CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij ontwerpbesluit Z2023-00002731 - deel 2 - padelhal Nieuwveenseweg 39A, Nieuwkoop (groot bestand)

Besluitvormende raadsvergadering 17 oktober 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Afgeven verklaring van geen bedenkingen vergunningaanvraag padelhal Nieuwveenseweg 39A, Nieuwkoop (2024-085)20.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Quickscan flora en fauna in het kader van de Omgevingswet Nieuwveenseweg

In opdracht van: Auteur:

Datum: Versie:

394 te Nieuwkoop

(geanonimiseerd) Iris Beijeman

7 juli 2024 Definitief, versie 2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3.1 Natura 2000 gebieden

Ww0on

3.2 Natuurnetwerk Nederland gebieden

10

3.3 Belangrijk weidevogelgebied

10

1. Projectbeschrijving 1.1 Inleiding 1.2 Gebiedsbeschrijving 1.3 Voorgenomen

ingreep

2. Onderzoeksmethode

3. Bescherming natuurgebieden

4. Te verwachten 4.1

soorten

12

Bureaustudie

4.2 Te verwachten

12

soorten

en effecten

13

4.3 Rode lijst soorten

16

5. Toetsing Omgevingswet en vervolgstappen 5.1

17

Vleermuizen

17

5.2 Algemeen voorkomende broedvogels

17

__ 5.3 Maatregelen ten aanzien van de rugstreeppad

17

5.4 Algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën 6. Conclusie

en advies

18 19

6.1 Conclusies quickscan flora en fauna

19

6.2 Advies

19

natuurinclusief bouwen

7. Literatuurlijst

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop

21

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |2

1. Projectbeschrijving 1.1 Inleiding Het plangebied is gelegen aan de Nieuwveenseweg 394 te Nieuwkoop. De quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, namelijk het realiseren

van een padelhal en parkeerterrein. Het doel van de quickscan flora en fauna is om

in te schatten welke plant- en diersoorten

(beschermd onder de Omgevingswet) kunnen voorkomen binnen het plangebied. Er wordt bepaald of deze soorten een negatief effect kunnen ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast wordt een beoordeling gegeven over de mogelijke effecten op beschermde

natuurgebieden

(Natura

2000-gebieden

en/of

behoren

tot

Natuurnetwerk

Nederland). 1.2 Gebiedsbeschrijving Het plangebied Nieuwveenseweg 392 is gelegen in Nieuwkoop. Figuur 1 toontde geografische ligging van het plangebied. Het plangebied is gelegen nabij de Nieuwveenseweg (ten oosten). Verder ten zuiden

bevinden

zich woningen

en daarachter de Nieuwkoopse

Plassen.

Ten

westen en noorden zijn weilanden gelegen, veelal intensief beheerde landbouwgronden.

Konwaar

Figuur 1. Geografische ligging plangebied (rode pijl) (Bron: PDOK-viewer).

Het plangebied betreft een grotendeels onverhard terrein. Verharding is enkel aanwezig in het westelijke deel van het plangebied. De verharding is onderdeel van de onsluitingsweg van de sporthal. Het plangebied bestaat voornamelijk uit gras- en rietvegetatie, met opschot van 0.a. wilg, aalbes en zwarte els. Het opschot bevindt zich voornamelijk in het oostelijke deel van het

plangebied en langs sporthal. Verder bevindt zich binnen het terrein een grondhoop van zand en puin. Aan de grondhoop wordt dagelijks gewerkt, doordat er nog grond wordt bijgebracht. Zodra het plangebied droog is, zal de grond worden verspreid over het gebied voor egalisatie.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |3

Hierbij geldt dat de grond goed zal worden aangedrukt. De sloot in het noordelijke deel van het plangebied is recentelijk gedempt en heeft geen beschoeiing.

Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) (Bron: PDOK).

Onderstaande foto's (Figuur 3 t/m 16) geven een beeld van de onderzoekslocatie. De foto's zijn genomen tijdens het veldbezoek, dat is afgelegd op 16 februari 2024. Alle foto's zijn gemaakt door Iris Beijeman.

Figuur 3. Aanzicht op het plangebied.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |4

Figuur 4. Aanzicht op de grondhoop en

Figuur 5. Aanzicht op de gevel van de sporthal

sporthal. Aan de grondhoop wordt dagelijks

en de aalbessen.

gewerkt. Zodra het plangebied droog is zal het gebied met de grond worden geëgaliseerd.

Figuur 6. Aanwezige opschot in het oostelijke deel van het plangebied.

Het opschot wordt niet

gekapt.

Figuur 8. Aanzicht op het plangebied en de

sporthal.

Figuur 10. Aanzicht op de ontsluitingsweg.

Figuur 9. Sloot ten westen van het plangebied. In

de waterkant groeit pitrus.

Figuur 11. Aangetroffen zwanenmossel in het plangebied.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 5

Figuur 12. Detailfoto aangrenzende sporthal. Er is

Figuur 13. Detailfoto Aangrenzende sporthal.

geen geschikte ruimte aanwezig onder de gevelrand voor bijvoorbeeld vleermuizen, deze is

Er is geen geschikte ruimte aanwezig onder de gevelrand voor bijvoorbeeld vleermuizen, deze

volledig hermetisch afgesloten.

is volledig hermetisch afgesloten.

Figuur 14. Ridderzuring, hoenderbeet en gewoon speenkruid binnen het plangebied. De vegetatie

Figuur 15. plangebied.

duidt op een voedserrijke bodem.

voedselrijke bodem.

Gewoon speenkruid binnen het De vegetatie duidt op een

Figuur 16. Aanwezig takkenhoop binnen het plangebied.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |6

1.3 Voorgenomen ingreep De initatiefnemer is voornemens om een padelhal te realiseren aan de bestaande sporthal. De

padelbaan zal een ruimte hebben voor vier padelbanen. De grootte van het plangebied is ongeveer 2100 m2. De ontsluitingsweg loopt vanaf de openbare weg en verloopt via het terrein van de sporthal en gaat achter de tennishal om. De onsluitingsweg achter de tennishal is al aanwezig, omdat voor de bestaande sporthal een verharde strook van 2 meter is gemaakt als

vluchtweg voor brand. Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen dempingswerkzaamheden

uitgevoerd,

dit is namelijk recentelijk al uitgevoerd. Er worden ook geen sloopwerkzaamheden uitgevoerd.

De nieuwe padelhal wordt tegen de bestaande sporthal gemaakt. Bij de voorgenomen werkzaamheden worden geen kapwegkzaamheden uitgevoerd, waardoor bescherming van Houtopstanden niet aan de orde is.

Naast het realiseren van een padelhal zal er ook een parkeerterrein worden gerealiseerd. Het parkeerterrein wordt binnen het plangebied (figuur 2) gerealiseerd, waarbij ongeveer 18 parkeerplekken worden gerealiseerd. Het is onbekend of er in de nieuwe situatie verlichting wordt geplaatst. De voorgenomen werkzaamheden staan gepland voor de zomer van 2024. Onderstaande figuur (Figuur 17) geeft een inzicht in de nieuwe situatie. Het betreft een voorlopig ontwerp. De nieuwe padelhal met parkeerterrein is weergegeven binnen het rode contour.

