Bijlagen bij ontwerpbesluit Z2023-00002731 - deel 2 - padelhal Nieuwveenseweg 39A, Nieuwkoop (groot bestand)
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna in het kader van de Omgevingswet Nieuwveenseweg
In opdracht van: Auteur:
Datum: Versie:
394 te Nieuwkoop
(geanonimiseerd) Iris Beijeman
7 juli 2024 Definitief, versie 2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
3.1 Natura 2000 gebieden
Ww0on
3.2 Natuurnetwerk Nederland gebieden
10
3.3 Belangrijk weidevogelgebied
10
1. Projectbeschrijving 1.1 Inleiding 1.2 Gebiedsbeschrijving 1.3 Voorgenomen
ingreep
2. Onderzoeksmethode
3. Bescherming natuurgebieden
4. Te verwachten 4.1
soorten
12
Bureaustudie
4.2 Te verwachten
12
soorten
en effecten
13
4.3 Rode lijst soorten
16
5. Toetsing Omgevingswet en vervolgstappen 5.1
17
Vleermuizen
17
5.2 Algemeen voorkomende broedvogels
17
__ 5.3 Maatregelen ten aanzien van de rugstreeppad
17
5.4 Algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën 6. Conclusie
en advies
18 19
6.1 Conclusies quickscan flora en fauna
19
6.2 Advies
19
natuurinclusief bouwen
7. Literatuurlijst
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop
21
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |2
1. Projectbeschrijving 1.1 Inleiding Het plangebied is gelegen aan de Nieuwveenseweg 394 te Nieuwkoop. De quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, namelijk het realiseren
van een padelhal en parkeerterrein. Het doel van de quickscan flora en fauna is om
in te schatten welke plant- en diersoorten
(beschermd onder de Omgevingswet) kunnen voorkomen binnen het plangebied. Er wordt bepaald of deze soorten een negatief effect kunnen ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast wordt een beoordeling gegeven over de mogelijke effecten op beschermde
natuurgebieden
(Natura
2000-gebieden
en/of
behoren
tot
Natuurnetwerk
Nederland). 1.2 Gebiedsbeschrijving Het plangebied Nieuwveenseweg 392 is gelegen in Nieuwkoop. Figuur 1 toontde geografische ligging van het plangebied. Het plangebied is gelegen nabij de Nieuwveenseweg (ten oosten). Verder ten zuiden
bevinden
zich woningen
en daarachter de Nieuwkoopse
Plassen.
Ten
westen en noorden zijn weilanden gelegen, veelal intensief beheerde landbouwgronden.
Konwaar
Figuur 1. Geografische ligging plangebied (rode pijl) (Bron: PDOK-viewer).
Het plangebied betreft een grotendeels onverhard terrein. Verharding is enkel aanwezig in het westelijke deel van het plangebied. De verharding is onderdeel van de onsluitingsweg van de sporthal. Het plangebied bestaat voornamelijk uit gras- en rietvegetatie, met opschot van 0.a. wilg, aalbes en zwarte els. Het opschot bevindt zich voornamelijk in het oostelijke deel van het
plangebied en langs sporthal. Verder bevindt zich binnen het terrein een grondhoop van zand en puin. Aan de grondhoop wordt dagelijks gewerkt, doordat er nog grond wordt bijgebracht. Zodra het plangebied droog is, zal de grond worden verspreid over het gebied voor egalisatie.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |3
Hierbij geldt dat de grond goed zal worden aangedrukt. De sloot in het noordelijke deel van het plangebied is recentelijk gedempt en heeft geen beschoeiing.
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) (Bron: PDOK).
Onderstaande foto's (Figuur 3 t/m 16) geven een beeld van de onderzoekslocatie. De foto's zijn genomen tijdens het veldbezoek, dat is afgelegd op 16 februari 2024. Alle foto's zijn gemaakt door Iris Beijeman.
Figuur 3. Aanzicht op het plangebied.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |4
Figuur 4. Aanzicht op de grondhoop en
Figuur 5. Aanzicht op de gevel van de sporthal
sporthal. Aan de grondhoop wordt dagelijks
en de aalbessen.
gewerkt. Zodra het plangebied droog is zal het gebied met de grond worden geëgaliseerd.
Figuur 6. Aanwezige opschot in het oostelijke deel van het plangebied.
Het opschot wordt niet
gekapt.
Figuur 8. Aanzicht op het plangebied en de
sporthal.
Figuur 10. Aanzicht op de ontsluitingsweg.
Figuur 9. Sloot ten westen van het plangebied. In
de waterkant groeit pitrus.
Figuur 11. Aangetroffen zwanenmossel in het plangebied.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 5
Figuur 12. Detailfoto aangrenzende sporthal. Er is
Figuur 13. Detailfoto Aangrenzende sporthal.
geen geschikte ruimte aanwezig onder de gevelrand voor bijvoorbeeld vleermuizen, deze is
Er is geen geschikte ruimte aanwezig onder de gevelrand voor bijvoorbeeld vleermuizen, deze
volledig hermetisch afgesloten.
is volledig hermetisch afgesloten.
Figuur 14. Ridderzuring, hoenderbeet en gewoon speenkruid binnen het plangebied. De vegetatie
Figuur 15. plangebied.
duidt op een voedserrijke bodem.
voedselrijke bodem.
Gewoon speenkruid binnen het De vegetatie duidt op een
Figuur 16. Aanwezig takkenhoop binnen het plangebied.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |6
1.3 Voorgenomen ingreep De initatiefnemer is voornemens om een padelhal te realiseren aan de bestaande sporthal. De
padelbaan zal een ruimte hebben voor vier padelbanen. De grootte van het plangebied is ongeveer 2100 m2. De ontsluitingsweg loopt vanaf de openbare weg en verloopt via het terrein van de sporthal en gaat achter de tennishal om. De onsluitingsweg achter de tennishal is al aanwezig, omdat voor de bestaande sporthal een verharde strook van 2 meter is gemaakt als
vluchtweg voor brand. Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen dempingswerkzaamheden
uitgevoerd,
dit is namelijk recentelijk al uitgevoerd. Er worden ook geen sloopwerkzaamheden uitgevoerd.
De nieuwe padelhal wordt tegen de bestaande sporthal gemaakt. Bij de voorgenomen werkzaamheden worden geen kapwegkzaamheden uitgevoerd, waardoor bescherming van Houtopstanden niet aan de orde is.
Naast het realiseren van een padelhal zal er ook een parkeerterrein worden gerealiseerd. Het parkeerterrein wordt binnen het plangebied (figuur 2) gerealiseerd, waarbij ongeveer 18 parkeerplekken worden gerealiseerd. Het is onbekend of er in de nieuwe situatie verlichting wordt geplaatst. De voorgenomen werkzaamheden staan gepland voor de zomer van 2024. Onderstaande figuur (Figuur 17) geeft een inzicht in de nieuwe situatie. Het betreft een voorlopig ontwerp. De nieuwe padelhal met parkeerterrein is weergegeven binnen het rode contour.
Figuur 17. Voorlopig ontwerp padelhal en parkeerterrein.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |7
2. Onderzoeksmethode De quickscan flora en fauna bestaat uit twee delen, een veldonderzoek en een bureaustudie. Per soortgroep wordt beschreven of een soort wel of niet wordt verwacht op basis van de habitatkenmerken en verspreidingsgegevens. Daarnaast wordt beschreven of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn.
