effect vooral
terecht
komt bij het individu zelf in de vorm van een hogere levensverwachting en betere kwaliteit van leven. De zorgkosten dalen
en de werkgever heeft er financieel voordeel bij vanwege lager ziekteverzuim
Figuur 8: fìguur uit het Vitaliteitsakkoord 2.0 Nieuwkoop
19
Hoofdstuk 4 41
Omgevingsaspecten
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Het plangebied van de nieuwe geprojecteerde padelbanenhal is in bestemmingsplan Kern Nieuwkoop gesitueerd in de Dubbelbestemming
“Waarde — Archeologie — 2”. Bij het oprichten van een bouwwerk met een
oppervlakte van meer dan 2500 m? en dieper dan 50 cm dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. De nieuwbouw van de beoogde hal blijft op beide punten ruim onder de beide getallen, zodat genoemd onderzoek achterwege kan blijven. Daarnaast is van andere onderzoeken in de buurt
bekend, dat er een lage trefkans is op archeologisch sporen. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de
Erfgoedwet stelt namelijk: “Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij de Minister”.
Cultuurhistorie
Aan de westelijke zijde van de Nieuwveenseweg staan enkele karakteristieke boerderijen, waaronder die van de percelen nummers 43 en 45. Op de
Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Zuid-Holland is deze zijde van de Nieuwveenseweg aangemerkt als karakteristiek polderlint. Aan de overzijde van de weg ligt het bedrijventerrein. Er is sprake van een groot contrast tussen de bebouwing aan weerszijden van de Nieuwveenseweg. Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten aanwezig.
Daarnaast maakt het plangebied geen onderdeel uit van een beschermd stads- of
20
dorpsgezicht. Ook andere cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn niet aanwezig binnen het plangebied.
De eerder gerealiseerde tennishal op nummer 394 is een creatief ontwerp, dat op de genoemde locatie zorgvuldig is ingepast. De thans aanhangige padelbanenhal sluit daarop nauwkeurig aan.
Planspecifiek Geconcludeerd kan worden dat de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen veroorzaken voor de beoogde ontwikkeling.
4.2
Verkeer en parkeren
Zoals gezegd maken de bespelers van de padelhal voor een heel groot deel gebruik van de reeds aanwezige infrastructuur van het sportcentrum Nieuwkoop. In de eerste plaats wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit naar de openbare weg. Er zal - naar verwachting - een hele lichte toename zijn van
afslaand en invoegend verkeer op de provinciale weg N 231. In de tweede plaats gaat de routering naar de padelhal via het reeds aanwezig parkeerterrein van het sportcentrum. De reeds bestaande vluchtweg is momenteel 3 meter breed. De
weg van de bestaande vluchtroute, aan de achterzijde van het sportcentrum, wordt de ontsluitingsweg naar de extra parkeerplaats bij de padelhal. Deze weg wordt verbreed naar 3,5 m in verband met de toegankelijkheid en de bereikbaarheid van hulpdiensten. Er is bovendien reden om aan te nemen, dat, gelet op eerder opgedane ervaringen, een ruim aantal spelers van de padelhal per fiets naar de hal zal komen.
In de parkeernormen van de gemeente Nieuwkoop is geen norm opgenomen voor padellen. Daarom is door de architect een berekening gemaakt, die grote
gelijkenis vertoont met die van de tennishal. Indien rekening wordt gehouden
met een parkeernorm van 1,45 pp/100m? voor de padelhal dan wordt het aantal 21
extra te realiseren parkeerplaatsen gezet op 18 stuks, specifiek voor de nieuwe hal. Verwezen wordt naar de berekening van de architect, die is weergegeven op de pagina nieuwe situatie, sit 1. Naast nieuwbouw van de hal zullen ook de
nieuwe parkeerplaatsen worden aangelegd. Planspecifiek Met de aanleg van 18 parkeerplaatsen wordt voorzien in de extra parkeerbehoefte. Verkeer en parkeren vormen geen beletsel voor de uitvoering
van het nieuwbouwplan.
43
Flora
&
Fauna
In het kader van de beoordeling van de Omgevingswet is op 16 februari 2024
een veldbezoek afgelegd en een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Zie hiervoor bijlage 1, versie 2. Het doel van deze scan is om in te schatten welke plant- en diersoorten (beschermd onder de Omgevingswet) kunnen voorkomen binnen het plangebied. Er wordt bepaald of deze soorten een negatief effect kunnen ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast wordt een
beoordeling gegeven over de mogelijk effecten op beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en/of behoren tot Natuurnetwerk Nederland).
Gebiedsbeschrijving Het plangebied betreft een grotendeels onverhard terrein. Verharding is enkel aanwezig in het westelijk deel van het plangebied. De verharding is onderdeel van de ontsluitingsweg van de sporthal. Het plangebied bestaat voornamelijk uit gras- en rietvegetatie, met op-schot van 0.a. wilg, aalbes en zwarte els. Het op-
schot bevindt zich voornamelijk in het oostelijke deel van het plangebied en langs de sporthal. Verder bevindt zich binnen het terrein een grondhoop van zand en puin. Aan de grondhoop wordt dagelijks gewerkt, doordat er nog grond
wordt bijgebracht. Zodra het plangebied droog is, zal de grond worden verspreid over het gebied voor egalisatie. Hierbij geldt dat de grond goed zal worden 22
aangedrukt. De sloot in het noordelijk deel van het plangebied is recentelijk gedempt en heeft geen beschoeiing. Onderstaande foto’s (figuren 9, 10 en 11) geven een beeld van de onderzoeks-locatie. De foto’s zijn gemaakt tijdens het
(geanonimiseerd) veldbezoek door de onderzoekster/ecoloog _
Figuur 10: aanwezige opschot blijft gehandhaafd
Figuur : aanzicht westelijke ontsluitingsweg tennishal 23
Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens om een padelhal te realiseren aan de bestaande
sporthal. De grootte van het plangebied is ongeveer 2100 m?. De ontsluitingsweg loopt vanaf de openbare weg en verloopt via het terrein van de sporthal en gaat achter de tennishal om. Voor de bestaande sporthal is toen een verharde strook van 3 meter gemaakt als vluchtweg voor brand. De geprojecteerde ontsluitingsweg achter de tennishal om zal worden verbreed.