Figuur 17. Voorlopig ontwerp padelhal en parkeerterrein.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |7

2. Onderzoeksmethode De quickscan flora en fauna bestaat uit twee delen, een veldonderzoek en een bureaustudie. Per soortgroep wordt beschreven of een soort wel of niet wordt verwacht op basis van de habitatkenmerken en verspreidingsgegevens. Daarnaast wordt beschreven of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn.

Het veldonderzoek is uitgevoerd door een ervaren ecoloog’ op 16 februari 2024. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt, 11 graden Celsius met een windkracht van 3 Bft. Het veldbezoek is afgelegd met behulp van een verrekijker en zaklamp om te controleren op eventuele kieren/spleten in bomen/bebouwing. Tijdens het veldbezoek zijn het perceel en de omgeving grondig geïnspecteerd en is gelet op de mogelijke aanwezigheid van soorten op basis van het

aanwezige habitat en de omgeving. De bureaustudie is uitgevoerd middels gebruik van de verspreidingsatlassen, waarnemingen.nl en expert judgement. Daaraast zijn de gebiedsbeschermingsgegevens van de provincie Zuid-Holland geraadgpleegd.

1 Een ecologisch deskundige is een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring Hij of zij geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats (natuurlijke leefgebieden) en soorten. En heeft voldoende kennis en jarenlange ervaring om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hiermee bedoelen we dat de ecologisch deskundige:de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten (herjkent, kennis heeft van algemeen erkende onderzoeksmethoden, ecologische werkprotocollen kan uitwerken en specifieke maatregelen kan begeleiden.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |8

3. Bescherming

natuurgebieden

In voorliggend hoofdstuk wordt beschreven welke beschermde natuurgebieden gelegen in de

nabijheid van het plangebied. Daarnaast wordt beschreven of en welke vervolgstappen ten aanzien van gebiedsbescherming noodzakelijk worden geacht. 3.1 Natura 2000 gebieden Het plangebied ligt in de directe omgeving (+ 1 kilometer) van een Natura 2000 gebied (Figuur 18). Het gaat hier om het Natura 2000 gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.

om

|

146743

804

Figuur 18. Ligging Natura 2000 gebied ten opzichte van het plangebied (Bron: PDOK-viewer).

Het plangebied ligt in de directe omgeving van een stikstofgevoelig Natura 2000 gebied. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat er een extern effect ontstaat door depositie van stikstof, waardoor een vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Andere effecten, zoalas verdroging, geluid en trillingen, worden vanwege de afstand ((+ 1 kilometer) niet verwacht. Het plangebied grenst niet direct aan het Natura 2000-gebied en tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied zijn wegen en bebouwing aanwezig. Ten aanzien van mogelijke effecten door stikstof geldt dat een vervolgonderzoek noodzakelijk is. Het vervolgonderzoek dient minstens te bestaan uit een Aerius-berekening, waarmee berekend wordt of er bij de voorgenomen ingreep een verhoging ontstaat in stikstof. Hierbij dient zowel de aanlegfase als de gebruiksfase te worden berekend.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |9

3.2 Natuurnetwerk Nederland gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk ongeveer (+ 520 meter) van het gebied (Figuur 19).

(/\

soom

Nederland

en

ligt op

„v16ss8)i 954 N Ro:x = 11205609 m y= 46447622m

Figuur 19. Ligging NNN-gebied ten opzichte van het plangebied (Bron: PDOK-viewer).

Het plangebied ligt op circa 520 meter afstand van een natuurgebied uit het Natuurnetwerk Nederland gebied. De voorgenomen werkzaamheden zullen geen effect hebben op de kenmerken en waarden van het Natuurwerk Nederland gebied. Het Natuurnetwerk Nederland gebied zal niet worden aangetast en er worden geen effecten verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland zijn niet noodzakelijk. 3.3 Belangrijk weidevogelgebied Het plangebied is geen onderdeel van Belangrijk weidevogelgebied (figuur 20). Diverse polders ten westen zijn wel bestemd als Belangrijk weidevogelgebied. Op basis van de afstand van deze gebieden tot de voorgenomen werkzaamheden worden geen (tijdelijke) negatieve effecten

verwacht.

Vervolgstappen ten aanzien van Belangrijk wiedevogelgebied zijn daarom niet noodzakelijk.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop | 7 juli 2024 | Definitief Pagina |10

v w

Neuwkoop

Boumust

“er

Figuur 20. Kaart Belangrijk Weidevogelgebied t.0.v. plangebied (bron: PDOK-viewer).

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop | 7 juli 2024 | Definitief Pagina | 11

4. Te verwachten

41

soorten

Bureaustudie

Voorafgaand aan het veldbezoek is een bureauonderzoek uitgevoerd met behulp van literatuur en de actuele verspreidingsgegevens van waarnemingen.nl

is bepaald welke flora- en fauna

soorten er mogelijk kunnen voorkomen. Uit

de

waarnemingen.nl

blijkt

dat

de

0.a.

de

volgende

soorten

afgelopen

periode

zijn

aangetroffen binnen 5 km van het plangebied: kolgans, roodhalsgans, rugstreeppad, havik, holenduif, groot hoefblad, veldieeuwerik, waterpieper, wulp, vuurgoudhaan, gewone engelwortel, slanklijfapwants, oranje druppelzwam, buizerd, ooievaar, grote zilverreiger, tweedoornsmallijf, dotterbloem, groen kikker, bruine kikker, koereiger, kauw, waterhoen, wilde

eend, smient, kokmeeuw, blauwe reiger, meerkoet, knobbelzwaan, baars, sijs, spreeuw, ekster, zanglijster, boomkruiper, wilde zwaan, cetti's zanger, rode wouw, scholekster, vink, slobeend, brandgans, kievit, bergeend, blauw kiekendief, velduil, sperwer, torenvalk en turkse tortel.

Verder

ligt het plangebied

in het verspreidingsgebied

van

verschillende

vleermuissoorten,

zoals gewone- en ruige dwergvleermuis, en roofvogelsoorten.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 12

4.2 Te verwachten

soorten

en effecten

Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen, waarnemingen.nl en expert judgement zijn de onderstaande soorten in- en in de directe

omgeving van het plangebied te verwachten. Er worden alleen soorten beschreven die mogelijk zijn te verwachten op basis van gebieds- en habitatkenmerken. Er is onderscheid gemaakt in de verschillende beschermde soortgroepen. Per soortgroep is toegelicht waar deze kunnen voorkomen (op basis van het aanwezige habitat) en of er negatieve effecten te verwachten zijn. De effecten van de voorgenomen ingreep daarnaast getoetst aan de huidige Omgevingswet.

In de onderstaande tabel wordt toegelicht welke soorten worden verwacht, en of en welke

vervolgstappen noodzakelijk worden geacht. Tabel 1. Te verwachten soorten in het plangebied.

Broedvogels met jaarrond

In de bebouwde omgeving zijn soorten als huismus, gierzwaluw en slechtvalk

beschermde

vaak voorkomende

nesten

(beschermingscategorie 1-4) (art. 11.37 Bal)

soorten met een jaarrond beschermd nest. De slechtvalk

kan direct worden uitgesloten. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Verder geldt dat bovengenoemde soorten ook niet in de aangrenzende bebouwing (sporthal) worden verwacht. Voor gierzwaluw en huismus geldt dt de aangrenzende sporthal niet geschiktis. De gevelranden zijn volledig dicht (Figuren 12 en 18), waardoor geen dîrecte toegang is naar andere

ruimten

voor de soorten

om

een

Voor jaarrond beschermde nesten wordt niet verwacht dat zij aanwezig zijn binnen het plangebied, Vervolgstappen voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet noodzakelijk.

nest te maken.

