CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen beleidskader zonne-energie gemeente Nieuwkoop (GROOT DOCUMENT)

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen beleidskader zonne-energie Gemeente Nieuwkoop (2024-056)28.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit oriëntatiegebied is ca 200 groot en onderdeel van de zogenaamde ‘bovenlanden’. Bovenlanden zijn gebieden die niet ontveend zijn. Op de vruchtbare gronden heeft zich tuinbouw ontwikkeld met veel glastuinbouw. Het landschap wordt gekenmerkt door een smalle strokenverkaveling met een afwisselend open en besloten karakter en een duidelijk lint aan het Nieuwveense Jaagpad. De algemene uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing van zonnevelden, zoals omschreven onder 1, zijn van toepassing op deze locatie. Alleen de lage opstelling van zonnepanelen is geen vereiste. Namelijk in dit besloten tuinbouwlandschap is de openheid geen kernkwaliteit. Tegelijkertijd is een hoge dakopstelling of integratie met kassen, inclusief geschikte teelten, goed denkbaar.

Bouwstenen landschappelijke inpassing Inpassing

Oever met een flauw talud.

Een lineaire groenstrook bestaande uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten.

Aanvullend is voor het oriëntatiegebied Noordrand een beperkt aantal gebied specifieke uitgangspunten van toepassing. Bij de ontwikkeling van zonnepanelen worden de watergangen natuurvriendelijk ingericht. Zo mogelijk worden houtsingels toegepast om kassen landschappelijk in te passen en natuurwaarden toe te voegen. Plangebied

Voorbeelduitwerking 1

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

8

2. Deelgebieden - 6: Woerdense Verlaat Ingebracht tijdens participatie

Toetsingskader landschappelijke inpassing

Het gesprek met bewoners en betrokkenen is aangegaan op basis van ontwerpend onderzoek met een landschapsanalyse, referentiebeelden, bouwstenen én voorbeelduitwerkingen voor het oriëntatiegebied.

Dit oriëntatiegebied is ingespannen tussen de Heinoomsvaart en de Lange Meentweg. Het oriëntatiegebied is ca 43 ha groot. De oorspronkelijke strokenverkaveling is slechts deels nog aanwezig als gevolg van de stortplaats en de voormalige glastuinbouw aan de oostzijde.

Bouwstenen landschappelijke inpassing Inpassing

Oever met een flauw talud.

De algemene uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing van zonnevelden, zoals omschreven onder 1, zijn van toepassing op deze locatie. Aanvullend is voor de locatie Woerdense Verlaat een aantal gebied specifieke uitgangspunten van toepassing. Deze worden hieronder beschreven.

Voorbeelduitwerking: op de stort

Een lineaire groenstrook bestaande uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten.

Op de stort en de taluds van de stort kan een zonneveld worden gerealiseerd. Bestaande en nieuwe houtsingels nemen de panelen uit het zicht.

Een bossage bestaat uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten

Rondom de stort zijn gronden nodig om meer groen en natuur te realiseren. Ook hier zijn zonnepanelen mogelijk, maar alleen als onderdeel van een integraal natuur- en landschapsontwerp.

Voorbeelduitwerking: op de stort inculsief talud

Met bossages wordt het bedrijventerrein afgeschermd ten opzichte van het open landschap. Langs de Lange Meentweg is het open landschap beeldbepalend. De overige kavels tussen het west-talud van de stort en het bedrijventerrein kunnen benut worden voor zonnepanelen. Ten oosten van de stort wordt zo mogelijk de oorspronkelijke strokenverkaveling hersteld. Watergangen worden natuurvriendelijk ingericht.

Situering De zonnepanelen worden achter de bestaande bebouwing geplaatst. Hierdoor blijven doorkijken op het landschap gehandhaafd.

Voorbeelduitwerking: op en rondom de stort, variant 1

Voorbeelduitwerking: op en rondom de stort, variant 2

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

9

Bijlage 1: Bouwstenen landschappelijke inpassing

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

10

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Levend maaiveld en open landschap

Doorsnede

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

11

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Rietzoom

Doorsnede

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

12

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Rietzoom

Inpassing zonder rietzoom

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

13

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Rietzoom

Inpassing met rietzoom (2,5 - 3m hoog)

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

14

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Houtsingel

Doorsnede

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

15

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Houtsingel

Inpassing zonder houtsingel

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

16

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Houtsingel

Inpassing met houtsingel (4,00m breed)

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

17

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Bossage

Doorsnede

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

18

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Bossage

Inpassing zonder bossage

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

19

BOUWSTENEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Dé Nieuwkoopse bouwstenen - Bossage

Inpassing met bossage

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

20

Bijlage 2: Overzicht voorbeelduitwerkingen

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

21

22

23

24

25

26

Bijlage 3: Presentatie Polder Vierambacht - pagina 28

27

Bijlage 4: Presentatie Noordrand - pagina 31

28

Bijlage 4: Presentatie Noordrand - pagina 34

29

Bijlage 5: Presentatie Woerdense Verlaat - pagina 34

30

Bijlage F Routes naar lokaal eigendom

Wat is lokaal eigendom en zijn (effectieve) routes daarnaartoe? Rapport met antwoorden op deze vragen

Een

09/09/2022

product, Juli 2022

INHOUDSOPGAVE Binnen de kaders van de opdracht komt het gebruiksrecht van dit rapport toe aan de gemeente Nieuwkoop en het

VOORWOORD.......................................................................................................................................... 3 LEESWIJZER.......................................................................................................................................... 5 DEEL A. LOKAAL EIGENDOM EN DE (MEEST EFFECTIEVE) ROUTES DAAR NAAR TOE ............................ 6 HOOFDSTUK 1. LOKAAL EIGENDOM ........................................................................................................ 6 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 6 2.Wat is lokaal eigendom; consensus markt ........................................................................................... 7 3. Lokale omgeving................................................................................................................................ 11 4. Landelijke regelgeving nodig (om te bepalen wat lokaal eigendom is)? ...............................................12 5. Kan je lokaal eigendom afdwingen?....................................................................................................12 HOOFDSTUK 2. DE (MEEST EFFECTIEVE) ROUTE(S) NAAR LOKAAL EIGENDOM .....................................15 1.

Uitleg..................................................................................................................................................15 2. Vertrekpunten ...................................................................................................................................16 DEEL B. VERSCHILLENDE ROUTES NAAR MINIMAAL 50% LOKAAL EIGENDOM.....................................20 HOOFDSTUK 1. CONTEXT ......................................................................................................................20 1. CONTEXT...........................................................................................................................................20 1. Beleidskader .....................................................................................................................................20 2. Rol gemeente bij ontwikkeling van wind- en/of zonneparken op land ................................................20 3. Kenmerken projectontwikkeling wind- en/of zonneparken op land ................................................... 23 HOOFDSTUK 2. ROUTES NAAR LOKAAL EIGENDOM EN DE DUIDING ..................................................... 26 ROUTE I. MAATSCHAPPELIJKE TENDER .............................................................................................. 26 1.

Beschrijving ...................................................................................................................................... 26 2. Duiding criteria ................................................................................................................................. 28 ROUTE II. AANBESTEDING (MET % LOKAAL EIGENDOM ALS EIS) .......................................................... 29 1. Beschrijving ...................................................................................................................................... 29 2. Duiding criteria ..................................................................................................................................31 ROUTE III. ENERGIEGEMEENSCHAP ..................................................................................................... 32 1. Beschrijving ...................................................................................................................................... 32 2. Duiding criteria ................................................................................................................................. 34 ROUTE IV. GREENDEAL ........................................................................................................................ 36 1.