Het veldonderzoek is uitgevoerd door een ervaren ecoloog’ op 16 februari 2024. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt, 11 graden Celsius met een windkracht van 3 Bft. Het veldbezoek is afgelegd met behulp van een verrekijker en zaklamp om te controleren op eventuele kieren/spleten in bomen/bebouwing. Tijdens het veldbezoek zijn het perceel en de omgeving grondig geïnspecteerd en is gelet op de mogelijke aanwezigheid van soorten op basis van het
aanwezige habitat en de omgeving. De bureaustudie is uitgevoerd middels gebruik van de verspreidingsatlassen, waarnemingen.nl en expert judgement. Daaraast zijn de gebiedsbeschermingsgegevens van de provincie Zuid-Holland geraadgpleegd.
1 Een ecologisch deskundige is een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring Hij of zij geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats (natuurlijke leefgebieden) en soorten. En heeft voldoende kennis en jarenlange ervaring om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hiermee bedoelen we dat de ecologisch deskundige:de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten (herjkent, kennis heeft van algemeen erkende onderzoeksmethoden, ecologische werkprotocollen kan uitwerken en specifieke maatregelen kan begeleiden.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |8
3. Bescherming
natuurgebieden
In voorliggend hoofdstuk wordt beschreven welke beschermde natuurgebieden gelegen in de
nabijheid van het plangebied. Daarnaast wordt beschreven of en welke vervolgstappen ten aanzien van gebiedsbescherming noodzakelijk worden geacht. 3.1 Natura 2000 gebieden Het plangebied ligt in de directe omgeving (+ 1 kilometer) van een Natura 2000 gebied (Figuur 18). Het gaat hier om het Natura 2000 gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.
om
|
146743
804
Figuur 18. Ligging Natura 2000 gebied ten opzichte van het plangebied (Bron: PDOK-viewer).
Het plangebied ligt in de directe omgeving van een stikstofgevoelig Natura 2000 gebied. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat er een extern effect ontstaat door depositie van stikstof, waardoor een vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Andere effecten, zoalas verdroging, geluid en trillingen, worden vanwege de afstand ((+ 1 kilometer) niet verwacht. Het plangebied grenst niet direct aan het Natura 2000-gebied en tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied zijn wegen en bebouwing aanwezig. Ten aanzien van mogelijke effecten door stikstof geldt dat een vervolgonderzoek noodzakelijk is. Het vervolgonderzoek dient minstens te bestaan uit een Aerius-berekening, waarmee berekend wordt of er bij de voorgenomen ingreep een verhoging ontstaat in stikstof. Hierbij dient zowel de aanlegfase als de gebruiksfase te worden berekend.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |9
3.2 Natuurnetwerk Nederland gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk ongeveer (+ 520 meter) van het gebied (Figuur 19).
(/\
soom
Nederland
en
ligt op
„v16ss8)i 954 N Ro:x = 11205609 m y= 46447622m
Figuur 19. Ligging NNN-gebied ten opzichte van het plangebied (Bron: PDOK-viewer).
Het plangebied ligt op circa 520 meter afstand van een natuurgebied uit het Natuurnetwerk Nederland gebied. De voorgenomen werkzaamheden zullen geen effect hebben op de kenmerken en waarden van het Natuurwerk Nederland gebied. Het Natuurnetwerk Nederland gebied zal niet worden aangetast en er worden geen effecten verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland zijn niet noodzakelijk. 3.3 Belangrijk weidevogelgebied Het plangebied is geen onderdeel van Belangrijk weidevogelgebied (figuur 20). Diverse polders ten westen zijn wel bestemd als Belangrijk weidevogelgebied. Op basis van de afstand van deze gebieden tot de voorgenomen werkzaamheden worden geen (tijdelijke) negatieve effecten
verwacht.
Vervolgstappen ten aanzien van Belangrijk wiedevogelgebied zijn daarom niet noodzakelijk.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop | 7 juli 2024 | Definitief Pagina |10
v w
Neuwkoop
Boumust
“er
Figuur 20. Kaart Belangrijk Weidevogelgebied t.0.v. plangebied (bron: PDOK-viewer).
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop | 7 juli 2024 | Definitief Pagina | 11
4. Te verwachten
41
soorten
Bureaustudie
Voorafgaand aan het veldbezoek is een bureauonderzoek uitgevoerd met behulp van literatuur en de actuele verspreidingsgegevens van waarnemingen.nl
is bepaald welke flora- en fauna
soorten er mogelijk kunnen voorkomen. Uit
de
waarnemingen.nl
blijkt
dat
de
0.a.
de
volgende
soorten
afgelopen
periode
zijn
aangetroffen binnen 5 km van het plangebied: kolgans, roodhalsgans, rugstreeppad, havik, holenduif, groot hoefblad, veldieeuwerik, waterpieper, wulp, vuurgoudhaan, gewone engelwortel, slanklijfapwants, oranje druppelzwam, buizerd, ooievaar, grote zilverreiger, tweedoornsmallijf, dotterbloem, groen kikker, bruine kikker, koereiger, kauw, waterhoen, wilde
eend, smient, kokmeeuw, blauwe reiger, meerkoet, knobbelzwaan, baars, sijs, spreeuw, ekster, zanglijster, boomkruiper, wilde zwaan, cetti's zanger, rode wouw, scholekster, vink, slobeend, brandgans, kievit, bergeend, blauw kiekendief, velduil, sperwer, torenvalk en turkse tortel.
Verder
ligt het plangebied
in het verspreidingsgebied
van
verschillende
vleermuissoorten,
zoals gewone- en ruige dwergvleermuis, en roofvogelsoorten.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 12
4.2 Te verwachten
soorten
en effecten
Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen, waarnemingen.nl en expert judgement zijn de onderstaande soorten in- en in de directe
omgeving van het plangebied te verwachten. Er worden alleen soorten beschreven die mogelijk zijn te verwachten op basis van gebieds- en habitatkenmerken. Er is onderscheid gemaakt in de verschillende beschermde soortgroepen. Per soortgroep is toegelicht waar deze kunnen voorkomen (op basis van het aanwezige habitat) en of er negatieve effecten te verwachten zijn. De effecten van de voorgenomen ingreep daarnaast getoetst aan de huidige Omgevingswet.
In de onderstaande tabel wordt toegelicht welke soorten worden verwacht, en of en welke
vervolgstappen noodzakelijk worden geacht. Tabel 1. Te verwachten soorten in het plangebied.
Broedvogels met jaarrond
In de bebouwde omgeving zijn soorten als huismus, gierzwaluw en slechtvalk
beschermde
vaak voorkomende
nesten
(beschermingscategorie 1-4) (art. 11.37 Bal)
soorten met een jaarrond beschermd nest. De slechtvalk
kan direct worden uitgesloten. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Verder geldt dat bovengenoemde soorten ook niet in de aangrenzende bebouwing (sporthal) worden verwacht. Voor gierzwaluw en huismus geldt dt de aangrenzende sporthal niet geschiktis. De gevelranden zijn volledig dicht (Figuren 12 en 18), waardoor geen dîrecte toegang is naar andere
ruimten
voor de soorten
om
een
Voor jaarrond beschermde nesten wordt niet verwacht dat zij aanwezig zijn binnen het plangebied, Vervolgstappen voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet noodzakelijk.
nest te maken.