Voor de aanwezige bomen binnen het onderzoeksgebied geldt dat er geen grote nesten zijn aangetroffen, die mogelijk kunnen worden gebruikt door buizerd, roek, sperwer en/of ransuilen. Daarbij geldt dat de aanwezige bomen binnen het plangebied qua omvang klein zijn, waardoor roofvogels- en uilen niet worden

verwacht.

Ook

binnen

zijn geen grote nesten/bomen roofvogels en uilen Broedvogels waarvan nesten In

bepaalde sítuaties jaarrond beschermd zijn (beschermingscategorie 5 (art.

11.37 Bal)

de

invloedsteren

van

de werkzaamheden

aangetroffen die mogelijk geschikt zijn voor

Broedvogels met beschermingscategorie 5 zijn voonamelijk holenbroeders, zoals boomklever, boomkruiper, mezen, grote bonte specht. Daamaast zijn ook soorten als blauwe reiger, boerenzwaluw, ekster beschermd onder de broedvogels van categorie 5. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen, daarnaast zijn er binnen het plangebied geen bomen met holen aangetroffen. Wel is het aanwezige groen geschikt voor nesten van bijvoorbeeld ekster. Echter zijn er in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig waar bovengenoemde soorten kunnen

Nesten zijn niet aangetroffen en er is voldoende altematief in de directe omgeving. Wanneer er wordt gebouwd tjdens het broedseizoen, kan mogelijk sprake zijn van verstoring van een nestlocatie (Hoofdstuk 5),

broeden.

Algemeen voorkomende broedvogeis (art. 11.37 Bal)

De aanwezige bomen en struiken en slootkant kunnen gebruikt worden door algemene broedvogelsoorten, zoals merel, winterkoning en meerkoet. Bij de voorgenomen werkzaamheden dient hier rekening mee te worden gehouden.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

Bomen,

stuiken

en

de

waterkant

onderdak

Wanneer

bieden

er wordt

aan

gebouwd

algemeen

voorkomende

broedvogelsoorten.

tijdens

broedseizoen, (Hoofdstuk 5).

kan mogelijk sprake zijn van verstoring van een nestiocatie

het

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 13

Vleermuizen (art. 11.46 Bal)

Binnen het plangebied is bebouwing afwezig. Echter wordt de padelhal tegen bestaande bebouwing gebouwd. De sporthal is gecontroleerd op spleten/kieren onder bijvoorbeeld de dakrand. Er zijn geen geschikte openingen voor vleermuizen aangetroffen, de sporthal is volledig hermetisch afgesloten. Verblifplaatsen van vieermuizen worden daarom binnen of in de directe omgeving van het plangebied niet verwacht. Daarbij z de aanwezige ‘bomen gecontroleerd op eventuele hoften, die zijn niet aanwezig, waardoor ook verblifplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Het plangebied is mogelijk geschkt als (niet essentieel) foerageergebied voor in de omgeving verblijvende vleermuizen. Ook de sloten in de omgeving zijn geschikt voor als foerageergebied. Vliegroutes voor vleermuizen ontbreken in het plangebied, er zijn geen lijnvormige elementen zoals bomenlanen of houtsingels aanwezig.

Het plangebied is mogelijk geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Het foerageergebied is niet essentieel, omdat er in de omgeving voldoende altematief aanwezig is. Daamaast zullen de plannen het aanwezige foerageergebied niet aantasten. In de avonduren dient rekening te worden gehouden met bouwverlichting. Daarbij dient in de nieuwe situatie ook zo min mogelijk verlichting aanwezig te zijn (Hoofdstuk 5).

Streng beschermde zoogdieren

Volgens de verspreidingsgegevens zijn de oter, Noordse woelmuis en waterspitsmuis aanwezig in de omgeving. De otter kan worden uitgesloten, het plangebied biedt geen geschikt habitat voor deze soort. De Noordse woelmuis is een soort die voorkomt in hoge vegetaties in natte terreinen (zoals

Streng beschermde zoogdieren worden niet verwacht n het plangebied of in de directe omgeving. Vervolgstappen voor streng beschermde zoogdieren zijn

(art.

11.54 Bal)

niet noodzake

rietland en moeras). Het plangebied is deels een verhard terrein met kort gras

en wordt daarom niet gezien als leefgebied voor de soort. Voor de waterspitsmuis geldt dat deze ook niet wordt verwacht door het ontbreken van dekkende oevervegetatie en schoon, niet te voedselrjk water. Voorkomen van streng beschermde soorten kan door ontbreken van geschikt habitat worden uitgesloten.

Algemeen voorkomende zoogdieren (art. 11.27 Bal, lid 1 en2)

Streng beschermde (art. 11.54 Bal)

amfibieën

Het plangebied biedt mogelijk geschikt habitat voor algemeen voorkomende zoogdiersoorten zoals bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, rosse woelmuis en Tat. Er zijn tijdens het veldbezoek geen holen aangetroffen van ‘bovengenoemde soorten, echter kunnen verblijfplaatsen aanwezig zijn onder de hout(afval)stapels, puin en snoeiafval. Daamaast kunnen deze plekken geschikt zijn als schuil- evof voortplantingsplaats.

Bomen, houtopstapels en opstallen kunnen onderdak bieden aan algemeen voorkomende ' zoogdiersoorten. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd, kan mogelijk sprake zijn van verstoring (Hoofdstuk 5).

Volgens verspreidingsgegevens is de rugstreeppad in het verleden in de omgeving van het plangebied waargenomen, namelijk in de polders van

Streng beschermde amfibieën, zoals rugstreeppad, worden in de huidige situatie niet verwacht. Wel is het noodzakelijk om bij uitvoering van de werkzaamheden maatregelen te treffen om vestiging van de rugstreeppad te voorkomen, doordat pioniersbiotopen kunnen leiden tot aantrekking van de soort. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd, dient daarom te worden voorkomen dat geschikt leefgebied ontstaat (hoofdstuk 5).

Aarlanderveen

en

Ter

Aar.

Ook

zijn

er

waarnemingen

bekend

in

het

‘bebouwde deel van Nieuwkoop. Voor het plangebied geldt dat het habitat minimaal geschikt i voor de soort en de soort op dit moment niet wordt verwacht. In het plangebied is geen geschikt droog, vorstvrij landbiotoop aanwezig en zijn geen schuilelementen aanwezig, zoals tegels en pallets of ander materiaal waar rugstreeppadden onder kunnen schuilen. Verder ontbreekt geschikt voortplantingswater. Voortplantingslocaties kenmerken h over het algemeen over ondiepe, meestal vegetatieloze, geïsoleerde tidelijke watertjes. Dit ontbreekt op de locatie. De grondhoop in het oostelijke deel s recentelijk aangebracht en erg compact Er zal aan de grondhoop nog een aantal dagen grond worden toegevoegd. Zodra

het

plangebied

droog

is, zal de grond

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

worden

aangebracht

op

het

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 14

‘gebied voor egalisatie. Hierbij geldt dat de grond goed wordt aangedrukt, waamee wordt voorkomen dat geschikt leefgebied voor de rugstreeppad ontstaat

Algemeen voorkomende amfibieën (art. 11.27 Bal, lid 1 en

2)

Voor algemeen voorkomende amfibieënsoorten zoals bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker geldt dat het plangebied mogelijk geschikt is als leefgebied. Daaraast is het plangebied direct gelegen langs een watergang, waardoor het plangebied geschikt landhabitat (schuil- en/of voorlplantingsplaatsen) biedt voor deze soorten. De soorten kunnen schuilen onder bijvoorbeeld de houtstapel

Het terrein is geschikt voor algemeen voorkomende amfibieënsoorten (bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker). De soorten zijn door de provincie ZuidHolland vrjgesteld bij _ uimtelijke ontwikkelingsprojecten. Er dient wel rekening te worden gehouden tijdens de werkzaamheden om verstoring te voorkomen (Hoofdstuk 5).