Beschrijving ...................................................................................................................................... 36 2. Duiding criteria ................................................................................................................................. 37 ROUTE V. TOELATINGSPLANOLOGIE .................................................................................................... 38 1. Beschrijving ...................................................................................................................................... 38 2. Duiding criteria ................................................................................................................................. 39 ROUTE VI. GEEN INSPANNING OM LOKAAL EIGENDOM TE BORGEN.......................................................41 1. Beschrijving .......................................................................................................................................41 2. Duiding criteria ..................................................................................................................................41 ROUTE VII. GEMEENTELIJK ENERGIEBEDRIJF .....................................................................................42 1.

Beschrijving ......................................................................................................................................42 2. Duiding criteria ................................................................................................................................. 43 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................ 45

2

VOORWOORD De gemeente Nieuwkoop is op zoek naar mogelijke (publiek- c.q. privaatrechtelijke) routes om minimaal 50% lokaal eigendom in de gemeente te realiseren wat betreft hernieuwbare energie (wind en zon op land). Lokaal eigendom vanuit het perspectief van investeren en zeggenschap en primair wat betreft zonneparken (want vanwege de nabijheid van Schiphol zijn windenergiemogelijkheden beperkt). De optie om dat vanuit een zgn. energiegemeenschap te doen is een lonkend perspectief maar ook de maatschappelijke tender wordt als mogelijk passend gezien. Het is de gemeente daarbij duidelijk wat zij zelf onder lokaal eigendom verstaat, maar ze is zoekende wat mogelijk is. Wat uiteindelijk de definitie van lokaal eigendom is, dient ook terug te komen in beleidskaders inzake hernieuwbare energie op land. De gemeente is op dit moment in de fase beland dat zij aan het werk wil om dat beleidskader te schrijven. Externe ondersteuning wordt in dat kader nog gezocht. Het beleidskader zal ook als instrument en handvat gebruikt moeten kunnen worden voor bijv. het toekennen van punten in het geval in een bepaald gebied een maatschappelijke tender aan de orde is. De gemeente zal het beleidskader vaststellen en vervolgens het gesprek voeren met grondeigenaren en andere belanghebbenden in die gebieden die zij kansrijk acht op basis van de uitwerking van de oriëntatie(zoek)gebieden.

Zodoende verkrijgt de gemeente een beeld welke grondeigenaren open staan voor zonneparken (of al plannen hebben) en of samenwerking mogelijk is om zo tot een bredere gebiedsontwikkeling te komen (waarbij ook andere opgaven meegenomen worden, denk aan klimaatadaptatie, bodemdaling, natuurontwikkeling maar ook perspectief bieden voor agrariërs). De uitkomst van die dialoog is nu nog ongewis. Maar het kan zijn dat er kansen op samenwerking ontstaan waardoor met een greendeal of toelatingsplanologie ook lokaal eigendom mogelijk wordt. Het is evident dat bij het opstellen van een concepttekst voor het beleidskader - maar ook bij de vaststelling van het beleidskader door de gemeenteraad en vervolgens de uitvoering ‘gemeenschappelijke taal’ van groot belang is. Gemeenschappelijke taal wat betreft (1) de instrumenten die een gemeente kan inzetten (op weg naar lokaal eigendom) en (2) wat lokaal eigendom nu is. Maar ook wat betreft (3) interpretatie en uitleg van het beleidskader als bij de uitvoering wordt gekozen voor een bepaald instrument en daaruit rechten en plichten volgen voor de gemeente, grondeigenaren, ontwikkelaars en evt. de gebiedscoöperatie. Met het oog op het bovenstaande heeft de gemeente de onderstaande vragen geformuleerd die ze graag beantwoord wil zien. Daartoe is dit rapport opgesteld.

ü Wat is lokaal eigendom en wat zijn de meest (effectieve) routes om minimaal 50% lokaal eigendom tot stand te brengen en te borgen? Laat daarbij in ieder geval de volgende routes terugkomen: • De maatschappelijke tender • De Energiegemeenschap • De Greendeal • Toelatingsplanologie

3

ü Wat zijn voor de verschillende routes naar minimaal 50% lokaal eigendom de voor en nadelen? Wij hopen met dit rapport afdoende antwoord gegeven te hebben op de vragen zodat de gemeente dit kan gebruiken voor de (definities) in het beleidskader.

Enter Next Level Daan Arkesteijn

RenewabLAW Jan Albert Timmerman

4 Binnen de kaders van de opdracht komt het gebruiksrecht van dit rapport toe aan de gemeente Nieuwkoop en het rapport mag in zijn geheel binnen dat kader worden vermenigvuldigd en gepubliceerd. Buiten deze scope en/of als delen worden gebruikt, kan dat alleen met vermelding van de auteurs en hun expliciete toestemming.

LEESWIJZER Dit rapport bestaat uit 2 delen. Een Deel A en een Deel B. Elk deel kent hoofdstukken met daaronder weer paragrafen. We sluiten af met een conclusie en aanbevelingen. Deel A gaat allereerst in op de vraag wat nu lokaal eigendom is (dat is hoofdstuk 1 van dat deel). We geven in hoofdstuk 2 van dat deel vervolgens schematisch weer wat ons inziens de zes routes zijn om dat lokaal eigendom tot stand te brengen en te borgen. Aan de hand van een achttal criteria waarop een route kan scoren, maken wij een beoordeling welke routes nu het meest effectief zijn. Hoe die criteria ons inziens geduid moeten worden, staat ook in hoofdstuk 2. Deel B geeft in hoofdstuk 2 de zes routes naar minimaal 50% lokaal eigendom meer in detail weer. Dat zijn de routes die ook in het schema voorkomen van hoofdstuk 2 van Deel A. We geven per route en per criterium de voor en nadelen weer. Voordat dit hoofdstuk gelezen wordt, is het goed kennis te nemen van hoofdstuk 1 van Deel B. Dat hoofdstuk 1 geeft context wat betreft de ontwikkeling van zon- en windprojecten en de (sturende of faciliterende) rol van de gemeente daarbij. Tussenconclusies, aanbevelingen of andere voor dit rapport relevante opmerkingen zijn door ons oranje omkaderd. Indien op bepaalde woorden of delen van zinnen naar onze mening de uitgelicht moeten worden, zijn die onderstreept.

5

DEEL A. LOKAAL EIGENDOM EN DE (MEEST EFFECTIEVE) ROUTES DAAR NAAR TOE HOOFDSTUK 1. LOKAAL EIGENDOM 1. Inleiding1 Lokaal eigendom is niet een wettelijk begrip of een definitie. Lokaal eigendom is de naam die is ontstaan om een te bereiken doel wat betreft het eigendom van ‘hernieuwbaar op land’ weer te geven. Dat moet (meer) lokaal worden. Het gaat dan om het volgende doel (uit het Klimaatakkoord): “Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50 % eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risico lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken.