Compensatiewater zal worden gegraven. Er worden geen sloopwerkzaamheden uitgevoerd. Er worden ook geen kapwerkzaamheden uitgevoerd, waardoor bescherming van houtopstanden niet aan de orde is. Naast de hal zal een terrein voor parkeren worden gemaakt. Hier komen 18 parkeerplaatsen.
Figuur 12: Ontwerp padelhal met parkeerterrein
24
Conclusies quick-scan flora en fauna Bij de voorgenomen werkzaamheden worden geen effecten verwacht op streng beschermde soorten. De volgende maatregelen dienen te worden getroffen om
mogelijke effecten op aanwezige soorten te voorkomen: e
Plangebied kan mogelijk geschikt zijn als foerageergebied voor
vleermuizen. Verlichting en bouwverlichting kan mogelijk verstorend werken; dit geldt evenzeer voor omliggende watergangen. e
Voor algemeen voorkomende broedvogels wordt geadviseerd om broedmogelijkheden buiten het broedseizoen te verwijderen. Rekening houden met broedseizoen van 1 maart tot en met 31 juli. Het broedseizoen
kan per soort verschillen en is de broedperiode ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Broedende vogels mogen nooit worden verstoord. e
Buiten de winterrust dienen de mogelijke schuil- en/of voorplantingsplaatsen voor algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën te worden verwijderd.
e
Rugstreeppad verkiest loszandige grond in het plangebied. Geadviseerd is om het terrein niet aantrekkelijk te maken voor rugstreeppad. Dit vertaalt zich in de volgende maatregelen om kolonisatie te voorkomen: ** (Grond)werkzaamheden worden zoveel mogelijk aaneengesloten uitgevoerd. Het zoveel mogelijk aaneengesloten uitvoeren van grondwerkzaamheden helpt om kolonisatie te voorkomen;
** Er wordt, met name in de voortplantingsperiode (mei — juli), voorkomen dat ondiepe vegetatieloze plassen (voortplantingsplaats, zoals ondiepe plassen, kuilen en bandensporen met water) kunnen
ontstaan, door rijplaten te gebruiken; ** Opslag van open zand (landbiotoop in zomer en winter, alsmede winterverblijfplaats) wordt afgedekt met wegendoek of plastic;
25
** Eventueel kunnen ter voorkoming van kolonisatie door de rugstreeppad schermen van glad landbouwplastic van 50 centimeter hoog geplaatst worden. Deze schermen worden minimaal 10
centimeter ingegraven in de grond. De schermen worden regelmatig gecontroleerd op kieren en overhangende vegetatie.
Planspecifiek
Overeenkomstig de quick-scan flora en fauna is geadviseerd om voorzieningen te maken in het kader van het Bouwbesluit Bouwwerken Leefomgeving. Zo is aangeduid het gebouw te voorzien van nestkasten voor vleermuizen, huismussen en de gierzwaluw. Op de bijgevoegde tekening is te zien, dat deze voorzieningen
zijn toegevoegd op de langs-gevels van het gebouw. In het laatste ontwerp is bij buitenverlichting toegevoegd: toe te passen vleermuisvriendelijke LEDbuitenverlichtingsarmatuur amberkleurig en UV-vrije ledverlichting alleen naar beneden schijnend.
(…«Á;………„ jebouwing en verharding 15%
= 212m?
Weermuis vriendelijke ED.
buitenvertichtingarmatuur
Figuur 13: vleermuisvriendelijke armaturen
26
Ten aanzien van gebiedsbescherming Ten aanzien van gebiedsbescherming geldt dat het plangebied in de nabije omgeving van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied is gelegen
(Nieuwkoopse Plassen & De Haeck). Gezien de afstand van ongeveer 1 kilometer tussen het plangebied en de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck zijn effecten zoals verdroging, geluid en trillingen op voorhand uit te sluiten. Met betrekking tot de provinciaal beschermde gebieden, zoals het belangrijke
weidevogelgebied en de karakteristieke landschapselementen kan worden vastgesteld, dat het plangebied niet is gesitueerd in een dergelijk gebied. Er zijn dan ook geen belemmeringen tot de provinciaal beschermde gebieden.
Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat wel de kans, dat er een extern effect ontstaat door depositie van stikstof. Daarom is door de “Stikstofberekenaar” specifiek onderzoek uitgevoerd, bijlage 2. Uit de bijgevoegde AERIUS-berekeningen voor zowel de realisatie- als de gebruiksfase kan worden opgemaakt, dat stikstofemissies ten gevolge van dit
project niet leiden tot een stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar.
Planspecifiek Stikstofdepositie vormt dus geen belemmering voor de voortzetting van dit project. Dit geldt evenzeer voor flora en fauna.
44
Water
Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hooggehouden worden. Op Europees en op
Rijksniveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking
27
tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21° eeuw, de Waterwet, het Nationaal Waterplan en de Wet gemeentelijk watertaken.
Hoogheemraadschap van Rijnland Voor het plangebied gelden de “Keur en Beleidsregels” van het
Hoogheemraadschap van Rijnland. Op basis daarvan worden taken verricht op het gebied van waterkwaliteit en van waterkwantiteit.
De geprojecteerde padelhal neemt 1240 m? verharding in beslag; datzelfde geldt voor de aanleg van het parkeerterrein, waarmee 673 m? verharding is gemoeid. De verhardingstoename bedraagt 1913 m?. Van de kant van het Hoogheemraadschap is een eenmalige vrijstellingsnorm beschikbaar van 500
m?. De vereiste compensatie is gesteld op 15%. Dit resulteert erin, dat minimaal 212 m?open water moet worden toegevoegd. In het voorliggende plan wordt open water toegevoegd aan de noordkant van het plangebied.