Reptielen Vissen

‘Streng beschermde reptielensoorten worden niet verwachtin het plangebied. | Reptielen worden niet verwacht in het plangebied. Vervolgstappen voor reptielen zijn niet noodzakelijk Erwordt niet gewerkt aan de watergangen, wa rdo ref ecten kunnen worden | werkzaamheden Voor vissen zijnaan degeenwatergangen vervolgstappen noodzakelijk omdat geen uitgesloten. plaatsvinden.

‘Ongewervelden

Het is bekend dat de platte schjfhoren aanwezig is in de sloten van de achterliggende polder. Echter worden er geen werkzaamheden uitgevoerd

Platte schijfhoren is aanwezig In het achteniggende poldergebied. Echter vinden er geen werkzaamheden meer plaats aan de watergangen, waardoor

aan de watergangen, waardoor effecten kunnen worden uitgesloten.

effecten kunnen worden uitgesloten.

Vaatplanten

Het plangebied bestaat vrijwel geheel uit grasvegetatie en riet. De aanwezige soorten binnen het gebied (0.a. Ridderzuring, hoenderbeet en gewoon speenkruid) tonen aan dat het gebied erg voedselrik is. Beschermde flora, zoals groenknolorchis of glad biggenkruid, worden niet verwacht

‘Beschermde vaatplanten worden niet verwacht. beschermde vaatplanten zijn niet noodzakelij.

Libellen, dagvlinders en overige

Beschermde libellen, dagviinders en overige soorten (zoals het viegend heri} worden niet verwacht n het plangebied. Het ontbreekt aan schoon water en goed ontwikkelde oevers. Door het ontbreken van geschikt habitat worden

Voor Tbellen, dagvnders en overige soorten geldt dat deze niet worden verwacht in het plangebied. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.

soorten

deze soorten

Vervolgstappen voor streng

niet verwacht

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina |15

4.3 Rode

lijst soorten

In aanvulling op bovengenoemde strikt beschermde soorten (paragraaf 4.2) stelt de specifieke

zorgplicht (art. 11.27 Bal) dat rekening gehouden dient te worden met alle in het wild levende dieren en planten. Hierbij is specifieke aandacht voor soorten die vallen onder de ‘Habitatrichtlijn’, ‘Vogelrichtlijn’, ‘Andere soorten’ en ‘Rode Lijst-soorten’.

Voor de Rode-lijst soorten geldt dat er nooit een vergunning flora- en fauna activiteit nodig is, wel geldt dat rekening dient te worden gehouden met deze soorten indien blijkt uit de quickscan flora en fauna dat er een grote potentie is voor deze soorten en het een uniek biotoop betreft. Binnen het plangebied is geschikt biotoop aanwezig voor Rode Lijst soorten zoals wezel en

haas. Het plangebied betreft een grasland met een aangrenzende sloot. Het biotoop binnen het plangebied komt veel voor in de omgeving waardoor niet verwacht wordt dat door het verdwijnen van dit biotoop negatieve effecten ontstaan op de mogelijk aanwezige Rode Lijstsoorten. Vervolgstappen ten aanzien van Rode Lijst-soorten en de Specifieke Zorgplicht wordt

daarom niet noodzakelijk geacht.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 16

5. Toetsing Omgevingswet en vervolgstappen In dit hoofdstuk worden de vervolgstappen toegelicht voor de mogelijk aanwezige soorten. Voor het gehele plangebied geldt dat er geen streng beschermde soorten worden verwacht en dat vervolgstappen in de vorm van nader onderzoeken en/of vergunningsaanvragen niet noodzakelijk zijn. Er zijn wel maatregelen nodig om te waarborgen dat voldoende zorg wordt gegeven aan algemeen voorkomende soorten broedvogels, amfibieën en zoogdieren. Er dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 11.27 en 11.37 Bal). Daarbij geldt dat maatregelen

noodzakelijk

zijn

om

te voorkomen

dat

geschikt

habitat

ontstaat

voor

de

rugstreeppad (artikel 11.54 Bal). Dit hoofdstuk licht per soortgroep toe welke (eenvoudige) maatregelen noodzakelijk zijn om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast geldt dat bij eventueel gebruik van bouwverlichting rekening moet worden gehouden met foeragerende vleermuizen (artikel 11.46 Bal). 5.1

Vleermuizen

Voor

vleermuizen

geldt

dat

het

plangebied

mogelijk

geschikt

is

als

(niet

essentieel)

foerageergebied. Om verstoring te voorkomen dient rekening te worden gehouden met bouwverlichting. Vleermuizen zijn globaal actief vanaf 1 april tot en met 31 oktober, dit is afhankelijk van de weersomstandigheden. Met werkzaamheden tussen zonsondergang- en opkomst dient tijdens het actieve seizoen van vleermuizen rekening te worden gehouden met

verlichting. Verlichting dient naar beneden te worden geschenen en bebouwing in de directe omgeving mag niet extra worden aangelicht, dit om negatieve effecten op aanwezige verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied te voorkomen. Door rekening te houden met de verlichting wordt verstoring van foeragerende vleermuizen voorkomen. 5.2 Algemeen

voorkomende

broedvogels

Voor algemeen voorkomende broedvogels geldt dat effecten kunnen worden voorkomen door het aanwezige groen, houtstapels, snoeistapels en andere aanwezige broedmogelijkheden buiten het broedseizoen te verwijderen. Het broedseizoen loopt van 1 maart tot en 31 juli, dit

verschilt echter per soort en is afhankelijk van de weersomstandigheden.

De nesten van

algemeen voorkomende broedvogels zijn alleen beschermd als zij in gebruik zijn en wanneer er dus een broedgeval aanwezig is. Het is verboden om in gebruik zijnde nesten te

beschadigen, vernielen of weg te nemen. Nesten kunnen daarom wel veilig worden verwijderd buiten het broedseizoen.

Wanneer

tijdens het broedseizoen

toch aanwezig

broedhabitat wordt verwijderd, dient een

broedvogelinspectie voorafgaand aan de werkzaamheden te worden uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Indien een broedgeval wordt aangetroffen mag deze niet worden verwijderd en moet in een geringe afstand worden gehouden rondom het broedgeval om verstoring te voorkomen. De werkzaamheden dienen dan te worden uitgesteld tot dat het nest is verlaten.

5.3 Maatregelen ten aanzien van de rugstreeppad

Tijdens de werkzaamheden wordt geadviseerd om het terrein niet ‘aantrekkelijk' te maken voor

de rugstreeppad. De rugstreeppad is een pionierssoort, waardoor voorkomen moet worden dat er loszandige grond ontstaat met ondiepe plassen.