Hierbij wordt ook in acht genomen de bijzondere positie van de waterschappen, die zowel lokale ontwikkelaar zijn als decentrale overheid met een verduurzamingsopgave van hun eigen bedrijfsprocessen.“ Dat het lokaal eigendom relevant is voor een gemeente, komt naar voren als we het voorgaande vanuit de positie van de gemeenten benaderen. Doordat de gemeenten zich aan het Klimaatakkoord committeren, betekent dit dat een gemeente, ongeacht haar rol bij een zon- of windproject, ernaar zal moeten streven om de lokale omgeving 50% eigendom van de productie van dat project te laten verkrijgen. Wat nu concreet het gevolg is van de opname van het streven naar lokaal eigendom in het Klimaatakkoord als de gemeente een sturende of faciliterende rol heeft bij zon- of windprojecten, is lastig te zeggen. Allereerst omdat het maar de vraag is of het Klimaatakkoord als overeenkomst directe en harde verplichtingen heeft voor de gemeente Nieuwkoop (ook al ondertekende de VNG dat akkoord). En het genoemde streven is natuurlijk heel fluïde en plooibaar qua uitleg. Tot slot ziet het lokaal eigendom uit het Klimaatakkoord formeel enkel op hernieuwbaar op land en daarmee niet op elektriciteit opgewekt met bijvoorbeeld waterkracht en biomassa (en mogelijk ook niet als het wordt opgewekt met zon op water en wind op water).

Aan de andere kant beperkt het Klimaatakkoord het streven naar lokaal eigendom niet tot enkel de situaties dat een gemeente grondposities heeft die geschikt zijn voor wind- en zonne-energie, en gevraagd wordt of zelf besluit die ter beschikking te stellen voor een project. Ook als de gemeente vanuit haar publiekrechtelijke rol inmenging heeft bij zon- of windprojecten (hetgeen altijd aan de orde is) kan lokaal eigendom een rol spelen. Met andere woorden het Klimaatakkoord heeft - voor wat betreft het streven om de lokale 1

Het onderstaande is een aangepaste versie, op maat gesneden voor de gemeente Nieuwkoop, van hetgeen RenewabLAW in opdracht van de Unie van Waterschappen heeft geschreven wat betreft lokaal eigendom. De tekst is onderdeel van de Handreiking ‘Samenwerken met energiecoöperaties’. 6

omgeving 50% van het eigendom van de productie te laten verkrijgen, een behoorlijke open norm gecreëerd die voor velerlei uitleg vatbaar is maar waar een gemeente wel iets mee moet. In het onderstaande wordt op een aantal van die bovenstaande thema’s ingegaan zodat duidelijk wordt wat het handelingsperspectief voor de gemeente Nieuwkoop kan zijn. 2.Wat is lokaal eigendom; consensus markt Allereerst de vraag wat nu dat ‘lokaal eigendom’ is. Daar was behoorlijk wat verwarring over vlak nadat het Klimaatakkoord werd afgesloten, getuige ook het onderzoek vanuit het programma Sociale Innovatie in Energie dat direct na het Klimaatakkoord werd uitgevoerd2. Interessant in dat kader is onderstaande slide uit dat onderzoek.

Afbeelding: Belang energiecoöperatie

In de Participatiewaaier3 is ook een rubricering aangebracht. Zie die op de volgende pagina. Daar wordt onderscheid gemaakt tussen mede-eigenaarschap aan de ene kant en aan de andere kant financiële deelneming, omgevingsfonds en een omwonendenregeling. Volgens de participatiewaaier vallen alle 4 de elementen onder ‘financiële participatie’. Medeeigenaarschap wordt geacht lokaal eigendom te zijn, maar of nu de andere drie ook lokaal eigendom zijn of alleen in de verzameling ‘financiële participatie’ vallen was onduidelijk. Vanuit de Participatiecoalitie is op een later moment al meer concreet invulling gegeven aangaande lokaal eigendom met de ‘factsheet 50% lokaal eigendom’. “(Mede-)eigendom betekent namelijk in de ogen van deze coalitie niet alleen financieel eigendom, maar ook zeggenschap over het project én over de besteding van de baten. (Mede-)eigendom betekent ook zelf investeren en ondernemen. Daar hoort risico nemen bij. […] Mede-eigenaar worden kan op verschillende manieren; privaat – als omwonende, bedrijf of andere organisatie uit de omgeving – of collectief – bijvoorbeeld met een 2

ENERGIEWERKPLAATS BRABANT, ‘Bevindingen interviews 50% Participatie’. <https://www.energiewerkplaatsbrabant.nl/werkgroepen/werkgroepen+sociale+innovatie+energietransi tie2/50+participatie/default.aspx#folder=1478091> [31 mei 2021] 3 Zie <https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier> [8 december 2022] 7

energiecoöperatie. Door het lokaal eigenaarschap op een collectieve manier te organiseren, wordt het eigenaarschap voor iedereen van de omgeving toegankelijk. Bewoners en bedrijven kunnen participeren, meebeslissen en mede-eigenaar worden.”

Afbeelding: Financiële Participatie uit de Participatiewaaier

En over energiecoöperaties zegt die factsheet het volgende: “Veel (lokale) initiatiefnemers die participatie willen inzetten komen uit op de coöperatie als organisatievorm, omdat de voorwaarden ‘iedereen kan meedoen’, ‘open en vrijwillig lidmaatschap’ en ‘democratisch zeggenschap’ namelijk ook juridisch verankerd zijn.” en “Wanneer een lokale energiecoöperatie initiatiefnemer/ontwikkelaar is van een project, dan kunnen bewoners van de lokale omgeving participeren en mede-eigenaar worden. De mensen in de lokale omgeving die lid zijn van de coöperatie beslissen binnen de coöperatie gezamenlijk over het inzetten van de opbrengsten van de opgewekte elektriciteit van een wind- en/of zonnepark”. In 2021, bijna twee jaar nadat het Klimaatakkoord werd gesloten, heeft de markt een richting gevonden om 50% lokaal eigendom te definiëren. In dat kader is de Q&A over lokaal eigendom van Energie Samen, de Natuur- en Milieufederaties, de NVDE, Holland Solar en NWEA relevant. “Is 50% lokaal eigendom een (minimum-) verplichting? Nee, het Klimaatakkoord gaat uit van een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030.

Met de ‘lokale omgeving’ worden zowel burgers als bedrijven uit de omgeving van de projectlocatie bedoeld. Het gaat daarbij om eigendom van meerdere omwonenden en 8

bedrijven en niet van een enkel bedrijf of individu. Met ‘productie’ wordt de productieinstallatie(s) bedoeld. Uitgangspunten zijn de behoefte én de (financiële) mogelijkheden van de lokale omgeving. Daarbij hoort een inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer bij alle hernieuwbare energieprojecten om een aanbod te doen om omwonenden, zo mogelijk verenigd in een coöperatie of andersoortig gemeenschappelijk initiatief, te laten participeren in het project. Financiële participatie is een middel om het doel (totstandkoming van energieprojecten door verbeteren van lokaal draagvlak) te realiseren. Eigendom betekent mee-investeren en dus ook risico lopen. Het betekent ook zeggenschap. Verschillende partijen kunnen lokaal eigenaar zijn van een energieproject; individuele burgers, coöperaties, bedrijven en anderen. Op basis van het gesprek met omwonenden kunnen ook andere opties worden gekozen die de omgeving laten meeprofiteren, zonder dat sprake is van lokaal eigendom, zoals een omgevingsfonds en obligaties. 50% lokaal eigendom is dus geen verplichting, het gaat erom dat de lokale omgeving de kans krijgt mee te kunnen investeren en mede-eigenaar te worden indien ze dit wensen.” Maar het begrip ‘lokaal eigendom’ als onderdeel van het grotere begrip ‘participatie’ evolueert nog steeds.