Voor de aanwezige bomen binnen het onderzoeksgebied geldt dat er geen grote nesten zijn aangetroffen, die mogelijk kunnen worden gebruikt door buizerd, roek, sperwer en/of ransuilen. Daarbij geldt dat de aanwezige bomen binnen het plangebied qua omvang klein zijn, waardoor roofvogels- en uilen niet worden
verwacht.
Ook
binnen
zijn geen grote nesten/bomen roofvogels en uilen Broedvogels waarvan nesten In
bepaalde sítuaties jaarrond beschermd zijn (beschermingscategorie 5 (art.
11.37 Bal)
de
invloedsteren
van
de werkzaamheden
aangetroffen die mogelijk geschikt zijn voor
Broedvogels met beschermingscategorie 5 zijn voonamelijk holenbroeders, zoals boomklever, boomkruiper, mezen, grote bonte specht. Daamaast zijn ook soorten als blauwe reiger, boerenzwaluw, ekster beschermd onder de broedvogels van categorie 5. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen, daarnaast zijn er binnen het plangebied geen bomen met holen aangetroffen. Wel is het aanwezige groen geschikt voor nesten van bijvoorbeeld ekster. Echter zijn er in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig waar bovengenoemde soorten kunnen
Nesten zijn niet aangetroffen en er is voldoende altematief in de directe omgeving. Wanneer er wordt gebouwd tjdens het broedseizoen, kan mogelijk sprake zijn van verstoring van een nestlocatie (Hoofdstuk 5),
broeden.
Algemeen voorkomende broedvogeis (art. 11.37 Bal)
De aanwezige bomen en struiken en slootkant kunnen gebruikt worden door algemene broedvogelsoorten, zoals merel, winterkoning en meerkoet. Bij de voorgenomen werkzaamheden dient hier rekening mee te worden gehouden.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
Bomen,
stuiken
en
de
waterkant
onderdak
Wanneer
bieden
er wordt
aan
gebouwd
algemeen
voorkomende
broedvogelsoorten.
tijdens
broedseizoen, (Hoofdstuk 5).
kan mogelijk sprake zijn van verstoring van een nestiocatie
het
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 13
Vleermuizen (art. 11.46 Bal)
Binnen het plangebied is bebouwing afwezig. Echter wordt de padelhal tegen bestaande bebouwing gebouwd. De sporthal is gecontroleerd op spleten/kieren onder bijvoorbeeld de dakrand. Er zijn geen geschikte openingen voor vleermuizen aangetroffen, de sporthal is volledig hermetisch afgesloten. Verblifplaatsen van vieermuizen worden daarom binnen of in de directe omgeving van het plangebied niet verwacht. Daarbij z de aanwezige ‘bomen gecontroleerd op eventuele hoften, die zijn niet aanwezig, waardoor ook verblifplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Het plangebied is mogelijk geschkt als (niet essentieel) foerageergebied voor in de omgeving verblijvende vleermuizen. Ook de sloten in de omgeving zijn geschikt voor als foerageergebied. Vliegroutes voor vleermuizen ontbreken in het plangebied, er zijn geen lijnvormige elementen zoals bomenlanen of houtsingels aanwezig.
Het plangebied is mogelijk geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Het foerageergebied is niet essentieel, omdat er in de omgeving voldoende altematief aanwezig is. Daamaast zullen de plannen het aanwezige foerageergebied niet aantasten. In de avonduren dient rekening te worden gehouden met bouwverlichting. Daarbij dient in de nieuwe situatie ook zo min mogelijk verlichting aanwezig te zijn (Hoofdstuk 5).
Streng beschermde zoogdieren
Volgens de verspreidingsgegevens zijn de oter, Noordse woelmuis en waterspitsmuis aanwezig in de omgeving. De otter kan worden uitgesloten, het plangebied biedt geen geschikt habitat voor deze soort. De Noordse woelmuis is een soort die voorkomt in hoge vegetaties in natte terreinen (zoals
Streng beschermde zoogdieren worden niet verwacht n het plangebied of in de directe omgeving. Vervolgstappen voor streng beschermde zoogdieren zijn
(art.
11.54 Bal)
niet noodzake
rietland en moeras). Het plangebied is deels een verhard terrein met kort gras
en wordt daarom niet gezien als leefgebied voor de soort. Voor de waterspitsmuis geldt dat deze ook niet wordt verwacht door het ontbreken van dekkende oevervegetatie en schoon, niet te voedselrjk water. Voorkomen van streng beschermde soorten kan door ontbreken van geschikt habitat worden uitgesloten.
Algemeen voorkomende zoogdieren (art. 11.27 Bal, lid 1 en2)
Streng beschermde (art. 11.54 Bal)
amfibieën
Het plangebied biedt mogelijk geschikt habitat voor algemeen voorkomende zoogdiersoorten zoals bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, rosse woelmuis en Tat. Er zijn tijdens het veldbezoek geen holen aangetroffen van ‘bovengenoemde soorten, echter kunnen verblijfplaatsen aanwezig zijn onder de hout(afval)stapels, puin en snoeiafval. Daamaast kunnen deze plekken geschikt zijn als schuil- evof voortplantingsplaats.
Bomen, houtopstapels en opstallen kunnen onderdak bieden aan algemeen voorkomende ' zoogdiersoorten. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd, kan mogelijk sprake zijn van verstoring (Hoofdstuk 5).
Volgens verspreidingsgegevens is de rugstreeppad in het verleden in de omgeving van het plangebied waargenomen, namelijk in de polders van
Streng beschermde amfibieën, zoals rugstreeppad, worden in de huidige situatie niet verwacht. Wel is het noodzakelijk om bij uitvoering van de werkzaamheden maatregelen te treffen om vestiging van de rugstreeppad te voorkomen, doordat pioniersbiotopen kunnen leiden tot aantrekking van de soort. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd, dient daarom te worden voorkomen dat geschikt leefgebied ontstaat (hoofdstuk 5).
Aarlanderveen
en
Ter
Aar.
Ook
zijn
er
waarnemingen
bekend
in
het
‘bebouwde deel van Nieuwkoop. Voor het plangebied geldt dat het habitat minimaal geschikt i voor de soort en de soort op dit moment niet wordt verwacht. In het plangebied is geen geschikt droog, vorstvrij landbiotoop aanwezig en zijn geen schuilelementen aanwezig, zoals tegels en pallets of ander materiaal waar rugstreeppadden onder kunnen schuilen. Verder ontbreekt geschikt voortplantingswater. Voortplantingslocaties kenmerken h over het algemeen over ondiepe, meestal vegetatieloze, geïsoleerde tidelijke watertjes. Dit ontbreekt op de locatie. De grondhoop in het oostelijke deel s recentelijk aangebracht en erg compact Er zal aan de grondhoop nog een aantal dagen grond worden toegevoegd. Zodra
het
plangebied
droog
is, zal de grond
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
worden
aangebracht
op
het
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 14
‘gebied voor egalisatie. Hierbij geldt dat de grond goed wordt aangedrukt, waamee wordt voorkomen dat geschikt leefgebied voor de rugstreeppad ontstaat
Algemeen voorkomende amfibieën (art. 11.27 Bal, lid 1 en
2)
Voor algemeen voorkomende amfibieënsoorten zoals bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker geldt dat het plangebied mogelijk geschikt is als leefgebied. Daaraast is het plangebied direct gelegen langs een watergang, waardoor het plangebied geschikt landhabitat (schuil- en/of voorlplantingsplaatsen) biedt voor deze soorten. De soorten kunnen schuilen onder bijvoorbeeld de houtstapel
Het terrein is geschikt voor algemeen voorkomende amfibieënsoorten (bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker). De soorten zijn door de provincie ZuidHolland vrjgesteld bij _ uimtelijke ontwikkelingsprojecten. Er dient wel rekening te worden gehouden tijdens de werkzaamheden om verstoring te voorkomen (Hoofdstuk 5).