Onderstaande maatregelen dienen getroffen te worden om vestiting van de rugstreeppad te voorkomen:

e _ Grondwerkzaamheden worden zoveel mogelijk aaneengesloten uitgevoerd.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 17

«

Hetis noodzakelijk om bij het egaliseren van het terrein te voorkomen dat er loszondige grond aanwezig blijft, dit kan door bij het verspreiden van de grond over het terrein dit direct goed aan te drukken, zodat er geen loszandige grond aanwezig blijft binnen het

e

gebied. Er wordt, met name in de voortplantingsperiode (mei-juli) voorkomen dat ondiepe vegetatieloze plassen (voortplantingsplaats, zoals ondiepe plassen, kuilen en bandensporen met water) kunnen onstaan door rijplaten te gebruiken. Opslag van open zand (landbiotoop in de zomer ne winter, alsmede

e

winterverblijfplaats) wordt afgedekt met wegendoek of plastic. Eventueel kunnen ter voorkoming van kolonisatie door de rugstreeppad schermen van

e

glad landbouwplastic van 50 centimeter hoog geplaatst worden. Deze schermen worden minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De schermen worden regelmatig gecontroleerd op kieren en overhangende vegetatie. e _ Indien nodig, overleg dit met een ecoloog. 5.4 Algemeen

voorkomende

zoogdieren

en amfibieën

Voor algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën geldt dat deze door de provincie ZuidHolland zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Er dient echter wel ten alle tijden rekening te worden gehouden met de zorgplicht (Art. 11.27 Bal). Het doden of verwonden kan plaatsvinden wanneer schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van takkenhopen, bladeren en andere materialen die schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van deze mogelijke schuil- en voortplantingsplaatsen dient daarom te worden verwijderd vanuit één richting. Daarnaast dienen deze mogelijke schuilen/of voortplantingsplaatsen te worden verwijderd buiten de winterrust, aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 18

6. Conclusie 6.1

en advies

Conclusies quickscan flora en fauna

Bij de voorgenomen werkzaamheden worden geen effecten verwacht op streng beschermde soorten.

De

volgende

maatregelen

dienen

te worden

getroffen

om

mogelijke

effecten

op

aanwezige soorten te voorkomen (Hoofdstuk 5). e

Voor vleermuizen geldt dat het plangebied mogelijk geschikt is als (niet essentieel)

foerageergebied. Om verstoring te voorkomen dient rekening te worden gehouden met bouwverlichting. Met werkzaamheden tussen zonsondergang- en opkomst dient tijdens het actieve seizoen van vleermuizen rekening te worden gehouden met verlichting. Verlichting dient naar beneden te worden geschenen, en bebouwing in de

e

directe omgeving mag niet extra worden aangelicht. Ook de aanwezige watergangen in de directe omgeving van het plangebied mogen niet worden aangelicht tussen zonsondergang- en opkomst. Voor algemeen voorkomende broedvogels geldt dat effecten kunnen worden voorkomen

door

het

aanwezige

groen,

houtstapels,

snoeistapels

en

andere

aanwezige broedmogelijkheden buiten het broedseizoen te verwijderen. Het broedseizoen loopt van 1 maart tot en 31 juli, dit verschilt echter per soort en is afhankelijk van de weersomstandigheden. Wanneer tijdens het broedseizoen toch aanwezig broedhabitat wordt verwijderd, dient een broedvogelinspectie voorafgaand

«

aan de werkzaamheden te worden uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Voor algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën geldt dat deze door de provincie Zuid-Holland zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Om het verwonden en doden van aanwezige dieren te voorkomen dienen mogelijke schuil- en voortplantingsplaatsen te worden

e

verwijderd vanuit één

richting.

Daarnaast

dienen

deze mogelijke schuil- en/of voortplantingsplaatsen te worden verwijderd buiten de winterrust, aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. In de huidige vorm is het plangebied niet geschikt voor de rugstreeppad. Tijdens de werkzaamheden wordt namelijk geadviseerd om het terrein niet ‘aantrekkelijk’ te maken voor de rugstreeppad. Dit kan worden gedaan door de maatregelen zoals

beschreven in paragraaf 5.3 te volgen. Ten aanzien van gebiedsbescherming geldt dat het plangebied in de nabij omgeving van een stikstofgevoelig Natura 2000- gebied is gelegen (Nieuwkoopse Plassen & De Haeck). Door de voorgenomen werkzaamheden bestaatde kans dat er een extern effect ontstaat door depositie van stikstof. Er dient daarom

een vervolgonderzoek te worden

uitgevoerd in het kader van

gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Omgevingswet. 6.2 Advies

natuurinclusief bouwen

Per 1 juli a.s. komt mogelijk een wijziging komt van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In dit bouwbesluit wordt geregeld dat bij nieuwbouw duurzame verblijfplaatsen voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen moeten worden ingebouwd. Er wordt geadviseerd om de nieuwe padelhal voorzieningen op te nemen voor deze soorten.

daarom

Het gebouw is door de omgeving het meest geschikt voor voorzieningen van vleermuizen. Het gebouw kan geschikt worden gemaakt door verblijfplaatsen te realiseren achter bijvoorbeeld gevelbetimmering of bij een daklijst. Doordat er geen bakstenenmuur wordt gemaakt met een

eventuele spouw, zijn er weinig mogelijkheden om inbouwkasten in te metselen. Het creëren Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 19

van verblijfplaatsen achter gevelbetimmering/nabij

dakconstructies wordt voor deze locatie

daarom het meest geschikt geacht.

Verblijfplaatsen realiseren achter gevelbetimmering/dakconstructie Verblijfplaatsen kunnen ook worden gerealiseerd door het aanbrengen van bij voorkeur meerlaagse gevelbetimmering of een plaat tegen de gevel zodat een ruimte van enkele vierkante meters wordt gecreëerd. Zowel de buitenmuur als de binnenzijde van de plaat of planken moeten ruw zijn. Als het een gladde buitenmuur betreft moet eerst een ruwe achterwand bevestigd worden. Met latjes kan/kunnen plaat/planken zodanig worden bevestigd, dat aan de onderzijde een ruimte ontstaat van ongeveer 3 centimeter en aan de bovenzijde 1,5 centimeter. Het materiaal moet eveneens op voldoende hoogte (minimaal 3 meter) worden aangebracht.

Ook

achter

hebben.

De

boeiboorden

of sierlijsten

kunnen

hierboven

omschreven

criteria

gewone zijn

dwergvleermuizen

hiervoor

eveneens

van

verblijfplaatsen belang

(Bron:

Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Bijt2).