Belangrijk in dat kader is de huidige ’status quo’ in het veld daarover (zoals voor het eerst verwoord in hoofdstuk 2 van het rapport ‘Participatie Monitor 2021; Monitor Participatie Hernieuwbare Energie op Land - Resultaten t/m 2020’).4 Deze Participatiemonitor (voor de jaren tot en met 2020) onderscheidt voor de monitoring (en de daarbij behorende classificatie) van duurzame energieprojecten wat betreft participatie voor het eerst drie typen lokaal eigendom. Ook worden begrippen als ‘lokale omgeving’ en ‘eigendom’ - die niet nader ingevuld werden in het Klimaatakkoord - verder ingevuld. De Participatiemonitor verbreedt verder voor wat betreft ‘lokaal eigendom’ de scope ten opzichte van de definitie van lokaal eigendom zoals dat in bijv. de eerdergenoemde Participatiewaaier en de 1ste Participatiemonitor uit 2020 stond. Er worden nu in de Participatiemonitor (voor de jaren tot en met 2020 en ook voor de jaren daarna) drie typen lokaal eigendom geïdentificeerd. En om het onderscheid maar helder te maken wordt ook de classificatie ‘niet-lokaal eigendom’ geïntroduceerd. We pakken nu de types zoals die staan in de meest recente Participatiemonitor (voor de jaren tot en met 2021). Op pagina 14 van de monitor zijn die als volgt uitgeschreven: “1.

Bewonerscollectieven en lokale partners: eigendom van een collectief samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs of andere lokale partners in de omgeving van het project. Het gaat daarbij om eigendom van meerdere omwonenden en bedrijven uit de omgeving van de projectlocatie en niet een enkel bedrijf of individu. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving, inclusief de omwonenden de kans moet hebben gehad om deel te nemen in het project. Het gaat erom dat de lokale omgeving de kans krijgt mee te kunnen investeren en mede-eigenaar te worden indien ze dit wensen. 2. Publiek: eigendom van gemeenten, gemeenten, drinkwaterbedrijven, e.d. Dit omvat ook eigendom van bedrijven met 100% publieke aandeelhouders. 4

Deze Participatiemonitor 2021 is is een tweede Participatiemonitor die in opdracht van RVO jaarlijks wordt vastgesteld. Dit om te monitoren wat de effectiviteit van de afspraken zijn inzake participatie, waarom verzocht werd in de motie Heerma c.s. van 3 juli 2019 (TK 32 813, nr 361). In 2020 verscheen een eerste monitor (de nulmeting). In 2022 zijn vervolgens in een derde monitor de resultaten tot en met 2021 gepresenteerd (die om de verwarring te vergroten ook weer Participatiemonitor 2021 heette) . De verwachting is dat na de zomer de monitor verschijnt voor de jaren t/m 2022. 9

3. Lokale bedrijven: eigendom van lokale ondernemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging (vaak op eigen terrein). 4. Geen lokaal eigendom: eigendom van een partij die niet in de omgeving van het project is gevestigd. Vaak is dit een projectontwikkelaar, maar kan ook een investeringsfonds, vastgoedbedrijf of ander bedrijf zijn.” In de eerste Participatiemonitor werd lokaal eigendom overigens nog gedefinieerd in twee smaken. Als eerste ging het dan om eigendom van de lokale omgeving (burgers, bedrijven). Hiermee doelde men op projecten waarbij het mede-eigendom ligt bij een collectief samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs of andere lokale partners in de omgeving van het project. Een tweede categorie lokaal eigendom betrof eigendom van lokale partijen. Hiermee doelde men op eigendom van één of enkele lokale partijen waarbij de bredere omgeving niet of minder is betrokken. Te zien is dus dat de uitleg van het begrip is geëvolueerd, waarbij er nu consensus lijkt te zijn. Beseft dient te worden dat de rubricering van de verschillende soorten lokaal eigendom in de Participatiemonitor (over alle jaren tot en met 2021) primair dient om projecten op te kunnen monitoren als het om participatie gaat. Maar het belang gaat verder, ook al staat dat niet met zoveel woorden in de monitor.

Als immers nu een gemeente of een andere overheid ‘lokaal eigendom’ benoemd in beleidsstukken en niet nader duidt wat er mee wordt bedoeld, zal voor een uitleg de Participatiemonitor een belangrijke bron zijn. Het lijkt overigens niet aannemelijk - hetgeen in eerdere jaren wel gebeurde – dat als het streven naar ‘50 % lokaal eigendom‘ wordt gebruikt, hierin wordt gelezen dat ernaar gestreefd wordt dat 50% van een project ten goede zal komen aan of (lokaal) eigenaarschap, financiële deelneming, een omgevingsfonds of omwonendenregelingen. Aannemelijker lijkt het dat het ‘streven naar 50% lokaal eigendom’ zo wordt uitgelegd dat er aanvullend op 50% van het eigendom, in het project ook ruimte kan of moet worden geboden voor financiële deelneming, een omgevingsfonds en/of omwonendenregelingen. Maar – het kan niet vaak genoeg gezegd worden – wat onder participatie, lokaal eigendom (en de lokale omgeving die het lokaal eigendom invult) wordt verstaan, is aan de overheid die beleid bepaalt aangaande deze thema’s. Laat dus een overheid een nadere invulling van die begrippen na, dan is het aannemelijk dat die begrippen worden ingevuld aan de hand van waar in de markt consensus over bestaat. Dit zal alleen anders worden als de norm ‘lokaal eigendom’ nader wettelijk wordt ingevuld. Er gaan stemmen op om dat te doen en daarover meer in paragraaf 4.

Zo langzamerhand bestaat er consensus over wat onder de open norm ‘lokaal eigendom’ wordt verstaan. Een norm die vooral van toepassing is bij zon- of windprojecten. Maar de verschijningsvorm van de gehele financiële participatie (waartoe het lokaal eigendom behoort) bij een duurzaam energieproject zal uiteindelijk divers zijn en afhangen van het beleid dat door gemeenten, provincies en waterschappen dienaangaande is geformuleerd. Meer informatie o Participatiewaaier5

5

Zie <https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier> [8 december 2022] 10

o Factsheet 50% lokaal eigendom, Participatiecoalitie, 20196 o Q&A Lokaal Eigendom, Energie Samen, de Natuur- en Milieufederaties, de NVDE, Holland Solar en NWEA, 20207 o Werkblad 'Lokaal Eigendom', Handreiking Regionale Energiestrategie 2.0, Nationaal Programma RES, oktober 20218 o Monitor Participatie Hernieuwbare Energie Op Land, Resultaten nulmeting, Wind op land en niet-gebouwgebonden zon’, ASISEARCH en Bosch & van Rijn, 30 juni 20209 o Rapport 'Participatie Monitor 2021; Hernieuwbare Energie op Land - Resultaten t/m 2020, ASISEARCH en Bosch & van Rijn, 15 september 202110 o Rapport 'Participatie Monitor 2021; Hernieuwbare Energie op Land - Resultaten t/m 2021, ASISEARCH en Bosch & van Rijn, 5 juli 2022 en aangepast 4 augustus 202211 3. Lokale omgeving En als we met zijn allen dan al in staat zijn om goed te bepalen wat lokaal eigendom is, dan moeten we ook nog een andere norm nader bepalen. En dat is die van de ‘lokale omgeving’. In het Klimaatakkoord kwam ook dat begrip terug, en ook in de Participatiemonitor speelt die term een rol. Immers, lokaal eigendom impliceert een rol van de lokale omgeving. En ook daarover vinden we meer in de Participatiemonitor (voor de jaren tot en met 2021).