Te
mak6 water
tbv compen:
Gebouwing en verharding 15:
Vieermuis vriendetijke LED. buitenverlichtingarmatuur
Figuur 14: watercompensatie
28
Het oppervlak aan water, dat hier wordt toegevoegd door het verbreden van de
sloot is groter dan de minimaal vereiste 212 m?. Op deze manier wordt er ruim voldaan aan de gestelde watercompensatie. Verwezen wordt naar de
afzonderlijke situatietekening van de watercompensatie voor de padelhal. Op 14 augustus 2024 is hiertoe door het Hoogheemraadschap van Rijnland een vergunning verleend (2024-007645) voor het graven van compensatiewater. De in het verleden geprojecteerde watercompensatie voor de nieuwbouw van de
tennishal is anders uitgevoerd dan in het bestemmingsplan is opgenomen en in de praktijk aanwezig is. Daar is in 2017 vergunning voor verleend door het hoogheemraadschap; dit is in 2018 door het hoogheemraadschap gecontroleerd en akkoord
bevonden.
Uit het raadplegen van de legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland blijkt dat het plangebied niet gelegen is binnen of in de nabijheid van een regionale waterkering ligt.
Planspecifiek
Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Aan het gestelde met betrekking tot watercompensatie wordt ruim voldaan.
45
Geluid
Wet geluidhinder Lawaai kan de leef-kwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van lawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh)
verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen. Een woning is een geluidsgevoelige bestemming. Het oprichten van een nieuwe hal met vier padelbanen valt
evenwel niet onder de noemer van geluidsgevoelige gebouwen. De hal met daarin vier padelbanen is geen geluidgevoelige bestemming. De Wet 29
geluidhinder is daarmee niet van toepassing. Dit houdt in, dat ook de beoordeling van aspecten zoals wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en lawaai van industrie achterwege kan blijven. Ook de in 2007 gerealiseerde sporthal is
tot stand gekomen op die manier.
Activiteitenbesluit milieubeheer
Het Sportcentrum, inclusiefde padelhal, moet voldoen aan de
geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Stemgeluid en piekniveaus ten gevolge van sporten zijn buitengesloten bij de beoordeling van geluid. De extra verkeersbewegingen die plaatsvinden, vinden plaats aan de achterzijde van de hal. Dat is gunstig voor de maatgevende woningen op de Nieuwveenseweg.
De gevel van de padelbanen is aan de voorzijde - naar de belendende woningen toe - geheel gesloten zonder ramen of gevelopeningen. Dak of gevel zijn een vaste constructie die niet zijn te openen. Deuren in de zijgevel rechts aan de noordzijde zijn vluchtdeuren. Voor de wanden van de padelhal wordt een sandwichpaneel gebruikt. Deze panelen hebben een geluidisolatie van 27 dBA.
De afstand van ruim 45 meter tussen de geprojecteerde hal met padelbanen en de dichtstbijzijnde woningen op de Nieuwveenseweg, - respectievelijk 43 en 45 - is dermate ruim, dat vanuit de overdekte padelhal het geluid in de woningen
niet gehoord kan worden, dat er op padelbanen wordt gespeeld. Planspecifiek Het geluidniveau van de vier padelbanen in de sporthal leidt niet tot een onaanvaardbaar woon-
en leefklimaat voor de nrs. 43 en 45.
Het aspect geluid vormt geen belemmering om de nieuwbouw uit te voeren.
46
Luchtkwaliteit
Het plan omvat de aanleg van een hal met vier padelbanen. Deze nieuwe hal
wordt gekoppeld aan een bestaande tennishal. Door de omvang van het project is dit een project niet in betekenende mate. Er behoeft dus niet worden getoetst 30
aan de grenswaarden. De aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een padelbanenhal valt onder de noemer “kleine projecten”, zodat voor deze planontwikkeling een onderzoek luchtkwaliteit achterwege kan blijven.
Planspecifiek Hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de voormalige Wet Milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen) staat deze planontwikkeling dan ook niet in de weg.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
Het aspect bedrijven en milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven hebben op hun omgeving. In het onderhavige bebouwingslint spreken we over
het omgevingstype “gemengd gebied”. De bedoelde invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en bedrijvigheid. Uitgangspunt voor die beoordeling is het plangebied. De eerstvolgende agrarische melkveehouderij naar het noorden toe ligt op enkele honderden meters afstand. Naar het westen toe ligt er weiland van de eigenaren van de tennisboerderij.
Daar is niet of nauwelijks hobbymatige beweiding te zien. Aan de zuidkant van plangebied is de afstand dermate naar de volgende belending, dat dit niet een rol kan spelen, als gelet wordt op de in de VNG-brochure “Bedrijven en
Milieuzonering” uit 2009 genoemde richtafstanden. Aan de oostkant van de te Tealiseren nieuwbouw is de afstand naar de N231
dermate, dat het eventuele
verkeerslawaai niet of nauwelijks waar te nemen is voor de bespelers van de padelbanen.
Bedrijfswoning Nieuwveenseweg 41a Voor de nabijgelegen bedrijfswoning Nieuwveenseweg 414 te Nieuwkoop dient te worden vastgesteld of er sprake is van een aanvaardbaar woon - en
leefklimaat ter plaatse. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de zgn. handreiking padel en geluid. Hierin wordt geadviseerd een afstand van 130 31
meter tussen open padelbanen en gevoelige bestemmingen aan te houden in gemengd gebied. Evenwel vindt de padelsport straks in Nieuwkoop inpandig plaats, zodat er significant minder geluidsuitstraling zal zijn. De afstand tussen
de padelhal en de betrokken woning is 44,72 meter, zoals op de onderstaand figuur 15 is te zien.
f water tbv conpenseren
ebouwing en verhardg IS% = 212n?
Vleermuis vriendelijke LED. butenverlictingarmstuur
Figuur 15: afstand Nieuwveenseweg 41a
en de padelhal
Op de tekening van de padelhal (fguur 7) is duidelijk te zien, dat de gevel van
de hal naar de woning toe geheel gesloten is. Voor de wanden van de padelhal worden sandwichpanelen gebruikt. Deze panelen hebben een geluid-isolatie van 27 dBA. De bouwkundige uitvoering van de padelhal zorgt ervoor dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor Nieuwveenseweg 41a.