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 392 te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 20

7. Literatuurlijst www.bij12.nl www.vogelbescherming.nl (soortgegevens vogels) www.sovon.nl (soortgegevens vogels) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ (Natura 2000-gebieden) www.verspreidingsatlas.nl/ (verspreidingsgegevens NDFF) www.ravon.nl (soortgegevens amfibieën) www.vleermuis.net (soortgegevens vleermuizen) www.zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Quickscan flora en fauna Nieuwveenseweg 39a te Nieuwkoop

| 7 juli 2024 | Definitief

Pagina | 21

STIKSTOFBEREKENAAR

Onderzoek stikstofdepositie Realisatie 4 padelbanen Nieuwveenseweg 39C in Nieuwkoop

Datum:

11-7-2024

Ons kenmerk:

SB24-049

Opdrachtgever: Adres opdrachtgever: Adres projectlocatie:

Auteur:

Haaksman Rentmeesters B.V. _ Marktstraat 14, Bolsward _ Nieuwveenseweg 39C, Nieuwkoop

Menno Schaefer

Vrijgave

(geanonimiseerd)

STIKSTOFBEREKENAAR

Inhoud 1.1 Aanleiding.. 1.2 Algemene gegevens.. 2. Wettelijk kader. 3. Invoergegevens AERIUS realisatiefase … 3.1 Transportbewegingen 3.2 Mobiele werktuigen … 3.3 Resultaten AERIUS

realisatiefase

…

4. Invoergegevens AERIUS gebruiksfase … 4.1 Transportbewegingen 4.2 Resultaten AERIUS gebruiksfase… 5. Conclusie

…

nuNDowv

STIKSTOFBEREKENAAR

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Haaksman Rentmeesters B.V. beoogt 4 nieuwe padelbanen te realiseren. Als gevolg van de realisatie van de plannen is sprake van een emissie van de voor stikstofdepositie relevante stoffen stikstofoxiden (NO,) en

ammoniak (NHs). Dit kan leiden tot verzuring en vermesting n Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de locatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen

weergegeven. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met voor stikstof gevoelige habitattypen betreft “Nieuwkoopse Plassen & De Haeck” op een afstand van 1,4 kilometer. Verder weggelegen Natura 2000gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen binnen een straal van 25 kilometer betreffen “Broekvelden,

Vettenbroek & Polder Stein”, “Botshol”, “Oostelijke Vechtplassen”, “Meijendel & Berkheide”, “Uiterwaarden Lek” en “Kennemerland-Zuid”.

skm

d

Figuur 1.1: Ligging projectgebied ten opzichte van voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

an

10

STIKSTOFBEREKENAAR

1.2 Algemene gegevens Gegevens initiatiefnemer Naam

: Haaksman

Adres

: Marktstraat

Postcode en plaats

:8701 V Bolsward

Contactpersoon

(geanonimiseerd)

Telefoonnummer E-mail

Rentmeesters

B.V.

14

Gegevens Stikstofberekenaar Naam

: Stikstofberekenaar

Adres

:Zandhofsestraat 36

Postcode en plaats

:3572 GH

Kamer van Koophandel nummer Contactpersoon

:77688465

Utrecht

Telefoonnummer

(geanonimiseerd)

E-mail

kenaar.nl : info@destikstofberekenaar.nl

Gegevens projectlocatie Adres

: Nieuwveenseweg 39C

Postcode en plaats

:2421 LB Nieuwkoop

Kadastrale gegevens

: NKPO1-A-7829

STIKSTOFBEREKENAAR

2. Wettelijk kader Binnen de Europese Unie zijn de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb, sinds 1 januari 2024 onderdeel van de Omgevingswet). Per gebied zijn voor

de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidingsverbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project significante

gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het beoordelingsregime van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet langer toepasbaar is. Vanaf die datum moet voor ieder project afzonderlijk worden beoordeeld of er sprake i van significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. De eerste beoordeling voor stikstofdepositie

vindt plaats door middel van een berekening met het rekenmodel AERIUS Calculator. Op 11 mei 2022 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de stikstofeffecten van

bouwprojecten in Nederland gedetailleerder beoordeeld moeten worden. Dit betreft zowel de gebruiksfase als de bouwfase, waardoor de eerder toegepaste bouwvrijstelling niet meer volstaat.

Op 2 november 2022 verklaarde dezelfde Afdeling de partiSle bouwvrijstelling binnen de Wet natuurbescherming, die sinds 1 juli 2021 van kracht was, onverbindend. Dit oordeel eiste dat de stikstofdepositie van bouwactiviteiten afzonderlijk onderzochten beoordeeld moet worden, conform Europese

richtlijnen. Om vergunningverlening weer op gang te krijgen voor projecten waarbij mogelijk sprake is van significante

gevolgen op Natura 2000-gebieden, hebben het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de provincies op 13 december 2019 beleidsregels vastgesteld (later aangepast op 26 juni 2020). Er is mogelijk sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden wanneer uit een eerste berekening in AERIUS een

bijdrage van meer dan 0,00 mol/ha/jaar volgt. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die sinds 1 juli 2021 van kracht is, stelt dat in 2025 minimaal

40% van het areaal van stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau moet hebben, oplopend tot 50% in 2030 en 74% in 2035. Deze wet maakt het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden vrijstellingen te verlenen voor bouwactiviteiten, mits er emissiebeperkende

maatregelen worden getroffen en de effecten periodiek worden gemonitord. De Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, integreert de Wet natuurbescherming en biedt een breder kader voor milieugerelateerde regelgeving, waaronder stikstofdepositie. Onder deze wet worden activiteiten geclassificeerd op basis van hun potentiële impact op Natura 2000-gebieden. Het blijft

noodzakelijk

om per geval te beoordelen of de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende gebied bedreigd worden, waarbij intern en extern salderen mogelijke oplossingen bieden om significante gevolgen te mitigeren.

STIKSTOFBEREKENAAR

3. Invoergegevens AERIUS realisatiefase Stikstofemissies ten gevolge van de realisatiefase van dit project zijn afkomstig van verschillende bronnen. Er zullen dagelijks bestelbusjes en personenauto's naar de project/ocatie rijden, vrachtwagens voor vervoer van materiaal en mobiele werktuigen om werkzaamheden uit te voeren. De invoergegevens zijn gebaseerd op ervaring met vergelijkbare projecten. In onderstaande paragraven is uitgewerkt hoe deze invoergegevens in AERIUS zijn gemodelleerd.

3.1 Transportbewegingen In tabel .1 is aangegeven hoeveel en welke motorvoertuigen naar locatie rijden. Er wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën verkeer. Het middelzware vrachtverkeer is bedoeld voor (kleinschalige)

benodigdheden voor de bouw: Het zware vrachtverkeer is bedoeld voor (grootschalig) bouwmateriaal en het licht verkeer is ten behoeve van personen.

In AERIUS is de route gemodelleerd van rotonde ten zuiden van de project|ocatie, tot de projectlocatie en weer terug. Vanaf dit punt gaan de transportbewegingen op in het huidige verkeersbeeld. Uitgangspunt is dat de motorvoertuigen 50% in file hebben gereden om bij de locatie te komen. Dit om inparkeren en eventueel

langzaam rijdend verkeer te simuleren. De stikstofemissies zijn verkregen na invoer in AERIUS. Door afrondingen in AERIUS tellen niet alle totalen op.

De bouwfase duurt ongeveer 6 maanden. De gebruiksfase wordt dus 6 maanden meegenomen in de realisatiefase. Bij het in kaart brengen van de verkeer aantrekkende werking is gebruik gemaakt van de CROW-

publicatie 381 “toekomstbestendig parkeren”. Het bruto vloeroppervlak (bvo) is 1.240 m?. Voor de locatie wordt een maximale verkeersaantrekkende werking gegeven van 4,9 transportbewegingen per 100 m? tennishal. Voor 6 maanden is de te verwachten verkeersaantrekkende werking: 183 dagen x 4,9 x 12,4 =

transportbewegingen.