Daar wordt met betrekking tot een definitie voor lokale omgeving opgemerkt: “Er is geen landelijke standaard afgesproken in het Klimaatakkoord over wat tot de lokale omgeving van een project gerekend wordt. In de praktijk werken ontwikkelaars vaak met kringen bewoners of bedrijven die op een bepaalde afstand van het project wonen of werken (gebiedscirkels, van direct en indirect omwonenden), waarbij dat gebied meerdere gemeentegrenzen kan omvatten.” Hier kan een gemeente dus de vrijheid nemen om dat zelf te bepalen. In een ontwerp voor een participatiekader bepaalt de Gemeente Groningen als volgt de ‘grenzen’. 12

6

Zie < https://departicipatiecoalitie.nl/wp-content/uploads/2020/02/Factsheet-50-eigendom-van-delokale-omgeving-PC-maart-2020.pdf> [9 juni 2021]. De Participatiecoalitie bestaat uit vijf maatschappelijke organisaties van, voor en door bewoners: HIER, de Natuur en Milieufederaties, Energie Samen, LSA bewoners en Stichting Buurkracht. 7 Zie <https://hollandsolar.nl/u/files/qena-participatie-holland-solar.pdf> [20 juli 2021] 8 Zie < https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/handreiking2/2049228.aspx> [31 oktober 2021] 9 Zie < https://open.overheid.nl/documenten/ronl-bbfe278d-9622-4ec7-bf4f-97bcfed930bb/pdf > [17 juli 2023] 10 Zie < https://open.overheid.nl/documenten/ronl-9ac59be0-230d-4618-a5ca-fd8eac721131/pdf> [17 juli 2023] 11 Zie < https://open.overheid.nl/documenten/ronl-bebc5bacfa96fe1229e0f0918eccf1f912d7c995/pdf> [17 juli 2023] 12 Zie < https://gemeente.groningen.nl/ontwerp-participatiekader-zonne-en-windparken> [19 juli 2023] 11

Het voorgaande maakt duidelijk dat de lokale omgeving van een zonnepark op een specifieke plek in de gemeente, geheel anders kan zijn dan de lokale omgeving van een zonnepark op een willekeurig andere plek. Een zonnepark vlak bij een woonwijk heeft dus wat dat betreft een andere dynamiek dan een zonnepark in het buitengebied. En omdat de lokale omgeving op verschillende plekken in een gemeente dus verschilt, kan het best zijn dat gemeentelijk beleid wat betreft (routes naar of invulling van) ‘lokaal eigendom’ per locatie verschilt. Het is immers goed voor te stellen dat voor mogelijke zonneparken bij woonkernen meer de nadruk komt te liggen op mede-eigendom en zeggenschap (vanwege balans tussen lusten en lasten en een koppeling met de warmtetransitie) terwijl in het buitengebied het ‘gemis’ aan mede-eigendom en zeggenschap wordt gecompenseerd met (bovenwettelijke) ruimtelijke maatregelen die de ruimtelijke inpasbaarheid vergroten. Ergo: er bestaat ons inziens voor een gemeente geen plicht om altijd en op alle plekken in een gemeente op dezelfde wijze invulling te geven aan het begrip lokaal eigendom. Sterker nog, door ijzerenheinig overal hetzelfde beleid toe te passen terwijl de lokale omgeving diametraal anders is, bestaat de kans zelfs dat beleid niet proportioneel is en ongelijke gevallen gelijk behandeld (wat weer spanning oplevert met het gelijkheidsbeginsel). 4.

Landelijke regelgeving nodig (om te bepalen wat lokaal eigendom is)? In het voorgaande hebben wij duidelijk gemaakt dat er over een open norm als lokaal eigendom veel discussie is geweest maar dat er nu consensus over lijkt te bestaan. Maar die consensus levert nog steeds geen eenduidigheid op, laat staan dat er een definitie is die door iedereen wordt gebruikt. Er is dus veel ruimte voor maatwerk, en aan de andere kant is er een (juridisch) vacuüm. In dat kader heeft het ministerie van EZK zich de vraag gesteld of er een behoefte dan wel noodzaak is voor landelijke regels voor financiële participatie bij hernieuwbare energieprojecten (lees wat lokaal eigendom is). Er is opdracht gegeven aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) om een quickscan te maken in dat kader. In die quickscan zullen vragen beantwoord worden als (1) of landelijke wetgeving nodig is nodig, zodat decentrale overheden effectief kunnen sturen op bijv. financiële participatie bij wind- en zonneparken, (2) of dan een definitie moet worden gegeven van de verschillende vormen van financiële participatie en (3) of het wenselijk is als in een landelijke regeling duidelijk wordt wat wordt bedoeld wordt met ‘de omgeving’. 5.

Kan je lokaal eigendom afdwingen? Deze vraag laat zich tweeledig beantwoorden; allereerst vanuit het oogpunt of initiatiefnemers en overheden zichzelf privaatrechtelijk gebonden hebben aan het streven naar lokaal eigendom (van 50% van de productie van wind- of zonneparken). En ten tweede 12

vanuit het oogpunt of het lokaal eigendom door een overheid vanuit een publieke rol van een initiatiefnemer voor een wind- of zonnepark kan worden afgedwongen. Eerst de vraag of er een privaatrechtelijke gebondenheid is van een initiatiefnemer wat betreft lokaal eigendom (als onderdeel dus van de financiële participatie bij een zon- of windproject welke financiële participatie weer onder de noemer ‘participatie valt). Weer even terug naar de eerdergenoemde Q&A. Daar staat het namelijk goed in. “Zijn initiatiefnemers en gemeenten gebonden aan bepaalde verplichtingen of eisen voor participatie? Ja, hoewel de vraag wat wel en niet goed is nooit zwart-wit beantwoord kan worden. Eisen en afspraken liggen onder meer vast in het Klimaatakkoord, de Regionale Energiestrategiën (RES’en), gemeentelijke beleidskaders (indien vastgelegd), de wettelijke kaders uit de Omgevingswet en de gekozen richting in de verschillende omgevingsvisies (NOVI, POVI, GOVI). Het Klimaatakkoord en de RES’en beschrijven de bredere klimaatdoelen die aanleiding vormen voor projecten en geven richting aan de gewenste vormen van participatie. De Omgevingswet en omgevingsvisies geven regels en kaders mee voor participatie en de inpassing van projecten in de fysieke leefomgeving. Gemeenten, provincies, Rijksoverheid en de brancheorganisaties van de zon- en windsector hebben het Klimaatakkoord ondertekend.