32
Planspecifiek Vanuit milieuzonering bestaan er geen bezwaren tegen dit bouwplan.
48
Bodem
De voorgenomen aanvraag voor de bouw van een padelhal is aanleiding geweest voor het uitvoeren van verkennend en ander bodemonderzoek, zie bijlage 3. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische
bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor het beoogde terreingebruik ter plaatse (sportvoorziening). Het bodem- en het asbestonderzoek is verricht volgens de richtlijnen van de NEN 5740, 5725 en 5707. Het verrichten van de boringen en het plaatsen van de peilbuis heeft
plaatsgevonden op 16 januari 2024. Het veldwerk is uitgevoerd op 29 februari 2024.
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van Nieuwveenseweg achter nummer 41A
te Nieuwkoop is vastgelegd. De conclusies van het
chemisch onderzoek met betrekking tot eerder plaats gehad hebbende
dempingen I, T en II zijn beoordeeld als kwaliteitsklasse Industrie. Voor de puin-houdende grond op het overig terreindeel is bovenstaande conclusie eveneens getrokken. Aanvullend en verder bodemonderzoek kan achterwege
blijven. Uit eerdere studies blijkt dat de percelen ter plaatse van en nabij agrarische gebieden en/of tuinbouw nikkelverhogingen in grondwater geen gevaar geven voor mens, natuur of verspreiding. De verhogingen zullen naar alle waarschijnlijkheid na het beëindigen van de landbouwactiviteiten (bemesting) in de loop der jaren dalen tot nabij de achtergrondwaarden.
Tijdens de verkennende fase van het onderzoek is in het puin-houdend dempingsmateriaal van demping I (boring 3) asbestverdacht materiaal
aangetroffen. Daarnaast is ter plaatse van demping II puin-houdend
33
dempingsmateriaal aangetroffen dat op basis van de bijmenging aan puin verdacht is op het voorkomen van asbestverontreiniging in de bodem.
Op basis van de waarnemingen is de puin-houdende grond van demping I en demping TI als één ruimtelijke eenheid onderzocht. In het puin-houdend dempingsmateriaal van beide dempingen is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen.
Planspecifiek Vanuit het onderzoek wordt de volgende aanbeveling gedaan. “Aangezien het een te realiseren bouwwerk betreft, waarin meer dan twee uur per dag personen
aanwezig zijn, betreft dit een “bodemgevoelig gebouw”. Aangezien op de locatie
sprake is van een historische verontreiniging waarbij in minder dan 25 m° bodemvolume de interventiewaarde wordt overschreden is de bouw toegestaan zonder verdere maatregelen of meldingsplicht”. Het aspect bodem vormt geen belemmering om de gewenste nieuwbouw uit te voeren.
49.
Externe veiligheid
Sommige activiteiten brengen risico’s op zware ongevallen met mogelijke grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico’s. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden
aan de normen.
Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het
externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: 34
e
risicovolle (Bevi-)inrichtingen;
e
vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen;
e
vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.
Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico.
Beoordeling 1. Uit het raadplegen van de risicokaart blijkt, dat er in de directe omgeving van het plangebied, geen buisleidingen voor gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
2. Wel zijn in de omgeving twee risicovolle inrichtingen aanwezig. Deze liggen echter op ruim 400 meter afstand — respectievelijk ten noorden en ten zuiden - van het plangebied. Gezien deze ruime afstand en de aard van de risicovolle inrichtingen zijn er geen beperkingen voor het plangebied.
Bovendien wordt de nieuw te bouwen padelhal reeds afgeschermd door het aanwezige bestaande sportcentrum, dat een veel groter volume heeft. 3. Ten oosten van het plangebied ligt de N231 (Nieuwveenseweg) waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaats heeft. Het aantal transporten over de N231
is beperkt. De nieuw te bouwen sporthal ligt in tweede linie ten
opzichte van de doorgaande weg en op 75 meter afstand van de N231. 4. Bij een incident met toxische stoffen op de N231 kan een giftige gaswolk ontstaan die de locatie kan bereiken. Bij een dergelijke calamiteit zijn
geen bijzondere voorzieningen nodig om de omvang van de ramp te beperken en om de aanwezige personen veiligheid te bieden. Het sluiten van ramen en deuren en ventilatieroosters en zoveel mogelijk uitschakelen van ventilatiesystemen na alarmering door de sirene van de Veiligheidsregio of bericht van NL-Alert, is daarvoor voldoende.
35
Bij een incident met een LPG-tankwagen kan een BLEVE ontstaan. De locatie is voldoende bereikbaar voor de hulpdiensten om de omvang van de ramp te beperken. De aanwezige personen kunnen zich in veiligheid
brengen via de N231, mits tijdig gewaarschuwd. Bij een calamiteit met het vervoer van gevaarlijke stoffen op de N231 zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van
effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijding worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
Planspecifiek
Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
M.E.R. - beoordeling
Het plan ligt in de bestaande (stedelijke) lintbebouwing van Nieuwkoop, aan de
rand van het bestaande bedrijventerrein. Dit betekent dat de voorgenomen uitbreiding is te zien als een uitbreiding/wijziging in het bestaande stedelijk gebied. Vastgesteld moet worden of hiermee ook sprake is van een stedelijke
ontwikkeling zoals bedoeld onder D11.2 van de D-lijst van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er is een bestaande tennishal met 5 banen met een sportcentrum
(totale oppervlakte 4038 m?). De uitbreiding van de padelhal omvat een oppervlakte van 1240 m?. Hiervan past 200 m? niet binnen de vigerende sportbestemming (met specifieke vorm van recreatie zomerkamp). Hoewel de
uitbreiding ten opzichte van de huidige hal vrij fors is, is dit plan, gegeven de ligging van de uitbreiding langs de N243 en tegenover het bedrijventerrein De Olm, de uitstraling (activiteit zal plaatsvinden in een hal) niet meer zijn dan een
intensivering van het bestaande gebruik met een beperkte impact op de omgeving. Het voorgenomen plan is dan, mede gezien haar omgeving, ook te 36
kleinschalig van aard om het te beschouwen als een wijziging van een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld onder D 11.2 van de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is niet van toepassing.