Tabel 3,1: Transportemi

Licht verkeer

18kg/j

95 keli

02kgl

Middelzwaar vrachtverkeer

998g/i

2289/i

168/i

zwaar vrachtverkeer

Olkefi

2939/i

168/j

Totaal

2/

o5ke/j

02ke/j

1.119

STIKSTOFBEREKENAAR

3.2 Mobiele werktuigen Er zijn onvoldoende gegevens bekend van de mobiele werktuigen om te berekenen wat voor fractie van het volle motorvermogen verloren gaat aan interne verliezen en de fractie van het volle motorvermogen dat zal

worden gebruikt. Om deze reden is teruggevallen op de berekening welke werd gebruikt voor oude invoerbestanden in AERIUS (2021). LBPJ = (0,095 * Pmax + 0,54) * D

Formule 1

Met:

LBPJ = Brandstofverbruik (liter/jr) Pmax = Maximaal vermogen werktuig (kW) D = Aantal draaiuren per jaar AdBlue wordt gebruikt in dieselmotoren voorzien van een SCR. Ook voor het berekenen van het AdBlue

verbruik, ontbreken gegevens. Uitgangspunt is het normale AdBluegebruik dat door TNO gegeven wordt (Ligterink et al 2021). Voor Stage IV en V werktuigen is dit 6% van het dieselverbruik. Voor Stage lIl is dit 3% van het dieselverbruik.

Het stationair draaien van het bouwverkeeris niet relevant voor dit onderzoek stikstofdepositie omdat gebruik wordt gemaakt van elektrisch aangedreven laad- en losapparatuur. De motor kan worden uitgeschakeld tijdens het laden en lossen.

Tabel 3.2: invoergegevens AERIUS mobiele werktuigen

Hel-installatie

10

231

2019

224,9

135

shovel

54

180

2019

9526

572

Graafmachine

150

15

2019

17198

1032

Mobiele Hijskraan

40

210

2019

319,6

492

Betonpomp Betonmixer

8 8

167 315

2019 2019

1312 243,7

79 146

Trilplaat

32

2

2019

234

14

Splitstrooier

16

19

2019

37,5

23

Onvoorziene werkzaamheden (10%)

32

155

2019

4153

24,9

Totaal

-

-

-

45679

2741

In de AERIUS calculator kunnen alleen hele liters in worden gevoerd. Om uit te gaan van worst-case is het

brandstofverbruik omhoog afgerond en het AdBlueverbruik naar beneden. Bijvoorbeeld de betonpomp is gemodelleerd met een brandstofverbruik van 132 liter diesel/jaar en het AdBlueverbruik met 7 liter/jaar.

STIKSTOFBEREKENAAR 3.3 Resultaten

AERIUS

realisatiefase

De uitgangspunten uit hoofdstuk 3 zijn in AERIUS gemodelleerd en hierop is een berekening uitgevoerd. Figuur 3.3 geeft de belangrijkste resultaten weer.

6

Projectberekening

AERIUS

Contactgegevens Rechtsperso

De stikstofberekenaar catie

Nieuwveenseweg 39C,

2421 LB Nieuwkoop Activiteit

Omschrijving

Realisatie 4 padelbanen

Toelichting

Realisatiefase

Berekening AERIUS

kenmrk

RRRÍPWEAnLWK

a & Rekenconipsratie

11juli2024,11:03 OwN2000-rekengrid

Totale emissie Reaistifase- Beoogd

Rekenjaar 2024

Resultaten

Woogsebijdrage

_

EmisdieNHs 13kgij

EmisieNO 307kg/j

Hexagon

Gebied

Figuur 3.3: Overzicht resultaten AERIUS-berekening realisatiefase (Bron: AERIUS Calculator)

8van

10

STIKSTOFBEREKENAAR

4. Invoergegevens AERIUS gebruiksfase 4.1 Transportbewegingen Stikstofemissies tijdens de gebruiksfase zijn alleen afkomstig door de verkeer aantrekkende werking. Bij het in kaart brengen van de verkeer aantrekkende werking is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381

“toekomstbestendig parkeren”. Het oppervlak van de tennisbaan is 1.240 m?. Voor de locatie wordt een maximale verkeersaantrekkende werking gegeven van 4,9 transportbewegingen per 100 m? tennishal. In tabel 4.1 is aangegeven hoeveel personenauto's per etmaal naar de locatie rijden en de stikstofuitstoot hierbij. In AERIUS is de route gemodelleerd van rotonde ten zuiden van de projectlocatie, tot de projectlocatie

en weer terug. Vanaf dit punt gaan de transportbewegingen op in het huidige verkeersbeeld. Uitgangspunt is dat de personenauto's 50% in file hebben gereden om bij de locatiete komen. Dit om inparkeren en eventueel langzaam rijdend verkeerte simuleren. De stikstofemissies zijn verkregen na invoer in AERIUS. Tabel 4.1: Transportemi

s gebruiksfase

Licht verkeer

61

‚ 35kgij

‚ 09kgij

‚ 03kefj

4.2 Resultaten AERIUS gebruiksfase De uitgangspunten uit hoofdstuk 4 zijn in AERIUS gemodelleerd en hierop is een berekening uitgevoerd. Figuur 4.2 geeft de belangrijkste resultaten weer.

6

Projectberekening

AERIUS

Contactgegevens Rechtspersoo

De

c

Stikstofberekenaar

Nieuwveenseweg39C, 242118 Nieuwkoop

Activiteit Omschrijving

Realisatie 4 padelbanen

Toelich

Gebruiksfase

RIOTTIKvJHhS

Rek

x

11 juli2024,11:04 OwN2000-rekengrid

Totale emissie Realisatifase - Beo g

Rekenjaar 2024

Resultaten

Woogstebijdrage

EmissieNH 03kgíj _

Hexagon

Realisatiefase - Beoog

Geiarteerd

Figuur 4.2:

oppervi

Overzicht resultaten AERIUS-berekening gebruiksfase (Bron: AERIUS Calculator)

EmissieNO 35kgij

STIKSTOFBEREKENAAR

5. Conclusie Uit de berekening uitgevoerd in AERIUS voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase kan worden opgemaakt dat stikstofemissies ten gevolge van dit project niet leiden tot een stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Stikstofdepositie vormt dus geen belemmering voor de voortzetting van dit project.

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

De Stikstofberekenaar Nieuwveenseweg 39 C, 2421 LB Nieuwkoop Realisatie 4 padelbanen Realisatiefase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RRRjpwE4nLWK 11 juli 2024, 11:03 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)

2024 -

1,3 kg/j

30,7 kg/j

2/7

Projectberekening

Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

1,1 kg/j 0,2 kg/j

28,7 kg/j 2,1 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:113274,95 Y:463792,76 0,29 ha

Shovel

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 953 l/j diesel, SCR: ja

28,7 kg/j 1,1 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

54 u/j

57 l/j

Stof Emissie

NOₓ 5,5 kg/j

Graafmachine

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 1720 l/j diesel, SCR: ja

150 u/j 103 l/j

Mobiele Hijskraan

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 820 l/j diesel, SCR: ja

40 u/j

49 l/j

NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 10,1 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 4,7 kg/j

Betonpomp

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 132 l/j diesel, SCR: ja

8 u/j

7 l/j

NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 1,2 kg/j

Betonmixer

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 244 l/j diesel, SCR: ja

8 u/j

14 l/j

NH₃ 31,7 g/j NOₓ 1,7 kg/j

Trilplaat

Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee

24 l/j

32 u/j

NH₃ 58,6 g/j NOₓ 0,6 kg/j

Splitstrooier

Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee

38 l/j

16 u/j

NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 0,8 kg/j

Onvoorziene werkzaamheden (10%)