De brancheorganisaties hebben participatie ook in de Gedragscodes voor Zon op Land en voor Windenergie op Land vastgelegd. Deze brancheorganisaties vertegenwoordigen de overgrote meerderheid van de bedrijven in de sector. Ook vele lokale coöperaties en omwonendenorganisaties zijn verbonden met landelijke organisaties die het Klimaatakkoord hebben ondertekend. Overheden, brancheorganisaties en energiecoöperaties zijn dus aanspreekbaar op hun gedrag inzake participatie. Alle spelers bij een duurzaam energieproject zijn dus aanspreekbaar op hun verantwoordelijk om mee te werken aan participatie bij duurzame energieprojecten en dus ook aan het streven naar lokaal eigendom. Maar met het Klimaatakkoord in de hand lijkt het niet mogelijk om van initiatiefnemers contractuele nakoming van het streven naar lokaal eigendom te eisen. Wat minder bekend is, is dat zonnepark ontwikkelaars die lid zijn van Holland Solar, via de ‘Gedragscode Zon op Land’ aangesproken kunnen worden als ze zich niet aan de uitgangspunten wat betreft lokaal eigendom uit het Klimaatakkoord houden. Ditzelfde geldt voor windpark ontwikkelaars die lid zijn van de NWEA. Eenieder kan bij het bestuur van respectievelijk Holland Solar of NWEA melding maken over het niet-naleven van de code door een lid.

Als leden zich aantoonbaar niet houden aan de gedragscode, zal het bestuur van de branchevereniging het desbetreffende lid aanspreken op zijn verantwoordelijkheden en – indien dit geen resultaat heeft – dit ook openbaar maken. Het bestuur van de brancheorganisatie zal zich ook op evt. sancties beraden. Voor het bestuur van Holland Solar betekent dit dat zij, in het uiterste geval, op basis van de statuten een lid uit het lidmaatschap kan ontzetten. Dan de tweede vraag: kan het lokale eigendom ook door een overheid ‘vanuit een publiekrechtelijke bevoegdheid afgedwongen worden? De rechtsvraag die zich dan aandient is of het bevoegd gezag bij een windpark of zonnepark planologische medewerking mag weigeren omdat de initiatiefnemer geen opties van medeeigenaarschap of financiële deelneming (een invulling van lokaal eigendom) aanbiedt, is nog niet expliciet in de jurisprudentie beantwoord. De oplegger en factsheet ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële 13

participatie’ laat zien waar juridische mogelijkheden liggen om invulling te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord over participatie en dus ook lokaal eigendom. Het antwoord is kort en bondig wat betreft het afdwingen van lokaal eigendom: “Het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ biedt […] naar de huidige stand van de jurisprudentie (vooralsnog) geen grondslag om financiële participatie van de omgeving bij een energieproject te eisen van de initiatiefnemer. Dat geldt voor alle vormen van financiële participatie uit de participatiewaaier.” Vanuit de jurisprudentie volgt wel dat een gemeente kan besluiten, indien er onvoldoende inspanningen van de initiatiefnemer zijn geweest wat betreft de invulling van lokaal eigendom, geen medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Om dat te kunnen doen moet een gemeente wel vastgelegd participatiebeleid hebben waarop de gemeente dan het oordeel kan baseren, dat niet aan de inspanningsplicht is voldaan.

Meer informatie o Gedragscode Zon-op-Land, Code voor de fysieke en procesmatige wijze van ontwikkeling, inpassing, vormgeving en beheer van zon op land projecten’, Holland Solar, november 201913 o Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie, NWEA, oktober 202014 o Oplegger & factsheet ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie en het Klimaatakkoord’, Rijksuniversiteit Groningen en Lexnova Overheidsadvies in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, oktober 202015 Een gemeente kan lokaal eigendom dus niet afdwingen, maar wel vragen aan een initiatiefnemer om zich in te spannen om dit lokaal eigendom te realiseren. Maar om te kunnen beoordelen of een partij zich wel voldoende heeft ingespannen, is het wel weer nodig dat een gemeente in het beleidskader duidelijkheid verschaft wat onder lokaal eigendom wordt verstaan.

13

Zie < https://hollandsolar.nl/u/files/gedragscode-zon-op-land.pdf> [17 juli 2023] Zie < https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/11/20201103-Gedragscode-WoL-opgemaaktFINAL.pdf > [17 juli 2023] 15 Zie <https://www.regionaleenergiestrategie.nl/bibliotheek/participatie+volksvertegenwoordigers/b+participatie/1989607.aspx > [19 juli 2021] 14

14

HOOFDSTUK 2. DE (MEEST EFFECTIEVE) ROUTE(S) NAAR LOKAAL EIGENDOM 1. Uitleg Onderstaand worden zes verschillende routes naar lokaal eigendom getoond. Per route worden de criteria genoemd waarlangs een route beoordeeld kan worden en hoe de score er dan uit ziet. Daaruit volgt automatisch wat de meest effectieve route is. Dit is overigens geen uitputtende opsomming, maar betreft de routes die het meest voor de hand liggend zijn. Route VI is overigens geenszins een route naar lokaal eigendom. In tegendeel zelfs. Het leek ons toch ook goed deze route te tonen om als ‘contramal’ te dienen voor lokaal eigendom (die in deze de ‘mal’ is). Een “ - “ betekent verder niet dat wat betreft dat criterium de route onmogelijk is, maar enkel dat het minder scoort ten gevolge van bijv. complexiteit. De routes worden ook niet ten opzichte van elkaar beoordeeld, maar ten opzichte van het criterium. En in Hoofdstuk 2 van Deel B wordt de argumentatie gegeven op basis waarvan gekomen is tot de beoordeling.

3

Gemeentelijke regie nodig en wijze waarop dat passend is binnen juridische + kaders Laagste interne kosten (uren en tijd) gemeente 0

4

+

5

Financierbaarheid projecten

6

Substantiële versterking van de lokale + economie Toekomstgericht; o.a. inzet bij warmtetransitie Inclusiviteit; iedereen kan meedoen +

7 8

0

15

Gemeentelijk energiebedrijf

Sneller doorlopen planproces

Geen inspanning om lokaal eigendom te borgen

2

Toelatingsplanologie

Betaalbare, duurzame en betrouwbare + energielevering

Greendeal

1

VII

Energiegemeenschap

#

VI

Aanbesteding (met % lokaal eigendom als eis)

Criteria op basis waarvan route naar lokaal eigendom wordt beoordeeld

Maatschappelijke tender

Routes naar lokaal eigendom I II III IV V

0

++

+

0

-

++

0

++

+

0

-

0

++

0

+

0

++

-

+

-

-

0

++

--

0

++

+

0

+

++

0

++

+

0

--

+

-

++

-

-

--

++

-

++

+

-

--

++

Maar voor een goed begrip is het ook zinvol wat onze vertrekpunten en uitleg van de criteria zijn. Die duiding geven wij in onderstaande paragraaf 2 van dit Hoofdstuk 2. 2. Vertrekpunten Voor een objectieve beoordeling door de gemeente wat betreft de routes naar lokaal eigendom (en ook een beter begrip van Hoofdstuk 2 van Deel B), is het zinvol onze vertrekpunten waarop bovenstaande beoordeling plaats vond eenduidig vast te leggen. Het zijn vertrekpunten die relevant zijn als naar het begrip ‘lokaal eigendom’ wordt gekeken en welke uit onze ervaringen voort komen. Die vertrekpunten (de criteria) zijn daarbij niet gebaseerd op een wetenschappelijk kader of iets dergelijks. Dat is ook lastig omdat de analyse zoals wij die maken het resultaat is van ‘pionieren’ wat betreft lokaal eigendom en welke keuzes gemeenten dan kunnen maken. Er bestaat nog geen uitgekauwd en breed afwegingskader dat gemeenten gebruiken. Evenwel passen wij deze eigen ontwikkelde en auteursrechtelijk beschermde methodiek - het betreft dus het inzichtelijk maken wat de gevolgen van de verschillende routes zijn -ook toe bij andere gemeenten om hen helpen bij beleidskeuzes. Betaalbare, duurzame en betrouwbare energielevering Energielevering gaat over de weg van opwek van energie naar levering ten behoeve van eindgebruik. Die hele keten zal betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar moeten gaan worden.