Planspecifiek Het Besluit m.e.r is voor dit plan niet van toepassing.
411
Duurzaamheid
Het algemene kader voor het milieubeleid van de gemeente Nieuwkoop is vastgelegd in de Duurzaamheidsagenda “Samenwerken en verbinden”. Dit beleid kent een directe relatie met de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld met
betrekking tot de doelstellingen voor duurzame inrichting, voor duurzame bouw, alsook het klimaat en energiebesparing. De nieuwbouw van de hal zal gebeuren met de nieuwste isolatietechnieken. Centrale verwarming van de hal blijft achterwege. De LED-verlichting in de hal zal zijn gebaseerd op de best beschikbare technieken. Het dak van de nieuwe hal
zal worden voorzien met zonnepanelen. Duurzaam en circulair is ook het gegeven dat de horecavoorzieningen en sanitaire faciliteiten in de toekomst zullen worden gedeeld tussen bespelers en/of bezoekers van beide hallen. Ook is
overleg gaande met een installatiebureau om op het parkeerterrein oplaadfaciliteiten ter beschikking te laten komen voor de gebruikers van elektrische
auto’s.
Planspecifiek
Het bouwplan wordt met duurzame materialen gerealiseerd. Dit geldt ook voor de buitenruimte die duurzaam wordt ingericht.
37
Hoofdstuk 51
5
Uitvoerbaarheid
Economische
uitvoerbaarheid
De kosten voor de realisering van het bouwplan komen ten laste van de
initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn er derhalve geen kosten. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag, die met een uitgebreide procedure van 26 kan worden vergund, worden leges in rekening gebracht bij initiatiefnemer.
5.2 _ Maatschappelijke uitvoerbaarheid De voorliggende ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende tekeningen + bijlagen zal op de gebruikelijke wijze in de gemeente Nieuwkoop ter visie worden gelegd.
(geanonimiseerd) Nieuwkoop, 17 augustus 2024
38
Bijlagen:
1. Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 394 te Nieuwkoop, Iris Beijeman, 7 juli 2024, versie 2;
2. Onderzoek stikstofdepositie realisatie 4 padelbanen in Nieuwkoop, Menno Schaefer, de Stikstofberekenaar, 11 juli 2024;
e
2 Aerius — projectberekeningen voor de realisatiefase plus de gebruiksfase;
3. Verkennend en nader bodemonderzoek Nieuwveenseweg achter Nr. 41A te Nieuwkoop, Grondslag te Kamerik, 18 maart 2024;
39
Datum: 4 juni 2024 Ons kenmerk: D2024-068202 Zaaknummer: 2024-006543
Advies aanvraag Omgevingsvergunning Gegevens project Project Gemeente Datum vraag Soort procedure Nummer OLO
Nieuwveenseweg 39A in Nieuwkoop Nieuwkoop 30 april 2024 Omgevingsvergunning 8317759
Inleiding De gemeente Nieuwkoop heeft de Omgevingsdienst West-Holland (hierna: Omgevingsdienst) gevraagd om advies over het plan aan de Nieuwveenseweg 39A in Nieuwkoop. Het advies heeft betrekking op de beoordeling van een aantal milieuaspecten. In dit advies zijn de resultaten van deze beoordeling opgenomen.
Algemeen Het voornemen is om het Sportcentrum Nieuwkoop uit te breiden met een hal voor 4 padelbanen met parkeerplaatsen. De aanvraag is voor 1 januari 2024 ingediend. Derhalve is de oude wetgeving nog van toepassing. De ontwikkelingslocatie is weergegeven in onderstaande figuur 1.
Figuur 1. Ontwikkelingslocatie
Telefoon 071-4083100
Correspondentieadres:
Bezoekadres:
Fax 071-4083101
Postbus 159
Vondellaan 55
www.odwh.nl
2300 AD Leiden
2332 AA Leiden
Ons kenmerk: D2024-068202
Voor dit advies is gebruik gemaakt van de volgende documenten: ▪ Nieuwbouw sporthal voor vier padelbanen in Nieuwkoop (Haaksman Rentmeesters). ▪ Verkennend en nader bodemonderzoek (Grondslag BV, kenmerk 39183, d.d. 18 maart 2024). ▪ Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop, Iris Beijeman, 20 februari 2024 ▪ Onderzoek stikstofdepositie realisatie 4 padelbanen Nieuwveenseweg 39C in Nieuwkoop, Stikstofberekenaar, SB24-049, 16 februari 2024 met ▪ PDF AERIUS Calculator realisatiefase, RReJABjW8jip, 16 februari 2024 ▪ PDF AERIUS Calculator gebruiksfase, RppBhygQVY35, 16 februari 2024 ▪ Nieuwbouw sporthal voor vier padelbanen in Nieuwkoop, Haaksman Rentmeesters (ruimtelijke onderbouwing)
Conclusie en advies De Omgevingsdienst heeft het plan beoordeeld en concludeert het volgende: ▪ De ruimtelijke onderbouwing is wat betreft het aspect archeologie, lucht en bodem akkoord. ▪ Geadviseerd wordt om de melding toeval vondsten op te nemen in de omgevingsvergunning. ▪ Aanvullende onderbouwing ten aanzien van het geluiddempende effect van de hal is noodzakelijk voordat er kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nabijgelegen bedrijfswoning. ▪ Het Besluit m.e.r. is voor dit plan niet van toepassing. ▪ Geadviseerd wordt om in de ruimtelijke onderbouwing een paragraaf over m.e.r. beoordeling op te nemen. ▪ De paragraaf 4.10 externe veiligheid van de ruimtelijke onderbouwing is niet volledig en dient te worden aangepast. ▪ Voor het aspect bodem dienen algemene regels te worden opgenomen in de vergunning. ▪ De ecologische quickscan moet op bovenstaande punten worden aangevuld ▪ Het onderzoek stikstofdepositie en de AERIUS berekening van de realisatiefase moeten worden aangevuld. ▪ De ruimtelijke onderbouwing moet voor het aspect ecologie worden aangevuld. ▪ Het aspect geluid dient nader beschouwd en aangevuld te worden. Hieronder is per aspect een nadere toelichting gegeven.