Reptielen Vissen
‘Streng beschermde reptielensoorten worden niet verwachtin het plangebied. | Reptielen worden niet verwacht in het plangebied. Vervolgstappen voor reptielen zijn niet noodzakelijk Erwordt niet gewerkt aan de watergangen, wa rdo ref ecten kunnen worden | werkzaamheden Voor vissen zijnaan degeenwatergangen vervolgstappen noodzakelijk omdat geen uitgesloten. plaatsvinden.
‘Ongewervelden
Het is bekend dat de platte schjfhoren aanwezig is in de sloten van de achterliggende polder. Echter worden er geen werkzaamheden uitgevoerd
Platte schijfhoren is aanwezig In het achteniggende poldergebied. Echter vinden er geen werkzaamheden meer plaats aan de watergangen, waardoor
aan de watergangen, waardoor effecten kunnen worden uitgesloten.
effecten kunnen worden uitgesloten.
Vaatplanten
Het plangebied bestaat vrijwel geheel uit grasvegetatie en riet. De aanwezige soorten binnen het gebied (0.a. Ridderzuring, hoenderbeet en gewoon speenkruid) tonen aan dat het gebied erg voedselrik is. Beschermde flora, zoals groenknolorchis of glad biggenkruid, worden niet verwacht
‘Beschermde vaatplanten worden niet verwacht. beschermde vaatplanten zijn niet noodzakelij.
Libellen, dagvlinders en overige
Beschermde libellen, dagviinders en overige soorten (zoals het viegend heri} worden niet verwacht n het plangebied. Het ontbreekt aan schoon water en goed ontwikkelde oevers. Door het ontbreken van geschikt habitat worden
Voor Tbellen, dagvnders en overige soorten geldt dat deze niet worden verwacht in het plangebied. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.
soorten
deze soorten
Vervolgstappen voor streng
niet verwacht
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina |15
4.3 Rode
lijst soorten
In aanvulling op bovengenoemde strikt beschermde soorten (paragraaf 4.2) stelt de specifieke
zorgplicht (art. 11.27 Bal) dat rekening gehouden dient te worden met alle in het wild levende dieren en planten. Hierbij is specifieke aandacht voor soorten die vallen onder de ‘Habitatrichtlijn’, ‘Vogelrichtlijn’, ‘Andere soorten’ en ‘Rode Lijst-soorten’.
Voor de Rode-lijst soorten geldt dat er nooit een vergunning flora- en fauna activiteit nodig is, wel geldt dat rekening dient te worden gehouden met deze soorten indien blijkt uit de quickscan flora en fauna dat er een grote potentie is voor deze soorten en het een uniek biotoop betreft. Binnen het plangebied is geschikt biotoop aanwezig voor Rode Lijst soorten zoals wezel en
haas. Het plangebied betreft een grasland met een aangrenzende sloot. Het biotoop binnen het plangebied komt veel voor in de omgeving waardoor niet verwacht wordt dat door het verdwijnen van dit biotoop negatieve effecten ontstaan op de mogelijk aanwezige Rode Lijstsoorten. Vervolgstappen ten aanzien van Rode Lijst-soorten en de Specifieke Zorgplicht wordt
daarom niet noodzakelijk geacht.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 16
5. Toetsing Omgevingswet en vervolgstappen In dit hoofdstuk worden de vervolgstappen toegelicht voor de mogelijk aanwezige soorten. Voor het gehele plangebied geldt dat er geen streng beschermde soorten worden verwacht en dat vervolgstappen in de vorm van nader onderzoeken en/of vergunningsaanvragen niet noodzakelijk zijn. Er zijn wel maatregelen nodig om te waarborgen dat voldoende zorg wordt gegeven aan algemeen voorkomende soorten broedvogels, amfibieën en zoogdieren. Er dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 11.27 en 11.37 Bal). Daarbij geldt dat maatregelen
noodzakelijk
zijn
om
te voorkomen
dat
geschikt
habitat
ontstaat
voor
de
rugstreeppad (artikel 11.54 Bal). Dit hoofdstuk licht per soortgroep toe welke (eenvoudige) maatregelen noodzakelijk zijn om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast geldt dat bij eventueel gebruik van bouwverlichting rekening moet worden gehouden met foeragerende vleermuizen (artikel 11.46 Bal). 5.1
Vleermuizen
Voor
vleermuizen
geldt
dat
het
plangebied
mogelijk
geschikt
is
als
(niet
essentieel)
foerageergebied. Om verstoring te voorkomen dient rekening te worden gehouden met bouwverlichting. Vleermuizen zijn globaal actief vanaf 1 april tot en met 31 oktober, dit is afhankelijk van de weersomstandigheden. Met werkzaamheden tussen zonsondergang- en opkomst dient tijdens het actieve seizoen van vleermuizen rekening te worden gehouden met
verlichting. Verlichting dient naar beneden te worden geschenen en bebouwing in de directe omgeving mag niet extra worden aangelicht, dit om negatieve effecten op aanwezige verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied te voorkomen. Door rekening te houden met de verlichting wordt verstoring van foeragerende vleermuizen voorkomen. 5.2 Algemeen
voorkomende
broedvogels
Voor algemeen voorkomende broedvogels geldt dat effecten kunnen worden voorkomen door het aanwezige groen, houtstapels, snoeistapels en andere aanwezige broedmogelijkheden buiten het broedseizoen te verwijderen. Het broedseizoen loopt van 1 maart tot en 31 juli, dit
verschilt echter per soort en is afhankelijk van de weersomstandigheden.
De nesten van
algemeen voorkomende broedvogels zijn alleen beschermd als zij in gebruik zijn en wanneer er dus een broedgeval aanwezig is. Het is verboden om in gebruik zijnde nesten te
beschadigen, vernielen of weg te nemen. Nesten kunnen daarom wel veilig worden verwijderd buiten het broedseizoen.
Wanneer
tijdens het broedseizoen
toch aanwezig
broedhabitat wordt verwijderd, dient een
broedvogelinspectie voorafgaand aan de werkzaamheden te worden uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Indien een broedgeval wordt aangetroffen mag deze niet worden verwijderd en moet in een geringe afstand worden gehouden rondom het broedgeval om verstoring te voorkomen. De werkzaamheden dienen dan te worden uitgesteld tot dat het nest is verlaten.
5.3 Maatregelen ten aanzien van de rugstreeppad
Tijdens de werkzaamheden wordt geadviseerd om het terrein niet ‘aantrekkelijk' te maken voor
de rugstreeppad. De rugstreeppad is een pionierssoort, waardoor voorkomen moet worden dat er loszandige grond ontstaat met ondiepe plassen.