Energieparken die bijv. volledig in handen van buitenlandse ontwikkelaars zijn, zijn wel duurzaam, maar leiden weer niet altijd tot betaalbare energie. De reden daarvoor is dat de buitenlandse belangen - bijvoorbeeld winstmaximalisatie van het project en uitkering aan de aandeelhouders - strijdig kunnen zijn met een lokaal belang om de winsten aan te wenden voor het aanbieden van betaalbare energie. Betrouwbaar kan bijv. beschouwd worden vanuit een geopolitiek aspect of bijv. dat lokale belangen voor een hoofdkantoor in Londen waar de zeggenschap wat betreft een energiepark berust niet altijd relevant zijn en genegeerd kunnen worden. Duurzaam toont zich bijvoorbeeld in het feit dat (elektrische) energie met zon en/of windparken wordt opgewekt, in plaats van met fossiele brandstoffen. Betaalbaar in die zin dat als de productie van een energiepark, waarbij die via energiebeurzen aan de hoogst biedende leverancier wordt verkocht die vervolgens dezelfde energie met een opslag aan eindverbruikers levert, de prijs van de aan de eindverbruiker geleverde energie zeer hoog zal zijn. Wordt de energie door lokale partijen opgewekt en – waar mogelijk zonder tussenkomst van marktplaatsen aan lokale afnemers geleverd - dan leidt dat tot betaalbaardere energie. Voor dit criterium dienen dus betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar zo geïnterpreteerd te worden.

Sneller doorlopen planproces Bij dit criterium wordt beoordeeld met welke route het snelst het optimale resultaat (het grootste volume duurzame opwek) behaald kan worden. Om extreme klimaatverandering tegen te gaan, is o.a. vanuit het Klimaatakkoord ingegeven dat we een (snelle) energietransitie door moeten maken. Dat betekent meer hernieuwbare opwek (op land) en een snellere uitrol van projecten dienaangaande. Daarbij wordt draagvlak en acceptatie van groot belang geacht om het beoogde volume duurzame opwek te behalen en om de snelheid van de ontwikkeling daarvan er in te houden. Als omwonenden van een energiepark nu een project niet omarmen, zullen ze in de weerstand schieten en mogelijk gaan procederen. Lokaal eigendom wordt dan ook geacht te zorgen voor meer draagvlak en acceptatie (ten opzichte van de situatie dat een energiepark zonder lokaal eigendom wordt gerealiseerd), hetgeen tot minder weerstand (lees procedures) leidt waarmee 16

de energietransitie wordt versneld. Andersom geredeneerd; bij afwezigheid van draagvlak en acceptatie, bijv. als er geen lokaal eigendom wordt nagestreefd, is de kans groter dat door bijv. juridische procedures een energiepark met vertraging wordt gerealiseerd. Gemeentelijke regie nodig en wijze waarop dat passend is binnen juridische kaders Een gemeente staat voor veel aan de lat wat betreft de energietransitie en het borgen van lokaal eigendom. Omdat lokaal eigendom ruimtelijk niet relevant is, hebben gemeenten vanuit het RO-instrumentarium weinig specifieke c.q. beperkte middelen om dat lokaal eigendom af te dwingen dan wel te borgen. Er zijn echter in de loop der tijd een aantal instrumenten ontstaan (de routes die voorliggen) waarmee een gemeente enigszins regie kan pakken. Afhankelijk van de route zal een gemeente om die route te volgen veel of weinig regie moeten toepassen. Het toepassen c.q. nemen van regie heeft voorts ook invloed op de (publieke en privaatrechtelijke) juridische kaders die voor een gemeente bepalend zijn wat betreft de energietransitie. Te denken valt dan aan bijv. het economische ordeningsrecht, o.a. het aanbestedingsrecht, staatssteunrecht, wet markt en overheid, het mededingingsrecht en de leer van de schaarse private rechten (Didam-arrest). Maar ook zoals gezegd het publiekrecht. Denk aan o.a.

het verbod op betaalplanologie en de plicht om wat betreft RO enkel te toetsen aan ruimtelijk relevante criteria. Daar komt wel bij dat in toenemende mate (opwek van lokale) duurzame energie wordt gezien als zijnde van een (hoger) algemeen belang waardoor bepaalde juridische kaders minder dwingend hoeven te zijn (bijv. bij schaarse private rechten, wet markt en overheid, DAEB-vrijstellingen wat betreft staatssteun). Bij dit criterium wordt een route naar lokaal eigendom dus gewogen op basis van twee (2) subcriteria: gemeentelijke regie en dat het past binnen juridische kaders. Laagste interne kosten (uren en tijd) gemeente Elke route naar lokaal eigendom kost een gemeente kruim om die route uit te denken, uit te voeren en te monitoren. Laat dat gezegd zijn. Zowel in menskracht maar ook in tijd en geld. Maar sommige routes vergen meer inspanning wat dat betreft dan andere routes. Als voorbeeld kan dienen het gemeentelijke energiebedrijf. Duidelijk is dat als dit de keuze zou zijn voor lokaal eigendom, dit een zeer majeure operatie is wat betreft tijd en geld.

Immers, in zo een bedrijf gaat vele malen meer tijd en (eigen ambtelijke) menskracht in zitten voor wat betreft de uitwerking, monitoring, uitvoering ten opzichte van bijvoorbeeld de route ‘geen inspanning om lokaal eigendom te borgen’ Financierbaarheid projecten Energieparken (zon en wind) kennen over de duim genomen altijd drie soorten van financiering. Dat is allereerst (1) de ontwikkelfinanciering om tot ‘decision gate 2b’ te komen (zie plaatje bij paragraaf 3 van Hoofstuk 1 van Deel B op pagina 23) en (2) vervolgens het eigen vermogen dat een initiatiefnemer mee moet nemen om ‘financial close’ te bereiken. En om te bouwen is ook (3) vreemd vermogen nodig dat geleend kan worden bij financiers met het project als onderpand/bron van inkomsten om rente en aflossingen van te betalen. Dat laatste kon in het verleden tot wel 80-90% van de totale kosten. Momenteel lijkt het dat banken nog maar maximaal 70% van de totale som wil financieren met een lening. Ook is de rente opgelopen naar ca. 4%. Energieparken zijn - desondanks de recente ontwikkelingen - in beginsel goed te financieren, zeker als er sprake is van een doorgewinterde initiatiefnemer die al sinds jaar en dag ontwikkelt en er langjarige afspraken zijn met partijen die de elektriciteit willen afnemen tegen een vaste prijs.