Uitwerking per milieuaspect Archeologie Beoordeling De ruimtelijke onderbouwing is gecontroleerd en akkoord bevonden. De a ti iteit uit oere a ee erk is i de o ge i gs ergu i g iet a toepassi g o dat de ode i grepe binnen de vrijstellingen van het omgevingsplan Nieuwkoop, onderdeel bestemmingsplan Kern Nieuwkoop vallen. Wel is het verstandig om de melding toeval vondsten op te nemen in de omgevingsvergunning: In geval bij de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dient dit op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet en afdeling 19.2 van de Omgevingswet onmiddellijk te
Pagina 2 van 9
Ons kenmerk: D2024-068202
worden gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de vondst zich voordoet. De vondst dient gedurende zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld of gehouden voor wetenschappelijk onderzoek. Voor het melden van de archeologische toevalsvondst kun je contact opnemen met de gemeente Nieuwkoop. Conclusie ▪ De ruimtelijke onderbouwing is wat betreft het aspect archeologie akkoord. ▪ Geadviseerd wordt om de melding toeval vondsten op te nemen in de omgevingsvergunning. Bedrijven en milieuzonering Beoordeling De nabijgelegen bedrijfswoning is niet expliciet genoemd in de paragraaf bedrijven en milieuzonering. Dit is tevens de meest nabijgelegen gevoelige bestemming. De afstand van de uiterste situering van deze bedrijfswoning tot aan het plangebied betreft slechts 26 meter. Een sporthal wordt aangemerkt als categorie 3.1 met een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Voor deze richtafstand is geluid maatgevend, dit is in het bijzonder het geval voor padelbanen waarbij geluid tot veel problemen met betrekking tot de inpasbaarheid leidt. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand. Er dient aanvullend te worden beschouwd op welke manier een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van Nieuwveenseweg 41 te Nieuwkoop gerealiseerd wordt.
Hierbij dient rekening te worden gehouden met de handreiking padel en geluid. Hierin wordt geadviseerd een afstand van 130 meter tussen padelbanen en gevoelige bestemmingen aan te houden in gemengd gebied. Als de activiteiten inpandig plaatsvinden zal er significant minder geluidsuitstraling zijn. De mate waarin dit gereduceerd wordt en in hoeverre dit opweegt tegen de korte afstand tot een gevoelige bestemming dient te worden onderbouwd. In het onderdeel geluid wordt dit verder uitgewerkt. Gezien de afstand (>95 meter) en de hal worden er geen belemmering van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht ter plaatse van de beschouwde woningen ter plaatse van Nieuwveenseweg 43 en 45. Conclusie Aanvullende onderbouwing ten aanzien van het geluiddempende effect van de hal is noodzakelijk voordat er kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nabijgelegen bedrijfswoning. Milieueffectrapportage Beoordeling Hoewel de voorgenomen activiteit te kleinschalig van aard is dient, ook op basis van het oude recht (voor 1 januari 2024), wel te worden vastgesteld of voor dit plan een (vormvrije) m.e.r. beoordeling nodig is.
De ruimtelijke onderbouwing moet hierop worden aangevuld, waarbij de initiatiefnemer hiervoor gebruik kan maken van onderstaand tekstvoorstel: Het plan ligt in de bestaande (stedelijke) lintbebouwing van Nieuwkoop, aan de rand van het bestaande bedrijventerrein. Dit betekent dat de voorgenomen uitbereiding is te zien als een uitbereiding/wijziging in het bestaand stedelijk gebied. Vastgesteld moet worden of hiermee ook sprake is van stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld onder D 11.2 van de D-lijst van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er is een bestaande tennishal met 5 banen met een sportcentrum
Pagina 3 van 9
Ons kenmerk: D2024-068202
(totale oppervlakte 4038 m2). De uitbreiding van de padelhal omvat een oppervlakte van 1240 m2. Hiervan past 200 m2 niet binnen de vigerende sportbestemming (met specifieke vorm van recreatie zomerkamp). Hoewel de uitbreiding ten opzichte van de huidige hal fors is, is dit plan, gegeven de ligging van de uitbreiding langs de N243 en tegenover het bedrijventerrein de Olm, de uitstraling (activiteit zal plaatsvinden in een hal) niet meer zijn dan een intensivering van het bestaande gebruik met een beperkte impact op de omgeving. Het voorgenomen plan is dan, mede gezien haar omgeving, ook te kleinschalig van aard om te beschouwen als een wijziging van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld onder D 11.2 van de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r is niet van toepassing. Conclusie ▪ Het Besluit m.e.r. is voor dit plan niet van toepassing ▪ Geadviseerd wordt om in de ruimtelijke onderbouwing een paragraaf over m.e.r. beoordeling op te nemen. Externe veiligheid Beoordeling In paragraaf 4.10 externe veiligheid van de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op het aspect externe veiligheid. Over deze paragraaf zijn de volgende opmerkingen aan de orde: ▪ Het wordt onderschreven dat in de directe omgeving van de planlocatie geen buisleidingen voor gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
▪ Ook wordt onderschreven dat het plangebied niet gelegen is binnen een invloedsgebied van een bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of geproduceerd. ▪ Het is correct dat in paragraaf 4.10 aandacht besteed wordt aan het (beperkte) transport van gevaarlijke stoffen over de N231. De verantwoording van het groepsrisico ontbreekt echter. Gelet op de ontwikkeling, de omgeving van de planlocatie en de afstand tot – en het geringe transport van gevaarlijke stoffen over de N231 kan volstaan worden met een (beperkte) onderbouwing. Hiervoor is hieronder een tekstvoorstel opgenomen. ▪ De conclusie dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling, wordt gedeeld. Tekstvoorstel: Bij een incident met toxische stoffen op de N231 kan een giftige gaswolk ontstaan die de locatie kan bereiken. Bij een dergelijke calamiteit zijn geen bijzondere voorzieningen nodig om de omvang van een ramp te beperken en om de aanwezige personen veiligheid te bieden. Het sluiten van ramen, deuren en ventilatieroosters, en zoveel mogelijk uitschakelen van ventilatiesystemen na alarmering door de sirene van de Veiligheidsregio of bericht van NLAlert, is daarvoor voldoende. Bij een incident met een LPG tankwagen kan een BLEVE ontstaan. De locatie is voldoende bereikbaar voor de hulpdiensten om de omvang van een ramp te beperken.