Onderstaande maatregelen dienen getroffen te worden om vestiting van de rugstreeppad te voorkomen:
e _ Grondwerkzaamheden worden zoveel mogelijk aaneengesloten uitgevoerd.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 17
«
Hetis noodzakelijk om bij het egaliseren van het terrein te voorkomen dat er loszondige grond aanwezig blijft, dit kan door bij het verspreiden van de grond over het terrein dit direct goed aan te drukken, zodat er geen loszandige grond aanwezig blijft binnen het
e
gebied. Er wordt, met name in de voortplantingsperiode (mei-juli) voorkomen dat ondiepe vegetatieloze plassen (voortplantingsplaats, zoals ondiepe plassen, kuilen en bandensporen met water) kunnen onstaan door rijplaten te gebruiken. Opslag van open zand (landbiotoop in de zomer ne winter, alsmede
e
winterverblijfplaats) wordt afgedekt met wegendoek of plastic. Eventueel kunnen ter voorkoming van kolonisatie door de rugstreeppad schermen van
e
glad landbouwplastic van 50 centimeter hoog geplaatst worden. Deze schermen worden minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De schermen worden regelmatig gecontroleerd op kieren en overhangende vegetatie. e _ Indien nodig, overleg dit met een ecoloog. 5.4 Algemeen
voorkomende
zoogdieren
en amfibieën
Voor algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën geldt dat deze door de provincie ZuidHolland zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Er dient echter wel ten alle tijden rekening te worden gehouden met de zorgplicht (Art. 11.27 Bal). Het doden of verwonden kan plaatsvinden wanneer schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van takkenhopen, bladeren en andere materialen die schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van deze mogelijke schuil- en voortplantingsplaatsen dient daarom te worden verwijderd vanuit één richting. Daarnaast dienen deze mogelijke schuilen/of voortplantingsplaatsen te worden verwijderd buiten de winterrust, aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 18
6. Conclusie 6.1
en advies
Conclusies quickscan flora en fauna
Bij de voorgenomen werkzaamheden worden geen effecten verwacht op streng beschermde soorten.
De
volgende
maatregelen
dienen
te worden
getroffen
om
mogelijke
effecten
op
aanwezige soorten te voorkomen (Hoofdstuk 5). e
Voor vleermuizen geldt dat het plangebied mogelijk geschikt is als (niet essentieel)
foerageergebied. Om verstoring te voorkomen dient rekening te worden gehouden met bouwverlichting. Met werkzaamheden tussen zonsondergang- en opkomst dient tijdens het actieve seizoen van vleermuizen rekening te worden gehouden met verlichting. Verlichting dient naar beneden te worden geschenen, en bebouwing in de
e
directe omgeving mag niet extra worden aangelicht. Ook de aanwezige watergangen in de directe omgeving van het plangebied mogen niet worden aangelicht tussen zonsondergang- en opkomst. Voor algemeen voorkomende broedvogels geldt dat effecten kunnen worden voorkomen
door
het
aanwezige
groen,
houtstapels,
snoeistapels
en
andere
aanwezige broedmogelijkheden buiten het broedseizoen te verwijderen. Het broedseizoen loopt van 1 maart tot en 31 juli, dit verschilt echter per soort en is afhankelijk van de weersomstandigheden. Wanneer tijdens het broedseizoen toch aanwezig broedhabitat wordt verwijderd, dient een broedvogelinspectie voorafgaand
«
aan de werkzaamheden te worden uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Voor algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën geldt dat deze door de provincie Zuid-Holland zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Om het verwonden en doden van aanwezige dieren te voorkomen dienen mogelijke schuil- en voortplantingsplaatsen te worden
e
verwijderd vanuit één
richting.
Daarnaast
dienen
deze mogelijke schuil- en/of voortplantingsplaatsen te worden verwijderd buiten de winterrust, aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. In de huidige vorm is het plangebied niet geschikt voor de rugstreeppad. Tijdens de werkzaamheden wordt namelijk geadviseerd om het terrein niet ‘aantrekkelijk’ te maken voor de rugstreeppad. Dit kan worden gedaan door de maatregelen zoals
beschreven in paragraaf 5.3 te volgen. Ten aanzien van gebiedsbescherming geldt dat het plangebied in de nabij omgeving van een stikstofgevoelig Natura 2000- gebied is gelegen (Nieuwkoopse Plassen & De Haeck). Door de voorgenomen werkzaamheden bestaatde kans dat er een extern effect ontstaat door depositie van stikstof. Er dient daarom
een vervolgonderzoek te worden
uitgevoerd in het kader van
gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Omgevingswet. 6.2 Advies
natuurinclusief bouwen
Per 1 juli a.s. komt mogelijk een wijziging komt van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In dit bouwbesluit wordt geregeld dat bij nieuwbouw duurzame verblijfplaatsen voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen moeten worden ingebouwd. Er wordt geadviseerd om de nieuwe padelhal voorzieningen op te nemen voor deze soorten.
daarom
Het gebouw is door de omgeving het meest geschikt voor voorzieningen van vleermuizen. Het gebouw kan geschikt worden gemaakt door verblijfplaatsen te realiseren achter bijvoorbeeld gevelbetimmering of bij een daklijst. Doordat er geen bakstenenmuur wordt gemaakt met een
eventuele spouw, zijn er weinig mogelijkheden om inbouwkasten in te metselen. Het creëren Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 19
van verblijfplaatsen achter gevelbetimmering/nabij
dakconstructies wordt voor deze locatie
daarom het meest geschikt geacht.
Verblijfplaatsen realiseren achter gevelbetimmering/dakconstructie Verblijfplaatsen kunnen ook worden gerealiseerd door het aanbrengen van bij voorkeur meerlaagse gevelbetimmering of een plaat tegen de gevel zodat een ruimte van enkele vierkante meters wordt gecreëerd. Zowel de buitenmuur als de binnenzijde van de plaat of planken moeten ruw zijn. Als het een gladde buitenmuur betreft moet eerst een ruwe achterwand bevestigd worden. Met latjes kan/kunnen plaat/planken zodanig worden bevestigd, dat aan de onderzijde een ruimte ontstaat van ongeveer 3 centimeter en aan de bovenzijde 1,5 centimeter. Het materiaal moet eveneens op voldoende hoogte (minimaal 3 meter) worden aangebracht.
Ook
achter
hebben.
De
boeiboorden
of sierlijsten
kunnen
hierboven
omschreven
criteria
gewone zijn
dwergvleermuizen
hiervoor
eveneens
van
verblijfplaatsen belang
(Bron:
Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Bijt2).