Als nu ‘nieuwe spelers’ zich gaan bemoeien met de ontwikkeling (lees: het lokale eigendom is aan zet), zullen die mogelijk geen of weinig werkkapitaal hebben bij de start of meer problemen 17

hebben dat bij elkaar te krijgen. De financiering zal dan wat hordes kennen en minder makkelijk gaan en wat meer tijd kosten. Als echter de lokale initiatiefnemers overheden zijn, kan het maar zo weer eens veel makkelijker gaan. Een financier heeft vaak veel vertrouwen als de overheid mee doet. Bij dit criterium wordt dus bekeken of de initiatiefnemers - die bij een route gaan ontwikkelen - makkelijk tot financiering van hun project kunnen komen. Substantiële versterking van de lokale economie Als een energiepark in handen van partijen is die geen binding hebben met de productielocatie / de regio, zullen alle benodigdheden om zo een park te realiseren van buiten de stad / regio komen. Lokale aannemers, ingenieurs, projectmedewerkers, notarissen en advocaten (niet uitputtend) zullen niet worden ingeschakeld maar men blijft winkelen bij de vaste adressen. Als lokaal eigendom mogelijk wordt gemaakt, is de kans vele malen groter dat voornoemde lokale partijen wel een rol krijgen en worden ingeschakeld. Natuurlijk, de windturbines komen uit Duitsland en Denemarken en de zonnepanelen veelal uit China, maar een lokale opdrachtgever zal eerder de neiging hebben kwalitatief goede lokale dienstverleners en aannemers in te schakelen dan de opdrachtgever waarvan het hoofdkantoor bijv. in Parijs staat.

En de (betaalbare) energie die wordt opgewekt en de rendementen van zo een energiepark komen – bij lokaal eigendom - ook weer bij de lokale initiatiefnemers / financiers terecht. Die rendementen worden dan veelal weer grotendeels uitgeven in de eigen stad / regio. Toekomstgericht; o.a. inzet bij warmtetransitie Energieparken (wind en zon) worden in toenemende mate van algemeen belang geacht; een hoger algemeen belang wellicht. En dat zal niet minder worden ten gevolge van de geopolitieke veranderingen. Hoe meer controle je lokaal dan ook hebt op die energieparken, hoe beter je voorbereid bent om wat betreft energievoorziening te sturen. Een eigen windturbine of zonnepark met batterij kan bijv. ingezet worden als bron voor elektriciteitslevering als een wijk ‘all electric’ wordt. Dat is lastiger als de windturbine bijv. van een Rotterdamse ontwikkelaar is die heel andere ambities heeft. En vanuit de marktordening van de warmtemarkt (waarbij de infrastructuur minimaal in handen moet zijn van de publieke overheid of van de warmtegemeenschap), kan het eigen (gemeentelijk of maatschappelijk) energievehikel een goed instrument zijn om als warmtebedrijf een rol te spelen bij bijv. de invulling van warmtekavels. In een voorbeeld: het moge duidelijk zijn dat bijv. een windpark van burgers en de Rotterdamse ontwikkelaar tezamen weinig gewicht in de schaal legt wat betreft dit criterium.

Maar dit zal anders zijn als de gemeente op een of andere manier operationeel en financieel betrokken is bij dat windpark. Door de invloed/macht die de gemeente dan heeft, kan gestuurd worden wat betreft dat windpark en dus de toekomst. Inclusiviteit; iedereen kan meedoen De energietransitie heeft gevolgen. We noemen er een aantal. Zo heeft de recente energiecrisis aangetoond dat betaalbare energie niet vanzelfsprekend is. Energie-armoede is een gevleugeld begrip geworden en iedereen heeft daar een beeld bij. En dezelfde crisis laat ook zien dat met voldoende kapitaal mensen zich hadden kunnen voorbereiden. Burgers en bedrijven met zonnepanelen kunnen de gestegen kosten beter opvangen doordat ze ook zelf elektriciteit produceren. Maar als je als bedrijf (pas) nu zonnepanelen wilt aanleggen op je dak, kan je de productie niet kwijt op het net. En er komen steeds meer (nu nog) dure technologieën (batterijen, bi-directioneel laden, elektrolyse) waarbij de partijen met kapitaal en kennis zich de (energetische en subsidie) voordelen gaan toe-eigenen. Het is duidelijk dat (potentiële) energie-onrechtvaardigheid geboren is. Maar de gewenste 18

energietransitie is er een waar iedereen de vruchten van kan plukken. Ook als je geen kapitaal hebt en ook als je pas laat tot het nemen van maatregelen over gaat. Bij dit criterium wordt dus bekeken of een route naar lokaal eigendom en de (juridische) vehikels die daar bij horen, dienaangaande het verschil maken. En of er voor wordt gezorgd dat zoveel mogelijk mensen uit de gemeenschap vertegenwoordigd worden, of zelfs zelf meedoen met de grootschalige energieopwek en daarvan profiteren. Tot slot het volgende. Als eerder opgemerkt zijn de criteria (op basis waarvan lokaal eigendom wordt beoordeeld) en de wijze waarop we dan scores toedelen, gebaseerd op onze eigen kennis en ervaringen. Het is dus geen exacte wetenschap. Het kan dan ook goed zijn dat de gemeente Nieuwkoop tot andere scores komt. Niets weerhoudt het college van de gemeente Nieuwkoop ervan om een eigen invulling van de matrix te maken. Of dat de gemeente andere en geheel eigen en plaatsgebonden criteria opstelt om aan de hand daarvan per route naar lokaal eigendom (en wellicht zelfs per gebied in de gemeente) een beoordeling te geven. RenewabLAW en Enter Next Level staan de gemeente met alle plezier bij wat betreft het formuleren van de ‘eigen’ criteria en of en hoe dan de routes scoren op de diverse routes.

19

DEEL B. VERSCHILLENDE ROUTES NAAR MINIMAAL 50% LOKAAL EIGENDOM In dit Deel B gaan we in detail in op de routes die ook al in het overzicht op pagina 14 stonden. Alvorens daartoe over te gaan, zullen wij eerst in het hoofdstuk 1 het ‘umfeld’ schetsen van waaruit die routes beter begrepen kunnen worden, te weten (1) de opgave van de gemeente Nieuwkoop inzake hernieuwbaar op land en haar beleid in dat kader en (2) de ‘basics’ die horen bij de ontwikkeling van hernieuwbaar op land (dus de ontwikkeling van zonneparken of windparken). HOOFDSTUK 1. CONTEXT 1. Beleidskader De gemeente Nieuwkoop is zich wat betreft haar RES 1.0-bod (voor de periode tot 2030) betreffende de opwek van hernieuwbare elektriciteit (0,08 TWh ofwel 0,28 PJ), aan het oriënteren hoe zij deze opgaaf wenst in te vullen. Op basis van het RES-bod, is er een Beleidskader Duurzaamheid opgesteld.16 Op 21 juni 2021 is - als verdere invulling van de gemeentelijke ambities - een Raadsbesluit genomen waarin de ambities van de gemeente nader worden ingekaderd. De belangrijkste consequenties van dat besluit zijn dat: o de gemeente een productieplafond hanteert van 0,08 TWh duurzame elektriciteit per jaar op land in 2030, o de gemeente plaatsing van zonnevelden en windturbines in Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland uitsluit, en o de gemeente geen mogelijkheden voor grote en middelgrote windturbines in haar Gemeente ziet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=4b3110f4-2535-4dd7-aa45-e4ffe283ee9a