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 393 l/j diesel, SCR: ja

31 u/j

23 l/j

NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 2,5 kg/j

Hei-installatie

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 225 l/j diesel, SCR: ja

10 u/j

13 l/j

NH₃ 94,3 g/j NOₓ 1,5 kg/j

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)

Wegverkeer X:113377,07 Y:463781,77 643,00 m Buitenweg Van A naar B 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

NH₃ 54,0 g/j

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

11.619,0 /jaar 40,0 /jaar 30,0 /jaar 0,0 /jaar

2,1 kg/j 0,5 kg/j 0,2 kg/j

In file

50,0 % 50,0 % 50,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2.1_20240702_c9370194cb Database versie 2023.2.1_c9370194cb_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RRRjpwE4nLWK (11 juli 2024)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

De Stikstofberekenaar Nieuwveenseweg 39 C, 2421 LB Nieuwkoop Realisatie 4 padelbanen Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RioTT1KvJHhS 11 juli 2024, 11:04 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)

2024 -

0,3 kg/j

3,5 kg/j

2/6

Projectberekening

Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 

RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)

Verkeersnetwerk

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j

3,5 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Wegverkeer X:113377,07 Y:463781,77 643,00 m Buitenweg Van A naar B 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

61,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

3,5 kg/j 0,9 kg/j 0,3 kg/j

In file

50,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2.1_20240702_c9370194cb Database versie 2023.2.1_c9370194cb_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RioTT1KvJHhS (11 juli 2024)

6/6

Nieuwbouw sporthal voor vier padelbanen in Nieuwkoop

(geanonimiseerd) 25 maart 2024) Figuur 1: Entree sportcentrum Nieuwkoop (fatn_ Initiatiefnemer: Tennisboerderij BV

(geanonimiseerd) Indiener:

Haaksman Rentmeesters

(geanonimiseerd)

Inhoudsopgave

Hoofdstuk

Hoofdstuk

Hoofdstuk

1

2

3

Inleiding

11

Aanleiding

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

13

Vigerend bestemmingsplan

1.4

Goede ruimtelijke onderbouwing

1.5

Leeswijzer

Planbeschrijving 2.1

Bestaande

2.2

Nieuwe

situatie

situatie

Beleidskader

3.1

Riijksbeleid

3.2

Provinciaal beleid

3.3

Regionaal beleid

34

Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk

4

Omgevingsaspecten 41

_ Archeologie en cultuurhistorie

4.2 _ Verkeer en parkeren

Hoofdstuk

5

43

Flora &

Fauna

44

Water

45

Geluid

46

Luchtkwaliteit

4.7

Bedrijven en milieuzonering

48

Bodem

49

Externe veiligheid

4.10

M.E.R.-beoordeling

411

Duurzaamheid

Uitvoerbaarheid 51

Economische

52

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bijlagen

uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 1

Inleiding

Wat is padel eigenlijk?

Padel is een mix van tennis en squash en wordt gespeeld met vier personen — 2 tegen 2 - op een rechthoekig veld. De padelbaan is 10 meter breed en 20 meter lang en wordt omringd door wanden. In bijna alle gevallen zijn de wanden een combinatie van glas en een hekwerk. Padel speel je met een padelracket en een

padelbal. Tijdens het spel zijn de wanden onderdeel van het spel. Het tellen van punten is gelijk aan de puntentelling van tennis (15, 30, 40, deuce, advantage, game) en is vaak best of 3 sets.

1.1

Aanleiding

Sinds 2008 is het Sportcentrum Nieuwkoop geopend. Belangrijk onderdeel daarvan is de tennishal met 5 tennisbanen. De padelsport is een vrij nieuwe activiteit, waarvoor steeds meer belangstelling is. Om in de groeiende behoefte te voorzien is uitbreiding van het sportcentrum gewenst met 4 overdekte

padelbanen. De nieuwbouw van de padelbanenhal wordt gekoppeld aan de Teeds bestaande tennishal. De gemeente Nieuwkoop ondersteunt het initiatief, omdat deze ontwikkeling bijdraagt aan een sportief Nieuwkoop. Dit document

bevat de ruimtelijke onderbouwing behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning en waarin wordt aangetoond, dat de gevraagde hal vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt ten noorden van de tennishal, die is geadresseerd aan de Nieuwveenseweg 394. Het bebouwd oppervlak van de hal voor de 4 padelbanen

zal zijn 1240 m?; specifiek voor de gebruikers van deze hal worden er 18 onderheide parkeerplaatsen aangelegd. Dit oppervlak betreft 673 m?.

Legenda Plangebied

Figuur 2: Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) (Bron: PDOK)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied ligt in het geldende bestemmingsplan “Kern Nieuwkoop”, dat op

30 mei 2013 onherroepelijk is geworden. De geprojecteerde nieuwbouw valt voor het overgrote deel in de enkelbestemming “Sport” met de functieaanduiding — specifieke vorm van recreatie zomerkamp. De nieuwbouw valt ook voor een klein deel in de bestemming “Water”. Van de padelhal is dat

200 m? en van het onderheide parkeerterrein is dat 100 m?. Het plangebied is tevens gesitueerd in de dubbelbestemming ‘“Waarde — Archeologie — 2”. Het bovenstaande houdt in, dat de geplande nieuwbouw in strijd is met de bouwregels van de bestemming “Sport” en een bouwvlak ontbreekt. Bij de bestemming ““Water” is er strijdigheid met de bestemmingsomschrijving.

\ @ aa enienetenmeg

EE

owtevestermng

Wrde Acreologe

Figuur 3: uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4

Goede ruimtelijke onderbouwing

Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor het oprichten van

een sporthal met 4 padelbanen moet een planologische procedure worden doorlopen. Daartoe heeft de gemeente de initiatiefnemer verzocht om een goede ruimtelijke onderbouwing aan te reiken. Uitgangspunt is de bestaande situatie,

zoals onderstaand is aangegeven

R

kije

aa

a

b

v

14

o dn

dt

e

De nleúwbouw valf gedeelfelij n de bestenning

water. Van de padelhal 200nvan hef onderheide parkeerterrein 10m Enkelbestemning - Water:

Enkelbestening dn vorm van recreatie -

Bouwvlak s gelijk aan bestaande bebouwing

max bouwhoogte 12m max goothoogf

Situatie schaal

11000

Nieuwveenseweg 393 2421LA

Nieuwkoop

Nieuwkoop A 7829,

A 7830

Figuur 4: Bestaande situatie Archi-Nova 21-06-2024

ET

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin

wordt het voor de realisatie van het bouwplan relevant overheidsbeleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de water- en milieuaspecten. In Hoofdstuk 5 worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Op pagina 38 zijn de bijlagen genoemd.

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

21

situatie

Bestaande

De locatie van het bouwplan voor de padelbanenhal ligt aan de doorgaande weg van Nieuwkoop naar Nieuwveen, de Nieuwveenseweg. De nieuwbouwlocatie ligt in tweede linie achter de bestaande bedrijfswoning Nieuwveenseweg 41. Ten westen en ten noorden van de genoemde locatie ligt een open agrarisch gebied,

een droogmakerij.

Aan de overzijde van de Nieuwveenseweg ligt het

bedrijventerrein. Verder ten zuiden bevinden zich de woningen van het project Buytewech-Noord.

EDE

GIJ

Figuur 5: geografìsche ligging plangebied (rode pijl) Bron: PDOK-viewer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=e87f5dd6-078b-4a94-98b3-594be69be6a0