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 20
7. Literatuurlijst www.bij12.nl www.vogelbescherming.nl (soortgegevens vogels) www.sovon.nl (soortgegevens vogels) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ (Natura 2000-gebieden) www.verspreidingsatlas.nl/ (verspreidingsgegevens NDFF) www.ravon.nl (soortgegevens amfibieën) www.vleermuis.net (soortgegevens vleermuizen) www.zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop
| 7 juli 2024 | Definitief
Pagina | 21
STIKSTOFBEREKENAAR
Onderzoek stikstofdepositie Realisatie 4 padelbanen Nieuwveenseweg 39C in Nieuwkoop
Datum:
11-7-2024
Ons kenmerk:
SB24-049
Opdrachtgever: Adres opdrachtgever: Adres projectlocatie:
Auteur:
Haaksman Rentmeesters B.V. _ Marktstraat 14, Bolsward _ Nieuwveenseweg 39C, Nieuwkoop
Menno Schaefer
Vrijgave
(geanonimiseerd)
STIKSTOFBEREKENAAR
Inhoud 1.1 Aanleiding.. 1.2 Algemene gegevens.. 2. Wettelijk kader. 3. Invoergegevens AERIUS realisatiefase … 3.1 Transportbewegingen 3.2 Mobiele werktuigen … 3.3 Resultaten AERIUS
realisatiefase
…
4. Invoergegevens AERIUS gebruiksfase … 4.1 Transportbewegingen 4.2 Resultaten AERIUS gebruiksfase… 5. Conclusie
…
nuNDowv
STIKSTOFBEREKENAAR
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Haaksman Rentmeesters B.V. beoogt 4 nieuwe padelbanen te realiseren. Als gevolg van de realisatie van de plannen is sprake van een emissie van de voor stikstofdepositie relevante stoffen stikstofoxiden (NO,) en
ammoniak (NHs). Dit kan leiden tot verzuring en vermesting n Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de locatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen
weergegeven. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met voor stikstof gevoelige habitattypen betreft “Nieuwkoopse Plassen & De Haeck” op een afstand van 1,4 kilometer. Verder weggelegen Natura 2000gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen binnen een straal van 25 kilometer betreffen “Broekvelden,
Vettenbroek & Polder Stein”, “Botshol”, “Oostelijke Vechtplassen”, “Meijendel & Berkheide”, “Uiterwaarden Lek” en “Kennemerland-Zuid”.
skm
d
Figuur 1.1: Ligging projectgebied ten opzichte van voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)
an
10
STIKSTOFBEREKENAAR
1.2 Algemene gegevens Gegevens initiatiefnemer Naam
: Haaksman
Adres
: Marktstraat
Postcode en plaats
:8701 V Bolsward
Contactpersoon
(geanonimiseerd)
Telefoonnummer E-mail
Rentmeesters
B.V.
14
Gegevens Stikstofberekenaar Naam
: Stikstofberekenaar
Adres
:Zandhofsestraat 36
Postcode en plaats
:3572 GH
Kamer van Koophandel nummer Contactpersoon
:77688465
Utrecht
Telefoonnummer
(geanonimiseerd)
kenaar.nl : info@destikstofberekenaar.nl
Gegevens projectlocatie Adres
: Nieuwveenseweg 39C
Postcode en plaats
:2421 LB Nieuwkoop
Kadastrale gegevens
: NKPO1-A-7829
STIKSTOFBEREKENAAR
2. Wettelijk kader Binnen de Europese Unie zijn de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb, sinds 1 januari 2024 onderdeel van de Omgevingswet). Per gebied zijn voor
de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidingsverbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project significante
gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het beoordelingsregime van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet langer toepasbaar is. Vanaf die datum moet voor ieder project afzonderlijk worden beoordeeld of er sprake i van significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. De eerste beoordeling voor stikstofdepositie
vindt plaats door middel van een berekening met het rekenmodel AERIUS Calculator. Op 11 mei 2022 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de stikstofeffecten van
bouwprojecten in Nederland gedetailleerder beoordeeld moeten worden. Dit betreft zowel de gebruiksfase als de bouwfase, waardoor de eerder toegepaste bouwvrijstelling niet meer volstaat.
Op 2 november 2022 verklaarde dezelfde Afdeling de partiSle bouwvrijstelling binnen de Wet natuurbescherming, die sinds 1 juli 2021 van kracht was, onverbindend. Dit oordeel eiste dat de stikstofdepositie van bouwactiviteiten afzonderlijk onderzochten beoordeeld moet worden, conform Europese
richtlijnen. Om vergunningverlening weer op gang te krijgen voor projecten waarbij mogelijk sprake is van significante
gevolgen op Natura 2000-gebieden, hebben het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de provincies op 13 december 2019 beleidsregels vastgesteld (later aangepast op 26 juni 2020). Er is mogelijk sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden wanneer uit een eerste berekening in AERIUS een
bijdrage van meer dan 0,00 mol/ha/jaar volgt. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die sinds 1 juli 2021 van kracht is, stelt dat in 2025 minimaal
40% van het areaal van stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau moet hebben, oplopend tot 50% in 2030 en 74% in 2035. Deze wet maakt het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden vrijstellingen te verlenen voor bouwactiviteiten, mits er emissiebeperkende
maatregelen worden getroffen en de effecten periodiek worden gemonitord. De Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, integreert de Wet natuurbescherming en biedt een breder kader voor milieugerelateerde regelgeving, waaronder stikstofdepositie. Onder deze wet worden activiteiten geclassificeerd op basis van hun potentiële impact op Natura 2000-gebieden. Het blijft
noodzakelijk
om per geval te beoordelen of de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende gebied bedreigd worden, waarbij intern en extern salderen mogelijke oplossingen bieden om significante gevolgen te mitigeren.
STIKSTOFBEREKENAAR
3. Invoergegevens AERIUS realisatiefase Stikstofemissies ten gevolge van de realisatiefase van dit project zijn afkomstig van verschillende bronnen. Er zullen dagelijks bestelbusjes en personenauto's naar de project/ocatie rijden, vrachtwagens voor vervoer van materiaal en mobiele werktuigen om werkzaamheden uit te voeren. De invoergegevens zijn gebaseerd op ervaring met vergelijkbare projecten. In onderstaande paragraven is uitgewerkt hoe deze invoergegevens in AERIUS zijn gemodelleerd.
3.1 Transportbewegingen In tabel .1 is aangegeven hoeveel en welke motorvoertuigen naar locatie rijden. Er wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën verkeer. Het middelzware vrachtverkeer is bedoeld voor (kleinschalige)
benodigdheden voor de bouw: Het zware vrachtverkeer is bedoeld voor (grootschalig) bouwmateriaal en het licht verkeer is ten behoeve van personen.
In AERIUS is de route gemodelleerd van rotonde ten zuiden van de project|ocatie, tot de projectlocatie en weer terug. Vanaf dit punt gaan de transportbewegingen op in het huidige verkeersbeeld. Uitgangspunt is dat de motorvoertuigen 50% in file hebben gereden om bij de locatie te komen. Dit om inparkeren en eventueel
langzaam rijdend verkeer te simuleren. De stikstofemissies zijn verkregen na invoer in AERIUS. Door afrondingen in AERIUS tellen niet alle totalen op.
De bouwfase duurt ongeveer 6 maanden. De gebruiksfase wordt dus 6 maanden meegenomen in de realisatiefase. Bij het in kaart brengen van de verkeer aantrekkende werking is gebruik gemaakt van de CROW-
publicatie 381 “toekomstbestendig parkeren”. Het bruto vloeroppervlak (bvo) is 1.240 m?. Voor de locatie wordt een maximale verkeersaantrekkende werking gegeven van 4,9 transportbewegingen per 100 m? tennishal. Voor 6 maanden is de te verwachten verkeersaantrekkende werking: 183 dagen x 4,9 x 12,4 =
transportbewegingen.