De aanwezige personen kunnen zich in veiligheid te brengen via de N231, mits tijdig gewaarschuwd. Bij een calamiteit met het vervoer van gevaarlijke stoffen op de N231 zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
Pagina 4 van 9
Ons kenmerk: D2024-068202
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering om ter plaatse van de locatie Nieuwveenseweg 39A te Nieuwkoop de bestaande tennishal uit te breiden met een padelbanenhal. De paragraaf 4.10 externe veiligheid van de ruimtelijke onderbouwing is niet volledig. Er dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen te worden. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het tekstvoorstel uit de bijlage. De Veiligheidsregio Hollands-Midden dient in de gelegenheid gesteld te worden om advies over het plan uit te brengen. Lucht Beoordeling In paragraaf 4.6 wordt ingegaan op de luchtkwaliteit. Hier wordt verwezen naar de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Er is aangegeven dat het hier gaan om een klein proje t dat iet i eteke e de ate IB ijdraagt aa de lu ht ero trei iging. Verdere toetsing van de luchtkwaliteit kan daarvoor achterwege blijven. Gezien de uitbreiding met 18 parkeerplaatsen ten behoeve van de overdekte padelbanen is dit akkoord. De luchtkwaliteit is hiermee voldoende beoordeeld. De padelhal is geen geurgevoelig object. De beoordeling van de geurhindersituatie is voor dit plan niet nodig. Conclusie De luchtkwaliteit is voor dit plan voldoende beoordeeld. Het aspect geurhinder hoeft niet te worden beoordeeld. De Omgevingsdienst heeft verder geen opmerkingen over de luchtkwaliteit en geurhinder.
Bodem Beoordeling Bodemonderzoek Het bodemonderzoek is uitgevoerd op de ontwikkelingslocatie. Het onderzoek voldoet aan de geldende normen. Uit het bodemonderzoek blijkt het volgende: ▪ Ter plaatse van de dempingen I en II zijn bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, kolen, slakken, plastic, etc.) aangetoond. Analytisch is geen asbesthoudend materiaal aangetroffen. Ter plaatse van demping III is alleen gebiedseigen grond aangetroffen. ▪ De bovengrond (boring R01, bodemlaag 0 – 0,5 m-mv) is sterk verontreinigd met zink. Met het aanvullend onderzoek is aangetoond dat het een verontreinigingsspot betreft met beperkte omvang. De bovengrond op het resterende deel is niet of licht verontreinigd met de overige onderzochte stoffen. ▪ De ondergrond is niet tot licht verontreinigd met de onderzochte stoffen. ▪ Het grondwater is sterk verontreinigd met nikkel. Deze verontreiniging wordt gerelateerd aan verstoren van het natuurlijk evenwicht van de bodem. Hetgeen overeenkomt met het bodemonderzoek uit 2006. Het grondwater is niet verontreinigd met de overige onderzochte stoffen.
Pagina 5 van 9
Ons kenmerk: D2024-068202
De resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek. Ruimtelijke onderbouwing Paragraaf 4.8 bodem is volledig. Conclusie De bodemparagraaf is akkoord. De conclusie dat de bodem geen belemmering is voor de voorgenomen ontwikkeling wordt gedeeld. De omgevingsvergunning kan worden verleend met de onderstaande algemene regels. Voor handelingen in grond en grondwater gelden de volgende algemene regels: ▪ Werkzaamheden met (verontreinigde) grond moeten plaatsvinden volgens wettelijke regels. Deze zijn opgenomen in het Omgevingsplan, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bodemkwaliteit. ▪ Richtlijnen voor veiligheid zijn vastgelegd in CROW-publicatie 400: Werken in en met verontreinigde bodem. ▪ Indien asbestverdacht materiaal (incl. puin-, cement- en baksteenresten etc.) op of in de bodem wordt aangetroffen is een onderzoek naar asbest in bodem volgens de norm NEN 5707 noodzakelijk. ▪ Het voornemen om meer dan 25 m3 grond af te graven moet gemeld worden via het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). ▪ Het onttrekken van grondwater en het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand moet gemeld worden via het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). ▪ Regels over het lozen van bemalingswater op het oppervlaktewater zijn te vinden in de Waterschapsverordening, afdeling 2.2.
Regels over het lozen van bemalingswater op de bodem of de riolering zijn te vinden in het Omgevingsplan van de betreffende gemeente, paragraaf 22.3.8.1 (lozen van grondwater bij sanering of ontwatering). Meer informatie over de wijze van lozing en de meldingsplicht is te vinden op www.odwh.nl/bedrijven/thema_s/water. ▪ Het toepassen van schone en/of niet schone grond (meer dan 25 m³) moet gemeld worden via het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). Bij het toepassen van grond binnen de regio West-Holland moet worden gewerkt volgens de regels van de regionale nota bodembeheer of de aparte nota bodembeheer van de gemeente Katwijk. Meer i for atie o er deze ota s is te i de op https://www.odwh.nl/themas/bodem/hergebruik-grond-en-bouwstoffen. N.B. De gemeente Oegstgeest heeft geen nota bodembeheer. Ecologie Beoordelen quickscan De quickscan is goed uitgevoerd, met duidelijke en goed leesbare beschrijvingen. Toch heeft de Omgevingsdienst een paar opmerkingen: ▪ Op pagina 4 wordt vermeld dat het veldbezoek is afgelegd op 16 februari 2023, op pagina 8 is opgenomen dat het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 16 februari 2024. Omdat het rapport dateert van februari 2024 gaat de Omgevingsdienst er van uit dat het veldbezoek heeft plaatsgevonden in 2024. ▪ Onder gebiedsbescherming, Natura 2000-gebieden wordt alleen ingegaan op het aspect stikstofdepositie.