Tabel 3,1: Transportemi
Licht verkeer
18kg/j
95 keli
02kgl
Middelzwaar vrachtverkeer
998g/i
2289/i
168/i
zwaar vrachtverkeer
Olkefi
2939/i
168/j
Totaal
2/
o5ke/j
02ke/j
1.119
STIKSTOFBEREKENAAR
3.2 Mobiele werktuigen Er zijn onvoldoende gegevens bekend van de mobiele werktuigen om te berekenen wat voor fractie van het volle motorvermogen verloren gaat aan interne verliezen en de fractie van het volle motorvermogen dat zal
worden gebruikt. Om deze reden is teruggevallen op de berekening welke werd gebruikt voor oude invoerbestanden in AERIUS (2021). LBPJ = (0,095 * Pmax + 0,54) * D
Formule 1
Met:
LBPJ = Brandstofverbruik (liter/jr) Pmax = Maximaal vermogen werktuig (kW) D = Aantal draaiuren per jaar AdBlue wordt gebruikt in dieselmotoren voorzien van een SCR. Ook voor het berekenen van het AdBlue
verbruik, ontbreken gegevens. Uitgangspunt is het normale AdBluegebruik dat door TNO gegeven wordt (Ligterink et al 2021). Voor Stage IV en V werktuigen is dit 6% van het dieselverbruik. Voor Stage lIl is dit 3% van het dieselverbruik.
Het stationair draaien van het bouwverkeeris niet relevant voor dit onderzoek stikstofdepositie omdat gebruik wordt gemaakt van elektrisch aangedreven laad- en losapparatuur. De motor kan worden uitgeschakeld tijdens het laden en lossen.
Tabel 3.2: invoergegevens AERIUS mobiele werktuigen
Hel-installatie
10
231
2019
224,9
135
shovel
54
180
2019
9526
572
Graafmachine
150
15
2019
17198
1032
Mobiele Hijskraan
40
210
2019
319,6
492
Betonpomp Betonmixer
8 8
167 315
2019 2019
1312 243,7
79 146
Trilplaat
32
2
2019
234
14
Splitstrooier
16
19
2019
37,5
23
Onvoorziene werkzaamheden (10%)
32
155
2019
4153
24,9
Totaal
-
-
-
45679
2741
In de AERIUS calculator kunnen alleen hele liters in worden gevoerd. Om uit te gaan van worst-case is het
brandstofverbruik omhoog afgerond en het AdBlueverbruik naar beneden. Bijvoorbeeld de betonpomp is gemodelleerd met een brandstofverbruik van 132 liter diesel/jaar en het AdBlueverbruik met 7 liter/jaar.
STIKSTOFBEREKENAAR 3.3 Resultaten
AERIUS
realisatiefase
De uitgangspunten uit hoofdstuk 3 zijn in AERIUS gemodelleerd en hierop is een berekening uitgevoerd. Figuur 3.3 geeft de belangrijkste resultaten weer.
6
Projectberekening
AERIUS
Contactgegevens Rechtsperso
De stikstofberekenaar catie
Nieuwveenseweg 39C,
2421 LB Nieuwkoop Activiteit
Omschrijving
Realisatie 4 padelbanen
Toelichting
Realisatiefase
Berekening AERIUS
kenmrk
RRRÍPWEAnLWK
a & Rekenconipsratie
11juli2024,11:03 OwN2000-rekengrid
Totale emissie Reaistifase- Beoogd
Rekenjaar 2024
Resultaten
Woogsebijdrage
_
EmisdieNHs 13kgij
EmisieNO 307kg/j
Hexagon
Gebied
Figuur 3.3: Overzicht resultaten AERIUS-berekening realisatiefase (Bron: AERIUS Calculator)
8van
10
STIKSTOFBEREKENAAR
4. Invoergegevens AERIUS gebruiksfase 4.1 Transportbewegingen Stikstofemissies tijdens de gebruiksfase zijn alleen afkomstig door de verkeer aantrekkende werking. Bij het in kaart brengen van de verkeer aantrekkende werking is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381
“toekomstbestendig parkeren”. Het oppervlak van de tennisbaan is 1.240 m?. Voor de locatie wordt een maximale verkeersaantrekkende werking gegeven van 4,9 transportbewegingen per 100 m? tennishal. In tabel 4.1 is aangegeven hoeveel personenauto's per etmaal naar de locatie rijden en de stikstofuitstoot hierbij. In AERIUS is de route gemodelleerd van rotonde ten zuiden van de projectlocatie, tot de projectlocatie
en weer terug. Vanaf dit punt gaan de transportbewegingen op in het huidige verkeersbeeld. Uitgangspunt is dat de personenauto's 50% in file hebben gereden om bij de locatiete komen. Dit om inparkeren en eventueel langzaam rijdend verkeerte simuleren. De stikstofemissies zijn verkregen na invoer in AERIUS. Tabel 4.1: Transportemi
s gebruiksfase
Licht verkeer
61
‚ 35kgij
‚ 09kgij
‚ 03kefj
4.2 Resultaten AERIUS gebruiksfase De uitgangspunten uit hoofdstuk 4 zijn in AERIUS gemodelleerd en hierop is een berekening uitgevoerd. Figuur 4.2 geeft de belangrijkste resultaten weer.
6
Projectberekening
AERIUS
Contactgegevens Rechtspersoo
De
c
Stikstofberekenaar
Nieuwveenseweg39C, 242118 Nieuwkoop
Activiteit Omschrijving
Realisatie 4 padelbanen
Toelich
Gebruiksfase
RIOTTIKvJHhS
Rek
x
11 juli2024,11:04 OwN2000-rekengrid
Totale emissie Realisatifase - Beo g
Rekenjaar 2024
Resultaten
Woogstebijdrage
EmissieNH 03kgíj _
Hexagon
Realisatiefase - Beoog
Geiarteerd
Figuur 4.2:
oppervi
Overzicht resultaten AERIUS-berekening gebruiksfase (Bron: AERIUS Calculator)
EmissieNO 35kgij
STIKSTOFBEREKENAAR
5. Conclusie Uit de berekening uitgevoerd in AERIUS voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase kan worden opgemaakt dat stikstofemissies ten gevolge van dit project niet leiden tot een stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Stikstofdepositie vormt dus geen belemmering voor de voortzetting van dit project.
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
De Stikstofberekenaar Nieuwveenseweg 39 C, 2421 LB Nieuwkoop Realisatie 4 padelbanen Realisatiefase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RRRjpwE4nLWK 11 juli 2024, 11:03 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)
2024 -
1,3 kg/j
30,7 kg/j
2/7
Projectberekening
Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,1 kg/j 0,2 kg/j
28,7 kg/j 2,1 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:113274,95 Y:463792,76 0,29 ha
Shovel
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 953 l/j diesel, SCR: ja
28,7 kg/j 1,1 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
54 u/j
57 l/j
Stof Emissie
NOₓ 5,5 kg/j
Graafmachine
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 1720 l/j diesel, SCR: ja
150 u/j 103 l/j
Mobiele Hijskraan
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 820 l/j diesel, SCR: ja
40 u/j
49 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 10,1 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 4,7 kg/j
Betonpomp
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 132 l/j diesel, SCR: ja
8 u/j
7 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 1,2 kg/j
Betonmixer
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 244 l/j diesel, SCR: ja
8 u/j
14 l/j
NH₃ 31,7 g/j NOₓ 1,7 kg/j
Trilplaat
Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
24 l/j
32 u/j
NH₃ 58,6 g/j NOₓ 0,6 kg/j
Splitstrooier
Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
38 l/j
16 u/j
NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 0,8 kg/j
Onvoorziene werkzaamheden (10%)
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 393 l/j diesel, SCR: ja
31 u/j
23 l/j
NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 2,5 kg/j
Hei-installatie
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 225 l/j diesel, SCR: ja
10 u/j
13 l/j
NH₃ 94,3 g/j NOₓ 1,5 kg/j
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)
Wegverkeer X:113377,07 Y:463781,77 643,00 m Buitenweg Van A naar B 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NH₃ 54,0 g/j
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
11.619,0 /jaar 40,0 /jaar 30,0 /jaar 0,0 /jaar
2,1 kg/j 0,5 kg/j 0,2 kg/j
In file
50,0 % 50,0 % 50,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2.1_20240702_c9370194cb Database versie 2023.2.1_c9370194cb_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
De Stikstofberekenaar Nieuwveenseweg 39 C, 2421 LB Nieuwkoop Realisatie 4 padelbanen Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RioTT1KvJHhS 11 juli 2024, 11:04 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)
2024 -
0,3 kg/j
3,5 kg/j
2/6
Projectberekening
Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen
RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)
Verkeersnetwerk
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j
3,5 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Wegverkeer X:113377,07 Y:463781,77 643,00 m Buitenweg Van A naar B 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
61,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
3,5 kg/j 0,9 kg/j 0,3 kg/j
In file
50,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2.1_20240702_c9370194cb Database versie 2023.2.1_c9370194cb_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)
6/6
Nieuwbouw sporthal voor vier padelbanen in Nieuwkoop
(geanonimiseerd) 25 maart 2024) Figuur 1: Entree sportcentrum Nieuwkoop (fatn_ Initiatiefnemer: Tennisboerderij BV
(geanonimiseerd) Indiener:
Haaksman Rentmeesters
(geanonimiseerd)
Inhoudsopgave
Hoofdstuk
Hoofdstuk
Hoofdstuk
1
2
3
Inleiding
11
Aanleiding
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
13
Vigerend bestemmingsplan
1.4
Goede ruimtelijke onderbouwing
1.5
Leeswijzer
Planbeschrijving 2.1
Bestaande
2.2
Nieuwe
situatie
situatie
Beleidskader
3.1
Riijksbeleid
3.2
Provinciaal beleid
3.3
Regionaal beleid
34
Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk
4
Omgevingsaspecten 41
_ Archeologie en cultuurhistorie
4.2 _ Verkeer en parkeren
Hoofdstuk
5
43
Flora &
Fauna
44
Water
45
Geluid
46
Luchtkwaliteit
4.7
Bedrijven en milieuzonering
48
Bodem
49
Externe veiligheid
4.10
M.E.R.-beoordeling
411
Duurzaamheid
Uitvoerbaarheid 51
Economische
52
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen
uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 1
Inleiding
Wat is padel eigenlijk?
Padel is een mix van tennis en squash en wordt gespeeld met vier personen — 2 tegen 2 - op een rechthoekig veld. De padelbaan is 10 meter breed en 20 meter lang en wordt omringd door wanden. In bijna alle gevallen zijn de wanden een combinatie van glas en een hekwerk. Padel speel je met een padelracket en een
padelbal. Tijdens het spel zijn de wanden onderdeel van het spel. Het tellen van punten is gelijk aan de puntentelling van tennis (15, 30, 40, deuce, advantage, game) en is vaak best of 3 sets.
1.1
Aanleiding
Sinds 2008 is het Sportcentrum Nieuwkoop geopend. Belangrijk onderdeel daarvan is de tennishal met 5 tennisbanen. De padelsport is een vrij nieuwe activiteit, waarvoor steeds meer belangstelling is. Om in de groeiende behoefte te voorzien is uitbreiding van het sportcentrum gewenst met 4 overdekte
padelbanen. De nieuwbouw van de padelbanenhal wordt gekoppeld aan de Teeds bestaande tennishal. De gemeente Nieuwkoop ondersteunt het initiatief, omdat deze ontwikkeling bijdraagt aan een sportief Nieuwkoop. Dit document
bevat de ruimtelijke onderbouwing behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning en waarin wordt aangetoond, dat de gevraagde hal vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de tennishal, die is geadresseerd aan de Nieuwveenseweg 394. Het bebouwd oppervlak van de hal voor de 4 padelbanen
zal zijn 1240 m?; specifiek voor de gebruikers van deze hal worden er 18 onderheide parkeerplaatsen aangelegd. Dit oppervlak betreft 673 m?.
Legenda Plangebied
Figuur 2: Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) (Bron: PDOK)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied ligt in het geldende bestemmingsplan “Kern Nieuwkoop”, dat op
30 mei 2013 onherroepelijk is geworden. De geprojecteerde nieuwbouw valt voor het overgrote deel in de enkelbestemming “Sport” met de functieaanduiding — specifieke vorm van recreatie zomerkamp. De nieuwbouw valt ook voor een klein deel in de bestemming “Water”. Van de padelhal is dat
200 m? en van het onderheide parkeerterrein is dat 100 m?. Het plangebied is tevens gesitueerd in de dubbelbestemming ‘“Waarde — Archeologie — 2”. Het bovenstaande houdt in, dat de geplande nieuwbouw in strijd is met de bouwregels van de bestemming “Sport” en een bouwvlak ontbreekt. Bij de bestemming ““Water” is er strijdigheid met de bestemmingsomschrijving.
\ @ aa enienetenmeg
EE
owtevestermng
Wrde Acreologe
Figuur 3: uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4
Goede ruimtelijke onderbouwing
Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor het oprichten van
een sporthal met 4 padelbanen moet een planologische procedure worden doorlopen. Daartoe heeft de gemeente de initiatiefnemer verzocht om een goede ruimtelijke onderbouwing aan te reiken. Uitgangspunt is de bestaande situatie,
zoals onderstaand is aangegeven
R
kije
aa
a
b
v
14
o dn
dt
e
De nleúwbouw valf gedeelfelij n de bestenning
water. Van de padelhal 200nvan hef onderheide parkeerterrein 10m Enkelbestemning - Water:
Enkelbestening dn vorm van recreatie -
Bouwvlak s gelijk aan bestaande bebouwing
max bouwhoogte 12m max goothoogf
Situatie schaal
11000
Nieuwveenseweg 393 2421LA
Nieuwkoop
Nieuwkoop A 7829,
A 7830
Figuur 4: Bestaande situatie Archi-Nova 21-06-2024
ET
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin
wordt het voor de realisatie van het bouwplan relevant overheidsbeleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de water- en milieuaspecten. In Hoofdstuk 5 worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Op pagina 38 zijn de bijlagen genoemd.
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
21
situatie
Bestaande
De locatie van het bouwplan voor de padelbanenhal ligt aan de doorgaande weg van Nieuwkoop naar Nieuwveen, de Nieuwveenseweg. De nieuwbouwlocatie ligt in tweede linie achter de bestaande bedrijfswoning Nieuwveenseweg 41. Ten westen en ten noorden van de genoemde locatie ligt een open agrarisch gebied,
een droogmakerij.
Aan de overzijde van de Nieuwveenseweg ligt het
bedrijventerrein. Verder ten zuiden bevinden zich de woningen van het project Buytewech-Noord.
EDE
GIJ
Figuur 5: geografìsche ligging plangebied (rode pijl) Bron: PDOK-viewer