Gezien de afstand van ongeveer 1 km tot Nieuwkoopse Plassen & De
Pagina 6 van 9
Ons kenmerk: D2024-068202
Haeck zijn andere effecten zoals verdroging, geluid en trillingen op voorhand uit te sluiten. Dit moet wel worden vermeld in de quickscan en de ruimtelijke onderbouwing. ▪ Bij de toets gebiedsbescherming moet ook het provinciaal beschermde belangrijk weidevogelgebied en de karakteristieke landschapselementen worden meegenomen. Het plangebied is niet gelegen in een dergelijk gebied. Er zijn dan ook geen belemmeringen met betrekking tot de provinciaal beschermde gebieden. Dit moet worden toegevoegd aan de ecologische quickscan en de ruimtelijke onderbouwing. ▪ In de quickscan wordt vermeld dat bekend is dat platte schijfhoren aanwezig is in de sloten van de achterliggende polder, maar dat er geen werkzaamheden worden uitgevoerd aan de watergangen. Dat is correct, aangezien de werkzaamheden aan de watergangen (dempen) al zijn uitgevoerd ten tijde van het veldbezoek. Niet duidelijk is of voorafgaand aan de demping onderzoek naar de platte schijfhoren is uitgevoerd. Als dat onderzoek niet is uitgevoerd, dan kan het zijn dat er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming of Omgevingswet. Op dit moment is echter niet meer te achterhalen of dat het geval is. ▪ De Omgevingsdienst adviseert om met betrekking tot rugstreeppad de volgende maatregelen toe te passen om kolonisatie te voorkomen: o (Grond)werkzaamheden worden zoveel mogelijk aaneengesloten uitgevoerd.
Het zoveel mogelijk aaneengesloten uitvoeren van grondwerkzaamheden helpt om kolonisatie te voorkomen; o Er wordt, met name in de voortplantingsperiode (mei-juli) voorkomen dat ondiepe vegetatieloze plassen (voortplantingsplaats, zoals ondiepe plassen, kuilen en bandensporen met water) kunnen ontstaan, door rijplaten te gebruiken; o Opslag van open zand (landbiotoop in zomer en winter, alsmede winterverblijfplaats) wordt afgedekt met wegendoek of plastic; o Eventueel kunnen ter voorkoming van kolonisatie door de rugstreeppad schermen van glad landbouwplastic van 50 centimeter hoog geplaatst worden. Deze schermen worden minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De schermen worden regelmatig gecontroleerd op kieren en overhangende vegetatie. Beoordelen onderzoek stikstofdepositie Het onderzoek stikstofdepositie is niet akkoord. De Omgevingsdienst merkt het volgende op: Realisatiefase ▪ In het rapport is niet opgenomen hoelang de realisatiefase duurt. Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage van een project inzichtelijk wordt gemaakt in mol per hectare per jaar en dat daarvoor de aaneengesloten 12 maanden worden gemodelleerd waarvoor de depositie het hoogst is. Is de realisatiefase korter dan 12 maanden, dan moet de stikstofemissie van de realisatiefase worden aangevuld met de stikstofemissie van de gebruiksfase voor de resterende maanden.
Is de realisatiefase langer dan 12 maanden, dan moeten de resterende maanden worden toegevoegd aan de gebruiksfase. Het rapport moet op dit punt worden aangevuld. ▪ In het rapport wordt niet gemotiveerd waarom het verkeer op de rotonde opgaat in het heersend verkeersbeeld. Wanneer echter gekeken wordt naar de verkeersgegevens op cimlk.nl, dan is deze constatering wel juist. ▪ In het overzicht van mobiele werktuigen ontbreekt een heimachine of andere machine ten behoeve van aanleg fundering. Is een dergelijke machine niet nodig? In het funderingsadvies is namelijk sprake van fundering op palen. ▪ In de berekening ontbreekt het stationair draaien van het bouwverkeer ten behoeve van het laden en lossen. Zie paragraaf 7.3 van de Instructie Gegevensinvoer AERIUS Calculator van BIJ12. De berekening moet op dit punt worden aangevuld. Pagina 7 van 9
Ons kenmerk: D2024-068202
Gebruiksfase Het aantal verkeersbewegingen is berekend uitgaande van 4 banen, 5 uur gebruik per dag per aa et 4 spelers. Wa eer deze spelers alle aal et de auto ko e , le ert dat 80 auto s per dag op en dus 160 verkeersbewegingen. In tabel 4.1 is sprake van 80 verkeersbewegingen. Overigens is in de CROW Toekomstbestendig parkeren een norm van 4,9 verkeersbewegingen per 100 m2 (tennishal) opgenomen. Dit komt uit op 60 verkeersbewegingen (1240 m2 hal). De berekening hoeft daarom niet te worden aangepast. Beoordelen ruimtelijke onderbouwing De Omgevingsdienst heeft de volgende opmerkingen op de ruimtelijke onderbouwing: ▪ Bij algemene broedvogels wordt benoemd dat het broedseizoen loopt van 1 maart tot en met 31 juli. Zoals in de quickscan juist is verwoord, kan het broedseizoen per soort verschillen en is de periode ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Broedende vogels mogen nooit worden verstoord. Dit moet worden toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing. ▪ De Omgevingsdienst adviseert om met betrekking tot rugstreeppad bovengenoemde maatregelen toe te passen om kolonisatie te voorkomen. ▪ Onder gebiedsbescherming, Natura 2000-gebieden wordt alleen ingegaan op het aspect stikstofdepositie. Gezien de afstand van ongeveer 1 km tot Nieuwkoopse Plassen & De Haeck zijn andere effecten zoals verdroging, geluid en trillingen op voorhand uit te sluiten.